Petrus Chrysologus : “Bij het ochtendgloren, stond Jezus op de oever”

H. Petrus Chrysologus (ca 406-450) bisschop van Ravenna en kerkvader
Sermon 78 ; PL 52, 420
“Bij het ochtendgloren, stond Jezus op de oever”

42f3c013cce313dcf012c30287f0f20b

“Bij het ochtendgloren, stond Jezus op de oever”

“Naarmate de dag naderde,” zegt het Evangelie, “verscheen Jezus aan de oever, maar de leerlingen wisten niet dat het Jezus was. (…) De hele wereld was in verwarring gebracht en vroeg zich af of de dood van de Schepper haar niet had teruggeworpen in de oerduisternis en de oorspronkelijke chaos (Gen.1,2). Maar plotseling, in het licht van zijn verrijzenis, brengt de Heer de dag terug en geeft de wereld zijn vertrouwde gezicht. Hij komt om met hem en in zijn glorie alle wezens te doen herrijzen die Hij zo treurig heeft zien eindigen. “Toen de dag aanbrak” (…) “verscheen Jezus aan de oever”: Hij komt (…) om de twijfel weg te nemen, de storm te bedaren, de wanorde te bedaren, om in zijn eigen onbeweeglijkheid de grondvesten van de aarde, die zo plotseling aan het wankelen waren gebracht, te verstevigen. En Hij komt om de wereld zijn vurigheid voor zijn meester terug te geven.
“Toen de dag naderde, verscheen Jezus aan de oever.” Het is allereerst om zijn Kerk terug te brengen in de haven van het geloof, die Kerk waarin de leerlingen dan de speelballen zijn van de bittere golven. Hij vond hen verstoken van geloof, ontdaan van hun menselijke kracht; daarom noemt Hij hen “kinderen”: “Kinderen, hebben jullie niets te eten? Daar is Petrus die loochende, Thomas die twijfelde, Johannes die vluchtte (…); Hij nodigt hen uit om te eten als kleinen. Zo zal zijn menselijkheid hen terugroepen tot genade, het brood tot vertrouwen, het voedsel tot geloof. Zij zouden immers niet geloven dat Hij met zijn lichaam opstond, als zij Hem niet als een mens zagen eten. Daarom vraagt Hij, die alle schepselen voedt, om te eten; Hij, het Brood (Joh 6,35), eet, want Hij heeft geen honger naar hun voedsel, maar naar hun liefde.

Bron : Evzo.org

Origines : overweging over Exodus…

roeping eerste leerlingen8

Origines (ca 185-253)
priester en theoloog
Overwegingen over Exodus, nr 8″

67481

“Indien u in mijn woord volhardt, bent u waarlijk mijn leerlingen; dan zult u de waarheid kennen, en de waarheid zal u bevrijden”

“Ik ben de Heer, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.” (Ex 20,2) Deze woorden richten zich niet alleen tot hen die vroeger uit Egypte zijn geleid; ze richten zich nog meer tot hen die nu luisteren, als u tenminste uit Egypte wenst te vertrekken. (…) Denk eens na: de zaken van deze wereld en de handelingen van het vlees zijn die niet het slavenhuis? En, daarentegen, de vlucht uit de dingen van deze wereld en het leven volgens God, is dat niet het huis van vrijheid, zoals de Heer in het Evangelie zegt: “Wanneer u in mijn woord blijft, (…) zult u de waarheid kennen, en de waarheid zal u bevrijden”?

Ja, Egypte is het huis van de slavernij, Jeruzalem en Judea vertegenwoordigen het huis van de vrijheid. Luister wat de apostel Paulus over dit onderwerp zegt (…): “Het hemelse Jeruzalem is vrij; zij is onze moeder” (Gal 4,26). En evenals Egypte, dat aardse gebied dat “het slavenhuis” genoemd wordt voor de kinderen van Israël tegenover het hemelse Jeruzalem dat, zo kan men dat zeggen, de moeder van de vrijheid is, is de gehele wereld met alles wat het bevat, een slavenhuis. Vroeger was er als straf voor de zonde een doorgang van de vrijheid in het paradijs naar de slavernij van deze wereld (…); daarom gaat het eerste woord waarmee God de geboden opent over de vrijheid: “Ik ben de Heer, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd”.

Bron : Evzo.org

Moeder Gabriëlla : ‎Wie in het verleden leeft, is als dood….

82735088_1510510969123546_7870592939322245120_o

Wie in het verleden leeft, is als dood. Wie in zijn verbeelding in de toekomst leeft, is naïef, want de toekomst is alleen van God. De vreugde van Christus wordt alleen gevonden in het heden, in het eeuwige heden van God”‎

Moeder Gabriëlla

Paul Evdokimov : De openbaring van de persoon is de opgave van het Christendom.

Evdokimov,+Paul+1280x720-1920w

EVDOKIMOV

De openbaring van de persoon is de opgave van het Christendom. Het komt van boven, van het trinitarische dogma. Elke goddelijke Persoon is een wederzijds geven, dat in de ander en in de omtrek van de Drieeenheid bestaat. In dit zijn (co-esse) bestaat de Persoon voor de gemeenschap en ontstaat er in wezen door. Strikt genomen bestaat een Persoon alleen in God. De mens heeft de aangeboren nostalgie om ‘een mens’ te worden; hij bereikt het alleen in gemeenschap, door deel te nemen aan het trinitarische personalisme van God.

