Icoon van de Moeder Gods van Vladimir

ICOON VAN DE MOEDER GODS vAN VLADIMIR

Moeder Gods (Kerkwinkel)

 

Kenmerkend voor deze ikoon is de innigheid tussen moeder en kind, waarbij het kind vragend de ogen opslaat naar zijn moeder – en de moeder nadenkend voor zich uitkijkt. Bijgeschreven staat (in griekse letters) de afkorting voor ‘Moeder Gods’ en ‘Jezus Christus’.

Deze afbeelding van Maria met het kind Jezus gaat volgens de legende terug op een ‘portret’ gemaakt door de evangelist Lucas. De icoon, die als voorbeeld heeft gediend voor de hier getoonde icoon, geldt als de oudste afbeelding van dit type. Lange tijd is men ervan uitgegaan dat deze ‘Vladimirskaya’ dateert uit de 12de eeuw; en dat die ooit is vervaardigd in Constantinopel. Maar meer waarschijnlijk is het, dat dit alleen geldt voor delen van de kleding. Het overgrote deel zou in de 16de eeuw zijn geschilderd (of overgeschilderd).

De Moeder Gods verwijst naar de “grote moeder”, de moeder van alle leven, Moeder Aarde, die lijdt onder onrecht en de machten van het kwaad die dit leven aantasten en bedreigen.

De Moeder Gods verwijst ook naar de solidariteit met de lijdende mensheid: zij is het die voor de troon van Christus pleit voor het behoud en de redding van alles wat verloren dreigt te gaan.

Zo representeert de Moeder Gods ook de kerk: zij draagt in haar armen het kostbare Christusgeheim; en tegelijkertijd ontleent zij haar betekenis aan dit goddelijk kind, dat ons het mysterie heeft laten zien van een God die niet onbewogen is en veraf, maar bewogen en ons ‘genadig nabij’; van een God die troost en bevrijdt, en die ons verzoent met het bestaan door zijn geest; van een God dus, die vernieuwt en uitzicht geeft op toekomst.

De icoon nodigt ons uit tot meditatie: over wat ons is geschonken in het ‘Woord van God’ in deze wereld, en in de geloofsgemeenschap die daarop steunt.
De icoon nodigt ook uit tot meditatie over onze eigen levensopdracht: wat doen wijzelf met alles wat dreigt geschonden te worden of verloren te gaan? Hoe koesteren wij de bronnen van leven?

 bron : Kerkwinkel koinonia met toestemming

Efraïm de Syriër : Het teken van Jonas

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, Kerkleraar
Diatessaron XI, 1-3. SC 121 p. 195-197.

Efraim de syrier222

Het teken van Jonas

      Na alle tekenen die Onze Heer had gegeven zeiden de blinden tegen Hem : “Wij willen een teken zien”. Onze Heer begon toen over de Ninevieten… Jonas had de vernietiging aan de Ninevieten verkondigd; hij had hun vrees ingeblazen, en hij had bij hen verbijstering gezaaid; en zij toonden hem berouw van de ziel en vruchten van de boetedoening.  De naties waren dus uitverkoren, en de onbesnedenen zijn God genaderd. De heidenen hebben het leven ontvangen, en de zondaars werden bekeerd…

      “Ze vroegen Hem om een teken uit de hemel”, bijvoorbeeld de donder zoals bij Samuel (cf 1Sm 7,10)… Ze hadden een verkondiging die van boven kwam gehoord, en ze geloofden het niet; de verkondiging kwam ook nog uit de diepte…”De Mensenzoon zal in het hart van de aarde zijn, zoals Jonas in de walvis was”… Jonas kwam uit de zee en predikte tot de Ninevieten die boete deden en gered werden; zo, na met zijn lichaam uit het dodenrijk te zijn verrezen, stuurde Onze Heer  zijn apostelen onder de naties; ze werden volledig bekeerd en ontvingen de volheid van leven.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

Dorotheüs van Gaza : Kom tot Mij

Dorotheus van Gaza (ca. 500-?) monnik in Palestina
Instructies I, 8

 

Dorotheus van Gaza12 (209 x 250)

“Kom tot Mij”

      Als je werkelijk rust voor je ziel wilt vinden, leer dan om nederig te worden ! Dat je gaat inzien dat alle vreugde, alle glorie en alle rust zich daarin bevindt, zoals je in de trots al het tegenovergestelde vindt. En hoe zijn we immers in alle onrust gekomen? Waarom zijn we in al die ellende gevallen? Komt dat niet door onze trots? Door onze dwaasheid? Is het niet omdat we onze verkeerde bedoelingen hebben gevolgd en door ons met bitterheid aan onze wil hebben geketend? Maar waarom is dat zo? Is de mens niet geschapen in de volheid van welzijn, van vreugde, van rust en glorie? Was hij niet in het paradijs? Men schreef hem voor: doe dit niet, en hij heeft het wel gedaan. Ziet u de trots, de arrogantie, de ongehoorzaamheid? “De mens is dwaas, zegt God toen Hij deze onbeschaamdheid zag; hij weet niet hoe hij gelukkig moet worden. Als hij geen slechte dagen meemaakt, zal hij helemaal verdwalen. Als hij niet leert wat smart is, dan weet hij ook niet wat rust is.” Toen heeft God hem gegeven wat hij verdiende, door hem het paradijs uit te sturen…

      Toch heeft de goedheid van God, zoals ik het vaak herhaal, zijn schepsel niet verlaten, maar ze keert zich er weer naartoe en opnieuw herinnert Hij haar:” Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven” Dat wil zeggen: U bent moe, u bent ongelukkig, u hebt het kwaad ervaren van uw ongehoorzaamheid.. Kom bekeer u nu eindelijk, kom erken uw onmacht en uw schaamte, om terug te komen bij uw rust en uw glorie. Kom en leef uit nederigheid, u die dood was door de trots.  “Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden voor jullie zielen.”

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

De opwekking van Lazarus

DE ICOON VAN DE OPWEKKING VAN LAZARUS

Lazarus opwekking 13
 

(zie voor het verhaal: Evangelie van Johannes 11: 1-44)

We zien een ruimte, omgrensd door bergen, stadsmuren en architectonische elementen. Een vreemde werkelijkheid. Wat zijn dit voor een bergen, die daar machtig oprijzen – bedekt met het wit van de stilte? Wat zijn het voor een plaatsen, waar al die mensen vandaan komen? Het zwart doet vermoeden, dat zij in duisternis leven?

Het licht valt op de gestalte, in de opening van een grot. Van links komt een stoet mensen – volgelingen van Jezus. In het midden zien we een andere stoet: toeschouwers, een beetje terzijde. Jezus wordt begroet door twee vrouwen, die hem binnenhalen als een vorst: de ene smekend op haar knieën; de andere voorover in het stof, in aanbidding. Zij hebben in Jezus de Christus, de bevrijder herkend.

Waar zie jij jezelf staan: onder de volgelingen van Jezus?
Onder de mensen terzijde? Of bij de vrouwen in aanbidding?

Of herken jij jezelf in Lazarus: zó ingekapseld en gebonden, dat hij geen kant meer op kan? Dat is geen leven. Ze hebben Lazarus gebracht naar de plaats van zijn onmacht – de plaats waar je, menselijkerwijze gesproken – alle hoop moet laten varen.

Jezus kijkt geschokt: “Kom daaruit!”, roept hij. “Maak zijn windsels los!” Dat is de roep om op te staan, levend te worden, uít te komen.

Waar een mens de plaats van zijn onmacht bereikt, zal blijken of er zoiets bestaat als bevrijding, verlichting, genezing, een andere manier van kijken naar jezelf, naar de anderen, naar Christus – en wie hij was, wie hij is, wat hij doet:
zegenen – hen, die geen kant meer opkunnen.

Vooraan op de ikoon zien we twee harde werkers: zij lijken niet onder de indruk van het wonder. Ze doen wat gedaan moet worden: open dat graf. Weg met die steen. Is dat: geloven op gezag? De armen uit de mouwen: gewoon doen wat gedaan moet worden?

Uit :  Paul Evdokimos : L’art de l’icone – theologie de la beauté, p.257-263

Vertaling : Kris Biesbroeck

Orthodox seminarie in Turkije mogelijk open.

Orthodox seminarie in Turkije mogelijk open

Turkse functionarissen hebben gemeld dat de Turkse regering overweegt het orthodox seminarie Halki te heropenen. Dat zou betekenen dat Turkije tegemoet komt aan de eis van de EU het seminarie te openen.

Onderminister Egemen Bagis, de hoofdonderhandelaar met de EU vertelde in een Griekse krant dat het seminarie open zou gaan om tegemoet te komen aan de behoeftes van niet-moslims. Ook de Russisch orthodoxe patriarch Kirill zei informatie te hebben ontvangen over opening van het seminarie. De diverse meldingen verschenen na het bezoek dat president Obama in april aan Turkije bracht. Hij had de Turken erop gewezen dat het heropenen van Halki een belangrijk teken zou zijn van het garanderen van godsdienstvrijheid.

Oecumenische Patriarch Bartholomeus, ereleider van de 250 miljoen orthodoxe christenen in de wereld toonde zich verheugd over de berichten. Voor Bartholomeus, die zetelt in Constantinopel, het huidige Istanboel, is de priesteropleiding van kapitaal belang voor het voortbestaan van de Grieks-orthodoxe Kerk in haar historische zetel. Als er geen priesters opgeleid mogen worden, kan er geen opvolger voor Bartholomeus gevonden worden, omdat de Turkse grondwet stelt dat de patriarch een inwoner van Turkije moet zijn.

Tegenstanders in Turkije zeggen dat met de opening van het seminarie een soort orthodox Vaticaan in Istanboel zou ontstaan.

Bron : TurksNieuws.NL

De icoon van de Kruisiging

DE ICOON VAN DE KRUISIGING

 

kruisiging 5

 

“Het gekruisigde Lam voor de schepping van de wereld” treedt de geschiedenis binnen om gekruisigd te worden door Pontius Pilatus, te Jerusalem. De enige, zonder vlek of zonde, komt in de zondige wereld. De vijandschap, de ontologische haat van de Verderver jegens de Heilige, de Zuivere, de Onschuldige, bereikt een zodanige densiteit dat het kruis evident en onverbiddelijk wordt, : ” De Zoon der mensen wordt overgeleverd in de handen van de zondaars” (Matth.26,45), in de handen ook van de “god van deze wereld”….

