Isaak de Syrier : “Deze nacht komt men je leven van je opeisen”

H. Izaak de Syriër (7e eeuw) monnik nabij Mossoel Ascetische overwegingen, 1ste serie, nr. 38

Isaac de Syriër8.jpg

“Deze nacht komt men je leven van je opeisen”

Heer, maak mij waardig om mijn leven te verachten voor het leven dat in U is. Het leven in de wereld is gelijk aan hen die zich bedienen van brieven om woorden te vormen. Zo men wil, voegt men toe, neemt men weg, en verandert de brieven. Maar het leven van de komende wereld is gelijk aan wat geschreven is zonder ook maar een enkele fout in de verzegelde boeken met de Koninklijke zegel, waar niets aan toe te voegen valt en waar niets in mist. Dus hoewel we midden in veranderingen zitten, laten we op onszelf letten. Hoewel we de macht hebben over het script van ons leven, op wat we met onze handen hebben geschreven, laten we proberen om er het goede aan toe te voegen en laten we de fouten van ons eerdere gedrag eruit wissen. Hoewel we in deze wereld zijn, plaatst God het zegel noch op het goede, noch op het kwade. Dat doet Hij op het moment van onze exodus, wanneer ons werk af is, op het moment dat we moeten vertrekken.
Zoals de heilige Efraïm zegt, moeten we zien dat onze ziel gelijk is aan een boot die klaar is voor vertrek, maar niet weet wanneer de wind komt, of ook wel dat ze gelijk is aan een leger dat niet weet wanneer de trompet zal klinken om de strijd te beginnen. Als hij dat zegt over het schip en het leger die wachten op iets wat misschien niet zal gebeuren, hoeveel te meer moeten we ons dan niet voorbereiden voordat de dag plotseling komt, dat de brug neergelaten wordt en de poort naar de nieuwe wereld zich opent? Moge Christus, de middelaar van ons leven, ons geven dat we er klaar voor zijn.

 

Bron :http://www.dagelijksevangelie.org

Ignatius van Antiochië : Als schapen tussen de wolven

 

 

H. Ignatius van Antiochië (?- ca. 110) bisschop en martelaar Brief aan Polycarpus (69-155, heilige, bisschop en martelaar), 1-3 ; SC

 

 

 

 

IgnatiusOfAntioch.jpg

Ignatius van Antiochië

 

 

 “Als schapen tussen wolven”

      Ik roep je op om, door de genade waarmee je bent bekleed, je vurige ijver te verdubbelen en om al je zusters en broeders te roepen, opdat ze gered worden. Rechtvaardig je episcopale waardigheid door een onophoudelijke waakzaamheid van je lichaam en geest; heb zorg voor de eenheid: niets overstijgt deze. Verdraag met geduld al je zusters en broeders zoals de Heer jou verdragen heeft; steun hen allen met liefde, zoals je overigens al doet. Bid zonder ophouden; vraag om een nog grotere wijsheid; let op en bewaak met alertheid je geest; spreek tegen iedereen in het bijzonder, naar het voorbeeld van God. “Draag de gebreken” (cf Mt 8,17) van allen zoals een volmaakte atleet. Daar waar de moeite groter is, is de winst groter.
      Als je slechts van goede leerlingen houdt, heb je geen verdiensten; het zijn vooral de meest aangetaste die je met zachtmoedig moet behandelen. Men smeert niet dezelfde zalf op al de wonden; maak scherpe crisissen rustig met natte kompressen. In alle gevallen, wees ‘slim als een slang” en altijd “onschuldig als een duif”. Jij bent geest en lichaam, behandel wat onder de zintuigen valt, met goedheid, maar bid ook opdat de onzichtbare wereld je geopenbaard zal worden. Zo zul je aan niets gebrek hebben; je zult rijk zijn met alle gaven van de heilige Geest.
      Zoals een zeevaarder de winden aanroept en de schipper die belaagd wordt door stormen, een haven zoekt, zo nodigt de tijd je uit om naar God te gaan. Praktiseer de soberheid als een atleet van God, en je zult de prijs van het eeuwige en onvergankelijke leven winnen… Een groot atleet overwint ondanks de tegenslagen. Het is vooral om God dat we al deze beproevingen moeten accepteren, opdat Hij ook ons aanvaardt. Verdubbel je ijver; onderzoek deze periode goed. Wacht op degene die voorbij de tijd is, eeuwig en onzichtbaar, maar die zich om ons heeft laten zien -degene die onkwetsbaar en niet in staat te lijden, de Passie gekend heeft en met alle lijden heeft ingestemd.

