HEILIGE ANTONIOS DE GROTE
Zie onder heiligen : beschrijving van zijn leven
Dit is een privé christelijke blog van Kris Biesbroeck, Licentiaat Theologie en filosofie. De inhoud van blog : Theologie, filosofie, Kerkvaders, Heiligenlevens, Exegese, Augustinus,enz… Alles wat sinds 2007 op de site is verschenen kan hier teruggevonden worden bij de Categorieën (bij het begin van de site) HET ADRES VAN DE SITE IS : CHRISTELIJKEINFORMATIEBRON.WORDPRESS.COM.
HEILIGE ANTONIOS DE GROTE
Zie onder heiligen : beschrijving van zijn leven
H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en Kerkleraar
Overwegingen over het evangelie van Johannes, nr. 15

“De oogst is groot”
Christus werd vervuld met ijver voor zijn werk en Hij bereidde zich voor om arbeiders in te gaan zetten om te oogsten. “Hier is het gezegde van toepassing: De een zaait, de ander maait. Ik stuur jullie erop uit om een oogst binnen te halen waarvoor je geen moeite hebt hoeven doen; dat hebben anderen gedaan en jullie maken hun werk af.” (Joh 4,37-38). Waarom stuurt Hij maaiers, zonder zaaiers te sturen? Waar stuurde Hij de arbeiders om te oogsten naar toe? Daar waar anderen reeds hadden gewerkt. Daar waar de profeten al hadden gepredikt, want zij waren de zaaiers…
Wie zijn zij die op die wijze gewerkt hebben? Abraham, Izaak en Jakob. Lees de verhalen over hun werk maar: in al hun werken vindt men de profetie van de Christus; zij waren dus de zaaiers. Wat betreft Mozes, de andere patriarchen en alle profeten, wat hebben ze wel niet moeten verdragen in de kou ten tijde dat ze zaaiden? In Juda was de oogst dientengevolge gereed. En men begrijpt dat de oogst rijp was op het moment waarop duizenden mensen hun bezit verkochten en de opbrengst aan de voeten van de apostelen legden en hun schouders ontlastten van de last van deze wereld, door Christus te volgen (Hand 4,35;Ps 82,7). De oogst was werkelijk gerijpt.
Wat is het resultaat daarvan? Uit die oogst werden enkele granen gehaald en zij hebben het universum bezaaid, en zie hoe een andere oogst opkomt die bestemd is om geplukt te worden aan het einde der tijden. Om die oogst binnen te halen worden niet de apostelen, maar de engelen gestuurd.
123
Sint Cyrillus van Jeruzalem (380-444), bisschop van Jeruzalem, Kerkleraar
Commentaar op het Evangelie van Johannes 9 ; PG 74, 182-183

“Opdat ook gij moogt zijn, waar Ikzelf ben”
“In het huis van mijn Vader vinden velen hun verblijf ; heb Ik u niet gezegd : Ik vertrek om voor U een plaats te bereiden ?”… Als er niet zo veel verblijven bij de Vader zouden zijn, dan zou de Heer hebben gezegd dat Hij als voorloper zou gaan, overduidelijk om de verblijven van de heiligen voor te bereiden. Maar Hij wist dat er al veel verblijven klaar waren en wachtten op de vrienden van God. Hij geeft dus een ander motief bij zijn vertrek: Hij bereidde de weg van onze hemelvaart naar plaatsen in de hemel door een doorgang te banen, terwijl van tevoren deze weg voor ons onbegaanbaar was. Want de hemel was geheel gesloten voor de mensen, en nooit was een wezen met een vleselijk lichaam dat zeer heilige en zuivere verblijf van de engelen binnengegaan.
Christus heeft die weg in de hoogte voor ons ingewijd. Door zichzelf aan God de Vader aan te bieden als eersteling van hen die sliepen in de graven van de aarde, staat Hij het lichaam toe om naar de hemel te gaan, en Hij was zelf de eerste mens die aan de hemelbewoners verscheen. De engelen kenden dat verheven en grootse mysterie niet van een hemelse inhuldiging van het lichaam. Ze zagen met verbazing en bewondering de hemelvaart van Christus. Bijna verward door dat onbekende schouwspel, riepen ze uit: “Wie is het die uit Edom komt?” (Jes 63,1), dat wil zeggen van de aarde. Dus onze Heer Jezus Christus “heeft voor ons een weg naar een nieuw leven gebaand” (He 10,20). Zoals de Paulus het zegt: “Christus is immers niet binnengegaan in een heiligdom dat door mensenhanden is gemaakt…, maar in de hemel zelf, waar Hij nu bij God voor ons pleit” (He 9,24).
Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org
Het bijbels fundament van de icoon

De Wet van het oude testament verbiedt afbeeldingen want zij zouden de zuiverheid van de cultus tot de onzichtbare God in gevaar brengen. Alleen de decoratieve kunst van de geometrische vormen vertalen het bewustzijn van de Oneindige. Bij de moslims versterkt de niet-figuratieve, arabeske, veelhoekigeKunst dezelfde notie van een radicale transcendentie van God.
De afstand vergroot op gevaarlijke wijze door het feit dat de mens zich afgekeerd heeft van zijn oorspronkelijke gelijkenis met God en verduisterd wordt door zijn verscheidenheid. Daarentegen, heeft het engelen – plan haar natuur van ‘tweede licht’ intact weten te bewaren,als een zuivere verzamelplaats van het goddelijk licht,door het feit dat de gebeeldhouwde afbeelding van engelen door God zelf werd bevolen. De hemelse wereld van geesten, bestemd om de mens te dienen vindt , om haar zending te vervullen, haar artistieke uitdrukkingsvorm, haar menselijke vorm op de ark van het verbond. Het Oude testament staat ons toe om het gebeeldhouwd icoon van de Cherubijnen te gebruiken. Deze werden geplaatst in het tabernakel. Hun aanwezigheid op deze plaats drukt de bemiddeling van de liturgen uit, maar dient op geen enkele wijze gezien te worden als een vorm van kunst. Hierin schuilt reeds de ganse filosofie van de religieuze kunst.
Zo was ook, voor de Menswording, en dit uit vrees voor afgodenverering, elke vorm van het hemelse beperkt tot de wereld van de engelen. Maar men moet goed begrijpen, en dit om niet terug te vallen onder de wet, dat deze beperking alleen maar de uitdrukking is van een wachten, een profetie op de komst van de icoon in Christus.
De tekst van Exodus (25,12) zegt : ‘Gij zult u een verzoendeksel maken en aan zijn uiteinden zal je Cherubijnen plaatsen’ ‘Verzoendeksel – Kapporêt – komt van ‘bedekken’ en ook van ‘boete doen”. Deze gouden plank die geplaatst wordt op de ark, volgen de tekst, is de plaats waar ‘Yahweh verschijnt’, en het is daarover dat hij spreekt.
De icoon van de verrijzenis van Christus ontcijfert dit profetisch symbolisme. Zij toont ons een plank (die het lege graf verzinnebeeldt en die een beeld is van de plank van de ark) waarop de begrafenisgewaden zijn weggelaten, en aan het uiteinde ziet men twee Cherubijnen die tegenover de myrondraagsters staan. Deze exacte reproductie van het ‘verzoendeksel’ openbaart ons nu, in Christus, haar ware betekenis en terzelfdertijd toont het ons dat dezelfde waarde van de Aanwezigheid inherent is aan elke icoon : ‘het is hier dat Yahweh verschijnt en het is van daaruit dat Hij spreekt’.
Ter gelegenheid van het feest van de orthodoxie, het feest van de icoon, leert de Kerk ons, doorheen de twee Evangelielezingen die zij heeft gekozen, dat de engelen met vele ogen de gave bezitten om het goddelijk licht te aanschouwen. De icoon toont ons dit heel duidelijk.
