Isaak de Syriër bloemlezing

Isaak de Syriër :

Over de schade die de bittere ijver, die zich in ijver voor God vermomt, veroorzaakt, en over de hulp die de zachtmoedigheid en andere deugden verlenen

Eerste verzameling, discours 58

Deel 2

 

Isaac_the_Syrian (groot formaat).jpg

 

Isaak de Syriër (van Ninive)

13.

Een rechtvaardig mens, maar verstoten van wijsheid, is als een lamp in volle zon. Het gebed van wie zich beledigingen herinnert, is als een zaad dat op de rots is geworpen. Een asceet zonder barmhartigheid is als een onvruchtbare boom. Een verwijt dat voortkomt uit het begeren, is als een vergiftigde pijl. Een lofbetuiging die voortkomt uit dubbelhartigheid , is een verborgen valkuil. Een onredelijke raadgever is als een blinde leider. De kring van de spotters breekt het hart. Geregeld een wijs man bezoeken, is als een verfrissende bron. Een wijze raadgever is een veilige schutsmuur. Een onredelijke vriend en verstoten van wijsheid, is een vat vol onheil. Het is beter een huis in rouw te zien dan een wijze die een dwaas volgt. Het is beter bij wilde dieren te verblijven dan met begerige lieden. Het is beter en een graf te wonen dan met verdorven mensen. Verkies eerder te leven met gieren dan met hebzuchtige en onverzadigbare mensen. Heb liever een moordenaar als gezel dan een ruziemaker. Verkies het gezelschap van een zwijn boven dat van een gulzigaard, want de pens van een zwijn is beter in de mond van een gulzigaard. Verkies het gezelschap van melaatsen boven dat van trotsen.

14.

Wees vervolgd,maar vervolg niet. Wees gekruisigd, maar kruisig niet, lijd onrechtvaardigheid, maar bega geen onrechtvaardigheid. Word neergehaald, maar haal niet neer. Wees lankmoedig en geef geen blijk van slechts ijver. Zich als rechter gedragen, past niet in de zeden van de christenen. Er is niets dergelijks in het onderricht van Christus. Wees blij met wie blij zijn, en ween met wie wenen : dit is het teken van de helderheid van de ziel. Lijd mee met de zieken, maak je te doen met de zondaars, verheug je met wie berouw tonen. Wees de vriend van elke mens, maar blijf alleen in je gedachte. Deel in het lijden van allen, maar blijf lichamelijk ver van allen. Wijs niemand terecht, richt verwijten aan niemand, zelfs niet aan wie een heel slecht leven lijden. Spreid je mantel over de zondaar, en bedek hem. Als je niet in staat bent zijn zonden op je te nemen en het oordeel erover te dragen in zijn plaats, deel tenminste zijn schaamte, veeleer dan hem te schande te maken.

15.

Weet mijn broeder dat, als wij binnen in onze cel moeten blijven, dan is dat om de slechte handelingen van de mensen niet te kennen en om zodoende ze alle te kunnen beschouwen als heilige en goed, in de zuiverheid van onze geest. Als wij makers worden van verwijten, lieden (worden) die er op uit zijn om anderen te oordelen, onderzoekers, kritische geesten, wezens die steeds onvoldaan zijn, waarin zou ons leven uiteindelijk verschillen van dat van de bewoners  van de steden ? Wat is erger dan ons leven in de woestijn als we aan dit alles niet zouden verzaken ?

16.

Als je niet in staat bent om de stilte in je hart te bewaren, bewaar ten minste deze van je tong. Als je niet in staat bent om je gedachten te bedwingen, bedwing dan ten minste je zintuigen. Als je niet in staat bent om alleen te zijn in je gedachte, wees ten minste lichamelijk alleen. En als je de ascese van het lichaam niet kan beoefenen, wees dan ten minste kommervol in je gedachte. En als je gedurende de nachtwake niet kan blijven rechtstaan, blijf dan wakker terwijl je op je bed zit, of zelfs neerligt. Als je geen kracht hebt om twee dagen zonder voedsel te blijven, vast dan tenminste tot de avond, wees dan ten minste op je hoede voor de verzadiging. Als je niet zuiver bent in je hart, wees dan tenminste zuiver van lichaam. Als je geen kommer draagt in je hart, draag dan tenminste het berouw op je gelaat. Als je niet in staat bent om barmhartig te zijn, spreek dan in het bewustzijn uit dat je een zondaar bent. Als je geen vredestichter bent, wees dan tenminste geen stichter van verwarring. Als je niet in staat bent om vol vurigheid te zijn, wees dan tenminste nederig in je geest. Als je niet in staat bent om overwinnaar te zijn, veracht dan niet wie overwonnen is. Als je niet de moed hebt de mond te sluiten van wie over zijn naaste kwaad spreekt, hoed je er dan toch voor het eens te zijn met hem.

17.

Weet dat, als er een vuur uit je hart komt en (het) de anderen verbrandt, God je rekenschap zal vragen voor de zielen die door het vuur dat uit jou kwam, verteerd zijn. En als jij het vuur niet hebt aangestoken maar het eens waart met hem die het ontstak en er plezier in vond, weet dat je zijn metgezel zult zijn bij het oordeel.

18.

Als je van de zachtmoedigheid houdt, wees vredelievend. En als je de vrede waardig bent  bevonden, zal je ten allen tijde vol vreugde zijn. Zoek de wijsheid, en niet het goud. Bekleed je met nederigheid, en niet met purper. Verover de vrede, en geen (aards) koningschap. Wie de nederigheid niet bezit is niet verstandig. Wie niet vredelievend is, is niet nederig. En niemand is vredelievend zonder vreugdevol te zijn. Langs geen van de wegen waarop de mensen lopen op deze wereld, zal een mens de vrede vinden, vóór dat hij de ‘hoop op God’ is genaderd. Het hart kan geen vrede vinden te midden van de smarten en moeilijkheden die hij tegenkomt, zolang het niet tot deze joop gekomen is. Zij is het die vrede uitspreidt in het hart en er vreugde uitgiet. Het is van haar dat de aanbiddelijke en alheilige lippen van de Heer spraken toen Hij zei : ‘Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en ik zal u rust schenken’ (Matth.11,28). Nadert, zo zei Hij, tot de joop, en je zal rust vinden, ver van je zwoegen en je angsten.

19.

De hoop op God verheft het hart, en de vrees voor de hel breekt het (hart). Het licht van de gedachte verwekt het geloof. Het geloof verwekt de troost en de hoop, en de hoop sterkt het hart. Het geloof is een inwendige openbaring en als de gedachte verduisterd wordt, dan verbergt het geloof zich, gaat de vrees ons beheersen en onze hoop afsnijden. Het is niet het geloof dat voortkomt uit een onderricht van buitenaf dat de mens bevrijdt van hoogmoed en twijfel, maar het geloof dat ontwaakt en opgaat in het bewustzijn en dat men “epignosis” noemt of openbaring van de waarheid. Zolang de geest dankzij deze inwendige openbaring van God als God waarneemt, kan de vrees het hart niet naderen. Als we dan, opdat we nederig zouden worden, overgelaten worden aan de duisternis en dit bewustzijn (van God) verliezen, dan komt de vrees terug, tot de genade weerom dichterbij ons komt, door de nederigheid en het berouw.

20.

De Zoon van God heeft het kruis verduurd; laten wij dus, wij, zondaars, moed vatten en ons overgeven aan de rouwmoed. Als het aanlichten van de rouwmoed voor Achab de toorn van God afwendde (1 Kon.21,27-29), zal ook ons oprecht berouw heel zeker niet zonder voordeel voor ons blijven. En, als een opflakkering van nederigheid de toorn Gods van hem afwendde – en hij was niet oprecht – hoeveel te meer zal (een ongeveinsde nederigheid) van onzentwege dit bewerken als we op waarachtige wijze over onze fouten kommer voelen. De kommer van de gedachte kan dit (bewerken), beter dan gelijk welke lichamelijke ascese.

21.

De Heilige Gregorius (de Theoloog) heeft gezegd : “Een tempel van God is hij, die nauw met Hem verenigd is en die zonder ophouden bekommerd is over het oordeel !. Waarin bestaat de bezorgdheid over het oordeel, tenzij hierin dat men onophoudelijk zijn rust zoekt en dat men voortdurend in kommer is als men bedenkt dat men de volmaaktheid niet kan bereiken door de zwakheid van onze natuur ?

Onophoudelijk hierover bekommernis voelen, dat is zonder ophouden in zijn ziel de herinnering aan God bewaren. Zoals de gelukzalige Basilius het zegt : “Het gebed zonder verstrooiing is het (het gebed) dat in de ziel de voortdurende gedachte aan God voortbrengt. En het inwonen van God in ons betekent dat we God in onszelf bezitten, omdat de herinnering aan Hem er stevig is ingeplant”, (H.Baslios de grote, Brief 2, Aan Gregorius 4.). Zo worden wij de tempel van God. Dit is onze zorg en dit vermorzelt ons hart, om ons klaar te maken om in zijn rust binnen te gaan.

Hem zij de eer in de eeuwen.

(uit : Heiliging – 1-2/2008)

Bloemlezing uit Isaak de Syriër

Bloemlezing uit Isaac van Ninive (de Syriër)(Deel 1)

 

isaac de syriër.jpg

Isaak de Syriër

Over de schade die de bittere ijver, die zich in ijver voor God vermomt, veroorzaakt en over de hulp die de zachtmoedigheid en andere deugden verlenen.

Eerste verzameling, discours 58

1.

Een ijveraar zal nooit tot de vrede van de gedachten geraken. En hij die de vrede niet kent, kent evenmin de vreugde. Als, zoals men zegt, de vrede van de gedachte volmaakte gezondheid betekent, dan is de ijver om de anderen te verbeteren het tegenovergestelde van de vrede, en hij die door deze ijver wordt bewogen lijdt aan een erge ziekte

O mens ! Wanneer je ijvert tegen de gebreken van de anderen, heb je de gezondheid uit je eigen ziel verjaagd. Je zou er beter aan doen om zorg te dragen voor je eigen gezondheid. Als je kost wat kost de zieken wil verzorgen, weet dan dat zij meer nood hebben aan liefdevolle bezorgdheid dan aan berispingen.

Maar jij, in plaats van anderen te helpen, maakt jezelf ernstig ziek. De ijver om de anderen te verbeteren wordt onder de mensen niet beschouwd als een vorm van wijsheid, maar als een ziekte van de ziel die enggeestigheid noemt en diepe onwetendheid die voortkomen uit de grootmoedigheid en uit het geduld om de menselijke zwakheid te verdragen. Ook staat er geschreven “De sterke moet de onvolkomenheden van de zwakke dragen” (Rom 15,1), en “Richt de gevallenen op in een geest van zachtmoedigheid (Gal 6,1). De Apostel rekent de vrede en het geduld onder de vruchten van de Geest (cf Gal 5,22).

2.

Een hart dat zich pijnlijk te doen maakt omdat de ziekte en de zwakheid het lichaam verhinderen om zichtbare daden te stellen, levert op deze wijze een bijdrage aan alle lichamelijke werken. Deze werken, zonder de kommervolle smart (Dit gaat over een mens die steeds de anderen oordeelt en heel zijn ijver aanwendt om hen op te richten en hun fouten, of wat hij als zodanig beschouwt te verbeteren) van de gedachte, zijn als een lichaam zonder ziel. Hij die kommervolle smart voelt in zijn hart maar zijn eigen zintuigen alle vrijheid laat, gelijkt op een zieke die lijdt in zijn lichaam, maar zijn mond toelaat om alle soorten voedsel die voor hem schadelijk zijn, te eten. Wie kommervolle smart voelt in zijn hart, maar zijn zintuigen alle vrijheid laat, gelijkt op een man die een enige zoon heeft en hem beetje bij beetje doet sterven door zijn eigen handen. De smart van de gedachte is een kostbare gave in de ogen van God, en wie haar bezit zoals het hoort, gelijkt op een mens die gezond is in zijn ledematen. Maar de mens die zijn tong de vrije teugel laat om over de anderen te praten, ten goede of ten kwade, is een dergelijke genade niet waardig.

De rouwmoed die samengaat met geklets is als een doorboorde ton. De goede manieren die samengaan met het honen van anderen, zijn een zwaard dat in honing is gedrenkt. De zuiverheid en het bezoeken van vrouwen zijn als een leeuwin en een lam in hetzelfde huis.

3.

De werken die volbracht zijn zonder barmhartigheid, zijn in de ogen van God als een man die een zoon doodt onder de ogen van zijn vader. Hij die ziek is in zijn ziel en een ander corrigeert, gelijkt op een blinde die de weg wijst aan anderen. De barmhartigheid en de strikte rechtvaardigheid(letterlijk : rechtvaardig oordeel), als zij samen in éénzelfde ziel wonen, zijn als een mens die in éénzelfde huis God aanbidt en de afgoden. De barhartigheid is het tegendeel van de strikte rechtvaardigheid. Deze (laatste) bestaat in een billijke verdeling onder allen. Zij bedeelt aan elkeen wat hij verdient, helt niet over naar de ene kant noch naar de andere, is zonder partijdigheid in de verdeling. Maar de barmhartigheid is een “geraakt worden” opgewekt door de genade. Zij buigt zich over elkeen met mededogen, geeft aan wie tuchtiging waardig is, niet terug wat hij verdient, en ze overlaadt mateloos hij die een beloning waardig is.

Als de barmhartigheid aan de kant staat van het goede, dan staat de strikte rechtvaardigheid aan de kant van het kwade. Zoals het hooi en het vuur niet in eenzelfde plaats kunnen samen zijn, zo kunnen de strikte rechtvaardigheid en de barmhartigheid niet verblijven in éénzelfde ziel. Zoals een korrel zand niet opweegt tegen een grote hoeveelheid goud, zo weegt de strikte rechtvaardigheid van God niet door in vergelijking met zijn barmhartigheid.

4.

Gelijkend op een handvol zand dat in de oceaan valt zijn de fouten van alle vlees, in vergelijking met de voorzienigheid en de barmhartigheid van God. Zoals een bron die overvloedig stroomt en niet kan worden verstopt door een handvol zand, zo kan de barmhartigheid van de Schepper niet overwonnen worden door de kwaadwilligheid van de schepselen. Gelijkend op een mens die zaait in de zee en hoopt te oogsten is hij die wrok koestert en bidt. Zoals het niet mogelijk is de lichtende vlam van het vuur te verhinderen om te klimmen, evenzo kan niets verhinderen dat het gebed van de barmhartige opstijgt naar de hemel. Zoals het water zich naar de diepte toe verspreidt, evenzo (doet) de macht van de woede, als deze haar plaats heeft gevonden in onze geest. Hij die de nederigheid heeft verworven in zijn hart, is voortaan dood voor de wereld, en wie dood is voor de wereld, is afgestorven aan de hartstochten. Voor wie in zijn hart dood is voor zijn verwanten, is de duivel dood. Wie de begeerte heeft binnengehaald, heeft, met haar, de duivel binnengehaald.

5.

Er is een nederigheid die komt van de vreze Gods, en er is een nederigheid die van God zelf komt. Er is hij die nederig is omdat hij God vreest, en er is hij die nederig is omdat hij de vreugde gevonden heeft. Bij wie nederig is omdat hij de vreugde gevonden heeft, volgt daaruit de bescheidenheid van zijn ledematen, de goede orde van zijn zintuigen en te allen tijde een vermorzeld hart; bij de andere, bij hem die nederig is omdat hij de vreugde gevonden heeft, volgt daaruit een grote jubel (het grieks geeft : eenvoud), een verruimd hart dat zichzelf niet meer omvat. De liefde kent geen schaamte, daarom is zij niet in staat een juiste maat aan haar veruitwendigheden op te leggen. De liefde is van nature spontaan en ze vergeet de in acht te nemen grenzen. Gelukzalig die U Heeft gevonden, U, de haven van alle vreugde.

6.

De samenkomst van de nederigen wordt door God in gelijke mate bemind als de samenkomst van de serafijnen. Een kuis lichaam is voor God kostbaarder dan een zuivere offergave. Beide zaken, de nederigheid en de kuisheid, bereiden in de ziel een verblijf (het grieks heeft : waarborg) voor de Drie eenheid.

7.

Als je met vrienden onderweg bent, bewaar dan een gereserveerde houding. Door zo te handelen bewijs je hen een dienst en ook aan jezelf. Inderdaad, het gebeurt vaak dat de ziel onder voorwendsel van vriendschap, de teugels van de waakzaamheid loslaat. Wees wantrouwig voor gesprekken, zij bouwen niet altijd op. Houd in de vergaderingen de stilte in ere, want zij bespaart voor heel wat schade. Waak over je buik, maar meer nog over je gezichtsvermogen, want een huiselijk conflict is zonder twijfel minder erg dan een oorlog die zich buiten afspeelt. Denk niet broeder dat het mogelijk is de innerlijke gedachten te bestrijden, als het lichaam niet goed toegerust is en niet goed geordend. Vrees de gewoonten meer dan de vijand. Wie in zichzelf een gewoonte voedt, is als een man die het vuur voedt, want de kracht van de gewoonten, en evenzo die van het vuur, komt van wat men hem als voedsel geeft. Als de gewoonte je één keer vraagt haar voedsel te geven, en je het haar weigert, zal ze je in het vervolg krachteloos bevinden. Maar als je één keer haar wil involgt, zal ze je daarna met nog meer kracht aanvallen.

8.

Aangaande alle zaken, houd dit in gedachten : de hulp die de waakzaamheid biedt, is meer waard dan (de hulp) die van de (ascetische) werken komt. Wees niet de vriend van wie graag lacht en (van wie) de mensen graag aan het lachen brengt, want hij zal je de gewoonte van de verstrooiing doen aannemen. Bied geen glimlachend gezicht aan wie zich laat gaan in zijn manier van leven. Hoed je er echter voor om hem te haten. Als hij verlangt zich op te richten, reik hem dan de hand en draag zorg voor hem tot aan zijn dood. Maar als je zelf ziek bent, mijd het dan om voor hem te zorgen Zoals men heeft gezegd : reik hem het uiteinde van je stok, enz. (Isaak verwijst naar een apophtegma dat door zijn lezers gekend is). Spreek in de nabijheid van een zelfvoldaan en begerig mens met omzichtigheid, want terwijl jij spreekt, interpreteert hij in zijn binnenste wat jij zegt op zijn manier, en hij zal jouw goede woorden gebruiken om de anderen te doen vallen, en hij verdraait in zijn geest de betekenis van jouw woorden om ze dienstbaar te maken aan zijn ziekte. Van zodra hij, in jouw aanwezigheid, over iemand begint te spreken, versomber (dan) je gelaat. En door zo te handelen zal je voor God en voor hem blijk geven van waakzaamheid.

9.

Als je iets geeft aan een mens die behoeftig is, laat dan een blije gelaatsuitdrukking de gift die je hem geeft voorafgaan en troost hem in zijn kommer met welwillende woorden. Als je zo handelt zal de vreugde die zijn gedachte zal vervullen, het halen op de voldoening van zijn lichamelijke behoeften.

10.

De dag waarop je de mond opent om van iemand kwaad te spreken, weet dan dat je dood bent voor God en dat al je werken ijdel zijn gemaakt, zelfs als je denkt dat dit terecht is en dat het met de intentie is om op te bouwen dat je gedachte deze aanvechting om te spreken heeft gekend. Inderdaad, waartoe dient het om zijn eigen huis af te breken om dat van zijn gezel te herstellen.

11.

De dag waarop je moeite doet voor een mens, op een of andere wijze, met je lichaam of in je gedachte, zonder onderscheid te maken of hij nu goed is of slecht, beschouw jezelf die dag als een martelaar en als iemand die heeft geleden voor Christus en waardig is bevonden hem te belijden. Herinner je inderdaad dat Christus gestorven is voor de zondaars, en niet voor de rechtvaardigen (cf. Matth 9,13). Begrijp hoe het een grote zaak is als je bekommerd bent voor slechte mensen en om eerder goed te doen aan zondaars dan aan rechtvaardigen ! De Apostel brengt het ons in herinnering als een zaak die bewondering verdient (Rom.5,7-8).

12.

Als je ertoe geraakt om in je binnenste de gerechtigheid van de ziel te verwerven, maak je dan niet bezorgd om een andere gerechtigheid te zoeken. Dat al je werken worden voorafgegaan door de kuisheid van het lichaam en de zuiverheid van het geweten, want, zonder deze zijn al je daden ijdel voor God (letterlijk : leeg). Wees je ook bewust dat elke daad die je zonder bedachtzaamheid of onderscheiding volbrengt, eveneens ijdel is, zelfs al is ze (op zichzelf) goed, want God beschouwt als gerechtigheid wat met onderscheiding is volbracht en niet wat de vrucht is van het toeval.

Uit :  Heiliging 1-2/2008

Wordt vervolgd…..

Gods aanwezigheid ervaren

Gods aanwezigheid ervaren

 

Christus pantocrator 55577.jpg

 

Zijn wij ontmoedigd ? Vinden wij de zin van het leven niet ? zijn wij (nutteloos) angstig, ongerust en bezorgd ? Zijn wij in onze stresserende consumptiemaatschappij levensmoe geworden ? Hebben wij alle “houvast” verloren, zelfs bij de geliefden die ons omringen ?…

Weet en besef dan dat de mensgeworden Zoon Gods, Christus – die ons menselijk bestaan in al zijn consequenties deelde, behalve in de zonde – ons niet als weeskinderen achterliet. Zoals Hij het beloofd had kwam de Heilige Geest, dezelfde Onzichtbare God op de Apostelen neer, en ook op ons allen. Beseffen wij het wel iedere dag opnieuw dat God aanwezig is en blijft. Hij is geen “afwezige” ! Wij zouden slechts onze vrije ontmoeting met Hem in de intimiteit van ons hart missen, indien wij onszelf afsluiten, indien wij “blind” en “doofstom” blijven ten overstaan van Zijn zo verrijkende aanwezigheid. Hij dringt zich echter niet op ! Hij eerbiedigt onze menselijke vrijheid, met dewelke Hij ons bij onze schepping heeft bekleed. De Kerkvaders herhaalden het vaak : “God kan alles, behalve de mens te dwingen Hem lief te hebben”.

Langs ons persoonlijk gebed kunnen wij God in de intimiteit van ons hart ervaren. Bijzonder  sterke momenten zijn deze van het ontwaken en opstaan en deze van het slapengaan. Iedere dag opnieuw is een “schenking” van God, maar iedere dag is tevens opnieuw voor ons de grote “onbekende”, waarbij wij Zijn Aanwezigheid zo broodnodig hebben. In feite moeten wij beseffen hoe roekeloos het is het leven aan te gaan zonder Zijn leiding, zonder  Zijn bescherming , zonder Zijn liefde, zonder Zijn zegen. Ons morgengebed ( dat zo vaak in onze “jachtige” maatschappij vergeten of overgeslagen wordt !) zal niets anders zijn dan een gesprek met God, een intiem gesprek, waarbij wij ons hart in alle vertrouwen voor Hem openstellen. Vragen wij de Heilige Geest ons hierbij tegemoet te komen…want alleen zijn wij zwak.

En iedere avond, vóór het slapengaan, dienen wij opnieuw God te ontmoeten, om Hem te danken voor alles wat Hij ons tijdens de voorbije dag wist te geven. En zelfs mochten wij op die dag tegenkantingen, ziekte, lijden, problemen gehad hebben, dan weten wij dat Hij ons nooit in een hachelijke situatie alleen laat. Onoverkomelijke problemen bestaan voor God niet ! “Voor God is alles mogelijk “(Matth.19,26). Laten wij Hem tenslotte zeer nederig, in dezelfde intimiteit van ons hart, vergeving vragen voor alles wat wij in de voorbije dag verkeerd deden. Nogmaals : bidden is niets anders dan spreken met de Aanwezige God !

Maar ook in onze ontmoetingen met anderen is God aanwezig, op voorwaarde dat wij in Zijn Naam verenigd zijn. Jezus zegt het zelf : “ Want waar twee of drie verenigd zijn in Mijn Naam, daar ben ik in hun midden” (Matth.18,20). Onze relatie met de anderen wordt in een heilbrengende realiteit gebracht, wanneer wij God aldus in ons midden hebben. Denken wij vooral aan de realiteit van ons samenzijn in ons gezin. Met God in hun midden zullen echtgenoten bij hun levensproblemen nooit als antagonisten tegenover elkaar staan, maar werkelijk tot het besef komen dat zij met “drie” zijn. Gods aanwezigheid heiligt hun echtelijke liefde. Voor God is trouwens niets “onbekend” of “onzichtbaar” of “verborgen”. Hij doorziet al onze levensangsten, onze frustraties, onze zwakmenselijke conflicten, en Hij is zo dicht bij ons om dit alles op te lossen, om ons te “omvormen”, te “transfigureren”. Daar waar de wereld faalt en wanhoopt, daar leidt de aanwezige God, Die in ons midden is, ons op het pad van een harmonisch levensgeluk Zo gaat het eveneens in onze relatie met onze kinderen, met onze ouders, met familieleden, broers en zusters, met de leden van onze kerkelijke communauteit, met vrienden en kennissen. Als wij maar in Zijn Naam verenigd zijn, is Hij in ons midden…als de grote Aanwezige.

En wat dan te zeggen van het “summum” van Zijn Aanwezigheid : Zijn Aanwezigheid in de Heilige Eucharistie ! Jezus zegt inderdaad : “Want Mijn Vlees is echt voedsel en Mijn Bloed is echte drank. Wie Mijn Vlees eet en Mijn Bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem” (Joh.6,56). Bij de heilige Gaven, waaraan wij in de Goddelijke Liturgie mogen communiceren, ontvangen wij echt het Kostbaar Lichaam en Bloed van Christus in ons. Dit verenigt ons in de diepste intimiteit met Hem. En langs Zijn Eucharistische aanwezigheid in ieder van ons, leden van de Kerkgemeenschap, worden wij ook innig spiritueel met mekaar verbonden, met een goddelijke band die sterker is dan de fysische bloedgemeenschap. Daarom brengt de Goddelijke Liturgie ons reeds in de dimensie van de eeuwigheid.

