Dit is een privé christelijke blog van Kris Biesbroeck, Licentiaat Theologie en filosofie. De inhoud van blog : Theologie, filosofie, Kerkvaders, Heiligenlevens, Exegese, Augustinus,enz… Alles wat sinds 2007 op de site is verschenen kan hier teruggevonden worden bij de Categorieën (bij het begin van de site) HET ADRES VAN DE SITE IS : CHRISTELIJKEINFORMATIEBRON.WORDPRESS.COM.
“De inspanning die betrokken is bij gebed kalmeert en zuivert ons hart, en maakt het meer ontvankelijk voor het ontvangen van de goddelijke gaven, die geestelijk in ons worden uitgestort.”
— St. Augustinus
+++++++++++++
St. Augustinus benadrukt de innerlijke werking van het gebed. Volgens hem is bidden niet alleen een manier om iets van God te vragen, maar vooral een oefening die ons hart zuivert, kalmeert en opent voor het ontvangen van geestelijke gaven.
In zijn visie is de mens vaak afgeleid, vol verlangens of zorgen, en niet vanzelfsprekend afgestemd op het goddelijke. Door te bidden, keren we ons bewust tot God. Dat proces maakt ons ontvankelijker voor Zijn genade. Het gebed verandert dus niet God, maar verandert ons—het maakt ons hart geschikt om te ontvangen wat God altijd al bereid is te geven.
Augustinus vergelijkt het hart soms met een vat: als het vol is met wereldse dingen, is er geen ruimte voor God. Gebed helpt om dat vat leeg te maken en te reinigen, zodat het gevuld kan worden met liefde, vrede en wijsheid van boven
“Laat degenen die beweren dat de leer van Christus schadelijk is voor de staat, maar eens zulke legers voortbrengen als de maximen van Jezus soldaten hebben opgedragen voort te brengen; zulke gouverneurs van provincies; zulke echtgenoten en echtgenotes; zulke ouders en kinderen; zulke meesters en dienaren; zulke koningen; zulke rechters, en zulke betalers en belastinginners, zoals het christelijk onderricht hen leert te worden — en laat hen dan nog durven zeggen dat die leer schadelijk is voor de staat. Neen, veeleer zullen zij zich schamen om niet te erkennen dat deze levenswandel, als zij correct wordt nageleefd, juist de voornaamste steunpilaar van het staatsbestel is.”
— Sint Augustinus
+++++++++++++++
[De tekst is afkomstig uit De civitate Dei (De stad van God), een van de belangrijkste werken van kerkvader Aurelius Augustinus (354–430). Hij schreef dit monumentale werk tussen 413 en 426 na Christus, als reactie op de val van Rome in 410. Veel Romeinen gaven het christendom de schuld van die ramp, omdat het traditionele heidense geloof was verdrongen.
Augustinus schreef De civitate Dei om die beschuldiging te weerleggen. In het werk verdedigt hij de christelijke leer als moreel en maatschappelijk heilzaam, en stelt hij dat er twee “steden” zijn: de aardse stad (gericht op eigenbelang en vergankelijkheid) en de stad van God (gericht op liefde en eeuwige waarheid). De passage die jij aanhaalde is een krachtig pleidooi waarin Augustinus betoogt dat als mensen werkelijk zouden leven volgens de leer van Christus, dit juist zou leiden tot een rechtvaardige en stabiele samenleving.]
O Heer mijn God, vertel mij wat U voor mij bent. Zeg tegen mijn ziel: Ik ben jouw redding. Zeg het, zodat ik het kan horen. Mijn hart luistert, Heer; open de oren van mijn hart en zeg tegen mijn ziel: Ik ben jouw redding. Laat mij naar deze stem rennen en U vastgrijpen. Verberg Uw gezicht niet voor mij; laat mij sterven zodat ik het kan zien, want het niet zien zou inderdaad de dood voor mij zijn.
je bent geboden om je vertrouwen in God te stellen,
en niet in jezelf.”
— St. Augustinus
++++++
[Deze uitspraak van Augustinus raakt aan een diep spiritueel thema: het conflict tussen menselijke kwetsbaarheid en goddelijk vertrouwen.
Augustinus waarschuwt voor wanhoop over jezelf—die momenten waarin je teleurgesteld bent in je eigen fouten, zwakheden of mislukkingen. In plaats van jezelf te verliezen in schuld en moedeloosheid, nodigt hij je uit tot een andere houding: vertrouwen stellen in iets dat groter is dan jezelf—namelijk God.
