Isaak de Syriër :”God heeft de wereld zozeer liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven”

Isaak de Syriër (7 e eeuw), monnik nabij Mossoel in het actuele Irak, heilige in de orthodoxe Kerk 
Hoofdstuk over de kennis, IV, 77-78 

Isaak de Syriër55.jpgIsaak de Syriër

 

“God heeft de wereld zozeer liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven”

      De mens die in vuur en vlam staat door de waarheid, heeft de waarheid nog niet leren kennen zoals ze is. Als hij deze werkelijk had vernomen dan zou hij het in vuur en vlam te staan door deze waarheid beëindigen. De gave van God en de kennis die door deze gave toegekend is, zijn nooit redenen om zich druk te maken of om zijn stem te verheffen, want de plaats waar de heilige Geest woont met liefde en nederigheid is een plaats waar alleen de vrede heerst…

      Als de ijver gebruikt werd om de mensen op te voeden, waarom zou God dan een lichaam bekleed hebben en zijn tederheid hebben gebruikt en nederige wijzen om de wereld te bekeren tot zijn Vader? En waarom zou Hij aan het kruis gehangen hebben voor de zondaars, en zou Hij zijn heilige lichaam overgeleverd hebben aan het lijden ten bate van de wereld? Ik beweer dat God dat slechts om één reden heeft gedaan: om de wereld zijn liefde te leren kennen, opdat ons vermogen om lief te hebben, die nog meer vergroot wordt door een dergelijke constatering, gevangen zou worden door zijn eigen liefde. Zodat de buitengewone kracht van het Koninkrijk der hemelen, die bestaat uit de liefde, een gelegenheid vindt om zich uit te drukken in de dood van zijn Zoon.. opdat de wereld deze liefde van God voor zijn schepping voelt. Als dat bewonderenswaardige gebaar geen andere reden had dan de vergiffenis van onze zonden, dan zou het al voldoende zijn om dat op een andere wijze te realiseren. Wie zou het geweigerd hebben als Hij dat met een eenvoudige dood, zonder meer erbij, had verwerkelijkt?

      Waar waren die beledigingen en bespuwingen voor nodig ?… O, levende Wijsheid! U hebt nu begrepen en gevoeld wat de reden van de komst van onze Heer was en van alles wat daaruit voort is gekomen, zelfs al voordat zijn heilige mond het ons duidelijk had uitgelegd. Er staat immers geschreven dat “God heeft de wereld zozeer liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven”.

Bron : Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Germanus van Constantinopel :De troon van het kruis

H. Germanus van Constantinopel (?-733), bisschop
In Domini corporis supulturam; PG 98, 251-260


Germanus_I van Constantinopel1.jpg

Germanus van Constantinopel
De troon van het kruis

“Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen worden door een helder licht beschenen” (Jes 9,1), het licht van de verlossing. Door de dood te zien die haar tiranniseerde en dodelijk verwonde, komt dit volk terug uit de duisternis naar het licht; van de dood gaat zij naar het leven.

Het hout van het kruis draagt Hem die het universum gemaakt heeft. Hij onderging de dood voor mijn leven, Hij die het universum draagt is aan een kruis genageld als een dode; Hij die de doden het leven heeft ingeblazen, blaast de laatste adem uit op het kruis. Het kruis brengt Hem geen schaamte, maar het is een trofee, ze bevestigt de totale overwinning. Hij zetelt als rechtvaardige rechter op de troon van het kruis. De doornenkroon die Hij op het hoofd draagt bevestigt zijn overwinning: “Houd moed: ik heb de wereld en de prins van deze wereld overwonnen, door de de zonde van de wereld weg te nemen.” (Joh 16,33; 1,29)

Dat het kruis een triomf mag zijn, roepen de stenen, deze stenen van de Calvarieberg waar, volgens de oude traditie van de vaderen, Adam, onze eerste vader, begraven is. “Adam, waar ben je? (Gn 3,9) roept Christus opnieuw op het kruis. Ik ben gekomen om je te zoeken en om je te kunnen vinden, heb Ik mijn handen uitgestrekt op het kruis. Met uitgestrekte handen keer Ik me tot de Vader om te danken dat Ik je heb gevonden, dan keer Ik me tot jou om je te omhelzen. Ik ben niet gekomen om over je zonde te oordelen, maar om je door mijn liefde voor de mensen te redden (Joh 3,17); Ik ben niet gekomen om je aan te klagen voor je ongehoorzaamheid, maar om je te zegenen met mijn gehoorzaamheid. Ik zal je bedekken met mijn vleugels en je zult een schuilplaats vinden in mijn schaduw, mijn trouw zal je bedekken met het schild van het kruis en je zult de het nachtelijk onheil niet meer vrezen (Ps 91, 1-5) want je zult de eeuwige dageraad kennen (Wijsh 7,10). Ik zal je leven zoeken dat verborgen is in de duisternis en in de schaduw van de dood (Lc 1,79). Ik zal geen rust hebben, totdat Ik, vernederd en afgedaald tot in de hellen om je te zoeken, je weer naar de hemel heb gebracht.”

