Encycliek van ZH. Patriarch Bartholomeos

 

Encycliek van Zijne Heiligeheid Patriarch Bartholomeos

 

bartgholomeos.jpg

Prot. Nr. 887

B A R T H O L O ME O S

DOOR DE GENADE GODS AARTSBISSCHOP VAN KONSTANTINOPEL

NIEUW ROME EN OECUMENISCH PATRIARCH

AAN DE GEHELE KERK GENADE, VREDE EN BARMHARTIGHEID

VAN DE MAKER VAN DE HELE SCHEPPING, ONZE HEER

EN GOD EN VERLOSSER JEZUS CHRISTUS

Geliefde broeders en zusters en kinderen in de Heer,

Als gevolg van de vele jaren van catastrofale milieuontwikkelingen in de wereld, heeft de Heilige Moeder, de Grote Kerk van Christus, waakzaam het voortouw genomen om het begin van elk kerkelijk jaar in te richten als een dag die toegewijd is aan Gods schepping. Ze nodigt de ganse Orthodoxe en Christelijke wereld uit om gebeden en smekingen te richten tot de Schepper van alles, als dankzegging voor de grote gave van de schepping, evenzeer als smeking voor haar bescherming en bewaring van iedere aanval, zowel zichtbaar door de mensheid, als onzichtbaar. Zo herinneren we u ook dit jaar, op deze gunstige dag, vanop de Oecumenische Troon aan de nood om allen bewust te maken van de ecologische uitdagingen waar onze planeet vandaag voor staat.

De hedendaagse, snelle, technologische vooruitgang, samen met de mogelijkheden en voorzieningen die deze aan de hedendaagse mensen biedt, mag ons niet zodanig in de war brengen dat we de kost van elke technologische onderneming niet ernstig afwegen tegenover milieu en beschaving, evenals de verwante negatieve gevolgen, die zeer gevaarlijk en verwoestend kunnen en aantoonbaar zullen zijn voor de schepping en alle wezens die op aarde leven.

Die noodzaak is in elk geval ook verkondigd door de broeders, Hoofden en Hiërarchen van de plaatselijke Heilige Orthodoxe Kerken, tijdens hun gezegende vergadering in juni op het grote eiland Kreta: het onder voorzitterschap van het Oecumenisch Patriarchaat samengeroepen, Heilig en Groot Concilie, dat in haar Booschap benadrukte dat “ons leven ingrijpend verandert door de hedendaagse ontwikkeling van wetenschappen en technologie. Wat een wijziging teweeg brengt in het leven de mens, vereist van diens kant ook onderscheidingsvermogen, omdat we, los van de beduidende voordelen […] eveneens geconfronteerd worden met de nadelige gevolgen van wetenschappelijke vooruitgang,” waaronder de bedreiging en zelfs de vernietiging van het milieu.

Verder is er voortdurend waakzaamheid vereist, verbetering en onderricht, opdat we de verhouding zouden begrijpen tussen de huidige ecologische crisis en onze menselijke hartstochten zoals hebzucht, materialisme, egocentrisme en graaizucht, leiden tot de ecologische crisis die we nu beleven, en die er de vrucht van is. Bijgevolg is de enige uitweg uit deze impasse de terugkeer naar de oorspronkelijke schoonheid van orde en economie, van matigheid en ascese, die ons kunnen leiden tot een zorgzamer beheer van het milieu. De graaiende behoefte om onze materiële noden te lenigen kan ten andere zekerlijk geestelijke armoede veroorzaken, die op haar beurt vernietiging van het milieu inhoudt: “De wortels van de ecologische crisis zijn geestelijk en ethisch, in het diepste innerlijk van elke mens”, benadrukte het zelfde Heilig en Groot Concilie van de Orthodoxe Kerk toen het zich tot de hedendaagse wereld richtte, “het smachten naar voortdurende groei in voorspoed en naar ongebreidelde consumptie leidt onvermijdelijk tot buitensporig gebruik en uitputting van de natuurlijke rijkdommen” (zie beslissing over het document “Zending van de Kerk”).

Aansluitend daarbij, geliefde broeders, zusters en kinderen in de Heer, nu we vandaag de gedachtenis vieren van de Heilige Simeon de Styliet, die grote pijler van onze Kerk, wiens monument, zoals andere wonderbaarlijke archeologische sites in Syrië en wereldwijd, waaronder het roemrijke, oude Palmyra, is opgelijst tussen de topmonumenten wereldwijd van ons culturele erfgoed, en de barbaarse gevolgen ondervond van oorlog, zouden we een ander, even belangrijk probleem willen belichten, namelijk de beschavingscrisis, die de laatste jaren wereldwijd is geworden. Milieu en Beschaving zijn hoe dan ook opvattingen en waarden die gelijk sporen en verweven zijn. Het milieu van de menselijke wereld is geschapen door het bevel van God met het éne woord “Genithíto” (“er zij”; zie Gen. 1:3, 6, 14). De beschaving of cultuur werd geschapen door de met rede begiftigde mens, hetgeen vanzelfsprekend en noodzakelijk een zin voor eerbied daarvoor betekent, in de mate dat de mens inderdaad het hoogtepunt van de Goddelijke Schepping is.

Daarom beschouwen we het ook als onze plicht, vanuit dit Heilig Centrum van de Orthodoxie, dat de unieke traditie behoudt en de bredere parameters van onze culturele erfenis en waarden bewaart, om de nood om de wereldwijze beschavingserfenis evenzeer te beschermen als het milieu, onder de aandacht te brengen van alle verantwoordelijken, en elke mens in het algemeen. Want beide worden bedreigd door klimaatverandering, gewapende conflicten en andere gelijkaardige problemen wereldwijd.

