11e zondag na Pinksteren : ‘van de vergeving’

 

 Zondag 31 augustus

 


 

11e zondag na Pinksteren

 “over de vergeving”

 

 


 

 vergeven 3

 

vergeven 7
vergeving2 

 

 

 

 

EERSTE LEZING :  

 1 Kor.9,2-12

 Ook al erkennen anderen mij niet als apostel, u zou het wel moeten doen, want u bent door uw geloof in de Heer het waarmerk van mijn apostelschap. Ziehier mijn verdediging tegen wie zich een oordeel over mijn apostelschap aanmatigen.  Hebben wij geen recht op eten en drinken?  Zouden wij niet het recht hebben een gelovige echtgenote op onze reizen mee te nemen, zoals de andere apostelen, de broers van de Heer en Kefas?  Of zouden nu uitgerekend Barnabas en ik in ons eigen levensonderhoud moeten voorzien?  Wie gaat er nu op eigen kosten in krijgsdienst? Wie plant er een wijngaard en eet niet van de vruchten? Of wie hoedt er een kudde en drinkt niet van de melk?  Dit is niet alleen een algemene waarheid, het staat ook in de wet,  want in de wet van Mozes staat: ‘U mag een dorsend rund niet muilbanden.’ Maar bekommert God zich dan om runderen?  Of zegt hij dit om ons? Om ons natuurlijk, want het is ook om ons dat er staat: ‘Een ploeger en een dorser werken beiden in de hoop op een aandeel in de oogst.’  Als wij geestelijke zaken onder u hebben gezaaid, is het dan te veel gevraagd dat we materiële zaken van u oogsten?  Als anderen hierop al aanspraak kunnen maken, kunnen wij het dan niet des te meer? We hebben echter geen gebruik gemaakt van onze rechten; integendeel, we verdragen alles, omdat we de verkondiging van het evangelie van Christus niets in de weg willen leggen. U weet toch dat wie in de tempel dienstdoen daarvan

 Evangelielezing :

 Matth. 18,23-35

 Daarom is het met het koninkrijk van de hemel als met een koning die rekenschap wilde vragen van zijn dienaren.  Toen hij daarmee begonnen was, bracht men iemand bij hem die hem tienduizend talent schuldig was.  Omdat hij niets kon terugbetalen, gaf zijn heer bevel dat de man samen met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij bezat verkocht moest worden, zodat de schuld kon worden ingelost.  Toen wierp de dienaar zich aan de voeten van zijn heer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal u alles terugbetalen.”  Zijn heer kreeg medelijden, hij liet hem vrij en schold hem de geleende som kwijt.  Toen deze dienaar naar buiten ging, trof hij daar een van de andere dienaren, die hem honderd denarie schuldig was. Hij nam hem in een wurggreep en beet hem toe: “Betaal me alles wat je me schuldig bent!”  Toen wierp deze zich voor hem neer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal je betalen.”  Maar hij wilde daar niet van weten, integendeel, hij liet hem gevangenzetten tot hij de hele schuld zou hebben afbetaald.  Toen de andere dienaren begrepen wat er gebeurd was, waren ze zeer ontdaan, en gingen ze naar hun heer om hem alles te vertellen.  Daarop liet zijn heer hem bij zich roepen en hij zei tegen hem: “Je bent een slechte dienaar. Heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je me erom smeekte.  Dan had jij toch zeker ook medelijden moeten hebben met die andere dienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?”  En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de gerechtsbeulen gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald.  Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.’

vergeving

 

Betancourt: ‘Jezus leerde me vergeven’

DO 10 jul 2008 | 13.27
Ingrid Betancourt getuigt in een openhartig interview met de Franse katholieke krant La Croix over haar geloof, vergeving en haar innerlijke worsteling tijdens haar zesjarige gevangenschap als gijzelaar van het Colombiaanse rebellenleger FARC. “Het enige antwoord op geweld is een antwoord van liefde”, zei Ingrid Betancourt gisteren in hotel Meurice in Parijs. De Frans-Colombiaanse politica, die begin juli werd bevrijd, zegt erg haar best te doen om de gijzelnemers te vergeven.

“Ik herinner me heel goed deze commandant. Ik zie hem voor me. Hij was zo wreed geweest, zo gruwelijk. Toen hij voor me ging zitten, kon ik toch voor hem glimlachen”, zegt Betancourt. “Het is erg moeilijk om van je vijand te houden. Je kan niet van iemand houden die je zoveel pijn doet. Maar ik vond in Christus een soort springplank. Ik zei: ‘Ik haat hem maar voor jou [Christus] stop ik met te zeggen dat ik hem haat’. En het feit dat ik het woord haat niet in mijn mond nam gaf mij rust.”

“Maria is me daarbij tot grote steun geweest”, aldus Betancourt. “Dat was fundamenteel voor mij, omdat in een ambiance van spirituele eenzaamheid waarin alles om mij heen vijandig en agressief was ik heb moeten leren niet te reageren op de wijze van toen ik vrij was en werd omringd door mensen die van me hielden: leren zwijgen, leren het hoofd te buigen. Soms was de enige persoon met wie ik kon praten, en dat geheel inwendig, de Maagd. Daarom, bravo Maria. Zij heeft enorm gesteund.”

Bron: KN

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++

De Orthodoxe kerk in Europa

DE ORTHODOXE KERK IN EUROPA

UITDAGINGEN EN VERLANGEN NAAR EENHEID

 Tekst van een uiteenzetting door Christos Yannaras, naar aanleiding van de 40e verjaardag van het interepiscopaal orthodox Comité in Frankrijk, de 17e november laatstleden gehouden te Parijs.

Christis Yannares  is een alom bekend filosoof en theoloog in het Westen. Hij is professor emeritus van het instituut voor politieke wetenschappen te Athene en lid van de internationale Academie voor religieuze wetenschappen. Hij heeft in de loop van de laatste veertig jaar veel bijgedragen tot de vernieuwing van de orthodoxe theologie, vooral door zijn boeken die in verschillende talen werden vertaald, waaronder het frans : ‘De l’absence et de l’inconnaissance de Dieu d’aptès les écrits aréopagitiques et Martin Heidegger’ (Cerf,1971), ‘La liberté de la morale’ (Labor et fides, 1983, collection “Perspective orthodoxe”), ‘La foi vivante de l’Eglise. Introduction à la théologie orthodoxe’(Cerf , 1989), ‘Vérité et unité de l’Eglise’ (Axios,1990).

De éénheid van de Kerk is geen organisatorisch probleem. Wij spreken van éénheid om de nieuwe wijze van bestaan aan te duiden die de Kerk verkondigt, een wijze die zich realiseert en openbaart in elke locale eucharistische gemeenschap.

Alvorens te worden uitgedrukt als “evangelie”, blijde verkondiging, is het getuigenis van de Kerk een concreet gegeven : de beleving van een maaltijd waar de realisatie ervan de kerkelijke gemeenschap vormt. Deze maaltijd getuigt en openbaart een nieuwe wijze om het voedsel te ontvangen, ’t is te zeggen, om ons leven te verwezenlijken : ons leven verwezenlijken als relatie, als  bestaan, niet als individu die zich voedt en handelt om zich staande te houden en te overleven, om voort te bestaan, om te overleven, maar een bestaan als persoon die existeert als ‘communio’ in liefde, die existeert omdat hij bemint en aangezien hij bemint.

 “DE KERK IS GEEN RELIGIE”

De Kerk is geen religie. De religie is een individualistische noodzaak, egocentrisch. De Kerk is een bestaan als communio. De religie is individualistisch, omdat zij de vrucht is van een  instinctieve impuls, van een natuurlijke noodzaak die elk menselijk individu domineert. Noodzaak om de angst voor de dood te neutraliseren,angst ook voor het onbekende transcendente . Noodzaak om het individu te versterken met ‘geopenbaarde’ zekerheden, met juridische garanties voor de individuele onsterfelijkheid.

De Kerk heeft haar naam ontleend aan de‘ekklèsia’ (van ‘dèmos’), van de griekse stad, van de vergadering van burgers.  De burgers kwamen bijeen in de ‘ekklèsia’, vooral om datgene wat gebeurde in de stad verder te realiseren en te ontwikkelen, dit wil zeggen : een andere wijze van co-existentie (samenleven) te realiseren. De ‘stad’ was voor de oude grieken  geen samenleven dat op het ‘nut’ gericht was (‘koinônia tès chreias’), het was veeleer een gemeenschappelijke strijd opdat het leven ‘in waarheid’ een ‘waarachtig’, een reëel  leven zou zijn. De ‘ekklèsia’ van de burgers was bij uitstek de uitdrukkingswijze om een politiek van waarheid te realiseren.