In zijn menswording, heeft  het Woord de volle menselijkheid op zich genomen, iedereen kan er zich in terugvinden. De eerste en de tweede Adam vormen de twee polen, twee centra die samen bestaan in de ganse mensheid en in elke mens. “Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn” (Matth.6,21).Iedereen kan vrij zijn bestaan bepalen. Het objectief en universeel fundament van het heil behelst gans het menselijk geslacht, maar het heil uit zich effectief in de persoonlijke vrijheid van elke mens afzonderlijk, en dit is het immense drama van God zelf. “God kan alles, uitgenomen de mens dwingen om Hem lief te hebben” zegt het beroemde spreekwoord van de  Kerkvaders.

De Zoon van God toont zich ten overstaan van zijn Vader als “Zoon des Mensen”. De tweede Adam identificeert zich met de eerste en zinkt  op Gethsemani weg in de dodelijke nacht van de angst : “Nu is mijn ziel ontroerd….maar daarvoor ben Ik op dit uur ben gekomen!”(Joh.12,27)  Christus wordt tot subject van de vrijwillig geaccepteerde zonde. Ecce homo, en elders : “Het is niet meer ik die leef, maar Christus die leeft in mij”, de menselijke “ikken” van de twee Adams vallen samen, identificeren zich. Het is de “dwaze liefde” (manikon eros volgens de uitdrukking van Nicolas Cabasilas) van de God-Mens, zijn liefde-beperking voor zijn verscheurde broeder.

De Vader reikt de kelk van de menselijke zonde naar Zijn Zoon, verplicht Hem de siddering, de angst van zijn menselijke essentie te overstijgen, niet voor het fysische lijden maar voor de verpletterende last van  de universele Zonde, voor de mysterieuze en geduchte doorgang door de poorten van de dood. Zijn roep om “de kelk te verwijderen” werd niet door de Vader verhoord, Zijn menselijke vrijheid moest het kruis aanvaarden.

“De Vader is de Liefde die kruisigt, de Zoon is de gekruisigde liefde, De Heilige Geest is de onoverwinnelijke kracht van het kruis” heeft de Metropoliet van Moscou  Philaret gezegd. In zekere zin is de kruisiging gemeenschappelijk aan de drie Personen van de Drie-eenheid, elk op zijn eigen wijze nemen ze deel aan het mysterie die de icoon van de Drie-eenheid van Roublev ons toont , sidderend, stil, mysterievol. Anthropomorfisme  dat het Theopaschisme ( Dat in Christus God ook zelf geleden heeft) zal inleiden in de onveranderlijke eeuwigheid van God ? Zeker niet. De Vaders hebben de tegenspraak van God zelf goed gezien. God is méér dan het Absolute want Hij is het absolute zelf en het Andere zelf : de God-Mens, en de naam van God zijn relatief in de wereld. Hoe kan God terzelfder tijd absoluut zijn en relatief, God van de Geschiedenis en God  in de geschiedenis, het is het mysterie van Zijn Liefde die zijn eigen transcendentie transcendeert en vereerd moet worden, door de stilte, door het huiveren…. Het lijden van de menselijke natuur van Christus wordt ervaren in Zijn Hypostase en bezit dus zijn gelijkenis in de Trinitaire eenheid van God. Gans de eucharistische canon met de épiclese gericht tot de Drie-eenheid is het werk van de Drie-eenheid.

“De Heilige Geest is de vreugde waar de Drie gemeenschappelijk voldoening vinden”. Maar de kreet die weergalmt op het kruis : “Vader, waarom heb je mij verlaten”, wil zeggen dat de Geest de Zoon en de Vader niet meer verenigt, de “Gever van het leven” laat zijn Zoon in de steek zoals de Vader hem heeft in de steek gelaten. De Heilige Geest wordt het onuitwisbaar Lijden waar de Drie zich verenigen. De Vader ontdoet zich van de Zoon en de Zoon gaat als in een moment van eeuwigheid naar het oneindig goddelijke van de eenzaamheid. De Heilige Geest, wederzijdse liefde van de Vader en de Zoon, offer zich, maakt zich op zijn manier het Kruis eigen om te worden : “de onoverwinnelijke kracht van het Kruis”…

De wonderlijke icoon van Roublev toont de Hogepriester die het offer offert, gesymboliseerd door de kelk op het altaar van de Drie-eenheid, want “Zodanig heeft God de wereld liefgehad, dat Hij Zijn enige Zoon heeft geschonken…”

Hoe kan de mens de Liefde begrijpen die evenredig is aan God ? Voor Christus betekent het kruis opnemen binnengeleid te worden in het binnenste van zichzelf, uit medelijden, de Zonde van de wereld als zijn eigen… Het Kruis heeft de onpeilbare diepte  van de onschuld en de afgrond van de duisternissen doen uitmonden in de kreet : Abba Vader….

In de kenose zwijgt de goddelijkheid en de mensheid roept. God neemt het antwoord op zijn eigen gerechtigheid op zich, Hij aanvaardt de ultieme consequentie van zijn scheppingsdaad. De Liefde neemt de zonde van de wereld op zich om allen te kunnen vergeven….

“De prins van deze wereld komt, en hij heeft niets aan mij”(Joh 14,30). “De Vader heeft mij lief, omdat ik mijn leven geef…Niemand neemt mij het af, maar ik geef het uit mijzelf…Ik heb dit bevel van mij Vader gekregen (Joh.10,18). Op sommige iconen ziet men “de man van smarten” in zich verheerlijkend al het lijden van de wereld, de Elkomenos, die zelf de ladder beklimt op het kruis….”Maar dit is uw uur en de macht van de duisternis” (Luc.22,53). Het is een buitensporig geweld en moord, in volle vrijheid geaccepteerd.

God vraagt aan Abraham het offer van zijn zoon zonder enige garantie.  Zonder de totale aanvaarding geplaatst buiten elke garantie, zal het geloof van Abraham zijn uiteindelijke waarheid niet bereiken, zijn doodstrijd. De zo frappante tekst uit de Brief aan de Hebreeën (11,31-39) beschrijft het buitengewoon tragisch noodlot van de profeten. Er is een ganse theologie van het mislukken en van teleurstelling, maar ondanks dit openbaren zich de grootste verwezenlijkingen: “Bijgevolg, God  had blijkbaar iets beters voor ogen”…beter dan een duidelijk zichtbaar  succes. Het bestaan van de profeten geeft ons een voorafbeelding en identificeert zich met het tragisch bestaan van God in de wereld. “Het geofferde Lam vanaf de schepping der wereld” werd opgehangen boven de afgrond ” zonder gedaante noch gestalte”, wat ook zou kunnen betekenen : verstoken van elke garantie. De optimistische theodicees (die pogen aan te tonen dat er een God kan bestaan die het kwaad toelaat .nvdv) construeren altijd het rechtlijnig en rationalistisch systeem van de vrienden van Job. Welnu, de menselijke vrijheid, “de tweede vrijheid” zoals de Vaders het zeggen, moet, om waar te zijn, ’t is te zeggen naar het goddelijk beeld, onvoorspelbaar zijn , zelfs voor God, zodanig dat door dergelijke vrije beslissing er een sluier geworpen wordt op zijn Alwetendheid, de sluier van de kenose. God verlaat het hoogtepunt van zijn stilte en riskeert de waa
nzinnige inzet die zijn liefde bevestigt. Op het Kruis heeft  God tegen God de kant van de mens gekozen. Hij offert zijn Zoon zonder dat ook maar één engel zijn dood tegenhoudt, en bij wijze van garantie : “wanneer de Zoon zal terugkeren, zal hij het geloof op aarde vinden” (Lucas 18,8) ?…

Het levengevend Kruis is het enige antwoord op het proces van het atheïsme op de heerschappij van het kwaad. Er is  plaats om aan God de meest paradoxale notie  te geven, deze van de zwakheid, wat betekent : het heil door de zelfstandige liefde : “God toont zich en verklaart zijn liefde, en bid dat men hem die liefde terugschenkt…verstoten wacht hij aan de poort…Voor al het goede dat hij ons aandeed, vraagt hij slechts als tegenprestatie onze liefde, in ruil voor onze liefde, neemt hij onze schuld weg (Nicolas Cabasilas, La vie en Jesus-Christ, VI)

Ten overstaan van het lijden,  tegenover elke vorm van kwaad, is het enige treffende antwoord  dat we kunnen geven namelijk, dat “God zwak is” en dat hij niets anders kan dan lijden met ons. Zwak, zeker, niet in zijn almacht, maar in zijn gekruisigde Liefde….

Op het Kruis heeft Christus de sterfelijkheid zelf op zich genomen. De macht van de dood ligt in haar autonomie, maar Christus geeft zijn dood aan de Vader, en daarom is het dat in Christus het de dood is die sterft : “door de dood heeft hij de dood overwonnen”. Vanaf dat moment sterft geen mens meer alleen, Christus sterft met hem om met hem te verrijzen. (Vader serge Boulgakov, in zijn Sophiologie van de dood, beschrijft zijn aangrijpend getuigenis van deze co-dood, van deze dood met Christus).

Rond de XIe eeuw ziet men op de iconen te Byzantium, Christus gekleed met een tuniek met korte mouwen, levendig, de ogen geopend en zich licht draaiend naar rechts op het kruis. Het is een erfenis die ons overgeleverd is vanuit Palestina, Syrië en Cappadocië, en het stelt de naakte en dode Christus voor, het hoofd licht gedraaid en het lichaam licht gebogen. Later is het lichaam is naakt, uitgenomen een wit linnen die  de heup bedekt. De elegantie van de plooien, versterken de schoonheid van de vormgeving.  De gesloten ogen duiden op de werkelijke dood, en terzelfder tijd is het hoofd gebogen naar de Theotokos. Dit duidt veeleer op een diepe slaap, wat de dogmatische waarheid illustreert nl. de onvergankelijkheid van het lichaam in de dood : “Het leven is ingeslapen en de hel  beeft van hevige schrik” (Dienst van heilige Zaterdag, sticheron toon 2).(Dikwijls ziet men ook een bloedstraal die een teken is van “blijvend leven” : “Water en bloed stroomden warm uit het Lichaam van de Heer, zelfs na zijn dood”, zegt ons het Concilie van Quinisecte in haar 32e canon. Van deze leer stamt de rite van het Zeon in de byzantijnse liturgie, men voegt een weinig warm water bij het lichaam van Christus, dat levend , warm, gepneumatiseerd bloed is.)

