Dit is een privé christelijke blog van Kris Biesbroeck, Licentiaat Theologie en filosofie. De inhoud van blog : Theologie, filosofie, Kerkvaders, Heiligenlevens, Exegese, Augustinus,enz… Alles wat sinds 2007 op de site is verschenen kan hier teruggevonden worden bij de Categorieën (bij het begin van de site) HET ADRES VAN DE SITE IS : CHRISTELIJKEINFORMATIEBRON.WORDPRESS.COM.
Nederigheid is het allerhoogste bewustzijn van het leven, van zowel de goddelijke oneindigheid als onze eigen kleinheid. Het is tegelijkertijd het bewustzijn dat de goddelijke oneindigheid alles en iedereen om ons heen doorboort… Zolang er een spoor van trots in ons is, missen we de sensatie van contact met God; we missen het diepe bewustzijn van een diepere relatie met God, en we laten het ook niet voelen door anderen… Alleen de nederigen leven in de onmetelijke diepten, vol mysterie, in God…. De nederige persoon, verre van arm te worden, omarmt het oneindige meer dan wie dan ook en biedt het aan anderen aan.
Wanneer de gezegende Antonius in zijn cel bad, sprak een stem tot hem en zei: “Antonius, je bent nog niet op de maat gekomen van de leerlooier die in Alexandrië is.” Toen hij dit hoorde, kwam de oude man op en pakte zijn stok en haastte zich de stad in. Toen hij de leerlooier had gevonden.zei hij tegen hem: “Vertel me over je werk, want vandaag heb ik de woestijn verlaten en kom ik hier om je te zien.” Hij zei: “Ik ben me er niet van bewust dat ik iets goeds heb gedaan. Als ik ’s morgens opkom, voordat ik ga zitten om te werken, zeg ik dat de hele stad, klein en groot, naar het Koninkrijk van God zal gaan vanwege hun goede daden, terwijl ik alleen in eeuwige straf zal gaan vanwege mijn slechte daden. Elke avond spreek ik dezelfde woorden en geloof ze in mijn hart.” Toen de gezegende Antonius dit hoorde, zei hij: “Mijn zoon, je zit in je eigen huis en werkt goed, en je hebt de vrede van het Koninkrijk van God; maar ik breng al mijn tijd door in eenzaamheid zonder afleiding, en ik ben niet in de buurt gekomen van de maat van zulke woorden.’
Feest van de Heilige Drie-eenheid Nederdaling van de Heilige Geest over de Apostelen
LEZINGEN :
Eerste lezing : Handelingen 2,1-11
Pinksteren
Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren zij allen op één plaats bijeen. Plotseling kwam er uit de hemel een geraas alsof er een hevige wind opstak, en het vulde heel het huis waar zij waren. Er verschenen hun vurige tongen, die zich verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten. Zij raakten allen vol van heilige Geest en begonnen te spreken in vreemde talen, zoals de Geest hun ingaf.
Nu woonden er in Jeruzalem vrome Joden, afkomstig uit ieder volk onder de hemel. Toen dat geluid opkwam, liep de menigte te hoop en raakte in verwarring, omdat iedereen hen in zijn eigen taal hoorde spreken. Ze stonden versteld en vroegen zich verwonderd af: ‘Maar dat zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken! Hoe is het dan mogelijk dat ieder van ons de taal van zijn geboortestreek hoort? Parten en Meden en Elamieten, en bewoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, Pontus en Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte en het Libische gebied bij Cyrene, en hier woonachtige Romeinen, Joden en proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken over de grote daden van God.’