 

Bron :http://www.dagelijksevangelie.org

Faustinus van Rome :”De geest des Heren is over mij gekomen, omdat Hij mij gezalfd heeft”

Faustinus van Rome (2e helft van de vierde eeuw), priester De Drie-eenheid, 39-40, CCL 69, 340-341

 

Faustinus en Jovita(vincenzo_foppa).jpg

Faustinus en Jovita (Vincenzo Foppa) “De geest des Heren is over mij gekomen, omdat Hij mij gezalfd heeft”

Onze Verlosser is waarlijk de Christus, dat wil zeggen: de Gezalfde, geworden in zijn menswording. Hij werd immers zowel de ware koning als de ware priester: Hij is beide, zodat er aan de Verlosser niets ontbreekt. Luister hoe Hijzelf zegt dat Hij koning geworden is: ‘Ik werd door Hem tot koning aangesteld op de Sion, zijn heilige berg’ (Ps. 2, 6, Vulg.). Luister ook naar het getuigenis van de Vader, dat bevestigt dat Hij priester is: ‘Voor eeuwig zijt gij priester, naar de orde van Melchisédek’ (Ps. 110, 4, Vulg.)… Op grond van zijn menswording is de Verlosser dus zowel priester als koning. Hij is hiertoe echter niet lichamelijk maar geestelijk gezalfd. De koningen en de priesters van de Israëlieten waren koning en priester door een lichamelijke zalving met olie. Niemand van hen had beide functies: ze waren óf koning óf priester. De volmaaktheid en de volheid in alles komt alleen aan Christus toe, Hij die ook de wet is komen vervullen.
Ook al bekleedde geen enkele Israëliet beide functies, toch werden ze ‘gezalfden’ genoemd, indien ze lichamelijk gezalfd waren met de olie van hetzij koningen of priesters. Maar de Verlosser die de ware Christus is, werd door de heilige Geest gezalfd, zodat vervuld zou worden wat over Hem geschreven staat: ‘Daarom bent u door God, uw God, gezalfd met vreugde-olie waarin gij uw broeders overtreft’ (Ps. 45, 8, Vulg.). Hij staat boven hen die, evenals Hij, de naam van ‘gezalfde’ dragen, omdat Hij gezalfd werd met vreugde-olie, dat wil zeggen: met de heilige Geest.

 

Bron :http://www.dagelijksevangelie.org

Johannes Chrysostomos : Ga ook naar mijn wijngaard

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar Homilie over het evangelie van Mattheus, nr 64, 4

 

Overbrenging van de relieken van de Heilige Johannes Chrysostomos van Komani, Gerorgië naar Constantinopel.jpg

Overbrenging van de relieken van de H. Johannes Chrysostomos

 “Ga ook naar mijn wijngaard”

      Het is duidelijk dat deze parabel de bekering van de mensen tot God beoogt, sommigen al vanaf hun prille jeugd, anderen wat later en enkelen pas in hun ouderdom. Christus onderdrukt de trots bij de eerst geroepenen om hen te verhinderen, dat ze verwijten maken aan hen van het elfde uur, door ze te tonen dat de beloning dezelfde is voor allen. Tegelijkertijd stimuleert Hij de ijver bij de laatsten door ze te tonen dat ze hetzelfde salaris kunnen verdienen als de eersten. De Verlosser kwam spreken over verloochening van rijkdommen, verachting voor alle goederen, over deugden die een groot hart en moed vragen. Het was nodig om de ijver van een ziel vol met jeugd te stimuleren; de Heer steekt in hen de vlam van de liefde weer aan en versterkt hun moed door ze te tonen dat zelfs zij die op het laatst zijn gekomen, het salaris voor de hele dag ontvangen…
      Om nog duidelijker te spreken, sommigen konden er misbruik van maken en in onverschilligheid en vrijblijvendheid te vervallen. De leerlingen zullen duidelijk zien dat deze ruimte een gevolg is van de barmhartigheid van God, die de enige is die ze zal ondersteunen om zo’n geweldige beloning te verdienen… Alle parabels van Jezus, die van de maagden, van het net, van de doornen en van de onvruchtbare boom, nodigen ons uit om onze deugd in daden te laten zien… Hij roept ons op tot een zuiver en heilig leven. Een heilig leven kost ons hart meer dan een eenvoudige zuiverheid van geloof, want het is een voortdurende strijd, een onuitputtelijk werk.

 

Bron :http://www.dagelijksevangelie.org

Origines : Reinig eerst de binnenkant : bereid een weg in uw hart

Origines,  (ca. 185-253), priester en theoloog Homilie over het Evangelie van Lucas, nr. 21 ; PG 13, 1855 ; SC 87

 

