Petrus Damianus : Voorgaan door zijn leven en dood

H. Petrus Damianus (1007-1072), kluizenaar en vervolgens bisschop, Kerkleraar
Sermon 24-25

Voorgaan door zijn leven en zijn dood

   

Petrus Damianus.gif

   Johannes was reeds door zijn geboorte voorloper van Christus, en ook door zijn prediking, door zijn doop en door zijn dood… Kan men één deugd vinden, één soort heiligheid die de Voorloper niet in de hoogste graad bezat? Wie onder de heilige kluizenaars heeft zich ooit de regel opgelegd om als voedsel slechts wilde honing of dat oneetbare gerecht: sprinkhanen te eten! Enkelen  wenden zich af van de wereld en vluchten weg voor de mensen om heilig te kunnen leven, maar Johannes is nog een kind… als hij de woestijn intrekt en ervoor kiest om in eenzaamheid te gaan leven. Hij ziet ervan af om zijn vader op te volgen als priester, om zo in alle vrijheid als een werkelijk en oprecht Priester te kunnen verkondigen. De profeten hebben van te voren de komst van de Verlosser voorzegd, de apostelen en de andere leraren in de Kerk bevestigen dat deze komst werkelijk plaats heeft gevonden, maar Johannes toont dit als aanwezig onder de mensen. Velen hebben de maagdelijkheid bewaard en hebben niet de witheid van hun kleding bezoedeld (cf Ap 14,4), maar Johannes ziet af van elk menselijk gezelschap om zo de begeertes van het vlees tot aan zijn wortels uit te kunnen roeien, en, hij woont vol van geestelijk vuur tussen de wilde dieren.

      Johannes gaat zelfs voor in het scharlaken koor van martelaren, als meester van allen: hij heeft waakzaam voor de waarheid gevochten, en hij is voor haar gestorven. Hij is de leider van allen die vechten voor Christus, geworden en, als eerste van allen heeft hij in de hemel het overwinningsvaandel van het martelaarschap geplaatst.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Simeon de Nieuwe Theoloog : Jezus raakte hem aan en sprak …..

H. Simeon de Nieuwe Theoloog (ca.949-1022), Griekse monnik
Hymne 30

“Jezus raakte hem aan, en sprak: Ik wil; word gereinigd”

 

Simeon de neuwe theoloog + basilios.jpg
Simeon de nieuwe theoloog en Basilios de Grote

Voordat het goddelijk licht brandde,
kende ik mezelf niet.
Ik zag me toen in de duisternis en in de gevangenis,
opgesloten in een modderpoel,
bedekt met vuil, gewond, mijn lichaam opgezwollen…,
ik ben aan de voeten gevallen van degene die me verlicht heeft.

En degene die me had verlicht raakt met zijn handen
mijn hechtingen en mijn wonden aan;
daar waar zijn hand en waar zijn vinger komt,
vallen weldra mijn hechtingen,
de wonden verdwijnen, en alle vuil.
Het vuil van mijn lichaam verdwijnt…
zodat hij het gelijk aan zijn goddelijke hand maakt.
Merkwaardig wonder: mijn vlees, mijn ziel en mijn lichaam
nemen deel aan de goddelijke heerlijkheid.

Vanaf mijn reiniging en de bevrijding van mijn hechtingen,
is hij het die me een goddelijke hand reikt,
hij trekt me geheel uit de modderpoel,
hij omhelst mij, hij werpt zich om mijn nek,
hij bedekt me met kussen (Lc 15,20).
En ik, die totaal uitgeput was
en die al kracht had verloren,
wordt door hem op de schouders genomen (Lc 15,5),
en hij neemt me mee uit mijn hel…
Het is het licht dat me meeneemt en me ondersteunt;
ze neemt me mee naar een groot licht…
Hij laat me schouwen door welke vreemde omvorming
hijzelf mij heeft omgevormd (Gn 2,7) en mij aan de vergankelijkheid heeft onttrokken.
Hij heeft mij de gave van een onsterfelijk leven gegeven
en heeft mij bekleed met een onsterfelijk en lichtend kleed
en heeft mij sandalen, een ring en een kroon gegeven
die onvergankelijk en onsterfelijk zijn. (Lc 15,22)

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Gregorius van Nazianze : Kom naar het licht

H. Gregorius van Nazianze (330-390), bisschop en Kerkleraar
Hymne 32 ; PG 37, 511-512

Kom naar het licht

gregorius-van-nazianze23.jpg
Wij zegenen U, Vader van de lichten,
Christus, Woord van God, schittering van de Vader,
Licht van licht, en bron van licht,
Geest van vuur, adem van de Zoon en van de Vader.