De culturele schatten behoren tot de gehele mensheid, de religieuze monumenten evenzeer als de geestelijke. Bovendien behoren ze, als eeuwige uitdrukkingen van het menselijk verstand, niet uitsluitend tot de staten binnen wier grenzen ze zich bevinden. Toch lopen ze dezelfde gevaren als het milieu. Daarom zijn het beschermen van het milieu en het behoud van de onschatbare waarden van de beschaving evenzeer een plicht voor het welzijn van de gehele mensheid.

De verwaarlozing en/of vernieling van één cultureel monument in één land verwondt het erfgoed van de bewoonde wereld van de mensheid als geheel. Zo is elke mens, en vooral elke beschaafde staat, het verschuldigd en verplicht om alle maatregelen aan te scherpen om zo’n monumenten te beschermen en voor altijd te bewaren. Verder moet elke rechtstaat elke handeling vermijden die het ongeschonden karakter van zijn “werelderfgoed” aantast, of de geestelijke waarden wijzigt die dit vertegenwoordigt.

In het bewustzijn van de Panorthodoxe verklaring dat “het onze grootste verantwoordelijkheid is om een leefbaar milieu door te geven aan de toekomstige generaties, en dat overeenkomstig de goddelijke wil en zegen te gebruiken” (Boodschap van het Heilig en Groot Concilie) en dat “niet alleen de huidige, maar ook de toekomstige generaties het recht hebben om te genieten van de natuurpracht die de Schepper ons heeft verleend” (Beslissing van het Heilig en Groot Concilie “Zending van de Kerk”), nodigen we iedereen uit om uw krachten, in het bijzonder uw gebeden, in de strijd te gooien voor de bescherming van het milieu in de bredere zin, namelijk als harmonische verstrengeling van de natuurlijke en door de mens gemaakte, culturele omgeving, en we vragen onze Heer Jezus Christus, door de gebeden van de Alheilige en Hooggezegende Moeder Gods, de stem van de Heilige Johannes de Voorloper die riep in de woestijn, de Heilige Simeon de Styliet en alle Heiligen, om ons gemeenschappelijk natuurlijk en cultureel thuis te beschermen tegen elke aanval en vernietiging, en er Zijn voortdurende, overvloedige zegen over te schenken en te laten nederdalen.

Met een rouwmoedige ziel en hartelijk gebed, bidden we met alle heiligen tot de Maker van de zichtbare en onzichtbare, geestelijke en intellectuele Schepping om ons “tijdige en gunstige winden, gepaste en malse regen” te verlenen, “voor de voorspoedige bloei van de aarde”, dat Hij de hele wereld “diepe vrede” mag schenken “die alle begrip te boven gaat”, en we roepen over iedereen op het Huis dat de aarde is, de genade en onmetelijke barmhartigheid van God af.

1 september 2016

Bartholomeos van Konstantinopel

vurig voorspreker voor u allen bij God

Johannes van Damascus : Homilie 1 over de Tenhemelopneming van Maria

.H. Johannes van Damascus (ca 675-749), monnik, theoloog, Kerkleraar

Homilie 1 over de Ontslaping van de Moeder Gods ,11-14

De Maagd Maria “beeld van de toekomstige Kerk… die de hoop van uw volk gidst en ondersteunt” (

 

Moeder van God, eeuwige maagd, uw heilig vertrek uit deze wereld is werkelijk een overgang, een binnengaan in het verblijf van God. Uit deze materiële wereld gaand bent u “een beter vaderland” (Heb 11,16) binnengegaan. De hemel ontvangt uw ziel met vreugde: “Wie rijst daar als de dageraad, mooi als de maan, stralend als de zon?” (Hoogl 6;10)… “De koning heeft je meegenomen in zijn vertrekken” (Hoogl. 1,4) en de engelen verheerlijken haar, die de moeder is van hun eigen meester, van nature en in waarheid volgens het plan van God…

 

De apostelen hebben uw smetteloze lichaam gedragen, u bent de werkelijke ark van het verbond, en ze hebben het in zijn heilig graf gelegd. En daar. als door een andere Jordaan, bent u in het ware beloofde Land aangekomen, ik bedoel “het Jeruzalem van boven”, moeder van alle gelovigen (Gal 4,26), van wie God de architect en de bouwmeester is. Want uw ziel is zeker “niet aan het dodenrijk prijsgegeven, en zijn lichaam geen bederf zou zien” (Ps 16,10; Hand 2,31). Uw lichaam is zuiver, zonder vervuiling, en werd niet aan de aarde overgeleverd, maar u hebt het meegenomen naar de woningen van het Koninkrijk der hemelen, u koningin, vorstin, onze lieve vrouw, Moeder van God, de ware Theotokos…

 

Vandaag naderen wij tot u, onze koningin, Moeder van God en maagd; we laten onze zielen keren naar de hoop die u voor ons bent… Wij willen u vereren door “psalmen, hymnen en liederen” (Ef 5,19). Door de dienares te eren, laten we onze verbintenis met onze eigen gemeenschappelijke Meester zien… Werp uw blik op ons, o koningin, moeder van onze goede Verlosser; gids ons op weg naar de haven zonder storm van het goede verlangen naar God.

