De heilige Nectarios van Aegina : De weg naar het geluk

DE HEILIGE NECTARIOS VAN AEGINA

 De weg naar het geluk

 

 

Nektarios van Aegina999.jpg

Icon by Rev.Christopher Klitou 

De heilige Nectarios is zonder twijfel één van de meest geliefde en de meest
vereerde heiligen van onze Kerk in de 20e eeuw.De bisschop van Pentapolis, de traumaturg van Egina is zeer populair in Griekenland maar ook in de orthodoxe
diaspora van het westen, waar zijn cultus wijd verbreid is. Dit omwille van zijn vele miraculeuze genezingen en tussenkomsten. Hijzelf heeft veel geleden omwille van de liefde tot God : laster, misprijzen en beledigingen. Hij toonde zich medelevend met de lijdenden die zich aan hem toevertrouwden. Zijn catechese,die doordrongen was van een diepe eenvoud, toont ons hoezeer hij dicht bij onze geestelijke bekommernissen staat en vooral voor deze van de minsten en de meest nederige onder ons.

De weg naar het geluk

Heilige Nectarios van Aegina

Niets is groter dan een zuiver hart, omdat zo een hart de troon wordt van God. En wat is er heerlijker dan de troon van God ? Niets ! God zegt over hen die een zuiver hart hebben : ‘Ik zal bij hen wonen en zal bij hen verblijven; Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn !’ (2 Kor.6,16). Wie durft nog te bevestigen dat zij gelukkiger zijn dan deze mensen ? Want van welke dingen zouden die mensen beweren verstoken te zijn ? Vinden ze niet alle gaven en alle weldaden van de Heilige Geest in hun gelukzalige zielen ? Wat ontbreekt hen dan nog ? Werkelijk, zij lijden om niets want zij bewaren in hun hart het meest waardevolle van de rijkdommen :
God zelf. Hoe vergissen de mensen zich wanneer zij geen rekening houden met zichzelf door elders het geluk te gaan zoeken : door naar verre landen te gaan, door gans de wereld rond te trekken met vele reizen, dromend van rijkdom en eer, door fortuinen na te streven en ijdele vermakelijkheden of om de dingen van deze wereld na te jagen, die slechts bittere gevolgen hebben ! Het bouwen van de toren van het
ware geluk buiten zijn eigen hart gelijkt op het bouwen van een huis dat op onstabiele fundamenten is gebouwd en heen en weer wordt geschut door veelvuldige aardbevingen. Zo een gebouw zal vroeg of laat vanzelf instorten. Mijn broeders, het ware geluk bestaat slechts in het binnenste van uzelf, en gelukkig is hij die dit heeft begrepen. Onderzoek dus uw hart en neem de tijd om u te buigen over uw eigen geestelijke toestand. Hebt u het vertrouwen in God verloren ? Is uw geweten er blij mee dat gij u afkeert van Gods geboden ? Veroordeelt dit geweten u wanneer ge onrechtvaardig handelt en liegt ?. Dat gij uw plichten tegenover God en tegenover uw naaste verwaarloost ? Onderzoek het dus nauwkeurig : het zou immers kunnen zijn
dat slechte gedachten en passies uw hart overrompelen en dat gij zo meegesleurd wordt langs kronkelende en ondoordringbare wegen….Helaas, wie zijn eigen innerlijk heeft verwaarloosd, blijft ook verstoken van alle goede dingen, om hen te vervangen door vele andere slechte dingen. Zo heeft hij de vreugde voor zichzelf verloren en is hij nu in bitterheid, droefheid en alle vormen van kommer terecht gekomen. Zonder innerlijke vrede, wordt hij overmand door ontreddering en angst. Eens de liefde verdwenen is, is het de haat die zich van hem heeft meester gemaakt.Door zich te beroven van de gaven en de vruchten die de Heilige Geest hem heeft gegeven op het moment van zijn doopsel, is hij vertrouwd geworden met alles wat van een mens een smerig en ellendig iemand maakt. Mijn broeders ! De God die vol barmhartigheid is wil slechts ons geluk zowel in dit als in het volgend leven.
Daarom heeft Hij de Kerk gesticht, om door haar gezuiverd te worden van onze zonden, om ons te heiligen, om ons te verzoenen met Hem, om ons te vervullen met Zijn hemelse zegeningen. En de armen van deze Kerk staan wijd voor u open. Laat ons vlug zijn, wij die een bezwaard hart hebben. Laat ons er vlug naartoe gaan en wij zullen zien dat de Kerk ons verwacht om onze zware last op zich te nemen en om ons te doen vertrouwen op God en ons hart te vervullen met gelukzaligheid en vreugde.

HET HEILIG DOOPSEL

“Gij allen die in Christus gedoopt zijt, Gij hebt u met Christus omkleed”(Gel.3,27).
Welke waarheden zitten in deze woorden van de Apostel Paulus ! De gedoopten in Christus hebben hun kleed van de oude mens, dat bezoedelt is door passies en slechte verlangens, afgelegd. Zij hebben zich omgord met het kleed van de nieuwe mens, anders gezegd, met Christus Zelf die leeft in het diepste van onszelf. Want de zin “Gij hebt u omkleed” (re-vêtu= her-kleed) heeft geen enkele band meer met het kleed dat wij droegen. Er is hier sprake van een andere realiteit, een realiteit die veel dieper is, van iets dat veel essentiëler is, en dat niemand meer ons kan uittrekken. Door het uitspreken van onze geloofsbelijdenis en het doopsel krijgen wij Christus als onze
ware kledij en worden zo ware kinderen van God, woonplaats van de Heilige Geest en tempels van de Allerhoogste. Wij zijn tot de heiligheid geroepen, tot de volmaaktheid en tot de divinisatie door de genade die ons dan wordt verleend. Wij worden vrij van elk bederf, want wij zijn opnieuw bekleed met onbederfelijkheid. Voortaan ontdaan van de zondige mens zijn wij opnieuw bekleed met gerechtigheid en genade.Wij hebben de dood verjaagd en het eeuwig leven gekregen. In feite : zijn wij ons werkelijk bewust van het engagement die wij met het doopsel op ons hebben genomen ? Hebben wij begrepen dat wij de plicht hebben om ons te gedragen als authentieke zonen van God en als waarachtige broeders van onze Redder ? Begrijpen wij goed, dat onze eerste plicht erin bestaat onze eigen wil in overeenstemming te
brengen met Gods wil , dat wij ons moeten bevrijden van de zonde , dat het voor ons een plicht is om ons met al onze krachten, met ziel en lichaam, voor de liefdadigheid in te zetten, dat het onze plicht is om God te loven en te aanbidden en om er op te letten dat wij onze blik moeten gericht houden op het moment dat wij definitief met Hem zullen verenigd zijn ? Hebben wij deze gedachte voor ogen : dat ons hart voortaan moet overvloeien van authentieke liefde opdat wij de naaste nooit uit het oog zouden verliezen ? Tenslotte, zijn wij ervan overtuigd dat onze unieke roeping erin bestaat de heiligheid en volmaaktheid te bereiken ?, dat wij levende iconen zijn van God, kinderen en erfgenamen van Zijn Koninkrijk, het Koninkrijk der hemelen ? Het is omwille van al deze redenen dat er geen einde mag komen aan onze spirituele strijd
opdat wij het appèl dat God tot ons heeft gericht waardig mogen zijn , en dit om te vermijden eens de belediging te moeten ondergaan niet goed geacht te worden omwille van onze daden. Ja, mijn broeders, laat ons in ons binnenste zegevierend de goede strijd strijden door ijver en zelfverloochening. Laat ons voortgaan op de weg met durf, zonder vrees, zonder struikelen, en dit zonder ophouden, in onze strijd tegen
de beproevingen : God is met ons, Hij is onze hulp en onze steun, Hij sterkt en versterkt ons op de moeizame weg van de deugd.

DE GEESTELIJKE STRIJD

Het doel van ons leven is het bereiken van de volmaaktheid en de heiligheid. Het is waardig te worden kinderen van God te zijn en erfgenamen van Zijn Koninkrijk. Laten we er op attent zijn dat dit komend leven ons niet ontzegd wordt, door voorrang te geven aan de dingen van dit leven. Wij mogen ons niet verwijderen van het doel en de betekenis van het ware leven door de voorkeur te geven aan de zorgen en beproevingen die inherent zijn aan de wereld hier beneden. De vasten, de waken en het gebed op zich kunnen de verwachte vruchten niet voortbrengen. Zij vormen op zichzelf niet het ware doel, het zijn slechts middelen om dit doel te bereiken. Versiert uw kaarsen met authentieke deugden. Strijdt zonder ophouden om de passies die bezit
van u hebben genomen te ontwortelen. Zuiver uw harten van elke smet opdat zij de woonplaats worden van God en opdat de Heilige Geest er Zijn gaven kan in uitstorten. Mijn welbeminden, mogen al uw zorgen en alles wat u in beslag neemt zich uitsluitend richten naar het doel dat we reeds hebben vermeld, dit doel dat we nooit mogen opgeven. Daarom moet uw gebed essentieel op God gericht zijn. Zoek God op elk moment van uw leven , maar zoek daar waar Hij te vinden is. En wanneer je Hem gevonden hebt, houdt, in navolging van de Cherubijnen en de Serafijnen, stand voor Hem met vrees en beven zodat uw hart de troon van God zal worden.Om de Heer te vinden echter, verneder u dieper dan aarde omdat God walgt van hoogmoedigen terwijl hij de nederigen van hart zijn liefde schenkt.. Het is daarom dat Hij door de mond van Jesaja zegt :” Diegene die mijn aandacht trekt , is de bedroefde, het berouwvolle hart dat Mijn Woord vreest.”(Jes.66,2). Strijd de goede strijd en God zal u sterker maken. Door deze strijd begrenzen wij onze eigen zwakheden, onze gebreken en onze persoonlijke tekorten Want deze onophoudelijke strijd is slechts de spiegel van onze spirituele situatie : diegene die deze strijd nooit gestreden heeft, is ook nooit in staat geweest om zijn reeële innerlijke toestand te kennen. Pas op voor wat je ‘uw kleine zonden’ noemt. Indien je door onachtzaamheid niet aan een zonde kunt weerstaan : wanhoop dan niet, richt u spoedig weer op, valt voor God op uw
knieën. Hij is diegene die u opnieuw kan oprichten. Sluit u niet op in uw grote
droefheid, het dient slechts om uw hoogmoed te bedekken. De situaties van grote droefheid en de momenten van wanhoop die zich van ons meester maken berokkenen ons veel schade en zullen uiteindelijk een groot gevaar voor u worden. Al te dikwijls zijn ze het werk van de duivel, opdat wij een einde zouden maken aan onze goede strijd. Wij vinden in onszelf ook zwakheden en fouten en passies waarvan de wortels dieper liggen, vele onder deze zijn echter erfelijk.Men maakt er zich echter niet van vrij door krampachtige uitwegen te zoeken, noch door overmand te worden door angst
en wanhoop. Men geneest ervan, door geduldig te zijn, vastberaden tegenover
zichzelf,door toewijding en door oplettend te zijn. Het is waar : de weg die naar de volmaaktheid leidt is lang en zwaar. Bidt God om kracht. Trotseert uw vallen met geduld en eenmaal weder rechtop, blijf niet stilzitten op de plaats van uw val en begin niet te huilen en te wenen , soms ontroostbaar. Zo doen kinderen gewoonlijk ook. Blijf zonder ophouden waakzaam en bid zonder ophouden om niet in bekoring te vallen. En als het gebeurt dat je terugvalt in de oude zondige gewoontes, wordt dan vooral niet wanhopig, want velen onder hen zijn natuurlijk sterk en het is uit gewoonte dat men het doet. Nochtans, met de tijd en met volharding, vindt men wel een middel om ze te overwinnen. Daarom : ver van u elke wanhoop !

