Efraïm de Syriër : De mensenzoon moet worden verheven….

Sermon toegeschreven aan de H. Efraļm (ca. 306-373), diaken in Syriė, Kerkleraar
Over het berouw

“De Mensenzoon moet worden verheven: opdat ieder die in Hem gelooft, het eeuwige leven zou hebben”

 Efraim de Syriër.jpg

     Toen het volk gezondigd had in de woestijn (Nm 21,9), beval Mozes, die profeet was, aan de Israėlieten om een slang op een kruis te plaatsen, dat wil zeggen dood aan de zonde brengen… Men moest naar een slang kijken, omdat de kinderen van Israėl als straf, door de slangen getroffen waren. En waarom door slangen? Omdat ze het gedrag van onze eerste ouders hadden herhaald. Adam en Eva hadden beiden gezondigd door de vrucht van de boom te eten; de Israėlieten hadden gemopperd over een kwestie van voedsel. Klachten uiten omdat men groente mist, is het toppunt van gemopper. Daarom verklaard de psalm: “Ze waren in de wildernis weerspannig tegen God” (Ps 78,17). Welnu, ook in het Paradijs is de slang de oorsprong van gemor…

      De kinderen moesten ook leren dat diezelfde slang die de dood van Adam had beraamd, ook hun dood had veroorzaakt. Mozes had dus de slang op het hout geplaatst, opdat zij die het zagen, door de overeenkomst herinnerd zouden worden aan de levensboom. Zij die er immers naar keken, waren gered, zeker niet dankzij de slang, maar door hun bekering. Ze keken naar de slang en ze herinnerden zich hun zonde. Omdat ze gebeten waren, hadden ze berouw, en nogmaals werden ze gered. Hun bekering transformeerde de woestijn in een woonplaats voor God; het zondige volk werd door het berouw een kerkelijke gemeenschap en nog beter, ondanks zichzelf aanbad het volk het kruis.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Avontuurlijke diaken bouwt meest oostelijke kerk

Avontuurlijke diaken bouwt meest

oostelijke kerk

Fedor.jpg

Hilversum (Van onze redactie) 19 juli 2010 – De Russische ontdekkingsreiziger Fedor Konyukhov, die afgelopen jaar tot diaken werd gewijd, is van plan een kerk te bouwen in het dorp Nikolskoje op Beringeiland. Dat meldt het Russische persbureau Interfax vandaag. Het godshuis moet de meest oostelijke kerk van de gehele Russisch-Orthodoxe Kerk worden.

Zon begroeten
“Deze kerk zal onderdak bieden aan de metten [de eerste gebeden van de dag. red.] die de opkomende zon als eerste begroeten. Missionair gezien is dit zeer belangrijk”, aldus de 58-jarige Konyukhov vandaag in een interview in het Russische weekblad Ogonyok.

Platgebrand
Het dorp Nikolskoje, gelegen op een eiland in de Beringzee, had vroeger ook al een kerk, maar die werd door de communisten gesloten. Begin jaren ’80 brandde het gebouw af.

Geheim kruisje
In het Ogonyok-interview vertelt Konyukhov dat hij zich lang geleden reeds had voorgenomen zich toe te wijden aan de Kerk. “Ik kom uit een familie van priesters”, aldus de gelovige Rus. “Het al dan niet in God geloven is voor ons nooit een vraag geweest. Zelfs als schooljongen onder de sovjets, wist ik dat de Heer bestond. In het geheim heb ik altijd een kruisje gedragen. Ik bid voor rondzwervende mensen. Wie anders dan ik moet er voor hen bidden?”

Zegeningen
Omdat hij als geen ander weet wat reizen, klimmen en zeilen betekent, krijgt Konyukhov sinds zijn diakenwijding van alle kanten verzoeken om kerkelijke handelingen uit te voeren. Scheepslieden, reizigers en alpinisten vragen Konyukhov’s zegen over hen of over hun gebruiksvoorwerpen. Ook heeft de ontdekkingsreiziger verzoeken ontvangen om mensen te dopen. Telkens moet hij uitleggen dat dit niet tot de bevoegdheden van een Russisch-orthodox diaken behoort.

Roeiboot
Fedor Konyukhov studeerde aan de zeevaartschool in Odessa en volgde daarna een specialistische IJszee-opleiding in Leningrad (het huidige Sint-Petersburg). Ook studeerde hij theologie aan een Russisch-orthodox seminarie in het huidige Wit-Rusland. Hij ondernam zijn eerste expeditie op zijn vijftiende, toen stak hij in een roeiboot de Zee van Azov (een deel van de Zwarte Zee) over.

Polenbedwinger
De Russische avonturier – getrouwd, drie kinderen en vijf kleinkinderen – heeft al meer dan vijftig reizen en bergbeklimmingen op zijn naam staan. Veertien keer stak hij de Atlantische Oceaan over, eenmaal in een roeiboot. Hij is de eerste en vooralsnog enige mens die vijf van de meest extreme plaatsen op aarde heeft bedwongen; de geografische Noordpool, de geografische Zuidpool, het meest onbereikbare punt in de Noordelijke IJszee, Mount Everest en Kaap Hoorn. Konyukhov legt zijn ervaringen onder meer vast in tekeningen en schilderijen.

uit : RKK

Cosmas en damianos heiligen

Heiligenleven

De heilige Kosmas en Damianos

 

Cosmas en Damianus.jpgDe heilige Kosmas en Damianos, de Barmhartige Wonderdoeners. Er zijn drie broederparen van deze naam, die in de loop van het jaar gevierd worden. De 17e oktober, twee Arabieren, de 1e november die uit Klein Azië, en vandaag (1 juli) de artsen uit Rome. Hun griekse naam “Anargyri”, de “Geldlozen”, geeft de grond van hun populariteit in Oost en West, reeds vóór de vijfde eeuw. Artsen waren er voor de welgestelden die dat konden betalen, niet voor het gewone volk. Zij die deze beroepscode doorbraken en ook onder de niet-betalenden hun praktijk uitoefenden, als praktische gevolgtrekking uit het christen-zijn, stonden daarom in hoge eer bij de arme mensen. Ook in het huidige Griekenland, waar de algemene geneeskundige verzorging zich nog op een vrij laag peil bevindt, hoort men nog hoe sommige artsen met liefde als “echte Anargyri” worden aangeduid.

Hun christelijke liefde gold niet slechts mensen, maar ook dieren, vooral het vee, dat voor de arme bevolking allereerst middel van bestaan was. Zij verrichtten niet alleen genezingen, maar verpleegden ook de zieken en legden zo de grondslag van de christelijke en de moderne ziekenzorg.

Hun volledige toewijding werd goddelijk erkend door de gaven van wonderbare genezingen. Hun volkomen belangeloosheid bleek ook toen zij keizer Karinos, die hen liet folteren, nadat zij door jaloerse collega’s waren aangeklaagd als tovenaars, door hun gebed genazen van een ongeneselijke ziekte. Zij werden toen vrijgelaten, maar later werden zij door hun vroegere leermeester, die niet kon verdragen dat ze hem boven het hoofd waren gegroeid, uitgenodigd om met hem de bergen in te gaan om kruiden te zoeken. Toen de gelegenheid zich voordeed liet hij een steenlawine op hun hoofd vallen, zodat zij gedood werden in 284.

In hun legende komt een wonderbare genezingh voor die merkwaardig modern klinkt. Een koster in de kerk van Kosmas en Damianos had botkanker, waardoor één van zijn benen zo zwaar was aangetast dat hij nauwelijks meer kon lopen. Vermoeid na zijn dienst was hij op een nacht in de kerk in slaap gevallen. Hij droomde dat de heilige artsen bij hem stonden, mat al hun apparatuur bij zich, en dat ze met elkaar beraadslaagden hoe ze hem konden genezen. Er moest zoveel aangetast vlees en been worden weggesneden, dat er niet genoeg gezond vlees meer was om de ledige plaats op te vullen, zei de een. De ander wist raad : er was die dag een zigeuner begraven, die was nog vers, die konden ze gebruiken. Zo werd het hele been getransplanteerd en de aanhechtingsplaats zorgvuldig met balsem behandeld.

Toen de koster wakker werd was de onophoudelijke pijn verdwenen. Hij tastte naar zijn been : het was volkomen ongeschonden. Vol vreugde sprong hij op en vertelde aan ieder die het maar horen wilde wat er gebeurd was. Men ging naar het kerkhof en vond daar aan het lichaam het zieke been, waarvan de koster verlost was.