Om welke reden heeft God Hem gestuurd om tot de armen te prediken? “Om vrijlating te prediken aan gevangenen.” Wij waren de gevangenen. Vele jaren had Satan ons gebonden en gevangen gehouden en onderworpen aan zichzelf. Jezus is gekomen ‘om vrijlating aan gevangenen en zicht aan blinden te verkondigen’. Door Zijn woord en de verkondiging van Zijn onderricht zien de blinden. Origenes (c 185-253)
LEZINGEN VAN DE ZONDAG Handelingen : 16,16-34
Onderweg naar die gebedsplaats kwam er eens een slavin op ons af die een helderziende geest had en met haar waarzeggerij voor haar eigenaren veel geld verdiende. Zij liep Paulus en ons achterna en schreeuwde aldoor: ‘Deze mensen zijn dienaren van de allerhoogste God. Ze verkondigen u de weg naar de redding.’ Dat deed ze vele dagen achtereen. Toen het Paulus te veel werd, draaide hij zich om en zei tegen de geest: ‘In naam van Jezus Christus beveel ik je uit haar weg te gaan.’ Op dat ogenblik ging hij weg. Toen haar eigenaren hun hoop op inkomsten vervlogen zagen, grepen ze Paulus en Silas vast en sleurden hen naar het stadsbestuur op het plein; ze brachten hen voor de pretoren en zeiden: ‘Deze mensen brengen onrust in onze stad. Het zijn Joden en ze verkondigen zeden en gewoonten die wij als Romeinen niet mogen overnemen of volgen.’ Ook het volk keerde zich tegen hen en de pretoren rukten hun de kleren van het lijf en lieten hen met stokken afranselen. Toen men hun een flink aantal slagen had toegediend, zetten ze hen in de gevangenis, en ze gaven de cipier het bevel om hen streng te bewaken. Op dit bevel zette hij hen in de binnenste kerker en sloot hun voeten in het blok. Rond middernacht zongen Paulus en Silas hun gebeden voor God, terwijl de gevangenen toeluisterden. Plotseling deed zich een zo zware aardschok voor dat de fundamenten van de gevangenis schudden. Meteen gingen alle deuren open en sprongen bij iedereen de boeien los. De cipier schoot wakker en toen hij de deuren van de gevangenis open zag staan, trok hij zijn zwaard en wilde hij zelfmoord plegen, omdat hij dacht dat de gevangenen ontsnapt waren. Maar Paulus schreeuwde: ‘Doe uzelf geen kwaad, we zijn er nog allemaal!’ Hij vroeg om licht, rende naar binnen en viel bevend voor Paulus en Silas neer; daarop ging hij met hen naar buiten en zei: ‘Heren, wat moet ik doen om gered te worden?’ Zij antwoordden: ‘Geloof in de Heer Jezus; dan zult u gered worden, u en al uw huisgenoten.’ En ze verkondigden het woord van de Heer aan hem en aan al zijn huisgenoten. Nog op dat uur van de nacht nam hij hen mee om hun wonden te wassen. Meteen daarna liet hij zich met al de zijnen dopen. Hij nam hen mee naar zijn woning en zette hun een maaltijd voor; met al zijn huisgenoten verheugde hij zich omdat hij nu in God geloofde
Thomas betast de zijde van Christus ; Icoon uit het Vatopadi Monasterie op de Athos
THOMASZONDAG
j1. Thomaszondag: Als Pascha het hoogtepunt is van het hele kerkelijke jaar, dan moet de eerste zondag na Pascha, die de Kerk terecht ‘Nieuwe Zondag’ noemt, terecht worden beschouwd als ‘de eerste na de ene’, namelijk hoger dan alle andere zondagen van het jaar. . Daarom was het niet meer dan normaal dat de Kerk op deze prominente en grote dag de viering van de nagedachtenis van een heilige met passende spirituele pracht had aangewezen. Zo zien we dat we op deze zondag de nagedachtenis van de apostel Thomas vieren en daarom kennen onze mensen het als “zondag van Sint Thomas”. Toch lijkt deze apostel de meest lasterlijke man van God te zijn in de volksvroomheid. Hij was ontrouw , meer dan enige andere zonde, de beschuldiging die zelfs door de Vaders van de Woestijn werd gevreesd. De heilige Petrus, die op een moment van menselijke zwakheid Christus verloochende, werd niet gekarakteriseerd als ongelovig of verrader. Integendeel, de heilige Thomas, zonder echt ongelovig te zijn geweest, werd “de ongelovige Thomas” genoemd en werd voor de hele christelijke tijd het symbool van ongeloof en twijfel bij uitstek. Het is duidelijk dat dergelijke karakteriseringen onverenigbaar zijn met de apostel en de heilige. Wat gebeurt er dan? Er moet zeker iets mis zijn met de hele vraag. Er moet iets ontbreken in het verhaal waardoor we de volgorde van dit merkwaardige onderwerp niet kunnen zien. Om de zaak in zijn perspectief te kunnen zien en om deze tegenstrijdige indruk in de christelijke wereld te begrijpen, moeten we zorgvuldiger onderzoeken, met als basis de juiste tekst van het evangelie (Johannes 20: 19-29), die precies het gedrag van St. Thomas ten opzichte van de verrezen Heer toont, en hoe Christus Zelf zulk gedrag kenmerkte. We worden er daarom aan herinnerd dat terwijl de discipelen “verzameld waren uit vrees voor de Joden”, Jezus kwam en in hun midden stond. Voordat Hij “Zijn handen en Zijn zijde” liet zien, zodat ze ervan overtuigd zouden kunnen worden dat precies Hijzelf de gekruisigde was en niet een of andere geest, zei Hij tegen hen “vrede zij u”. In deze twee woorden ligt de sleutel voor de oplossing van het probleem dat ons bezighoudt. Vrede was de onmisbare vooronderstelling en de enige kracht die de paniek en verwarring uit de scènes van de passie zou verwijderen, en die de discipelen in staat zou stellen zonder enige twijfel het wonder van de opstanding te aanvaarden. Het is om deze reden dat Christus Zijn vrede projecteert voordat Hij Zijn handen en Zijn zijde als bewijs uitstrekt. Het was dus een natuurlijk gevolg dat “de discipel zich verheugde toen hij de Heer had gezien”. Thomas was echter afwezig bij deze eerste ontmoeting. Door van de andere discipelen te horen ‘we hadden de Heer gezien’, kon hij de angst en verwarring niet uit zijn ziel verwijderen. Bovendien, aangezien hij zowel tegenover zichzelf als tegen zijn Leraar eerlijk wilde zijn, om Hem niet alleen met zijn lippen te belijden, maakte hij de directe ervaring van zijn ontmoeting met de verrezen Heer tot een voorwaarde voor zijn geloof. Dus “na acht dagen” toen de discipelen weer bijeen waren, “en Thomas was bij hen”, verscheen Jezus weer in hun midden en volgde precies dezelfde volgorde of gebaren en woorden. Hij begint opnieuw met te zeggen “vrede zij u”, zodat Hij ook Thomas ‘harde hart kan bevrijden.
