Maximus de Belijder :Opdat ze één mogen zijn zoals wij

H. Maximus de Belijdenaar (ca. 580-662), monnik en theoloog
Mystagogie, 1

MaximusBelijder.jpg

Opdat ze één mogen zijn zoals wij

      De Kerk draagt het beeld en gelijkenis van God, aangezien ze dezelfdeactiviteit heeft als Hij…God heeft de dingen tot bestaan gebracht door zijnoneindige macht, Hij bevat ze, verenigt ze, begrenst ze. Hij verbindt allewezens krachtig met elkaar en met zichzelf, door zijn Voorzienigheid…

      De heilige Kerk heeft dezelfde uitwerking voor ons als God, van wie zehet beeld is. Velen, bijna ontelbaar zijn de mannen, vrouwen, kinderen, dievan elkaar onderscheiden zijn, oneindig verschillend door geboorte, aard,nationaliteit, taal, levenssoort en leeftijd, bevoegdheden, zeden, gewoontes,kennis, bezit, karakter, en relaties. Maar allen worden in deze Kerk geborenen door zijn werk worden allen herboren tot een nieuw leven, herschapen door de heilige Geest.

      Aan allen heeft de Kerk … één enige vorm gegeven, één enige goddelijkenaam: van Christus zijn en zijn naam dragen. Aan allen geeft ze ook een manierom uniek te zijn, die toestaat om ons te onderscheiden in vele bestaandeverschillen…, door de vereniging van alles in Haar. Door deze leden dieabsoluut niemand kan scheiden van de gemeenschap, aangezien ieder met elkaarovereenstemt, allen zijn verenigd door de handeling van de ondeelbare krachtvan de genade en van het geloof. “Allen zijn één van hart en ziel” (Hand4,32)…; één enkel Lichaam is gevormd door zo verschillende leden, isChristus zelf werkelijk waardig, Hij is ons ware Hoofd (Kol 1,18). “Er zijngeen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allenéén in Christus Jezus”, schrijft Paulus (Gal 3,28)… Zo is dus ook de heiligeKerk het beeld van God, aangezien ze tussen alle gelovigen dezelfde eenheidbewerkstelligt als God.

 

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Hilarius van Poitiers : het meisje is niet dood, maar het slaapt

Hilarius van Poitiers : het meisje is niet dood, naar het slaaptH. Hilarius (ca 315-367), bisschop van Poitiers, Kerkleraar
Commentaar op het evangelie van Matteus, 9, 5-8

“Het meisje is niet dood, maar het slaapt”

  

Hilarion van Poitiers.jpg

 

 

    De leider [van de synagoge] kon gezien worden als vertegenwoordiger vande Wet van Mozes die al biddend de menigte klaar had gemaakt voor Christus,door te prediken om te wachten op zijn komst: vraag aan de Heer om het levente geven aan een dode… De Heer heeft hem zijn hulp beloofd en om hem daarvante verzekeren, is Hij hem gevolgd.

  Maar eerst werd de menigte zondige heidenen gered door de apostelen. Degave van het leven kwam het eerst terug bij de verkiezing die door de Wet wasvoorbestemd, maar daar aan voorafgaand, door het beeld van de vrouw, werd hetheil gegeven aan de tollenaars en zondaars. Daarom heeft deze vrouw vertrouwenals ze de Heer ontmoet, ze zal genezen worden van haar bloedvloeiingen doorhet contact met het kleed van de Heer… Ze heeft haast om in geloof de zoomvan het kleed aan te raken, dat wil zeggen om in het gezelschap van deapostelen de gave van de Heilige Geest te bereiken, die voortkomt uit hetlichaam van Christus op de wijze van een zoom. In een ogenblik is ze genezen.Zo is de gezondheid van de een doorgegeven aan een ander, van wie de Heer hetgeloof en de volharding loofde, omdat hetgeen voor Israel was bereid,ontvangen werd door de volkeren uit de naties… De genezende kracht van deHeer, gaat door in zijn lichaam, en stroomde door tot in de zoom van zijnkleding. God was immers niet deelbaar of grijpbaar om in een lichaamopgesloten te worden; Hij verdeelt zelf zijn gaven van de heilige Geest, maarHij is niet verdeeld in zijn gaven. Zijn kracht wordt overal door het geloofbereikt, omdat ze nergens afwezig is. Het lichaam dat Hij aangenomen heeft,heeft deze kracht niet opgesloten, maar zijn kracht heeft de kwetsbaarheid vaneen lichaam aangenomen om het vrij te kopen…