Christus bevrijdt de mensheid van de mythologie der afgoden en niet in negatieve zin, door het beeld te supprimeren, maar positief, door de ware menselijke natuur te openbaren. Indien de goddelijkheid alleen ontsnapt aan elke voorstelling en indien de mensheid alleen, gescheiden van het goddelijke, niets meer betekent, dan is het omdat ‘de mensheid van Christus de icoon is van zijn goddelijkheid’, zoals het VIIe concilie verklaart. Lumen de lumine (licht uit licht), de Zoon, de totale Christus is de glans, de afbeelding, de afdruk, de unieke icoon van God. Het menselijke wordt bevestigt in zijn iconografische functie : zichtbaar beeld van het onzichtbare. Zijn bijbels fundament gaat terug op de schepping van de mens ‘als beeld van God’. Onderbroken door de zondeval, is zijn volheid gerealiseerd in Christus en gaat voort in de ‘ge-christifieerden’, in de Christus-dragers, in hen bij wie Christus gestalte heeft gekregen,op hen die sterk op Hem gelijken’
God in Zichzelf transcendeert elk beeld, maar zijn Aangezicht dat naar de wereld toe gekeerd is heeft zich het zichtbare eigen gemaakt, vind een passend beeld van het mysterie van Zijn Filantropie : het menselijk beeld.
Boven de mogelijke afgrond van de val heeft God, volgens de Kerkvaders, het menselijk beeld gebeeldhouwd door in Zijn wijsheid de mensheid van Christus te aanschouwen. ‘Het Woord is nedergedaald op Adam voor alle eeuwen’ zegt Methodius van Alympia en sint Athanasios : ‘God heeft de wereld geschapen om er mens te worden en opdat de mens er god zou worden door zijn genade’
De menswording komt van God, van Zijn verlangen om Mens te worden en om van Zijn Menselijkheid een Theofanie te maken, een plaats en een levende icoon van Zijn aanwezigheid.
Paul Evdokimov : L’art de l’icone – theologie de la beauté pp.163-165
Vertaling : Kris Biesbroeck
DE HEILIGE COSMAS VAN AITOLIA
Een voor ons weinig bekende heilige :
De heilige Ahmed the Calligrapher

De heilige Martelaar Ahmed werd geboren in de 17e eeuw in een Moslim familie in Constantinopel. Hij was copyiist van beroep in de grote Archieven. In overeenstemming met de Ottomaanse wet,daar hij nog geen vrouw had, had hij een Russische vrouw als slavin. Een andere gevangene uit Rusland leefde samen met haar, een oude vrouw, ook een slavin. Beide vrouwen waren heel godsvruchtig.Op de grote feestdagen wilde de oude vrouw naar de kerk gaan, en het gewijde brood of antidoron meebrengen voor de jongere vrouw. De oude vrouw wilde ook voor haar het gezegende water meebrengen om te drinken. Telkens dit gebeurde en Ahmed dicht bij haar was, rook hij een aangename en onbeschrijfelijke geur als een parfum uit haar mond. Hij vroeg haar wat zij at, en waar die geur vandaan kwam. De jonge vrouw wist niet wat er gebeurde en zei dat ze niets at. Ondanks alles bleef hij maar aandringen waar die geur vandaan kwam. Tenslotte zei ze hem dat zij het brood at welke de priesters hadden gezegend en die de oude vrouw voor haar meebracht telkens ze naar de kerk ging.Toen Ahmed dit hoorde verlangde hij de orthodoxe kerk te zien, en om te zien hoe Orthodoxen het gezegende brood ontvingen. Daarvoor benaderde hij een priester en vroeg hij hem om een geheime plaats voor hem voor te bereiden in de kerk, opdat hij zou kunnen gaan wanneer de Patriarch de Liturgie opdroeg. Wanneer de afgesproken dag naderde, ging hij, gekleed als een orthodox naar het Patriarchaat en volgde de Goddelijke Liturgie. Toen hij in de kerk was zag hij de Patriarch schitterend met licht en op de vloer voortschrijdend vanuit de altaarruimte komen door de heilige deuren om het volk te zegenen. Toen hij zegende kwamen lichtstralen vanuit de toppen van zijn vingers, en alhoewel de stralen op de hoofden van de orthodoxen neerkwamen, ze vielen niet op Ahmeds hoofd. Dit gebeurde twee of driemaal, en iedere keer zag Ahmed hetzelfde gebeuren. Zo kwam Ahmed tot het geloof. Zonder aarzeling vroeg hij een priester, die hem tot een wedergeborene door het heilig doopsel maakte. Ahmed bleef voor een zekere tijd een orthodox ‘in het geheim’, zijn doopnaam geheimhoudend. Dat is de reden waarom hij voor ons weinig bekend was. Hoe dan ook, op een dag was Ahmed met een aantal edellieden aan het eten. Nadien zaten ze te praten en te roken, zoals het bij Moslims gebruikelijk was. In de loop van hun gesprek begonnen zij te discussiëren over wat het grootste was in de wereld. Ieder gaf zijn mening. De eerste gast zei dat het grootste in de wereld de wijsheid was. De tweede zei dat een vrouw het grootste was in de wereld. En nu zei een derde dat het grootste in de wereld, en verreweg het meest verrukkelijke in de wereld, goed voedsel was – want was dit niet het voedsel van de rechtvaardigen in het paradijs. Dan kwam Ahmed aan de beurt. Allen keerden zich naar hem toe om te horen wat hij zou zeggen. Vervuld van een heilige geestdrift riep hij uit dat het grootste in de wereld het orthodoxe geloof was. En hij beleed zichzelf als een Christen, met grote ijver de onjuistheid en het bedrog van de Moslims afkeurend. Vervolgens wierpen zij zich respectloos en met een onuitsprekelijke woede op de heilige martelaar en brachten hem voor een rechter, zodat hij ter dood zou kunnen worden veroordeeld. Hij werd onthoofd en ontving de kroon van het martelaarschap op bevel van de heersers op 3 mei 1682.
Heilige Martelaar Ahmed, bid voor ons bij God !
1
Sint Cyrillus van Alexandrië (380-444), bisschop, Kerkleraar
Over Jesaja IV, 1

“Mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel”
“Zing voor de Heer een nieuw lied!” (Ps 96,1) Om zich aan de nieuwe omstandigheden aan te passen, is het lied nieuw; Paulus schreef hierover: “Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen” (2Kor 5,17). Zij die Israëlieten waren door het bloed werden bevrijd van de tirannie van Egypte dankzij de middelaar uit die tijd, de zeer wijze Mozes; ze werden bevrijd van het werken met bakstenen, van onnodig zweet… van de aardse taken, van de wreedheid van hun bewakers, van de onmenselijke hardheid van de farao. Ze zijn door de zee getrokken; in de woestijn hebben ze manna gegeten; ze hebben water dat uit de rots ontsprong gedronken; ze zijn met droge voeten door de Jordaan getrokken; ze zijn het beloofde land binnengegaan.
Welnu voor ons is dat alles vernieuwd en de nieuwe wereld is onvergelijkelijk beter dan de oude. Wij zijn bevrijd van slavernij, niet de aardse, maar de geestelijke; wij werden niet meer van de taken van deze aarde bevrijd, maar van de smet van de vleselijke begeerte. Wij zijn niet ontsnapt aan de Egyptische opzichters of aan de kwade en meedogenloze tiran, die een mens is zoals wij, maar aan de kwade en onzuivere demonen die aandringen op het zondigen, en aan de chef van hun gebroed, Satan.
