Bezinning Kerstmis

H.  Basilius (ca. 330-379), monnik en bisschop van de Caesarea in Kappadocië, Kerkleraar  
Homilie over de geboorte van Christus ; PG 31, 1471v

 

 

geboorte van Christus2

 

 

“Wij hebben zijn heerlijkheid gezien, die Hij als enigeboren Zoon van zijn Vader heeft”

     ” Toen ze de ster zagen, werden ze met buitengewoon grote vreugde vervuld” (Mt 2,10). Vandaag ontvangen wij ook die grote vreugde in onze harten, de vreugde die de engelen aan de herders verkondigen. Laten we met de magiërs aanbidden, met de herders verheerlijken, met de engelen zingen: “Vandaag is een Redder geboren, het is Christus de Heer, de Heer God is aan ons verschenen”…

      Dat feest is gemeenschappelijk voor de gehele schepping: de sterren haasten zich aan de hemel, de magiërs komen uit heidense landen, de aarde ontvangt in een grot. Er is niets dat niet aan dit feest bijdraagt, niets dat niet uit gulle handen komt. Laten we een vreugdelied zingen, laten we het heil van de wereld vieren, de dag van de geboorte van de mensheid. Vandaag is de veroordeling die Adam trof, tenietgedaan. Dat men nooit meer zegt: “Stof ben je, tot stof keer je terug” (Gn 3,19), maar: “Verenigd met Hem die uit de hemel neerdaalde, zul je lof zingen in de hemel”…

      “Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven, de heerschappij rust op zijn schouders”(Jes 9,5)… wat een onmetelijke goedheid en liefde voor de mensen! Verenig je dus met hen die in vreugde hun Heer die uit de hemel neerdaalt, ontvangen en met hen die de Grote God in dit kleine kind aanbidden. De macht van God openbaart zich in dit lichaam als het licht door de ramen en straalt uit de ogen van hen die zuiver van hart zijn (Mt 5,8). Met hen, kunnen wij “met onverhuld gelaat de glorie van de Heer als in een spiegel aanschouwen, gegeven om herschapen te worden tot een steeds heerlijker gelijkenis met Hem” (2Kor 3,18), door de genade van onze Heer Jezus Christus en zijn liefde voor de mensen.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

 

‘Kerstmis alleen nog een gezellig feest’

NEERIJNEN – Het is alweer zo’n 19 jaar geleden dat de destijds beroemde toneel- en poppenspeler Jozef van de Berg gehoor gaf aan een innerlijke stem.

 

Bouwhuis Jan
Foto’s: Jan Bouwhuis op zoek naar de

echte vrede

door Bert Leenders

Hij had, zoals de naam van zijn voorstelling toen heette, ‘genoeg gewacht’ en begon zijn zoektocht om er achter te komen wat God precies met hem voor had. Hij ging – zoals hij het zelf zegt – het thema van zijn laatste voorstelling zelf in praktijk brengen.Deze zoektocht leidde hem naar Maldon, Athene en de heilige berg Athos in Griekenland en na zijn bekering tot de orthodoxe kerk uiteindelijk naar Neerijnen. Hier woont hij ondertussen alweer 17 jaar. Hij leeft in een piepklein hutje tegenover de kasteeltuin. Dat hutje van amper enkele vierkante meters is niet alleen zijn woon- en slaapplaats. Het is ook een minikapel waar hij bidt en mediteert en zijn gasten ontvangt. J

ozef heeft geen behoefte aan weer een verhaal over het verleden en de manier waarop hij als monnik en kluizenaar zijn sobere leven leidt. Daarom praten we over de orthodoxe kerk, de zin van zijn bestaan en – hoe kan het anders in deze tijd – de betekenis van het kerstfeest. De orthodoxe kerkOp zijn speurtocht naar een andere invulling van zijn leven en het gehoor geven aan de innerlijke stem die hij hoorde, kwam Jozef in contact met het monnikenleven in Griekenland en daardoor met “De Heilige Orthodoxe Kerk”. De orthodoxe kerk is in Oost-Europa en in West-Azië de meest voorkomende vorm van het christendom. In het jaar 1054 vond er een schisma plaats, die leidde tot een splitsing tussen Oosterse en Westerse christenen. Evenals de Rooms-katholieke kerk kent de orthodoxe kerk verschillende sacramenten en wordt de moeder van God, Maria daar vereerd. De paus wordt niet erkend en er is geen strakke hiërarchie.

De nadruk ligt op heilige tradities die stammen uit de heilige schrift en de vroegste kerkvaders. Daardoor is de orthodoxe kerk er van overtuigd dat zij de enige rechtstreekse voortzetting is van de kerk die Christus zelf gesticht heeft. In Nederland zijn 34 Oosters-orthodoxe parochies en drie kloosters.De zin van zijn levenswijzeJozef beschouwt het als een goddelijke opdracht om op deze manier te leven. Zijn leven bestaat uit bidden, schrijven en het klaarmaken van een schamele maaltijd van de spullen die vrienden en dorpsbewoners hem brengen. De weg die hij gaat legt hij vast op papier. Wat met deze tekst gaat gebeuren weet hij nog niet. “Dat is in Gods hand”. Eens per maand krijgt hij inspirerend bezoek van een orthodox priester. Samen vieren ze dan een liturgische plechtigheid. Jozef krijgt regelmatig bezoek van zijn familie en geestverwanten. Anderen, waaronder veel toevallige passanten, zijn nieuwsgierig naar zijn leefwijze, vragen om raad of willen praten over geloofs- en levensvragen.

“Een dergelijk vreemde verschijning met baard en gekleed in donkerkleurige pij valt op en maakt nieuwsgierig” is zijn ervaring. Hij ontmoet veel gelijkgezinden maar vindt het ook boeiend om van gedachten te wisselen met mensen met andere opvattingen. “Het verdiept je inzicht”. Hij verlaat Neerijnen vrijwel nooit. Als hij kan helpen, steekt hij ook daadwerkelijk de handen uit de mouwen. Zo is hij een actief lid van de kasteeltuincommissie. Iedere zaterdag is hij daar met een groep vrijwilligers actief om de fraaie tuin te onderhouden. Op de jaarlijkse pompoenenmarkt poft hij traditiegetrouw appeltjes voor de kinderen en hij verricht zo nodig kleine karweitjes voor buurtbewoners.

KerstmisJozef: ”Met kerstmis herdenken wij de komst van Jezus op aarde. Het feit dat God kind wordt en deel wordt van zijn eigen schepping. Voor veel mensen heeft Kerstmis tegenwoordig alleen nog de waarde van een gezellig feest. De binding met de oorspronkelijke betekenis is voor hen verdwenen. Dat is jammer. Samen iets vieren en genieten van de goede kant van het leven mag best. Kerstmis is echter ook een prima moment om eens te reflecteren op de achterliggende periode en nieuwe plannen te maken.” Jozef vindt de situatie waarin de wereld verkeert instabiel en wankel. Veel economische zekerheden vallen als kaartenhuizen in elkaar. Hij wijst er op dat de verzekeringsmaatschappij met de leus ‘Nationale Nederlanden, wat er ook gebeurt’ zelf gered moest worden van een mogelijke ondergang. Daarom is het kerstfeest wellicht een goed moment om te vertrouwen op Diegene die werkelijk stabiel is.

Met graaien en de vraag hoeveel ik wel niet bezit, wordt je niet echt gelukkig. Het is de onderlinge liefde waar het om gaat. Wellicht is het kerstfeest in deze economisch schokkende tijd een goed moment om dat te ontdekken.Jozef zelf viert Kerstmis volgens de kerkelijke kalender van de orthodoxe kerk: niet op 25 december, maar 13 dagen later. Enkele vrienden en geestverwanten komen dan bij hem samen en herdenken dan met een gebedsbijeenkomst de komst van Christus. Ook gebruiken ze dan samen de maaltijd.Wanneer ik Jozef verlaat moet ik onwillekeurig denken aan een vergelijking met het kerstverhaal. Christus werd geboren in een stal. Jozef begon zijn ‘nieuwe leven’ in een fietsenstal(ling) en ook zijn huidige woonomstandigheden verschillen niet veel van de primitieve omstandigheden waaronder Christus geboren werd.

 

Akathist y canon

 

El Himno

Akathisto y Canon

A la Gloriosa Señora Nuestra Theotokos

y siempre

Virgen María.

Contenido:

Akathisto y Canon Virgen María.

Canon de la Madre de Dios de José el Himnógrafo.

Himno Akathisto 2.

Kontaquio 1

¡Oh Madre de Dios Generala Protectora! Ya que yo, Ciudad Vuestra, he sido liberada por vos de mis angustias, escribo proclamando la victoria en acción de gracias. Y Vos, puesto que poseéis una fuerza invencible, libradme de todos, los peligros, para que Os aclame: ¡Salve, Esposa Virgen!

Icos 1

Un Príncipe de los ángeles es enviado desde los Cielos para decir a la Madre de Dios: “Alégrate.” Cuando Te contempla, oh, Señor, asumiendo un cuerpo, exulta y queda asombrado, y con voz inmaterial la aclama:

Salve, oh Vos, por Quién resplandecerá la alegría

Salve, oh Vos, por Quién cesará la maldición!

¡Salve, Restauración del Adán caído!

¡Salve, Redención de las lágrimas de Eva!

¡Salve, oh Cima inaccesible al humano entendimiento!

¡Salve, oh Abismo impenetrable aún a los ojos de los mismos ángeles!

¡Salve, porque sois el Trono del Rey!

¡Salve, porque lleváis a Aquél que lo lleva todo!

¡Salve, Estrella que anunciáis al Sol!

¡Salve, Seno de la divina Encarnación!

¡Salve, oh Vos, por Quién la Creación es renovada!

¡Salve, oh Vos, por Quién ha tomado carne humana el Creador!

¡Salve, Esposa Virgen!

Kontaquio 2

La Santa, considerando su castidad, dice francamente a Gabriel: Lo extraño de tu palabra parece a mi alma difícil de admitir; pues, ¿cómo hablas de un nacimiento que será fruto de una concepción virginal? y exclamas: ¡Aleluya!

Ikos 2

La Virgen, tratando de comprender tan incomprensible nueva, exclamó al Enviado: ¿Cómo es posible que de entrañas que son puras pueda nacer el Hijo? ¡Dime! Y él respondió exultando con temor y reverencia:

¡Salve, oh Vos, la secretamente iniciada en el designio inefable!

¡Salve, oh Vos, Fe de los que oran en silencio!

¡Salve, Preludio de las maravillas de Cristo!

¡Salve, oh Suma de Sus dogmas!

¡Salve, Escala celestial por la que Dios bajó!

¡Salve, Puente que conduce a los de tierra hacia el cielo!

¡Salve, oh Maravilla alabadísima por los ángeles!

¡Salve, Azote en gran manera temido por los demonios!

¡Salve, oh Vos, que inefablemente disteis a luz a la Luz!

¡Salve, oh Vos, que a nadie habéis enseñado cómo ello fue realizado!

¡Salve, oh Vos, que sobrepujáis en inteligencia a los sabios!

¡Salve, oh Vos, que ilumináis el entendimiento de los fieles!

¡Salve, Esposa Virgen!

Kontaquio 3

Entonces la energía del Altísimo cubrió a la que era intacta para que concibiese, y mostró la fecundidad de su seno, como la de un suave y tierno prado, a todos aquellos que quieren cosechar la salvación, y que, alabándola, cantan: ¡Aleluya!

Ikos 3

Llevando a Dios en su seno, donde lo había recibido, se dirigió la Virgen a Isabel; y el hijo de ésta, interpretando el saludo, se estremeció de júbilo y exclamó a la Madre de Dios:

¡Salve, Sarmiento de una cepa incorruptible!

¡Salve, Huerto de perenne fructificación!

¡Salve, Vos que cultivasteis al amoroso Cultivador del género humano!

¡Salve, Campo fértil en abundancias de misericordia!

¡ Salve, Ara colmada de ofrendas propiciatorias!

¡Salve, puesto que florecéis transformada en prado de delicias!

¡Salve, ya que preparáis puerto acogedor a las almas!

¡Salve, grato Incienso de la plegaria intercesora!

¡Salve, Expiación del mundo todo!

¡Salve, Benevolencia de Dios para con los mortales!

¡Salve, Confianza de los mortales ante Dios!

¡Salve, Esposa Virgen!

Kontaquio 4

Agitado interiormente por contradictorios pensamientos, túrbase el discreto José, suponiendo en Vos, oh Doncella irreprochable, unos furtivos amores. Pero al saber que vuestra concepción era del Espíritu Santo, exclamó: ¡Aleluya!

Ikos 4

Oyeron los pastores a los ángeles exultar la presencia del Cristo hecho carne; y corriendo hacia El como a su Pastor, lo contempláron como Cordero inmaculado, paciendo en el seno de María, a la cual alabaron diciendo:

¡Salve, Madre del Cordero y del Pastor!

¡Salve, Redil de las místicas ovejas!

¡Salve, Defensa contra los enemigos invisibles!

¡Salve, Llave de las puertas del paraíso!

¡Salve, Causa del común de regocijo de cielo y tierra!

¡Salve, Armonía de las voces terrenas con los coros celestiales!

¡Salve, Boca nunca muda de los Apóstoles!

¡Salve, Valor invencible de los Mártires!

¡Salve, Soporte inconmovible de la fe!

¡Salve, Señal resplandeciente de la gracia!

¡Salve, oh Vos, por Quién el Hades quedo desnudo y desierto!

¡Salve, oh Vos, por Quién hemos sido revestidos de gloria!

¡Salve, Esposa Virgen!

Kontaquio 5

Contemplando los Magos la estrella que los guiaba a Dios, pusiéronse en marcha siguiendo su resplandor. Teniéndola por lumbrera buscaron al Señor todo poderoso; y hallando al Inaccesible exclamaron gozosos: ¡Aleluya!

Ikos 5

Cuando los hijos de los caldeos vieron en manos de la Virgen a Aquél que con Sus manos creó al género humano, lo reconocieron como Señor a pesar de que había tomado forma de siervo, y se apresuraron a rendirle homenaje con sus dones y a exclamar a la Bendita:

¡Salve, Madre del Astro sin ocaso!

¡Salve, Aurora del día místico!

¡Salve, oh Vos, que habéis apagado la fogata del error!

¡Salve, oh Vos, que ilumináis a los iniciados en la Trinidad!

¡Salve, oh Vos, que expulsáis del poder al tirano inhumano!

¡Salve, oh Vos, que mostráis a Cristo el Señor, El que ama al género humano!

¡Salve, oh Vos, que nos librasteis de las supersticiones paganas!

¡Salve, oh Vos, que nos libráis de las obras del lodo y de las tinieblas!

¡Salve, oh Vos, que pusisteis fin a la adoración del fuego!

¡Salve, oh Vos, que libráis de las llamas de las pasiones!

¡Salve, Guía de los fieles hacia la sabiduría!

¡Salve, Alegría de todas las generaciones!