Heilige Drie-eenheid, ongedeeld licht,
U verdrijft de duisternis om te scheppen
Een wereld vol van licht, orde en schoonheid,
Die uw gelijkenis draagt.

Met rede en wijsheid verlicht U de mens,
Hem verlicht U met het zegel van uw Beeld,
Opdat hij in uw Licht, het licht ziet (Ps 37,10),
En opdat alles licht wordt.

U laat talrijke lichten aan de hemel stralen,
Bedoeld voor de dag en de nacht
Om samen de tijd te verdelen,
Rustig om de beurt.

De nacht maakt een einde aan het werk van het vermoeide lichaam.
De dag roept op tot het werk waar je van houdt,
En leert ons om de duisternis te ontvluchten, om ons te haasten
Naar de dag die geen nacht meer zal hebben.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Efraïm de Syriër : De mensenzoon moet worden verheven….

Sermon toegeschreven aan de H. Efraļm (ca. 306-373), diaken in Syriė, Kerkleraar
Over het berouw

“De Mensenzoon moet worden verheven: opdat ieder die in Hem gelooft, het eeuwige leven zou hebben”

 Efraim de Syriër.jpg

     Toen het volk gezondigd had in de woestijn (Nm 21,9), beval Mozes, die profeet was, aan de Israėlieten om een slang op een kruis te plaatsen, dat wil zeggen dood aan de zonde brengen… Men moest naar een slang kijken, omdat de kinderen van Israėl als straf, door de slangen getroffen waren. En waarom door slangen? Omdat ze het gedrag van onze eerste ouders hadden herhaald. Adam en Eva hadden beiden gezondigd door de vrucht van de boom te eten; de Israėlieten hadden gemopperd over een kwestie van voedsel. Klachten uiten omdat men groente mist, is het toppunt van gemopper. Daarom verklaard de psalm: “Ze waren in de wildernis weerspannig tegen God” (Ps 78,17). Welnu, ook in het Paradijs is de slang de oorsprong van gemor…

      De kinderen moesten ook leren dat diezelfde slang die de dood van Adam had beraamd, ook hun dood had veroorzaakt. Mozes had dus de slang op het hout geplaatst, opdat zij die het zagen, door de overeenkomst herinnerd zouden worden aan de levensboom. Zij die er immers naar keken, waren gered, zeker niet dankzij de slang, maar door hun bekering. Ze keken naar de slang en ze herinnerden zich hun zonde. Omdat ze gebeten waren, hadden ze berouw, en nogmaals werden ze gered. Hun bekering transformeerde de woestijn in een woonplaats voor God; het zondige volk werd door het berouw een kerkelijke gemeenschap en nog beter, ondanks zichzelf aanbad het volk het kruis.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Johannes Chrysostomos “Wie slechts een beker koud water te drinken geeft….”

H. Johannes Chrysostomus (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar
Homelie 45 over de Handelingen van de apostelen ; PG 60, 318-320

” Wie slechts een beker koud water te drinken geeft aan een dezer kleinen … hem zal zijn loon niet ontgaan”

 

Johannes Chrysostomos4.jpg

      “Ik was een vreemdeling, zei Christus, en u hebt Mij ontvangen” (Mt 25,35).  En ook: “Elke keer dat u iets voor de kleinsten onder ons hebt gedaan, hebt u dat voor Mij gedaan” (Mt 25,40). Aangezien het hier om een gelovige en zijn broer gaat, en zelfs als het gaat om de allerkleinste, is het Christus die met hem meekomt. Open je huis, ontvang hem. “Wie een profeet ontvangt in zijn kwaliteit als profeet, zal het loon van een profeet ontvangen”… Deze gevoelens moet men hebben als men vreemdelingen ontvangt: haast, vreugde, gulheid. De vreemdeling is altijd verlegen en vol schaamte. Als zijn gastheer hem niet met vreugde ontvangt, trekt hij zich terug en voelt hij zich geminacht, want het is erger om ontvangen te worden op die wijze, dan helemaal niet ontvangen te worden.