HET GEBED

De eerste taak van de mens is het gebed. Als beeld van God heeft hij dorst naar Hem en het is met hartstocht en inspanning dat hij zich tot Hem richt. Hoe meer de mens bidt, hoe meer hij zich zal losmaken van de geneugten van dit leven, hoe meer hij zal genieten van de ware vreugde die van de hemel komt. Het is met de verworven kennis dat het ons mogelijk is hierover te getuigen. God aanvaardt elke gebed dat op een correcte manier tot Hem is gericht, dit wil zeggen, elke keer dat wij een gebed opzeggen in het bewustzijn van onze onvolmaaktheid en onze onwaardigheid. Men moet dan ook verzaken aan alle boosaardigheid dat in ons is, en ons onderwerpen aan
de goddelijke geboden. Dit veronderstelt, dat wij nederig zijn en ons zonder ophouden overgeven aan het echte spirituele. Leg al uw zorgen in Gods hand, Hij is uw redding. Heb geen vrees, laat geen onrust toe in uw hart, God doorgrondt de verborgen diepten van uw zielen en Hij antwoord hierop op Zijn manier. Vraag ook, verlies de moed niet en zeg bij uzelf : ik heb het recht niet om mij te beklagen als mijn gebeden niet worden verhoord. De wegen van de Allerhoogste zijn voor u onbekend. Daarom, blijf sereen en richt onophoudelijk uw blik op Hem. Uw smekingen en uw gebeden zijn op zichzelf geen zekerheid voor de volmaaktheid. Alleen de Heer leidt ons naar de
volmaaktheid, door in ons te komen wonen telkens als wij ons houden aan Zijn wil. Eén van het belangrijkste is niet om kost wat kost onze eigen verlangens te willen realiseren, maar wél Zijn voorschriften. Op dezelfde wijze als de engelen het nauwkeurig doen in de hemel. Daarom, indien Christus niet in ons woont, blijven al onze vragen en gebeden ijdel.

DE VREDE

De vrede is een goddelijke gave die rijkelijk wordt uitgedeeld aan hen die zich
verzoend hebben met God. Vrede gelijkt op het licht. Dit staat tegenover de zonde die duisternis is : een zondaar kan nooit een vredestichter zijn. Vecht tegen de zonde en laat u niet in de war brengen door opkomende hartstochten. Als gij er al zult uitkomen, dan zullen deze opkomende hartstochten veranderen in vreugde en vrede. Als gij bezwijkt (en maak dat het zover niet komt), dan zullen droefheid en ontreddering de bovenhand krijgen. En dan nog, als je een zware strijd hebt geleverd, gebeurt het nog dat de zonde u tijdelijk meesleept. Gij echter moet op dat moment volharden en op het einde zult gij als overwinnaar en vol vrede eruit te voorschijn komen. “zoek, om met iedereen in vrede te leven, zoek de volmaaktheid, zonder dewelke niemand de Heer zal zien” (Hebr.12,14) De vrede en de heiliging zijn twee noodzakelijke voorwaarden voor hen die met ijver op zoek gaan naar het gelaat van God. De vrede is het fundament waarop de heiligheid wordt gebouwd. Er is geen heiligheid in een vertroebeld en opvliegend hart. Wanneer de woede altijd blijft voortduren in onze zielen, dan wordt ze een oorzaak van haat en vijandschap. Het is daarom dat men zich vlug moet verzoenen met zijn broeder, om niet verstoten te worden van de goddelijke genade die onze harten heiligt ! Diegene die in vrede leeft met zichzelf, die zal ook anderen vrede brengen en verblijft in Gods vrede.

DE LIEFDE (Agapè)

Vraag iedere dag aan God om u de genade te geven om lief te hebben. Bewaar met alle nodige waakzaamheid de kwaliteit van uw relaties met de anderen en betuig hen uw respect want zij zijn ‘beelden’ van God. Laat u niet verrassen door de schoonheid van hun lichaam : wanneer het hart niet warm gemaakt wordt door het zuiver gebed, zal de liefde alleen tevreden zijn met het louter vleselijke, met als gevolg dat de gedachten verward worden en zal het hart herleid worden tot as. Diegene die op zijn hoede blijft, opdat de gave van de liefde in al zijn zuiverheid wordt bewaard, hij zal niet in de strikken van de kwade vallen. Als men de liefde op die manier beschouwd, dan zal men stap voor stap de liefde die in het evangelie tot een zo hoog niveau wordt verheven herleiden tot een puur sentimentele liefde.

HET ONDERSCHEIDINGSVERMOGEN

Ik raad u het verstand en de wijsheid aan in alle omstandigheden en het vermijden van alle soorten van uitersten. Heb een goed onderscheidingsvermogen. Verzwak uw lichaam niet door het buitensporigheden op te leggen. Herinner u, dat de ascese van
het lichaam als enig doel heeft om de ziel te helpen om de volmaaktheid te bereiken. De enige weg om ze te bereiken is de goede strijd van de ziel. Houdt de koort ook niet meer gespannen dan noodzakelijk is. Weet dat God geen dwang oplegt wanneer Hij zijn gaven uitdeelt : wat wij van Hem ontvangen, is volledig gratis, want zijn genade is zonder grenzen. Probeer ook niet hogerop te geraken door u buitensporige asceses op te leggen als gij niet eerst de deugden bezit zonder dewelke gij het risico loopt om te dwalen in grootsheid en stoutmoedigheid. Zolang men gebukt gaat onder de passies, loopt men het risico om zich te misleiden, zoals dit gebeurt bij de stompzinnigen en de zelfingenomenen. Aan diegenen die los gekomen zijn van hun passies worden de gaven van de goddelijke genade uitgedeeld als beloning en dit in alle discretie en zonder dat zij het zelfs ook maar enigszins verwachten.

DE ARROGANTIE

De arrogantie van de rede gelijkt op de satanische hoogmoed die God verloochent en is een belediging tegenover de Heilige Geest. Daarom is zij moeilijk te genezen. De hoogmoed van het hart daarentegen is geen product van satanische hoogmoed, want zij vindt haar oorsprong in verschillendesituaties en doorheen vele gebeurtenissen : rijkdom, eer, roem en dit zowel geestelijk als fysiek (verstand, schoonheid, kracht,
vaardigheid…). Dit alles reikt tot de hersenen van de dwazen, zij worden ijdel en vervallen tenslotte in het atheïsme…. Zeer dikwijls heeft de Heer medelijden met hen en gebruikt Hij Zijn goddelijke pedagogie opdat zij terug zouden keren tot de redelijkheid. Dan zal hun hart, met een diep berouw, ophouden met het nastreven van ijdele roem en hen genezen. Het lijkt mij juist om te zeggen dat gans onze spirituele gerichtheid zich moet concentreren op de noodzaak om in het diepste van ons hart de arrogantie en de hoogmoed alsook hun handlangers, te neutraliseren. Als wij dit alles
vervangen door een waarachtige nederigheid, zijn wij er zeker van dat we alles zullen ontvangen. Want dáár waar nederigheid in Christus is, dáár zal ook een hergroepering zijn van alle deugden die rechtstreeks naar God leiden.

DE CHRISTELIJKE WAARDIGHEID

Christenen moeten volgens het bevel van Christus streven naar de volmaaktheid en de heiligheid. De volmaaktheid en de heiligheid beginnen eerst met het graven van een diep spoor in de ziel om vervolgens onze gedachten, onze verlangens, onze woorden en onze daden te doordringen. Op deze manier zal alles wat onze ziel vervult ook uiterlijk overgaan op het karakter van de ganse mens. Ook zullen wij ons op dezelfde wijze met fijngevoeligheid gedragen jegens allen. Dat onze woorden en daden ook de
genade van de Heilige Geest uitstralen, waarvan wij in het diepste van ons hart de dragers zijn. Gans ons zijn zal getuigen dat datgene wat verheerlijkt moet worden, de naam van God zelf is. Wie zal Zijn woorden afmeten, wie zal ook Zijn daden afwegen. Wie aandacht heeft voor wat hij zegt, heeft ook aandacht voor wat hij onderneemt. Hij zal nooit de maat van welvoeglijkheid overschrijden. Want ijdele woorden brengen haat, vijandschap, droefheid, twistgesprekken en allerhande ontreddering teweeg, ook oorlogen. Fijngevoeligheid dus en diep respect ! Dat er nooit kwetsende woorden over onze lippen komen, woorden die niet eerst gekruid zijn door Gods genade. Dat de woorden die wij spreken vol goedheid mogen zijn, als komen ze van Christus zelf en dat ze een afstraling mogen zijn van de wijze waarop wij onze eigen ziel ontwikkelen.