Christus is verrezen door zijn dood heeft hij de dood overwonnen voor allen die in het graf verblijven
Icoon van de verrijzenis.
Christus heeft de poorten van de hel verbrijzeld en rijkt Adam en Eva de hand (symbolen van de mensheid)
H. Gregorius van Nazianze (330-390) bisschop en kerkleraar Homilie voor het Paasfeest; PG 36, 624
“Zo iemand de eerste wil zijn, dan moet hij de laatste van allen zijn”
Sommigen zijn onzeker geworden door de tekenen van het Lijden op het lichaam van Christus en vragen zich af : “Wie is die Koning der Glorie?” (Ps 23,7). Antwoord ze dat het de krachtige en machtige Christus is (v.8) in alles wat Hij altijd gedaan heeft en altijd zal doen… Laat ze de schoonheid zien van het kleed dat het lijdende lichaam van Christus draagt, dat door het Lijden mooier is geworden en omgevormd door de straling van zijn goddelijkheid. Dit glorieus kleed waarvan God het mooiste en waardigste maakt om door de wereld bemind te worden… Is Hij minder omdat Hij zich nederig maakt voor jou? Is Hij verachtelijk omdat Hij als Goede Herder zijn leven geeft voor zijn schapen? (Joh 10,1) Hij kwam het verdwaalde schaap zoeken en toen Hij het gevonden heeft, heeft Hij het op zijn schouders teruggebracht; deze schouders hebben voor het schaap het kruis gedragen. En toen Hij het teruggebracht heeft, heeft Hij het ondergebracht bij de schapen die in de stal zijn gebleven (Lc 15,4v). Acht jij Hem minder groot, omdat Hij een doek omdeed om de voeten van zijn leerlingen te wassen en ze daarmee toonde dat de beste wijze om zich te verheffen, zich te vernederen is? (Joh 13, 4; Mat 23,12)… Omdat Hij zich vernederd heeft, zijn ziel naar de aarde boog om hen die onder het gewicht van de zonden gebukt gaan, te verheffen? Verwijt je Hem dat Hij met de tollenaars en de zondaars gegeten heeft omwille van hun heil? (Mt 9,10) Hij heeft vermoeidheid, honger, dorst, angst en tranen gekend, toen Hij de wet van de menselijke natuur volgde. Maar wat heeft Hij niet gedaan als God?… Om te leven, hadden wij een God nodig die mens werd en die onsterfelijk werd. Wij hebben in zijn dood gedeeld, die ons zuiverde; door zijn dood deelt Hij met ons de Verrijzenis; door zijn Verrijzenis laat Hij ons delen in zijn heerlijkheid.
