Byzantijnse liturgie : “Vele Israëlieten zal hij bekeren tot de Heer hun God. Hij zal voor Hem uit gaan … om voor de Heer een volk in gereedheid te brengen” (Lc1,16-17)

border 23FDS.gif

Byzantijnse Liturgie
Grote Vespers van het feest van Johannes de Doper

Johannes de Doper.jpg

“Vele Israëlieten zal hij bekeren tot de Heer hun God. Hij zal voor Hem uit gaan … om voor de Heer een volk in gereedheid te brengen” (Lc1,16-17)

Vandaag komt de grote Voorloper,
voortkomend uit de onvruchtbare schoot van Elizabeth.
Hij is de grootste onder de profeten,
en geen ander is geboren zoals hij,
want hij is de lamp
die van nabij de hoogste Helderheid voorgaat
en de stem die aan het Woord vooraf gaat.
Hij leidt Christus naar de Kerk, zijn bruid,
en bereidt voor de Heer een uitverkoren volk,
zuivert het door water met het oog op de heilige Geest.

Uit Zacharias wordt deze jonge plant geboren,
de mooiste onder de woestijnzonen,
de boodschapper van het berouw,
hij die zij die dwalen, door water zuivert,
die als voorloper het bericht van de opstanding draagt
tot in het dodenverblijf,
en die bemiddelt voor onze zielen.

Vanaf de schoot van zijn moeder,
was jij, zalige Johannes de profeet
en de voorloper van Christus:
je bent opgesprongen van blijdschap
toen je de Koningin zag komen bij de dienares,
en Hem voor je droeg die de Vader verwekte
zonder moeder in eeuwigheid.
Jij die uit een onvruchtbare moeder
en een oude man bent geboren,
volgens de belofte van de Heer,
bid Hem om onze zielen in zijn medelijden op te nemen.

(Bijbelse referenties : Mt 11,11 ; Joh 5,35 ; Mt 3,3 ; Joh 3,29 ; Lc 1,17 ; 3,16 ; Mc 6,28 ; Lc 1,40 ; 1,13)

johannes de doper.jpg

tekst bijbel psalm 25 nederl.jpg

 

 

Simeon de nieuwe thheoloog : “Jezus raakte hem aan, en sprak: Ik wil het; word gereinigd”

border drieeenheid1.gif

Simeon de Nieuwe Theoloog (ca 949-1022), Griekse monnik
Hymne 30

symeon de nieuwe theoloog3.jpg

Simeon de nieuwe theoloog

“Jezus raakte hem aan, en sprak: Ik wil het; word gereinigd”

 

Voordat het goddelijk licht brandde, kende ik mezelf niet.
Ik zag mezelf toen in de duisternis en in de gevangenis,
opgesloten in een modderpoel,
bedekt met vuil, gewond, mijn lichaam opgezwollen…,
ik ben aan de voeten gevallen van Degene die me verlicht heeft.
En Degene die me had verlicht, raakt met zijn handen
mijn hechtingen en mijn wonden aan;
daar waar zijn hand en waar zijn vinger komt,
vallen weldra mijn hechtingen,
de wonden verdwijnen, en alle vuil.
Het vuil van mijn lichaam verdwijnt…
zodat Hij het gelijk aan zijn goddelijke hand maakt.
Merkwaardig wonder: mijn vlees, mijn ziel en mijn lichaam
nemen deel aan de goddelijke heerlijkheid.

Vanaf mijn reiniging en de bevrijding van mijn hechtingen,
is Hij het die me een goddelijke hand reikt,
Hij trekt me geheel uit de modderpoel,
Hij omhelst mij, Hij werpt zich om mijn nek,
Hij bedekt me met kussen (Lc 15,20).
En ik, die totaal uitgeput was
en die al kracht had verloren,
wordt door Hem op de schouders genomen (Lc 15,5),
en Hij neemt me mee uit mijn hel…

Het is het licht dat me meeneemt en me ondersteunt;
ze neemt me mee naar een groot licht…
Hij laat me schouwen door welke vreemde omvorming
Hij mij heeft omgevormd (Gn 2,7)
en mij aan de vergankelijkheid heeft onttrokken.
Hij heeft mij de gave van een onsterfelijk leven gegeven
en heeft mij bekleed met een onsterfelijk en lichtend kleed
en heeft mij sandalen, een ring en een kroon gegeven
die onvergankelijk en onsterfelijk zijn (Lc 15,22).

http://www.dagelijksevangelie.org

 