Wij hebben de stromen van het huidige leven doorkruist als door een zee, met zijn lawaai en dwaze onrust. Wij hebben geestelijk manna gegeten, het brood dat uit de hemel neerdaalde en dat leven aan de wereld geeft. Wij hebben water gedronken dat opborrelde uit de rots, welke de zaligheid van het levend water van Christus was. Wij zijn door de Jordaan getrokken dankzij de heilige doop die wij waardig waren om te ontvangen. Wij zijn het Land dat aan de heiligen beloofd was en voor hen bereid, binnengegaan . De Heer herinnert aan dat land, als Hij zegt: “Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten” (Mt 5,4).
Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org
OUD TESTAMENTISCHE TRINITEIT
Van Andreï Roeblov – ca.1412
Tretjakov-Galerij – Moscou

Deze wereldberoemde icoon was bestemd voor de iconenwand in het door de Heilige Sergius van radonesj gestichte klooster te Zagorsk (ongeveer 70 km. Van Moscou verwijderd). De voor de icoon benutte gegevens berusten op de allegorische verklaring van het zeer bekende hoofdstuk 18 uit het boek Genesis. Daar wordt verhaald, dat aan Abraham drie engelen verschenen en door hem gastvrij werden ontvangen onder de eik van Mamre. Links zou God e Vader herkennen, in het midden Christus en rechts de Heilige Geest (maar dit is slechts een hypothese !) De volstrekte gelijkheid tussen de goddelijke personen is nimmer zo verheven uitgebeeld. Hoogste spirituele expressie, ritmische bewogenheid, glans der tinten geven aan het geheel een weergaloze schoonheid.
Het is de opgave van de schilder om zijn beeld zo te schilderen dat hij deze goddelijke werkelijkheid zichtbaar maakt. Dan komt het bij de meditatie en de verering van die icoon tot een echte ontmoeting met God.
Dat was het opzet van Andreï Roeblov : zijn Godsontmoeting meedelen opdat ook wij die zouden ervaren. Hij bediende zich bij dit ‘spreken zonder woorden’ van kleuren, vormen en symbolen, waarmee zijn kunstvolle hand zo eenmalig trefzeker kon omgaan. Luisteren wij nu bij dit ‘spreken zonder woorden’ naar de taal van het schilderij, om zo de diepte en de zin van zijn boodschap in ons op te nemen.
We kijken even naar de opbouw van de icoon : een rechthoek, waarin een cirkel, en in het midden een driehoek. Rechthoek en driehoek samen zijn het fundament van de icoon. De plaats van de engel in het midden is door de loodrechte middenas vastgelegd. De twee diagonalen bepalen de plaats van de twee andere engelen.Hun hoofden komen niet buiten de diagonalen. De cirkel is het symbool van de goddelijke volmaaktheid, omdat er in God begin noch einde is. Eigenlijk is de cirkel zo bepalend voor het beeld van de drie personen dat alles war er buiten staat gerust weg zou mogen vallen, zonder afbreuk te doen aan de waarde van de icoon. In het midden zien we een gelijkzijdige driehoek. Reeds in de vroegchristelijke kunst gold de driehoek als symbool van de drie-eenheid Gods. De bovenste rand van de tafel is de grondlijn aan wiens uiteinde de beide andere engelen zitten. De driehoek heeft zijn hoogste punt in het hoofd van de middelste engel en valt over zijn rechterschouder in de handen van de engel links. Over zijn linkerschouder echter loopt een lijn in de richting van de rechterhand van de engel die rechts zit. Rechthoek en driehoek geven de icoon een doorzichtige samenstelling, geborgenheid en eenheid. Toch doet de icoon helemaal niet stroef of gekunsteld aan. Het hoofd van de engel in het midden buigt over de middellijn naar links, terwijl de kelk op tafel iets naar rechts verschoven is. Het schijnbaar verstoorde evenwicht is daarmee weer hersteld.
De neiging naar links van het hoofd van de engel in het midden wordt nog versterkt door de naar links overhellende boom achter hem. Een gelijkaardige neiging naar links vertoont ook de engel rechts. De richting van de berg boven de engel rechts – niet alle reproducties laten deze berg voldoende tot zijn recht komen – deze richting verduidelijkt de beweging van zijn hoofd nog eens en onderstreept die beweging. Door deze neiging naar links van de hoofden is Roeblov erin geslaagd een levendige en gesloten gemeenschap tussen de drie personen van zijn icoon op te roepen. De drie engelen vormen een eenheid die het resultaat is van een beweging van de twee engelen rechts naar de engel links toe. Deze engel links heeft een rechte houding. De beweging van de twee anderen maakt duidelijk dat hij deze neiging naar hen toe aanvaardt.
We konden duidelijk zien dat er een beweging naar links te erkennen is. Men kan zich afvragen of er ook van links naar rechts een beweging te ontdekken valt. Dan zou zich de kring sluiten. Het feit dat de pelgrimsstokken van links naar rechts steeds sterker overhellen schijnt op die beweging te wijzen. Bij aandachtig toezien kan men inderdaad een beweging naar rechts erkennen. De uitgestrekte, zegenende vingers van de engelen links en in het midden, duiden op een beweging, die vanuit de schoot van de engel links over zijn rechterhand van de engel in het midden gaat. Deze beweging naar rechts loopt verder door naar de rechterhand van de engel rechts. Hier vloeit ze dan spontaan over via de linkerarm van de rechtse engel in de reeds beschreven lijn van de hoofden naar links, die ook de berg en de boom in dezelfde beweging opneemt en vormt zo een volledige kringloop.
Midden in deze kringloop staat een kelk op tafel. De ruimte die vrijblijft tussen de knieën van de engelen, die aan beide uiteinden van de tafel zitten, duidt nog eens de vorm van een kelk aan. Nu weliswaar in een vereenvoudigde vorm.
De vorm van de kelk vinden we dan nog een keer terug in het gedeelte helemaal onder, in de ruimte die vrij blijft tussen de twee voetbanken van de twee uiterste engelen.
Van zo groot belang was voor Roeblov deze enen kelk dat wij zijn vorm verschillende keren op de icoon terugvinden. De kelk zelf, de tafel waarop hij staat, de ruimte tussen de voetbankjes, en tenslotte in zijn grootste vorm getekend door de lijnen van de twee uiterste engelen vormen, te beginnen bij hun voeten en doorlopend tot aan hun schouders. Als wij deze laatste vorm van de kelk nauwkeurig bekijken, lijkt de engel in het midden er bijna helemaal in te verdwijnen. Voor Roeblovs tijdgenoten was de betekenis van deze meervoudige symbolen duidelijk. Ze willen niet alleen verwijzen naar het gastmaal bij Abraham, maar ook op het unieke offer van Jezus op Calvarië, dat wij bij iedere Liturgie gedenken en ontvangen.
De opening aan de voorkant van de tafel onderstreept dit nog eens uitdrukkelijk. Alle stenen altaren in de byzantijnse kerken hebben een dergelijke opening die relieken bevatten opdat ieder bij de viering aandachtig zou zijn : we voelen ons verbonden met de martelaren van heel de Kerk.
Concentreren wij ons nu op de kleuren van de icoon.
In verschillende schakeringen verdeelt zich de blauwe kleur over de drie engelen. Blauw is de kleur van de godheid en de hemelse waarheid. Zacht, bijna in een zilveren kleur, komt het blauw van onder de vleugels der engelen te voorschijn. De grootste oppervlakte van dit blauw zien wij bij de engel in het midden. En het is een krachtig blauw. De vele plooien van zijn gewaar laten een rijke nuancering toe van het blauw in licht en donker. Bij de beide andere engelen is blauw de kleur van het onderkleed. Alleen een klein smal streepje blauw zien we bij de engel links. Maar een rijker blauw en een groter gedeelte zien we bij de engel rechts. Alle nuanceringen van het blauw duiden waarschijnlijk de ons geopenbaarde kennis aan die wij bezitten over de hemelse waarheid en godheid, van de drie goddelijke personen. Het hoogtepunt van de kleurencompositie is zeker het donkerrood op het onderkleed van de engel in het midden. De oranjeachtige streep op de
rechterschouder die dit rood onderbreekt, laat deze kleur nog feller uitkomen.
