Clemens van Alexandrië : Maak vrienden

H. Clemens van Alexandrië (150 – ca. 215), theoloog
Sermon “Welke rijke zal gered worden?”, § 31

Clemens_van_Alexandrie.jpg

Clemens van Alexandrië

 “Maak vrienden”

“Wie een van deze geringe mensen een beker koel water te drinken geeft, omdat hij een leerling van mij is, ik verzeker jullie: die zal zeker beloond worden” (Mt 10,42)… Dat is het enige loon dat nooit zijn waarde zal verliezen: “Maak vrienden met behulp van de valse mammon, opdat jullie in de eeuwige tenten worden opgenomen”. De rijkdommen waarover we beschikken moeten niet alleen voor onszelf gebruikt worden; met de onrechtvaardige goederen kan men een rechtvaardig en heilzaam werk verrichten, en een van hen verlichten die de Vader bestemd heeft voor zijn eeuwige verblijven… Wat is dat woord van Paulus bewonderenswaardig: “God heeft lief wie blijmoedig geeft” (2Kor 9,7), wie een aalmoes geeft met een goed hart, zaait zonder berekening opdat de oogst ook overvloedig zal zijn, en deelt zonder mopperen, aarzeling of terughoudendheid… En dat woord dat de Heer elders zegt is nog groter: “Geef aan een ieder die iets van je vraagt” (Lc 6,30)…
Denk eens na over het geweldige loon dat beloofd wordt voor uw gulheid: de eeuwige verblijven. Wat een mooie handel! Wat een bijzonder zaak! Men koopt de onsterfelijkheid voor geld; men ruilt nietige goederen van deze wereld tegen een eeuwig verblijf in de hemelen! Als dus, u, rijken, wijsheid bezitten, pas die dan toe in deze handel… Waarom laat u zich boeien door diamanten en edelstenen, door huizen die door brand kunnen worden verwoest, die met de tijd instorten, die door een aardbeving kunnen omvallen? Ambieer slechts om in de hemel te leven en met God te heersen. Een arme zal u dat koninkrijk geven… Overigens heeft de Heer niet gezegd: “Geef, wees genereus en ruimhartig, red uw broeders”, maar “maak vrienden”. De vriendschap wordt niet uit een gave geboren, maar uit een lange bekendheid. Noch het geloof, noch de liefde, noch het geduld zijn het werk van één dag: “maar wie standhoudt tot het einde zal worden gered” (Mt 10,22).

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Efraim de Syrier : Het kruis : een brug over de afgrond van de dood

Sint Efraïm (ca. 306 – 373), diaken in Syrië, Kerkleraar
Homelie over onze Heer (vertaling brevier ev.)

efraim de Syrier 589.jpg

Efraïm de Syrier Het kruis: een brug over de afgrond van de dood

Onze Heer werd met de dood vertreden, maar Hij baande een weg over de dood heen. Hij onderwierp zich aan de dood en onderging haar vrijwillig om de dood, tegen haar wil in, ten val te brengen. Want de Heer droeg zijn kruis toen Hij de stad uittrok, zoals de dood het wilde, en toen Hij een kreet slaakte op het kruis, liet Hij de doden wegtrekken uit het dodenrijk…

Dit is de zoon van een kundig timmerman (Mt 13,55) die zijn kruis vervaardigde en het boven het allesverslindende dodenrijk plaatste en zo de mensheid naar de overkant leidde, naar het rijk van leven (Kol 1,13). Omdat door het hout de mensheid is gevallen tot in het dodenrijk, is zij over het kruishout naar het rijk van leven gegaan. Op het hout waarop bitterheid was geënt, werd zoetheid geënt, opdat wij Hem zouden leren kennen tegen wie geen der schepselen is opgewassen.

U zij lof, omdat U uw kruis hebt gemaakt en als een brug die over de dood heen voert, zodat de zielen uit het land van de doden overgaan naar het land van de levenden. U zij lof, omdat U U gekleed hebt in het lichaam van de sterfelijke Adam en het gemaakt hebt tot de bron van leven voor alle stervelingen. U bent de levende. Want zij die U gedood hebben, zijn landbouwers geworden, die uw leven als graan in de diepte van de aarde hebben gezaaid, opdat het zou verrijzen en velen zou doen verrijzen (Joh 12,24).

Komt, laten wij onze liefde maken tot een groot gemeenschappelijk wierookvat en laten onze psalmen en onze gebeden als wierook opstijgen naar Hem die zijn kruis gemaakt heeft tot een wierookvat voor de Godheid en die voor ons allen zijn bloed als wierook heeft laten opstijgen.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Macarios : De ontvangst van de farizeër en de ontvangst van de zondares

Homilie toegekend aan H. Macarius (? – 405), monnik in Egypte
Geestelijke homilie, 30, 9