Jezus Maria en engelen.jpg

tekst bijbel nederlands27n.jpg

1-Joh-217-230x230.jpg

. Johannes Chrysostomus : Overweging over het woord ‘kerkhof’en over het kruis

border XC NIKA.gif

H. Johannes Chrysostomus (ca 345-407), priester te Antiochië, daarna bisschop te Constantinopel, kerkleraar

chrysostomos47.jpg

Overweging over het woord ‘kerkhof’en over het kruis
De bevrijding van de gevangenen

Op die dag is Jezus Christus gekomen en heeft de afgronden van de hel overwonnen. Op die dag “heeft Hij de koperen deuren gebroken en de ijzeren grendels in stukken geslagen”, zoals Jesaja dat zegt (45,2). Let hier op de uitdrukkingen. Hij zegt niet dat Hij de koperen deuren “heeft geopend” en ook niet dat Hij ze heeft weggehaald, maar dat Hij ze heeft “gebroken”, om te laten weten dat er geen gevangenis meer is, om zo te zeggen dat Jezus die dag de gevangenen bevrijd heeft. Een gevangenis waarin geen deuren en geen sloten meer zijn, kan geen gevangenen meer vasthouden. Die deuren heeft Christus gebroken, wie kan ze herstellen? De grendels heeft Hij in stukken geslagen, wie van de mensen kan ze weer terugzetten?

Als de prinsen van de wereld hun gevangenen vrijlaten door genade-brieven te sturen, laten ze de deuren evenals de bewakers van de gevangenis bestaan, door aan hen die er uitkomen te laten zien, dat zij of anderen er weer in kunnen belanden. Christus handelt niet op deze wijze. Door de koperen deuren te breken, toont Hij dat er geen gevangenis meer is en ook geen dood.

Waarom spreekt men van ‘koperen’ deuren? Omdat de dood meedogenloos, inflexibel en hard als een diamant is. Nooit in alle eeuwen voor Christus had een gevangene eruit kunnen ontsnappen, tot aan de dag waarop de Almachtige uit de hemel afdaalde naar de afgronden om de slachtoffers uit de afgronden te trekken.

http://www.dagelijksevangelie.org

chrysostomos vasten.jpg

tekst Johannes Chrysostomos.jpg

H. Gregorius van Nyssa : “Zalig de zuiveren van hart, want ze zullen God zien”

logo.gif

H. Gregorius van Nyssa (ca. 335-395), monnik en bisschop
Homilie 6 over de Zaligsprekingen; PG 44,1269

Gregorius van Nyssa2.jpg

Gregorius van Nyssa

“Zalig de zuiveren van hart, want ze zullen God zien”

De gezondheid van het lichaam is iets goeds voor het menselijk leven. Welnu, men is niet alleen gelukkig om de definitie van gezondheid te kennen, maar ook om in goede gezondheid te leven… De Heer Jezus zegt niet dat men gelukkig is om iets te weten over God, maar dat men gelukkig is als men Hem in zichzelf bezit. Immers “zalig de zuiveren van hart, want ze zullen God zien” (Mt 5,8). Hij zegt hiermee niet dat God zich laat zien door iemand die de blik van zijn ziel heeft gezuiverd…; een ander woord drukt dat duidelijker uit: “Het Koninkrijk van God is in u” (Lc 17,21). Dit onderricht zij ons nu: wie zijn hart gezuiverd heeft van elk schepsel en alle ontregelende hechtingen, ziet het beeld van de goddelijke natuur in zijn eigen schoonheid…

Er is in jou, in zekere mate, een vermogen om God te zien. Degene die je gevormd heeft, heeft een enorme kracht in jouw wezen gelegd. Toen God je schiep heeft Hij in jou de schaduw van zijn eigen goedheid afgedrukt, zoals men de afdruk van een stempel in was drukt. Maar de zonde heeft deze afdruk van God verborgen; ze is verborgen onder het vuil. Als door een poging tot volmaakt leven, jij het vuil dat aan je hart gehecht zit, zuivert, dan zal de goddelijke schoonheid opnieuw in je stralen. Zoals een stuk ijzer, dat van de roest is ontdaan in de zon schittert, zo zal ook de innerlijke mens, die de Heer “hart” noemt, gelijkenis naar zijn voorbeeld vinden als hij de roestvlekken verwijdert, die zijn schoonheid aantast…

http://www.dagelijksevangelie.org

tekst Gregorius van Nyssa.jpg

 

tekst bijbel spreuken nederlandds.jpg

 

 

Columbanus : “Door de zee heen voerde uw weg, door oneindige wateren uw pad. Uw voetsporen bleven onkenbaar” (Ps 77,20)

border fffff.gif

H. Colombanus (563-615), monnik en stichter van kloosters
Geestelijke instructies 1, Het geloof, 3-5

columbanus.jpg

 

“Door de zee heen voerde uw weg, door oneindige wateren uw pad. Uw voetsporen bleven onkenbaar” (Ps 77,20)