En de Christus-ikoon : ook langs haar manifesteert God Zijn aanwezigheid. Alhoewel onzichtbaar in Zijn wezen wil Hij ons op ondubbelzinnige wijze geruststellen en ons tonen dat Hij aanwezig is en dicht bij ons staat. De “onzichtbare” ziet en hoort ons. Telkenmale wij de Ikoon aanschouwen weten wij dat de onzichtbare aanwezige God ons eerst heeft aanschouwd. Want steeds is Zijn blik naar ons gericht, vanaf het moment dat wij Hem willen opzoeken en ontmoeten In het Mysterie van de Ikoon – door de kracht van de Heilige Geest – ervaren wij hoe de onzichtbare “Aanwezige” ons nooit verlaat. Daarom kussen wij de Ikoon, hierbij niet de afbeelding, het hout, de materie op het oog hebbende, maar het “prototype” ervan : de Menslievende God, Die ons aanschouwt. Daarom zal ook de centrale plaats van ons huis, van onze werk- of slaapkamer, de Christus-Ikoon zijn, manifestatie van Zijn aanwezigheid. En die goddelijke aanwezigheid geeft ons de zekerheid dat alles wat in Zijn handen berust, dat alles wat Hem toevertrouwd wordt, goed is.

“Gods aanwezigheid ervaren” is voor de christenen de roeping van iedere dag, de roeping van ieder moment. God dringt Zijn aanwezigheid nooit op. Hij wacht….tot wij Hem opmerken, tot wij ons vertrouwen in Hem stellen, tot wij ons hart voor Hem openen, tot wij langs het gebed tot Hem spreken. Geduldig blijft Hij en altijd aanwezig ! Niet voldoende kunnen wij Hem hiervoor danken!

Vader Ignace Peckstadt

Hoofdgedachten van de liturgie der iconenwijding

Hoofdgedachten van de liturgie der iconenwijding

 

mandylion 16 augustus.jpg

 

Het wezen van de icoon wordt ons het duidelijkst bij de liturgie van de iconenwijding, dat wil zeggen de door de priester verrichte gewijde handeling, waardoor een geschilderde icoon geschikt gemaakt wordt voor kerkelijk gebruik. Deze wijding is beslist noodzakelijk, want zij is de kerkelijke bevestiging van de identiteit tussen de geschilderde beeltenis en het hemels oerbeeld. De huidige liturgie van de iconenwijding vertoont nog duidelijk sporen van de conflicten, die in de tijd van de Beeldenstorm in de Kerk gewoed hebben. Ook in de 7e en de 8e eeuw hadden de tegenstanders van de heilige afbeeldingen zich vooral beroepen op het tweede van de tien geboden (Ex.20,4) : “Gij zult U geen godenbeelden maken, noch enig beeld van wat in de hemel daarboven, op aarde beneden, of in het water onder de aarde is !”, en zij hadden in de verering van afbeeldingen in de orthodoxe kerk een vergrijp gezien tegen het uitdrukkelijk verbod van God. Volgens hun opvatting hield de verering van de afbeeldingen in, dat daardoor God tekort wordt gedaan in de eer, die hem alleen toekomt. Op beide argumenten nu gaan de gebeden en lofzangen van de iconenwijding in. In het openingsgebed richt men zich namelijk tot God en laat dan duidelijk uitkomen, dat deze met zijn verbod alleen het vervaardigen van afgodsbeelden heeft bedoeld.”Gij hebt door een gebod verboden, afbeeldingen en gelijkenissen die U, de ware God mishagen, te maken om ze als de Heer te aanbidden en te dienen”.  Nadat dit is vastgesteld, wordt er echter met des te meer nadruk op gewezen, dat God zelf heeft bevolen  “beelden op te richten, waardoor niet de naam van vreemde, valse en niet bestaande goden, maar Uw allerheiligste en hoogverheven naam, die van de enig ware God wordt verheerlijkt”. Als zodanig worden vermeld de Ark des Verbonds met de beide gouden Cherubijnen, zowel als de Cherubijnen van verguld cypressenhout, die op Gods bevel aan de tempel van Salomon moesten worden aangebracht. Zo is God zelf na de afschaffing van de valse beelden- en afgodenverering begonnen met het afbeelden van de mysteriën van zijn rijk. De meest verheven afbeelding van zichzelf – zo gaat het wijdingsgebed verder – heeft God tot stand gebracht in zijn vleeswording, door de menswording van zijn Zoon, die het “Beeld van de onzichtbare God “Koll.1,15) is en de “afstraling van zijn Glorie” (Hebr.1,3). God zelf “de beeldhouwer van de hele zichtbare en onzichtbare schepping” heeft zichzelf afgebeeld in Jezus Christus, zijn volmaakte icoon. De menswording van de Zoon is de afbeelding, die God van zichzelf heeft gemaakt. Zo is God zelf de schepper van de eerste icoon, die zich in de gedaante van Christus voor ons mensen zichtbaar maakte.

En nu volgt de meest opvallende en voor ons West- europeanen meest onverwachte zinswending : van Christus zelf namelijk, de afbeelding van de Vader, hebben wij, zo wordt gezegd, een gedetailleerde, “niet door mensenhanden gemaakte” afbeelding, waarop de gelaatstrekken van de Godmens bewaard zijn gebleven. De liturgie zinspeelt hier op de reeds genoemde wonderbare afbeelding, die Christus aan koning Abgar van Edessa zond, evenals op de overlevering van de zweetdoek, waarmee Christus op weg naar Golgotha zijn aangezicht afwiste en waarop op wonderbare wijze de afbeelding van zijn gelaat achterbleef. Christus zelf heeft dus de eerste Christus-icoon gemaakt en daarmee zowel het schilderen van iconen als de iconenverering gewettigd – dit argument gebruikt men dus tegen het eerste bezwaar van de tegenstanders van iconen.

Het tweede bezwaar van de tegenstanders, dat God door de verering van de heilige afbeelding tekort wordt gedaan in de hem alleen toekomende eer, wordt weerlegd door een ander gezichtspunt, dat geheel ontwikkeld is uit de neo-platonische  bespiegeling over de afbeeldingen : “Wij verafgoden de iconen niet, maar weten, dat de eer, die aan de afbeelding bewezen wordt, opstijgt naar het afgebeelde wezen”. Niet de afbeelding als zodanig is voorwerp en ontvanger van de aanbidding, maar het afgebeelde wezen, dat er in “verschijnt”. Zo vindt men in de gebeden om voorspraak de uitdrukkelijke bede, dat de afbeeldingen niemand in de verleiding mogen brengen, de aan God alleen als de oorsprong van alle heiligheid toekomende verering op zichzelf te betrekken.

Uit :  Ernst Benz : De Oosters orthodoxe kerk, Aula boeken pp. 18-20

De heilige Antonios de Grote : de onthechting aan de materiële goederen

De heilige Antonios de Grote :

De onthechting aan de materiële goederen

 

athanasius25

 Athasasios de Grote

 

Antonius de grote12

Antonios de Grote (Bron :icoon gemaakt door Silouan  http://www.iconenschilder.nl/)

De heilige Athanasios de Grote, bisschop van Alexandrië beschreef een leven van een tijdgenoot, de heilige Antonios ( gestorven in 356), die de eerste bekende heremiet was van de egyptische woestijn.

Men zal opmerken dat de heilige Antonios zijn toespraken aan zijn gehoor aanpastte. De eerste egyptische monniken waren voor het merendeel eenvoudige mensen : de enkele geleerden onder hen (Arsenios, Evagrius bijvoorbeeld) werden met een zeker wantrouwen bekenen. Zij waren gewoon aan een zware arbeid : voor sommige was het monastieke leven niet minder comfortabel dan dat wat zij hadden verlaten (de heilige Augustinus onderlijnt ook dit punt voor zijn religieuzen van Hippo). Zij waren opgegroeid in een sterk gehiërarchiseerde maatschappij ( de autoriteit van de functionaris, van de grootgrondbezitter) : zij begrepen heel goed dat men hen Christus voorstelde als een veeleisende meester. De actuele lezer moet rekening houden met deze gegevens om volledig deze tekst te kunnen begrijpen.

Men vindt reeds hier, maar alleen maar even in herinnering gebracht, de samengang  van  ongecontroleerde verlangens die kunnen  leiden naar objectieve zonden. Evagre le   Pontique en vervolgens de heilige Johannes Climacos, onder andere,  ontwikkelen veel later dit kapitaal aspect van de kennis van de bewegingen van de ziel. En men zal merken dat, voor Antonios zoals voor vele Vaders, datgene wat “natuurlijk” is datgene is wat overeenkomt met de staat van zijn voor de val. De mens en de verscheurde wereld zijn tegennatuurlijk want ze staan averechts op het goddelijk project.

Deze tekst stemt overeen met een dubbele actualiteit. Vooreerst roept het de noodzakelijke strengheid op in deze voorbereidingstijd van de vasten die begint. Maar de actualiteit is ook ecologisch.                                                                              

In vele landen geven  ecologisten, die beïnvloedt zijn door het “neopaganisme” de joods-christelijk beschaving de verantwoordelijkheid voor het verspillen van de planetaire bronnen van bestaan. Het verhaal van de schepping, zoals het beschreven staat in het boek Genesis, zou aan de mensheid onbeperkte rechten gegeven hebben over de natuurlijke bronnen. Het is zelfs zo dat men vijf zes maal meer belangrijke  bronnen nodig zou moeten hebben opdat haar inwoners hetzelfde niveau van leven zouden hebben als de tegenwoordige westerlingen. Voor ons is de vraag naar de onthechting en het delen  dus brandend actueel. Teksten als deze van de heilige Antonios tonen ons dat een christendom dat correct wordt beleefd deze kritieken , die onjuist zijn ,niet verdient. Ze dragen bij om een antwoord te vinden op het actuele on-evenwicht.  Onder voorwaarde dat men de voorschriften volgt en de materiële goederen op de tweede plaats stelt.

Michel Feuillebois

Teksten van de heilige Antonios :

Het nut van een spiritueel onderhoud

Op een bepaalde dag kwamen alle monniken vragen dat hij het woord tot hen zou richten.  Hij zei hen als egyptenaar : de heilige schriften volstaan voor ons onderricht, maar het is goed dat wij mekaar wederzijds aansporen in het geloof, dat wij ons laten bezielen door redevoeringen. Gij, mijn zonen, gij geeft aan uw vader wat gij weet, ik, uw oudere, lever u over wat de ervaring mij heeft geleerd.

De ascetische strijd duurt niet lang. De zege zal eeuwig zijn

Dat onze gemeenschappelijke inspanning erin mag bestaan dat wij niets opgeven van wat we ondernomen hebben, ons niet te laten ontmoedigen in het werk, dat wij niet tegen onszelf zeggen “onze ascese duurt lang”. Daarentegen, eens we er zijn aan begonnen, vermeerderen wij elke dag onze ijver. Elk leven van de mens is kort en dicht bij de komende eeuwen. Alle dingen van de wereld worden verkocht, wordt gewisseld voor zijn waarde, maar de belofte van het eeuwige leven wordt goedkoop verkocht. Er is geschreven : “De dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren en , indien wij sterk zijn tachtig jaren en wat meer is is slechts kommer en kwel” (Ps 89, 10) Indien wij dus deze tachtig jaren hebben laten voorbijgaan en zelfs onze honderd jaren in het ascetisch leven, dan zullen we niet alleen honderd jaren maar in de eeuwen der eeuwen regeren. Als wij hebben  gestreden op aarde, zullen wij geen aardse erfenis, maar een hemelse erfenis verwerven en dit vergankelijk lichaam zal veranderen in een onvergankelijk.

Alles verlaten is te weinig

Dus, mijn kinderen, laten wij ons niet afschrikken, laat ons niet denken dat de tijd lang is waarin we vele dingen kunnen doen. Het lijden van de huidige tijd is niets in vergelijking met de komende glorie die in ons zal gemanifesteerd worden (Rom 8,18). Laat ons niet geloven, als wij de wereld bekijken, dat wij aan veel verzaakt hebben. Gans de aarde is klein in vergelijking met de hemel. Indien wij dus gans de aarde zouden bezitten  en eraan verzaken,dat zou nog niet waardig zijn om het Koninkrijk te verwerven. Het is alsof wij één drachme zouden minachten om er honderd te winnen, zo ook zou  de meester van de aarde, door alles te verlaten,  maar weinig verlaten en het honderdvoudige terugkrijgen, hij die enkele meters van de aarde zou verlaten verliest in feite niets, en indien hij zijn huis verlaat en veel goud, dan heeft hij geen motief om zich te verheerlijken of lauw te worden. Anderzijds, datgene wat wij niet verlaten, wordt ons door de dood ontnomen en dit alles valt dikwijls dan in de handen van hen die wij niet zouden willen, zoals Ecclesiasticus schrijft (4,8). Waarom het niet verlaten door de deugd omwille van de erfenis van het koninkrijk ? Dat het verlangen naar bezit ons niet overweldigt. Welke  winst heeft het datgene te verwerven wat we niet kunnen meenemen ? Verwerven we dus veeleer wat we wel kunnen meenemen : de bedachtzaamheid, de rechtvaardigheid, de matiging, de kracht, de wijsheid, de liefde, de liefde voor de armen, het geloof in Christus, de zachtmoedigheid, de gastvrijheid. Indien wij dit alles bezitten zullen we ze terugvinden in het land van de zachtmoedigen.

Volharden tot het einde toe

Omwille van deze redenen en andere gelijkaardige, dat ieder er zich van overtuigt niet kleinhartig te zijn, vooral denkend een dienaar van Christus te zijn, hij moet een dienaar zijn. Een dienaar zegt niet : “ik heb gisteren gewerkt, vandaag rust ik”; hij meet de verleden tijd niet om op te houden met werken maar, elke dag, zoals geschreven staat in het Evangelie, heeft hij dezelfde ijver voor het werk en dit om zijn meester te behagen en zich niet in gevaar te brengen. Ook wij, laten wij elke dag volharden in het ascetisch leven, indien wij één dag verwaarlozen, dan zal de Heer ons niet vergeven omwille van de verleden tijd, maar zal hij zich irriteren over ons voor onze onachtzaamheid. Zo is geschreven in Ezechiël (18,24-26)  “Zo verliest Juda, op één nacht, de zware arbeid van de voorbije tijd”.

Leven als elke dag sterven

Het is daarom, mijn zonen, dat wij moeten zorg besteden aan de ascese, laat ons niet verslappen. De Heer werkt met ons samen : Er is geschreven : Wie het goede heeft gekozen, met Hem is God ten goede (cf. Rom.8,28). Om niet kleinzielig te zijn is het goed het woord van de apostel te overwegen : wij sterven elke dag  (1 Kor.15,31). Indien wij niet zullen zondigen. Ziehier hoe je dit moet verstaan. Elke dag wanneer wij opstaan, denken wij dat wij de avond niet meer zullen halen, en ’s avonds als wij slapen gaan denken wij dat wij de morgen niet meer zullen halen. Ons leven is van nature onzeker, elke dag wordt ons toegemeten door de Voorzienigheid. Zo levend dat wij niet zullen zondigen,  zullen wij naar niets verlangen, dan zullen wij voor niemand wrokgevoelens hebben , dan zullen wij niets oppotten op aarde, maar, elke dag leven in de mogelijkheid van de dood, zullen wij arm zijn en aan allen vergeven. Indien wij onze onzuivere gedachten niet geheel beheersen dan moeten wij er ons van afkeren als zaken die nietig zijn. Laten wij altijd strijden en altijd de dag van het oordeel voor ogen houden, want de grootste vrees en het gevaar voor de kwellingen verdrijven de zachtheid van het genot en verzwakken de ziel .

De deugd is in ons

Wij zijn dus zo begonnen met de weg van de deugd te bewandelen, laat ons strijden, meer strijden om te konen tot de toekomstige goederen (Fil.3,14). Dat niemand achterom ziet, zoals de vrouw van Lot (Gen.19,26), want de Heer zegt : Niemand, die de hand aan de ploeg slaat en ziet naar hetgeen achter hem ligt, is geschikt voor het Koninkrijk Gods(Lucas 9,62). Naar achteromzien is niets anders dan veranderen van mening en de smaak voor de wereld hernemen. Vrees niet als je hoort spreken over de deugd, verwondert u niet voor de naam.  Zij is niet ver van ons, zij vormt zich niet buiten ons, het werk is in ons en zij is gemakkelijk, maar we moeten het natuurlijk willen. De Grieken reizen en steken de zee over om de letteren te bestuderen. Wij hebben  er geen nood aan om te reizen omwille van het koninkrijk der hemelen, noch om de zee over te steken voor de deugd. Wij gaan vooruit, de Heer heeft gezegd : Het koninkrijk der hemelen is binnenin u (Luc.15,21).De deugd heeft dus geen andere nood dan onze goede wil, want zij is in ons en komt uit ons voort.

Indien de ziel haar intelligent deel bewaart conform de natuur, dan krijgt de deugd gestalte. Zij is volgens de natuur als zij blijft zoals zij geschapen is, want zij is mooi en rechtschapen. Het is daarom dat Josua, zoon van Nun, zijn volk vermaande : Richt uw hart op de Heer, de God van Israël (Jozua 24,23), en Johannes de doper : Maak recht uw wegen (Matth.3,4).  Voor de ziel betekent rechtschapen zijn het intellect hebben volgens de natuur, zoals het geschapen werd, maar wanneer zij afdwaalt en verstoord geraakt met betrekking tot de natuur, dan spreekt men van de ondeugd van de ziel. De zaak is dus niet moeilijk; als wij blijven zoals we geschapen zijn, dan zijn we in de deugd, maar als we denken aan slechte dingen, dan zullen we als slecht geoordeeld worden. Indien de zaak zou moeten gezocht worden buiten ons, dan zou het moeilijk zijn, maar omdat zij in ons is,moeten we ons hoeden voor onzuivere gedachten en moeten wij onze ziel bij de Heer houden zoals in een depot, opdat hij zijn werk zou herkennen, zijn werk, zoals hij het gemaakt heeft.

Onze vijanden : de demonen

Laat ons dan strijden opdat de woede ons niet overheerst of dat het verlangen ons niet domineert. Er is geschreven :  De woede van de mens bewerkstelligt niet de rechtvaardigheid van God; als de begeerte bevrucht is, baart zij de zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort. Ons zo gedragend, laten wij met aandacht waken zoals geschreven is (Spreuken 4,23). Wij hebben verschrikkelijke vijanden, vol van nieuwe ideeën, de slechte demonen, en het is tegen hen dat onze strijd gaat, zoals de Apostel zegt : want

Wij hebben niet te strijden tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten (Ef.6,12).

Saint ATHANASE, “Antoine le Grand, père des moines” Collection “foi vivante” n° 240 , traduction du Père B Lavaud, pp27-32 (Cerf)

 Nederlandse vertaling : Kris Biesbroeck

De parochie als eucharistische gemeenschap

DE PAROCHIE ALS EUCHARISTISCHE GEMEENSCHAP

Door Jean -Jacques Laham

Betekenis van de uitdrukking “Eucharistische gemeenschap”

De term “Gemeenschap” betekent “tesamen verenigd zijn”, een band rond eenzelfde centrum. Dit centrum kan een eigen belang, een activiteit, een identiteit zijn. De notie van gemeenschap herkrijgt dus zowel een notie van eenheid maar ook een cirkel, een limiet en dus een in zichzelf betrokken zijn. Vandaag de dag wemelt het van gemeenschappen, zij het via de groepen van Facebook, de  segmenten van de markt die personen groeperen rond dezelfde koop gedragingen – een doelgroep voor de marktleiders, de blogs die het kenmerk “communautair” dragen enz..

Anderzijds heeft het adjectief “Eucharistisch” onmiddellijk de notie van openheid tot gevolg. Het heeft betrekking op de term “Eucharistie”, dat betekent ” dankzegging”, dank – in het bijzonder voor het heilswerk van de Drie eenheid. Het gaat dus over een openheid tegenover God, maar ook impliciet over een openheid op allen die dezelfde Eucharistie celebreren ( want door te communiceren aan dezelfde Christus, zijn wij allen met elkaar verbonden. Door de Eucharistie worden wij één enkel lichaam, niet enkel in een denkbeeldige betekenis : indien een lid lijdt, lijden alle leden met hem om de heilige Paulus te parafraseren. Zo definieert de parochie zich als plaats die ons samenbrengt ( beweging van innerlijkheid) om ons te verenigen met een veel Grotere, en door deze Grotere met een groter aantal in de vergadering van mensen ( uitwendige beweging).

Een beweging die tegelijk van het horizontale naar het verticale en van het verticale naar het horizontale gaat.

De notie van de eucharistische gemeenschap kan ook in de praktijk verwijzen naar een tweede dynamiek, waar een neerdalende en een horizontale-sociale dimensie mekaar kruisen.

Volgens een eerste aanvoelen definieert de Eucharistie zich voor alles als mijn deelname aan het Lichaam en Bloed van de Verrezene. Mijn persoonlijke ontmoeting met God gaat vooraf – de communie wordt het middel waardoor in ben gered. Deze gevoeligheid is erop gericht dat de Eucharistie een middel wordt voor het persoonlijk heil, dat beantwoordt aan een persoonlijk appèl. Daarom ga ik naar de Kerk om mij met God te verenigen. De gelijktijdige houding van mijn geloofsgenoten zou voor mij in dit geval bijkomstig, secundair zijn.

Een tweede gevoeligheid zou de tendens hebben om voor alles het accent te leggen op het collectieve, op de sociale band. De parochie wordt gezien  als datgene wat mij bindt aan andere personen in functie van mijn identiteit en mijn religieus toebehoren. Voor mij primeert de geest van de gemeenschap, de ontmoeting met deze of die persoon (en is het overiging daarom dat ik ga kiezen naar welke parochie ik zal gaan). Elkeen van ons voelt zich zonder twijfel dichter bij de ene of de andere gevoeligheid. Het is ook mogelijk dat wij afwisselen en ons dikwijls meer herkennen in de “individualistische” dimensie, en soms meer in de “sociale” dimensie. Niettemin kan het lijken dat deze twee “neigingen”, indien de één de ander in evenwicht houdt,  in feite noodzakelijk  mekaar aanvullen en gans hun betekenis geven aan de parochie.

Zoals Mgr. Jean Zizioulas het vertelt in zijn boek “L’Eucharistie, l’Evêque et L’Eglise” over de historische achtergronden van de parochie, de communie aan de heilige Gaven (verticale dimensie) is tegelijk een “communio aan de heiligen” (’t is te zeggen in brede zin aan alle deelnemers aan het Lichaam en Bloed van Christus). Wanneer wij naderen tot Christus betekent dit bijna verplichtend  het naderen tot de anderen. Een beeld van de Vaders doet ons bewust worden van dit : stellen wij ons voor dat wij een grote cirkel vormen waarvan Christus het centrum is, hoe meer wij Christus nabij zijn, ’t is te zeggen hoe meer de straal van de cirkel zwak zal zijn, des te meer zal de afstand die ons van mekaar scheidt verminderen.

In verband hiermee nodigt de Basiliosliturgie ons uit direct na de épiclese deze dubbele communio, met God en de anderen te vragen : ” En wij allen die deelhebben aan het ene Brood en deze ene Kelk, verenig ons met elkaar in de communio van de enige Heilige Geest”

De eerste christenen,   een model van een eucharistische gemeenschap 

Het voorbeeld van de eerste Christenen, zoals beschreven in de handelingen der Apostelen, blijft voor ons zonder twijfel het juiste model van de eucharistische gemeenschap. Volgens de Handelingen der Apostelen 2,42-47, bleven de eerste “gedoopten “volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden. En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de Apostelen. En allen, die tot het geloof gekomen  en bijeenvergaderd waren, hadden alles gemeenschappelijk : en telkens waren er, die hun bezittingen en have verkochten en ze uitdeelden aan allen, die er behoefte aan hadden; en voortdurend waren zij elke dag eendrachtig in de tempel, braken het brood in hun huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten, en zij loofden God en stonden in de gunst bij het gehele volk. En de Heer voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden” 

Wij vinden hier zo de dubbele dynamiek van de christelijke gemeenschap terug, innerlijk en uiterlijk, verticaal en horizontaal : essentieel gecentreerd op het Woord en het breken van het brood , de kring werd groter door aangroei, totaal gekeerd naar God verleent zij tegelijk een plaats aan de andere, doorheen de vreugde van de gemeenschappelijke maaltijd of het delen van de rijkdom.

Anderzijds karakteriseert deze eerste eucharistische gemeenschap zich door de verscheidenheid van  haar “manier van zijn” en haar actiedomein : de liturgie, het gebed , de theologie  ( want zo kan men “de leer van de Apostelen” noemen, het sociale, de missionaire actie …. In zekere zin schijnt geen enkel domein te ontsnappen aan de eucharistische gemeenschap

Het past van onze kant dat wij nu, tweeduizend jaar later, ons de vraag stellen of deze actie van de eucharistische gemeenschap actueel blijft en of onze parochie in staat is de vlam brandend te houden die aangestoken is door de eerste christenen.

DE “WIJZEN VAN ZIJN” VAN DE EUCHARISTISCHE GEMEENSCHAP

De parochie – een ervaring/een gemeenschappelijk leven op basis van ons gemeenschappelijk, geloof

Zelfs  al is het bijna banaal om ons eraan te herinneren, het geloof is de eerste voorwaarde van het bestaan van een parochie. Datgene wat de parochieonderscheidt van andere verenigingen, is voor alles het geloof, de aanhankelijkheid aan iets wat niet vanzelf gaat, en in feite aan Iemand, aan een Andere, een gans Andere. Het lijkt mij dat wij ons altijd zouden moeten afvragen hoe wij hoe wij ons geloof kunnen vermeerderen opdat wij niet vervallen in een simpel humanisme (of wellicht ook in een ritualisme). De parochiale gemeenschap steunt dus voor alles op mijn geloof, een persoonlijk en in
vrijheid opgenomen geloof die ik deel met alle leden van de gemeenschap. Het is hierbij legitiem om zich af te vragen, hoe wij dit geloof in het parochieleven kunnen uitdrukken, hoe wij reëel  de gelijkvormigheid tussen Eucharistie en Geloof kunnen bewerkstelligen ? Op deze vraag, kunnen twee antwoorden worden gegeven.

•1.     Door het eenvoudige feit van samen te komen en deel te nemen aan de liturgie.

Het geloof dat “God onder ons is” en Hij zich tegenwoordig stelt “telkens wanneer er twee of drie in Zijn naam verenigd zijn”. Dit uit zich in het simpele feit van een “vergadering” te vormen (wat de betekenis is van de term “Kerk”), in  dat wat vader Schmemann het sacrament van de vergadering heeft genoemd in zijn boek van het Sacrament van het Koninkrijk, ’t is te zeggen dit mirakel waardoor “zondige en onwaardige mensen het lichaam van Christus worden”. Zo ons geloof tonen, aan God een vrije kans laten om te handelen, de noodzaak inzien van samen te komen om zich met Christus te verenigen. Daaruit vloeit de noodzaak voort van een fysieke aanwezigheid in éénzelfde plaats, en verder nog een bewuste en totale deelname van alle gelovigen aan de Eucharistie, van een gemeenschappelijke actie die alle gelovigen impliceert (betekenis van het woord “liturgie”).