Wat is daar nu de betekenis van ?
De jeugdige gelaatstrekken van de engelen, waarvan niemand ouder of jonger genoemd kan worden, tonen dat er in de goddelijke Drie-eenheid geen vroeger of later , geen gisteren of morgen, maar alleen het tijdloze NU van de drie goddelijke Personen bestaan. De jeugdige gestalten verenigen in zich de kracht en de bevalligheid van de beide geslachten, want bij God is er geen onderscheid tussen man en vrouw; in Hem die als de ene drievuldig is, wordt de verscheidenheid niet opgeheven maar ver-eend en vervuld.
Iedere persoon die door de Russische monnik wordt geschilderd is altijd op een ander betrokken. Roeblov die zelf in een broederlijke gemeenschap leefde, weet dat leerling-zijn niets anders betekent dan een in Jezus afgestorven leven te leiden, arm te worden aan zijn eigen ‘ik’, om rijk te worden naar de inwendige mens. De geestelijke vrucht wordt alleen geboren uit offerbereidheid en overgave van zichzelf. Roeblov legt in al zijn iconen de kracht tot deemoed, zoals hij die zelf wel ontvangen heeft van Jezus, door wie hij zich geroepen wist.
Wat is nu de geestelijke inhoud, de spiritualiteit en de theologie van Roeblovs Drievuldigheidsicoon ? Toen Abraham in het dal van Mamre op het middaguur voor zijn tent zat, ontving hij in de personen van de drie mannen het bezoek van God zelf. ‘Filoxenia’ -dit wil zeggen gastvrijheid – noemt de orthodoxe kerk deze icoon. Gastvrijheid betekent voor een Oosterling echter méér dan aan een vreemde voedsel en een dak boven zijn hoofd geven. Gastvrijheid betekent ook tafelgemeenschap (communio): vandaag een eigen, bijzonder innige vorm van vriendschap. Met de voorstelling van dit éénmalig bezoek van God aan Abraham is Roeblovs icoon echter geenszins verklaard. In de drie bezoekers ziet en schildert de Russische meester de Heilige Drie-eenheid. Daarom de bijzondere cirkel en de vorm van een driehoek., een verwijzing naar Gods eeuwigheid en Gods Drie-persoon-zijn. De aureolen die de hoofden van de engelen omstralen schijnen als drie zonnen in de helderste kleuren van de icoon. De Oosterse Kerk omschrijft dit zo : ze zijn immers in drie personen het ene licht van drie zonnen. De bezoekers zitten rond de tafel waarop één beker staat : de éne , voor allen gemeenschappelijke spijs en drank. Ook het goud van hun vleugels en het blauw dat ze in hun kleding en onder hun vleugels dragen wijst op één godheid, die alles gemeenschappelijk heeft. Alle drie hebben ze dezelfde pelgrimsstok die erop wijst dat God geen egpïstische of in zich berustende God is, maar de ene God die op tocht gegaan is naar zijn schepping toe. Twee grote gespreksthema’s vullen de ruimte. Twee thema’s die nauw met elkaar verbonden zijn. Daarom is het bijeenzijn van de drie nu van zo grote betekenis. Ze hebben een belangrijke beslissing te treffen en ze willen dat doen in een goddelijke eensgezindheid.
Roeblov zelf wilde dat men zijn icoon verstond als het besluit van de Heilige Drie-eenheid tot de menswording van de Zoon. En daarmee komt er een volledig nieuwe trek in de afbeelding van de Drie-eenheid. We staan daarmee aan de oorsprong van het denken over God. Want zolang God is heeft Hij zich tot de wereld uitgesproken . Ook als de wereld zich ven Hem afkeert, houdt Hij er van. Daarom moet deze beslissing van de Heilige Drie-eenheid genomen worden. Het worstelen om het ‘ja’ van de Vader is nog niet afgesloten. Het definitieve Ja tot deze opdracht is nog in wording. Met dit ‘ja’ van de Zoon, wil de Vader de wereld verlossen. Dit is het eerste gespreksthema van de Drie. De verlossing en bevrijding van de wereld uit alle demonische macht.
En het tweede thema : God wil de wereld naar zich toe trekken, thuis laten komen bij Hem en opnieuw één met de wereld zijn. Daarom wil de Vader afstand doen van de Zoon, koste wat het wil, opdat de Zoon de mensen zou benaderen, als het ware aan huis zou gaan bezoeken. De beraadslaging tot dit ‘Ja’ zien wij op de icoon. Dit ‘Ja’ wordt des te belangrijker, omdat het voor de Zoon niet een ‘Ja’ is, dat wellicht roem en eer meebrengt, het is het bewuste ‘Ja’ voor een leven van mislukkingen, fiasco’s, dood. Dood aan een Kruis. Wat zal het antwoord zijn van de Zoon ? Wordt het slechts een ‘Ja’ woord ?
De Geest :
De engel rechts die (waarschijnlijk) de Heilige Geest verzinnebeeldt, stemt zonder voorbehoud toe en laat zijn grenzeloze bereidheid en beschikbaarheid erkennen. In zijn gelaatsuitdrukking zien wij de Trooster, die troost brengt en troostend bijstaat. Zoals een Russische Theoloog het ooit zei, is Hij de goede bron van alle goedheid. Met deze overgave troost Hij de Zoon Jezus, die om de wereld te redden, zich vernederen en ontledigen laat tot in de Godsverlatenheid toe om onder de mensen als hun dienaar te zijn, om hen te redden uit hun ik-zucht en liefdeloosheid.
Daarom kan de engel die de Heilige Geest mogelijks kan verzinnebeelden, niets anders dan zich naar de Zoon toebuigen. Maar moet dan de Zoon alléén in de wereld komen en de Geest niet ? Ja, ook Hij ! Hij zal niet enkel de Zoon begeleiden, Hij zal ook de mensen tot Hem voeren. Het zal Pinksteren worden op aarde, waar Hij zich zal uitstorten op alles en allen die Hem verwachten. Ja, ook Hij zal in de wereld komen om allen binnen te voeren in het wezen van God. Vuur wil Hij zijn, volheid van Gods liefdegloed. Hij zal mensen ervoor warm maken dat zij tot elkaar komen in éénheid en als broers eendrachtig samenwonen, opdat er vrede op aarde kan komen. Want liefde zoekt naar eenheid. Deze opdracht van de Heilige Geest schijnt aanvaard. Zo zal geschieden.
Bij het blauw komt in zijn bovenkleed ook nog het groen. . Zo openbaart zich Gods geest die door Zijn werken het heelal, de gehele schepping tot leven brengt en nieuw zal maken. Bewust van Zijn oneindige volheid en kracht, neigt zich de engel die de Heilige Geest verzinnebeeldt zich tot de engel in het midden met een liefdevol en beslist ja.
De Zoon :
De engel in het midden verzinnebeeldt (waarschijnlijk) de Zoon. Hij is het Woord van in de beginnen van de eeuwige Vader. De engel die de Zoon verzinnebeeldt, keert zich luisterend en antwoordend tot de Vader. Wij zijn hier getuigen van een moment van het gesprek binnen het goddelijk samenzijn en hun eeuwige eensgezindheid. Omdat God geen zwijgende God is, geen oer-eenzame, geen éénvoudig-persoonlijke, maar een drievoudig persoonlijke God is, daarom zijn ze hier bijeen om in een gesprek het heil van de wereld voor te bereiden.
