St Macarius de Grote : “Het hart is maar een klein vat….

“Het hart is maar een klein vat; en toch zijn er draken en leeuwen en er zijn eveneens giftige wezens en alle schatten van goddeloosheid; ruwe oneffen paden zijn er en gapende afgronden. Daar is ook God, daar zijn de engelen, daar is het leven en het Koninkrijk, daar is het licht en de apostelen, de hemelse steden en de schatten van genade: alle dingen zijn daar.” – St. Macarius de Grote

St.Macarius de Grote

St.Silouan de Athoniet : Hoe weet je of je leeft volgens de wil van God?…

Hoe weet je of je leeft volgens de wil van God?

Hier is een teken: als je ergens over in de war bent, betekent dit dat je je niet volledig hebt overgegeven aan Gods wil, hoewel het je misschien lijkt dat je leeft volgens Zijn wil.

Wie leeft volgens Gods wil, heeft geen zorgen. Als hij iets nodig heeft, biedt hij zichzelf en het ding dat hij wil aan God aan, en als hij het niet ontvangt, blijft hij zo rustig alsof hij had gekregen wat hij wilde.

De ziel die zich overgeeft aan de wil van God vreest niets… Wat er ook gebeurt, ‘Dat is Gods welbehagen’, zegt ze.

Als ze ziek wordt, denkt ze: ‘Dit betekent dat ik ziekte nodig heb, anders had God het niet gestuurd.’ En op deze manier wordt vrede bewaard in ziel en lichaam.

++++

Van: St. Silouan, Wijsheid van de berg Athos – De geschriften van Staretz Silouan 1866-1938, Sofronii (Aartsmandriet).

 

Over Geloof en ongeloof in God :

J.P.Sartre

HET ONGELOOF VAN JEAN- PAUL SARTRE
Frans filosoof

De ongelovige existentialist Jean-Paul-Sartre (1905-1980) rekent in zijn psychologisch toneelstuk ‘huis clos’ (met gesloten deuren,1944) op een theatrale manier met het geloof in de anderen af.

Als subject (‘corps-pour-soi’) is de mens pas echt mens door zich voortdurend te realiseren in en met de wereld : hij denkt aan, hij werkt met… Het menselijk bewustzijn is als het ware een verbindingselement tussen het ik en de wereld. Doordat de mens bewust is, is hij altijd al in de wereld. Zelfs in de droom is de mens aanwezig in de wereld. Een droom is samengesteld uit ‘ervaringsresten’ van de wereld. Het is dank zij het bewustzijn dat de mens vrij is. Hij is in de wereld, maar valt er niet mee samen. Een mens neemt voortdurend afstand : ik ben geen plant, geen dier, geen vrouw (man), geen volwassene….

Door het bewustzijn is de mens vrij, hij is een wezen dat niet vastligt (vandaag is hij anders dan gisteren) en niet vastgelegd kan worden. Zelfs in een gevangenis kan de mens , volgens hem, zijn vrijheid bewaren. Ook ziek zijn zou volgens Sartre een keuze zijn.

Als object (‘corps-en-soi’) : op zijn eentje kan de mens zonder problemen als subject bestaan. Eenmaal tussen andere personen echter zijn er twee mogelijkheden : hij blijft bestaan als subject ofwel wordt hij herleid tot een ding, een object.

Een voorbeeld : een vrouw is in de badkamer, ze voelt zich vrij, niemand ziet haar, ze is naakt en zingt. Plotseling ontdekt ze dat ze begluurd wordt door iemand doorheen het sleutelgat. Op dat moment verliest de vrouw haar
subject-zijn en voelt ze zich als een object, bekenen. Ze voelt zich herleid tot een object. Maar tezelfdertijd gaat ook zij diegene die gluurt objectiveren, tot een object herleiden. Zo verliezen beiden op dat moment hun subject-zijn, en zijn ze voor elkaar tot objecten geworden.
Sartre gelooft niet in de liefde. De sterkste persoonlijkheid zal altijd de ander domineren, in zijn macht gevangen houden, waardoor de ander tot ding of instrument herleid wordt.