Uit: Heiligenlevens voor elke dag – Orth. Klooster Den Haag

De heilige Onufrios de Grote

Heiligenleven

De heilige Onufrios de Grote

 

 

De heilige kluizenaar onufrios de Grote begon zijn ascese in heOnufrios de grote.jpgt klooster Eriti, waar een honderdtal monniken leefde in strenge ascese. Maar hij werd aangetrokken door het eenzame leven dat de heilige profeet Elia en Johannes de Doper hadden geleid voordat zij tot de prediking geroepen werden, en hij vertrok daarom naar de woestijn, vanuit de Grote oase recht naar het Zuiden. Door Gods hulp vond hij de grot waarin een oude kluizenaar leefde. Onufrios wierp zich ter aarde en riep : “Vader, zegen !”. De andere kwam naar buiten, hief hem op en gaf hem de broederkus. Onufrios bleef bij hem en kreeg onderricht over het leven in de woestijn. Het duurde niet lang of zijn geestelijke vader achtte hem geschikt om zelfstandig te leven, en hij bracht hem naar een op vier dagreizen afstand gelegen grot, die hij op zijn omzwervingen door de woestijn had ontdekt. Daar bleef hij een maand bij hem, totdat Onufrios aan de plaats zou zijn gewend. Vervolgens bezocht hij hem nog eenmaal per jaar, totdat hij bij zijn laatste bezoek stierf en door Onufrios gegraven werd.

Daarna leefde deze in volstrekte eenzaamheid, zonder ooit iemand te zien, gedurende 60 jaar vol ontberingen. Hij vertelde aan Pafnutios, die hem tenslotte vond, dat hij vaak zwaar te lijden had gehad van honger en dorst, en soms op sterven had gelegen door algehele zwakte. Hij had als enig voedsel de wilde planten die in de omgeving groeiden, maar na 30 jaar ontsprong voor de ingang van zijn spelonk een goede waterbron, waarbij een dadelpalm groeide, die hem voedsel verschaftte. Zijn kleding raakte op de duur geheel verteerd en hij had als dekking slechts de lange spierwitte haren die op zijn lichaam groeiden als bij een wild dier, terwijl zijn baard reikte tot op de grond. Damengevlochten palmbladeren dienden als een grodel om zijn lendenen.

De heilige Pafnutios, die na al die jaren door God daarheen was geleid, was eerst uit angst weggevlucht toen hij Onufrios zag, totdat deze hem achterna riep dat hij ook een mens was, net als hij. Zo raakte zijn levensgeschiedenis bekend. Nadat zij de nacht samen in gebed hadden doorgebracht, nam Onufrios afscheid, waarbij hij beloofde de voorspraak te zullen zijn voor hen die in zijn naam een of ander goed werk verrichtten of zijn bijstand inriepen; daarna knielde hij weer neer. Nu stierf hij, tijdens zijn gebed, tegen het jaar 400. Door de kruisvaarders werd de eredienst van de heilige Onufrios, die zich al spoedig in het byzantijnse rijk had verbreid, ook in het Westen bekend.

Volgens de legende deed een engel iedere zaterdag en zondag de ronde door de woestijn om aan de alleen-levende monniken de heilige Communie te brengen.

 

Uit : heiligenlevens voor elke dag – Uitg.Orth.Klooster Den Haag

Johannes Chrysostomos “Wie slechts een beker koud water te drinken geeft….”

H. Johannes Chrysostomus (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar
Homelie 45 over de Handelingen van de apostelen ; PG 60, 318-320

” Wie slechts een beker koud water te drinken geeft aan een dezer kleinen … hem zal zijn loon niet ontgaan”

 

Johannes Chrysostomos4.jpg

      “Ik was een vreemdeling, zei Christus, en u hebt Mij ontvangen” (Mt 25,35).  En ook: “Elke keer dat u iets voor de kleinsten onder ons hebt gedaan, hebt u dat voor Mij gedaan” (Mt 25,40). Aangezien het hier om een gelovige en zijn broer gaat, en zelfs als het gaat om de allerkleinste, is het Christus die met hem meekomt. Open je huis, ontvang hem. “Wie een profeet ontvangt in zijn kwaliteit als profeet, zal het loon van een profeet ontvangen”… Deze gevoelens moet men hebben als men vreemdelingen ontvangt: haast, vreugde, gulheid. De vreemdeling is altijd verlegen en vol schaamte. Als zijn gastheer hem niet met vreugde ontvangt, trekt hij zich terug en voelt hij zich geminacht, want het is erger om ontvangen te worden op die wijze, dan helemaal niet ontvangen te worden.

      Zorg dus dat je huis een plaats is waar Christus zijn verblijf kan vinden. Zeg: “Dit is de kamer van Christus. Dit verblijf is voor Hem gereserveerd.” Zelfs als ze erg eenvoudig is, zal Hij het niet minachten. Christus is naakt, een vreemdeling; Hij heeft slechts onderdak nodig. Geef hem tenminste dat; wees niet wreed en onmenselijk. Jij die zoveel vuur bezit voor de materiële goederen, blijf niet koud voor de rijkdommen van de Heilige Geest… Je hebt een plaats voor je wagen, en je hebt er geen voor de zwervende Christus? Abraham ontving vreemdelingen daar waar hij woonde (Gn 18). Zijn vrouw behandelde hen alsof ze hun dienares was en zij de meesters. Noch de een noch de ander wisten dat ze Christus ontvingen, dat ze engelen ontvingen. Als ze het geweten hadden, hadden ze alles gegeven. Wij die Christus weten te herkennen, laten we nog meer haast tonen dan zij die geloofden dat ze slechts mensen ontvingen.

7e zondag na Pinksteren : van de blinde en de stomme

ZEVENDE ZONDAG NA PINKSTEREN

‘Van de blinde en de stomme’

 

blinde

 

Matteüs 9,27-34

 

Genezingen  En terwijl Jezus vandaar verder ging, volgden Hem twee blinden, al roepende en zeggende: Heb medelijden met ons, Zoon van David! 28 En toen Hij het huis was binnengegaan, kwamen de blinden tot Hem, en Jezus zeide tot hen: Gelooft gij, dat Ik dit doen kan? Zij zeiden tot Hem: Ja, Here. 29 Toen raakte Hij hun ogen aan en zeide: U geschiede naar uw geloof. 30 En hun ogen gingen open. En Jezus verbood hun ten strengste en zeide: Ziet toe, niemand mag dit weten! 31 Maar zij gingen heen en maakten Hem in die gehele streek bekend.

32 Terwijl zij heengingen, zie, men bracht een doofstomme bezetene bij Hem. 33 En nadat de boze geest was uitgedreven, sprak de doofstomme. En de scharen verbaasden zich en zeiden: Zo iets is nog nooit in Israël voorgekomen! 34 Maar de Farizeeën zeiden: Door de overste der boze geesten drijft Hij de geesten uit. 35 En Jezus ging alle steden en dorpen langs en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal. bewogen

Romeinen 15,1-13

Zwakken en sterken

1 Wij, die sterk zijn, moeten de gevoeligheden der zwakken verdragen en niet onszelf behagen. 2 Ieder onzer trachte zijn naaste te behagen, ten goede, tot opbouwing, 3 want ook Christus heeft Zichzelf niet behaagd, maar, gelijk geschreven staat: De smaadwoorden van hen, die U smaden, kwamen op Mij neder. 4 Al wat namelijk tevoren geschreven is, werd tot ons onderricht geschreven, opdat wij in de weg der volharding en van de vertroosting der Schriften de hoop zouden vasthouden. 5 De God nu der volharding en der vertroosting geve u eensgezind van hetzelfde gevoelen te zijn naar (het voorbeeld van) Christus Jezus, 6 opdat gij eendrachtig uit één mond de God en Vader van onze Here Jezus Christus moogt verheerlijken.

7 Daarom, aanvaardt elkander, zoals ook Christus ons aanvaard heeft tot heerlijkheid Gods

De heilige Antonios de Grote : de onthechting aan de materiële goederen

De heilige Antonios de Grote :

De onthechting aan de materiële goederen

 

athanasius25

 Athasasios de Grote

 

Antonius de grote12

Antonios de Grote (Bron :icoon gemaakt door Silouan  http://www.iconenschilder.nl/)

De heilige Athanasios de Grote, bisschop van Alexandrië beschreef een leven van een tijdgenoot, de heilige Antonios ( gestorven in 356), die de eerste bekende heremiet was van de egyptische woestijn.

Men zal opmerken dat de heilige Antonios zijn toespraken aan zijn gehoor aanpastte. De eerste egyptische monniken waren voor het merendeel eenvoudige mensen : de enkele geleerden onder hen (Arsenios, Evagrius bijvoorbeeld) werden met een zeker wantrouwen bekenen. Zij waren gewoon aan een zware arbeid : voor sommige was het monastieke leven niet minder comfortabel dan dat wat zij hadden verlaten (de heilige Augustinus onderlijnt ook dit punt voor zijn religieuzen van Hippo). Zij waren opgegroeid in een sterk gehiërarchiseerde maatschappij ( de autoriteit van de functionaris, van de grootgrondbezitter) : zij begrepen heel goed dat men hen Christus voorstelde als een veeleisende meester. De actuele lezer moet rekening houden met deze gegevens om volledig deze tekst te kunnen begrijpen.

