Simeon de Nieuwe Theoloog : Het was God Die sprak

 

Simeon de Nieuwe Theoloog :

Simeon de neuwe theoloog + basilios.jpg 

Simeon de Nieuwe Theoloog en Basilios 

 

 

 Het was God Die sprak : “Er zij licht”.

En dadelijk werd het licht.

Daarom, als Hij schijnt als een spiritueel licht

In een hart, verschijnt als een lichtflits

of straalt als de machtige zon – wat, dunkt gij,

Kan Hij (wel niet) doen als Hij

De ziel van een volgeling verlicht ?

Kan Hij haar niet zozeer verlichten

dat zij een volmaakt heldere kennis heeft

van God en hoe Hij in haar woont ?

Makarios van Egypte : Ons geheel aan Hem overgeven

H. Macarius (? – 405), monnik in Egypte
Geestelijke overwegingen

Ons geheel aan Hem overgeven

 

Macarius van EGYPTE (ca 300-391)11.jpg222.jpg

Macarios van Egypte   

 

   Hoe is het toch mogelijk dat ondanks de aanmoedigingen en de beloftes van de Heer, wij weigeren om ons volledig aan Hem over te geven en zonder terughoudendheid af te zien van alles, zelfs van ons eigen leven, zoals het in het Evangelie staat (Lc 14,26), om alleen Hem lief te hebben en niets anders dan Hem?

      Beschouw alles wat voor ons gemaakt is: wat een heerlijkheid ons gegeven is, wat een schikkingen, als we naar de heilsgeschiedenis kijken, door onze Heer gedaan zijn sinds de vaderen en de profeten, wat een beloftes, wat een verhoringen, wat een barmhartigheid van de kant van de Meester sinds het begin! Op het eind heeft Hij zijn onuitsprekelijke welwillendheid jegens ons getoond, door zelf bij ons komen te wonen en door aan het kruis te sterven om ons te bekeren en ons mee te nemen naar het leven. En wij laten onze eigen wil niet schieten, onze liefde voor de wereld, onze slechte neigingen en gewoontes, daardoor lijken we op mensen met weinig geloof of zelfs zonder geloof.

      En toch, zie hoe, ondanks dat alles, God zich vol met zachtaardige goedheid toont. Hij beschermt ons en verzorgt ons onzichtbaar; ondanks onze fouten levert Hij ons niet definitief uit aan de slechtheid en aan de illusies van deze wereld; door zijn grote geduld verhindert Hij dat wij vergaan en bespeurt Hij van verre reeds het moment waarop wij ons naar Hem zullen keren.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Citaat : Makarios de Grote

 Makarios de Grote :

 macarius_the_great1.jpg

Soms kan de vlam van een lamp

Oplaaien en hevig branden.

Andere keren brandt zij zacht en stil.

Soms licht de vlam plotseling op

en geeft een sterk licht af.

Andere keren verspreidt de kleine vlam

slechts een flauw licht.

Zo is het ook gesteld met de lamp

van de genade in de ziel.

Hij is altijd ontstoken en

geeft onophoudelijk licht,

Maar als hij opvlamt en

zijn bijzondere straling verspreidt,

is het alsof de ziel dronken is van de liefde Gods.

Andere keren, bepaald door God zelf,

is het licht er nog wel,

Maar is het slechts een zachte gloed

Cyprianos van Carthago : Het goede van geduld

H. Cyprianus (rond 200-258), bisschop van Carthage et martelaar
“Misschien draagt hij het volgend jaar vrucht”: het geduld van God evenaren

Cyprianos van Carthago.jpg

Het goede van geduld

      Geliefde broeders en zusters, Jezus Christus, onze Heer en God, was niet tevreden met het onderrichten van het geduld door woorden ; Hij heeft ons het ook getoond door zijn daden… Op het uur van de Passie en van het kruis, werd het beledigende sarcasme met geduld aanhoord, en beledigende spot verdragen, Hij ontving zelfs bespuwingen, terwijl Hij zelf met spuug de ogen van een blinde had geopend (Joh 9,6)…; om zich gekroond met doornen te zien, terwijl Hij zelf de martelaren kroont met eeuwige bloemen; in het gezicht geslagen met de palmen van de hand, terwijl Hij de ware palmen aan de overwinnaars toekent: ontdaan van zijn kleed, terwijl Hij de anderen met het kleed van onsterfelijkheid bekleedt; gevoed door gal, terwijl Hij een hemels voedsel geeft; zijn dorst gelest door azijn, terwijl Hij de heilsbeker te drinken geeft. Hij die onschuldig is en rechtvaardig, of beter nog Hij die de onschuld en de rechtvaardigheid is, werd in de rij van criminelen gezet; valse getuigenissen verpletteren de Waarheid; men oordeelt degene die moet oordelen; het Woord van God zwijgt als het wordt geofferd. Dan, als de sterren verduisteren, als de elementen ontregelen, als de aarde beeft… dan spreekt Hij niet, dan beweegt Hij niet, dan openbaart Hij niet zijn majesteit. Tot aan het einde verdraagt Hij het met een onuitputtelijke volharding, opdat het volle en volledige geduld zijn vervulling in Christus vindt.