origines.png

Origines

 “Reinig eerst de binnenkant”: bereid een weg in uw hart

      Wij lezen deze woorden bij de profeet Jesaja: “Baan voor de Heer een weg door de woestijn, effen in de wildernis een pad voor onze God” (40,3). De Heer wil in u een weg vinden waardoor Hij in uw harten kan komen en er op kan voortgaan. Bereid Hem deze weg; herstel zijn paden… Welke weg willen we voor de Heer bereiden? Is het een materiële weg? Maar kan het Woord van God een dergelijke weg nemen? Is het niet nodig om voor de Heer een innerlijke weg te bereiden en in onze harten rechte en verbonden wegen aan te leggen? Ja, dat is de weg waarover het Woord van God binnen kan gaan, om zich in het menselijk hart, dat in staat is om Hem te ontvangen, te vestigen.
      Ja, het hart van de mens is groot! Wat een ruimte en wat een vermogen, mits het zuiver is! Wil je deze grootte en ruimte kennen? Kijk dan naar de grootte van de goddelijke kennis dat het bevat. Dat hart zegt zelf tegen Hem: “Hij is het die mij betrouwbare kennis verschaft heeft van alles wat er is. Ik kreeg inzicht in de samenstelling van de kosmos en de werking van de elementen, in het begin en het eind en het midden van de tijden, in de baan die de zon doorloopt en de wisseling van de seizoenen, in de kringloop van het jaar en de stand van de sterren, in de aard van de dieren en de driften van wilde beesten, in de kracht van geesten en het denken van de mens, in de verschillende soorten planten en de werking van hun wortels” (Wijsh. 7,17-20). Je ziet dat het hart van de mens dat veel dingen omhelst, niet klein is…
      Welnu als het niet klein is en het kan veel begrijpen, kan men de weg voor de Heer bereiden en er een rechte weg van maken waar het Woord, de Wijsheid van God op zal gaan. Bereid een weg voor de Heer door een goed geweten, effen de weg opdat het Woord van God in je loopt zonder stoten en je de kennis geeft van zijn mysteriën en zijn komst.

 

Bron :http://www.dagelijksevangelie.org

Johannes Chrysostomos : De parabels over de schat en de parel

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar Homilie over het evangelie van Mattheus, nr 47,2

Chrysostomos - St. Catherina klooster - Sinaï  7e eeuw.jpg

Johannres Chrysostomos – Sinaïklooster – 7e eeuw De parabels over de schat en de parel

      De twee parabels over de schat en de parel leren ons hetzelfde: dat je de voorkeur moet geven aan het Evangelie boven alle schatten van de wereld… Maar er is nog iets veel verdienstelijker: je moet er de voorkeur aangeven met plezier, met vreugde en zonder aarzelen. Laten we dat niet vergeten: alles achterlaten om God te volgen, dat is meer winnen dan verliezen. De prediking van het Evangelie is verborgen in deze wereld zoals de verborgen schat, een onschatbare schat.
      Om deze schat te bekomen.. zijn er twee voorwaarden nodig: verloochening van de goederen van deze wereld en standvastige moed. Het gaat immers om “een koopman, op zoek naar mooie parels. Toen hij een parel van grote waarde had gevonden, ging hij alles verkopen wat hij bezat en kocht deze parel”. Deze unieke parel is de waarheid, en de waarheid is één, de parel is niet te verdelen. Bezit je deze parel? Je kent de rijkdom: als de parel is opgesloten in de holte van je hand, kent niemand je fortuin. Zo is het ook met het Evangelie: als je het omhelst met je geloof, als het opgesloten blijft in je hart, wat een schat! Jij alleen hebt er kennis van: de ongelovigen die haar natuur en waarde niet kennen, hebben geen enkel idee van jouw onvergelijkelijke rijkdom.

Bron :http://www.dagelijksevangelie.org

H.Basilius : Geef ons het ware geloof door de heerlijkheid van de Drie-eenheid te erkennen

H.Basilius (ca. 330-379), monnik en bisschop van de Caesarea in Kappadocië, Kerkleraar Homilie over het geloof, 1-3

 Basilius_der_Grosse 111.jpgGeef ons het ware geloof door de heerlijkheid van de Drie-eenheid te erkennen

      De ziel die God liefheeft, is nooit vervuld, maar spreken met God is moedig: onze geest is ver van zo’n grote zaak… Hoe meer men vooruit gaat in de kennis van God, hoe meer men diep van binnen zijn eigen onmacht voelt. Zo was het met Abraham en zo was het ook met Mozes: terwijl zij God konden zien, voor zover dat tenminste voor de mens mogelijk is, maakte de een zowel als de ander zich kleiner dan allen; Abraham noemde zichzelf “aarde en as”, en Mozes zei van zichzelf dat hij slecht en moeilijk sprak (Gn 18,27; Ex 4,11). Hij constateerde immers de zwakte van zijn taal om de grootte van Degene die zijn geest had gegrepen, te vertalen. Wij spreken van God, niet alleen zoals Hij is, maar zoals wij Hem kunnen begrijpen.
      Wat u betreft, als u iets van God wilt zeggen of horen, laat dan uw lichamelijke natuur vallen, laat uw zintuigen achter u… Hef uw geest op boven alles wat geschapen is, schouw de goddelijke natuur: zij is daar, onveranderlijk, ongedeeld, ontoegankelijk licht, stralende glorie, wenselijke goedheid, onvergelijkelijke schoonheid waarmee de ziel gewond is, maar die ze niet kan vertalen in overeenkomstige woorden.
      Daar is de Vader, de Zoon en de heilige Geest…. De Vader is het begin van alles, de oorzaak van het zijn van wie is, de wortel van de levenden. Hij is Degene waaruit de Bron van het leven stroomt, de Wijsheid, de Kracht, het volmaakte Beeld dat gelijk is aan de onzichtbare God: de Zoon werd door de Vader verwekt, het levende Woord, dat God is en naar de Vader gekeerd is (1Kor, 1,24; He 1,3; Joh 1,1). Door deze naam van de Zoon leren we dat Hij dezelfde natuur deelt: Hij is niet door een bevel geschapen, maar Hij straalt onophoudelijk vanuit zijn wezen, verenigd met de Vader in eeuwigheid, aan Hem gelijk in goedheid, gelijk in kracht, en delend in zijn heerlijkheid… En wanneer onze intelligentie gezuiverd is van de aardse passies en als hij geen aandacht schenkt aan zichtbare schepselen, als een vis die vanuit de diepte op zoek gaat naar de oppervlakte, zal hij overgegeven aan de zuiverheid van zijn schepping, dan de heilige Geest zien daar waar de Zoon en waar de Vader is. Deze heilige Geest, die van nature uit dezelfde essentie is, bezit ook alles: goedheid, rechtvaardigheid, heiligheid en leven… Zoals branden verbonden is aan het vuur en stralen aan het licht, zo kan men ook niet bij de heilige Geest het feit van heiliging of tot leven brengen wegnemen, evenmin dat van goedheid en rechtvaardigheid.