De gekruisigde in het Oosten stelt nooit het vleselijk realisme, uitgeput door de dood voor, noch het dolorisme (leer over het nut van smart en pijn. Nvdv)van de doodstrijd.  Dood en gerustgesteld, heeft hij niets verloren van zijn Koninklijke waardigheid en hij behoudt altijd zijn heerlijkheid, zoals de heilige Johannes Chrysostomos zegt : ” Ik zie de gekruisigde en ik noem Hem Koning”.

Het kruis heeft drie dwarsbalken. De onderste dwarsbalk, onder de voeten van de Heer, is licht gebogen. Dit scabellum pedum (Hand.2,35; Psalm 109) links naar onder gebogen wijst  op het noodlot dat de linkse moordenaar te wachten staat. De andere kant wijst naar boven en verwijst ons naar het noodlot van de rechtse moordenaar. Het troparium van het Negende uur vergelijkt het Kruis met een weegschaal. “Weegschaal van gerechtigheid” en doorbraak van de eeuwigheid : het Kruis is in het midden als de mysterieuze bemiddelaar tussen Koninkrijk en hel.

De icoon van de kruisiging toont ons in haar vertikale lijn het descensus (neerdalen) en het ascensum (het opstijgen)van het woord. “Christus aan het Kruis, zegt Jacques de Saroug (hom.over het visioen van Jacob) houdt zich vast aan de aarde als op een ladder die rijk is aan treden”. Het Kruis is “de levensboom die geplant is op Calvarie “(dienst van de Kruisverheffing), de plaats van grote “cosmische strijd”. De handelingen van Andreas verduidelijken : “een deel is geplant in de aarde opdat de dingen van de aarde en in de hel zouden verenigd worden met de hemelse dingen”. Het is daarom dat op de iconen de voet van het kruis weggezakt is in een donkere grot waar het hoofd van Adam begraven ligt, Golgotha is “de schedelplaats” (Joh.19,17). Deze symbolische detail toont het hoofd van de eerste Adam, en met hem de ganse mensheid,  besproeid door het bloed van Christus.

De architecturale achtergrond toont ons de muren van Jerusalem. Christus heeft geleden buiten de muren van de stad Jeruzalem en de gelovigen moeten hem volgen: “want wij hebbeen hier beneden geen vaste stad” (Hebr.13,11-14). Bovenaan wordt de hemel helder afgelijnd, het onderstreept volgens Athanasios en de heilige Johannes Chrysostomos de cosmische poort van het Kruis die de lucht reinigt van de demonische machten.

De doodsbleke kleur van het lichaam drijft hem in de diepte en als contrast staat het reliëf van het sombere Kruis van het lijden. Het Kruis is stevig geplaatst in de grond, terwijl het opgehangen lichaam een nobele boog vormt die het licht , zwak en als lucht maakt. Het lichaam buigt naar de Maagd toe die zich altijd rechts van het Kruis houdt en ze schijnt naar haar Zoon te willen toesnellen. Haar rechterhand vormt een kruis, haar linkerhand, door zijn immobilisme, onderlijnt de beweging van de rechts, de vingers zijn dicht bij de keel om haar emoties af te breken die veroorzaakt worden door een onuitsprekelijke smart. Alleen zo gaat met haar beide handen de tragische stem van de stilte voorbij. De Moeder kan zich niet bewegen, zij is versteven van droefheid, haar ziel is door het zwaard doorboord. Met haar sombere kledij maakt zij zich los van het bleke en als onwezenlijk lichaam van haar zoon.

Johannes, die heldere kledij aan heeft, bevindt zich links en een beetje verder van het Kruis. Zijn hand volgt het licht gebogen hoofd en schijnt zijn gedachten te richten op de Heer. Hij kijkt voor zich uit, zijn blik is verloren of naar binnen gekeerd, contemplatief bemediteert hij het mysterie van de passie.

De Redder aan het kruis is niet enkel een dode Christus, het is de Kyrios, Meester van zijn eigen dood en Heer van zijn  leven. Hij heeft geen enkele verandering ondergaan door het feit van zijn lijden. Hij blijft het Woord, het eeuwige Leven die zich aan de dood overlevert en haar overstijgt. “Toen gij gekruisigd waart, o Christus, sidderde de ganse schepping van afkeer voor deze aanblik en de fundamenten der aarde beefden voor uw almacht”.

De God-Mens verschijnt in zijn dubbele en onscheidbare dimensie : met God bovenaan en de mensheid onderaan. Engelen zweven boven het kruis, het is de hemel, en de personnages aan de voet van het kruis, een heilige vrouw en de centurion Longin, waren de mensheid.

Door de icoon te be-mediteren denkt men aan de mooie overdenking van Nicolas cabasilas : ” Het is in functie van Christus dat het menselijk hart is geschapen, deze immense kist die groot genoeg is om God zelf te bevatten… het oog is geschapen voor h
et licht, de oren voor de geluiden, alle dingen voor hun doel en het verlangen van de ziel om zich te verheffen tot Christus” (Nicolas cabasilas : La vie en Jesus Christ, p79).

Uit :  Paul Evdokimos : L’art de l’icone – theologie de la beauté, p.257-263

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

 

 

 

Gregorios de Grote : Voor de eerste keer zond Hij ze twee aan twee uit

H. Gregorius de Grote (ca. 540-604), paus en Kerkleraar
Homilie over het Evangelie, 17,1-3 ; PL 76,1139

Gregorius de Grote 24378

“Voor de eerste keer, zond Hij ze twee aan twee uit”

      Onze Heer en Verlosser, geachte broeders en zusters, onderricht ons nu eens door zijn woorden, dan weer door zijn handelingen. Zijn daden zelf zijn de geboden, want, als Hij iets doet zonder iets te zeggen, dan toont Hij ons hoe wij moeten handelen. Hier zendt Hij zijn leerlingen dus twee aan twee uit om te gaan verkondigen, omdat er twee geboden van de liefde zijn: de liefde voor God en voor de naaste. De Heer zendt de leerlingen twee aan twee uit om het woord te verkondigen om hiermee aan te geven, zonder het te zeggen, dat degene die geen liefde voor de naaste heeft, absoluut niet het ambt van de verkondiging moet uitvoeren.

      Er is duidelijk gezegd dat “Hij ze twee aan twee voor zich uit zond naar iedere stad en plaats waar Hij van plan was heen te gaan” (Lc 10,1). De Heer komt immers na zijn verkondigers, omdat de verkondiging aan Hem voorafgaat. De Heer komt in onze ziel wonen als eerst de richtinggevende woorden gekomen zijn en daardoor de waarheid in de ziel ontvangen kan worden. Daarom zegt Jesaja tegen de verkondigers: “Baan voor de Heer een weg door de woestijn, effen in de wildernis een pad voor onze God” (40,3). En de psalmist zegt tegen hen ook: “Maak ruim baan voor Hem die opkomt boven de zonsondergang” (Ps 67,5 Vulg). Want de Heer is boven de zonsondergang opgestegen, omdat toen Hij door zijn passie onderging, zich met een nog grotere heerlijkheid openbaarde in zijn verrijzenis. Hij is bij zonsondergang opgekomen, omdat Hij toen verrees, de dood die Hij ondergaan had, overwonnen heeft. Wij banen dus de weg voor Hem die opkomt boven de zonsondergang, als wij zijn heerlijkheid verkondigen aan uw ziel, opdat als Hij vervolgens komt, Hij uw ziel verlicht met de aanwezigheid van zijn liefde.

5e zondag na Pinksteren

5e zondag na Pinksteren

 

 veronica 12 juli

Veronica

LEZINGEN :

Romeinen, 10,1-10

U ons hier voortijdig komen kwellen?’ [30] Een eind verderop weidde een grote troep varkens. [31] De demonen smeekten Hem: ‘Als U ons uitdrijft, stuur ons dan 32] Hij zei tegen hen: ‘Ga maar.’ Ze kwamen eruit en gingen de varkens in. Heel de troep stoof de helling af het meer in, en ze kwamen om in het water. [33] De varkenshoeders gingen ervandoor. Ze gingen naar de stad en vertelden alles, ook wat er met de bezetenen was gebeurd. [34] Nu ging heel de stad Jezus tegemoet, en toen ze Hem zagen, vroegen ze Hem om uit hun gebied te vertrekken.

Hoofdstuk 10
[1] Broeders en zusters, het is mijn vurige wens en ik bid tot God dat zij gered worden. [2] Ik getuig dat zij godsdienstige ijver hebben, maar het is ijver zonder inzicht. [3] Met hun miskenning van Gods gerechtigheid* en hun pogen een eigen gerechtigheid op te richten, hebben zij zich niet aan de gerechtigheid van God onderworpen. [4] Want Christus is het doel van de wet tot gerechtigheid voor ieder die gelooft.

De gerechtigheid uit het geloof
     [5] Zeker, over de gerechtigheid door de wet schrijft Mozes: De mens die haar volbrengt*, vindt door haar het leven. [6] Maar* de gerechtigheid uit het geloof spreekt aldus: Zeg niet bij uzelf: Wie zal opstijgen naar de hemel? Dat is: Christus laten afdalen. [7] Of: Wie zal neerdalen in de onderwereld? Dat is: Christus uit het dodenrijk laten opstijgen. [8] Nee, zegt de Schrift, het woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart, het woord namelijk van het geloof, dat wij verkondigen. [9] Want* als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is, en uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u gered worden. [10] Het geloof van uw hart brengt de gerechtigheid en de belijdenis van uw mond brengt de redding.

Evangelie : Mattheüs 8,28;9-1

Genezing van twee bezetenen
     [28] Toen Hij aan de overkant kwam, in het land van de Gadarenen, kwamen Hem vanaf de rotsgraven twee bezetenen tegemoet. Ze waren zeer gevaarlijk, zodat niemand over die weg durfde te gaan. [29] Ze brulden: ‘Wat wilt U van ons, Zoon van God? Bent U ons hier voortijdig komen kwellen?’ [30] Een eind verderop weidde een grote troep varkens. [31] De demonen smeekten Hem: ‘Als U ons uitdrijft, stuur ons dan naar die troep varkens.’ [32] Hij zei tegen hen: ‘Ga maar.’ Ze kwamen eruit en gingen de varkens in. Heel de troep stoof de helling af het meer in, en ze kwamen om in het water. [33] De varkenshoeders gingen ervandoor. Ze gingen naar de stad en vertelden alles, ook wat er met de bezetenen was gebeurd. [34] Nu ging heel de stad Jezus tegemoet, en toen ze Hem zagen, vroegen ze Hem om uit hun gebied te vertrekken.