Lezingen van de Goddelijke Liturgie van Pasen Handelingen 1,1-8:
Jezus’ laatste opdracht en hemelvaart [1] Mijn * eerste boek, Teofilus, ging over alles wat Jezus heeft gedaan en geleerd, vanaf het begin [2] tot de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn opdracht had gegeven. [3] Aan hen heeft Hij veertig* dagen lang herhaaldelijk bewezen dat Hij na zijn lijden weer in leven was. Hij vertoonde zich aan hen en sprak over het koninkrijk van God. [4] Toen Hij bij hen was, drukte Hij hun op het hart: ‘Ga niet uit Jeruzalem weg, maar blijf wachten op de belofte van de Vader die jullie van Mij hebben gehoord; [5] immers, Johannes doopte met water, maar jullie zullen gedoopt worden in heilige Geest, binnen enkele dagen.’ [6] Degenen die daar samengekomen waren, stelden Hem toen de vraag: ‘Heer, herstelt* U in deze tijd het koninkrijk voor Israël?’ [7] Maar Hij zei tegen hen: ‘Het komt jullie niet toe de tijden of momenten te kennen die de Vader in zijn volmacht heeft vastgesteld; [8] maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot het uiteinde van de aarde
Evangelie : Johannes, 1,1-17 Hoofdstuk 1
[1 In het begin was het woord*,en het woord was bij God, en het woord was God. [2] Het was in het begin bij God. [3] Alles* is door Hem ontstaan, en buiten Hem om is er niets ontstaan. Wat ontstaan was, [4] had leven in Hem, en het leven was het licht van de mensen. [5] Het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis kon het niet aan. [6] Er is een mens geweest, een gezondene van God; zijn naam was Johannes. [7] Hij kwam als getuige: hij moest getuigen van het licht, opdat allen door hem tot geloof zouden komen. [8] Hij was niet het licht, hij moest getuigen van het licht. [9] Het* ware licht was er, dat elke mens verlicht en dat in de wereld* moest komen. [10] Het was in de wereld, een wereld die door Hem was ontstaan, en die wereld heeft Hem niet erkend. [11] In zijn eigen* huis is Hij gekomen, en zijn eigen* mensen hebben Hem niet opgenomen. [12] Aan diegenen die Hem toch opnamen, heeft Hij het vermogen gegeven om kinderen te worden van God: aan hen die geloven* in zijn naam. [13] Niet langs de weg van het bloed, niet door de begeerte van het vlees of door mannelijk streven, maar uit God zijn ze geboren. [14] Ja, het woord* is vlees geworden! Hij* is onder ons zijn tent komen opslaan en we hebben zijn heerlijkheid gezien, de heerlijkheid die Hij als eniggeboren* Zoon aan de Vader ontleende, vervuld als Hij was van genade en waarheid. [15] Van Hem legt Johannes getuigenis af en zijn verklaring luidt: ‘Hem bedoelde ik toen ik zei: “Hij die na mij komt, is mijn meerdere, want vóór mij was Hij er al.” ‘ [16] Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen, genade op genade. [17] wet gegeven door Mozes, de genade en de waarheid zijn gebracht door Jezus Christus.
Meliton van Sardes (?-ca.195), bisschop Paashomilie, 57-67
Het mysterie van het Pasen van de Heer
Het mysterie van Pasen heeft zich voltrokken in het lichaam van de Heer. Hij had zijn eigen lijden al aangekondigd door de voorvaderen, de profeten en heel zijn volk. Hij had ze bevestigd door een zegel in de Wet en de profeten. Deze buitengewone en grootse toekomst werd lang van tevoren voorbereid; het werd al sinds lange tijd verbeeld, maar nu is het mysterie van de Heer zichtbaar gemaakt, want het mysterie van de Heer is oud en nieuw… Wil je het mysterie van de Heer zien? Kijk naar Abel die net als Hem vermoord is, Izaak werd net als Hem geketend, Jozef werd als Hem verkocht, Mozes als Hem blootgesteld. David werd als Hem opgejaagd, de profeten werden als Hem mishandeld in de naam van Christus. Kijk tenslotte naar het geslachte schaap op de Egyptische grond, die Egypte sloeg en Israël redde door zijn bloed. Door de stem van de profeten verkondigde het mysterie van de Heer zich ook. Mozes zei tegen het volk: “Voortdurend zal uw leven in gevaar zijn; dag en nacht zult u in angst zitten, omdat u uw leven niet zeker bent” (Dt 28,66). En David: “Waarom zijn de volken oproerig, gaan zinloos de natiën aan? Hoe posteren zich wereldse heersers, spannen samen de groten der aarde de Heer en zijn Gezalfde trotserend” (Ps 2,1). En Jeremia: “Ik was argeloos als een lam dat ter slachting geleid wordt; ik vermoedde niet wat ze tegen mij beraamden: ‘… We bannen hem uit het land van de levenden, zodat zijn naam niet meer worden genoemd’” (11,19). En Jesaja: “Hij werd gefolterd en diep vernederd, maar heeft zijn mond niet geopend, zoals een lam dat ter slachting geleid wordt. En, zoals een schaap dat stom is voor zijn scheerders, heeft hij zijn mond niet geopend. Wie denkt nog over zijn bestemming na?” (53,7) Vele andere gebeurtenissen werden verkondigd door talloze profeten die aan het mysterie van Pasen, dat Christus is, raakten… Hij is het die ons bevrijd heeft uit de slavernij aan deze wereld zoals uit Egypte, en wij ontrukken ons uit de slavernij van de duivel, als uit de hand van de farao.