De waarheid betekende voor de grieken de realiteit van het zijn (‘ontôs on’).  Zij erkenden hun eeuwige oordeel en gelijk van het waarachtig zijn uit ervaring, als iets onaantastbaar, onveranderlijk, die de ‘zijnden’ vormt en de  betrekkingen  tussen de ‘zijnden’ , de logische relaties, van harmonie en schoonheid, die het universum tot ‘cosmos’ omvormden : een waarachtig sieraad.  De ‘stad’, de ‘polis’ en het politieke leven waren de plaats van de vrijwillige strijd van alle burgers om de collectiviteit te bepalen volgens de logica (de modus) van het reële zijn, van de wijze (modus) van de waarheid, de logica van de harmonische relaties en van de schoonheid.

 De communio van de Personen van de Drieene Godals wijze van bestaan.

Zelfs voor christenen, verwijst de waarheid niet naar ‘bruikbare informaties’, maar naar de wijze van bestaan van het reële zijn. Maar het reële zijn is volgens de kerkelijke ervaring niet de rationaliteit a priori en de ondoorgrondelijkheid van de cosmische orde. Het reële zijn, het ware bestaan die de beperkingen van de tijd, de ruimte, de vergankelijkheid en de dood niet kent, is de communio van Personen, van het oorzakelijk trinitaire principe van het levend wezen. De wijze van bestaan van de trinitaire God, is de wijze van vrijheid met betrekking tot elke noodzakelijkheid en elke voorbeschikking, het is de onbegrensde vrijheid van de liefde. De God van christenen is liefde.

De liefde heeft zich geopenbaard in de Kerk vanaf het allereerste moment van haar historische aanwezigheid als onbegrensde vrijheid, door middel van drie woorden die het oorzakelijke trinitaire principe definiëren : de woorden Vader, Zoon Geest. Vrij van elke noodzakelijkheid en van elke voorbestemming van haar onuitsprekelijk bestaan. God de Vader bestaat omdat Hij wil bestaan en Zijn vrije wil ‘hypostaseert’ (tot hypostase maken’) Zijn zijn door Zijn Zoon te doen ‘geboren’ worden en door de ‘voortkomst’ van de Heilige Geest : Vader, Zoon, Geest zijn woorden uit de menselijke taal die echter niet de betekenis hebben van individuele existenties (zoals gewoonlijk de namen van individuen: Peter, Paul, Jan enz…), maar het zijn hypostatische eenheden die bestaan in ‘relatie’, bestaanswijzen die uit zichzelf ontstaan. Zij ontstaan de één uit de andere, met de band van de liefde. Het kerkelijk leven beoogt deze wijze van trinitair leven te bereiken, een wijze om lief te hebben, een wijze om waarachtig te existeren.  De Kerk wil ‘deze éénheid die de Heilige Geest als meester heeft’ realiseren, zoals de heilige Isaac de Syriër het zegt. Wij verstaan deze éénheid vooral als communio aan dezelfde kelk, als het zoeken naar een leven als communio van liefde, een communio en zoeken die het lichaam van elke locale eucharistische gemeenschap vormt. En de kerkelijke ervaring getuigt van deze éénheid als wijze van bestaan, ze vormt tegelijk één enkel en uniek lichaam van alle afzonderlijke locale kerken samen, zij vormt ook de Kerk als universele realiteit.

Eucharistie en éénheid van de KerkDe &eac
ute;énheid van het universele lichaam van de Kerk wordt ook gerealiseerd door een gemeenschappelijke deelname van alle christenen aan dezelfde eucharistische kelk, ’t is te zeggen, aan dezelfde wijze van bestaan. De uiting van deze ware éénheid realiseert zich in een concrete institutie : de bisschoppensynode.

De bisschoppensynode heeft niets te zien met een vergadering van directeurs van een onderneming of van een maatschappij. Ten eerste, omdat de bisschop niet de leider of de bestuurder is van een eucharistische gemeenschap, maar haar vader en dienaar.Verder, omdat de synode een verlengstuk is van het eucharistisch sacrament, een verlengstuk van de eucharistische wijze van bestaan.

Elke bisschop die zich in de schoot van een bisschoppensynode uitdrukt, spreekt niet om zijn eigen gedachten uit te drukken, zijn eigen opinies en zijn bevindingen, zijn persoonlijke wijsheid, zijn theologische bekwaamheid, zijn godsvrucht en zijn deugden. Neen ! De bisschop spreekt op de synode als getuige van de eucharistische gemeenschap, in dienst van hen die onder zijn gezag staan. Hij drukt enkel zijn ervaring uit van de strijd welke zijn gemeenschap heeft met betrekking tot de wijze van eucharistische bestaan.

Vanuit het gegeven, dat de deelneming aan de eucharistische kelk de realisatie is van een verandering in onze manier van bestaan, zo is het ook met betrekking tot de deelname van de bisschoppen aan een synode. Het is de realisatie en de manifestatie van de wijze(manier) die het bestaan bevrijdt van de tijd, de ruimte, van het verval en de dood, van de wijze waarop de existentiële realiteit van de Kerk overal ter wereld wordt bepaald. En zoals het ondenkbaar is dat aan de eucharistische maaltijd, Grieken, Russen of Fransen elk  aan verschillende spijzen communiceren, en niet aan hetzelfde brood en wijn van de gemeenschappelijke tafel, zo is het ook ondenkbaar dat elke bisschop naar voor komt met zijn eigen belangen, individuele of nationale.  Dat wat de eucharistie en de bisschoppelijke synode gemeenschappelijk hebben, is de mogelijkheid te bieden om onze manier van bestaan te veranderen, om de hoop uit te drukken van een overwinning op de dood. Een vervalsing van deze hoop is een zware verantwoordelijkheid.

“Een dienst ten gunste van de realisatie van het ware leven”

Wanneer de bisschoppen van de verschillende locale kerken tezamen de eucharistie celebreren, is er altijd maar één die in de celebratie ‘voorgaat’ naar het beeld van de monarchie van de vader , die de vorm is van de trinitaire éénheid. Zo gaat het ook bij een synode : er is altijd slechts één bisschop die voorgaat, nooit meerdere, nooit beurtelings. Voorgaan op de synode is geen macht, het is een dienst ten gunste van het realiseren van het ware leven.

Hoe stelt men vast wie er in elke synode van bisschoppen moet voorgaan ? De kerkelijke ervaring van de vijftien eerste eeuwen heeft bijgedragen om het metropolitaans systeem tot stand te brengen : bij elke regionale synode gaat de bisschop van de grootste stad van de regio voor, van de moeder-stad (in het grieks : ‘metropolis’). Hij was de verantwoordelijke voor het bisdom met de meeste inwoners, hij had bijgevolg de bekwaamheden om een antwoord te bieden op de grootste verantwoordelijkheden, en bijgevolg ook de ervaring om de meest complexe problemen het hoofd te bieden.

Op de synode van bisschoppen van een ganse provincie in het verenigd romeinse Rijk van die tijd, ging de bisschop van de belangrijkste stad voor : Rome in het Westen, het Nieuwe Rome – Constantinopel in het Oosten, Alexandrië in Egypte, Antiochië in het Midden-Oosten. Aan deze vier bisschoppen van de grootste administratieve centra van het Keizerrijk, die patriarchen genoemd werden, heeft men als bewijs van eer, de bisschop van Jeruzalem toegevoegd.

Het criterium om deze vijf patriarchen aan te duiden, – zij vormden de pentarchie,  en drukten de zichtbare éénheid van de Kerk  uit –  was niet enkel de bekwaamheid om het voorzitterschap van de synode, als eucharistische dienst, waar te nemen. Het criterium was eveneens gebaseerd op de realiteit dat deze steden werden erkend als de grootste centra van het kerkelijk leven, van de theologische studie, van het liturgisch leven, van de christelijke kunst. Wij merken tot op onze dagen de vruchtbare theologische arbeid van de ‘school’ van Alexandrië, evenals de bijdrage van de Antiocheense ‘school’, alhoewel zeer verschillend van de vorige. Op het vlak van de christelijke kunst kennen wij de hoogtepunten die bereikt werden door de ‘school’ van Constantinopel alsook de inbreng van de traditie van Jeruzalem voor wat betreft de vorming van de kerkelijke cyclus.

Orthodoxie of ‘nationale religie’

De eenheid van de universele Kerk is tenietgedaan toen het nationalisme is komen opdagen als een politieke band van samenhang der volkeren. In een eerste etappe, is de ambitie van een natie om een rijk te vormen gepaard gegaan met de aanspraak om haar nationale Kerk de rang van patriarchaat te geven. De studie van deze band tussen de idee van het Rijk en het verlangen om een nationaal patriarchaat in te stellen was werkelijk fascinerend, men hoeft slechts de voorbeelden te nemen zoals deze van Karel de Grote (9e eeuw), van de tsaar der Bulgaren Symeon (10e eeuw), van de koning van Servië Etienne Dusan (14e eeuw, van de russische tsaar Ivan III (15e eeuw). In een tweede etappe, in de 19e eeuw,is de verbrokkeling van de kerkelijke éénheid volgens ethnische criterea  op een medogenloze wijze doorgevoerd. De één na de andere orthodoxe volkeren hebben zich bevrijd van het ottomaanse juk en zij hebben Staten gecreëerd  die het karakteristieke van de moderne westerse staten van die tijd kopieerden .( dit van de “Staat-natie”), wat hen ook ertoe bracht om de kerkelijke onafhankelijkheid te eisen. Zij hebben dus gekozen om het systeem van de patriarchale pentarchie te verlaten, en , in de meeste gevallen, om op hun beurt erkend te worden als een ‘patriarchaat’, aldus gaven zij hun status van locale Kerk op en werden zij ‘een Staatsreligie’.