– Paul Evdokimov

Heiligenleven : Heilige Euthymius de Jongere (823-898)

border 45DG (3)

Heiligenleven

De heilige Euthymius de Jongere (823-898)

DSC_0270

Euthemius de Jongere 

Hij werd geboren in de regio van Ankara, in 823, uit vrome ouders en bij zijn doop werd hij Nikitas genoemd. Op zevenjarige leeftijd scheidde hij van zijn vader en op zeventienjarige leeftijd trouwde hij met Euphrosyne en kreeg een dochter, Anastasia. Verlangend naar het leven van de praktijk, laat hij zijn rijkdom over aan zijn familieleden en vertrekt hij in het geheim naar Bithynic Olympus, waar hij in de leer gaat bij heilige asceten en de eenzame figuur draagt, omgedoopt tot Euthymius.

Na vijftien jaar oefenen komt hij naar de heilige berg Athos, om zijn eenzame beklimmingen strenger voort te zetten. De eerste drie jaar woonde hij in een grot – ondanks de huidige Nieuwe Hermitage. Als voedsel had hij eikels, coumarines(1)en kastanjes. Altijd gehoorzaam aan het advies van belangrijke 1ouderlingen, verwierf hij een reputatie als een grote asceet. Hij woonde korte tijd buiten Thessaloniki als stylist, ondersteunde velen met zijn opgewekte toespraak en genas met zijn genade. De problemen van velen brachten hem terug naar de rust van de berg Athos. Maar ook hier lieten zijn fanatieke monniken hem niet alleen met zijn leerlingen. Dus moest hij opnieuw verhuizen, naar onbekende plaatsen, naar het eiland Agios Efstratios en, na een piratenaanval, in het huidige Vrasta van Chalkidiki. Daar bouwde hij een lavra en verwierf hij veel studenten. Uiteindelijk opgericht, rond 870,

Hij voorzag zijn einde en trok zich terug op het kleine eiland Iera, gelegen aan de ingang van de Pagasitische Golf, waar de veelzijdige en wonderbaarlijke heilige zijn geest overgaf (898). Zijn relikwieën werden al snel als een dure zegening naar de metropool Thessaloniki overgebracht (899). In 1986 werden ze gevonden in het klooster van Peristeron, waar ze nu vereerd worden. Het leven van Sint Efthymios werd liefdevol geschreven door zijn leerling Vassilios, bisschop van Thessaloniki, die ook de componist is van zijn entourage. Een bedelregel werd gecomponeerd door H. M. Bousias.
Volgens de biograaf – lofzanger van Sint-Basilius, wordt Sint Euthymius gekarakteriseerd als een grote asceet, wiens roem al vroeg ver van de berg Athos reikte. Toen hij naar het welwillende, philomonastische en martelaarrijke Thessaloniki kwam, verwelkomden al zijn mensen hem als Elias Thesvitis, omhelsden hem en geloofden dat ze heiliging ontvingen, ze waren van mening dat ze met de heilige kus de zegen aan elkaar hadden overgedragen. Hij bracht velen in deugden tijdens zijn verblijf daar, en maakte velen door hen in zijn leer in te wijden, en hen bevrijdde van ziekten van ziel en lichaam. Zijn discipelen onderscheidden zich vanwege hun hemelse en deugdzame staat. De inwoners van Chalkidiki verwelkomden hem als een engel die uit de hemel neerdaalde. Hij bood zijn luisteraars gemakkelijk elke nieuwe en oude lering aan,
Zijn grote studenten behielden zijn ascetische geest. Onder hen zijn: Theomakar Theostiriktos, Onoufrios de “gelijknamige asceet”, Ignatius, George, Ephraim, Paul, Basil, zijn kleinzonen Methodius en Euphemia, die werden ingewijd in verschillende kloosters die door hemzelf en zijn biograaf Basil de broers en zussen Simeon en Theodoros waren gesticht. Zijn nagedachtenis wordt herdacht op 15 oktober.

(1) Coumarine is een aromastof die van nature voorkomt in Chinese kaneel, tonkabonen en bergamot

Bron: Monk Moses of Mount Athos, Mount Athos

Zondag van de Myrondraagsters – Liturgie – Lezingen van de zondag..

6003584bae4df362b64bff728b263860 (1)

Lezingen van de zondag :

Epistel

Handelingen 6,1-7

In die tijd, toen het aantal leerlingen steeds toenam, begonnen de Hellenisten tegen de Hebreeën te morren, omdat bij de dagelijkse ondersteuning hun weduwen achtergesteld werden. 2De twaalf riepen nu de leerlingen in vergadering bijeen en zeiden: “Het past niet dat wij het woord Gods verwaarlozen door de zorg voor de ondersteuning. 3Ziet dus uit, broeders, naar zeven mannen uit uw midden, van goede faam, vol van geest en wijsheid. Hen zullen wij dan met dit ambt bekleden, 4terwijl wij onszelf blijven wijden aan het gebed en de bediening van het woord.” 5Dit voorstel vond instemming bij de gehele vergadering en zij kozen Stefanus, een man vol geloof en heilige geest, Filippus, Próchorus, Nikánor, Timon, Parmenas en Nikolaüs, een proseliet uit Antiochië. 6Dezen werden aan de apostelen voorgedragen, die na gebed hun de handen oplegden. 7Het woord Gods breidde zich uit en het aantal leerlingen in Jeruzalem vermeerderde sterk; ook een groot aantal priesters gaf zich gewonnen aan het geloof.