“De komende dagen zullen we aanwezig zijn – niet alleen herinneren, maar ook aanwezig zijn – bij De Passie van Christus. We zullen deel uitmaken van de menigte rond Christus en de discipelen en de Moeder Van God; terwijl we de evangelielezingen horen, terwijl we luisteren naar de gebeden van de kerk, zoals het ene beeld na het andere van deze dagen van de Passie voor onze ogen voorbijgaat, laat ieder van ons zichzelf de vraag stellen: “Waar sta ik, wie ben ik in deze menigte? Een Farizeeër? Een schriftgeleerde? Een verrader, een lafaard? Of sta ik tussen de apostelen?” (Antony Bloom)
laatste avondmaal
HIJ NOEMT ZICHZELF “HET LEVENDE BROOD DAT LEVEN GEEFT AAN DE WERELD” (VGL. JOH. 6:51) DAT WIJ MOETEN ETEN. . ZIE VANWAAR DIT VOORJAAR STROOMT! KIJK WAAR DIT BROOD VANDAAN KOMT! VOOR ÉÉN EN DEZELFDE PERSOON IS ZOWEL BROOD ALS LENTE. DE ENIGGEBOREN ZOON. ONZE GOD. CHRISTUS DE HEER. VOOR WIE WE ONOPHOUDELIJK MOETEN HONGEREN.
ST COLUMBANUS (563-615)
Nadat onze voeten gewassen zijn,en wij gezuiverd werden door de deelname aan Uw goddelijk mysterie, o Christus, vertrekken wij met Uw leerlingen van Sion naar de hoge berg der Olijven, terwijl wij U bezingen, o Mensenvriend.
Ziet, Mijn vrienden, hebt Gij gezegd, weest niet bevreesd, want het uur nadert dat Ik ter dood word gebracht door de handen der goddelozen. Gij zult allen in het duister vallen, na Mij te hebben verlaten, maar Ik zal u weer bijeenbrengen, om Mij te bezingen als de mensenvriend.
Chanted by The Boston Byzantine Choir Treurzangen gezongen tijdens de liturgie van Grote vrijdag 1st, 2nd and 3rd Stasis
Goede Vrijdag Zet mij even stil bij Goede Vrijdag Zet mij even stil op Golgotha Eerlijk gezegd vind ik het moeilijk Iemand die moest sterven in mijn plaats Maar toch, toch wil ik me Uw lijden beseffen Toch, toch dank ik U dat U mij kwam redden! U liep de extra mijl En stierf aan het kruis U ging door de hel En ik mag naar huis U streed de zwaarste strijd En toch hield U stand Mijn leven ligt bevrijd In Uw doorboorde hand Kom me tegemoet Heer in mijn denken Kom me tegemoet in al mijn trots Ik red het liefst mezelf En daarom denk ik dat Uw dood vaak met mijn leven botst Maar toch, toch wil ik me Uw lijden beseffen Toch, toch dank ik U dat U mij kwam redden! Het is Goede Vrijdag en ik mag naar huis Het is Goede Vrijdag en nu ben ik thuis
(Matthijn Buwalda)
Antifon 15. Toon 6
Vandaag wordt hij die de aarde aan de wateren hing aan een boom gehangen, (x3) Hij die koning van de engelen is, is opgesteld in een doornenkroon. Hij die de hemel in wolken wikkelt, is gewikkeld in spottend paars. Hij die Adam bevrijdde in de Jordaan krijgt een klap op zijn gezicht. De bruidegom van de kerk is getransfixeerd met spijkers. De Zoon van de Maagd wordt doorboord door een lans. Wij aanbidden uw lijden, o Christus (x3) Toon ons ook uw glorieuze opstanding.
De geseling van Jezus
De kruisweg
Dimas de moordenaar die met Jezus gekruisigd was, hij had berouw. “Jezus : vandaag nog zal je met mij in het paradijs zijn”
De ed’le Jozef heeft u van het kruis genomen U o Heer In smetteloos welriekend linnen heeft hij U gehuld.