Men vindt reeds hier, maar alleen maar even in herinnering gebracht, de samengang  van  ongecontroleerde verlangens die kunnen  leiden naar objectieve zonden. Evagre le   Pontique en vervolgens de heilige Johannes Climacos, onder andere,  ontwikkelen veel later dit kapitaal aspect van de kennis van de bewegingen van de ziel. En men zal merken dat, voor Antonios zoals voor vele Vaders, datgene wat “natuurlijk” is datgene is wat overeenkomt met de staat van zijn voor de val. De mens en de verscheurde wereld zijn tegennatuurlijk want ze staan averechts op het goddelijk project.

Deze tekst stemt overeen met een dubbele actualiteit. Vooreerst roept het de noodzakelijke strengheid op in deze voorbereidingstijd van de vasten die begint. Maar de actualiteit is ook ecologisch.                                                                              

In vele landen geven  ecologisten, die beïnvloedt zijn door het “neopaganisme” de joods-christelijk beschaving de verantwoordelijkheid voor het verspillen van de planetaire bronnen van bestaan. Het verhaal van de schepping, zoals het beschreven staat in het boek Genesis, zou aan de mensheid onbeperkte rechten gegeven hebben over de natuurlijke bronnen. Het is zelfs zo dat men vijf zes maal meer belangrijke  bronnen nodig zou moeten hebben opdat haar inwoners hetzelfde niveau van leven zouden hebben als de tegenwoordige westerlingen. Voor ons is de vraag naar de onthechting en het delen  dus brandend actueel. Teksten als deze van de heilige Antonios tonen ons dat een christendom dat correct wordt beleefd deze kritieken , die onjuist zijn ,niet verdient. Ze dragen bij om een antwoord te vinden op het actuele on-evenwicht.  Onder voorwaarde dat men de voorschriften volgt en de materiële goederen op de tweede plaats stelt.

Michel Feuillebois

Teksten van de heilige Antonios :

Het nut van een spiritueel onderhoud

Op een bepaalde dag kwamen alle monniken vragen dat hij het woord tot hen zou richten.  Hij zei hen als egyptenaar : de heilige schriften volstaan voor ons onderricht, maar het is goed dat wij mekaar wederzijds aansporen in het geloof, dat wij ons laten bezielen door redevoeringen. Gij, mijn zonen, gij geeft aan uw vader wat gij weet, ik, uw oudere, lever u over wat de ervaring mij heeft geleerd.

De ascetische strijd duurt niet lang. De zege zal eeuwig zijn

Dat onze gemeenschappelijke inspanning erin mag bestaan dat wij niets opgeven van wat we ondernomen hebben, ons niet te laten ontmoedigen in het werk, dat wij niet tegen onszelf zeggen “onze ascese duurt lang”. Daarentegen, eens we er zijn aan begonnen, vermeerderen wij elke dag onze ijver. Elk leven van de mens is kort en dicht bij de komende eeuwen. Alle dingen van de wereld worden verkocht, wordt gewisseld voor zijn waarde, maar de belofte van het eeuwige leven wordt goedkoop verkocht. Er is geschreven : “De dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren en , indien wij sterk zijn tachtig jaren en wat meer is is slechts kommer en kwel” (Ps 89, 10) Indien wij dus deze tachtig jaren hebben laten voorbijgaan en zelfs onze honderd jaren in het ascetisch leven, dan zullen we niet alleen honderd jaren maar in de eeuwen der eeuwen regeren. Als wij hebben  gestreden op aarde, zullen wij geen aardse erfenis, maar een hemelse erfenis verwerven en dit vergankelijk lichaam zal veranderen in een onvergankelijk.

Alles verlaten is te weinig

Dus, mijn kinderen, laten wij ons niet afschrikken, laat ons niet denken dat de tijd lang is waarin we vele dingen kunnen doen. Het lijden van de huidige tijd is niets in vergelijking met de komende glorie die in ons zal gemanifesteerd worden (Rom 8,18). Laat ons niet geloven, als wij de wereld bekijken, dat wij aan veel verzaakt hebben. Gans de aarde is klein in vergelijking met de hemel. Indien wij dus gans de aarde zouden bezitten  en eraan verzaken,dat zou nog niet waardig zijn om het Koninkrijk te verwerven. Het is alsof wij één drachme zouden minachten om er honderd te winnen, zo ook zou  de meester van de aarde, door alles te verlaten,  maar weinig verlaten en het honderdvoudige terugkrijgen, hij die enkele meters van de aarde zou verlaten verliest in feite niets, en indien hij zijn huis verlaat en veel goud, dan heeft hij geen motief om zich te verheerlijken of lauw te worden. Anderzijds, datgene wat wij niet verlaten, wordt ons door de dood ontnomen en dit alles valt dikwijls dan in de handen van hen die wij niet zouden willen, zoals Ecclesiasticus schrijft (4,8). Waarom het niet verlaten door de deugd omwille van de erfenis van het koninkrijk ? Dat het verlangen naar bezit ons niet overweldigt. Welke  winst heeft het datgene te verwerven wat we niet kunnen meenemen ? Verwerven we dus veeleer wat we wel kunnen meenemen : de bedachtzaamheid, de rechtvaardigheid, de matiging, de kracht, de wijsheid, de liefde, de liefde voor de armen, het geloof in Christus, de zachtmoedigheid, de gastvrijheid. Indien wij dit alles bezitten zullen we ze terugvinden in het land van de zachtmoedigen.

Volharden tot het einde toe

Omwille van deze redenen en andere gelijkaardige, dat ieder er zich van overtuigt niet kleinhartig te zijn, vooral denkend een dienaar van Christus te zijn, hij moet een dienaar zijn. Een dienaar zegt niet : “ik heb gisteren gewerkt, vandaag rust ik”; hij meet de verleden tijd niet om op te houden met werken maar, elke dag, zoals geschreven staat in het Evangelie, heeft hij dezelfde ijver voor het werk en dit om zijn meester te behagen en zich niet in gevaar te brengen. Ook wij, laten wij elke dag volharden in het ascetisch leven, indien wij één dag verwaarlozen, dan zal de Heer ons niet vergeven omwille van de verleden tijd, maar zal hij zich irriteren over ons voor onze onachtzaamheid. Zo is geschreven in Ezechiël (18,24-26)  “Zo verliest Juda, op één nacht, de zware arbeid van de voorbije tijd”.

Leven als elke dag sterven

Het is daarom, mijn zonen, dat wij moeten zorg besteden aan de ascese, laat ons niet verslappen. De Heer werkt met ons samen : Er is geschreven : Wie het goede heeft gekozen, met Hem is God ten goede (cf. Rom.8,28). Om niet kleinzielig te zijn is het goed het woord van de apostel te overwegen : wij sterven elke dag  (1 Kor.15,31). Indien wij niet zullen zondigen. Ziehier hoe je dit moet verstaan. Elke dag wanneer wij opstaan, denken wij dat wij de avond niet meer zullen halen, en ’s avonds als wij slapen gaan denken wij dat wij de morgen niet meer zullen halen. Ons leven is van nature onzeker, elke dag wordt ons toegemeten door de Voorzienigheid. Zo levend dat wij niet zullen zondigen,  zullen wij naar niets verlangen, dan zullen wij voor niemand wrokgevoelens hebben , dan zullen wij niets oppotten op aarde, maar, elke dag leven in de mogelijkheid van de dood, zullen wij arm zijn en aan allen vergeven. Indien wij onze onzuivere gedachten niet geheel beheersen dan moeten wij er ons van afkeren als zaken die nietig zijn. Laten wij altijd strijden en altijd de dag van het oordeel voor ogen houden, want de grootste vrees en het gevaar voor de kwellingen verdrijven de zachtheid van het genot en verzwakken de ziel .

De deugd is in ons

Wij zijn dus zo begonnen met de weg van de deugd te bewandelen, laat ons strijden, meer strijden om te konen tot de toekomstige goederen (Fil.3,14). Dat niemand achterom ziet, zoals de vrouw van Lot (Gen.19,26), want de Heer zegt : Niemand, die de hand aan de ploeg slaat en ziet naar hetgeen achter hem ligt, is geschikt voor het Koninkrijk Gods(Lucas 9,62). Naar achteromzien is niets anders dan veranderen van mening en de smaak voor de wereld hernemen. Vrees niet als je hoort spreken over de deugd, verwondert u niet voor de naam.  Zij is niet ver van ons, zij vormt zich niet buiten ons, het werk is in ons en zij is gemakkelijk, maar we moeten het natuurlijk willen. De Grieken reizen en steken de zee over om de letteren te bestuderen. Wij hebben  er geen nood aan om te reizen omwille van het koninkrijk der hemelen, noch om de zee over te steken voor de deugd. Wij gaan vooruit, de Heer heeft gezegd : Het koninkrijk der hemelen is binnenin u (Luc.15,21).De deugd heeft dus geen andere nood dan onze goede wil, want zij is in ons en komt uit ons voort.

