St.Augustinus:“Ik schrijf het toe aan uw genade en aan uw barmhartigheid dat U mijn zonde hebt doen smelten alsof het ijs was.” …..

“Ik schrijf het toe aan uw genade en aan uw barmhartigheid dat U mijn zonde hebt doen smelten alsof het ijs was.” 

— Augustinus

++++

Commentaar:

Augustinus vangt in één zin de kern van het christelijk leven: verlossing is geen prestatie, maar een geschenk. Hij beschrijft zonde niet als een harde muur die wij moeten doorbreken, maar als ijs dat smelt onder de warmte van Gods nabijheid.

Drie bewegingen vallen op:

  • Genade gaat vóór alles. Niet onze inspanning, maar Gods initiatief maakt het hart zacht.
  • Barmhartigheid is transformerend. God vergeeft niet alleen; Hij verandert de innerlijke gesteldheid van de mens.
  • Zonde verliest haar greep. Niet door geweld, maar door liefde die verwarmt, ontdooit en bevrijdt.

Het beeld van smeltend ijs is teder en krachtig tegelijk. Het suggereert dat zonde niet het laatste woord heeft. Hoe koud of vastgevroren een hart ook lijkt, Gods liefde is sterker.

Voor Augustinus is dit geen theorie, maar ervaring: hij kende de strijd, de onrust, de omwegen. Juist daarom klinkt zijn dankbaarheid zo echt. Hij weet: “Ik ben niet veranderd door mijn eigen kracht, maar omdat U mij hebt aangeraakt.”

++++

Gebed:

Heer, God van genade en barmhartigheid, 

U kent de plekken in mij die koud zijn, vastgevroren, verstard.

U weet waar ik worstel, waar ik tekortschiet, waar ik mezelf niet kan bevrijden.

 

Laat uw liefde komen als warmte in de winter,

als een zon die niet dwingt maar zachtjes doordringt.

Smelt wat hard is, verzacht wat gesloten is,

en maak ruimte voor nieuw leven in mij.

 

Leer mij te rusten in uw genade,

niet vertrouwend op mijn eigen kracht,

maar op uw trouw die nooit ophoudt.

 

Dank U dat U mij niet loslaat,

maar mij telkens opnieuw omhult met uw barmhartigheid.

Maak mijn hart licht, vrij en ontvankelijk voor U.

 

Amen.

****************

Isaias 45: 2- In Adam waren wij veroordeeld om de dood binnen te gaan als gevangenen en ballingen. In Christus gaan wij de dood binnen als triomferende indringers……

“De poort en van de Hel zullen haar(de Kerk) niet overweldigen (Mattheüs 16:18)

In Adam waren wij veroordeeld om de dood binnen te gaan als gevangenen en ballingen. In Christus gaan wij de dood binnen als triomferende indringers. Door middel van Zijn Kruis liet onze Heer, de Overwinnaar van de Dood, Zijn strijdkreet klinken voor Zijn leger, de Kerk: 

“…Ik zal de bronzen deuren verbrijzelen en de ijzeren grendels stukbreken…” 

(Jesaja 45:2)

++++

Commentaar:

Deze korte tekst vangt een van de meest krachtige paradoxen van het christelijk geloof: de dood, die sinds Adam het domein van gevangenschap en verlies was, wordt door Christus veranderd in een plaats van overwinning.

Drie bewegingen vallen op:

-Van gevangenschap naar bevrijding. Adam staat voor de mensheid die de dood binnengaat als iets dat sterker is dan wij. Christus keert dit om: Hij betreedt de dood niet als slachtoffer, maar als Koning.Van ballingschap naar thuiskomst.

-De dood was een vreemde, vijandige plaats. Door Christus wordt het een doorgang naar het Vaderhuis. Van stilte naar strijdkreet.