 

Bron :http://www.dagelijksevangelie.org

Anastasius van Antiochië : U bent niet van de wereld, maar ik heb u uit de wereld uitverkoren

 H. Anastasius van Antiochië, monnik, vervolgens patriarch van Antiochië van 549-570 en van 593-599 Over de incarnatie van het woord, 27-29 ; PG 25,143 ; SC 199

 

Anastasius van antiochie2.jpg

Anastasius van Antiochië

 “U bent niet van de wereld, maar Ik heb u uit de wereld uitverkoren”

      De dood eenmaal overwonnen door de Verlosser en aan het kruis genageld, als aan een schandpaal, zullen allen die in Christus lopen,haar vertrappen. Ze getuigen van Christus en ze spotten met de dood, vermaken zich over haar en herhalen wat daarover gespreken is: “Dood, waar is je overwinning? Hel, waar is je angel?” (1Kor 15,55, Hos 13,14) … Is het een arme vertoning van de overwinning over haar door de Verlosser, als de christenen, kinderen en meisjes, het huidige leven minachten en zich voorbereiden om te sterven in plaats van het verloochenen van hun geloof? De mens vreest natuurlijk de dood en het uiteenvallen van zijn lichaam; maar heel bijzonder is dat zij die zich hebben bekleed met het geloof op het kruis, het natuurlijke gevoel minachten en ze vrezen om Christus niet meer voor de dood…
      Als de dood die vroeger zo sterk was en daarom geducht, nu geminacht wordt na de komst van de Verlosser, na de lichamelijke dood en de verrijzenis, dan is het duidelijk dat dit komt doordat Christus op het kruis hing de dood heeft vernietigd en heeft overwonnen. Als na de nacht de zon verschijnt en de hele oppervlakte van de aarde verlicht, dan is er absoluut geen twijfel mogelijk dat de zon die overal zijn licht verspreidt dezelfde is als die de duisternis heeft verjaagd en alles heeft verlicht. Zo .. is het duidelijk dat de Verlosser in zijn lichaam dezelfde is als die de dood heeft vernietigd en die elke dag zijn overwinning op haar toont aan zijn leerlingen… Als men mannen, vrouwen en kinderen ziet rennen en zich aan de dood overgeven uit geloof in Christus, wie zou dan zo dwaas zijn, wie zou zo ongelovig zijn, wie zou zo’n blinde geest hebben om niet te begrijpen en te denken dat het Christus is over wie deze mensen getuigenis afleggen, en die aan een ieder de overwinning op de dood verschaft door hiervan de macht te vernietigen in ieder van hen die in Hem geloven en het teken van zijn kruis dragen?

 

Bron :http://www.dagelijksevangelie.org

Ambrosius : Ik zeg je, sta op

H. Ambrosius (ca 340-397), bisschop van Milaan en Kerkleraar Commentaar op het evangelie van Lucas, 6, 60-63 ; SC 45

Ambrosius4.jpg

Heilige Ambrosius van Milaan

 “Ik zeg je, sta op”

      Voordat Hij een dood meisje liet verrijzen, geneest Jezus een vrouw die aan bloedvloeiingen leed om zo de mensen mee te nemen in het geloof. Om te onderrichten dat Hij de bloeding kan stelpen en dat Hij deze vrouw genezen heeft, begeeft Hij zich vervolgens naar het meisje.
      Om te geloven in onze eeuwige verrijzenis vieren wij op dezelfde wijze de historische verrijzenis van de Heer, die zijn Passie heeft gevolgd… “De dienaren van de Heer komen en zeggen: ‘Stoor de meester niet’”: ze geloven nog niet in de verrijzenis van Jezus, die voorspeld is in de Wet en vervuld in het Evangelie. Daarom neemt Jezus, bijeenkomst bij haar huis, slechts weinig getuigen van de aankomende verrijzenis met zich mee: niet de grote menigte heeft meteen geloofd in de verrijzenis. Als Jezus verklaart: “Het kind is niet dood, het slaapt”, “bespot” de menigte Hem, want zij die niet geloven, spotten. Dat zij, die denken dat ze dood zijn, over hun doden wenen: wanneer men in de verrijzenis gelooft, is de dood niet het einde, maar een soort rustperiode…
      Jezus geneest het meisje door haar bij de hand te nemen en Hij geeft haar te eten. Dat is een getuigenis van het leven, zodat men niet in een illusie gelooft, maar in een werkelijkheid. Gelukkig zij die door de Wijsheid bij de hand genomen wordt! Dat het God ook behaagt, dat de Wijsheid mijn handelingen vasthoudt, dat de gerechtigheid mijn hand vasthoudt, dat het Woord van God mijn hand vasthoudt, dat Hij me naar de verborgen plaats leidt waar Hij woont. Dat Hij mijn geest van de vergissing afkeert, dat Hij degene die Hij redt, terugbrengt, en dat Hij beveelt om mij te eten te geven, want het Woord van God is het brood uit de hemel (Joh 6,32). Daarom verklaart deze Wijsheid, die het goddelijke voedsel op het heilig altaar van zijn Lichaam en zijn Bloed heeft neergelegd: “Kom en eet van mijn brood en drink van deze wijn die ik bereid heb” (Spr. 9,5).