Bron : Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Cyrillus van Alexandrië : Voortaan zullen alle eeuwen mij gelukkig prijzen

Homilie toegekend aan de heilige Cyrillus, bisschop van Alexandrië (380-444), kerkleraar 
Homilie gehouden op het concilie van Efeze in 431(vert. brevier) 


cyrillus_of_alexandria1.jpg

Cyrillus van Alexandrië
“Voortaan zullen alle eeuwen mij gelukkig prijzen”

      Wees gegroet, Maria, u die de Moeder van God zijt, eerbiedwaardig kleinood van de hele wereld, onblusbare toorts, krans van maagdelijkheid, scepter van de juiste leer, onverwoestbare tempel, woonplaats van Hem die door geen ruimte wordt begrensd. Moeder en maagd, door u wordt in het heilig evangelie Hij die komt in de naam des Heren, gezegend genoemd (vgl. Mt. 21, 9).

      Wees gegroet, u die in uw maagdelijke schoot Hem hebt omvat die hemel en aarde niet kunnen omvatten. Door u wordt het kostbaar kruis over de hele wereld vereerd. Door u juicht de hemel van vreugde. Door u verheugen zich de engelen en de aartsengelen. Door u worden duivels op de vlucht gedreven. Door u is de verleider, de duivel, uit de hemel gevallen. Door u worden de gevallen schepselen weer in de hemel opgenomen. Door u is heel de schepping die in afgodendienst verstrikt was, weer tot de kennis van de waarheid gekomen. Door u ontvangen zij die geloven, het water van het doopsel en de olie van de vreugde. Door u zijn over de gehele wereld kerken gegrondvest. Door u worden volkeren tot bekering gebracht.

      Wat moet ik nog meer zeggen? Door u is het licht van de eniggeboren Zoon van God opgegaan over hen die in het duister en de schaduw van de dood gezeten zijn (vgl. Lc. 1, 79)… Wie van de mensen is bij machte Maria die alle lof waardig is, naar behoren te verheerlijken? Moeder en maagd is zij. Een wonder dat mij verbijstert. Maar wie heeft er ooit gehoord dat een bouwmeester gehinderd wordt in de tempel te wonen die hijzelf gebouwd heeft? Wie zou men ervan kunnen beschuldigen dat hij zijn dienares als zijn moeder beschouwt? Zie, alles verheugt zich. Moge het nu zo zijn dat wij … de ondeelbare Drie-eenheid vrezen en vereren. Laten wij Maria, altijd maagd, Gods heilige tempel, bezingen, samen met haar Zoon, de onbevlekte bruidegom. 

Bron : Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Griekse liturgie : De bewaker van de mysteriën van God (1 Kor 4,1)

Griekse liturgie
Menaion

De bewaker van de mysteriën van God (1Kor 4,1)

Met uw eigen ogen, Jozef, bruidegom van Maria, hebt u de vervulling van de profetieën gezien. Uitgekozen voor dat verheerlijkte huwelijk, heeft hij de openbaring uit de mond van de engelen ontvangen die zongen: “Eer aan God in de hoogste hemel, want Hij heeft vrede op aarde gebracht” (Lc 2,14).
Verkondig Jozef, aan David, de voorouder van de Godmens, de wonderen die uw ogen hebben vervuld: u hebt het kind zien rusten op de borst van de Maagd, u hebt Hem met de magiërs aanbeden, u hebt God eer gebracht met de herders, naar het woord van de engel. Bid Christus onze God, opdat onze zielen gered zullen worden.

Jozef, u hebt de enorme God in uw armen ontvangen, voor wie alle hemelse krachten beven, want Hij is uit de Maagd geboren en u bent erdoor gezegend. Daarom bewijzen wij u eer.

Uw ziel was gehoorzaam aan de geboden van God. Vervuld met een zuiverheid zonder gelijke, hebt u het verdiend om haar, die zuiver en onbevlekt is onder de vrouwen, als bruid te ontvangen; u was de beschermer van deze Maagd toen ze het verdiende om het tabernakel van de Schepper te worden…

Hij die met een woord de hemel, de aarde en de zeeën heeft geschapen, werd “zoon van de timmerman” genoemd, dat wil zeggen, van u, bewonderenswaardige Jozef! U werd de vader genoemd van Hem die zonder begin is en die u verheerlijkt heeft als een bewaker van een mysterie wat alle begrip te boven gaat… Heilige bewaker van de gezegende Maagd, u hebt met haar dit lied gezongen: “Dat elk schepsel de Heer zegent en Hem bejubelt in de eeuwen der eeuwen! Amen” (Dn 3).