      Daarna ontvangt Hij nog moordenaars, als zij zich bekeren en bij Hem terugkomen; dankzij zijn geduld… sluit Hij de Kerk voor niemand. Zijn tegenstanders, de Godslasteraars, de eeuwige vijanden van zijn Naam, laat Hij niet alleen toe tot de vergeving als ze hun fout berouwen, maar Hij beloont ze ook met het Koninkrijk der hemelen. Wat kan men aanhalen dat geduldiger of meer welwillend is? Degene die het bloed van Christus vergoten heeft, wordt levend door het bloed van Christus. Zo is het geduld van Christus, en als ze niet zo groot was, dan zou de apostel Paulus niet bij de Kerk gekomen zijn.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Augustinus : Bezinningstekst

AUGUSTINUS

 

 Augustinus15.jpg

Augustinus

Bezinningstekst

Deze wereld is voor alle gelovigen die verlangen naar het Vaderland, wat de woestijn was voor het volk van Israël. Het joodse volk doolde rond op zoek naar het vaderland, maar onder Gods leiding kon het onmogelijk verdwalen. Het bevel van God zelf was de weg voor de joden. Hoewel hun omzwervingen veertig volle jaren duurden, waren de echte halteplaatsen op hun tocht niet erg talrijk, zoals gij allen weet. Hun reis verliep zo traag omdat zij door God op de proef werden gesteld, niet omdat Hij ze in de steek liet

Zoals de Schrift zegt en wij u al zo dikwijls voorgehouden hebben, belooft God ons een onuitsprekelijke heerlijkheid en een geluk “dat geen oog gezien heeft, geen oor gehoord en in geen mensengeest is opgekomen” Wij worden echter beproefd door de pijn van dit leven en trekken lering uit de bekoringen van het huidig bestaan. Maar indien gij in de woestijn  niet van dorst wilt omkomen, laaf u dan aan de liefde.

 Augustinus :  Augustinus’ preken over de eerste brief van johannes. 7e hoofdstuk

Uit : “eenheid  en liefde” vertaald door dr.TJ van Bavel

Johannes Chrysostomos : Wees mij zondaar genadig

H. Johannes Chrysostomos (ca 345-407), priester te Antiochië daarna bisschop van Constantinopel, Kerkleraar
Homilie over de bekering, nr 2

Johannes Chrysostomos 2.jpg

Johannes Chrysostomos

 

“Wees mij, zondaar, genadig”

      Een farizeeër en een tollenaar  gingen op naar de Tempel om er te bidden. De farizeeër begon met het opsommen van zijn kwaliteiten en verklaarde: “O God, ik dank U, dat ik niet ben als de andere mensen: rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als die tollenaar ginds”! Wat ben jij een naar mens, jij durft zomaar over de hele aarde een oordeel te vellen! Waarom beschuldig je je naaste? Heb je het nog nodig om deze tollenaar te veroordelen, was de aarde je niet genoeg? Je hebt alle mensen, zonder uitzondering, beschuldigd: “Ik ben niet zoals de andere mensen… en ook niet zoals die tollenaar. Ik vast tweemaal per week, en geef tienden van al wat ik bezit. “Wat een zelfgenoegzaamheid bevinden zich in deze woorden! Ongelukkige!…

      De tollenaar heeft die woorden goed gehoord. Hij had je van repliek kunnen dienen met deze woorden: “Wie denk je wel dat je bent, dat je over mij durft kwaad te spreken? Hoe ken jij mijn leven? Ik heb je nooit in mijn omgeving gezien, je bent niet een van mijn kennissen. Hoe kom je zo trots? Kun jij overigens jouw goede daden bewijzen? Waarom hemel je jezelf zo op, wie spoort je aan om jezelf zo verheerlijken?” Maar hij zei niets van dit alles – integendeel- hij boog zich voorover en zei: “O God, wees mij, zondaar, genadig.” En omdat hij zich vernederde, werd hij gerechtvaardigd.