      De Heer is vervolgens in het huis van de leider binnengegaan, andersgezegd in de synagoge…, en velen spotten met Hem. Ze geloofden immers nietdat God in een mens was; ze hebben gelachen toen ze hoorden over de opstandinguit de doden. Door de hand van het meisje vast te pakken heeft de Heer haarteruggebracht bij wie de dood slechts slaap was

 

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Efrem de Syriër : Zoals de Vader Mij heeft gezonden, zo zend ik u

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, Kerkleraar 
Over de uitstorting van de heilige Geest, in S. Ephraem Syri, 25, 5, 15, 20, Oxford 1865, p. 95v 

Efraïm heilige.jpg

Efrem de Syriër

“Zoals de Vader Mij heeft gezonden, zo zend Ik u”
   
  De apostelen zaten in het Cenakel, de bovenkamer en wachtten op de komst van de heilige Geest. Ze waren daar aanwezig als toortsen neergezet, die wachten om door de heilige Geest aangestoken te worden om de hele schepping te verlichten door hun onderricht… Ze waren daar als akkerbouwers die het zaad in de schoot van hun mantel droegen en wachtten op het moment waarop ze de orde zullen ontvangen om te gaan zaaien. Ze waren daar als mariniers van wie het schip op bevel van de Zoon in de haven is vastgemaakt en die wachten op de zachte wind van de heilige Geest.. Ze waren daar als herders die zojuist de staf ontvingen uit de handen van de Grote Herder van de hele kudde en die wachten tot hen een deel van de kudde wordt toegewezen.
      “Ze begonnen te spreken in verschillende talen die de Geest hen ingaf om te spreken.” O Cenakel [Avondmaalszaal], kneedtrog waar de gist in gegooid is dat het hele universum op moet heffen! Cenakel, moeder van alle kerken; Cenakel dat het wonder van het brandende braambos heeft gezien (Ex3). Cenakel dat Jeruzalem heeft verrast door een groter wonder dan die van de vuuroven die de bewoners van Babylon heeft verwonderd (Dn3). Het uur van de vuuroven verbrandde hen die er rondom waren, maar beschermde hen die er in waren; het vuur van het Cenakel verzamelt hen van buiten die wensen het te zien, terwijl het hen troost die het ontvangen. O vuur, waarvan de komst woord is, waar de stilte licht is, vuur dat de harten in een staat van genade brengt.
      Enkelen waren tegen de heilige Geest en zeiden: “Die mensen hebben te veel zoete wijn gedronken, ze zijn dronken”. U zegt werkelijk de waarheid maar het is niet zoals u gelooft. Het is niet de wijn van de wijnstok die ze hebben gedronken. Het is een nieuwe wijn die uit de hemel stroomt. Het is nieuwe wijn die op de Golgota is geperst. De apostelen hebben het laten drinken en hebben zo de hele schepping dronken gevoerd. Het is een wijn die op het kruis is geperst.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Chrysostomos : U kunt niet God dienen en de mammon

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar 
Homilie over het evangelie van Matteus, nr. 21, 1 ; PG 57, 294-296 

johannes chyrsostom96.jpg

Johannes Chrysostomos

 
 
 
 
 
“U kunt niet God dienen en de mammon”
 
     
Zie welke voordelen Jezus ons belooft en hoe nuttig zijn voorschriften voor ons zijn, aangezien ze ons bevrijden van de grote kwaden. Het kwaad dat de rijken veroorzaken, zegt Hij, is niet alleen het bewapenen van dieven tegen u en uw geest te vervullen met dichte duisternis. De grote wond die ze veroorzaken is dat ze u wegtrekken uit de gelukkige dienstbaarheid aan Jezus Christus om u slaven te maken van een ongevoelig en onbezield metaal.
      “U kunt niet God dienen en het geld.” Mijn broeders en zusters, laten we beven bij de gedachte dat we Jezus Christus dwingen om ons over het geld te spreken als een godheid die tegenover God staat! Maar, zult u zeggen, hebben de oude voorvaderen geen manier gevonden om tegelijk God en het geld te dienen? Nee. Maar Abraham en Job hebben toch zoveel uitstraling gehad door hun weelde? Ik antwoord u dat men niet hun rijkdommen naar voren moet halen, maar die van hen die er door waren bezeten. Job was rijk; hij bediende zich van geld, maar hij diende het geld niet, hij was er meester over en niet de aanbidder. Hij beschouwde zijn bezit alsof het van een ander was, hij zag zichzelf als de verstrekker en niet als eigenaar… Daarom was hij niet erg bedroefd toen hij het verloor.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Cyrillus van Alexandrië:Als de graankorrel sterft, brengt ze rijke vruchten voort

H. Cyrillus van Alexandrië ((380-444), bisschop, Kerkleraar 
Commentaar op het boek Numeri 2 ; PG 69, 619 

Cyrillos van Alexandrië 159.jpg

 “Als de graankorrel sterft, brengt ze rijke vruchten voort”
   