Er is hier geen tegenspraak van de zoon te ontdekken. Hier is enkel luisterende bereidheid tot een gruwelijke weg. Het bloedrood onderkleed herinnert aan het purper van de Byzantijnse Keizers, maar ook aan de ernst van de liefde, waarmee Jezus in plaats van de mensen gehoorzaam wil zijn. Een weg die leidt tot de dood aan het Kruis. Deze weg wil voorzeker overwogen en bezonnen zijn. Alleen bij Hem is het blauw van de hemelse godheid en waarheid tot bovenkleed geworden. Want juist in Jezus wil de godheid zich openbaren en veruitwendigen.
De boom achter de middelste engel stelt de levensboom van het paradijs voor. Volgens een oude legende met een diepe zin, werd het Kruis van Golgotha gema
akt uit de levensboom uit het Paradijs. Zal Hij het kunnen dragen ?
Zijn hoofd neigt zich naar links, naar de vader. Zijn knie, zijn armen en de geopende vingers, die aan een zegenend gebaar doen denken, wijzen naar rechts, naar de Heilige Geest. Als wou Hij verwijzen naar Hem, die uit alles wat hij bevrijdt, de goddelijke bijstand die hem terzijde staat in leven en sterven duidelijk wordt.
De Vader :
De engel links zit zo te zeggen helemaal rechtop op zijn troon. Hij verzinnebeeldt (waarschijnlijk) God de vader. De bijna loodrecht gehouden pelgrimsstok in Zijn hand onderlijnt de rechte houding. Zijn bovenkleed in roze en goud, kleuren die de hoogste in rang aanduiden, verraden in Hem de ‘Oorsprong’, de bron van alle goedheid en daarom van alle leven.
Van Zijn blauw onderkleed is enkel maar een heel smalle streep te zien. De Vader woont in het ontoegankelijk licht. Geen mens heeft Hem ooit gezien, of is in staat Hem te zien. Het is voor de Christelijke kunst steeds bijzonder moeilijk geweest de Vader voor te stellen. Want Hij heeft zich als Vader nooit aan de mensen getoond. Alleen in Zijn Zoon wil Hij zich aan de wereld tonen.
Wanneer de byzantijnse kunstenaars God de Vader als de Albeheerser, als de Pantocrator wilden afbeelden in de koepels der kerken, lieten ze het beeld van Jezus op zich inwerken en zetten dit laatste in de plaats van de ongenaakbare, onzichtbare God de Vader, de Pantocrator. Jezus is toch het beeld van de onzichtbare God.
Ook Roeblov wil op zijn manier de onzichtbaarheid en ontoegankelijkheid van God de Vader aanwijzen, die hij in de engel links (waarschijnlijk) voorstelt. Daarom schildert hij van het onderkleed maar een kleine smalle streep, nauwelijks zichtbaar onder Zijn bovenkleed. Van de drie goddelijke Personen heeft de Vader zich op directe wijze het minst aan de wereld geopenbaard.
Roeblov is er in geslaagd de drie Personen van de Drie-eenheid niet alleen in gesprek met elkaar te tonen. Hij maakt ons de innigste band van een één-zijn in liefde zichtbaar, die bepalend zijn voor het drievoudig persoonlijk leven van God. Het grote thema van deze icoon is de beweging van de éné persoon naar de andere toe. Hier trekt niemand iets naar zich toe, want onze God is niet zoals de goden der wereld, die aan zichzelf denken, die naar zich toe trekken, voor zich opeisen. Onze God leeft in betrokkenheid op de ander en kijkt voortdurend naar de ander uit. Ja, inderdaad, hier wordt , niet geëist. Hier neigt zich de ene persoon naar de ander, en schenkt hem Zijn liefde. Het is uit dank voor deze overgrote liefde van de Vader, dat zich de Zoon en de Heilige Geest dankbaar antwoordend overgeven. Deze beweging van het dankbaar antwoord is zo sterk, zo geweldig, dat ze als een stormgloed het intiem goddelijk bereik overstijgt.
Dit gebeuren wil de hele schepping in de vreugde en de Vrede, in de dankbaarheid en overgave betrekken. Ook de berg en de boom op de achtergrond, beeld van levenloze en levende natuur, moeten helemaal aan deze beweging, die alles door Jezus naar de Vader stuwt, deelnemen.
Vanuit deze beweging van steeds circulerende liefde, van de ene goddelijke persoon naar de andere toe, moet de beslissing van de Zoon getroffen worden. Hier wordt de wil van de drie personen geboren. Hun eenheid in liefde wil ons mensen binnendragen in het geopende en gastvrij op ons wachtende Vaderhuis. Thuiskomen, thuis-zijn ! De mens staat voor de uitnodigende blik van de Vader, die hem wil binnenleiden in Zijn goddelijke Liefde. Hij wil hem van alle kanten met liefdevolle kracht omgeven, als het ware zijn hand boven hem houden, met deze macht der liefde hem nieuw maken, zodat het doen en laten van de mens louter liefde zou zijn.
God heeft een doel : het god-verlaten zijn, het zijn zonder God moet een einde nemen. De Vader wil zijn mensen omvormen tot liefde : Hij wil dat iedereen vol wordt van liefde, thuiskomt in de liefde, en uiteindelijk zelf liefde wordt. Dit alles wil Hij waarmaken. Wat voor een heilige bedoeling, wat voor een wonderbare liefde !
De Kelk
In het midden van de icoon staat op de tafel een kelk, met een kleine kalfskop daarin. Het kalf was in veel wetten van het Oude Testament bestemd voor het offer. Het wordt op Roeblovs icoon tot zinnebeeld van Gods zoenoffer. Zo ziet het raadsbesluit van de Drie-ene God eruit. Jezus Christus zal tot zoenoffer voor de zonden van de mensen worden. Bescheiden maar toch vastbesloten is het gebaar waarmee de Vader naar de kelk wijst. Dit gebaar is tegelijkertijd bevel en uitnodiging. Maar ook een bewijs van de allergrootste liefde. De Vader bestemt zijn eigen Zoon voor het offer. De Zoon heeft het bevel verstaan en buigt zich beamend naar de vader toe.
De hand van de Zoon rust zwaar op de tafel. En ook Zijn gezicht toont dat hij zich de ernst van de opdracht bewust is. Biddend en zoekend naar hulp neigt zich daarom de stok van de Zoon naar de Heilige Geest, die vol stille weemoed zijn bereidheid om mee te werken aan het verlossingswerk tot uitdrukking brengt bij het begin en bij de voltooiing. Hij is de bijstand, die hem terzijde staat.
Kruis als levensboom
De verlossing zal werkelijkheid worden op de levensboom van het kruis. Het hout van het kruis is bereid en neigt zich naar de Zoon toe om Hem als zijn schoonste vrucht aan te nemen. Dit heilsgebeuren wordt door het Bloed tot werkelijkelijkheid. Maar niet door het Bloed van Jezus Christus, die het eens en voorgoed zal vergieten om zo verlossing te bewerken voor alle tijden.Het bloedrode onderkleed wijst op de bloedige voltrekking van dit verlossingswerk. Waarom is uw gewaad zo rood en zijn uw kleren als die van een druivenperser, vraagt de profeet Jesaja aan de Messias ? En het antwoord luidt : ‘Ik heb geheel alleen de wijnpers getreden en van mijn volk was er niemand om mij te helpen’. Golgotha, schande en dodenheuvel, voor de stadsmuren van Jeruzalem. Daar valt de Mensenzoon definitief in de handen van de mensen. Zijn leven dat de Zoon offert, neemt de Vader aan als plaatsvervangend voor de gehele schuld van alle mensen. Hij heeft het doorstaan. Het is volbracht. Jezus’dood betekent een brug voor ons. De weg naar de Vader is open. De dood is mee opgenomen in de zege.