– De tekst spreekt over Christus’ “strijdkreet”. De Harrowing of Hell‑iconografie laat Hem zien als Degene die de poorten van de onderwereld verbrijzelt. Jesaja 45:2 wordt zo profetisch: de deuren van brons en de grendels van ijzer zijn geen obstakels meer voor Zijn liefde. In deze visie is de dood niet langer een grens die ons verslaat, maar een terrein dat Christus al heeft veroverd. Wij volgen Hem niet als bange gevangenen, maar als mensen die achter de Overwinnaar aan gaan.

++++

Gebed

Heer Jezus Christus, Overwinnaar van de dood,

U die de poorten van het dodenrijk hebt verbrijzeld

en Adam bij de hand hebt genomen,

neem ook ons bij de hand wanneer wij angstig zijn

voor alles wat wij niet begrijpen en niet kunnen dragen.

Leer ons de dood te zien zoals U haar hebt gemaakt:

geen gevangenis, maar een doorgang;

geen nederlaag, maar een overwinning in U.

Breek in ons leven alles wat ons vasthoudt:

de deuren van angst,

de grendels van wanhoop,

de ketenen van zonde.

Laat Uw strijdkreet van liefde klinken in ons hart,

opdat wij U volgen met vertrouwen, AMEN

******************

 

 

St. Jan van het Kruis: Hoe zacht we ook spreken, God is zo dicht bij ons dat Hij ons kan horen; en we hebben geen vleugels nodig om Hem te zoeken, maar slechts de stilte….

“Hoe zacht we ook spreken, God is zo dicht bij ons dat Hij ons kan horen; en we hebben geen vleugels nodig om Hem te zoeken, maar slechts de stilte waarin we Hem in onszelf aanschouwen, zonder verbaasd te zijn zo’n goede Gast daar aan te treffen.”

++++

Commentaar:

Het is een zachte, contemplatieve uitspraak van Johannes van het Kruis over Gods nabijheid en de innerlijke weg van stilte.

Johannes van het Kruis raakt hier aan een van de kernintuïties van de christelijke mystiek: God is niet ver weg, maar intiem nabij. Niet als een verre heerser die we moeten zoeken in grote daden of verheven ervaringen, maar als een stille, liefdevolle Aanwezigheid in het hart.

Enkele accenten vallen op:

  • God hoort ons altijd, zelfs wanneer onze woorden nauwelijks fluisteren. Het gaat niet om volume, maar om oprechtheid.
  • We hoeven niet te reizen om God te vinden. Geen vleugels, geen bijzondere technieken, geen spirituele prestaties. De weg is naar binnen.
  • God is een Gast in ons. Niet een indringer, maar een goede, liefdevolle Gast die al aanwezig is, wachtend tot wij stil genoeg worden om Hem te herkennen.
  • Het beeld van de “goede Gast” is bijzonder teder. Het suggereert dat God niet alleen aanwezig is, maar ook blij is om bij ons te zijn. De stilte wordt dan geen leegte, maar een ruimte van ontmoeting.

++++

Gebed:

Goede en nabije God,

U die dichter bij mij bent dan mijn eigen adem,

leer mij de weg naar binnen te gaan,

waar Uw zachte aanwezigheid wacht.

Maak mijn hart stil genoeg

om Uw fluistering te horen,

en eenvoudig genoeg

om U te ontvangen als de goede Gast die U bent.

Laat mijn innerlijke stilte

een plaats worden van vrede,

van vertrouwen,

en van liefdevolle ontmoeting met U.

Amen.

****************

St. Teresa van Avila: O mijn Jezus, ik vertrouw U, ik geef mij aan U over. Beschik over mij, over mijn gezondheid en over alles wat mij betreft, volgens wat U weet dat het beste is voor mijn geestelijke groei…..

“O mijn Jezus, ik vertrouw U, ik geef mij aan U over. Beschik over mij, over mijn gezondheid en over alles wat mij betreft, volgens wat U weet dat het beste is voor mijn geestelijke groei.