In het christelijk denken ligt hier een krachtige boodschap: mensen zijn onvolmaakt, en dat is oké. Je hoeft het leven niet alleen te dragen of jezelf te redden. Door je vertrouwen in God te stellen, erken je je eigen beperkingen, maar open je je ook voor genade, troost en kracht van buitenaf.
Het is dus geen oproep tot passiviteit, maar juist tot innerlijke overgave en geestelijke rust. Vertrouwen in God betekent: je hoop niet laten doven door menselijke falen, maar je blik richten op iets eeuwigs dat je draagt, ook wanneer je zelf dreigt te struikelen.]
“Deze dan, die Herodes’ wreedheid de zuigelingen uit de boezem van hun moeders scheurde, worden terecht geprezen als ‘instant martelaarsbloemen’ zij waren de eerste bloesems van de Kerk, gerijpt door de vorst van vervolging tijdens de koude winter van ongeloof.
— St. Augustinus (354-430), Vader & Doctor van de Kerk”
Augustinus van Hippo was een theoloog, schrijver, predikant, redenaar en bisschop. Hoewel hij veel tegenslagen in zijn leven meemaakte, gaf Augustinus een voorbeeld voor mannen en vrouwen over de hele wereld. Zijn werk wordt weerspiegeld in de levens van katholieken in de Augustijnse traditie die zich blijven inzetten voor mensen in grote nood
Wie is St. Augustinus?
Aurelius Augustinus werd geboren in 354 in Tagaste, Algerije. Hij was de zoon van Patricius, een ongelovige, en zijn vrome katholieke vrouw, Monica. Augustinus’ moeder schreef haar zoon als kind in als catechumeen De doop van Augustinus werd echter volgens de gewoonte uitgesteld tot een latere tijd.
In zijn jonge jaren bezat Augustinus een onderzoekende geest. Hij zette zijn zinnen op een carrière die hem zowel rijkdom als roem zou brengen. De ouders van Augustine steunden de carrièredoelen van hun zoon van harte en wilden hun zoon de beste opleiding geven.
Na zijn studie in Tagaste en later in Carthago, Tunesië, doceerde Augustinus retorica. Hij diende eerst als leraar in zijn geboortestad en werd later leraar in Rome en Milaan.
Augustinus reisde van stad naar stad en kwam onderweg veel kansen en uitdagingen tegen. Hij was ook op een diepe spirituele reis, op zoek naar innerlijke vrede en blijvend geluk.
Augustinus wordt een “dienaar van God”
Het voorbeeld, de gebeden en de invloed van Monica speelden een rol op de spirituele reis van haar zoon. Ze leidden er uiteindelijk toe dat Augustinus zich tot het katholieke geloof bekeerde.
Op 33-jarige leeftijd werd Augustinus gedoopt door bisschop Ambrosius van Milaan. Hij nam zich ook voor om de rest van zijn leven als een ‘dienaar van God’ door te brengen.
Als dienaar van God stemde Augustinus ermee in zijn celibataire leven te leiden. Hij nam deze beslissing ondanks het feit dat hij enkele jaren had samengewoond met een vrouw van wie hij veel hield en die een zoon had verwekt, Adeodatus.
Na de doop van Augustinus vertrokken hij, Adeodatus en zijn vriend Alypius naar zijn geboortestad. Ze zochten een monastieke levensstijl samen met andere mannen die een radicale bekering tot het geloof hadden meegemaakt.
Tijdens de reis, in Ostia Antica net buiten Rome, werd Monica ziek. Ze stierf plotseling maar gelukkig, omdat ze getuige was geweest van Augustinus’ toewijding aan Christus en de Kerk
Augustinus omarmt een leven van gebed, werk en gemeenschap
In Tagaste baden, werkten en leefden Augustinus, Adeodatus en een aantal van hun metgezellen samen in gemeenschap. Ze deelden hun inzichten over de Schrift en de christelijke roeping en leerden van elkaar.
Na drie jaar werd Augustinus geroepen om priester te worden tijdens een bezoek aan de stad Hippo, zo’n 80 kilometer van Tagaste. Dit was in strijd met wat Augustinus zelf had kunnen kiezen, maar hij koos er toch voor om te accepteren wat hij geloofde dat Gods wil voor hem was.