  Christus, eerstgeborene van de nieuwe schepping… is na begraven te zijn geweest, verrezen. En Hij is opgestegen naar de Vader als een geweldig en schitterend offer, op een bepaalde manier als de eerstgeborene van het vernieuwde en onvergankelijke menselijk ras… Men zou Hem kunnen beschouwen als het symbool van de schoof van de gersteoogst, welke de Heer aan Israël heeft gevraagd om te offeren in de Tempel (Lv 23,9). Wat betekent dat?
      Men kan het menselijk ras vergelijken met een korenaren. Ze worden uit de aarde geboren, ze wachten om geheel uit te groeien en op een gegeven moment worden ze door de dood afgemaaid. Zo zei Christus het tegen zijn leerlingen: “Jullie zeggen toch: ‘Nog vier maanden en dan komt de oogst’? Ik zeg jullie: kijk om je heen, dan zie je dat de velden rijp zijn voor de oogst! De maaier krijgt zijn loon al en verzamelt vruchten voor het eeuwige leven, zodat de zaaier en de maaier tegelijk feest kunnen vieren” (Joh 4,35-36). Welnu Christus is onder ons geboren, Hij werd uit de heilige Maagd geboren zoals de korenaren uit de aarde komen. Soms noemt Hij zichzelf overigens de graankorrel: “Waarachtig, ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het een graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht”. Zo heeft Hij zich op de wijze van een korenschoof voor ons geofferd aan zijn Vader en als de eerstelingen van de aarde.
      Want de korenaar, evenals wij zelf overigens, kan niet geïsoleerd beschouwd worden. Wij zien het in een schoof, gevormd door meerdere aren in één bundel. Jezus Christus is uniek, maar Hij verschijnt aan ons en Hij vormt werkelijk een soort van bundel, in die zin dat Hij alle gelovigen in zich bevat, natuurlijk in een geestelijke eenheid. Hoe zou de apostel Paulus zonder dat gegeven kunnen schrijven: “ze maken deel uit van hetzelfde lichaam samen met Hem (Ef 3,6)… Hijzelf richt zich overigens tot zijn Vader met deze woorden: “Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals U in Mij bent en Ik in U, laat hen zo ook in Ons zijn, opdat de wereld gelooft dat U Mij hebt gezonden” (Joh 17,21). De Heer is dus de eerstgeborene van de mensheid die bestemd is om binnengehaald te worden in de graanschuren van de hemel.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Gregorius de Grote : Wij komen bij Hem wonen

H. Gregorius de Grote (ca. 540-604), paus en Kerkleraar 
Homilie over het Evangelie, nr. 30 
 

Gregorius de grote8.jpg

“Wij komen bij hem wonen”

 
     “Mijn Vader zal hem liefhebben en mijn Vader en Ik zullen bij hem komen en bij hem wonen.” Denk er aan lieve vrienden, wat voor een feest het is om God in ons hart te mogen ontvangen! Als een rijke en machtige vriend bij u zou komen, zal uw huis uiteraard goed gepoetst zijn, opdat niets zijn blik zou kunnen choqueren als hij binnenkomt. Wie het verblijf van God in zijn ziel voorbereidt, zou het vuil van slechte handelingen moeten verwijderen.
      Let eens op wat de tekst zegt: “Mijn Vader en Ik zullen bij hem komen en bij hem wonen”. Want het kan gebeuren bij het hart van sommigen dat Hij er niet zijn verblijf van maakt. Als ze daarover wroegingen hebben, zien ze hoe God kijkt; maar zo gauw de verleiding komt, vergeten ze het onderwerp van hun voorafgaande spijt en vallen ze terug in hun zonden, alsof ze daarover nooit getreurd hadden.. In een hart daarentegen dat werkelijk van God houdt en dat de geboden onderhoudt, komt de Heer en maakt er zijn woning van. Want de liefde van God vult haar helemaal op het moment van verleiding. Dus wie het niet toestaat dat zijn ziel gedomineerd wordt door slecht vermaak, houdt werkelijk van God… Vandaar de precisering: “Wie Mij niet liefheeft, houdt zich niet aan mijn woorden”. Onderzoek uzelf zorgvuldig, mijn geliefde vrienden; vraag uzelf af of u werkelijk van God houdt. Maar vertrouw niet op het antwoord van uw hart zonder het met uw daden te vergelijken.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Hilarius van Poitiers : Over de heilige Drievuldigheid