Pelgrimsstok
De pelgrimsstok in de hand van de engel wijst naar onder, naar de plaats waar de mensen wonen, uit het donker vanwaar God zo ver is, kan de mens bevrijd worden. Zonde en dood moeten wijken voor het goddelijk licht en de vreugde. Nu is het verlossingswerk van de Drie-ene God volop bezig. God zelf trekt de mens omhoog uit zijn liefdeloosheid en zijn ik-zucht waarin hij gevallen was en plaatst hem in de navolging van Christus. Zij die verloren waren horen het reddend woord en aanvaarden het. Al zijn uw zonden rood als scharlaken, ze zullen witter worden dan sneeuw. Dat mogen all weer thuisgekomen verloren zonen beleven. God zelf droogt hun tranen van berouw en boete. Het zal wel niet louter toevallig zijn dat de groep van de Drie-eenheid maar één weg openlaat waarlangs wij toegang hebben tot Hem. De achtergrond is door de vleugels van de engelen afgeschermd. Ook van de zijkanten is geen t
oegang. Het perspectief van de zitbanken sluit de toegang af en verplicht ons de engelengroep eerbiedig rond te gaan tot we er voor staan, voor het altaar tegelijkertijd.
Maar kijk ! Helemaal beneden tussen de voetbanken van de engelen links en rechts blijft er een ruimte vrij. Deze groene ruimte heeft de vorm van een kelk die naar boven naar het altaar wijst. Hier wordt ons toegang verleend tot de gemeenschap van de Drie-persoonlijke God. De opening die wij aan de voorzijde van roeblov’s altaar zien wil ons duidelijk maken van welke aard onze roeping zal zijn. De opening is voor de relieken van de martelaren bestemd. Ook wij zijn geroepen om getuigen van Christus te zijn tot aan het uiteinde der aarde. Ook voor ons blijft er slechts één toegang om tot de kring der heilige Drie-eenheid te geraken. Het is de toegang die aan de opening van de relieken van de martelaren voorbijgaat. Langs deze weg worden wij mee opgenomen in het eeuwige drievoudig-persoonlijke gesprek, niet als stomme toeschouwers of als dove toehoorders, maar als actieve gesprekspartners, als leerlingen van Jezus die het Oude en voorbij gaande laten voor wat het is, om Hem te volgen en te dienen die het eerst Zijn leven voor ons gaf. Mag het ons ook veel kosten, hier gaat het erom Jezus lief te hebben, zich aan Hem over te geven en Hem te eren door de inzet van ons hele leven. Hier roept de Heer van het leven ons toe : ‘Komt allen tot Mij die uitgeput en onder lasten gebukt gaat en volgt Mij na’.
Abba ! Vader !
En Gods heilige Geest, die ons alle waarheid leert, roept biddend in ons : ‘Abba, Vader!’.
Door de Heilige Geest zijn wij echt opgenomen binnen de kringloop van de liefde, die ons van alle kanten omgeeft. En als wij in de Heilige Geest opnieuw geboren worden, dan hebben wij ook een levendige hoop en een roeping dat dit alle moeite waard is te leven.
In de navolging van Jezus bereikt ons leven en ons liefhebben in de Heilige Geest het doel van alles : de Vader.
Het onmogelijke is voor de mens mogelijk geworden. Er is uit dit besluit in liefde van de Drie-ene iets nieuws geboren. Door Hem en met Hem is leefbare gemeenschap haalbaar geworden. Het broederlijk samenzijn van mensen in stad en land, in de kerk en andere gemeenschappen, komt voort uit dit heilig voorbeeld. Gods eenheid in liefde bewerkt onder ons deze heilige broederlijke eenheid in liefde.
‘God, hebt Gij een doel met ons leven, roept Gij ons tot deze navolging ? Wilt Gij dat wij één zijn in uw Liefde ?
Ja, Vader, uw wil geschiede ! Ook onder ons. Mogen wij door uw Heilige Geest vol worden van Uw Liefde!’
De duitse tekst is van Gerhard Jan Rötting
Vertaling en bewerking : Kris Biesbroeck
Looft mijn ziel de Heer
Heilige Ireneus van Lyon (rond 130-rond 208), bisschop, theoloog en martelaar
Tegen ketterijen , III, 1

Ireneus van Lyon
“Gaat heel de wereld door, en predikt het evangelie aan ieder schepsel”
De Heer van alle dingen heeft aan zijn apostelen de macht gegeven om het Evangelie te verkondigen. Door hen hebben wij de waarheid leren kennen, dat wil zeggen het onderricht van de Zoon van God. Tegen hen had de Heer gezegd: “Zij die naar jullie luisteren, luisteren naar Mij; zij die jullie verwerpen, verwerpen Mij en verwerpen Degene die Mij gezonden heeft” (Lc 10,16). Want wij kenden het plan van onze redding niet door anderen dan door hen die ons het Evangelie gebracht hebben.
Dat Evangelie hebben ze eerst gepredikt. Vervolgens hebben zij het door de wil van God overgebracht in de Schrift opdat het de “pilaar en de ondersteuning” (1 Tim 3,15) van ons geloof wordt. Het is niet toegestaan om te zeggen dat zij gepredikt hebben voordat zij de volmaakte kennis hebben ontvangen, zoals sommigen durven te pretenderen, die proberen de verbeteraars van de apostelen te zijn. Immers nadat onze Heer uit de doden is verrezen en nadat de apostelen “bekleed werden met de kracht uit de hemel” (Lc 24,49) door de komst van de Heilige Geest, werden ze vervuld met zekerheid betreffende alles en bezaten ze de volmaakte kennis. Toen gingen ze op pad om het Goede Nieuws van wat tot ons van God komt “tot aan de uiteinden der aarde” (Ps 18,5; Rm 10,18) te verkondigen en verkondigden aan de mensen de vrede van de Hemel. Ze bezaten allen evenveel en ieder in het bijzonder, het Evangelie van God.
Een voormalige moslim heeft van de Koptisch-Orthodoxe kerk een certificaat gekregen dat aangeeft dat hij zich tot het christelijk geloof heeft bekeerd en is gedoopt.
Dat meldt vandaag het dagblad Daily News Egypt. Volgens Arab Vision is dit een belangrijke ontwikkeling in het voortgaande debat in Egypte over het recht om de islam te verlaten en christen te worden.
De betreffende bekeerling, Maher al-Gohari, had een certificaat nodig van de kerk om aan het gerechtshof te bewijzen dat hij zich van de islam tot het christelijk geloof had bekeerd. De rechtbank vroeg om dit bewijsstuk in verband met zijn eis aan de Egyptische overheid om op zijn identiteitsbewijs de religie van islam in christendom te veranderen.
Bekering tot het christendom is een zeer gevoelige kwestie in Egypte, aldus Arab Vision. “Officieel is het niet verboden, maar tot nu toe is het juridisch onmogelijk door de manier waarop de wet wordt geïnterpreteerd. Gohari is de tweede die zijn bekering tot het christelijk geloof wil formaliseren. Een jaar geleden probeerde Mohammed Higazi het ook, maar diens verzoek om een verandering van zijn identiteitsbewijs van islam in christendom te veranderen, werd afgewezen.
Arab Vision houdt deze ontwikkelingen in Egypte nauwlettend in de gaten, omdat die organisatie door haar christelijke tv-programma’s veel met moslims in contact komt die christen willen worden. Dat gebeurt doorgaans via telefoon of email. Het is heel interessant om te zien wat met deze zaak van Gohari gebeurt, zegt Inge Verhoef-Postma, directeur van de Nederlandse afdeling van Arab Vision. “We hopen dat dit de weg opent naar echte vrijheid van godsdienst in Egypte. Dat houdt onder meer in dat mensen de vrijheid hebben van godsdienst te veranderen.”