Evangelie :

Marcus : 15,43;16,8

Jozef van Arimatea, een vooraanstaand lid van de Hoge Raad, die zelf ook in de verwachting van het Rijk Gods leefde, waagde het daarom naar Pilatus te gaan en te vragen om het lichaam van Jezus. 44Pilatus stond er verwonderd over dat Hij reeds dood zou zijn; hij liet dan ook de honderdman roepen en vroeg hem, of Hij al gestorven was. 45Nadat hij door de honderdman op de hoogte was gebracht, stond hij welwillend het lijk aan Jozef af. 46Deze kocht een lijnwaad, nam Hem af van het kruis en wikkelde Hem in het lijnwaad. Daarop legde hij Hem in een graf dat in de rots was uitgehouwen en rolde een steen voor de ingang ervan. 47Maria Magdalena en Maria de moeder van Joses zagen toe, waar Hij werd neergelegd.

Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria Magdalena, Maria de moeder van Jakobus, en Salome welriekende kruiden om Hem te gaan balsemen. 2Op de eerste dag van de week, heel vroeg, toen de zon juist op was, gingen zij naar het graf. 3Ze zeiden tot elkaar: “Wie zal de steen voor ons van de ingang van het graf wegrollen?” 4Opkijkend bemerkten ze echter dat de steen weggerold was; en deze was zeer groot. 5Binnengetreden in het graf zagen ze tot hun ontsteltenis aan de rechterkant een jongeman zitten in een wit gewaad. 6Maar hij sprak tot haar: “Schrikt niet, Gij zoekt Jezus de Nazarener, die gekruisigd is. Hij is verrezen. Hij is niet hier. Kijk, dit is de plaats waar men Hem neergelegd had. 7Gaat aan zijn leerlingen en aan Petrus zeggen: Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult ge Hem zien, zoals Hij u gezegd heeft.” 8De vrouwen gingen naar buiten en vluchtten weg van het graf; want schrik en ontsteltenis hadden hen overweldigd. En uit vrees zeiden ze er niemand iets van.

32f4f22165541887a9fd8884fd6760ba

e2e90-dyn010_original_312_428_gif_2577949_8d3db5ab135205affb7d39d523cf19a9

Theophan de kluizenaar : Op het feest van de Myrondragende vrouwen….

11555.d

1280px-Saint_Theophan_the_Recluse

Heilige  Theophan de kluizenaar op het feest van de Myrondragende Vrouwen

O onvermoeibare vrouwen! Ze lieten hun ogen niet slapen en hun oogleden sloten zich totdat ze de Geliefde vonden! Het leek erop dat de apostelen zich ertegen verzetten. Ze gingen naar het graf en zagen dat het leeg was, maar ze waren verbaasd en niet in staat om te vertellen wat het kon betekenen omdat ze de verrezen Heer niet hadden gezien. Betekent dit dat zij minder liefde hadden dan de vrouwen? Nee, maar hun liefde was een bewuste liefde, bang om zich te vergissen omdat de inzet te hoog was en het Object van liefde zo verheven was. jZodra zij Jezus met hun eigen ogen en handen zagen en aanraakten, beleed ieder van hen met hun hart en niet alleen met hun mond zoals Thomas, Mijn Heer en mijn God (Johannes 20:28); en er was niets dat hen van de Heer kon scheiden.

De Mirredragers en de Apostelen symboliseren de twee kanten van het leven: voelen en redeneren. Het leven is niet echt zonder gevoelens; het leven is blind, verspillend en geeft nauwelijks vrucht zonder redenering. We moeten beide combineren. Onze gevoelens moeten vooruitlopen en ons motiveren; onze rede moet de tijd, de plaats, de weg bepalen en in het algemeen het goede beheren dat ons hart ons aanspoort om te doen. Binnenin gaat ons hart eerst, maar in de praktijk laat de rede de touwtjes in handen nemen. Pas als onze gevoelens bedreven worden in het onderscheiden van het goede van het kwade, zullen we op ons hart kunnen vertrouwen. Een levende boom schiet stengels, bloemen en vruchten tevoorschijn; evenzo, als ons hart dit stadium bereikt, zal het alleen maar goed beginnen te ontkiemen dat de hele stroom van ons leven voedt.

997290fc504a6f0608a23eef914d5e3c

Zondag van de Myrondraagsters en Jozef van Arimathea….

2f1884cb43c3602f13097423c3aa5f42

ZONDAG VAN DE MYRONDRAAGSTERS en de heilige Jozef van Arimathea

d967e70febebbb8d5ec82f4895b051ca (1)

Jozef van Arimathea

De derde zondag van de Paastijd vieren we de Myrondraagsters; onder deze vrouwelijke naam gedenken we met grote dankbaarheid allen die liefhebbend tegenwoordig zijn geweest bij het sterven en de begrafenis van onze Heer, met name ook de rechtvaardige Josef van Arimathea, en Nikodemos.