H. Hilarius (ca 315-367), bisschop van Poitiers, Kerkleraar 

Hilarion van Poitiers.jpg

Hilarius van Poitiers

Over de Drievuldigheid  
“Dit is het werk van God: dat u gelooft in Hem, die Hij gezonden heeft”
      Het is aan U om het gevraagde te geven, het gezochte te laten vinden en waar geklopt wordt open te doen. Wij lijden immers aan geestelijke traagheid die ons van nature eigen is; door de zwakheid van ons verstand … begrijpen wij niets van U…. Wij hopen dus dat Gij ons bij het begin van deze moeilijke onderneming aan wilt moedigen; dat Gij ons sterkt door een gestadige vooruitgang; dat Gij ons laat delen in de geest van de apostelen en de profeten, zodat wij hun woorden niet anders verstaan dan hoe ze bedoeld zijn…
      Wij willen gaan spreken over de dingen die zij als mysteries verkondigd hebben. Over U eeuwige God, de Vader van de eeuwige en eniggeboren God; over U, de enige die niet geboren is, en over de enige Heer, Jezus Christus, die door de eeuwige geboorte uit U voortgekomen is. Wij mogen van Hem geen tweede God maken vanwege een verschil dat er werkelijk is; wij mogen evenmin beweren dat Hij niet voortgekomen is uit U, die de enige God zijt; we mogen niet verkondigen dat Hij anders is dan de ware God, want Hij is geboren uit U die de Vader zijt en ware God.
      Leer ons dus de betekenis van de woorden, schenk ons het licht van inzicht…, en het geloof in de waarheid. Geef dat hetgeen we geloven ook uitspreken…: dat U die ene God en Vader bent, en Jezus Christus, de ene Heer. Laat ons U eren, mijn God, geef ons het vermogen om Hem te verkondigen, Hij, ware God. 

Clemens van Alexandrië : Terstond landde de boot aan de kust

Clemens van Alexandrië (150-rond 215), theoloog 
De Pedagoog, III, 12, 101 

Clemens Von Alexandrien.jpg

Clémens van Alexandrië
“Terstond landde de boot aan de kust”
   
  Laten we tot het Woord bidden, tot het Woord van God: wees genadig voor uw kinderen, Meester, Vader, gids van Israel, Zoon en Vader, één en twee tegelijkertijd, Heer! Maak dat wij uw geboden navolgen, om te komen tot de volle gelijkenis van het beeld (Gn 1,26), om de goedheid van God en de rechter zonder hardheid te begrijpen naar ons eigen vermogen. Geef ons uzelf: om in uw vrede te leven, om in uw stad gebracht te worden, om door te gaan zonder ten onder te gaan in de stormen van de zonde; om mee genomen te worden naar de rustige wateren van de Heilige Geest; door de onuitspreekbare Wijsheid. Maak dat wij dag en nacht tot aan de laatste dag de Enige –Vader en Zoon, Zoon en Vader, Zoon, Pedagoog (1Kor 4,15) en Meester en tegelijkertijd de Heilige Geest, danken en loven.
      Alles is van de Enige, in wie alles is, door wie alles één is, door wie de eeuwigheid is, van wie wij allen ledematen zijn (1Kor 12,27). Aan Hem zij de heerlijkheid en de eeuwen; alles voor de Goede, alles voor de Schone, alles voor de Wijsheid, alles voor de Rechtvaardige! Aan Hem zij de glorie nu en in de eeuwen der eeuwen, amen!

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Ignatius van Antiochië : Kijk naar mijn handen en voeten….Raak Mij aan

H. Ignatius van Antiochië (? – ca 110), bisschop en martelaar 
Brief aan de christenen van Smyrna 

IgnatiusOfAntioch.jpg

Ignatius van Antiochië
“Kijk naar mijn handen en voeten…Raak Mij aan”
    