 

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Ireneus van lyon : wij hebben vandaag wonderbare dingen gezien

H. Ireneus van Lyon (rond 130-rond 208), bisschop, theoloog en martelaar Tegen de ketterij, III, 2, 2

“We hebben vandaag wonderbare dingen gezien”

 Irenaeus_of_lyons 45.jpg

 

 

     Het Woord van God is in de mens komen wonen; Hij heeft zich “Mensenzoon” gemaakt om de mens er aan te wennen God te ontvangen en om God er aan te wennen in de mens te wonen; zoals de Vader het wenste. Daarom werd het teken van ons heil, Emmanuel geboren uit de Maagd geschonken door de Heer zelf (Jes 7,14). Het is immers de Heer zelf die de mensen redt, omdat zij zichzelf niet kunnen redden… De profeet Jesaja heeft gezegd: “Geeft de zwakke handen weer kracht, maakt sterk de bevende knieën! Zegt tot allen die radeloos zijn: houdt moed, weest niet bang, hier is uw God. Hij brengt wraak mee, de goddelijke vergelding, Hij brengt u redding” (35,3-4). Want het is alleen de redding van God, en niet van onszelf, we zouden ons heil zelf niet kunnen bewerkstelligen.

 

 Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Johannes Chrysostomos : Het voedsel dat blijft om eeuwig te leven en dat de mensenzoon u zal geven

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar Homilie over het evangelie van Mattheus, nr 82, 5 ; PG 58, 743

Chrysostome  miniature 17e eeuw.jpg

Johannes Chrysostomos“Het voedsel dat blijft om eeuwig te leven en dat de Mensenzoon u zal geven”

      De Joden aten het Paasmaal staande, met sandalen aan hun voeten, stok in de hand, en met haast (cf Ex 12,11). Om hoeveel meer goede redenen moet jij staande wakker blijven! Zij hadden zich voorbereid om naar het Beloofde Land te gaan en gedroegen zich dus als reizigers; jij bent iemand die naar de hemel gaat. Daarom moeten we altijd op onze hoede zijn… De vijanden van Christus hebben zijn heilige lichaam geslagen zonder te weten wat ze deden (Lc 23,34); en jij ontvangt Hem na zoveel weldaden, in een onzuivere ziel! Want het was Hem niet genoeg om mens te worden, om gemarteld te worden en ter dood gebracht – Hij wilde zich door zijn liefde nog verenigen met ons, zich met ons identificeren, niet alleen door het geloof, maar in werkelijkheid door de deelname aan zijn eigen lichaam…
      Beschouw de grote eer die je ontvangt, en aan welke tafel je deelneemt. De engelen zien Hem slechts bevend aan, ze durven Hem niet zonder vrees aanschouwen door de schittering van zijn heerlijkheid die van zijn gelaat afstraalt, en Hij wordt ons voedsel en wij worden één enkel lichaam en vlees met Hem. “Wie kan zijn machtige daden verwoorden, wie de roem van de Heer laten klinken?” (Ps 106,2) Welke herder heeft ooit zijn schapen gevoed met zijn eigen vlees?… Het gebeurt vaak dat een moeder haar kinderen aan voedsters geeft. Christus doet dat niet: Hij voedt ons met zijn eigen bloed, Hij laat ons één lichaam met Hem worden.