      Zorg dus dat je huis een plaats is waar Christus zijn verblijf kan vinden. Zeg: “Dit is de kamer van Christus. Dit verblijf is voor Hem gereserveerd.” Zelfs als ze erg eenvoudig is, zal Hij het niet minachten. Christus is naakt, een vreemdeling; Hij heeft slechts onderdak nodig. Geef hem tenminste dat; wees niet wreed en onmenselijk. Jij die zoveel vuur bezit voor de materiële goederen, blijf niet koud voor de rijkdommen van de Heilige Geest… Je hebt een plaats voor je wagen, en je hebt er geen voor de zwervende Christus? Abraham ontving vreemdelingen daar waar hij woonde (Gn 18). Zijn vrouw behandelde hen alsof ze hun dienares was en zij de meesters. Noch de een noch de ander wisten dat ze Christus ontvingen, dat ze engelen ontvingen. Als ze het geweten hadden, hadden ze alles gegeven. Wij die Christus weten te herkennen, laten we nog meer haast tonen dan zij die geloofden dat ze slechts mensen ontvingen.

Johannes de Doper, martelaar voor de waarheid


H. Beda de Eerbiedwaardige (ca 673-735), monnik, Kerkleraar  
Homilie 23 (boek 2) ; CCL 122, 354, 356-357

Johannes de Doper, martelaar voor de waarheid

beda_venerabilis_2   

 Beda de eerbiedwaardige

  Er is geen twijfel mogelijk dat Johannes de Doper de gevangenschap ondergaan heeft voor onze Verlosser, die hij voorgegaan is door zijn getuigenis. Hij heeft zijn leven voor Hem gegeven. Want als zijn vervolger hem niet gevraagd zou hebben om Christus te verloochenen, maar om te zwijgen over de waarheid, dan is hij toch nog voor Christus gestorven. Christus zelf zei immers: “Ik ben de waarheid” (Joh 14,6). Omdat hij voor de waarheid zijn bloed heeft laten vloeien, is het voor Christus. Johannes getuigde door geboren te worden dat Christus geboren zou worden; door te prediken gaf hij getuigenis, dat Christus ging prediken, door te dopen, dat Jezus zou dopen. Door als eerste te lijden, betekende dat Christus ook zou moeten lijden…

   Deze zo grote mens kwam dus, na een lange en pijnlijke gevangenschap, aan zijn levenseind door het vergieten van zijn bloed. Hij die het goede nieuws van de vrijheid van een hogere vrede verkondigde, werd door de goddelozen in de gevangenis gegooid. Hij, die moest getuigen van het licht, werd in een donkere cel gegooid…  Johannes werd door zijn eigen bloed gedoopt, hij was degene die de Verlosser van de wereld mocht dopen, de stem van de Vader tot Christus hoorde spreken, en op Christus de genade van de Heilige Geest zag neerdalen.

   De apostel Paulus zei het juist: “Want u is de genade omwille van Christus verleend, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden” (Fil.1,29). Hij zegt dat lijden voor Christus een genadegave is voor uitverkorenen, omdat hij in een andere brief zegt: “Ik ben er zelfs van overtuigd dat het lijden van deze tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid waarvan ons de openbaring te wachten staat” (Rm 8,18).

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Gebed van de heilige Silouan de Athoniet

Gebed van de heilige Silouan de Athoniet

Siluan
 

Barmhartige Heer, schenk ons Uw vrede,

Zoals Gij Uw heilige apostelen de vrede hebt gegeven :

“Mijn vrede geef ik u ” (Joh.14,27)

 

Heer, verleen ook aan ons om van Uw vrede te genieten.

De heilige apostelen hebben Uw vrede ontvangen

En deze over de gehele wereld verspreid

En terwijl zij bezig waren met de redding van het volk

Verloren zij deze vrede niet

En is zij in hen niet minder geworden.

Ere zij de Heer en Zijn barmhartigheid

Want Hij heeft ons zeer lief

En geeft ons Zijn vrede

En de genade van Zijn Heilige Geest

http://www.videomusic.nl/player.swf

Cyrillus van Jeruzalem : Petrus trok Hem ter zijde en begon Hem tegen te spreken

H. Cyrillus van Jeruzalem (313-350), bisschop van Jeruzalem en Kerkleraar
Doopcatechese nr. 13, 3.6.23  (vert. brevier)

“Petrus trok Hem ter zijde, en begon Hem tegen te spreken”

 

cyrillus van Jerrusalem13

 

   We hoeven niet beschaamd te zijn over het kruis van onze Verlosser. Integendeel we moeten erop roemen. Het woord kruis is een aanstoot voor de joden en een dwaasheid voor de heidenen, maar voor ons betekent het redding. Voor hen die verloren gaan, is het kruis een dwaasheid , maar voor ons die gered worden, is het de kracht van God (1Kor 1,18-24). Want het is geen doodgewone sterveling die voor ons is gestorven, maar de Zoon van God, de mensgeworden God. Het lam dat geslacht werd volgens de opdracht van Mozes, heeft de verderfengel (Ex 12,23) geweerd. Maar heeft het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt (Joh 1,29), niet veel meer gedaan door ons te bevrijden van de zonden?