Bron : Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Anastasius van Antiochië : Uw zoon leeft

H. Anastasius van Antiochië (?-599), monnik, vervolgens patriarch van Antiochië 
Homilie 5 over de opstanding van ; PG 89, 1358-1362 Christus,  6-9

“Uw zoon leeft”

      “Christus is gestorven en weer tot leven gekomen om te heersen over de doden en de levenden” (Rm 14,9). “Hij is geen God van doden, maar van levenden, want voor Hem zijn allen in leven” (Lc 20,38). Dus, aangezien de Heer van de doden levend is, zijn de doden niet dood maar levend: het leven heerst in hen, opdat ze leven zonder angst voor de dood. Evenals  “Christus, die uit de dood is opgewekt, niet meer sterft” (Rm 6,9), zo zullen ook zij die opgeheven en bevrijd zijn uit hun vergankelijke staat, de dood niet meer zien. Ze zullen deelnemen aan de verrijzenis van Christus, zoals Hijzelf deel heeft genomen aan onze dood. Christus is immers nedergedaald op aarde om “bronzen deuren te verbrijzelen, en ijzeren grendels te verbreken” (Ps 107,16) die voor altijd gesloten waren, en om ons leven te onttrekken aan zijn vergankelijke staat en ons naar zich toe te trekken door ons te roepen van de slavernij naar de vrijheid.

      Als dat heilsplan nog niet voltrokken is, want de mensen sterven nog steeds en hun lichamen vergaan in de graven, dat dit geen enkel obstakel voor het geloof mag zijn. Want vanaf nu hebben wij de waarborg ontvangen van al het goede dat ons beloofd is in de persoon die onze eerstgeborene is: door Hem zijn we tot in de hoogste hemel opgeheven. Wij zullen immers naast Hem zetelen die ons met Zich naar de hoogten heeft gebracht, zoals Paulus zegt: “Hij heeft ons samen met Hem uit de dood opgewekt en ons een plaats gegeven in de hemelsferen, in Christus Jezus” (Ef 2,6).

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Cesarius van Arles :”Toen Jezus aan land ging, zag Hij een grote menigte. Hij voelde medelijden met hen”

H. Cesarius van Arles (470-543), monnik en bisschop 
Sermon 25, 1 ; CCL 103, 111-112   

Caesareus van Arles.jpg

Caesarius van Arles“Toen Jezus aan land ging, zag Hij een grote menigte. Hij voelde medelijden met hen”

      “Zalig de barmhartigen want zij zullen barmhartigheid ondervinden” (Mt 5,7). Het woord van barmhartigheid is zacht, mijn zusters en broeders. Als het woord zachtmoedig is, hoeveel te meer dan de zaak?… Aangezien we allen barmhartigheid willen, laten we haar als beschermster in deze wereld nemen, opdat ze ons bevrijd in de komende wereld. Er is immers een barmhartigheid in de hemel, waartoe men komt door barmhartige handelingen op aarde. De Schrift zegt evenwel: “Heer, uw barmhartigheid is in de hemel” (Ps 36,6 Vulg).

      Er is dus een barmhartigheid op aarde en een in de hemel, dat wil zeggen de een is menselijk en de ander goddelijk. Wat is de menselijke barmhartigheid? Dat is die wanneer je je buigt over de ellende van de armen. En wat is de goddelijke barmhartigheid? Ongetwijfeld is dat de vergeving van de zonden. Alles wat de menselijke barmhartigheid geeft op deze levensweg, geeft de goddelijke barmhartigheid terug in het vaderland. Want het is God, die in deze wereld kou en honger lijdt in alle armen, zoals Hij zelf gezegd heeft: “Alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor Mij gedaan” (Mt 25,40). Ja, God die gulhartig wil geven vanuit de hoge hemel, wil het ontvangen op aarde.


Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Johannes van Damascus : Uw hemelse Vader wil niet dat een van deze kleinen verloren gaat

H. Johannes van Damascus (ca. 675-749), monnik, theoloog, Kerkleraar 
Over het orthodoxe geloof, 1 ; PG 95, 417-419 

john-of-damascus-1-sized.jpg

Johannes van Damascus
“Uw hemelse Vader wil niet dat een van deze kleinen verloren gaat”

     Heer, U hebt mij uit de Vader geboren laten worden en mij in de schoot van mijn moeder gevormd. U hebt mij als een naakt kind het levenslicht gegeven, want de wetten van onze natuur zijn altijd in overeenstemming met uw geboden. U hebt door de zegen van de heilige Geest mijn schepping en mijn aardse bestaan voorbereid, niet uit de wil van een man of uit de begeerte van het vlees (vgl. Joh. 1,13) maar door uw onuitsprekelijke genade. U hebt mijn geboorte voorbereid op een wijze die de wetten van onze natuur te boven gaat. Door mij aan te nemen als uw zoon hebt U mij het licht gegeven en ingeschreven bij de kinderen van uw heilige, smetteloze kerk.