Ik vraag slechts één ding: genees mijn arme ziel. Ook ik ben, geestelijk gezien, een arme melaatse, een verlamde. Mijn trots en ijdelheid staan altijd klaar om het kleine goede dat ik doe te bederven en te bezoedelen. Luiheid en traagheid proberen mijn streven naar volmaaktheid te verlammen.

Zie mij aan uw voeten, Heer; ik heb uw hulp nodig, zoals de melaatse en de verlamde dienaar. Hoe ellendig ik ook ben, ik geloof dat U kunt wat U wilt, en dat U mijn smeekbeden zult verhoren.”

Teresa van Ávila, Uitroepingen van de ziel

++++

Korte spirituele commentaar:

Teresa’s woorden zijn een eerlijke, bijna ontwapenende belijdenis van menselijke kwetsbaarheid. Ze spreekt niet vanuit wanhoop, maar vanuit een diepe waarheid: dat de ziel zichzelf niet kan genezen zonder de aanraking van God.

Drie accenten vallen:

1.Overgave als vertrouwen, niet als passiviteit. Teresa geeft zichzelf niet op, maar geeft zichzelf aan God, omdat zij weet dat Zijn liefde haar beter kent dan zij zichzelf kent.

2.De erkenning van innerlijke wonden. Ze benoemt trots, ijdelheid, traagheid—niet om zichzelf te veroordelen, maar om niets te verbergen voor de Geneesheer van de ziel.

3.Een geloof dat sterker is dan zelfkennis. Ze weet hoe zwak ze is, maar ze weet nog beter hoe machtig en teder God is. Haar hoop rust niet op haar eigen vooruitgang, maar op Zijn trouw.

Dit maakt haar gebed zo actueel: het is het gebed van elke mens die verlangt naar innerlijke heling, eenvoud en vrijheid.

++++

Gebed in de geest van Teresa

Heer Jezus,

U kent mijn hart beter dan ik het zelf ken.

U ziet mijn verlangen naar U,

maar ook de wonden die mij vertragen

en de trots die mij verblindt.

Raak mijn ziel aan met uw genezende liefde.

Maak mij eenvoudig, waarachtig en zacht.

Neem weg wat mij van U verwijdert,

en wek in mij wat U tot leven roept.

Leer mij rusten in uw wil,

mij te laten dragen door uw wijsheid,

en te vertrouwen dat U mij leidt

naar het licht waarvoor ik geschapen ben.

Blijf bij mij, Heer,

opdat mijn zwakheid een plaats wordt

waar uw kracht kan wonen.

Amen.

**************

 

Charles de Foucauld: De intieme relatie met God staat voorop in zijn spiritualiteit…….

De intieme relatie met God staat voorop in zijn spiritualiteit.Dagelijks maakt Charles de Foucauld tijd voor aanbidding. Zijn devotie tot het heilig hart verklaart het embleem op zijn pij. Missioneren behoeft geen woorden maar vooral een broederlijke aanwezigheid, het ‘Ik zal er zijn’ van God.

Pas 16 jaar na zijn dood worden zijn eerste medebroeders ingekleed.

Vandaag verenigt de Associatie Spirituele Familie van Charles de Foucauld 20 religieuze gemeenschappen. Samen tellen ze 13.000 broeders, zusters en leken in zo’n 90 landen. Ook Poverello is sterk door de Foucauld beïnvloed, al behoort deze vereniging niet tot de associatie.

Voeten : Levensweg met hindernissen: wees, verloren zoon, militair, ontdekkingsreiziger, Godzoeker.

Geboren in 1858 in Straatsburg, is Charles op zijn 6de al wees. Al leert hij goed, hij raakt het juiste spoor kwijt en verbrast de rijke erfenis van zijn grootvader. Als militair in Marokko raakt hij gefascineerd door het onbekende binnenland en de islam.

Rond zijn 30ste maakte hij een intense bekering door. Hij treedt in bij de trappisten, maar blijft zoeken naar zijn eigen weg. Na zijn priesterwijding richt hij een fraterniteit op in de Sahara. Enkele jaren later trekt hij nog dieper de woestijn in om het leven te delen van de Toearegs. Intussen nemen de spanningen met de Franse kolonisator toe. In 1916 wordt Charles daarvan het slachtoffer.