      De farizeeër verliet de Tempel zonder absolutie, terwijl de tollenaar wegging met een hart dat vernieuwd was door een hervonden rechtvaardigheid… Toch was daar amper sprake van nederigheid, in de mate waarin men die term gebruikt als een edelman zich vernedert;  welnu in het geval van de tollenaar gaat het niet om nederigheid, maar om de eenvoudige waarheid, want wat hij zei was waar.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Ireneus van Lyon : Zijn tong ging los; hij sprak en zegende God

H.  Ireneus van Lyon (ca130-ca 208), bisschop, theoloog en martelaar
Tegen de ketterijen III, 10, 1

“Zijn tong ging los; hij sprak, en zegende God”

 

Ireneos van Lyon.jpg

Ireneus van Lyon

 

 Over Johannes de Doper lezen we in Lucas : “Hij zal groot zijn in de ogen van de Heer… en hij zal velen uit het volk van Israël tot de Heer, hun God, brengen. Als bode zal hij voor God uitgaan met de geest en de kracht van Elia … om zo het volk gereed te maken voor de Heer” (1,15-17). Voor wie heeft hij een volk gereed gemaakt, en voor welke heer was hij groot? Ongetwijfeld voor Degene die gezegd heeft dat Johannes “meer had dan een profeet” (Mt 11,9.11). Want hij bereidde een volk voor, door van te voren aan zijn mededienaren de komst van de Heer te verkondigen en door hen op te roepen tot bekering, opdat, als de Heer aanwezig zal zijn, ze dan allen klaar zijn om vergeving te ontvangen, om terug te komen bij Degene van wie ze vervreemd waren door hun zonde…

      Ja, “dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God zal het stralende licht uit de hemel over ons opgaan en verschijnen aan allen die leven in duisternis en verkeren in de schaduw van de dood, zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede” (Lc 1,78-79). In die termen heeft Zacharias God op een nieuwe wijze gezegend, op het moment dat hij bevrijd werd en zijn stem weer had, die hij door zijn ongeloof was kwijtgeraakt, en op het moment dat hij vervuld werd door de Heilige Geest. Want alles was vanaf dat moment nieuw, door het feit dat het Woord door een nieuwe ontwikkeling, het doel van zijn komst in het vlees vervulde, opdat de mens, die van God was afgedwaald, door Hem weer tot de vriendschap met God gebracht werd. Daarom verkondigde deze mens om God op een nieuwe wijze te eren.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Ignatius van Antiochië : Wij zullen aan onze vruchten gekend worden

H. Ignatius van Antiochië (? – ca 110), bisschop en martelaar
Brief aan de Efeziërs, 13-15

Wij zullen aan onze vruchten gekend worden

 

Ignatius van Antiochië 125.jpg

Ignatius van Antiochië

 

 Zet uzelf ertoe om vaker bijeen te komen om God te danken en te loven. Want, wanneer u zich vaak verzamelt, worden de krachten van Satan verslagen en zijn werk aan de ondergang wordt vernietigd door de unanimiteit van uw geloof. Niets gaat er boven de vrede, die triomfeert over alle aanvallen die de hemelse en aardse krachten ons aandoen.

      Niets van dat alles is verborgen voor u, als u Jezus Christus een geloof en een volkomen liefde toedraagt, die het begin en het einde van het leven zijn: het begin is het geloof en het eind is de liefde. Die twee samen is God. Alle andere deugden die naar de volmaaktheid leiden komen voort uit deze twee eersten. Niemand die zijn geloof belijdt, zondigt; niemand die de liefde bezit, haat. “Men kent de boom aan zijn vruchten”; zo zal men aan de werken hen herkennen die belijden dat ze van Christus zijn. Want vandaag de dag is het werk dat van ons gevraagd wordt niet alleen een eenvoudige geloofsbelijdenis, maar om tot aan het einde in de praktijk van het geloof gevonden te worden.

      Het is beter te zwijgen en te zijn dan te spreken zonder te zijn. Het is goed te onderrichten, als degene die onderricht er naar handelt. Wij hebben niet slechts één meester, degene die “sprak en het was er” (Ps 33,9); zelfs de werken die Hij in stilte heeft gedaan zijn Zijn Vader waardig. Degene die werkelijk het woord van Jezus begrijpt, kan zelfs zijn stilte horen; dan zal hij volmaakt zijn: hij zal handelen door zijn woord en laat zich kennen door zijn stilte. Niets is voor de Heer verborgen; zelfs onze geheimen zijn Hem vertrouwd. Laten we dus alles in de gedachte doen dat Hij in ons blijft; zo zullen wij tempels zijn en Hij zal onze God zijn.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Basilios de Grote (van Nazianze)

 

Heiligenleven

Heilige Basilios de Grote

Basilios de grote 254.jpg 

Basilios de Grote (van Nazianze)

De heilige Basilios de Grote stamde uit een geslacht van Martelaren en werd geboren kort nadat de vrede tussen Kerk en staat gesloten was. Het was een gezin waarvan niet minder dan vier kinderen tot de grote Heiligen behoorden : Makrina en haar broers Basilios, Gregorios van Nyssa en Petros van Sebaste. Basilios  geboren in 329 en niet ouder geworden dan 50 jaar, was zulk een imponerende persoonlijkheid dat hij reeds tijdens zijn leven ‘de Grote’ werd genoemd.