Vooral op de Grote Vrijdag hebben we ons verdiept in het verslag van de gebeurtenissen, zoals die ons door de vier Evangelisten zo levendig worden verhaald. Tegelijk krijgen we daardoor een beeld van het optreden van Christus in de voorafgaande tijd. Hij trok rond om te prediken, met Zijn apostelen die in een groepje achter Hem aan kwamen. Maar in hun gezelschap waren ook vrouwen, meestal onzichtbaar maar wel dienstbaar. Zij verschaften geld wanneer dat nodig was, zorgden waarschijnlijk voor de maaltijden en onderdak. Slechts enkelen worden bij name genoemd, het vaakst van allen Maria Magdalena, uit wie zeven duivels waren uitgedreven. Verschillenden van hen heetten Maria, en er wordt dan ook gesproken over de Maria’s. Er waren moeders bij van de leerlingen, die hun jonge zonen een beetje in het oog wilden houden bij hun merkwaardig avontuur, en die nu zelf ook een grote liefde hadden opgevat voor die Prediker die het hart van hun zoon gestolen had.

Ze leefden vaak een beetje als een grote familie met elkaar. Alles was niet altijd even ernstig, Jesus kon ook gemoedelijk zijn. Zoals dat in zo’n clubje gaat, kregen sommigen bijnamen. Jakobos en Joannes noemde Hij schertsend Zijn Donderzonen, omdat zij de bliksem wilden afroepen over Samaria dat hun niet welgezind was. Simon kreeg de naam Rotsman, al stond hij niet altijd zo bijzonder stevig op zijn voeten. Er waren onderlinge kibbelarijen over wie wel de belangrijkste zou zijn. Joannes. die misschien de jongste was, beroemt er zich later op dat Jesus een zekere voorliefde voor hem toonde. En zijn moeder ging blijkbaar zo gezellig met de Meester om dat zij Hem durfde te vragen om voor haar zonen de ereplaatsen te reserveren in Zijn Rijk.

Maar hoe wreed was er aan dit alles een einde gekomen: de beminde Meester was afgemaakt als een misdadiger van het minste allooi. Hadden zij zich dan zo ontzettend in Hem vergist? Had Hij pretenties gehad die Hij niet waar kon maken? Zou het niet het beste zijn om heel die episode te vergeten, en beschaamd tot het gewone leven terug te keren?
En toch … en toch … Hij was toch een mens geweest zoals er geen ander bestond. Hij was GOED geweest, als dit woord ook maar enige betekenis had. Zij hielden van Hem, en al waren hun verwachtingen nog zo ruw de bodem ingeslagen, die liefde bleef in hun hart. En terwijl de mannelijke vriendenkring zich ernstig bedreigd voelde en zich gedekt hield, stonden de vrouwen langs de kruisweg, zonder zich te laten afschrikken door spottende leiders en alles uit de weg stotende soldaten. Zij schaamden zich niet voor hun beschaamde verwachtingen, maar weenden in zielsverdriet om het lot van Hem die hun geliefde Meester was.

Wel groepen zij samen en Jesus slaagt erin met hen te spreken. Geen ogenblik beklaagt Hij zichzelf, maar Hij is vol deernis over het lot dat Zijn volk te wachten staat: Ween niet over Mij, maar over uzelf en over uw kinderen… . Dat is Zijn antwoord op de moordkreet van de schreeuwers onder het volk: Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen. Kan zelfs God zulk een vervloeking niet afwenden?

Nog is het niet zo ver. Het enige wat zij nu kunnen doen is hun zorgen uit te strekken over het ontzielde Lichaam, zoals zij in de voorafgaande tijd voor Hem hebben gezorgd. En hier komen twee mannen in beeld, die heel wat meer te verliezen hadden dan de apostelen. die allen min of meer handwerkslieden waren. Het woord is aan Josef, een rijke man uit het joodse stadje Arimathea, en een vooraanstaand lid van de Joodse Raad. Hij was een edel mens, die zeker niet voor niets de Rechtvaardige werd genoemd. Wel was hij onder de indruk gekomen van Jesus’ persoonlijkheid en had vaak met instemming naar Hem geluisterd. Maar hij durfde toch niet openlijk zijn bewondering te laten blijken voor iemand die zulk een gevaarlijke weg ging, dat zou te riskant zijn geweest. Hij had wel niet meegebruld met het moordvonnis, maar toch ook niet openlijk geprotesteerd.

Lees verder “Zondag van de Myrondraagsters en Jozef van Arimathea….”

Wie waren de Myrondraagsters ?

TROPARION :

De rechtvaardige Jozef nam Uw allerzuiverste Lichaam van het Kruis. Hij wikkelde het met zuivere specerijen in een zuiver linnen doek; daarna legde hij Het in een nieuw graf. Maar Gij, Heer, zijt opgestaan op de derde dag en schenkt aan de wereld de grote genade.

Eer …nu…

De Engel bij het graf riep tot de Myrondraagsters : Myron past voor gestorvenen. Christus echter bleef vrij van bederf. Roept daarom luide : “de Heer is opgestaan en schenkt aan de wereld de grote genade.