DE LOFPRIJZING (doxologie)

De plicht van de christen bestaat erin, altijd God te prijzen, zowel met zijn lichaam als met zijn geest. Anderzijds zijn beiden het eigendom van God, en om die reden hebben wij niet het recht noch om ze te ontluisteren noch om ze te doen ontaarden. Elk zijnde die zich eraan herinnert dat zijn lichaam en geest aan God toebehoort wordt gegrepen door godsvrucht en mystieke vrees ervoor, en dit behoed hen voor de zonde door in permanente relatie te blijven met Hem die de oorzaak zelf is van hun heiliging, de Heer onze God. Zo zal elke mens eer brengen aan God iedere keer dat hij zich eraan herinnert dat hij, zowel met zijn lichaam als met zijn geest, geheiligd is door God, en dat hij op die manier verenigd is met Hem. Dit wordt iedere keer mogelijk wanneer hij zijn eigen wil in overeenstemming brengt met de goddelijke voorschriften. Zo aangenaam te zijn voor God, is getuigen dat men niet meer voor zichzelf leeft, maar voor God. Het is bouwen aan het Koninkrijk der hemelen hier op aarde. Alles wordt aanleiding om de naam van God te verheerlijken en reeds hier beneden de goddelijke glans van het ware licht dat zacht en vrolijk is te doen schijnen. Zo verkondigen wij het ook tijdens de celebratie van de vespers :’Phôs hilaron…. Vriendelijk licht der heilige glorie, van de onsterfelijke Vader, heilig en gelukzalige Jezus Christus…!’ Als wij daadwerkelijk de beslissing nemen om zo te handelen, zullen wij zelf de rechte weg zijn, die diegenen die Hem nog niet hebben ontmoet en gekend, rechtstreeks naar God leidt.

Uit de Franse vertaling (Uitgegeven door het Monastère du Paraklet
.-Oropos-Attique/Grèce,1997). Vertaling Kris Biesbroeck

.

 

De Heilige Drie Hiërarchen

Heiligenleven

De heilige Drie Hiërarchen

 

Hierarchen de drie 44.jpg

 

De Heilige Drie Hiërarchen is een synax, een gemeenschappelijke viering van de gedachtenis van de heilige Basilios de Grote, Gregorios de Theoloog en Johannes Chrysostomos.

Onder het volk van Constantinopel haaden zich verschillende partijen gevormd die zich zozeer opwonden over de vraag wie van deze drie heiligen wel de grootste zou zijn, dat er vechtpartijen van kwamen.

Metropoliet Johannes die zich daarover zeer verontrusste, had een droom waarin deze Heiligen ham verschenen en meedeelden dat elk van hen gelijke eer bezat bij God. In 1084 stelde hij daarom deze gemeenschappelijke feestdag in, waardoor de rust in de stad werd hersteld (feestdag 30 januari)

Bron : Heiligenleven voor elke dag. Uitg. Orthodox klooster – Den Haag

19e zondag na Pinksteren, tweede na het Kruis

19e zondag na Pinksteren, 2e zondag na het Kruis

“Heb uw vijanden lief”

heb uw vijanden lief.jpg

 

 

LEZINGEN :

Eerste lezing :Kol.4,5-11;14-18

Gedraag u verstandig jegens de buitenstaanders. Benut de gunstige gelegenheid. Laat uw spreken steeds innemend zijn, met een vleugje zout erbij, zodat u iedereen het juiste antwoord weet te geven.
 

Mededelingen,  groeten , zegenwens    

 Tychikus, onze geliefde broeder, mijn trouwe helper en mededienaar van de Heer, zal u volledig inlichten over mijn omstandigheden. Juist daarom stuur ik hem naar u toe, opdat u verneemt hoe het ons gaat en hij u mag vertroosten. Met hem stuur ik Onesimus, onze trouwe en geliefde broeder, die een van uw mensen is. Zij zullen u op de hoogte brengen van alles wat hier gebeurd is.
     De groeten van Aristarchus, mijn medegevangene, en Marcus, de neef van Barnabas, over wie u al aanwijzingen hebt gekregen; ontvang hem goed, als hij bij u komt. Eveneens groet Jezus u, ook Justus genaamd. Van de besnedenen zijn zij de enigen die met mij werken voor het koninkrijk van God; ze zijn voor mij dan ook een grote troost geweest

Mijn vriend Lucas, de arts, groet u, en Demas.
     Groet de broeders te Laodicea, en Nymfa en de gemeente die in haar huis samenkomt. En wanneer deze brief bij u is voorgelezen, zorg dan dat hij ook in de gemeente van Laodicea wordt voorgelezen, en dat u de brief uit Laodicea te lezen krijgt. Zeg tegen Archippus: ‘Zorg ervoor dat u de taak goed vervult die u omwille van de Heer op u genomen hebt.’
     Eigenhandige groet van mij, Paulus. Denk aan mijn boeien! De genade zij met u.

Evangelie : Lucas : 6,31-36

Behandel de mensen zoals je wilt dat ze jullie behandelen. Als jullie je vrienden liefhebben, is er dan reden tot dankbaarheid? Ook de zondaars hebben hun vrienden lief. En als jullie je weldoeners weldoen, is er dan reden tot dankbaarheid? Ook de zondaars doen dat. En als jullie lenen aan mensen van wie je iets terugverwacht, is er dan reden tot dankbaarheid? Ook zondaars lenen aan zondaars om op hun beurt hetzelfde te krijgen. Nee, heb je vijanden lief, doe wel en leen uit, en verwacht daarvoor niets terug. Dan zal er een rijke beloning voor jullie zijn: je wordt kinderen van de Allerhoogste, want ook Hij is goed voor ondankbare en slechte mensen. Wees barmhartig, zoals jullie Vader barmhartig is.

Cyprianos van Carthago : wees gereed

H. Cyprianus (rond 200-258), bisschop van Carthago en martelaar
Over de eenheid, 26-27

“Wees gereed”

Cyprianus-de-Carthago 58.jpg

 

      De Heer dacht aan onze tijd toen Hij zei: “Als de Mensenzoon komt, vindt Hij dan het geloof op aarde?” (Lc 18,8). Wij zien dat deze profetie zich verwerkelijkt. Men gelooft niet meer in de vrees voor God, de wet van gerechtigheid, de liefde, de goede werken… Alles wat ons geweten zou vrezen, als ze er in zou geloven, vreest ze niet, omdat ze er niet in gelooft. Want als zij er in geloofde, zou ze waakzaam zijn; en als ze waakzaam zou zijn, dan zou ze gered worden.

      Laten we dus ontwaken, beste broeders en zusters, voor zover we daartoe in staat zijn. Schudden we de slaap van onze luiheid af. Laten we wakker blijven en de voorschriften van de Heer beoefenen. Laten we zo zijn, zoals Hij ons heeft voorgeschreven te zijn, toen  Hij zei: “Houdt uw lenden omgord, en brandend uw lampen. Wees als mensen, die wachten op hun heer, wanneer hij van de bruiloft komt, om als hij komt en klopt, terstond hem open te doen. Gelukkig de knechten, die de heer bij zijn komst wakker zal vinden”.

      Ja, wij houden onze lendenen omgord, uit angst dat, wanneer de dag van vertrek komt, Hij ons in verlegenheid en in verwarring aantreft. Dat ons licht straalt van goede werken, dat dit licht ons van de nacht van deze wereld leidt naar het licht en de eeuwige liefde. Laten we met zorg en omzichtigheid wachten op de plotselinge komst van de Heer, opdat, als Hij aan de deur zal kloppen, ons geloof wakker zal zijn om van de Heer de beloning voor de waakzaamheid te ontvangen. Als wij deze geboden onderhouden, als we deze waarschuwingen en deze waakzaamheid onthouden, dan zullen we met de zegevierende Christus heersen.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Russen zien geen vooruitgang in dialoog over Petrusambt

Russen zien geen

 

vooruitgang in

 

dialoog over Petrusambt

 

Hilversum (Van onze redactie) 28 september 2010 – Er is geen sprake van een doorbraak in de oecumenische dialoog tussen de Rooms-Katholieke Kerk en de Orthodoxe Kerken. Dat zegt de Russisch-orthodoxe aartsbisschop Hilarion in een verklaring op de website van het patriarchaat van Moskou. De andere deelnemers aan de dialoog, onder wie aartsbisschop Kurt Koch, president van de Pauselijke Raad ter Bevordering van de Eenheid der Christenen, zijn aanmerkelijk optimistischer over voortgang van de dialoog.

Twaalfde zitting
De gezamenlijke internationale commissie voor de theologische dialoog tussen de Rooms-Katholieke Kerk en de Oosters-Orthodoxe Kerken hield vorige week in Wenen haar twaalfde zitting.

Schisma
De kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders spreken sinds vorig jaar in verschillende sessies over de rol van de bisschop van Rome in de eerste tien eeuwen van de christenheid. De Rooms-Katholieke Kerk en de Oosters-orthodoxe Kerken waren tot aan het jaar 1054 nog niet van elkaar gescheiden.

