Dit is een privé christelijke blog van Kris Biesbroeck, Licentiaat Theologie en filosofie. De inhoud van blog : Theologie, filosofie, Kerkvaders, Heiligenlevens, Exegese, Augustinus,enz… Alles wat sinds 2007 op de site is verschenen kan hier teruggevonden worden bij de Categorieën (bij het begin van de site) HET ADRES VAN DE SITE IS : CHRISTELIJKEINFORMATIEBRON.WORDPRESS.COM.
“Het was passend dat zij, die haar maagdelijkheid intact had gehouden tijdens de bevalling, haar eigen lichaam vrij van alle corruptie zou houden, zelfs na de dood.
Het was passend dat zij, die de Schepper als kind aan haar borst had gedragen, in de goddelijke tabernakels zou wonen.
Het was passend dat de echtgenote, die de Vader tot zichzelf had genomen, in de goddelijke woningen zou leven.
Het was passend dat zij, die haar Zoon aan het kruis had gezien en daardoor het zwaard van verdriet in haar hart had ontvangen dat zij had ontweken toen zij hem baarde, naar hem zou kijken terwijl hij bij de Vader zit.
Het was passend dat Gods Moeder zou bezitten wat aan haar Zoon toebehoort, en dat zij door elk schepsel geëerd zou worden als de Moeder en als de dienstmaagd van God.”
— St. Johannes van Damascus.
++++++++++++
Een prachtige en diepzinnige tekst over Maria’s verheffing en haar unieke rol in het christelijk geloof.
De tekst is een meditatie van St. Johannes Damascenus, een invloedrijke kerkvader uit de 8e eeuw, over de Tenhemelopneming van Maria (ook wel de Assumptie genoemd). Hier is een uitleg van de betekenis, zin per zin:
Uitleg van de tekst:
“Het was passend dat zij, die haar maagdelijkheid intact had gehouden tijdens de bevalling, haar eigen lichaam vrij van alle corruptie zou houden, zelfs na de dood.” → Maria bleef maagd tijdens de geboorte van Jezus. Daarom is het passend dat haar lichaam niet zou vergaan na haar dood, maar verheerlijkt zou worden.
“Het was passend dat zij, die de Schepper als kind aan haar borst had gedragen, in de goddelijke tabernakels zou wonen.” → Maria heeft God zelf (Jezus) als baby gevoed. Daarom verdient ze een plaats in de hemel, dicht bij God.
“Het was passend dat de echtgenote, die de Vader tot zichzelf had genomen, in de goddelijke woningen zou leven.” → Maria wordt hier symbolisch de ‘bruid’ van God genoemd, omdat zij volledig beschikbaar was voor Zijn wil. Daarom hoort ze thuis in de hemelse woning.
“Het was passend dat zij, die haar Zoon aan het kruis had gezien en daardoor het zwaard van verdriet in haar hart had ontvangen dat zij had ontweken toen zij hem baarde, naar hem zou kijken terwijl hij bij de Vader zit.” → Maria leed intens toen ze Jezus aan het kruis zag sterven. Maria leed intens toen ze Jezus aan het kruis zag sterven.
Dat verdriet verdient troost: dat ze nu haar Zoon in glorie bij de Vader mag aanschouwen.
“Het was passend dat Gods Moeder zou bezitten wat aan haar Zoon toebehoort, en dat zij door elk schepsel geëerd zou worden als de Moeder en als de dienstmaagd van God.” → Omdat Maria de moeder van God is, deelt ze in de eer en glorie van haar Zoon. Ze wordt door de hele schepping geëerd, niet als godin, maar als dienstbare moeder.
Theologische betekenis:
Deze tekst verdedigt het idee dat Maria niet alleen geestelijk, maar ook lichamelijk in de hemel is opgenomen. Het is een lofrede die haar unieke rol in het heilsgeschiedenis benadrukt: als moeder van Jezus, als maagd, als lijdende vrouw, en als verheven dienstmaagd van God.
In Christus’ leer over het brood des levens zegt Augustinus dat we ook de instructie vinden dat, hoewel wij allemaal in het lichaam zullen sterven, de geesten van de heiligen worden ontvangen in de hemelse rust bij God tot de laatste dag, waarop Christus ieders lichaam opwekt om zich weer bij hun geest te voegen voor het eeuwige leven.
“Het is niet het gezien worden door mensen dat verkeerd is, maar deze dingen doen met het doel gezien te worden door mensen. Het probleem met de hypocriet is zijn motivatie. Hij wil niet heilig zijn; hij wil alleen heilig lijken. Hij is meer bezorgd over zijn reputatie voor rechtschapenheid dan over daadwerkelijk rechtschapen worden. De goedkeuring van mensen is voor hem belangrijker dan de goedkeuring van God.”
—Sint Augustinus van Hippo
++++++++++
De tekst van Augustinus gaat over het verschil tussen echte innerlijke heiligheid en schijnheiligheid—oftewel hypocrisie.
Wat betekent deze tekst?:
Sint Augustinus zegt dat het niet verkeerd is om gezien te worden door anderen wanneer je iets goeds doet. Het probleem ontstaat wanneer je iets goeds doet met de bedoeling om bewonderd te worden. Dan is je motivatie niet zuiver.
Hij beschrijft de hypocriet als iemand die:
Niet werkelijk heilig wil zijn, maar alleen wil lijken alsof hij heilig is.
Meer geeft om zijn reputatie dan om zijn innerlijke staat.
De goedkeuring van mensen belangrijker vindt dan die van God.
Waarom is dit belangrijk?:
Augustinus benadrukt dat ware spiritualiteit en moraliteit van binnenuit moeten komen. Als je alleen goed doet om er goed uit te zien, dan mis je het echte doel: een zuiver hart en een oprechte relatie met God.
Het is een oproep tot:
Zelfreflectie: Waarom doe ik wat ik doe?
Oprechtheid: Laat je daden voortkomen uit liefde en overtuiging, niet uit de drang om indruk te maken.
Innerlijke transformatie: Werk aan je karakter, niet alleen aan je imago.
+++++
Praktische implicaties van Augustinus’ boodschap:
1. Intentieonderzoek bij goede daden:
Vraag jezelf af: Doe ik dit uit liefde, of om bewonderd te worden?
Bijvoorbeeld: geef je aan een goed doel omdat je echt wilt helpen, of omdat je wilt dat anderen het zien?
2. Minder focus op uiterlijk vertoon:
Vermijd het “Instagram-effect” van spiritualiteit: het posten van religieuze daden of teksten puur om indruk te maken.
Werk aan je innerlijke leven, ook als niemand kijkt.
3. Eerlijkheid in relaties:
Wees oprecht in hoe je je presenteert aan anderen. Laat je woorden en gedrag overeenkomen met je hart.
Mensen voelen vaak aan wanneer iets niet authentiek is.
4. God centraal stellen:
Richt je leven op wat God van je denkt, niet op wat mensen van je vinden.
Dit vraagt om stille momenten van gebed, reflectie en zelfonderzoek.
5. Gemeenschapsvorming op basis van echtheid:
In een kerkelijke of geloofsgemeenschap: moedig kwetsbaarheid en eerlijkheid aan.
Laat ruimte voor mensen om te groeien, zonder dat ze zich perfect hoeven voor te doen.
“Welnu, ik zou graag willen weten wat er in deze tien geboden staat, behalve de naleving van de sabbat, die niet door een christen in acht genomen zou moeten worden.”
— De Geest en de Letter, hoofdstuk 24 (geschreven in 412 n.Chr.)
+++++++++++
Augustinus’ visie op de sabbat is diep geworteld in zijn theologische overtuiging dat het christendom een nieuwe fase van heilsgeschiedenis inluidt, waarin de letter van de wet plaatsmaakt voor de geest van Christus. Hier is een samenvatting van zijn benadering:
Augustinus over de sabbat:
1.Van sabbat naar zondag:
Augustinus stelt dat de sabbat (de zevende dag), zoals die in het Oude Testament werd gevierd, niet langer bindend is voor christenen.
In plaats daarvan wordt de zondag (de eerste dag van de week) gevierd als de “dag des Heren”, ter herinnering aan de opstanding van Christus.
“De sabbat is niet door een christen in acht te nemen.” — “De Spiritu et Littera, hoofdstuk 24”
2.Symbolische betekenis:
Voor Augustinus is de sabbat symbolisch: het verwijst naar de eeuwige rust in God, niet naar een letterlijke rustdag.