 Ik dank Jezus Christus, onze God, die  u zoveel wijsheid schonk. Want ik heb gemerkt dat u volmaakt bent met een ongeschonden geloof, alsof u met lichaam en ziel vastgenageld was aan het kruis van de Heer Jezus Christus, en dat u bevestigd bent in de liefde door het bloed van Christus. En u bent vervuld van een vast geloof in onze Heer, die waarlijk uit het “geslacht van David” is, “naar het vlees” (Rm 1,3). Zoon van God krachtens Gods wil en almacht, waarachtig geboren uit de Maagd, gedoopt door Johannes, opdat “alle gerechtigheid door Hen vervuld zou worden” (Mt 3,15). Waarachtig is Hij om ons, onder Pontius Pilatus en de viervorst Herodes, in het vlees vastgenageld. Door de vrucht van zijn goddelijk en heilzaam lijden, kunnen wij bestaan. Zo wilde Hij door zijn verrijzenis de zegevaan heffen voor zijn heiligen, in het ene lichaam van zijn Kerk.
      Dat alles heeft Hij voor ons immers geleden, opdat wij verlost zouden worden; en Hij heeft waarachtig geleden, zoals Hij ook waarachtig zichzelf heeft opgewekt. Ik weet immers dat Hij ook na de verrijzenis in het vlees was, en ik geloof dat Hij het nu nog is. En toen Hij bij Petrus en zijn gezellen kwam, sprak Hij tot hen: “Raak Mij aan, betast Mij en zie dat Ik geen geest zonder lichaam ben”. En aanstonds raakten zij Hem aan en geloofden, daar zij in nauw contact waren gekomen met zijn vlees en zijn geest. Daarom dan ook spotten zij met de dood en toonden zich boven de dood verheven. Na zijn verrijzenis echter at en dronk Hij met hen als een mens van vlees en bloed, hoezeer Hij ook op geestelijke wijze met de Vader verenigd was. Hieromtrent herinner ik u, geliefden, aan deze waarheden ofschoon ik weet dat u ook zo denkt.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Ireneüs van Lyon : Abraham zag jubelend van blijdschap mijn dag tegemoet

H. Ireneus van Lyon (ca130-ca 208), bisschop, theoloog en martelaar 
Tegen de ketterijen IV,5-7 
“Abraham zag jubelend van blijdschap mijn dag tegemoet”
    
                                   Daar Abraham

Irenaeus_of_Lyons_202.jpgprofeet was, zag hij in de Geest de dag van de komst van de Heer en het doel van zijn Lijden, waardoor hijzelf en allen die net als hij in God geloofden, gered zouden worden. Toen jubelde hij van vreugde (G

n 17,17). De Heer was dus niet onbekend voor Abraham, aangezien deze zijn dag zou willen zien… Hij verlangde naar de dag opdat hij ook Christus zou kunnen omhelzen, en na Hem op een profetische wijze te hebben gezien door de Geest, jubelde hij van vreugde.
      Daarom vervulde zijn nakomeling Simeon de vreugde van de voorvader en zei: “Nu laat u, Heer, uw dienaar in vrede heengaan, zoals u hebt beloofd. Want met eigen ogen heb ik de redding gezien  die u bewerkt hebt ten overstaan van alle volken”  (Lc 2,29v)… En 
Elizabeth zegt [volgens enkele manuscripten]: “Mijn ziel jubelt voor de Heer, ik ben opgetogen om mijn God en Redder”. De jubel van Abraham was net als deze ouderen die Christus zagen en die in Hem geloofden. En van deze kinderen steeg de jubel weer op naar Abraham…
      Het is dus terecht dat de Heer getuigde toen Hij zei: “Abraham zag juichend van blijdschap mijn dag tegemoet; hij heeft Hem gezien en van vreugde gejubeld”. En Hij zei dit alleen naar aanleiding van Abraham, maar voor allen die sinds het begin kennis van God verwierven en de komst van Christus verkondigden. Want zij ontvingen deze openbaring van de Zoon zelf, die zich in de dagen zichtbaar en tastbaar heeft gemaakt en met de mensen gesproken heeft om uit de stenen de kinderen van Abraham te verwekken (Mt 3,9) en zijn nakomelingen talrijk als de sterren te maken.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org
 

Chrysostomos Joh. : Judas ging heen. Het was nacht

H. Johannes Chrysostomus (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar 
Homilie over de bekering, nr 1 
Chrisostomos 187.jpg
“Judas ging heen. Het was nacht”
    
 Judas had zijn berouw uitgesproken: “Ik heb gezondigd door onschuldig bloed over te leveren” (Mt 27,4). Maar de duivel die deze woorden had gehoord, had daardoor begrepen dat Judas op de goede weg was en die omvorming had hem bang gemaakt. Toen dacht hij: “Zijn meester was waakzaam; op het moment dat Hij door hem zou worden verraden, weende Hij over de zijnen; het zou vreemd zijn als Hij hem niet op het moment, waarop Judas met heel zijn ziel berouw zou hebben, naar zich toe zou trekken als hij opstaat en zo zijn fout erkent. Werd Hij daarom niet gekruisigd?” Na deze gedachten wierp hij een diepe zorg in de geest van Judas; hij liet een enorme wanhoop in hem opkomen, voldoende om hem van zijn stuk te brengen en hem te bestoken totdat hij zelfmoord pleegde, om hem het leven te ontnemen na hem van zijn gevoelens van berouw te hebben ontdaan.
      Er is geen enkele twijfel dat hij gered zou zijn, als hij nog geleefd zou hebben: we hoeven maar aan de voorbeelden van de beulen te denken. Als Christus hen immers gered heeft die Hem gekruisigd hebben, als Hij zelfs op het kruis tot zijn Vader bad en Hem om vergiffenis vroeg voor hun zonden (Lc 23,24), waarom zou Hij dan niet deze verrader met volledige welwillendheid hebben ontvangen, mits hij zich oprecht bekeerde? Petrus heeft zich drie maal herroepen na aan de eenheid van de heilige mysteriën te hebben deelgenomen; zijn tranen geven de kwijtschelding (Mt 26,75; Joh 21,15v). Paulus de vervolger, de godslasteraar, de verwaande, heeft niet alleen de Gekruisigde vervolgd maar ook zijn leerlingen. Hij is na zijn bekering apostel geworden. God vraagt van ons slechts een lichte boetedoening om het herstel van onze zonden toe te staan.