 

Bron : Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Johannes Chrysostomos : Christus ontvangen

  
H. Johannes Chrysostomos (ca 345-407), priester te Antiochië daarna bisschop van Constantinopel, Kerkleraar Sermon over Elia en de weduwe en de aalmoes ; PG 51, 348

chrysostom16 modern amerikaans [1600x1200].jpg

 Christus ontvangen

      De weduwe van Sarepta ontvangt de profeet Elia vol vrijgevigheid en maakt heel haar armoede op tot zijn eer, terwijl zij een vreemdeling is in Sidon. Ze had nooit gehoord wat de profeten zeiden over de aalmoes, en nog minder over het woord van Christus: “U hebt gezien dat Ik honger had en u hebt Mij te eten gegeven” (Mt 25,35).
      Wat zal ons excuus zijn, als wij, na zulke verhoringen, na de belofte op zulke grote beloningen, na de belofte van het Koninkrijk van de hemelen en zijn geluk, niet komen tot dezelfde graad van goedheid als deze weduwe? Een vrouw uit Sidon, een weduwe, belast met de zorg voor een familie, bedreigd door hongersnood en de dood voor ogen ziende, opent haar deur om een onbekende man te ontvangen en geeft hem het weinige meel dat nog over is… Maar wij die door de profeten zijn onderricht, die de leer van Christus hebben gehoord, die de mogelijkheid hebben om over de dingen die gaan komen na te denken, die niet bedreigd worden door hongersnood, die veel meer bezitten dan deze vrouw, zullen wij te verontschuldigen zijn, als wij niet aan onze goederen durven te komen om ervan weg te geven? Verwaarlozen wij ons eigen heil?
      Laten we ten aanzien van de armen een grote compassie tonen, opdat we waardig bevonden worden om de eeuwige toekomstige gaven te bezitten door de genade en de liefde voor de mensen van onze Heer Jezus Christus.

 

Bron : Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Macarius : Zich geweld aandoen om het verblijf van de Heer te worden

Homilie toegekend aan H. Macarius (? – 405), monnik in Egypte
Geestelijke homilie, nr.19


Makarios koptische icoon 56.jpg

Macarius Koptische icoon
Zich geweld aandoen om het verblijf van de Heer te worden

      Degene die de Heer wil naderen, het eeuwige leven waardig wil zijn, de woning van Christus wil worden, vervuld wil worden met de heilige Geest, om zo de vruchten van de heilige Geest te dragen… moet eerst heel  sterk in de Heer geloven en zich dan zonder terughouding aan zijn geboden overgeven… Hij moet zich geweld aan doen om nederig te zijn ten aanzien van iedere mens.., zoals de Heer het zegt: “Leer van Mij want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, dan zullen jullie werkelijk rust voor jullie zielen vinden” (Mt 11,29). Zo moet hij zich ook met alle krachten oefenen om als gewoonte barmhartig, zacht, meelevend en goed te zijn, zoals de Heer het zegt: “Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is” (Lc 6,36; Mt 5,48). En ook: “Als je Mij liefhebt, houd je dan aan mijn geboden” (Joh 14,15). In alles moet hij de nederigheid, het gedrag, de zachtmoedigheid en de manier van leven van de Heer in acht nemen.

      Dat hij volhardt in het gebed, dat hij zonder ophouden vraagt of de Heer wil komen en in hem wil blijven, hem herstelt en hem de kracht geeft om zich aan alle geboden te houden, en dat de Verlosser zelf de woning van zijn ziel wordt. En dan dat hij het vervult door zichzelf geweld aan te doen, zonder de neigingen van zijn natuur te volgen, dan zal hij het vrijwillig voltooien, omdat hij zich geheel gewent aan het goede, hij zal zich voortdurend de Heer herinneren en zal met grote liefde op Hem wachten. Als de Heer zo’n vastbeslotenheid ziet…, dan zal Hij medelijden met hem hebben, en zal Hem verlossen van zijn vijanden en van de zonde die in hem woont, en zal hem vullen met de heilige Geest. En zo zal hij voortaan alle geboden van de Heer onderhouden, in waarheid, zonder geweld of vermoeidheid – of liever, het zal de Heer zelf zijn die hem zal vervullen met zijn eigen voorschriften en hij zal in alle zuiverheid de vruchten van de heilige Geest voortbrengen (cf Gal 5,22).

Bron : Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Simeon de Nieuwe Theoloog : “Al wat de Vader heeft, is van Mij”

H. Simeon de Nieuwe Theoloog (ca.949-1022), Griekse monnik 
Hymne 21 ; SC 174


Simeon de neuwe theoloog + basilios.jpg

Simeon de nieuwe Theoloog en Basilius de grote

“Al wat de Vader heeft, is van Mij”

U hebt gestraald, U hebt U getoond als een glorieus licht
Het ontoegankelijk licht van uw wezen, Verlosser,
En U hebt een ziel, die ondergedompeld was in duisternis, verlicht…
Verlicht door het licht van de heilige Geest,
De mensen kijken naar de Zoon, ze zien de Vader
En aanbidden de Drie-eenheid van de Personen, de enige God…

Want de Heer [Christus] is de Geest (2Kor 3,17),
De Geest is ook, de Vader van de Heer,
Natuurlijk een en dezelfde Geest, Hij is niet verdeeld.
Hij die bezit, bezit werkelijk de Drie
Maar zonder verwarring…
Want de Vader bestaat en hoe zou Hij de Zoon zijn?
Want Hij is ongeboren van essentie.
Er is de Zoon, hoe zou Hij Geest worden?
De Geest is Geest – en hoe zal Hij als de Vader verschijnen?