In verband hiermee, onze parochie is hierbij pionier geweest in deze herontdekking van de hechte band die bestaat tussen liturgie , eucharistie en de vergadering, in het bijzonder doorheen een grotere deelname en betrokkenheid van de gelovigen. De inspanningen om eventuele hindernissen te onderdrukken die zouden kunnen bestaan tussen clerus en leken, het opzeggen met luide stem van de zogeheten secrete gebeden en in het bijzonder van de eucharistische canon, het zoveel mogelijk celebreren van de doop tijdens een eucharistische liturgie zijn zoveel doorslaggevende voorbeelden.

Men kan zich nochtans afvragen of er nog geen andere manieren bestaan van “concelebratie” die onderzocht kunnen worden – bijvoorbeeld –

  • – Een grotere deelname van allen bij de zang
  • – Een regelmatiger deelname van alle gelovigen aan de proscomedie – die juist getuigt van onze eenheid met alle heiligen rond het Lam.
  • – Een gemeenschappelijke voorbereiding van allen aan de communie ( door een grotere deelname aan de vigilies)

 

•2.     Door het gemeenschappelijk gebed voor mekaar.

Elk woord tot God, dat met luide stem wordt uitgesproken of in het innerlijke van het hart, is een geloofsdaad die de hoop van de gemeenschap levendig houdt. Wij geloven in het bijzonder dat het gebed in de Kerk, in de gemeenschap wordt beluisterd, want mijn persoonlijk geloof wordt erdoor vervolledigd en versterkt. Er bestaan zo een aantal specifieke momenten in de liturgie waar de gebedsintenties meer specifiek zijn , meer particulier zijn, meer gedurfd ook, maar altijd in de onderwerping van Gods wil. Men kan denken aan de dringende gebeden na het Evangelie, waar wij bidden voor de anderen,  voor de dierbaren van de anderen ( de zieken, de zwangere vrouwen, de overledenen enz..). De Grote Intocht, waar het gebed na de épiclese ( voornamelijk  uitvoerig in de Basiliosliturgie) andere gelegenheden  geeft om onze persoonlijke intenties aan God op te dragen.

De roeping van onze parochie is zonder twijfel verbonden aan de ernst waarop wij de gebeden beschouwen. Hoe beluisteren wij de dikwijls lange lijst van de namen der zieken ? Hoe breiden wij ons gebed uit die wij tot de onze maken op de vraag van andere leden van de gemeenschap ? Kunnen wij  niet ergens anders andere intenties naar voor brengen die meer specifiek zijn ? (voor een huwelijk, voor een belangrijke reis, gedurende een oorlog, na een natuurramp enz…)

De parochie – een ervaring van de andere – De vreugde van het samen delen.

De ervaring van de andere in de parochie begint met het delen van een gemeenschappelijke ervaring ( hetzelfde geloof, dezelfde deelname aan het Lichaam en Bloed van Christus) die verdergezet wordt in een persoonlijke ontmoeting, waar de “mede-gelovige” zoals men kan zeggen , uit de anonimiteit komt. Datgene wat sterkte en eenvoud geeft aan deze ontmoeting, is evident de vreugde van de liturgie  die ons bezielt en die in de cafetaria of de agapen kan verder gezet worden. De eerste ervaring met de andere in de parochie uit zich onder het teken van de vreugde, vreugde die andere vormen van delen kan inhouden : eenvoudige vriendschap, Bijbelstudie, gebedsgroepen, delen van mekaars lasten/zorgen. Om dit nog een beetje uit te breiden kan men zeggen dat de catechese aan de kinderen geen ander objectief heeft dan deze vreugde over te dragen. Vreugde die gegeven wordt in de Kerk en gedeeld met de andere kinderen doorheen het spel, de vriendschap en het feest.

De “diensten” van de parochie

De ervaring van de vreugde  kan uitlopen op en vindt ook haar zin in de betekenis van “dienst”, waar iedereen volgens zijn charisma, volgens de tijd en de veelvuldige andere bezigheden, de dienst aan de gemeenschap kan versterken. De lijst van deze diensten is groot : het gezang, de zorg voor het kerkgebouw, de verslagen, de kaarsen, de kledij, de catechese, de boekhandel, de bibliotheek, de dienst aan het altaar, de internet-site…om maar de meest evidente te vernoemen. Deze lijst, verre van  volledig te zijn, moet altijd open blijven om geen enkel initiatief uit te sluiten. Men kan zich wellicht afvragen hoe men zich meer ten dienste kan stellen voor de zieken, de ouderen, voor hen die in nood zijn om zich te kunnen verplaatsen en vragen om mee te mogen rijden( er bestaat misschien al zo een lijst, maar werkt ze effectief ?), of hen die in nood zijn. Kan men geen afwisselende bezoeken organiseren om de zieken of ouderlingen te gaan bezoeken . Zou men er niet bij winnen indien we beter het bestaan zouden kennen van een sociale kas van de parochie ?

Respect voor mekaar

Elke ontmoeting met de andere (in de parochie of elders) blijft een voortdurende uitdaging ten opzichte van zichzelf, van zijn persoonlijk comfort, van een gevestigde orde. Maar in de parochie (meer dan elders) kunnen twee types van weerstand overwonnen worden voor een vreugdevolle ontmoeting met de andere.

Wij weten allen dat achter de grootste dienst en de mooiste zaak, zich gemakkelijk  gevoelens van een goed geweten, van zelfvoldaanheid, van macht ook schuilgaan. De overwinning op deze weerstand is ons gegeven door Christus, de Meester die onder ons is als diegene die dient. Vanaf dat moment impliceert elke gemeenschappelijke eucharistie een weigering tot macht, tot autoritair zijn, van prikkelbaarheid ook. In de parochie vindt elke dienst haar bron en energie in de Eucharistie ( teken en verwijzing naar het laatste avondmaal, de voetwassing, de dood van Christus voor ons).

De tweede weerstand is de opsluiting in zijn eigen comfort, ten nadele van het onthaal van de andere. Wellicht dat er in een parochie als de crypte (Rue daru – Parijs) die een  zeer verschill
end profiel heeft, het respect voor de verscheidenheid voor mekaar,tegelijk  op de proef wordt gesteld en vergemakkelijkt. Wij worden geconfronteerd met drie types van “verscheidenheid”, die drie specifieke wijzen van handelen impliceren :

  • a. Verscheidenheid van persoonlijkheden : respect voor personen die meer eenzaam, schuchter, gevoelig zijn – kunnen wij geen vorm van peterschap ontwikkelen, meer systematisch ( zoals tegenwoordig voor diegenen die zich op de orthodoxie voorbereiden) voor diegenen die reeds orthodox zijn en regelmatiger wensen te komen naar de crypte. Kunnen wij ons verzekeren dat deze peterschappen zullen worden opgevolgd ?

•b.     Verscheidenheid van groepen van een andere origine : russen, congolezen, kopten, libanezen en andere. Het idee om recent een parochiaal eetmaal te houden die rekening hield met de culinaire gewoontes van de verschillende culturen was voor de parochie een middel om deze verschillende groepen tegemoet te komen.

•c.      Verscheidenheid van generaties : Taal voor kinderen en volwassenen, verschillende noden van de ouderlingen – men kan het woord geven aan de kleinsten, theatervoorstellingen voor of door de jongsten kunnen van tijd tot tijd worden georganiseerd. Wellicht kunnen wij hier nog aan toevoegen : de sociale verscheidenheid die een andere karaktertrek van de crypte uitmaakt.

De parochie, een missionaire roeping (uitwendige dimensie)

De Eucharistie is een openheid op het hiernamaals van de communauteit. Zoals Christus draagt en offert de eucharistische gemeenschap in de liturgie aan de Vader alle lijden van de wereld. Verenigd met Christus, overwinnaar van dit lijden, gelooft zij dat zij een boodschap van hoop kan brengen aan de wereld, die nood heeft aan een uittreden uit zichzelf, een beweging van uitwendigheid. In het Mysterie van de Kerk, inspireert Vader Boris zich op de bewegingen van het hart om deze realiteit uit te drukken : “in de systole (fase waarin het hart zich samentrekt en het bloed in het lichaam pompt) heeft men het ophoping, de toevloed van het bloed in het hart. In de diastole( = fase waarin het hart zich ontspant en weer volzuigt met bloed), de vernieuwing van de cellen van het lichaam zelf hersteld door de goddelijke adem”. Zo ook de offerande van gans de wereld in de liturgie ( vooral bij de grote intocht), komt overeen met de offerande aan de wereld van de Blijde Boodschap, het getuigenis in onze levens van het bestaan van het Koninkrijk. Deze beweging van uitwendigheid vindt haar plaats in het “laat ons in vrede heengaan”, die in plaats van de liturgie af te sluiten, haar in feite opent op de wereld en opwekt om de “liturgie na de liturgie” te vieren, ’t is te zeggen, onze zending als christen. “Onze wereld die meer dan ooit in crisis verkeerd verwacht van de eucharistische gemeenschap dit getuigenis van de vreugde die het goede nieuws ons brengt, het reeds beleefde Koninkrijk, het Koninkrijk van de Ontmoeting voor dewelke alle “aardse voedsel” die de mens heeft niets vergeleken is (…), dat tevergeefs zijn dorst naar het absolute  misleidt” aldus Costi Bendali, libanees orthodox denker, die in het bijzonder heeft bijgedragen tot de vernieuwing die begonnen is door de Beweging van Orthodoxe Jongeren (MJO) in het Midden-Oosten. Deze openheid die indruk maakt op de gelovige (en die zijn bron put aan het innerlijk van het communautaire leven) kan verschillende vormen aannemen : doorheen een ontmoeting met andere christenen maar ook en wellicht vooral met de niet-gelovigen.

Openheid tegenover de andere christenen onder verschillende aspecten

Men zou hier kunnen een lijst opmaken van de veelvuldige openheden van de parochie met de andere christenen, in concentrische cirkels, personen dicht bij ons die omgaan met andere, niet orthodoxe christenen.

•a)    Met personen die de parochie verlaten hebben

De parochie strekt zich vooreerst uit in haar oud-leden die om persoonlijke redenen ( bijvoorbeeld een verhuis)vertrokken zijn. De vraag , te weten hoe men contact met hen kan onderhouden is reeds besproken ( bijvoorbeeld : via het tijdschrift, de web-site, via e mail)

•b)    Met ons bisdom

De parochie heeft slechts zin indien ze verbonden is met een bisschop, die garantie staat voor de eenheid van de Kerk en haar gelijkvormigheid met het evangelie, en dus garant voor de eucharistie. De communio met de bisschop verzekert de realiteit van onze Eucharistie en getuigt dat zij geen individuele en geïsoleerde ritus is maar een communio met de totaliteit van de gelovigen. Het is door de bisschop dat de openheid van de parochie met al de orthodoxe gelovigen mogelijk wordt gemaakt. Wij hebben in de crypte het geluk een bijzondere band te hebben met de bisschop, zowel geografisch (omwillen van zijn Kathedraal), als effectief. Het is goed om deze band voort te zetten.Deze eenheid met de bisschop drukt zich ook uit doorheen de relaties die wij kunnen ontwikkelen met de andere parochies van het bisdom. Acties zouden kunnen worden ondernomen om onze band te versterken hetzij met de parochie van de Heiligen Petrus en Paulus te Clapham, met wie wij verbonden zijn, hetzij met de Kathedraal, hetzij met parochies in de provincie.

•c)     Met de andere orthodoxe gemeenschappen van Parijs

De roeping van onze parochie kan anderzijds een versterking betekenen voor de banden met Orthodoxen. Het historisch gevolg van een aantal parochianen in de Fraterniteit getuigt reeds hiervan. Kan de aanwezigheid te Parijs van een grote verscheidenheid van orthodoxe kerken van verschillende tradities geen uitnodiging zijn om mekaar beter te leren kennen als orthodoxen onder mekaar en om onze eenheid te concretiseren ? Het bezoek aan parochies van andere tradities, het hernemen van een interparochiale catechese of nog, progressieve introductie, zonder syncretisme, van onze Russische traditie van de byzantijnse ritus zou een “brug” kunnen slaan tussen de verschillende orthodoxe gemeenschappen.

•d)    Met kerken /parochies van andere landen

Breder gezien, de crypte onderhoudt rechtstreekse banden met de orthodoxe parochies buiten de grenzen van het bisdom : in Rusland, in Afrika ( in het bijzonder met Vader Timothée in Benin), in Libanon. Deze relaties die te wijten zijn aan historische omstandigheden of door vriendschapsbanden ( dikwijls via het Instituut St.Serge) vormen factoren van openheid die zonder onderbreking moeten onderhouden worden.

•e)     Met de andere christelijke belijdenissen

Ten slotte, over de grenzen van de zuivere orthodoxe sfeer heen, heeft onze parochie het geluk deel te kunnen nemen aan een betere dialoog, hetzij met de zogenaamde christenen van het Oosten (dank zij onder andere Christine Chaillot), hetzij met Katholieken en Protestanten (als gevolg van de inzet van Danielle Gousseff)- , de crypte wordt  graag door sommigen
 gekenmerkt als “oecumenisch”, dikwijls in pejoratieve zin. Deze deelname aan kringen van bijbelbezinning of met het gebed met christenen van andere belijdenissen moet in feite een dubbel getuigenis vormen : voor de niet-Orthodoxen, de rijkdom van onze traditie; voor de anders Orthodoxen minder spontaan neigingen voor oecumenische ontmoetingen, met de kracht van het geloof en het gebed die ons laat communiceren met andere christenen.

Openheid over de grenzen heen van de “religieuze cirkel”

Het komt aan de parochie toe om uit te stralen over de grenzen van de religieuze sfeer en een wijze van uitdrukking te vinden in de profane wereld. In de conferentie die hij over dit thema heeft gegeven en welke is uitgegeven in een klein boekje getiteld “Getuigenis van de eucharistische gemeenschap” heeft Costi Bendali aangetoond dat “de christelijke gemeenschap zich niet mag ontdoen van deze essentiële dimensie van haar concreet historisch engagement, haar hoop op het Koninkrijk” En hij maakt hierbij duidelijk dat men het “heil aan wat zuiver religieus “is niet moet inperken. Hij onderlijnt dat “het heil van Christus een totale bevrijding inhoudt voor elke miserie, van elke beroving, van elke vervreemding”. Vader Cyril Argenti citerend, nodigt  hij ons uit om ons niet te “verbergen in de eucharistische celebratie en het strijdtoneel van deze wereld te ontvluchten. Vanaf dan kunnen wij ons afvragen hoe ertoe te komen om niet in een dualisme terecht te komen “spiritueel leven /dagelijks leven”,  hoe historische daden te stellen, hoe in nederigheid bijdragen om deze wereld te omvormen ? Deze vraag is zeer uitgebreid en verdient een diepe reflexie. Men zou twee voorbereidende voorstellen kunnen inbrengen, die niet de pretentie hebben om rond de vraag zelf heen te draaien.

•a)     De collecte van de vasten / de vasten van het delen

Het eerste betreft de band tussen ons vasten ( voornamelijk deze van de grote vasten) en de ondersteuning van de meest kwetsbaren.” Vasten om de meest armen onder ons te helpen”, dat is de betekenis van de omhaling in onze parochie in de vasten, die aldus wordt een “vasten van het delen”. Het staat ons immers toe mensen te helpen in hun noden met een som geld die wij gegeven hebben. Costi Benaldi toont dat het erom gaat “te antwoorden aan de consumptiemaatschappij door de bekering van het verlangen, niet om te verkwisten, maar om getransfigureerd te zijn in Christus, worden als Hem en in Hem, gave, onthaal en delen “.

•b)    Een “forum van verenigingen”.

De tweede suggestie  zou een appel kunnen inhouden van een investering in het dagelijks leven, onder de inspiratie van een heilige als Mère Marie, waarvan het leven van dienstbaarheid radicaal is geweest. Velen onder ons zijn reeds geëngageerd ten persoonlijke titel in verenigingen (ACAT, Montglofière, Saint Egidio )om maar de meest bekende te citeren. Zouden wij niet kunnen profiteren van de ervaringen van sommige parochianen om deze verenigingen beter te leren kennen ? Kan onze parochie niet discreet een soort van draaischijf  worden van belangeloze acties en dit zonder de inmenging  van de politiek ?

De verschillende wijzen van zijn van de eucharistische gemeenschap maken er een teken van  Gods aanwezigheid in de wereld van. Een gebed kan ons helpenom zich bewust te worden van deze bijzondere zending; een gebed dat voortdurend en telkens herhaald wordt  en waarvan wij de neiging hebben om het niet meer te beluisteren. Dit gebed duidt expliciet de roeping van de parochie aan die onze individualiteiten moet verenigen, de andere gelovigen en de gehele wereld rond Christus. Dit gebed is in feite een oproep, een vermaning, een bemoediging; gewoonlijk geformuleerd door de diaken en zij bevelen  ons aan om “onszelf, de anderen en heel ons leven aan Christus onze God” toe te vertrouwen.

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

Persoonlijk pinksteren

Persoonlijk pinksteren

“Christificering” van de gelovigen

 

“Gij die in Christus zijt gedoopt, hebt u met Christus bekleed”, zingen wij bij elk doopsel. Het is een citaat van de heilige Paulus aan de galaten (3,27). Het christelijk leven, of veeleer, om te spreken zoals Sint Paulus en Nicolas CABASILAS ( kerkvader die leefde in de 14e eeuw), het leven in Christus bestaat niet alleen  in de praktijk brengen van Gods geboden : dit wordt gevraagd van een Jood  en een Moslim evenzeer als van een christen.

Het gaat onder andere, en vooral zoals Sint Paulus er ons aan herinnert in de Brief aan de Romeinen (6,5) dat wij “eenzelfde plant” worden, “Symphytoï” met Christus opdat Hij in ons verblijft en wij in Hem (Joh.6,5 en 17,23). ” Ik ben  de wijnstok, gij zijt de ranken” heeft Christus zelf gezegd tot zijn leerlingen (Joh.15,5).

Deze integratie van de christen  in het Lichaam van Christus realiseert zich door de zalving  in de Heilige Geest : “Gij bezit een zalving ( in het grieks “chrisma” ontvangen door  de Heilige Geest ( 1 Joh.11,20)”. “Diegene die ons  met u bevestigt in de Gezalfde en ons heeft gezalfd, is God” (2 Kor.1,21).

Het griekse woord “chrisma”, gebruikt zowel door Sint Jan als door de Heilige Paulus, verwijst onmiddellijk naar “Christos” ( in het Grieks “oint” – gezalfde en herinnert ons eraan dat de zalving van de Heilige Geest, de gave van de Heilige Geest, de gave van Pinksteren ons integreert in Christus, ons verenigt met Christus, op wie en in wie de zalving van de Heilige Geest rust, de zalving die van Hem de “gezalfde” maakt (“de Geest van God is met mij, Hij heeft mij gezalfd” – Hij heeft mij tot Christus gemaakt -“om het blijde nieuws aan de armen te verkondigen” (Jes.61,2). Christus schenkt dezelfde zalving aan zijn leerlingen om van hen “christoi”, “gezalfden”, christenen te maken. Het is deze gave welke ieder van ons is beginnen te ontvangen bij het opstijgen uit het doopwater, wanneer wij de “zegel van de gave van de Heilige Geest” hebben ontvangen, toen wij bezegeld werden met het Heilige olie, door de zalving, door onze  “chrismatisatie”. Deze zalving  betekent dus het begin van ons persoonlijk Pinksteren, ’t is te zeggen, de actualisatie voor ieder van ons, het ontvangen door ieder van ons vandaag van de gave die ons gegeven wordt door de ganse Kerk op de dag van Pinksteren.

Deze gave moeten wij onderhouden en aanwakkeren door de dorst en de hoop van een gans leven gericht op deze “verwerving van de Heilige Geest”, die, zoals de heilige Seraphim van Sarov er ons aan herinnert, het doel zelf ervan is en het elke betekenis geeft.

Wij onderhouden en wakkeren het aan als Kerk, telkens wanneer wij oprecht deelnemen aan de Goddelijke Liturgie, telkens wanneer wij communiceren aan de Heilige Mysteriën, met “vreze Gods, met geloof en in liefde”.

Het is door de eucharistische communie dat wij binnentreden in Christus en Hij in ons : “hij die mijn vlees eet en mijn bloed drinkt blijft in Mij en Ik in hem” (Joh.6,56). En het is door de werkzaamheid van de Geest dat het brood en de wijn verandert in het Lichaam en Bloed van Christus opdat ieder van ons zou veranderen en door te communiceren, leden zouden worden van dat zelfde lichaam. Het is zo dat de Heilige Geest, door ons met ziel en lichaam te verenigen met Hem die “het beeld van de onzichtbare God ” is (Kor.1,15), “de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van Zijn wezen” (Hebr.1,3) ons meer en meer het schitterende beeld van God in elk van ons doet kennen, zodat wij  allen ” die met een aangezicht waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Heer, die Geest is” (2 Kor.3,18), “totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus” (Ef.4,13).

Geloven in Christus, volmaakt Beeld van God , de gelijkenis ten volle  realiseren volgens dewelke wij geschapen zijn, dat is het doel van het leven dat wij zouden kunnen bereiken als wij zonder ophouden de Vader smeken om ons Zijn adem in te blazen, Zijn Heilige Geest, om in ons het beeld van de Zoon te projecteren, en ons zo meer en meer gelijk te maken aan ons Goddelijk model en zo “ons te verenigen met de Goddelijke Schoonheid” (Kondakion van de Zondag van de Orthodoxie), Kort om ons tot christenen  te maken

Vader Cyrille Argenti

Vertaling : Kris Biesbroeck

De christen tegenover de uitdagingen van de eeuw

De christen tegenover de uitdagingen van de eeuw

Metropoliet Ephrem van Tripoli

 

Ephrem van Tripoli6

Ik ben onder  u vandaag, niet om een conferentie te geven, maar voor een eenvoudige  voordracht die ik graag de titel meegeef : “de christen tegenover de uitdagingen  van de eeuw”. Ik zal mij op de eerste plaats richten tot de leerlingen van het Lyceum. Zij maken deel uit van de nieuwe generatie van deze eeuw, zij zullen moeten deelhebben aan de wereld van vandaag en haar uitdagingen. Daar het niet gaat om een conferentie, zal ik mij onthouden anderzijds om een uiteenzetting te geven over de verdiensten en de karaktertrekken van de wereld van vandaag, want gij beleeft het volkomen. De ervaring is meer waard van elke uiteenzetting.

Beginnen wij met de specifieke trekken van onze samenleving voor ogen te nemen. Niets betwijfelt dat ons tijdperk moeilijk is ,ik kenmerk het als moeilijk, omdat ik geloof dat zij rechtschapenheid mankeert. Wat zijn nu eigenlijk de karakteristieken ?

“Een wereld die meer en meer materialistisch is”

Zoals gijzelf het zonder twijfel hebt gemerkt, constateren wij een grote wetenschappelijke vooruitgang, en meer in het bijzonder op het domein van de technologie. De technologische middelen evolueren op een buitensporig snel tempo, en dat van dag tot dag. Men moet dus een “bagage” (in de oorspronkelijke tekst in het Frans) hebben om in staat te zijn  deze snelle evolutie te kunnen volgen. Het volstaat een computer te openen en op het internet  te surfen om toegang te krijgen tot overvloedige en formidabele gegevens van feiten. Omwille van de afwezigheid van onderscheidingsvermogen is het zeer gemakkelijk om zich erin te verliezen. Niet wetend hoe het nuttige eruit te halen, voelt men zich als het ware verloren in deze enorme “bagage”, in de veelheid van de gegevens.

Zeker er is ook schijn van eenheid die ons tijdperk karakteriseert, men spreek in dit verband van “mondialisering”. De mens van vandaag leeft in de illusie dat hij bekwaam is; dank zij de middelen van communicatie en de media, om de ganse wereld te verenigen. Dit is gedeeltelijk waar. Ik zal u een voorbeeld geven. Wanneer de heilige-synode mij heeft verkozen, belde mij iemand vanuit Amerika, op het moment zelf dat de bisschoppen nauwelijks de vergaderzaal hadden verlaten. Zij had mijn verkiezing reeds vernomen ! Dus, in een tussentijd van amper vijf minuten hadden de vier hoeken van de wereld reeds vernomen dat er een bisschop was verkozen voor het diocees van Tripoli en zijn dependenties. Wie zijn wij ten overstaan van de wereld van vandaag om dergelijk echo op te wekken ? Het is slechts een eenvoudig voorbeeld om de uitgestrektheid en de vlugheid van de communicatiemiddelen vandaag de dag  te illustreren.

Maar de wereld waarin wij leven wordt gelijdelijkaan een materialistische wereld.  Weldra zullen jullie gespecialiseerde studies ondernemen en zullen jullie binnentreden in het domein van de economie. Op onze dagen  regelt de economie de wereld, en het is zij , dat heb je zonder twijfel al gemerkt, die de wereldcrisis heeft veroorzaakt.

“Het lichaam is geen koopwaar”

Echter, datgene wat wij vandaag de dag dikwijls  op wereldschaal noemen ” de cultuur van het lichaam”, betreft jullie meer. Hoe zit dat met deze “cultuur van het lichaam” ? Op onze dagen concentreren zich elke publicatie, alle media en alle producten die in de mode zijn zich op het lichaam van de mens. Er zijn geen publiciteitspanelen op de wegen die het lichaam niet laten zien en het  uitstallen, zeker die van de vrouw, en dit om meer producten te kunnen verkopen. Het lichaam wordt uitgebuit voor commerciële redenen. Het is mijn plicht om uw aandacht hierop te vestigen. Voor ons, christenen, is het lichaam geen koopwaar. Het kan dus geen middel zijn om meer geld te verdienen. Dàt is het standpunt van  de christen.

Je zal merken dat alle menselijke wezens, niet alleen de jongeren, maar ook de minder bejaarden en de ouderen  zich voornamelijk zullen voordoen in hun zo-zijn, en dit in elke institutie, zelfs in de schoot van de Kerk. Zij verzorgen hun klederen, zij zijn bezorgd om hun voorkomen, zij zoeken uit welke vest ze best zouden dragen, de beste das om te knopen, om er als de mooiste uit te zien. Ik vraag u – laten wij er over discussiëren en vragen stellen : ligt de waarde van de persoon  alleen in zijn lichaam ? Beperkt het zich tot zijn voorkomen ? Wat is echter de menselijke persoon ?