Macarios van Egypte.jpg

Macarios van Egypte De ontvangst van de farizeër en de ontvangst van de zondares

Laten we onze God en Heer ontvangen, de ware geneesheer die de enige is die in staat is om onze ziel te genezen door bij ons te komen, Hij heeft zoveel moeite voor ons gedaan. Hij klopt onophoudelijk aan de deur van ons hart opdat we voor Hem open doen, opdat Hij binnen kan komen, en in onze ziel kan rusten, dat wij Hem de voeten wassen en Hem met parfum overdekken, en dat Hij bij ons komt wonen. Jezus beschuldigt immers degene die Hem niet de voeten heeft gewassen en elders zegt Hij: “Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen”(Ap3,20). Daarom immers heeft Hij zoveel lijden verdragen, heeft Hij zijn lichaam aan de dood uitgeleverd, en ons vrijgekocht van de slavernij: dat is om in onze ziel te komen en er zijn woning van te maken.
Daarom zei de Heer tegen degenen die bij het oordeel aan de linkerkant zullen zijn en naar de hel gestuurd worden: “Ik was vreemdeling en u hebt Mij niet gehuisvest; Ik had honger en u hebt Mij niet te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij niet te drinken gegeven” (Mt 25,42v). Want zijn voedsel, zijn drank, zijn kleding, zijn dak, zijn rustplaats is in ons hart. Daarom klopt Hij onophoudelijke en wil bij ons binnenkomen. Laten we Hem ontvangen en brengen wij Hem bij ons binnen, want Hij is ook ons voedsel, onze drank en ons eeuwige leven.
En elke ziel die Hem nu niet ontvangt in zijn binnenste, zodat Hij rust kan vinden of liever zodat zij in Hem kan rusten, zal niet het Koninkrijk der hemelen erven met de heiligen en zal niet de hemelse stad kunnen binnengaan. Maar U, Heer Jezus Christus, maak dat wij er binnen kunnen gaan, wij verheerlijken uw naam met de Vader en de heilige Geest in alle eeuwen. Amen.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Augustinus : over de hoogmoed

Augustinus : over de hoogmoed

Augustinus 555.jpg

 

Zusters en broeders,

Wanneer wij ontsnapt zijn aan alle strikken van dit sterfelijk leven, wanneer de tijd van beproeving voorbij is, wanneer de stroom van deze tijd heeft opgehouden te vloeien, wanneer wij omkleed zullen zijn  met ons eerste feestgewaad : de onsterfelijkheid die wij door de zonde verloren, wanneer dit bederfelijke omkleed zal zijn met onbederfelijkheid, dat wil zeggen ons vlees onbederfelijk zal zijn geworden en dit sterfelijke onsterfelijk, dan zal elk schepsel de volmaakte kinderen van God erkennen. Dan is het niet meer nodig beproefd of geslagen te worden. Alles zal ons onderworpen zijn als wij ons hier onderwerpen aan God

Een christen moet zich dus nooit verheven achten boven andere mensen. De gave van God bestaat hierin dat Hij u boven de dieren plaatst, dat wil zeggen dat gij meer zijt dan een dier. Dit hebt ge van nature en deze gave zult gij altijd bezitten. Wilt gij echter meer zijn dan een ander mens, dan zult ge noodzakelijk jaloers op hem worden wanneer ge ziet dat hij uw gelijke is.

Daarom moet ge ernaar streven dat alle mensen op dezelfde hoogte staan als gij. Overtreft gij een ander in verstandelijkheid, wens dan dat hij even verstandig wordt als gij. Zolang hij onwetend is, heeft hij u nodig. Gij hebt klaarblijkelijk de rol van leraar, hij van leerling. Als leraar zijt gij de meerdere, hij als leerling de mindere. Indien gij niet wilt dat hij uw gelijke wordt, komt dat hierop neer dat gij hem altijd leerling wilt laten. In dat geval echter zijt gij een afgunstige en jaloerse leraar. Of nog sterker, hoe kan een jaloerse leraar een echte leraar zijn ? In Gods naam, draag uw eigen jaloersheid toch niet op uw leraar over ! De liefde spreekt anders. Luister maar naar Paulus : “Ik zou willen dat alle mensen waren zoals ikzelf” (1 Kor. 7,7). Inzover hij wilde dat alle mensen zouden zijn zoals hij, overtrof hij de anderen in liefde, want de liefde streeft naar gelijkheid.

De mens houdt dus vaak geen maat. Hij die geplaatst is boven het dier, wil uit hebzucht meer zijn en ook boven de mens staan. Daarin bestaat juist de hoogmoed.

Ook de hoogmoed is ongetwijfeld in staat tot grote daden. Ga maar eens na hoe zij dingen doet, die niet alleen gelijken op de daden van de liefde, maar er nagenoeg gelijk aan zijn. De liefde geeft voedsel aan wie honger lijdt; de hoogmoed doet hetzelfde. De liefde doet dit opdat God geprezen zou worden, de hoogmoed omwille van eigen roem. De liefde geeft kleren aan wie er geen heeft, de hoogmoed doet hetzelfde. De liefde legt zich beperkingen op in spijs en drank, de hoogmoed doet hetzelfde. De liefde zorgt ervoor dat de doden begraven worden, de hoogmoed eveneens. Alle goede werken die de liefde wil doen en onderneemt, jaagt de hoogmoed op haar beurt na; zij legt als het ware de zweep op haar paarden. Maar de liefde is innerlijk. Zij laat geen plaats aan een uiterlijk drukdoende en opgezweepte hoogmoed. Ik zeg niet dat de hoogmoed slecht opzweept, maar dat ze zelf opgezweept is. Ongelukkig de mens die de hoogmoed tot menner heeft; hij gaat noodzakelijk over de kop.

Uit : Eenheid en liefde – Augustinus preken over de eerste brief van Johannes

Vertaling : TJ van Bavel

Gregorius van Nazianze : Waarom staat u hier de hele dag werkloos

H. Gregorius van Nazianze (330-390), bisschop en Kerkleraar
Overwegingen over het Evangelie, nr. 19

 Gregorius van Nazianze1.jpg“Waarom staat u hier de hele dag  werkloos?”