God is overal, volledig en onbegrensd. En overal is Hij nabij, Hij die zelf zegt: “Ben Ik alleen een God die in de nabijheid is; ben ik ook niet een God die ver weg is?” (Jer 23,23) De God die wij zoeken bevindt zich niet ver van ons verwijderd. Hij is onder ons. Hij woont binnen in ons, zoals de ziel in het lichaam, zolang wij zijn levende ledematen zijn, niet gestorven aan onze zonden (vgl. 1Kor 6,15)… Onder deze voorwaarden leeft Hij waarachtig in ons, Hij die gezegd heeft: “Ik zal onder hen wonen en met hen omgaan” (Lev 26,11; 2Kor 6,16). Zoals Hij ons de genade schenkt in ons te wonen, zo zijn wij waarachtig bezield door Hem, als zijn levende ledematen. “Want door Hem hebben wij het leven, het bewegen en het zijn” (Hand 17,28).

Maar wie zal Hem kunnen volgen naar de hoogste hoogten van zijn onuitsprekelijke en onvatbare Zijn? Wie zal de diepten van God kunnen peilen? Wie zal het aandurven de eeuwige bron van het heelal te zoeken? Wie zal zich erop beroemen de oneindige God te kennen, die alles vervult en alles omvat, alles doordringt en aan alles voorbij gaat, alles omhelst en aan alles ontsnapt, “Hij, die niemand ooit gezien heeft” (Joh 1,18) zoals Hij is? Dat niemand denke door te kunnen dringen tot de ondoordringbare diepten van God, tot het wat, hoe en waarom van zijn wezen, dat benoemd, onderzocht, noch onthuld kan worden. Geloof in alle eenvoud maar met kracht, dat God is en dat Hij altijd zijn zal zoals Hij altijd al was, want God is immer onveranderlijk.

 

Tekst bijbel psalmen nederlands.jpg

 

1-Petrus-56-230x230.jpg

Germanus van Constantinopel : “Met ziel en lichaam naar de heerlijkheid van de hemel opgestegen”

border ppppp.gif

H. Germanus van Constantinopel (?-733), bisschop
Homilie voor het ontslapen van de Moeder Gods ; PG 98, 346

 

germanus5-de-constantinople.jpg

Germanus van Constantinopel

“Met ziel en lichaam naar de heerlijkheid van de hemel opgestegen” (Feestgebed)

Levende Tempel van de goddelijke heilige eniggeboren Zoon, Moeder van God, werkelijk, ik zeg het opnieuw, uw hemelopneming heeft u op geen enkele wijze verwijderd van de christenen. U leeft in onvergankelijkheid en toch blijft u niet ver van de vergankelijke wereld; integendeel, u bent hen nabij die u aanroepen en zij die u met geloof zoeken, vinden u. Zo blijft ook uw geest altijd sterk en levend en is uw lichaam onsterfelijk. Hoe zou immers de ontbinding van uw vlees u kunnen verminderen tot as en stof, u hebt de mens van de ondergang door de dood gered door de menswording van uw Zoon?…

Een kind zoekt en verlangt naar zijn moeder, en de moeder houdt ervan om met haar kind te leven: zo had u ook in uw hart een moederlijke liefde voor uw Zoon en voor uw God, u zou normaliter moeten kunnen terugkeren naar Hem, en God – door zijn liefde voor zijn kinderen tot u- moest u wel toestaan om in zijn staat te kunnen delen. Zo bent u, dood voor de eindige dingen, geëmigreerd naar de onvergankelijke verblijven van de eeuwigheid, waar God verblijft met wie u voortaan het leven deelt…

U bent lichamelijk zijn verblijfplaats geweest; en nu is Hij voor u de rustplaats geworden. “Dit is mijn rustplaats voor immer”, zei Hij (Ps 132,14). Deze rustplaats is het vlees waarmee Hij bekleed werd in u, Moeder van God, het vlees aangenomen te hebben, waarin, zo geloven wij, Hij zich aan de huidige wereld heeft getoond en zich in de komende wereld zal tonen, als Hij de levenden en de doden zal komen oordelen. Aangezien u het verblijf bent van zijn eeuwige rust, heeft Hij de vergankelijkheid weggehaald en het met zich meegenomen, omdat Hij u in zijn tegenwoordigheid en in zijn affectie wilde bewaren. Daarom schenkt Hij u alles wat u Hem vraagt, als een moeder die zorgzaam voor haar kinderen is; alles wat u wenst, zal Hij vervullen met zijn goddelijke kracht, Hij is voor eeuwig gezegend.