KONDAKION :

Toen Gij tot de Myrondraagsters het ‘verheug u’ riep, kwam er een eind aan de klacht van de Voormoeder Eva, door Uw Opstanding, Christus God. En Gij hebt aan Uw Apostelen bevolen om te verkondigen : De Verlosser is opgestaan uit het graf

49d680f4b114371378055b3dd556b2c9

Wie waren de Myrondragers ?

Maria Magdalena kocht myron en specerijen om het lichaam van de begraven Christus te zalven en Hem, volgens joods gebruik, zoveel mogelijk eer te geven. Deze rol past bij haar omdat twee van de evangelisten haar tussen de verschillende vrouwen plaatsen, en de derde identificeert haar als het uitvoeren van deze nobele daad zelf.

Maria de Theotokos (Moeder van God) is de Moeder van het Woord en God Jezus Christus. De Kerk gaat ervan uit dat zij aanwezig was bij de andere vrouwen die myron droegen.

Joanna is de vrouw van Chouza, de rentmeester-beheerder van koning Herodes Antipas en was ook een van de vrouwen die voor het eerst getuige was van de opstanding.

Maria was de vrouw van Cleopas (de broer van Jozef), waardoor deze Maria de tante van Jezus en schoonzus van de Theotokos werd.

Susannah is de rijke vrouw van de groep die tijdens zijn driejarige openbare bediening materiële middelen ter ondersteuning van de bediening van Jezus Christus heeft verschaft.

Salome wordt algemeen beschouwd als de vrouw van Zebedeüs en moeder van de apostelen Jakobus en Johannes. Zij die de Heer vroeg om haar zonen de ene rechts van Hem te laten zitten, en de andere aan Zijn linkerzijde

Maria van Bethanië is de zuster van Lazarus. Ze was een gelovige nog voordat Jezus haar broer uit de dood opwekte en bleef een trouwe dienaar van God lang na de hemelvaart van Jezus.

Martha van Bethanië is de andere zus van Lazarus. Ze geloofde ook in Jezus Christus voordat Hij haar broer Lazarus uit de dood opwekte. Algemeen wordt aangenomen dat zowel zij als haar zus aanwezig waren toen het nieuws van de opstanding van Christus aan de wereld werd aangekondigd

Wat betekent Myron en Myrondraagsters ?

Myron betekent ‘geur’. Het is een geurige en zeer kostbare olie. Rijke mensen lieten er hun doden mee inwrijven. Samen met andere kruiden balsemde men het lichaam, zodat het kon bewaard blijven. De Myron zorgde voor een aangename geur.

Myron wordt ook voor veel andere gelegenheden gebruikt : doopsel , Myronzalving (vormsel), inwijding altaar van een nieuwe Kerk , bij een wijding enz…

Olie maakt ook sterk, soepel :

Bijvoorbeeld bij Aaron. ‘Dan druipte de olie over zijn baard tot op zijn kleed’. Het moest hem sterken om zijn hogepriesterschap te kunnen dragen.

µMyrondraagsters : dat zijn dan de vrouwen die aan het graf aankwamen om Jezus lichaam met Myron in te wrijven.

Myron heeft ook nog voor de Kerk een andere betekenis voor ogen : het wordt gewijd door de bisschop. In feite heeft elke autokefale kerk (is elke Kerk die zelf zijn opvolgers kiest : bv. het Patriarchaat van Constantinopel, de Kerk van Griekenland , enz…) het recht om zelf de Myron te wijden, maar bijna alle kerken betrekken het uit Constantinopel. Dat doen ze om de éénheid van de Orthodoxie aan te tonen. In elke plaatselijke Kerk wordt dus Myron gebruikt die van dezelfde hoofdkerk afkomstig is.

De myronzalving noemt men ook : CHRISMATIE : de grote zalving door de Heilige Geest om kracht en sterkte in het geloof.

jozef-van-arimatea-1245

Jozef van Arimatea

Officieel Troparion en Kondakion van de nieuwe heilige Sophrony :

This is the official Troparion and Kontakion to St. Sophrony the Athonite, spiritual son of St. Silouan the Athonite and founder of St. John the Baptist Monastery in Essex, England. According to my source, these hymns come directly from the Monastery and are blessed for services.

Troparion (Tone 4):

Thou didst prophetically live thy life, and hast become a light of theology, being full of grace and truth; Thou hast seen the Word made flesh, and made known to us the ways of salvation. O Father Sophrony, ever pray to God that He grant us His great mercy.

Kontakion (Tone 3):

Fired by the Spirit, which thou didst seek with great desire, thou hast become all fire by partaking therein, O thou who wast caught up of God. For thou hast seen the Light of Christ, as far as is given to man, and wast filled with many gifts of grace, whereby thou dost bountifully enlighten all the Church, O most blessed Sophrony.

Glory to Jesus Christ!
                  ———————————————-
‎Dit is de officiële Troparion en Kontakion aan St. Sophrony de Athoniet, spirituele zoon van St. Silouan de Athoniet en stichter van st. Johannes de Doper klooster in Essex, Engeland. Volgens mijn bron komen deze hymnen rechtstreeks uit het klooster en worden ze gezegend voor diensten.