      U hebt mij met geestelijke melk gevoed, ja, met de melk van uw goddelijke woorden. U hebt mij gesterkt door de vaste spijs van het lichaam van Christus, onze God, uw allerheiligste eniggeboren Zoon. U hebt mij bedwelmd met de goddelijke kelk, met zijn levenschenkend bloed, dat Hij voor het heil van de hele wereld heeft vergoten.

      Heer, U hebt ons liefgehad en daarom ook uw enige geliefde Zoon voor onze verlossing overgeleverd. Hij heeft die taak vrijwillig en zonder tegenstand aanvaard. … Zo vernederde U Uzelf, Christus, mijn God, om mij, dat verdwaalde schaap, op uw schouders te nemen, om mij te weiden op een vruchtbare plaats en mij het water van uw goede leer te laten drinken door de hand van uw herders, die U zelf gevoed hebt en die nu uw uitverkoren, edele kudde weiden.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

leo de grote :”Allen die Hem aanraakten, werden gered”

H. Leo de Grote (? – ca. 461), paus en Kerkleraar 
Brief 28 aan Flavius, 3-4 ; PL 54, 763-767  

Leo_Great_from_iconarts_com.jpg


“Allen die Hem aanraakten, werden gered”

      Gods majesteit heeft onze nietswaardigheid aangenomen, zijn kracht onze zwakheid, zijn eeuwigheid onze sterfelijkheid. En om de schuld te delgen die op ons menselijk bestaan drukt, heeft de onkwetsbare natuur zich verenigd met onze aan lijden onderworpen natuur. Dit heeft tot gevolg gehad dat één en dezelfde Middelaar tussen God en de mensen, de mens Jezus Christus, enerzijds wel, maar anderzijds niet kon sterven, hetgeen aan onze genezing ten goede kwam.

      De ware God is aldus geboren in de ongeschonden en vol¬maakte natuur van een ware mens …  Hij heeft het bestaan van een slaaf op zich genomen zonder de smet van de zonde. Hij heeft het menselijke verrijkt, zonder het goddelijke te verarmen. Want die ontlediging waardoor de Onzichtbare zich zichtbaar heeft getoond en de Schepper en Heer van alle dingen een sterveling heeft willen worden, was een neerbuigen uit barmhartigheid en niet een verlies van macht. … Hij werd voortgebracht in een nieuwe orde… : want van nature onzichtbaar, is Hij bij ons zichtbaar geworden; hoewel ongrijpbaar, wilde Hij tastbaar worden; Hij die vóór alle tijden bestaat, begon in de tijd te zijn. De Heer van het heelal nam het bestaan van een slaaf op zich, terwijl Hij zijn onmetelijke majesteit verhulde. God die niet lijden kan, heeft het niet beneden zijn waardigheid geacht een mens te worden die lijden kan; Hij die onsterfelijk is, heeft zich willen onderwerpen aan de wetten van de dood. Want Hij die waarlijk God is, is ook waarlijk mens en … Hij is waarlijk God want “in het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Hij is waarlijk mens want “het Woord is vlees geworden en heeft bij ons gewoond” (Joh 1,1.14).

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Johannes Chrysostomos : de vermenigvuldiging van het brood

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar 
Homilie over het evangelie van Mattheus, nr 49, 1-3 

Chrysostom28 [1600x1200].jpg

De vermenigvuldiging van het brood

      Let eens op de vertrouwvolle overgave van de leerlingen aan de voorzienigheid van God bij de grootste benodigdheden in hun leven en hun minachting voor een luxueus bestaan: ze waren met z’n twaalven en hadden slechts vijf broden en twee vissen. Ze hielden zich niet bezig met de dingen van het lichaam; ze besteden al hun ijver aan de zaken van de ziel. Bovendien hebben ze dit proviand niet voor zichzelf gebruikt: ze hebben het meteen aan de Verlosser gegeven, toen Hij hun daarom vroeg. Door dit voorbeeld kunnen we leren om te delen wat we hebben met degenen die ergens behoefte aan hebben, zelfs als we weinig hebben. Als Jezus hun vraagt om de vijf broden te brengen, zeggen ze niet: “Wat blijft er dan straks voor ons over? Hoe komen we aan de dingen waar wij behoefte aan hebben?” Ze gehoorzamen meteen…

      Nemen we dus de broden, de Heer heeft ze gebroken en aan de leerlingen de eer gegeven om ze uit te delen. Hij wilde hen niet alleen eren met deze heilige dienst, maar Hij wilde ook dat ze deelnamen aan het wonder, om er overtuigde getuigen van te zijn en ze vergeten niet wat er onder hun ogen is gebeurd… Door hen laat Hij de mensen zitten en deelt Hij het brood uit, opdat ze onder elkaar getuige van het wonder kunnen zijn dat zich door hun handen afspeelde…