      Niet onder dwang heeft Hij zijn leven gegeven en evenmin is Hij met geweld ten offer gebracht, maar uit vrije wil. Luister naar wat Hij zegt: “Macht heb Ik om het te geven en macht om het terug te nemen” (Joh 10,18). Vrijwillig geef Ik Mij over aan de vijanden. Als Ik het niet wilde, gebeurde het niet. Hij kwam dus uit vrije keuze tot zijn lijden, blij met zijn buitengewone daad, glimlachend om zijn krans, verheugd over de redding van de mensen, en zonder schaamte over het kruis,, want het was om de hele wereld te redden. Het was geen gewoon mens die leed, maar de mensgeworden God, strijdend om de prijs van gehoorzaamheid.

      Verheug je om het kruis niet alleen ten tijde van vrede, maar bewaar het geloof ook als je wordt vervolgd. Wees niet Jezus’ vriend in tijd van vrede en in oorlogstijd zijn vijand. Nu krijg je de vergeving van je zonden en de geestelijke gave die jouw Koning schenkt. Als de strijd losbrandt, vecht dan moedig voor je Vorst. Jezus die zonder zonden was, is voor jou gekruisigd… Niet jij verleent de genade, want jij hebt het eerst ontvangen. Nu geef jij dank en betaal je je schuld aan Hem die op Golgotha gekruisigd is voor jou.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Cyrillus van Jerusalem : Zijn naam is koning der koningen en heer van de Heren

H. Cyrillus van Jeruzalem (313-350) bisschop van Jeruzalem en kerkleraar
Doopcatechese 10, 2-5 ; PG 33, 662v


cyrillus of jerusalem245

“Zijn naam is Koning der koningen en Heer van heren” (Ap 19,16)

      Als iemand God wil eren, laat hij dan voor de Zoon neerbuigen. Zonder dat aanvaardt de Vader het niet om aanbeden te worden. Hoog uit de hemel liet de Vader deze woorden horen: “Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind” (Mt 3,17). De Vader vindt vreugde in de Zoon,… die ‘Heer’ genoemd wordt (Lc 2,11), niet ten onrechte zoals bij de menselijke heren, maar de heerlijkheid behoort Hem vanaf de eeuwigheid.

      Door voor Hem te blijven staan en door werkelijk de onschendbare glorie van zijn staat als Zoon te behoeden, past Hij zich toch aan onze zwakheden aan, als een bedreven geneesheer en een meelevend meester. Hij heeft dat alles gedaan toen Hij werkelijk van nature Heer was. Hij was geen Heer op onze wijze, maar Hij was Heer in waarheid, en oefende de heerlijkheid met instemming van de Vader uit over zijn eigen schepselen. Wij hebben immers heerschappij over de mensen die onze gelijken zijn in waardigheid als in lijden, vaak zelfs over ouderen. In onze Heer Jezus Christus is de heerlijkheid niet op dergelijke wijze: Hij is eerst Schepper, vervolgens Heer. Hij heeft alles geschapen naar de wil van de Vader, vervolgens oefent Hij zijn heerlijkheid uit over hetgeen slechts door Hem bestaat.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Hilarius van Poitiers : Wie heeft u het recht gegeven om dit te doen ?

H. Hilarius (ca 315-367), bisschop van Poitiers, Kerkleraar
De Trinitate, VII, 26-27

 

Hilarius van Poitiers2 (480 x 360)

 

“Wie heeft U het recht gegeven, om dit te doen?”

      De Zoon behoort tot de Vader, Hij lijkt op Hem. Deze Zoon die men met Hem kan vergelijken, komt van Hem, want Hij is gelijk aan Hem. Hij is zijn gelijke, deze Zoon vervult dezelfde werken als zijn Vader (Joh 5,36)… Ja, de Zoon vervult de werken van de Vader; daarom vraagt Hij ons te geloven dat Hij de Zoon van de Vader is. Hij kent zichzelf niet een titel toe die Hem niet toebehoort; Hij beroept zich niet op zijn eigen werken. Nee! Hij verkondigt dat het niet zijn eigen werken zijn, maar die van zijn Vader. En Hij bewijst zo dat de uitstraling van zijn handelingen voortkomt uit zijn goddelijke geboorte. Maar hoe zouden de mensen in Hem de Zoon van God kunnen herkennen, in het mysterie van dat lichaam dat Hij aangenomen had, in deze mens die uit Maria geboren werd? Om in hun hart het geloof in Hem te laten doordringen, heeft de Heer alle deze werken gedaan: “Als Ik de werken van mijn Vader doe en u gelooft Me toch niet, geloof dan tenminste wat Ik doe!” (Joh 10,38).