In Hippo stichtte Augustinus een kloostergemeenschap, die hij leidde terwijl hij bisschop Valerius assisteerde. Enkele jaren later volgde Augustinus Valerius op als hoofd van het bisdom.
Augustinus aarzelde om zijn intrek te nemen in het huis van de bisschop, omdat hij de rust van de kloostergemeenschap niet wilde verstoren. Hij schreef toen zijn Regel voor de verdere richting van de gemeenschap. Vervolgens stichtte hij een derde gemeenschap voor geestelijken in zijn nieuwe bisschoppelijke residentie. Vanaf zijn terugkeer naar Tagaste tot aan zijn dood koos Augustinus dus resoluut voor een monastieke gemeenschapsstijl.
Als bisschop vond Augustinus het leven van contemplatie en afzondering van wereldse beslommeringen dat hem begeerde. Hij concentreerde zich op zijn vele verplichtingen als leider van de lokale kerk en als ambtenaar. Naast zijn pastorale taken in Hippo reisde Augustinus naar kerkvergaderingen in Noord-Afrika. Hij deed dit zo’n 40 tot 50 keer in de 35 jaar dat hij bisschop was. Augustinus maakte zelfs zo’n 30 keer de negendaagse reis naar Carthago om andere bisschoppen te ontmoeten.
Augustinus’ uitgebreide reizen waren fysiek inspannend, maar vergeleken met zijn geschriften en preken mogen ze als bescheiden worden beschouwd. Gedurende Augustinus’ leven schreef hij meer dan 200 boeken en bijna 1000 preken, brieven en andere werken.
Dood van Sint Augustinus
In 430 werd Augustinus ziek. Hij zocht zijn bed op en bracht zijn dagen en nachten door met het bidden van de boetepsalmen, die hij op de muur van zijn kamer liet schrijven.
Augustinus stierf op 28 augustus, toen de Vandalen Hippo binnenvielen. Na zijn dood werd zijn lichaam in Hippo begraven. Later werd het naar Sardinië gebracht en overgebracht naar Pavia, Italië, waar het nu rust in de Basiliek van San Pietro in Ciel d’Oro
De heilige Augustinus begrijpt het verzoek dat Gods naam heilig en geheiligd mag worden in het Onze Vader ook als een verzoek aan God om ons de genade te geven dat we een geheiligd leven mogen blijven leiden, zodat Gods naam in ons geheiligd kan worden.
Die leraar begrijpt daarom dat we van Hem vragen om volharding in heiliging, dat wil zeggen, dat we moeten volharden in heiliging, wanneer wij die geheiligd zijn zeggen: “Uw naam worde geheiligd.” Want wat anders is het om te vragen om wat we al hebben ontvangen, dan dat het ons ook gegeven wordt om niet te stoppen met het bezit ervan? Dus, de heilige, wanneer hij God vraagt dat hij heilig mag zijn, vraagt zeker dat hij heilig mag blijven, zo zeker ook de kuise persoon, wanneer hij vraagt dat hij kuis mag zijn, de continent dat hij continent mag zijn, de rechtvaardige dat hij rechtvaardig mag zijn, de vrome dat hij vroom mag zijn, en dergelijke.
[Dit stuk gaat over de volharding in heiliging en verwijst naar het werk van Augustinus over dit onderwerp.]
322-353 Monica werd geboren uit christelijke ouders in Tagaste, Romeins Afrika. Tijdens Monica’s kindertijd kwamen christenen net uit een periode waarin ze hun religie geheim hielden uit, uit angst voor vervolging.
Ze werd uitgehuwelijkt aan een heidense Romeinse ambtenaar, Patricius, die een kort lontje had en overspel pleegde.
Te midden van haar moeilijke huwelijk moest Monica ook omgaan met de knorrige schoonmoeder die bij haar in huis woonde
354 Haar oudste zoon, Augustinus, werd geboren.
370 Door haar nederigheid en vriendelijkheid wist Monica haar echtgenoot en haar schoonmoeder te bekeren tot het katholieke geloof.
371 Dankzij de vrijgevigheid van een rijke landeigenaar kon Augustinus naar Carthago gaan om zijn opleiding voort te zetten.
Patricius stierf.