Er was reeds een precedent op het einde van de 16e eeuw, met de aanneming van de titel van patriarch door de metropoliet van Moscou in 1589, en die samenviel met de opkomende ambitie van Moscou om erkend te worden als het ‘Derde Rome’.  Later, in de 19e eeuw was er de oprichting van het nieuwe Koninkrijk der Grieken, in het zuiden van de Balkan , een Staat die 4/5e van de griekse bevolking buiten haar grenzen had en waarvan de Kerk die afgescheiden was van het oecumenisch patriarchaat  zich proclameerde tot ‘autocefale Kerk’. Vervolgens kwam er in 1879 de autocefalie  van de servische Kerk, en de toekenning van de titel van patriarchaat aan deze nationale Kerk in 1920. Vanaf 1855 heeft ook de Roemeense Kerk haar autofalie afgekondigd en werd op haar beurt in 1925 een patriarchaat. In 1937 werd de Kerk van Al
banië erkend als autocefaal, en in 1945 de Kerk van Bulgarije, die in 1953 ook een patriarchaat werd.

Daarom is de orthodoxie, die vroeger synoniem was van kerkelijke katholiciteit, geworden  tot een nationale religie (en dit tot op de dag van vandaag), ze is een autonome ideologische entiteit geworden in al die landen die ‘historisch als Orthodox’ worden bestempeld. Zo wordt de Orthodoxie geïdentificeerd met alle bijzondere kenmerken van elk van deze naties, met hun riskante politieke avonturen en de ambities van elk van deze kerken. Zij is een aanvullend element geworden van de heersende Staatsideologie. De term “patriarchaat” heeft vandaag de dag geen enkele kerkelijke betekenis meer, zij heeft geen enkel verband meer met de betekenis die ze had in het synodale kader van de pentarchie. Het verwijst alleen nog maar naar administratieve instellingen, die min of meer geseculariseerd zijn.

“De éénheid van de Kerk is een wijze van bestaanen niet een wijze van administratief organiseren”

Vandaag de dag begrijpt niemand meer wat de belijdenis van het geloof,namelijk dat de éénheid van de Kerk een wijze van bestaan is en niet een wijze van administratief organiseren,waarom de eenheid het geïncarneerde Evangelie van de overwinning op de dood is en geen ideologische en eenvormig disciplinaire organisatie die het Vaticaans  model zou willen kopiëren. Wij constateren voortdurend, dat zowel priesters als theologen van onze nationale orthodoxe kerken een verbazingwekkende ecclesiologie ontwikkelen die slechts een onrealiseerbare utopie is. Wij beleven werkelijk een tragedie.

Deze tragedie bereikt haar hoogtepunt buiten de zogenaamde ‘orthodoxe ‘ landen, in de orthodoxe ‘diaspora’. Niemand zal de noodzaak afwijzen om in dezelfde stad orthodoxe parochies te hebben van verschillende talen. Maar het feit van verschillende bisschoppen te hebben voor elke taal, ’t is te zeggen, voor elke verschillende nationaliteit in dezelfde stad, vormt een negatie van wat de Kerk is. Hoe kunnen wij ons ‘broeders’ en ‘zusters’ noemen als we elk een verschillende vader hebben ?

Het probleem kan niet opgelost worden door een beroep te doen op goede gevoelens, of door morele aansporingen. Het nationalisme is noch een dwaling van de geest, noch een fout met betrekking tot de regels van de christelijke moraal. Het is de negatie zelf van de waarheid van de Kerk, van de “religiosering” van het kerkelijk gebeuren.

“Een engagement van alle orthodoxe in Frankrijk”(Geldt ook voor België)

 

Bij deze herdenking van de 40e verjaardag van de stichting van het interepiscopale Comité in Frankrijk, brengen wij hulde aan de pioniers van deze beweging, opdat de éénheid van de Kerk als geïncarneerd Evangelie niet in de vergetelheid geraakt. Deze verjaardag zal een daadwerkelijk feest worden, een bron van vreugde, indien het echt het begin betekent van een engagement van alle orthodoxen van Frankrijk en hun bisschoppen, en dit met een dubbel objectief :

– Vooreerst, dat de Vergadering van bisschoppen die het interepiscopaal Comité heeft opgevolgd haar waarachtige kerkelijke naam aanneemt, deze van een locale synode,die fungeert als een synode en met een voorzitter van de synode;

– En vervolgens dat allen zich ertoe zouden engageren, dat de vertegenwoordiging van de orthodoxen bij de autoriteiten en bij de Europese instellingen te Brussel, één en enig zou zijn. Alleen zo kan de uitdrukking en het symbool van onze kerkelijke eenheid gestalte krijgen en niet het beeld van een verdeelde vertegenwoordiging zoals dat vandaag is, in kleine nationale groepjes, wat ronduit belachelijk is.

Uit SOP 323/December 2007

Vertaling : Kris B.

 

 

           

Crisis in Servisch orthodoxe Kerk over Kosovo

 

Crisis in Servisch-Orthodoxe Kerk over Kosovo


De leiding van de Servisch-Orthodoxe Kerk verkeert in een crisis door een open machtsstrijd over de vroegere Servische provincie Kosovo. Bisschop Artemije, die binnen de Kerk verantwoordelijk is voor Kosovo, spreekt van een “open rebellie” tegen hem. Gisteren zette hij zijn plaatsvervanger, bisschop Teodosije, af, omdat die te zeer uit zou zijn op een compromis met de Albanese meerderheid in Kosovo en de westerse landen.

De heilige synode, het hoogste orgaan binnen de Servisch-Orthodoxe Kerk, heeft beide bisschoppen voor een speciale zitting naar Belgrado geroepen. Die bijeenkomst vindt dinsdag plaats.

Bisschop Artemije wijst al jaren elke overeenkomst met de Albanese regering van Kosovo over de heropbouw van het middeleeuwse Decani klooster af omdat hij Kosovo als Servisch gebied beschouwt en de Albanese meerderheid niet erkent. Ook een samenwerking met UNESCO, dat werklui en geld ter beschikking stelt voor het klooster, wijst hij af.

De leiding van de Servisch-Orthodoxe Kerk heeft Artemije twee jaar geleden al gevraagd wat in te binden, maar de bisschop beschouwde die vraag als inmenging in zijn bevoegdheid.

bron: hln

Mijn zoon….(overdenking)

Bannericoon

MIJN ZOON……

kruis78
 

(Uittreksel uit :’Brieven van de Geronda Joseph de Athoniet, van het monasterie van Philotheou, aan één van zijn leerlingen’

 Mijn zoon, je zal een grote weldaad bereiken, indien je mijn raadgevingen volgt, zelfs al veroorzaakt dit je pijn. Alles wat je mij beschrijft gebeurt, omdat je niet waakzaam bent in het gebed (Het gaat om het Jezusgebed :’Heer Jezus Christus, heb medelijden met mij, zondaar !). Verdubbel je inspanningen, herhaal het gebed met de lippen, totdat het verstand het in zich opneemt. Sluit geen overeenkomst met de gedachten :zij zullen je verzwakken en bezoedelen(…)

Het leven van de mens is vol verdriet omdat hij in ballingschap is op deze wereld : reken er dus niet op de volmaakte rust te vinden. Wij zullen ons kruis dragen door Christus na te volgen en wij zullen genade vinden bij de Heer door onze tegenspoed te verdragen. Waarom staat Hij toe dat wij bekoord worden ? Om de ijver en de liefde die wij voor Hem hebben  op de proef te stellen. Vandaar de noodzaak van geduld. Zonder geduld kan de mens de geboden niet onderhouden, noch de dingen van de geest leren kennen, noch de volledige volmaaktheid bereiken. Bemin Jezus, zeg zonder ophouden het gebed en het zal je weg verlichten.

Wees voorzichtig in het beoordelen van de ander, want de Heer zal je Zijn genade onthouden en je zal vallen : dus, de val zal je de nederigheid leren en je de eigen fouten doen inzien.(…)

Wanneer de mens beproefd wordt, omdat hem de genade onthouden wordt, dan wordt alles vleselijk en de ziel kent dan opnieuw een val. Het is dan dat je je bezieling moet bewaren, door met volharding, ononderbroken het gebed te bidden:’Heer, Jezus Christus, heb medelijden met mij!’, nogmaals en nogmaals, voortdurend en zonder onderbreking. Spreek tot Christus terwijl je met je geest naar Hem kijkt :’Ik dank u, mijn God, én voor het goede dat je me hebt gegeven én voor het kwade dat ik moet verduren. Ere zij U, Heer, Ere zij U !’