¡Salve, Esposa Virgen!

Kontaquios 6

Convertidos los Magos en teóforos predicadores, regresáronse a Babilonia, cumpliendo, oh Cristo, Vuestro oráculo y anunciándoos a todos; abandonando a Herodes como necio, incapaz de exclamar: ¡Aleluya!

Ikos 6

En Egipto hicisteis brillar el resplandor de la Verdad, ahuyentando las tinieblas de la mentira; los ídolos de allá, oh Señor, no pudiendo soportar la fuerza de Vuestra presencia, se derrumbaron. Y los que de ellos se libraron clamaron a la Madre de Dios:

¡Salve, Restauración del género humano!

¡Salve, Ruina de los demonios!

¡Salve, oh Vos, que hollasteis las imposturas del engaño!

¡ Salve, oh Vos, que denunciáis la superchería de los ídolos!

¡Salve, oh Mar que sumergió al Faraón espiritual!

¡Salve, oh Peña de la que beben los sedientos de vida!

¡Salve, Columna de fuego que guía los que se hallan en la oscuridad!

¡Salve, Protección que cubre al mundo, más amplia que el manto de las nubes!

¡Salve, Alimento que sustituisteis al maná!

¡Salve, oh Vos que nos procuráis santas delicias!

¡Salve, Tierra de promisión!

¡Salve, de la que brotan leche y miel!

¡Salve, Esposa Virgen!

Kontaquio 7

Hallándose próximo Simeón a abandonar este mundo engañoso, le fuisteis puesto en sus brazos como tierno infante, aunque Os hicisteis reconocer por él como Dios perfecto; por lo que, maravillado por Vuestra inefable sabiduría exclamó: ¡Aleluya!

Ikos 7

El Creador nos mostró una nueva Criatura, dándonosla a conocer a quienes por El fuimos hechos. La hizo surgir de un seno virginal, al que conservó íntegro cual era antes del parto, a fin de que, viendo tal prodigio, lo ensalzáramos, clamando:

¡Salve, Flor de incorrupción!

¡Salve, Corona de la continencia!

¡Salve, oh Vos, que hicisteis brillar el arquetipo de la Resurrección!

¡Salve, oh Vos, Espejo de la vida angélica!

¡Salve, Arbol cargado de fruto, alimento de los fieles!

¡Salve, Ramaje frondoso, bajo el que se refugian las muchedumbres!

¡Salve, oh Vos, que habéis llevado en el seno al Guía de los descarriados!

¡Salve, oh Vos, que habéis dado a luz al Redentor de los cautivos!

¡Salve, oh Súplica insistente ante al justo Juez!

¡Salve, oh Perdón de muchos de los que caen!

¡Salve, Túnica de confiada esperanza para los que están desnudos!

¡Salve, Ternura maternal, vencedora de toda pasión!

¡Salve, Esposa Virgen!

Kontaquio 8

Contemplando parto tan fuera de lo común, nos apartamos de lo común de esta mundo, elevando el pensamiento al cielo; pues que esta fue la razón por la que el excelso Dios apareció sobre la tierra como hombre humilde, con el designio de atraer hacia la altura a quienes le exclaman: ¡Aleluya!

Ikos 8

El Verbo indescriptible estaba íntegro aquí abajo, sin hallarse por ello ausente en lo más mínimo allá arriba. De modo que tuvo lugar una condescendencia divina, y no una transferencia de sitio; y ello fue por medio del parto de una Virgen escogida por Dios, que oyó cosas como estas:

¡Salve, Lugar del Dios inmenso!

¡Salve, Umbral del sagrado misterio!

¡Salve, Noticia dudosa para los incrédulos!

¡Salve, Gloria incontestable de los creyentes!

¡Salve, Carro Santísimo de Aquél que se halla por encima de los Querubines!

¡Salve, Palacio excelentísimo de Quién está por encima de los Serafines!

¡Salve, oh Vos, por Quién concuerdan las cosas que eran contrarias!

¡Salve, oh Vos, en Quién la virginidad y la maternidad convergen!

¡Salve, oh Vos, por Quién la transgresión fue derrocada!

¡Salve, oh Vos, por Quién fue abierto el paraíso!

¡Salve, Llave del Reino de Cristo!

¡Salve, Esperanza de los bienes eternos!

¡Salve, Esposa Virgen!

Kontaquio 9

Toda naturaleza angélica quedó atónita ante la gran obra de Vuestra Encarnación; porque a Quién es inaccesible contemplaron accesible como Hombre, conviviendo con nosotros y oyendo de todos el ¡Aleluya!

Ikos 9

Ante Vos, oh Madre de Dios, vemos enmudecer como peces a los más elocuentes oradores; puesto que no saben explicarse como pudisteis dar a luz, conservándoos Virgen. Mas nosotros, ponderando el misterio, exclamamos con fe:

¡Salve, Vaso de la sabiduría de Dios!

¡Salve, Cofre de Su Providencia!

¡Salve, oh Vos, que mostráis la necedad de los vanos filósofos!

¡Salve, oh Vos, que dejáis sin palabras a los expertos en controversias,

¡Salve, porque ante Vos acabaron como estultos los hábiles discutidores!

¡Salve, porque ante Vos se esfumaron los creadores de fábulas!

¡Salve, oh Vos, que quebrantasteis las maquinaciones de los paganos atenienses!

¡Salve, oh Vos, que llenáis las redes de los Pescadores!

¡Salve, oh Vos, que sacáis afuera del abismo de la ignorancia!

¡Salve, oh Vos, que ilumináis el conocimiento de muchos!

¡Salve, Bajel de los que quieren salvarse!

¡Salve, Puerto de los que por la vida navegan!

¡Salve, Esposa Virgen!

Kontaquio 10

Queriendo salvar al mundo el Artífice de todas las cosas, vino a él como de Sí mismo había ya prometido; siendo Pastor como Dios, por nosotros apareció hombre como nosotros; así pudo atraer a la naturaleza humana, mientras que como Dios oye el ¡Aleluya!

Ikos 10

Muralla sois de las vírgenes, Virgen Madre de Dios, y de todos cuantos a Vos recurren; porque el Creador del cielo y de la tierra, oh Inmaculada, Os cubrió con Su sombra y habitó en vuestro seno, enseñándonos a todos a aclamarte:

¡Salve, Columna de la virginidad!

¡Salve, Atrio de la salvación!

¡Salve, Iniciadora de nuestra regeneración espiritual!

¡Salve, Canal de la divina bondad!

¡Salve, oh Vos, que habéis regenerado a quienes fuimos concebidos en pecado!

¡Salve, oh Vos, que amonestáis a quienes tienen la mente confundida!

¡Salve, oh Vos, que habéis derogado el poder del corruptor de las almas!

¡Salve, oh Vos, que habéis dado a luz al Sembrador de la pureza!

¡Salve, Tálamo de boda espiritual!

¡Salve, Conciliadora del Señor con sus fieles!

¡Salve, Preceptora de las vírgenes!

¡Salve, Guiadora de los santos a las místicas bodas!

¡Salve, Esposa Virgen!

Kontaquio 11

Cualquier himno, por más que se intentara alargarlo, es incapaz de describir la multitud de Vuestras misericordias; aunque Os dirigiéramos, oh Santo Rey, cánticos en número igual a los granos de arena, nada cumpliríamos digno de lo que nos habéis dado, a nosotros que clamamos : ¡Aleluya !

Ikos 11

Vemos a la Santa Virgen como Lámpara que contiene la Luz, para alumbrar a los que yacen en tinieblas; porque, encendiendo la luz inmaterial, guía a todos hacia el conocimiento de Dios, iluminando el pensamiento con su resplandor. Por ello la honramos con estas aclamaciones:

¡Salve, Rayo del Sol espiritual!

¡Salve, Dardo de luz inextinguible!

¡Salve, Relámpago luminoso que fulgura sobre las almas!

¡Salve, Trueno que asusta a los enemigos!

¡Salve, oh Vos, que habéis dado el amanecer a la esplendorosa claridad de la Aurora!

¡Salve, oh Vos, Símbolo de la pila bautismal!

¡Salve, oh Vos, que borráis la mancha del pecado original!

¡Salve, Fuente en la que se lava la conciencia!

¡Salve, Pozo que derrama alegría!

¡Salve, Efluvio del perfume de Cristo!

¡Salve, Agape de vida mística!

¡Salve, Esposa Virgen!

Kontaquio 12

Queriendo hacer merced de perdonar antiguas deudas Aquel que habría de pagar por las de todos los hombres, se acerca voluntariamente a quienes se hallaban alejados de Su gracia; y habiendo roto la lista de sus deudas, oye de todos clamar el ¡Aleluya!

Ikos 12

Cantando Vuestro parto, oh Madre de Dios, Os enaltecemos todos como a Templo Viviente; pues habitando en Vuestro seno el Señor que contiene en Su mano todas las cosas, lo santificó y lo glorificó, y así fuimos enseñados por Él mismo a exclamaros:

¡Salve, Tabernáculo del Dios y Verbo!

¡Salve, Santa mayor que los Santos!

¡ Salve, Arca labrada en oro por el Espíritu Santo!

¡Salve, inagotable Tesoro de vida!

¡Salve, Diadema preciosa de los reyes piadosos!

¡Salve, Gloria venerable de los sacerdotes temerosos de Dios!

¡Salve, Torre inconmovible de la Iglesia!

¡Salve, Baluarte inconquistable del reino!

¡Salve, oh Vos, gracias a Quién se erigen los trofeos de victoria!

¡Salve, oh Vos, por Quién son abatidos los enemigos!

¡Salve, Medicina de mi cuerpo!

¡Salve, Salvación de mi alma!

¡Salve, Esposa Virgen!

Kontaquio 13

¡Oh Madre digna de toda alabanza! Tú que haz dado a luz al Verbo más Santísimo que todos los santos, recibe la presente ofrenda, líbranos a todos de cualquier desventura y preserva del castigo futuro a los que exclaman unánimemente: ¡Aleluya!

Y se repite el siguiente Ikos y Kontaquio:

Ikos 1

Un Príncipe de los ángeles es enviado desde los Cielos para decir a la Madre de Dios: “Alégrate.” Cuando Te contempla, oh, Señor, asumiendo un cuerpo, exulta y queda asombrado, y con voz inmaterial la aclama:

¡Salve, oh Vos, por Quién resplandecerá la alegría

¡Salve, oh Vos, por Quién cesará la maldición!

¡Salve, Restauración del Adán caído!

¡Salve, Redención de las lágrimas de Eva!

¡Salve, oh Cima inaccesible al humano entendimiento!

¡Salve, oh Abismo impenetrable aún a los ojos de los mismos ángeles!

¡Salve, porque sois el Trono del Rey!

¡Salve, porque lleváis a Aquel que lo lleva todo!

¡Salve, Estrella que anunciáis al Sol!

¡Salve, Seno de la divina Encarnación!

¡Salve, oh Vos, por Quién la Creación es renovada!

¡Salve, oh Vos, por Quién ha tomado carne humana el Creador!

¡Salve, Esposa Virgen!

Kontaquio 1

¡Oh Madre de Dios, Generala Protectora! Ya que yo, Ciudad Vuestra, he sido liberada por vos de mis angustias, escribo proclamando la victoria en acción de gracias. Y Vos, puesto que poseéis una fuerza invencible, libradme de todos, los peligros, para que Os aclame: ¡Salve, Esposa Virgen!

Oración a la Virgen

Mi Reina dilectísima mi esperanza oh Deípara, refugio de los huérfanos e intercesor a de los forasteros. Alegría de los apenados, Protectora de los agraviados, Tú ves mi congoja, conoces mi aflicción. Ayúdame porque estoy indefenso, guíame por que soy forastero y resuélvelo como Tú quieras, pues no tengo otro auxilio más que Tú, ni otra Intercesora, ni Consuelo Benigno, solamente a Ti, oh Madre de Dios, para poder defenderme y protegerme, por los siglos de los siglos. Amén.

Canon de la Madre de Dios

de José el Himnógrafo.

Traducido del griego por Gabriel Díaz

Primera Oda

Hirmos

Abriré mi boca y quedará repleta del Espíritu: y entonaré un poema en honor de la Madre Reina; me presentaré gozosamente celebrándola y, jubilosamente, cantaré sus maravillas.

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Troparios

Al verte, Libro viviente de Cristo sellado por el Espíritu, el gran Arcángel, oh Pura, te dijo: salve, receptáculo de la dicha, por medio de quien cesará la maldición de la primera Madre.

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Rehabilitación de Adán, ¡Salve!, Virgen, Esposa de Dios, muerte del infierno; salve, oh Purísima, palacio del único Rey; salve, trono ígneo de aquel que todo lo gobierna.

Gloria…

Tú la única que hiciste brotar la Rosa que no se marchita, salve, Tu que produjiste la manzana de suave perfume; salve, Tú que engendraste la fragancia del Rey de todos; salve, esposa intacta, salvación del mundo.

Y ahora…

Tesoro de la pureza por quien nos levantamos de nuestra caída, salve; salve, lirio perfumado, Soberana que perfumas a los fieles, incienso de suave fragancia, aroma preciosísimo.

Tercera Oda

Hirmos

¡A los que te celebran, Madre de Dios, fortalécelos! ¡fuente viva e incorruptible! reunidos en esta fiesta espiritual en el día de tu divina gloria; hazlos dignos de la corona de la gloria.

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Troparios

Tú, que hiciste germinar la espiga divina; como tierra no trabajada, ¡salve! mesa viviente que trajiste el Pan de la vida; ¡salve, manantial inagotable del agua viva, Soberana!

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

¡Salve, Madre, que engendraste para los fieles al ternero sin mancha; salve, oh cordera, que engendraste al cordero de Dios que quita los pecados de todo el mundo. Salve, expiación ardiente!

Gloria…

¡Aurora resplandeciente, Salve, porque Tú llevaste, la única, al Sol Cristo, morada de la luz; salve, Tú que disolviste las tinieblas y confundiste para siempre a los demonios tenebrosos!

Y ahora…

Salve, puerta única, a quien, único, atravesó el Verbo; Soberana que los barrotes y las puertas del Hades, con tu parto rompiste. Salve, divino acceso de quienes se salvan, ¡oh digna de toda alabanza!

Cuarta Oda

Hirmos

Aquel que está sentado en la gloria, en el trono de la Divinidad, vino en una ligera nube, Jesús, el Dios excelso, con mano sin mancha, y salvó a quienes le gritaban: «Gloria, oh Cristo, a tu poder».

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Troparios

Con las voces de nuestros cánticos, te aclamamos, ¡Oh digna de toda alabanza! ¡Salve, monte fértil y regado por el Espíritu. Salve, lámpara y vaso portador del Maná que endulza los sentimientos de todos tus fieles!

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

¡Propiciatorio del mundo, Salve, Soberana incontaminada; salve, escala que, desde la tierra, elevas a todos hacia la gracia; salve, puente que conduce verdaderamente de la muerte a la vida a todos cuantos te cantan!