Dit –tot-ding herleiden gebeurt bij uitstek op twee manieren : door de blik en het oordeel.
De blik : de ‘pornogragfische blik’ , de ‘betrappende blik’. Enz…
Het oordeel : Iemand vastspijkeren op zijn anders-zijn, hij is jood, neger,homo enz..

Sartre kan ook niets anders dan God verwerpen. God kan niet bestaan, God mag niet bestaan, als God bestaat is de mens niet vrij, zegt hij.
Een God aanvaarden betekent voor hem, door iemand (een god) tot object worden herleid. Iemand die gelooft moet geboden onderhouden. Als ik dat doe, verlies ik mijn vrijheid en leef ikzelf niet meer, maar laat ik me leven. Opdat een mens vrij zou zijn;, moet hij elke band met een opperwezen verloochenen, om zelf zijn leven in handen te geven.

Deze visie van Sartre spruit voort uit zijn opvoeding. Sartre is opgegroeid in een milieu, waar hij de slechtheid heeft leren kennen. Drugs, alcohol, verraad, overspel enz.. Dit heeft hem getekend. Als je in je leven niets anders dan slechtheid hebt gekend, hoe kun je dan nog een geloof hebben in de goedheid van de mens. En het geloof in de mens is een voorwaarde tot Godsgeloof. Wat hij zegt is waar, het bestaat. Mensen kunnen voor elkaar de hel zijn. We leven in een wereld waar de hel voorturend dichtbij is. Irak, Afrika, maar ook bij ons. Armoede, drugs, depressies, zich aan zijn lot overgelaten voelen. Niemand meer hebben om eens mee te praten, ouderen die vereenzamen in bejaardentehuizen, door iedereen in de steek gelaten, kinderen die mishandeld en misbruikt worden, kinderarbeid,prostitutie enz… Dit is een reële wereld, maar Sartre heeft het mis, wanneer hij stelt dat dit altijd , in elke situatie en voveral zo is. Ook de hemel is een realiteit, we kunnen zeker ook voor de ander een stukje hemel zijn. Liefde bestaat echt. En godsdienst maakt de mens niet noodzakelijk tot een object. Christus is voor een christen juist ‘de meest vrije mens’, en zo zou ook een christen moeten zijn. Geboden en voorschriften zijn niet noodzakelijk een beperking van onze vrijheid, maar zijn juist een garantie om ons vrij te kunnen voelen. Natuurlijk, teveel geboden, teveel inmenging van de kerkelijke overheid (denken we aan de uitspraken van de pausen in morele kwesties) kan als een beperking van onze vrijheid aangevoeld worden. Vandaar dat de orthodoxie niet aan systematisch moraal doet. De mens is een vrij wezen, en hijzelf moet in eer en geweten over zijn handelen oordelen. Alleen tegenover God hebben we verantwoording af te leggen. En we weten dat de mens zwak en zondig is ( maar wat is zonde ? – voor mij is elke daad tegen de liefde voor onze medemens zonde). Met welk recht gaan we over anderen oordelen ? Christus maakt ons vrij, Hij leert ons te beminnen. Dit kan ook voor een ongelovige een realiteit zijn, en voorbeelden hiervan zijn ons bekend. Ook Sartre zou naar het einde van zijn leven toe een kleine copernicaanse zwenking hebben gemaakt. Hij was lid van de communistische partij, maar toen hij zag wat de russen hadden aangericht in Budapest in 1956, was de maat vol. Zoiets kan men mensen niet aandoen. Sartre wordt de spreekbuis van de vervolgden. Dit is een kleine maar belangrijke koerswijzi ging. Of hij daarmee zijn vroegere ideeën heeft gecorrigeerd blijft te betwijfelen.

 

Hij projecteert drie mensen in een hiernamaals, dat eigenlijk het aardse leven voorstelt. Dit hiernamaals speelt zich af in een Second-Empiresalon, waarin men met twee anderen moet leven : er zijn –geen deuren : dus je kan niet naar buiten; geen vensters : je bent geïsoleerd van de buitenwereld; geen spiegels : je kan jezelf maar spiegelen in en door de ogen van de anderen. Net als de andere mensen hebben deze drie hun eigen fouten, die ze willen verbergen. In een situatie met deuren, vensters en spiegels lukt dit doorgaans wel vrij goed; er zijn heel wat ontsnappingsroetes in de werkelijkeheid in gebouwd. In het hiernamaals is ontsnappen onmogelijk : ze vernemen spoedig elkaars geheim : Estelle vermoordde haar kind. Inès is een lesbische vrouw en Garcin is een lafaard.