Hij ziet de sabbat als een voorafschaduwing van de eschatologische rust die gelovigen zullen ervaren in het hemelse Jeruzalem.
3.Christus vervult de sabbat:
Augustinus benadrukt dat Jezus zelf op sabbat werkte (zoals genezingen verrichtte), en dat dit aantoont dat de sabbat niet als een rigide rustdag moet worden opgevat.
Hij schrijft dat God op de zevende dag rustte van het scheppen, maar niet van het besturen van de schepping — een subtiel onderscheid dat hij gebruikt om de actieve liefde van God te benadrukken.
4.Praktische toepassing:
Voor Augustinus is de zondag een dag van spirituele rust, aanbidding en goede werken.
Hij roept zijn gemeente op om de rustdag te zien in het licht van Christus, en niet als een wettisch voorschrift.
+++++++++
Hier is een overzicht van de achtergrond van St. Augustinus van Hippo, een van de invloedrijkste denkers in de christelijke traditie:
Biografische achtergrond:
Volledige naam: Aurelius Augustinus van Hippo
Geboren: 13 november 354 in Thagaste (nu Souk-Ahras, Algerije)
Gestorven: 28 augustus 430 in Hippo Regius (nu Annaba, Algerije)
Heiligverklaring: In 1303 door Paus Bonifatius VIII
Feestdag: 28 augustus (Westers christendom
Familie en jeugd
Vader:
Patricius – een heiden, gemeenteraadslid, later gedoopt
Moeder: Monica – een vrome christin, speelde een cruciale rol in zijn bekering
Opvoeding: Klassieke Romeinse scholing in retorica en filosofie, o.a. in Carthago
Filosofische en spirituele zoektocht:
In zijn jeugd leidde hij een losbandig leven en kreeg een zoon, Adeodatus, met een vrouw buiten het huwelijk.
Hij raakte gefascineerd door het manicheïsme, een dualistische religie die het kwaad als een onafhankelijke kracht zag.
Zijn intellectuele zoektocht bracht hem uiteindelijk naar Milaan, waar hij onder invloed van bisschop Ambrosius tot het christendom kwam.
Bekering en kerkelijke loopbaan:
Gedwongen bekering:
Na een intense innerlijke strijd en een mystieke ervaring in een tuin, liet hij zich in 387 dopen.
Priester en bisschop:
In 391 werd hij priester in Hippo, en in 395 bisschop.
Hij bestreed ketterijen zoals het donatisme en pelagianisme, en benadrukte de rol van goddelijke genade.
Belangrijkste werken:
Confessiones –
Autobiografie en spirituele zoektocht.
De civitate Dei:
Filosofie van de geschiedenis en de stad van God.
De Trinitate:
Leer over de Drie-eenheid.
De doctrina christiana:
Bijbeluitleg en christelijke leer
Symboliek en nalatenschap:
Brandend hart:
Zijn vurige liefde voor God
Kind met schelp:
Legende over het mysterie van God dat niet volledig te bevatten is.
“De dingen die ik zo belangrijk vond – vanwege de moeite die ik erin stak – bleken van weinig waarde te zijn. En de dingen waar ik nooit aan dacht, de dingen die ik nooit kon meten of verwachten, waren de dingen die ertoe deden.”
– Thomas Merton
+++++++++++
Het citaat van Thomas Merton is diep filosofisch en spiritueel van aard.
Betekenis en reflectie:
Zelfreflectie op prioriteiten Merton spreekt over een moment van inzicht waarin hij beseft dat de dingen waar hij veel tijd, energie en moeite in stak – en die hij als belangrijk beschouwde – uiteindelijk weinig waarde hadden. Dit kan slaan op materiële doelen, prestaties, of sociale erkenning.
De waarde van het onverwachte:
Daarentegen blijken juist de dingen die hij nooit kon meten of voorspellen – zoals liefde, genade, innerlijke rust, of toevallige ontmoetingen – van echte betekenis te zijn. Het zijn vaak de spontane, ongrijpbare ervaringen die ons leven verrijken.
Spirituele dimensie
Als monnik en schrijver was Merton sterk gericht op contemplatie en innerlijke groei. Dit citaat weerspiegelt een spirituele waarheid: dat het ware leven zich niet laat vangen in plannen, controle of prestaties, maar juist bloeit in overgave, verwondering en het onverwachte.
Samengevat:
Het citaat nodigt uit tot nederigheid en herwaardering van wat écht telt. Het daagt ons uit om los te laten wat we denken te moeten bereiken, en open te staan voor wat ons zomaar gegeven wordt.
Het citaat van Thomas Merton is niet alleen inspirerend, maar ook praktisch toepasbaar in het dagelijks leven. Hier zijn enkele manieren waarop je deze ideeën kunt integreren:
1. Herzie je prioriteiten
Vraag jezelf regelmatig af: Waarom doe ik dit? Draagt het bij aan mijn innerlijke vrede of verbondenheid met anderen?
Laat perfectionisme los in taken die vooral status of controle dienen, en richt je op wat echt voedt.
2. Sta open voor het onverwachte
Plan minder rigide. Laat ruimte voor spontane ontmoetingen, gesprekken of rustmomenten.
Zie het onverwachte niet als een verstoring, maar als een kans voor groei of betekenis.
3. Cultiveer stilte en reflectie
Neem dagelijks een moment van stilte, gebed of meditatie om je hart af te stemmen op wat werkelijk telt.
In die rust ontdek je vaak wat je eerder over het hoofd zag.
4. Waardeer het onmeetbare
Liefde, vriendelijkheid, verwondering – deze zijn niet te meten, maar vormen de kern van een vervuld leven.
Geef aandacht aan relaties, schoonheid in de natuur, en kleine gebaren van goedheid.
“Zeg niet: ‘Dit is toevallig gebeurd, het is vanzelf gebeurd.’ In wat er gebeurt is er niets absurds, niets onbepaalds, niets nutteloos, niets toevalligs… Wat is het aantal van je haren? Er is er geen dat God niet heeft geteld. Zie je niet dat niets, zelfs het kleinste ding, ontsnapt aan de blik van God?”
Basilius de Grote.
++++++++++++
De tekst van St. Basilius de Grote benadrukt dat niets in het leven toevallig is—zelfs de kleinste details, zoals het aantal haren op je hoofd, zijn bekend bij God. In de context van jouw leven kan deze boodschap op verschillende manieren resoneren:
Betekenis voor jouw leven:
Troost in onzekerheid:
Als je door een periode van twijfel, verlies of verwarring gaat, herinnert deze tekst je eraan dat je niet alleen bent. Alles wat je meemaakt heeft betekenis, zelfs als die nu nog niet zichtbaar is.
Vertrouwen op een groter plan:
Misschien sta je op een kruispunt in je leven—een nieuwe richting, een moeilijke keuze. Deze woorden nodigen je uit om te vertrouwen dat er een goddelijke bedoeling achter elke stap ligt.
Waarde van het kleine:
In een wereld die vaak het grote en spectaculaire waardeert, zegt deze tekst: ook het kleine telt. Jouw dagelijkse handelingen, gedachten en keuzes zijn niet onbeduidend.
Gods nabijheid Het idee dat niets aan Gods blik ontsnapt, kan je helpen om je meer verbonden te voelen met het goddelijke. Je leven is niet een reeks willekeurige gebeurtenissen, maar een verhaal dat gezien en gedragen wordt.
++++++
Als je de boodschap van St. Basilius praktisch wilt toepassen in je dagelijks leven, dan draait het om het cultiveren van bewustzijn, vertrouwen en dankbaarheid. Hier zijn enkele concrete manieren:
Praktische toepassingen van de boodschap:
Dagelijkse reflectie.
Neem elke avond een moment om terug te kijken op je dag.
Vraag jezelf af:
Welke gebeurtenissen leken toevallig, maar zouden een diepere betekenis kunnen hebben?
Schrijf ze op in een dagboek en probeer patronen te herkennen.
Gebed of meditatie:
Begin je dag met een kort gebed waarin je God vraagt om je te helpen de betekenis te zien in wat je meemaakt.
Of mediteer op de gedachte:
“Niets ontsnapt aan Gods blik.” Laat dat je rust en vertrouwen geven.