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

¡Más sublime que los cielos, Salve, Tú que llevaste sin fatiga oh Purísima al fundamento de la tierra en tu seno; salve, tintura, que extrajiste de tu sangre la púrpura divina para el Rey de las Potestades!

Gloria…

¡Tu que verdaderamente diste a luz al Legislador que borra gratuitamente las faltas de todos Salve, Soberana! ¡Salve, oh abismo incomprensible, altura inefable, esposa inviolada, por quien somos divinizados!

Y ahora…

¡A ti, que entretejiste para el mundo una corona no hecha por manos humanas, te ensalzamos: Salve, Virgen defensa de todos, protección, fortaleza y sagrado refugio!

Quinta Oda

Hirmos

Todas las cosas se asombran ante tu divina gloria; Tú, en efecto, ¡oh Virgen, esposa inviolada! tuviste en tu seno al Dios que está por encima de todas las cosas, y diste a luz al hijo intemporal que concede la salvación a cuantos te cantan.

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Troparios

¡Salve, purisima, que diste a luz al camino de la vida y salvaste al mundo del cataclismo del pecado; salve, Esposa divina, voz y relato arcano; salve, morada del Señor de la creación!

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

¡Salve, Purísima, fortaleza y alcázar de los hombres, lugar sagrado de la gloria; Muerte del Hades, tálamo luminoso; salve, alegría de los Ángeles; salve, socorro de cuantos con fe te invocan!

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

¡Carruaje ígneo del Verbo, salve, Señora, Paraíso viviente que tienes en tu interior al árbol de la vida, al Señor; cuya dulzura da vida a cuantos con fe se acercan, aún estando sujetos a la corrupción!

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Gloria…

Robustecidos con tu fuerza, con fe te exclamamos: ¡salve, ciudad del rey universal; de quien se dijeron cosas gloriosas y dignas de ser oídas; salve, monte intacto, abismo insondable!

Y ahora…

¡Salve, Purísima, amplia morada del Verbo, ostra que elaboraste la divina perla; salve, totalmente prodigiosa, reconciliación con Dios de cuantos en todo momento, oh Madre de Dios, te proclaman bienaventurada!

Sexta Oda

Hirmos

Los que celebramos esta divina y honorabilísima fiesta de la Madre de Dios, venid, aplaudamos glorificando a Dios que nació de ella.

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Troparios

¡Tálamo inmaculado del Verbo, causa de la deificación de todos, salve, Purísima, voz de los profetas; salve, ornato de los Apóstoles!

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

De ti destiló el rocío que extinguió la llama del politeísmo; por eso te exclamamos: ¡Salve, oh Virgen, vellocino seco, previsto por Gedeón!

Gloria…

He aquí que te exclamamos: ¡Salve! puerto para nosotros, sacudidos por las olas, Tú eres, defensa en el mar de las tribulaciones y de todos los obstáculos del enemigo.

Y ahora…

Causa de la alegría, otórganos la gracia de la sensatez para gritarte: ¡Salve zarza no consumida, nube completamente luminosa que cubre constantemente a los fieles!

Oda séptima

Hirmos

No adoraron a la criatura en vez de adorar al Creador, los inspirados por Dios, sino que despreciando virilmente la amenaza del fuego, alegres cantaban: ¡Bendito eres, Dios y Señor de nuestros padres, y muy digno de alabanza!

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Troparios

Nosotros te cantamos exclamando: ¡Salve, carroza del Sol espiritual; vid verdadera que produjo el racimo maduro, que destila un vino que alegra los espíritus de aquellos que con fe te glorifican!

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

¡Salve, Esposa divina, que engendraste al médico de los hombres; vara mística en que floreció la flor que no se marchita; salve, Soberana, por medio de quien hemos sido colmados de gozo y heredamos la vida!

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

La lengua mas elocuente no tiene la fuerza suficiente para cantarte ¡oh Soberana! Tu has sido enaltecida por encima de los Serafines porque llevaste en tu seno a Cristo Rey; pídele ahora que nos libre de toda desventura a quienes te sirven fielmente.

Gloria…

Los confines de la tierra, llamándote bienaventurada, te celebran y te aclaman con amor. ¡Salve, oh Purísima, libro en el cual fue escrito el Verbo por el dedo del Padre; Madre de Dios, pídele que inscriba en el libro de la vida a tus servidores!

Y ahora…

Te rogamos y doblamos las rodillas del corazón, nosotros, tus siervos: Inclina ¡oh Purísima! tu oído y sálvanos a nosotros, sumergidos constantemente en las tribulaciones; y custodia, ¡oh Madre de Dios! a tu ciudad de los asaltos de los enemigos.

Oda octava

Hirmos

A los piadosos jóvenes, en el horno, salvó aquel a quien dió a luz la Madre de Dios; entonces era prefiguración, ahora está realizado; convoca a toda la tierra para cantarte: «¡Alabad, obras todas, al Señor y glorificadlo por todos los siglos!».

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Troparios

Acogiste al Verbo en tu seno, llevaste a quien lleva todas las cosas; ¡oh Purísima! alimentaste con leche a quien, con un gesto, alimenta al universo entero; a El, pues, le cantamos: «Alabad, obras todas al Señor y glorificadlo por todos los siglos».

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Moisés reconoció en la zarza el gran misterio de tu parto; los Jóvenes, lo prefiguraron claramente al permanecer en medio del fuego sin quemarse, santa Virgen incorrupta; por eso te ensalzamos por todos los siglos.

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Los que antes estuvimos despojados por el engaño, en virtud de tu maternidad hemos sido revestidos con el vestido de la incorruptibilidad; los que permanecíamos en la tiniebla del pecado, hemos visto la luz, oh Virgen, morada de la luz; por ello te ensalzamos por todos los siglos.

Gloria…

Por ti los muertos son vivificados; pues Tú engendraste a la vida que se encarnó; discuten con locuacidad los que hace poco eran mudos, los leprosos quedan limpios, las enfermedades son alejadas y los numerosos espíritus adversos son vencidos, ¡oh Virgen! salvación de los mortales.

Y ahora…

A Tí que diste a luz a la salvación del mundo, a través de la cual fuimos alzados de la tierra a lo alto; ¡Salve, oh totalmente bendita, protección y fortaleza, muralla y bastión de quienes te cantan ¡Purísima!: «Alabad, obras todas, al Señor y glorificadlo por todos los siglos».

Oda novena

Hirmos

Exulte todo hijo de la tierra, iluminado por el Espíritu; celebren gozosamente la estirpe de las criaturas incorpóreas la sagrada fiesta de la Madre de Dios y exclamen: ¡Salve, benditísima Madre de Dios, oh pura siempre Virgen!

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Troparios

Para que podamos decirte nosotros, tus fieles: «salve», quienes fuimos hechos partícipes, gracias a ti, de la alegría perenne; líbranos de toda tentación, del sometimiento de los bárbaros, y de toda otra desgracia que por la multitud de sus transgresiones amenaza a los hombres pecadores.

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Tu eres nuestra luz y seguridad, por eso te cantamos: ¡salve, estrella sin ocaso que introduce en el mundo del gran Sol; salve, oh Purísima, que abriste el Edén cerrado: salve, columna de fuego que guías a los hombres hacia la vida de lo alto!

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Estemos devotamente en la casa de nuestro Dios, y exclamemos: ¡salve, Señora del mundo; salve María, nuestra soberana; salve, la única buena e inmaculada entre las mujeres; salve, vaso que acoges el aroma inagotable en ti vertido!

Gloria…

¡Paloma que engendraste al Misericordioso salve, siempre Virgen; salve, gloria de todos los santos, corona de los atletas, salve; ornato divino de todos los justos, salvación de nosotros, los creyentes!

Y ahora…

Proteje, Señor, tu heredad y no mires ahora todos nuestros pecados; atendiendo para ello a la que intercede por nosotros, Aquella que te llevó en su seno sin conocer varón, cuando Tú, Cristo, por tu gran misericordia, quisiste asumir la forma humana.

*** *** ***

Vocabulario:

Akathisto Himno Mariano en la Iglesia Ortodoxa que se canta de pie según la tradición.

Ikos Palabra griega que quiere decir una parte del himno en la Iglesia.

Kontaquio Un parte del himno en la Iglesia Ortodoxa.

Theotokos Palabra griega que quiere decir : Ella que dio a Luz a Dios.

Himno Akathisto 2.

Traducido por la

Iglesia Ortodoxa de Argentina Edición 1996

Dedicatoria

Oh Madre de Dios, oh, Generala victoriosa, te cantamos un himno de triunfo. A ti, que nos salvas de nuestras tribulaciones te ofrecemos nuestra gratitud. Eres invencible. Líbranos de todo peligro y exclamaremos: Alégrate, Esposa siempre Virgen.

Prólogo

Habiendo entendido su misión secreta, el Ángel va con prisa a la casa de José y dice a la Virgen: “El que inclina los Cielos por su condescendencia, Se esconde en ti. Viendo cómo toma la forma de esclavo en tu seno, me maravillo y te aclamo:

Alégrate, Esposa siempre Virgen.

I

Un Príncipe de los ángeles es enviado desde los Cielos para decir a la Madre de Dios: “Alégrate.” Cuando Te contempla, oh, Señor, asumiendo un cuerpo, exulta y queda asombrado, y con voz inmaterial la aclama:

Alégrate, Luz de alegría

Alégrate, extinción de la maldición

Alégrate, resurrección de Adán caído

Alégrate, redención de las lágrima de Eva

Alégrate, altura inaccesible a la razón humana

Alégrate, profundidad insondable aun a los ojos de los Ángeles

Alégrate, trono del Rey

Alégrate, portadora de Quién lo lleva todo

Alégrate, estrella que anuncia al Sol

Alégrate, seno de la divina Encarnación

Alégrate, renovadora de la Creación

Alégrate, Madre del Creador

Alégrate, Esposa siempre Virgen.

Considerando su castidad, la Santísima dice con franqueza a Gabriel: “La paradoja de tu palabra parece incomprensible a mi alma. Me predicas una maternidad sin que conozca varón y exclamas: ¡Alleluia!

II

La Virgen desea comprender lo incomprensible e interroga al enviado: “¿ Cómo puede nacer un hijo de mis castas entrañas ? Dímelo.” El ángel responde con temor, aclamándola:

Alégrate, iniciada en el designio inefable

Alégrate, testimonio del silencio misterioso

Alégrate, preludio de las maravillas del Cristo

Alégrate, recapitulación de los dogmas de la fe

Alégrate, escala por la que Dios bajó de los Cielos

Alégrate, puente que conduce a los de la tierra a los Cielos

Alégrate, maravilla de los ángeles

Alégrate, herida de los demonios

Alégrate, Madre inefable de la Luz

Alégrate, maestra de discreción

Alégrate, ciencia mayor que la de los sabios

Alégrate, iluminación del espíritu de los fieles

Alégrate, Esposa siempre Virgen

La Energía del Altísimo cubre con su sombra a la Virgen para fecundarla, transformando su seno estéril en un campo fértil para todos los que quieran cosechar la salvación, salmodiando así: ¡Alleluia!

III

Habiendo recibido a Dios en su seno, la Virgen se apresura a visitar a Isabel. Su bebé, reconociendo el saludo de María, enseguida se alegra y salta de júbilo, aclamando a la Madre de Dios:

Alégrate, sarmiento de cepa incorruptible

Alégrate, huerto de frutos puros

Alégrate, Madre del Jardinero, amigo del hombre

Alégrate, matriz del Sembrador de nuestra vida

Alégrate, tierra fértil de misericordias

Alégrate, mesa colmada de ofrendas

Alégrate floración del Paraíso

Alégrate, puerto de las almas

Alégrate, grato incienso de la plegaria

Alégrate expiación de todo el universo

Alégrate, amor de Dios a los hombres

Alégrate, intercesora de los mortales frente a Dios

Alégrate, Esposa siempre Virgen

El discreto José es turbado por un torbellino de pensamientos contradictorios. Vacila su alma al verte concebir misteriosamente, Virgen irreprochable. Mas, conociendo la obra del Espíritu Santo, dice: ¡Alleluia!

IV

Los pastores oyen cantar a los ángeles la presencia del Cristo encarnado. Corriendo como hacia su Pastor, Lo contemplan como un Cordero inmaculado, alimentado por el seno de María, a quien cantan este himno:

Alégrate, Madre del Cordero y del Pastor

Alégrate, redil de las ovejas espirituales

Alégrate, refugio contra las fieras invisibles

Alégrate, llave de las puertas del Paraíso

Alégrate, fuente del regocijo de los Cielos con la tierra

Alégrate, armonía de las voces terrestres con los coros celestiales

Alégrate, boca de los apóstoles que no se calla

Alégrate, fuerza invencible de los mártires

Alégrate, sostén inconmovible de la Fe

Alégrate, señal resplandeciente de la Gracia

Alégrate, vencedora del infierno

Alégrate, mediadora de la Gloria

Alégrate, Esposa siempre Virgen

Los Magos consideran la estrella que conduce a Dios. Siguiendo su resplandor, lo toman como lámpara para alcanzar lo Inaccesible y se alegran, proclamando: ¡Alleluia!

V

Los Magos de Caldea ven en manos de la Virgen a Aquél que con sus manos modela al hombre. Lo reconocen como a su Señor, aunque toma la forma de esclavo y se apresuran a rendirle el homenaje de sus dones diciendo a la Bendita:

Alégrate, Madre del Astro sin ocaso

Alégrate, amanecer del día místico

Alégrate, extinción de la hoguera del error

Alégrate, iluminación de los iniciados en la Trinidad

Alégrate, rendición del tirano inhumano

Alégrate, reveladora del Cristo, Señor, amigo del hombre

Alégrate, libertadora de los ritos paganos

Alégrate, tú que nos sacas de las obras corruptas

Alégrate, consumación de la adoración del fuego

Alégrate, bálsamo de las pasiones

Alégrate, guía de los fieles hacia la sabiduría

Alégrate, gozo de todas las generaciones

Alégrate, Esposa siempre Virgen

Testigos y portadores de Dios, los Magos vuelven a Babilonia cumpliendo tu profecía, proclamándote Cristo ante todos y dejando al insensato Herodes, incapaz de

Salmodiar: ¡Alleluia ¡

VI

Haciendo brillar en Egipto la luz de la Verdad, disipaste las tinieblas del error. Los ídolos de este país no soportan tu potencia, oh, Salvador, y se derrumban, y los que se libran de ellos claman a la Madre de Dios:

Alégrate, elevación de los hombres

Alégrate, caída de los demonios

Alégrate, humillación del error

Alégrate, demostración del engaño de los ídolos

Alégrate, mar que sumerge al Faraón, al hombre viejo

Alégrate, roca que sacia a los sedientos de la Vida

Alégrate, columna de fuego que orienta en las tinieblas

Alégrate, refugio más vasto que el firmamento

Alégrate, alimento mejor que el maná

Alégrate, servidora del festín sagrado

Alégrate, tierra prometida

Alégrate, fuente de leche y de miel

Alégrate, Esposa siempre Virgen

Mirando al Niño, Simeón, pronto a dejar este mundo engañador, Lo reconoce como verdadero Dios y admira tu inefable Sabiduría, clamando: ¡Alleluia!