Petrusambt
De Kerken verschillen onder andere van opvatting over de invulling van het Petrusambt. De rechtsbevoegdheid die de paus in de Rooms-Katholieke Kerk heeft, gaat de orthodoxen, die een synodale kerkinrichting hebben, veel te ver. De Rooms-Katholieke Kerk ziet in de bisschop van Rome een verbindende factor die de nu nog vaak autonoom opererende patriarchaten kan verbinden

Bron : RKK

Kallistos Ware : Mijn weg naar de orthodoxie (deel 2)

ONGEWOON EN TOCH VERTROUWD

MIJN WEG NAAR DE ORTHODOXIE

 

Deel II – Vervolg

De Kerk als communio

  Deze drie elementen – traditie, martelaarschap en stilte – volstonden reeds om mij te overtuigen van de waarheid en de gegrondheid van de Orthodoxie. Het beslissende argument om mij niet alleen tevreden te stellen om de Orthodoxie van buitenaf te beschouwen, maar te verlangen om er binnen te treden, werd mij gegeven door de woorden die ik hoorde in Augustus 1956, op de zomerconferentie van het ‘Fellowship of st.Alban and st.Sergius’. Men vroeg aan Vader Lev Gillet om de term ‘Orthodoxie’ te definiëren . Hij antwoordde : ‘ Een Orthodox is iemand die de apostolische traditie aanvaardt en die leeft in communio met de bisschoppen die de institutionele meesters zijn van deze traditie’

   Het tweede deel van deze bevestigingdeze welke ik in schuine letters heb weergegeven – was bijzonder betekenisvol voor mij. Ik dacht aan mijzelf : ja, als Anglicaan heb ik de vrijheid om de apostolische traditie te beschouwen als mijn eigen private idee. Maar kan ik eerlijk gezegd zeggen  dat deze apostolische traditie unaniem onderwezen wordt door de Anglicaanse bisschoppen met dewelke ik in communio ben ? De Orthodoxie: ik erkende het meteen met een heldere intuïtie, is niet zuiver een persoonlijke geloofsmaterie; zij veronderstelt ook een uitwendige en zichtbare communio in de sacramenten met de bisschoppen die de getuigen zijn van de waarheid, gemandateerd door God. De kwestie kon niet vermeden worden : indien de Orthodoxie wil zeggen : communio, was het dan mogelijk voor mij om werkelijk Orthodox te zijn zolang ik Anglicaan bleef ?

     Deze weinige woorden uitgesproken door Vader Lev Gillet schiepen geen enkel rumoer in de vergadering, maar ze betekenden wél voor mij een kritische ommekeer. Het idee, dat ze in mijn geest teweegbrachten – dat het Orthodoxe geloof onverbreekbaar verbonden is met de eucharistische communio – werd bevestigd door twee lezingen welke ik heb gegeven op dat moment. Vooreerst, viel ik op de briefwisseling tussen Alexis Khomiakov en de Anglicaan (wat hij toen was) William Palmer, lid van het Magdalen College van de universiteit van Oxford. Palmer had aan Khomiakov een exemplaar gestuurd van zijn werk ‘A Harmony of Anglican Doctrine with the Doctrine of the Catholic Church of the East’. Hierin hernam hij zin voor zin de Grote russische Catechismus van de heilige Philaret, metropoliet van Moscou : bij elke bevestiging citeerde hij passages van Anglicaanse bronnen die dezelfde leer bevestigden. In zijn antwoord ( gedateerd op 28 november 1846) maakte Khomiakov hem duidelijk dat hij evengoed een ander volume kon schrijven met citaten van andere Anglicaanse auteurs – met evenveel autoriteit als die welke Palmer citeerde – die rechtstreeks in tegenspraak waren met het onderricht van de Catechismus van Philaret (…).

     De woorden van Khomiakov waren streng maar juist, ze bevestigden datgene wat Vader Lev Gillet had gezegd. In deze periode, was ik ertoe gekomen datgene te geloven wat de Orthodoxe Kerk gelooft : maar ‘de manier en het proces’ door dewelke ik dit geloof had bereikt waren daadwerkelijk ‘protestants’. Mijn geloof was slechts een ‘ persoonlijk opinie’ en niet ‘het geloof van de gemeenschap’, want ik kon niet zeggen dat mijn Anglicaanse broeders allen geloofden zoals ik of dat mijn geloof dit was dat onderwezen werd door alle Anglicaanse bisschoppen met wie ik in communio was. Het is door volwaardig lid te worden van de orthodoxe Kerk – door binnen te treden in de volle en zichtbare communio met de Orthodoxe bisschoppen, die de geïnstitutionaliseerde meesters zijn van het Orthodoxe geloof – dat ik de ‘zekerheid van de waarheid’ kon bekomen.

    Enkele maanden later las ik een getypte tekst van een artikel over de ecclesiologie van de heilige Ignacius van Antiochië, geschreven door de grieks-amerikaanse theoloog Vader Romanides. Daar heb ik voor de eerste keer, onder een volledig ontwikkelde vorm,het perspectief van de ‘eucharistische ecclesiologie’ ontmoet.. Dit werd achteraf gepopulariseerd door de geschriften van Vader Nicolas Afanassief en van metropoliet Jean (Zizoulas) van Pergamo. Bij de eerste lezing gaf de interpretatie welke Vader John gaf aan de brieven van Sint Ignace mij de onmiddellijke overtuiging; wanneer ik de brieven zelf consulteerde, kregen mijn overtuigingen volledige bevestiging (…)

         De eenheid van de Kerk zoals de bisschop van Antiochië voor het ogen  had, is niet enkel een theoretisch idee, maar een praktische realiteit, gevestigd en zichtbaar gemaakt door de deelname van de ganse locale gemeenschap aan de heilige mysteriën, de eenheid wordt niet van buitenaf opgelegd door een juridische macht, maar zij ontstaat van binnen uit door het ontvangen van de communie.

De Kerk is boven alles een eucharistisch organisme die ontstaat door de celebratie van het sacrament van het Avondmaal van de Heer, ‘totdat Hij wederkeert’ (1Kr.11,26). In deze zin gaf sint Ignatius , verklaard door Vader John Romanides, mij de belangrijke ontbrekende schakel. Khomiakov had gesproken over de organische eenheid van de Kerk, maar hij had het niet in verband gebracht met de eucharistie. Vanaf het moment dat ik de integrale band tussen de kerkelijke eenheid en de sacramentele communie had begrepen, kwam alles in orde.

Maar wat betekende dit voor mij , ik die (nog altijd) er buiten stond, onbekwaam om de sacramenten te ontvangen in de Orthodoxe Kerk ? Op Pasen 1957 woonde ik voor de eerste maal de nachtdienst bij. Ik was van plan om later in de morgen de communie te ontvangen in een Anglikaanse kerk (dat jaar vielen het Orthodoxe en Westerse Pasen op dezelfde dag), maar toen ik terugkwam van de Orthodoxe celebratie, wist ik dat dit onmogelijk was. Ik had de Verrijzenis van Christus gevierd  met de Orthodoxe Kerk, op een manier dat zij volledig  en niet voor herhaling vatbaar was. Indien ik nadien ergens anders de communie zou hebben ontvangen, dan zou dit voor mij – voor mij persoonlijk – onwerkelijk en oneerlijk geweest zijn.

Na dit alles communiceerde ik nooit meer aan een Anglicaans altaar, zodat ik meerdere maanden zonder communiceren bleef. Ik sprak in september 1957 met Madeleine, de vrouw van Vladimir Lossky. Zij toonde mij het risico van mijn situatie aan, levend in een ‘no man’s land’ . ‘Gij kunt zo niet verdergaan, zei zij. De eucharistie is ons mystiek voedsel; zonder haar sterven we van honger’ (…)

Wees niet trots op het uiterlijke….

Dit bleef een argument dat in sterke mate vreesaanjagend was. Indien de Orthodoxe Kerk werkelijk de enig ware Kerk van Christus op aarde is, hoe kan het  dan, vroeg ik mij af, dat zij in het Westen in haar uiterlijke vorm zich zo etnisch en nationalistisch voordoet, zo weinig geïnteresseerd is in haar missionaire taak, zo verdeeld  in parallelle jurisdicties, die dikwijls met mekaar in conflict liggen ?.

In principe is de Orthodoxie er zeker  van en is ze altijd duidelijk geweest in haar vordering, de enig ware Kerk te zijn . Zoals ik las in de boodschap van de Orthodoxe gedelegeerden op de vergadering van de Oecumenische raad van kerken te Evanston (1954) :

Als besluit, komen wij ertoe om onze diepste overtuiging uit te drukken, dat de heilige Orthodoxe Kerk de enige is die volledig en intact ‘ het geloof die haar werd toevertrouwd éénmaal voor allen aan de heiligen’ heeft bewaard.. Dit is niet omwille van onze menselijke verdienste, maar omdat het God behaagt om het te bewaren als een ‘schat in lemen vaten,want de overvloed van  kracht komt  van God’(2 Kor.4,7).

Er scheen nochtans een gapende kloof te bestaan tussen de principes en de Orthodoxe praktijk . Indien de Orthodoxen geloofden dat zij werkelijk de enig ware Kerk zijn, waarom leggen ze met zoveel kracht obstakels op de weg van diegenen die er met overtuiging willen toetreden ? In welke zin was de Orthodoxie werkelijk ‘één’, terwijl, bijvoorbeeld er in Noord Amerika ten minste negentien verschillende Orthodoxe jurisdicties bestonden met niet minder dan dertien bisschoppen in de stad New York alleen ? Verschillende van mijn anglicaanse vrienden argumenteerden dat de Orthodoxe Kerk niet méér één was dan de Anglicaanse communio – zelfs minder volgens sommigen – en dat de stap ernaartoe zetten mij zou doen vallen van Charybde naar  Scylla.

Op dat moment werd ik geholpen door de woorden van Vladimir Lossky : Hoevelen hebben de Zoon van God herkend in de ‘man van smarten’ ?  Men moet ogen hebben om te zien, en een open oordeelsvermogen in de Heilige Geest om de volheid daar te herkennen waar het uiterlijk oog slechts beperkingen en gebreken waarneemt (…). Om de overwinning  te kunnen  onderscheiden  van de mislukking, de kracht van God die zich verwezenlijkt in zwakheid, de ware Kerk in zijn historische realiteit, moet men , volgens de woorden van de sint Paulus ‘ niet de geest van de wereld, maar de Geest die van God komt’, ontvangen, ‘ opdat wij de zaken van God zouden kennen die ons zijn gegeven door Zijn genade’ (1 Kor.2,12).