 

20.jpg

Macarios van Egypte : de vijand heeft dit gedaan

border  e5e42.jpg

Homilie toegekend aan H. Macarius van Egypte (? – 390), monnik
Geestelijke Homiliën, n° 51

 

Macarios van Egypte1.jpg“De vijand heeft dit gedaan”

Ik schrijf u, geliefde broeders en zusters, opdat u weet dat sinds de dag dat Adam geschapen is tot aan het einde der wereld, het Kwaad, zonder rust te nemen, oorlog zal voeren tegen de heiligen. (Ap 13,7)… Zij die er rekening mee houden, dat de vernietiger van de zielen samen met hen in hun lichaam woont, heel dicht bij hun ziel, zijn toch niet zo talrijk. Ze worden beproefd, en er is niemand op aarde die hen kan troosten. Daarom kijken ze naar de hemel, en hebben daar hun verwachting om daarvandaan iets in hun innerlijk te ontvangen. Door die kracht zullen ze, dankzij de wapenrusting van de Heilige Geest (Ef 6,13), overwinnen. Ze ontvangen inderdaad uit de hemel een kracht, die verborgen blijft voor hun lichamelijke ogen. Zovele malen als ze God met heel hun hart zoeken, komt ook de kracht van God hun in het geheim te hulp, op elk moment … Juist omdat ze van hun zwakte overtuigd zijn, omdat ze niet in staat zijn te winnen en omdat ze vurig om de wapenrusting van God vragen en zo bekleed worden voor de strijd met de uitrusting van de Heilige Geest (Ef 6,13), worden ze overwinnaars.

Weet dus, geliefde broeders en zusters, dat in allen die hun ziel voorbereid hebben om een goede aarde te worden voor het hemelse zaad, de vijand zich haast om er zijn onkruid in te zaaien… Weet ook dat zij die de Heer niet met geheel hun hart zoeken, niet op zo’n duidelijke wijze beproefd worden door Satan; dan probeert hij meer in het verborgene door listigheden om hen ver van God te brengen.

Maar nu, broeders en zusters, weest moedig en vreest niets. Laat u niet bang maken door verbeeldingen, die door de vijand worden opgeroepen. Lever u in gebed niet uit aan een verwarrende onrust door misplaatste uitroepen te vermeerderen, maar ontvang de genade van God door diep berouw… Weest moedig, troost u, houdt vol, zorgt voor uw zielen, volhardt met ijver in het gebed… Want allen die werkelijk God zoeken, ontvangen een goddelijke kracht in hun ziel, en door die hemelse zalving te ontvangen, zullen zij allen in zichzelf de smaak en de zoetheid van de komende wereld voelen. Dat de vrede van de Heer, die met alle heilige vaders was en hen heeft behoed tegen elke verleiding, ook bij u blijft.

http://www.dagelijksevangelie.org

 

Makarios van Egypte.jpg

Macarios van Egypte.jpg

 

 

Chrysologus Petrus : Het vasten van de vrienden van de Bruidegom

border YYY.jpg

H. Petrus Chrysologus (ca 406-450) bisschop van Ravenna en kerkleraar
Sermon 31

Chrysologus Petrus2.jpg

 

Het vasten van de vrienden van de Bruidegom

 

“Waarom vasten wij en de Farizeeën wel, maar uw leerlingen niet?” … Waarom? Omdat voor u het vasten een zaak van de wet is en niet een spontane gave. Op zichzelf heeft het vasten geen waarde, wat telt is het verlangen van degene die vast. Wat voor voordeel denkt u eruit te trekken, u die verplicht en geforceerd vast? Het vasten is een geweldige ploeg om het veld van de heiligheid te bewerken: het draait de harten om, ontwortelt het kwaad, rukt de zonde uit, begraaft de slechte eigenschappen, zaait naastenliefde; het onderhoudt de vruchtbaarheid en bereidt de oogst van de onschuld. De leerlingen van Christus zijn in het hart van dit rijpe veld van heiligheid geplaatst, ze verzamelen korenschoven met deugden, ze genieten van het brood van de nieuwe oogst: ze kunnen dus niet vasten, die is vanaf dan vervallen…

“Waarom vasten uw leerlingen niet?” De Heer antwoordt hun: “De vrienden van de bruidegom kunnen toch niet vasten, zolang de bruidegom bij hen is?”… Hij die een vrouw trouwt, laat het vasten zitten, verlaat de strengheid; hij geeft zich geheel over aan de vreugde en neemt deel aan het feestmaal; hij toont zich in alles gelijkmoedig, beminnelijk en vrolijk; hij doet alles wat zijn genegenheid voor zijn bruid aanvuurt. Christus viert dan zijn bruiloft met de Kerk. Daarom aanvaardt Hij het om deel te nemen aan de maaltijden; Hij weigert de uitnodiging van hen niet. Vol met welwillendheid en liefde toont Hij zich menselijk, benaderbaar en vriendelijk. Hij wilde de mens met God verenigen, en van zijn gezellen leden van de goddelijke familie maken.

bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

chrysologus Petrus4.jpg

johannes Chrysostomos : De bevrijding van de gevangenen

border 00FF.jpg

H. Johannes Chrysostomus (ca 345-407), priester te Antiochië, daarna bisschop te Constantinopel, kerkleraar
Overweging over het woord ‘kerkhof’en over het kruis

Chrysostomos TEKST2.jpg

De bevrijding van de gevangenen

Op die dag is Jezus Christus gekomen en heeft de afgronden van de hel overwonnen. Op die dag “heeft Hij de koperen deuren gebroken en de ijzeren grendels in stukken geslagen”, zoals Jesaja dat zegt (45,2). Let hier op de uitdrukkingen. Hij zegt niet dat Hij de koperen deuren “heeft geopend” en ook niet dat Hij ze heeft weggehaald, maar dat Hij ze heeft “gebroken”, om te laten weten dat er geen gevangenis meer is, om zo te zeggen dat Jezus die dag de gevangenen bevrijd heeft. Een gevangenis waarin geen deuren en geen sloten meer zijn, kan geen gevangenen meer vasthouden. Die deuren heeft Christus gebroken, wie kan ze herstellen? De grendels heeft Hij in stukken geslagen, wie van de mensen kan ze weer terugzetten?

Als de prinsen van de wereld hun gevangenen vrijlaten door genade-brieven te sturen, laten ze de deuren evenals de bewakers van de gevangenis bestaan, door aan hen die er uitkomen te laten zien, dat zij of anderen er weer in kunnen belanden. Christus handelt niet op deze wijze. Door de koperen deuren te breken, toont Hij dat er geen gevangenis meer is en ook geen dood.

Waarom spreekt men van ‘koperen’ deuren? Omdat de dood meedogenloos, inflexibel en hard als een diamant is. Nooit in alle eeuwen voor Christus had een gevangene eruit kunnen ontsnappen, tot aan de dag waarop de Almachtige uit de hemel afdaalde naar de afgronden om de slachtoffers uit de afgronden te trekken.

http://www.dagelijksevangelie.org

 

tekst Chrysostomos47.jpg

 

Gregorius van Nazianze : “Wanneer Hij komt, de Geest van de waarheid, dan zal Hij u tot de volle waarheid geleiden”

border 20203.gif

H. Gregorius van Nazianze (330-390), bisschop en kerkleraar
Overweging 31, 5e theologie, 25-27 ; PG 36, 159

 

Gregorius van Nazianze.jpg

Gregorius van Nazianze

“Wanneer Hij komt, de Geest van de waarheid, dan zal Hij u tot de volle waarheid geleiden”

Gedurende een lange periode hebben twee grote omwentelingen de aarde aan het wankelen gebracht; men noemt ze de Twee Testamenten. De een brengt de mensen van afgoderij naar de Wet; de ander van de Wet naar het Evangelie. Een derde omwenteling wordt gepredikt: die welke ons van hierbeneden naar boven brengt waar er geen onrust meer is. Welnu, de twee Evangeliën hebben dezelfde aard… ze hebben niet alles in één keer, vanaf de eerste impuls van hun beweging, veranderd … Het was er niet om ons geweld aan te doen, maar om ons te overtuigen.. Want wat met geweld opgedrongen wordt, blijft niet…

Het oude Testament toonde duidelijk de Vader, en toonde ook verborgen de Zoon. Het nieuwe Testament heeft de Zoon geopenbaard en heeft de goddelijkheid van de heilige Geest bedekt te kennen gegeven. Vandaag komt de heilige Geest onder ons, en Hij laat zich steeds duidelijker kennen. Het zou gevaarlijk geweest zijn om de Zoon te verkondigen, als de goddelijkheid van de Vader niet erkend werd, en voor zover de goddelijkheid van de Zoon niet aanvaard is, om de heilige Geest te verkondigen. Men zou kunnen vrezen dat, net zoals mensen die teveel boodschappen dragen of zij die kijken naar de zon met zwakke ogen, gelovigen zo het risico lopen om te verdwalen als ze al de kracht hadden het te dragen. De schittering van de Drie-eenheid moest dus stralen door de opeenvolgende ontwikkelingen of, zoals David zei, “op pelgrimstocht” (Ps 84,8) en door een toename van heerlijkheid tot heerlijkheid…