Bron : ‘Uitdaging’
Nu kerken doelwit brandaanslagen Griekenland
donderdag 9 april 2009
(Novum/AP) – Bij een kerk in Athene is donderdag een brandbom ontploft. De Griekse politie, die zei dat er niemand gewond was geraakt, wist vier andere exemplaren onschadelijk te maken.
De bom ging om 15.00 uur af bij de orthodoxe kerk van de Heilige Drieëenheid in de haven van Piraeus en veroorzaakte lichte schade. De politie vond een vergelijkbare bom bij de orthodoxe kathedraal in de Griekse hoofdstad en maakte die onschadelijk. De explosieven waren gemaakt van blikjes campinggas.
In Tessaloniki vond de politie drie van zulke bommen bij de kerken van Agia Sofia en Agios Dimitrios. Ook die explosieven werden onschadelijk gemaakt.
De politie en een commerciële televisiezender waren telefonisch voor de explosieven gewaarschuwd. Anarchistische groeperingen in Griekenland plegen vaak brandstichting in Griekse steden, maar meestal gebeurt dat ’s nachts.
Bron : ‘Elseviers’
DE HEILIGE RUIMTE
Paul Evdokimov
Wat de tijd is voor de duur, is de ruimte voor de uitgestrektheid. De ruimte is niet homogeen, er zijn vormeloze , chaotische ruimtes en er zijn geordende ruimtes, de heilige ruimte. De profane ruimte is onderworpen aan de wet van het voortdurend veranderen van plaats en van de uiterlijkheid die het bestaande coördineert. De heilige ruimte heft het naast elkaar plaatsen van de twee op en realiseert méér dan de eenheid van een eenvoudige coëxistentie, het maakt «één» in Christus, onze wezenseenheid in Hem.
Wanneer Christus tot de samaritaanse vrouw zegt : « het uur komt waarop gij de Vader niet meer zult aanbidden op deze berg noch te Jeruzalem» ( Joh.4,21), dan spreekt Hij over Zichzelf als een alomtegenwoordige heilige plaats, die elke exclusiviteit van een empirische plaats afschaft. Vanaf dat moment is elk bezoek aan een tempel reeds een pelgrimage naar een heilige plaats. Dit verklaart de veelheid van plaatsen die elk hun centrale plaats behouden, juist omdat ze geen geografische centra zijn, maar kosmische, gesitueerd niet op het hiorizontale vlak, maar op het verticale, dat elk punt van het «hierboven» verenigt. Zo is het, vertrekkende van deze alomtegenwoordigheid van de tempel dat de zegening van olie, brood, wijn en graan wordt voltrokken over de ganse wereld. Dat geldt ook voor de zegening van de «vier delen» van de wereld op het ogenblik van de kruisverheffing.
Deze centrale plaatsen zij diegenen waar alle niveaus communiceren : de onderwereld, de aarde en de hemel; hun gelaat is de heilige Berg, de kosmische boom, de centrale pijler of de Ladder. Zo is de berg Tabor, waarschijnlijk afkomstig van tabbûr, wat navel betekent, evenals de Berg Gerizim, die «navel der aarde» betekent. Het is daarom, dat volgens de rabbijnse traditie, het land Israël niet verzwolgen is door de zondvloed. In een Christelijke traditie, is Golgotha, dat het centrum der aarde is. Het is daar dat Adam geschapen is, dat het Kruis is opgericht, en aan zijn voet bevond zich het graf van Adam, wat dikwijls op iconen wordt afgebeeld. Hetzelfde met de wortels van de kosmische boom, die afdaalt tot in de hel, en zijn kruin die de hemel raakt, zijn takken symboliseren de verschillende hemelse niveaus (de apostel Paulus werd meegenomen tot in de derde hemel). In het «Boek der Mysteries» onderlijnt Maximos de Belijder goed de coëxistentie door transcendentie van de cosmische niveaus : « Vandaag zal je met Mij in het paradijs zijn -alles wat voor ons de aarde is, verschilt in niets voor hem van de hemel, hij verschijnt opnieuw op deze aarde en onderhield zich met zijn leerlingen».
De rabbijnse geschriften kennen aan Adam een enorme grootheid toe, terwijl in de apocriefen en in de Pastor van hermas, Christus de grote figuur is waarvan het hoofd de hemelen overtreft. Men begrijpt het, want christus is het goddelijk Archetype van deze beelden, Hij is de boom des levens en het kosmisch centrum . Origines heeft gezegd : «De Schrift beschrijft Christus als een boom» Anderzijds identificeert menig beeld en bijvoorbeeld de mozaïek van het baptisterium van Henchir Messouda Christus met het Kruis. Dezelfde symboliek vind men in de zo geheten «levende» Kruisen : de uiteinden van het kruis zijn bedekt met takken en eindigen in menselijke armen : één ervan opent de poort van de hemel, de andere breekt de poorten van de hel open. Tijdens de Kruisverheerlijking horen wij : « de boom des levens, geplant op Calvarie (identificatie van de paradijselijke boom en het Kruis) is verheven in het centrum van de aarde..en geheiligd tot aan de uiteinden van het universum», «de lengte en de breedte van het kruis strekken zich uit tot in de hemel ».
Van zijn kant vraagt Augustinus : « en welk is deze berg waarlangs wij omhoog moeten klimmen, indien het niet onze Heer Jezus Christus is ». De akten van Philippus noemen Christus : « pijler van vuur », sulos puros, en in de ascetische geschriften herhaalt een spiritueel volmaakt iemand hetzelfde beeld : « Pijler van vuur die hemel en aarde verbindt»
Maar de bijbelse figuur die het best de betekenis van deze beelden weergeeft is de ladder van Jacob. De engelen gaan er omhoog en dalen af. De hemel is open en de ladder is nadrukkelijk in het centrum van de aarde, en daar Christus de ladder is, springt deze op vanuit alle heilige ruimtes, vanuit ontelbare plaatsen. Jacques de Saroug zegt : « Christus op het kruis houdt zich vast aan de aarde als aan een ladder die vele treden heeft ». Catherina van Siënna ziet het als een punt dat gesteld is tussen hemel en aarde, zoals de regenboog, levendig teken van het verbond. De heilige Efraïm schrijft in zijn epiphanische hymne : «Broeders, beschouw de zuil verborgen in het heelal, waarvan de basis op de wateren rust en de poorten der hoogten bereikt zoals de ladder die Jacob zag».
Tenslotte, het is de cirkel (de omheining van tempels en steden) uitgerust met de macht der bescherming, want zij verbeelden symbolisch de eeuwigheid. Wanneer de muren van Jericho instorten op de klank van trompetten, dan is de stad zonder hemelse bescherming. Omgekeerd, wanneer een stad wordt belegerd, dan trekt de processie van de clerus met de heilige relieken of een miraculeuze icoon of een ander heilig object rondom de omwalling : een zelfde gebed dat zich voordoet in de opgeroepen ruimte versterkt de macht der bescherming.
Men herkent dezelfde betekenis in elke liturgische processie rond de tempel, zij schetst de figuur van de eeuwigheid en geeft aan de uitgestrektheid de waarde van een heilige ruimte. Indien de geheiligde tijd overeenstemt met de diepe nostalgie van de eeuwigheid, dan beantwoord de ruimte aan de dorst naar het verloren Paradijs. In dit overschrijden van het empirische bewerkstelligd door het heilige, vindt de mens gedeeltelijk zijn eerste bestemming en richt hij zich op zijn volmaking.