      Als de nederige staat van zijn lichaam een obstakel lijkt om in zijn woord te geloven, dan vraagt Hij om tenminste in zijn werken te geloven. Waarom verhindert het mysterie van de menselijke geboorte om zijn goddelijke geboorte waar te nemen?… “Als u Me niet gelooft, geloof dan tenminste wat Ik doe. Dan zult u begrijpen dat de Vader in Mij is en dat Ik in de Vader ben”…

      Deze natuur bezit Hij al vanaf zijn geboorte. Zo brengt het mysterie van het geloof ons heil: verdeel hen, die één zijn, niet, beroof de Zoon niet van zijn natuur, en verkondig de waarheid van de Levende God geboren uit de Levende God…  “De levende Vader heeft Mij gezonden, en Ik leef door de Vader” (Joh 6,57). “Zoals de Vader leven heeft in zichzelf, zo heeft ook de Zoon leven in zichzelf” (Joh 5,26).

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Cyrillus van Alexandrië : Vader ik heb uw naam bekend gemaakt aan der mensen

H. Cyrillus van Alexandrië (380-444), bisschop, Kerkleraar
Commentaar op het Evangelie van Johannes, 11, 7; PG 74, 497-499

CyrillusAlexandrie258

“Vader, Ik heb uw naam bekend gemaakt aan de mensen”

       De Zoon heeft de naam ‘Vader’ niet alleen laten kennen om Hem te openbaren en om ons een onderricht te geven over zijn goddelijkheid. Want dat alles werd reeds verkondigd door de geïnspireerde Schrift vóór de komst van de Zoon. Maar ook door ons te leren dat Hij niet alleen waarlijk God is, maar dat Hij ook waarlijk Vader is, en werkelijk zo betiteld door in Hemzelf en buiten zichzelf zijn Zoon, van nature even eeuwig, voort te brengen.

      De naam Vader is meer eigen aan God dan de naam God: welke een naam van waardigheid is, die andere naam betekent echter een wezenlijk kenmerk. Want wie God zegt, zegt de Heer van het Universum. Maar wie Hem Vader noemt, preciseert de kenmerken van de Persoon: het toont dat Hij het is die verwekt. Dat deze naam Vader nog meer waar en eigen is dan die van God, toont ons de Zoon zelf door hoe Hij deze Naam gebruikt. Hij zei niet “God en Ik”, maar: “Ik en de Vader, wij zijn één” (Joh 10,30). En Hij zei ook: “Op de Zoon heeft God de Vader zijn zegel gedrukt” (Joh 6,27).

      Maar als Hij aan zijn leerlingen heeft voorgeschreven om alle naties te dopen, heeft Hij daarbij opzettelijk verordend dat dit niet in de naam van God gedaan zou worden, maar in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Gregorius van Nyssa : Aanstonds zag hij weer, en volgde Hem op zijn weg

H. Gregorius van Nyssea (ca 335-395), monnik en bisschop
Het leven van Mozes, II, 231-233, 251-253  

Gregorius van Nyssa523

Gregorius van Nyssa

“Aanstonds zag hij weer, en volgde Hem op zijn weg”

      [Op de berg Sinaď zei Mozes tegen de Heer :”Laat mij toch uw Majesteit zien”. God antwoordde: “Ik zal in mijn volle luister voor je langs gaan … , maar mijn Gelaat zul je niet kunnen zien” (Ex 33,18s).] Het voelen van dat verlangen, lijkt me voort te komen uit een ziel die door de liefde voor de essentiële schoonheid wordt bewogen, een ziel die door de hoop steeds wordt meegevoerd naar de schoonheid die zij gezien heeft bij Degene die aan de andere zijde is… Deze moedige vraag die alle grenzen van het verlangen te boven gaat, gaat niet over het zien van de Schoonheid in spiegels en weerspiegelingen, maar van gelaat tot gelaat. De goddelijke stem staat het gevraagde toe door het feit dat ze het weigert…: de vrijgevigheid van God staat haar de vervulling van haar verlangen toe; maar tegelijkertijd belooft ze haar niet de rust en de verzadiging… Daaruit  bestaat het ware zien van God: in het feit dat degene die de ogen opheft naar Hem nooit stopt met naar Hem te verlangen. Daarom zegt Hij: “Je zult mijn Gelaat niet zien”…