Weer in Kafarnaüm
[1] Hij stak per boot over en kwam in zijn stad.

Colombanus : Want mijn vlees is waarlijk spijs en mijn bloed is waarlijk drank

Sint Colombanus (563-615), monnik, stichter van kloosters
Geestelijke instructie 12, 2, 3

Columba%20icon

 

“Want mijn vlees is waarlijk spijs, en mijn bloed is waarlijk drank”

      Beste broeders en zusters, lest uw dorst aan de wateren van de goddelijke bron waarover wij met u wensen te spreken : lest haar, maar doof haar niet uit ; drink, maar raak niet verzadigd. De levende bron, de bron van leven roept ons en zegt tegen ons: Wie dorst heeft, kome tot Mij en drinke” (Joh 7,37). Begrijp wat u drinkt. Dat de profeet Jesaja u het vertelt en dat de bron zelf u het zegt: “Woord van de Heer, ze hebben Me verlaten, de Bron van Levend water die Ik ben” (Jr 2, 12-13). Het is dus de Heer zelf onze God, Jezus Christus, die de bron van leven is en daarom uitnodigt Hij ons uit om tot Hem te komen opdat wij drinken. Hij die liefheeft, drinkt het, hij die zich voedt met het woord van God, drinkt het… Laten we dus drinken aan de bron die anderen verlaten hebben.

      Opdat we van dit brood eten, opdat we van deze bron drinken…, noemt Hij zich “het levend brood dat leven geeft aan de wereld” (Joh 6,51) en dat we moeten eten… Zie waaruit deze bron stroomt, zie ook waar dit brood uit neerdaalt: het is immers Dezelfde die brood en bron is, de eniggeboren Zoon, onze God, de Heer Christus, naar wie we altijd honger moeten hebben.

      Onze liefde geeft het ons als voedsel, ons verlangen laat het ons eten; vervuld verlangen we het nog. Laten we naar Hem gaan als naar een fontein en laten we altijd drinken in de overvloed van onze liefde, laten we Hem altijd drinken met een nieuw verlangen, laten we vreugde vinden in de zoetheid van zijn liefde. De Heer is zacht en goed. Wij eten Hem en wij drinken Hem zonder op te houden met dorsten en hongeren naar Hem, want wij kunnen dat voedsel en die drank niet opmaken. Wij eten van dat brood, maar we krijgen het niet op; wij drinken aan deze bron, maar ze valt niet droog. Dit brood is eeuwig, deze bron stroomt zonder einde.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

Olivier Clement : De orthodoxe Kerk

DE ORTHODOXE KERK

Olivier Clément

Deel 3 (Slot)

10.- De grote beproeving (van 1917 tot 1988).

In de 20e eeuw is het geweld van het atheïsme eerst op de Russische Kerk zijn nefaste uitwerking gehad. Van 1918 tot 1941 heeft ze één van de ergste vervolgingen doorgemaakt welke de christelijke wereld heeft gekend, met tientallen miljoenen martelaren (processen en executies van 1922-1923, verwoesting van het landelijk christendom , van priesters van de dorpen in 1928-1934, de grote stalinistische zuiveringen van 1937-1938) De radicale scheiding van Kerk en Staat en van de school werd ondernomen in het perspectief van de ‘ondergang van de religie’. Het werd gezien als iets onvermijdelijk  voor de officiële ideologie. Monasteria en seminaries werden dus gesloten, elke vorm van catechese verboden. Het dekreet van 2 april 1929 weigerde aan ‘religieuze verenigingen’ elke vorm van intellectuele, culturele, sociale en caritatieve activiteit. Men stond enkel, tegenover de ‘antireligieuze propaganda’ deze van de religieuze ‘cultus’ toe. Deze stellingname werd hernomen door de opeenvolgende Constituties van 1936 en 1977. Na de dood van patriarch Tikhon (1925), kon geen enkele patriarch meer gekozen worden. Het regime bevoordeelde echter een progressief schisma : de ‘levende Kerk’ genaamd, die aan het regime toegewijd was, en deze realiseerde de voorziene hervormingen gedaan in de voorbereidende preconciliaire werkzaamheden. Daardoor zette zij deze hervormingen blijvend in gevaar. (het gebruik van het russisch, bijvoorbeeld).

Alles veranderde met de tweede wereldoorlog. De trouw, het patriottisme, het prestige bij de bevolking van de traditionele Kerk, de noodzaak om alle krachten van het land bijeen te brengen, ook deze om te beantwoorden aan de heropening van vele kerken in bepaalde bezette zones, leidden tot de ‘normalisatie’ van 4 september 1943. Het patriarchaat werd opnieuw ingesteld, vele bisschoppen en priesters kwamen uit de deportatie terug, een beperkte vorm van kerkelijk onderwijs om priesters te vormen werd opnieuw toegestaan , het schisma van links werd ongedaan gemaakt. Na de dood van Stalin, van 1953 tot 1959 kende de Russische Kerk een korte lente. Men telde in 1959, 22.000 parochies (54.000 in 1917) bediend door 30.000 priesters, ongeveer 80 monasteria, 8 seminaries en 3 theologische academiën.

Van 1960 tot 1964, komt gedurende de laatste periode van de regering van Kroutchtchev een nieuwe golf van niet-bloedige maar ‘verstikkende’ vervolgingen tot stand om deze vernieuwingen te breken. In 1961 verliest een priester de leiding van zijn parochie, omdat ze zogezegd toekomt aan een ‘executief lekeorgaan’, waarvan sommige zijn ingesteld door de burgerlijke autoriteiten. De ‘ raad voor religieuze zaken bij  de Raad van ministers van de ussr’ controleert de patriarch en zijn synode. De lokale gevolmachtigden controleerden de priesters. Het aantal open Kerken wordt zo gereduceerd tot ongeveer 7000.

Sedert 1945 hebben alle Kerken van Zuid-Oost Europa (buiten die van Griekenland) dezelfde vervolgingen gekend.

11.- Sedert de val van het communisme

Met de val van het communisme kent de orthodoxe Kerk in gans Oost-Europa voor het eerst opnieuw de vrijheid.

Sedert juni 1988, met het ‘Millenium’ van het Russische christendom, dat waardig gevierd werd. Het Russische episcopaat heeft een concilie gehouden die de canonische orde heeft hersteld, eerst en vooral in de parochies. De wet van oktober 1990 heeft de vrijheid van geweten ingevoerd, en de volle mogelijkheid voor de Kerk om zich te organiseren en uit te drukken, dit in een context van een leke-staat. Het aantal parochies is gestegen tot ongeveer 17.000 en men merkt ook een krachtige stijging van het monastieke leven : men telt vandaag de dag ongeveer 450 monasteria, vele monniken en monialen zijn jong en komen dikwijls uit het hoger onderwijs.

De reactie tegen het sluiten van compromissen met het oude regime door het episcopaat, heeft kleine schisma’s veroorzaakt ( de ‘Russische vrije Kerk’, filiaal van een zeer reactionaire  jurisdictie uit de emigratie, telt slechts een vijftigtal parochies), dikwijls zijn deze scheidingen nog niet helemaal opgelost, zoals in Bulgarije. In Roemenië is er in 1990 onrust ontstaan over een soort van restauratie binnen de kerk zoals binnen de Staat, maar jonge bisschoppen die gevormd zijn in West Europa zullen wellicht een nieuwe adem brengen. De talrijke en open christelijke intellectuelen stichten organisaties, tijdschriften worden uitgegeven in nieuwe uitgeverijen. In Rusland werden een dertigtal seminaries en ‘theologische colleges’ om priesters op te leiden geopend door de Kerk. De vrije filosofische en theologische instituten, waar ook leken, voornamelijk vrouwen kunnen studeren,  vermenigvuldigden zich (vijf in Moscou, vier in St.Petersburg).Parochies en ‘fraterniteiten’ ontwikkelen een intense caritatieve en sociale activiteit, dit is welkom in een vervallen maatschappij.

Een zwak punt is echter dat slechts 55 % van de Russen gedoopt zijn, en het praktiseren gaat niet boven de 1,5%. De Russische Kerk ( en het is ongeveer hetzelfde in Roemenië en de Balkan) kiest eerder voor de moderniteit, maakt zich ook zorgen over het proselytisme van westerse religies en stelt zich het probleem van het nationalisme. De moderniteit « a l’americaine » brengt drugs, geweld cultus van het geld en seksuele permissiviteit mee. Amerikaanse en Japanse sekten, rijk en actief, organiseren « opwekkings bijeenkomsten », en verkondigen via de televisie. Katholieken, vooral Polen zijn niet altijd even discreet geweest. In de Baltische staten en in Ukraïne trachten de nationalisten, ondanks de autonomie hen toegekend door Moscou, om autocephale kerken op te richten.

Tegenover zovele bedreigingen, twijfelen de Russen tussen een gesacraliseerd traditionalisme, een bijna magisch ritualisme en een reactie van het zich terugplooien op zichzelf  volgend op deze van het soviet tijdperk, en de eis  van evangelisatie en vernieuwing. Het conflict concretiseert  zich op twee fundamentele punten : de liturgische taal, want bijna niemand verstaat het slavisch nog, en de oecumenische relaties. Ongeveer tot in 1996 probeerde de patriarch het evenwicht te bewaren tussen deze twee tendensen , sedertdien worden de vernieuwers eenzijdig getroffen met maatregelen, excommunicaties bij de vleet ( bv. Kotchetkov, die het russisch gebruikte in de liturgie en een uitgebreid catechumenaat organiseerde voor volwassenen, samen met twaalf medewerkers of de iconograaf Zenon, die gecommuniceerd had met katholieke vrienden…) Boeken van grote theologen uit de diaspora werden verbrand, alsook die van Vader Alexander Men, van joodse afkomst en een groot getuige van het Evangelie in de intellectuele middens van het soviet tijdperk. Hij werd vermoord in september 1990 en men heeft nooit geweten door wie. De verbranding van de boeken van Men, Schmemann en Meyendorff in mei 1998 te Ekatarininbourg, op bevel van de bisschop van de plaats heeft een immens schandaal teweeggebracht en het intellectuele leven van de Kerk neigt ertoe zich in de zijlijn op te stellen.