Bewust leven:
Probeer aandachtig te zijn in kleine dingen: een gesprek, een glimlach, een onverwachte ontmoeting.
Zie ze niet als toevalligheden, maar als mogelijk betekenisvolle momenten.
Vertrouwen in moeilijke tijden:
Als je geconfronteerd wordt met tegenslag, herinner jezelf eraan dat ook dit deel is van een groter plan.
Zeg tegen jezelf: “Dit is geen toeval. Er zit iets in verscholen dat ik nog niet zie.”
Dankbaarheid oefenen:
Maak een lijst van kleine dingen waarvoor je dankbaar zijt. Door te erkennen dat zelfs het kleinste detail waarde heeft, train je jezelf om het leven met meer verwondering te bekijken.
“Je begrijpt zo weinig van wat er om je heen is omdat je niet gebruikt wat er in je zit.”
— Hildegard van Bingen
++++++++++
Betekenis van de quote “Je begrijpt zo weinig van wat er om je heen is omdat je niet gebruikt wat er in je zit.”
— Hildegard van Bingen.
+++++
Deze uitspraak benadrukt het belang van innerlijke wijsheid en zelfkennis.
Hildegard stelt dat veel van onze verwarring of onbegrip over de wereld voortkomt uit het negeren van onze innerlijke kracht, intuïtie en spirituele vermogens.
Ze roept op tot introspectie: door naar binnen te kijken en onze innerlijke bronnen aan te spreken, kunnen we de wereld om ons heen beter begrijpen.
Achtergrond van Hildegard van Bingen Hildegard van Bingen (1098–1179) was een Duitse benedictijnse abdis, mystica, filosofe, componiste en visionair.
Ze wordt beschouwd als een van de eerste vrouwelijke denkers in de middeleeuwse christelijke traditie.
Enkele kernpunten over haar:
Ze had vanaf jonge leeftijd visioenen die ze later opschreef in werken zoals Scivias.
Haar denken draait om de eenheid tussen mens en kosmos:
De mens draagt de hele schepping in zich.
Ze introduceerde het begrip viriditas, wat staat voor levenskracht, vruchtbaarheid en spirituele vitaliteit.
Haar werk is doordrenkt van beeldspraak, mystiek en een diepe verbondenheid met de natuur en het goddelijke.
Context van de quote:
Hoewel deze specifieke quote niet letterlijk voorkomt in haar bekende werken, sluit hij perfect aan bij haar filosofie:
De mens is een microkosmos die de hele schepping weerspiegelt. Door ons innerlijk te negeren, verliezen we het vermogen om de wereld te begrijpen. Haar boodschap is spiritueel én praktisch: gebruik je innerlijke vermogens om helderheid en verbinding te vinden.
12.11 : Gesprek van Augustinus met zijn moeder over het Koninkrijk van de Hemelen, en het ontslapen van Augustinus’moeder, de Heilige Monica.
Fragment uit de ‘Belijdenissen’ van Augustinus
Toen nu de dag aanstaande was, waarop zij uit dit leven zou scheiden, – welke dag U bekend was, maar ons niet – was het door U, naar ik geloof, in Uw verborgen wijze van handelen, zo beschikt, dat wij samen, zij en ik, geleund stonden aan een venster, vanwaar men uitzicht had op de binnentuin van het huis, waarin wij vertoefden, daar, te Ostia aan de Tiber, waar wij, ver van het gewoel van de wereld, na de inspanning van een lange reis, krachten verzamelden tot de zeereis. Wij spraken dan samen zeer liefelijk en vergetende hetgeen achter was en strekkende ons tot hetgeen voor was, vroegen wij elkaar in de tegenwoordigheid van U, die de Waarheid bent, hoe het eeuwige leven van de heiligen zou zijn, hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen. En wij smachtten met de mond van ons hart naar de wateren van boven uit Uw bron, de bron van het leven, die bij U is, opdat wij, door die wateren besprenkeld, naar de mate van ons begrip, zo goed we dat konden, over een zo verheven onderwerp konden nadenken.
Toen nu ons gesprek zo ver gekomen was, dat het ons toescheen, dat geen enkele genieting van de vleselijke zinnen, hoe groot die ook ware en in hoe helder aards licht die ook schitterde, waardig was om vergeleken te worden met de heerlijkheid van dat leven, ja zelfs ook maar genoemd te worden, verhieven wij ons hart in klimmende vervoering tot het Zijnde zelf en doorliepen trapsgewijs alle lichamelijke dingen en de hemel zelf, vanwaar de zon en de maan en de sterren lichten over de aarde. En wij stegen nog hoger, in ons hart overdenkend en besprekend en bewonderend Uw werken en zo kwamen wij tot onze zielen en stegen ook daar boven uit, om het land van de onuitputtelijke vruchtbaarheid te bereiken, waar U Israël weidt tot in eeuwigheid met het voedsel van de waarheid en waar het leven de wijsheid is, door welke dat alles wordt, zowel wat geweest is als wat zijn zal, maar zij zelf wordt niet, maar is zo, als zij geweest is, en zal altijd zo zijn. Ja veeleer: in haar is niet een geweest-zijn en een zuilen-zijn, maar alleen het zijn, daar ze eeuwig is: want geweest-zijn en zullen-zijn is niet eeuwig. En terwijl we over haar spraken en naar haar smachtten, raakten wij haar min of meer aan met de gehele beweging van ons hart; en wij hijgden en wij lieten daar gebonden de eerstelingen van de Geest en keerden terug tot de klank van onze mond, waar het woord een begin en een eind heeft. Maar wat is gelijk aan Uw Woord, onze Heere, dat in zich blijft zonder te verouderen en dat alles nieuw maakt?
Wij dan spraken aldus: Indien in iemand zwijgt de onrust van het vlees, indien zwijgen de gedachten aan de aarde en de wateren en de lucht, indien zwijgt het uitspansel en de ziel zelf zwijgt en, niet aan zichzelf denkend, boven zichzelf zich verheft, en de dromen en de openbaringen van de verbeelding zwijgen en elke tong en elk teken en al wat voorbijgaand van aard is, indien dat voor iemand geheel zwijgt – want indien iemand het horen kon, zouden al deze dingen zeggen: niet wijzelf hebben ons gemaakt, maar Hij heeft ons gemaakt, die blijft in eeuwigheid – indien zij, na dit gezegd te hebben, weer zwegen, omdat zij hun oor gericht houden op Hem, die hen gemaakt heeft, en indien Hij zelf alleen sprak niet door hen, maar door Zichzelf, zodat wij zijn Woord zouden horen niet door de tong van het vlees noch door de stem van een engel, noch door de klank van een wolk noch door de raadselen van een gelijkenis, maar wij Hemzelf zouden horen, wie wij in al deze dingen beminnen, wanneer wij Hemzelf zonder dat alles zouden horen, zoals wij nu onszelf uitstrekken en in snelle gedachte aanraken de eeuwige wijsheid, die boven alles stand houdt; indien dit dan blijvend was en het andere schouwen, dat van zo geheel anderen aard is, verdween en alleen dit een zijn beschouwer meevoerde en in zich opnam en verborg tot innerlijke vreugde, zodat het eeuwige leven zo was, als dit ogenblik van begrijpen, waarnaar wij hijgden, geweest is – zou dat dan niet zijn: “Ga in, in de vreugde van uw Heer?” En wanneer zal dat zijn? Zal het zijn wanneer wij allen opstaan, maar niet allen veranderd zullen worden?
Dergelijke dingen zei ik, zij het dan niet op die manier en met die woorden: maar toch, Heere, U weet, dat op die dag, toen wij dergelijke dingen met elkaar spraken en onder onze woorden de wereld met al haar bekoringen voor ons haar waarde geheel verloor, zij toen zei: “Mijn zoon, wat mij aangaat, niets in dit leven bekoort mij nog. Wat ik hier nog moet doen en waarom ik hier ben, weet ik niet, want van deze wereld verwacht ik niets meer. Eén ding was er, waarom ik nog een weinig in dit leven wenste te blijven, namelijk, dat ik u mocht zien als een katholiek Christen voor mijn sterven. Meer dan mijn verlangen heeft God mij geschonken, zodat ik zelfs mag zien, dat U met verachting van aards geluk zijn dienaar bent. Wat doe ik nog hier?”