En in dit geduld zal je de genade en de vrede terugvinden.Maar dan, opnieuw,bekoringen en droefheid, ontreddering en zenuwachtigheid; maar ook de strijd, de zege en de dankzegging.

In dit proces, zal je je gelijdelijkaan van je passies zuiveren en geestelijk worden. Jaren gaan voorbij  en de ouderdom zal je leiden naar de onverstoorbaarheid.

Alleen : je moet strijden ! De vooruitgang komt niet vanzelf (…) Het is in deze strijd dat je een waarachtig mens zal worden, en niet in de armen van je moeder, die zeer bezorgd is dat je niet ziek wordt. De ascese oefent je in de ontberingen. Je zal niet vooruitgaan als je een comfortabel leven gaat leiden met daarbij nog een vakantie aan zee ! Wij moeten strijden en veel afzien, dag en nacht roepen tot Christus, geduldig zijn bij elke bekoring, en elke woedeuitbarsting  en verlangen in de kiem smoren

Het is na heel wat inspanningen dat je zal begrijpen dat gebed zonder toewijding en waakzaamheid tijdverlies is, een werk zonder beloning. Dat je aandacht wakend mag zijn voor je innerlijke en uitwendige zintuigen. Zoniet, zullen zowel het verstand als de geestelijke vermogens  verloren gaan in  nieuwsgierigheid en routine , zoals het  gebruikte water  verdwijnt in de goot. Nooit heeft iemand het gebed gevonden zonder aandacht en waakzaamheid. Nooit heeft iemand de top bereikt zonder het misprijzen van de gemakzucht.

Dikwijls moet je bidden terwijl je geest rusteloos is, in beslag genomen door herinneringen. Vandaar de noodzaak je geest te dwingen zich los te rukken uit de verstrooidheid en hem te brengen tot de woorden van het gebed.

Dikwijls  sluipt de vijand heimelijk je denken , je redeneren , je luisteren, je kijken binnen, maar je bent er zich niet van bewust. Later geef je je er rekenschap van, maar je zal er voor moeten vechten om ervan verlost te geraken. Wees vooral niet ontmoedigd in deze strijd tegen de boze geesten. Door de genade van Christus zal je overwinnen en zal je evenveel vreugde ondervinden dan  je verdriet had daarvoor.

Meer nog, let  hiervoor op en zeg het wat mij betreft voort aan alle broeders : geef mekaar geen lofprijzingen, de lofprijzing schaadt zelfs de volmaakten – welnu, jij bent nog zonder kracht. Een heilige ontmoette eens een bezoeker die hem drie maal na mekaar gelukwenste voor de perfectie waarmee hij zijn werk had verricht. Bij de derde keer zei de Heilige tot hem : ‘Man, je bent mijn cel binnengekomen en je hebt God verjaagd !’ Begrijpt je met welke terughoudendheid de Heiligen zich gedragen ? Wees dus waakzaam voor alles. In wezen zijn het alleen de beledigingen en de spotternijen die de mens geestelijk kracht geven, want daaruit komt de nederigheid voort.

Indien men je hoogmoedig, hypocriet, ongeduldig noemt weet dan dat het moment voor geduld is aangebroken. Indien je je verdedigt, dan ben je verloren. Heb altijd de vrees voor God voor ogen. Ondersteun in uw liefde al uw broeders en zorg ervoor niemand nadeel te berokkenen of te bedroeven in wat dan ook; anders zal dit verdriet van uw broeder een hindernis zijn op het uur van gebed.

Wees veeleer een levend voorbeeld in uw woorden en daden : dan zal de goddelijke genade u altijd beschermen en helpen.

 

Vertaling : Kris B.

 

banner 58

 

10e zondag na Pinksteren :’de genezing van de maanzieke'(=bezetene)

 10e zondag na Pinksteren

 ‘de genezing van de maanzieke’ (bezetene)

 

bezeten knaap 2

miniatuur uit een middeleeuw handschrift

EERSTE LEZING : 1 Kor.,4.9-16

 Maar volgens mij heeft God ons, apostelen, de laagste plaats toegewezen, alsof we ter dood veroordeeld zijn. We zijn voor heel de wereld, zowel voor engelen als mensen, een schouwspel geworden.  Wij zijn dwaas omwille van Christus, terwijl u dankzij Christus zo geweldig wijs bent; wij zijn zwak, terwijl u zo geweldig sterk bent; u staat enorm in aanzien, terwijl wij worden veracht.  Tot op de dag van vandaag lijden we honger en dorst, hebben we nauwelijks kleren, worden we mishandeld, zijn we dakloos,  zwoegen we voor ons eigen brood. Worden we bespot, dan zegenen we; worden we vervolgd, dan verdragen we het;  worden we beledigd, dan antwoorden we vriendelijk. Tot op dit ogenblik zijn wij het uitschot van de wereld, het uitvaagsel van de mensheid. Ik schrijf dit alles niet om u te beschamen, maar om u als mijn geliefde kinderen terecht te wijzen.  Hoeveel opvoeders in het geloof in Christus u ook zult hebben, u hebt maar één vader. Door Christus Jezus ben ik uw vader geworden, omdat ik u het evangelie heb gebracht.  Ik roep u dus op mij na te volgen.

EVANGELIE: Matth.,17.14-23

Gebrek aan geloof

 Toen ze zich weer bij de mensenmassa voegden, kwam er iemand naar hem toe die voor hem op zijn knieën viel  en zei: ‘Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en lijdt daar erg onder; hij valt dikwijls in het vuur of in het water.  Ik heb hem bij uw leerlingen gebracht, maar zij konden hem niet genezen.’  Jezus antwoordde: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig en dwars volk, hoe lang moet ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet ik jullie nog verdragen? Breng hem bij me.’  Daarop sprak Jezus de demon op strenge toon toe. Deze ging uit de jongen weg, en vanaf dat moment was hij genezen.  Later kwamen de leerlingen naar Jezus toe. Eenmaal met hem alleen vroegen ze: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’  Hij antwoordde: ‘Vanwege jullie gebrek aan geloof. Ik verzeker jullie: als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, dan zullen jullie tegen die berg zeggen: “Verplaats je van hier naar daar!” en dan zal hij zich verplaatsen. Niets zal voor jullie onmogelijk zijn.’  Andere handschriften hebben een extra vers: ‘ Dit soort kan alleen door gebed en vasten worden uitgedreven.’ Terwijl ze door Galilea trokken, zei Jezus tegen hen: ‘De Mensenzoon zal uitgeleverd worden aan de mensen.  Die zullen hem doden, maar op de derde dag zal hij uit de dood worden opgewekt.’ Dit maakte hen zeer bedroefd.

COMMENTAAR OP HET VERHAAL :

 KLEIN GELOOF
De tweede maat van geloof is “kleingeloof”. In Mt.17 lezen wij het verhaal van een wanhopige vader. Zijn zoon is bezeten door een boze geest die de jongen dikwijls in het vuur doet vallen en dikwijls in het water. Marcus voegt daaraan toe dat van kinds af aan: 9:18 “waar (de boze geest) hem aangrijpt, werpt hij hem op de grond; en hij heeft het schuim op de mond, en hij knerst met zijn tanden en verstijft.”. En Lucas schrijft dat de boze geest de jongen grijpt “en dan schreeuwt hij plotseling en hij doet hem stuiptrekken, … en als hij hem mishandelt, laat hij hem nauwelijks los.” – kortom: een hoopje hopeloze ellende. De vader wil Jezus vragen om zijn bezeten zoon te bevrijden. Maar wanneer hij aankomt, ontdekt hij dat Jezus gisteren met Petrus, Johannes en Jacobus de verheerlijkingsberg beklom. De negen overgebleven discipelen proberen het klusje zelf te klaren, maar het lukt hun niet om de boze geest uit de bezeten jongen te drijven. Gelukkig keert Jezus op tijd bij Zijn discipelen terug. De vader: Mt.17:14-20a “kwam tot Hem, knielde voor Hem neder, en zeide: 15 Here, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en hij is er slecht aan toe; want dikwijls valt hij in het vuur en dikwijls in het water.”. Matteüs, Marcus en Lucas verslagen alle drie wat de wanhopige vader dat aan Jezus zegt: “16 … ik heb hem naar uw discipelen gebracht en zij hebben hem niet kunnen genezen.” “17 Jezus antwoordde en zeide: … Breng hem Mij hier. 18 En Jezus bestrafte hem en de boze geest ging van hem uit, en de knaap was genezen van dat ogenblik af. 19 Toen kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden, toen zij met Hem alleen waren: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven? 20 Hij zeide tot hen: Vanwege uw kleingeloof.”. De discipelen staan tegelijk in verwondering en in verwarring. Boze geesten uitdrijven is veel moeilijker gebleken dan zij dachten. De vader van de bezeten – nu bevrijdde – knaap heeft gelijk: zij hebben het niet gekund. Hoe komt het dat wat voor de discipelen een onmogelijke opgave was, voor Jezus maar een klein kunstje bleek te zijn? Zij willen graag weten hoe het komt dat het Hem lukt en hun niet: “Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven?”. Jezus’ antwoord: “Vanwege uw kleingeloof.”!