VII

Nos muestra el Creador una nueva creación, manifestándose a nosotros, sus criaturas. Germinando en un seno sin simiente, lo conservó intacto para que al considerar tal maravilla cantemos aclamándola:

Alégrate, flor incorruptible

Alégrate, corona de la pureza

Alégrate, rostro refulgente de la Resurrección

Alégrate, espejo de la vida angélica

Alégrate, árbol cuyos frutos luminosos nutren a los fieles

Alégrate, ramaje frondoso que da su sombra a muchos

Alégrate, Madre del Guía de los perdidos

Alégrate, Madre del Redentor de los cautivos

Alégrate, tranquilidad del justo

Alégrate, reconciliación de los pecadores

Alégrate, túnica de Gracia para los que están desnudos

Alégrate, ternura que supera todo deseo

Alégrate, Esposa siempre Virgen

Mirando este racimo asombroso, nos convertimos en extranjeros de este mundo, poniendo nuestro espíritu en los Cielos. Por eso el Altísimo se manifestó en la tierra como un hombre humilde, para atraer hacia las alturas a todos los que Lo aclaman:

¡Alleluia!

VIII

Por condescendencia divina, el Verbo Se hace presente a los de la tierra sin alejarse de los Cielos y sin transferirse de un lugar a otro. Nace de una Virgen, llena de Dios, a la que aclamamos:

Alégrate, casa inmensa de Dios

Alégrate, umbral del misterio sagrado

Alégrate, buena nueva incomprensible para los infieles

Alégrate, gloria de los fieles

Alégrate, carro santísimo de quien está por encima de los Querubines

Alégrate, morada de quien está por encima de los Serafines

Alégrate, conciliación de los contrarios

Alégrate, juntura de la virginidad y la maternidad

Alégrate, perdón de la transgresión

Alégrate, mano que abre el Paraíso

Alégrate, clave del Reino del Cristo

Alégrate, esperanza de los bienes eternos

Alégrate, Esposa siempre Virgen

El mundo entero de los ángeles admira la obra inmensa de tu Encarnación. El Dios inaccesible Se hace ver a todos accesible como un hombre, habitando entre nosotros, y oyendo de todos: ¡Alleluia!

IX

Vemos a los habladores mudos como peces ante ti, oh Madre de Dios, incapaces de decir cómo pudiste conciliar la virginidad y la maternidad. Nosotros, admirando el Misterio, te aclamamos llenos de fe:

Alégrate, arca de la Sabiduría de Dios

Alégrate, joyero de la Divina Providencia

Alégrate, victoria sobre la necedad de los filósofos

Alégrate, silencio impuesto a los sabios

Alégrate, extravío de los buscadores vacilantes

Alégrate, confusión de los mentirosos

Alégrate, solución de los enigmas

Alégrate, abundancia en las redes de los pescadores

Alégrate, liberadora de los abismos de la ignorancia

Alégrate, lámpara de las inteligencias

Alégrate, navío de los navegantes de esta vida

Alégrate, puerto de los navegantes de esta vida

Alégrate, Esposa siempre Virgen

Queriendo salvar al mundo, el Creador viene a él libremente. Dios, nuestro Pastor, Se hace Cordero por nosotros y atrae nuestra naturaleza con su propia naturaleza y nos oye responder como a Dios: ¡Alleluia!

X

Eres muralla para las vírgenes, oh Madre de Dios y Virgen, y para todos los que corren hacia. Pues el Creador del Cielo y de la tierra te cubre con su sombra, oh Inmaculada, habita en tu seno y a todos enseña a decir:

Alégrate, columna de la virginidad

Alégrate, puerta de la salvación

Alégrate, principio de la nueva creación

Alégrate, administradora de la bondad divina

Alégrate, regeneradora de los concebidos en la desgracia

Alégrate, cordura de los espíritus confundidos

Alégrate, derrota del corruptor de los espíritus

Alégrate, Madre del Sembrador de la pureza

Alégrate, lecho nupcial de las bodas inmaculadas

Alégrate, unión de los fieles con su Señor

Alégrate, maestra de las vírgenes

Alégrate, adorno nupcial de las almas santas

Alégrate, Esposa siempre Virgen

Magnitud infinita tiene tu misericordia, y todo himno es impotente para describirla. Oh, Rey santo, aunque nuestros cantos fuesen tan numerosos como los granos de arena, no haríamos nada digno del don que reciben los que claman: ¡Alleluia!

XI

Vemos a la Virgen santa como una llama que ilumina a quienes están en las tinieblas. Su luz inmaterial conduce a todo hombre al conocimientos divino. Esplendor que ilumina la inteligencia, está honrada por esta aclamación:

Alégrate, rayo del Sol espiritual

Alégrate, luz inextinguible

Alégrate, relámpago que ilumina las almas

Alégrate, trueno que asusta a los enemigos

Alégrate, nacimiento de un Astro esplendoroso

Alégrate, tú que haces surgir un Río inagotable

Alégrate, imagen viva del agua del bautismo

Alégrate, ablución de la mancha del pecado

Alégrate, fuente que lava la conciencia

Alégrate, copa que mana alegría

Alégrate, perfume del Cristo

Alégrate, vida del banquete místico

Alégrate, Esposa siempre Virgen

Queriendo perdonar las deudas antiguas, El que perdona las deudas de todos los hombres viene hacia ellos, alejados de su gracia. Cuando rompe el acta de crédito, nos oye aclamarlo: ¡Alleluia!

XII

Nosotros cantando tu maternidad, te alabamos, oh Madre de Dios, como a un templo vivo. Pues habitando en tu seno, el Señor que tiene en su mano todo el universo te santifica y te glorifica y nos enseña a aclamarte:

Alégrate, tabernáculo del Verbo Dios

Alégrate, santuario santísimo

Alégrate, arca dorada por el Espíritu Santo

Alégrate tesoro inagotable de vida

Alégrate, diadema preciosa de los reyes santos

Alégrate, gloria de los sacerdotes piadosos

Alégrate, torre inexpugnable de la Iglesia

Alégrate, fortaleza indestructible del Reino de Dios

Alégrate, dispensadora de victorias y trofeos

Alégrate, derrota de los enemigos

Alégrate, medicina de nuestro cuerpo

Alégrate, salvación de nuestra alma

Alégrate, Esposa siempre Virgen

Oh Madre digna de toda alabanza, tú que pariste al Verbo más Santo que todos los santos, recibe hoy nuestra ofrenda, líbranos de toda desgracia y del castigo que amenaza, y preserva a los que aclaman juntos: ¡Alleluia!

(Akathisto_Virgen.doc, 04-08-2004)

 

De Kerk in de moderne wereld

De Kerk in de moderne wereld 

 Een boek van Stavros Fotiou


kruis2228

 

Hoe moeten wij antwoorden op de cruciale vragen waarmee de kerk geconfronteerd wordt in de moderne wereld ? Dat is de vraag die Stavros Fotiou zich stelt in een klein boekje dat onlangs verschenen is onder de titel: ‘L’ Eglise dans le monde moderne’ (Editions du Cerf, 96 pagina’s – 14 €) en uit het Engels vertaald door Vader Michel Evdocimov. Wij geven hier enkele uittreksels uit het eerste hoofdstuk van dit boekje , getiteld : Naar een samenleving gericht op de persoon : de grote uitdaging van de XXIe eeuw.

Stavros FOTIOU is Cyriotisch theoloog en professor in de theologie en de christelijke opvoeding op het departement van onderwijs aan de universiteit van Nicosia.

Wij leven in een wereld die tragisch irrationeel en irrationeel tragisch is : een wereld die honger heeft  in de schoot van een massaconsumptie en een wereld van eenzaamheid in de schoot van een massacultuur. Een wereld van geweld en vervreemding, een wereld waar de enen ontstoken zijn van brood, anderen van vrijheid en nog anderen van een leven dat zin geeft.(…)

In het begin  wilde de mens zich een paradijs scheppen op aarde, maar hij heeft de dood gevonden in de ovens van Auschwitz of in het vuur van Hiroshima. Om te ontsnappen  aan de afwezigheid van zingeving en aan de afgrond van  het niets dat hen treft, probeert het individu het heil te vinden in religies die de illusie geven dat men er zijn redding kan vinden door er in te vluchten. Dat is de reden waarom men zijn toevlucht neemt tot dergelijke religieuze groeperingen die de eenheid van de persoon vernietigen en de historische ontwikkeling onderschatten. Een subjectiviteit zonder limieten en de ontbinding van het zijn in de onpersoonlijke essentie  van het universum, dit zijn de twee polen van een religie van zo een individu.(…)

Ten overstaan van deze impasse

Ten overstaan van deze impasse kan men twee oplossingen geven. De eerste nodigt ons uit om ons geloof in het individu te hernieuwen, dit, om een beter inzicht te hebben van zijn belangen op langere termijn, zodat, dank zij een politiek van vrijwillige beperking, wij een on-evenwicht binnen de natuur zouden vermijden. Deze oplossing staat gelijk met een vlucht in de toekomst, waar wetenschap en technologie een messiaanse rol zullen spelen (althans zo denkt men) De tweede oplossing dwingt ons om naar de pre-moderne structuren op het gebied van de sociale orde en naar de collectivistische concepten terug te keren. Bij deze oplossing vlucht men naar het verleden om er steun te zoeken, dit verduidelijkt waarom het fundamentalisme terug onder de schijnwerpers staat.

Noch de ene, noch de andere van deze vooropgestelde oplossingen zullen er in slagen om op een betekenisvolle manier de oorzaak van het probleem te overstijgen. Het gaat hier om een individualistische visie op de mens en het leven. Uiteindelijk zullen zich slechts twee opties aan ons opdringen. Als eerste optie : de  ‘fortuinlijke’ consumenten van het Noorden kunnen zich  goed verbergen achter een economisch chauvinisme , kunnen zich omvormen tot een select clubje  van ‘geprivilegieerde egoïsten’, en kunnen zo hun land omvormen tot een on-inneembare vesting voor alles wat beschouwd wordt als sociaal onaanvaardbaar, onderontwikkeld of derde wereld. Dit is de oplossing van de ‘één-dimensionele mens’ die zich wel bewust is dat zijn wijze van consumeren, waar hij als het ware door verdoofd is. Hij zal anderen meetrekken in de armoede, de dood , ja  zelfs ganse volkeren.

De tweede optie van de mensheid op weg is : een nieuwe visie op de wereld, een nieuw begrip van wat het eerste en het meest essentiële is in het leven. Wij hebben geen nood om ons huidig waardensysteem te verbeteren, maar wel, om aan onze noden nieuwe prioriteiten te geven. Wij moeten een nieuwe manier van leven voorstellen, een alternatieve manier van leven, die totaal is en voor allen toegankelijk  zonder de minste voorwaarde. Wat wij uiteindelijk moeten doen is, een nieuwe kijk ontwikkelen op de mens, de wereld, de geschiedenis. Een nieuwe mening die nieuwe objectieven zal weten te stellen om ons bestaan verder te kunnen zetten. Ziedaar, waarom het belangrijk is dat wij eens te meer ons de vraag stellen naar de zin van ons bestaan. Wat is God ? Wat is de mens ? Wat is de liefde ? Wat verstaan wij onder de woorden leven, eros en dood ?

God als communio van Personen

Indien datgene wat Max Weber, Werner Sobart en andere specialisten hebben gezegd juist is, te weten : dat achter elke theorie over de mens en de gemeenschap er een ontologisch concept van de realiteit bestaat die ermee overeenstemt. Welnu, elke wijze van alternatief leven die wij hier voorleggen, moet van bij het begin een ander ontologisch fundament vinden. Inderdaad, de ontologie die het onderwerp is van onze zoektocht is deze van de orthodoxe Kerk, gecentreerd rond de persoon.

Vanuit dit standpunt gezien zijn de relaties tussen God, de mens en de natuur dialogen en inter-persoonlijk. Ziedaar waarom het mogelijk is om aan de mensheid een wijze van leven te geven waarin alle verschillende elementen van de kosmos die uiterlijk aan mekaar tegengesteld zijn, harmonieus kunnen co-existeren. Niets bestaat als geïsoleerd, niets is in tegenstelling met wat dan ook. Binnen dit kosmisch proces dat wij leven noemen groeit en mengt zich alles.

Deze harmonieuze eenheid van de vele delen in het geheel, gaat in de kosmos voor, want het is de wijze van bestaan van God zelf, een harmonieuze communio van drie personen :  het ‘ik’, het ‘jij’ en ‘de ander’., de beminnende, de beminde en de mede-beminde; één drie en drie in één; elk met de ander, doorheen de ander, voor de ander. Het ‘is het mysterie van een unieke God in drie onderscheiden personen, verenigd in een heilige orde zonder ondergeschiktheid, gelijk in waardigheid; elke persoon gesitueerd met en niet tegen de ander, in een opperste verscheidenheid en in een opperste communio, elk, communicerend met de anderen in een eeuwigdurende beweging, in een eeuwige liefdesdans.  De mensheid heeft als roeping om zich te transformeren tot de gelijkheid met God die het archetype is, het model van de volheid van het persoonlijke leven in de volheid van de communio'(Elisabeth Behr-Sigel).  In deze harmonieuze harmonie is elke persoon een eenheid en enig en tegelijkertijd bestaand in een volstrekte eenheid met de anderen. Existentie betekent co-ëxistentie , leven betekent liefde; dit zijn de vergelijkingen die een ontologie,  gecentreerd op de persoon, ons geeft.

Christus zelf is de incarnatie van het personalisme

Jezus Christus biedt zich aan om deel te nemen aan deze drievoudige communio van liefde, en verbindt er zich toe dat we zo komen tot een harmonieuze eenheid met God, met de naaste en met de natuur. Christus zelf is de incarnatie van het personalisme, het empirisch bewijs dat de mens kan leven volgens de existentiële wijze van het personalisme. Het gevolg hiervan is, dat persoon zich stelt tegenover individu. Het individu onderscheidt zich door de verdeling, de afstand, de scheiding. De persoon kenmerkt zich door zijn relatie met de anderen, de nabije, de eenheid. Een persoon zijn betekent uitgaan uit zichzelf door voorbij te gaan aan het ‘ik’ en zich te richten op het ‘jij’, om aldus het ‘wij’ te vormen. Het individu behoort tot de categorie van het nummer, hij is een onpersoonlijk object, en om deze reden is hij vervangbaar. Een massa staat niet vijandig voor het individualistisch concept, ze is er om zo te zeggen het product van. De persoon daarentegen treedt binnen in een spirituele categorie, hij vormt een uniek zijnde die zijn gelijke niet gehad heeft in het verleden, niets kan hem vervangen. Een persoon laat voor hem alleen de ganse wereld voorbijgaan en zijn waarde is gelijk met deze van gans de kosmos.