      De Heer, die Mozes zo had geantwoord, drukt zich op dezelfde wijze uit tegenover zijn leerlingen en zet daarmee de betekenis van dat symbool in het licht. “Wie achter mij aan wil komen”, zegt Hij (Lc 9,23) en niet : “Wie voor Mij uit wil gaan”. Degene die Hem een verzoek doet betreffende het eeuwige leven, stelt Hij hetzelfde voor: “Kom, volg Mij” (Lc 18,22). Welnu degene die volgt kijkt naar de rug van degene die leidt. Dus het onderricht dat Mozes ontvangt op een wijze waarbij het onmogelijk is om God te zien, is als volgt: God volgen waar Hij je heenleidt, dat is God zien…

      Het is immers niet mogelijk om veilig te reizen voor degene, die de weg niet kent die hij moet gaan, als hij de gids niet volgt. De gids toont hem de weg door voor hem uit te gaan; degene die volgt zal daardoor niet van de goede weg afgaan, als hij zich altijd naar de rug, van degene die leidt, keert. Als hij immers naast hem loopt of als hij tegenover zijn gids loopt, dan bevindt hij zich op een andere weg dan die welke de gids toont. Daarom zegt God tegen degene die Hij leidt: “Mijn Gelaat zul je niet zien”, dat wil zeggen: “Ga niet tegenover je gids staan”. Want dan loop je de tegenovergestelde richting op als Hij… Hier zie je hoe belangrijk het is om God te leren volgen. Degene die Hem zo volgt, zal geen enkele tegenwerking van het kwaad meer op zijn reis hebben.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Hiëronimus : de woorden die ik tot u sprak zijn geest en leven

H. Hieronymus (347-420), priester, vertaler van de Bijbel, Kerkleraar
Brief aan Paulinus


Hieroniùos 457

“De woorden, die Ik tot u sprak, zijn geest en leven”

      Wij lezen in de Heilige Schriften: ik ben van mening dat het Evangelie het lichaam van Jezus is en dat de Heilige Schriften zijn leer zijn. Ongetwijfeld vindt de tekst “Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt” zijn hele toepassing in het mysterie van de Eucharistie; maar het ware Lichaam van Christus en zijn Ware Bloed is ook het woord in de Schriften, de goddelijke leer. Wanneer wij naar het heilige mysterie gaan, en als een deeltje op de grond valt, dan zijn we ongerust. Wanneer wij het woord van God horen, en als we aan iets heel anders denken op het moment dat ze onze oren binnenkomt, welke verantwoordelijkheid halen we ons dan niet op de hals?

      Het vlees van de Heer is werkelijk voedsel en zijn bloed werkelijk drank, ons enige goed is om zijn vlees te eten en zijn bloed te drinken, niet alleen in het mysterie van de eucharistie, maar ook in de lezing van de Schrift.

Gregorius van Narek : Ontvang de heilige Geest

Gregorius van Narek (ca. 944 – ca1010), monnik en armeens dichter
Gebedenboek nr 33


Gregorius van Narek2

“Ontvangt de Heilige Geest”

Almachtige, Weldoener, Vriend van de mensen,
God van allen,
Schepper van zichtbare en onzichtbare dingen,
U die redt en versterkt,
die zorg draagt en vrede brengt,
machtige Geest van de Vader…,
U deelt dezelfde troon, dezelfde heerlijkheid,
dezelfde scheppende handeling met de Vader…
Door uw tussenkomst werd ons
de Drie-eenheid van de Personen geopenbaard
in de eenheid van de goddelijke natuur;
onder deze Personen bent U ook als één van hen gekend,
U de Onbegrijpelijke…

U hebt de Geest van God verkondigd door Mozes (Gn 1,2);
Door over de wateren te zweven
met een omhullende bescherming, vreeswekkend, vol met zorg,
hebt U uw vleugelen uitgespreid
als teken van hulp vol mededogen aan de nieuw geborenen,
en daardoor hebt U ons
het mysterie van het doopwater geopenbaard…
O, almachtige Heer,
U hebt alles wat bestaat geschapen,
alle wezens hebt U uit het niets geschapen.
Door U zijn alle wezens die door U geschapen zijn,
vernieuwd door de verrijzenis,
dit moment is de laatste dag van het leven hierbeneden
en de eerste dag op de Aarde der levenden.