Judas verraad Ochrid 1259 fresco.jpg

Judas verraad
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Ignatios van Antiochië : Wij zullen aan onze vruchten gekend worden

H. Ignatius van Antiochië (? – ca 110), bisschop en martelaar 
Brief aan de Efeziërs, 13-15 

ignatius van Antiochië9.jpg

Ignatios van Antiochië
Wij zullen aan onze vruchten gekend worden
    
 Zet uzelf ertoe om vaker bijeen te komen om God te danken en te loven. Want, wanneer u zich vaak verzamelt, worden de krachten van Satan verslagen en zijn werk aan de ondergang wordt vernietigd door de unanimiteit van uw geloof. Niets gaat er boven de vrede, die triomfeert over alle aanvallen die de hemelse en aardse krachten ons aandoen.
      Niets van dat alles is verborgen voor u, als u Jezus Christus een geloof en een volkomen liefde toedraagt, die het begin en het einde van het leven zijn: het begin is het geloof en het eind is de liefde. Die twee samen is God. Alle andere deugden die naar de volmaaktheid leiden komen voort uit deze twee eersten. Niemand die zijn geloof belijdt, zondigt; niemand die de liefde bezit, haat. “Men kent de boom aan zijn vruchten”; zo zal men aan de werken hen herkennen die belijden dat ze van Christus zijn. Want vandaag de dag is het werk dat van ons gevraagd wordt niet alleen een eenvoudige geloofsbelijdenis, maar om tot aan het einde in de praktijk van het geloof gevonden te worden.
      Het is beter te zwijgen en te zijn dan te spreken zonder te zijn. Het is goed te onderrichten, als degene die onderricht er naar handelt. Wij hebben niet slechts één meester, degene die “sprak en het was er” (Ps 33,9); zelfs de werken die Hij in stilte heeft gedaan zijn Zijn Vader waardig. Degene die werkelijk het woord van Jezus begrijpt, kan zelfs zijn stilte horen; dan zal hij volmaakt zijn: hij zal handelen door zijn woord en laat zich kennen door zijn stilte. Niets is voor de Heer verborgen; zelfs onze geheimen zijn Hem vertrouwd. Laten we dus alles in de gedachte doen dat Hij in ons blijft; zo zullen wij tempels zijn en Hij zal onze God zijn.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Johannes Chrysostomos : Wanneer u de Mensenzoon omhoog zult hebben geheven, dan zult u inzien, dat Ik het ben

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar 
Doopcatechese, nr 3, 16v 

johannes_chrysostom1.jpg

“Wanneer u de Mensenzoon omhoog zult hebben geheven, dan zult u inzien, dat Ik het ben”
    
 Wilt u weten welke kracht er in het bloed van Christus verborgen is? Kijk dan waar het begon te stromen en waar de bron is: het komt van het kruis uit de zijde van Christus. Daar Jezus al dood was, zegt het Evangelie, was Hij nog aan het kruis, de soldaat kwam dichterbij en “stak een lans in zijn zij en meteen vloeide er bloed en water uit” (Joh 19,33-34). Dat water was symbool van de doop, en het bloed van de eucharistische mysteriën… De soldaat heeft dus Zijn zijde geopend; hij heeft de muur van de heilige Tempel doorstoken; en ik heb die schat gevonden en heb er mijn rijkdom van gemaakt…
      “Er vloeide bloed en water uit.” Ga niet onverschillig aan dit mysterie voorbij… Ik zei dat dit water en dit bloed symbolen waren van de doop en van de eucharistische mysteriën. Welnu de Kerk wordt geboren uit deze twee sacramenten: door dit bad van wedergeboorte en vernieuwing in de Geest, door de doop dus, en door de mysteriën. Welnu de tekenen van de doop en de mysteriën komen uit zijn zijde voort. Daarom heeft Christus de Kerk uit zijn zijde gevormd, zoals Hij Eva uit de zijde van Adam heeft gevormd (Gn 2,22).
      Daarom zegt Paulus: “Wij komen voort uit zijn vlees en botten” (cf Hand 17,29; Gn 2,23), daarmee doelend op de zijde van de Heer. Zo heeft de Heer immers ook vlees uit de zijde van Adam genomen om de vrouw te vormen, zo heeft Christus ons bloed en water uit zijn zijde gegeven om de Kerk te vormen. En zoals Hij toen vlees uit de zijde van Adam heeft genomen tijdens diens slaap, zo heeft Hij ons bloed en water gegeven na zijn dood…, want voortaan is de dood slechts een slaap. Hebt u gezien hoe Christus zich heeft verenigd met zijn bruid?  Hebt u gezien welk voedsel Hij aan ons allen heeft gegeven? Het is uit hetzelfde voedsel waaruit we geboren zijn en waardoor we gevoed worden. Zoals de vrouw haar kinderen uit haar eigen bloed baart en de kinderen met haar melk voedt, zo voedt Christus hen die Hij gebaard heeft, voortdurend met zijn bloed.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Maximos de belijder : zich voeden met het woord dat uit Gods mond komt