Als ik de empirische situatie van de Orthodoxie in de Westerse wereld van de XXe  eeuw onder ogen nam, was ik in werkelijkheid geconfronteerd met een duidelijke ‘mislukking’ en een duidelijke ‘zwakte’. De Orthodoxen zelf ontkennen dit  niet. Maar door ze in haar diepste dimensie te bekijken, kon ik ook ‘de ware Kerk in het innerlijk van haar historische dimensie’ zien.De etnische bekrompenheid en de Orthodoxe intolerantie, hoe diep ze ook mogen verankerd zijn, maken geen deel uit van de essentie van de Kerk, maar tonen ons een vertekend beeld en een verraad aan haar vrije natuur – Er zijn natuurlijk ook positieve aspecten aan het Otyhodox Christelijk nationalisme. Voor wat betreft het juridisch  pluralisme in de Orthodoxe Kerk in het Westen: er zijn specifieke historische oorzaken, de meest helderziende onder de Orthodoxe leiders hebben dit altijd beschouwd als een voorlopige  oplossing, die slechts voorlopig en tijdelijk is. Meer nog, er is een duidelijk verschil tussen de scheidingen die de overhand hebben in de schoot van het Anglicanisme en deze welke men vindt in de schoot van de Orthodoxie. De Anglicanen zijn (voor het grootste deel) één in hun uiterlijke organisatie, maar diep verdeeld in hun geloofsovertuigingen en hun vormen van openbare cultus. De Orthodoxen daarentegen  zijn enkel verdeeld in hun uiterlijke organisatie, maar sterk verenigd in hun geloof en cultus (…)

Verder kijkend,over  het  uiterlijk en zichtbaar falen van de Orthodoxie heen, deed ik een acte van geloof in ‘ de dingen die men niet ziet’ (2 Kor.4,18), in  haar fundamentele éénheid en onderliggende doctrinele  traditie, liturgisch en spiritueel.

Om binnen te treden in het Orthodoxe huis, moest ik aan een bijzondere poort aankloppen. Welke ‘jurisdictie’ ging ik kiezen ? Ik voelde mij sterk aangetrokken door de Russische Kerk in ballingschap, de Kerk buiten de grenzen (hors frontières) zoals men het gemeenlijk  noemt. Ik bewonderde er vooral haar trouw aan de liturgische, ascetische en monastieke erfenis van de Orthodoxie. Ik was slechts zestien jaar toen ik het boek had gelezen van Helen Waddel, ‘The Desert Fathers’, en sindsdien was ik gefascineerd  door de monastieke geschiedenis van het Christelijk Oosten . Ik ontdekte dat het grootste deel van de monasteria toebehoorden aan de russische Kerk buiten de grenzen. In West Europa had ik twee vrouwenkloosters bezocht die er van afhingen : deze van de ‘Aankoniging (Annuntiatio)’ te Londen en deze van de Moeder Gods te Lesna ( aan de buitenkant van Parijs). Ik werd er in beiden warm onthaald. Ik bewonderde ook de manier waarop de Kerk buiten de grenzen de nieuwe martelaren en de belijders vereerden die hadden geleden onder het juk van de Soviëts  Van de andere kant, was ik voor een stuk verlegen door het canonisch isolement van de synode in ballingschap. In de jaren vijftig was dit isolement minder dan nu, want in die periode waren er nog regelmatig concelebraties tussen de russische clerus in ballingschap en de bisschoppen en priesters van het Oecumenisch Patriarchaat. Maar ik zag dat de Orthodoxe Kerk in ballingschap meer en meer afgesneden werd van de wereld- Orthodoxie, en dat maakt mij bezorgd.

Ondanks mijn liefde voor de russische spiritualiteit, werd het mij duidelijk dat het best was voor mij om mij te voegen bij het Grieks diocees van Groot Brittanië, onder de obedientie van de Patriarch van Constantinopel. Daar ik klassiek filoloog was , had ik een goede kennis van het Nieuwtestamentisch en byzantijns grieks, en in die tijd had ik nog geen Kerkslavisch gestudeerd. Als ik lid werd van het Oecumenisch Patriarchaat, dan zou ik ook geen partij moeten kiezen tussen de verschillende rivaliserende russische groepen en kon ik ook mijn vriendschappelijke relaties onderhouden met zowel de leden van het Patriarchaat van Moscou als met de russische Kerk in ballingschap. Nog belangrijker :’Constantinopel was de moeder-Kerk van wie Rusland het geloof had ontvangen. Het leek mij juist, in mijn zoektocht naar de Orthodoxie, om naar de bron terug te keren.

Ik ging dus opnieuw bisschop Jacques d’apamée opzoeken en ik was zeer verbaasd dat hij tevreden was om mij praktisch onmiddellijk terug te zien.. Hij verwittigde mij echter :’Maar begrijp goed dat wij voor niets ter wereld u tot priester zullen wijden : wij hebben slechts behoefte aan Grieken’. Dit verontrustte mij niet, want ik was gelukkig mijn toekomst in God handen te kunnen leggen. Ik was zeer tevreden dat de deur eindelijk voor mij openging., en ik werd opgenomen zonder mijn condities  te stellen. Ik beleefde mijn opname in de Orthodoxie niet als iets dat ik met recht ‘opeiste’ , maar eenvoudig als een vrije en onverdiende gave van Gods genade. Ik was gelukkig en rustig wanneer bisschop Jacques mij als spirituele vader, Vader Georges Chérémétieff gaf, wat mij toeliet om dicht bij de russische Kerk in ballingschap te blijven.

Ik kwam zo aan het einde van mijn weg, of beter gezegd aan een nieuwe en beslissende etappe van een weg die was begonnen vanaf mijn jeugdjaren, en die, door Gods genade, zal voortduren tot in eeuwigheid. Een weinig na Pasen 1958, de vrijdag van de stralende week, op het feest van de Levende Bron, ontving ik de Myronzalving in de  griekse kathedraal van de heilige Sofia, te Londen-Bayswater. Ik was eindelijk thuis gekomen (…)

Binnen de Orthodoxie heb ik werkekijk bijna overal waar ik kwam, warmte, vriendschap en totale liefde vol mededogen gevonden, en ik heb zeker het voorrecht gehad om levende heiligen te ontmoeten. Deze die hadden voorspeld dat ik, eens Orthodox geworden, mij zou afsnijden van mijn eigen volk en mijn nationale cultuur hebben zich vergist. Door de Orthodoxie te omhelzen ben ik niet minder ‘engelsman’ geworden, maar juist een meer authentieke ‘engelsman’. Ik heb de oude wortels van mijn engels-zijn herontdekt, want de Christelijke geschiedenis van mijn land gaat reeds tot vele eeuwen voor het schisma tussen Oost en West. terug. Ik herinner mij een gesprek met twee Grieken, kort na mijn opneming. ‘Dit moet voor u wel heel moeilijk zijn, merkte de eerste op, om de Kerk van uw vaders te verlaten’. Maar de tweede zei me :’ Jij hebt de Kerk van uw vaders niet verlaten, jij bent er teruggekeerd’. Hij had gelijk.

Het is onnodig om het te verduidelijken : mijn leven als Orthodox was niet altijd de ‘hemel op aarde’. Dikwijls was ik ten diepste ontmoedigd ; Maar heeft Christus zelf  ons niet gewaarschuwd dat leerling-zijn wil zeggen ‘uw kruis opnemen’?. Achtenveertig jaar later kan ik uit gans mijn hart bevestigen dat de visie op de Orthodoxie, die ik had vanaf mijn eerste dienst van de vigilie in 1952 de juiste en ware was. Ik ben niet teleurgesteld.

Ik zou slechts één voorbehoud willen maken  : dat wat ik niet kon  op prijs stellen in 1952, maar dat ik nu klaarder inziezie, is het diep raadslachtig karakter van de Orthodoxie, zijn talrijke tegenstellingen en polariteiten.. De paradox van het Orthodoxe leven in de XXe eeuw  is samengevat in de woorden van Vader Lev Gillet, zelf Westerling die de weg naar de Orthodoxie is gegaan. Het zijn woorden die dichter bij het hart van de dingen staan dan alles wat ik mij kan herinneren van  andere.woorden :

O wonderlijke Orthodoxe Kerk, zo arm en zo zwak, die als bij mirakel stand houdt temidden van de wisselvalligheden en strijd, Kerk van contrasten, tegelijk zo traditioneel en zo vrij, zo archaïsch en zo levendig, zo ritualistisch en zo persoonlijk mystiek. Kerk waar de parel van grote waarde, het Evangelie,zo zorgvuldig is bewaard, dikwijls onder een laag stof ; Kerk die dikwijls niet wist hoe te handelen, maar die als geen ander de vreugde van Pasen weet te bezingen.

                                                           Uittreksel uit : Kallistos Ware,

                                                           Approches de Dieu dans la voie

                                                           Orthodoxe, Cerf/Le Sel de la terre,

                                                           2004. Vertaald uit de franse vartaling

                                                           van Françoise Lhoest door Kris Biesbroeck

                                                                                                                                                                 

Heiligenleven : Sulpicius Severus

Heiligenleven

De heilige Sulpicius Severus

 

Sulpicius Severus3.jpg

 

De heilige Sulpicius Severus is geboren uit een geslacht van grootgrondbezitters in de buurt van Toulouse. Hij was een briljant student met veel letterkundig talent. Hij huwde een vrouw uit het consulsgeslacht en was op weg om carrière te maken toen zij plotseling stierf. Hij werd geheel opgenomen in het gezin van zijn schoonmoeder, maar de dood van zijn echtgenote had voor hem  de smaak in het werelds leven bedorven en hij sloot zich nauwer aan bij de Kerk. Zijn goederen stelde hij ter beschikking voor het lenigen van de nood der armen, waarbij hij handelde of hij slechts de administrator was van die bezittingen ten bate van de Kerk. Deze levenswijze werd hem zeer kwalijk genomen door zijn vroegere vrienden, die niets slechts kritiek uitten, maar ook allerlei hinderlijke moeilijkheden veroorzaakten.

Om zich daaraan te onttrekken betrok Sulpicius een huisje in een dorp verderop, en wilde daar in eenzaamheid een leven leiden van gebed. Doch verschillende van zijn bedienden en vrijgelaten slaven wilden hem niet in de steek laten en kwamen bij hem. Zij vormden een gemeenschap in dienst van de Heer, in behoeftige omstandigheden. Zij sliepen op de grond, op wat stro of een mat ; zij aten slechts oud brood met groente en wat azijn om het naar binnen te kunnen krijgen.