Toen hij als kind scheen te sterven aan een zware ziekte,beloofden zijn ouders hem aan de dienst van God te wijden wanneer hij genezen zou. Na zijn opvoeing in Caesarea voltooide hij zijn studie in Constantinopel, toenmaals het centrum van de beschaving. Daar leerde hij een medestudent Gregorios kennen, die evenzeer met al zijn kracht ernaar streefde om werkelijk christen te zijn, en deze twee werden  al spoedig door innige vriendschap verbonden. Na zijn studie werkte Basilios enige tijd als leraar, maar al spoedig volgde hij het voorbeeld van zijn heilige zuster Makrina, en trok zich, samen met Gregorios, in de eenzaamheid terug. Hij dacht diep na over het monniksleven, maakte grote reizen om de monniken van Egypte, Palestina en Mesopotamië te bezoeken, evenals de Kerken van Alexandrië, Jeruzalem en Antiochië. Zo stichtte hij zijn kloostergemeenschap in de buurt van het tegenwoordige Niksar. Reeds enkele jaren later, nog vóór 360, had zich daar een groep monniken gevormd. Het leven was er uiterst streng en zij leden grote armoede. Slechts aan de hulp van Basilios’moeder Emilia was het te danken dat zij nier van honger gestorven waren, schrijft Gregorios later.

Slechts enkele jaren heeft Basilios dir rustig leven geleid : de nood van de Kerk, die door geloofstwisten verdeeld werd, drong zich te zeer op aan zijn geest. Hij ging terug naar de stad, waar hij priester gewijd werd in 364, en nam de strijd op tegen de ariaanse ketterij. Reeds toen zag men hem als de eigenlijke bestuurder van de Kerk in Caesarea, en na de dood van bisschop Eusebios in 370 was Basilios de aangewezen opvolger. Met een enorme energie heeft hij de resterende negen jaren van zijn leven gewerkt. Hij is een van de geweldigste figuren onder de Kerkvaders door de diepte van zijn theologisch inzicht, door zijn grote geleerdheid die zich breed uitstrekte over alle terreinen van de menselijke kennis, door de ernst waarmee hij deze inzichten ook in zijn eigen leven tot gelding bracht, door zijn grote organisatorische gaven, en door zijn meeslepende welsprekendheid.

Voor zijn stadsgenoten bouwde hij ziekenhuizen, een melaatsentehuis, werkinrichtingen, gasthuizen, kerken en woningen in zulk een omvang, dat men humoristisch sprak over de ‘Basiliosstad’. Eijn intense bestudering van de Heilige schrift kwam tot leven in preken en commentaren, tegelijk populair en wetenschappelijk. Zijn beroemde serie toespraken over de schepping, de Hexameron (het Zesdagenwerk), leert ons veel over de stand van de natuurwetenschappen in die tijd. Zijn brieven met raadgevingen werden overgeschreven en overal verspreid, en worden ook nu nog uitgegeven. Hij was metropoliet over yheel Kappadocië, met nog vijftig kleine bisdommen onder zich, en ook daardoor had hij veel invloed. Met gloed bestreed hij de dwaalleer der Arianen die de Godheid van Christus loochenden en daardoor het wezen van de Kerk vernietigden. Deze rationalistische leer werd door veel keizers en machthebbers gesteund, waardoor het gevaar nog veel dreigender werd : een energieke verdediging van de waarheid was dringend noodzakelijk.

Daarbij komt nog zijn betekenis voor de ontwikkeling van het monnikenwezen. Basilios zette zich vooral in voor het gemeenschappelijk leven, omdat dit veel gemakkelijker recht doet aan de grondgedachte van het Christen-zijn dan het meer individuele kluizenaarsleben. Vanaf zijn 28e jaar tot aan zijn priesterwijding op zijn 40e was hij zelf monnik in het klooster van Annesi in Pontus. Maar vooral later, toen hij na vijf jaar tot bisschop was gewijd, schreef hij vele brieven aan allerlei kloostergemeenschappen naar aanleiding van kwesties betreffende zowel het geestelijk als het praktisch leven. De verzameling van deze brieven wordt wel de Basiliosregel genoemd, en vormt de grondslag van het orthodoxe monnikenwezen.