H. Maximus de Belijdenaar (ca. 580-662), monnik en theoloog 
Sermon 16 ; PL 57, 561, CC Sermon 51, p. 206 

maximus the confessor6.jpg

Maximos de Belijder
Zich voeden met het woord dat uit Gods mond komt
    
 De Verlosser antwoordt de duivel: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God”. Dat wil zeggen: “Hij leeft niet van het brood van de wereld, noch van het materiële voedsel waarmee je je bediend hebt om Adam, de eerste mens, te bedriegen, maar van het Woord van God, dat de spijs van het hemelse leven bevat”. Welnu, het woord van God, dat is Christus onze Heer, zoals de evangelist zegt: “In den beginne was het Woord en het Woord was bij God” (Joh 1,1). Wie zich dus voedt met het woord van Christus heeft het brood van deze wereld niet meer nodig. Want degene die zich herstelt met het brood van de Heer, kan het brood van deze wereld niet meer wensen. Immers, de Heer heeft zijn eigen brood, of liever de Verlosser is zelf het brood, zoals Hij het onderricht met deze woorden: “Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald” (Joh 6,41).
       Wat kan mij het brood schelen dat de duivel me aanbiedt, terwijl ik het brood heb dat Christus deelt? Wat kan mij het voedsel schelen… dat de eerste mens uit het Paradijs verjoeg, dat Esau zijn eerstgeboorterecht deed verliezen… (Gn 25,29v) , die Judas Iskariot als verrader heeft aangewezen (Joh 13,26v?) Adam heeft immers het Paradijs verloren door voedsel, Esau heeft zijn eerstgeboorterecht om een bord linzen verloren, en Judas heeft zijn apostelschap verloochend om een stuk brood: want op het moment dat hij een stuk brood nam en indoopte, was hij niet langer een apostel maar werd een verrader… Het voedsel dat men moet nemen is dat welke de weg van de Verlosser opent, niet die van de duivel, en welke omvormt wie het opneemt als getuige van het geloof en niet als verrader.
      De Heer heeft gelijk om in deze vastentijd te zeggen, dat het Woord van God vervult, om ons te onderrichten dat we onze vasten niet door moeten brengen met de zorgen van deze wereld, maar met het lezen van heilige teksten. Wie zich immers voedt met de Schrift, vergeet de honger van zijn lichaam; wie zich voedt met het hemelse Woord vergeet de honger. Zo zie je het voedsel dat de ziel voedt en de honger stilt…: ze schenkt het eeuwige leven en verwijdert ons van de valstrikken van de verleiding van de duivel. Dit lezen van heilige teksten is leven, zoals de Heer ervan getuigt met: “De woorden die Ik u geef zijn Geest en leven” (Joh 6,63).
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Johannes Chrysostomos : Ga je eerst met jouw naaste verzoenen

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar 
Homilie over het verraad van Judas, 6; PG 49, 390 

Chrisostomos - onbekend.jpg

Johannes Chrysostomos
“Ga je eerst met jouw naaste verzoenen”
    