In Carthago raakte Augustinus beïnvloed door de ketterij van het manicheïsme en negeerde daarbij Monica’s protesten. Hij nam een concubine, waarmee hij binnen het jaar een zoon kreeg, Adeodatus. Augustinus en zijn concubine trouwden nooit, maar bleven 13 jaar samen.
Een tijd lang weigerde Monica hem in haar huis te laten eten of slapen.
Op een nacht had ze een droom waarin haar werd verzekerd dat Augusrinus zich later tot het katholieke geloof zou bekeren. Er werd haar gezegd: “Waar u bent, zal ook hij zijn”.
Vanaf dat moment bleef ze dicht bij haar zoon. Ze bad en vastte voor hem. Soms bleef ze dichter dan Augustinus zelf wilde.
383 Augustinus besloot naar Rome te gaan om retorica te doceren. Monica wilde met hem mee, maar hij misleidde haar en vertrok alleen.
384 Monica kwam aan in Rome, maar vernam dat Augustinus inmiddels naar Milaan was vertrokken.
385 Ze voegde zich bij hem in Milaan. Augustinus stond haar toe een huwelijk te regelen waarvoor hij zijn concubine verliet. Hij moest echter twee jaar wachten totdat zijn verloofde meerderjarig werd, en nam al snel een andere concubine.
Monica werd leider onder de vrome vrouwen in Milaan, zoals ze dat ook in Tagaste was geweest.
386 Augustinus kwam onder de invloed van Ambrosius.
387 Augustinus besloot zijn veelbelovende carrière op te geven, gaf zijn huwelijksplannen op en werd katholiek en celibatair priester.
Moeder en zoon brachten zes maanden in vrede door op een landgoed, waar Augustinus werd gedoopt.
Monica reisde met haar zonen, Augustinus, Navigius en haar kleinzoon Adeodatus, terug naar Afrika. Tijdens deze reis, in de havenstad Ostia, werd Monica ziek en stierf ze. Ze werd begraven in Ostia.
1430 Haar relieken werden overgebracht naar de Kerk van Sint-Augustinus in Rome.
Feiten over St. Monica:
Geboortedatum: 322
Geboorteplaats: Tagaste, Numidië (nu Souk Ahras, Algerije)
Overleden: 13 november 387, leeftijd: 56 jaar
Kinderen: Augustinus, Navigius, Perpetua
Feestdag: 27 augustus
Patrones van: Getrouwde vrouwen, moeders, alcoholisten, slachtoffers van misbruik, moeilijke huwelijken
Een inspirerende heilige St. Monica wordt geroemd om haar standvastigheid in het gebed. Ze wist niet hoe het verhaal van haar zoon, St. Augustinus, zou eindigen. Ze wist niet dat hij door genade zou worden omgevormd tot een van de grootste kerkvaders ooit. Haar liefde en haar gebeden bleven onverminderd doorgaan, en uiteindelijk bracht haar geloof de verandering die ze hoopte te zien.
“Het is niet mogelijk dat de zoon van zoveel gebeden en tranen verloren gaat.”
354 Augustinus werd geboren als de oudste van drie kinderen, in Thagaste, Numidië (nu Souk Ahras, Algerije). Zijn moeder was katholiek en zijn vader was een heiden.
371 Augustinus vertrok naar Carthago om te studeren. Hij leefde een losbandig leven en had een zoon, Adeodatus, met zijn minnares. Hij werd later een manicheeër.
383 Augustinus vertrok naar Rome om te onderwijzen. Hij werd ziek en bad tot God voor genezing. Na zijn doop werd hij genezen.
384 Hij verhuisde naar Milaan om professor in de retorica te worden aan het keizerlijk hof.
385 Zijn minnares keerde terug naar Afrika (Adeodatus ging mee met Augustinus). Monica voegde zich bij hem in Milaan. Augustinus ontmoette Ambrosius. Een huwelijk voor Augustinus werd gearrangeerd. Hij ontmoette een andere minnares. Hij hoorde een stem die hem vertelde om de Bijbel te lezen. Hij bekeerde zich tot het christendom.