De politieke
achtergrond van deze evolutie is complex maar onbetwistbaar. Enerzijds zoekt de patriarch meer en meer de steun van de staat op, en hij heeft heel sterk de eindstemming van de herfst 1997 beïnvloedt van  een wet in verband met religieuze verenigingen, die de Orthodoxie begunstigde ten nadele van de andere christelijke belijdenissen. Anderzijds probeert het nationalistische uiterst rechts, anti-westers en antisemitisch om het patriarchaat in hun kamp te krijgen, om zichzelf zo een populaire grondslag te kunnen geven. In werkelijkheid schijnen deze milieus minoritair en de Kerk verliest zelf zo in de maatschappij het prestige die het had gedurende de perestroika.

De wegen van de vernieuwing zijn ook zeer klein in Zuid-Oost Europa, waar de privileges van het oude regime er in geslaagd zijn zich staande te houden doorheen het Marxisme of het nationalisme. De nostalgie, een erfenis van Byzantium, een soort messianisme; de lange dominatie door multinationale Staten, islamitische en vervolgens communistische, hebben de opkomst van moderne staten vertraagd en zelfs verergerd.

De Orthodoxie die de taal en de cultuur van haar volkeren heeft bewaard, wordt door hen gevoeld als een als het ware etnisch toebehoren en niet als een persoonlijk geloof. In het uiterste geval is zij, door een bijzondere vorm van secularisatie, het instrument geworden van het nationalisme. Eén geval is hiervan bijzonder kenmerkend : dit van Servië.

De Serven hebben met geweld een oorlog gevoerd voor nationale eenheid. De buitensporigheden van de « ethnische zuiveringen » ( die zij ook hebben moeten ondergaan) getuigen van een dubbele wraaklust : tegen de Katholieke Kroaten, die tijdens de tweede wereldoorlog ongeveer 700.000 orthodoxe Serven hebben afgeslacht; en tegen de Moslims die de Serven gedurende tien eeuwen hebben gedomineerd en uitgebuit. In het begin van 1992 echter, heeft het regime gebroken met het regime die duidelijk bestond uit crypto-communisten. Vervolgens heeft de Servische Kerk, echter de eenheid van het Servische volk van Belgrado te Pale bevestigend, toch voortdurend een oproep gedaan voor vrede en zij heeft een gematigde positie ingenomen in de crisis rond Kosovo. Patriarch Paul heeft zelfs bevestigt, dat hij geen groot noch klein Servië wil, indien dit ten koste is van misdaad.

De orthodoxe gedachte heeft nochtans vrucht gedragen in dit Europa van het Zuid-Oosten : gisteren, met de grote dogmatische synthese van de Serv Justin Popovic en vooral met de roemeen Dumitru Staniloaë, realisator van grote werken, van een monumentale Philokalia. Vandaag met de Griekse vernieuwing van de grote patristieke traditie, herdacht in een existentieel perspectief : zo ontwikkelde metropoliet Johannes van Pergamo (Jean Zizioulas) een personalisme en een christelijke écologie, gegrondvest op het thema van de communio. De berg Athos, waar de intellectuelen in aantal toenamen, waaronder enkele Westerlingen, telt vandaag meer dan 1500 monniken en, door een waarachtige innerlijke hervorming, ontwikkelden ze een strict communautair leven tegen het individualisme en dikwijls tegen de apathie van de « idiorytmie » (volgens dewelke elke monnik leeft volgens zijn eigen rythme).

In het Midden-Oosten, is het Patriarchaat van Antiochië vernieuwd door de MJO (Orthodoxe jongerenbeweging), waarvan de actie vandaag vooral apostolisch en sociaal is. Deze beweging bracht veel bisschoppen voort waaronder de meest markante van de hedendaagse orthodoxie : zoals patriarch Iggnatios IV (Hazim) en metropoliet Georges Khodr’ en zijn antiochische orthodoxen die zich ingezet hebben voor een dialoog met de Islam.

De twee dromen van een « ontwaken (Nadha) » van het arabisch zijn van de leken, vervolgens van een  socialistische revolutie die niet minder laïc is rondom de Palestijnen, zijn ingestort. Er blijft alleen nog de weg van de « zachtheid » en van de evangelische « vrede », ten koste van het martelaarschap indien dit nodig is. Tijdens de oorlog in Libanon hebben de orthodoxen geen militie gehad, zij hebben onophoudelijk opgeroepen tot verzoening.

De orthodoxe Kerken en de « oude » Oosterse kerken, de «monofysieten » (Armeniërs, Jacobieten, Kopten, Ethiopiërs en  zij uit Zuid Indië) hebben hun eenheid van geloof geproclameerd in 1989 en 1990. Maar de uitwerking van deze unie wordt vandaag afgeremd door heel wat behoudsgezinden en het wantrouwen aan weerszijden.

De patriarch van Constantinopel, Bartholomeüs 1e, verkozen in 1992, een man van groot geloof en van een grote cultuur, probeert de orthodoxe Kerken bijeen te brengen voor een duidelijk en open getuigenis. Hij verzamelt van tijd tot tijd de primaten van de autocephale Kerken voor een consultatieve « synaxe ». Er groeit echter een geweldige spanning tussen Constantinopel en Moscou ( naar aanleiding van het statuut van de orthodoxe Kerk van Estland en in Ukraïne). De laatste tijd echter kwam er weer meer toenadering tussen de twee patriarchaten, oa. Dank zij de onlangs overleden patriarch Alexis II van Moscou die veel welwillendheid aan de dag heeft gelegd.

Eén van de grote spirituele gebeurtenissen van de XXe eeuw is zonder twijfel de ontmoeting van de Orthodoxie met het Westen, dank zij de orthodoxe diaspora, rusland en grieken vooral, maar ook roemenen, serven en mensen uit Antiochië. Het is te Parijs dat de Russische religieuze filosofie haar laatste vruchten heeft gedragen. Het is voor een groot deel te Parijs dat ion de jaren 40 tot 60 de grote neo-patristieke en neo- palamitische synthese werd gerealiseerd (Georges Florofsky, Vladimir Lossky, Myrrha Lot-Borodine, Basil Krivochéine, aangevuld voor de theologie van de iconen door Léonide Ouspensky).

Verder heeft men de westerse orthodoxiën, nu eens door « naturalisatie » de nakomelingen van de emigranten en van westerlingen die zich spontaan tot de Orthodoxie bekeerden. In Noord-Amerika heeft het patriarchaat van Moscou (zonder akkoord met Constantinopel ) in 1970 de « autokephalie » toegekend aan een belangrijke fractie, russisch en Ukraïens van de orthodoxe diaspora.

Dank zij het preconciliaire proces, zijn de verschillende autokephale Kerken in 1993 overeengekomen om de nog verdeelde Diaspora op een betere manier te organiseren in een veelheid van origineel ethnische« jurisdicties », maar die meer en meer multinationaal zijn door hun inworteling in het Westen.  In elk land zal een bisschoppenvergadering opgericht worden die voorgezeten zal worden ex officio  door de vertegenwoordiger van Constantinopel. In Frankrijk, bestaat sedert 1967 een « interepiscopale commissie », een waarachtige « vergadering van bisschoppen ». In 1997 is deze verrijkt met meerdere commissies waar priesters en leken deel van uitmaken. Franstalige parochies van de byzantijnse ritus beginnen zich overal te vestigen, vooral in de Parijse regio en in de streek van Marseille. De orthodoxe fraterniteit probeert de vriendschap te stimuleren  tussen jongeren van diverse origine en ook een betere kennis van hun geloof. Ook min of meer geïsoleerde groepen beginnen zich te vormen, dikwijls marginaal en ietwat sektair. Hierover valt dikwijls moeilijk een oordeel te vellen. De zending, in de enge zin van het woord, onderbroken door de Russische revolutie, is voor een groot deel he
rnomen in Korea en vooral in zwart Afrika.

12. – Waar zijn de orthodoxen ?

Vandaag kan de geografische situatie van de Orthodoxie op de wereldbol aangeduid worden met een soort van kruis. De verticale arm is geworteld in de plaatsen van de bijbelse openbaring en van het originele christendom, met de Arabische orthodoxen van de « apostolische » patriarchaten van Antiochië en Jeruzalem  (ongeveer 3 miljoen). Vervolgens hebben wij de  ongeveer 10 miljoen Kopten, « pre-chaldonische » orthodoxen uit Egypte. Meer in het noorden, op de plaatsen zelf waar Paulus heeft gepredikt, is er de sterke Griekse Orthodoxie (ongeveer 11 miljoen gedoopten van de autocephale Kerken van Griekenland en Cyprus, van de autonome Kerk van Kreta en het « oecumenisch » patriarchaat van Constantinopel, primus inter pares). De vertikale arm van het kruis gaat vervolgens langs de « latijnse » Orthodoxie van Roemenië ( ongeveer 20 miljoen gedoopten)  en de Orthodoxie in de Caucasus van Georgië (3 miljoen), om zich verder uit te spreiden over de Slavische Kerken : Servië en Bosnië (10 miljoen), Macedonië (1 miljoen), Bulgarije (9 miljoen), Slovakije (100.000), Polen (1 miljoen), Wit-Rusland (6 miljoen), en vooral Ukraïne (30 miljoen) en Rusland (100.miljoen). De baltische Orthodoxie (Finland, Estkand) telt ongeveer 100.000 gedoopten.

In het zuiden omvat de verticale arm de griekse diaspora en de zeer levendige missies in zwart Afrika en Madagascar ( ongeveer 500.000 gedoopten), plus de «prechaldoniërs »  van Egypte (10 miljoen) en van Ethiopië (30 miljoen).

De oosterse arm van het kruis geeft de historische weg aan van de Russische missionering : doorheen hoog Azië, tot aan de uitgezaaide Kerken in China, Japan, de Aloueten-eilanden en Alaska. Voor de achtergebleven gemeenschappen en door de griekse Kerk voorzichtig weer tot leven geroepen, en deze van Noord Amerika zijn moeilijk cijfers te geven.