 

Isaak de Syriër : Op water lopen en door vuur gaan

Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel

Ascetische overwegingen, 1ste serie, nr 62

 

Isaak de eerbiedwaardige stichter van het Dalmatian Monasterie van Constantinopel.jpg

 

Op water lopen en door vuur gaan

 

Het intellectuele weten bevrijdt ons niet van de angst. Maar wie wandelt in het geloof is er volledig vrij van; echt een kind van God, hij kan vrij gebruik maken van alle dingen. Zij die liefde hebben voor dat geloof, gebruiken als God zelf alle elementen van de schepping, want het geloof heeft de kracht om elk nieuw schepsel te maken als gelijkenis van God…

 De intellectuele kennis kan niets doen zonder de materiële basis; ze heeft niet het lef om iets te vervullen wat niet door de natuur gegeven is. Het lichaam kan niet over water lopen; zij die vuur aanraken, branden zich. Vandaar dat de eenvoudige kennis op zijn hoede is; ze gaat nooit over de natuurlijke grenzen heen. Maar het geloof heeft de kracht om verder te gaan en zegt: “Als u door rivieren trekt, overspoelen ze u niet … en de vlammen verwonden u niet als u door vuur heen moet” (Jes 43,2). Vaak vervult het geloof zulke dingen door de ogen van heel de schepping. Als het aan het verstand gegeven was om dezelfde dingen te doen, dan zou hij nooit gedurfd hebben.

 Door het geloof zijn velen door vlammen heengegaan…, ze zijn gezond en wel door het vuur gegaan en ze liepen over zee als over stevige aarde. Al deze dingen waren hoger dan de natuur en tegengesteld aan de wijze van de eenvoudige intellectuele kennis. Zij tonen aan hoe ijdel ze zijn op alle vlakken en alle wetten. Zie je hoe het verstand de natuurlijke omstandigheden observeert? Zie je hoe het geloof zijn eigen weg gaat door hoger te lopen dan de natuur?

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

Caesarius van Arles : “Waar uw schat is, daar is ook uw hart”

H. Caesarius van Arles (470-543), monnik en bisschop

Sermon 32, 1-3 ; SC 243

Cesaire_d'Arles_icone_byzantine.jpg

“Waar uw schat is, daar is ook uw hart”

 

God aanvaardt onze geldoffers en vindt het fijn als wij aan de armen geven, maar onder deze voorwaarde: dat elke zondaar, als hij zijn geld aan God geeft, tegelijkertijd zijn ziel aan God geeft… Wanneer de Heer zegt: “Geef aan de keizer wat aan de keizer behoort, en aan God wat van God is” (Mc 12,17), wat anders wil Hij dan zeggen dan: “Zoals u aan de keizer zijn afbeelding op een geldstuk geeft, geef zo ook aan God in uzelf de afbeelding van God” (cf Gn 1,26)…

 

Daarom offeren we, als we het geld aan de armen geven, zoals we al hebben gezegd, onze ziel aan God omdat daar waar onze schat is, ook ons hart kan zijn. Waarom zou God ons immers vragen om geld [te geven]? Hij weet er zeker van dat we daar erg veel van houden en wij er voortdurend aan denken; en daar waar ons geld is, daar is ook ons hart. Daarom roept God ons op om schatten in de hemel te maken door aan de armen te geven; dat is opdat ons hart volgt waar we onze schat heen sturen en als de priester zegt: “Verheft uw hart”, dan kunnen we met een rustig geweten antwoorden: “Wij zijn met ons hart bij de Heer”.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

Cyprianus van Carthago : Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel

H. Cyprianus (ca. 200-258), bisschop van Carthago en martelaar

Het gebed van de Heer, 14-15

 

Cyprianus van Carthago 32.jpg

“Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel

 

Het is niet zo dat God doet wat Hij wil, maar dat wij kunnen doen wat Hij wil. Wie kan God verhinderen om te doen wat Hij wil? Wij worden tegengestreefd door de duivel die ons verhindert om in alles, innerlijk en uiterlijk, te gehoorzamen aan de wil van God. Laten we ook vragen dat Zijn wil zich in ons mag vervullen; opdat deze zich kan vervullen, hebben wij zijn hulp nodig. Niemand is sterk uit eigen vermogen, maar de kracht is in de goedheid en in de barmhartigheid van God…

 

De wil van God is wat Christus heeft gedaan en ons heeft geleerd: nederigheid in gedrag, stevigheid in geloof, bescheidenheid in woorden, gerechtigheid in daden, barmhartigheid in werken, en discipline in de zeden. De wil van God, dat is om niemand schade te berokkenen, om te verdragen wat men ons aandeed, om vrede te bewaren met onze zusters en broeders, God lief te hebben met heel ons hart, van Hem houden omdat Hij de Vader is en Hem vrezen omdat Hij God is. Niets boven Christus verkiezen, aangezien Hij aan ons de voorkeur geeft boven alles, zijn naastenliefde onaantastbaar navolgen, en met moed en vertrouwen onder het kruis blijven staan. Wanneer het gaat om te strijden voor zijn naam of zijn eer, moeten we vastberaden zijn in onze woorden; van vertrouwen getuigen in moeilijkheden om de strijd te doorstaan, geduld in de dood om uiteindelijk de kroon te verkrijgen. Dat betekent mede-erfgenaam willen worden van Christus, het voorschrift van God vervullen en de wil van God doen.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

H. Leo de Grote : “Hij die achterwaarts blikt, is niet geschikt voor het koninkrijk Gods”

H. Leo de Grote (? – ca 461), paus en Kerkleraar

Sermon 71, voor de opstanding van de Heer ; PL 54, 388

“Hij die achterwaarts blikt, is niet geschikt voor het koninkrijk Gods

 

 

Leo-papa-Romae-Primus-Feb-18.jpg

Leo de grote

 