Wat is “kleingeloof”? Wanneer is ons geloof te klein? Het Marcusevangelie verslaat het gesprek tussen Jezus en de vader van de bezeten jongen vollediger. De vader zegt aan Jezus: v.22b “als Gij iets kunt doen, help ons en heb medelijden met ons!”. Jezus antwoordt: vv.23-24 “Als Gij kunt! Alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft. 24 Terstond riep de vader van de knaap uit en zeide: Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp!”. Ik denk dat de vader van de bezeten knaap ons toont wat klein geloof is, nl. geloof dat met twijfel gepaard gaat; geloof dat niet zeker is. Echt geloof: Hebr.11:1 “is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet.”, of, zoals “Het Boek” dit vers prachtig vertolkt: “de absolute zekerheid dat onze hoop ook werkelijkheid wordt en het is het bewijs van dingen die wij niet kunnen zien.”. De NBV geeft het nog anders weer: “Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.”. De vader van de bezeten jongen heeft zeker geloof. Hij gelooft wellicht dat boze geesten kunnen worden uitgedreven, en dat Jezus dit ook kan, want anders was hij niet met zijn zoon om hulp komen vragen. Maar nu het de discipelen van Jezus niet gelukt is om hem te helpen, twijfelt hij. Laten wij ons geloof ook soms beïnvloeden door het “succes” van medegelovigen? Als een voorganger of een oudste voor een zieke bidt, en wij de zieke niet zien genezen, laten wij ons ontmoedigen om voor ons te laten bidden? I.a.w.: stellen wij te veel vertrouwen op het “personeel” van de Heer dan op de Heer Zelf? Zo ja, lijden wij aan klein geloof.

Waarom de goddelijke liturgie ?

WAAROM DE GODDELIJKE LITURGIE ?

 

1.GEHOORDE OPWERPINGEN. 

Te dikwijls is men geneigd om de Goddelijke Liturgie of Eucharistische Celebratie te beschouwen als een “plechtigheid” of een “viering”, waarop wij moeten aanwezig zijn, die wij moeten bijwonen, die een deel van onze zondag in beslag neemt, die ons belet van een volledige vrije dag te hebben, die ons belet van vele andere plannen uit te voeren, die ons belet van gedurende die tijd te werken, te studeren of op bezoek te gaan of misschien anderen te ontvangen.

 Is de Goddelijke Liturgie dan de “spelbreker” van onze zondag?

Daarbij – zo hoorde ik soms opwerpen – om naar God toe te gaan is er toch geen “Liturgie” nodig ! “Ik voel me echt «gelovige» ook zonder Goddelijke Liturgie. Ik heb er echt geen behoefte aan. Ik kan thuis ook bidden. Daarom ben ik toch geen slechte christen omdat ik niet naar de Liturgie kom !”

 2. CHRISTEN ZIJN IS NIET ALLEEN CHRISTUS’ LEER VOLGEN.

Het is echt nodig ons over dit alles even te bezinnen. Inderdaad (orthodox) christen zijn is niet alleen Christus’ leer, ons gebracht door Zijn Heilige Evangeliën, willen volgen. Dan zou onze godsdienstige beleving gewoon de uitbouw betekenen

van een levensregel, die we weliswaar aankleven, doch die “paralel” zou kunnen geplaatst worden naast vele andere

overtuigingen die aan het menselijk gedrag richting kunnen geven.

Orthodox christen zijn is heel iets anders : het is Christus ontmoeten, Christus in ons leven plaatsen, leven in Christus.

Dit kan slechts door het voortdurend persoonlijk gebed (dat ons tot deïficatie brengt) en door de Goddelijke Mysteriën (of Sacramenten) en dan vooral in en door de Eucharistie, het communautair gebed, tijdens hetwelk wij ons axeren op het groot Godmenselijk heilsgebeuren.

3. ONZE ROEPING TOT DEÏFICATIE.

Ons persoonlijk gebed brengt ons tot “deïficatie”, d.w.z. tot deelachtig­heid aan de goddelijke genade. God dringt dit niet op. God nodigt ons hiertoe uit. En die uitnodiging is voortdurend tot ieder van ons gericht. God strekt als het ware voortdurend Zijn hand naar ons uit. Ieder van ons kan dit vrijelijk beantwoorden. Niemand wordt ertoe gedwongen. Of wij zouden het ook nog op een andere wijze kunnen duidelijk stellen : de Heilige Geest straalt voortdurend Zijn goddelijk Licht naar ons uit en ieder van ons is geroepen om zich open te stellen om dit Licht te ontvangen. Pas dàn zal het ons “doordringen”, “transfigureren”, “deïfieren”, “vergoddelijken”. Of nog duidelijker gezegd : pas dàn zal het ons deelachtig maken aan de goddelijke natuur.

De mens is geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Het beeld bezitten wij door de Schepping. De gelijkenis kunnen wij verwerven door onze samenwerkende vrije wil. Wij bezitten ze “in vermogen”. Het leven van de christen zal er een zijn van

opgang tot verwerving van de “gelijkenis aan God”. Van de “voltooiing van het goddelijk beeld in hem”. Door de samenbundelende krachten van God en de mens zelf (we noemen dit “synergie”) kan hij tot “vergoddelijking” komen.

Immers : zoals Christus-God onze menselijke natuur heeft aangenomen kunnen ook wij deelachtig worden aan Zijn goddelijke natuur.

Christen zijn is dus geen leer volgen met geboden en verboden. De christen is geroepen om, in alle vrijheid, door het voortdurend persoonlijk gebed (vooral door het Jezusgebed : “Heer, Jezus Christus, Zoon van God, heb medelijden met mij.”) de Heilige Geest in zich te laten doordringen, en derhalve als Ikoon van God medewerker te worden aan Zijn “voortdurende” Schepping, dààr waar Hij ons zal weten te plaatsen.

In deze context spreekt men niet van een “moraal”, die ons moet leiden of die wij moeten volgen, zelfs niet van een christelijke moraal. De enige realiteit van ons bestaan als christen, de enige echt-menselijke natuur is er één van vereniging met God. Geenszins een onderwerping aan een wet, die ons het leven zuur maakt, wel een getrouwheid aan het beeld van God.

4. ONZE PERSOONLIJKE ONTMOETING EN    MYSTERIE­VOLLE VERENIGING MET CHRISTUS.

Er is echter veel meer : Christus-God is niet alleen Diegene, die wij gewoonlijk in ons tijdsgebeuren weten te situeren, wiens Menswording omzeggens 2.000 jaren geleden heeft plaatsgehad.

In de dimensie van de eeuwigheid, die realiteit die buiten elke tijd staat, brengt dezelfde Christus-God zijn goddelijke aanwezigheid in ons midden. In de dimensie van de eeuwigheid actualiseert zich de getuigenis van Jezus’ Leven, Dood en Verrijzenis ook voor ons. Deze getuigenis, dit gebeuren dringt echter slechts tot ons door IN de kerk, DOOR de HEILIGE GEEST.

En het is de Goddelijke Liturgie die ons de “dimensie van het Rijk Gods”, de “dimensie van de eeuwigheid” opent.

In en door de Goddelijke Liturgie worden wij aan het “tijdsgebondene” van deze wereld (met zijn zorgen en lasten) onttrokken om deelachtig te worden aan het Goddelijk gebeuren. Naast het persoonlijk spiritueel leven (persoonlijk gebed of gebed-ademhaling zouden wij kunnen zeggen) vinden wij in de Goddelijke Liturgie, dit mysterievol Eucharistisch gebeuren, het gebed-voedsel, waar het gebed voedsel wordt en het voedsel gebed.

Slechts in de Kerk, in en door de Eucharistie, kan de mens “deelnemen” aan Christus, wiens aanwezigheid de Heilige Geest ons brengt in de “Mysteriën”. Als wij tot Hem willen naderen, komen wij in de Kerk tot een persoonlijke ontmoeting van personen, tot de intieme vereniging met de Levende Christus, dank zij de Heilige Geest. Christus treedt langs de Kerk tot het intiemste van ons bestaan.