Voeg daarbij nog de affiniteit tussen twee vrouwen en één man. Liefde in zijn hechtste vorm is immers een tweepersoonsrelatie. Wie zal de afgewezen en jaloerse derde zijn ? Alle ingrediënten voor de driehoeksverhouding zijn aanwezig… Psychologisch wordt het een boeiend spel… Naar het einde van het stuk vloeien climax en anti-climax sterk in elkaar

‘Ze zijn dood. Dit betekent : ze hebben niets anders meer dan hun verleden. Er is geen toekomst meer. Ze bestaan zonder persoonlijk levensontwerp, versteend met het beeld dat de anderen zich van hen hebben gevormd. De dialectiek van die situatie, het versteend zijn voor en door de blik van de andere is de’hel’. L’enfer c’est les autres. (Bauters, Jean Paul-Sartre, ontmoetingen, DDB,1964,pp.48-49)

Estelle:
Luister niet naar haar. Neem mijn mond; ik ben van jou helemaal van jou.
Inès
Nou, waar wacht je op ? Doe wat je gezegd is.
De lafaard Garcin houdt de kindermoordenares Estelle
in zijn armen. Er kan worden gewed. Zal de lafaard
Garcin haar kussen ?
Ik zie jullie; ik alleen ben de menigte, de menigte,Garcin,de menigte, hoor je het ?
Lafaard ! Lafaard ! Lafaard ! Tevergeefs vlucht je voor me, ik laat je niet los ! Wat zoek je op haar lippen ?
Vergetelheid ? Maar ik vergeet je niet.
Mij moet je overtuigen. Kom ! Kom !
Ik wacht op je.
Je ziet, Estelle, hij maakt zich los uit de omarming,
Hij is zo gedwee als een hondje….Je krijgt hem niet !
Garcin :
Wordt het dan nooit nacht ?
Inès :
Nooit.
Garcin :
Zal je me altijd zien ?
Inès :
Altijd

(Garcin: laat Estelle aan haar lot over en doet een paar stappen
door het vertrek, naar het bronzen beeld op de schoorsteenmantel)

Garcin :
Het beeld….(Hij streelt het).
Nu is het ogenblik gekomen. Hier is het bronzen
Beeld, ik kijk ernaar en begrijp dat ik in de hel ben.
Ik zeg jullie dat alles was voorzien.
Zij hadden voorzien, dat ik voor deze schoorsteen
Zou staan, dat ik met mijn hand op dit beeld zou
Drukken, met al die blikken die mij verslinden…

(zich met een ruk omdraaiend)

Ha zijn jullie maar met z’n tweeën.
Het leek me dat er veel meer waren.(Lacht)
Dus dit is nu de hel. Ik zou nooit geloofd hebben …
Herinneren jullie je nog : zwavel, brandstapel,
Braadrooster… Ha ! Wat een grap !
Een braadrooster is niet nodig :De hel dat zijn de
Anderen.

(J.P.Sartre.De Vliegen e.a., De Bezige Bij, 1966, pp.119-120)

Volgens Sartre kan een mens op twee manieren bestaan : als een subject en als object.

Kris Biesbroeck Leuven 1968 – filosofie

OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO

GELOVEN IN GOD ….

Tot slot wil ik , met een dialoog uit Ingmar Bergman’s film ‘Als in een wazige spiegel’ proberen aan te tonen, dat een andere visie en houding mogelijk is, zelfs in een gebroken wereld.
In die film heeft Bergman het over een gesprek dat Minus heeft met zijn vader David, nadat hij de crisis van godsdienstwaanzin van zijn zus heeft meegemaakt