Wij kunnen de verschillende uren van de dag onderverdelen volgens de periodes van het leven van een mens. De vroege ochtend is de kindertijd van onze intelligentie. Het derde uur kan begrepen worden als de adolescentie, want de zon komt dan al omhoog, en de ijver van de jongeren begint zich daar te verwarmen. Het zesde uur is de periode van de volwassenheid : de zon staat daar als op zijn evenwichtspunt, aangezien de mens dan in de volheid van zijn kracht is. Het negende uur duidt op de ouderdom, waar de zon neerdaalt van het hoogste punt aan de hemel, omdat de ijver van de rijpere leeftijd bekoelt. Uiteindelijk is het elfde uur de periode die men hoge ouderdom noemt… Omdat sommigen vanaf hun kindertijd in een eerlijk leven geleid zijn, anderen vanaf de adolescentie, anderen vanaf een rijpere leeftijd en anderen in hun ouderdom, weer anderen tenslotte vanaf een zeer hoge ouderdom, is het net als ze naar de wijngaard geroepen zijn op andere uren van de dag.
Onderzoek, broeders en zusters, uw eigen manier en zie of u bent begonnen om te handelen als arbeiders van God. Denk goed na, en zie of u werkt in de wijngaard van de Heer… Hij die het leven voor de Heer verwaarloosd heeft tot aan zijn hoge leeftijd, is als een arbeider die tot aan het elfde uur werkloos is gebleven… “Waarom bent u daar de hele dag zonder iets te doen?” Het is alsof men duidelijk zegt: “Als u niet hebt willen leven voor God in uw jeugd en uw volwassenheid, heb dan tenminste berouw op uw hoge leeftijd… Kom toch op de weg van het leven”.
Is de goede moordenaar ook niet op het elfde uur gekomen? (Lc 23,39v) Niet door zijn leeftijd, maar door zijn doodstraf, is hij in de avond van zijn leven gekomen. Hij is tot God bekeerd aan het kruis, en hij heeft bijna zijn laatste adem uitgeblazen op het moment dat de Heer zijn vonnis velde. En de Meester van dat gebied stond de goede moordenaar vòòr Petrus toe om de rust van het paradijs binnen te gaan, en heeft het loon uitgedeeld aan de eerste als aan de laatste.

Heilige Macarius : Wij zijn Zijn huis

Overweging bij de lezing van vandaag: :
Heilige Macarius (? – 405), monnik in Egypte
Overweging nr.33, PG 34, 741-743

Makarios koptische icoon 56.jpg

Heilige Macarios “Wij zijn Zijn huis” (Heb 3,6)

De Heer vestigt zich in een vurige ziel, Hij maakt er zijn troon van glorie van, Hij zet zich erop en verblijft er…Dat huis waar de meester woont is een en al genade, orde en schoonheid, net zoals de ziel met wie en in wie de Heer verblijft slechts orde en schoonheid is. Zij bezit de Heer en alle geestelijke schatten. Hij is er de bewoner van, Hij is er de baas.
Maar hoe afschuwelijk is het huis waarvan de meester afwezig is, waar de Heer ver weg is! Ze wordt bouwvallig, ze wordt een ruïne, vult zich met vuiligheid en wanorde. Zij wordt, volgens het woord van de profeet, een hol vol slangen en demonen (Jes 34,14). Het verlaten huis vult zich met katten, honden en vuilnis. En hoe ongelukkig is de ziel die niet meer kan opstaan na haar rampzalige val, die zich erdoor laat meeslepen en die haar Bruidegom begint te haten en haar gedachten weg te houden van Jezus Christus!
Maar wanneer de Heer ziet dat de ziel zich inkeert en dag en nacht naar de Heer zoekt, naar Hem roept zoals Hij haar uitnodigt: “Bid zonder ophouden”, dan zal “God hem recht doen” (Luc 18 1.7) – Hij heeft het beloofd – en Hij zal haar van alle zonden zuiveren. Hij maakt van haar “een bruid zonder vlek of rimpel” (Ef 5,27). Geloof in zijn belofte; het is de waarheid. Kijk of uw ziel al licht heeft gevonden dat uw stappen verlicht en het ware voedsel en drank die de Heer zijn. Komt u nog tekort? Zoek dag en nacht en u zult het vinden.

 

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Joh.Chrysostomos :”Alleen God kan immers zonden vergeven” (Mc 2,7)

Johannes Chrysostomus (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar
Homilie over het evangelie van Mattheus, nr. 29, 1

 chrysostomos - Michaël Damaskinos - Laat 16e eeuws.jpgJoh. Chrysostomos

 

 “Alleen God kan immers zonden vergeven” (Mc 2,7)