386 Hij werd door Ambrosius gedoopt. Augustinus keerde terug naar Afrika. Monica stierf in Ostia op de terugreis.
387 Hij besloot zijn bezittingen weg te geven en een leven van armoede te leiden.
388 Augustinus keerde terug naar Thagaste en stichtte een klooster.
389 Augustinus’ zoon, Adeodatus, stierf.
391 Augustinus werd tot priester gewijd in Hippo Regius.
395 Augustinus werd benoemd tot bisschop van Hippo Regius.
430 Bisschop Augustinus stierf op 28 augustus in Hippo Regius terwijl de Vandalen de stad belegerden.
1298 Sint Augustinus werd heilig verklaard door paus Bonifatius VIII.
Zijn relieken worden bewaard in de kerk van San Pietro in Ciel d’Oro in Pavia, Italië. Zijn rechterarm wordt bewaard in de kathedraal van Paderborn, Duitsland, en een deel van zijn kaakbeen wordt bewaard in de kathedraal van San Nicola in Bari, Italië.
Volledige naam: Aurelius Augustinus Geboortedatum: 13 november 354 Geboorteplaats: Thagaste, Numidië (nu Souk Ahras, Algerije) Overleden: 28 augustus 430, leeftijd 76 Feestdag: 28 augustus Patroonheilige: Brouwers, zere ogen, schilders, theologen, Engeland, Connecticut, Michigan, Florida, Wisconsin en Arizona
De zondaar die heilig werd: God bleef kloppen op Augustinus’ deur en toen hij zich eindelijk opende, werd hij een van de grootste leraren van de liefde van God.
St. Augustinus van Hippo Vader en Doctor van de Kerk
De jonge Augustinus was rusteloos in zijn zoektocht naar de waarheid. Elke keer dat hij aangetrokken werd tot een bepaalde filosofie of groep, zou hij zich uiteindelijk vervelen naarmate hij er meer vertrouwd mee raakte. Uiteindelijk vond hij Jezus Christus en was hij eindelijk tevreden.
“Onze harten zijn rusteloos, O God, totdat ze rust vinden in U.” — St. Augustinus reflecteert op zijn eerdere zoektocht
Carthago, de grote metropool: In de tijd van Augustinus was Carthago de tweede grootste stad in het West-Romeinse Rijk. Alleen Rome zelf was groter.
St. Augustinus in de kunst: Hij wordt meestal afgebeeld in liturgische gewaden met een brandend hart als symbool van zijn vurige liefde voor God.
Een van de meest invloedrijke schrijvers van het christendom: De belangrijkste werken van Augustinus zijn De Belijdenissen, Over de Christelijke Leer, Over de Drie-eenheid en De Stad van God.
St. Monica en St. Augustinus: Augustinus’ moeder, Monica, bad jarenlang voor zijn bekering. Ze is de patroonheilige van moeders en de christelijke kerk.
jEen onvermoeibare pastor van zijn kudde: Hij was een onvermoeibare verdediger van het geloof tegen ketterijen.
De wereld is als een veld gevuld met de geur van Christus’ naam: Aan Hem is de zegen van de dauw van de hemel, dat wil zeggen van de regens van goddelijke woorden; en van de vruchtbaarheid van de aarde, dat is van het bijeenbrengen van de volkeren: van Hem is de overvloed van graan en wijn, dat is de menigte die brood en wijn verzamelt in het sacrament van Zijn lichaam en bloed. Hem dienen de natiën, Hem aanbidden de vorsten…
“De wereld is als een veld gevuld met de geur van Christus’ naam: Zijn is de zegen van de dauw van de hemel, dat wil zeggen, van de stortbuien van goddelijke woorden; en van de vruchtbaarheid van de aarde, dat wil zeggen, van het bijeenbrengen van de volkeren: Zijn is de overvloed van graan en wijn, dat wil zeggen, de menigte die brood en wijn verzamelt in het sacrament van Zijn lichaam en bloed. Hem dienen de naties, Hem aanbidden de prinsen.”
Augustinus: De stad van God
[Deze passage is afkomstig uit het werk De Stad van God van Sint-Augustinus en beschrijft hoe de wereld vervuld is met de aanwezigheid en zegeningen van Christus. Het gebruikt prachtige metaforen om de overvloed en spirituele rijkdom te illustreren.]