Minus :
Toen ik daar in het wrak zat en Karin in mijn
Armen hield, toen brak de werkelijkheid, begrijp
je wat ik bedoel ?
David :
Dat begrijp ik wel.
Minus :
De werkelijkheid brak en ik rolde eruit.
Dat is net als in een droom, maar het is echt.
Alles kan gebeuren – alles, vader !
David :
Ja, dat weet ik wel.
Minus
Dat maakt mij zo bang dat ik ’t wel kan schreeuen.
David :
Kom eens hier ! (hij raakt Minus’hand aan en ze
lopen zo samen op het strand…zwijgend…..
Dan slaat David zijn arm om de schouder van
Minus
Minus :
Ik kan met dit nieuwe niet leven, vader.
David :
Jawel, dat kun je wel.
Maar je moet iets hebben om je aan vast te houden.
Minus :
Wat zou dat moeten zijn. Een God ?
Een God in de gedaante van een spin, zoals de god
van Karin ?
Of een onzichtbare heerser, ergens in het donker ?
Nee, dat kan niet.
Stilte
Minus :
Nee, vader. Dat kan niet. God bestaat niet in mijn
wereld.
Stilte (ze lopen langs het water)
Minus :
Geef mij een bewijs dat God bestaat.
Stilte
Minus :
Dat kun je niet.

David :
Dat kan wel
Maar nu moet je goed luisteren naar wat ik zeg,
Minus.
Minus :
Dat moet ik wel vader.
David :
Er staat geschreven : God is Liefde.
Minus :
Voor mij zijn dat alleen maar holle woorden.
David :
Wacht nu eens even, je moet mij niet in de rede
vallen.
(Ze zijn bij een laag, zanderig uitsteeksel gekomen
dat bijna onmerkbaar afhelt naar het water. Het
lijkt alsof ze midden in al het wit van de zee staan,
met al het wit van de zomerhemel boven hun
hoofden, alsof ze opgesloten zijn in een stolp van
melkkleurig glas. Oneindig kleine wezens in al dit
wazige stille wit).
David :
Ik wil je alleen maar een vaag idee geven van wat
ik zelf verwacht.
Minus :
En dat is Gods Liefde ?
David :
Het is de wetenschap dat liefde in de wereld van de
mensen bestaat als iets reëels.
Minus :
En het is natuurlijk een bijzondere soort liefde die
bedoeld wordt.
David :
Alle soorten liefde, Minus.
De hoogste en de laagste, de armste en de rijkste,
de belachlijkste en de schoonste.De waanzinnige
of de cynische. Alle soorten liefde.
Minus :
(zacht) Verlangen naar liefde.
David :
Verlangen en verloochening. Achterdocht en
vertrouwen.
Minus :
Dus de liefde zou het bewijs zijn ?
David :
We kunnen niet weten of de liefde Gods bestaan
Bewijst, of dat de liefde God zelf is.
Maar het doet er ook niet zoveel toe.
Minus :
Voor jou zijn liefde en God hetzelfde ?
David :
Die gedachte helpt mij in mijn leegheid en in
mijn smerige wanhoop.
(zwijgt)
Minus :
Zeg nog wat vader !
David :
Plotseling verandert leegheid in rijkdom
en wanhoop in leven.
Het is net alsof je gratie krijgt, Minus.
alsof je gratie krijgt nadat je tot de doodstraf
veroordeeld bent.
Minus :
Dat klinkt allemaal vreselijk onwerkelijk, vader.
Maar ik geloof wel dat je meent wat je zegt.
Ik beef over mijn lichaam.Vader.
David :
Ja.
Minus :
Als het zo is als jij zegt,
dan zou Karin omgeven zijn door God, omdat
wij van haar houden ?
David :Ja.
Minus :
Kan dat haar helpen ?
David :
Dat geloof ik zeker…..


(Ingmar Bergman, Filmtrilogie, Bruna, Utrecht, 1965, pp.74-75)

Over de film …..

De film speelt zich af op een eiland in de Oostzee. Op dit eiland brengen Karin, haar man Martin, haar vader David en haar broer Minus hun zomervakantie door. Karin heeft kort voordien een psychiatrisch ziekenhuis verlaten. Haar vader David is een auteur, die zojuist uit Zwitserland naar Zweden is teruggekeerd. Karins broer Minus is 17 jaar oud en worstelt met puberteitsproblemen. Haar echtgenoot Martin is een arts en hij vertelt zijn schoonvader dat Karin ongeneeslijk ziek is en zal sterven aan haar ziekte.