“Men bracht Hem een lamme.” Mattheus vertelt eenvoudig dat deze verlamde naar Jezus werd gebracht. De andere evangelisten vertellen dat hij door een opening in het dak naar beneden werd gelaten, en zo voor de Verlosser werd gelegd zonder ook maar iets te vragen, ze lieten Hem zelf een oordeel vellen over zijn genezing…
Het Evangelie zegt “toen Jezus hun geloof zag”, dat wil zeggen van hen die de verlamde naar Jezus hadden gebracht. Zie hoe Christus soms geen enkele zaak maakt van het geloof van deze zieke: misschien is hij er niet toe in staat, of onwetend of bezeten door een kwade geest. Hier had de verlamde toch een groot geloof in Jezus; zou hij het anders toegestaan hebben dat men hem voor Hem neer zou leggen? Christus antwoord op dat vertrouwen met een bijzonder wonder. Met de macht van God zelf vergeeft Hij de zonden van deze man. Hij toont zo dat Hij aan de Vader gelijk is, een waarheid die Hij reeds had getoond toen Hij tegen de lamme zei: “Ik wil het, wordt rein” (Mt 8,3)… en toen Hij in één woord de woeste zee had gekalmeerd (Mt 8,26), of toen Hij, in de hoedanigheid van God demonen had uitgedreven, die in Hem hun vorst en hun rechter zagen (Mt 8,32). Welnu hier toont Hij zich aan zijn tegenstanders, tot hun grote verbazing, dat Hij gelijk aan de Vader is.
En de Verlosser toont hier nog een keer hoe Hij alles verwerpt dat spectaculair is of bron van ijdelheid. De menigte dringt van alle kanten bij Hem aan, maar Hij haast zich niet om een zichtbaar wonder te doen door de uiterlijke verlamming van de man te genezen… Hij begint met een onzichtbaar wonder, en geneest de ziel van die mens. Deze genezing is oneindig veel beter voor hem – en schijnbaar minder glorieus voor Christus.

 

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Cyprianus : Maar ik zeg u, geen weerstand te bieden aan het onrecht

H. Cyprianus (rond 200-258), bisschop van Carthage et martelaar
De weldaden van het geduld, 15-16 ; SC 291

Cyprianus-de-Carthago 58.jpg

 “Maar Ik zeg u, geen weerstand te bieden aan het onrecht”

“Verdraag elkaar in liefde, doe alles wat in uw macht is om de eenheid van geest te bewaren in de band van vrede” (Ef 4,3). Het is niet mogelijk de eenheid noch de vrede te bewaren als de broeders en zusters elkaar niet bemoedigen door een stilzwijgende ondersteuning, door de band van een goede verstandhouding dankzij het geduld…
Vergeef je broeder die in jouw ogen dingen fout heeft gedaan, niet alleen zeventig keer zeven, maar absoluut al zijn fouten. Hou van je vijanden, bid voor al je tegenstanders en je vervolgers – hoe moet je er komen als men niet sterk is in geduld en welwillendheid? Dat zien we bij Stefanus…: in plaats van te vragen om wraak, vraagt hij vergiffenis voor zijn beulen door te zeggen: “Heer, reken hun deze zonde niet aan” (Hand 7,60). Zie wat de eerste martelaar van Christus heeft gedaan…, die niet alleen verkondiger van het Lijden van Christus is, maar navolger van zijn zeer geduldige vriendelijkheid.
Wat te zeggen van de woede, van de onenigheid, van de rivaliteit? Ze hebben geen plaats bij een christen. Het geduld moet in zijn hart wonen; men zal er ook niet een van deze kwaden vinden… de apostel Paulus waarschuwt ons: “Bedroef Gods heilige Geest niet…Alle wrok, drift, woede, geschreeuw en gevloek, kortom: alle boosaardigheid moet bij u verdwijnen” (Ef 4, 30-31). Als de christen aan de dwalingen en de aanvallen van onze natuur ontsnapt, als aan een woeste zee, als hij zich vestigt in de haven van Christus, in de vrede en de rust, dan moet hij in zijn hart noch de woede, noch de onenigheid toelaten. Het is hem niet toegestaan om kwaad met kwaad te vergelden (Rm 12,17), noch om haat te koesteren.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

gregorius de Grote : Mijn beker zult u wel drinken

H. Gregorius de Grote (ca. 540-604), paus en Kerkleraar
Homilie over het Evangelie, nr 35

gregorius de Grote 4876.jpgGregorius de Grote “Mijn beker zult u wel drinken”

Aangezien we vandaag het feest van een martelaar vieren, mijn broeders en zusters, moet we ons betrokken voelen bij de vorm van geduld die hij beoefend heeft. Want als we met de hulp van de Heer moeite doen om deze deugd te bewaren, dan zullen we de zegepalm van de martelaar verkrijgen, hoewel we in vrede leven in de Kerk. Er zijn twee soorten martelaren: de ene soort bestaat uit een staat van geest, de andere verbindt zich met de staat van geest in uiterlijke acties. Daarom kunnen we zelfs martelaren zijn al sterven we niet door het zwaard van de beul. Sterven door de hand van vervolgers is martelaarschap in actie, in zichtbare vorm; beledigingen verdragen door degene die u haat lief te hebben is martelaarschap in de geest, in een verborgen vorm.
Dat er twee vormen van martelaarschap bestaan, de een verborgen, de ander openbaar, bewijst de Waarheid door aan de zonen van Zebedeüs te vragen: “Jullie zullen inderdaad uit mijn beker drinken”. Wat moeten we onder die beker verstaan, behalve het lijden aan zijn Passie, zoals Hij elders zegt: “Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan mij voorbijgaan” (Mt 26,39). De zonen van Zebedeüs, te weten Jacobus en Johannes zijn beiden niet als martelaar gestorven, toch wordt er van hen gezegd dat ze de beker hebben gedronken. Immers, hoewel Johannes niet als martelaar is gestorven, was hij het toch, aangezien zijn lijden niet lichamelijk was, heeft hij het toch in zijn geest ervaren. Uit dit voorbeeld kan men dus concluderen dat wij ook martelaren kunnen zijn zonder langs het zwaard te gaan, als we het geduld in onze ziel bewaren.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Johannes Chrysostomos : De ontvangen gaven vrucht laten dragen