De persoon ‘is de horizont waarin de waarheid van het zijn zich openbaart, niet als een eenvoudige natuur, voorwerp van het individualisme’ (metropoliet Jean Zizioulas). Een persoon is een menselijk wezen die een harmonieuze relatie met God onderhoudt en dus, met als gevolg, met zijn naaste en met de natuur.

De innerlijke wereld van de persoon  is dus een wereld van harmonie en vriendschappelijke verstandhouding. De drie delen van de ziel : de rationele geest, de emoties en de wil, denken in het hart, voelen in het hart, drukken in het hart hun wil uit wanneer zij er toe komen om de betekenis van hun leven te realiseren. De gedachte is rationeel, het gevoel is vaststaand, en de wil richt zich op de actie. Meer nog,  doorheen de nous (het intellect als drager van de geest) introduceert het bewustzijn de waargenomen objecten  door de zintuigen in een permanente communio met de objecten die zich aan de gedachte aanbieden. Daardoor geven ze het voortdurende empirische bewijs van de dialectische verhouding tussen de geest en de materie. Het menselijk wezen is een levend organisme van psychosomatische uitwisselingen. Elementen die zich wederzijds aanvullen en in wisselwerking treden , ziedaar datgene wat toestaat om alles te verenigen in een voortdurende stroom van de totaliteit van het leven. Elk dualisme is op die manier verwijderd : het biologische tegenover het sociale, het organische tegenover het niet-organische, of het theoretische tegenover het praktische. (…)

Bijna alles is biologisch geprogrammeerd, maar bijna alles blijft open om aan het menselijk ras toe te staan om al zijn potentiële energieën aan te wenden. Alle delen van het geheel handelen eensgezind en werken samen aan de oprichting van een dynamische aanpak van het leven: zo is het dat de innerlijke wereld haar rol vervult. Wanneer zij relaties onderhouden  met hun naasten, kunnen de mensen zeggen dat het leven van anderen een essentieel element vormt van hun leven. Zij worden levenden wanneer zij een deel van zichzelf aan anderen geven. Het bestaan laat zich voelen in haar geheel, hun bewustzijn wordt zo ruim als de dimensies van het universum, zij weten dat het ‘heil…zich afspeelt in de communio; er zou dus geen scheiding zijn van welke orde ook tussen ons persoonlijk heil en het heil van de wereld, alle twee zijn zij rechtstreeks verbonden. Ons eigen heil is door  kracht verbonden aan het heil van elk ander menselijk zijn, want ‘onze broeder is ons leven’ (Metropoliet Kallistis Ware). (…)

De brede rotsachtige kloven overbruggen van het modernisme

Een leven dat totaal naar God toe gekeerd is, naar de mens en de natuur: dat is in algemene termen de ontologie van de Kerk gecentreerd op de persoon. Alleen deze opvatting van het leven waar alles in geïntegreerd is, alleen dit model van maatschappij dat gecentreerd is rond de persoon, is in staat om al de risico’s van de moderne wereld uit de weg te gaan, zoals enkele voorbeelden dit zullen verduidelijken.

In de eerste plaats transcendeert een maatschappij gecentreerd op de persoon  alle ostakels die veroorzaakt worden door het nationalisme en het kosmopolitisme, want de waarheid omvat in eenzelfde beweging het nationale en het universele. De liefde voor het vaderland vertegenwoordigt zo een eigen manier om de waarheid te beleven op een gegeven plaats, zoals een verzuchting naar vrijheid en een vruchtbare ontmoeting met het reële. Een patriot is een waakzame dokter, een politieker die de waarheid spreekt. Een patriot is een burger die zijn  belastingen betaalt zonder een zuur gezicht te trekken of een professor die in dienst staat van zijn studenten. Een patriot is hij die mensen gevoelig maakt voor een kritische geest, die ons aanzet om te breken met alles wat ons buiten het rechte pad brengt en er ons van bevrijdt. Eenzelfde houding zal het functioneren  van onze instituties verbeteren, de zelfdiscipline versterken en alle dingen die zo noodzakelijk zijn om de kwaliteit van het leven te verbeteren.

De liefde voor zijn land is niet synoniem met provincialisme, en universeel zijn is niet verzaken aan zijn eigen identiteit. Elke natie, elk volk kan meedoen aan het leerproces van de waarheid, elk op zijn eigen manier, zonder het bewijs te leveren van een bekrompenheid van geest die het  kleinste verschil catalogeert als een vreemd en vijandig element. De persoon ziet ‘elk gelaat van de mens als het gelaat van Christus, en het minste verschil in ras, ethniciteit of cultuur ziet hij als een verrijking voor ons allen, als een veelheid van gaven, als een variatie van mogelijkheden, veeleer dan een motief voor wrok en rivaliteit’ (bisschop Demetrios Trakatellis). Alle natiën  worden opgeroepen om op voet van gelijkheid deel te nemen aan de dingen van de wereld, om de authentieke waarden waarvan zij de dragers zijn  aan te wenden en te ontwikkelen. Het verwijderen van elke vorm van vreemdelingenhaat of overdreven vroomheid, en het in het licht stellen van de solidariteit en het wederzijds respect zijn de fundamentele  trekken van een maatschappij gecentreerd rond de persoon. (…)

Een maatschappij gecentreerd rond de persoon overwint ook de obstakels van het sektarisme en het syncretisme tussen de culturen (…) De verscheidenheid wordt gezien als een basiselement van het leven. Van hieruit gezien is er in een dergelijke maatschappij geen mindere of meerdere meer, ze zijn gewoon anders. Er is geen sektarisme meer en geen mensen die als het ware op een eiland leven, hun doel is om zich open te stellen voor de anderen in een dialoog waar de standpunten op mekaar worden afgesteld en men zich met elkaar verzoend. Gedurende dit proces kan ieder die ongelijk is, die verenigt, die gewoon is of verschillend, samenleven. Eenheid betekent niet dat iedereen gelijk moet zijn; verschillend zijn leidt niet tot isolement. (…).

De profeten van het modernisme worden overtroffen

Een personalistische maatschappij zal niet alleen de familiale hindernissen hierboven beschreven overwinnen, maar zij zal veel verder gaan dan de ideeën van de grote profeten van het modernisme. Vooreerst, zal zij Nietzsche overtreffen met betrekking tot het thema van de volledige bevrijding van de mens, zij openbaart de God van de totale vrijheid. Het beeld van God dat een personalistische gemeenschap projecteert  op de mensen staat diametraal tegenover de twee heersende opvattingen over God die het modernisme naar voor brengt.  Een personalistische maatschappij verwerpt een eerste dwalend beeld, deze van de ijskoude God van  scholastieke filosofie en het rationalisme, zelfvoldaan in haar schoonheid en onverschillig ten overstaan van de mensheid en de geschiedenis. Tegenover deze passieve en eenzame God geeft de Kerk ons een God die zichzelf offert voor de mensheid en die de geschiedenis binnentreedt om haar te omvormen. Op dezelfde manier is de God van de Kerk geen politieagent van de hemel en de aarde, met een streng en nors gezicht, die de minste daden van de mensen nauwlettend gadeslaat, en die met genot wacht om elke inbreuk te straffen. Hiertegenover staat de God van de Kerk die haar mensen liefheeft en hen een boodschap van liefde meedeelt. (…)

Zo handelend overstijgen wij elke spanning en polariteit tussen theorie en praktijk, geloof en kennis, het goddelijke en het menselijke. In dit opzicht is het geloof geen privé-zaak van fanatieke religieuzen die rekenen op een beloning. Het is de hartstocht die de deelgenoot is van het offer, een krachtige levendige act  die gericht is op het verenigen van hemel en aarde, in een totale omvorming van de ganse kosmos. Volgens Nietzsche betekent christen zijn : de hemel liefhebben en de aarde vervloeken. Volgens de christelijke waarheid wordt de aarde echter evenzeer bemint als de hemel.  Zolang de aarde niet hemels zal worden, zullen de kinderen hun ouders doden. Zolang de hemel niets aards zal worden, zullen ouders hun kinderen doden. De liefde voor de aarde moet reiken tot het verst verwijderde punt van de aarde, dat de hemel is. De liefde voor de hemel moet reiken tot aan het verst verwijderde  punt van de hemel, dat de aarde is. Alleen dan zal het mysterie van de aarde de hemel ontmoeten. (…)

De grote uitdaging van de nieuwe eeuw

Ongeveer in het midden van de 20e eeuw, de 6e augustus 1945, is de eerste atoombom gevallen op Hiroshima. De orthodoxe Kerk celebreerde op die dag het feest van de transfiguratie van Christus. Achter deze gebeurtenis zit het eeuwig probleem van de mensheid verborgen : de scheiding en de eenheid, het verstoord evenwicht of de transfiguratie. Als laatste analyse bestaat de essentiële nood van de mensen erin, de zin voor hun leven te vinden, een project dat in staat is om de geschiedenis te leiden tot een punt van volmaaktheid, een doordringen van het eschaton in de geschiedenis, een getuigenis van een god-menselijke spiritualiteit. Dit is de taak waarvoor de Kerk zich moet inzetten. Dit project van een maatschappij zoals ze door de Kerk wordt voorgesteld is een uitdaging voor de menselijke vrijheid. Wij moeten bijgevolg doorheen een overgangsfase : van een status waarin de mens een nummer is,  naar een authentiek bestaan; van het individualisme naar het personalisme; van een toestand waarin de mens onderworpen is aan de informatica naar dit van beschaafde zijnden. Uiteindelijk zullen wij ons in die tussenperiode bevinden die gaat van de noodzaak naar de vrijheid.

 Uit SOP 333 – december 2008

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

 

 

Bezinning van de week : Allen houden Johannes de Doper voor een profeet

H. Beda de Eerbiedwaardige (ca 673-735), monnik, Kerkleraar  
Sermon n°1 ; CCL 122, 2

“Allen houden Johannes voor een profeet”

 

Johannes de doper

 

      Als we ons afvragen waarom Johannes doopte, terwijl zijn doop onze zonden niet kon wegnemen, is de reden daarvoor duidelijk, het is om trouw te zijn aan zijn missie als voorloper, hij moest dopen vòòr de Heer evenals dat hij vòòr Hem geboren is en dat hij vòòr Hem predikte en dat hij vòòr Hem stierf. Tegelijkertijd was het om te verhinderen dat een jaloerse strijd tussen de farizeeërs en de schriftgeleerden grip zou krijgen op de missie van de Heer, in geval dat Hij als eerste de mensen zou dopen. “Waar kwam de doop van Johannes vandaan? Uit de hemel of van de mensen?” Aangezien ze niet zouden durven ontkennen dat het van de hemel kwam, zouden ze gedwongen zijn om te erkennen dat de werken van Degene waarover Johannes predikte, ook vervuld werden met een kracht die uit de hemel kwam.

      Ook als de doop van Johannes de zonden niet kwijtschold, was het toch al met al niet zonder vrucht voor hen die het ontvingen… Het was een teken van geloof en berouw, dat wil zeggen dat ze eraan herinnerd werden dat allen moesten afzien van de zonde, aalmoezen moesten geven, in Christus geloven, en zich haasten naar de doop, op het moment dat Hij verscheen, om daar gewassen te worden opdat hun zonden kwijt gescholden werden. Overigens vertegenwoordigt de woestijn waarin Johannes verbleef, het leven van heiligen die van het plezier van de wereld zijn afgesneden. Of ze nu leven in eenzaamheid of midden in de menigte, ze proberen onophoudelijk hun ziel te onthechten aan de verlangens van de huidige wereld; ze vinden hun vreugde slechts in het verbonden zijn met God in het geheim van hun hart, en hopen slechts op Hem. Naar die eenzaamheid van de ziel, die zo dierbaar is voor God, wenste de profeet te gaan, door de redding van de Heilige Geest, toen hij zei: “Had ik maar vleugels als een duif, dan kon ik wegvliegen en ergens anders wonen” (Ps 55,7).

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

27e zongag na Pinksteren – 13e na de Kruisverheffing

27e zondag na Pinksteren – 13e na de Kruisverheffing

 Zondag van de genealogie van de Heer

genealogie 333 

 

Eerste Lezing : Hebr.11,9-10, 1740

9 Door zijn geloof trok hij naar het land dat hem beloofd was maar hem nog niet toebehoorde. Samen met Isaak en Jakob, mede-erfgenamen van de belofte, woonde hij daar in tenten 10 omdat hij uitzag naar een stad met fundamenten, door God zelf ontworpen en gebouwd.

17 Door zijn geloof kon Abraham, toen hij op de proef werd gesteld, Isaak als offer opdragen. Hij die de beloften had ontvangen, was bereid zijn enige zoon te offeren. 18 Terwijl er tegen hem gezegd was: ‘Alleen door Isaak zul je nageslacht krijgen,’ 19 zei hij bij zichzelf dat het voor God mogelijk moest zijn iemand uit de dood op te wekken, en daarom kreeg hij hem ook terug, bij wijze van voorafbeelding. 20 Door zijn geloof zegende Isaak Jakob en Esau, en hij dacht daarbij aan wat er in de toekomst zou gebeuren. 21 Door zijn geloof kon Jakob op zijn sterfbed de beide zonen van Jozef zegenen; daarna knielde hij neer, steunend op de greep van zijn stok. 22 Door zijn geloof sprak Jozef aan het eind van zijn leven al over de uittocht van het volk van Israël en gaf hij opdracht zijn gebeente dan mee te nemen. 23 Door hun geloof konden Mozes’ ouders hem na zijn geboorte drie maanden verborgen houden. Ze vonden hun kind erg mooi en waren niet bang voor het bevel van de koning. 24 Door zijn geloof weigerde Mozes, toen hij volwassen werd, aangesproken te worden als zoon van een dochter van de farao. 25 Liever werd hij even slecht behandeld als het volk van God dan dat hij vluchtig voordeel had bij de zonde; 26 omdat hij uitzag naar de beloning waardeerde hij de smaad van Christus hoger dan de schatten van Egypte. 27 Door zijn geloof verliet hij Egypte zonder angst voor de woede van de koning; hij volhardde, als zag hij de Onzienlijke. 28 Door zijn geloof liet hij het pesachfeest vieren, en de deurposten met bloed besprenkelen opdat de doodsengel hun eerstgeborenen geen haar zou krenken. 29 Door het geloof kon het volk door de Rode Zee trekken als over droog land; toen de Egyptenaren dat ook probeerden werden ze verzwolgen. 30 Door dat geloof vielen de muren van Jericho toen het volk er zeven dagen lang omheen getrokken was. 31 Door haar geloof ontving de hoer Rachab de verkenners gastvrij in haar huis en is ze niet met de ongehoorzame bewoners van haar stad omgekomen.32 Wat valt hier nog aan toe te voegen? De tijd ontbreekt me om te vertellen over Gideon en Barak, Simson en Jefta, David en Samuel, en over de profeten, 33 die door hun geloof koninkrijken overwonnen, gerechtigheid lieten gelden, en kregen wat hun beloofd was; die leeuwen de muil toeklemden, 34 aan vuur de laaiende kracht ontnamen en ontkwamen aan de houw van het zwaard; die hun zwakheid krachtig overwonnen, in de oorlog machtige helden werden en vijandelijke legers op de vlucht joegen. 35 Vrouwen kregen hun doden terug doordat die uit de dood opstonden. Anderen werden gemarteld tot de dood erop volgde en wilden van geen vrijlating weten, omdat ze uitzagen naar een betere opstanding. 36 Weer anderen kregen te maken met bespotting en geseling, zelfs met arrestatie en gevangenschap. 37 Ze werden gestenigd of doormidden gezaagd, of stierven door een moordend zwaard. Ze zwierven rond in schapenvachten of geitenvellen, berooid, vernederd en mishandeld. 38 Ze doolden door verlaten oorden en berggebieden en verscholen zich in grotten en holen onder de grond. Ze waren voor de wereld te goed. 39 Al deze mensen, die van oudsher om hun geloof geprezen worden, hebben de belofte niet in vervulling zien gaan 40 omdat God voor ons iets beters had voorzien, en hij hen niet zonder ons de volmaaktheid wilde laten bereiken.