Dierbare mensen, Paulus, de apostel van de heidenen, spreekt ons geloof niet tegen als hij zegt: “Indien wij Christus al naar het vlees gekend hebben, thans niet meer” (2Kor 5,16). De verrijzenis van de Heer heeft geen einde gemaakt aan zijn vlees, het is getransformeerd. De overvloed van zijn kracht heeft zijn substantie niet vernietigd; de kwaliteit ervan is veranderd; de natuur werd niet vernietigd. Men had zijn lichaam aan het kruis genageld: Hij is onbereikbaar geworden voor het lijden. Men had Hem ter dood veroordeeld, Hij is eeuwig geworden. Men had Hem vermoord, Hij is onaantastbaar geworden. Men kan immers zeggen dat het lichaam niet meer is zoals men het kende; want er is in haar geen spoor meer van het lijden of van zwakheid. Zij is in essentie, wat betreft de heerlijkheid, hetzelfde gebleven. Waarom zou men zich overigens verbazen dat Paulus zich zo uitdrukt naar aanleiding van het lichaam van Christus, want als hij zo spreekt over alle christenen die leven volgens de Geest, zegt hij: “Wij kennen voortaan niemand meer naar het vlees.”

Hij wil zeggen dat onze verrijzenis in Jezus Christus begonnen is. In Hem die voor allen gestorven is, heeft onze hoop een lichaam aangenomen. In ons is geen twijfel, noch aarzeling, noch een teleurgestelde verwachting: de beloftes beginnen zich reeds waar te maken en wij zien met de ogen van het geloof de genade al, welke ons in de toekomst zal vervullen. Onze natuur werd verhoogd; dus bezitten we met vreugde reeds het doel van ons geloof…

Dat het volk van God zich er dus bewust van is dat ze “een nieuwe schepping in Christus is” (2Kor 5,17). Dat dit volk begrijpt wie haar uitverkoren heeft en wie zijzelf heeft uitverkoren. Dat de vernieuwde zijnswijze niet terugkeert naar de onstabiliteit van zijn oude toestand. Dat “hij die de hand aan de ploeg slaat” niet ophoudt met werken, dat hij op het graan let dat hij gezaaid heeft, dat hij niet terugkeert naar wat hij verlaten heeft… Dat is de weg van het heil; dat is de wijze om de verrijzenis, die reeds in Christus begonnen is, na te volgen.

bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

Athanasius : Wie heeft U die bevoegdheid dan daartoe gegeven

H. Athanasius (295-373), bisschop van Alexandrië, kerkleraar

Uit de redevoeringen tegen de Arianen, 2, 78-79

 

Athanasius van Alexandrië6.jpg

Athanasius van Alexandrië

 

“Wie heeft U die bevoegdheid dan daartoe gegeven”

 

De persoonlijke Wijsheid van God, zijn eniggeboren Zoon, is de Schepper en Maker van alles. “Want alles hebt U met wijsheid geschapen”, zegt de psalmist, en: “Van uw rijkdom is de aarde vervuld” (Ps 104,24)… Ons verstand immers is een beeld van het Woord, dat de Zoon van God is, en zo is ook de Wijsheid die in ons is, op haar beurt een beeld van Hem die de Wijsheid is. Want door haar bezitten wij ons vermogen tot kennis en inzicht en worden wij ontvankelijk voor de scheppende Wijsheid; door haar zijn wij in staat de Vader te kennen. Immers, “wie de Zoon belijdt”, zegt Hij, “heeft ook de Vader” (1Joh 2,23); en: “Wie Mij opneemt, neemt Hem op die Mij gezonden heeft” (Mt 10,40)…

 Maar “volgens Gods wijsheid heeft de wereld met al haar wijsheid God niet gevonden; daarom heeft God besloten hen die geloven te redden door de dwaasheid van de verkondiging” (1 Kor. 1,21). Want niet meer, zoals in vroegere tijden, wilde God zich door een beeld en afschaduwing van de Wijsheid in het geschapene laten kennen; maar Hij liet de waarachtige Wijsheid zelf het vlees aannemen, mens worden en de dood op het kruis ondergaan, opdat door het geloof in Hem voortaan allen die geloven, konden worden gered.

 Het gaat om dezelfde Wijsheid van God. Eerst heeft zij zichzelf geopenbaard en in zichzelf heeft zij haar Vader geopenbaard door haar beeld in het geschapene. … Later is zij als het Woord vlees geworden, zoals Johannes zegt (vgl. 1,14). Na het vernietigen van de dood en na de redding van ons geslacht heeft het Woord zichzelf nog meer geopenbaard en door zichzelf de Vader: “Geef dat zij U kennen, de enige ware God, en Hem die U hebt gezonden, Jezus Christus” (Joh 17,3). Zo werd de hele aarde vervuld met zijn kennis. Want de kennis van de Vader door de Zoon en van de Zoon uit de Vader zijn één. En de Vader verheugt zich over Hem, en met dezelfde blijdschap verheugt de Zoon zich over de Vader: “Ik was het over wie Hij zich verheugde; en dag in dag uit verheugde Ik Mij voor zijn aangezicht” (Spr 8,30).

Bron : dagelijksevangelie.org

 

gregorius de Grote : “Jezus, Zoon van David, ontferm U over mij”

H. Gregorius de Grote (ca. 540-604), paus en kerkleraar

Homilie over het Evangelie, nr 2(over de blindgeborenene)

 

Gregorius de grote-Paus van Rome.jpg

“Jezus, Zoon van David, ontferm U over mij”

De Schrift heeft een reden om aan ons deze blinde voor te stellen, die aan de kant van de weg zit en een aalmoes vraagt, want de Waarheid zegt zelf : “Ik ben de Weg” (Joh 14,6). Zo is iemand die de helderheid van het eeuwige licht ontkent, blind.