H. Johannes Chrysostomus (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna vanConstantinopel, Kerkleraar
Homilie over het Evangelie van Matteus, nr 78, 2-3; PG 58, 713-714

 

Basilius en Chrysostomos.jpg

De heilige Basilios en Johannes Chrysostomos

De ontvangen gaven vrucht laten dragen

      De parabel van de talenten gaat over alle mensen, die in plaats van hun medemensen te hulp te komen met hun goederen, hun advies of op een andere wijze, slechts voor zichzelf leven… In deze parabel wil Jezus ons het grote geduld van de Heer openbaren, maar naar mijn mening, verwijst Hij ook naar de algemene verrijzenis… Allereerst erkennen de dienaren, die rekenschap van hun handel afleggen, zonder omwegen wat hun door de meester gegeven is en wat de vrucht van hun handelen is. De eerste zegt: “Heer, U hebt me vijf talenten toevertrouwd” en de tweede: “Heer, U hebt me twee talenten toevertrouwd”; ze erkennen daarmee dat ze het hebben uit goedheid van hun meester, dat ze het ten gunste van hen in waarde hebben laten toenemen. Hun dankbaarheid gaat zover dat ze de hele verdienste toekennen en de hele glorie van hun succes wijten aan het vertrouwen van hun meester. Wat antwoordt de meester dan? “Heel goed, trouwe en goede knecht.” Is werkelijk goed zijn niet het zich toewijden aan het goed doen voor zijn naaste? “Ga de vreugde van je meester binnen”: het gaat hier om een zaligspreking van het eeuwige leven.

      Maar zo gaat het niet bij de slechte dienaar… Wat is dan het antwoord van de meester? “Slechte en luie dienaar, je moest mijn geld op de bank zetten”, dat wil zeggen dat men zijn naasten moest spreken, aansporen, en raadgeven. “Maar, antwoordde de ander misschien, de anderen luisteren niet naar me.” Waarop de meester antwoordde: “Dat is jouw zaak niet…. Je had toch tenminste je geld in bewaring kunnen geven en mij bij mijn terugkomst ervoor  laten zorgen, zodat er rente zou zijn.” Deze rente verwijst naar de goede werken die voortkomen uit het luisteren naar het Woord dat we moeten zeggen. “Je hoefde alleen maar het gemakkelijke deel van het werk te doen en Mij het moeilijkste te laten doen”… Wat wil dat zeggen? Degene die voor het welzijn van de ander de genade van het woord en van het onderricht heeft ontvangen en er geen gebruik van maakt, laat zich deze genade afnemen. Maar degene die de genade die hij heeft ontvangen, met ijver en wijsheid besteedt,zal een nog overvloediger genade ontvangen.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Hilarius van Poitiers : Vraagt en men zal u geven; zoekt en u zult vinden

H. Hilarius (ca 315-367), bisschop van Poitiers, Kerkleraar
De Drie-eenheid, I, 37-38

Hilarius van Poitiers.jpg

“Vraagt en men zal u geven; zoekt en u zult vinden”

      Ik weet het best, o God, almachtige Vader : me aan U geven opdat alles in mij… over U spreekt, dat is het belangrijkste werk in mijn leven. U hebt me de gave van het woord gegeven, en het kan me slechts een grotere beloning brengen, door de eer om U te dienen en door aan de wereld, die Hem niet kent en aan de ketter die Hem ontkent, te tonen wie U bent, de Vader van de eniggeboren Zoon van God. Ja werkelijk, dat is mijn enige verlangen! Maar ik heb het erg nodig om uw barmhartigheid aan te roepen opdat U met de adem van uw Geest, de zeilen van mijn geloof bol blaast, naar U uitreikend, en dat U meer toe brengt om overal uw heilige naam te verkondigen. Want U hebt niet vergeefs de belofte gedaan : “Vraag en het zal u gegeven worden; zoek en u zult vinden; klop en er zal voor u worden open gedaan”.

      Arm als we zijn, smeken we om hetgeen wij tekort komen. Wij leggen ons met ijver toe op de studie van uw profeten en uw apostelen; wij kloppen op alle deuren die onze intelligentie gesloten aantreft. Maar U alleen kunt onze gebeden verhoren…; U alleen kunt de deur, waarop wij kloppen, openen. U zult ons moeilijke begin aanmoedigen; U zult onze vooruitgang bevestigen; en U zult ons oproepen om deel te nemen aan de Heilige Geest die uw profeten en uw apostelen heeft geleid. Zo zullen we aan hun woorden geen andere betekenis geven dan hetgeen ze voor ogen hadden.