Wanneer Karin het dagboek van haar vader leest, ontdekt ze dat hij het verhaal van haar ziekte voor een roman wil gebruiken. Ze confronteert hem tijdens een boottocht met die ontdekking en beschuldigt hem van ongevoeligheid. Ook David heeft echter psychische problemen. Hij voelt zich als auteur aan het einde van zijn loopbaan en had in Zwitserland een poging tot zelfmoord ondernomen.
Karin wordt geplaagd door haar psychische ziekte. Ze heeft visioenen en gelooft dat God haar wil straffen. Dat vertelt ze aan haar broer. Ze gaat steeds verder achteruit en sluit zich op in een kamer, waar ze met God praat. Haar man besluit haar terug te sturen naar de inrichting. Hij geeft haar een kalmerende injectie en Karin wordt met een helikopter weggebracht. Haar vader en broer blijven alleen achter op het eiland. Door een gesprek groeien ze dichter naar elkaar toe.

Kris Biesbroeck 1967

St.Clemens van Alexandrië : De Christen bidt terwijl hij loopt….

“De christen bidt terwijl hij loopt, terwijl hij praat, terwijl hij rust, terwijl hij werkt of leest: en wanneer hij alleen mediteert in de geheime schuilplaats van zijn eigen ziel, en de Vader aanroept met zuchten die niet minder echt zijn omdat ze onuitgesproken zijn, zal de Vader nooit nalaten te antwoorden en tot hem te naderen.”

Sint Clemens van Alexandrië

St.Isaak de Syriër : Als je niet genadig kunt zijn, spreek dan tenminste alsof je een zondaar bent…..

“Als je niet genadig kunt zijn, spreek dan tenminste alsof je een zondaar bent. Als je geen vredestichter bent, wees dan tenminste geen onruststoker. Als je de mond van een man die zijn metgezel kleinerend behandelt niet kunt sluiten, onthoud je er dan tenminste van om je hierbij aan te sluiten.”

Sint Isaak de Syriër

St. Maximus de Belijder :Zeg niet dat geloof in Christus alleen u kan redden, want dit is niet mogelijk als u geen liefde voor Hem verkrijgt…..

Zeg niet dat geloof in Christus alleen u kan redden, want dit is niet mogelijk als u geen liefde voor Hem verkrijgt, die wordt gedemonstreerd door daden. Wat betreft louter geloof: “De demonen geloven ook en sidderen” (Jakobus 2:19). De handeling van liefde bestaat uit oprechte goede daden jegens iemands naaste, grootmoedigheid, geduld en nuchter gebruik van dingen.

Maximus de Belijder

Sint Basilius de Grote : Zeg niet: “Dit gebeurde bij toeval, terwijl dit vanzelf kwam…..

“Zeg niet: “Dit gebeurde bij toeval, terwijl dit vanzelf kwam.” In alles wat bestaat is er niets wanordelijks, niets onbepaalds, niets zonder doel, niets toevallig… Hoeveel haren zitten er op je hoofd? God zal niet één van hen vergeten. Zie je hoe niets, zelfs het kleinste ding, aan de blik van God ontsnapt?”

– ST. BASILIUS DE GROTE

St.Justinus Martelaar : [Christus] werd mens door de Maagd, opdat de ongehoorzaamheid die van de slang uitging…..

In een van onze vroegste geschriften vertelt de heilige Justinus de Martelaar ons dat de maagd Eva een type was van de toekomstige maagd Maria. Terwijl Eva de dood bracht, bracht Maria’s gehoorzaamheid leven voort, God zelf dragend om ons te bevrijden

[Christus] werd mens door de Maagd, opdat de ongehoorzaamheid die van de slang uitging, haar vernietiging zou ontvangen op dezelfde manier waarop zij haar oorsprong had. Want Eva, die maagd en onbesmet was, bracht door het woord van de slang ongehoorzaamheid en dood voort. Maar de maagd Maria ontving geloof en vreugde, toen de engel Gabriël haar de blijde tijding verkondigde dat de Geest van de Heer over haar zou komen en de kracht van de Allerhoogste haar zou overschaduwen; daarom is ook het Heilige dat uit haar verwekt is, de Zoon van God; en zij antwoordde: ‘Mij geschiede naar uw woord.’ En door haar is Hij geboren, naar wie wij bewezen hebben si vele Schriftplaatsen verwijzen, en door wie God zowel de slang als die engelen en mensen vernietigt die aan hem gelijk zijn; maar verlossing van de dood bewerkt aan hen die berouw hebben over hun goddeloosheid en in Hem geloven.