12.12 Het ziekbed en het sterven van Monica.
Wat ik haar hierop geantwoord heb, weet ik me niet meer voldoende te herinneren; maar onmiddellijk daarna, ongeveer vijf dagen of iets meer, legde zij zich in koortsen te bed. En toen ze daar ziek lag, overviel haar op zekeren dag een bewusteloosheid en was zij korten tijd buiten kennis. Wij liepen toe, maar spoedig kwam ze weer bij en zag ons bij haar staan, mijn broer en mij, en zei tot ons, zoals iemand spreekt, die iets vraagt: “Waar was ik?” En toen zij zag, dat wij door droefheid overweldigd waren, zei zij: “Gij begraaft uw moeder hier.” Ik zweeg en onderdrukte mijn tranen. Maar mijn broeder zei iets van die aard, dat hij wenste en het voor gelukkiger zou houden, wanneer zij niet in de vreemde, maar in haar vaderland zou sterven. En toen zij dat hoorde, zag zij hem met angstig gelaat en verwijtende blik aan, omdat hij dergelijke dingen dacht, en daarop mij aanziende zei zij: “Hoor toch eens, wat hij zegt.” En daarop zei ze tot ons beiden: “Begraaft dit lichaam, waar gij wilt: maakt u daarover niet de minste zorg; slechts dit vraag ik van u, dat U van mij gedenkt voor het altaar van de Heer, waar U ook zult zijn.” En toen ze deze zin had uitgesproken, zo goed en kwaad ze dat nog in woorden kon, zweeg zij en kreeg een aanval van de ziekte, die steeds heviger werd.
Maar ik overdacht Uw gaven, o onzichtbare God, die U legt in de harten van Uw gelovigen, en waaruit wonderbare vruchten voortkomen, en ik verheugde mij en dankte U, daar ik mij herinnerde, wat ik wist, namelijk met hoeveel zorg en onrust zij altijd vervuld geweest was over haar graf, waarvoor zij gezorgd had en dat zij had laten aanleggen naast het lichaam van haar man. Want daar zij in zo grote eendracht geleefd hadden, wilde zij ook – zo weinig is de menselijke geest geschikt het Goddelijke te vatten – dat aan dat geluk zou worden toegevoegd en door de mensen worden vermeld dit, dat het haar vergund was na de lange zeereis, dat het stoffelijk overschot van de beide echtgenoten door dezelfde aarde bedekt werd. Wanneer echter deze zinledige wens door de volheid Uwer goedheid uit haar hart was geweken, wist ik niet, en vol bewondering verheugde ik me er over, dat ze zich nu zo aan mij had geopenbaard, ofschoon ook al uit ons gesprek aan het venster, toen ze zei: “Wat doe ik hier nog?” mij niet gebleken was, dat ze verlangde in haar vaderland te sterven. Later hoorde ik ook, dat ze, toen we reeds te Ostia waren, met enige van mij vrienden op zekeren dag in moederlijke vertrouwelijkheid een gesprek hield over de verachting hiervan levens en het goede van de dood en dat ze toen, terwijl ik zelf er niet bij was, en zij verbaasd waren over de deugdzaamheid van de vrouw – want U had haar die verleend – en haar vroegen of zij niet bang was haar lichaam zo ver van haar vaderland achter te laten, zei: “Niets is ver van God, en ik behoef niet te vrezen, dat Hij in het einde van de eeuwen de plaats niet zou kennen, waar Hij mij zal opwekken.” Zo is dan op de negenden dag van haar ziekte, in het zesenvijftigste jaar van haar leven, in het drieëndertigste jaar van mijn leven, die godvruchtige en vrome ziel van het lichaam bevrijd.
12.13 Augustinus’ rouw en de begrafenis van zijn moeder.
Ik drukte haar de ogen toe en geweldige droefheid stroomde samen in mijn binnenste en vloeide over in tranen en onmiddellijk daarop drongen op krachtig bevel van mijn geest mijn ogen het stromen van de tranenbron terug, zodat ze droog werden, maar in die worsteling was het mij droef te moe. Toen zij de laatste adem uitgeblazen had, barstte de jonge Adeodatus in geween uit, maar werd, door ons allen bedwongen, stil. Op die manier werd ook die kinderlijke aandoening van mij, die zich uitte in tranen, door de mannelijke stem mijns harten, bedwongen en zweeg. Want wij achtten het niet passend dit overlijden met tranenrijke klachten en zuchten te vieren, omdat men daarmee het ongelukkige lot van de stervenden of hun als het ware algehele vernietiging pleegt te bewenen. Maar zij stierf niet ongelukkig en stierf in het geheel niet. Hieraan hielden wij vast op grond van haar leven en haar ongeveinsd geloof en haar vaste beginselen.
Wat was het dan, dat in mijn binnenste zo diep treurde, anders dan de wonde, die vers geslagen was, doordat het gewend zijn aan het liefelijke en dierbare samenleven zo plotseling was afgebroken? Wel was ik dankbaar voor wat ze getuigde, toen ze in haar laatste ziekte, terwijl ik haar hielp, zo vol liefde mij haar lieve goede zoon noemde en in grote tederheid vermeldde, dat zij nimmer uit mijn mond een hard woord of een smadelijke klank jegens haar gehoord had. Maar toch, mijn God, die ons gemaakt hebt, wat was de eerbied, die ik haar bewees, vergeleken bij haar diensten jegens mij? Daar ik dus verstoken was van haar zo grote vertroosting, was mijn ziel gewond en mijn leven, dat met het haar een was geworden, als het ware verscheurd.
Toen we dan de knaap met wenen hadden doen ophouden, nam Evodius het psalmboek en begon een psalm te zingen. En wij antwoordden daarop met allen die in huis waren: “Ik zal van goedertierenheid en recht U psalmzingen, o Heere”. Toen ze hoorden, wat er gebeurde, kwamen vele broederen en godvruchtige vrouwen samen, en terwijl volgens de gewoonte zij, van wie ambt dat was, voor de begrafenis zorgden, hield ik op een afzonderlijke plaats, waar dat passend kon, met hen, die oordeelden, dat ze mij niet alleen mochten laten, een gesprek over een onderwerp, dat paste bij de omstandigheden, en zo verzachtte ik door de balsem van de waarheid mijn pijn, die U bekend was, maar waarvan zij niets wisten, terwijl ze aandachtig toeluisterden en meenden, dat ik vrij was van gevoel van smart. Maar voor Uw oren, waar niemand van hen het hoorde, verweet ik mij de weekheid van mijn gevoel en drong de stroom van mij droefheid terug, en hij week een weinig voor me: maar dan brak hij zich opnieuw met kracht baan, wel niet zover, dat ik in tranen uitbarstte of mijn gelaat veranderde, maar ik wist wel, wat ik in mijn hart te onderdrukken had. En omdat het mij ernstig mishaagde, dat zoiets menselijks, dat toch naar de gestelde orde en naar onze staat noodzakelijk komt, zo de overhand over mij had, had ik ook nog smart over mijn smart en werd ik door dubbele droefheid gekweld.
Toen, zie, het lijk werd uitgedragen, gingen en keerden wij terug zonder tranen. Want ook bij de gebeden, die wij voor Gij Uitstortten, toen voor haar het offer van onze losprijs werd gebracht, terwijl het lijk reeds naast het graf geplaatst was, voordat het erin gelegd werd, zoals daar pleegt te geschieden, ook bij die gebeden heb ik niet geweend, maar de gehele dag was ik in het verborgen diep bedroefd en in de verwarring van mijn geest vroeg ik U, zo goed ik kon, dat U mijn smart zou willen genezen, maar U deed het niet, – naar ik geloof, om in mijn geheugen in te prenten door dit een voorbeeld, hoe de kluister van iedere gewoonte zelfs tegen een geest, die zich niet meer voedt met bedrieglijke woorden, gekeerd is. Ook besloot ik een bad te nemen; omdat ik gehoord had, dat het Griekse woord voor bad, (waarvan het Latijnse is afgeleid) aanduidde, dat het de onrust uit het gemoed wegneemt. Zie, ook dat belijd ik aan Uw barmhartigheid, Vader van de wezen, dat ik mij baadde en dezelfde bleef, die ik voordien geweest was. Immers de bitterheid van de smart zweette mijn hart niet uit. Daarop legde ik mij te slapen en ik ontwaakte en vond mijn smart voor een niet gering deel verzacht en, terwijl ik op mijn bed alléén was, herinnerde ik mij de ware verzen van Uw dienaar Ambrosius:
O God, U Schepper van ‘t heelal,
Die ‘s hemels baan bestuurt, en kleedt
De dag met ‘t schitterende zonnelicht,
De nacht met zoete sluimering,
Opdat de rust de leden sterkt ,
en weer in staat stelt tot het werk, en de vermoeiden geest verkwikt, Bekommerden bevrijdt van zorg.