      Geef ons dus de ware betekenis van de woorden, het licht van de intelligentie, de schoonheid van de uitdrukking, het geloof in waarheid. Geef dat wij zeggen wat wij geloven…: dat er slechts één God is, de Vader, en slechts één Heer, Jezus Christus.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Johannes Chrysostomos : Mattias, getuige van de Verrijzenis, door God gekozen

H. Johannes Chrysostomus (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar
3e homilie over de Handelingen van de apostelen; PG 60, 33

Joh.Chrysostomos -detail van een muurschildering.jpg

Mattias, getuige van de Verrijzenis, door God gekozen

      “In die dagen stond Petrus op midden tussen de leerlingen en sprak”(Hand 1,15v). Omdat hij vurig is en omdat hij de eerste van de groep is, is hij altijd de eerste die het woord neemt: “Broeders en zusters, er moet gekozen worden … onder de mannen die steeds bij ons waren”. Merk op hoe hij wil dat deze nieuwe apostelen ooggetuigen zijn. Ongetwijfeld moest de heilige Geest komen, maar Petrus hechte veel belang aan dat punt. “Een van de mannen die steeds bij ons waren, toen de Heer Jezus onder ons verkeerde.” Hij geeft daarmee aan dat ze met Hem geleefd moeten hebben en niet alleen maar gewone leerlingen zijn. In het begin volgden immers veel mensen Hem… “vanaf de doop door Johannes tot de dag waarop hij in de hemel werd opgenomen, samen met ons getuigen van zijn opstanding.”

      Petrus zei niet: “getuige voor de rest”, maar alleen “getuige van de opstanding”. Want de leerlingen is het geloof meer waard als hij kan zeggen: “Hij die met ons at en dronk, die gekruisigd is, Hij is degene die verrezen is” Daarom is het nodig dat hij getuige is van de voorafgaande periode, niet de komende, noch de wonderen. Wat men eiste was dat hij getuige van de verrijzenis was. De rest was reeds gemanifesteerd en verkondigd. Terwijl de verrijzenis in het geheim was gebeurd, ze was slechts voor enkelen duidelijk.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Johannes Chrysostomos : Hij heeft door beiden in één lichaam met God te verzoenen door het kruis, de vijandschap gedood

H. Johannes Chrysostomos (ca 345-407), priester te Antiochië daarna bisschop van Constantinopel, Kerkleraar
Homilie over het verraad van Judas, 2, 6 ; PG 49, 390

Chrysostome  miniature 17e eeuw.jpg

Johannes Chrysostomos : miniatuur uit de 17e eeuw

 

“Hij heeft door beiden in één lichaam met God  te verzoenen door het kruis, de vijandschap gedood”

      Christus heeft zijn leven voor je gegeven en jij gaat door met een afkeer te  hebben van een dienaar zoals je zelf ook bent? Hoe kun je naar de tafel van vrede gaan? Jouw Meester heeft niet geaarzeld om alle lijden voor jou te doorstaan, en jij weigert zelfs om op te houden met je woede?… “Iemand heeft me ernstig beledigd, zeg je, hij was zo vaak onrechtvaardig tegen mij, hij heeft me zelfs met de dood bedreigd!” Wat is dat nou? Hij heeft je nog niet gekruisigd zoals de Heer door zijn vijanden gekruisigd is.

      Als jij de schulden van je naaste niet vergeeft, dan zal jouw Vader in de hemel jouw schuld ook niet vergeven (Mt 6,15). Wat zegt je geweten als je deze woorden uitspreekt: “Onze Vader die in de hemel zijt, uw Naam worde geheiligd” en alles wat daarna volgt? Christus maakt geen onderscheid: Hij heeft zijn bloed vergoten voor hen die de Zijne vergoten hebben. Zou jij zoiets dergelijks kunnen doen? Als jij weigert om je vijand te vergeven, dan ben jij het die iemand schaadt, niet hij…; wat je doet is een straf voor jezelf voorbereiden op de Dag des Oordeels…

      Luister naar wat de Heer zegt: “Als u dus uw offergave brengt naar het altaar, en u daar herinnert, dat uw broeder iets tegen u heeft, laat dan uw offer voor het altaar, en ga u eerst met uw broeder verzoenen; kom dan terug,en draag uw offer op”… Want de Mensenzoon is in de wereld gekomen om de mensheid te verzoenen met zijn Vader. Of zoals Paulus het zegt: “Nu heeft God u met zich verzoend in Christus’ sterfelijk lichaam”  (Kol 1,22); “en beiden in één lichaam met God verzoend door het kruis” (Ef 2,16).

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

 

Beda de eerbiedwaardige : Johannes de Doper, martelaar voor de waarheid

H. Beda de Eerbiedwaardige (ca 673-735), monnik, Kerkleraar  
Homilie 23 (boek 2) ; CCL 122, 354, 356-357

Beda de eerbiedwaardige9.jpg

Beda de eerbiedwaardige

 

Johannes de Doper, martelaar voor de waarheid

      Er is geen twijfel mogelijk dat Johannes de Doper de gevangenschap ondergaan heeft voor onze Verlosser, die hij voorgegaan is door zijn getuigenis. Hij heeft zijn leven voor Hem gegeven. Want als zijn vervolger hem niet gevraagd zou hebben om Christus te verloochenen, maar om te zwijgen over de waarheid, dan is hij toch nog voor Christus gestorven. Christus zelf zei immers: “Ik ben de waarheid” (Joh 14,6). Omdat hij voor de waarheid zijn bloed heeft laten vloeien, is het voor Christus. Johannes getuigde door geboren te worden dat Christus geboren zou worden; door te prediken gaf hij getuigenis,dat Christus ging prediken, door te dopen, dat Jezus zou dopen. Door als eerste te lijden, betekende dat Christus ook zou moeten lijden…

  Deze zo grote mens kwam dus, na een lange en pijnlijke gevangenschap,aan zijn levenseind door het vergieten van zijn bloed. Hij die het goede nieuws van de vrijheid van een hogere vrede verkondigde, werd door de goddelozen in de gevangenis gegooid. Hij, die moest getuigen van het licht,werd in een donkere cel gegooid…  Johannes werd door zijn eigen bloed gedoopt, hij was degene die de Verlosser van de wereld mocht dopen, de stem van de Vader tot Christus hoorde spreken, en op Christus de genade van de Heilige Geest zag neerdalen.