Als hij al in de Verlosser gelooft, dan zit hij langs de kant van de weg. Als hij gelooft, maar niet vraagt om hem het eeuwige licht te geven en als hij niet bidt, dan kan deze blinde aan de kant van de weg zitten, maar hij vraagt geen aalmoes. Maar als hij gelooft, dan kent hij de blindheid van zijn hart en bidt hij om het licht van de waarheid te ontvangen, dan is hij deze blinde die aan de kant van de weg zit en die ook een aalmoes vraagt.

Wie de duisternis van zijn blindheid kent en voelt dat hij van het eeuwig licht verstoken is, moet vanuit de diepte van zijn hart roepen en met heel zijn ziel: “Jezus, Zoon van David, ontferm u over mij!”

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

Efraïm de Syriër : “De Mensenzoon is gekomen…om zijn leven te geven”

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, kerkleraar

Commentaar op het Diatessaron, 20, 2-7

 

Efraim_syyrialainen01.jpg

“De Mensenzoon is gekomen…om zijn leven te geven”

 

“Als het mogelijk is, laat deze beker dan aan Mij voorbijgaan” (Mt 26,39). Waarom maakte U Simon Petrus een verwijt toen hij zei: “Dat zal U niet overkomen” (Mt 16,22), en nu zegt U: “Als het mogelijk is, laat deze beker dan aan Mij voorbijgaan”? Hij wist goed wat Hij tegen zijn Vader zei en dat het mogelijk was dat de beker voorbij zou gaan, maar Hij was gekomen om het voor allen leeg te drinken, om zo door het drinken van de beker de losprijs van de schuld af te lossen die de dood van de profeten en martelaren niet konden betalen… Hij had zijn dood door de profeten laten beschrijven en door de rechtvaardigen het mysterie van zijn dood laten voorafbeelden. Toen de tijd kwam om deze dood te volvoeren, weigerde Hij niet om te drinken. Als Hij het niet had willen drinken, maar het zou afslaan, dan zou Hij zijn lichaam niet in de Tempel vergeleken hebben met deze woorden: “Breek deze Tempel af en in drie dagen laat Ik hem weer herrijzen” (Joh 2,19); Hij zou niet tegen de zonen van Zebedeüs gezegd hebben: “Kunt u de beker drinken die Ik zal drinken?” en ook “Ik moet een doop ondergaan” (Lc 12,50)…

“Als het mogelijk is, laat deze beker dan aan Mij voorbijgaan.” Hij zei dat, omdat Hij bekleed was met de zwakheid en niet door te doen alsof, maar werkelijk. Omdat Hij zich klein had gemaakt en werkelijk bekleed was met onze kwetsbaarheid, moest Hij vrezen en wankelde Hij in de kwetsbaarheid. Door het lichaam aan te nemen werd Hij met kwetsbaarheid bekleed, at Hij als Hij honger had, was Hij moe door het werk, werd Hij overmand door de slaap, was het nodig dat alles vervuld zou worden wat het lichaam zou laten verrijzen als de tijd van zijn dood is gekomen…

Om door zijn Lijden troost aan zijn leerlingen te brengen, voelde Jezus wat zij voelden. Hij had hun angst in zich opgenomen om hun zijn zielsgelijkenis te tonen, en dat je je niet laat voorstaan op de dood voordat je deze ondergaan hebt. Als immers Degene die nergens bang voor is, angst heeft gehad en had gevraagd om bevrijd te worden, terwijl Hij wist dat het onmogelijk was, hoeveel te meer moeten de anderen dan wel niet volharden in hun gebed voor de verleiding om bevrijd te worden als de dood zich toont… Om hen die de dood vrezen moed te geven, heeft Hij zijn eigen angst niet verborgen, opdat ze weten dat deze angst hen niet doet zondigen. “Nee, Vader, zei Jezus, niet mijn wil, maar uw wil geschiedde”: zodat Ik sterf om het leven aan de mensen te geven.

Bron : http://www.dagelijksevengelie.org

 

Clemens van Alexandrië : Meteen was de boot aan land

  1. Clemens van Alexandrië (150- ca 215), theoloog De Pedagoog, III, 12, 101

Clemens van alexandrie3.jpg

Clemens van Alexandrië

 

“Meteen was de boot aan land”

 

Laten we tot het Woord bidden, tot het Woord van God: wees genadig voor uw kinderen, Meester, Vader, gids van Israël, Zoon en Vader, één en twee tegelijkertijd, Heer! Maak dat wij uw geboden navolgen, om te komen tot de volle gelijkenis van het beeld (Gn 1,26), om de goedheid van God en de rechter zonder hardheid te begrijpen naar ons eigen vermogen. Geef ons uzelf: om in uw vrede te leven, om in uw stad gebracht te worden, om door te gaan zonder ten onder te gaan in de stormen van de zonde; om meegenomen te worden naar de rustige wateren van de Heilige Geest; door de onuitspreekbare Wijsheid. Maak dat wij dag en nacht tot aan de laatste dag de Enige Vader en Zoon, Zoon en Vader, Zoon, Pedagoog (1Kor 4,15) en Meester en tegelijkertijd de Heilige Geest, danken en loven. Alles is van de Ene, in wie alles is, door wie alles één is, door wie de eeuwigheid is, van wie wij allen ledematen zijn (1Kor 12,27). Aan Hem zij de heerlijkheid en de eeuwen; alles voor de Goede, alles voor de Schone, alles voor de Wijsheid, alles voor de Rechtvaardige! Aan Hem zij de glorie nu en in de eeuwen der eeuwen, amen!