 Luister naar wat de Heer zegt: “Als je je offergave naar het altaar brengt, en je je daar herinnert dat je broeder of zuster je iets verwijt, laat je gave dan bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen, en kom daarna je offer brengen”. Maar zul je zeggen: “Laat ik daar de offerande achter?” “Zeker, antwoordt Hij, opdat de offerande op de juiste wijze geofferd wordt zodat jij in vrede leeft met je broeder of zuster.” Als dus het doel van de offerande de vrede met je naaste is, en als je de vrede niet bewaard, dan dient het nergens toe dat je aan de offerande deelneemt, zelfs niet door je aanwezigheid. Het eerste ding dat je te doen hebt is de vrede herstellen, de vrede waarvoor, ik herhaal het, de offerande geofferd is. Hieruit zul je veel profijt trekken.
      Want de Mensenzoon is in de wereld gekomen om de mensheid te verzoenen met zijn Vader. Zoals Paulus het zegt: “Nu zal God met Hem in alles verzoend zijn” (Kol 1,22); “door het kruis heeft Hij in eigen persoon de haat gedood” (Ef 2,16). Daarom verklaart Degene die de vrede is komen brengen ons gelukkig, als wij zijn voorbeeld navolgen, en Hij geeft zijn naam als erfdeel: “Gelukkig de vredestichters, want ze zullen kinderen van God genoemd worden” (Mt 5,9). Dus wat Christus, de Zoon van God heeft gedaan, doe dat ook zoveel mogelijk voor de menselijke natuur. Laat de vrede bij anderen heersen, net als bij jezelf. Geeft Christus niet de naam “kind van God” aan de vriend van vrede? Daarom is de enige goede voorbereiding, die Hij van ons vraagt bij de offerande, dat wij ons verzoenen met onze broeders en zusters. Hij toont ons daardoor dat van alle deugden de liefde de grootste is.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Isaak de Syriër :Weest dus barmhartig zoals ook uw Vader barmhartig is

Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel, heilige in de orthodoxe Kerk 
Overweging, 1ste serie, nr. 34 

Isaac de Syriër8.jpg

“Weest dus barmhartig, zoals ook uw Vader barmhartig is”
    
 Broeder, ik beveel je dit aan: de barmhartigheid die je altijd in evenwicht brengt totdat je in jezelf de barmhartigheid voelt die God voor de wereld heeft. Dat deze staat van zijn een spiegel voor je wordt waarin wij in onszelf het ware “beeld en gelijkenis” zien van de natuur en het wezen van God (Gn 1,26). Door dit soort dingen ontvangen wij het licht en een helder besluit brengt ons ertoe om God na te volgen. Een hart dat hard is en zonder medelijden zal nooit zuiver zijn (Mt 5,8). Maar de mens vol mededogen is de dokter van zijn ziel; als door een stormwind jaagt hij de duisternis van onzuiverheden naar buiten. 
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Basilios van Seleucië : Ik ben de goede herder, de ware herder

 

H. Basilius van Seleucie (?-ca. 468), bisschop 
Homilie 26 over de goede Herder; PG 85, 299-308 
“Ik ben de goede herder, de ware herder” (Joh 10,11)
    

Basilios van Seleucia.jpg

Basilios van Seleucië

Abel, de eerste herder, kreeg de bewondering van de Heer die zijn offer graag ontving en nog meer de voorkeur gaf aan de gever dan aan de gave die hij gaf (Gn 4,4). De Schrift prijst ook Jacob, herder van de kudde van Laban, voor de moeite die hij deed voor zijn schapen: “Ik werd opgegeten door de hitte gedurende de dag en door de kou gedurende de nacht” (Gn 31,40); en God beloonde deze mens voor zijn werk. Herder Mozes werd dit ook op de bergen van Midjan, hij gaf er meer voorkeur aan om slecht behandeld te worden samen met het volk van God, dan om zijn vreugde te kennen [in het paleis van de Farao]. God bewonderde zijn keuze en liet zichzelf als beloning aan hem zien  (Ex 3,2). Na dit visioen, verliet Mozes zijn werk als herder niet, maar beval de elementen met zijn staf (Ex 14,16) en liet het volk van Israël weiden. David was ook herder maar zijn herdersstaf werd in een koningsscepter veranderd en hij ontving de kroon. Verbaas je niet dat al deze goede herders dicht bij God staan. De Heer zelf schaamt zich niet om ‘herder’ genoemd te worden (Ps 23 en Ps 80). God schaamt zich niet om de mensen te weiden, en ook niet omdat Hij ze geschapen heeft.
      Maar laten we nu naar onze herder, Christus, kijken; zie zijn liefde voor de mensen en zijn zachtheid om ze te leiden naar de weiden. Hij verheugt zich om de schapen die Hem omgeven evenals dat Hij de schapen die verdwalen, zoekt. Bergen noch wouden zijn voor Hem een obstakel; Hij rent door een dal van diepe duisternis (Ps 23,4) om daar te komen waar het verloren schaap zich bevindt…  Men ziet Hem in de hellen; Hij geeft bevel om er uit weg te gaan; zo zoekt Hij de liefde van zijn schapen. Degene die van Christus houdt, is degene die zijn stem kan horen.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org