  De apostel Paulus zei het juist: “Want u is de genade omwille van Christus verleend, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden”(Fil.1,29). Hij zegt dat lijden voor Christus een genadegave is voor uitverkorenen, omdat hij in een andere brief zegt: “Ik ben er zelfs van overtuigd dat het lijden van deze tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid waarvan ons de openbaring te wachten staat” (Rm 8,18).

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Augustinus : Het leven toonde zich in het vlees

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en Kerkleraar
Commentaar op de eerste brief van Johannes, 1,1

 

Augustinus6.jpg

 

 

Het Leven toonde zich in het vlees

      “Wat er was vanaf het begin, wat wij gehoord hebben, wat wij met eigen ogen gezien en aanschouwd hebben, wat onze handen hebben aangeraakt, dat verkondigen wij: het Woord dat leven is” (1Joh 1,1). Is er iemand die met zijn handen het Woord des levens aanraakt, behalve dan omdat “het Woord vleesgeworden is en het onder ons gewoond heeft”? (Joh 1, 14). Welnu, dat Woord is vlees geworden om aangeraakt te worden door onze handen, Hij is begonnen vlees te worden in de schoot van Maria. Maar dat was niet het begin van zijn Woord-zijn, want Hij bestond “vanaf het begin, zei Johannes…

 Misschien dat sommigen het “Woord van Leven” horen als een formule waarmee Christus wordt aangeduid, en niet precies het lichaam van Christus,dat onze handen hebben aangeraakt. Maar kijk eens naar het vervolg. “Ja, het leven heeft zich geopenbaard”. Christus is dus het Woord van leven. En hoe heeft dat leven zich geopenbaard? Omdat ze al bestond vanaf het begin heeft ze zich niet aan de mensen geopenbaard: ze heeft zich aan de engelen geopenbaard,die haar zagen en die zich ermee hebben gevoed als hun brood. Dat is wat de Schrift zegt: “de mensen aten het brood van de engelen” (Ps 78,25).

 Dus het leven zelf heeft zich in het vlees geopenbaard: ze werd immers in staat van openbaring geplaatst opdat een werkelijkheid die alleen zichtbaar was met het hart, ook met de ogen gezien kon worden, om zo de harten te genezen. Alleen met het hart ziet men het Woord, terwijl het vlees ook door de ogen gezien wordt. Door het vlees kunnen we het Woord zien. Het Woord is vleesgeworden, een vlees dat we konden zien, opdat in ons, hetgeen ons in staat stelt om de Woord te zien, genezen zou worden.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Origines : De ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op Hem gericht

Origines (ca.185-253), priester en theoloog
Homilie over het evangelie van Lucas, nr. 32

Origenes.jpg

Origines

“De ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op hem gericht”

      Als u leest dat Jezus onderricht gaf in synagogen en door allen geprezen werd, prijs hen, die Christus toen gehoord hebben,wees dan gelukkig en beschouw u zelf als verstoken van onderricht. Want de Schrift is waar, de Heer heeft niet alleen vroeger in bijeenkomsten van Joden gesproken, maar vandaag ook inonze bijeenkomst, en niet alleen hier en nu, maar in bijeenkomsten van de gehele wereld.. Vandaag wordt Jezus “door velen gevierd”,  terwijl Hij toen slechts bekend was in één gebied…

      “Om aan armen de goede boodschap te brengen heeft Hij mij gezonden”,zegt Hij. De armen betekenen hier de heidenen; zij waren immers arm, ze bezaten niets: noch God, noch Geboden, noch rechtvaardigheid, noch kracht.Waarom heeft God Hem als boodschapper naar de heidenen gezonden? Om “aan gevangenen hun vrijlating aan te kondigen” – wij waren gevangenen: geboeide gevangenen voor lange tijd, onderworpen aan de macht van de Satan. En om “aan blinden het licht in hun ogen aan te kondigen”, want zijn woord geeft zicht aan blinden.

      “Jezus rolde de boekrol op, gaf hem terug aan de dienaar en ging weer zitten; de ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op Hem gericht”. Ook nu nog als u dat wilt, kunt u hier in onze bijeenkomst, uw ogen op de Verlosser richten. Als u uw blik richt op het diepst van uw hart om de Wijsheid en de Waarheid, de eniggeboren Zoon van God te schouwen, dan hebt u uw blik gericht op Jezus. Gelukkig die bijeenkomst waarvan de Schrift zegt:”De ogen van alle aanwezigen waren op Hem gericht”! Wat zou ik graag dezelfde getuigenis willen in onze bijeenkomst, en dat de ogen van allen, catechisanten en gelovigen, vrouwen, mannen en kinderen, Jezus zien met de ogen van hun ziel! Want als u Hem hebt geschouwd, dan zullen uw gelaat en uw blik verlicht zijn met zijn licht en dan kunt u zeggen: “Heer, het licht van uw gelaat heeft zijn zegel op ons gelegd” (Ps 4,7 LXX).