Troparion (Toon 4)

Gij hebt profetisch uw leven geleefd en bent geen licht van theologie geworden, vol van genade en waarheid; Gij hebt het vleesgeworden Woord gezien en ons de wegen des heils bekend gemaakt. O Vader Sophrony, bid altijd tot God dat Hij ons Zijn grote barmhartigheid schenkt.

Kontakion (Toon 3)

Aangevuurd door de Geest, die gij met groot verlangen hebt gezocht, bent gij door daaraan deel te nemen, o gij die door God gevangen werd genomen, geheel vuur geworden. Want gij hebt het Licht van Christus gezien, voor zover het aan de mens gegeven is, en was vervuld van vele gaven van genade, waardoor gij overvloedig de hele Kerk verlicht, o allerheiligste Sophrony. Glorie aan
Jezus Christus!‎

Heiligenleven : Maximos de Belijder

6b24d8676bed4ace05617116f4efe1daMAXIMOS

Heiligenleven : Maximos de Belijder

Over de jeugd van Maximus is niet veel bekend. Het lijkt waarschijnlijk dat hij in 580 in Constantinopel is geboren en aan het keizerlijke hof een belangrijke functie heeft bekleed. Hij keerde echter de wereld de rug toe en trok zich als dertiger terug in een klooster te Chrysopolis, dat lag op de Aziatische oever van de Bosporus, tegenover wat toen de hoofdstad van het Romeinse Rijk was. Getuige zijn correspondentie met Johannes de Kamerheer bleef hij daar goede contacten met het hof onderhouden. Als monnik legde hij zich toe op ascese en het geestelijk leven.

Vanaf 634 mengt hij zich in de strijd tegen het monothelitisme, een leer die verkondigt dat er maar één wil in Christus is. Deze leer was als een politiek compromis een poging van de keizer om de christenen die het Concilie van Chalcedon (451) niet erkenden en slechts één natuur in Christus beleden weer binnenboord te halen. Dit alles speelde zich af tegen de achtergrond van een oprukkende islam, die belangrijke gebieden als Egypte, Syrië en Palestina voor het rijk verloren deed gaan. Op de vlucht voor de Perzen is Maximus dan al uitgeweken naar Noord-Afrika, dan nog Romeins (Byzantijns) grondgebied. Een medeballing daar is Maximus’ leermeester Sophronius, die later patriarch van Jeruzalem wordt en ook belijdt dat Christus de volledige menselijke natuur heeft aangenomen.

Vanwege zijn strijd tegen het monotheletisme moet Maximus in Constantinopel terecht staan. Hij wordt gefolterd, zijn tong uitgesneden en zijn rechterhand afgehakt, en in ballingschap gestuurd. Hij sterft in 662 in wat tegenwoordig Georgië heet.

Geestelijk leven
Over ascese en het geestelijk leven heeft Maximus verschillende werken geschreven, waarvan zijn Hoofdstukken over de liefde één van belangrijkste is. Dit werk bestaat uit 4 kephalaia van elk honderd korte teksten die advies geven over de stadia van het geestelijke leven: praxis (training in de deugden), theoria (schouwen van de diepere zin van het boek der natuur en de bijbel) en theologia (inwijding in de geheimen van de Drie-eenheid). Deze driedeling gaat terug op Evagrius Ponticus, van wiens psychologische inzichten Maximus dankbaar gebruik maakt; hij corrigeert Evagrius door de liefde en niet de kennis (gnosis) als uiteindelijk doel te stellen. (Op een vergelijkbare subtiele wijze maakt Maximus bedenkelijke aspecten van de leer van Origenes orthodox in zijn oeuvre.)

Men zou Maximus’ ascetische geschriften een ‘persoonlijke mystagogie’ kunnen noemen, die de lezer helpen om in zijn of haar ziel in te gaan en haar kern, de nous, te reinigen. In het mensbeeld van de Griekse kerkvaders staat de nousvoor een intuïtief, spiritueel weten, dat ondersteund wordt door het discursieve verstand. Het is de nous die spreekt met God, van wie hij bij uitstek het beeld in de mens vormt (vergelijk Gen. 1:26). Maximus omschrijft in zijn Moeilijkheid (Ambiguum) 7 de nous met ‘zijn onzichtbare natuur en de diepte en menigte van zijn gedachten’ als een afgrond. Deze afgrond roept tot ‘de goddelijke wijsheid, die voor het begrijpen werkelijk en waarlijk de onpeilbare afgrond is’ (vergelijk Psalm 42:8 volgens de Septuagint). Theologia is dus vooral een zaak van ervaren en schouwen in plaats van academisch beschouwen. Eigenlijk past hierbij het beste zwijgen; Maximus wijdt dan ook niet uit over zijn eigen mystieke ervaringen.

Lees verder “Heiligenleven : Maximos de Belijder”

Maximos de Belijder : In al onze daden beschouwt God de bedoelingen…

MAXIMOS CONFESSOR

In al onze daden beschouwt God de bedoelingen: of we nu handelen voor Hem of voor een andere motief.”
-St Maximus de Belijder (580-662 G.T.)