De Vader is de Vader, omdat Hij onophoudelijk verwekt…
De Zoon is de Zoon omdat Hij voortdurend wordt verwekt
en Hij werd al voor alle tijden verwekt.
Hij verschijnt zonder van zijn wortel gesneden te worden.
Hij is tegelijk afgezonderd zonder gescheiden te zijn
en helemaal een met de Vader die Levend is
en zelf het leven is en het Leven aan allen geeft (Joh 14,6; 10,28).
Alles wat de Vader heeft, heeft de Zoon ook.
Alles wat de Zoon heeft, heeft de Vader eveneens.
Als ik de Zoon zie, zie ik ook de Vader,
Men ziet de Vader in alles gelijk aan de Zoon,
behalve dat de een verwekt en de ander zonder ophouden verwekt wordt…
Hoe komt de Zoon uit de Vader voort? Zoals het woord uit de geest voortkomt.
Hoe wordt Hij erdoor gescheiden? Zoals de stem dat is van het woord.
Hoe neemt Hij lichaam aan? Zoals het woord dat men schrijft…

Hoe zou men aan de Schepper van alles een naam geven?
Namen, handelingen, uitdrukkingen,
alles komt in de wereld op bevel van God,
want Hij geeft namen aan de werken
en aan iedere werkelijkheid zijn eigen roep…
Maar zijn eigen naam heeft men nooit gekend
Als het niet “de onuitsprekelijke God” is, zoals de Schrift zegt (cf Gn 32,30).
Als Hij niet uit te spreken is, heeft Hij geen naam
Als Hij onzichtbaar is, is Hij mysterieus,
Als hij ontoegankelijk is, alleen voorbij elk woord
Voorbij elke gedachte, niet alleen de menselijke,
maar ook die van de engelen
“Hij maakte van het donker zijn schuilplaats”(Ps 18,12).
Al de rest hier beneden blijft in duisternis,
maar Hij alleen, als het licht, is buiten de duisternis.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Johannes Chrysostomos : De geboorte van de nieuwe schepping

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar 
Doopcatechese, nr. 4, 12-15 ; SC 50 bis 

Johannes Chrysostomos - moderne icoon - maker ervan wenst anoniem te blijven.jpg

Johannes Chrysostomos
De geboorte van de nieuwe schepping (Rm 8,22)

      Paulus schreef dit woord: “Iemand die één met Christus is, is een nieuwe schepping” (2Kor 5,17)… Maar zeg me welke van de twee het meest verrassend is: de hemel zien of elk ander geschapen element zien vernieuwen, ofwel een mens van het kwaad naar de deugd zien gaan en verder afzien van de vergissing om zich aan de waarheid te hechten? Want dat is wat Paulus noemt “een nieuwe schepping”… Daarom zullen zij die hun geloof aan Christus hebben gegeven, de last van hun zonden afgelegd als een oud kleed. Meteen nadat ze van de vergissing zijn vrijgemaakt, worden ze door de Zon van gerechtigheid verlicht (Ml 3,20), zoals men een nieuw en schitterend kleed aantrekt, een koninklijk kleed…: “het oude is voorbij, zie het nieuwe is al gekomen” (ibid)… De genade van God stroomt plotseling binnen: ze heeft de zielen hervormd en omgekeerd, ze heeft ze omgevormd…

 

Bron :  http://www.dagelijksevangelie.org 

      Heb je gezien hoe de Meester elke dag deze nieuwe schepping maakt? Want de mens heeft vaak zijn hele leven doorgebracht met het plezier van de wereld; bovendien heeft hij schepselen aanbeden, hij dacht dat ze goden waren. Wie dan, behalve de Heer, kan de mens overhalen om zich plotseling te verheffen tot een dergelijke hoge graad van deugd, voortaan alle idolen te minachten en de Schepper van het universum te aanbidden, en in Hem te geloven, boven alle dingen van dit leven?…

       Ik nodig u dus uit –allen die vroeger gedoopt zijn evenals hen die net deze genade van de Meester hebben ontvangen- om te luisteren naar de aansporing van de apostel: “Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen” (ibid). Laten we ons verleden vergeten; laten ons leven hervormen als mensen die geroepen zijn tot het nieuwe leven. In alles wat we zeggen, in alles wat we doen, beschouwen we de waardigheid van Degene die in ons woont.

Paus Leo de grote : De glorie van het kruis

H. Leo de Grote (? – ca. 461), paus en Kerkleraar
Sermon 51, 2-3, 5-8 ; PL 54, 310-313, SC 74 bis


Leo de grote van Rome.jpg

paus Leo de Grote
De glorie van het kruis

      De Heer onthult zijn heerlijkheid in de aanwezigheid van de gekozen getuigen: Hij verspreidt over zijn lichaam, dat overigens gelijk aan het onze is, een zo schitterend licht dat zijn gelaat straalt als de zon en zijn kleed wit als sneeuw wordt. Door deze transfiguratie had Hij als eerste doel om het schandaal van het kruis van het hart van zijn leerlingen te nemen, opdat de schaamte van het vrijwillig ondergaan van zijn dood, het geloof niet verstoord van hen die de grootheid van zijn verborgen waardigheid hadden gezien.