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

Caesarius van Arles : Met heel je hart je broeder vergeven

H. Caesarius van Arles (470-543), monnik en bisschop

Sermon verzameld door Morin 35 ; PLS IV, 303v

 

Caesaire_d'Arles_icone_byzantine.jpg

Caesarius van Arles (byzantijnse icoon)

 

Met heel je hart je broeder vergeven

 

 

Jullie weten wat wij tegen God gaan zeggen voordat we ter communie gaan: “Vergeef ons onze zonden, zoals ook wij aan anderen hun zonden vergeven”. Bereid je innerlijk voor om te vergeven, want deze woorden, kom je tegen in het gebed. Hoe ga je ze zeggen? Misschien zeg je ze niet? Het gaat uiteindelijk om deze vraag: zeg je deze woorden wel of niet? Je hebt een hekel aan uw broeder en je zegt: “Vergeef ons zoals wij vergeven”? -Ik vermijd die woorden, zul je zeggen. Maar bid je dan? Let goed op, mijn broeders en zusters. Jullie gaan over enkele ogenblikken bidden; vergeef met heel jullie hart!

Kijk naar Christus die aan het kruis hangt; luister naar zijn bidden: “Vader vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen” (Lc 23,34). Je zult zeker zeggen: Hij kon dat doen, maar ik ben slechts een mens en Hij is God. Kun je Christus niet navolgen? Waarom heeft de apostel Paulus ons dan geschreven: “Wees navolgers van God, als geliefde kinderen” (Ef 5,1) Waarom zei de Heer zelf: “Leer van Mij want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart” (Mt 11,29)? Wij schipperen, wij zoeken uitvluchten, wanneer wij menen dat hetgeen we willen doen, onmogelijk is … Mijn zusters en broeders, laten we Christus niet beschuldigen dat Hij ons te moeilijke geboden, die onmogelijk zijn om te realiseren, heeft gegeven. Zeggen we liever in alle nederigheid met de psalmist: “Heer, U bent rechtvaardig, en uw voorschriften zijn onberispelijk” (Ps 119,137).

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

H. Clemens van Alexandrië,”Ik ben gekomen opdat ze leven mogen bezitten, en wel in overvloed”

H. Clemens van Alexandrië (150- ca 215), theoloog

De Pedagoog, 9,83v

 

Clemens van alexandrie3.jpg

Clemens van Alexandrië

“Ik ben gekomen opdat ze leven mogen bezitten, en wel in overvloed”

 

Zieken, wij hebben de Verlosser nodig; verdwaalden, wij hebben Degene die ons zal leiden nodig; dorstigen, de bron van het levende water hebben we nodig; doden, wij hebben het leven nodig; schapen hebben een herder nodig; kinderen, een opvoeder; en de hele mensheid heeft Jezus nodig…

Als u wilt, kunnen we de opperste wijsheid van de heilige herder en opvoeder begrijpen, Hij is de Almachtige en het Woord van de Vader, als Hij zich bedient van een allegorie en zegt dat Hij de herder van de schapen is; maar Hij is ook de opvoeder van de allerkleinsten. Zo richt Hij zich lang tot de vaderen, door tussenkomst van Ezechiël, en Hij geeft hun het voorbeeld van zijn zorgzaamheid: “Het verdwaalde dier zal Ik zoeken, het verlaten dier terughalen, het gewonde dier verbinden, het zieke dier sterken, maar de vette en sterke dieren verdelgen; Ik zal ze weiden zoals het hoort” (Ez 34,16). Ja, Meester, leid ons naar de groene weiden van uw gerechtigheid. Ja, U bent onze opvoeder, wees onze herder tot aan de heilige berg, totdat de Kerk zich verheft tot boven de wolken en de hemel aanraakt. “Ik zal een herder voor hen zijn, zegt Hij, en Ik zal naar mijn schapen omzien” (Ez 34,12). Hij wil mijn vlees redden door het te bedekken met het onvergankelijke kleed… “Als u dan roept, geeft Ik u antwoord, en Ik zeg: ‘Hier ben ik!’” (Jes 58,9)…

Zo is onze opvoeder; Hij is goed en rechtvaardig. “Ik ben niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen” (Mt 20,28). Daarom toont men Hem vermoeid in het Evangelie (Joh 4,5), Hij vermoeit zich voor ons en belooft “om zijn leven te geven als losgeld voor velen” (Mt 20,28). Hij onderstreept dat alleen de goede herder zo doet. Wat een wonderbaarlijke gever, die ons het grootste geeft wat Hij heeft: zijn leven! Wat een weldoener, vriend van de mensen, die liever hun broer wilde zijn dan hun Heer! En Hij heeft de goedheid opgedreven tot en met het sterven voor ons aan toe.

bron : wwwdagelijksevangelie.org

 

Leo de Grote : wanneer u de mensenzoon….