“De intellectuele bekwaamheden van de mens zijn onuitputtelijk, het is een genade van God”

Onze Kerk leert ons, zoals het wordt uitgedrukt door onze Vaderen, dat de mens bestaat uit een lichaam, een geest en een ziel. Er bestaat geen twijfel aan dat God de geest geschapen heeft, deze menselijke geest waarvan de bekwaamheden beperkt zijn. De wetenschappers van vandaag bevestigen dat zij enkel een gering deel van de hersenen van de mens gebruiken in dienst van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang. De intellectuele bekwaamheden van de mens zijn dus onuitputtelijk. Dit is wonderbaar. Het is een genade van God.

Maar in de ogen van een christen is de mens niet alleen een geest. Hij is ook niet alleen een lichaam. De mens is ook een ziel. Stel u een mens voor, geleerd, houder van verscheidene universitaire diploma’s, een echte specialist, maar die in zijn eigen leven niet slaagt. Indien hij geen hoop heeft, zal hij ongelukkig zijn, ondanks zijn werk, zijn geld, zijn studies en diploma’s. Het is u misschien niet mogelijk om dit op dit moment te vatten, maar met de tijd zal je begrijpen….

Hij die veel  reist in de wereld, ontmoet veel  rijke en geleerde mensen ( ikzelf heb veel gereisd, voornamelijk in het Westen), maar als we eens de gelegenheid hebben om bij hen op bezoek te gaan, merken wij dikwijls dat zij ongelukkig zijn. Zij komen alleen thuis. Sommigen zijn gehuwd, anderen, en het is dikwijls het geval, zijn het niet. Er zijn er die  buitenechtelijk samenwonen, anderen leven alleen. Zij komen thuis en wat doen zij ? Zij kijken naar de televisie, of zij gaan naar een herberg om een biertje te drinken of hun voorkeursdrankje (op onze dagen in Libanon, zijn het de narquilés -waterpijpen met tabak-die in de mode zijn), maar in hun innerlijk geweten zijn deze mensen triestig. Waarom ? Omdat zij alleen zijn. Een menselijk wezen is slechts gelukkig in het bijzijn  van een ander menselijke wezen, in de communio met anderen. Indien hij geen familie heeft die hij liefheeft en die hem liefhebben, dan zal hij droevig blijven. Wij komen hier op het domein van de spiritualiteit.

De innerlijke vrede  verwerven om de “eenheid van het menselijk wezen” te bereiken.

Indien de mens het lichaam  – ziel en geest niet verenigt, dan zal hij verdeeld blijven. Ik denk dat gij genoeg ervaring hebt om dit zeer delicaat probleem te begrijpen. Voor de Kerk is de mens één. Indien hij slecht
s een deel van zijn zijn ontwikkelt zal hij een verdeeld persoon blijven. In het jargon van de moderne geneeskunde, zal hij getroffen worden door schizofrenie, door een desintegratie van zijn persoonlijkheid. Hij zal geen  volmaakt persoon zijn. Schizofrenie,  desintegratie van de persoonlijkheid is een psychische ziekte die het meest verspreid is in de wereld van vandaag. Waarom ? Omdat wij niet alle aspecten van de menselijke persoon ontwikkelen.

Indien de mens zijn lichaam tot in het extreme toe ontwikkeld, zonder zijn  ziel te ontwikkelen, dan blijft hij verdeeld (zelfs al ontwikkelt hij zijn geest) en dus onevenwichtig. Hij bezit geen “innerlijk evenwicht”. Een persoon, man of vrouw, die de innerlijke vrede niet bezit kan niets vruchtbaars of productiefs verwezenlijken. Zijn arbeid zal altijd gedeeltelijk zijn, onafgewerkt. Door een tekort aan deze eenheid van het menselijk zijn,en  buiten dit “evenwicht van de menselijke persoon” kan de mens er niet in slagen vruchten te dragen.

Ik zal nu komen tot een onderwerp, dat, geloof ik u in het bijzonder aangaat. Vanaf het moment dat wij de eenheid van de menselijke persoon zijn gaan behandelen, besef dat de mens die  niet alle aspecten van zijn persoonlijkheid ontwikkeld, hij niet alleen een gedeelde , verloren , verwarde mens is, maar ook een leugenaar, dus kunstmatig. Hij is een leugenaar, want hij beleeft een  tweedeling tussen het zijn en het zich voordoen. Hij bevestigt iets en leeft anders. Dit is juist de schizofrenie van de persoon, wat één van de gevaarlijkste kenmerken is en het meest negatieve van de mens van vandaag. Ik spreek van de  leugen. Wie kan mij zeggen wat de tegengestelde deugd is van de leugen ? Wie onder u weet het ? Het is zeker de zekerheid die eruit bestaat “consequent te zijn met uzelf” Daaruit bestaat de eenheid. Het is  de moeilijkste en de meest belangrijke zaak die er is.

Ik wil van de gelegenheid gebruik maken om u een raad te geven. Het is mogelijk dat wij mekaar nog zullen terugzien, zoals het ook mogelijk is dat wij mekaar niet meer zullen terugzien. Ik raad u dus aan geen leugenaars te worden. Wees niet kunstmatig. Gij zijt jong, in de bloei van uw leven. Gij zijt moedig, ondernemend, ambitieus. Wat gij ook zult doen, overal waar je ook zal komen, wees oprecht. Tracht oprecht te zijn. Lieg nooit. Zeg onverschrokken uw mening, zelfs als men niet naar u luistert. Dit is van groot belang. Gij zijt jong, en in de grond van zijn hart verlangt iedere mens altijd naar de waarheid, en dit ondanks alle slechte ervaringen, de kleine misstappen en de bekoringen. Hij verzucht naar wat levend en zeker is. En dit is niet vreemd aan het Evangelie.

“De waarheid zal u vrijmaken”

Wij lezen in het Evangelie : ” Gij zult de waarheid kennen en de waarheid zal u vrij maken”. Op onze dagen heeft de jeugd geen andere verzuchtingen dan de vrijheid. Welnu, de vrijheid kan niet kunstmatig zijn. Zij realiseert zich als men de waarheid kent en als men  eerlijk is tegenover zichzelf. Zo wordt men een vrij mens. Wat is vrij-zijn ? Het is geen slaaf meer zijn, geen gevangene meer. Ons lichaam moet ons niet herleiden tot slavernij. Zo moet men ook geen slaaf zijn van een politiek leider, alhoewel dit soms de gewoonlijke gedraging is – verontschuldig mij om u eraan de herinneren – bij de Libanezen levend in Libanon. God alleen kan ons uitnodigen om onze vrijheid te beperken. Anders zijn wij geen ware christenen, maar alleen christenen van naam. Gij die in de bloei van uw leven zijt, brengt de uitdaging die wij de titel hebben gegeven ” de uitdagingen van de eeuw” opnieuw tot bloei, deze eeuw die zo dikwijls leugenachtig is. De christen moet zijn aandacht gericht houden op deze uitnodiging. Hij moet alles onderzoeken : elk woord dat hij hoort, elk beeld dat hij ziet, elk televisieprogramma dat hem wordt aangeboden en slechts dit onthouden waarvan hij overtuigd is, al de rest moet hij verwerpen.

Sta mij toe een voorbeeld te geven uit het Evangelie. De Heer Jezus werd voor Pontius Pilatus gebracht om veroordeeld te worden. Hij vroeg Hem : Waarom ben je daar ? Gij hebt de hemel verlaten om u te incarneren, om hier te komen, en nu ben je aan het lijden. Waarom ? En de Heer antwoordde hem : “ik ben gekomen om getuigenis af te leggen van de waarheid”. Gij weet goed dat deze man, Pontius Pilatus, een romeins gouverneur was, en dikwijls verstaan de gouverneurs, ook die van vandaag, niet veel van goddelijke of spirituele dingen, zij hebben niet de tijd om er zich in te interesseren . Als gevolg van deze vraag antwoordt de Heer : “ik ben gekomen om getuigenis af te leggen van de waarheid”. Pilatus vroeg Hem : “Wat is de waarheid”? Iedereen kan bevestigen dat hij gelijk heeft, dat hij aan de zijde staat van de waarheid. Maar uiteindelijk, waar is de waarheid ? Wat antwoordt gij op zulke vraag ? Wie kan mij een antwoord geven ? Wat was het antwoord van de Heer toen Pilatus hem de vraag stelde : “Wat is de waarheid, toon mij waar de waarheid zich bevindt ” ? Wie onder u kan hierop antwoorden ? Heeft er iemand een antwoord ?  (stilte) Gij doet juist hetzelfde als wat Jezus deed : Hij heeft niet geantwoord…..

De christen moet het geloof, de hoop en de liefde hebben

Heeft Jezus in een andere passage van het Evangelie niet gezegd : “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven ? Werkelijk, Hij is de Waarheid. Omdat de titel van onze uiteenzetting is “De Christen tegenover de uitdagingen van onze eeuw”, moeten wij bevestigen dat de christenen één enkele toevlucht hebben, één enkele schuilplaats, één enkel model. Wat is dit model dat wij moeten volgen ? Zeker, het is Jezus Christus. Wanneer wij de Heer zullen kennen, zijn leven op aarde, dan wordt Hijzelf onze toevlucht. Hij zal ons leren hoe wij ons moeten gedragen. Waarom blijven wij dus wezenloos ? Heeft Hij in het Evangelie niet gezegd : “Gij zult de waarheid kennen en de waarheid zal u vrij maken ?” De ware vrijheid is verbonden met het geloof en de hoop. Hij die geen geloof heeft heeft  geen principes in zijn leven, hij is niets. Men moet geen grote dingen doen Hij gedraagt zich als een schaap dat volgt.. die altijd volgt, zonder werkelijk te weten wat hij volgt. Wat volgt hij ? de mode ? een beweging wat dan ook ? Ik weet het niet. Een christen moet een mens zijn van principes Hij moet geloof hebben. Hij moet hoop hebben. De christen wanhoopt niet. Wij die het geloof hebben, wij wanhopen niet. Maar de christen moet ook liefde hebben.

Ik ga besluiten met te spreken over de liefde. De apostel Paulus schrijft dat er tussen het geloof, de hoop en de liefde “de liefde de grooste is” Zij geeft een zin  en doel aan ons leven, deze van de waarachtige liefde. De liefde houdt ons de dag van vandaag allen bezig, in het bijzonder de jongeren.  Gij gaat experimenteren, en de wereld van vandaag geeft veel bekoringen. Ik hoop dat gij de liefde zult kennen, de ware liefde en niet een valse liefde. Geen liefde die één, twee dagen duurt en die gevolgd wordt met bitterheid en scheiding. Pas op. Pas goed op. Als gij van iemand houdt, houd ervan met een waarachtige liefde, niet een uiterlijke, niet een liefde die kortstondig is. Een liefde zonder offer, zonder respect voor de ander, heeft geen enkele zin. Het wordt passie. Passie duurt niet lang. Zij wordt gevolgd door bitterheid en droefheid, maar ook door wanhoop en zij leidt soms tot  zelfmoord , wat geen genade van God is. Het komt veel voor zowel in Libanon als elders. Wij willen geen liefde van dit genre. Wij keuren
het af. Wij willen een waarachtige liefde, zoals ik ze beschreven heb, een liefde ondersteund  door hoop en geloof.

Ik dank u.

Uit : SOP 347 – April 2010

Vertaling : Kris Biesbroeck

De orthodoxe kerk in Oost Europa in de 20e eeuw

De orthodoxe kerk in Oost Europa in de 20e eeuw

Door metropoliet KALLISTOS  Ware

 

Kallistos

 

Wij orthodoxen denken dat de orthodoxie de Kerk is van de heilige Traditie, de bewaarster “van het geloof die ons is overgeleverd aan de heiligen eenmaal voor allen”(Judas 3), “die niets wegneemt en niets toevoegt” zoals de Vaders van het 7e oecumenisch concilie in 787 het formuleerden. Maar terzelfdertijd erkennen wij dat deze onveranderde Traditie moet geassocieerd worden met persoonlijke ervaringen en dat wij ze moeten her-denken en her-beleven in elke nieuwe generatie. Een groot russisch theoloog van de 20e eeuw, Vladimir Lossky (1903-1958) heeft geschreven :” Het enige moment waarop de Traditie levendig en creatief is, is door de vereniging van de menselijke vrijheid met de genade van de Heilige Geest”. Lossky voegt eraan toe dat de Traditie ” de kritische geest van de Kerk” voorstelt”…(…)

De schok van de Revoluties

Voor de christenen van Oost-Europa was de 20e eeuw een vertroebeld tijdperk, met grote uitdagingen maar ook met nieuwe hoopvolle perspectieven. De geschiedenis van de orthodoxie gedurende de 100 laatste jaren was gekenmerkt door drie voorname gebeurtenissen.

Vooreerst, het begin van de eeuw was gekenmerkt door twee beslissende gebeurtenissen : in Rusland, de bolchevistische revolutie van 1917; en in Klein Azië  de nederlaag van het griekse leger in 1922, die gevolgd werd in 1923 door de uitwisseling van volkeren tussen Griekenland en Turkije, wat we vandaag de “ethnische zuivering” noemen. Als gevolg hiervan ging de Kerk in Rusland, de kerk met de meeste aanhangers en de meest invloedrijke,  gebukt onder de dominatie van het militante atheïsme, en gedurende de 70 jaren die volgden ging zij gebukt onder vervolgingen, nu eens rechtstreeks en gewelddadig gedurende de jaren 1920 en 1930, vervolgens opnieuw bij het begin van de jaren 1960, en dan weer indirect en vernederend in de periode die volgde op de tweede Wereldoorlog. De vestiging van het communisme in Rusland veroorzaakte een talrijke emigratie naar het Westen, wat op haar beurt bijdroeg tot een constructieve uitwisseling tussen de orthodoxe en westerse christenen.

Wat betreft het onheil van 1922-1923 in Klein Azië, het ontnam het oecumenisch patriarchaat de grote meerderheid van haar gelovigen. Sedert het tweede oecumenisch concilie van Constantinopel, in 381, werd de stad Constantinopel, ook het nieuwe Rome genaamd,, het voornaamste kerkelijk centrum van de oosterse christenheid; en gedurende de byzantijnse en ottomaanse periodes, oefende dit patriarchaat haar jurisdictie uit over territoria die uitgestrekt en weinig bevolkt waren. Maar het aantal van haar gelovigen verminderde enorm, vooreerst omwille van de stichting van nationale kerken in de 19e eeuw in Griekenland, Servië, Bulgarije en Roemenië; vervolgens omwille van de uitwisseling van volkeren in 1923, die de uitwijzing inhield uit Turkije van alle orthodoxe christenen, uitgezonderd in de regio van Constantinopel.  Vanaf 1923, en meer in het bijzonder  vanaf de anti-griekse oproer van 1955, waren de christenen die in Constantinopel waren gebleven het slachtoffer van uitzonderlijke druk van de kant van de turkse autoriteiten en vandaag de dag leven zij in een droevige staat van isolement. Ondanks deze verliezen, blijft het patriarchaat canonisch de primus inter pares in de schoot van de orthodoxe kerk, en dit op wereldvlak.

Het communistisch juk

De tweede beslissende gebeurtens  die de orthodoxie van de 20e eeuw kenmerkt, was de expansie van het communisme van de Sovjet unie in de richting van Europese landen in het Oosten, en dit vanaf 1945 en in de jaren die daarop volgden. Zo kwamen de orthodoxe Kerken van Servië, Roemenië, Bulgarije, Polen, Albanië en Tchechoslowakije  onder het atheïstisch regime te staan, en ongeveer 85 % van de totaliteit van orthodoxe christenen leefde onder het communistisch regime. Ondanks alle hindernissen die zij op hun weg tegenkwamen, ondanks alle tussenkomsten van de Staat, waren de vervolgingen – uitgezonderd in Albanië – minder hevig dan het was in Rusland gedurende de jaren 1920 en 1930. In het Rusland van na de oorlog, onder Stalin,  was het doel van de communisten in de andere landen van Oost Europas, meer te controleren veeleer dan te vernietigen (uitgezonderd Albanië).

De derde  beslissende gebeurtenis die voor de Orthodoxe Kerk meer bemoedigend was, was de plotselinge val van het Communisme in 1988-1989. Als gevolg hiervan profiteren alle orthodoxe kerken, uitgezonderd het oecumenisch patriarchaat te Istanbul in Turkije, van een steun van de Staat, of te minste van een positieve neutraliteit.

Een contrastrijke situatie

De positie van het Oecumensich patriarchaat in Turkije blijft delicaat , om niet te zeggen onzeker. Het aantal van de grieks orthodoxen bedraagt er minder dan 5000. De laatste veertig jaar heeft men dikwijls gedacht dat de turkse regering het patriarchaat  definitief zou verwijderen . Men heeft zelfs gesuggereerd dat, omwille van de ondergane beperkingen, de patriarch er beter zou aan doen om het turkse grondgebied op eigen beweging te verlaten. Vergeten wij niet dat het patriarchaat een belangrijk aantal gelovigen heeft die zich buiten Turkije bevinden : niet alleen in Griekenland, in het noorden van het land, in wat wij noemen “de nieuwe territoria” die op administratief niveau ingelijfd zijn in de Kerk van Griekenland, in Kreta en de Dodecanesos, de Berg Athos, maar ook in de grote griekse diaspora in gans de wereld. Maar de huidige oecumenische patriarch Bartholomeüs I heeft duidelijk doen verstaan dat hij zich persoonlijk betrokken voelt bij de gelovigen in Turkije zelf, en hij heeft nooit de intentie gehad om Turkije uit eigen beweging te verlaten. Ondanks de vele moeilijkheden die hij tegenkomt, is hij op vele domeinen actief : voor de eenheid van de christenen, voor de dialoog met de Islam en voor een christelijk getuigenis van de ecologie. Hij is voorstander van het toetreden van Turkije tot de europese Gemeenschap, en op dit punt verschilt hij van mening met vele orthodoxen in Griekenland.

In Griekenland en op een minder uitdrukkelijke manier op Cyprus, waar de kerken teruggaan op de apostolische tijd, zijn dezer twee landen de enige waar de orthodoxe Kerk officieel “gevestigd” is, terwijl in verschillende oud communistische landen, vooral in Rusland en Roemenië, de orthodoxe Kerk er niet ver van weg is om “de facto” in deze positie te verkeren.

In Griekenland en Cyprus is de meerderheid van de bevolking orthodox gedoopt. Voor de meerderheid van de grieken is het nog altijd evident om te denken dat Griek zijn, orthodox zijn betekent. Nochtans kan men het feit niet ontkennen dat met de groei van de urbanisatie en de materiële welvaart, en in het geval van Griekenland in het bijzonder, haar intrede in de Europese Gemeenschap in 1981, heeft de Kerk niet meer dezelfde invloed als in het verleden. Sedert de jaren 1950, hebben de mensen de gewoonte ver
loren om naar de kerk te gaan, en op onze dagen is het waarschijnlijk dat het aantal mensen dat regelmatig praktiseert niet boven de 10 % . Nochtans is de Kerk onder de bezielende leiding van aartsbisschop Christodoulos bewonderenswaardig actief is geweest op het vlak van de sociale en filantropische werken, en men kan veronderstellen dat dit ook zal gebeuren onder zijn opvolger Hiëronimos, verkozen in 2008.

De uitdaging van de secularisatie.

Wat moet er gezegd worden van de orthodoxe Kerken in de vroegere communistische landen, en in het bijzonder in Rusland en de Ukraïne, die bekeerd werd tot het christendom in de 4e eeuw, in servië en Bulgarije die bekeerd zijn door byzantijnse missionarissen in de tweede helft van de 9e eeuw, en in Roemenië waarvan de christelijke wortels teruggaan tot de bezetting van Dacie door de Romeinen in de tweede en derde eeuw ? In al deze landen, als gevolg van de val van het communisme, heeft men een indrukwekkende restauratie gezien van de uiterlijke kerkelijke structuren. Dit is in het bijzonder het geval in de oude Sovjet-unie. In Rusland en in Ukraïne waren er in 1987,6800 parochies;  in 2007 telde men er reeds 27.300. De groei van het aantal monasteria voor mannen en vrouwen is nog indrukwekkender : 19 in 1987, en 716 in 2007. Gedurende dezelfde periode is het aantal theologische scholen gegaan van 3 naar 70. Nochtans, ondanks deze bemerkingswaardige uitbreiding, moet men zeggen dat het aantal regelmatige kerkgangers niet meer zijn dan 5 tot 10 % op de gewone zondagen; maar de mensen komen talrijker op de grote feestdagen.

In gans oost Europa, in Griekenland zowel als in Cyprus als in de oud communistische landen, moet de orthodoxe Kerk  uitzien op dezelfde uitdaging : op welk punt zullen de orthodoxen erin slagen om te weerstaan aan het proces van secularisatie die reeds heeft geleid tot een diepe achteruitgang van de religieuze praktijk in west Europa ? Gedurende de 70 jaren van een atheïstische regering, en de ontgoocheling van enorme verliezen, blijft een belangrijke minderheid trouw aan de Kerk in Rusland. Haar moed en haar  uithoudingsvermogen tijdens de vervolgingen zijn zeer indrukwekkend en zijn een van de grote triomfen van het christendom gedurende de 2000 jaar van haar bestaan. Nochtans, men kan niet verhinderen om zich af te vragen of de bekoringen van het seculier materialisme op lange termijn niet meer vernietigend zullen zijn dan de rechtstreekse vervolgingen ? De ervaring van de 30 komende jaren zal op dit punt cruciaal zijn.

Het gebrek aan samenwerking en eenheid onder de orthodoxen

Eén van de belangrijke problemen die de orthodoxie heeft gekend in de 20e eeuw, en die zich ook in de 21e eeuw zullen stellen, is deze van het tekort aan eenheid en van interorthodoxe samenwerking, niet op het niveau van de leer en de liturgische celebraties, domeinen waar er geen grote meningsverschillen bestaan, maar op het domein van de kerkelijke administratie en de jurisdicties. Wij orthodoxen, delen allen hetzelfde geloof, onze liturgische celebraties zijn dezelfde en , in principe, wij zijn allen in een sacramentele communio met elkaar. Maar in de praktijk is het uitdrukken van onze interne en spirituele eenheid droevig gebrekkig. Wanneer er interkerkelijke conflicten losbarsten, heeft mens dikwijls eeuwen nodig om ze op te lossen. Het lijkt erop dat wij geen klare en werkbare methoden hebben om onze misverstanden op te lossen.

Tot diep in  de 20e eeuw heeft het gebrek aan interorthodoxe samenwerking vele orthodoxe leiders in de war gebracht, en men heeft middelen gezocht om op een meer effectieve wijze onze kerkelijke eenheid te manifesteren. Nochtans zijn er tot nog toe weinig zaken geregeld op het praktische vlak. Bij het begin van de 20e eeuw, in 1902, heeft de toenmalige patriarch van Constantinopel Joachim III een ambitieuze en visionaire encycliek gezonden aan alle orthodoxe Kerken, om doen inzien dat er  toenaderings consultaties moeten georganiseerd worden  tussen orthodoxen. De Russische Kerk legt het accent in het bijzonder op het belang om”speciale vergaderingen voor alle orthodoxe van gans de wereld” te organiseren. In 1923 probeerde de patriarch van Constantinopel Mélétios IV Métaxakis om zo een vergadering bijeen te roepen door het organiseren van een panorthodoxe conferentie te Istanbul.  Ongelukkiglijk hebben alleen enkele Kerken afgevaardigden gezonden, en de beslissingen die er genomen werden, in het bijzionder wat het betreft  de aanneming van de nieuwe kalender, veroorzaakten nieuwe en ernstige scheidingen.

In 1930 was er een nieuwe poging voor een “speciale vergadering”, wanneer een interorthodox “voorbereidend Comité” bijeen kwam op de berg Athos, met de intentie een “pre-synode” te organiseren en vervolgens een “groot en heilig concilie”, dat het 8e oecumenisch concilie zou zijn. Maar de tweede wereldoorlog barstte uit. Vervolgens in 1948, ter gelegenheid van de 500e verjaardag van de autocephalie van de Russische Kerk , werd een “conferentie van de leiders en vertegenwoordigers van de autocephale kerken” gehouden te Moscou. Wanneer dit project voor een conferentie werd aangekondigd, suggereerden de woordvoerders van de Russische Kerk dat deze de weg kunnen voorbereiden voor een oecumenisch concilie. Maar het patriarchaat van Constantinopel protesteerde, zeggende dat zij de enige is die het canonisch recht heeft om een panorthodox concilie bijeen te roepen. Als gevolg hiervan werd de bijeenkomst in plaats van ” concilie”, eenvoudigweg “bijeenkomst”genoemd wat een ernstig onderscheid is in de orthodoxe ecclesiologie ! Alhoewel er vele brandende vraagstukken werden behandeld werd de conferentie van Moscou van 1948, helaas, gekenmerkte door de overheersende mentaliteit van de koude oorlog.

“Onze eenheid in de unieke Kerk van Christus is waardevoller van het patriotisme”

In 1961, hernam de oecumenische patriarch Athenagoras het idee van “een groot en heilig concilie” door een panorthodoxe Conferentie te organiseren te Rodos, waaraan de belangrijkste orthodoxe Kerken deelnamen. Deze conferentie werd gevolgd door andere panorthodoxe ontmoetingen te Rhodos in 1963 en 1964, vervolgens door een reeks conferenties in het orthodox centrum van Chambésy en vervolgens te Genève. Men sprak er over technische kwesties zoals bijvoorbeeld de regels voor het vasten en de kalender, maar men discussieerde  er ook over het meer fundamenteel probleem van de Kerkelijke organisatie van de orthodoxe Kerk in het Westen. De conferenties van Chambésy van 1990 en 1993 drongen aan op het feit dat in een land waar orthodoxe jurisdicties samen leefden, de betreffende  Kerken conferenties of bisschoppelijke comités moesten vormen om mekaar regelmatig te ontmoeten. Dit werd in enkele landen van de wereld gerealiseerd. Alhoewel men zich had uitgesproken voor de communicatie onder orthodoxen, hebben de conferenties van Rodos en Chambésy toch niet geleid tot een “groot en heilig concilie”, en ongelukkiglijk werden deze conferenties geschorst gedurende de jaren. De geïnspireerde dromen van de patriarchen Joachim en Athenagoras werden zoniet vergeten dan wel stilletjesaan vergetelheid gebracht.