      Alles in die gebeurtenis – de verlaten plek, de kale aarde, het beetje wijn en vis, de verdeling van dezelfde dingen aan allen zonder voorkeur, iedereen heeft evenveel als zijn buren – dat alles wijst op nederigheid, eenvoud en naastenliefde. Laten wij ook op die wijze elkaar liefhebben, alles gemeenschappelijk delen met degenen die dezelfde God dienen, dat onderricht onze Verlosser hier.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Petrus Chrysologus : De nieuwe wijn van de bruiloft van de zoon

H. Petrus Chrysologus (ca 406-450) bisschop van Ravenna, Kerkleraar
Sermon over Marcus 2 ; PL 52, 287

 Petrus chrysologus2.jpgDe nieuwe wijn van de bruiloft van de Zoon

“Waarom vasten wij en uw leerlingen niet?” Waarom? Omdat voor u het vasten een wet is. Het is niet een spontane gave. Op zichzelf heeft het vasten geen nut; wat telt is het verlangen van degene die vast. Welk voordeel denkt u uit uw vasten te halen als u gedwongen door de wet vast? Het vasten is een geweldige ploeg om het veld van de heiligheid te bewerken. Maar de leerlingen van Christus zijn meteen in het hart van dat veld geplaatst omdat ze al rijp voor de heiligheid waren; ze eten het brood van de nieuwe oogst. Waarom zouden ze verplicht worden om onnodig te vasten? “Kunnen de vrienden van de Bruidegom vasten als de Bruidegom bij hen is?”
Degene die trouwt levert zich geheel over aan de vreugde en neemt deel aan de maaltijd; hij is gastvrij en vrolijk naar alle genodigden; hij doet alles waardoor hij geïnspireerd wordt uit liefde voor zijn bruid. Christus viert zijn bruiloft met de Kerk als Hij op aarde leeft. Daarom aanvaardt Hij het om deel te nemen aan maaltijden waarvoor men Hem uitnodigt. Vol welwillendheid en liefde toont Hij zich menselijk, benaderbaar en vriendelijk. Komt Hij niet om de mens met God te verenigen en om zijn metgezellen tot familie van God te maken?
Zo, zegt Jezus, “naait ook niemand een nieuw stuk stof op een oud kledingstuk”. De nieuwe stof is het Evangelie, welke Hij aan het weven is met de vacht van het Lam van God: een koninklijk kleed dat het bloed van de Lijdenspassie weldra purper zal kleuren. Zou Christus het aanvaarden om deze nieuwe stof te verenigen met de verouderde gezagsgetrouwheid van Israël?… Zo“doet ook niemand nieuwe wijn in oude zakken, maar nieuwe wijn behoort in nieuwe vaten”. Deze nieuwe vaten zijn de christenen. Het vasten van Christus zal de vaten van alle onzuiverheid ontdoen, opdat ze de smaak van de nieuwe wijn intact bewaren. De christen wordt zo een nieuw vat dat klaar is om de nieuwe wijn te ontvangen, de wijn van de bruiloft van de Zoon, geperst in de perskuip van het kruis.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Johannes Chrysostomos : de Heilige Geest daalde in lichamelijke gedaante als een duif, over Jezus neer

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar
Homilie over het evangelie van Mattheus, nr 12 ; PG 57, 201

chrysostom16 modern amerikaans [1600x1200].jpg “De heilige Geest daalde in lichamelijke gedaante als een duif, over Jezus neer”

Laten we het grote wonder, dat gebeurde na de doop van de Verlosser, beschouwen; het is het voorteken van wat binnenkort gaat gebeuren. Het is niet het oude Paradijs, het is de hemel die zich opent: “Zodra Jezus gedoopt was, opende de hemel zich” (Mt 3,16). Waarom opende de hemel zich toen Jezus gedoopt werd? Om ons te leren dat hetzelfde onzichtbaar gebeurt bij onze doop: God roept u dan naar het vaderland dat in de hemel is, en nodigt u uit om niets meer gemeenschappelijks met de wereld te hebben, daarvan waren deze tekenen het symbool.
Men zag toen een witte duif neerdalen: zij betekende voor Johannes de Doper en voor de Joden dat Jezus de Zoon van God was. Zij moest bovendien aan een ieder leren dat, op het moment van de doop, de heilige Geest in onze ziel neerdaalt. Hij komt niet meer in zichtbare vorm, omdat we dat niet meer nodig hebben: het geloof is nu voldoende…
Waarom verschijnt de heilige Geest in de vorm van een witte duif? Dat is omdat de duif zacht en zuiver is en de heilige Geest is een geest van zachtmoedigheid en van vrede. Deze duif herinnert ons ook aan een gebeurtenis die we in het Oude Testament lezen: als de aarde door de zondvloed overstroomd is en het hele menselijke ras in gevaar is om te vergaan, dan verschijnt ook de witte duif om ons het einde van de grote ramp aan te kondigen, ze droeg een olijftakje, en het goede nieuws van het herstel van vrede in de wereld. Welnu, dat alles was een voorafbeelding van de toekomst… Toen alles verloren was zijn de bevrijding en de vernieuwing onverwacht gekomen. Wat vroeger gebeurd is door de zondvloed van het water, roept ons op om de aarde weer te bevolken: zij trekt alle mensen naar de hemel. In plaats van een olijftakje brengt ze de mensen de waardigheid van hun aanname als kinderen van God.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Johannes Chrysostomos : “Laten we de magiërs volgen”