De westerse tak, trouwens een krachtdadige groep, komt overeen met de grote migraties van de  twintigste eeuw, hetzij omwille van economische motieven ( de exodus van Slaven en van mensen uit de streek rond de middellandse zee naar het westerse halfrond), hetzij om politieke redenen ( communistische revoluties, de ineenstorting van  grieks Azië, de Italiaanse veroveringen, de oorlog in Libanon). Men vind ongeveer 2 miljoen orthodoxen in west Europa, waarvan ongeveer 300.000 in Frankrijk ( plus 300.000 Armeniërs (prechadoniërs), 7 miljoen in Noord Amerika, 2 miljoen in Centraal en Zuid Amerika, waaraan we er nog eens één miljoen moeten bijtellen in Australië.

Deze tekst bevat de tekst van het eerste hoofsstuk van het boek van Olivier Clément : « l’Orthodoxie » uit de reeks Que sais-je.

 Vertaling : Kris Biesbroeck

 

Athanasios van Alexandrië : Hij trad binnen, en vatte haar bij de hand en het meisje stond op

H. Athanasius (295-373), bisschop van Alexandrië en Kerkleraar
Over de menswording van het Woord 8-9

Athanasios de grote (alexandrië)1

 

“Hij trad binnen, en vatte haar bij de hand en het meisje stond op”

      Het Woord van God, onlichamelijk, onvergankelijk en onstoffelijk, komt in ons bestaan, al was Hij tevoren niet ver weg. Want geen enkel deel van de schepping was ooit zonder Hem. Door de eenheid met zijn Vader vervult Hij alles en overal. Uit menslievendheid jegens ons is Hij gekomen en toonde zich aan ons. Hij had medelijden met ons zwakke mensengeslacht en door zijn begrip voor onze vergankelijkheid verdroeg Hij niet dat de dood over ons heerste. Hij wilde niet dat de schepping verloren ging en het werk van zijn Vader voor de mens om niet zou zijn. Daarom nam Hij voor zichzelf een lichaam aan en wel zo, dat het zich niet van het onze onderscheidde. Want Hij wilde niet zomaar een lichaam hebben en ook niet zich alleen maar laten zien, dan had Hij zich in een ander en volmaakter lichaam kunnen tonen… Nee, Hij wilde ons lichaam aannemen…

      Het Woord nam een lichaam aan dat kon sterven, en dat, door deel te hebben aan dit boven alles gestelde Woord, kon sterven voor allen. Maar tegelijk zou dit lichaam door het daarin wonende Woord onvergankelijk blijven en tenslotte door genade van de verrijzenis voor allen aan de vergankelijkheid een einde stellen. Door zo als offergave, vrij van iedere smet, het lichaam dat Hij voor zichzelf had aangenomen aan de dood prijs te geven, liet Hij onmiddellijk van alle mensen, zijn gelijken, de dood verdwijnen door het offer van het lichaam dat Hij met hen deelde.

      Het was dus passend dat het Woord van God, verheven boven allen, zijn eigen tempel, het instrument van zijn lichaam, als losprijs voor allen heeft geofferd om onze schuld te vereffenen in zijn dood. Terecht heeft zo Gods onsterfelijke Zoon, die met ons allen door een gelijk lichaam verbonden is, ook allen door de belofte van de verrijzenis met onvergankelijkheid bekleed. Want het bederf door de dood heeft geen macht meer over de mens door toedoen van het Woord, dat door dit ene lichaam in allen woont.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

Russische patriarch in Turkije

 

Russische patriarch in Turkije

Hilversum (Van onze redactie) 5 juli 2009 – Patriarch Kirill van de Russisch-orthodoxe Kerk is gisteren in Turkije gearriveerd voor een driedaags bezoek aan het land. Het is de eerste buitenlandse reis van de kerkleider sinds zijn verkiezing tot patriarch van Moskou in februari.

kn_691901_kirillbartolrtr

Kirill en Bartholomaios gisteren in Istanbul

(Foto : Reuters)

Bartholomaios
Gisteren had Kirill een ontmoeting met de patriarch Bartholomaios I van
Constantinopel, protocollair de voornaamste bisschop van de Orthodoxie. De twee spraken onder meer over hun meningsverschillen met betrekking tot de status van de orthodoxe kerken van Estland en Oekraïne, die eens onder het gezag van Moskou vielen. Tijdens de persconferentie zeiden de patriarchen te willen werken aan goede verstandhoudingen. “Ik ben het eens met de boodschap van de patriarch van Constantinopel dat we beiden leden zijn van een verenigde kerk”, aldus Kirill.

Aya Yorgi
Vandaag ging Kirill voor in de liturgie in de patriarchale kerk van Aya Yorgi (Sint Joris) in Istanbul. In die stad heeft de patriarch ook een ontmoeting met de Russische gemeenschap die daar verblijft. Verder is een bezoek aan de Aya Sofia gepland.

Premier en president
In de Turkse hoofdstad Ankara zal Kirill dezer dagen worden ontvangen door premier Erdogan en president Gül.

 Bron : RKK

Simeon de nieuwe theoloog : Vandaag in Jezus geloven

H. Simeon de Nieuwe Theoloog (ca.949-1022), orthodox monnik
Catechese, 29; SC 113, 164-169


Simeon de neuwe theoloog + basilios

Simeon de nieuwe theoloog en Basilios

Vandaag de dag in Jezus geloven

      Velen blijven maar zeggen : “Als wij in de tijd van de apostelen geleefd zouden hebben en als we waardig bevonden waren om Christus te zien zoals zij Hem zagen, dan zouden wij ook heilig geworden zijn evenals zij zijn.” Ze weten niet dat Hij dezelfde is die, nu zoals toen, spreekt in heel het universum… De huidige situatie is zeker niet dezelfde als die van toen, maar het is de huidige situatie, van nu die veel gelukkiger is. Ze leidt ons gemakkelijker tot een dieper geloof en een diepere overtuiging dan het feit Hem toen lichamelijk gezien en gehoord te hebben.

      Toen was het immers een mens die verscheen, een nederige man; maar nu wordt ons een ware God gepredikt. Toen bezocht Hij regelmatig lichamelijk de tollenaars en de zondaars en at met hen; maar nu is Hij gezeten aan de rechterkant van God de Vader, van Wie Hij nooit op geen enkele wijze gescheiden is geweest… Toen minachtten zelfs onbetekenende mensen Hem door te zeggen: “Is Hij niet de zoon van Maria (Mc 13,15) en van Jozef (Lc 4,22), de timmerman?” (Mt 13,55). Maar nu aanbidden koningen en prinsen Hem als de Zoon van de ware God, en ware God zelf…Toen werd Hij voor een vergankelijk en sterfelijk mens gehouden net als de anderen. Hij kreeg als God, zonder vorm en onzichtbaar, zonder een verandering te ondergaan, vorm in een menselijk lichaam en heeft zich geheel als mens getoond, bood geen andere aanblik dan die van de andere mensen. Hij heeft gegeten, gedronken, geslapen, getranspireerd en is vermoeid geraakt; Hij heeft alles gedaan wat de mensen doen, zonder te zondigen.

      Het is iets groots om te erkennen en te geloven dat een dergelijk mens God was, Degene die de hemel zelf, de aarde en al wat zij bevat, heeft gemaakt… Dus degene die in deze tijd  iedere dag Jezus door de heilige evangeliën de wil van zijn gezegende Vader hoort verkondigen, zonder Hem te gehoorzamen met vrees en beven en zonder de geboden te bewaren, zou Hem toen ook niet aanvaarden en in Hem te geloven.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

4e zondag na Pinksteren

4e zondag na Pinksteren

Feest van de heiligen : Athanasios van de Berg Athos, de heilige Lampados, kluizenaar,de heilige Cyrilla, Triphina en Zoë, martelaressen

athanasius_of_athos 5 JULI (260 x 325)

Heilige Athanasios van de berg Athos

Lezingen :

Romeinen,6,18-23

  U bent bevrijd van de zonde en dienaren geworden van de gerechtigheid.  – Sprekend tot zwakke mensen, druk ik mij erg menselijk uit. – Zoals u eertijds uw ledematen in dienst hebt gesteld van onreinheid en steeds grotere bandeloosheid, zo moet u ze nu in dienst stellen van de gerechtigheid, tot uw heiliging.
     
Toen u slaaf was van de zonde, was u vrij ten opzichte van de gerechtigheid.  Welke vruchten hebben uw daden toen opgeleverd? Alleen dingen waarover u zich nu schaamt, want ze liepen uit op de dood.  Maar nu, bevrijd van de zonde en dienstknecht geworden van God, oogst u heiligheid en tenslotte eeuwig leven.  Want het loon van de zonde is de dood, maar de gave van God is het eeuwig leven in Christus Jezus onze Heer.

Evangelielezing :

Genezingen in Kafarnaüm
      Toen Hij in Kafarnaüm was gekomen, kwam een centurio naar Hem toe die Hem te hulp riep. Hij zei: ‘Heer, mijn kind ligt verlamd thuis, met vreselijk veel pijn.’  Hij zei hem: ‘Ik zal het komen genezen.’  De centurio antwoordde daarop: ‘Heer, ik ben niet waard dat U onder mijn dak komt, maar spreek een woord en mijn kind zal beter worden.  Want ik ben iemand die onder bevel staat en soldaten onder zich heeft. Tegen de een zeg ik: “Ga!” en hij gaat, en tegen de ander: “Kom!” en hij komt, en tegen mijn slaaf: “Doe dit!” en hij doet het.’  Toen Jezus dit hoorde, was Hij verbaasd, en Hij zei tegen degenen die Hem volgden: ‘Ik verzeker u, bij niemand in Israël heb Ik zo’n groot vertrouwen aangetroffen.  Ik zeg u dat velen uit oost en west zullen komen en aan tafel zullen gaan met Abraham, Isaak en Jakob in het koninkrijk der hemelen.  Maar de kinderen van het koninkrijk zullen in de uiterste duisternis geworpen worden. Het zal daar een gejammer zijn en een tandengeknars.’  Jezus zei tegen de centurio: ‘Ga maar naar huis; het moge u gaan overeenkomstig uw vertrouwen.’ En op datzelfde uur werd zijn kind beter.