H. Leo de Grote (? – ca 461), paus en Kerkleraar

15e sermon over het Lijden van de Heer, 3-4

 

Leo de grote van Rome.jpg

Leo de Grote

 

“Wanneer u de Mensenzoon omhoog geheven hebt, dan zult u begrijpen dat Ik het ben”

De mens die het lijden van Christus werkelijk vereert, moet met de ogen van het hart zo naar de gekruisigde Christus kijken, dat hij in Christus vlees zijn eigen vlees herkent… Geen enkele zieke wordt de zege van het kruis geweigerd, evenmin als er iemand is die niet door het gebed van Christus geholpen wordt. Als dit gebed al zozeer ten goede kwam aan de velen die tegen Hem tekeergingen, hoeveel te meer zal het dan allen helpen die zich tot Hem bekeren…

Wie van de mensen is, sinds God onze natuur heeft aangenomen, sinds ‘het Woord is vlees geworden en onder ons heeft gewoond’ (Joh. 1, 14), verstoken gebleven van zijn barmhartigheid tenzij de ongelovige? En wie heeft niet met Christus een gemeenschappelijke natuur, als hij de Heer die deze aannam, ontvangen heeft en door die Geest herboren is waardoor Christus geboren is? Vervolgens, wie zou in Hem niet zijn eigen zwakheden herkennen? Wie ziet niet dat het nuttigen van spijs, de verkwikking van de slaap, de kommer van zijn droefenis of de tranen van medelijden hoorden bij onze gestalte van slaven? (Fil 2,7)…

Wat levenloos in het graf lag en op de derde dag verrees en boven alle hoogten van de hemelen uitsteeg om te zetelen aan de rechterhand van Gods majesteit, was onze menselijke natuur. Daarom, als wij de weg van zijn geboden bewandelen en ons niet schamen te belijden wat Hij in de geringheid van zijn lichaam voor ons heil gedaan heeft, zullen ook wij verheven worden om te delen in zijn heerlijkheid. Want wat Hij gezegd heeft, zal zeker in vervulling gaan: ‘Ieder die Mij bij de mensen belijdt, hem zal ook Ik als de mijne erkennen bij mijn Vader die in de hemel is’ (Mt. 10, 32).

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

Augustinus : wilt u genezen worden ?

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar Sermon 124

 

Augustinus doop.jpg

doop van Augustinus

“Wilt u genezen worden?”

De wonderen van Christus zijn symbolen van verschillende omstandigheden van ons eeuwige heil…; de badinrichting is symbool van een kostbare gave die het Woord van God ons geeft. Kort gezegd is het water het Joodse volk; de vijf zuilengalerijen zijn de Wetten van Mozes die in vijf boeken zijn opgeschreven. Dat water was omgeven door vijf zuilengalerijen, zoals het volk door de Wet die het beteugelde. Het water dat in beroering was, is de Passie van de Verlosser temidden van dat volk. Degene die dat water inging was genezen, maar één per keer om de eenheid te verbeelden. Zij die niet kunnen verdragen, dat men spreekt over de Passie van Christus, zijn trots; ze willen niet neerdalen en worden niet genezen. “Wat nou, zegt de hoogmoedige man, geloven dat God mens geworden is, dat God uit een vrouw geboren is, dat God werd gekruisigd, gemarteld en dat Hij met wonden overdekt was, dat Hij dood is en in doeken werd gewikkeld? Nee, nooit zal ik in deze vernederingen van een God geloven, ze zijn Hem onwaardig.”

Laat hier liever uw hart spreken dan uw hoofd. De vernederingen van een God lijken onwaardig voor arrogante mensen, daarom zijn ze ver verwijderd van de genezing. Pas dus op voor deze trots; als u uw genezing wenst, aanvaard het dan om neer te dalen. Men zou zich over veel dingen ongerust kunnen maken, als men zei dat Christus enige verandering heeft ondergaan toen Hij mens werd. Maar nee… uw God blijft wie Hij was, wees dus absoluut niet bang; Hij sterft niet en Hij zal ervoor zorgen dat u niet sterft. Ja, Hij blijft wie Hij is, Hij wordt uit een vrouw geboren, maar naar het vlees… Als mens werd Hij gegrepen, vastgebonden, gegeseld, bedekt met spot, uiteindelijk gekruisigd en ter dood gebracht. Waarom bent u bang? Het Woord van de Heer blijft eeuwig. Wie deze vernederingen van een God wegduwt, wil niet genezen worden van de dodelijke zwelling van zijn trots.

Door zijn menswording heeft de Heer Jezus Christus dus hoop gegeven aan ons vlees. Hij heeft de zeer bekende en zo gemeenschappelijke vruchten van deze aarde aangenomen, de geboorte en de dood. De geboorte en de dood, dat zijn immers de goederen die de aarde in overvloed bezat; maar men vond er geen verrijzenis, noch eeuwig leven. Hij vond hierbeneden ongelukkige vruchten van deze pijnlijke aarde, en Hij gaf ons in ruil daarvoor de goederen van zijn hemels koninkrijk.

bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

Palmzondag

H. Andreas van Kreta (660-740), monnik en bisschop

Homilie voor Palmzondag PG 97, 989-993

 

“Zie je koning komt naar je toe” (Za 9,9 ; Mt 21,5)

palm_sunday_entry_into_jerusalem1.jpg

 

Kom, laten we samen de Olijfberg bestijgen en Christus tegemoet gaan, die vandaag uit Betanië terugkeert en zich vrijwillig begeeft naar het eerbiedwaardige en zalige lijden, om het mysterie van ons heil te voltooien. Hij gaat inderdaad vrijwillig de weg naar Jeruzalem, Hij die omwille van ons uit de hemel is neergedaald, om ons, die in de diepten neerlagen, tegelijk met zich te verheffen, “hoog boven alle heerschappijen, machten en krachten, en boven elke naam die genoemd wordt”, zoals de Schrift ons openbaart (Ef. 1, 21). Hij komt echter niet als iemand die uit is op eer en roem. “Hij roept niet, Hij schreeuwt niet, in de straten verheft Hij zijn stem niet” (Jes. 42, 2), maar Hij zal “zachtmoedig zijn en nederig” en bij zijn intrede in Jeruzalem stelt Hij zich bescheiden op.