“Hij kan niet verloren gaan, de zoon van zoveel tranen.” St.Ambrosius over St.Augustinus
EEN ONRUSTIGE JEUGD
Augustinus – De belijdenissen
De erge dingen die ik in mijn jeugd heb gedaan, en de slechte invloed van mijn lichaam op mijn ziel, ik haal ze me bewust weer voor de geest. Niet omdat ik daar zoveel plezier aan beleef maar omdat ik u wil beminnen, mijn God. Het is uit liefde voor uw liefde, dat ik dat doe. Als ik mijn verfoeilijke gedrag opnieuw overdenk, dan proef ik de bittere nasmaak weer. U zult mij niet bitter smaken, denk ik, want uw zoetheid is echt. Het is een zoetheid vol geluk en zekerheid, één die mij samenraapte toen ik in stukken lag. Zolang ik mij afkeerde van u, de ene, en opging in het vele, was ik namelijk verscheurd.
Ergens in mijn jonge jaren sloeg de vlam in de pas en begon ik mij te buiten te gaan aan lage begeerten. Zo schaamde ik me er bijvoorbeeld niet voor om mezelf te verliezen in allerlei slechte contacten die het daglicht niet konden verdragen. Ik werd bleek en ik kwijnde weg voor uw ogen. Ik vond mezelf geweldig en ik hoopte dat ik dat in de ogen van de mensen ook was.
Wat was daar voor mij nu zo fijn aan? Eigenlijk wilde ik alleen maar beminnen en bemind worden. Maar ondertussen bleef het niet bij gewone geestverwantschap op het helderverlichte pas van de vriendschap. Nee, uit de modderpoel van mijn lichamelijke begeerte en uit de bruisende bron van mijn mannelijkheid stegen dikke dampen op, die donkere wolken vormden rond mijn hart. Daardoor kon ik het verschil tussen zuivere liefde en troebele lust niet meer zien. Die twee buitelden wild over elkaar heen en sleurden mij mee, op die gevaarlijke leeftijd, door een afgrond van begeerte. Ze dompelden me onder in een maalstroom van slechtheid. Uw toorn op mij werd steeds groter, maar ik was me van geen kwaad bewust. Door het gerammel van de keten van mijn sterfelijkheid, de straf voor de hoogmoed van mijn ziel, was ik doof geworden. Ik liep verder van u weg en u liet mij begaan. Ik zwol aan, stortte me op de kust, en spatte uit elkaar. Het enige wat overbleef, was schuim. En dat allemaal door mijn losbandigheid. Maar u bleef zwijgen. U, in wie ik pas zo laat vreugde ben gaan vinden, u bleef maar zwijgen, destijds, en ik liep nog verder van u weg om steeds maar weer het onvruchtbare zaad van het onheil uit te strooien in hoogmoedige verachtelijkheid en rusteloze vermoeidheid.
Belijdenissen : (2,I,1-2,II,2)
Augustinus van Hippo
Uit : Augustinus een tekstkeuze uit de belijdenissen verzameld door Dr.Carolinne White – Vertaald door Joost Neer, Wim Sleddens, en Anke Tiggelaar.
Als kind stond ik op de drempel van een zondig leven, arme ziel die ik was. Met talloze leugens hield ik mijn oppas, mijn leraren en mijn ouders voor de gek. Ook snaaide ik allerlei lekkers bij mijn ouders uit de kelder en de keuken, soms omdat ik er zelf geweldig zin in had, en soms omdat ik het bij het spelen uit wilde delen aan de andere jongens. Die hielden natuurlijk evenveel van het spel als ik, maar ik hoopte daardoor stiekem dat ze mij zouden laten n. En om maar te kunnen winnen speelde ik vaak nog vals ook, want ik wilde altijd de beste zijn. Zo ijdel was ik toen! Maar er was niets waar ik zo slecht tegen kon en waar ik zo verschrikkelijk kwaad om kon worden als wanneer ik iemand betrapte op iets wat ik op mijn beurt ook anderen aandeed! Betrapten ze mij echter en viel ik door de mand, dan maakte ik liever een scène, dan dat ik toegaf.
Is dat kinderlijke onschuld? Nee Heer, allesbehalve dat. Ik zeg het U in alle eerlijkheid mijn God. Maar toch wil ik u danken. Heer, hoogste en beste schepper en bestuurder van het heelal. Ik wil u danken, onze God, ook als U misschien had gewild dat ik nooit verder was gekomen dan mijn kindertijd. Want ook toen was ik al iemand, lééfde ik, had ik, gevoelens, was ik al bezorgd dat mijn ongereptheid zou worden aangetast, het spoor van de diep verborgen eenheid waaruit ik voortkwam. Ook toen al waakte ik met een soort innerlijk zintuig over de gaafheid van mijn zintuigen, en ook in mijn kindergedachten over kinderzaken genoot ik al van de waarheid. Ik wilde me niet voor de gek laten houden. Ik had een uitstekend geheugen. Ik leerde spreekbeurten houden, ik genoot met volle teugen van vriendschappen en probeerde pijn, vernedering en onwetendheid te vermijden. Waarom zou zo’n kind nu geen bewondering en lof verdienen?