Ook op liturgisch vlak was hij actief . Een bepaalde wijze van viering draagt zijn naam en nog steeds voltrekken we op de zondagen van de Grote Vasten, op de vigiliedagen die voorafgaan aan de feesten van de Heer, en op deze dag de Basilios Liturgie (Liturgicon 106). Deze onderscheidt zich vooral door de uitvoerige Eucharistische Canon, die in bezielde taal heel de loop van het heilswerk schildert. In allerlei opzichten hebben wij dus veel aan deze Vader onder de Heiligen te danken, en in de Dienst van deze dag wordt zijn gedachtenis dan ook op unieke wijze gemangd met het feest van de Heer. Hij is gestorven in 379 (Feestdag 1 januari).

Uir : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orthodox klooster – Den Haag

Simeon de nieuwe Theoloog : Hoeveel te meer zal dan de hemelse Vader…..

H. Simeon de Nieuwe Theoloog (ca.949-1022), Griekse monnik
Hymnes, nr. 29

“Hoeveel te meer zal dan de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan wie tot Hem bidden”

 

Simeon de neuwe theoloog + basilios.jpg

 

Simeon de Nieuwe Theoloog en Basilios de Grote

Waar komt U vandaan? Hoe komt U binnen,
ik bedoel : in mijn cel, die aan alle kanten gesloten is ?
Dit is immers vreemd en overstijgt woord en gedachte.
Maar dat U in mij komt,
plotseling en helemaal en U straalt,
U laat U zien in schittering.
Zoals de maan in zijn volle licht,
dat laat me zonder gedachte
en zonder stem, mijn God!
Ik weet best dat U degene bent die gekomen is,
om hen die in de schaduw zitten, te verlichten (Lc 1,79),
En ik ben stom van verbazing,
mijn gevoel en woorden worden me ontnomen,
U overstijgt de gehele schepping, de natuur en alle woorden …

Hoe is God buiten het universum
door zijn essentie en zijn natuur,
door zijn macht en zijn heerlijkheid,
en hoe woont Hij overal en in allen,
maar op een speciale wijze in de heiligen?
Hoe zet Hij zijn tent op in hen
op een bewuste en wezenlijke wijze
Hij die geheel voorbij de substantie is?
Hoe wordt Hij in de schoot gedragen?
Hij die de hele schepping bevat?
Hoe straalt Hij in hun hart,
dat vette hart van vlees?
Hoe is Hij hier in het innerlijk?
Hoe is Hij ook buiten alles?
En vult Hij het zelf met alles?
Hoe straalt Hij dag en nacht
zonder gezien te worden?

Zeg me zal de geest van de mens
al deze mysteriën bevatten
of zijn ze uit te drukken?
Zeker niet! Een engel, noch een aartsengel
zou het kunnen uitdrukken;
ze zijn er niet toe in staat
om u dat in woorden uit te drukken.
Het is dus Gods Geest die, omdat Hij goddelijk is,
alleen deze mysteriën kent
en die ze kent omdat Hij alleen deelneemt
aan de natuur, de troon en de eeuwigheid
met de Vader en de Zoon.
Het is dus aan hen voor wie deze Geest zal stralen
en met wie Hij in vrijheid verbonden zal zijn,
wat Hij op een onuitsprekelijke wijze toont…
Het is als met een blinde: als hij ziet,
dan ziet hij eerst licht
en vervolgens de gehele schepping,
die in dat licht is, oh wat een wonder!
Eveneens, zal degene die door de Heilige Geest
in zijn ziel verlicht is,
weldra de eenheid van het licht ingaan
en schouwt dat licht, het licht van God, ware God,
die hem alles toont, of liever, alles wat God besluit,
alles wat hij verlangt en wat hij wil.
Aan hen die Hij door het licht verlicht,
staat Hij toe om dat te zien
wat zich in het goddelijk licht bevindt.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Cyprianos van Carthago : wees gereed

H. Cyprianus (rond 200-258), bisschop van Carthago en martelaar
Over de eenheid, 26-27

“Wees gereed”

Cyprianus-de-Carthago 58.jpg

 

      De Heer dacht aan onze tijd toen Hij zei: “Als de Mensenzoon komt, vindt Hij dan het geloof op aarde?” (Lc 18,8). Wij zien dat deze profetie zich verwerkelijkt. Men gelooft niet meer in de vrees voor God, de wet van gerechtigheid, de liefde, de goede werken… Alles wat ons geweten zou vrezen, als ze er in zou geloven, vreest ze niet, omdat ze er niet in gelooft. Want als zij er in geloofde, zou ze waakzaam zijn; en als ze waakzaam zou zijn, dan zou ze gered worden.