Welaan dan, laten we samen optrekken met Hem die zich spoedt naar zijn lijden, en hen navolgen die Hem tegemoet trokken. Niet zo dat we olijftakken, mantels of palmtakken voor Hem op de weg uitspreiden, maar dat we onszelf; zoveel we kunnen, met een nederig gemoed en een zuivere intentie ter aarde werpen, om het Woord bij zijn komst te ontvangen (Joh 1,9). Zo wordt God die door niets omvat kan worden, door ons opgenomen.

Want Hij die zich jegens ons zo zachtmoedig getoond heeft, is de Zachtmoedige die de ellende ophief waarin wij, zoals de ondergaande zon in het westen, dreigden te verzinken (Ps 57,12), Hij verheugt zich erover tot ons te komen en met ons omgang te hebben, ons tot zich te verheffen en ons terug te voeren door zijn vereniging met ons.

bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

Ignatius van Antiochië : Dit is het werk van God….

Ignatius van Antiochië (?- ca. 110) bisschop en martelaar Brief aan de Filadelfianen

“Dit is het werk van God: dat u gelooft in Hem, die Hij gezonden heeft”

 

ignatius van Antiochië9.jpg

      U, kinderen van het echte licht, ontvlucht de twisten en de slechte leer. Volg uw herder overal als schapen. Want vaak misleiden ogenschijnlijk betrouwbare wolven degenen die de weg naar God lopen, maar als u verenigd blijft, zullen zij geen plaats onder u vinden.       Heb dus zorg om slechts aan één eucharistie deel te nemen; er is, immers, slechts één lichaam van onze Heer, één beker om ons te verenigen in zijn bloed, één altaar, zoals er slechts één bisschop omgeven door priesters en diakens is. Dan zult u alles wat u doet, doen volgens God… Mijn schuilplaats is het Evangelie, die voor mij de mensgeworden Jezus zelf is, en de apostelen, die de pastorie van de Kerk voorstellen. Laten we ook van de profeten houden, want zij hebben eveneens het Evangelie verkondigd, zij hebben op Christus gehoopt en op Hem gewacht. Doordat ze in Hem geloofden, werden zij gered en, in de eenheid met Jezus Christus blijvend, werden zij heiligen, die liefde en bewondering waardig zijn, zij hebben het verdiend om de getuigenis van Jezus Christus te ontvangen en om aandeel aan het Evangelie te hebben, onze gemeenschappelijke hoop…       God woont niet daar waar verdeling en woede heerst. Maar de Heer vergeeft al degenen die berouw hebben, als het berouw hen brengt tot de eenheid met God en tot de eenheid met de bisschop. Ik geloof in de genade van Jezus Christus die ons van elke keten zal bevrijden. Ik smeek u, handel nooit uit geest van twist, maar volgens de leer van Christus. Ik heb horen zeggen: “Wat ik niet in de archieven vind, dat geloof ik niet in het Evangelie“… Mijn archief is Christus; mijn onschendbare archief, het bestaat uit zijn kruis, zijn dood en zijn opstanding en het geloof dat van Hem komt. Van daaruit wacht ik, met de hulp van uw gebeden, op heel mijn rechtvaardiging.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

Cyrillus van Alexandrië : ik ben niet gekomen om de wet op te heffen, maar om ze te vervolmaken

H. Cyrillus van Alexandrië (380-444), bisschop en kerkleraar

Homilie 12 ; PG 77, 1041v

CyrillusAlexandrie258.jpg

 

“Ik ben niet gekomen om de Wet op te heffen, maar om ze te vervolmaken”

We hebben gezien dat Christus gehoorzaamde aan de wet van Mozes, dat wil zeggen aan die van God, de wetgever, Hij onderwierp zich als een mens aan zijn eigen wetten. Dat is wat Paulus ons onderricht…: “Toen de tijd gekomen was zond God zijn Zoon, geboren uit een vrouw en onderworpen aan de wet, maar gezonden om ons vrij te kopen van de wet opdat wij zijn kinderen zouden worden” (Gal 4,4-5). Dus Christus heeft hen, die onderworpen waren aan de Wet, maar zich niet aan de Wet hielden, vrijgekocht van de vloek van de Wet. Op welke wijze heeft Hij ze vrijgekocht? Door deze wet te vervullen; anders gezegd, om de overtreding waaraan Adam schuldig was, uit te wissen, toonde Hij zich in onze plaats gehoorzaam en onderworpen aan God de Vader. Want er staat geschreven: “Zoals de overtreding van één enkel mens ertoe heeft geleid dat allen werden veroordeeld, zo zal de rechtvaardigheid van één enkel mens ertoe leiden dat allen worden vrijgesproken” (Rm 5,18). Met ons heeft Hij het hoofd gebogen voor de Wet en Hij heeft het gedaan volgens het goddelijk plan van de menswording. Immers “Hij moest de gerechtigheid volledig te vervullen” (cf Mt 3,15).

Na volledig de staat van een slaaf te hebben aangenomen (Fil 2,7), juist omdat de menselijke staat Hem tot hen rekende, die het juk droegen, heeft Hij aan de belastingontvangers de hoogte van de belasting betaald, zoals iedereen, omdat van nature en als Zoon, Hij er niet van was vrijgesproken (Mt 18,23-26). Dus als je ziet dat Hij zich aan de Wet houdt, wees dan niet gechoqueerd, reken Degene die vrij is niet tot de dienaren, maar zie in gedachten de diepte van een dergelijke bestemming.

bron : http://www.dagelijksevangelie.org