-Maximus en Paus Martinus werden in 653 gearresteerd op bevel van keizer Constans II, die de Monothelite Ketterij steunde. Paus Martinus werd zonder proces ter dood veroordeeld. Maximus werd gemarteld, waarbij zijn tong werd uitgesneden en zijn rechterhand werd afgesneden, zodat hij niet langer kon spreken of zijn weerleggingen kon schrijven. Hij werd vervolgens verbannen en overleed later aan zijn verwondingen.

 

 

Augustinus : O Heer, het huis van Mijn ziel is smal…..

0c18fd17dce951363c5e1738d11d4107

O Heer, het Huis van Mijn Ziel is Smal
‎ St Augustinus (354-430)‎
Kerkvader

AUGUSTINUS

O Heer, het Huis van Mijn Ziel is Smal
‎ St Augustinus (354-430)‎
Kerkvader

‎O God,‎
‎ het Licht van het hart, dat U ziet,‎
‎ Het Leven van de ziel, dat U liefheeft,‎
‎ De Kracht van de geest, dat U zoekt,‎
‎ Moge ik ooit standvastig blijven in Uw liefde. ‎
‎Wees de vreugde van mijn hart,‎
‎ Neem mij allen tot Uzelf en blijf daarin. ‎
‎Het huis van mijn ziel is, ik beken,‎
‎ te eng voor U. ‎
‎Vergroot het dat u kunt invoeren. ‎
‎Het is ruïneus, maar repareer het wel. ‎
‎Het heeft in zich wat Uw ogen moet beledigen,Ik‎
‎ belijd en weet het,Maar‎
‎ wiens hulp zal ik zoeken bij het reinigen ervan dan de Uwe alleen? ‎
‎Tot U, o God, roep ik dringend. ‎
‎Reinig me van geheime fouten. ‎
‎Behoed me voor valse trots en sensualiteit
Dat‎
‎ ze geen heerschappij over me krijgen. ‎
‎Amen‎

Heilige Justin Popovitsch : Waar leidt de humanistische cultuur naartoe ?

e5b761ec0456a172680b13af317ba2e8

WAAR LEIDT DE HUMANISTISCHE CULTUUR  NAARTOE  ?

Heilige  Justin Popovic

POPOVITSCH

Heilige Justin Popovic (6 april 1894 – 7 april 1979) overleefde twee wereldoorlogen in Servië, en in deze verhandeling over de Europese cultuur onderkent hij de problemen met het Europese wereldbeeld die tot zo’n menselijke ramp hebben geleid, en raakt hij aan de waarschijnlijke toekomst.