      Laten we dus ontwaken, beste broeders en zusters, voor zover we daartoe in staat zijn. Schudden we de slaap van onze luiheid af. Laten we wakker blijven en de voorschriften van de Heer beoefenen. Laten we zo zijn, zoals Hij ons heeft voorgeschreven te zijn, toen  Hij zei: “Houdt uw lenden omgord, en brandend uw lampen. Wees als mensen, die wachten op hun heer, wanneer hij van de bruiloft komt, om als hij komt en klopt, terstond hem open te doen. Gelukkig de knechten, die de heer bij zijn komst wakker zal vinden”.

      Ja, wij houden onze lendenen omgord, uit angst dat, wanneer de dag van vertrek komt, Hij ons in verlegenheid en in verwarring aantreft. Dat ons licht straalt van goede werken, dat dit licht ons van de nacht van deze wereld leidt naar het licht en de eeuwige liefde. Laten we met zorg en omzichtigheid wachten op de plotselinge komst van de Heer, opdat, als Hij aan de deur zal kloppen, ons geloof wakker zal zijn om van de Heer de beloning voor de waakzaamheid te ontvangen. Als wij deze geboden onderhouden, als we deze waarschuwingen en deze waakzaamheid onthouden, dan zullen we met de zegevierende Christus heersen.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Basilios van caesarea : Wie betrouwbaar is in het kleine….

H. Basilius (ca. 330-379), monnik en bisschop van de Caesarea in Kappadocië, Kerkleraar
Homilie 14, over de liefde voor de armen, § 23-25 ; PG 35,887

“Wie betrouwbaar is in het kleine, is ook betrouwbaar in het grote”

 

Basilios de grote 235.jpg

      Je moet weten waar voor jou het bestaan, de adem, de intelligentie en wat het meest kostbaar is, de Godskennis vandaan komt. Waar komt de hoop op het Koninkrijk van de hemelen vandaan en die van het schouwen van de heerlijkheid die je nu op verduisterde wijze ziet, zoals in een spiegel, maar die je in de toekomst in al zijn zuiverheid en straling zult zien (1Kor 12,12). Vanwaar komt het dat jij kind van God bent en erfgenaam met Christus (Rm 8,16-17) en, ik waag het te zeggen, dat je zelf een god bent? Waar komt dat alles vandaan en door wie?

      Of om nog meer te spreken over minder belangrijke dingen, de dingen die je ziet: wie heeft je het vermogen gegeven om de schoonheid van de hemel te zien, de omloop van de zon, de maancyclus, de ontelbare sterren en in dat alles, harmonie en orde die hen leidt?… Wie geeft je de regen, de landbouw, voeding, kunst, wetten, de stad, een geciviliseerd leven, vertrouwde relaties met je gelijken?

      Is het niet Degene die voor alles en in ruil voor alle gaven, je vraagt om de mensen lief te hebben?… Terwijl Hij, onze God en onze Heer zich niet schaamt om onze Vader genoemd te worden, gaan wij dan onze broeders en zusters verloochenen? Nee, mijn broeders en zusters en mijn vrienden, wees niet de onbetrouwbare rentmeester van goederen die ons zijn toevertrouwd.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Hilarius van Poitiers :Wie heeft u het recht gegeven dit te doen?

H. Hilarius (ca 315-367), bisschop van Poitiers, Kerkleraar
De Trinitate, VII, 26-27

 

Hilarius van Poitiers.jpg

“Wie heeft U het recht gegeven, om dit te doen?”

      De Zoon behoort tot de Vader, Hij lijkt op Hem. Deze Zoon die men met Hem kan vergelijken, komt van Hem, want Hij is gelijk aan Hem. Hij is zijn gelijke, deze Zoon vervult dezelfde werken als zijn Vader (Joh 5,36)… Ja, de Zoon vervult de werken van de Vader; daarom vraagt Hij ons te geloven dat Hij de Zoon van de Vader is. Hij kent zichzelf niet een titel toe die Hem niet toebehoort; Hij beroept zich niet op zijn eigen werken. Nee! Hij verkondigt dat het niet zijn eigen werken zijn, maar die van zijn Vader. En Hij bewijst zo dat de uitstraling van zijn handelingen voortkomt uit zijn goddelijke geboorte. Maar hoe zouden de mensen in Hem de Zoon van God kunnen herkennen, in het mysterie van dat lichaam dat Hij aangenomen had, in deze mens die uit Maria geboren werd? Om in hun hart het geloof in Hem te laten doordringen, heeft de Heer alle deze werken gedaan: “Als Ik de werken van mijn Vader doe en u gelooft Me toch niet, geloof dan tenminste wat Ik doe!” (Joh 10,38).