Ik voeg deze overweging er nog aan toe: de Verlosser wist bepaalde dingen waarvan Hij inschatte dat de leerlingen ze nog niet konden dragen ondanks alle onderricht dat ze al hadden ontvangen. Om redenen die ik hierboven heb genoemd, hield Hij deze dingen verborgen. En Hij herhaalde dat de heilige Geest bij zijn komst, hun alles zou onderrichten.

bron : dagelijksevangelie.org

tekst 1 (2).jpg

Hilarius van Poitiers : “Het meisje is niet dood, maar het slaapt”

border2653.jpg

H. Hilarius (ca. 315-367), bisschop van Poitiers en kerkleraar
Commentaar op het evangelie van Matteus, 9, 5-8

 

hilarius van Poitiers.jpg

Hilarius van Poitiers

 

“Het meisje is niet dood, maar het slaapt

De leider [van de synagoge] kon gezien worden als vertegenwoordiger van de Wet van Mozes, die biddend voor de menigte die gevoed was voor de Christus, door te prediken om te wachten op zijn komst: vraag aan de Heer om het leven te geven aan een dode… De Heer heeft hem zijn hulp beloofd en om hem daarvan te verzekeren, is Hij hem gevolgd.

Maar eerst werd de menigte van zondige heidenen gered door de apostelen. De gave van het leven kwam het eerst terug bij de verkiezing die door de Wet was voorbestemd, maar daaraan voorafgaand, door het beeld van de vrouw, werd het heil gegeven aan de tollenaars en zondaars. Daarom heeft deze vrouw vertrouwen als ze de Heer ontmoet, ze zal genezen worden van haar bloedvloeiingen door het contact met het kleed van de Heer… Ze heeft haast om in geloof de zoom van het kleed aan te raken, dat wil zeggen om in het gezelschap van de apostelen de gave van de Heilige Geest te bereiken, die voortkomt uit het lichaam van Christus via een zoom. In één ogenblik is ze genezen. Zo is de gezondheid van de een doorgegeven aan een ander, van wie de Heer het geloof en de volharding loofde, omdat hetgeen voor Israel was bereid, ontvangen werd door de volkeren uit de naties… De genezende kracht van de Heer stroomt in zijn lichaam, en stroomde door tot in de zoom van zijn kleding. God was immers niet deelbaar of grijpbaar om in een lichaam opgesloten te worden; Hij verdeelt zelf zijn gaven van de heilige Geest, maar Hij is niet verdeeld in zijn gaven. Zijn kracht wordt overal door het geloof bereikt, omdat ze nergens afwezig is. Het lichaam dat Hij aangenomen heeft, heeft deze kracht niet opgesloten, maar zijn kracht heeft de kwetsbaarheid van een lichaam aangenomen om het vrij te kopen…

De Heer is vervolgens in het huis van de leider binnengegaan, anders gezegd in de synagoge…, en velen spotten met Hem. Ze geloofden immers niet dat God in een mens was; ze hebben gelachen toen ze hoorden over de opstanding uit de doden. Door de hand van het meisje vast te pakken heeft de Heer haar teruggebracht bij wie de dood slechts slaap was.

border kruis128.jpg

 

Johannes Climacos : Herder die de enige Herder volgt

border 6UEN6 (2).jpg

H. Johannes Climacus (rond 575-rond 650), monnik op de berg Sinaï
De geestelijke ladder, nr 31 (vert. drs P. Gilis, monastieke cahiers)

 

Climacos de ladder.jpg
Herder die de enige Herder volgt

 

Waarlijk herder is hij die bekwaam is de verloren geestelijke schapen, door zijn argeloosheid, door zijn persoonlijke ijver en zijn gebed op te zoeken en weer op te richten. Stuurman is hij, die van God en door zijn inspanningen de geestelijke kracht ontvangen heeft en bekwaam is om zijn schip niet alleen uit de springvloed te trekken, maar ook uit de afgrond zelve. Geneesheer is hij, die een lichaam en een ziel bezit vrij van ziekte, en geen enkel geneesmiddel voor hen nodig heeft.

Een goed stuurman zal zijn schip redden en een goede herder zijn ziekelijke schapen ten leve wekken en genezen. Dat de herder niet ophoudt om de fluit van zijn woord te gebruiken maken, terwijl de schapen aan het grazen zijn, vooral als de schapen aanstalten maken om te gaan slapen, want niets anders vreest de wolf zozeer, als de klank van de herderlijke fluit. In de mate dat de schapen voortdurend de herder volgen en vorderingen maken, in die mate zal hij hun verdediging op zich nemen bij de Heer des huizes.