En daarop kwam ik langzamerhand weer terug op mijn vroegere gedachten over Uw dienstmaagd en haar levenswandel, die vroom was tegenover U en zo vol heilige vriendelijkheid en welwillendheid tegenover ons, waarvan ik zo plotseling beroofd was, en ik begeerde te wenen voor Uw aangezicht over haar en voor haar, over mij en voor mij. En ik liet de tranen, die ik ingehouden had, de vrije loop, ze als een bed spreidend onder mijn hart: en het rustte uit in hen, want daar waren Uw oren, en niet die van een mens, die mijn geween hoogmoedig zou hebben uitgelegd. En nu, Heere, belijd ik het U in het geschreven woord. Leze dat wie wil en laat hij het uitleggen, zoals hij wil, en als hij bevindt, dat het zonde was, dat ik een klein deel van een uur weende om mijn moeder, mijn moeder, die nu voor mijn ogen dood was, maar die vele jaren om mij geweend had, opdat ik voor Uw ogen zou leven, laat hij mij dan niet uitlachen, maar veeleer, wanneer zijn liefde groot is, zelf voor mijn zonden wenen tot U, Vader van alle broederen van Uw Christus.
12.14 Hij bidt voor zijn gestorven moeder.
Nu echter, nu mijn hart genezen is van die wonde, om welke men het van vleselijke aandoeningen had kunnen beschuldigen, vergiet ik voor U, o onze God, voor Uw dienstmaagd tranen van geheel anderen aard, die stromen uit een geest, die geschokt is door de overweging van de gevaren van iedere ziel, die in Adam sterft. Ofschoon zij, levend gemaakt in Christus, ook toen zij nog niet van vlees ontbonden was, zo leefde, dat Uw naam geprezen wordt in haar geloof en haar wandel, durf ik toch niet te zeggen, dat, sedert U haar door de doop hebt wedergeboren, geen enkel woord uit haar mond gegaan is tegen Uw gebod. En er is gezegd door de Waarheid, Uw Zoon: “Wie tot zijn broeder zegt: U dwaas! die zal strafbaar zijn door het helse vuur; en wee het leven van de mensen, ook al is dat prijzenswaardig, indien U het met terzijdestelling Uwer barmhartigheid zou onderzoeken. Maar omdat U onze misdrijven niet met gestrengheid onderzoekt, hopen wij vol vertrouwen een plaats bij U te vinden. Wie echter U zijn werkelijke verdiensten opsomt, wat somt hij U anders op dan Uw gaven? O leerden toch de mensen zichzelf kennen als mensen, en: die roemt, roemt in de Heere.
Terwijl ik dus, o mijn Lof en mijn Leven, God mijns harten, voor een ogenblik haar goede daden, voor welke ik U vol vreugde dank, ter zijde laat, bid ik U nu voor de zonden van mij moeder: hoor mij door de Medicijn van onze wonden, die aan het hout hing en zittend aan Uw rechterhand U voor ons bidt. Ik weet, dat zij barmhartigheid geoefend heeft en van harte haar schuldenaren hun schulden vergeven heeft: vergeef ook U haar, haar zonden, die zij gedurende zoveel jaren na het ontvangen van het water van het heil wellicht begaan heeft. Vergeef, Heere, vergeef, smeek ik U; ga niet in het gericht met haar. Moge de barmhartigheid roemen tegen het oordeel; want Uw uitspraken zijn waar en U hebt de barmhartige barmhartigheid beloofd. Dat zij dat zijn, hebt U hun geschonken, Gij, die U zult ontfermen, diens Gij U ontfermt en barmhartig zijn, wie U barmhartig bent.
En ik geloof, dat U reeds gedaan hebt, wat ik U bid, maar laat U toch, o Heer, welgevallen de vrijwillige offeranden van mijn mond. Want toen de dag van haar ontbinding nabij was, was haar geest niet vervuld met de gedachte aan een kostbare begrafenis of de balseming van haar lijk met specerijen en ook begeerde zij niet een uitgezocht gedenkteken of zorgde zij er voor, dat ze in haar vaderland begraven zou worden: niets van dat alles droeg zij ons op, maar alleen wenste zij, dat van haar gedacht zou worden voor Uw altaar, dat zij geen enkelen dag nagelaten had te dienen, want zij wist, dat vandaar het heilige offer uitgedeeld wordt, waardoor het handschrift uitgewist is, dat tegen ons was, waardoor onze vijand overwonnen is, die onze misdrijven optelde en zocht, wat hij ons voor de voeten zou kunnen werpen, maar die niets vond in Hem, in wie wij overwinnen. Wie zal Hem zijn onschuldig bloed teruggeven? Wie zal Hem de prijs terugbetalen, waarvoor Hij ons gekocht heeft, om ons aan hem te ontrukken? En aan het sacrament van die losprijs van ons had Uw dienstmaagd haar ziel gebonden met de band van het geloof. Niemand scheurt haar los van Uw bescherming. Leeuw en draak mogen zich noch met geweld noch met list daartussen stellen: immers zij zal niet antwoorden, dat zij geen schuld heeft, opdat ze niet overtuigd worde en in de macht komt van de sluwe aanklager, maar zij zal antwoorden, dat haar schulden kwijtgescholden zijn door Hem, aan wie niemand teruggeeft, wat Hij voor ons betaald heeft, hoewel Hij niets schuldig was.
Ruste zij dus in vrede met haar man, vóór wie en na wie zij met niemand gehuwd geweest is, die zij diende, U vrucht voortbrengende met lijdzaamheid, opdat zij ook hem zou winnen voor U. En leg het in het hart, mijn Heer en mijn God, leg het in het hart van Uw dienaren, mijn broeders, Uw zonen, mijn heer, die ik die met het hart en met de stem en met mijn geschriften, dat allen die dit lezen, voor Uw altaar gedenken Monica, Uw dienstmaagd, met Patricius, die eens haar man was, door wie U mij dit leven binnen gebracht hebt; hoe, weet ik niet. Mogen zij in vroomheid gedenken hen, die in dit voorbijgaande licht mijn ouders waren en die mijn broederen zijn onder U als Vader en in de kerk als moeder, en mijn medeburgers in het eeuwige Jeruzalem, waarnaar de vreemdelingschap van Uw volk hijgt van de uitgang tot de terugkeer, opdat, wat zij van mij verzocht als haar laatste bede, haar in veler gebeden overvloediger worde verleend door deze mijn belijdenissen dan door mijn gebeden.
De beloning van geloof is het zien van wat je gelooft.”
— komt uit een religieuze en filosofische context, en wordt vaak toegeschreven aan Augustinus van Hippo,
een invloedrijke kerkvader uit de vierde eeuw.
Context van de korte tekst:
Theologische betekenis:
Augustinus benadrukt hier het belang van geloof als een innerlijke overtuiging die voorafgaat aan bewijs of zichtbare bevestiging.
In het christendom is geloof vaak het fundament waarop men vertrouwt op Gods aanwezigheid en beloften, zelfs als die niet direct zichtbaar zijn.
Spirituele beloning:
De tweede zin — “De beloning van geloof is het zien van wat je gelooft” — verwijst naar het idee dat wie gelooft, uiteindelijk de waarheid of realiteit van dat geloof zal ervaren.
Dit kan slaan op spirituele inzichten, goddelijke openbaring, of zelfs het eeuwige leven.
Augustinus’ visie:
Hij zag geloof als een noodzakelijke stap vóór begrip.
Zijn beroemde uitspraak “Geloof om te begrijpen” (Latijn: crede ut intellegas) sluit hier mooi bij aan.
Voor Augustinus was geloof geen blind vertrouwen, maar een pad naar diepere kennis en waarheid.
Mijn geliefde, Voordat ik je vormde in de baarmoeder, kende ik je.