Oren: Je kan maar broer of zus worden als je echt luistert naar de ander. In Tamanrasset leert Charles de taal van de Toearegs om het leven echt met hen te delen. Zijn verlangen is om hun ‘universele broeder’ te worden, naar het voorbeeld van Sint Franciscus. Mijn apostolaat moet het apostolaat van de goedheid zijn.

 

Handen: Leven en werken zoals handarbeiders en samen met hen. Als monnik in La Trappe schrijft hij in zijn dagboek: Wij zijn arm voor de rijken, maar niet zo arm als onze Heer was, niet zo arm als ik in Marokko was, niet zo arm als Sint Franciscus. Hij gaat werken als klusjesman bij clarissen in Nazareth, in het spoor van de timmerman-messias.

In zijn spoor richten kleine broeders en zusters zich op handenarbeid, in het begin heel vaak in fabrieken. Ze wonen samen in kleine fraterniteiten in kansarme wijken.

 

Rozenkrans: Aan de riem rond zijn pij bengelt steevast zijn ‘rozenkrans van de liefde’. Geïnspireerd door de gebedskralen van de Toearegs bedenkt hij een rozenkrans voor christenen én moslims. Hij noemt hem de ‘rozenkrans van de liefde’ en draagt hem aan de riem van zijn pij.

++++

GEBED

Gebed bij de weg van Charles de Foucauld

Heer Jezus,

Gij die het hart van Charles hebt geraakt,

open ook in mij de ruimte om te luisteren.

Leer mij met mijn oren te horen

wat een ander werkelijk zegt,

zodat ik broer of zus kan worden

voor wie Gij op mijn weg plaatst.

Ontsteek in mij het vuur van uw Heilig Hart,

zoals het brandde in hem:

een stille, intieme liefde

die niet zoekt naar grootheid,

maar naar nabijheid.

Zegen mijn handen,

opdat ik eenvoudig mag leven en werken,

naast wie arbeidt,

naast wie draagt,

naast wie zoekt naar zin en waardigheid.

Laat de rozenkrans van de liefde

ook aan mijn leven bengelen:

een herinnering dat elke dag,

elk gebed,

elk gebaar

kan worden tot een zaadje van vrede.

Kleed mij in de nederigheid van zijn pij,

die pas na zijn dood anderen mocht omhullen.

Maak mijn leven tot een stille uitnodiging,

niet door woorden,

maar door trouw en eenvoud.

En leid mijn voeten, Heer,

zoals Gij de zijne hebt geleid:

door omwegen,

door woestijnen,

door vallen en opstaan,

tot in de armen van uw barmhartigheid.

Dat ik, net als hij,

mijn levensweg mag herkennen

als een weg naar U.

Amen.

*****************

Irenaeus van LYON: “Toen Hij zijn leerlingen opdroeg om aan God de eerstelingen van Zijn eigen schepping aan te bieden, nam Hij dat geschapen ding, brood, sprak de dankzegging uit en zei: ‘Dit is mijn lichaam.’…..

“Toen Hij zijn leerlingen opdroeg om aan God de eerstelingen van Zijn eigen schepping aan te bieden — niet omdat Hij ze nodig had, maar opdat zijzelf niet onvruchtbaar of ondankbaar zouden zijn — nam Hij dat geschapen ding, brood, sprak de dankzegging uit en zei: ‘Dit is mijn lichaam.’ En evenzo nam Hij de beker, die eveneens deel uitmaakt van die schepping waartoe wij behoren; Hij beleed dat dit Zijn bloed was en leerde zo de nieuwe offerande van het nieuwe verbond.

De Kerk, die dit van de apostelen heeft ontvangen, biedt dit over de hele wereld aan God aan — aan Hem die ons in het Nieuwe Testament de eerstelingen van Zijn eigen gaven schenkt als middel van bestaan.”