Liefde zal de ware herder tonen, want uit liefde werd de Grote Herder gekruisigd.

dagelijksevangelie.org

 

Herder.jpg

“U doorzoekt de Schriften… welnu, juist die getuigen over Mij”

border0706.jpgH. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, kerkleraar
Commentaar op het overeenkomstig Evangelie, 1, 18-19 ; SC 121

Efraïm de syrier 12.jpg

“U doorzoekt de Schriften… welnu, juist die getuigen over Mij”

Het woord van God is een levensboom die je overal gezegende vruchten aanbiedt; ze is als een geopende rots in de woestijn, die voor elke mens overal, een geestelijke drank wordt: “Zij aten allemaal hetzelfde geestelijk voedsel, en dronken allemaal dezelfde geestelijke drank” (1Kor 10,3; Ex 17,1v)

Dat degene die een deel van deze rijkdommen krijgt, niet gaat geloven dat er in het woord van God slechts dat is, wat hij erin vindt; dat hij er eerder rekening mee houdt dat hij slechts in staat was om er slechts één ding in te ontdekken tussen vele andere. Dat hij verrijkt door het woord niet gelooft dat deze verarmd is; dat ook al is hij niet in staat om haar rijkdom te putten, dat hij dankt voor haar grootheid. Verheug je, want je bent verzadigd, maar wordt niet bedroefd omdat de rijkdom van het woord je te boven gaat.

Degene die dorst heeft verheugt zich om te drinken, maar hij wordt niet bedroefd om zijn onmacht om de bron volledig te kunnen uitputten. Het is meer waard dat de bron je dorst lest, dan dat je dorst de bron uitput. Als je dorst gelest is zonder dat de bron uitgedroogd is, dan kun je, iedere keer dat je dorst zult hebben, opnieuw drinken. Als je daarentegen, door je te verzadigen, de bron uitput, dan zal je overwinning je ongeluk worden. Dank voor wat je hebt ontvangen en mopper niet over wat ongebruikt blijft. Wat je hebt genomen en meegenomen is van jou; maar wat blijft is ook je erfenis.

bron : http://www.dagelijksevangelie.org

tekst efraïm de Syriër.jpg

 

 

“Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel”

border kruis249 (2).jpg

H. Johannes Chrysostomus (ca 345-407), priester te Antiochië, daarna bisschop te Constantinopel, kerkleraar
Homilie over de Tweede brief aan de Korintiërs, 12,4 ; PG 61, 486

 

yekst chrysostomos joh.jpg

“Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel”

Alleen de christenen schatten de dingen op hun juiste waarde in, en ze hebben niet dezelfde redenen om zich te verheugen en bedroefd te zijn als de rest van de mensen. Bij het zien van een gewonde atleet, die op zijn hoofd de overwinningskroon draagt, kan iemand, die nooit ook maar een enkele sport heeft beoefend, alleen de blessures zien die deze mens laten lijden; hij kan zich het geluk van de gewonde atleet, dat zijn beloning hem verschaft, niet inbeelden. Zo doen de mensen waarover wij spreken. Ze weten dat wij beproevingen ondergaan, maar niet waarom wij ze verdragen. Ze zien slechts het lijden. Ze zien de strijd die we aanvaarden en de gevaren die ons bedreigen. Maar de beloningen en de bekroningen blijven voor hen verborgen, evenals de reden van onze strijd. Zoals Paulus bevestigt: “Wij lijken berooid van alles, maar we bezitten alles” (2Kor 6,10)…

Wat ons betreft, wanneer we onderworpen zijn aan een beproeving om Christus, verdragen we het dan onverschrokken, meer nog, met vreugde. Als we vasten, laten we dan huppelen van vreugde alsof we gelukzalig zijn. Als men ons beledigt, laten we dan blij dansen alsof we vervuld waren met lofzang. Als we pech hebben, beschouwen we het dan als winst. Als we aan de arme geven, overtuigen we ons er dan van dat wij ontvangen… Herinner je voor alles dat je strijd voor Jezus Christus. Dan zul je met plezier de strijd aangaan en je zult altijd in vreugde leven, want niets maakt ons zo gelukkig als een goed geweten.

 

tekst Chrysostomos47.jpg

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, kerkleraar Hymne over de Drie-eenheid

border slur.gif

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, kerkleraar
Hymne over de Drie-eenheid

 

Efraïm de syrier 12.jpg

Efraïm de Syriër

 

“Een enige God, een enige Heer, in de drieëenheid van de Personen en de eenheid van hun natuur”

Refrein:
Gezegend Hij die u zond.

Laten we, als symbool voor de Vader, de zon nemen,

voor de Zoon, het licht,

en voor de Heilige Geest, de warmte.

Hoewel Hij één wezen is, neemt men in Hem

een drieëenheid waar.

Het onverklaarbare begrijpen, wie is dat gegeven?

Deze eenheid is meervoudig: één is gevormd uit drie,

en drie vormen slechts één,

groot mysterie en manifest wonder.