Toen Gij in ’t dodenrijk zijt afgedaald O onsterfelijk leven Hebt Gij hades vernietigd door uw God’lijk licht
De Myrondraagsters kwamen aan Uw graf O Heer en God Maar de engel aan het graf sprak hun toe
Zie deze myronbalsem is passend voor wie gestorven zijn Maar Christus is de onvergankelijke Heer
(De edle Jozef Troparion van Goede Vrijdag toon 2 koor van de Orthodoxe kerk van Gent olv Paul Morreel)
Dus Pilatus, die de menigte wilde bevredigen, liet barabbas voor hen vrij, en nadat Jezus werd gegeseld, leverde hij hem over om gekruisigd te worden (Marcus 15,15)
Het Epitaphos
Dit doek is in elke Orthodoxe kerk aanwezig en wordt op Grote vrijdag in processie rondgedragen en vereerd
GROTE VRIJDAG
Zalig hij die zorg draagt voor de hehoeftigen en de armen : ten dage van onheil zal de Heer hem bevrijden.
Mijn vijanden spreken kwaad over Mij : wanneer zal Hij sterven en zal Zijn Naam vergeten zijn ? Zelfs Mijn vriend, op wie ik vertrouwde, die Mijn Brood met Mij at Heeft zijn hiel tegen Mij opgeheven.
Zoon van God, neem mij heden aan als deelgenoot van Uw mystiek Avondmaal. Uw Mysterie zal ik niet verraden aan Uw vijanden.
Ik zal U geen kus geven zoals Judas, Maar evenals de rover belijd ik mijn geloof : gedenk Mijner o Heer, in Uw Koninkrijk.
Met vasten heb ik mijn hoop in U, mijn Heer, die weer zal komen, blij. Vasten versnelt mijn voorbereiding op Uw komst, de enige verwachting van mijn dagen en nachten. Vasten maakt mijn lichaam dunner, zodat wat overblijft makkelijker kan glanzen met de geest. Terwijl ik op U wacht, wil ik mezelf niet voeden met bloed of leven nemen – zodat de dieren de Vreugde van mijn verwachting kunnen voelen. Maar echt, onthouden van voedsel zal me niet redden. Zelfs als ik alleen het zand uit het meer zou eten, zou je niet naar mij toe komen, tenzij het vasten dieper in mijn ziel doordrong.
[4] Verheug u altijd in de Heer. Nog eens: verheug u! [5] Uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn. De Heer* is nabij. [6] Wees niet bezorgd, maar laat al uw wensen bij God bekend worden door te bidden en te smeken en door een dankgebed te zeggen. [7] En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw hart en uw gedachten bewaren in Christus Jezus. [8] Tenslotte, broeders en zusters, blijf aandacht besteden aan al wat waar en edel is, rechtvaardig en rein, beminnelijk en aantrekkelijk, aan al wat deugd heet en lof verdient. [9] En breng in praktijk wat u geleerd en overgeleverd is, en wat u van mij hebt gehoord en gezien. Dan zal de God van vrede met u zijn
De eredienst van het nieuwe verbond [11] Maar* nu is Christus gekomen, de hogepriester van de komende goede dingen. Hij is door een verhevener en volmaakter tent, die niet gemaakt is door mensenhand – dat wil zeggen: ze behoort niet tot onze geschapen wereld – [12] eens en voorgoed het heiligdom binnengegaan, en niet met het bloed van bokken en kalveren maar met zijn eigen bloed heeft Hij een eeuwige verlossing verworven. [13] Want als het bloed van bokken en stieren en het bestrooien met de as van een vaars de verontreinigden kan heiligen zodat zij uiterlijk rein worden, [14] hoeveel te meer dan het bloed* van Christus. Door de eeuwige Geest heeft Hij zichzelf aan God geofferd als een smetteloos offer, dat ons geweten zuivert van dode werken, om de levende God te dienen.
Geen schepsel is voor Hem verborgen, alles ligt open en bloot voor de ogen van Hem aan wie wij rekenschap hebben af te leggen. Jezus, onze hogepriester Nu wij een verheven hogepriester* hebben, een die de hemelse sferen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, moeten wij vasthouden aan onze belijdenis. Want wij hebben een hogepriester die in staat is om mee te voelen met onze zwakheden; Hij werd zelf op allerlei manieren op de proef gesteld, precies zoals wij, afgezien dan van de zonde. Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om barmhartigheid en genade te vinden en zo hulp te krijgen op de juiste tijd.
Niemand, hoe zwak ook, wordt een aandeel in de overwinning van het kruis ontzegd .Niemand is buiten de hulpvan het gebed van Christus.
Paus Leo de Grote
Lezingen van de zondag
Hebreeën, 4,14-5,6
4,14 Nu wij een verheven hogepriester hebben, een die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, moeten wij vasthouden aan onze belijdenis. 15Want wij hebben een hogepriester die in staat is mee te voelen met onze zwakheden; Hij werd zelf op allerlei manieren op de proef gesteld, precies zoals wij, afgezien dan van de zonde. 16Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om barmhartigheid en genade te verkrijgen en tijdige hulp.