De heilige Justin Martyr

St Ignatius Loyola : Als God u een overvloedige oogst van beproevingen geeft, is dat een teken van grote heiligheid die Hij wil dat u bereikt….

Als God u een overvloedige oogst van beproevingen geeft, is dat een teken van grote heiligheid die Hij wil dat u bereikt. Wilt u een grote heilige worden? Vraag God om u veel lijden te sturen. De vlam van Goddelijke Liefde stijgt nooit hoger dan wanneer gevoed met het hout van het Kruis, dat de oneindige liefdadigheid van de Redder gebruikte om Zijn offer te voltooien. Alle genoegens van de wereld zijn niets vergeleken met de zoetheid die gevonden wordt in de gal en azijn die aan Jezus Christus worden aangeboden. Dat wil zeggen, harde en pijnlijke dingen die voor Jezus Christus en met Jezus Christus werden doorstaan.

Sint Ignatius van Loyola

St.Ambrosius van Milaan : Laat uw deur openstaan ​​om Hem te ontvangen, ontsluit uw ziel voor Hem…..

“St. Ambrosius” van Matthias Stom”

“Laat uw deur openstaan ​​om Hem te ontvangen, ontsluit uw ziel voor Hem, verwelkom Hem in uw geest, en dan zult u de rijkdom van eenvoud zien, de schatten van vrede, de vreugde van genade. Gooi de poort van uw hart wijd open, sta voor de zon van het eeuwige licht dat op ieder mens schijnt … Het is de ziel die haar deur heeft, haar poorten. Christus komt naar deze deur en klopt; hij klopt op deze poorten. Doe Hem open; hij wil binnenkomen, om zijn bruid te vinden die wacht en toekijkt.” 

(St. Ambrosius van Milaan, bisschop en kerkleraar, uit : (An Exposition of Psalm 118 )

Henri Nouwen : We kunnen niet lijden met de armen als we niet bereid zijn om de personen en systemen te confronteren die armoede veroorzaken…

We kunnen niet lijden met de armen als we niet bereid zijn om de personen en systemen te confronteren die armoede veroorzaken. We kunnen de gevangenen niet bevrijden als we niet bereid zijn om degenen te confronteren die de sleutels dragen. We kunnen onze solidariteit niet belijden met degenen die onderdrukt worden als we niet bereid zijn om de onderdrukker te confronteren. Mededogen zonder confrontatie verandert snel in vruchteloze sentimentele medelijden.”

Henri j.m. Nouwen

Henri Nouwen : Hoe meer je jezelf openstelt om genezen te worden, hoe meer je zult ontdekken hoe diep je wonden zijn. . . .

Hoe meer je jezelf openstelt om genezen te worden, hoe meer je zult ontdekken hoe diep je wonden zijn. . . . De grote uitdaging is om je wonden te doorleven in plaats van erover na te denken. Het is beter om te huilen dan je zorgen te maken, beter om je wonden diep te voelen dan ze te begrijpen, beter om ze in je stilte te laten komen dan erover te praten. De keuze waar je constant voor staat is of je je pijn naar je hoofd of naar je hart brengt. In je hoofd kun je ze analyseren, hun oorzaken en gevolgen vinden en woorden bedenken om erover te spreken en te schrijven. Maar er zal waarschijnlijk geen uiteindelijke genezing uit die bron komen. Je moet je wonden naar je hart laten afdalen. Dan kun je ze doorleven en ontdekken dat ze je niet zullen vernietigen. Je hart is groter dan je wonden.

Henri Nouwen

St.Willibrord : zijn leven….