De antropische cultuur transformeert de mens van binnenuit en beïnvloedt daardoor eveneens zijn uiterlijke toestand. Het transformeert de ziel en door middel van de ziel transformeert het het lichaam. Volgens deze cultuur is het lichaam de tempel van de ziel en leeft, beweegt en bestaat het door de ziel. Haal de ziel uit het lichaam en wat blijft er anders over dan een stinkend lijk? De Godmens transformeert allereerst de ziel, en vervolgens ook het lichaam. De getransfigureerde ziel transformeert het lichaam; het transformeert de materie.
Het doel van de theantropische cultuur is om niet alleen de mens en de mensheid te transformeren, maar ook de hele natuur door hen heen. Maar hoe moet dit doel worden bereikt? Alleen met theantropische middelen: door de evangelische deugden van geloof en liefde, hoop en gebed, vasten en nederigheid, zachtmoedigheid en mededogen, liefde voor God en de naaste. Het is door middel van deze deugden dat de theantropisch-orthodoxe cultuur wordt gevormd. Door deze deugden na te streven, transformeert de mens zijn misvormde ziel, waardoor deze mooi wordt; het wordt getransformeerd van iets donkers in iets lichts, iets zondigs in iets heiligs, iets met een donker gelaat in iets goddelijks. En hij transformeert zijn lichaam in een tempel die zijn goddelijke ziel kan herbergen.
Door de ascetische arbeid van het verwerven van de evangelische deugden verwerft de mens macht en gezag over zichzelf en over de natuur om hem heen. Door de zonde zowel van hemzelf als van de wereld die hem omringt uit te bannen, verbant de mens evenzo haar woeste, vernietigende, verderfelijke kracht; hij transformeert zichzelf en de wereld volledig en onderwerpt de natuur, zowel binnen als buiten en om zich heen. De mooiste voorbeelden hiervan zijn de heiligen: nadat ze zichzelf hebben geheiligd, getransfigureerd door de ascetische arbeid om de evangelische deugden te verwerven, heiligen en transformeren ze ook de natuur om hen heen. Er zijn veel heiligen die gediend werden door wilde beesten en die, alleen al door hun uiterlijk, leeuwen, beren en wolven konden bedwingen en temmen. Ze behandelden de natuur biddend, zachtaardig, gedwee, meelevend,
Het is niet een uiterlijke, gewelddadige, mechanische oplegging daarvan, maar een innerlijke, welwillende, persoonlijke assimilatie van de Heer Jezus Christus door de ascetische arbeid van de christelijke deugden die het Koninkrijk van God op aarde vestigt; vestigt de orthodoxe cultuur – want het Koninkrijk van God komt niet uiterlijk of zichtbaar, maar innerlijk, geestelijk, onmerkbaar. De Heiland zegt: Het koninkrijk van God komt niet met observatie: Evenmin zullen zij zeggen: Zie hier! of, zie daar! want zie, het koninkrijk van God is in u (Lc 17:20-21). Het bevindt zich in de door God geschapen en Goddelijke ziel, geheiligd door de Heilige Geest, want het koninkrijk van God is geen eten en drinken; maar gerechtigheid en vrede en blijdschap in de Heilige Geest(Rom. 14:17). Ja, in de Heilige Geest, en niet in de geest van de mens. Het kan in de geest van de mens zijn in die mate dat de mens zichzelf vervult met de Heilige Geest door middel van de evangelische deugden. Daarom is het allereerste en allergrootste gebod van de orthodoxe cultuur: Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid; en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden(Mat. 6:33), dat wil zeggen, alles zal je worden toegevoegd wat nodig is om het leven van het lichaam te ondersteunen: voedsel, kleding en onderdak (Mt. 6:25-32). Al deze dingen zijn slechts het toe behoren van het Koninkrijk van God, en toch zoekt de westerse cultuur deze toebehoren in de eerste plaats. Dit is waar zijn heidendom te vinden is, want, in de woorden van de Heiland, zijn het de heidenen die deze toebehoren als eerste zoeken. Hierin ligt de tragedie van de westerse cultuur, want het heeft de ziel uitgehongerd in haar zorg voor materiële dingen, terwijl de zondeloze Heer voor eens en voor altijd heeft gezegd: daarom zeg ik u: denk niet aan uw leven, wat u zult eten , of wat u zult drinken; noch nog voor uw lichaam, wat u zult aantrekken (Want na al deze dingen zoeken de heidenen:) want uw hemelse Vader weet dat u al deze dingen nodig hebt. Maar zoekt eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid; en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden (Mat. 6:25, 32-33; Luk. 12:22-31).
Groot is de omvang van die behoeften die de moderne mens hartstochtelijk in zijn verbeelding creëert. Om aan deze zinloze behoeften te voldoen, hebben mensen onze wonderbaarlijke goddelijke planeet in een slachthuis veranderd. Maar onze filantropische Heer heeft al lang “het enige wat nodig is” voor elke man en voor de hele mensheid geopenbaard. En wat is dit? De God-mens, Jezus Christus, en alles wat Hij met Zich meebrengt: goddelijke waarheid, goddelijke gerechtigheid, goddelijke liefde, goddelijke goedheid, goddelijke heiligheid, goddelijke onsterfelijkheid en eeuwigheid, en alle andere goddelijke volmaaktheden. Dat is ‘het enige dat nodig is’ voor de mens en voor de mensheid, en alle andere behoeften van de mens, in vergelijking hiermee zijn ze zo onbeduidend dat ze bijna overbodig zijn. (Lucas 10:42)

Lees verder “Heilige Justin Popovitsch : Waar leidt de humanistische cultuur naartoe ?”

Abba Moses the strong : “Als een mens zich niet in de houding van een zondaar plaatst, zal zijn gebed niet voor God gehoord worden…

blob (6)

‎”Als een mens zich niet in de houding van een zondaar plaatst, zal zijn gebed niet voor God gehoord worden.” Een broeder zei tegen hem: “Wat is een zondige ziel?” En de ouderling zei: ‘Een ieder die zijn eigen zonden draagt en die van zijn metgezel niet in acht neemt.’‎

[Abba Moses the Strong, Apophthegmata Patrum]

Basilios de Grote : Er is zowel een fysiek als een spiritueel vasten….

9aeeb01fdebda0069e0ab2abb5665336

BASIL DE GROTE

Er is zowel een fysiek als een spiritueel vasten. In het fysieke vasten onthoudt het lichaam zich van eten en drinken. In het spirituele vasten onthoudt de vaster zich van kwade bedoelingen, woorden en daden. Iemand die echt vast, onthoudt zich van woede, kwaadaardigheid en wraak. Iemand die echt vast, onthoudt zich van loze en vuile praat, holle retoriek, laster, veroordeling, vleierij, liegen en allerlei hatelijke praatjes. Kortom, een echte vaster is iemand die zich terugtrekt uit alle kwaad.

Basilius de Grote

Metropoliet Anthony Bloom : Wanneer twijfels in mij opkomen…

8 (1)

Wanneer twijfels in mij opkomen, betekent dit dat ik mijn onvolledige idee van God, mijn onvolmaakte kennis van Hem heb, en God zegt tegen mij: “Kijk, je hebt dit allemaal geleerd, en kijk nu naar Mij – Ik ben groter dan dit alles. Je kunt niet tevreden zijn met het beeld dat je voor jezelf hebt geschilderd. Het is zo klein als jijzelf, je intelligentie, je opleiding, je verbeelding. Stel jezelf open en stel de vraag: Wat kunnen de anderen hiervan denken? Welke andere antwoorden kunnen er zijn? En wees niet bang. Ik zal niet beledigd worden door jullie die Mij ondervragen, want jullie ondervragen Mij niet als Mij, maar jullie opvattingen over Mij…”

Metropoliet Anthony Bloom