5,1 Want elke hogepriester wordt genomen uit de mensen en aangesteld voor de mensen, om hen te vertegenwoordigen bij God en om gaven en offers op te dragen voor de zonden. 2Hij is in staat onwetenden en dwalenden geduldig te verdragen, daar hij ook zelf aan zwakheid onderhevig is; 3daarom moet hij, als hij offers voor de zonden opdraagt, even goed aan zijn eigen zonden denken als aan die van het hele volk. 4En niemand kan zich die waardigheid aanmatigen, men moet evenals Aäron door God geroepen worden. 5Ook Christus heeft zichzelf niet de eer van het hogepriesterschap toegekend; dat heeft God gedaan, die Hem zei: Gij zijt mijn zoon, Ik heb U heden verwekt. 6En elders zegt Hij: Gij zijt priester voor eeuwig, op de wijze van Melchisedek.
Evangelie :
Marcus, 8,34-9,1 :
8, 34 Nadat Hij behalve zijn leerlingen ook het volk bij zich had laten komen, sprak Hij tot hen: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen. 35Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest omwille van Mij en het Evangelie, zal het redden. 36Wat voor nut heeft het voor een mens de hele wereld te winnen als dit ten koste gaat van eigen leven? 37Wat toch zou een mens in ruil kunnen geven voor zijn leven? 38Als iemand zich schaamt over Mij en mijn woorden ten overstaan van dit overspelig en zondig geslacht, zal ook de Mensenzoon zich over hem schamen, wanneer Hij, vergezeld van de heilige engelen, komt in de heerlijkheid van zijn Vader.”
9,1 Hij sprak tot hen: “Voorwaar, Ik zeg u: onder de hier aanwezigen zijn er die de dood zullen ervaren, voordat zij zien dat het Rijk Gods is gekomen in kracht.”
De heilige Gregorius Palamas, aartsbisschop van Thessalonika. Hij was geboren in Constantinopel in 1296. Zijn vader was senator en het gezin had 7 kinderen, van wie Gregorios de oudste was. Hij deed met groot succes zijn studies in filosofie, en men sprak reeds van een nieuwe Aristoteles. Maar de ernstige Gregorios zocht veel meer naar een geestelijk leven. Reeds tijdens zijn studietijd stelde hij zich onder de leiding van een bekende monnik, Theoleptos van Filadelfia, die hem de begindselen van het innerlijk gebed leerde. Toen hij 20 jaar oud was, besloot Gregorios de wereldse zorgen te verlaten. Reeds toen bleek de macht van zijn persoonlijkheid, want twee broers, twee zusters, zijn moeder en een aantal bedienden kozen het monastieke leven. Gregorios en zijn broers trokken te voet naar de Athos en vonden onderdak in de omgeving van Watopedi.
25e zondag van de Vasten : zondag van de heilige Gregorios Palamas
Heilige Gregorios Palamas
Tweede zondag van de Grote Vasten
Van de heilige Gregorios Palamas
LEZINGEN VAN DE ZONDAG :
Hebr.1,10-2,3
In het begin, Heer, hebt U de aarde gegrondvest,
en de hemel is het werk van uw handen.
Zij zullen vergaan, U echter blijft.
Alle zullen ze verslijten als kleren,
U zult ze opvouwen als een mantel,
als een kledingstuk zullen zij verwisseld worden.
U echter bent dezelfde
en uw jaren nemen geen einde.
Tot welke engel heeft Hij ooit gezegd:
Ga zitten aan mijn rechterhand,
totdat Ik uw vijanden als een voetbank voor uw voeten heb gelegd?
Wat zijn zij anders dan dienende geesten, uitgezonden ten behoeve van hen die de redding zullen erven?
Trouw aan de boodschap
2.Daarom moeten wij des te meer aandacht schenken aan wat wij gehoord hebben, om niet uit de koers te raken. Want als het door engelen gesproken woord zo’n gezag had dat elke overtreding of ongehoorzaamheid haar rechtmatige vergelding ontving, hoe zullen wij dan ontkomen, wanneer wij een zo grote redding verwaarlozen, die eerst verkondigd is door de Heer, en getrouw aan ons is doorgegeven door hen die Hem gehoord hebben;
De strijd die in de achtste en negende eeuw in Byzantium onder leiding van de keizers woedde tegen de verering van de iconen. De achtergrond van deze strijd was drieledig. Ten eerste cultureel: een semitische huivering met betrekking tot beeld en afbeelding, die haaks stond op de Hellenistische achtergrond van veel christenen in Byzantium. Ten tweede politiek: het bevestigen van keizerlijke macht tegenover aanspraken van de kerk, patriarch en monniken. Ten derde theologisch: het oud-testamentisch verbod op het afbeelden van God en verzet tegen de ontaarding van iconenverering die in bepaalde monastieke kringen verworden was tot beeldenaanbidding. Het iconoclasme is veroordeeld op hetconcilie van Nicea.