De zon is te onderscheiden van zijn straling

hoewel zij verenigd zijn;

zijn straal is immers ook de zon.

Toch spreekt niemand van twee zonnen,

zelfs als de straal

hier beneden ook de zon is.

We zeggen net zo min dat er twee Goden zijn

God, dat is Onze Heer;
maar ook Hij, die boven al het geschapene is.

Wie kan aanwijzen hoe en waar

de straal met de zon verbonden is,

en zijn warmte, ook al is die vrij?

Zij zijn niet gescheiden noch verward,

verenigd en toch te onderscheiden

vrij maar verbonden, o wonder.

Wie kan, ook al kijkt hij nog zo goed, greep op hen krijgen?

Terwijl ze op het oog

toch zo simpel, zo eenvoudig lijken.

Terwijl de zon hoog in de lucht verblijft,

zijn zijn helderheid en zijn gloed,

voor hen hier beneden, een duidelijk symbool.

Ja, zijn straling is neergedaald op aarde

en bewoont onze ogen

zoals hij ons lichaam bekleedde.

Wanneer de ogen, zoals van de doden, zich sluiten bij de slaap,

verlaat hij hen,

zij die vervolgens weer zullen ontwaken.

En hoe het licht bij het oog naar binnen komt,

niemand kan dat begrijpen,

zo ook komt de Heer bij ons in het hart.

Zo heeft onze Redder een lichaam bekleed,

om, in al zijn kwetsbaarheid,

het heelal te komen heiligen.

Maar, wanneer de straal weer terugkeert tot zijn bron,

is hij nooit gescheiden geweest,

van diegene die hem verwekte.

Hij laat zijn warmte achter voor hen hier beneden

zoals onze Heer,

de Heilige Geest aan zijn leerlingen heeft nagelaten.

Kijk naar deze beelden in de geschapen wereld

en twijfel niet aan de Drie,

want anders zul je je verliezen.

Dat wat duister was heb ik voor je verhelderd:

Hoe de drie één zijn,

drieëenheid die slechts één wezen vormt!

Refrein:
Gezegend Hij die u zond.

 

Efraïm de Syriër.jpg

Ireneus van Lyon : “Om het eeuwige leven te schenken aan allen, die U Hem gegeven hebt”

border 9ht.gif

H. Ireneus van Lyon (ca130-ca 208), bisschop, theoloog en martelaar
Tegen de ketterij, IV, 14

Ireneus van Lyon.jpg

“Om het eeuwige leven te schenken aan allen, die U Hem gegeven hebt”

In den beginne heeft God Adam niet gevormd omdat Hij behoefte had aan de mens, maar om iemand te hebben in wie Hij zijn weldaden kon leggen. Want niet alleen om Adam, maar zelfs om de schepping, verheerlijkte het Woord de Vader, door in Hem te blijven, en Hij werd verheerlijkt door de Vader, zoals Hij zelf zegt: “Vader, verheerlijk Mij met de glorie die Ik bij U had voor het begin van de wereld”. Het was niet omdat Hij onze dienst nodig had dat Hij ons heeft gevraagd om Hem te volgen, maar om ons redding te verschaffen. Want de Redder volgen is aandeel hebben aan de redding, zoals het licht volgen, aandeel aan het licht hebben is.

Wanneer mensen in het licht zijn, zijn zij het niet die het licht aansteken en het laten stralen, maar worden zij verlicht en daardoor stralend gemaakt; zonder er zelf iets aan toe te voegen, genieten zij van het licht en worden zij erdoor verlicht. Zo gaat het ook met de dienst aan God; onze dienst brengt God niets, want God heeft geen behoefte aan de dienst van de mensen; maar aan hen die Hem dienen en die Hem volgen, geeft God het leven, de onvergankelijkheid en de eeuwige glorie…

Als God die goed en barmhartig is, de dienst van de mensen vraagt, is het om zijn weldaden te kunnen toekennen aan degenen die in de dienst aan Hem blijven volharden. Want aangezien God niets nodig heeft, heeft de mens behoefte aan eenheid met God. De glorie van de mens is het volharden in de dienst aan God. Daarom zei de Heer tegen zijn leerlingen: “Niet u hebt Mij gekozen, maar Ik heb u gekozen” (Joh 15,16). Hij deelde daarbij mee dat zij het niet waren die Hem verheerlijkten door Hem te volgen, maar dat zij door Hem werden verheerlijkt, doordat ze de Zoon van God volgden. “Vader, Ik wil dat daar waar Ik ben ook zij met Mij zijn, opdat zij mijn glorie aanschouwen” (Joh 17,24).

http://www.dagelijksevangelie.org

 

bijbeltekst_5_2.jpg