      Maar Hij had hoop op het doel om een heilige Kerk te stichten, zodat de leden van het lichaam van Christus begrijpen welke transformatie op een dag bij hen zou gebeuren, aangezien een ieder geroepen is om op een dag zijn heerlijkheid te delen die ze tevoren hebben zien schitteren bij hun leider…

      “Dit is mijn geliefde Zoon, luister naar Hem. Luister naar Hem die de weg naar de hemel opent en die door de smeekbeden op het kruis, u voorbereidt om stappen naar het Koninkrijk te zetten. Waarom twijfelt u er aan dat u bent vrijgekocht? Waarom vreest u genezen te worden, nu u gewond bent? Dat mijn wil geschiedde, zoals Christus het wil.  Verwerp de angst van deze wereld en bewapen u met de volharding waardoor het geloof geïnspireerd wordt. Want het past niet om bang te zijn in de Passie van de Heer, waarvoor u met zijn hulp niet meer zult vrezen in uw eigen dood…”

      In deze drie apostelen is de hele Kerk, die alles geleerd heeft wat zij met eigen ogen hebben gezien en met eigen oren gehoord (cf 1Joh 1,1). Dat dus het geloof van een ieder steviger wordt door de prediking van de heilige Kerk, en dat niemand zich schaamt voor het kruis van Christus, waardoor de wereld vrijgekocht werd.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Hilarius : Iedere dag is geschapen door de Zoon, want de Vader doet alles in de Zoon

 

H. Hilarius (ca 315-367), bisschop van Poitiers, Kerkleraar Overweging over de psalmen 92,3 ; PL 9,495

 


 

Hilarius van Poitiers2 (480 x 360).jpg

Hilarius van Poitiers


Iedere dag is geschapen door de Zoon, want de Vader doet alles in de Zoon

 

Op de dag van de Sabbat werd het allen, zonder uitzondering, opgelegd, om geen enkel werk te doen en te rusten in passiviteit. Hoe heeft de Heer de Sabbat dat kunnen doorbreken?… In waarheid zijn dit de grote werken van God: Hij houdt de hemel in zijn hand, levert het licht aan de zon en de andere sterren, geeft groeikracht aan de planten van de aarde, houdt de mens in leven… Ja, alles bestaat en blijft in de hemel en op aarde door de wil van God de Vader; alles komt van God en alles bestaat door de Zoon. Hij is immers het hoofd en de oorsprong van alles; in Hem is alles gemaakt (Kol 1,16-18). En door de voortdurende volheid in Hem, vanuit het initiatief van zijn eeuwige kracht, heeft Hij vervolgens ieder ding geschapen. Welnu als Christus in alles handelt, dan is het noodzakelijkerwijze door de handeling van degene die handelt in Christus. Daarom zegt Hij: “Mijn Vader werkt elke dag en ook Ik werk” (Joh 5,17). Want alles wat Christus, de Zoon van God en bewoond door God de Vader, doet, is het werk van de Vader. Zo wordt iedere dag alles geschapen door de Zoon, want de Vader doet alles in de Zoon. Dus de handeling van Christus is van alle dagen; en naar mijn mening, de wet van de natuur, de vormen van het lichaam, de ontwikkeling en de groei van alles dat duidelijk in deze handeling leeft.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Simeon de Nieuwe Theoloog : Wie niet met Mij bijeenbrengt, drijft uiteen

Simeon de Nieuwe Theoloog (ca.949-1022), Griekse monnik, heilige in de orthodoxe kerk
Catechese 27 ; SC 113, p. 116-118


Simeon de neuwe theoloog + basilios.jpg

Simeon de Nieuwe Theoloog en Basilios
“Wie niet met Mij bijeenbrengt, drijft uiteen”

Zij die vrienden van God zijn en die Hem liefhebben, die Hem in zichzelf bezitten als een onschendbare schat van al het goede, ontvangen de gekwetsten en de vernederden met een onuitsprekelijke vreugde en geluk (Mt 5,10-12). Zij verdubbelen de liefde en de oprechte liefde voor hen die… hun dit alles laten ondergaan, alsof ze weldoeners zijn…

Hij die geen enkele val heeft gekend, de Heer Jezus onze God, werd geslagen, opdat de zondaars die Hem navolgden niet alleen vergiffenis zouden ontvangen, maar door hun gehoorzaamheid deelnemers aan zijn goddelijkheid worden. Hij die geen belediging aanvaardt in de nederigheid van zijn hart, hij die zich schaamt om het lijden van zijn Meester na te volgen, over Hem zal Christus ook schaamte hebben in het bijzijn van de engelen (Lc 9,26)…

Hij werd geslagen, overdekt met spuug, gekruisigd…: Sidder, mensen, en verdraag met vreugde de beledigingen die God ondergaan heeft voor uw heil. God ontvangt een klap van de laatste van zijn dienaren (Joh 18,22) om u een voorbeeld te geven van zijn overwinning; en u aanvaardt niet dezelfde behandeling door uw gelijken? Als u schaamte voelt bij het navolgen van God, hoe zult u dan ooit met Hem heersen? Als u gedurende het wachten op Hem niet geduldig bent bij de beledigingen, hoe zult u dan met Hem verheerlijkt worden in het Koninkrijk der hemelen?

Bron : Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org