Evangelie : Matth. 1,1-25

1 Overzicht van de afstamming van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham.2 Abraham verwekte Isaak, Isaak verwekte Jakob, Jakob verwekte Juda en zijn broers, 3 Juda verwekte Peres en Zerach bij Tamar, Peres verwekte Chesron, Chesron verwekte Aram, 4 Aram verwekte Amminadab, Amminadab verwekte Nachson, Nachson verwekte Salmon, 5 Salmon verwekte Boaz bij Rachab, Boaz verwekte Obed bij Ruth, Obed verwekte Isaï, 6 Isaï verwekte David, de koning.David verwekte Salomo bij de vrouw van Uria, 7 Salomo verwekte Rechabeam, Rechabeam verwekte Abia, Abia verwekte Asaf, 8 Asaf verwekte Josafat, Josafat verwekte Joram, Joram verwekte Uzzia, 9 Uzzia verwekte Jotam, Jotam verwekte Achaz, Achaz verwekte Hizkia, 10 Hizkia verwekte Manasse, Manasse verwekte Amos, Amos verwekte Josia, 11 Josia verwekte Jechonja en zijn broers ten tijde van de Babylonische ballingschap.12 Na de Babylonische ballingschap verwekte Jechonja Sealtiël, Sealtiël verwekte Zerubbabel, 13 Zerubbabel verwekte Abiud, Abiud verwekte Eljakim, Eljakim verwekte Azor, 14 Azor verwekte Sadok, Sadok verwekte Achim, Achim verwekte Eliud, 15 Eliud verwekte Eleazar, Eleazar verwekte Mattan, Mattan verwekte Jakob, 16 Jakob verwekte Jozef, de man van Maria. Bij haar werd Jezus verwekt, die Christus genoemd wordt.17 Van Abraham tot David telt de lijst dus veertien generaties, van David tot de Babylonische ballingschap veertien generaties, en van de Babylonische ballingschap tot Christus veertien generaties.18 De afkomst van Jezus Christus was als volgt. Toen zijn moeder Maria al was uitgehuwelijkt aan Jozef maar nog niet bij hem woonde, bleek ze zwanger te zijn door de heilige Geest. 19 Haar man Jozef, die een rechtschapen mens was, wilde haar niet in opspraak brengen en dacht erover haar in het geheim te verstoten. 20 Toen hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer. De engel zei: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest. 21 Ze zal een zoon baren. Geef hem de naam Jezus, want hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.’ 22 Dit alles is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd: 23 ‘De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuel geven,’ wat in onze taal betekent ‘God met ons’. 24 Jozef werd wakker en deed wat de engel van de Heer hem had opgedragen: hij nam haar bij zich als zijn vrouw, 25 maar hij had geen gemeenschap met haar voordat ze haar zoon gebaard had. En hij gaf hem de naam Jezus

 

 

 

Bezinning van de week : Hij kwam in de wereld om van het Licht te getuigen

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en Kerkleraar
Overwegingen over het evangelie van Johannes, nr 2, §5-7

“Hij kwam om van het Licht te getuigen”

 

Geboorte jezus 888 (325 x 457)

      Hoe is Christus gekomen ? Hij is verschenen als mens. Omdat Hij mens was voor zover dat God in Hem verborgen was, werd een opmerkelijk mens voor Hem uitgestuurd om te laten zien, dat Hij, de Christus, meer dan slechts een mens was… Wie was hij die getuigen moest van het Licht? Een opmerkelijk wezen, die Johannes, een mens met hoge verdienste, van buitengewone genade, van een grote verheffing. Bewonder hem, maar zoals men een berg bewondert: de berg blijft in de duisternis, als het licht deze berg niet omhult: “Die man was het Licht niet”. Neem geen berg als het licht; loop jezelf er niet tegen stuk door te proberen om daar redding te vinden.

      En wat moet men vervolgens bewonderen? De berg, maar als berg. Verhef je tot Degene die de berg verlicht, die gereed is om als eerste de stralen van de zon te ontvangen, om ze vervolgens door te sturen naar jouw ogen… Van onze ogen zegt men ook dat het lichten zijn; en toch als men ’s nachts de lamp niet aandoet, of als de zon niet opkomt gedurende de dag, dan openen onze ogen zich tevergeefs. Johannes zelf was in de duisternis, voordat hij verlicht werd; hij werd pas licht door die verlichting. Als hij de stralen van het Licht niet had ontvangen, zou hij net als de anderen in de duisternis zijn gebleven…

      En waar is het Licht zelf? “Het ware Licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam”? (Joh 1,7). Als Hij elke mens verlicht, verlicht Hij ook Johannes, door wie Hij zich wilde openbaren… Hij kwam voor de gebrekkige inzichten, voor de gewonde harten, voor de zielen met zieke ogen…, van de mensen die niet in staat waren om Hem direct te zien. Hij heeft Johannes met zijn stralen bedekt. Door te verkondigen werd hij zelf verlicht, heeft Johannes Degene die verlicht, Degene die verheldert, Degene die de bron van alles is, laten kennen.

 Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

 

Kerk van Christus Verlosser

Symbool van een religieus reveil

Door GEERD GROOT-KOERKAMP
 

 

Kerk van Christus verlodder

 

Kerk van Christus Verlosser

[WEBLOG MOSKOU] Ergens begin jaren negentig schreef ik voor de krant een stuk over de kathedraal van Christus de Verlosser. De Russische patriarch Aleksej II (r) knoopte betrekkingen aan met leiders zoals Poetin (l). Het enorme witmarmeren gebouw domineerde samen met het Kremlin het pre-revolutionaire Moskou. Veertig jaar lang was eraan gewerkt. De kerk was een monument voor de gevallenen in de oorlog van 1812 tegen Napoleon. Op last van Sovjet-dictator Stalin werd de kerk in 1931 opgeblazen om plaats te maken voor een gigantisch Paleis der Sovjets dat nooit verder is gekomen dan het fundament. Na de oorlog kwam er een openluchtzwembad.

In 1991 viel het doek voor het communisme. De belangstelling voor religie bloeide op na tientallen jaren van anti-religieuze campagnes. Door de communisten gesloten of verwoeste kerken werden met vereende krachten en vaak beperkte middelen weer opgeknapt of geheel nieuw opgebouwd, zoals de kleine Kazan-kathedraal op de hoek van het Rode Plein, die in de jaren dertig had plaatsgemaakt voor een openbaar toilet.

In het parkje vlakbij het openluchtzwembad verrees een kruis, ter herinnering aan de machtige kathedraal die er eens stond en, wie weet, misschien ooit weer zou worden opgebouwd. En elke dag kwam een priester naar dat kruis om er in de open lucht een gebedsdienst te houden. Meestal was hij alleen en werd hij wat meewarig aangekeken door passerende wandelaars. Je moest wel een enorme fantast zijn om te denken dat die kerk hier ooit nog eens zou herrijzen. Maar het wonder geschiedde, in recordtempo, met inzet van zwaar materieel, beton en bovenal veel geld. Vandaag is de Verlosserskathedraal opnieuw een van de belangrijkste heiligdommen van de Russisch-orthodoxe kerk en niet meer weg te denken uit de skyline van Moskou.

Patriarch Aleksi II, aangetreden in 1990, overzag de wederopleving van het orthodoxe geloof in Rusland en de herrijzenis van deze en talloze andere kerken en kloosters. In de herbouwde Verlosserskerk leidde hij de nachtdiensten met Pasen en Kerstmis, steevast in aanwezigheid van de Russische leiders met wie hij nauwe banden onderhield. Op 5 december overleed Aleksi en meer dan 100 duizend mensen maakten gedurende enkele dagen en nachten de gang naar de Verlosserskerk om daar afscheid van hem te nemen.

Als ik op een van die avonden langs de rij loop is hij meer dan een kilometer lang. Om de kerk binnen te komen moet je soms zeven tot acht uur in de rij staan. ,,We zijn hier om twee uur vanmiddag gekomen en nu is het bijna negen uur,” zegt Inna, nog altijd verrassend monter. ,,De patriarch is overleden, we móeten natuurlijk afscheid van hem nemen en hem bedanken voor alles wat hij heeft gedaan.” In de rij zijn veel jongeren en ook mensen met kinderen. Een kreupele man hoeft niet te staan en mocht van de politie de hele rij passeren op zijn krukken.

Binnen is het niet minder druk. Behalve de stroom gelovigen die langs de baar trekt zijn er honderden priesters, monniken en religieuzen. Vertegenwoordigers van andere orthodoxe kerken en de katholieke kerk nemen actief deel aan de herdenkingsdienst. Herhaaldelijk klinkt de gezongen bede om rust voor de ziel van de patriarch en de hele kerk zingt aan het slot uit volle borst mee met het ‘Vetsjnaja pamjat’ – de eeuwige herinnering.

Aleksi II was een populaire patriarch. ,,Zo’n patriarch hebben we denk ik nog nooit gehad,” zegt Irina, die te jong is om zich de vorige patriarch Pimen te herinneren, laat staan diens voorganger Aleksi I. Voor haar was Aleksi II haar hele bewuste leven lang de kerkvader, de man die symbool stond voor het reveil van de Russisch-orthodoxe kerk. Net als de Verlosserskathedraal, vanwaar hij op 9 december is overgebracht naar zijn laatste rustplaats.

Uit : AD De wereld

De parochie

                                                               

 

kerkje tekening 54

             

 

 

                               DE PAROCHIE                        

 

                                                               

De Parochie is de oudste institutie van de Kerk. Zij heeft beproevingen doorstaan en weerstand geboden voor het welzijn van de christenen, gedurende gans haar bestaansgeschiedenis. De parochie is geen ‘deeltje’ van de Kerk. Zij IS de kerk. Want  niets ontbreekt aan de parochie opdat zij een Kerk zou zijn. De parochie is onze kerkelijke gemeenschap in een bepaald gebied.  Overal waar het volk van God, het priesterschap en het heilig Altaar is, daar is de Kerk. Welnu, de Kerk bevat deze drie elementen : het zijn de christenen met hun priester, die in naam van de bisschop de Goddelijke Liturgie celebreren.  Onze parochie is onze Kerk. Ieder christen, als lid van zijn parochie, behoort toe aan de Kerk. Iedereen in zijn parochie is verenigd met de Kerk en blijft ermee in contact. Het in zijn eigen kerk dat elke gelovige is gedoopt. In het doopregister van die kerk is zijn naam ingeschreven, op dezelfde wijze als hij ingeschreven is in de registers van zijn geboorteplaats, om zijn rechten als burger te kunnen uitoefenen.  Door zijn doopsel ontvangt de gedoopte ook nog een ander burgerschap : dit van het koninkrijk der hemelen. In diezelfde parochieregisters zal men ook de namen schrijven van alle kinderen die later zullen geboren worden, de dag van hu doopsel, het huwelijk en hun begrafenis. Dit inschrijven in de registers van de parochie is een heilige daad, want de registers zijn in zekere zin kopieën van de boeken van God zelf. Iedereen kan zo de band herkennen die zijn parochie verbindt met de Kerk waaruit ze is ontstaan. Wij zijn allen broeders, want wij hebben een nieuwe geboorte gekend door het doopsel dat wij ontvingen uit dezelfde doopvont . Wij zijn allen één lichaam, want wij ontvangen allen dezelfde communie aan dezelfde kelk die ons verenigt met Christus en met elkaar. Wij zijn allen parochianen van een kleine gemeenschap van christenen in de schoot van een grotere gemeenschap, die de Kerk is. Juist daarom moet men niet breken met de parochie om welke reden dan ook. Vooreerst, wat betreft  onze kerkelijke praktijk : de kerk is ons sacraal verblijf, het is de cultusplaats in de parochie. Het is waar, dat de cultus die er gecelebreerd wordt er is voor alle christenen, maar vooral wordt ze gecelebreerd voor allen die deel uitmaken van deze parochie (zoals wij het in de loop van onze diensten zeggen) : de voorgangers, het koor, zij die bidden en zij die dienen. Voor hen die goed doen en de weldoeners van de parochie waarin ze dagelijks leven. Het is een zeer slechte gewoonte, en zelfs een zonde om zijn parochie om verschillende redenen te verlaten en om de Goddelijke Liturgie ergens anders te gaan meevieren. Dit geldt ook voor het doopsel, het huwelijk, de collieven enz… Buiten het feit, dat dit kan gezien worden als een soort misprijzen ten overstaan van de heilige waaraan de kerk is toegewijd, en die de beschermer en behoeder is van de ganse parochiale infrastructuur. Het is ook een tekort aan  medevoelen en zelfs van een zekere onverschilligheid voor alles wat er in de parochie wordt gedaan en leeft. Wij moeten aandacht hebben voor de noden van de parochie. Niet alleen alles in de steek laten en elders gaan, maar we moeten  haar ook datgene schenken wat in onze mogelijkheden ligt voor haar voorspoed en dus voor het welzijn van allen. De parochie is onze eigen tuin, en men laat zijn eigen tuin niet in de steek om ergens anders de bloemen te gaan besproeien !. Men zegt terecht dat wij de parochie kunnen definiëren als de kleine cel van de grote Kerk. Indien wij in de Kerk geloven, indien wij haar welzijn voor ogen hebben, dan moeten wij beginnen met al onze aandacht te richten op onze eigen parochie.