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar
Homilie over het evangelie van Mattheus, nr 7, 5

Johannes Chrysostomos88.jpg

Johannes Chrysostomos

“Laten we de magiërs volgen”

Laten we naar het voorbeeld van de magiërs opstaan. Laat de hele wereld zich maar zorgen maken, maar laten wij ons met vreugde naar de verblijfplaats van het Kind haasten. Als koningen of volkeren moeite doen om ons de weg te versperren, maakt dat niet uit, we laten onze ijver niet verminderen, we duwen al het kwaad dat ons bedreigt weg. Als ze het Kind niet hadden gezien, waren de magiërs niet aan het gevaar, dat ze liepen van de kant van Herodus, ontsnapt. Voordat ze het geluk hadden om Hem te schouwen, zaten ze vast in de vrees, omgeven door kwaadwillenden, ondergedompeld in zorgen; nadat ze Hem hadden aanbeden, kwam de kalmte en zekerheid in hun hart.
Laten ook wij een stad in wanorde, een despoot die dorst naar bloed, alle rijken van deze wereld, achterlaten en laten we naar Bethlehem gaan, het“huis van het geestelijke brood”. Als je herder bent, kom dan gewoon en je zult het kind in de stal vinden. Als je koning bent, dan zullen je weelderige kleding, alle schittering van waardigheid, nergens voor dienen als je niet komt. Als je een wetenschapper bent zoals de magiërs, zal al je kennis je niet redden als je niet komt om respect te tonen. Als je een vreemdeling bent of zelfs een barbaar, dan zul je toegelaten worden in het hof van de koning… Het is genoeg om met ontzag en met vreugde te komen, deze twee gevoelens wonen in het hart van de echte christen…
Alvorens dat kind te aanbidden, maak je vrij van alles wat je benauwt. Als je rijk bent, leg dan het goud aan zijn voeten, dat wil zeggen geef het aan de armen. Deze vreemdelingen zijn van zo ver gekomen om de pasgeborenen te schouwen; waarom zou jij weigeren… om enkele stappen te zetten om een zieke of een gevangene te bezoeken?… De magiërs hebben hun schatten aan Jezus aangeboden, en jij hebt Hem zelfs geen stukje brood gegeven? (Mt 25,36v) Toen zij de ster zagen, werd hun hart vervuld met vreugde; je ziet Christus in de arme mensen, die aan alles tekort hebben en je loopt aan de overzijde, word je niet geraakt?

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Johannes van damascus : “Hij zal vervuld worden met de heilige Geest …; hij gaat voor de Heer uit met de kracht van Elia (Lc 1,17)

 

 

H. Johannes van Damascus (ca. 675-749), monnik, theoloog, Kerkleraar
Overweging over Elia de Tisbiet

john-of-damascus-01.jpg“Hij zal vervuld worden met de heilige Geest …; hij gaat voor de Heer uit met de kracht van Elia (Lc 1,17)

Wie heeft de macht om de hemelen te openen en te sluiten, om het te laten regenen of niet? Wie kan het vuur laten neerdalen op een offer dat doordrenkt is met water of op twee troepen soldaten om hun slechte daden? Wie liet in ontvlamde ijver de profeten vergaan van schaamte voor hun beledigende afgoden die ze aanbaden? Wie heeft God gezien in een lichte bries?… Al deze zaken zijn alleen eigen aan Elia en aan de Geest die in hem is.
Maar men kan over nog wonderbaarlijker gebeurtenissen spreken… Elia is degene die tot op vandaag de dood niet ondergaan heeft, maar hij werd ten hemel opgeheven en bleef onvergankelijk; sommigen dachten dat hij met de engelen leefde, van wie hij de onvergankelijke en immateriële natuur navolgde door een zuiver leven te leiden… En uit het feit dat Elia verscheen bij de transfiguratie van de Zoon van God, en Hem met bedekt gelaat zag, en zich van gelaat tot gelaat tegenover Hem ophield. Op het einde der tijden, als het heil van God gemanifesteerd zal zijn, dan zal hij de komst van God voor de anderen verkondigen en zal hij dit aan de andere mensen tonen; door veel bijzondere tekenen, zal hij de dag bevestigen die geheim is gehouden. Die dag zullen ook wij, als we klaar zijn, hopen om deze bewonderenswaardige man, die ons de weg bereid, die naar deze dag leidt, achterna te gaan. Dat hij ons dus de hemelse verblijven binnen laat gaan, in Christus Jezus onze Heer , die de eer en glorie toekomt, nu en alle dagen tot in eeuwigheid.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Efaim de Syrier : Jozef,zoon van david, wees niet bevreesd