Irenaeus van Lyon

++++

Vergelijking / duiding:

Irenaeus (ca. 180 n.Chr.) staat hier op een kruispunt van apostolische traditie en theologische helderheid. Enkele kernpunten die opvallen wanneer je deze tekst vergelijkt met andere vroege christelijke bronnen:

Sterke incarnatie-theologie: 

Net als Ignatius van Antiochië benadrukt Irenaeus dat Christus werkelijk mens werd. Daarom kan Hij brood en wijn — echte schepselen — tot dragers van Zijn lichaam en bloed maken.

Eucharistie als dankoffer: 

In lijn met de Didachè en Justinus de Martelaar ziet Irenaeus de Eucharistie als een offer van dankbaarheid, niet als een offer dat God nodig heeft, maar als een oefening in vruchtbaarheid en dankbaarheid van de mens.

Schepping en verlossing horen samen: 

Waar sommige gnostici de materie afwezen, verdedigt Irenaeus dat God juist via de schepping werkt. Brood en wijn worden zo een tegengetuigenis tegen gnostische spiritualisering.

Apostolische continuïteit :

De Kerk “ontvangt” en “biedt aan” — een vroege bevestiging van liturgische continuïteit die later in de traditie van de Kerk centraal blijft.

Universele dimensie:

“Over de hele wereld” wijst op een vroege katholieke (universele) visie: één geloof, één offer, één Heer.

Deze tekst is dus tegelijk pastoraal, sacramenteel, antignostisch en liturgisch.

Spiritueel commentaar:

Irenaeus nodigt ons uit om de Eucharistie te zien als een plaats van wederkerigheid:

God geeft ons de schepping.

Wij geven Hem de schepping terug in dankbaarheid.

Hij geeft ze ons terug als Zijn eigen leven.

Het is een cirkel van gave, dank, en transformatie.

De Eucharistie wordt zo niet alleen een ritueel, maar een wijze van leven:

Dankbaarheid in plaats van bezit.

Vruchtbaarheid in plaats van leegte.

Verbondenheid in plaats van isolatie.

Incarnatie in plaats van ontsnapping.

 

In een wereld die vaak vlucht in het geestelijke óf het materiële, herinnert Irenaeus ons eraan dat God beide samenbrengt. Brood en wijn worden een icoon van heel ons bestaan: eenvoudig, aards, maar door God aangeraakt en omgevormd.

++++

 Gebed:

Heer Jezus Christus,

Gij die brood en wijn hebt genomen,

de gaven van onze aarde en van ons werk,

en ze hebt gevuld met Uw eigen leven,

maak ons dankbare mensen.

Leer ons om alles wat wij ontvangen

met open handen terug te geven aan de Vader,

niet omdat Gij het nodig hebt,

maar omdat wij zonder dankbaarheid

onvruchtbaar worden.

Heilig onze dagelijkse gaven,

ons werk, onze relaties, onze zorgen,

zoals Gij het brood en de beker hebt geheiligd.

Maak ons tot een eucharistisch volk:

vol van dank, vol van vreugde,

vol van Uw aanwezigheid.

Laat de wereld in ons zien

dat Gij de Schepper en de Verlosser zijt,

die alles wat Gij aanraakt

nieuw maakt.

Amen.

*****************

 

Een monnik van de Oosterse Kerk: HET JEZUSGEBED…

Het Jesusgebed

Een monnik van de oosterse kerk

INLEIDING

In een vrij onooglijke vorm verscheen in september 1950 bij Curits and Beamish Ltd. te Coventry een boekje getiteld: ‘On the invocation of the name of Jesus’, dat in 1951 een tweede en twee jaar later een derde druk beleefde. Ook de laatste uitgave heeft veel weg van een goedkoop brochuurtje. Toch bevat dit werkje een grote rijkdom aan geestelijke gedachten en verdient gekend te worden door allen, die zich ernstig op het geestelijke leven toeleggen.