Ik trok je met menselijke koorden, met banden van liefde.
Ik voedde je op zoals iemand die een zuigeling aan zijn wangen optilt.
Ja, jij bent mijn geliefde kind en in jou heb ik welbehagen. I
Ik heb je gekozen en niet verstoten.
Je zult mijn vreugde genoemd worden, want de Heer verheugt zich in jou.
En zoals de bruidegom zich verheugt over de bruid, zo zal jouw God zich over jou verheugen.
Want hoewel de bergen kunnen vallen en de heuvels kunnen wankelen, zal mijn liefde nooit van jou wijken.
Ik heb je liefgehad met een eeuwige liefde. Daarom heb ik mijn trouw aan jou voortgezet.
Zie je het niet? Want ik ken de plannen die ik voor jou heb, plannen voor jouw welzijn en niet voor onheil, om je een toekomst vol hoop te geven.
Wanneer je mij roept, zal ik naar je luisteren.
Wanneer je mij met heel je hart zoekt, zal ik ervoor zorgen dat je mij vindt, want ik ben met jou.
Ik zal je versterken, ik zal je helpen, ik zal je ondersteunen, ik zal voor je vechten, en ik zal mijn barmhartige liefde niet van je terugtrekken.
En zo, mijn geliefde, laat mij je gezicht zien, laat mij je stem horen. Kom naar mij, keer terug naar mij met heel je hart, want zie, ik ben altijd bij je.
Wees niet bang. Ik heb je bij naam geroepen en je bent van mij.
Je bent kostbaar in mijn ogen en geëerd. En ik hou van je.
++++++++++++
Commentaar:
Laten we dieper ingaan op de thema’s uit de tekst.
Elk thema draagt een rijke spirituele betekenis en biedt een venster op de christelijke visie op identiteit,
liefde en relatie met God:
Laten we dieper ingaan op de thema’s uit de tekst die je eerder liet vertalen.
Elk thema draagt een rijke spirituele betekenis en biedt een venster op de christelijke visie op identiteit, liefde en relatie met God:
Goddelijke Voorbestemming en Intimiteit:
Toelichting:
De tekst begint met het idee dat God ons al kende vóór onze geboorte. Dit is ontleend aan Jeremia 1:5 en benadrukt dat ieder mens een uniek en gewild schepsel is.
Spirituele betekenis:
Je bent geen toeval. Je leven heeft een bedoeling en je bent vanaf het begin gekend en geliefd door God.
Liefdevolle Verbondenheid:
Toelichting: “Ik trok je met menselijke koorden, met banden van liefde” komt uit Hosea 11:4. Het beeld is dat van een ouder die zijn kind teder leidt.
Spirituele betekenis:
Gods liefde is niet afstandelijk of abstract, maar persoonlijk, warm en zorgzaam. Het is een liefde die ons draagt en voedt.
Uitverkiezing en Aanvaarding:
Toelichting: “Ik heb je gekozen en niet verstoten” verwijst naar Jesaja 41:9. Het is een bevestiging van Gods trouw.
Spirituele betekenis:
Je bent niet afgewezen, maar gekozen. Dit geeft diepe rust en zekerheid, vooral in tijden van twijfel of afwijzing.
Vreugde en Verheugenis
Toelichting: “Je zult mijn vreugde genoemd worden” is een echo van Jesaja 62:4. God verheugt zich in de mens zoals een bruidegom zich verheugt over zijn bruid.
Spirituele betekenis:
God ziet jou als bron van vreugde. Dit herstelt je waardigheid en geeft een gevoel van diepe geliefdheid.
Onveranderlijke Liefde:
Toelichting: “Hoewel de bergen kunnen vallen…” komt uit Jesaja 54:10. Het is een beeld van de standvastigheid van Gods liefde.
Spirituele betekenis:
Gods liefde is sterker dan elke aardse zekerheid. Zelfs als alles wankelt, blijft Zijn liefde overeind.
Eeuwige Liefde en Trouw:
Toelichting: “Ik heb je liefgehad met een eeuwige liefde” komt uit Jeremia 31:3. Het is een liefde die niet ophoudt.
Spirituele betekenis:
Gods liefde is niet tijdelijk of voorwaardelijk. Ze is eeuwig, trouw en onwrikbaar.
Hoopvolle Toekomst:
Toelichting: “Plannen voor jouw welzijn…” is uit Jeremia 29:11. God heeft een hoopvolle toekomst voor ogen.
Spirituele betekenis:
Je leven is geen chaos. Er is een goddelijke bedoeling, een toekomst vol hoop en vrede.
Nabijheid en Bescherming:
Toelichting: “Ik zal je versterken, helpen…” komt uit Jesaja 41:10. God is een helper en beschermer.
Spirituele betekenis:
Je staat er niet alleen voor. God is nabij, actief en betrokken in jouw strijd en kwetsbaarheid.
Uitnodiging tot Relatie:
Toelichting: “Laat mij je gezicht zien…” is een liefdesuitnodiging uit Hooglied 2:14. God verlangt naar contact.
Spirituele betekenis:
Geloof is geen eenzijdige aanbidding, maar een wederzijdse relatie. God wil jou horen, zien en ontmoeten.
Identiteit en Waarde:
Toelichting: “Ik heb je bij naam geroepen…” komt uit Jesaja 43:1. Je bent van God.
Spirituele betekenis:
Je identiteit ligt niet in prestaties of uiterlijk, maar in het feit dat je door God bij naam geroepen bent. Je bent kostbaar en geëerd.
Deze thema’s vormen samen een spirituele liefdesbrief van God aan de mens.
Ze nodigen uit tot vertrouwen, overgave en een leven in verbondenheid.
“Het is beter om te zwijgen en iets te zijn dan te praten en niets te zijn…” Hij die de woorden van Jezus echt tot de zijne heeft gemaakt, kan ook Zijn stilte horen. Zo zal hij perfect zijn: hij zal handelen door zijn woorden en begrepen worden door zijn stilte.
Niets is verborgen voor de Heer; nee, zelfs onze geheimen bereiken Hem. Laten we dan alles doen in de overtuiging dat Hij in ons woont. Zo zullen we Zijn tempels zijn en Hij zal onze God in ons zijn. En dit is de waarheid, en het zal voor onze ogen manifest worden.
Laten we Hem dan liefhebben zoals Hij verdient.”
— Ignatius van Antiochië, uit zijn brief aan de Efeziërs
++++++++++
De tekst is een spirituele en filosofische reflectie van Ignatius van Antiochië, een vroege kerkvader, en bevat diepe christelijke inzichten.
Hier is een uitleg van de belangrijkste elementen:
Stilte versus woorden:
“Het is beter om te zwijgen en iets te zijn dan te praten en niets te zijn…”
Betekenis:
Echte spiritualiteit en karakter tonen zich in daden en innerlijke overtuiging, niet in mooie woorden. Iemand die zwijgt maar leeft naar zijn geloof is authentieker dan iemand die veel praat zonder inhoud.
Toepassing:
Het benadrukt nederigheid en het belang van innerlijke groei boven uiterlijk vertoon.
De stilte van Jezus:
“Hij die de woorden van Jezus echt tot de zijne heeft gemaakt, kan ook Zijn stilte horen.”
Betekenis:
Wie Jezus diep begrijpt, ervaart niet alleen Zijn leer, maar ook Zijn innerlijke rust en mysterie. Het gaat om een spirituele verbinding die verder gaat dan woorden.
Toepassing:
Nodigt uit tot contemplatie en het zoeken naar God in stilte en bezinning.
God woont in ons:
“Laten we dan alles doen in de overtuiging dat Hij in ons woont.”
Betekenis:
God is niet ver weg, maar aanwezig in ons hart.
Als we dat beseffen, zullen onze daden doordrenkt zijn van Zijn aanwezigheid.
Toepassing:
Een oproep tot heilig leven, waarbij we ons bewust zijn van Gods nabijheid in alles wat we doen.
Liefde voor God
“Laten we Hem dan liefhebben zoals Hij verdient.”
Betekenis:
Liefde voor God moet oprecht, diep en volledig zijn. Niet uit verplichting, maar uit dankbaarheid en eerbied.
Toepassing:
Een uitnodiging tot devotie en overgave.
Deze tekst is een krachtige oproep tot innerlijke authenticiteit, spirituele diepgang en een leven dat in stilte en liefde geworteld is in God.