Uit : L’Art de l’Icone – Théologie de la beauté,Paul Evdokimov pp.119-122
Vertaling : Kris Biesbroeck
Vader Païssios (Athos berg)
Over zijn leven (in het Engels) KLIK HIER
Korte levensschets van vader Paissios :
Op 25 juli 1924, werd arsznios Eznepedis geboren in Farasa, Cappadocië, kort voordt de bevolking werd uitgewisseld tussen grieken en Turken. Arsenios’naam werd hem gegeven ter ere van de Heilige Arsenios de Cappadociër, die hem heeft gedoopt. Hij voorspelde Arsenios’toekomstig monastieke leven. Na de uitwisseling tussen Turken en Grieken, vestigde de familie van Arsenios zich in Konitsa, Epirus. Daargroeide Arsenios op en studeerde voor schrijnwerker. Gedurende de Griekse burgeroorlog diende Arsenios als radio-operator. Hij was zeer bekomlmerd om zijn mede-landgenoten en zijn familie, maar over hemzelf maakte ghij zich geen zorgen, hij was immers niet gehuwd en had geen kinderen. Hij werd geprezen voor zijn moed, zelfopoffering en zijn morele standvastigheid. Toe de burgeroorlog beëindigd was begon hij te dromen van het monastieke leven, maar hij moest in het levensonderhoud voorzien voor zijn zusters. In 1950 was dit volbracht en trok hij naar de berg Athos naar Vader Kirill, de toekomstige abt van het Koutloumousiou monasterie, en dan van het Esphigmenou monasterie (Alhoewel hij geen medestander was van hun latere oppositie tegen de Oecumenische Patriarch). Arsenios werd er novice voor vier jaar. Hij kreeg de tonsuur als monnik en kreeg de naam Averkios. Kort nadien trok Vader Averkios naar het idhiorrhythmic klooster van Philotheou waar zijn oom ook monnik was. Daar was hij onder de gehoorzaamheid van Elder Symeon. In 1956 kreeg hij het klein shema en kreeg hij de naam Paissios. Hij leefde er als een heilig, en wordt als zodanig door de orthodoxie erkend, alhoewel hij nog niet heilig verklaard werd.
Op 11 juli 1994 ontving Paissios voor de laatste maal de heilige communie. De volgende dag stierf hij. Hij werd, volgens zijn wil, begraven in het klooster van de Heilige Johannes de Theoloog op Souroti. Hij blijft voortlenen in de gedachten van de mensen als een heilige
Heilige Simeon de Nieuwe Theoloog (rond 949-1022), Griekse monnik
Catechismus 3

Simeon de Nieuwe Theoloog
“Hij, die God heeft gezonden, spreekt de woorden van God”
De Heer heeft tegen ons gezegd ; “Doorgrond de Schrift” (Joh 5,39). Doorgrond het dus en onthoud met veel precisie en veel geloof wat de Schrift zegt. Op die wijze kent u de wil van God duidelijk en zult u in staat zijn om het goede van het kwade te onderscheiden, zonder u te vergissen, in plaats van te luisteren naar zomaar een geest en meegenomen te worden door schadelijke gedachten.
Wees er zeker van zusters en broeders dat niets zo gunstig voor uw heil is als het beoefenen van de goddelijke voorschriften van de Heer… We hebben altijd veel vrees, geduld en volharding in het gebed nodig, opdat ons de betekenis van een woord van de Meester geopenbaard wordt, opdat wij de grote verborgen mysteriën zullen kennen tot in de kleinste woorden, en opdat we klaar zijn om ons leven te geven voor een klein teken, een jota, van de geboden van God (cf Mt 5,18).
Want het woord van God is als een tweesnijdend zwaard (Heb 4,12) die de ziel bijsnijdt en elke begeerte en alle instincten van het vlees wegsnijdt. Nog meer dan dat wordt ze ook een brandend vuur (Jr 20,9) als ze het vuur in onze ziel oprakelt, als ze ons alle droefheden van het leven laat minachten en de beproevingen als vreugde laat beschouwen (Jac 1,2), als, tegenover de dood waar alle andere mensen beducht voor zijn, zij ons er naar laat verlangen en het leven laat omhelzen door ons het middel te geven om er te komen.
DE OVERGANG VAN TEKENS NAAR SYMBOLEN

Wij ontmoeten in de kunst van de catacomben, een zuiver «signitive» kunst. (aanwezig stellend) Haar doel is didactisch : Het verkondigt het heil en stelt haar instrumenten levendig voor door middel van geheime codes. Men kan het klasseren en twee groepen : 1. alles wat betrekking heeft op het water : de ark van Noë, Jonas, Moses, de vis, het anker; 2. alles wat betrekking heeft op brood en wijn : de vermenigvuldiging van de broden, het malen van het graan, de wijngaard; 3. alles wat betrekking heeft op de beelden van het heil en de geredden : de jongeren in de oven, Daniël in de leeuwenkuil, de phoenix vogel, de verrezen Lazarus, de «goede herder». De voorstelling duidt eenvoudig weg op de zaligmakende daad : bijvoorbeeld, een dode is verrezen, diegene die ten onder gaat wordt gered. Men merkt een grote verwaarlozing van de artistieke vorm en de afwezigheid van elke theologische ontwikkeling. De «goede herder» stelt in het geheel de historische Christus niet voor, maar het wil gewoon zeggen : de Redder redt daadwerkelijk. Daniël tussen de leeuwen stelt de geredde ziel van de dood voor. Het zijn getekende voorstellingen : kort en treffend, zij spreken van het heil door het doopsel en de eucharistie. Ziehier een griekse inscriptie op een graf die zeer nauw bij deze wijze van voorstellen aansluit, en geeft er de draagwijdte van aan : « Ik ben Abericus, leerling van de Goede Herder die zijn troepen laat grazen op de bergen en in de vlakte…. Overal is het geloof mijn gids geweest, en overal heeft het mij de Vis van de Bron als voedsel gegeven, de grote, de zuivere, die de Maagd heeft gevangen en te eten heeft gegeven aan de vrienden. Zij heeft ook een heerlijke wijn gemaakt en die gemengd heeft met water te drinken gegeven met brood. Dat iedereen die denkt zoals ik en deze woorden begrijpt bidden voor Abericus».
Alles komt overeen met de oproep, dat er geen eeuwig leven is zonder Christus en zijn sacramenten. Alles is gereduceerd tot het enige teken en alles is vreugde, want de verrijzenis van de doden is ingeschreven op de sarcofagen («eters van vlees») De afwezigheid van enige kunst markeert hier het beslissende moment van het lot van deze kunst : haar hoogtepunt, heel dicht nabij nog, de grote scheppingen van de Oudheid zijn nutteloos voor het moment; men neemt er afstand van, gaat voorbij aan zijn eigen dood, dompelt zich onder in de wateren van het doopsel, die uitgedrukt en bewaard zijn in de graffiti van de catacomben, om uiteindelijk uit haar doopvonten te komen bij de aanvang van de 4e eeuw, onder een vorm die nog nooit gezien was : de iconen. Het is de verrezen kunst in Christus : noch teken, noch schilderij, maar icoon, symbool van de aanwezigheid en haar schitterende plaats, liturgisch visioen van het mysterie dat beeld is geworden.
Het geschreven en beluisterde Woord is de inhoud van de Bijbel; zorgvuldig opgebouwd opent zij de poorten van de Tempel; gezongen en voorgesteld op de hiërarchische scene van de cultus, vormt zij de liturgie; mysterievol geschilderd, wordt het tot contemplatie, «visuele theologie» onder de vorm van de iconen.
Uit : Paul, Evdokimov : L’Art de l’icone, pp.149-150
Vertaling : Kris Biesbroeck