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, Kerkleraar
Hymne voor de Geboorte

“Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd”

Jozef omhelsde
de Zoon van de hemelse Vader,
als een pasgeborene,
en hij diende Hem als zijn God.
Het Kind behaagde hem
als de goedheid zelve;
en Hij vereerde hem
als de rechtvaardige bij uitstek (Mt 1,19).
Groot was zijn verbazing!
“Hoe komt het toch,
Zoon van de Allerhoogste,
om Jou als zoon te hebben?
Ik was geërgerd door je moeder,
Ik wilde haar verstoten.
Ik wist niet
dat er in haar schoot een grote schat was,
die me in mijn armoede,
plotseling rijk maakte.”
“Koning David heeft mijn ras laten ontstaan
en hij heeft de kroon aanvaard.
Wat is de armoede groot
waarin ik ben beland!
In plaats van koning ben ik arbeider;
maar een kroon kwam tot mij,
want op mijn hart rust
de Meester van alle kronen.”

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Gregorius van Nazianze : “Waarom staat u hier de hele dag werkeloos?”

 

 

H. Gregorius van Nazianze (330-390), bisschop en Kerkleraar
Overwegingen over het Evangelie, nr. 19

gregorius-van-nazianze23.jpg

Gregorius van Nazianze

“Waarom staat u hier de hele dag werkeloos?”

Wij kunnen de verschillende uren van de dag onderverdelen volgens de periodes van het leven van een mens. De vroege ochtend is de kindertijd van onze intelligentie. Het derde uur kan begrepen worden als de adolescentie, want de zon komt dan al omhoog, en de ijver van de jongeren begint zich daar te verwarmen. Het zesde uur is de periode van de volwassenheid : de zon staat daar als op zijn evenwichtspunt, aangezien de mens dan in de volheid van zijn kracht is. Het negende uur duidt op de ouderdom, waar de zon neerdaalt van het hoogste punt aan de hemel, omdat de ijver van de rijpere leeftijd bekoelt. Uiteindelijk is het elfde uur de periode die men hoge ouderdom noemt… Omdat sommigen vanaf hun kindertijd in een eerlijk leven geleid zijn, anderen vanaf de adolescentie, anderen vanaf een rijpere leeftijd en anderen in hun ouderdom, weer anderen tenslotte vanaf een zeer hoge ouderdom, is het net als ze naar de wijngaard geroepen zijn op andere uren van de dag.
Onderzoek, broeders en zusters, uw eigen manier en zie of u bent begonnen om te handelen als arbeiders van God. Denk goed na, en zie of u werkt in de wijngaard van de Heer… Hij die het leven voor de Heer verwaarloosd heeft tot aan zijn hoge leeftijd, is als een arbeider die tot aan het elfde uur werkloos is gebleven… “Waarom bent u daar de hele dag zonder iets te doen?” Het is alsof men duidelijk zegt: “Als u niet hebt willen leven voor God in uw jeugd en uw volwassenheid, heb dan tenminste berouw op uw hoge leeftijd… Kom toch op de weg van het leven”.
Is de goede moordenaar ook niet op het elfde uur gekomen? (Lc 23,39v) Niet door zijn leeftijd, maar door zijn doodstraf, is hij in de avond van zijn leven gekomen. Hij is tot God bekeerd aan het kruis, en hij heeft bijna zijn laatste adem uitgeblazen op het moment dat de Heer zijn vonnis velde. En de Meester van dat gebied stond de goede moordenaar vòòr Petrus toe om de rust van het paradijs binnen te gaan, en heeft het loon uitgedeeld aan de eerste als aan de laatste.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Isaak de Syrier : “Ik ben gekomen, om vuur op de aarde te brengen”

H. Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel
Ascetische overwegingen, 1ste serie, nr. 2

Isaak de Syriër567.jpgIsaak de Syriër“Ik ben gekomen, om vuur op de aarde te brengen”

Doe jezelf geweld aan (cf Mt 11,12), doe moeite om de nederigheid van Christus na te volgen, zodat het vuur dat Hij in je heeft geworpen, steeds meer zal opvlammen. Dat vuur waardoor alle impulsen van deze wereld verteerd worden, welke de nieuwe mens vernietigen en de verblijven van de heilige en machtige Heer besmeuren. Ik bevestig met Paulus dat “wij de tempel van God zijn” (2Kor 6,16). Laten we zijn tempel reinigen, zoals “Hijzelf rein is”(1Joh 3,3), opdat Hij verlangt om er te wonen; laten we Hem heiligen, zoals Hijzelf heilig is (1P1,16); laten we ons versieren met goede en waardige werken.
Laten we de tempel van de rust vullen met zijn wil, als met parfum, door het zuivere gebed, het gebed van het hart, dat onmogelijk te verwerven is als men zich overgeeft aan de voortdurende impulsen van deze wereld. Dan zal de wolk van zijn heerlijkheid je ziel bedekken, en het licht van zijn grootheid zal in je hart schitteren (cf 1Kon 8,10). Allen die wonen in het huis van de Heer zullen met vreugde vervuld zijn en zullen zich verheugen. Maar de arroganten en de laaghartigen zullen verdwijnen in de vlammen van de heilige Geest.