Degene die dezelfde natuur als u heeft,
Degene die een van wezen is met de Vader,
de eerstgeboren Zoon,
was in onze natuur gehoorzaam aan u,
evenals aan zijn Vader
en verenigde zijn wil met de uwe.
Hij heeft u als ware God
gelijk en één van wezen verkondigd…
En Hij heeft hen die Hem weerstreefden, de mond gesnoerd,
in de mate waarin ze God bestreden (cf Mt 12,28),
terwijl Hij degene die tegen Hem was, vergaf.

Hij is de Rechtvaardige en de Onbevlekte, Redder van allen,
die overgeleverd is om onze zonden
en die verrezen is om onze rechtvaardiging (Rm 4,25).
Aan Hem heerlijkheid door u
En aan U komt de lof toe met de almachtige Vader,
In de eeuwen der eeuwen.
Amen

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Petrus sleepte het net aan wal

H. Gregorius de Grote (ca 540-604), paus en Kerkleraar
Overwegingen over het Evangelie, nr 24

“Petrus sleepte het net aan wal”

     

Gregorius de grote25

Na de vangst van zoveel grote vissen, “ging Simon Petrus aan boord en sleepte het net aan wal”. Ik veronderstel dat u begrijpt waarom het Petrus was die het net aan land trok. Aan hem is immers de heilige Kerk toevertrouwd, tegen hem zei Jezus persoonlijk: “Simon, zoon van Johannes, houd je van me? Weid mijn schapen”. Zo kreeg hetgeen de tweede keer duidelijk werd door woorden, eerst betekenis door een handeling.

 

      De verkondiger in de Kerk scheidt ons van de stromen van deze wereld; het is dus nodig dat Petrus het net dat vol zit met vissen, aan land brengt. Hij heeft persoonlijk de vissen op de vaste grond van de oever getrokken, aangezien hij door zijn verkondiging de vastigheid van het eeuwige vaderland aan de gelovigen liet kennen. Hij heeft het door woorden laten weten alsook door zijn brieven; hij doet het nog elke dag door zijn wonderen. Telkens als hij ons naar de liefde van de eeuwige rust brengt, elke keer als hij ons vrij maakt van het tumult van deze wereld, zijn wij dan niet de gevangen vissen in de netten van het geloof, die hij op de oever trekt ?

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Hippolytos van Rome : Herboren worden in water en de heilige Geest

Een homilie die toegekend is aan de H. Hippolytus van Rome (?-v. 235), priester en martelaar
Homilie voor het feest van de Theofanie; PG 10, 854-862

 

Hippolytus van Rome romeins martelaar

 Hippolytos van Rome

 

Herboren worden door water en heilige Geest

      Wilt u alstublieft aandachtig luisteren. Ik wil de levensfontein weer laten opspringen uit de bron. De Vader van de onsterflijkheid heeft zijn onsterflijke Zoon en zijn Woord in de wereld gezonden. Deze is gekomen naar de mens om hem te wassen in water en Geest. Hij heeft hem opnieuw verwekt om de onvergankelijkheid van ziel en lichaam. Hij heeft de Geest van leven ingestort en heeft ons volledig bedekt met een ondoordringbare wapenrusting. Als de mens dus onsterflijk zou zijn, dan zou hij ook vergoddelijkt worden. En als hij vergoddelijkt wordt door water en Heilige Geest, dan zal hij na zijn geboorte uit het bad, ook de erfgenaam van de hemel zijn na de opstanding uit de doden.

      Kom dus alle naties, tot de onsterflijkheid door de doop… Dit water neemt deel aan de Heilige Geest, zij begiet het paradijs, zij lest de dorst van de aarde, ze laat de planten groeien, ze geeft geboorte aan levenden en om alles in één woord samen te vatten, zij verwekt de mens tot leven, door hem herboren te laten worden. In haar is Christus gedoopt, op haar is de Heilige Geest nedergedaald in de vorm van een duif…

      Degene die met geloof neerdaalt in dit bad van regeneratie, gooit het kleed van de slaaf af en bekleed zich met het aangenomen zijn door God. Hij komt stralend als de zon uit het doopvont, hij straalt van gerechtigheid. Bovendien komt hij er als een kind van God uit en als mede-erfgenaam van Christus, aan wie de glorie en de macht toekomt evenals aan de goede levende Heilige Geest, nu en altijd tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Proclus van Constantinopel : Gezegend Hij die komt in de naam des Heren

H. Proclus van Constantinopel (rond 390-446), bisschop
Sermon 9, voor Palmzondag; PG 65, 772


Proclus van Constantinopel2

(De heilige Proclus in het midden)

“Gezegend Hij die komt in de naam des Heren”