In de orthodoxe Kerk wordt het terug toestaan van de iconenverering gevierd op de 1e zondag van de vasten.
LEZINGEN VAN DE DAG
Hebr.11,24-26,32, 12,2
Door het geloof heeft Mozes zelf, toen hij groot geworden was, geweigerd om door te gaan voor een zoon van de dochter van de farao. Hij wilde liever mishandeld worden met het volk van God dan voor korte tijd profiteren van de zonde. En wat moet ik nog meer noemen? De tijd ontbreekt me om te verhalen van Gideon, Barak, Simson en Jefta, van David en Samuël en de profeten. 12. 2 :Kijk naar Jezus, de leidsman en voltooier van ons geloof. Omwille van de vreugde die voor Hem in het verschiet lag, heeft Hij een kruis op zich genomen en de schande niet geteld: nu zit Hij aan de rechterkant van Godstroon.
Evangelielezing :
Johannes 1,43-51
Jezus roept Filippus en Natanaël De volgende dag, toen Hij besloten had om naar Galilea te gaan, ontmoette Hij Filippus. ‘Volg Mij’, zei Jezus tegen hem. Filippus was afkomstig uit Betsaïda, de stad waar ook Andreas en Petrus vandaan kwamen. Filippus ging Natanaël opzoeken en zei tegen hem: ‘Degene over wie Mozes in de Wet en ook de profeten hebben geschreven, die hebben we gevonden: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.’ ‘Nazaret?’ zei Natanaël. ‘Kan daar iets goeds vandaan komen?’ Maar Filippus hield vol: ‘Kom mee en je zult het zien.’ Jezus zag dat Natanaël naar Hem toe kwam en zei over hem: ‘Daar heb je een echte Israëliet, in wie geen oneerlijkheid is.’ ‘Waar kent U mij van?’ vroeg Natanaël. Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Nog voordat Filippus je kwam roepen, toen je onder de vijgenboom zat, had Ik je al gezien.’ ‘Rabbi,’ zei Natanaël, ‘U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël!’ Waarop Jezus zei: ‘Je gelooft dus omdat Ik zei dat Ik je gezien heb onder de vijgenboom? Je zult nog grotere dingen zien!’ En Hij voegde eraan toe: ‘Waarachtig, Ik verzeker jullie: je zult zien hoe de hemel geopend is en Gods engelen opstijgen en neerdalen boven de Mensenzoon.’
Oecumenisch patriarch Bartholomeüs vraagt te bidden tegen corona GEPUBLICEERD OP MAANDAG 15 MAART 2021 – 10:29
Volgens Bartholomeüs, de oecumenische patriarch van Constantinopel, kan de coronacrisis in de veertigdagentijd bijdragen tot innerlijke verdieping. Bartholomeüs, de oecumenische patriarch van Constantinopel, heeft in zijn vastenboodschap opgeroepen te bidden voor steun en kracht tijdens de coronapandemie en opdat er snel een einde zou komen aan de sociale en economische gevolgen ervan. Hij vroeg ook te bidden voor een spoedige heropening van het orthodoxe seminarie van Halki, het belangrijkste academische opleidingscentrum van het patriarchaat dat sinds 1971 op bevel van de Turkse overheid is gesloten. Patriarch Bartholomeüs schrijft dat de gezondheidsmaatregelen vervelend, maar onvermijdelijk zijn. Zij kunnen ons helpen om ons in de voorbereidingstijd op Pasen te bevrijden van allerlei overbodige wereldse zaken. Tegelijk wijst hij een gesloten spiritualiteit, waarbij wij de ander en de wereld zouden afwijzen, van de hand. Het ware spirituele leven is een pad van innerlijke wedergeboorte, met een liefdevolle toewending naar de naaste en de bereidheid tot verzoening.
“Waarom neemt dit korte en eenvoudig gebed zo’n belangrijke plaats in onder de liturgische gebeden van de gehele vastentijd ? Omdat hetop een unieke manier alle negatieve en positieve elementen van berouw en in zekere zin een “geheugensteun” is voor onze persoonlijke inspanning gedurende de Vasten. Deze inspanning is ten eerste gericht op onze bevrijding van enkele fundamentele geestelijke ziekten die vorm geven aan ons leven en maken het vrijwel onmogelijk voor ons zelfs maar te beginnen om ons tot God te wenden.”
uit de Grote Vasten door Vader Alexander Schmemann