Indien de ziel haar intelligent deel bewaart conform de natuur, dan krijgt de deugd gestalte. Zij is volgens de natuur als zij blijft zoals zij geschapen is, want zij is mooi en rechtschapen. Het is daarom dat Josua, zoon van Nun, zijn volk vermaande : Richt uw hart op de Heer, de God van Israël (Jozua 24,23), en Johannes de doper : Maak recht uw wegen (Matth.3,4).  Voor de ziel betekent rechtschapen zijn het intellect hebben volgens de natuur, zoals het geschapen werd, maar wanneer zij afdwaalt en verstoord geraakt met betrekking tot de natuur, dan spreekt men van de ondeugd van de ziel. De zaak is dus niet moeilijk; als wij blijven zoals we geschapen zijn, dan zijn we in de deugd, maar als we denken aan slechte dingen, dan zullen we als slecht geoordeeld worden. Indien de zaak zou moeten gezocht worden buiten ons, dan zou het moeilijk zijn, maar omdat zij in ons is,moeten we ons hoeden voor onzuivere gedachten en moeten wij onze ziel bij de Heer houden zoals in een depot, opdat hij zijn werk zou herkennen, zijn werk, zoals hij het gemaakt heeft.

Onze vijanden : de demonen

Laat ons dan strijden opdat de woede ons niet overheerst of dat het verlangen ons niet domineert. Er is geschreven :  De woede van de mens bewerkstelligt niet de rechtvaardigheid van God; als de begeerte bevrucht is, baart zij de zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort. Ons zo gedragend, laten wij met aandacht waken zoals geschreven is (Spreuken 4,23). Wij hebben verschrikkelijke vijanden, vol van nieuwe ideeën, de slechte demonen, en het is tegen hen dat onze strijd gaat, zoals de Apostel zegt : want

Wij hebben niet te strijden tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten (Ef.6,12).

Saint ATHANASE, “Antoine le Grand, père des moines” Collection “foi vivante” n° 240 , traduction du Père B Lavaud, pp27-32 (Cerf)

 Nederlandse vertaling : Kris Biesbroeck

Johannes de Doper, martelaar voor de waarheid


H. Beda de Eerbiedwaardige (ca 673-735), monnik, Kerkleraar  
Homilie 23 (boek 2) ; CCL 122, 354, 356-357

Johannes de Doper, martelaar voor de waarheid

beda_venerabilis_2   

 Beda de eerbiedwaardige

  Er is geen twijfel mogelijk dat Johannes de Doper de gevangenschap ondergaan heeft voor onze Verlosser, die hij voorgegaan is door zijn getuigenis. Hij heeft zijn leven voor Hem gegeven. Want als zijn vervolger hem niet gevraagd zou hebben om Christus te verloochenen, maar om te zwijgen over de waarheid, dan is hij toch nog voor Christus gestorven. Christus zelf zei immers: “Ik ben de waarheid” (Joh 14,6). Omdat hij voor de waarheid zijn bloed heeft laten vloeien, is het voor Christus. Johannes getuigde door geboren te worden dat Christus geboren zou worden; door te prediken gaf hij getuigenis, dat Christus ging prediken, door te dopen, dat Jezus zou dopen. Door als eerste te lijden, betekende dat Christus ook zou moeten lijden…

   Deze zo grote mens kwam dus, na een lange en pijnlijke gevangenschap, aan zijn levenseind door het vergieten van zijn bloed. Hij die het goede nieuws van de vrijheid van een hogere vrede verkondigde, werd door de goddelozen in de gevangenis gegooid. Hij, die moest getuigen van het licht, werd in een donkere cel gegooid…  Johannes werd door zijn eigen bloed gedoopt, hij was degene die de Verlosser van de wereld mocht dopen, de stem van de Vader tot Christus hoorde spreken, en op Christus de genade van de Heilige Geest zag neerdalen.

   De apostel Paulus zei het juist: “Want u is de genade omwille van Christus verleend, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden” (Fil.1,29). Hij zegt dat lijden voor Christus een genadegave is voor uitverkorenen, omdat hij in een andere brief zegt: “Ik ben er zelfs van overtuigd dat het lijden van deze tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid waarvan ons de openbaring te wachten staat” (Rm 8,18).

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Heilige Laurentius van Rome

Heiligenleven

 De Heilige Laurentius van Rome

Laurentius van Rome icoon 2

 

 Volgens zeggen moet hij rond het jaar 230 ergens in Spanje geboren zijn. Historisch gesproken is het zeker dat Laurentius een van de zeven diakens was van de stad Rome ten tijde van paus Sixtus II († 258; feest 6 augustus). Ingevolge een decreet van keizer Valerianus (253-260) werd hij – evenals vele andere kerkelijke ambtsdragers (bisschoppen, priesters, diakens, voorlezers enz.) – zonder enige vorm van proces onthoofd. Door de indrukwekkende wijze, waarop hij zijn marteldood onderging, bracht hij zijn gevangenbewaarder Hippolytus († 258; feest 13 augustus), Romanus Ostiarius en achttien andere soldaten en bewakers tot geloof in Christus.

De heilige Laurentius, was de diaken van paus Sixtus. Toen deze op weg was naar het executieveld, tijdens de vervolging van Veleriaan, kon Laurentius, die zich onder de samengestroomde menigte bevond, zijn tranen niet bedwingen en hij riep hem toe ;”Waarom laat ge mij achter, heilige Vader ? Gij behoort toch niet het offer op te dragen zonder uw diaken ?” Sixtus wendde zich tot hem met de woorden : “Mijn zoon, over drie dagen zul je mij volgen”.

Men had vastgesteld dat Laurentius de schatbewaarder was van de kerk. Hij werd daarom gearresteerd met de opdracht het kerkbezit in te leveren. Laurentius vroeg een dag tijd om alles bijeen te brengen. Heel de nacht trok hij door de armste wijken van de stad om al wat in de kerk aanwezig was aan de behoeftigen uit te delen,en ’s morgens verscheen hij voor het gerecht, gevolgd door een hele stoet van armen, kreupelen  en blinden. “Ziedaar de schatten van de kerk” zei hij.

Hij werd tot een gruwelijke dood veroordeeld : levend geroosterd te worden boven een klein vuur. Hij werd vastgebonden op het gloeiende rooster en leed zonder een enkele klacht te uiten. Integendeel, zijn gelaat straalde als dat van een engel, in innerlijke vreugde. Hij wist zelfs spottend tegen zijn beulen te zeggen : “Keer me maar om, deze kant is gaar”.

Zo stierf hij op deze dag in het jaar 258. Hij werd begraven in de zandgroeve aan de Via Tiburtia, op het goed van de weduwe Cyriaca, naast de lichamen van de heilige Hippolytus en de priester Justinus. Zijn gedachtenis werd spoedig gevierd in alle delen van de Kerk als van de beroemste romeinse martelaar.

Met hem wordt herdacht de gevangenisbewaarder Hippolytus, die door de moed waarmee Laurentius de martelingen verduurd had, tot het inzicht van de waarheid was gekomen, en daarom eveneens ter dood was gebracht.

Kondakion :

Het goddelijk vuur brandde in uw hart, heeft het vuur der aardse gevoelens tot as verbrand. Gij zijt de standvastigheid der lijdenden, goddragende martelaar Laurentius. Tijdens de marteling hebt gij vol geloof geroepen : Niets kan mij scheiden van Christus’ Liefde.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag . Uitg.orth.klooster  H. Johannes de doper – Den Haag

Orthodoxie Benelux verenigd

 

Orthodoxie Benelux verenigd

Geplaatst door onze redactie op dinsdag 29 juni 2010 om 14:45u (Bron: RvK)

BRUSSEL (RKnieuws.net) – De orthodoxie in de Benelux gaat de krachten bundelen. Er is op 23 juni een orthodoxe bisschoppenconferentie opgericht. Daarmee is een belangrijke stap gemaakt om als orthodoxie in West-Europa gezamenlijk op te trekken. Eén en ander kan tot gevolg hebben dat men niet alleen associé is van de Raad van Kerken, maar ook het (bredere) lidmaatschap aanvraagt. En men kan gezamenlijk opereren naar bijvoorbeeld de overheid.Een eerste bijeenkomst van de orthodoxe bisschoppen die parochies hebben in de Benelux (België, Nederland en Luxemburg) had plaats in Brussel. De uitnodiging ging uit van metropoliet Panteleimon van België (oecumenisch patriarchaat). Hij zat de vergadering ook voor.