Gregorius van Nazianze : nodig de armen uit

H. Gregorius van Nazianze (330-390), bisschop en Kerkleraar
Sermon over de liefde voor de armen; PG 35, 858

gregorius van Nazianze (2).jpg

Gregorius van Nazianze

 “Nodig de armen uit”

God die bewogen is door de grote ellende van de mens, heeft hem de Wet en de profeten gegeven, na hem de Wet gegeven te hebben, die niet door de natuur is voorgeschreven (cf Rm 1,26)…, heeft Hij uiteindelijk zichzelf overgeleverd aan het leven van de wereld. Hij heeft ons voorzien van apostelen, evangelisten, kerkleraren, geneesheren, wonderen. Hij heeft ons terug in het leven gebracht, Hij heeft de dood vernietigd, Hij heeft hem overwonnen, die ons heeft overwonnen, Hij heeft ons de voorafbeelding van het Verbond gegeven, het Verbond van de Waarheid, het charisma van de heilige Geest, het mysterie van het nieuwe heil…
God vervult ons met geestelijke goederen, als wij ze willen ontvangen: aarzel niet om hen te hulp te komen die het nodig hebben. Geef vooral aan degene die het je vraagt, en zelfs voordat hij het vraagt, laten we onvermoeibaar de aalmoes van de geestelijke leer geven… Bij gebrek aan deze gaven, stel hem tenminste bescheiden diensten voor: geef hem te eten, geef hem oude kleren, verschaf hem medicijnen, verbind zijn wonden, vraag hem naar zijn beproevingen, leer hem geduld. Benader hem zonder vrees. Er is geen gevaar dat je er slechter uit zult komen of dat je zijn ziekte oploopt…Leun op het geloof; dat de liefde je terughoudendheid overwint… Minacht je broeders en zusters niet, blijf niet doof voor hun oproep, ontvlucht hen niet. U bent ledematen van eenzelfde lichaam (1Kor 12, 12s), zelfs als hij door ongeluk gebroken is; evenals aan God is gebeurd, “op U verlaat zich de arme” (Ps 10,14).

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Isaak de Syrier : Herodes probeerde Jezus te zien

H. Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel
Geestelijke overweging, 1e serie, nr. 20

 

Isaak de Syriër567.jpg

Isaak de Syrier    Herodus probeerde Jezus te zien

Hoe kunnen de geschapen wezens God schouwen? Het zien van God is zo verschrikkelijk dat Mozes zelf zegt dat hij vreest en beeft. Wanneer de glorie van God immers verschenen is op de berg Sinaï (Ex 20), rookte de berg en beefde uit angst voor de openbaring; de beesten die deze helling naderden stierven. De kinderen van Israel zijn voorbereid; ze hebben zich gereinigd gedurende drie dagen naar het bevel van Mozes, om waardig te zijn om de stem van God te horen en zijn openbaring te zien. Welnu, toen de tijd kwam hebben ze noch het zien van het licht kunnen opnemen, noch de kracht van zijn donderende stem kunnen ontvangen.
Maar nu heeft Hij zijn genade over de wereld gegoten door zijn komst, Hij is niet neergedaald in een aardbeving, noch in het vuur, noch door met een verschrikkelijke stem te verkondigen, maar als dauw op de vacht (Richt. 6,37) als een druppel die zachtjes op aarde valt. Hij is onder een andere gedaante onder ons gekomen. Hij heeft immers zijn grootheid met een sluier van vlees bedekt. Hij heeft daar een schat van gemaakt; Hij heeft onder ons geleefd in dat vlees dat zijn wil had gevormd in de schoot van de Maagd Maria, de Moeder van God, opdat door Hem te zien van ons soort en levend onder ons, wij niet bezorgd zouden zijn uit angst om Hem te schouwen. Daarom hebben zij, die zich met hetzelfde kleed hebben bekleed waarin de Schepper is verschenen, in dat lichaam waarmee Hij zich bedekt heeft, Christus zelf bekleed (Gal 3,27). Want ze wensten om hun innerlijke mens (Ef 3,16) dezelfde nederigheid waarmee Christus zich geopenbaard heeft bij zijn schepping en in haar geleefd heeft, als Hij zich nu aan zijn dienaren toont. In plaats van het kleed van eer en de uiterlijke glorie, hebben ze zich met deze nederigheid gesierd.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org