De mislukking van deze inspanningen in het vooruitzicht van een naderbijkomen van een orthodoxe samenwerking is zeker te wijten aan de nationalistische geest die de bovenhand had in bijna alle orthodoxe
Kerken. Té dikwijls zagen de orthodoxen zich vooreerst als Grieken, Russen, Serven, enz.., en zij zagen zichzelf op de tweede plaats in hun hoedanigheid van leden van de enige en zelfde orthdoxe Kerk. Het patriotisme, de liefde voor hun vaderland en de ethnische tradities zijn kostbare kwaliteiten die ons christelijk leven kan verrijken. Zoals Alexander Solsjenitsyn het heeft geaffirmeerd tijdens zijn toespraak voor de Nobelprijs in 1970. “De naties zijn de rijkdom van de mensheid, hun collectieve persoonlijkheid; de minsten onder hen dragen hun eigen kleuren en bevatten een aspect van het plan van God”. Onze eenheid in de enige Kerk van Christus is onvergelijkbaar kostbaarder dan het patriotisme. In de orthodoxe ervaring van het verleden en het heden, is de waarachtige orde van de prioriteiten ongelukkiglijk verduiserd. Wij moeten onze nationale loyaliteit “dopen” om te komen tot de metanoia of het berouw, in de literaire betekenis van het woord : “verandering van geest”. In het symbolum van het geloof bevestigen wij orthodoxen : “ik geloof in de ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk”, maar hoe gaat het er in de praktijk aan toe ? Wij hebben de vermaning van de heilige Philaret, metropoliet van Moscou(1782-1867) vergeten, namelijk de het Credo slechts toebehoort aan hen die het beleeft.

De overgang van een Staatskerk naar een “vrije” Kerk.

Sedert de bekering van keizer Constantijn in 313 en tot aan de 20e eeuw heeft de orthodoxie op een dominerende wijze bestaan in de situatie als staatskerk. Op paradoxale wijze is dit blijven voortbestaan na de val van het byzantijnse Rijk. De orthodoxen onder islamitische heerschappij bestonden als een soort “Staat binnen de Staat”, bestuurd door de kerkelijke overheid op het burgerlijk en religieus terrein. Nochtans, in de loop van de honderd laatste jaren is dit bondgenootschap op abrupte wijze opgeheven of tenminste verzwakt in de schoot van de orthodoxe Kerken die onder het communisme leefden. En zelfs al is dit sedert de val van het communisme gedeeltelijk hersteld is zoals in Rusland en Roemenië, dan is het toch in beperkte mate. Terzelfdertijd is in een land als Griekenland, de verbinding tussen Kerk en Staat aan het wankelen gebracht door de groeiende secularisatie. Dit betekent dat bijna overal ter wereld de bisschoppen niet meer kunnen afhangen van de regering zoals vroeger; en de priester van de parochie kan niet meer hopen dat de schoolmeester en de politieagent het werk doen in hun plaats.

Dit einde van de lange alliantie tussen Kerk en Staat betekent dat de orthodoxe Kerk meer en meer steunt op datgene wat nooit heeft opgehouden zijn bron te zijn : de heilige eucharistie tijdens de celebratie van de heilige Liturgie, door de communie aan het Lichaam en Bloed van Christus. Op onvermijdelijke wijze zal de overgang van een Staatskerk naar een “vrije” Kerk, die de Kerk ondergaat in een multiculturele en seculiere maatschappij, pijnlijk zijn en het houdt ook in dat men veel materiële middelen zal verliezen alsook vele offers zal vragen. Maar op lange termijn zal dit verlies bewijzen dat het geen verlies is, maar een winst. Indien in de 20e eeuw en bij het begin van de 21e eeuw de Kerk beroofd is van veel van haar materiële en tijdelijke invloed, indien zij op een kenotische wijze meer en meer afhangt van het “enig noodzakelijke” (Luc.10,42), de heilige eucharistie, dan zal dit zeker niet als straf beschouwd worden, maar als een zegen. Dit betekent dat de Kerk werkelijk zichzelf wordt.

De 20e eeuw is zeker een tijd geweest van beproeving voor de orthodoxe christenen van Klein-Azië, in de Sovjet Unie of in andere plaatsen van Oost Europa gedurende de communistische periode. Nochtans, ondanks de”vreselijke beproeving” waardoor de orthodoxie is gegaan in de 20e eeuw, kan de orthodoxie er werkelijk prat op gaan sterker te zijn in het jaar 2000 dan in het jaar 1900 (…)

Uit : SOP 347 – April 2010-05-01

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

Het beeld en de gelijkenis van God in de mens

Het beeld en de gelijkenis van God in de mens

(Ascetisch essai van de heilige bisschop Ignace Briantchaninov)

ignatius_Brianchaninov_the_Bishop 30e april
 

“Laten wij de mens maken naar Ons Beeld en Onze gelijkenis!” Dit is de mysterieuze raad die de heilige Drie-eenheid, onze God doet weerklinken in en met Zichzelf door de schepping van de mens. Aldus is de mens het beeld en de gelijkenis van God ! aldus is God, in zijn grootheid, onbereikbaar en staat hij boven elk beeld. Het is weergegeven in de mens, helder en met luister. Weerspiegelt de zon zich niet in een nederige druppel water ?

De menselijke natuur is naar het beeld van de goddelijke natuur. Dat wat de mens anders maakt dan een dier, dat wat hem gelijk maakt aan de engelen, is zijn geest. De eigenschappen van de menselijke geest, wanneer hij nog in zijn staat van zuiverheid en onschuld verkeerde, zijn volgens de gelijkenis met God. God heeft vanuit zijn almachtige Rechtschapenheid deze gelijkenis geboetseerd in de mens. Hij staat boven elke gelijkenis en elke vergelijking !

Wat is de mens ? Een volmaakt wezen, vervuld met alle waardigheid en alle schoonheid. De Almachtige heeft ter zijner intentie van de zichtbare natuur, welke hij totaal bestemd had om hem te dienen, een buitengewone omgeving gemaakt. Wanneer hij alle andere wezens vanuit het niet tot het bestaan heeft gebracht, heeft Hij zich tevreden gesteld met een almachtige orde; maar wanneer hij het grote werk van de schepping van de wereld door de schepping van de meest verfijnde en de meest vervulde van alle schepselen heeft volbracht, dan heeft hij deze act doen voorafgaan met een raad…..

De imposante materie die vóór de mens geschapen is, met haar oneindige diversiteit, is niets anders (wij durven dit bevestigen want het is de waarheid) dan een voorbereidende schepping. Een aardse koning is bezorgd om een zaal te vinden om er zijn portret in op te stellen. Op dezelfde wijze is het bij de Koning der koningen. Hij heeft de zichtbare natuur en al haar schoonheid, schitterend en bewonderenswaardig,voorbereid om er Zijn Beeld in te plaatsen, ultieme oorzaak van alles wat er is voorafgegaan. Anderzijds, na de schepping van de wereld heeft God datgene wat Hij had gemaakt bewonderd en zag dat het goed was (Gen 1,25). Maar na de schepping van de mens, nadat hij opnieuw datgene wat Hij had geschapen bewonderde, vond Hij Zijn schepping  beëindigd, volmaakt, volledig, Hij zag alles wat Hij geschapen had en zie het was zeer goed (Gen.1,31).

Mens, begrijp dus je waardigheid ! Bekijk de grasvelden en de landerijen, de grote rivieren, de immense zeeën , de hoge bergen, de prachtige bomen, alle dieren van de aarde en alle die zich verplaatsen in de wateren, de maan, de zon en de hemel : dit alles is voor u, tot uw dienst ! En als extra, buiten de wereld die wij zien, is er ook een onzichtbare wereld voor onze ogen, onvergelijkbaar hoger dan de zichtbare wereld : en deze onzichtbare wereld is ook geschapen voor de mens !

Hoe heeft God Zijn beeltenis geëerd !… En welk edele bestemming heeft hij ervoor voorzien ? De zichtbare wereld is niets anders dan de wachtkamer van een onvergelijkbaar uitgestrekt en mooi verblijf. Het beeld van God verblijft in deze wachtkamer om bekleed te worden met de definitieve kleuren, om zo veel mogelijk te gelijken op haar al heilig en volmaakt Origineel : Zij zou kunnen, door de schoonheid en de fijnheid van deze gelijkenis , doordringen in het paleis waar het Originele zich onuitsprekelijk laat kennen, en die  Zijn Oneindigheid onuitsprekelijk  beperkt om toegankelijk te zijn voor Zijn redelijke schepselen en wel-beminden.

Het beeld van God-Drie-eenheid is de trinitaire mens. Men vindt in de ziel van deze laatste drie krachten, die deze ziel kenmerken.

Onze gedachten en onze spirituele waarnemingen tonen ons met alle zekerheid het bestaan van het verstand, of het intellect , dat volstrekt onzichtbaar en onbegrijpelijk is. Het past hierbij te verduidelijken dat de Heilige Schrift en de Geschriften van de Vaders, het woord geest dikwijls als de ziel in het algemeen aanduidt, en dikwijls één van de machten  van de ziel, het intellect of de machten van het woord. Maar algemeen gesproken, geven de Vaders aan de ziel deze drie bijzondere machten : het intellect (of de rede), de gedachte ( of het woord), en de geest. De geest is de bron en de oorsprong van de gedachte, zoals de spirituele waarneming. De geest duidt de bekwaamheid aan om het spirituele waar te nemen (Bij sommige auteurs kan men het woord geest door het woord intellect vervangen; wij gebruiken het ook om de geschapen geesten aan te duiden).

Van nature is onze ziel het beeld van God. En zelfs na de zondeval blijft de ziel het beeld van God ! Zelfs als men in de vlammen van de hel zijn geworpen blijft de ziel het beeld van God ! Zo is de leer van de heilige Vaders. De Heilige Kerk zingt in haar heilige hymnen : “Ik ben het beeld van Uw glorie, zelfs al draag ik de tekenen van de zonde”.

Ons intellect is naar het beeld van de Vader, onze gedachte (wij noemen gewoonlijk gedachte, elk woord dat niet is uitgesproken) naar het beeld van de Zoon, onze geest naar het beeld van de Heilige Geest. Op dezelfde wijze als in de Drie-eenheid, zijn de Drie Personen samengesteld zonder verwarring noch verdeling, een enig Goddelijk Zijn., in de trinitaire mens vormen deze drie “personen” één enkel zijnde, zonder verwarring nog verdeling in drie zijnden.

Ons intellect doet ontstaan en geeft onophoudelijk geboorte aan de gedachte. Eénmaal geboren, houdt de gedachte niet op om opnieuw geboren te worden, en terzelfdertijd is zij reeds geboren, verborgen in het intellect. Het intellect kan niet bestaan zonder de gedachte, en de gedachte zonder het intellect. Het begin van het ene is noodzakelijk het begin van de andere. Het bestaan van het ene is noodzakelijk het bestaan van het andere.

Op dezelfde wijze, komt de geest voort uit het intellect en draagt bij aan de gedachte. Elke gedachte heeft zijn geest, het bestaan van het eerste is noodzakelijk vergezeld van het bestaan van het tweede. Het bestaan van het ene en het andere tonen ons het bestaan van het intellect.

Wat is de geest van de mens ? het is de verzameling van gevoelens uit het hart die toebehoren aan de redelijke en sterfelijke ziel, en die niet bestaat in de ziel van een dier.

Het hart van de mens verschilt van het hart van de dieren door zijn geest. Het dier heeft waarnemingen die uit het bloed en de zenuwen komen, maar hij heeft geen spirituele waarneming. Deze daad van het goddelijk beeld is het erfdeel dat exclusief voor de mens is. De kracht van de mens is dus in zijn geest.

Ons intellect, onze gedachte en onze geest, omwille van de gelijktijdigheid van hun afkomst en hun wederzijdse relaties, zijn naar het beeld van de Vader
, de Zoon en de Heilige Geest, de mede-eeuwige Drie Personen, zonder begin, gelijk in eer en van dezelfde natuur. Diegene die Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien, kondigt de Zoon aan, Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij (Joh.14,9-10). Men kan spreken in dezelfde termen van het menselijk intellect en zijn gedachte.  Het intellect, onzichtbaar uit zichzelf, openbaart zich door de gedachte; diegene die kennis genomen heeft van de gedachte, heeft kennis genomen van het intellect die deze gedachte heeft voortgebracht.

De Heer heeft de Heilige Geest genoemd : heilige macht vanuit de hoge, Geest van Waarheid (Luc 14,49; Joh.14,17). De waarheid is de Zoon, de geest van de mens heeft ook de eigenschappen van deze Macht : hij is de geest van de gedachte van de mens,  zij is waar of vals. Deze geest verschijnt in elke geheime beweging van het hart, in elke wijze van denken, in elke daad van de mens,het is  de geest die de mens heeft geleid in zijn actie.

De barmhartige Heer heeft elke mens getooid naar Zijn Beeld en Zijn gelijkenis. Bestaan naar het beeld van God is de natuur zelf van elke ziel. Maar de gelijkenis is het bezit van de ziel. Van nature is de Schepper eeuwig, wijs, goed, onvergankelijk, heilig, vreemd aan elke passie en elke zonde, aan elke idee en waarneming van de zonde. De mens, van zijn kant, werd ook geschapen naar het beeld van God.

Een handig schilder schets eerst de vormen en de trekken van het gezicht waarvan hij een portret wil maken. Vervolgens geeft hij aan het gezicht en aan de klederen de kleur van het origineel, en zo voltrekt zich de gelijkenis : het beeld werd zo in alle dingen begiftigd met de gelijkheid met God. Indien dit niet het geval was, dan zou het resultaat onvolledig zijn, God onwaardig, en God zou zijn objectief hebben gemankeerd.

Maar helaas, driemaal helaas ! Ween hemelen, en gij zon, de sterren , de aarde en alle aardse schepselen ! Ween, ganse natuur ! Heilige engelen, weent ! snikt met bitterheid en wees ontroostbaar ! Trek de rouwklederen aan ! Het onheil is vervuld, het enige onheil dat de verdienste heeft om onheil te worden genoemd : het beeld van God is gevallen ! Geëerd  door de vrije wil en verleidt door de gevallen engel, heeft de mens gecommuniceerd met de gedachten van duistere geesten en met de vader van de leugen en alle kwaad. Deze communicatie wordt gemanisfesteerd door een act : de scheiding met de goddelijke wil. En Ecclesiasticus zegt met juistheid dat datgene wat krom en gebogen is niet meer recht kan gemaakt worden , datgene wat ontbreekt kan er niet meer bij gerekend worden (Prediker.1,15).

De ontregeling van het beeld en de gelijkenis kan gemakkelijk  geobserveerd worden in elk van ons. De schoonheid van de gelijkheid, die bestaat uit het verbond van alle deugden, werd besmet door de talrijke passies en de slechte adem. De trekken van het beeld zijn hun eerste regelmaat verloren : hun wederzijds akkoord. De gedachte en de geest strijden met elkaar, zij houden op om het intellect te gehoorzamen, zij richten er zich tegen op. Hijzelf verblijft in een blijvende vertwijfeling, in een vreselijke duisternis die God in hem verduisterd, alsook de weg die naar God leidt, de heilige en onfeilbare weg.

Deze ontregeling van het beeld en de gelijkenis wordt vergezeld van een verschrikkelijk lijden. Het volstaat voor de mens om zich lang genoeg te concentreren op zichzelf in de eenzaamheid om zich ervan te overtuigen dat dit lijden permanent is, hoewel het kan afnemen of opgewekt worden, het kan verdrukt worden of niet.

O mens ! Uw verstrooiing en uw plezier verraden het lijden die in u broedt ! Gij zoekt om het te doen verdrinken in de kelk van het luidruchtige lachen en van de vermakelijkheden zonder einde. Ongelukkig ! Vanaf het moment dat je één minuut van waakzaamheid vertoond, wordt gij opnieuw overwonnen door dit lijden die gij trachtte te overwinnen. Maar weet dat de ontspanning het voedt en versterkt. Na te hebben uitgerust in de schaduw van het tekort aan waakzaamheid , bloeit het lijden weer op met een grotere kracht, als een getuige die in de mens woont, de getuige van zijn val.

Het lichaam van de mens is ook gekenmerkt door het zegel van de val. Vanaf de geboorte kent hij  vijandigheid. Hij vecht tegen alles wat hem omringt en tegen de ziel zelf die in hem leeft. Alle elementen vallen hem aan. Op het einde van het leven, uitgeput door innerlijke en uiterlijke strijd, gegrepen door ziekte, en geknecht door de ouderdom, valt hij onder de valsheid van de dood en wordt tot stof herleid, alhoewel hij als onsterfelijk is geschapen.

Maar opnieuw manifesteert zich de grootheid van de mens als beeld van God ! Ze manifesteert zich in de val zelf doorheen het instrument die het onttrekt aan deze val : God heeft Zijn Beeld op Zich genomen, op één van Zijn goddelijke Personen ! God is mens geworden om Zijn beeld aan de val te onttrekken, het opnieuw in ere te herstellen in zijn oorspronkelijke glorie, en meer nog, het te verheffen naar een onvergelijkbare hoogte die de zijne was tijdens de schepping!

De Heer is rechtvaardig in Zijn barmhartigheid. Door de Verlossing te verzekeren, heeft Hij Zijn beeld geëerd meer nog dan Hij het deed tijdens de schepping, want de mens had zelf zijn val niet beraamd : het is de gevallen engel die heeft teweeggebracht uit afgunst, en bedrogen door het kwade onder het masker van het goede.

Elke Persoon van de Heilige Drie-eenheid heeft deelgenomen aan het werk van de incarnatie, elk volgens zijn  eigenschap. De Vader blijft degene die voortbrengt, de Zoon wordt geboren, de Heilige Geest bekleedt de mensheid. Door Hem treedt de Heilige Drie-eenheid in communio met ons intellect en onze geest.

De Zoon en het Woord van God is geïncarneerd. Dus is onze gedachte verbeterd, gezuiverd door de Waarheid. Onze geest is bekwaam geworden om te communiceren met de heilige Geest. Deze geest, die de eeuwige dood heeft gedood, is levendig geworden door de Heilige Geest, en ons intellect heeft toegang gekregen tot de kennis en het zien  van de Vader.

De trinitaire mens is genezen door de God-Drie-eenheid. Door het Woord is de gedachte genezen, zij is verwezen naar de wereld van de leugen en de valstrik naar die van de waarheid. Door de Heilige Geest is de geest geanimeerd, hij is overgegaan  van de vleselijke gewaarwordingen  van de ziel naar de spirituele waarnemingen. De Vader verschijnt aan het intellect en onze geest wordt geest van God : wij hebben de gedachte van Christus (1 Kor.2,16) zegt de Apostel.

Voor de komst van de Heilige Geest, vraagt de mens die dood is door de Geest : Heer, toon ons de Vader !(Joh14,8). Na het ontvangen van de Heilige Geest en de kinderlijke adoptie, zal de mens, geanimeerd door de nieuwe geest en gekeerd naar God en zijn heil, zich tot de Vader richten onder de actie van de Heilige Geest zoals tot iemand die wij kennen, en hij zal hem zeggen : Abba, Vader ! (Rom.8,15)

Het gevallen beeld wordt hersteld in  het Heilig Doopsel. De mens, wordt door het water en de geest geboren tot een nieuw leven. Vanaf het doopsel, zal de Geest, die zich verwijderd had van de mens door de zondeval, deelnemen aan zijn aards leven. Door het berouw geneest hij d
e wonden die de zonde  heeft geopend na zijn Doopsel, en brengt alzo het heil toegankelijk tot de laatste adem.

De schoonheid van de gelijkheid is hersteld door de Geest; zij is ontwikkeld en vervolmaakt door de  vervulling van de evangelische geboden. Het model en de volheid van deze schoonheid is niets anders dan de God-Mens, onze Heer Jezus Christus. “Wees mijn navolgers zoals ik het ben in Christus” (1 Kor.2,1), zegt de apostel. Door deze woorden  roept hij de gelovigen op om de gelijkenis in zichzelf te vestigen en te vervolmaken. Hij toont ons aan wat voor de nieuw geschapen en vernieuwde mens door de verlossing Zijn Heilig Model is voor de volmaaktheid : “Bekleedt u met de Heer Jezus Christus” (Rom.13,14).

De Heilige Drie-eenheid, onze God, door de verlossing van de mens, Zijn beeld, offert ons zo een mogelijkheid om te slagen in de vervolmaking en de gelijkenis, dat deze gelijkenis gaat tot aan de transformatie in eenheid met het Originele, een vereniging van het arme schepsel met zijn totaal volmaakte Schepper.

Hoe bewonderingswaardig en wonderlijk is het beeld van God ! God schittert en handelt door dit beeld ! De schaduw van de Apostel Petrus genas ! Hij die hem verloochend had stierf alsof hij God zelf had belogen !  Het linnen zelfs van de Apostel Paulus vervulden de tekenen ! Het gebeente van de profeet Eliséus stond op uit de dood waarvan de de resten van de Pneumatophore  reeds lang in het graf lagen, en dit door de eenvoudige onoplettendheid van de   grafbewakers !

De uiteindelijke gelijkenis, de vereniging met God, wordt bereikt en bevestigd door het onderhouden van de evangelische geboden. ” Blijf in Mijn en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, maar alleen als zij blijft aan de wijnstok, zo gij evenmin, als gij niet blijft in Mij. Ik ben de wijnstok, gij de ranken. Wie in Mij blijft, zoals ik in hem, die draagt veel vrucht, want los van Mij kunt gij niets” (Joh.15,4-5). 

De gelukzalige vereniging wordt verleend, wanneer een gezuiverd geweten door de verwijdering van elke zonde en door de geboden van Christus, de christen communiceert aan het heilige lichaam en aan het bloed van Christus, en dus aan Zijn goddelijkheid die ermee gepaard gaat. “Hij die mijn vlees eet en mijn Bloed drinkt blijft in Mij en ik in hem”Joh.6,56)

Redelijk Beeld van God ! Onderzoekt tot welke glorie en welke eer gij zijt geroepen en bestemd door God ! De onbegrijpelijke wijsheid van de Schepper heeft u toegestaan te beschikken over uw eigen wil : is het mogelijk dat gij niet waardig wilt blijven om Beeld van God te zijn, wilt gij de gelijkenis vernielen en kapotmaken, zoekt gij om te gelijken op de duivel en u te verlagen tot de waardigheid van de beesten ?

God heeft niet tevergeefs zijn goederen uitgestort. Hij heeft niet tevergeefs de wonderlijke schepping verricht, Hij heeft niet onnodig de schepping van Zijn beeld geëerd door een voorafgaandelijke voorwaarde, Hij heeft  niet onbewust  dit beeld vrijgekocht na de val door Zichzelf te offeren ! Hij zal geen rekenschap vragen voor dit alles. Hij zal oordelen hoe zijn weldaden werden gebruikt, hoe Zijn Incarnatie is gewaardeerd, en hiermee het vergoten Bloed voor onze verlossing.

Ellende voor de schepselen die de weldaden van God zullen hebben versmaad, hun Schepper en Redder ! Het eeuwig vuur, een onblusbare vuurgloed     zonder bodem, aangestoken sinds lang, en bereid voor de duivel en zijn engelen en die wacht op de bedorven ,nutteloos geworden beelden. Daar zullen zij eeuwig branden, zonder te verteren.

Broeders  , zolang wij op deze aarde zullen rondwandelen, zolang wij in deze zichtbare wereld zijn, wachtkamer voor de eeuwigheid, laten wij ons inspannen om de  gegraveerde lijnen van het beeld door God in onze ziel te herstellen ! Laten wij aan de nuances en de kleuren van de gelijkheid schoonheid, levendigheid en frisheid geven ! En God, na de vreselijke beproevingen, zal ons waardig achten om in Zijn eeuwig paleis binnen te gaan, in Zijn eeuwige dag, in het feest en de eeuwige triomf !. 

Herneem de moed, mensen van weinig geloof ! Doe inspanningen, luiaards !  Deze mens die aan ons gelijk geworden is door zijn passies, die in zijn blindheid eertijds   de kerk vervolgde, die vooral de tegenstander en de vijand van God was, en die  zoveel deed om na zijn bekering in hem het beeld te herstellen. Deze mens vervolmaakt zo goed de gelijkheid zodat hij kan zeggen over zichzelf : “Niet meer ik ben het die leef, het is Christus die leeft in mij” (Gal.2,20).

Dat niemand twijfele aan de echtheid van deze stem ! Deze stem is zo vol van de Heilige Waarheid, de Heilige Geest werkt er zodanig mee samen, dat de doden verrezen, de demonen de mensen verlieten  die zij deden lijden en deed hun fantasieën zwijgen. De vijanden van het Licht verloren het licht van hun ogen, de heidenen verwierpen hun idolen, zij erkenden God als de ware God, en zij aanbaden Hem !  

Amen.

Vertaling : Kris Biesbroeck                                                                          

 

.

 

De ervaring van de heilige Geest in de orthodoxe kerk

De ervaring van de Heilige Geest in de orthodoxe Kerk

Door Elisabeth Behr Sigel

 

Orthodoxe theologen en spirituele mensen onderlijnen het verborgen , mysterieuze karakter van de Derde  Persoon van de drie-eenheid.  Zij constateren een soort anonimiteit van de Geest, waarvan de volle openbaring enkel op het einde der tijden wordt verwacht. De geest heeft geen eigen naam. Spiritualiteit en heiligheid behoren toe aan de Drie  goddelijke Personen. Terzelfdertijd  heeft de Geest vele namen. Alles wat de mensheid verheft boven zichzelf, alles  wat het werk en de uitstraling is van de Heilige Geest. “Gij hebt vele namen, hoe zal ik je noemen, Gij die men niet kan noemen ?” roept Gregorios van Nazianze uit. ” Uw naam, zo begeerd en voortdurend aanroepen, niemand kan zeggen wie het is”, zingt de byzantijnse mystieker Symeon de Nieuwe Theoloog.

De Geest heeft geen onthuller in de andere goddelijke Persoon, stellen de Kerkvaders vast. “De beelden zelf waarmee de Schrift de Geest beschrijft blijven duister”, schrijft de monnik van de Oosterse Kerk. “Hij is een vlam, zalving, parfum. Hij is een duif die vliegt en rust – en hij is tegelijk niets van dit alles” (Een monnik van de Oosterse Kerk, de duif en het lam, Chevetogne, 1979,pp.13-14). De Geest, is de anonieme God die in de wereld aanwezig is zonder zich ermee te vermengen. Zijn persoon  verbergt zich tegelijk in hem aan wie hij zich geeft, Christus, waarvan hij de tegenwoordigheid actualiseert, en in hen aan wie Hij zich geeft.

Er is dus ook een kenose van de Geest, zoals er een kenose van de Zoon van God is. De Geest ontledigt zich en verootmoedigt zich als persoon om de Zoon des mensen  te openbaren  en in de mensen.