In 349 ging Sulpitius op bezoek bij de toen reeds beroemde Martinus van Tours. Hij kwam diep onder de indruk van zijn  heilige levenswijze, zijn gesprekken en zijn raadgevingen, en hij werd zijn trouwste leerling. Elk jaar kwam hij daar op retraite om zich beter  naar dat voorbeeld te kunnen richten. De beide heiligen raakten zo nauw met elkaar verbonden dat Sulpicius eens tijdens zijn slaap zag hoe Martinus glorierijk ten hemel opging. Kort daarna kwamen twee monniken uit Tours het overlijden van zijn geestelijke vader melden.

Sulpicius was een geleerde die ijverig publiceerde, in opvallend zuiver latijn. Zijn belangrijkste werk is de Heilsgeschiedenis, die loopt tot het jaar 400. Dan het levensverhaal van de door hem zo beminde Martinus van Tours. Ook Dialogen, waarin allerlei bijzonderheden over heilige monniken van oost en west worden verhaald. Hij stond in briefwisseling met andere geleerden o.a. de grote kerkhistoricus Eusebios.

De laatste jaren van zijn leven trok hij zich terug in de cel van de heilige Martinus, in stilzwijgen en gebed. Rond 410 moet hij gestorven zijn. De grote schrijvers van die tijd loofden hem vooral om zijn deemoed en zijn buitengewone liefde voor de armoede

Uit heiligenleven voor elke dag. Uitg. Orth.klooster – Den Haag

18e zondag na pinksteren :”de wonderbare visvangst”

 

18e zondag na Pinksteren, 1e zondag na het Kruis

“Van de wonderbare visvangst”

 

 wonderbare visvangst.jpg

LEZINGEN :

Eerste Lezing :2 Kor.9,6-11

Bedenk dit: wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten. Laat iedereen geven waartoe hij in zijn hart besloten heeft, zonder tegenzin en zonder dwang, want God houdt van een blijmoedige gever. En God heeft de macht om u met allerlei gaven te overstelpen, zodat u altijd in alle opzichten goed voorzien bent en nog ruimschoots overhoudt voor elk goed werk. Zo staat er ook geschreven: Hij heeft overvloedig gegeven aan de armen, zijn gerechtigheid zal altijd blijven.
     Hij die de zaaier zaad verschaft en brood geeft als voedsel, Hij zal ook u zaad verschaffen, het vermenigvuldigen en uw gerechtigheid rijke vrucht laten opleveren. Zo bent u van alles rijk voorzien om vrijgevig te kunnen zijn, en door onze bemiddeling wordt uw vrijgevigheid weer reden tot dankzegging aan God

Evangelie :Lucas 5,1-11

Roeping van enkele vissers
Toen Hij aan het meer van Gennesaret stond en de mensenmenigte zich om Hem verdrong om het woord van God te horen, zag Hij twee boten bij het meer liggen. De vissers waren van boord gegaan en spoelden de netten. Hij stapte in een van die boten, die van Simon, en vroeg hem een eindje van het land af te varen. Hij ging zitten en vanuit de boot gaf Hij de mensen onderricht. Toen Hij uitgesproken was zei Hij tegen Simon: ‘Vaar nu het meer op naar diep water. Daar moeten jullie je netten uitwerpen.’  ‘Meester,’ antwoordde Simon, ‘de hele nacht hebben we ons al afgetobd zonder iets te vangen. Maar als U het zegt zal ik de netten uitwerpen.’ Dat deden ze en ze vingen zo’n massa vis dat hun netten ervan scheurden. Daarom wenkten ze hun maats in de andere boot om hen te komen helpen. Die kwamen, en beide boten vulden ze tot zinkens toe. Toen Simon Petrus dat zag, viel hij op z’n knieën voor Jezus en zei: ‘Ga weg van mij, Heer, ik ben een zondig mens.’ Want schrik had hem, en allen die bij hem waren, bevangen, vanwege de vissen die ze samen gevangen hadden. Zo verging het ook Jakobus en Johannes, zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten. Maar Jezus zei tegen Simon: ‘Wees niet bang. Voortaan zul je mensen vangen.’ Ze brachten de boten aan land, lieten alles achter en volgden Hem.

 

Basilios van caesarea : Wie betrouwbaar is in het kleine….

H. Basilius (ca. 330-379), monnik en bisschop van de Caesarea in Kappadocië, Kerkleraar
Homilie 14, over de liefde voor de armen, § 23-25 ; PG 35,887

“Wie betrouwbaar is in het kleine, is ook betrouwbaar in het grote”

 

Basilios de grote 235.jpg

      Je moet weten waar voor jou het bestaan, de adem, de intelligentie en wat het meest kostbaar is, de Godskennis vandaan komt. Waar komt de hoop op het Koninkrijk van de hemelen vandaan en die van het schouwen van de heerlijkheid die je nu op verduisterde wijze ziet, zoals in een spiegel, maar die je in de toekomst in al zijn zuiverheid en straling zult zien (1Kor 12,12). Vanwaar komt het dat jij kind van God bent en erfgenaam met Christus (Rm 8,16-17) en, ik waag het te zeggen, dat je zelf een god bent? Waar komt dat alles vandaan en door wie?

      Of om nog meer te spreken over minder belangrijke dingen, de dingen die je ziet: wie heeft je het vermogen gegeven om de schoonheid van de hemel te zien, de omloop van de zon, de maancyclus, de ontelbare sterren en in dat alles, harmonie en orde die hen leidt?… Wie geeft je de regen, de landbouw, voeding, kunst, wetten, de stad, een geciviliseerd leven, vertrouwde relaties met je gelijken?

      Is het niet Degene die voor alles en in ruil voor alle gaven, je vraagt om de mensen lief te hebben?… Terwijl Hij, onze God en onze Heer zich niet schaamt om onze Vader genoemd te worden, gaan wij dan onze broeders en zusters verloochenen? Nee, mijn broeders en zusters en mijn vrienden, wees niet de onbetrouwbare rentmeester van goederen die ons zijn toevertrouwd.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Theologische school van Chalki

Theologische school van Chalki

21/09/2010 — Bruno

U weet het misschien niet, maar Istanboel is dit jaar (2010) de Europese Culturele Hoofdstad. Het initiatief van die Culturele Hoofdstad komt overigens van Melina Mercouri, maar dat is een ander verhaal. Meer informatie over dit gebeuren vindt u op de site Tracing Istanbul.

Istanboel heeft heel wat cultuur te bieden en vooral ook veel Griekse cultuur. Het Patriarchaat van Konstantinopel (de naam van Istanboel in het Grieks, zo is de stad overigens gekend bij de meeste orthodoxe gelovigen) speelt graag in op deze gebeurtenis.

Zo is sinds 29 augustus de Theologische School van Chalki (Chalki is een eilandje voor de kust van Istanboel) het toneel van een tentoonstelling van werken van 101 Griekse kunstenaars, en het afgelopen weekend speelde de Griekse muzikante Evanthia Reboutsika er samen met Turkse muzikanten. Reboutsika is u misschien bekend als de componiste van de muziek voor de film “Politiki Kouzina” (of Touch of Spice in het Engels). Ze heeft ook heel wat muziek gepend voor de Griekse zanger Yiannis Kotsiras. Op dat optreden zaten Turken en Grieken trouwens broederlijk naast elkaar.

En dat schept hoop aan de Griekse kant. Hoop om de Theologische School van Chalki weer open te krijgen. Die is namelijk al sinds 1971 gesloten door de Turkse overheid, en dat is een pijnlijke zaak voor de orthodoxie. De Theologische School is opgericht in 1844, en bood studiemogelijkheden aan orthodoxe academici, priesters, bisschoppen en zo meer. Niet alleen uit Griekenland, maar uit de hele orthodoxe wereld. Huidig patriarch Bartholomeos heeft er gestudeerd, en er wordt gezegd dat er na hem geen nieuwe patriarch zal kunnen worden gekozen, omdat het iemand moet zijn die aan deze Theologische School heeft gestudeerd.

Waarom is de School eigenlijk gesloten? Het zou niet zozeer een zet geweest zijn tegen de Griekse minderheid, of tegen een christelijke minderheid. De kwestie is iets complexer. De Turkse overheid is seculier en zou geen religieuze scholen tolereren die niet onder de controle van de overheid staan. Maar de relatie met een orthodox instituut in een land waar de overgrote meerderheid moslim is, is altijd wel moeilijk geweest. Ondanks herhaalde vragen om de Theologische School weer te openen (oa. destijds door president Clinton en onlangs door president Obama), blijven de poorten wel dicht.

Uit Bruno Tersage. Reilen en zeilen in Griekenland

Kallistos Ware : Mijn weg naar de orthodoxie 1

ONGEWOON EN NOCHTANS VERTROUWD :

MIJN WEG NAAR DE ORTHODOXIE (deel 1)

 

Kallistos Ware.jpg

 

 

Als weerklank van het bezoek van Mgr. Gabriël en Mgr. Kallistos Ware, bisschop van Diokleia,  zaterdag 1e Oktober en zondag 2 Oktober, geven we hier in twee delen een uittreksel van het boek van Mgr Kallistos Ware : ‘Approches de Dieu dans la voie orthodoxe’ , Cerf/Le sel de la terre, 2004

“Vandaag verenigen hemel en aarde zich”

Hymne van de vigilie van Kerstmis

 

“O wonderbare Orthodoxe Kerk !”

Vader Lev Gillet

Een afwezigheid en een tegenwoordigheid

Ik herinner mij de dag nog heel goed waarop mijn weg naar de Orthodoxie is begonnen. Het is gebeurd op een onverwacht moment, een zaterdag namiddag in de zomer van 1952. Ik was toen zeventien jaar. Ik wandelde op de Buckingham Palace Road, dicht bij het Victoria station in het centrum van Londen, toen ik voorbij een neogotische kerk uit de XIXe eeuw passeerde. Zij was groot en licht bouwvallig. Ik had die kerk nog nooit opgemerkt. Er was geen enkel uithangsbord  aan de buitenkant – publieke relaties waren nooit de sterke kant van de Orthodoxie in de westerse wereld – maar ik herinner mij een koperen plaat met deze eenvoudige woorden: ”Russische kerk”.