Uit Exapla – Uitg. Tertios – Katerini – Griekenland

Vertaling : Kris Biesbroeck

          

Bezinning : Johannes nodigt ons uit tot het heil

Clemens van Alexandrië (150 – ca. 215), theoloog
Protreptiek H.1

Johannes nodigt ons uit tot het heil

      Is het niet vreemd, vrienden, dat God ons altijd aanspoort tot de deugd, en dat wij ons aan deze redding, die ons heil zal brengen, onttrekken? Nodigt Johannes ons niet uit tot het heil, is hij niet een stem die ons aanspoort? Laten we hem dus vragen: “Wie bent u en waar komt u vandaan?”. Hij zal zeggen dat hij Elia niet is en zal ontkennen dat hij de Christus is, maar hij zal toegeven dat hij een stem is die roept in de woestijn (Joh 1,20v). Wie is Johannes dan? Als u het me toestaat zal ik een beeld gebruiken: een stem van het Woord van God die ons aanspoort, door in de woestijn te roepen: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden” (Mc 1,3). Johannes is een voorloper en zijn stem is de voorloper van het Woord van God, een stem die ons aanmoedigt en het heil voorbereidt, een stem die ons aanspoort om de erfenis van de hemel te zoeken.

      Dankzij die stem zal “de onvruchtbare en eenzame vrouw nooit meer zonder kinderen zijn” (Jes 54,1). Deze zwangerschap werd verkondigd door de stem van de engel; die stem was, evenals Johannes in de eenzaamheid van de woestijn, ook een voorloper van de Heer; deze stem van de engel bracht het goede nieuws aan de vrouw die niet gebaard had (Lc 1,19). Door deze stem van het Woord baart de onvruchtbare vrouw in vreugde en draagt de woestijn vruchten. Deze twee stemmen van de voorlopers van de Heer, van de engel en van Johannes, vertellen me het verborgen heil in hen, zodat na de verschijning van het Woord, wij de vrucht van vruchtbaarheid plukken: het eeuwig leven.

 

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

 

 

 

Overweging : De wil van de Vader..is dat géén van deze kleinen verloren gaat

H. Silouan (1866-1938), orthodox monnik
Geschriften

 silouan de athoniet58741
  Heilige Silouan de Athoniet“De wil van uw Vader… is dat géén van deze kleinen verloren gaat.”

      Als de mensen wisten wat de liefde van de Heer is, zouden ze massaal naar Christus stromen en zou Hij hen allen verwarmen met Zijn genade. Zijn barmhartigheid is onuitsprekelijk. De ziel vergeet de aarde door de liefde van God. De Heer heeft de berouwvolle zondaar zeer lief en liefhebbend drukt Hij hem tegen zijn borst: “Waar was je, Mijn kind? Ik wacht al lang op je” (Lc 15,20). De Heer roept alle mensen tot Zich door de stem van het Evangelie en zijn stem weerklinkt over de gehele aarde.

      “Komt tot Mij, gij alleen die belast zijt en Ik zal u rust geven. Komt en drinkt van het levendmakende water (naar Mt 11,28)  Komt en verneemt dat Ik u liefheb (Joh 7,37). Als Ik u niet liefhad, zou Ik u niet roepen. Ik kan het niet verdragen dat er ook maar één van mijn schapen verloren zou gaan. Zelfs voor één enkel schaap gaat de Herder naar de bergen en zoekt het overal. Komt tot Mij, Mijn schapen. Ik heb u geschapen en Ik heb u lief. Mijn liefde voor u heeft Mij naar de aarde gebracht en Ik heb alles geduld omwille van uw verlossing. Ik wil dat u Mijn liefde leert kennen en dat u evenals de apostelen op de berg Thabor zult zeggen: “Heer, het is goed voor ons om met U te zijn” (Mc 7,5)…

      U hebt de zielen van de heiligen tot U aangetrokken, Heer, en zij stromen naar U als stille rivieren. De geest van de heiligen heeft zich vastgehecht aan U, Heer, en hij strekt zich uit naar U, ons Licht en onze vreugde. De harten van uw heiligen zijn bevestigd in Uw liefde, Heer, en zij kunnen U geen ogenblik vergeten, zelfs niet in hun slaap, want de genade van de Heilige Geest is zoet.

(vert. Zr. Elisabeth Koning, uitgeverij Axios)

 

 

Kinderen en Jezus

 

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

 

Efraïm de syriër : Ontvangen zonder erfzonde………..bezinning van de week

H. Ephraïm (ca 306-373), diaken in Syrië, Kerkleraar  

efraim de Syrier28

 

HYMNE TOT DE MOEDER GODS

moeder Gods van het teken 13

Zoon van God, geef mij uw wonderbaarlijke Gave, opdat ik de geweldige schoonheid van uw geliefde moeder vieren zal. De Maagd heeft haar Zoon gebaard door haar maagdelijkheid te bewaren, zij heeft Hem, die de naties voedt, gezoogd. In haar ongeschonden schoot heeft ze Degene gedragen die het universum in zijn hand draagt. Ze is Maagd en zij is moeder, wat is ze niet vanaf die tijd? Ze is heilig van lichaam, mooi van ziel, puur van geest, oprecht van inzicht, volmaakt van gevoel, kuis en trouw, zuiver van hart en vervuld met elke deugd.

      Dat alle maagdelijke harten zich verheugen over Maria, aangezien uit haar Degene geboren is, die de mensheid uit hun verschrikkelijke slavernij heeft verlost. Dat de oude Adam die gewond werd door de slang, zich over Maria verheugt. Maria heeft aan Adam nageslacht gegeven die hem de gelegenheid geeft om de vervloekte slang te vertrappen en die hem geneest van zijn dodelijke wond (Gn 3,15). Dat de priesters zich verheugen over de gezegende Maagd; zij heeft de Hogepriester op de wereld gezet, die zichzelf tot slachtoffer heeft gemaakt, en een einde heeft gemaakt aan de slachtoffers van het oude verbond… Dat alle profeten zich over Maria verheugen, omdat in haar alle profetieën vervuld zijn, al hun profetieën zich hebben gerealiseerd en hun voorspellingen zijn uitgekomen. Dat alle patriarchen zich verheugen over Maria, want zij heeft de zegen ontvangen die hen beloofd was. Zij heeft hen door haar Zoon volmaakt gemaakt…

      Maria is de nieuwe levensboom die, in plaats van de bittere vrucht die Eva plukte, een zeer zoete vrucht aan de mensen geeft, waarmee de gehele wereld zich voedt.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

 

Akathist tot de moeder Gods in het Frans

Acathiste à la Mère de Dieu

 

Un « acathiste » est une hymne que l’on écoute debout. L’Acathiste à la Mère de Dieu, le premier et le plus connu des acathistes, est typiquement célébré aux matines du samedi de la cinquième semaine du grand Carême. Chez les Grecs, les stances de l’acathiste sont distribuées sur les quatre premiers vendredis de Carême. L’acathiste doit son origine au siège de Constantinople en 626, lorsque le patriarche Serge, en l’absence de l’empereur Héraclius, organisa la défense de la cité et consacra la ville à la Mère De Dieu. Le contexte historique est présenté en plus de détail à la page Fêtes et icônes de la Mère de Dieu.

Un ange, parmi ceux qui se tiennent devant la Gloire du Seigneur, fut envoyé dire à la Mère de Dieu : ” Réjouis-toi ! Il incline les cieux et descend, Celui qui vient demeurer en toi dans toute sa plénitude. Je le vois dans ton sein prendre chair à ma salutation ! ” Avec allégresse, l’ange l’acclame :

Réjouis-toi en qui resplendit la joie du Salut
Réjouis-toi en qui s’éteint la sombre malédiction
Réjouis-toi en qui Adam est relevé de sa chute
Réjouis-toi en qui Ève est libérée de ses larmes

Réjouis-toi Montagne dont la hauteur
dépasse la pensée des hommes
Réjouis-toi Abîme à la profondeur insondable même aux anges
Réjouis-toi tu deviens le Trône du Roi
Réjouis-toi tu portes en ton sein Celui qui porte tout

Réjouis-toi Étoile qui annonce le Lever du Soleil
Réjouis-toi tu accueilles en ta chair ton enfant et ton Dieu
Réjouis-toi tu es la première de la Création Nouvelle
Réjouis-toi en toi nous adorons l’Artisan de l’univers

Réjouis-toi Épouse inépousée !

La Toute-Sainte répondit à l’ange Gabriel avec confiance : ” Voilà une parole inattendue, qui paraît incompréhensible à mon âme, car tu m’annonces que je vais enfanter, moi qui suis vierge. ”

Alléluia, alléluia, alléluia !

Pour comprendre ce mystère qui dépasse toute connaissance, la Vierge dit au Serviteur de Dieu : ” Comment, dis-moi, me sera-t-il passible de donner naissance à un fils alors que je ne connais pas d’homme ? ” Plein de respect, l’ange l’acclame :

Réjouis-toi tu nous ouvres au secret du Dessein de Dieu
Réjouis-toi tu nous mènes à la confiance dans le silence
Réjouis-toi tu es la première des merveilles du Christ Sauveur
Réjouis-toi tu récapitules la richesse de sa Parole

Réjouis-toi Échelle en qui Dieu descend sur la terre
Réjouis-toi Pont qui unit la terre au ciel
Réjouis-toi Merveille inépuisable pour les anges
Réjouis-roi Blessure inguérissable pour l’adversaire

Réjouis-roi ineffable Mère de la Lumière
Réjouis-toi tu as gardé en ton coeur le Mystère
Réjouis-toi en qui est dépassé le savoir des savants
Réjouis-toi en qui est illuminée la foi des croyants

Réjouis-toi Épouse inépousée !

La puissance du Très-Haut reposa sur l’Inépousée et comme un jardin au beau fruit, elle porta le Salut pour tous ceux qui désirent le cueillir.

Alléluia, alléluia, alléluia !

Portant le Seigneur dans son sein, Marie partit en hâte chez Élisabeth. Lorsqu’il reconnut la salutation de Marie, l’enfant se réjouit aussitôt, bondissant d’allégresse comme pour chanter à la Mère de Dieu :

Réjouis-toi Jeune pousse au Bourgeon immortel
Réjouis-toi Jardin au Fruit qui donne Vie
Réjouis-toi en qui a germé le Seigneur notre Ami
Réjouis-toi tu as conçu le Semeur de notre vie

Réjouis-toi Champ où germe la Miséricorde en abondance
Réjouis-toi Table qui offre la Réconciliation en plénitude
Réjouis-toi tu prépares l’Espérance du Peuple en marche
Réjouis-toi tu fais jaillir la Nourriture d’Éternité

Réjouis-roi Parfum d’une offrande qui plaît à Dieu
Réjouis-toi en qui tout l’univers est réconcilié
Réjouis-toi Lieu de la bienveillance de Dieu pour les pécheurs
Réjouis-toi notre assurance auprès de Dieu

Réjouis-toi Épouse inépousée !

Joseph le Sage se troubla, secoué par une tempête de pensées contradictoires. Il te vit inépousée et te soupçonna d’un amour caché, toi l’Irréprochable. Mais, apprenant que ce qui avait été engendré en toi venait de l’Esprit-Saint, il s’écria :

Alléluia, alléluia, alléluia !

Quand les bergers entendirent les anges chanter la venue du Christ en notre chair, ils ont couru contempler leur Pasteur reposant sur le sein de Marie en Agneau Immaculé. Ils exultèrent en chantant :

Réjouis-toi Mère de l’Agneau et du Pasteur
Réjouis-toi Maison des brebis rassemblées
Réjouis-toi Protection contre le loup qui disperse
Réjouis-toi en ta chair s’ouvre la Porte qui conduit au Père

Réjouis-toi en qui les cieux se réjouissent avec la terre
Réjouis-toi en qui la terre exulte avec les cieux
Réjouis-toi tu donnes l’assurance à la parole des Apôtres
Réjouis-toi tu donnes la force au témoignage des Martyrs

Réjouis-toi inébranlable soutien de notre foi
Réjouis-toi tu sais la splendeur de la grâce
Réjouis-toi en qui l’Enfer est dépouillé
Réjouis-toi en qui nous sommes revêtus de gloire

Réjouis-toi Épouse inépousée !

Les Mages ont vu l’astre qui conduit à Dieu. Marchant à sa clarté comme on saisit un flambeau, ils ont trouvé la Lumière véritable. Tout proches de Celui que personne n’a jamais vu, ils acclament sa Mère :

Alléluia, alléluia, alléluia !

Ceux qui savent lire les signes des astres ont reconnu dans les bras de la Vierge le Créateur des hommes ; dans les traits de Celui qui a pris condition d’esclave ils ont adoré leur Maître. Avec empressement ils l’honorèrent de leurs présents en chantant à la Toute-Bénie :

Réjouis-toi Mère de l’Astre sans déclin
Réjouis-toi Reflet de la clarté de Dieu
Réjouis-toi en qui s’éteint la brûlure du mensonge
Réjouis-toi en qui s’illumine pour nous la Trinité d’Amour

Réjouis-toi en qui l’inhumaine puissance est défaite
Réjouis-toi tu nous montres le Christ Seigneur Ami des hommes
Réjouis-toi en qui les idoles païennes sont renversées
Réjouis-toi tu nous donnes d’être libérés des oeuvres mauvaises

Réjouis-toi en qui s’éteint l’idolâtrie du feu païen
Réjouis-toi en qui nous sommes affranchis du feu des passions
Réjouis-toi tu conduis les croyants vers le Christ Sagesse
Réjouis-toi Allégresse de toutes les générations

Réjouis-toi Épouse inépousée !

Les Mages s’en retournèrent à Babylone en témoins, porteurs de Dieu. Là ils annoncèrent la Bonne Nouvelle et accomplirent les Écritures en te proclamant devant tous comme Messie. Hérode resta seul, livré à sa sottise, incapable d’entrer dans la louange :

Alléluia, alléluia, alléluia !

Ô Sauveur, tu as porté en Égypte l’éclat de la vérité et tu en as chassé les ténèbres du mensonge. Les idoles du pays de l’esclavage se sont placées sous ta puissance et ceux que tu as ainsi délivrés du péché se tournent vers la Mère de Dieu pour lui chanter :

Réjouis-toi en qui l’homme est relevé
Réjouis-toi en qui les démons sont défaits
Réjouis-toi tu foules au pied le maître du mensonge
Réjouis-toi tu démasques le piège des idoles

Réjouis-toi Mer où trouve sa perte 1e Pharaon
qui se tient dans l’esclavage du péché
Réjouis-toi Rocher d’où jaillit la Source
qui abreuve les assoiffés
Réjouis-toi Colonne du Feu
qui illumine notre marche dans la nuit
Réjouis-toi Manteau aussi vaste
que 1a Nuée pour ceux qui sont sans recours

Réjouis-toi tu portes le vrai Pain du ciel
qui remplace la manne
Réjouis-toi Servante du Festin
où nous avons part aux réalités du ciel
Réjouis-toi Belle terre de la foi où s’accomplit la Promesse
Réjouis-toi Pays ruisselant de lait et de miel

Réjouis-toi Épouse inépousée !

Lorsque Siméon fut au seuil de la mort, Seigneur, tu lui fus présenté comme un enfant mais il reconnut en toi la perfection de la Divinité. Plein d’admiration pour ton Être qui n’a pas de fin, il chanta :

Alléluia, alléluia, alléluia !