De bijeenkomst volgt op de IVe Panorthodoxe Preconciliaire Conferentie, bijeengekomen in Chambésy (Genève) in juni 2009. Het overleg heeft tot gevolg dat de éénheid van de orthodoxie in de Benelux duidelijker naar voren komt.

Naast metropoliet Panteleimon van België namen onder meer aan het overleg deel: aartsbisschop Gabriël van Komana (Exarchaat orthodoxe parochies van Russische traditie in West-Europa), de bisschoppen Maximos van Evmenia en Athenagoras van Sinope (oecumenisch patriarchaat); aartsbisschop Simon (Patriarchaat van Moskou), bisschop Luka (patriarchaat van Servië), metropoliet Serafim (Nürnberg) en metropoliet (Parijs) Joseph (allebei van het patriarchaat van Roemenië).

Er waren ook mensen verhinderd of ze zagen af van deelname. Dat zijn: bisschop Ioan van Parnassos (Oekraïense parochies onder het oecumenisch patriarchaat), bisschop Michel (Russische Orthodoxe Kerk buiten de grenzen – patriarchaat van Moskou), metropoliet Simeon (patriarchaat van Bulgarije) en metropoliet Abraham (patriarchaat van Georgië).

Als naam voor het overleg van bisschoppen werd geopteerd voor: “Orthodoxe Bisschoppenconferentie van de Benelux” (OBB) – “Conférence Episcopale Orthodoxe du Bénélux” (CEOB).

In zijn inleidend woord verklaarde metropoliet Panteleimon van België dat er: “theologisch en sacramenteel gesproken eigenlijk maar één orthodoxe kerk is” en wij bijgevolg gecoördineerd moeten samenwerken en met één stem een antwoord moeten bieden op de pastorale problemen van onze samenleving, alsook van te getuigen van de rijkdom van de orthodoxie.

De orthodoxe bisschoppenconferentie van de Benelux die voorgezeten wordt door Metropoliet Panteleimon van België (oecumenisch patriarchaat) besliste verder nog dat aartsbisschop Simon (patriarchaat van Moskou) de taak van ondervoorzitter zal waarnemen, metropoliet Joseph (patriarchaat van Roemenië) deze van schatbewaarder en bisschop Athenagoras van Sinope (oecumenisch patriarchaat) belast wordt met het leiden van het secretariaat. Er werd ook nog beslist van een bisschop aan te duiden voor de vertegenwoordiging van de orthodoxe kerk in Nederland: Bisschop Athenagoras van Sinope (oecumenisch patriarchaat).

Er werd onder meer gesproken over algemene pastorale zaken en de oecumenische en interreligieuze contacten in de regio. De aanwezige bisschoppen hebben unaniem de wil uitgedrukt van nog nauwer samen te werken voor het goede van de orthodoxie, de orthodoxe gelovigen en de bredere samenleving

6e zondag na Pinksteren : van de verlamde en de vergiffenis

6e zondag na Pinksteren

“Van de verlamde en de vergiffenis”

Verlamde15

Lezingen van de zondag

Romeinen 12,6-14

 We hebben verschillende gaven, onderscheiden naar de genade die ons geschonken is. Wie de gave heeft te profeteren, moet die in overeenstemming met het geloof gebruiken.  Wie de gave heeft bijstand te verlenen, moet bijstand verlenen. Wie de gave heeft te onderwijzen, moet onderwijzen.  Wie de gave heeft te troosten, moet troosten. Wie iets weggeeft, moet dat zonder bijbedoeling doen. Wie leiding geeft, moet dat doen met volle inzet. Wie barmhartig voor een ander is, moet daarin blijmoedig zijn.  Laat uw liefde oprecht zijn. Verafschuw het kwaad en wees het goede toegedaan.  Heb elkaar lief met de innige liefde van broeders en zusters en acht de ander hoger dan uzelf.  Laat uw enthousiasme niet bekoelen, maar laat u aanvuren door de Geest en dien de Heer.  Wees verheugd door de hoop die u hebt, wees standvastig wanneer u tegenspoed ondervindt, en bid onophoudelijk.  Bekommer u om de noden van de heiligen en wees gastvrij.  Zegen uw vervolgers; zegen hen, vervloek hen niet.


 Mattheüs 9,1-8


Hij stapte weer in de boot en stak over, terug naar zijn eigen stad.  Daar probeerden een paar mensen een verlamde bij hem te brengen die op een draagbed lag. Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Wees gerust, uw zonden worden u vergeven.’  Daarop zeiden enkele schriftgeleerden bij zichzelf: Wat een godslasterlijke taal!  Jezus doorzag hun gedachten en zei: ‘Waarom hebt u zulke boosaardige gedachten?  Wat is gemakkelijker, te zeggen: “Uw zonden worden u vergeven” of: “Sta op en loop”?  Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ Toen zei hij tegen de verlamde: ‘Sta op, pak uw bed en ga naar huis.’  En hij stond op en ging naar huis.  Bij het zien hiervan werden de mensen van ontzag vervuld en ze loofden God, om de macht die hij aan mensen heeft verleend.

paralyticlg (254 x 444)

Alexis van Moscou heiligenleven

Heiligenleven

De heilige Alexis van Moscou

 

Alexis van Moscou1

De heilige Alexis van Moscou werd in 1300 in Moskou geboren uit een bojarengeslacht. Hij bezat een teruggetrokken aard en verdiepte zich reeds jong in de heilige schrift. Niemand was dan ook verwonderd toen hij al spoedig in het klooster trad, en 20 jaar oud de monnikswijding ontving met de naam Alexis. Daar kwam hij in aanraking met de metropoliet van Kiev, die de talentvolle jonge monnik bij zich nam en hem steeds meer taken toevertrouwde in het bestuur van het diocees. In 1353  was Alexis dan ook de aangewezen opvolger op de bisschopszetel. Hij werd naar Constantinopel gezonden en in 1354 door patriarch Filotheos gewijd tot metropoliet van Kiev en geheel Rusland.

Zonder belemmering kon hij zich nu volledig wijden aan zijn taak, terwijl hij tegelijk zich met nog meer volharding toelegde op een monastiek leven van onthouding en gebed. Vele wonderen geschiedden op zijn voorspraak. Daardoor ging een grote roep van hem uit, die zelfs doordrong tot het hof van de Tartaarse overheerser. Toen de vrouw van de Khan ongeneeslijk blind was geworden, zond hij een uitnodiging naar de heilige Metropoliet van Moskou. Alexis gaf daaraan gehoor, ging naar het hof van de Khan en genas door zijn gebed de zieke. Overladen met geschenken keerde hij naar Moskou terug.

Toen er later moeilijkheden ontstonden door de zware lasten die de volgende Khans aan de Russische vorsten oplegden, wist Alexis voor Kerk en stad verlichting te krijgen. Diep betreurd door het hele volk is hij gestorven in 1378.

Heilige apostel Jacobus

Heiligenleven

De heilige apostel Jacobus

 

Jacobus icoon

De heilige apostel Jacobus, de Broeder des Heren en eerste bisschop van Jeruzalem. Men neemt aan dat hij een zoon was uit een vorig huwelijk van de heilige Jozef de timmerman. Om zijn strikte naleving van de Wet werd hij”de Gerechte” genoemd en aan het hoofd gesteld van de jonge Kerk in Jeruzalem. Daardoor had hij de beslissende stem bij het eerste Concilie, toen de Apostelen beraadslaagden of ook onbesnedenen in de Kerk konden worden opgenomen in het jaar 36. Hij heeft een aan alle christenen gerichte vermaning geschreven die daarom als één van de “Katholieke Brieven” in het Nieuwe Testament een plaats heeft gevonden. Hij corrigeert daarin bepaalde misvattingen die het gevolg waren van slecht begrepen uitdrukkingen van de heilige Paulus betreffende de overheersende rol van de genade. Geloof zonder werken is een dood geloof. Hij spreekt daarin eveneens over de ziekenzalving en over de trouw van God. Ook de oudste vorm van de Goddelijke Liturgie staat op zijn naam. Deze is later bewerkt door de heilige Basilios de Grote, en nog eens door de heilige Johannes Chrysostomos.

Om zijn steun aan het missiewerk onder de heidenen van de heilige Paulus, werd Jacobus van de hoge tempelmuur gesmeten, gestenigd, en met knuppels doodgeslagen in het jaar 61 of 62. Op zijn knieën zag men toen dikke eeltbuilen, ontstaan door zijn gewoonte om dagelijks urenlang geknield te bidden voor de aan hem toevertrouwde gelovigen. Vele Joden geloofden dat de enkele jaren later gevolgde verwoesting van de Tempel de straf was voor deze moord

 

Troparion :

Als leerling des Heren hebt gij, Gerechte, het Evangelie aanvaard als Martelaar bezit gij de onvervreemdbare schat; als Broeder des Heren moogt gij vrijmoedig tot Hem naderen; als Hogepriester is u het ambt der voorbede toevertrouwd. Bid tot Christus God om onze zielen te redden.