      Als de nederige staat van zijn lichaam een obstakel lijkt om in zijn woord te geloven, dan vraagt Hij om tenminste in zijn werken te geloven. Waarom verhindert het mysterie van de menselijke geboorte om zijn goddelijke geboorte waar te nemen?… “Als u Me niet gelooft, geloof dan tenminste wat Ik doe. Dan zult u begrijpen dat de Vader in Mij is en dat Ik in de Vader ben”…

      Deze natuur bezit Hij al vanaf zijn geboorte. Zo brengt het mysterie van het geloof ons heil: verdeel hen, die één zijn, niet, beroof de Zoon niet van zijn natuur, en verkondig de waarheid van de Levende God geboren uit de Levende God…  “De levende Vader heeft Mij gezonden, en Ik leef door de Vader” (Joh 6,57). “Zoals de Vader leven heeft in zichzelf, zo heeft ook de Zoon leven in zichzelf” (Joh 5,26).

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Isaak de Syriër : “Wees dus barmhartig, zoals ook uw Vader barmhartig is”

H. Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel
Ascetische overwegingen, 1e serie, nr. 81

 

Isaak de Syriër1.jpg

 

“Wees dus barmhartig, zoals ook uw Vader barmhartig is”

      Probeer geen onderscheid te maken tussen wie waardig is en wie het niet is. Moge alle mensen gelijk zijn in jouw ogen, om hen lief te hebben en hen te dienen. Op die wijze zul je ze allen naar het goede kunnen brengen. Heeft de Heer niet de tafel gedeeld met tollenaars en vrouwen van slechte reputatie, zonder de onwaardigen van Zich te verwijderen? Zo zul je ook dezelfde weldaden toekennen, dezelfde eer geven aan de ongelovige, aan de moordenaar, hoeveel te meer is hij ook niet een broer voor je, omdat hij deel heeft aan de unieke menselijke natuur. Zie mijn zoon, ik geef je een gebod: dat je hem in de barmhartigheid altijd een gelijke behandeling geeft, tot op het moment waarop je in jezelf de barmhartigheid die God de wereld bewijst, voelt.

      Wanneer herkent de mens dat zijn hart de zuiverheid heeft bereikt? Als hij alle mensen als goed beschouwt zonder dat ook maar iemand hem onzuiver en besmet lijkt. Dan is hij waarlijk zuiver van hart (Mt 5,8)…

      Wat is deze zuiverheid? In het kort is het de barmhartigheid van het hart ten opzichte van de gehele wereld. En wat is de barmhartigheid van hart? Dat is de vlam die hem in vuur en vlam zet voor de gehele schepping, voor de mensen, voor de vogels, voor de beesten, voor de demonen, voor al wat geschapen is. Wanneer hij aan hen denkt of wanneer hij naar hen kijkt, dan voelt de mens dat zijn ogen vol tranen schieten vanuit een diep en intens medelijden dat zijn hart omvat en hem in staat stelt om ook maar het minste onrecht of smart te aanvaarden, te horen of te zien, dat door een schepsel wordt ondergaan. Daarom verspreidt het gebed, dat de tranen op elke moment vergezelt, zich over alle wezens die van woorden verstoken zijn als over de vijanden van de waarheid, of over hen die het beschadigen, opdat zij bewaard en gezuiverd worden. Een enorme en mateloze barmhartigheid wordt naar het beeld van God, in het hart van de mens geboren

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Hiëronimos : de woorden die ik tot U sprak zijn geest en leven

H. Hieronymus (347-420), priester, vertaler van de Bijbel, Kerkleraar
Brief aan Paulinus

Hieronymus7.jpg

“De woorden, die Ik tot u sprak, zijn geest en leven”

      Wij lezen in de Heilige Schriften: ik ben van mening dat het Evangelie het lichaam van Jezus is en dat de Heilige Schriften zijn leer zijn. Ongetwijfeld vindt de tekst “Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt” zijn hele toepassing in het mysterie van de Eucharistie; maar het ware Lichaam van Christus en zijn Ware Bloed is ook het woord in de Schriften, de goddelijke leer. Wanneer wij naar het heilige mysterie gaan, en als een deeltje op de grond valt, dan zijn we ongerust. Wanneer wij het woord van God horen, en als we aan iets heel anders denken op het moment dat ze onze oren binnenkomt, welke verantwoordelijkheid halen we ons dan niet op de hals?

      Het vlees van de Heer is werkelijk voedsel en zijn bloed werkelijk drank, ons enige goed is om zijn vlees te eten en zijn bloed te drinken, niet alleen in het mysterie van de eucharistie, maar ook in de lezing van de Schrift.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Gregorius van Nyssa : Er is hier meer dan Salomo

H. Gregorius van Nyssea (ca 335-395), monnik en bisschop
Homile 1 over het Hooglied

“Er is hier meer dan Salomo”

 

Gregor_von_Nyssa 2212.jpg

      De tekst van het Hooglied van Salomo stelt de ziel voor als een verloofde, getooid voor een onlichamelijke, geestelijke en smetteloze vereniging met God. Degene die “wil dat alle mensen worden gered en de waarheid leren kennen” (1Tm 2,4) zet daar het meest volmaakte middel, het zalige middel om gered te worden, uiteen: ik hoor Hem die uit liefde voorbijkomt. Sommigen kunnen het heil ook zonder vrees vinden: door de straffen te beschouwen die dreigen in de hel, behoeden we ons voor het kwaad. Zo is het ook voor degenen die een oprecht en deugdzaam leven leiden omdat ze hopen op het loon dat bestemd is voor hen die een vroom leven hebben geleid; ze handelen zo niet uit liefde voor het goede, maar uit hoop om beloond te worden.