“Zijn tegenwoordigheid is verborgen in de Zoon zoals de adem en de stem verdwijnt  voor het woord die zij hoorbaar maken” schrijft Paul Evdokimov (L’Esprit Saint dan la Tradition orthodoxe, p88). Het is in de volheid der tijden, in de veelheid van de verlichte aangezichten door hen, de menselijke personen die hij geheiligd heeft, het is in de Kerk-mensheid die de  vrouw geworden is,omhuld met de zon uit de Apocalyps (Hand.12,1-2), dat de persoon van de geest onthuld zal worden. De geest kennen, hier en nu, betekent zijn kracht ontvangen, maar het is ook, zoals de heiligen het getuigen, zich laten binnenleiden in het mysterie van zijn tederheid, het zichzelf wegcijferen, de vreugde, in de wederzijdse zelfgave. Zo is het einde van de christelijke existentie, het Koninkrijk van God waarvan wij de komst afsmeken.  Het is kenmerkend dat in  sommige zeer oude teksten van het Onze Vader, het afsmeken van het Koninkrijk van God wordt vervangen door de vraag : “dat uw Geest kome”.

In dit perspectief betekent Pinksteren de ultieme  openbaring die wij zouden kunnen ontvangen in dit aardse leven, een anticipatie van deze waarnaar wij verlangen – en waarnaar wij gaan in geloof en hoop. De gave van de Heilige geest kondigt zich aan en bevat de cosmische transfiguratie in kiem, de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde, het hemels Jeruzalem waar God elke traan wist. Daarom komen op de dag van Pinksteren de gelovigen naar de Kerk met groene takken en bloemen. Zij symboliseren het nieuwe van de Geest, die van de verrezen Christus,die vloeit op de aarde en op de mensen, de goddelijke belofte vervullend : ” In zal een nieuwe Geest over hen zenden, ik zal uit hun lichaam het hart van steen  weghalen en zal hen een hart van vlees geven ” (Ez.2,19).

Eén van de specifieke uitingen van dit veranderen van hart is de staat van de ziel welke de Russen oumilénié noemen,  “ontroering” : pijnlijke vreugde, gemengd met tranen, universele godsvrucht, exstase wanneer het hart zich verblijd  over de dimensies van het universum, van gans de schepping die in barensweeën verkeert en die  zuchtend streeft – maar met hoop – naar de openbaring van de Zonen en dochters van God ( cf. Rom.8,18-23). Van de woestijnvaders tot de byzantijnse mystiekers en de russen, van Ephraïm de Syriër tot Symeon de  Nieuwe Theoloog, van Tikhon en Seraphim van Sarov tot Aliocha Karamazov ( personnage uit de roman “De gebroeders Karamazov van Dostoïevski) en in de anonieme ‘russische pelgrim”, doorkruisen de accenten van deze smartelijke vreugde de oosterse spiritualiteit in een immense doxologie.

Het meest gewoon gebed gericht tot de Geest in de orthodoxe Kerk aanroept hem als ‘Koning van de hemel’. De koninklijkheid van de Geest wordt nochtans nooit in  de kerkelijke godsvrucht beschouwd als een soort ‘derde rijk’ die zou volgen op dat van de Vader en de Zoon, als een nieuwe openbaring, volgens de illusie van sommige duizendjarige secten en die dikwijls gevolgd worden door nobele en grootmoedige geesten. De orthodoxe godsvrucht scheidt nooit de geest van de Zoon en de Vader. Zijn koninklijkheid, schrijft de Monnik van de Oosterse Kerk, bestaat erin “zijn onderwerpen te doen buigen naar diegene die gezegd heeft tot Pilatus : “Ik ben koning” (Joh.18,37). De functie van de Geest is om Jezus aan de mensen mede te delen, zijn genade,  het inzicht in Zijn Woord en Zijn verrijzenis. En terzelfdertijd in hen en onder hen het rijk van de Zoon te grondvesten. Hij toont hen met hem en in hem en door hem het rijk van de Vader, totdat God in allen zij (cf. 1 Kor.15,24-28).

De gave van de Geest zou in dit perspectief niets anders zijn dan een buitengewone gave, alleen gegeven aan sommigen. Leven in de Heilige Geest, dat is de roeping van elke Christen en tenslotte de ultieme roeping van elk menselijk zijn. In zijn beroemd onderhoud met Nicolas Motolitov, zegt de heilige Seraphim van Sarov, een Russische heilige uit de XIXe eeuw, aan zijn leerling en vriend : “Het gebed, de vasten, de waken en elk ander Christelijk werk zijn goed op zichzelf. Echter, het is niet in hun vervulling dat het doel van het christelijk leven bestaat. Het zijn slechts middelen. Het waarachtig doel van het christelijk leven is de verwerving van de Heilige Geest”. De heilige Seraphilm van Sarov doet niets anders dan – in de taal van een simpele Russische monnik, een taal waarin men niet te veel de termen moet benadrukken – de vaste leer van de Kerk te onderwijzen, Helaas, dikwijls  verduisterd door het ritualisme en het legalisme, maar altijd aangepast voor de authentische spirituelen.

Tien eeuwen voor Sint Seraphim, vermaande Symeon de Nieuwe Theoloog zijn tijdgenoten : ” Het zegel van de Geest is vanaf nu gegeven aan de gelovigen…aangespoord door dit geloof, loop zoals het behoort om het doel te bereiken….Klopt totdat men u opent en   dat gij binnen de bruidskamer de Bruid kunt aanschouwen”. Dit appel en nog andere analoge die verspreid worden door deze bijbel van de mystiek van de Oosterse Kerk, dat de philocalie is, miljoenen orthodoxen hebben niet opgehouden het te bemediteren : hesychasten van de Athos berg, monniken-eremijten van Rusland en Moldavië, leerlingen van Nil van de Sora (Sorsky) of de staretz Païssii Velitchkovski, maar ook eenvoudige leken, mannen en vrouwen levend in deze wereld, zoals de beroemde Verhalen van de Russische pelgrim. Vandaag nog, is het spirituele gebed of het gebed van het hart de geheime bron die de orthodoxe  vroomheid  besproeien. Een gebed waarvan de naam van Jezus in zekere zin de materie vormt en waarvan de kracht de Adem is, de onuitsprekelijke Geest verenigt met de menselijke adem.

De Geest en de Kerk

De persoonlijke bewustwording van de inwoning van de Geest, “God is intiemer dan mijn intiemste”, situeert zich nochtans in een kerkelijke context. De Kerk is, volgens de orthodoxe opvatting, bij uitstek “de plaats waar de Heilige Geest werkzaam is”. Deze definitie is ons gegeven door Vader nicolas Afanassieff in zijn boek “L’Eglise de l’Esprit Saint” (De Kerk van de Heilige Geest). Het werd hernomen door de libanese metropoliet Georges Khodr in een communicatie die hij gedaan heeft op het theologisch colloquium over de heilige Geest te Rome (maart 1982) : “De Kerk is geactualiseerd op de dag van Pinksteren door de Geest en in de Geest. Zij is de plaats waar de Heilige Geest handelt en de Geest is haar principe van activiteit door de charisma’s”. En Georges Khodr citeert het gezang van de grote vespers van Pinksteren : “De Geest doet de profeten opspringen als een bron ; hij stelt de priesters aan ; de zondaars, hij maakt theologen , hij vormt de Kerk”. En om de woorden van de heilige Johannes Chrysostomos  op te roepen : ” Indien de Geest niet aanwezig was in haar midden, dan zou zij niet blijven bestaan. Indien zij blijft bestaan, dan is dit een teken van de aanwezigheid van de Geest”.

Er is geen tegenstelling in dit perspectief tussen “het instituut” en de “Charisma’s”. Er zijn verschillende functies in de Kerk. Spanningen ontwikkelen zich, te wijten aan de menselijke zonde. Maar de Geest  is de enige bron van de gaven die aan ieder gegeven worden met het oog op het bouwen van het gemeenschappelijk spirituele huis, waarvan alle gelovigen de kostbare en noodzakelijke stenen zijn. Als plaats waar de Heilige Geest handelt beschikt de Kerk niet over hem als haar eigendom, krachtens een magische priesterlijke macht die de  bedienaar zou bezitten. Als gave en gever geeft de Geest zich in vrijheid. Hij is de persoon-gave die zichzelf geeft om met de Zoon, de wil van de Vader te vervullen. Hij is het antwoord van de Vader op het nederige en vertrouwvolle gebed van de Kerk, conform de woorden van het evangelie : “Vraagt en gij zult verkrijgen…Klopt en er zal u worden opengedaan. Als gij dus , die slecht zijt, de goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer dan zal uw hemelse vader zijn heilige Geest geven aan hen die erom vragen.”(Luc.11,13). De orthodoxe eucharistische liturgie bereikt haar hoogtepunt in de épiclese : een dringend gebed gericht tot God om Zijn Heilige Geest te zenden, tegelijk over de gaven om ze te veranderen in het lichaam en bloed van Christus en over de gelovigen opdat het ontvangen van deze gaven voor hen zouden zijn “zuivering van de ziel, vergeving der zonden, communicatie met de Heilige Geest en vervulling van het Koninkrijk der hemelen “. Zo is elke eucharistie de actualisatie van zowel Pasen als Pinksteren, communio, door en in de Heilige Geest voor de gelovigen ten overstaan van de bevrijdende verlossing van het heil dat vervuld is door Christus eenmaal voor allen (Hebr.10,10) “Wij hebben het ware licht aanschouwd, wij hebben de Heilige Geest ontvangen” zingen de gelovigen na de eucharistische communie.

Zo sterk uitgedrukt in de eucharistische epiclese, vergezeld en authentificeert  de Geest alle sacramenten. Zij is de ademhaling van de Kerk : gans het leven van de Kerk is epicletisch, ’t is te zeggen, afwachting, aanroeping en ontvangst van de Geest. De figuur van de kerk is de biddende die men ziet op de muren van de catacomben : de vrouw rechtop, haar lege,open handen omhoog naar de hemel gericht. Als gemeenschappelijk werk, volgens de ethymologische betekenis van het woord, actualiseert de liturgie het gebed van de Geest en de bruid : “Kom, Heer Jezus…Maranatha” (Apoc.22,17-20). Als antwoord doet de Heer de bruid deelnemen aan haar Pasen. Zo is de dialoog die het liturgisch gebed uitdrukt, als een echo van de eeuwige dialoog, in het intertrinitaire leven, van de Duif en het Lam. “De liturgische bijeenkomst”, schrijft Georges Khodr, “is een bruidsvergadering die  de bewoners van hemel en aarde omvat en zelfs het universum. Haar bezieler, de daadwerkelijke liturgie, is de Geest “gever van het leven”. Aanwezig in de christelijke bijeenkomst, zingt de Geest in haar, spreekt hij ten beste in haar bij de Vader. De Kerk smeekt de Geest heiligmaker en verlichter  dat zij haar zet – en in haar elke gelovige- in de staat van het gebed” (Georges Khodr, “L’Esprit Saint dans la Tradition orthodoxe” SOP, supplément n° 68np.7).). Dit gebed sluit de Kerk niet op in haarzelf. Zij verruimt haar tot wereldse dimensies. Als wij, door de Heilige Geest, de aanwezigheid van de Heer midden onder ons kunnen waarnemen, dan worden wij opgeroepen om zijn aangezicht waar te nemen in elk menselijk wezen, vooral in de minsten van onze broeders.

Wanneer de priester, op het einde van de eucharistische liturgie zegt : “Laat ons heengaan in vrede”, dan wil dit zeggen, zoals vader Bobrinskoy eraan herinnert, dat wijzelf dragers zijn geworden van de Geest, dat wij geroepen zijn om het Goede Nieuws te zijn voor de wereld, verenigt met hem die het Goede Nieuws in persoon is.

Als gratis gave wordt de genade van de Geest gegeven aan de gelovige voor de geestelijke strijd in zijn eigen hart en in de wereld. Zij is Koninklijke en priesterlijke zalving die zichtbaar wordt in de cultus “in geest en waarheid” waartoe de mensheid is geroepen (cf.Joh.4,24). : offerande van zichzelf en het nutteloze universum waarvan hij de woordvoerder is, aan de Vader als de bron van de liefde zonder grenzen. Een offerande die de werken van een authentische menselijke cultuur zou kunnen veranderen in een cultus. Zo is de doelgerichtheid kenbaar gemaakt door het sacrament van het chrisma zoals het wordt  toegekend in de orthodoxe kerk, na het doopsel. Wij vermelden hierbij de zalving met het heilig chrisma over alle leden en in het bijzonder over de zintuigen, die het menselijk wezen in relatie stelt met zijn gelijken en met de wereld, deze zalving consacreert hem totaal aan God, opdat zijn ganse leven, hier en nu wordt veranderd, in afwachting van de uiteindelijke cosmische transfiguratie.

De Geest en de éénheid van de Kerk

Een voorafbeelding van de éénheid in Christus in de schepping in haar geheel, op het einde der tijden  wanneer “God alles in allen zal zijn” (1 Kor.15,28),is de éénheid van de Kerk in orthodox perspectief,  als een  gave van de Geest. Het is de geest die de Kerk bijeenbrengt; een vergadering van hen die Hij heeft geroepen uit het Oosten en het Westen om ondergedompeld te worden in de dood van Christus en te verrijzen met Hem door hen het nieuwe leven te schenken in de uitstraling van de trinitaire liefde.

Zoals Vader Jean Meyendorf  opmerkt,  (Jean Meyendorf, Introduction à la théologie Byzantine, pp232-233, Seuil, 1975) dat in de byzantijns liturgische taal, de griekse term koinonia – Communio -specifiek de aanwezigheid van de Geest in de eucharistische  bijeenkomst aanduidt. Aldus is het idee evident dat de communio van de Vader, de Zoon en de Geest – deze communicatie van de Heilige Geest die de mens binnenleidt in het goddelijke leven, en de communio-communauté die er is tussen de mensen, in Christus, door de Geest, niet alleen worden aangeduid met hetzelfde woord maar ook geworteld zijn in  dezelfde realiteit. De eucharistische communio is een gave bij uitstek van de Geest, ze geeft vorm aan en actualiseert sacramenteel, de Kerk in haar volheid en dit in een gegeven plaats en tijd.

Door de uitstorting van de Geest, wordt een virtuele
gemeenschap van zondaars veranderd zodat het Lichaam van Christus in hen aanwezig is, “De Kerk is één, heilig, katholiek en apostolisch”.

Deze band tussen de sacramentele eucharistie en de éénheid van de Kerk die zij actualiseert door de gave van de Heilige Geest wordt sterk uitgedrukt in het anafoor  van Sint Basilius : “Wij bidden en smeken u, o Heilige der Heiligen, opdat door uw goedheid, uw Heilige Geest over ons en over de gaven die wij nu offeren kome, en dat hij ze zegent, heiligt en kenbaar maakt als het kostbaar Lichaam van onze Heer en God, en deze kelk als het kostbaar Bloed van onze Heer en Verlosser Jezus Christus… en dat de Geest ons allen, die het Brood en de Kelk delen, in de gemeenschap van de Heilige Geest, moge verenigen.”

Geworteld in de gemeenschap van de Drie Goddelijke Personen is de kerkelijke communie ook een communio tussen personen. Traditioneel wordt in de Kerk van het Oosten ieder die communiceert genoemd bij zijn naam. “Het is omdat ieder van ons de tempel van de Heilige Geest is en dat wij gezamenlijk het “lichaam van Christus” vormen” (Un Moine de l’Eglise d’Orient, op.cit.p21). Eén van de thema’s uit de byzantijnse hymnologie van Pinksteren is de parallel tussen de “verwarring van Babel” en de harmonie die gegrondvest is door de nederdaling van de Geest onder de vorm van vurige tongen die op ieder rustte, “Hij riep ons allen op tot éénheid, zo verheerlijken wij ook met één stem de Alheilige  Heilige Geest” (Kondakion van Pinksteren).

De gave van de geest heft de pluraliteit van personen niet op. Hij schaft deze onuitsprekelijke verschillen tussen de één en de ander niet af. Maar door de uitstorting van de Geest, triomfeert God op de zaaier van verdeeldheid – diabolos –  die de verschillen omvormt tot een instrument van scheiding, onderdrukking, wederzijdse uitsluiting. De Geest is de ziel van de symfonie van de schepping die sacramenteel wordt geanticipeerd in de Kerk, maar die zich slechts ten volle zal realiseren wanneer de tijden vervuld zijn.

Het empirische leven van de historische Kerken ontkent dikwijls deze visie, die nochtans ingeschreven staat in de diepten van het kerkelijk geweten. Moge de kerk worden zoals ze is in de gedachten van de levende God ! Mogen wij Kerk worden door de altijd vernieuwende uitstorting van de Geest !

Koning van de hemel, trooster, Geest der Waarheid

Die overal tegenwoordig zijt en met wie alles vervuld is.

Schatkamer van alle goed, en Gever van het leven

Kom en verblijf in ons

Zuiver ons van alle smet, en red onze zielen, O Algoede.

 (Uittreksel uit : Quelques aspects de le théologie et de l’experience de l’Esprit Saint dans l’Eglise orthodoxe aujourd’hui”, Contacts, Vol.36)

 Vertaling : Kris Biesbroeck

Het berouw : Silouan de Athoniet

HET BEROUW

Door de Heilige Silouan de Athoniet

 Siluan

Mijn ziel heeft u gekend, Heer, en ik verkondig uw barmhartigheid aan uw volk. Volkeren der aarde, laat u niet vermorzelen door de last van het leven. Strijd alleen tegen de zonde en vraag hulp aan de Heer; Hij zal het u geven, want hij is barmhartig en houdt van ons.

O volkeren van de aarde ! Het is met tranen dat ik deze zinnen schrijf. Mijn ziel verlangt ernaar dat gij de Heer moge leren kennen en dat gij zijn barmhartigheid en zijn Glorie .moge beschouwen. Ik ben tweeënzeventig jaar, weldra zal ik sterven en ik schrijf u over de barmhartigheid van God welke de Heer mij heeft doen kennen door de Heilige Geest; en de Heilige Geest heeft mij geleerd om alle mensen lief te hebben. Oh ! Hoe zou ik u willen plaatsen op een hoge berg opdat gij, vanaf de hoogte, het zachte en barmhartige gelaat van de Heer zou mogen zien, en dat uw harten zouden jubelen van vreugde. Ik zeg u de waarheid : ik vind niets goeds in mij en ik heb vele zonden bedreven, maar de genade van de Heilige Geest heeft ze uitgewist. En ik weet dat de Heer, aan hen die strijden tegen de zonde, niet alleen vergiffenis zal schenken, maar tevens zal de genade van de Heilige Geest zijn ziel verblijden en hem een zachte en diepe vrede schenken.

O Heer, Gij houdt van uw schepsel. Wie kan uw liefde begrijpen en  er de zachtheid van smaken, indien gij mij niet leidt door uw Heilige Geest !

Ik bid u, Heer : verspreidt de genade van de Heilige Geest over de mensen, opdat zij uw liefde kunnen kennen. Verwarm de afvallige harten van de mensen opdat zij u loven in vreugde en het lijden van de wereld vergeten

O Gezegende trooster, ik vraag het u met de tranen in de ogen :  troost de bedroefde harten van de mensen. Geef aan alle volkeren dat zij uw stem mogen horen die hen met zachtheid zegt : ” Uw zonden zijn u vergeven”. Ja, Heer, het is in uw macht om mirakels te doen , maar er bestaat geen groter mirakel dan de zondaar te helpen in zijn val. Het is gemakkelijk een heilige te beminnen : hij is het waardig. Ja, Heer, luister naar het gebed van de aarde. Alle volkeren zijn in lijden gedompeld; allen zijn getroffen door de zonde; allen zijn beroofd van uw genade en blijven in de duisternis.

O volkeren van gans de aarde ! Laat ons de Heer aanroepen en ons gebed zal verhoord worden, want de Heer verheugd zich over het berouw van de mensen; alle hemelse machten verwachten ons opdat, ook wij, ons zouden verheugen over de zachtheid en de liefde van God en de schoonheid van zijn Gelaat zouden mogen zien.

Wanneer de mensen de vreze voor God bewaren, dan is het leven op aarde vreedzaam en zacht. Maar in onze dagen zijn de mensen geneigd volgens hun goeddunken en hun eigen rede te leven. Zij hebben de heilige geboden verlaten. Zij denken van op aarde de vreugde te vinden door de Heer voorbij te gaan, niet wetende dat alleen de Heer onze vreugde is en dat de ziel van de mens slechts het geluk kan vinden  in de Heer. Hij verwarmt en maakt onze ziel levendig zoals de zon de bloemen op het veld verwarmt, en zoals de wind hen doet heen en weer waaien. Hij geeft hen het leven. De Heer heeft ons alles gegeven opdat wij hem zouden verheerlijken. Maar de wereld begrijpt het niet. En hoe zou men kunnen begrijpen datgene wat men niet gezien noch gesmaakt heeft ! Ik ook, toen ik in de wereld was, dacht ik dat dit het geluk was : genieten van de gezondheid, mooi zijn, rijk en door de anderen bemind worden. Ik werd ijdel. Maar toen ik de Heer leerde kennen door de Heilige Geest, ben ik begonnen met al het geluk van deze wereld te beschouwen als rook die door de wind gedragen wordt. Maar de genade van de Heilige Geest verblijdt de ziel en vervult haar met vreugde, en, in een diepe vrede beschouwd zij de Heer, terwijl zij de aarde vergeet.

Heer, maak dat de mensen zich tot u keren, opdat allen uw liefde zouden kennen, en dat zij , in de Heilige Geest uw zacht gelaat mogen zien; dat allen op aarde genieten van dit visioen en door te zien zoals gij zijt, de gelijken van u mogen worden.

Glorie aan de Heer die ons het berouw geschonken heeft, en door dit berouw zullen wij allen gered worden, zonder uitzondering. Alleen zullen zij die  geen berouw hebben  niet gered kunnen worden : het is hierin dat ik hun wanhoop zie, en ik ween veel uit medelijden voor hen. Zij hebben niet gekend hoe groot Gods medelijden is door de Heilige Geest. Maar indien de ganse ziel de Heer kende, wist hoeveel hij van ons houdt, dan zou niemand wanhopen en nooit mopperen. Elke ziel die de vrede heeft verloren, moet berouw hebben, en de Heer zal hem zijn zonden vergeven. Dan zal de vreugde en de vrede opnieuw in zijn ziel regeren. Men heeft geen nood aan andere getuigen, want de Heilige Geest zelf getuigt dat de zonden zullen zijn vergeven. Ziehier een teken dat de zonden vergeven zijn : indien je de zonde haat, dan heeft de Heer uw zonden vergeven.

Waar wachten wij nog op ! Dat iemand uit de hoge Hemelen ons een hemelse lofzang zingt ! Maar in de hemel leeft alles door de Heilige Geest, en op aarde heeft de Heer ons diezelfde Heilige Geest gegeven. In de kerken zijn de goddelijke diensten vervuld van de Heilige Geest; in de woestijnen, op de bergen, in de grotten en overal leven asceten van Christus door de Heilige Geest; en indien wij hem behouden, zullen wij bevrijd worden van iedere duisternis, en het eeuwige leven zal vanaf hier beneden in onze zielen verblijven.

Indien alle mensen zouden berouw hebben en oog hebben voor Gods geboden, dan zou het Paradijs hier op aarde zijn , want het “Rijk van God is in ons binnenste”. Het Koninkrijk Gods is de Heilige Geest, en de Heilige Geest is dezelfde in de Hemel als op aarde.

Aan wie berouw hebben  geeft de Heer het Paradijs en het eeuwig Koninkrijk, en hij geeft zichzelf. In zijn grote barmhartigheid zal hij onze zonden niet aanrekenen, zoals hij ze ook niet aanrekende aan de gekruisigde dief naast hem.

Heer, groot is uw barmhartigheid. Wie zal in staat zijn u dank te zeggen zoals het hoort  voor de Heilige Geest die gij ons gegeven hebt op aarde ?

Heer, groot is uw rechtvaardigheid. Gij hebt aan uw apostelen beloofd : “Ik laat u niet als wezen achter”. Nu ervaren wij deze barmhartigheid en onze ziel voelt dat de Heer ons liefheeft. Maar diegene die het niet voelt, moet zich bekeren en leven volgens de wil van God. Dan zal de Heer hem zijn genade geven die zijn ziel zal leiden. Maar als gij een mens ziet die zondigt, en je hebt geen medelijden met hem, dan zal de genade u weerhouden worden.

Hij heeft ons bevolen om lief te hebben; de liefde van Christus heeft medelijden met alle mensen, en de Heilige Geest leert de ziel om de goddelijke geboden na te leven, en hij geeft hen de kracht om het goede te volbrengen.

 Heilige Geest, laat ons niet in de steek. Wanneer gij met ons zijt voelt de ziel uw aanwezigheid en zij vi
ndt in God haar schoonheid, want gij doet ons branden van liefde voor God.

De Heer heeft de mensen zodanig liefgehad, dat hij hen heeft geheiligd door de Heilige Geest en hen gelijkvormig aan hem heeft gemaakt. De Heer is barmhartig, en ook aan ons geeft de Heilige Geest de macht om barmhartig te zijn. Broeders, laten wij ons vernederen zodat wij door het berouw een medelijdend hart verwerven. Dan zullen wij de Glorie van de Heer zien : het is door de genade van de Heilige Geest dat de ziel en de geest haar kennen.

Diegene die werkelijk berouw heeft is klaar om alle soorten van lijden te verdragen : honger en gebrek, koude en warmte, ziekte en armoede, misprijzen en vervolging, onrechtvaardigheid en laster, – want zijn ziel richt zich tot de Heer in een zuiver gebed, vergetende wie op aarde is. Maar diegene die gehecht is aan zijn goederen en aan het geld zal nooit de zuivere geest van God kunnen hebben, omdat in zijn ziel zich deze voortdurende bezorgdheden bevinden : wat doen met dit geld ?  Indien hij geen ernstig berouw heeft en niet bedroefd is omdat hij God heeft beledigd, zal hij sterven in zijn hartstochten zonder God te hebben gekend.

Wanneer men van u afneemt wat ge hebt, geef het, want de goddelijke liefde kan niets weigeren; maar hij die de liefde niet gekend heeft kan niet barmhartig zijn, want de vreugde van de Heilige Geest is niet in zijn ziel.