Uit : Heiligenleven voor elke dag – orth.klooster Den Haag

De parochie als eucharistische gemeenschap

DE PAROCHIE ALS EUCHARISTISCHE GEMEENSCHAP

Door Jean -Jacques Laham

Betekenis van de uitdrukking “Eucharistische gemeenschap”

De term “Gemeenschap” betekent “tesamen verenigd zijn”, een band rond eenzelfde centrum. Dit centrum kan een eigen belang, een activiteit, een identiteit zijn. De notie van gemeenschap herkrijgt dus zowel een notie van eenheid maar ook een cirkel, een limiet en dus een in zichzelf betrokken zijn. Vandaag de dag wemelt het van gemeenschappen, zij het via de groepen van Facebook, de  segmenten van de markt die personen groeperen rond dezelfde koop gedragingen – een doelgroep voor de marktleiders, de blogs die het kenmerk “communautair” dragen enz..

Anderzijds heeft het adjectief “Eucharistisch” onmiddellijk de notie van openheid tot gevolg. Het heeft betrekking op de term “Eucharistie”, dat betekent ” dankzegging”, dank – in het bijzonder voor het heilswerk van de Drie eenheid. Het gaat dus over een openheid tegenover God, maar ook impliciet over een openheid op allen die dezelfde Eucharistie celebreren ( want door te communiceren aan dezelfde Christus, zijn wij allen met elkaar verbonden. Door de Eucharistie worden wij één enkel lichaam, niet enkel in een denkbeeldige betekenis : indien een lid lijdt, lijden alle leden met hem om de heilige Paulus te parafraseren. Zo definieert de parochie zich als plaats die ons samenbrengt ( beweging van innerlijkheid) om ons te verenigen met een veel Grotere, en door deze Grotere met een groter aantal in de vergadering van mensen ( uitwendige beweging).

Een beweging die tegelijk van het horizontale naar het verticale en van het verticale naar het horizontale gaat.

De notie van de eucharistische gemeenschap kan ook in de praktijk verwijzen naar een tweede dynamiek, waar een neerdalende en een horizontale-sociale dimensie mekaar kruisen.

Volgens een eerste aanvoelen definieert de Eucharistie zich voor alles als mijn deelname aan het Lichaam en Bloed van de Verrezene. Mijn persoonlijke ontmoeting met God gaat vooraf – de communie wordt het middel waardoor in ben gered. Deze gevoeligheid is erop gericht dat de Eucharistie een middel wordt voor het persoonlijk heil, dat beantwoordt aan een persoonlijk appèl. Daarom ga ik naar de Kerk om mij met God te verenigen. De gelijktijdige houding van mijn geloofsgenoten zou voor mij in dit geval bijkomstig, secundair zijn.

Een tweede gevoeligheid zou de tendens hebben om voor alles het accent te leggen op het collectieve, op de sociale band. De parochie wordt gezien  als datgene wat mij bindt aan andere personen in functie van mijn identiteit en mijn religieus toebehoren. Voor mij primeert de geest van de gemeenschap, de ontmoeting met deze of die persoon (en is het overiging daarom dat ik ga kiezen naar welke parochie ik zal gaan). Elkeen van ons voelt zich zonder twijfel dichter bij de ene of de andere gevoeligheid. Het is ook mogelijk dat wij afwisselen en ons dikwijls meer herkennen in de “individualistische” dimensie, en soms meer in de “sociale” dimensie. Niettemin kan het lijken dat deze twee “neigingen”, indien de één de ander in evenwicht houdt,  in feite noodzakelijk  mekaar aanvullen en gans hun betekenis geven aan de parochie.

Zoals Mgr. Jean Zizioulas het vertelt in zijn boek “L’Eucharistie, l’Evêque et L’Eglise” over de historische achtergronden van de parochie, de communie aan de heilige Gaven (verticale dimensie) is tegelijk een “communio aan de heiligen” (’t is te zeggen in brede zin aan alle deelnemers aan het Lichaam en Bloed van Christus). Wanneer wij naderen tot Christus betekent dit bijna verplichtend  het naderen tot de anderen. Een beeld van de Vaders doet ons bewust worden van dit : stellen wij ons voor dat wij een grote cirkel vormen waarvan Christus het centrum is, hoe meer wij Christus nabij zijn, ’t is te zeggen hoe meer de straal van de cirkel zwak zal zijn, des te meer zal de afstand die ons van mekaar scheidt verminderen.

In verband hiermee nodigt de Basiliosliturgie ons uit direct na de épiclese deze dubbele communio, met God en de anderen te vragen : ” En wij allen die deelhebben aan het ene Brood en deze ene Kelk, verenig ons met elkaar in de communio van de enige Heilige Geest”

De eerste christenen,   een model van een eucharistische gemeenschap 

Het voorbeeld van de eerste Christenen, zoals beschreven in de handelingen der Apostelen, blijft voor ons zonder twijfel het juiste model van de eucharistische gemeenschap. Volgens de Handelingen der Apostelen 2,42-47, bleven de eerste “gedoopten “volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden. En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de Apostelen. En allen, die tot het geloof gekomen  en bijeenvergaderd waren, hadden alles gemeenschappelijk : en telkens waren er, die hun bezittingen en have verkochten en ze uitdeelden aan allen, die er behoefte aan hadden; en voortdurend waren zij elke dag eendrachtig in de tempel, braken het brood in hun huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten, en zij loofden God en stonden in de gunst bij het gehele volk. En de Heer voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden” 

Wij vinden hier zo de dubbele dynamiek van de christelijke gemeenschap terug, innerlijk en uiterlijk, verticaal en horizontaal : essentieel gecentreerd op het Woord en het breken van het brood , de kring werd groter door aangroei, totaal gekeerd naar God verleent zij tegelijk een plaats aan de andere, doorheen de vreugde van de gemeenschappelijke maaltijd of het delen van de rijkdom.

Anderzijds karakteriseert deze eerste eucharistische gemeenschap zich door de verscheidenheid van  haar “manier van zijn” en haar actiedomein : de liturgie, het gebed , de theologie  ( want zo kan men “de leer van de Apostelen” noemen, het sociale, de missionaire actie …. In zekere zin schijnt geen enkel domein te ontsnappen aan de eucharistische gemeenschap

Het past van onze kant dat wij nu, tweeduizend jaar later, ons de vraag stellen of deze actie van de eucharistische gemeenschap actueel blijft en of onze parochie in staat is de vlam brandend te houden die aangestoken is door de eerste christenen.

DE “WIJZEN VAN ZIJN” VAN DE EUCHARISTISCHE GEMEENSCHAP

De parochie – een ervaring/een gemeenschappelijk leven op basis van ons gemeenschappelijk, geloof

Zelfs  al is het bijna banaal om ons eraan te herinneren, het geloof is de eerste voorwaarde van het bestaan van een parochie. Datgene wat de parochieonderscheidt van andere verenigingen, is voor alles het geloof, de aanhankelijkheid aan iets wat niet vanzelf gaat, en in feite aan Iemand, aan een Andere, een gans Andere. Het lijkt mij dat wij ons altijd zouden moeten afvragen hoe wij hoe wij ons geloof kunnen vermeerderen opdat wij niet vervallen in een simpel humanisme (of wellicht ook in een ritualisme). De parochiale gemeenschap steunt dus voor alles op mijn geloof, een persoonlijk en in
vrijheid opgenomen geloof die ik deel met alle leden van de gemeenschap. Het is hierbij legitiem om zich af te vragen, hoe wij dit geloof in het parochieleven kunnen uitdrukken, hoe wij reëel  de gelijkvormigheid tussen Eucharistie en Geloof kunnen bewerkstelligen ? Op deze vraag, kunnen twee antwoorden worden gegeven.

•1.     Door het eenvoudige feit van samen te komen en deel te nemen aan de liturgie.

Het geloof dat “God onder ons is” en Hij zich tegenwoordig stelt “telkens wanneer er twee of drie in Zijn naam verenigd zijn”. Dit uit zich in het simpele feit van een “vergadering” te vormen (wat de betekenis is van de term “Kerk”), in  dat wat vader Schmemann het sacrament van de vergadering heeft genoemd in zijn boek van het Sacrament van het Koninkrijk, ’t is te zeggen dit mirakel waardoor “zondige en onwaardige mensen het lichaam van Christus worden”. Zo ons geloof tonen, aan God een vrije kans laten om te handelen, de noodzaak inzien van samen te komen om zich met Christus te verenigen. Daaruit vloeit de noodzaak voort van een fysieke aanwezigheid in éénzelfde plaats, en verder nog een bewuste en totale deelname van alle gelovigen aan de Eucharistie, van een gemeenschappelijke actie die alle gelovigen impliceert (betekenis van het woord “liturgie”).