Zo is de Eucharistie de uitdrukking en de beleving van de ganse Kerk. In de Eucharistie ontmoet ieder van ons Christus, en rond en door dezelfde Eucharistie zijn wij veren
igd in hetzelfde geloof en in dezelfde liefde. De Heilige Geest, die niet

ophoudt neer te dalen over het “Lichaam van Christus” maakt van de Kerk (dit is het geheel der christenen, die persoonlijk door de Eucharistie verenigd zijn) de bewaarster van de Waarheid. De Eucharistie is derhalve het beeld van de “eenheid” bij uitstek.

De sacramentele handeling van de priester bestaat erin de komst van de Heilige Geest af te smeken over de gemeenschap

en van te attesteren (te getuigen) van het verhoren hiervan. De leken-gelovigen zijn dank zij de Epiklesis mede-liturgen in een samen handelen met de apostolische getuigenis van het priesterschap.

5. DE GODDELIJKE LITURGIE “OMVORMT” ONS LEVEN.

Bij het overwegen van al het voorgaande is het duidelijk dat alwie nalaat van regelmatig te participeren aan de Goddelijke Liturgie, meteen ook de mysterievolle vereniging van God zelf met zijn persoon uitsluit.

Onze regelmatige participatie aan de Goddelijke Liturgie “omvormt” ons leven van mogelijke eenzaamheid, zwakheid, tegenslag en ontmoediging in een leven van “Goddelijke Aanwezigheid”, van sterkte en vreugde. Ons “tijdelijk aards leven” wordt voortdurend opnieuw geënt, geaxeerd op de “eeuwige Goddelijke dimensie”, waar alles zonder einde is.

Door de Goddelijke Liturgie wordt ons christenzijn niet langer meer een “religieuze situering” of een “godsdienstige opvatting”. Het wordt de intiemste vereniging van ons bestaan met God zelf, dank zij de kracht van de Heilige Geest. Als

getransfigureerde wezens putten wij in de Goddelijke Liturgie de kracht om onze zending in de wereld te vervullen, om “Gods Licht te weerkaatsen”, om Zijn Boodschap uit te dragen bij allen, die Hij op onze weg zal weten te plaatsen.

Zonder de Goddelijke Liturgie is tenslotte ook de christelijke Communauteit een dode letter. Want Christus alleen, dank zij dezelfde kracht van de Heilige Geest, brengt ons in de Eucharistie tot éénheid, tot gemeenschap, tot Kerk.

6. CONCLUSIE.

De vraag “moet een orthodox christen iedere zondag aan de Goddelijke Liturgie deelnemen” is zinloos.

Inderdaad: ons christenzijn definieert zich niet met een reeks geboden of verboden. Ons christenzijn realiseert zich slechts door de vrije beantwoording van onze roeping tot “deïficatie” en door onze aanvaarding tot voortdurende intieme vereniging met Christus. De Goddelijke Liturgie – en zij alleen – biedt ons die mogelijkheid in de Goddelijke Mysteriën.

Het is derhalve duidelijk dat iemand, die zich aan de Goddelijke Liturgie onttrekt, die niet regelmatig participeert,

zichzelf ook buiten die “Goddelijke vereniging” plaatst, het Voedsel zal missen dat onontbeerlijk is voor zijn spiritueel leven.

Wie niet eet en drinkt, sterft. Wie spiritueel niet eet en drinkt, “sterft” ook. En dit reikt veel verder dan de vraag naar “moeten” of “niet moeten” ! Het gaat om ons “leven in Christus”, om ons christenzijn !

 Vader Ignace Peckstadt

 

9e zondag na Pinksteren : ‘Petrus zinkt’

9e  zondag na Pinksteren

“Petrus zinkt”

petrus zinkt - Armeens muzeum Isfahan

Armeens muzeum Isfahan

LEZINGEN VAN DE ZONDAG

 (met een verhaal voor kinderen !)

1 Kor.3,9-17

.Dus wij zijn medewerkers van God en u bent zijn akker.U bent een bouwwerk van God. Overeenkomstig de taak die God mij uit genade heeft opgelegd, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, en anderen bouwen daarop voort. Laat ieder erop letten hoe hij bouwt,  want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt – Jezus Christus zelf.  Of er op dat fundament nu verder wordt gebouwd met goud, zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro,  van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is. Op de dag van het oordeel zal dat blijken, want dan zal het door vuur aan het licht worden gebracht. Het vuur zal laten zien wat ieders werk waard is.  Wanneer iemands bouwwerk blijft staan, zal hij worden beloond. Wanneer het verbrandt, zal hij daarvoor de prijs betalen; hijzelf zal echter worden gered, maar door het vuur heen. Weet u niet dat u een tempel van God bent en dat de Geest van God in uw midden woont?  Indien iemand Gods tempel vernietigt, zal God hem vernietigen, want Gods tempel is heilig – en die tempel bent u zelf.

 

Evangelielezing :

 

Matth. 14,22-34

 Meteen daarna gelastte hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant, hij zou ook komen nadat hij de mensen had weggestuurd. Toen hij hen weggestuurd had, ging hij de berg op om er in afzondering te bidden. De nacht viel, en hij was daar helemaal alleen.  De boot was intussen al vele stadiën van de vaste wal verwijderd en werd, als gevolg van de tegenwind, door de golven geteisterd.  Tegen het einde van de nacht kwam hij naar hen toe, lopend over het meer.  Toen de leerlingen hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. Ze riepen: ‘Een spook!’ en schreeuwden het uit van angst.  Meteen sprak Jezus hen aan: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang!’  Petrus antwoordde: ‘Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.’ Hij zei: ‘Kom!’ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe.  Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit: ‘Heer, red me!’  Meteen strekte Jezus zijn hand uit, hij greep hem vast en zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’  Toen ze in de boot stapten, ging de wind liggen.  In de boot bogen de anderen zich voor hem neer en zeiden: ‘U bent werkelijk Gods Zoon!’  Toen ze overgestoken waren, gingen ze aan land bij Gennesaret.

 

 +++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

KIJK, DIE PETRUS!

 Nooit zou Petrus voor iemand knielen. Dat deed immers geen enkele vrome Jood. Voor geen koning, geen keizer, voor niemand. Voor niemand?

 ‘Jouw beurt, Johannes.’ zegt Petrus. Hij schuift wat naar achteren en reikt de riemen over aan Johannes.

Gelukkig, hij kan even uitrusten. Wat een wind, zeg! En dan nog tegen. Zeilen kan helemaal niet meer. Nee, het wordt echt een nachtje ploeteren. Brr! Petrus huivert in zijn wollen jas. Zijn ogen proberen door de duisternis heen te boren om te ontdekken waar ze eigenlijk zijn. Wat vervelend dat Jezus niet bij hen is. Petrus voelt zich niks op zijn gemak zonder zijn grote vriend.

‘Ik wil dat jullie vast naar de overkant varen,’ had de Heer gezegd. ‘Ik kom wel.’

’t Kon wel een tijdje duren voordat ze Hem weer terugzagen. Petrus was zo graag gebleven. Het ging juist zo spannend worden. De mensen die van de broden en vissen hadden gegeten, wilden Jezus koning maken. Tsjonge, wat een avontuur. Het zou er dan eindelijk van komen. Jezus op de troon en alle vijanden het land uit. Maar nee hoor! De Heer had hen allemaal in het bootje geduwd en gezegd: ‘Ik stuur de mensen weg en dan kom ik bij jullie.’

 ‘Jouw beurt, Jakobus!’ hoort hij Johannes roepen. Jakobus schuift naar de riemen. ’t Lijkt wel of de wind nog toeneemt. Wolkenflarden vliegen langs de lucht. Het lapje, dat als vlaggetje dienst doet, klappert in de wind.

Plotseling voelt Petrus zich naar achteren glijden. Een grote golf tilt het voorschip op. Ze tuimelen allemaal over elkaar heen. Hou je vast! Hou je toch goed vast!!

Andreas, die de schipper is, schreeuwt zijn bevelen. Petrus is wel wat gewend als visser, maar hij klemt zich toch met beide handen aan de rand van de boot vast. Daar komt weer een grote golf… Ineens, als ze een moment zo hoog opgetild worden, ziet hij iets wits. Een zeil soms van een ander schip? Het zou wel stom zijn om met dit weer je zeil omhoog te houden. Het schip is al weer in een dal terechtgekomen. De anderen hebben het echter ook gezien.

‘Daar! Daar is iets!’ schreeuwt Judas met schorre stem. Een grote golf spat uiteen tegen de bo
eg. Een klets water zorgt ervoor dat Judas even niets meer ziet. Iedereen kijkt gespannen uit naar de volgende hoge golf. Daar istie…

‘Het is een spook!’ gilt Tomas.

Ja echt. Er is een witte gedaante midden op het meer. Wat vreselijk eng. Spoken bestaan niet, maar toch… Joeiii! Daar glijden ze al weer een waterdal in. Met angst en vrezen wordt de volgende golf afgewacht. Zal het spook er nog zijn?… en dichterbij?