DE HEILIGE WILLIBRORD

Sint Willibrord (ca. 658 – 739) “Apostel der Friezen” – Bisschop, Missionaris – geboren ca. 658 te Northumbria, Engeland en overleden op 7 november 739 aan natuurlijke oorzaken, op 81-jarige leeftijd. Beschermheren – Convulsie, epilepsie, epileptici, Luxemburg, Nederland, Aartsbisdom Utrecht, Nederland, Heusden, België, Waalre, Nederland.

Willibrord werd geboren in Northumberland rond 658 en ging toen hij twintig jaar oud was naar Ierland om te studeren bij St. Egbert. Twaalf jaar later voelde hij zich aangetrokken om de grote heidense stammen te bekeren die als een wolk boven het noorden van Europa hingen, op verzoek van Pepijn van Herstal, de Austrasische burgemeester van het paleis, die nominale soevereiniteit over die regio had.

Willibrord reisde twee keer naar Rome. Beide reizen naar Rome hebben een historische betekenis. Zoals de Eerwaarde Bede ons vertelt, was Willibrord niet de enige Angelsaks die naar Rome reisde. De manier waarop hij het bezoek en het doel ervan beschreef, is belangrijk; in tegenstelling tot alle anderen was Willibrord niet op de gebruikelijke pelgrimstocht naar de graven van de apostelen Petrus en Paulus en de martelaren. In plaats daarvan “haastte hij zich naar Rome, waar paus Sergius toen de apostolische stoel voorzat, om het gewenste werk van het prediken van het Evangelie aan de heidenen te ondernemen, met zijn vergunning en zegen”. Als zodanig kwam hij niet als pelgrim naar de paus, maar specifiek als missionaris.

De tweede keer dat hij naar Rome ging, op 21 november 695, in de kerk van Santa Cecilia in Trastevere, gaf paus Sergius I hem een ​​pallium en wijdde hem tot bisschop van de Friezen. Hij keerde terug naar Frisia om te preken en kerken te stichten, waaronder een klooster in Utrecht, waar hij zijn kathedraal bouwde. Willibrord wordt beschouwd als de eerste bisschop van Utrecht.

In 698 stichtte hij de abdij van Echternach op de plaats van een Romeinse villa in Echternach, die hem was geschonken door Pepijns schoonmoeder, Irmina van Oeren, de vrouw van seneschal en paltsgraaf Hugobert. Nadat Hugobert stierf, stichtte Irmina een benedictijnenklooster in Horren in Trier. Toen een plaag haar gemeenschap bedreigde, kreeg ze de hulp van Willibrord en toen de pest voorbij het klooster trok, gaf ze Willibrord de gronden voor zijn abdij in Echternach.

Pepijn van Herstal stierf in 714. In 716 heroverde de heidense Radbod, koning van de Friezen, Frisia, stak kerken in brand en doodde vele missionarissen. Willibrord en zijn monniken werden gedwongen te vluchten. Na de dood van Radbod in 719 keerde Willibrord terug om zijn werk te hervatten, onder de bescherming van Karel Martel. Winfrid, beter bekend als Sint Bonifatius, sloot zich aan bij Willibrord en bleef drie jaar, voordat hij verder reisde om te prediken in Frankisch gebied.

Hij werkte onophoudelijk als bisschop gedurende meer dan vijftig jaar, geliefd door God en de mens, en stierf vol dagen en goede werken. Volgens zijn wens werd hij begraven in Echternach. Hij werd al snel als een heilige beschouwd. De bronnen van Willibrord, die langs zijn missieroutes liepen, werden door het volk bezocht om genezing te vragen voor verschillende zenuwziekten, vooral van kinderen.

Talrijke wonderen en relikwieën worden aan hem toegeschreven. Bij één gelegenheid werd het transport van zijn relikwieën zo gevierd: “de vijf bisschoppen in volledige pontificalen hielpen; aan de dans namen deel 2 Zwitserse gardes, 16 vaandeldragers, 3.045 zangers, 136 priesters, 426 muzikanten, 15.085 dansers en 2.032 spelers”. Elk jaar op Pinksterdinsdag wordt er in Echternach een Dansprocessie gehouden die duizenden deelnemers en een gelijk aantal toeschouwers trekt, om de nagedachtenis van een heilige te eren die vaak de apostel van de Benelux-landen (België, Nederland en Luxemburg) wordt genoemd.    Zijn relikwieën worden bewaard in Echternach, Luxemburg en in de Kathedraal van Sint-Catharina in Utrecht, Nederland

Standbeeld van Willibrordus in Echternach (Luxemburg).