In verband hiermee, onze parochie is hierbij pionier geweest in deze herontdekking van de hechte band die bestaat tussen liturgie , eucharistie en de vergadering, in het bijzonder doorheen een grotere deelname en betrokkenheid van de gelovigen. De inspanningen om eventuele hindernissen te onderdrukken die zouden kunnen bestaan tussen clerus en leken, het opzeggen met luide stem van de zogeheten secrete gebeden en in het bijzonder van de eucharistische canon, het zoveel mogelijk celebreren van de doop tijdens een eucharistische liturgie zijn zoveel doorslaggevende voorbeelden.

Men kan zich nochtans afvragen of er nog geen andere manieren bestaan van “concelebratie” die onderzocht kunnen worden – bijvoorbeeld –

  • – Een grotere deelname van allen bij de zang
  • – Een regelmatiger deelname van alle gelovigen aan de proscomedie – die juist getuigt van onze eenheid met alle heiligen rond het Lam.
  • – Een gemeenschappelijke voorbereiding van allen aan de communie ( door een grotere deelname aan de vigilies)

 

•2.     Door het gemeenschappelijk gebed voor mekaar.

Elk woord tot God, dat met luide stem wordt uitgesproken of in het innerlijke van het hart, is een geloofsdaad die de hoop van de gemeenschap levendig houdt. Wij geloven in het bijzonder dat het gebed in de Kerk, in de gemeenschap wordt beluisterd, want mijn persoonlijk geloof wordt erdoor vervolledigd en versterkt. Er bestaan zo een aantal specifieke momenten in de liturgie waar de gebedsintenties meer specifiek zijn , meer particulier zijn, meer gedurfd ook, maar altijd in de onderwerping van Gods wil. Men kan denken aan de dringende gebeden na het Evangelie, waar wij bidden voor de anderen,  voor de dierbaren van de anderen ( de zieken, de zwangere vrouwen, de overledenen enz..). De Grote Intocht, waar het gebed na de épiclese ( voornamelijk  uitvoerig in de Basiliosliturgie) andere gelegenheden  geeft om onze persoonlijke intenties aan God op te dragen.

De roeping van onze parochie is zonder twijfel verbonden aan de ernst waarop wij de gebeden beschouwen. Hoe beluisteren wij de dikwijls lange lijst van de namen der zieken ? Hoe breiden wij ons gebed uit die wij tot de onze maken op de vraag van andere leden van de gemeenschap ? Kunnen wij  niet ergens anders andere intenties naar voor brengen die meer specifiek zijn ? (voor een huwelijk, voor een belangrijke reis, gedurende een oorlog, na een natuurramp enz…)

De parochie – een ervaring van de andere – De vreugde van het samen delen.

De ervaring van de andere in de parochie begint met het delen van een gemeenschappelijke ervaring ( hetzelfde geloof, dezelfde deelname aan het Lichaam en Bloed van Christus) die verdergezet wordt in een persoonlijke ontmoeting, waar de “mede-gelovige” zoals men kan zeggen , uit de anonimiteit komt. Datgene wat sterkte en eenvoud geeft aan deze ontmoeting, is evident de vreugde van de liturgie  die ons bezielt en die in de cafetaria of de agapen kan verder gezet worden. De eerste ervaring met de andere in de parochie uit zich onder het teken van de vreugde, vreugde die andere vormen van delen kan inhouden : eenvoudige vriendschap, Bijbelstudie, gebedsgroepen, delen van mekaars lasten/zorgen. Om dit nog een beetje uit te breiden kan men zeggen dat de catechese aan de kinderen geen ander objectief heeft dan deze vreugde over te dragen. Vreugde die gegeven wordt in de Kerk en gedeeld met de andere kinderen doorheen het spel, de vriendschap en het feest.

De “diensten” van de parochie

De ervaring van de vreugde  kan uitlopen op en vindt ook haar zin in de betekenis van “dienst”, waar iedereen volgens zijn charisma, volgens de tijd en de veelvuldige andere bezigheden, de dienst aan de gemeenschap kan versterken. De lijst van deze diensten is groot : het gezang, de zorg voor het kerkgebouw, de verslagen, de kaarsen, de kledij, de catechese, de boekhandel, de bibliotheek, de dienst aan het altaar, de internet-site…om maar de meest evidente te vernoemen. Deze lijst, verre van  volledig te zijn, moet altijd open blijven om geen enkel initiatief uit te sluiten. Men kan zich wellicht afvragen hoe men zich meer ten dienste kan stellen voor de zieken, de ouderen, voor hen die in nood zijn om zich te kunnen verplaatsen en vragen om mee te mogen rijden( er bestaat misschien al zo een lijst, maar werkt ze effectief ?), of hen die in nood zijn. Kan men geen afwisselende bezoeken organiseren om de zieken of ouderlingen te gaan bezoeken . Zou men er niet bij winnen indien we beter het bestaan zouden kennen van een sociale kas van de parochie ?

Respect voor mekaar

Elke ontmoeting met de andere (in de parochie of elders) blijft een voortdurende uitdaging ten opzichte van zichzelf, van zijn persoonlijk comfort, van een gevestigde orde. Maar in de parochie (meer dan elders) kunnen twee types van weerstand overwonnen worden voor een vreugdevolle ontmoeting met de andere.

Wij weten allen dat achter de grootste dienst en de mooiste zaak, zich gemakkelijk  gevoelens van een goed geweten, van zelfvoldaanheid, van macht ook schuilgaan. De overwinning op deze weerstand is ons gegeven door Christus, de Meester die onder ons is als diegene die dient. Vanaf dat moment impliceert elke gemeenschappelijke eucharistie een weigering tot macht, tot autoritair zijn, van prikkelbaarheid ook. In de parochie vindt elke dienst haar bron en energie in de Eucharistie ( teken en verwijzing naar het laatste avondmaal, de voetwassing, de dood van Christus voor ons).

De tweede weerstand is de opsluiting in zijn eigen comfort, ten nadele van het onthaal van de andere. Wellicht dat er in een parochie als de crypte (Rue daru – Parijs) die een  zeer verschill
end profiel heeft, het respect voor de verscheidenheid voor mekaar,tegelijk  op de proef wordt gesteld en vergemakkelijkt. Wij worden geconfronteerd met drie types van “verscheidenheid”, die drie specifieke wijzen van handelen impliceren :

  • a. Verscheidenheid van persoonlijkheden : respect voor personen die meer eenzaam, schuchter, gevoelig zijn – kunnen wij geen vorm van peterschap ontwikkelen, meer systematisch ( zoals tegenwoordig voor diegenen die zich op de orthodoxie voorbereiden) voor diegenen die reeds orthodox zijn en regelmatiger wensen te komen naar de crypte. Kunnen wij ons verzekeren dat deze peterschappen zullen worden opgevolgd ?

•b.     Verscheidenheid van groepen van een andere origine : russen, congolezen, kopten, libanezen en andere. Het idee om recent een parochiaal eetmaal te houden die rekening hield met de culinaire gewoontes van de verschillende culturen was voor de parochie een middel om deze verschillende groepen tegemoet te komen.

•c.      Verscheidenheid van generaties : Taal voor kinderen en volwassenen, verschillende noden van de ouderlingen – men kan het woord geven aan de kleinsten, theatervoorstellingen voor of door de jongsten kunnen van tijd tot tijd worden georganiseerd. Wellicht kunnen wij hier nog aan toevoegen : de sociale verscheidenheid die een andere karaktertrek van de crypte uitmaakt.