Toen ik de kerk van de heilige Philippus – want zo noemde die kerk – binnenkwam dacht ik dat ze volledig leeg was. Buiten, op straat, scheen de zon heerlijk, maar aan de binnenzijde was het koud en somber zoals in een kelder. Mijn ogen geraakten gewend aan het voornoemde. Het eerste wat mijn aandacht trok was een afwezigheid : geen banken, geen stoelen netjes op een rij; vóór mij strekte zich een  uitgestrekte ruimte uit met een  geboende houten vloer.

Opeens heb ik gemerkt dat de kerk niet helemaal leeg was, er waren, verspreid in het schip en de zijbeuken, enkele gelovigen, hoofdzakelijk bejaarden. Er hingen iconen aan de muur,verlicht met kleine lampjes en kaarsen voor de iconostase. Ergens zong een koor, maar men kon het niet zien. Na enige tijd verliet een diaken het heiligdom en ging de kerk rond om de iconen en de  gelovigen te bewieroken. Ik merkte dat zijn brokante kleding oud was en een beetje kapot.

Mijn eerste indruk van een afwezigheid had plotseling plaats gemaakt voor een gevoel van aanwezigheid die mij overmande. Ik voelde dat de kerk, schijnbaar leeg, vol was – vol van ontelbare onzichtbare gelovigen, die mij van alle kanten omringden. Intuïtief heb ik begrepen dat wij, het zichtbare volk van gelovigen,deel hadden aan een groter goed. Wanneer wij bidden, dan worden wij opgenomen in iets dat veel groter is dan onszelf, in een onverdeelde celebratie die alles omvat, die tijd en eeuwigheid verenigt, de realiteiten van hier beneden en die van hierboven. Jaren later heb ik de vreemde schok ervaren van de erkenning van de dingen die reeds lang  vertrouwd waren, en dit terwijl ik in de Eerste Russische kroniek las over de bekering van de Heilige Vladimir. Teruggekeerd in Kiev vertelden de russische ambassadeurs aan de prins dat zij hadden deelgenomen aan de Goddelijke Liturgie te Constantinopel : “ Wij wisten niet meer of we in de hemel waren of op aarde. Want er is op aarde geen dergelijke pracht, wij wisten niet hoe het te beschrijven. Wij weten alleen dat God daar verblijft onder de mensen {…….} Wij konden die schoonheid niet vergeten”. Ik was verstomd toen ik die woorden las, zij sloten perfect aan bij wat ik had ervaren tijdens die russische vigilie in Sint Philippus, in Buckingham Palace Road. Het decor was het enige verschil met de pracht van het Byzantium van de Xe eeuw, maar zoals de gezanten van de heilige Vladimir had ik ook ‘de hemel op aarde’ ontmoet. Ook ik had de directheid gevoeld van de hemelse liturgie, de nabijheid van de engelen en de heiligen, de ongeschapen schoonheid van het koninkrijk van God. “Nu celebreren de hemelse machten onzichtbaar met ons” (Liturgie van de voorafgewijde gaven) Ik verliet de kerk vóór het einde van de dienst. Toen ik buiten over datgene wat ik meemaakte dieper nadacht, was ik getroffen door twee zaken. Ten eerste, ik wist in het geheel niet hoelang ik binnengebleven was : misschien alleen maar een twintigtal minuten, maar het kan ook twee uur geweest zijn., ik was niet in staat om het precies te zeggen. Ik bevond mij op een plan waar het uur van het uurwerk  geen enkel belang meer.Toen ik vervolgens terug op straat kwam, werd ik onmiddellijk als met een golf meegesleurd door het lawaai van het Londense verkeer.. Het lawaai moet hoorbaar geweest zijn langs de binnenkant van de kerk, maar ik had het niet opgemerkt.

Ik was in een andere wereld geweest, waar tijd en lawaai geen enkele betekenis hadden, een wereld die meer reëel was – ik zou zelfs zeggen, meer solide dan deze van het Londen van de XXe eeuw tot dewelke ik plotseling  was teruggekeerd.

    Het officie van de vigilies waren helemaal in het kerkslavisch gecelebreerd; met mijn verstand verstond ik er geen letter van. Nochtans, toen ik de kerk verliet zei ik tegen mijzelf met overtuiging : hier ben ik thuis, ik ben aangekomen daar waar ik thuishoor. Het gebeurt dikwijls – vreemd,  is het niet ?- dat wij voordat wij een bepaalde iets hebben geleerd over een persoon, een plaats of een object, men reeds met zekerheid weet : hier heb je de persoon die ik zal liefhebben, ziehier de plaats waarheen ik moet gaan, ziehier het thema dat ik moet bestuderen , heel mijn leven, en onmiddellijk. Vanaf het moment dat ik had deelgenomen aan dat officie in de kerk van  Sint Filippus, in de Buckingham Palace Road, voelde ik diep in mijn hart dat ik geroepen  werd door de Orthodoxe Kerk. Deze kerk is reeds lang verdwenen : zij is afgebroken ongeveer vier jaar na mijn bezoek.

    Ik ben dankbaar dat mijn eerste contact met de Orthodoxie er niet een was via  de lezing van boeken, ook niet via de ontmoeting met orthodoxen in een sociale context, maar wél via de deelname aan een officie. De Kerk, zoals de Orthodoxen ze kennen, is op de eerste plaats een liturgische gemeenschap, die haar waarachtige identiteit uitdrukt door de aanroeping en de lofprijzing. De cultus komt eerst, de leer en de wetenschap komt op de tweede plaats. Ik heb dus het geluk gehad om de Orthodoxie te leren kennen door deel te nemen aan een gemeenschappelijk gebed.

Ik heb de Orthodoxe Kerk niet ontmoet als een theorie of een ideologie, maar als een specifiek en concreet feit, een celebrerende aanwezigheid.

“Dit is het wat ik altijd heb geloofd”

   Achteraf gezien werd het duidelijk dat mijn beslissing reeds genomen was deze namiddag van de zomer van 1952. Maar voordat ik opgenomen werd in de Orthodoxe Kerk, wachtte ik in feite bijna zes jaar. In Groot Britannië, in de jaren 1950, was het zeer ongewoon voor een Westerling om te willen binnentreden in de Orthodoxe Kerk, en de meerderheid van mijn engelse vrienden spanden zich met alle macht in om het mij uit mijn hoofd te praten. ‘Gij zult gans uw leven een zonderling zijn, was hun verwijt. God heeft u cultureel in het Westen geplaatst, vlucht de moeilijkheden niet en de uitdaging van uw historische erfenis’. ‘Hoe mooi de Orthodoxe liturgie ook is: is er geen tragische afgrond tussen de principes en de Orthodoxe praktijk ?, vroegen ze mij’ Was mijn toenadering tot de Orthodoxie niet te veel geïdealiseerd, té sentimenteel ? Was ik niet bezig met een zekerheid en bescherming te zoeken die ik hier op aarde niet vond en die wij niet te zoeken hebben ?

    Nog meer verbazing kwam er toen de meeste orthodoxen bij wie ik om raad ging, mij in het geheel niet aanmoedigden. Zij waren eerlijk en realistisch – ik ben er hen zeer dankbaar om – door mijn aandacht te vestigen op de historische tekortkomingen van de Orthodoxe Kerk, alsook op de specifieke moeilijkheden waarmee ze geconfronteerd worden binnen de Westerse wereld. Op vele domeinen, zegden zij mij bij wijze van waarschuwing, is de Orthodoxe Kerk ver verwijderd van de ‘hemel op aarde’. Wanneer ik bij de hulpbisschop van de griekse kathedraal in Londen, Mgr.Jacques (Vivros) van Apamée, op bezoek ging, sprak hij vriendelijk en lang met mij, maar hij vroeg mij met aandrang om lid te blijven van de Anglikaanse Kerk in dewelke ik was grootgebracht. Een russisch priester, die ik eveneens om raad vroeg, antwoordde mij precies hetzelfde.

   Op dat moment was ik verbaasd. . In de loop van mijn lectuur  was ik er van overtuigd geraakt dat de Orthodoxie er aanspraak op maakte niet alleen één van de vele ‘denominaties’ te zijn, maar de waarachtige Kerk van Christus op aarde. Nochtans, de orthodoxen zelf schenen mij te zeggen : ‘Ja, de Orthodoxie is waarlijk de enige ware kerk, maar jij mag er vooral niet intreden. Zij is er alleen voor ons. Grieken, Russen en andere Oosterlingen’. Het zich hechten aan de waarheid die redt, scheen af te hangen van een geboorte-accident en van geografie.

    In de tussentijd, en vóór het bezoek aan Mgr. Jacques, was ik begonnen met verschillende orthodoxe contacten te leggen. Kort na mijn eerste ervaring in het bureau van de russische kerk te Londen, begon ik mijn studies aan de Universiteit van Oxford. Gedurende vier jaar studeerde ik klassieke letteren, oud grieks en latijn, een beetje moderne filosofie; daarna ging ik aan de universiteit nog twee supplementaire jaren Théologie volgen – Ik wil er aan toevoegen : ik ben nooit naar een Anglicaans theologisch college gegaan, noch heb ik een wijding ontvangen in de Anglicaanse Kerk. In Oxford had ik het geluk om van geboorte Orthodoxe Christenen te ontmoeten. In het bijzonder heb ik kennis gemaakt met Nicolas Zernov die een lectoraat waarnam over de Oosters-Orthodoxe cultuur. Ik herinner mij vooral zijn grootmoedige gastvrijheid en deze van zijn vrouw Militza, de stimulerende en verbazingwekkende gesprekken die zij hielden met hun vele bezoekers. Ik ontmoette eveneens Vader (en toekomstige aartsbisschop) Basils Krivochène die voorging in de kleine russische kerk van Oxford en die zijn klassieke editie voorbereidde over de catechesen van de Heilige Symeon de nieuwe theoloog. Er opende zich een nieuwe wereld voor mij, toen ik de beschrijving hoorde die de Heilige Symeon gaf over zijn visioenen van het goddelijk en ongeschapen Licht. Ik begon de plaats te waarderen welke de Orthodoxie geeft aan het mysterie van de transfiguratie van Christus.