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

 

Romanus melodicus : “Ze brachten alle zieken bij Hem”

H. Romanos de Melodicus (?- ca 560) dichter van hymnen
2e Hymne voor Epifanie, § 15-18

RomanosMelodos (Menologios of Basil II.jpg

Romanus Melodicus (menologion of Basil II)

 

“Ze brachten alle zieken bij Hem”

      Laten we onze ogen opheffen naar de Heer die in de hemel is en roepen als de profeet: “Degene die op aarde verschenen is, is onze God, en Hij leefde onder de mensen. Door zijn wil heeft Hij de mensen tot bekering gebracht”(vgl. Bar 3,36-38)… Hij heeft zich aan de profeten getoond onder verschillende verschijningen, Hij werd door Ezechiël als een mens op een wagen van vuur geschouwd (Ez 1,26) En Daniël die de Mensenzoon en de Oude Wijze, ouden jong tegelijk, heeft gezien (Dan 7,9.13) en één enige Heer verkondigde, Hij die verschenen is en die alles heeft verlicht.

      Hij heeft de onheilspellende nacht verdreven; dankzij Hem is alles rond het middaguur. Over de wereld straalde een licht zonder avond, Jezus onze Verlosser. Het land van Zebulon is in overvloed en lijkt op het paradijs, want”hun dorst wordt gelest met een stroom van vreugden” (Ps 36,9) en stort een stroom van eeuwig levend water in hen… In Galilea zien we “de bron van levend water” (v.10), dat is Degene die verschenen is en alles heeftverlicht.

      Jezus, ik zal dus ook zien dat U mijn geest verlicht en tegen mijn gedachten zegt: “Laat wie dorst heeft bij Mij komen en drinken” (Joh 7,37).Bevloei mijn vernederd hart, dat gebroken is door mijn dwaalweg. Ze heeft het uit honger en dorst aanvaard: geen honger naar voedsel, geen dorst naar drank,maar om het woord van de Heilige Geest te horen… Daarom zucht ze heel zacht,wachtend op het oordeel van U die verschenen bent en die alles heeftverlicht…

      Geef mij een duidelijk teken, zuiver mijn verborgen fouten, want mijngeheime wonden ondermijnen me… Ik val op mijn knieën voor U, Heer, zoals de vrouw met bloedvloeiingen. Ik grijp uw zoom ook vast en zeg: “Als ik alleenzijn kleren maar kan aanraken, dan zal ik al gered worden” (Mc 5,28).  U bentde dokter van de zielen, laat mijn geloof niet vergeefs zijn… ; ik zal U vinden voor mijn heil, U bent verschenen en hebt alles verlicht.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Ambrosius van Milaan :”Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd. Zijn klederenwerden blinkend en wit”

Ambrosius (ca 340-397), bisschop van Milaan en Kerkleraar
Commentaar op het evangelie van Lucas, VII, 9v

ambrosius van Milaan987.jpg

Ambrosius van Milaan

 

“Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd. Zijn klederenwerden blinkend en wit”

      Er zijn er drie uitgenodigd om mee de berg op te gaan en twee om met deHeer te verschijnen… Petrus gaat mee omhoog, hij zal de sleutels van hetKoninkrijk der hemelen ontvangen, en Johannes die aan de moeder van Jezustoevertrouwd zal worden, en Jacobus die als eerste de waardigheid van eenbisschop zal bekleden. Dan verschijnen Mozes en Elia, de Wet en de profetie,bij het Woord… Laten wij ook de berg opgaan, laten we het Woord van Godaanroepen opdat Hij voor ons verschijnt in zijn “schittering en schoonheid”,en dat Hij “komt om over de aarde te heersen” (Ps 98,9)…

      Want als je niet de bergkam van een verheven kennis beklimt, dan zal deWijsheid en de kennis van de mysteriën niet voor je verschijnen, het zal nietduidelijk worden welk een schittering en schoonheid de inhoud van het Woordvan God heeft, maar het Woord van God zal aan jou verschijnen als een lichaamdat “iedere schoonheid mist” (Jes 53,2). Hij verschijnt aan je als eengebroken man, die in staat was om aan onze gebreken te lijden (v.5). Hijverschijnt aan jou als een woord dat uit de mens voortkomt, bedekt met desluier van de letter, en niet stralend met de kracht van de Heilige Geest (cf.2Kor 3,6-17)…

      Zijn kleding is anders beneden aan de berg dan bovenaan. Misschien zijnde kleden van het Woord de woorden van de Schrift, die als het ware degoddelijke gedachten kleden. Zoals Hij aan Petrus, Jacobus en Johannes ondereen andere gedaante is verschenen, wanneer zijn kleding straalt van witheid,zo zal ook de betekenis van de goddelijke Schrift zich verduidelijken voorjouw geestelijke ogen. De goddelijke woorden worden dus als sneeuw, de kledenvan het Woord” blinkend van een witheid dat niemand op aarde zal kunnenverkrijgen”…

      Een wolk kwam en nam ze onder zijn schaduw. De wolk is die van degoddelijke Geest; zij versluiert niet het hart van de mensen, maar openbaartwat er in verborgen is… Je ziet: niet alleen voor de beginners, maar ookvoor de volmaakten en zelfs voor de hemelbewoners, is het volmaakte geloof deZoon van God te kennen.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org