Indien de Heer door zijn lijden ons op aarde de Heilige Geest heeft gegeven die van de Vader komt, en zijn Lichaam en zijn Bloed, dan is het evident dat hij ons ook al de rest zal geven die wij nodig hebben. Laten wij ons totaal geven aan de wil van God, dan zullen wij de goddelijke voorzienigheid zien, en de Heer zal ons zelfs datgene geven wat waar wij niet op wachten. Maar diegene die zich niet overgeeft aan de wil van God, zal nooit zijn Voorzienigheid zien ten opzichte van ons.

Dat wij ons niet bedroeven over het verlies van onze goederen : het loont de moeite niet. Het is mijn eigen vader die mij dat heeft geleerd. Indien een  onheil kwam over het huis, dan bleef hij kalm. Op een zekere dag brandde ons huis en de mensen zeiden : “Ivan Petrovitch, deze brand heeft u geruïneerd”, maar hij antwoordde : “Met de hulp, van God zal ik het herstellen”. Op een zekere dag toen wij langs ons veld wandelden, zei ik hem: “Zie, ze hebben onze schoven en ons graan gestolen”, en hij antwoordde mij : “En dan, mijn kleine, de Heer heeft het graan doen groeien voor ons; wij hebben er genoeg. Maar indien iemand steelt, dan is het omdat hij nood heeft aan eten”. Het overkwam mij dat ik tot hem zei : “Gij geeft veel aalmoezen, maar ginder achter leven ze beter en geven minder”. Maar hij antwoordde : “En dan ! de Heer zal ons geven wat we nodig hebben” En de Heer heeft zijn hoop niet teleurgesteld.

Vanaf het moment dat een barmhartig iemand berouw heeft, dan zal de Heer zijn zonden vergeven. Hij die barmhartig is denkt niet aan de zonden die je bedreven hebt. Zelfs als men hem beledigt of als men neemt van wat hem toekomt, dan blijft hij kalm, want hij kent de barmhartigheid van de Heer, en deze barmhartigheid van de Heer kan niemand ons ontnemen, want ze komt vanuit de hoge, zij is bij God.

Alle kuise en nederige mensen, gehoorzaam, sober en vol berouw zijn tot de Hemelen opgestegen : zij zien onze Heer Jezus Christus in de Glorie, horen de hymnen der Cherubijnen en herinneren zich niets meer van wat aards is. Maar wij, op aarde, wij zijn opgewonden zoals het stof dat door de wind heen en weer wordt gejaagd, en onze geest blijft gehecht aan aardse dingen.

Oh! Hoe is mijn geest zwak ! Een kleine kaars of een lichte adem volstaat om hem uit te doven; maar de geest der Heiligen is ontbrand zoals het brandend braambos, en vreest geen enkele wind. Wie zal mij zo een  vurigheid geven zodat de liefde mij noch des nachts nog overdag met rust laat ! De liefde van de Heer is brandend. Voor hem verdragen de heiligen alle lijden en ontvangen zij de macht om mirakelen te doen. Zij genazen zieken, deden doden opstaan, wandelden op het water,  werden opgeheven in de lucht op het uur van het gebed. Door hun gebed, deden zij het water uit de hemel vallen. Maar ikzelf : het is slechts de nederigheid en de liefde van Christus die ik wil leren, opdat ik niemand zou kwetsen en zou bidden voor alle mensen zoals voor mijzelf.

Ik, ongelukkige ! Ik, die zo weinig van God houd, ik schrijf over de liefde van God. Daarom ben ik bedroefd  zoals Adam wanneer hij uit het paradijs werd gejaagd.  Ik snik en ik roep : “Heb medelijden met mij, o God, heb medelijden met uw gevallen schepsel. Hoeveel keer heb je mij uw genade geschonken, maar omwille van mijn ijdelheid heb ik ze niet behouden. Nochtans kent mijn ziel u, mijn Schepper en mijn God. Daarom zoek ik naar u al wenend, zoals Jozef die weende over zijn vader Jacob op het graf van zijn moeder, toen hij werd meegenomen als slaaf in Egypte.

“Ik heb u beledigd door mijn zonden, gij richt u van mij af en mijn ziel smacht naar u.

“O Heilige Geest, verlaat mij niet. Wanneer gij u verwijdert, komen de slechte gedachten in mij op en mijn ziel verlangt vol tranen naar u.

“O Al-Heilige Souvereine Moeder van God, gij ziet mijn droefheid : ik heb de Heer beledigd en hij heeft mij verlaten. Maar ik smeek om uw goedheid : red mij, ik die een schepsel van God ben die in zonde ben gevallen ; red mij, uw dienaar”

Als ge denkt aan het kwaad van anderen, dan is dit het teken van een slechte

 Vertaling : Kris Biesbroeck

Waarom laten de orthodoxen olielampjes branden ?

Waarom laten de orthodoxen olielampjes branden ?

olielamp

Eén van de gewoontes welke  orthodoxe Christen hebben om God te aanbidden en om hun godsvrucht uit te drukken, is om zowel in de kerk als thuis olielampjes te doen branden.

Daar zijn verschillende redenen voor.

Wij laten olielampjes branden om aan te duiden dat ons geloof licht is. Christus heeft gezegd : “Ik ben het Licht der wereld”. Het licht van de lamp doet ons denken  aan het licht waarmee Christus onze zielen verlicht.

Wij doen olielampjes branden om ons eraan te herinneren dat gans ons bestaan licht moet uitstralen als dit van de heiligen, welke de heilige Paulus bestempelt als “zonen van het licht”.

Wij laten een olielamp branden om ons te beschermen tegen slechte daden en sombere passies.  Zijn licht verdrijft de duisternissen van ons innerlijk en zet ons op de lichtgevende weg van het Evangelie.

Wij branden olielampen als teken van erkentelijkheid jegens God. Zo danken wij Hem om ons in het leven in goede gezondheid te behouden en om Hem te danken voor zijn oneindige Liefde, door dewelke het heil  aan allen gegeven is.

Wij steken een olielamp aan opdat het bescherming moge zijn tegen de machten van het Kwaad, dat ons zonder ophouden achtervolgt. Vooral op het moment van ons gebed probeert hij ons van God af te wenden. De demonen houden van de duisternis en zijn bang van het licht van Christus en van hen die Christus liefhebben.

Wij doen een olielamp branden om ons eraan te herinneren dat wij ons offers moeten opleggen van allerlei soort. Op dezelfde manier als de lont door het vuur wordt verteerd door de vlam van de lamp, op dezelfde manier moet onze vrije wil zich laten consumeren door de vlam van Christus’liefde en zich laten onderwerpen aan de wil van God.

Als wij een olielamp aansteken, dan weten wij dat  zij niet kan branden zonder de hulp van onze handen. Zo is het ook met de olielamp van ons hart :  zij kan niet branden zonder de handen van God. De inspanningen van onze deugden zijn gelijk aan de lont en de olie.  Om ontstoken te worden en te verlichten hebben zij het “vuur” van de Heilige Geest nodig.

Tekst van Diaken georges Geka

Vertaling : Kris Biesbroeck

Zondag van het kruis – Schmemann

Derde zondag van de vasten – zondag van het Kruis

 

cross

Hier komt het hema van het Kruis naar voren, en wordt ons gezegd (Marcus 8,34-9,1)

Want wat baat het een mens de gehele wereld te winnen en aan zijn ziel schade te lijden ? Want wat zou een mens kunnen geven in ruil voor zijn leven ?

Vanaf de derde zondag beginnen de lezingen uit de Hebreeënbrief ons de betekenis van Christus’offer duidelijk te maken, waardoor we toegang hebben gekregen “tot het binnenste heiligdom, achter de voorhang”, dit wil zeggen tot in het heilige der heiligen van Gods Koninkrijk (vgl Derde zondag Hebr.4,14 -5,6; vrierde zondag, Hebr 6,13-20 en Vijfde zondag Hebr.9,11-14) waarbij de lezing uit het Evangelie van Marcus het vrijwillige lijden van Christus aankondigt :

….De Zoon des Mensen wordt overgeleverd in de handen der mensen en zij zullen Hem ter dood brengen….

En zijn Opstanding :

en na drie dagen zal Hij opstaan. (Marcus 10,32-45)

(Bron : De grote vasten – Alexander Schmemann p.106)

Oproep tot waakzaamheid

Oproep tot waakzaamheid

De hulp die de Russisch Orthodoxe Kerk kan geven aan Europa

Door Aartsbisschop Hilarion van Volokolomsk

 

Gedurende mijn reizen in Europa, vooral in de landen met een protestantse traditie,sta  ik altijd verbaasd om het aantal kerken te zien die door hun parochianen verlaten zijn. Vooral deze die cafés geworden zijn of clubs, of magazijnen of  een profane plaats. Er is iets zeer betreurenswaardig in dit trieste spektakel. Ik kom uit een land, waar decenniën lang de kerken werden gebruikt voor niet godsdienstige doelen. Vele cultusplaatsen werden volledig verwoest, andere werden omgevormd tot “musea van het atheïsme”nog andere werden heringericht om toevertrouwd te worden aan seculiere instituties. Het is één van de karakteristieken van wat men noemt “het militante atheïsme”, dat gedurende 70 jaar mijn land heeft gedomineerd en dat pas zeer recent is ineengestort. Maar wat is in west Europa de oorzaak van dergelijke fenomenen ?  Is het het feit dat de plaats van de religie in de schoot van de westerse maatschappij zodanig is verminderd in de loop van de laatste decennia ? Hoe komt het dat de religie minder en minder haar plaats heeft in de publieke sfeer ?  En nog : waarom deze vermindering van de religieuze aanwezigheid in Europa ? Valt zij samen met het toenemende proces  in de politieke sfeer, het financiële,het economische en het sociale ? (…)

Na de tweede wereldoorlog, wanneer Europa in ruïne lag, is de noodzaak van een pan-europese solidariteit een noodzaak geworden, niet alleen voor het overleven van het continent,maar voor dit van de gehele wereld (…)

De aanwezigheid van de “grote broer” achter het ijzeren gordijn deed ook het Westen reageren voor de integratie en de eenwording. In principe heeft dit processus alleen maar economische, militairen en politieke dimensies gehad. En nochtans is in de loop der tijden de noodzaak steeds sterker gegroeid voor een culturele ruimte, voor een unieke Europese civilisatie. Er is dus een noodzaak gegroeid om een nieuwe ideologie te ontwikkelen, universeel,  door de ideologische en religieuze spanningen te reduceren die bestaan tussen de verschillende volkeren. Dit zou een vreedzame coëxistentie bevorderen tussen de verschillende culturen in de schoot van één Europese civilisatie. Om een ideologie te scheppen van dergelijke omvang, moeten de culturele,ideologische en religieuze tradities van Europa verminderd worden tot een gemeenschappelijke noemer. De rol van deze noemer werd gespeeld door het na-christelijk westerse humanisme, waarvan de essentiële principes werden geformuleerd in het tijdperk van de verlichting en “uitgetest” tijdens de franse Revolutie.

Het model van een nieuw Europa dat gefundeerd is op deze ideologie veronderstelt  het opbouwen van een open maatschappij, geseculariseerd, waarin de religie slechts in de privé sfeer een plaats heeft. De religie moet worden gescheiden van de Staat en de maatschappij : zij moet zonder invloed zijn op de sociale ontwikkeling en mag niet inwerken op het politieke leven. Dergelijk model reduceert de sociale dimensie van elke religie niet alleen tot nul, maar het vormt een uitdaging voor de missionaire roeping van vele religieuze gemeenschappen. Voor de christelijke Kerken vertegenwoordigt dit model een waarachtige intimidatie, want het neemt hen de mogelijkheid af om het Evangelie te verkondigen aan “alle natiën”, om Christus te verkondigen aan de ganse wereld (…) In de Sovjet-Unie  is de religie gedurende 70 jaar vervolgd geweest, er waren verschillende golven van vervolging, elk had haar eigen particuliere karakter. Op het einde van de jaren 20 en gedurende de jaren 30 waren de vervolgingen de vreselijkste. Een groot gedeelte van de clerus werd vermoord, alle monasteria werden gesloten, alsook de scholen voor theologie en de meerderheid van de kerken. Een minder brutale periode volgde op het einde van de tweede wereldoorlog : monasteria werden heropend alsook enkele scholen. In de jaren 60 kwam dan weer een nieuwe golf van vervolgingen die de gehele vernietiging van de religie tot doel had. Dit zou moeten gerealiseerd worden voor de jaren 80.

Maar midden de jaren 80, was niet alleen de Kerk nog levendig en zij ontwikkelde zich zelf, als was het langzaam (…) Er is in elk geval iets dat nooit veranderde : het verbod van de religie om uit het getto te treden waarin zij was geïsoleerd door het atheïstisch regime.(…)

Vandaag de dag heeft het processus dat in Europa aan de gang is een zekere gelijkenis met dat uit de Sovjet-unie. Voor de religie is het militante secularisme even gevaarlijk als het was onder het militante atheïsme. Beiden zijn erop gericht om de religie uit de publieke en politieke sfeer te bannen, om hen te verbannen in een getto en hen op te sluiten binnen het domein van de private devotie. Niet geschreven regels van “political correctness” worden meer en meer toegepast op religieuze instituties. In vele gevallen heeft dit tot gevolg, dat de gelovigen hun overtuigingen niet meer openlijk durven uit te drukken,in deze mate dat de publieke uitdrukking van een religieuze overtuiging zou kunnen beschouwd worden als een schending van hen die dezelfde mening niet erop na houden.(…)

De resultaten van deze politiek zijn evident. In sommige landen, vooral in deze die niet overwegend katholiek of orthodox zijn, de statige kathedralen, die nog enkele decennia geleden duizenden gelovigen bevatten die in gebed waren, zijn voor de helft leeg geworden. De  religieuze communauteiten vernieuwen zich niet. De seminaries voor theologie sluiten bij gebrek aan roepingen, de eigendommen van de kerk worden verkocht, de cultusplaatsen zijn omgevormd tot centra voor profane activiteiten. Nogmaals het is onbetwistbaar dat in vele gevallen de Kerken zelf verantwoordelijk zijn voor de situatie, maar toch mag men  het destructieve element niet onderschatten van het secularisme. De religie is werkelijk uit de publieke sfeer gebannen en wordt meer en meer gemarginaliseerd door de geseculariseerde maatschappij. En dit alles ondanks het feit dat in gans het Westen en vooral in Europa de meeste mensen nog in God geloven. (…)

De Russische orthodoxe Kerk kan dus Europa helpen door zijn unieke ervaring van overleven tijdens de meest harde vervolgingen en haar strijd tegen het militante atheïsme. Zij die tevoorschijn kwamen uit het getto op het moment waarop de politieke situatie veranderde, hebben hun plaats teruggevonden in de maatschappij en herdefiniëren  hun sociale verantwoordelijkheden (…).

In tegenstelling tot vele landen van west Europa, beleven Rusland en de andere republieken van de ex-sovjet unie een religieuze renaissance : Miljoenen mensen komen terug tot God, overal worden kerken en monasteria gebouwd. De russisch orthodoxe Kerk is onweerlegbaar één van de Kerken in de wereld die het meest groeien, en heeft geen tekort aan roepingen : integendeel, duizenden jongeren zijn ingeschreven in de scholen voor theologie om hun leven aan God te wijden (…)

“De basissen van de sociale leer van de russisch orthodoxe Kerk”, een document dat het concilie van bisschoppen heeft aangenomen in 2000, is het geschreven bewijs dat deze Kerk (…) een intellectueel potentieel
heeft die toestaat om evenwichtige en begrijpelijke antwoorden te geven. Door deze tekst te lezen – de eerste tekst van zijn genre in gans de geschiedenis van de orthodoxe christenheid – begrijpt iedereen dat hij tot een Kerk behoort die niet meer in een getto leeft maar veeleer vol kracht is. Hard getroffen door het militante atheïsme, is deze kerk toch nooit vernietigd geworden. Integendeel, zij is uit deze verschrikkelijke vervolgingen  verjongd tevoorschijn gekomen. Nedergedaald ter helle en verrezen uit de doden, heeft deze Kerk werkelijk veel te zeggen aan de wereld.(…)

Voor de russisch orthodoxe Kerk kan er niet slechts één ideologisch model bestaan, noch een uniek systeem van spirituele en morele waarden die zonder onderscheid wordt opgelegd aan alle europese landen. De russisch orthodoxe Kerk wenst een Europa dat gebaseerd is op een waarachtig pluralisme, een Europa waar de verscheidenheid van culturele, spirituele en religieuze tradities volledig aanwezig zijn. Deze pluraliteit van tradities moet weerspiegeld worden in alle wetteksten en gerespecteerd worden door alle tribunalen in hun oordeel. Indien de wetten en de beslissingen van het gerecht slechts steunen op de principes die geworteld zijn in het westers geseculariseerd humanisme – met haar bijzondere opvatting over de vrede en de tolerantie, de vrijheid , de rechtvaardigheid, het respect voor de rechten van de mens, enzovoorts – dan riskeert zij om niet geaccepteerd te worden door een groot deel van de Europese bevolking, en vooral door diegenen die, omwille van hun toebehoren tot een religieuze traditie een verschillende visie hebben over deze principes. (…)

De oude totalitaire dictatuur mag niet vervangen worden door een nieuwe dictatuur van  mechanismen van een paneuropees bestuur. (…) Voor de russisch orthodoxe Kerk moet elke staat het recht hebben om wetten te maken zoals ze willen over het huwelijk en het gezin, de vraagstukken van bioethiek en de opvoedingsmodellen. De landen van de orthodoxe traditie aanvaarden bijvoorbeeld niet de wet die euthanasie legaliseert, huwelijken onder homoseksuelen, drugshandel, het houden van bordelen, pornografie enz..Meer nog, wij geloven dat elk land het recht moet hebben om zijn eigen relatie -model te ontwikkelen met betrekking tot de Staat en de Kerk . Een wetgeving die er zich toe beperkt om aan de burgers het recht op de religieuze vrijheid te garanderen, schept in feite de voorwaarden voor een wilde concurrentie tussen religies en belijdenissen. Wij moeten daarentegen samen de voorwaarden scheppen opdat de democratische vrijheden van een individu, inbegrepen het recht op religieuze zelfbeschikking, niet in tegenspraak zijn met het rechten van de nationale gemeenschappen om hun integriteit te bewaren, hun trouw aan de tradities, hun sociale ethiek en hun religie. Dit zijn bijzonder belangrijke elementen, vooral als het gaat om een reglementering die betrekking heeft op bewegingen of  religies die een destructief en extremistisch karakter hebben, en wanneer men het bewijs heeft van schendingen van de religieuze vrijheden door de traditionele religies, waarvan de uitbreiding in bepaalde delen van Europa de publieke en sociale orde bedreigen.(…)

Botsingen en confrontaties zullen onvermijdelijk zijn tussen religieuze instituten van de ene kant en de geseculariseerde wereld aan de andere kant, indien er geen enkele garantie wordt gegeven aan de religieuze gemeenschappen. Deze kunnen plaats vinden op verschillende niveaus en over verschillende vragen gaan, maar het is niet moeilijk om in het merendeel van de gevallen te voorzien, dat zij zullen gaan over de problemen  van moraal, waarvan de religieuze gemeenschappen een verschillende visie erop nahouden dan de moderne maatschappij.  Er is reeds een onderscheid die voldoende duidelijk is tussen het systeem van waarden van de traditionele religies en die welke de geseculariseerde wereld karakteriseren.

 “De basissen van de sociale leer” is niet een handboek voor privé gebruik : het is een publiek document waarin de russisch orthodoxe Kerk haar officiële standpunten bekend maakt op een open en ontegensprekelijke wijze.De taal van dit document verschilt van dat binnen de seculiere maatschappij : het begrip zonde bijvoorbeeld, is wezenlijk afwezig in de woordenschat van het secularisme. Maar de Kerk oordeelt dat zij het volle recht heeft om haar stellingnamen publiek te verkondigen, niet alleen wanneer zij overeenstemmen met de algemeen geldende opinies, maar ook in het geval dat zij ervan afwijken. Er zijn verschillende stellingnamen ontwikkeld in “de basissen van de sociale leer van de russisch orthodoxe Kerk” die eventueel niet overeenstemmen met de standaards  van het secularisme. Bijvoorbeeld, de Kerk ziet in abortus “een zware zonde”, gelijk aan moord en verklaart dat “vanaf de conceptie ieder tussenkomst tegen het leven van het komende menselijk wezen crimineel is “.De Kerk weigert ook als “tegennatuurlijk en moreel onaanvaardbaar”, het systeem van het draagmoederschap, alsook elke vorm van buitenlichamelijke inseminatie. Het klonen wordt gezien als een “uitdaging zonder zijn gelijke tot de natuur zelf van het menselijk wezen en het beeld van God die erin geborgen zit, zij maken wezenlijk deel uit van de vrijheid en de uniciteit van de persoon”. De therapie die de foetus voor wetenschappelijke doeleinden gebruikt, wordt gezien als “absoluut onaanvaardbaar”. Euthanasie is veroordeeld als een “vorm van moord”.Verandering van sekse wordt gezien als een “rebellie tegenover de Schepper”, welke de Kerk niet toelaat : als een persoon van een andere sekse die verschillend is aan die welke hij oorspronkelijk had zich aanbiedt om het doopsel te ontvangen, dan wordt hij gedoopt volgens de “sekse welke hij had op het moment van zijn geboorte”(…).

De Kerk heeft het recht om haar canonische tradities te volgen, veeleer dan de geseculariseerde wet. Volgens de sociale leer van de russisch orthodoxe Kerk,”wanneer de menselijke wet volledig de goddelijke norm verwerpt, die een absolute waarde heeft, om haar te vervangen door een norm die tegengesteld hieraan is, dan eindigt deze laatste met een wet te zijn en wordt  hij illegaal, welke ook het juridisch karakter is waarop hij steunt”.Dus  “voor alles wat betreft de exclusieve aardse orde der dingen, moet de orthodoxe christen gehoorzamen aan de wet, hoe onvolmaakt en ongunstig hij ook mag zijn. Maar waar de wet het eeuwige heil zou bedreigen en een geloofsverzaking tot gevolg zou hebben, of de verplichting om een zonde te bedrijven in de ogen van God en de naaste, dan is de christen geroepen om met durf zijn geloof te belijden, omwille van de liefde tot God en van zijn waarheid voor het heil van zijn ziel, voor het eeuwig leven. Hij zal moeten protesteren met legale middelen tegen de schending van de wetten en geboden van God door wetten die gegeven worden door de maatschappij of de Staat. En indien dit onmogelijk en ondoeltreffend zou zijn, dan zal hij moeten overgaan tot burgerlijke ongehoorzaamheid” (IV,9)

Het is evident dat de ongehoorzaamheid aan de burgerlijke wet een extreem middel is. Een particuliere Kerk kan dit maar aanvaarden in buitengewone omstandigheden. Maar het is een mogelijkheid die hij niet a priori mag uitsluiten in het geval een geseculariseerd systeem van waarden het enige zou zijn die van kracht is in Europa.

Ik geloof dat de solidariteit tussen de europese christenen meer en meer duidelijk moet worden al naar gelang het processus van een gemeenschappelijk systeem van waarden vooruitgang vindt. Het is slechts gezamenlijk dat de christenen,  samen met de verantwoordelijken van andere traditionele religies in Europa in staat zullen zijn om hun
identiteit te bewaren, om het militante secularisme te bestrijden en de andere uitdagingen van de moderniteit te trotseren. De russisch orthodoxe Kerk is klaar om samen te werken, op het interconfessionele of interreligieuze niveau, maar ook op het politieke, sociale en alle andere niveaus , samen met al diegenen die niet onverschillig zijn voor de toekomstige identiteit van Europa, met allen die geloven dat de traditionele religieuze waarden deel uitmaken van deze identiteit.

Ik wil tenslotte commentaar geven op het recente vonnis van het Europese Hof van de Rechten van de Mens tegen Italië, ’t is te zeggen, het verbod om kruisbeelden te plaatsen in de Italiaanse scholen. Dit vonnis gaat in tegen het recht van elke Staat om haar tradities en identiteit te bewaren; het is dus een aantasting op het onschendbaar principe van het authentieke pluralisme van de tradities. Het is een onaanvaardbare uiting van het militante secularisme. De werkzaamheden van het Europese Hof moeten geen cynische klucht worden. De ultraliberale houding die de doorslag heeft gegeven bij de aanvaarding van deze beslissing moet niet de overhand hebben in Europa. De oorsprong van Europa is christelijk. Het kruisbeeld is een universeel symbool en het is absoluut  ontoelaatbaar dat, om aan de ultraliberale en atheïstische modellen te voldoen, men Europa en haar sociale instituties berooft van haar symbolen die de volkeren hebben gevormd en verenigd gedurende zo vele eeuwen. Het kruisbeeld is geen symbool van geweld, maar van verzoening. Ik denk dat we op al deze domeinen kunnen samenwerken met de katholieke Kerk om de christelijke traditie te verdedigen tegenover het militante secularisme of het agressief liberalisme.

In dit kader wil ik, als conclusie de volgende vraag stellen : zijn wij bezig met een Europa op te bouwen dat volstrekt atheïstisch en seculier is, waar God verdrongen is uit de maatschappij en de religie in een privé getto wordt opgesloten, of zal het nieuwe Europa waarachtig het huis worden van verschillende religies, openhartig, gastvrij en pluralistisch ? Ik geloof dat dit de vraag is welke de Kerken van Europa en de religieuze gemeenschappen zich moeten stellen, een vraag waar de mensen uit de politiek de plicht hebben om te antwoorden. Het is rond deze vraag dat de dialoog tussen de religieuze gemeenschappen en de europese politieke instituties moet geconcentreerd zijn.

Uit : DIAKONIA -N° 67  Jan-febr.maart 2010. Tijdschrift van de orthodoxe Broederschap “Alle Heiligen van België)

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

 

Johannes Chrysostomos : verbazingwekkend modern

Een portret

Johannes Chrysostomus (344-407): verbazingwekkend modern

Chrysostomos johannes marginem of chludov Psalter

“Wil je het lichaam van de Verlosser eer brengen? Hij die heeft gezegd: “Dit is mijn lichaam” heeft ook gezegd: “Want ik had honger en jullie gaven mij niet te eten; alles wat jullie voor een van deze onaanzienlijken niet gedaan hebben, hebben jullie ook voor mij niet gedaan!” (Mt 25:42,45) Eer Christus dus door je bezittingen te delen met de armen” (Preek 50 over Matteüs).

Wie is toch deze man, die in het Oosten de bijnaam ‘Gulden Mond’ kreeg vanwege zijn gave om gebed uit te drukken in de taal van de poëzie? Welke aspecten van zijn leven kunnen ons in deze tijd nog steeds inspireren?