Maximus de Belijder : Over het Mysterie van de Incarnatie
“Het mysterie van de Menswording van het Woord bevat in zich de betekenis van alle symbolen en raadsels van de Schrift, evenals de verborgen betekenis van alle zintuiglijke en begrijpelijke schepping. Maar hij die het mysterie van het Kruis en het Graf kent, kent ook het essentiële principe van alle dingen. Ten slotte, hij die nog verder doordringt en zichzelf geïnitieerd vindt in het mysterie van de Opstanding, begrijpt het einde waarvoor God alle dingen vanaf het begin heeft geschapen.”
— Maximus de Belijder
+++++++++++
Maximus de Belijder (ook bekend als Maximus de Confessor) was een invloedrijke Griekse theoloog, filosoof en monnik uit de 7e eeuw. Hier is een overzicht van zijn leven en betekenis:
Biografische achtergrond:
Geboren: ca. 580 in Constantinopel
Gestorven: 13 augustus 662 in ballingschap bij de Zwarte Zee
Vroegere carrière:
Secretaris van keizer Heraclius
Monnik:
Werd monnik rond 613–614, na zich terug te trekken uit het keizerlijke hofleven
Verblijfplaatsen:
Constantinopel, Carthago, Palestina, Afrika
Theologische betekenis:
Maximus was een van de belangrijkste verdedigers van de orthodoxe christelijke leer tegen het monotheletisme—de opvatting dat Christus slechts één wil had (de goddelijke). Hij betoogde dat Christus zowel een menselijke als een goddelijke wil moest hebben om werkelijk mens én werkelijk God te zijn. Zijn standpunt was cruciaal voor het behoud van de orthodoxe christologie.
Belangrijk werk:
Meer dan 90 geschriften, waaronder:
Mystagogie (over liturgie en geloofsgeheimen)
Antwoorden op moeilijke Bijbelpassages
Spirituele traktaten over navolging van Christus
Lijden en martelaarschap:
Maximus werd vanwege zijn overtuigingen vervolgd:
In 653 gevangengenomen en naar Constantinopel gebracht
In 655 verbannen
In 662 opnieuw verbannen en zwaar gefolterd: zijn tong en rechterhand werden afgehakt zodat hij niet meer kon spreken of schrijven
Hij stierf in ballingschap, maar werd later door de Kerk in het gelijk gesteld
+++++
Spirituele visie:
Maximus zag het christelijk geloof als een kosmisch mysterie. In zijn woorden:
“Het mysterie van de Menswording van het Woord bevat in zich de betekenis van alle symbolen en raadsels van de Schrift… wie het mysterie van het Kruis en het Graf kent, kent ook het essentiële principe van alle dingen…”
Hij geloofde dat de incarnatie, het lijden en de verrijzenis van Christus de sleutel zijn tot het begrijpen van de hele schepping.
Verering:
Feestdag: 13 augustus (Westers christendom), 21 januari (Oosters christendom)
Maximus is een van de grootste Griekstalige theologen van de 7e eeuw en wordt beschouwd als een heilige en kerkvader. Zijn werk blijft tot op vandaag invloedrijk in zowel oosterse als westerse christelijke tradities
“Het mysterie van de Menswording van het Woord bevat in zich de betekenis van alle symbolen en raadsels van de Schrift, evenals de verborgen betekenis van alle zintuiglijke en verstandelijke schepping. Maar hij die het mysterie van het Kruis en het Graf kent, kent ook het essentiële principe van alle dingen. Ten slotte, hij die nog verder doordringt en zichzelf ingewijd vindt in het mysterie van de Verrijzenis, begrijpt het doel waarvoor God alle dingen vanaf het begin heeft geschapen.”
— Maximus de Belijder
++++++++++
Deze tekst is een diepzinnige reflectie op de centrale mysteries van het christelijk geloof: de incarnatie, het lijden en de verrijzenis van Christus. Maximus stelt dat wie deze mysteries werkelijk begrijpt, ook het wezen en het doel van de hele schepping doorgrondt.
De tekst van Maximus de Belijder hierboven aangehaald, is niet zomaar een mystiek citaat—het is een samenvatting van zijn hele theologische visie.
Laten we dieper ingaan op hoe dit citaat past binnen zijn bredere denken:
Maximus’ theologische visie:
Een kosmische synthese
Maximus zag het christelijk geloof niet als een verzameling dogma’s, maar als een mysterie dat het hele universum omvat. Zijn denken draait om drie centrale pijlers:
De Menswording als sleutel tot de schepping:
Voor Maximus is de incarnatie van het Woord (Christus) het moment waarop God zich volledig verbindt met de schepping.
Hij stelt dat alle betekenissen van de Schrift en de schepping hun uiteindelijke zin vinden in dit mysterie.
De incarnatie is geen geïsoleerde gebeurtenis, maar het centrum van de kosmos, waarin alles samenkomt.
Het Kruis en het Graf: het principe van alle dingen
“In Babylon was de dochter van een belangrijk persoon bezeten door een duivel. Een monnik, voor wie haar vader veel genegenheid had, zei tegen hem: ‘Niemand kan je dochter genezen behalve enkele kluizenaars die ik ken; maar als je hen vraagt dit te doen, zullen ze niet instemmen vanwege hun nederigheid.
Laten we daarom dit doen: wanneer ze naar de markt komen, doe alsof je hun goederen wilt kopen, en wanneer ze komen om de prijs te ontvangen, zullen we hen vragen een gebed te zeggen, en ik geloof dat ze genezen zal worden.’
Toen ze naar de markt kwamen, vonden ze een leerling van de oude mannen die daar hun goederen verkochten, en ze leidden hem weg met de manden, zodat hij de prijs ervan zou ontvangen. Maar toen de monnik het huis bereikte, kwam de vrouw bezeten door de duivel en sloeg hem. Maar hij keerde alleen de andere wang toe, volgens het bevel van de Heer. (Matt. 5:39)
De duivel, gekweld hierdoor, riep uit: ‘Wat een geweld! Het gebod van Jezus drijft mij uit.’ Onmiddellijk werd de vrouw gereinigd.
Toen de oude mannen kwamen, vertelden ze wat er was gebeurd en ze verheerlijkten God, zeggende: ‘Dit is hoe de trots van de duivel wordt vernederd, door de nederigheid van het gebod van Christus.'”
Gezegde van de Woestijnvaders.
++++++++++++++
Een krachtig verhaal over nederigheid, geloof en de kracht van Christus’ leer.
Belangrijke thema’s in de tekst:
Nederigheid als geestelijke kracht
De kluizenaars weigeren om op de voorgrond te treden, maar hun nederige houding blijkt juist de sleutel tot genezing.
De leerling die geslagen wordt, reageert met zachtmoedigheid, wat uiteindelijk de duivel verdrijft.
De kracht van Christus’ geboden Het gebod om de andere wang toe te keren (Mattheüs 5:39) wordt letterlijk toegepast. Deze gehoorzaamheid aan Jezus’ leer heeft een directe, bevrijdende werking.
Geestelijke strijd en bevrijding
De bezetenheid van de vrouw symboliseert een strijd tussen goed en kwaad.
De duivel wordt niet verdreven door geweld of rituelen, maar door de stille kracht van christelijke deugd.
Gods glorie door menselijke zwakheid
De genezing leidt tot lof aan God.
Het is niet de kracht van mensen, maar hun gehoorzaamheid en nederigheid die Gods werk zichtbaar maken.
De paradox van macht in zwakheid
De duivel wordt “vernederd” door iets wat hij niet kan begrijpen of weerstaan: nederigheid. Dit benadrukt een christelijk paradox: ware kracht ligt in het afzien van macht.
++++++++++
Praktische toepassingen van de thema’s
Nederigheid in het dagelijks leven
Vermijd het zoeken naar erkenning of lof voor goede daden.
Laat anderen voorgaan, ook als je zelf gelijk hebt.
Dien anderen zonder te verwachten dat je iets terugkrijgt.
Gehoorzaamheid aan Christus’ geboden
Pas het principe van “keer de andere wang toe” toe in conflicten:reageer niet met wraak, maar met geduld.
Leef volgens de Bergrede (Mattheüs 5–7) in je keuzes, ook als dat tegen de stroom ingaat.