Het graf van Willibrordus in Echternach

St;Augustinus :Het hele menselijke ras, net als deze vrouw, was gebogen en naar de grond gebogen. Iemand begrijpt deze vijanden al…..

++++++++++++++++

En zou deze vrouw, de dochter van Abraham, die Satan achttien jaar lang gebonden heeft, op de sabbatdag van deze tempel worden losgemaakt ?

 

“Het hele menselijke ras, net als deze vrouw, was gebogen en naar de grond gebogen. Iemand begrijpt deze vijanden al. Hij roept tegen hen en zegt tegen God: “Ze hebben mijn ziel gebogen.” De duivel en zijn engelen hebben de zielen van mannen en vrouwen naar de grond gebogen. Hij heeft ze naar voren gebogen om zich te richten op tijdelijke en aardse dingen en heeft hen ervan weerhouden de dingen te zoeken die boven zijn.

Omdat dat is wat de Heer zegt over de vrouw die Satan achttien jaar lang had gebonden, was het nu tijd voor haar om op de sabbatdag uit haar slavernij te worden bevrijd.

 Geheel onterecht bekritiseerden ze Hem omdat Hij haar rechtzette. Wie waren dit, behalve mensen die over zichzelf gebogen waren? Omdat ze de dingen die God had geboden helemaal niet begrepen, beschouwden ze ze met aardse harten.

jZe vierden het sacrament van de sabbat op een letterlijke, materiële manier en merkten de spirituele betekenis ervan niet op.”

 

… Sint Augustinus (354-430) Vader en Dokter (Preek 162)

St. Silouan van de Athos Berg : De man die aan zijn eigen welzijn denkt, kan zich niet overgeven aan Gods wil, zodat zijn ziel vrede in God kan hebben……

De man die aan zijn eigen welzijn denkt, kan zich niet overgeven aan Gods wil, zodat zijn ziel vrede in God kan hebben. Maar de nederige ziel is toegewijd aan Gods wil en leeft voor Hem in ontzag en liefde; in ontzag, opdat zij God op geen enkele manier bedroefd; in liefde, omdat de ziel heeft leren kennen hoe de Heer ons liefheeft.

Het beste van alles is om je over te geven aan Gods wil en lijden te dragen met vertrouwen in God. De Heer, die onze ellende ziet, zal ons nooit teveel geven om te dragen. Als we onszelf erg gekweld voelen, betekent dit dat we ons niet hebben overgegeven aan de wil van God.

De ziel die in alle dingen toegewijd is aan de wil van God, rust rustig in Hem, want zij weet uit ervaring en uit de Heilige Schrift dat de Heer ons veel liefheeft en over onze zielen waakt, alle dingen door Zijn genade in vrede en liefde levend maakt.

Niets verontrust de mens die zich aan de wil van God overgeeft, of het nu ziekte, armoede of vervolging is. Hij weet dat de Heer in Zijn genade om ons geeft…

De Heer heeft ons de Heilige Geest gegeven, en de mens in wie de Heilige Geest woont, voelt dat hij het paradijs in zich heeft.

Maar de hoogmoedigen en eigenzinnigen willen zich niet overgeven aan Gods wil omdat ze hun eigen weg willen gaan, en dat is slecht voor de ziel.

Abba Pimen zei: “Onze eigen wil is als een muur van koper tussen ons en God, die ons verhindert dicht bij Hem te komen of Zijn Barmhartigheid te overwegen.”

O mijn broeders over de hele wereld, bekeer u zolang er nog tijd is. God wacht genadig op ons berouw. En de hele hemel en alle heiligen kijken uit naar ons berouw. Zoals God liefde is, zo is de Heilige Geest in de heiligen liefde. Vraag, en de Heer zal vergeven.

 

Bron : Een fragment uit het boek, De Wijsheid van de Berg Athos, Monnik van de Berg Athos door Archimandriet Sophrony.