Isaak de Syriër :Zeer vroeg in de morgen stond Jezus op, en ging heen; Hij begaf zich naar een eenzame plaats

H. Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel
Ascetische overweging


Isaak de Syrier bisschop van NBinive

“Zeer vroeg in de morgen stond Jezus op, en ging heen; Hij begaf zich naar een eenzame plaats

      Niets maakt een ziel zo zuiver en vreugdevol, verlicht de ziel en verwijdert slechte gedachten, als het waken dat doet. Daarom hebben onze vaderen volhard in dat zware werk van waken en ze hebben als regel aanvaard om ’s nachts wakker te blijven gedurende hun ascetische leven. Ze deden dat in het bijzonder omdat ze onze Heer met zijn levend Woord ons op verschillende plaatsen ertoe hoorden uitnodigen: “Wees waakzaam en bid onophoudelijk” (Lc 21,36) ; “Blijf wakker en bid dat jullie in de beproeving niet bezwijken” (Mt 26,41) ; “Bid zonder ophouden”(1 Tes 5,17).

     En Hij vond het niet genoeg om ons alleen maar met zijn woorden te waarschuwen. Hij heeft ons ook persoonlijk het voorbeeld gegeven door de praktijk van het gebed boven alle andere dingen te verkiezen. Daarom isoleerde Hij zich voordurend om te bidden, en dat niet op willekeurige wijze, maar door de nacht als tijd daarvoor te kiezen en de woestijn als plaats, opdat ook wij in staat werden om in eenzaamheid te bidden, door de menigte en het lawaai te mijden.

      Daarom hebben onze vaderen dit hoge onderricht over het gebed ontvangen, alsof het van Christus zelf kwam. En ze hebben ervoor gekozen om te waken in gebed, op de wijze van de apostel Paulus, om vóór alles voortdurend in de nabijheid van God te kunnen verblijven door het onophoudelijke gebed… Niets van buiten bereikt hen, want daardoor zou de zuiverheid van hun intellect kunnen veranderen, hetgeen hun waken zou kunnen verstoren. Daarom vervult het waken hen met vreugde en is dit het licht van de ziel.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

De orthodoxe Kerk (deel 2)

DE ORTHODOXE KERK

Olivier Clément

 

Deel 2

 

 

7. – Na de val van Constantinopel : De eeuwen van het in zichzelf gekeerd zijn(16e – 18e eeuw)   

De val van Constantinopel (1453) en de verovering van de Balkan door de Turken maken van Rusland – die zopas het Mongoolse juk heeft afgelegd – het ‘missionaire’ centrum van de Orthodoxie en men vertrouwd haar, wat wij zouden kunnen noemen de diakonale taak van de Kerk, toe (waarvan het spirituele brandpunt de ‘monastieke republiek van de Athos’ is).

Met het weer opnemen door de Russische Kerk van haar missionaire rol , komt de missionering in volle bloei bij de bevolking van het Russische gele ras van  Noord-Aziê. De orthodoxe missionarissen bereiken Kamtchatka in 1705, Peking in 1714, de Aleoeten Eilanden en Alaska op het einde van de 18e eeuw. Zij stichtten de Japanse orthodoxe Kerk bij het begin van de 20e eeuw.

In vergelijking met het Westen kende de Orthodoxie een lange tijd van teruggetrokkenheid, van defensieve houding.

De theologische gedachte wordt polemisch en laat zich aantasten door de problematiek zelf van haar tegenstanders (zo de metropoliet van Kiev, Pierre Moghila (1632-1647), dit, om meer te weerstaan aan de Contra-Reformatie, men latiniseert het theologisch onderwijs (die zo zal blijven in Rusland gedurende gans  de 18e eeuw). Het impact van de westerse controverses (een patriarch van Constantinopel, Cyrillus Loukaris, publiceert in 1629 een calvinistische geloofsbelijdenis) verplicht de Orthodoxie om haar ecclesiologische posities te verduidelijken : ondanks haar verzwakte positie, slaagt zij erin dank zij een groot bisschop: de patriarch van Jeruzalem Dositheos, die veroorzaakt een zekere patristieke herbronning ( in Roemenië, waar men christelijke boeken mag drukken). De concilies van de 17e eeuw (Iassy,1642 – Jeruzalem, 1672 : de belijdenis van Dositheas) onderlijnen de sacramentele structuur van de kerkelijke institutie.

De bekoring van deze tijd blijft  een erfenis van Byzantium, deze van de sacrale gemeenschap en het nationaal messianisme. Deze bekoring is vooral sterk in Rusland waar zich tezelfdertijd de thema’s ontwikkelden van het ‘Derde Rome’ en van het ‘Derde Keizerrijk’, en waar zich in 1589, met de instelling van het patriarchaat van Moscou ( toegelaten en gezegend door de moederkerk, Constantinopel) de ‘symfonie’ van de Basileus en de Patriarch zich herstelde. Ondanks het evangelisch verzet van de ‘dwazen in Christus’ en de eremieten van over de Wolga, verstarde het ‘heilig Rusand’ in het ritualisme, met een gevoeligheid van het Oude Testament die de nadruk legt op de letter, op de wet, en die het Russische Rijk bijna vereenzelfdigde met het messiaanse Rijk.

De onhandige en brutale actie van patriarch Nikon in de 17e, eeuw betekende voor de Russische Kerk zowel veel goed als kwaad voor de orthodoxe universaliteit ( de liturgische teksten werden herzien vanuit de griekse boeken), en overwint, zij het niet altijd, in de psychologie van de gelovigen, dan toch minstens in het bewustzijn van de Kerk, de bekoring van een magisch christianisme en een sacrale samenleving. De concilies van Moscou van 1666-1667, waaraan de patriarchen van Antiochië en Alexandrië deelnamen, veroordeelden de oud-gelovigen , aanhangers van het messiaanse Rijk van de ‘Witte Tsar’, van een ritualistische ecclésiologiedie geen enkele plaats laat voor de scheppende vrijheid van de mens…

Ernstig verzwakt door dit drama, kon de Russische Kerk zich niet verdedigen tegen de secularisatie die werd uitgevoerd door Peter de Grote. In 1721, hief hij het patriarchaat van Moscou op, en zette aan het hoofd van de Russische Kerk een Synode, waar de echte machthebbers aan deelnamen met een vertegenwoordiger van de staat (leek), de ‘procureur generaal van de Heilige Synode’ : de Kerk voelde zich onderworpen zoals ze nog nooit geweest was in Byzantium of het oude Rusland.

De 18e eeuw is dus een tragische periode voor de orthodoxe Kerk. Te Constantinopel zijn de patriarchen, in de greep van instabiliteit en de corruptie van de ottomaanse politiek, niet meer dan marionetten (48 volgden elkaar op in drie en zeventig jaar). In Rusland, waar de icoon en de sacrale muziek ‘ver-ilaliaansten’, de invloed van de ‘verlichting’ brengt Catharina II ertoe om het aantal aanwervingen voor de monasteria nauwlettend te beperken en om hun goederen te seculariseren (1764).

De renaissance komt op een keerpunt in de 18e en 19e eeuw : door het ‘hesychastisch’ gebed en door de universele orthodoxie. Een monnik van de Athos, de heilige Nicodemus de Hagioriet, en de bisschop van Korintië Macarios stellen een monumentaal werk samen de Philocalie, gepubliceerd in 1782 te Venetië ( men noemt de Philocalie ‘liefde voor de schoonheid’, een bloemlezing van spirituele teksten).  Op het moment dat de geest van de Encyclopedie triomfeert binnen de europese elites is dit een waarachtige encyclopedie van de aanbidding, een existentiële  terugkeer naar de Vaders van de woestijn. Vertaald door een inwoner van Ukraïne in Moldavië, Païssios Velitchkovsky, gaat de Slavische en vervolgens de Russische Philocalia, de spirituele renaissance van de Kerk in de 19e eeuw structureren.

Zij vond in Rusland een door de Kerk voorbereid terrein.  Geplaagd centreerde ze zich op het ‘enig noodzakelijke’ ( met in het bijzonder een intense beweging van vrouwelijke godsvrucht : bijeenkomst van leken, vervolgens van gemeenschappen). Op het kruispunt van deze locale herbronning en van de ‘philocalische’ beweging staat een grote ‘getransfigureerde’ op van de moderne Orthodoxie, de heilige Seraphim van sarov, profeet voor allen, monniken en leken, van de ‘verwerving van de Heilige Geest’. De monasteria hervormen zich en laten  openlijk ruimte voor het profetisch ministerie van de startsi (‘ouderen’) die met de leken de schat van het hysychasme delen. Zij beginnen de afgrond te vullen die de hervormingen van Peter de Grote had gegraven tussen de Kerk en de intellectuelen.

8.- Het probleem van de uniaten

In 1596, op het concilie van Brest (Litovsk), hebben bijna alle Ukraïnse bisschoppen zich terug bij Rome aangesloten. Zij mochten hun riten en gebruiken behouden, maar aanvaardden, met de formules van florence, de Katholieke opvatting over het primaatschap en de voortkomst van de Heilige Geest. Het prestige van de cultuur der Jezuïeten, het verlangen om zich van Constantinopel, dat té dicht bij was en wiens controle men hinderlijk vond, los te maken, en om zich van Rusland, toen een vijand te verwijderen. Het was vooral de droom om een politiek statuut te kunnen bekomen dat analoog was met dat van het latijnse episcopaat. Alles verklaart deze gang van zaken. Eerst verrast, moedigden de Poolse koning en het pausdom de geünieerde Kerk aan . Zij hebben op een moment de orthodoxen hard vervolgd. Deze laatsten,  hebben zich gegroepeerd in  confr&eacute
;rieën van leken. Bij het begin van de 17e eeuw zijn  de Polen, profiterend van de ‘Tijd van Verwarring’ die heerste in Rusland na het verdwijnen van de dynastie, Rusland binnengevallen en probeerden het land gans te doen overgaan naar het uniatisme. De weerstand van het volk, opgehitst door de Russische Kerk, dwong hen om dit op te geven. Desondanks cohabiteren twee Kerken van de Byzantijnse ritus in UkraÏne : de orthodoxe Kerk en de Kerk van de ‘uniaten’ of ‘grieks katholieken’. Deze laatste Kerk breidde zich in de 19e eeuw tot in 1918 uit in west Ukraïne dat onder de Oostenrijkse overheersing stond. Ze werd opgeheven in 1946 op bevel van Stalin, zij werd in ere hersteld met de Perestroïka.

Een gelijkaardige evolutie heeft zich in Transylvaniê voltrokken, dat bevolkt was met een meerderheid van Roemenen maar geïntegreerd in Hongarije tot 1918. In 1700 heeft het orthodox episcopaat de Unie aanvaard, om het Roemeense volk van Transylvanië te beschermen steunende op Wenen en Rome….