Het leven van Johannes Chrysostomus kent drie hoofdlijnen: zijn bijzondere talent om het goede nieuws van Christus vol vuur te verkondigen in de culturele taal van zijn tijd; de sterke nadruk die hij legde op de sociale implicaties van het evangelie; zijn inspanning om de schoonheid van het gemeenschappelijk gebed te vergroten en om theologische waarheden te vertalen in poëzie.

Johannes Chrysostomus werd geboren in Antiochië, in het huidige Turkije, in een familie van aristocraten. Geïnspireerd door het geloof van zijn moeder, bestudeerde hij de Schrift onder leiding van meesters uit de school van Antiochië, die de bijbelse gedachtewereld probeerden te vertalen naar de Griekse manier van denken, zonder de oorspronkelijke betekenis ervan te verliezen.

Zich losmakend van zijn moeder, die hem als een ‘huismonnik’ dichtbij zich wilde houden, gaat hij de bergen in en begint een leven van gebed en eenzaamheid, helemaal afgescheiden van de wereld. Dan komt hij in een gewetenscrisis: moet hij de maatschappelijke problemen ontvluchten om zuiver te blijven in zijn verbondenheid met het evangelie, of moet hij juist de wereld in gaan om de liefde van Christus, die hij graag en bij herhaling ‘de mensenvriend’ noemt, te verspreiden?

Hij kiest er uiteindelijk voor om zijn radicale breuk met de wereld ongedaan te maken en keert terug naar Antiochië, waar hij in 386 tot priester wordt gewijd. Hij wordt beroemd vanwege zijn talent om de teksten uit de bijbel in verband te brengen met het dagelijks leven en de vragen van de gewone mens. Soms praat hij twee uur achterelkaar, onder instemming en applaus van zijn toehoorders. Als antwoord op de luxe en het achteroverleunen van de rijken, onderstreept hij het belang van de gemeenschap van goederen, van werken en van de vrijlating van slaven. Hij roept op om zowel individueel als collectief samen te delen en lanceert zelfs een plan om de armoede in Antiochië uit te bannen. Solidariteit betekent voor hem meer dan handelen vanuit een goed geweten; het is een sacrament, een teken van de daadwerkelijke aanwezigheid van Christus in onze wereld. Hij preekte vaak over de uitspraak van Jezus: “Alles wat jullie voor een van deze onaanzienlijken hebben gedaan, hebben jullie ook voor Mij gedaan.” Hij trok daaruit de conclusie dat de arme een ‘andere Christus’ is en dat het ‘sacrament van het altaar’ zich ‘op straat moet voortzetten’ door het ‘sacrament van de broeder of zuster’.

In 397 wordt Johannes, vanwege zijn talenten als prediker, tegen wil en dank benoemd als aartsbisschop van de hoofdstad van het Oosterse Rijk. In Constantinopel laat hij, tegemoetkomend aan de behoeften van het volk, vele ziekenhuizen en opvangcentra bouwen en verkondigt hij de goede boodschap op het platteland en zelfs aan de Goten die zich in de regio hebben gevestigd.

Hij hangt zeer gedurfde politieke opvattingen aan en verzet zich tegen een minister die het recht op asiel wil afschaffen. Later beschermt hij diezelfde minister voor een opstand als hij, in ongenade gevallen, zijn toevlucht zoekt in de basiliek. Hij probeert om de hoge geestelijkheid meer nederigheid bij te brengen en om het keizerlijke hof te herinneren aan de oproep van het evangelie.

Dit gaat te ver voor zijn vijanden, die tegen hem samenspannen en hem in 404 naar Armenië verbannen. Hij verblijft daar 3 jaar onder huisarrest. Maar zijn briefwisselingen en de grote stroom bezoekers, waaronder velen uit Antiochië, brengen onrust teweeg bij de gevestigde macht, die hem uiteindelijk nog verder wegvoert, naar de oevers van de Zwarte Zee. Na de lange voetreis is hij uitgeput en bereidt zich in Comana voor op zijn dood. In het wit gekleed ontvangt hij de eucharistie, bidt voor degenen die hem omringen en geeft de geest, terwijl hij zegt: “Aan God komt alle eer toe.”

Enkele vragen die kunnen helpen om het leven van Johannes Chrysostomus te laten doorklinken in ons eigen leven:

- Vanwege zijn roeping kon Johannes niet altijd tegemoet komen aan de verlangens van zijn moeder. Moet ook ik soms ingaan tegen de verwachtingen die anderen van mij hebben?

- Johannes benadrukt het ‘sacrament van de broeder of zuster’. Welke plaats nemen anderen en hun verlangens in in mijn leven?

- Johannes beleefde zijn monastieke roeping uiteindelijk midden in de maatschappij. Welke opdracht heb ik in de maatschappij te vervullen? Welke plaats bekleden christenen in deze tijd in de politiek? Kan het soms nodig zijn om, omwille van het geloof in Christus, je te verzetten tegen de macht of tegen de heersende opvattingen?

Tekst geciteerd in de “Brief uit Calcutta” – Taizé communauté p.3

De waarde van het sacrament van de biecht

DE WAARDE VAN HET SACRAMENT

VAN DE BIECHT

 

Het sacrament van de biecht  vertegenwoordigt een grote waarde in het christelijk leven, omdat :

1.Het een middel  van bevrijding is die ons leidt naar het heil doorheen het berouw. ‘De Heer, staat geschreven bij Ezechiël 18/23, wil niet de dood van de zondaar maar ziet liever dat hij zijn leven betert en in leven blijft’. Deze terugkeer naar Gods wil is communio met Hem en een geestelijke wedergeboorte van de mens in zijn geheel.

2.Het is een daadwerkelijk middel tot genezing van onze innerlijke

Wonden en helpt ons ons psychologisch evenwicht te regelen. De droefheden, de dagelijkse angsten, de persoonlijke, sociale en familiale problemen veroorzaken veel confrontaties, tot in het intiemste van de mens. Een goede biechtvader zal de personen helpen om uit hun persoonlijke moeilijke situaties te geraken. Het doel is om de gezondheid van de ziel en het vervolmaken van de mens terug te vinden.

3. Het is voor de mens een teken van geestelijke en morele vooruitgang, omdat het bijdraagt om levenshoudingen te kiezen die in overeenstemming zijn met Gods wil. Hierin verschijnt de biechtvader als een raadsman van het leven. Hij garandeert aan diegene die biecht de innerlijke vrede van de ziel. Hij leert hem om goed en kwaad van elkaar te scheiden en bemoedigt hem om het hoofd te bieden aan de dagelijkse problemen van het bestaan. Hij verhindert hem om fouten te bedrijven. Hij leert hem zijn passies te ontvluchten en om deugdzamer te worden.

4. Het is een middel tot heiliging, want hij die met een oprecht hart biecht, ontvangt de goddelijke genade die hem spiritueel opnieuw doet geboren worden. Door de biecht ontvangt men de vrede en de liefde van God en is men gesterkt in zijn strijd tegen de kwade.

5. Het brengt het geweten tot rust. De beslissing nemen om zich te beteren, draagt op een beslissende wijze bij tot de bevrijding van het gevoel van schuld. Door de biecht, doet de mens beroep op de goddelijke barmhartigheid en ontvangt hij raadgevingen om zijn eigen leven te beteren.

6. Het leert de mens om zichzelf beter te leren kennen. Het sacrament van de biecht laat ons toe bewust te worden van onszelf opdat wij ons zouden bevrijden van ons egoïsme en de innerlijke harmonie te hervinden, zonder dewelke wij ons niet kunnen ontdoen van ons schuldgevoel en onze passies. Deze daadwerkelijke terugkeer naar de bevrijding van onze passies en weer de weg te gaan van de beoefening der deugden helpt ons om onze spirituele reinheid te hervinden, die een gevolg zijn van onze zonden.

St. Gregorius van Nyssa schrijft in verband met de waarde van de biecht:  ‘De Heilige Schriften verlenen aan de biecht een dubbele betekenis, enerzijds is het een delging van onze zonden en anderzijds een dankzegging. Zo opent deze dubbele betekenis ons de weg naar een deugdzaam leven. De delging scheidt ons van de kwade en verzwakt hem in ons en de dankzegging doet in ons de erkentelijkheid tegenover God groeien voor zijn weldaden. Anders gezegd : als je angstig bent door de herinnering aan een bepaald kwaad, dan kan het lezen van psalm 51(50) u aanzetten tot zuivering en het ware berouw. Als uw leven daarentegen, zich richt op het goede, dan versterkt het u op deze weg, door u aan te zetten uw dankbaarheid tegenover God uit te drukken.

+Archimandriet Damien ZAFIRIS

in EPHIMERIOS, Athene, januari 2004,p.15

Vertaling : Kris Biesbroeck

De geestelijke strijd voor de eenheid van de kerk

De geestelijke strijd voor de éénheid van de Kerk

(metropoliet Georges (Khodr)

 Khodr

Metropoliet Georges Khodr

Wat ons gewoonlijk voor de geest komt wanneer wij spreken van de éénheid van de Kerk, dat is de theologische dialoog tussen het Oosten en het Westen (…) Men vergeet dat de ontmoetingen tussen de Kerken voor alles ontmoetingen zijn tussen mensen  zoals zij door het leven gevormd zijn, met elk mogelijk denkbaar verschil dat ieder van hen heeft kunnen bereiken op de Schaal der deugden, om de titel van het boek van de heilige Johannes Climacos te hernemen. En de kerkelijke gemeenschappen zijn gevormd door deze mensen  die het huis van God opbouwen of afbreken.

Deze gemeenschappen zijn dus het product van de geschiedenis. Niets wordt gedaan of gezegd, zonder het lijden van de Geschiedenis, zonder de passies van de culturen, en zelfs dikwijls, zonder de belangen van de politiek die zich van onze harten meester maakt. Handelend op het rationele plan, zijn wij dikwijls het slachtoffer van het innerlijk lawaai dat ons onrustig maakt. Daarom heeft Barsanuphe van Gaza kunnen schrijven : “iedere gedachte waarin de rust en de nederigheid niet overheerst is niet van God”. De gedachte aan de zuivere staat is een  beeld van de geest. De mens is iemand die geheel geschikt  is voor God indien de gloeiende vlam van de godheid het hart verbrandt.

De persoonlijke strijd en de kerkelijke strijd.

De persoonlijke spirituele strijd en de kerkelijk geestelijke strijd zijn nauw met elkaar verbonden (…) Het is mij overkomen, reeds gedurende vele jaren, te denken dat het verval van de aardse Kerk het meest sprekende bewijs is van  het feit dat de Heilige Geest de aanwezigheid van Christus onder ons  in stand houdt. In het verval is de spirituele strijd tegen de prins van deze wereld, zoals de heilige Basilios de Grote het uitdrukt in zijn kleine verhandeling over het geloof,  vooreerst deze van de martelaren in hun vervolgingen. “Niemand heeft grotere liefde dan hij die, zijn leven geeft voor zijn vrienden” (Joh.15,13). Het bloed is het meest welsprekende woord. Alleen de martelaren zijn  niet bijeengeroepen op het oordeel.

Zij die leven als de martelaren keuren tezelfdertijd hen af en sporen hen aan in hun Kerk en in andere, die verzaakt hebben aan de strijd . Zij die hun leven gegeven hebben in situaties van politieke oppressie en die voortdurend de vervolging hebben aanvaard, openlijk of verholen, en die gezwegen hebben door hun getuigenis van de stilte “voor het geloof dat overgeleverd is aan de heiligen eenmaal voor allen” (Judas 3), gronden hun eigen Kerk en alle andere op de Rots (Mt 16,18).

Het is deze kracht die de Kerk onwrikbaar maakt tot in de eeuwen der eeuwen. De voortdurend gekruisigde kerken kunnen  de paaszang aanheffen met een zelf ondervonden overtuiging. Deze kerken tonen ons onvoorspelbare wegen van vernieuwing. Christus kiest onder hen zijn getuigen die het leven doorgeven aan hen die als dood worden beschouwd. En het nieuwe leven schept een nieuwe theologie met nooit gehoorde woorden, een theologie die adem is en dus gebed (…).

De eenheid van de Kerk, als gave van communio

De apostel Paulus heeft op zijn persoonlijke manier voor de jonge Kerken het Evangelie van de vrede en de communio vertaald. Het begin en de bron van de kerkelijke communio is de liefde van Jezus Christus die niet geconditioneerd is door onze spirituele situatie.” Want Christus is voor goddelozen gestorven op de gestelde tijd, toen wij zelf nog geheel hulpeloos waren ” (Rom.5,6). Hij herneemt dit idee twee verzen verder onder de vorm van een spiritueel crescendo en hij zegt : ” God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor, dat Christus voor ons is gestorven toen wij nog zondaars waren” (Rom.5,8). De eenheid van de Kerk is een gave van communio door de dood-verrijzenis van de Messias. Zij is als het beeld van de trinitaire eenheid dat gemanifesteerd is in het mysterie van het heil. De Kerk leeft van de theologia  in de economie. Wanneer Paulus ons aanspoort in de brief aan de Efesiërs om de eenheid van Geest te bewaren door de band van de vrede, dan vergeet hij niet dat deze inspanning is gerealiseerd omdat er “één enkele Heer is,één enkel geloof, één enkele doop, één enkele God en Vader van allen is die boven alles staat, en door allen in allen” (Ef.4,5-6).

 

Het is daar dat men bemerkt dat het leven van de drie-eenheid zich weerspiegelt in het kerkelijk leven.  Indien er dus een onenigheid is in een Kerk of tussen Kerken, dan is dit een aanslag bij de mensen van hun gelijkheid met de drie-eenheid. Paulus hoopt dat wij “allen tesamen komen tot de eenheid in het geloof en de kennis van Gods Zoon, tot de volmaakte Man , tot de gehele omvang van de volheid van de Christus” (Ef.4,13). Hij stelt deze volmaaktheid van het geloof tegenover de ketterijen  die ons beloeren. Men wacht erop tot wanneer hij de ketterijen zou behandelen, maar hij spreekt alleen over het blijven in de liefde en hij nodigt ons uit om te groeien ” naar Christus toe. Hij is het hoofd”. Het lijkt erop dat voor hem de liefde de genezing van de ketterij inhoudt en de bron van de orthodoxie van het geloof. Er is nooit bij de apostel van de natiën een onafhankelijkheid tussen geloof, liefde en rangorde in de Kerk. De bronnen van éénheid  is voor hem tegelijk ook de handelende aanwezigheid van de Geest, van de Heer, de Vader (Ef.4,4-6) en de convergerende werkzaamheden van de ministeries (Ef.4,7-13). De ministeries zijn het werk van de Geest. Zij zijn in wezen een veelheid van ministeries en toch vormen zij een eenheid “Tot opbouw van het lichaam van Christus” (Ef.4,12). De Geest blijft de hypostase van de veelheid van de charismas en hun eenheid. Wij zijn in dezelfde économie van de Zoon en de Geest als in de kerkelijke éénheid en  verscheidenheid .

“Wij moeten alle schatten van de locale Kerken bewaren”

Door te mediteren over het mysterie van de Kerk zoals het bij Paulus naar voor komt, kan men begrijpen dat, in de éénheid van de Kerk de diversiteit van de Kerken niet verdwijnt omwille van de veelheid van Charismas van de diverse Kerken. Ik voeg eraan toe dat dit onderscheid niet formeel is in het corpus paulien, maar het fundament is er. Dit staat ons toe om te zeggen dat de verscheidenheid van gaven in de locale Kerken een gave van God is en dat niets de opslorping ervan, die een aanslag zou zijn op deze rijkdom door God gewild ,kan toestaan. De spirituele strijd zo bekeken bestaat erin de verscheidenheid in de rijkdom en het zien van de rijkdommen in de enige “schatkamer van alle goeds” waarvan het inleidende gebed tot de heilige Geest spreekt in de orthodoxe Kerk, te erkennen. Zo moeten wij dankbaar zijn voor de schoonheid van de gaven ontvangen door de patriarchaten en de verschillende autocephale Kerken. Ik weet ni
et of er verschillende manieren bestaan om de orthodoxie bij de Grieken, de Russen, de Arabieren en de anderen aan te voelen. Maar er is ongetwijfeld een veelheid van gevoeligheden in de benadering van dit of dat aspect van het kerkelijk leven. Gij kunt bijvoorbeeld, de exegese niet ontkennen wanneer gij u richt tot Arabische orthodoxen, omdat hun historisch en cultureel milieu in de eerste eeuwen vervuld is geweest van exegese en enige tijd daarna verrijkt is geworden door de griekse filosofie. Zelfs indien alle orthodoxen in gelijke mate van de liturgie houden, is het onloochenbaar dat de Russen leven van de zang, met zeer lange diensten, met muziek en de schoonheid van iconen… Deze schatten moet men bewaren in de locale Kerken. Er is een spirituele strijd aan de gang met het oog op het behoud van al onze schatten.

In een bredere visie : het Westen is het Westen en het Oosten is het Oosten, en zij kunnen en moeten Christus ontmoeten zonder hun inculturatie te verliezen. Het is niet wenselijk dat de soberheid van de westerse liturgie zou verdwijnen om de glorie van Byzantium na te streven. Wij moeten er voor vechten dat de romeinse Kerk de betekenis  van haar hiërarchische orde behoudt. Men moet voor ogen hebben hoe de Heer de romeinse Kerk mooier maakt. Wij moeten gevoelig worden voor haar grote godsvrucht, voor haar ernst bij de behandeling van de geschiedenis en de cultuur, voor haar vaste wil om religieuzen en priesters aan te trekken. Niets in de beschaving waarin zij leeft ontsnapt aan de analyse van het geloof. Wij kunnen niet meer ontkennen met wat de Heer de Kerken uit de reformatie allemaal heeft begiftigd. Het Woord van God belevend toont  duidelijk de liefde aan die de protestanten hebben onderhouden voor de persoon van Jezus. Deze constante zorg om de Bijbel te bestuderen is een legaat voor ons allen. De Kerk van de Vaders was ook bijbels en liturgisch. De broederlijke correctheid dringt zich op.

“De schat in aarden vaten”

Ik herneem Paulus die zo dikwijls spreekt over het gebed voor de Kerk en de Kerken. “Bidt en smeekt in de Geest bij elke gelegenheid en op allerlei wijze. Houdt daartoe nachtwaken, waarbij gij met volharding God smeekt voor alle heiligen”(Ef.6,18-19). Hij smeekt dus klaar en duidelijk over alle gelovigen, de één voor de ander(…) Wanneer een gemeenschap leert dat een ander zich in droefheid bevindt, dan kan dit voor de medebroeders een oorzaak zijn van fysische of morele beproevingen. Dit wordt rechtstreeks uitgedrukt met het begrip  koinonia(…)  Echter, ondanks de schoonheid van de eucharistie en om de uitdrukking van de liturgie na het anafoor te hernemen, ondanks het feit dat zij “de vervulling is van het Koninkrijk”, de schat blijft in aarden vaten. De broosheid van de mensen verbergt het mysterie. De conflicten in de Kerk zijn van alle tijden, omdat niet alle gelovigen tot de heiligheid wensen te komen. Indien het heil daar nog niet is, indien de theôsis de gemeenschap niet ononderbroken transfigureert, dan zullen wij de schat niet behouden en bevestigen wij onze natuur als fragile vaten.

Vanaf de eerste tijd van de Kerk van Korintië, spreekt Paulus over de verdeeldheden en zijn twisten. De apostel zegt dat de gelovigen  een verschillende persoonlijke loyaliteit hadden : “Ik ben van Paulus”, en “ik ben van Apollo”, en “ik ben van Kephas, ” en ik, van Christus” (1 Kor.1,12) (…) De situatie is nog erger in Galatië :” Ik sta verbaasd dat gij zo spoedig afvalt van Hem die u riep tot de genade naar een ander evangelie; maar er is geen ander, er zijn alleen maar lieden die u verontrusten en het evangelie van Christus willen perverteren”(Gal.1,6-7). Er is daar een wanorde op het vlak van het onderricht, de wil om een ander evangelie te prediken dan dat van Paulus. Hier, zoals bij de Kortntiërs schrijft hij : “Mij moge God ervoor bewaren op iets anders te roemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus, waardoor de wereld voor mij gekruisigd is en ik voor de wereld” (Gal.6,14) (…)

“Weten te luisteren naar wat de Heer zegt tot de Kerken”

In de spirituele strijd voor de eenheid van de Kerk staat de geloofwaardigheid van de Kerk op aarde in functie van haar getuigenis van de kerkelijke communio. Welnu, de kerkelijke communio heeft een taal, deze van de vriendschap vooreerst. De vriendschap is de minimuumeis die wij kunnen verwachten om een evangelische taal te spreken, het is de voorwaarde om een kerkelijk wezen te zijn , die noodzakelijk op de zending is gericht.

De eerste zorg van het ware geloof is uitgedrukt door het woord van de liturgie van de heilige Johannes Chrysostomos : ” Laten wij elkaar beminnen opdat wij in dezelfde geest de Vader, de Zoon en de heilige Geest zouden belijden” In het vooruitzicht van  een goede gesteldheid in het geloof, laat ons “gevoelens van medelijden, goedheid, nederigheid, zachtheid, geduld, de één de ander verdragend (…) mekaar vergeven,  cultiveren”(Koll.3,13-13). Het is in deze gesteldheid dat wij van mekaar kunnen  leren om het Woord van God te beluisteren. Met andere woorden, aanvaarden om eerst leerlingen van Christus te worden door te luisteren wat de Geest zegt doorheen de broeder of zuster. Dat diegene die woorden van God heeft , ze uitspreke. De gave van God moet gedeeld worden opdat de Kerk zou leven. De gehoorzaamheid aan de Heer vereist dat wij zijn wil herkennen die hij in de harten van zijn welbeminde leerlingen heeft gelegd. Dit vereist een grote nederigheid van allen, en vooral van de leden van het episcopaat, die moeten weten te luisteren  naar wat de Heer zegt tot de Kerken, ’t is te zeggen, dikwijls tot leken met een zuiver hart die dikwijls de heilige schrift lezen en bestuderen. Van de kant van bisschoppen en priesters : God kiest wie hij wilt en deelt hen de mysteries van het Koninkrijk  en het woord mede dat ons versterkt in het vandaag van God.

Een ander heilsmysterie van de ganse Kerk is de gemeenschappelijke diakonia van de armen, die ons de zekerheid geven dat wij dezelfde Christus in hen dienen. Wij moeten in herinnering brengen dat het aan de armen is dat het Koninkrijk der hemelen is gepredikt, zij zijn  de kleine broeders van Jezus en hun weide is God. Er is voor ons geen hemelse voeding als wij geen leven van delen met hen leiden. Zij zijn het altaar waarop wij een verhevener  offer aanbieden dan dat wat wij offeren op het altaar van de liturgie, om een inspirerende gedachte van Johannes Chrysostomos  te hernemen.

Ten slotte, het is deze weg van onthechting die voorbereidt op de eenheid, wij kunnen slechts in God gefundeerd zijn als wij verzaakt hebben aan onze eigen persoonlijke belangen en onze godsvruchtige hoogmoed. De waarheid zal u kronen en dient uw historische ijdelheid niet, wat de bekoring ook mag zijn. In deze zin spreekt Paulus van hen die “hun eigenbelang zoeken, niet die van Christus Jezus” Filipp.2,21). In dezelfde zin vermeldt hij ook diegenen die christus “verkondigen uit nijd en strijd” ( Filipp. 1,15), en dit in contrast met Christus die” die zich van Zichzelf heeft ontdaan  en het bestaan van een slaaf op zich heeft genomen. Hij is aan de mensen gelijk geworden, en als mens verschenen heeft hij zich vernederd, Hij werd gehoorzaam tot de dood, tot de dood aan een Kruis” (Filipp.2,7-9).

 

“Heiligheid en éénheid vormen een geheel”

De kénose is onze w
eg naar onze voortdurende verrijzenis in Christus in een leven van gebed voor de ganse Kerk.” God schept behagen in de gebeden van allen die de vrede liefhebben. Het grootste offer aan God opgedragen is onze vrede, het is onze broederlijke eendracht; want door de éénheid van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, is het volk één” (heilige Cyprianus van Carthago).

Dit brengt er ons toe te zeggen dat de spirituele strijd en de éénheid van de Kerk één geheel vormen. Een strijd van iedereen en van alle Kerken voor de Kerk van God. Een strijd door het bevrijdend woord en de heiligheid van leven. Heiligheid en éénheid vormen één geheel. De enige bezorgdheid voor de éénheid is in feite een theologisch redevoering in de enge betekenis van het woord,  terwijl de spirituele strijd de éénheid benadert in de diepte vanuit het leven in Christus, dat niets anders is, door onze verrijzeniservaring, dan onze  in met de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Wat voor hindernissen op deze weg ! Wij hebben ze naar voor gebracht. Het doel van deze ascese en deze goddelijke contemplatie op onze weg naar een ultiem einde in de glorie is, dat wij de echte heiligheid vragen voor onze Kerk en al dezen die de Drie-eenheid aanroepen, die alle gemeenschappen tot “kerk-maakt” die waarachtig in de Drie-eenheid geloven. Indien wij leven vanuit de gemeenschap van de goddelijke personen, dan proeven wij reeds de goddelijkheid in haar geheel en het Koninkrijk is dan midden onder ons.

Een waarachtige éénheid is dan reeds gerealiseerd, in het bijzonder tussen de Roomse Kerk en de orthodoxe. Nochtans, Rome is uitgenodigd om duidelijkheid te brengen over het vraagstuk te weten of de banvloek die uitgesproken is over de anti-infaillibilisten (oud-katholieken)ook op de orthodoxen van toepassing is. Indien de orthodoxen geen object uitmaken van een veroordeling, dan blijven zij trouw aan hun theologie en het romeinse dogma wordt voor hen een theologoumenon (’t is te zeggen een afzonderlijke theologische opinie, lokaal, geen dogma). Ik weet niet of dit mogelijk is. Maar als een geestelijke strijd moet worden geleid door de Kerk van Rome, dan is het wel deze. Indien ons voorstel denkbaar is, dan maken wij ons voor niets ongerust. Het essentiële van onze onderlinge afwijking zal dan zijn opgegeven. Het schisma die ons nu scheidt zou slechts een breuk zijn in het binnenste van de ene Kerk.

Het belangrijkste is van alles tesamen te overdenken voor de glorie van God die het lichaam van Christus bekleedt. Ja of neen, zijn wij in een waarachtige communio en niet slechts in een bijna – communio ? Waarom geven wij ons vandaag de vredeskus, opdat de enige strijd er niet meer in zou bestaan om de éénheid na te streven, maar om te verkondigen en te zingen ?

Vertaling : Kris Biesbroeck