      Mijn geliefden, dit is een zeer belangrijke dag. Het vraagt een groot verlangen van ons, een enorme haast, een levendig vooruitgaan om de Koning van de Hemel te ontmoeten. Paulus, de boodschapper van de goede boodschap, zei tegen ons: “De Heer komt naderbij, wees onbezorgd” (Fil 4,5-6)…

      Laten we onze lampen van het geloof aansteken: zoals de vijf wijze maagden (Mt 25,1v), laten we ze vullen met de olie van barmhartigheid voor de armen; laten we Christus met een wakkere geest ontvangen, en bezingen we Hem met palmen van gerechtigheid in de hand. Laten we Hem omhelzen door het parfum van Maria over Hem te gieten (Joh 12,3). Laten we naar het verlossingslied luisteren; dat onze stemmen zich verheffen, zoals zijn goddelijke majesteit waardig is, en laten we samen met het volk de roep die opkomt uit menigte, uitroepen: “Hosanna in den hoge. Gezegend Hij die komt in de naam des Heren, de Koning van Israël”. Het is goed om te zeggen: “Hij die komt”, want Hij komt onophoudelijk, Hij zal ons nooit mislopen: “De Heer is nabij aan hen die Hem in waarheid aanroepen” (Ps 145,18). “Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.”

      De zachtaardige en vredelievende Koning staat aan onze deur. Degene die troont op de cherubijnen in de hemelen, zit hierbeneden op een ezeltje. Laten we het huis van onze ziel voorbereiden, laten we de spinnenwebben weghalen welke de broederlijke misverstanden zijn; dat bij ons niet het stof van het kwaadspreken gevonden wordt. Laten we waterstromen van liefde verspreiden, en laten we alle wrijvingen die vijandigheid veroorzaken, tot rust brengen; laten we dan de voorhof van onze lippen bestrooien met bloemen van verering. Roepen we dan met het volk de roep die opkomt uit de menigte: “Gezegend Hij die komt in de naam des Heren, de Koning van Israël”

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Beda de eerbiedwaardige : God de Heer zal hem de troon van zijn Vader David geven

H. Beda de Eerbiedwaardige (ca 673-735), monnik, Kerkleraar
Overwegingen voor de advent, nr 3 ; CCL 122, 14-17

Beda heilige 444

“God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David geven; Hij zal koning zijn over het huis van Jakob in eeuwigheid, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.”

      “De engel Gabriël werd door God gezonden naar een stad in Galilea, Nazareth genaamd, naar een jonge vrouw, een maagd die verloofd was met een man genaamd Jozef, die uit het huis van David stamde; haar naam was Maria.” Wat er over het huis van David gezegd wordt, betreft niet alleen Jozef, maar ook Maria. Want de wet schreef voor dat een ieder moest trouwen met een vrouw uit zijn stam of familie, zoals de apostel Paulus aan Timoteüs schreef: “Houd Jezus Christus in gedachten, Davids nazaat, die uit de doden is opgestaan. Zo luidt mijn evangelie, dat ik verkondig” (2Tm 2,8)…

      “Hij zal een groot man zijn, en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven”. De troon van David betekent hier macht over het volk Israël, waarover David in zijn tijd vol met ijver voor het geloof regeerde… Dit volk dat David leidde door zijn tijdelijke macht, wordt door Christus met geestelijke genade meegenomen naar het eeuwige Koninkrijk…

      “Hij zal eeuwig koning zijn over het huis van Jakob.” Het huis van Jacob verwijst naar de universele Kerk, die door het geloof en de getuigenis van Christus, zich opnieuw verbindt met het lot van de vaderen, hetzij met hen die hun lichamelijke oorsprong hebben door hun stamvader, hetzij hen die lichamelijk geboren zijn in een andere natie, en herboren zijn in Christus door de doop van de heilige Geest. Over dat huis van Jacob zal Hij eeuwig heersen: “aan zijn koningschap zal geen einde komen”. Ja, Hij regeert over haar in het huidige leven, wanneer Hij regeert over de harten van de uitverkorenen, waarin Hij woont door hun geloof en hun liefde jegens Hem; en Hij heerst over hen door zijn eeuwige bescherming, en laat hen de gaven van zijn hemelse beloning toekomen; Hij regeert in de toekomst, als eenmaal de staat van de tijdelijke ballingschap is afgelopen, dan brengt Hij hen binnen in het verblijf van het hemels vaderland. En daar, genieten ze van zijn zichtbare aanwezigheid welke hen er voortdurend aan herinnert dat ze niets anders hoeven te doen dan lofzangen te zingen.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org