Geestelijke strijd herkennen:
Zie innerlijke worstelingen, verleidingen of conflicten als kansen om geestelijk te groeien. Gebruik gebed, stilte en nederigheid als wapens tegen negativiteit of kwaad.
4. Gods kracht zichtbaar maken door zwakheid.Durf kwetsbaar te zijn: Je hoeft niet altijd sterk of perfect te lijken.Vertrouw erop dat God juist werkt door je beperkingen en fouten
Leren van eenvoudige mensen:
Zoek wijsheid niet alleen bij geleerden of leiders, maar ook bij stille, nederige mensen.
Laat je inspireren door mensen die in stilte trouw zijn aan hun overtuigingen.
++++
Deze toepassingen zijn niet alleen relevant voor religieuze mensen, maar kunnen ook inspirerend zijn voor wie zoekt naar meer vrede, diepgang en balans in het leven.
“De belijdenis van slechte daden is het eerste begin van goede daden. Je doet de waarheid en komt tot het licht.”
St.Augustinus.
++++++++++++
Deze uitspraak wordt toegeschreven aan Sint-Augustinus (354–430), een kerkvader en kerkleraar.
De afbeelding waar je naar verwijst komt van een pagina met citaten van Sint-Augustinus over lijden. Hier is een toelichting op de inhoud en betekenis van de citaten die op die pagina staan:
Thema: Lijden volgens Sint-Augustinus
Sint-Augustinus beschouwde lijden niet als iets zinloos of puur negatief, maar als een middel tot geestelijke groei en verlossing. Enkele kernideeën uit de citaten:
Lijden als genezing:
Lijden als deel van het leven van Christus,
Lijden als oefening in geduld en vergeving,
Lijden als transformatie
Liefde en lijden
Sint-Augustinus’ visie op lijden wijkt op opvallende manieren af van andere filosofen — zowel klassieke als christelijke denkers. Hier is een overzicht van de belangrijkste verschillen:
Augustinus’ kijk op lijden:
Lijden als genezing en genade Augustinus zag lijden niet als straf, maar als een medicijn voor de ziel. God is als een arts die lijden toelaat om mensen te zuiveren en dichter tot Hem te brengen.
Lijden als deel van de christelijke weg Hij benadrukte dat zelfs Jezus leed, en dat niemand zonder lijden door het leven gaat — het is een noodzakelijk onderdeel van spirituele groei.
Lijden als oefening in liefde en geduld Lijden biedt de kans om vergeving, geduld en naastenliefde te beoefenen. Het is een test van innerlijke transformatie.
Vergelijking met andere filosofen:
Filosoof: Visie op lijden – Verschil met Augustinus:
Boeddha: Lijden is inherent aan het leven (dukkha); moet worden overwonnen via het Achtvoudige Pad. Augustinus omarmt lijden als heilzaam, Boeddha wil het beëindigen
Epictetus (Stoa): Lijden komt door verkeerde oordelen; leer je emoties beheersen. Stoïcijnen willen lijden rationeel neutraliseren, Augustinus ziet het als spiritueel waardevol
Nietzsche: Lijden is noodzakelijk voor zelfverheffing en kracht (“amor fati”). Nietzsche verheerlijkt lijden als kracht, Augustinus als genade
Plato: Lijden komt door onwetendheid en afstand tot het Ware. Augustinus neemt Plato’s idee over, maar voegt er christelijke genade aan toe
Kierkegaard: Lijden is existentieel en hoort bij geloof en innerlijke strijd. Dicht bij Augustinus, maar meer gericht op individuele angst en paradox
Samenvatting:
Augustinus’ visie is theologisch en therapeutisch:
lijden is een middel tot verlossing, niet iets om koste wat kost te vermijden.
Waar andere filosofen lijden willen begrijpen, beheersen of overstijgen, ziet Augustinus het
als een goddelijke uitnodiging tot transformatie.
++++++++++++++++
Hoe kan Augustinus’ visie op lijden ons heden beïnvloeden?
Augustinus’ visie op lijden kan verrassend relevant zijn voor ons moderne leven — juist omdat hij lijden niet ziet als iets zinloos, maar als een spirituele kans. Hier zijn enkele manieren waarop zijn ideeën ons vandaag kunnen beïnvloeden:
2. Lijden als innerlijke groei:
Augustinus stelt dat lijden ons helpt om onszelf te transformeren. In een tijd waarin we vaak streven naar comfort en succes, herinnert hij ons eraan dat moeilijkheden ons karakter vormen. Zijn oproep om “onze zonden te bestrijden en onszelf te verbeteren” kan ons aanzetten tot zelfreflectie en persoonlijke ontwikkeling.
2. Lijden als oefening in geduld en vergeving:
In een wereld vol conflicten en sociale spanningen zegt Augustinus: “Als je lijdt door de onrechtvaardigheid van een slecht mens, vergeef hem, opdat er geen twee slechte mensen zijn.”Dit daagt ons uit om niet te reageren met wrok, maar met vergeving — een houding die in relaties, politiek en sociale media zelden voorkomt maar des te krachtiger is.
3. Liefde maakt lijden draaglijk
Augustinus schrijft:
“Wie liefheeft, doet alles zonder lijden, of — als hij lijdt — houdt van zijn lijden.” In onze tijd van burn-outs en mentale druk kan deze gedachte helpen om zin te vinden in zorg, werk en relaties. Liefde geeft betekenis aan inspanning, zelfs als die pijn doet.
4. Lijden als genezing, niet als straf:
Hij noemt God een arts en lijden een medicijn. Dat is een radicaal ander perspectief dan het idee dat lijden vermeden moet worden. Het nodigt uit tot acceptatie en vertrouwen, vooral in periodes van ziekte, verlies of onzekerheid.
5. Lijden als onderdeel van verandering:
Augustinus zegt dat wie zichzelf wil verbeteren, ook de beproevingen moet verdragen die daarmee gepaard gaan. In een tijd waarin we snel resultaat willen, herinnert hij ons eraan dat echte verandering tijd en pijn kost.
+++++++++++
“O God, red mij door Uw Naam en door Uw macht verlos mij.” – Psalm 53:3
Heer Jezus Christus, twee gunsten vraag ik u mij te verlenen, voordat ik sterf: De eerste is dat ik in mijn leven in mijn ziel en in mijn lichaam, zoveel mogelijk, die pijn voel die u, lieve Jezus, hebt doorstaan in het uur van uw bittere passie; De tweede is dat ik in mijn hart voel, zoveel mogelijk, die overmatige liefde waarmee u, Zoon van God, bereid was zoveel passie voor ons zondaars te dragen.
San Francesco d’Assisi
————–
De tekst is een gebed dat wordt toegeschreven aan Sint Franciscus van Assisi, een belangrijke heilige in het christendom die bekendstaat om zijn eenvoud, nederigheid en diepe verbondenheid met Christus.
Hier is een uitleg van de betekenis:
Diepere betekenis van het gebed:
“Twee gunsten vraag ik u mij te verlenen, voordat ik sterf” De spreker richt zich tot Jezus en vraagt om twee spirituele gaven vóór zijn dood. Het is een gebed van toewijding en verlangen naar een intense verbondenheid met Christus.
Eerste gunst:
Het voelen van Jezus’ lijden De spreker vraagt om het lijden van Jezus — zowel lichamelijk als geestelijk — zelf te mogen ervaren. Niet uit masochisme, maar uit een verlangen om zich volledig te vereenzelvigen met Jezus’ offer. Het is een uiting van diepe empathie en spirituele solidariteit.
Tweede gunst:
Het voelen van Jezus’ liefde De spreker wil ook de immense liefde voelen die Jezus had toen Hij zijn lijden onderging voor de mensheid. Het gaat hier om een mystieke ervaring van goddelijke liefde — een liefde die zo groot is dat ze bereid is te lijden voor anderen.
Waarom deze twee gunsten?
Samen drukken ze het verlangen uit om Christus niet alleen te begrijpen met het verstand, maar Hem te ervaren met het hart en het lichaam. Het is een gebed om totale eenwording met Jezus: in zijn pijn én in zijn liefde.
Deze tekst weerspiegelt het spirituele ideaal van Franciscus:
Leven in navolging van Christus, met volledige overgave. Het is een gebed dat uitnodigt tot reflectie over wat het betekent om lief te hebben, te lijden, en te geloven.