 

De auteur die schuilgaat onder de titel ‘een monnik van de oosterse kerk’, beschrijft verschillende perspectieven van de heilige naam, gebruikt een gebedsmethode, welke in de geestelijke literatuur bekend is onder de naam ‘hesychasme’. Reeds de oudvaders beoefenden en leerden deze gebedstechniek in allerlei vormen.

 

In het oosten is deze manier van bidden ook onder de gelovigen nog veelvuldig in gebruik. In kloosters behoort ze daar tot de meest verbreide praktijk van het geestelijke leven. Bij ons in het westen kennen we deze vorm van gebed nog vrijwel uitsluitend in de litanie en meer uitgebreid in de rozenkrans.

 

In zijn voorwoord op de engelse uitgave wijst de schrijver erop, dat het boekje zuiver op de praktijk is gericht. Zijn enig doel was de christelijke leek, en wellicht ook menig religieus, bekend te maken met wat hij noemt ‘de weg van de heilige naam’. Zelf waarschuwt hij de lezer, dat de tekst niet gemakkelijk ‘loopt’. Hij trachtte zijn gedachten zo kort mogelijk uit te drukken, het aan de lezer overlatend ze in vrome overweging onder de persoonlijke inspiraties van de Heilige Geest opnieuw uit te bouwen. Om dit te vergemakkelijken is het traktaatje in korte hoofdstukjes verdeeld, die weer in paragrafen zijn onderverdeeld. Elke paragraaf vormt een Vrij afgerond geheel.

 

Gaarne hopen wij met de auteur, dat velen kennis mogen nemen van deze diepe gedachten om er hun geestelijk leven mee te voeden en te verrijken.

 

De vertaler,

PETERS, pr

 

  1. DE VORM VAN HET JESUSGEBED

Nu vroeg Jakob: Zeg mij uw naam. Hij sprak: Hoe vraagt ge nog naar mijn naam!

(Gen 32, 30).

 

  1. Men kan op vele manieren bidden met de naam Jesus. Welke de beste is, moet iedereen voor zichzelf ondervinden. Maar welke formule men ook kiest, altijd zal de heilige naam zelf, het woord ‘Jesus’, er de kern en het middelpunt van moeten uitmaken, omdat daarin de gehele kracht van dit gebed is gelegen.

 

  1. Het gebed: ‘Heer Jesus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij, arme zondaar!’ is in het oosten het meest verspreid. Men kan echter ook eenvoudig: ‘Jesus Christus’ of: ,Heer Jesus’ zeggen; ja, het hele gebed zou men tot het ene woord ‘Jesus’ kunnen terugbrengen.

 

  1. Dit, alleen de naam Jesus, is de oudste wijze van het bidden van de heilige naam; het is de kortste, eenvoudigste en naar wij menen, de gemakkelijkste manier. Daarom zouden wij, zonder andere formuleringen tekort te doen, willen aanraden alleen het woord ‘Jesus’ te gebruiken.

 

  1. Wanneer we dus in het vervolg spreken over het Jesusgebed, bedoelen we de eerbiedige en veelvuldige herhaling van de heilige naam, het enkele woord ‘Jesus’ zonder verdere toevoegingen. De heilige naam zélf is het gebed.

 

  1. De naam Jesus nu kan men ofwel met de lippen uitspreken, ofwel slechts in stilte denken. In beide gevallen is er sprake van een werkelijk bidden van de heilige naam; in het eerste luidop, in het tweede alleen met het hart. Deze manier van bidden maakt de overgang van het mondgebed naar het louter inwendig gebed zeer gemakkelijk; ja, alleen al het langzaam en aandachtig herhalen van die heilige naam met de mond, brengt ons tot het overwegend gebed en bereidt de ziel voor op de contemplatie.