Le Créateur a fait une Oeuvre Nouvelle lorsqu’il se rendit visible à nos yeux. Il a pris chair dans le sein d’une vierge en la gardant dans son intégrité, pour qu’à la vue de cette merveille nous chantions :

Réjouis-toi Fleur de l’Être inaltérable de Dieu
Réjouis-toi Couronne de son amour virginal
Réjouis-toi Figure qui resplendit
de la Résurrection du Seigneur
Réjouis-toi tu partages avec les anges la clarté du Royaume

Réjouis-toi Arbre dont le Fruit splendide nourrit les croyants
Réjouis-toi Feuillage dont l’ombre procure
la fraîcheur aux multitudes
Réjouis-toi tu enfantes la rançon des captifs
Réjouis-toi tu portes dans ta chair le Guide des égarés

Réjouis-toi notre Avocate auprès du Juge juste et bon
Réjouis-roi en qui arrive le pardon pour la multitude
Réjouis-toi Tunique d’espérance pour ceux qui sont nus
Réjouis-toi Amour plus fort que tout désir

Réjouis-toi Épouse inépousée !

Quand nous contemplons cet enfantement inhabituel nous devenons étrangers à notre monde habituel et notre esprit se tourne vers les réalités d’en haut. Car le Très-Haut s’est révélé aux hommes dans l’abaissement pour élever ceux qui croient en lui.

Alléluia, alléluia, alléluia !

Le Verbe que rien ne contient a pris chair dans notre condition humaine sans cesser d’être Dieu. En venant habiter le monde d’en-bas, il n’a pas quitté pour autant les réalités d’en-haut, mais il est descendu tout entier dans le sein d’une Vierge qu’il a habitée de sa divinité :

Réjouis-toi Temple du Dieu de toute immensité
Réjouis-toi Porche du Mystère enfoui depuis les siècles
Réjouis-toi incroyable nouvelle pour les incroyants
Réjouis-toi Bonne Nouvelle pour les croyants

Réjouis-toi Vaisseau choisi où vient à nous
Celui qui surpasse les Chérubins
Réjouis-toi Demeure très sainte de Celui
qui siège au-dessus des Séraphins
Réjouis-toi en qui les contraires sont conduits vers l’Unité
Réjouis-toi en qui se joignent la virginité et la maternité

Réjouis-toi en qui la transgression reçoit le pardon
Réjouis-toi en qui le Paradis s’ouvre à nouveau
Réjouis-toi Clef du Royaume du Christ
Réjouis-toi Espérance des biens éternels

Réjouis-toi Épouse inépousée !

Tous les anges du ciel ont été frappés de stupeur devant la prodigieuse oeuvre de ton Incarnation, Seigneur, car toi le Dieu que nul n’a jamais vu, tu t’es rendu visible à tous et tu as demeuré parmi nous. Tous nous t’acclamons :

Alléluia, alléluia, alléluia !

Devant toi, ô Mère de Dieu, les orateurs bavards sont muets comme des poissons, incapables de dire comment tu as pu enfanter et demeurer vierge. Remplis d’étonnement, nous contemplons en toi le Mystère de la Foi :

Réjouis-toi Trône de la sagesse éternelle
Réjouis-toi Écrin du dessein bienveillant de Dieu
Réjouis-toi tu conduis les philosophes
aux limites de leur sagesse
Réjouis-toi tu mènes les savants aux frontières du raisonnement

Réjouis-toi devant qui les esprits subtils deviennent hésitants
Réjouis-toi devant qui les littérateurs perdent leurs mots
Réjouis-toi devant qui se défont
les raisonnements les plus serrés
Réjouis-toi car tu montres Celui
dont la Parole agit avec puissance

Réjouis-toi en qui nous sommes tirés de l’abîme de l’ignorance
Réjouis-toi en qui nous accédons à la plénitude
du Mystère de Dieu
Réjouis-toi Planche de salut pour ceux
qui aspirent à la pleine vie
Réjouis-toi Havre de paix pour ceux
qui se débattent dans les remous de leur vie

Réjouis-toi Épouse inépousée !

Dans sa volonté de sauver toute sa création, le Créateur de l’univers a choisi d’y venir lui-même. Pour refaire en nous son image à sa ressemblance divine, il est devenu l’Agneau, lui notre Dieu et notre Pasteur.

Alléluia, alléluia, alléluia !

En toi Vierge Marie, Mère de Dieu, trouvent refuge ceux qui ont fait choix de virginité et qui se tournent vers toi. Car le Créateur du ciel et de la terre t’a façonnée, ô Immaculée, en venant demeurer dans ton sein. Tous, il nous apprend à t’acclamer :

Réjouis-toi Mémorial de 1a virginité
Réjouis-toi Porte du Salut
Réjouis-toi premier fruit du Royaume Nouveau
Réjouis-toi en qui resplendit la merveille du don gratuit

Réjouis-toi en qui sont régénérés les esprits accablés
Réjouis-toi en qui sont fortifiés ceux que leur passé a blessé
Réjouis-toi car tu enfantes Celui qui nous délivre du Séducteur
Réjouis-toi car tu nous donnes la Source de la chasteté

Réjouis-toi Chambre nuptiale où Dieu épouse notre humanité
Réjouis-toi tu confies au Dieu d’amour
ceux qui se donnent à lui
Réjouis-toi Nourriture du Seigneur pour ceux
qui ont pris le chemin de virginité
Réjouis-toi tu conduis les croyants à l’intimité avec l’Époux

Réjouis-toi Épouse inépousée !

Toutes nos hymnes de louange sont impuissantes à chanter, Seigneur, la profusion de ta miséricorde infinie. Seraient-elles aussi nombreuses que le sable de la mer, jamais elles ne parviendraient à égaler la richesse du don que tu nous as fait.

Alléluia, alléluia,, alléluia !

Nous contemplons dans la Vierge sainte le flambeau qui a porté la Lumière dans les ténèbres. Embrasée par la flamme du Verbe de Dieu qu’elle accueille dans sa chair, elle conduit tout homme à la connaissance de Dieu, illuminant l’intelligence de sa Splendeur. Joyeusement nous l’acclamons :

Réjouis-toi Aurore du Soleil levant
Réjouis-toi Flambeau qui porte la Lumière véritable
Réjouis-toi Éclat de Celui qui illumine notre coeur
Réjouis-toi devant toi l’Ennemi est frappé de terreur

Réjouis-toi Porte de la Lumière étincelante
Réjouis-toi Source d’une Eau jaillissant en Vie éternelle
Réjouis-toi Image vivante de la piscine du baptême
Réjouis-toi en qui nous sommes lavés de la souillure du péché

Réjouis-toi Bassin où nous est donné un esprit renouvelé
Réjouis-toi Coupe où nous puisons la Joie
Réjouis-toi en qui nous respirons le parfum du Christ
Réjouis-toi Source intarissable d’allégresse

Réjouis-toi Épouse inépousée !

Il a voulu faire grâce des anciennes dettes à tous les hommes. De lui-même il est venu habiter chez les siens, parmi ceux qui vivaient loin de sa Grâce et déchirant leurs billets de créance, il entendit de toutes les bouches sortir cette acclamation :

Alléluia, alléluia, alléluia !

Nos voulons, ô Mère de Dieu, chanter ton enfantement, te louer comme le Temple vivant que le Seigneur a sanctifié et glorifié en demeurant dans ton sein, lui qui tient tout dans sa Main :

Réjouis-toi Tabernacle du Dieu vivant
Réjouis-toi Sanctuaire qui contient le Seul Saint
Réjouis-toi Arche de la Nouvelle Alliance dorée par l’Esprit
Réjouis-toi Trésor inépuisable de la Vie

Réjouis-toi Diadème de grand prix pour les gouvernants
Réjouis-toi Gloire vénérable des prêtres de Dieu
Réjouis-toi Solide Tour qui garde l’Église
Réjouis-toi Rempart inébranlable de la Cité

Réjouis-toi en qui surgit le Trophée de notre victoire
Réjouis-toi en qui sonne la déroute de notre Ennemi
Réjouis-toi Guérison de mon corps
Réjouis-toi Salut de mon âme

Réjouis-toi Épouse inépousée !

Ô Mère bénie entre toutes, toi qui as enfanté le Verbe de Dieu, le Seul Saint, reçois l’offrande de notre prière. Garde-nous de tout malheur et de toute menace, nous qui te chantons d’un même coeur :

Alléluia, alléluia, alléluia !

25e zondag na Pinksteren – 11e na de Kruisverheffing

25e zondag na Pinksteren – 11e na de Kruisverheffing

 

“Van de genezing op de Sabbath”

 genezing op de Sabbath

Eerste Lezing Efesiërs : 4,1-6

 

Christus als fundament

Ik, die gevangenzit omwille van de Heer, vraag u dan ook dringend de weg te gaan die past bij de roeping die u hebt ontvangen: wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde. Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft: één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping, één Heer, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is.

Aan ieder van ons is genade geschonken naar de maat waarmee Christus geeft. Daarom staat er: ‘Toen hij opsteeg naar omhoog, voerde hij gevangenen mee en schonk hij gaven aan de mensen.’ ‘Hij steeg op’ – wat betekent dat anders dan dat hij ook is afgedaald naar wat lager ligt, naar de aarde? 10 Hij die is afgedaald is dezelfde als hij die opsteeg, tot boven de hemelsferen, om alles met zijn aanwezigheid te vullen. 11 En hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren, 12 om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd, 13 totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus. 14 Dan zijn we geen onmondige kinderen meer die stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen. 15 Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus. 16 Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde.

 

EVANGELIE :  Lucas 13, 10-17

 Genezing op sabbat

13.10 Hij gaf op sabbat onderricht in een synagoge. 11 Er was daar ook een vrouw die al achttien jaar bezeten was door een geest die haar ziek maakte. Ze was helemaal krom en kon met geen mogelijkheid rechtop staan. 12 Toen Jezus haar zag, riep hij haar bij zich en zei tegen haar: ‘U bent verlost van uw ziekte,’ 13 en hij legde haar de handen op. Meteen ging ze rechtop staan en loofde God. 14 Maar de leider van de synagoge werd boos omdat Jezus op sabbat genas en zei tegen de menigte: ‘Er zijn zes dagen om te werken. Kom dus op die dagen om u te laten genezen en niet als het sabbat is!’ 15 Maar de Heer zei: ‘Huichelaars! Maakt niet ieder van jullie op sabbat zijn os of ezel los van de voederbak om hem te laten drinken? 16 Mocht deze vrouw, die een dochter is van Abraham en al achttien jaar door Satan geboeid werd gehouden, mocht zij op sabbat niet uit deze boeien worden losgemaakt?’ 17 Toen hij dat zei, stonden al zijn tegenstanders beschaamd, maar de hele menigte was verheugd over de machtige daden die door hem werden verricht.

 

Patriarch Alexij II van Rusland overleden

Patriarch Alexij II van Moskou

Overleden

Verslagenheid om overlijden patriarch Alexij II

Hilversum (Van onze redactie) 5 december 2008 – Wereldwijd is met verslagenheid gereageerd op het overlijden van de Russisch-orthodoxe patriarch Alexij II. Waaraan de 79-jarige kerkleider is overleden is nog niet bekend, maar hij had al geruime tijd last van een hartaandoening.

Inzet voor oecumene
Paus Benedictus XVI heeft een condoleanceboodschap gestuurd aan de Russisch-orthodoxe Kerk. De paus zegt “diep bedroefd” te zijn door het plotselinge overlijden van de patriarch. Het Vaticaan prijst Alexij om zijn inzet voor nauwere banden met Rome. “Wij hebben nooit getwijfeld aan zijn toewijding aan het verbeteren van de relaties met de katholieke Kerk, ondanks de moeilijkheden en spanningen die zich van tijd tot tijd voordeden”, aldus kardinaal Walter Kasper, de president van de Pauselijke Raad voor de Promotie van de Eenheid der Christenen.

‘Gemis voor Rusland’
“Het overlijden van Aleksij is een gemis voor Rusland”, zegt René van der Linden, namens het CDA lid van de Eerste Kamer. In 2007 sprak de patriarch op uitnodiging van Van der Linden de Raad van Europa in Straatsburg toe. “Dat was de eerste keer dat hij buiten Rusland een parlement toesprak. Het was een historisch moment dat grote impact had in Rusland.” De senator ontmoette de patriarch ‘een stuk of zes keer’. “Ik kende Aleksij persoonlijk als iemand die openstond voor samenwerking en dialoog met West-Europa. Ik heb hem altijd zeer gerespecteerd.”

 Patriarch Alexij

Aleksij II en René van der Linden na de toespraak van de patriarch tot de Raad van Europa (foto: Raad van Europa/Michel Christen).

‘Groot verlies’
De Russische premier Vladimir Poetin noemde het overlijden van de kerkvader een “groot verlies voor de natie”. De Russische president Dmitri Medvedev heeft onmiddellijk zijn reis naar Italië afgezegd. Hij keert vervroegd terug uit de Indiase stad New Delhi, waar hij momenteel op bezoek is.

Richt u dan op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing is nabij

Heilige  Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en Kerkleraar

Overwegingen over de psalmen, Ps. 96

“Richt u dan op, en heft uw hoofden omhoog; want uw verlossing is nabij.”

+
      

augustinus01k

“Laten alle bomen jubelen voor de Heer, want Hij is in aantocht, in aantocht is Hij als rechter van de aarde” (Ps 96,12-13). De Heer is voor de eerste keer gekomen en Hij komt terug. Hij is een eerste keer “op de wolken” (Mt 26,64) in zijn Kerk gekomen. Wat zijn die wolken die Hem dragen? De apostelen, de predikers… Hij is voor de eerste keer gekomen, gedragen door de predikers, en Hij heeft de gehele aarde vervuld. Laten we niet aarzelen bij zijn eerste komst, om zijn tweede komst niet te duchten.

      Wat moet een christen dus doen? Van deze wereld profiteren, maar deze wereld niet dienen. Waar bestaat dat uit? “Bezit alsof u niet bezit”. Zo zegt de apostel Paulus het: “Broeders en zusters: de tijd is kort. Laten daarom… zij die huilen, zijn alsof zij niet huilden; zij die zich verheugen, alsof zij niet verheugd waren; zij die kopen, alsof zij geen eigenaar werden. Zij die met het aardse omgaan, moeten er niet in opgaan, want de wereld die wij zien, gaat voorbij. Ik zou willen dat u zonder zorgen was” (1Kor 7,29-32). Degene die vrij is van elke zorg wacht met zekerheid op de komst van zijn Heer. Want bemint men de Heer als men zijn komst met schrik tegemoet ziet? Broeders en zusters, schamen we ons daar niet voor? We houden van Hem en we vrezen zijn komst? Laten we Hem werkelijk liefhebben, of houden we meer van onze zonden? Laten we dus onze zonden haten, en laten we Hij die komen moet liefhebben…

        “Laten alle bomen jubelen bij het zien van de Heer”, want Hij is een eerste keer gekomen… Hij is voor de eerste keer gekomen, en Hij komt terug om de aarde te oordelen; laat Hij dan degenen die de eerste keer in zijn komst geloofden, vol met blijdschap vinden.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org