Al die dingen zijn namelijk gaven van mijn God. Ik heb ze mezelf niet gegeven. Als die dingen zijn goede dingen, en ze maken mij tot wie ik ben! Kortom, Hij die mij gemaakt heeft, is goed. Hij is mijn goed en Hem juich ik toe om alle goede dingen waardoor ik ook als kind al iemand was. En mijn zonde bestond daarin, dat ik het genot, de verheffing en de waarheid niet in God zocht, maar in zijn schepselen, in mijzelf en in anderen. Het gevolg was dat ik me in verdriet, verwarring en dwaling stortte. Dank u, mijn zoetheid, mijn eer en mijn vertrouwen, mijn God. Dank u, mijn zoetheid, mijn eer en mijn vertrouwen, mijn God, dank u voor uw gaven. Bewaar ze alstublieft voor mij, want dan zult u mij bewaren. Dan wordt wat u mij hebt gegeven steeds groter en beter, dan zal ik met u zijn, omdat u het mij hebt gegeven om te zijn.
Augustinus : Belijdenissen (I.XIX.30-I,XX,31)
Bron : Augustinus Belijdenissen. Tekstkeuze Dr. Carolinne White, Vertaald door Joost van Neer, Wim Sleddens en Anke tiggelaar. Augustijnenklooster Eindhoven;
+++++++++++++++++++++++++
[Dit is nummer 3 van een reeks teksten uit de Belijdenissen –
nummer 1 :Op zoek naar God
nummer 2 :Wat bent u, mijn God
nummer 3 : Het kind dat ik was
Al deze teksten ven de komende kunnen opgezocht worden bij “Categorieën” bovenaan de blog. Met GSM druk op de knop “MENU”. Daar klik je voor Augustinus op : Augustinus verzameling teksten deel 2 ]
“De tijd van dit leven is kort. Ieder moet zich daarom voorbereiden op zijn einde, want zeker is dat de laatste dag geen kwaad zal doen aan degene die zich ervan bewust is dat elke dag zijn laatste kan zijn.”
Sint Augustinus
+++++++++++++++++++
[Augustinus benadrukt hier de vergankelijkheid van het leven en moedigt mensen aan om zich altijd bewust te zijn van hun sterfelijkheid.]
Wat is mijn God dan? Wat, vraag ik, is de Heer God? “Want wie is Heer behalve de Heer zelf, of wie is God behalve onze God?” De hoogste, meest voortreffelijke, meest machtige, meest almachtige; meest barmhartige en meest rechtvaardige; meest geheime en meest werkelijk aanwezige; meest mooie en meest sterke; stabiel, maar niet ondersteund; onveranderlijk, maar veranderend alle dingen; nooit nieuw, nooit oud; alles nieuw makend, maar toch de oude trots brengend, en zij weten het niet; altijd werkend, altijd rustend; verzamelend, maar niets nodig hebbend; onderhoudend, doordringend en beschermend; scheppend, voedend en ontwikkelend; zoekend, en toch alles bezittend. U verliest liefde, maar zonder passie; bent jaloers, maar vrij van zorg; berouwt zonder spijt; bent boos, maar blijft sereen. U verandert uw wegen, maar laat uw plannen ongewijzigd; u herstelt wat u nooit echt verloren hebt. U bent nooit in nood, maar toch verheugt u zich in uw winsten; bent nooit hebzuchtig, maar eist dividenden. Mannen betalen meer dan nodig is zodat u geen schuldenaar wordt; toch, wie kan iets bezitten dat niet al van u is? U bent mannen verschuldigd, maar betaalt hen alsof u in schuld bent aan uw schepsel, en wanneer u schulden annuleert, verliest u niets daardoor. Toch, o mijn God, mijn leven, mijn heilige vreugde, wat is dit wat ik heb gezegd? Wat kan een mens zeggen wanneer hij van u spreekt? Maar aan hen die zwijgen—aangezien zelfs degenen die spreken stom zijn.