‘Houdt moed. Ik ben het. Weest niet bang!’

Wat een bekende stem. Dat is toch de stem van Jezus?

Hij komt hen zomaar tegemoet. Lopend over het water. De wind blaast Hem niet weg. De golven slokken Hem niet op. Een koude rilling gaat door Petrus heen, een onbeschrijfelijk gevoel van trots. Zijn meester. De baas over wind en golven.

‘Daar wil ik bij zijn.’ flitst het door hem heen. Hij schreeuwt luid: ‘Mag ik bij U komen, Jezus? Als u het zegt doe ik het.’

Z’n ene been glijdt al vast over de rand. Mag het?

‘Kom!’ zegt Jezus.

Kijk die Petrus nou toch! Een moment later zit hij wiebelig op de rand van de boot, beide handen achter zich om de rand geklemd, zijn voeten tastend naar het water. Een, twee, hoeps! En plons natuurlijk.

Niks geen plons!

Onder zijn voeten is, glad als glas het water. Aarzelend, stap voor stap, alsof hij lopen leert, gaat hij naar Jezus. Zijn hoofddoek waait weg in de wind. Vanuit de boot klinken kreten van bewondering.

‘Hoe doe ik het eigenlijk? Dit kan toch helemaal niet?’ denkt Petrus. ‘Kijk die golven eens en die wind.’

Hij voelt angst in zich opkomen.

En dan… Nee! Nee, het gaat niet goed. Hij zinkt!!

‘Help, Heer, red mij!’ schreeuwt hij in doodsnood.

Daar is de hand van Jezus al. Net op tijd.

‘Waarom ben je gaan twijfelen? Vertrouw mij toch.’ zegt de Heer vriendelijk. Hand in hand lopen ze naar de boot, de leerling en de meester.

Behulpzame handen worden uitgestoken om hem in het schip te trekken. De wind gaat liggen. De zon komt op met prachtige oranjekleurige banen over het water. Denk je dat Petrus dat ziet? Nee, hij kijkt vol eerbied naar Jezus.

Ook de anderen zwijgen vol ontzag en vallen met Petrus op de knieën neer. De een na de ander zegt: ‘Heer, meester… U bent Gods Zoon!!’

 

Het is belangrijker....Tekst Kerkvaders

Oproep voor steun aan Georgië

OECUMENISCHE ORGANISATIES ROEPEN OP TOT STEUN VOOR GEORGIE

 

oecumene gre

GENÈVE (KerkNet/WCC) – De Wereldraad van Kerken en de Conferentie van Europese Kerken (CEK) roepen in een gemeenschappelijke verklaring op tot gebed en steun aan de getroffen bevolking in de Kaukasus. Beide organisaties klagen aan dat de oorlog al honderden mensen het leven kostte. Tegelijk prijzen de Wereldraad van Kerken en de Conferentie van Europese Kerken de inspanningen van de Russisch-orthodoxe en de baptistische en orthodoxe Kerken in Georgië voor een staakt-het-vuren en de vrede. “Nu moet onze eerste zorg uitgaan naar de vluchtelingen en daklozen.”

KN

Zoon van een leider van Hamas bekeerd zich tot het Christendom(artikel in het Engels)

SON OF HAMAS LEADER LEFT ISLAM FOR CHRYSTIANITY

<!–SSM

Annuleren

Verzenden  Verwijderen

Van:
Aan:
Cc:
Reactie op:
Cc toevoegen | Reactie toevoegen | Onderwerp bewerken
Onderwerp:

Validatie: Typ ter verificatie de tekens uit de onderstaande afbeelding of de getallen die je hoort wanneer je klikt op het pictogram voor toegankelijkheid. Luister en typ de nummers die je hoort
Verzenden  Verwijderen

ESM–>

 (Bericht in de Engels)

 

 

 

Hamas’ Christian convert: I’ve left a society that sanctifies terror

Moment before beginning his supper, Masab, son of West Bank Hamas
leader Sheikh Hassan Yousef, glances at the friend who has accompanied him to the restaurant where we met. They whisper a few words and then say grace, thanking God and Jesus for putting food on their plates.

It takes a few seconds to digest this sight: The son of a Hamas MP who is also the most popular figure in that extremist Islamic
organization, a young man who assisted his father for years in his
political activities, has become a rank-and-file Christian. “I’m now
called Joseph,” he says at the outset.

Masab knows that he has little hope of returning to visit the Holy
Land in this lifetime.
 Advertisement

“I know that I’m endangering my life and am even liable to lose my
father, but I hope that he’ll understand this and that God will give
him and my family patience and willingness to open their eyes to Jesus and to Christianity. Maybe one day I’ll be able to return to Palestine and to Ramallah with Jesus, in the Kingdom of God.”

Nor does he attempt to hide his affection for Israel, or his
abhorrence of everything representing the surroundings in which he
grew up: the nation, the religion, the organization.

“Send regards to Israel, I miss it. I respect Israel and admire it as
a country,” he says.

“You Jews should be aware: You will never, but never have peace with Hamas. Islam, as the ideology that guides them, will not allow them to achieve a peace agreement with the Jews. They believe that tradition says that the Prophet Mohammed fought against the Jews and that therefore they must continue to fight them to the death.”

Is that the justification for the suicide attacks?

“More than that. An entire society sanctifies death and the suicide
terrorists. In Palestinian culture a suicide terrorist becomes a hero,
a martyr. Sheikhs tell their students about the ‘heroism of the
shaheeds.'”

And yet, in spite of the criticism of the place he left, California
can’t make the longings disappear.

“I miss Ramallah,” he says. “People with an open mind. … I mainly
miss my mother, my brothers and sisters, but I know that it

 

Bron : http://www.haare
tz.com/hasen/spages/1007097.html

 

Moord in naam van de Islam !

 

Moord in naam van de Islam !

Eerste ‘Christelijke Martelares’ in Saoudie-Arabië.

Een Saoudiër, lid van de ‘Moitawaa’ militie, doodt zijn zus omdat ze zich tot het Christendom had bekeer.

 Het is de eerste maal in Saoudie – Arabië dat een lid van de religieuze politie, die waakt over de toepassing van de Sharia, zijn eigen zus heeft vermoord, toen hij te horen kwam dat zij zich tot het Christendom had bekeerd. Zij werd gestenigd, verbrand en de tong afgesneden.

Hij heeft ze aan haar lot overgelaten tot ze stierf.

De site ‘Aafac.org’ bevestigt de 11e augustus dat ‘de jonge Fatima Bint Mohammed Ben Othman Al-Matiri’ (26 jaar), een gesprek heeft gehad met haar moeder en broer. Tijdens dit gesprek heeft ze gezegd dat ze zich bekeerd had en dat ze de Heer Jezus Christus, volgde. Dit heeft de woede  van haar familie opgewekt. Haar broer werd gedwongen om haar te

De broer heft zich meester gemaakt over haar computer. Daarin vond hij een briefwisseling met groepen die vooral uit Coptische Christen bestonden. Het waren teksten over  het Christendom, en lofprijzingen aan Christus. De jonge Fatima nam aan verschillende forums van Christen deel, dit onder een valse naam. Zij verdedigde de ‘religieuze vrijheid en van  het geloof. Ziuj bekritiseerde de Islam en het controversiële leven van Mohammed., aldus ‘Aafaq.orh’. Haar broer heeft deze geloofsuiting van haar zus niet kunnen verdragen.

Kort voor haar dood schreef ze nog op een forum dat ze bang was om vermoord te worden, maar ze verzekerde de lezers ervan  dat ‘Jezus haar licht en haar gezel’ zou zijn.

De moordenaar zit in de gevangenis, omdat de autoriteiten bang zijn voor de internationale reactie.

 

BEDENKING :

 

Moord in naam van de Islam.

Hoe kan men ‘ in Gods naaam’ een moord bedrijven.

Ik weet, alle christenen hebben zich daar in het verleden aan bezondigd.

Maar de tijden zijn veranderd. Niet echter bij de Moslims, waar in naam van een ‘Barmhartige God’ nog steeds geweld, moord, verkrachting, verdachtmaking schering en inslag zijn.

Een ‘Barmhartige God’. Ja, inderdaad, God is een barmhartige God, maar dit wil juist zeggen dat God ieder mens genadig is. Barmhartig is Liefdevol zijn.

Waar haalt men het dan om ‘Allah’ een Barmhartige God te zijn, of is Hij alleen Barmhartig voor de Islam ???

Als Christen ben ik fier op mijn geloof, maar ik zal tevens proberen om ook de niet-Christenen  in mijn Liefde te betrekken. Waarom is er die haat vanwege de Moslims tegenover Christenen ?  Natuurlijk zijn niet alle moslims zo, er zijn heel wat moslims die evenzeer liefde betonen voor Christenen, alhoewel..wat, wanneer hun eigen religie niet op  het voorplan staat ? Hoe zouden ook zij reageren, als iemand uit hun eigen kring Christen zou worden ?.