 

  1. HET JESUSGEBED IN DE PRAKTIJK

 

  1. Overal en ieder ogenblik kunnen we de naam Jesus uitspreken: op straat, in de fabriek, op onze kamer, terwijl we wandelen, enz. Naast dit niet aan regels gebonden zeggen van de heilige naam, is het goed een bepaalde tijd en plaats te reserveren met de uitdrukkelijke bedoeling zich toe te leggen op het bidden van het Jesusgebed. Wanneer men enige vordering gemaakt heeft in deze manier van bidden, kan men hiervan afzien, maar voor beginnen- den is het noodzakelijk om vooruit te komen.

 

  1. Wanneer we dagelijks dus een bepaalde tijd vaststellen voor het aanroepen van de heilige naam (buiten de spontaan opwellende gebedjes, die zo veelvuldig mogelijk moeten zijn), dan moeten we hiervoor, wanneer de omstandigheden het maar even toelaten, ook een eenzame en rustige plaats kiezen: ‘Wanneer gij bidt, ga dan in uw binnenkamer, sluit de deur achter u en bidt uw Vader in het verborgene’ (Mt 6, 6). De lichaamshouding is hierbij van weinig belang. Men kan lopen, liggen of knielen. De beste houding is die welke de lichamelijke ontspanning en geestelijke inkeer het meest bevordert. Het kan daartoe nuttig zijn een houding aan te nemen die nederigheid en eerbied uitdrukt.

 

  1. Alvorens de naam ,Jesus aan te roepen brenge men zich in een toestand van volmaakte rust en ingekeerdheid en bidt om de ver lichting en leiding van de Heilige Geest. ‘Niemand kan zeggen dat Jesus de Heer is, dan in de Heilige Geest’ (1 Kor 12, 3). De naam Jesus kan niet echt doordringen in een hart dat niet vervuld is van de zuiverende adem er het vuur van de Heilige Geest. De Geest zelf zal in ons de naam van de Zoon ademen er doen lichten.

 

  1. En dan maar beginnen, simpelweg. Wil men gaan wandelen dan moet men de eerste stap zetten en wie wil zwemmen moet het water in. Zo is het ook met het aanroepen van de heilige naam. Spreek die uit met aanbidding en liefde. Hou dat vol. Herhaal het. Denk er niet aan dat u bezig bent de heilige naam aan t’ roepen, denk alleen aan Jesus zelf. Noem zijn naam, langzaam, zachtjes en rustig.


Lees verder “Een monnik van de Oosterse Kerk: HET JEZUSGEBED…”

St.Jan van het Kruis: Over het diepste verlangen van de ziel…

“Ik steeg zo hoog, zo hoog, dat ik het doel van mijn zoektocht bereikte.”

jIn de mystieke taal van Johannes van het Kruis verwijst “de jacht” naar het zoeken naar God: het diepe verlangen van de ziel om de Geliefde te vinden. Het beeld van “stijgen” verwijst niet naar eigen kracht, maar naar het zich laten optillen door Gods liefde.

++++

Korte spirituele commentaar:

Johannes van het Kruis beschrijft hier de weg van de ziel die zich door God laat meenemen voorbij alles wat klein, angstig of jgehecht is. De mens die zich overgeeft aan Gods liefde wordt omhooggetrokken naar een plaats waar het eigen zoeken overgaat in gevonden worden.

Het is een paradox:

niet door harder te jagen vinden we God,

maar door ons te laten optillen, te laten zuiveren, te laten beminnen.

De “hoogte” is geen prestatie, maar een genade.

Het “bereiken” is geen triomf, maar een ontmoeting.

++++

Gebed geïnspireerd door deze zin:

Heer,

til mij op boven mijn eigen onrust,

boven mijn angsten en mijn kleine verlangens.

Leer mij rusten in Uw liefde,

zodat ik niet langer jaag,

maar mij laat vinden door U.

Maak mijn hart licht,

mijn geest vrij,

en mijn ziel ontvankelijk voor Uw aanwezigheid.

Laat mij, gedragen door Uw genade,

het doel van mijn zoeken bereiken:

Uzelf.

Amen.

****************