      Welnu om zich naar de volmaaktheid te begeven, begint men eerst met het verjagen van de vrees uit zijn ziel; dat is een dienstbaar gevoel ervaren van slechts aan zijn meester verbonden te zijn uit liefde… Men bemint “met heel zijn hart en met heel zijn ziel en met heel zijn kracht” (Mc 12,30), niet één van de gaven waarmee men begiftigd is, maar Degene die de bron is van zijn bezit. Zo moet dus een ziel zijn naar hetgeen Salomo zegt…

      Denk je dat ik Salomo, de zoon van Batseba, aanroep die op de berg duizend runderen heeft geofferd en die, op advies van zijn vreemde vrouw, een zonde heeft begaan? Nee. Ik denk aan een andere Salomo die ook naar het vlees geboren is uit het zaad van David; hij heeft als naam `vrede´ [de naam Salomo betekent “man van vrede” (1 Kron 22,9)]. Hij is de ware koning van Israël, de bouwer van de Tempel van God, de houder van de universele kennis. Zijn wijsheid is onvergelijkbaar; nog beter gezegd hij is bij uitstek wijsheid en waarheid; zijn naam en zijn gedachte zijn volmaakt goddelijk en subliem. Hij heeft van Salomo gebruik gemaakt als van een instrument en door zijn stem, richt Hij zich tot ons, eerst in de Spreuken, vervolgens in Prediker, dan in het Hooglied. Zo toont Hij, met methode en orde, de wijze van vooruitgang naar de volmaaktheid aan onze overdenking.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Cyrillus van Jeruzalem : de mens van het elfde uur

H. Cyrillus van Jeruzalem (313-350) bisschop van Jeruzalem en kerkleraar
Doopcatechese 13

De mens van het elfde uur

 

cyrillus van Jerrusalem13.jpg

Cyrillus van Jeruzalem

 

     Een van de bandieten die met Jezus gekruisigd was, riep uit: “Heer, vergeet mij niet wanneer U in uw koninkrijk komt. Nu keer ik me tot U … Ik vertel U niet over mijn werken, want zij laten mij huiveren. Elk mens is beschikbaar voor zijn medereiziger, zie, ik ben nu uw metgezel op weg naar de dood. Vergeet niet uw reisgezel, niet nu en als u in uw Koninkrijk aankomt” (Lc 23,42).

      Welke kracht heeft jou verlicht, goede moordenaar? Wie heeft jou geleerd om op die wijze Degene te aanbidden die geminacht en met jou gekruisigd wordt? O eeuwig licht die hen verlicht die in duisternis zijn (Lc 1,79)! “Wees moedig… Ik beloof je, vandaag nog zul je bij Mij zijn in het paradijs, omdat je vandaag mijn stem hebt gehoord en je je hart niet hebt verhard (Ps 95,8). Omdat Adam ongehoorzaam was, werd hij meteen het paradijs uitgestuurd. Jij die vandaag aan het geloof gehoorzaamt, zult vandaag gered worden. Voor Adam was het hout de oorzaak van de val, het hout zal jou het paradijs binnen laten gaan.”

      Ach, enorme en onuitspreekbare genade: Abraham die de gelovige bij uitstek was, was er nog niet binnengegaan en de goede moordenaar gaat er nu al binnen. Paulus is stomverbaasd en zegt: “Waar de zonde heeft gewoekerd, werd de genade mateloos!” (Rm 5,20). Zij die elke dag gezwoegd hebben waren het Koninkrijk nog niet binnengegaan, en deze mens van het elfde uur, werd ogenblikkelijk toegelaten. Dat niemand moppert tegen zijn meester: “Ik doe niemand onrecht; Of mag ik niet met het mijne doen wat ik wil? De moordenaar wil rechtvaardig zijn, …Ik ben tevreden over zijn geloof, Ik, de goede herder, heb het verdwaalde schaap gevonden en Ik neem het op mijn schouders (Lc 15,5). 0mdat zij heeft gezegd: Ik heb gedwaald, maar vergeet mij niet Heer, wanneer U in uw Koninkrijk aankomt.”

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org