Wij hebben nochtans dezelfde God : de God van Abraham, Isaak en Jacob.

De God van de Berg Sinaï en Mozes.

Moslims hebben de meest fantsievolle verhalen over God. Nochtans is God de onkenbare, de gans andere, waar niets over kan gezegd worden.  Men kan Hem nog zovele namen geven, maar een  naam is en blijft een ‘menselijke’ naam, een naam door ‘mensen’ uitgedacht.

Wij Christenen hebben echter een groot voorbeeld, Jezus Christus, de Zoon van God. God heeft Zijn Zoon gezonden om ons te leren wie Zijn Vader is. In Hem ontmoeten wij de Vader. Door Jezus hebben we geleerd wat Liefde is, totale gave, tot de dood toe… (zoals bij Fatima). In Jezus hebben we een levenswandel leren kennen, die niet tégen , maar voor de mensen is.  Een God die wraak neemt, dat kennen wij Christen niet.

Alle moslims die zich tot het christendom bekeren, zijn allen getroffen door de belangeloze Liefde van Jezus Christus.

Gewoonlijk worden de bekeringen tot de Islam in volle glorie op het internet gegooid.  Maar men vergeet, dat er ook honderduizenden moslims

Per jaar zijn die zich tot het Christendom bekeren. Maar bijna altijd in het geheim, of  zien ze zich verplicht om te vluchten (zoals het verhaal van de Egyptische  Imam, die zich tot het Christendom had bekeerd ( zie reeds eerder gepost getuigenis).

 Laat ons bidden, dat moslims ook van het Christen-broeders zouden gaan houden. Dat de Islam een godsdienst van tolerantie mag worden. Wij Christen zijn zeker daartoe bereid.

Zes milioen moslims bekeren zich elk jaar tot het Christendom

Teksten van de CD : ‘Mijn ziel love de Heer’

 “Mijn ziel love de Heer”

Alle nederlandstalige orthodoxe gezangen

Koor van de Orthodoxe parochie

Heilige Apostel Andereas. Gent.

 banner muzieknoten

1   Psalm 103 (104)

Zegen de Heer mijn ziel,

Heer mijn God, Gij zijt onnoemelijk groot

Gij hebt U zelf met licht omgord als met een kleed.

Heer, mijn God, Gij doet bronnen ontspringen

in de dalen stromen wateren.

Hooggeprezen zijt Gij,

o Heer, mijn God, geprezen zij Gij.

Ja, hoe groot zijn uw werken o Heer;Gij hebt alles met

wijsheid gemaakt.Ere zij U, o mijn God, ere zij U.Gij

hebt alles met wijsheid gemaakt.Eer aan de Vader, de

Zoon en de Heilige Geestnu en altijd en in de eeuwen

der eeuwen. Amen.Alleluia, alleluia, alleluia, ere zij U, o

God,Alleluia, alleluia, alleluia, ere zij U, o God,

ere zij U, o God,

Reeds vele malen is mij gevraagd om te teksten te kunnen krijgen van de CD (waarvan een deel te beluisteren is via deze blog).
Om hieraan te voldoen, kan je van nu af de teksten op deze blog terugvinden. Via knippen en plakken in Word kan je deze liederen probleemloos copiëren

Achtste zondag na Pinksteren : ‘van de vermenigvuldiging der broden’


ACHTSTE ZONDAG NA PINKSTEREN

ZONDAG

“VAN DE VERMENIGVULDIGING DER BRODEN”

broodvermenigvuldiging Tagba 2

Mozaïk in de Kerk van de Broodvermenigvuldiging in Tagba (Israël)

 

broodvermenigvuldiging  Coptische icoon

Broodvermenigvuldiging : Coptische Icoon

Lezingen van de zondag :

Matteüs 14,13-36

 

Overvloed aan brood, gebrek aan geloof

 Toen hij uit de boot stapte en de grote menigte zag, voelde hij medelijden met hen en hij genas hun zieken.

 Bij het vallen van de avond kwamen de leerlingen naar hem toe en zeiden: ‘Dit is een afgelegen plaats en het is al laat. Stuur de mensen weg, laat ze naar de dorpen gaan om eten voor zichzelf te kopen.’  Maar Jezus zei: ‘Ze hoeven niet weg, geven jullie hun maar te eten.’  Ze antwoordden hem: ‘We hebben hier niets, alleen vijf broden en twee vissen.’  Hij zei: ‘Breng ze mij.’  En nadat hij de mensen opdracht had gegeven op het gras te gaan zitten, nam hij de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit en brak de broden; hij gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze door aan de mensen.  Iedereen at en werd verzadigd, en toen ze de stukken brood die over waren ophaalden, hadden ze twaalf manden vol.  Er hadden ongeveer vijfduizend man gegeten, vrouwen en kinderen niet meegeteld.

 Meteen daarna gelastte hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant, hij zou ook komen nadat hij de mensen had weggestuurd.

 

 

1 Korintiërs 1,10-18

Verdeeldheid in de gemeente

 Broeders en zusters, in de naam van onze Heer Jezus Christus roep ik u op om allen eensgezind te zijn, om scheuringen te vermijden, om in uw denken en uw overtuiging volkomen één te zijn.  Door Chloë’s huisgenoten is mij namelijk verteld, broeders en zusters, dat er verdeeldheid onder u heerst.  Ik bedoel dat de een zegt: ‘Ik ben van Paulus,’ een ander: ‘Ik van Apollos,’ een derde: ‘Ik van Kefas,’ en een vierde: ‘Ik van Christus.’  Is Christus dan verdeeld? Is Paulus soms voor u gekruisigd? Of is het in de naam van Paulus dat u bent gedoopt?  Ik dank God dat ik niemand van u – behalve dan Crispus en Gajus – heb gedoopt;  niemand van u kan dus zeggen dat hij in mijn naam is gedoopt.  Ja, ik heb ook nog Stefanas en zijn huisgenoten gedoopt, maar ik kan mij niet herinneren dat ik nog iemand anders heb gedoopt.  Ik ben immers niet door Christus gezonden om te dopen, maar om te verkondigen – en niet door middel van diepzinnige welsprekendheid, want dan zou het kruis van Christus van zijn kracht worden beroofd.

De boodschap over het kruis is dwaasheid voor wie verloren gaan, maar voor ons die worden gered is het de kracht van God.

 

broodvermenigvuldiging

 Broodvermenigvuldiging : Byzantijnse Mozaïk

 

 

Het wonder van Kiev

Het wonder van Kiev Afdrukken E-mail

woensdag 06 augustus 2008

 

 Ba(rtholomeus

 

 

 

De staat en de Kerken van Oekraïne hebben van 24 tot 28 juli bij de rivier de Dnjepr in Kiev de 1020e verjaardag gevierd van de zogenaamde ‘doop van Rusland’. Een feest dat tot onvoorziene gevolgen heeft geleid. Het begon ermee dat president Victor Joesjenko met dit jubileum zijn voornemen verder gestalte wilde geven in zijn land een eigen, van Moskou onafhankelijke, orthodoxe Kerk te stichten. Dat zou op grote weerstand van patriarch Alexi II van Moskou stuiten, was de verwachting. Temeer omdat de Oekraïense president ook zijn rivaal uit Constantinopel naar Kiev haalde, patriarch Bartholomeus I.

Na enkele heftige strijdgesprekken vonden die twee elkaar echter in een gezamenlijke visie op de orthodoxe Kerken in Oekraïne . In Moskou was in 1988 al gevierd dat 1000 jaar daarvoor in Kiev het groot-Russische christelijk nationalisme ontstond. Oekraïense emigranten in Europa en de VS hadden er toen al fijntjes aan herinnerd dat het bij de ‘doop van Rusland’ niet ging om het huidige land met die naam, maar om de kiem van dat land in Kiev aan de Dnjepr.  Met andere woorden: Oekraïne was daar gedoopt.

Bij de grote plechtige Eucharistieviering op zondag celebreerden de twee patriarchen zeer onverwacht samen. In de homilies van de beide kerkleiders klonken de bekende  tegenstellingen door. Bartholomeus had het over Constantinopel als de moederkerk van Oekraïne, die haar wens van onafhankelijkheid van Moskou zou verwezenlijken zo gauw de zelfbenoemde patriarch van Kiev en de autocephale (onafhankelijke) orthodoxen het daarover eens waren.

Alexi benadrukte de ondeelbaarheid van het heilige Rusland, waarvan het centrum zich van Kiev naar Moskou verplaatst had en waarin Constantinopel zich niet moest mengen. Toen in het beroemde grotklooster van Kiev de debatten tussen de patriarchen verder gingen, werd een gezamenlijk oplossing gevonden. Net als in Finland zullen de Oekraïense orthodoxen kunnen kiezen of ze bij Moskou willen blijven of onder Constantinopel een eigen Kerk willen stichten.

bron: KN