In de 19e eeuw heeft deze grieks-katholieke Kerk een belangrijke rol gespeeld om de Roemeense cultuur haar latijnse wortels te helpen terugvinden (School van Ardeal). Opgeheven in 1948 heropgericht sedert 1989.

In het Midden-Oosten tenslotte, bij het begin van de 18e eeuw : een rivaliteit voor de troon van Antiochië, de actie van Katholieke machten, voornamelijk Frankrijk, de culturele en economische kracht van het katholicisme hebben de weg geopend voor de vorming van een grieks-katolieke Kerk. Deze Kerk heeft gedurende het 2e Vaticaans Concilie gepoogd om de rol te spelen van ‘brug-Kerk’ en haar theologen hebben op de meest authentische wijze de stem van het Oosten vertolkt.

Algemeen gezien echter werd het fenomeen van de uniaten door de orthodoxen aangevoeld als een agressie, een misleiding en een loochening van hun kerk-zijn. De renaissance van de grieks-katholieke Kerk in Ukraïne na de val van het communisme heeft intense spanningen veroorzaakt tussen orthodoxen en katholieken. In West Ukraïne en in Sowakije hebben de grieks katholieken hetzij met geweld – in Ukraïne – hetzij door een beslissing van de Staat – in Slowakije – bijna alle alle cultusplaatsen hernomen, de orthodoxen bleven ontwapend achter. In Transylvanië daarentegen waar de gelovigen tamelijk passief zijn deed de Kerk en de Roemeense staat geen recht aan de eisen van de uniaten, die ze hielden voor een zeer kleine minderheid en agressief. Het conflict duur nog altijd voort en breid zich nog steeds uit. Een relatief akkoord  werd echter bereikt in october 1998.

Sedert een twaalftal jaren, heeft er een dialoog plaats tussen de orthodoxie en het Katholicisme over dit probleem. In juni 1993 is de grote gemengde commissie katholiek-orthodox, die samengekomen was aan de universiteit van Balamand, in het noorden van Libanon, tot een akkoord gekomen : het uniatisme en het proselytisme werden er verworpen door katholieken en de orthodoxen hadden er zich er toe geëngageerd om tijdelijk de reeds bestaande grieks-katholieke Kerken te respecteren. Maar het lijkt er op dat de toepassing van dit akkoord zowel van de ene als van de andere kant grote moeilijkheden ontmoet.

9.- De 19e eeuw (tot 1917).

In de Balkan, die geleidelijkaan bevrijd werden van de Turken vormden (of hervormden) zich autocephale Kerken. De patriarch van Constantinopel gaf ertoe de toestemming of erkende, deze omvorming van dochter-Kerken tot zuster-Kerken, niet altijd zonder moeilijkheden noch ze te veronachtzamen,

Echter, wanneer de Bulgaren, vanuit een nationalistische houding, een kerk eisen, niet vanuit territoriaal, maar vanuit nationaal standpunt en waarvan de Bulgaren uit Constantinopel zouden deel van uitmaken, heeft het concilie van 1872, voorgezeten in deze stad door patriarch Anthimos VI streng deze vorm van ‘phyletisme’ dit wil zeggen ‘nationale rivaliteiten, twisten onder volkeren binnen de Kerk van Christus’ veroordeeld. Een gouden regel die de orthodoxe visie van de diversiteit zou moeten tot evenwicht brengen, maar ze is zelden in de realiteit toegepast.

De kritische westerse geest, ontvangen zonder voorbereiding noch gezond verstand, zou het orthodoxe geloof hebben kunnen ruïneren indien men er niet vanuit de ‘philocalische’ renaissance op voorbereid was. In Rusland trekken de startsi van Optina vele intellectuelen aan, en Griekenland kent een analoge uitstraling van de gerontes (= ouderen) tot in de literaire middens van de hoofdstad ( beweging genaamd de colyvades : de spirituelen hadden geprotesteerd tegen de celebratie de zondag, dag van de verrijzenis, van een rouwdienst, deze van de colyves, het eten bij een rouwdienst). De Russische hierarchie, die grote mystiekers kende (Theofaan de Kluizenaar, Ignatius Briantchanunoff) werd sterker, en de metropoliet van Moscou Philaret (1821-1867), een diepe theoloog die in zijn prediking de bijbelse en patristieke fundamenten van de Orthodoxie terugvindt komt naar voor als een de facto patriarch. De bijeenroeping van een concilie om het patriarchaat van Moscou in ere te herstellen werd vanaf 1904 beslist door de Synode : alleen de twijfels van Nicolaas II vertraagde dit tot aan de liberale revolutie van maart 1917.

De missie vergrootte haar krachtdadigheid, zowel op het wetenschappelijk als op het spirituele plan. Te Kazan werden de bijbelse en liturgische teksten vertaald in tientallen dialecten die in centraal en het verre -Azië gesproken worden. Groot werk is geleverd in China, Korea en Japan.

Samengevat, de ontmoeting met het Westen, geducht voor het folkloristisch geloof, veroorzaakt een krachtig reveil van de griekse gedachte, een bewustwording van de boodschap en de dienst van de Orthodoxie. In 1848, als antwoord op een appel van Pius XI, publiceren de oosterse patriarchen een plechtige encycliek om de paus te smeken om het dogma van de onfeilbaarheid niet in te voeren, dit om te verduidelijken dat de Waarheid wordt bewaard door het ganse lichaam van de Kerk. Deze encycliek vond een grote weerklank in Rusland.

Indien verschillende ‘slavofielen’ het volk van God verwarren met de cultuur van het Russische volk, indien zij willen democratiseren door té veel ecclesiologie, twee grote leke-theologen, Khomiakov en Kirievski ontwikkelen de orthodoxe notie van katholiciteit (sobernost) als vrije communio.

Een Gogol, een Dostojevsky onderzoeken de diepte van het moderne Atheïsme en tonen ons – dikwijls in het licht van de startsi – een vernieuwd christendom in de smeltkroes van angst en twijfel.

Vervolgens, bij het begin van de 20e eeuw, was er het grote avontuur, verward maar profetisch, van de Russische religieuse filosofie. Haar aanhangers zijn vrijwillig gehecht aan Christus na de tragische ervaring met het atheïsme. Velen komen uit het marxisme. Hun gedachten zijn dikwijls gekenmerkt door een zwaarwegende duitse gnosis en is waardevol door haar ‘afbakeningen’, haar eisen : de ganse moderne realiteit verkennen door een vernieuwde Orthodoxie,  een christelijke cosmologie uitwerken of beter een cosmische ecclesiologie rond de notie van Sophia, de Wijsheid van God, alomtegenwoordig (Soloviev, Florensky, Boulgakov),  een kennis
ondersteunen in het perspectief van een existentialisme en een christelijk personalisme (de Troubetskoï, Berdiaev). Een dikwijls tevergeefse inspanning, altijd stimulerend, en die de Russische gedachte, eenmaal bevrijd, begin te hernemen, maar dan in de marge van de kerkelijke institutie.

10.- De grote beproeving (van 1917 tot 1988).

In de 20e eeuw is het geweld van het atheïsme eerst op de Russische Kerk zijn nefaste uitwerking gehad. Van 1918 tot 1941 heeft ze één van de ergste vervolgingen doorgemaakt welke de christelijke wereld heeft gekend, met tientallen miljoenen martelaren (processen en executies van 1922-1923, verwoesting van het landelijk christendom , van priesters van de dorpen in 1928-1934, de grote stalinistische zuiveringen van 1937-1938) De radicale scheiding van Kerk en Staat en van de school werd ondernomen in het perspectief van de ‘ondergang van de religie’. Het werd gezien als iets onvermijdelijk  voor de officiële ideologie. Monasteria en seminaries werden dus gesloten, elke vorm van catechese verboden. Het dekreet van 2 april 1929 weigerde aan ‘religieuze verenigingen’ elke vorm van intellectuele, culturele, sociale en caritatieve activiteit. Men stond enkel, tegenover de ‘antireligieuze propaganda’ deze van de religieuze ‘cultus’ toe. Deze stellingname werd hernomen door de opeenvolgende Constituties van 1936 en 1977. Na de dood van patriarch Tikhon (1925), kon geen enkele patriarch meer gekozen worden. Het regime bevoordeelde echter een progressief schisma : de ‘levende Kerk’ genaamd, die aan het regime toegewijd was, en deze realiseerde de voorziene hervormingen gedaan in de voorbereidende preconciliaire werkzaamheden. Daardoor zette zij deze hervormingen blijvend in gevaar. (het gebruik van het russisch, bijvoorbeeld).

Alles veranderde met de tweede wereldoorlog. De trouw, het patriottisme, het prestige bij de bevolking van de traditionele Kerk, de noodzaak om alle krachten van het land bijeen te brengen, ook deze om te beantwoorden aan de heropening van vele kerken in bepaalde bezette zones, leidden tot de ‘normalisatie’ van 4 september 1943. Het patriarchaat werd opnieuw ingesteld, vele bisschoppen en priesters kwamen uit de deportatie terug, een beperkte vorm van kerkelijk onderwijs om priesters te vormen werd opnieuw toegestaan , het schisma van links werd ongedaan gemaakt. Na de dood van Stalin, van 1953 tot 1959 kende de Russische Kerk een korte lente. Men telde in 1959, 22.000 parochies (54.000 in 1917) bediend door 30.000 priesters, ongeveer 80 monasteria, 8 seminaries en 3 theologische academiën.

Van 1960 tot 1964, komt gedurende de laatste periode van de regering van Kroutchtchev een nieuwe golf van niet-bloedige maar ‘verstikkende’ vervolgingen tot stand om deze vernieuwingen te breken. In 1961 verliest een priester de leiding van zijn parochie, omdat ze zogezegd toekomt aan een ‘executief lekeorgaan’, waarvan sommige zijn ingesteld door de burgerlijke autoriteiten. De ‘ raad voor religieuze zaken bij  de Raad van ministers van de ussr’ controleert de patriarch en zijn synode. De lokale gevolmachtigden controleerden de priesters. Het aantal open Kerken wordt zo gereduceerd tot ongeveer 7000.

Sedert 1945 hebben alle Kerken van Zuid-Oost Europa (buiten die van Griekenland) dezelfde vervolgingen gekend.

Vertaling van het eerste hoofdstuk van het boekje van Olivier Clément : L’Orthodoxie

door Kris Biesbroeck