De parochie, een missionaire roeping (uitwendige dimensie)

De Eucharistie is een openheid op het hiernamaals van de communauteit. Zoals Christus draagt en offert de eucharistische gemeenschap in de liturgie aan de Vader alle lijden van de wereld. Verenigd met Christus, overwinnaar van dit lijden, gelooft zij dat zij een boodschap van hoop kan brengen aan de wereld, die nood heeft aan een uittreden uit zichzelf, een beweging van uitwendigheid. In het Mysterie van de Kerk, inspireert Vader Boris zich op de bewegingen van het hart om deze realiteit uit te drukken : “in de systole (fase waarin het hart zich samentrekt en het bloed in het lichaam pompt) heeft men het ophoping, de toevloed van het bloed in het hart. In de diastole( = fase waarin het hart zich ontspant en weer volzuigt met bloed), de vernieuwing van de cellen van het lichaam zelf hersteld door de goddelijke adem”. Zo ook de offerande van gans de wereld in de liturgie ( vooral bij de grote intocht), komt overeen met de offerande aan de wereld van de Blijde Boodschap, het getuigenis in onze levens van het bestaan van het Koninkrijk. Deze beweging van uitwendigheid vindt haar plaats in het “laat ons in vrede heengaan”, die in plaats van de liturgie af te sluiten, haar in feite opent op de wereld en opwekt om de “liturgie na de liturgie” te vieren, ’t is te zeggen, onze zending als christen. “Onze wereld die meer dan ooit in crisis verkeerd verwacht van de eucharistische gemeenschap dit getuigenis van de vreugde die het goede nieuws ons brengt, het reeds beleefde Koninkrijk, het Koninkrijk van de Ontmoeting voor dewelke alle “aardse voedsel” die de mens heeft niets vergeleken is (…), dat tevergeefs zijn dorst naar het absolute  misleidt” aldus Costi Bendali, libanees orthodox denker, die in het bijzonder heeft bijgedragen tot de vernieuwing die begonnen is door de Beweging van Orthodoxe Jongeren (MJO) in het Midden-Oosten. Deze openheid die indruk maakt op de gelovige (en die zijn bron put aan het innerlijk van het communautaire leven) kan verschillende vormen aannemen : doorheen een ontmoeting met andere christenen maar ook en wellicht vooral met de niet-gelovigen.

Openheid tegenover de andere christenen onder verschillende aspecten

Men zou hier kunnen een lijst opmaken van de veelvuldige openheden van de parochie met de andere christenen, in concentrische cirkels, personen dicht bij ons die omgaan met andere, niet orthodoxe christenen.

•a)    Met personen die de parochie verlaten hebben

De parochie strekt zich vooreerst uit in haar oud-leden die om persoonlijke redenen ( bijvoorbeeld een verhuis)vertrokken zijn. De vraag , te weten hoe men contact met hen kan onderhouden is reeds besproken ( bijvoorbeeld : via het tijdschrift, de web-site, via e mail)

•b)    Met ons bisdom

De parochie heeft slechts zin indien ze verbonden is met een bisschop, die garantie staat voor de eenheid van de Kerk en haar gelijkvormigheid met het evangelie, en dus garant voor de eucharistie. De communio met de bisschop verzekert de realiteit van onze Eucharistie en getuigt dat zij geen individuele en geïsoleerde ritus is maar een communio met de totaliteit van de gelovigen. Het is door de bisschop dat de openheid van de parochie met al de orthodoxe gelovigen mogelijk wordt gemaakt. Wij hebben in de crypte het geluk een bijzondere band te hebben met de bisschop, zowel geografisch (omwillen van zijn Kathedraal), als effectief. Het is goed om deze band voort te zetten.Deze eenheid met de bisschop drukt zich ook uit doorheen de relaties die wij kunnen ontwikkelen met de andere parochies van het bisdom. Acties zouden kunnen worden ondernomen om onze band te versterken hetzij met de parochie van de Heiligen Petrus en Paulus te Clapham, met wie wij verbonden zijn, hetzij met de Kathedraal, hetzij met parochies in de provincie.

•c)     Met de andere orthodoxe gemeenschappen van Parijs

De roeping van onze parochie kan anderzijds een versterking betekenen voor de banden met Orthodoxen. Het historisch gevolg van een aantal parochianen in de Fraterniteit getuigt reeds hiervan. Kan de aanwezigheid te Parijs van een grote verscheidenheid van orthodoxe kerken van verschillende tradities geen uitnodiging zijn om mekaar beter te leren kennen als orthodoxen onder mekaar en om onze eenheid te concretiseren ? Het bezoek aan parochies van andere tradities, het hernemen van een interparochiale catechese of nog, progressieve introductie, zonder syncretisme, van onze Russische traditie van de byzantijnse ritus zou een “brug” kunnen slaan tussen de verschillende orthodoxe gemeenschappen.

•d)    Met kerken /parochies van andere landen

Breder gezien, de crypte onderhoudt rechtstreekse banden met de orthodoxe parochies buiten de grenzen van het bisdom : in Rusland, in Afrika ( in het bijzonder met Vader Timothée in Benin), in Libanon. Deze relaties die te wijten zijn aan historische omstandigheden of door vriendschapsbanden ( dikwijls via het Instituut St.Serge) vormen factoren van openheid die zonder onderbreking moeten onderhouden worden.

•e)     Met de andere christelijke belijdenissen

Ten slotte, over de grenzen van de zuivere orthodoxe sfeer heen, heeft onze parochie het geluk deel te kunnen nemen aan een betere dialoog, hetzij met de zogenaamde christenen van het Oosten (dank zij onder andere Christine Chaillot), hetzij met Katholieken en Protestanten (als gevolg van de inzet van Danielle Gousseff)- , de crypte wordt  graag door sommigen
 gekenmerkt als “oecumenisch”, dikwijls in pejoratieve zin. Deze deelname aan kringen van bijbelbezinning of met het gebed met christenen van andere belijdenissen moet in feite een dubbel getuigenis vormen : voor de niet-Orthodoxen, de rijkdom van onze traditie; voor de anders Orthodoxen minder spontaan neigingen voor oecumenische ontmoetingen, met de kracht van het geloof en het gebed die ons laat communiceren met andere christenen.

Openheid over de grenzen heen van de “religieuze cirkel”

Het komt aan de parochie toe om uit te stralen over de grenzen van de religieuze sfeer en een wijze van uitdrukking te vinden in de profane wereld. In de conferentie die hij over dit thema heeft gegeven en welke is uitgegeven in een klein boekje getiteld “Getuigenis van de eucharistische gemeenschap” heeft Costi Bendali aangetoond dat “de christelijke gemeenschap zich niet mag ontdoen van deze essentiële dimensie van haar concreet historisch engagement, haar hoop op het Koninkrijk” En hij maakt hierbij duidelijk dat men het “heil aan wat zuiver religieus “is niet moet inperken. Hij onderlijnt dat “het heil van Christus een totale bevrijding inhoudt voor elke miserie, van elke beroving, van elke vervreemding”. Vader Cyril Argenti citerend, nodigt  hij ons uit om ons niet te “verbergen in de eucharistische celebratie en het strijdtoneel van deze wereld te ontvluchten. Vanaf dan kunnen wij ons afvragen hoe ertoe te komen om niet in een dualisme terecht te komen “spiritueel leven /dagelijks leven”,  hoe historische daden te stellen, hoe in nederigheid bijdragen om deze wereld te omvormen ? Deze vraag is zeer uitgebreid en verdient een diepe reflexie. Men zou twee voorbereidende voorstellen kunnen inbrengen, die niet de pretentie hebben om rond de vraag zelf heen te draaien.

•a)     De collecte van de vasten / de vasten van het delen

Het eerste betreft de band tussen ons vasten ( voornamelijk deze van de grote vasten) en de ondersteuning van de meest kwetsbaren.” Vasten om de meest armen onder ons te helpen”, dat is de betekenis van de omhaling in onze parochie in de vasten, die aldus wordt een “vasten van het delen”. Het staat ons immers toe mensen te helpen in hun noden met een som geld die wij gegeven hebben. Costi Benaldi toont dat het erom gaat “te antwoorden aan de consumptiemaatschappij door de bekering van het verlangen, niet om te verkwisten, maar om getransfigureerd te zijn in Christus, worden als Hem en in Hem, gave, onthaal en delen “.

•b)    Een “forum van verenigingen”.

De tweede suggestie  zou een appel kunnen inhouden van een investering in het dagelijks leven, onder de inspiratie van een heilige als Mère Marie, waarvan het leven van dienstbaarheid radicaal is geweest. Velen onder ons zijn reeds geëngageerd ten persoonlijke titel in verenigingen (ACAT, Montglofière, Saint Egidio )om maar de meest bekende te citeren. Zouden wij niet kunnen profiteren van de ervaringen van sommige parochianen om deze verenigingen beter te leren kennen ? Kan onze parochie niet discreet een soort van draaischijf  worden van belangeloze acties en dit zonder de inmenging  van de politiek ?

De verschillende wijzen van zijn van de eucharistische gemeenschap maken er een teken van  Gods aanwezigheid in de wereld van. Een gebed kan ons helpenom zich bewust te worden van deze bijzondere zending; een gebed dat voortdurend en telkens herhaald wordt  en waarvan wij de neiging hebben om het niet meer te beluisteren. Dit gebed duidt expliciet de roeping van de parochie aan die onze individualiteiten moet verenigen, de andere gelovigen en de gehele wereld rond Christus. Dit gebed is in feite een oproep, een vermaning, een bemoediging; gewoonlijk geformuleerd door de diaken en zij bevelen  ons aan om “onszelf, de anderen en heel ons leven aan Christus onze God” toe te vertrouwen.

Vertaling : Kris Biesbroeck