    Toen ik in Oxford was en onder invloed van mijn goede vriend en oude schoolkameraad, Donald (A.M.Allchin), werd ik een actief lid van het  genootschap van St Alban en St. Sergius, waarvan het doel is, een toenadering tussen de Oerthodoxie en het Anglikanisme.teweeg te brengen. De zomerconferenties van dit genoodschap hadden op mij een beslissende invloed. Ik hoorde er anglikanen zoals Aartsbisschop Michaël Ramsey, Vader Derwas Chitty en professor H.A.Hodges. Zij zagen allen in de Orthodoxie de integrale volheid van de Christelijke traditie, tot dewelke het Anglikanisme moet terugkeren. Zij hielden voor ogen, dat de anglikanen zouden kunnen toetreden tot de volheid van het orthodoxe geloof en tezelfdertijd toch anglikaan zouden  kunnen blijven. Op die wijze zou er een toenadering kunnen groeien  tussen anglikanen en orthodoxen.

    Hun enthousiasme deed mijn verbeelding ontvlammen, maar een deel van mijzelf bleef onvoldaan.. Ik had het verlangen om orthodox te worden, geheel en zichtbaar. Hoe meer ik leerde over de Orthodoxie, hoe meer ik begreep dat het dit was wat ik altijd geloofd had in het diepste van mijn hart, maar nooit tevoren  was het voor mij zo goed verwoord. Ik vond de Orthodoxie niet archaïsch, vreemd of exotisch. Voor mij was het doodeenvoudig niet anders dan het Christianisme.

“De Kerk is één”

   Mijn eerste contacten met de orthodoxe wereld  waren vooral met de russen. Ik verslond ‘A Treasury of Russian Spirituality’ van Georges P. Fédorov en ‘With the Russian Pilgrims to Jerusalem’ van Stephen Graham. Ik voelde mij onmiddellijk aangetrokken tot de Heilige Seraphim van Sarov, waarvan ik de geschiedenis las: ‘Flame in the Snow’, een licht geromantiseerde maar aangrijpende biografie geschreven door Julia de Beausobre. Op meer  theologisch vlak, was het korte essai van Alexis Khomiakov een cruciale stap op mijn weg  ‘de Kerk is één’, waar ik deze visie van communio geformuleerd vond, die ik zelf voor de eerste maal had ervaren als een levende realiteit in de russische kerk van Londen  {……}.

   Veel later, toen ik mij nog meer verdiept had in de orthodoxe theologie zag ik de limieten van de slavische kerkleer van Khomiakov in, maar op dat moment gaf hij mij net datgene wat ik nodig had . Ik werd ook enorm geholpen door het artikel van Vader George Florofsky : “Sobornost ; the Catholicity of the Church”. Daarin legde hij het accent op de essentiële natuur van de Kerk, als een eenheid in diversiteit, volgens het beeld en de gelijkenis van God en de Heilige Drieeenheid.{…..}.

   De Katholiciteit, voegde Vader George eraan toe, “betekent zichzelf zien in een ander en in de beminde”, het is in de Katholiciteit van de Kerk, en alleen daar, dat de “spijtige dualiteit en spanning tussen vrijheid en autoriteit  verdwijnt”. Sedertdien heb ik niet opgehouden om telkens terug te keren naar dit artikel, dat op twintig bladzijden méér zegt dan andere auteurs in ganse volumes {…..}

 Traditie, martelaarschap en stilte

 Terwijl ik mijn kennis van de Orthodoxie verdiepte,  trokken drie zaken die ik heel intens in mij opnam, mijn bijzondere aandacht. Vooreerst merkte ik in de hedendaagse Orthodoxe Kerk – ondanks de interne spanningen en haar menselijk falen – een levendige en ononderbroken continuïteit met de Kerk van de apostelen en martelaren, de Vaders en de Oecumenische concilies. Deze levendige continuïteit was voor mij samengevat in de woorden: volheid en heelheid, maar vooral in  de term traditie.De Orthodoxie bezit, niet door een menselijke verdienste, maar door Gods genade, een volheid van geloof en spiritueel leven, een volheid waarbinnen het dogma en het gebed, de theologie en de spiritualiteit er een organisch en integraal deel van vormen. Zij is in deze betekenis de Kerk van de Heilige Traditie.

  Ik houd eraan om in deze context in het bijzonder het woord ‘volheid’ te onderlijnen. De Orthodoxie heeft de volheid van het leven in Christus, maar zij heeft geen exclusief monopolie op de waarheid. Ik geloofde vroeger niet, en ook nu nog geloof ik niet dat er een absolutie tegenstelling is tussen het Orthodoxe ‘licht’ en de  niet-orthodoxe ‘duisternissen’ Wij moeten ons niet voorstellen dat, omdat de Orthodoxie de volheid van de Heilige Traditie bezit, de  niet-Orthodoxe Christelijke gemeenschappen niets zouden bezitten. Integendeel, ik ben nooit overtuigd geweest door de strenge eisen volgens dewelke het sacramentele leven en de genade van de Heilige Geest slechts kunnen bestaan binnen de zichtbare limieten van de Orthodoxe Kerk. Vladimir Lossky heeft zeker gelijk wanneer hij beweert dat  de niet–orthodoxe gemeenschappen, ondanks hun uiterlijke scheiding, toch door onzichtbare banden met de Orthodoxe Kerk verbonden zijn.

   Aldus , nog volgens Lossky, waarvan ik graag het standpunt overneem, gaan de niet-orthodoxe gemeenschappen op een  andere wijze voort met deel te nemen aan het genadeleven van de Kerk. Het is ook  niet minder waar dat, wanneer deze niet-orthodoxe gemeenschappen ook een deel van de reddende en levendmakende  waarheid bezitten, het slechts binnen de Orthodoxie is dat men de volheid van deze waarheid kan vinden.

    Ik was vooral onder de indruk door de manier waarop de orthodoxe denkers, wanneer zij spraken over de Kerk als deze van de Heilige Traditie, terzelfdertijd onderlijnden dat deze traditie niet statisch, maar dynamisch is, niet defensief maar verkennend, niet gesloten en  als afgedaan beschouwd, maar open naar de toekomst. De traditie, ik heb het geleerd van de auteurs die ik bestudeerde, is geen simpele herhaling van datgene wat in het verleden  is naar voor gebracht, maar een actieve manier om de ervaring van het Christelijk Mysterie in het heden opnieuw tastbaar te maken. De enig ware traditie is levendig en creatief, gevormd door de eenheid van de menselijke vrijheid met de genade van de Geest. Dit levendig dynamisme is voor mij geresumeerd in de  bondige formulering van Vladimir Lossky : “De traditie {…} is het leven van de Heilige Geest in de Kerk”, en hij gaat er dieper op in door er aan toe te voegen :”Men kan zeggen dat de ‘traditie’ de kritische geest van de Kerk vertegenwoordigt”. In de traditie kan men niet futloos blijven.{….}.

   Ik heb ontdekt dat de traditie – zoals het leven van de Heilige Geest binnen de Kerk – alles omhelst. In het bijzonder begrijpt zij het geschreven woord van de Bijbel, want er is geen tweedeling tussen de Schrift en de traditie. De Schrift bestaat binnenin de traditie;  het is zelfs  zo dat de traditie niets anders is dan de manier waarop de Schrift begrepen en beleefd is binnen de Kerken, en dit aan alle generaties. Ik zou de Orthodoxe Kerk daarom niet alleen ‘traditioneel’ noemen, maar ook scripturaal. Het is niet zonder reden dat het Evangelieboek in elke orthodoxe cultusplaats in het centrum op de heilige tafel  rust. Het zijn de Orthodoxen, eerder dan de protestanten die de ware evangelisten zijn – moesten de Orthodoxen in de praktijk even zo de Bijbel bestuderen als de protestanten het doen !

    Lossky en Florovsky verzekerden mij in hun geschriften : geheel zoals het leven in de Heilige Geest, omhelst de traditie  niet alleen alles, maar zij is ook onuitputbaar. Vader George Florovsky formuleert het aldus : “De traditie is de constante inwoning van de Geest, en niet alleen maar de herinnering van woorden. De traditie is een charismatisch principe en niet alleen een historisch{…} Het is de mededelende ervaring van de genade in de Kerk{…},welke in zijn katholieke volheid {…}nooit uitgeput is geraakt in de Heilige Schrift, noch in de orale traditie, noch in de definities. Zij kan niet, zij moet niet uitgeput geraken.

 {…}Deze  ontroerende en levengevende opvatting van de traditie die ik in de Orthodoxie ontdekte kreeg meer en meer een grotere betekenis voor mij. Ik vond altijd méér dan de levende continuïteit, waarvan de Orthodoxe kerk het getuigenis droeg. Dit miste ik in het anglicanisme waarin ik van jongsaf aan werd grootgebracht.

De continuïteit werd verzwakt, zoniet gebroken in de middeleeuwen, door de ontwikkelingen binnen het latijnse Westen .Zelfs, indien  voor vele anglicanen vanaf de XVI e eeuw de engelse Reformatie een poging was om terug te keren tot de Kerk van de Oecumenische concilies en de kerkvaders, in welke mate kan deze poging daadwerkelijk worden beschouwd als een succes ? De “Orthodoxie” van de anglicaanse Kerk scheen in het beste geval  impliciet meer een verzuchting en een verre hoop, dan een onmiddellijke en praktische realiteit.

   Ik zal altijd dankbaar blijven voor mijn anglicaanse opvoeding. Ik zou mij nooit willen engageren in een negatieve polemiek tegen de Communio waar ik begonnen ben om Christus te erkennen als mijn Redder. Ik herinner mij nog altijd met dankbaarheid de schoonheid van de gezongen officies in de abdij van Westminster, wanneer ik mijn opleiding kreeg aan de school van Westminster. In het bijzonder herinner ik mij de grote processies met het kruis, de kaarsen en de vaandels gedurende de gezongen eucharistie op het patroonsfeest van de Heilige Edouard de Belijder. Ik ben ook dankbaar voor de banden die ik heb gesmeed op school en aan de universiteit, met de leden van de gemeenschap van Sint-Franciscus, zoals met Pater Algy Robertson, pater Guardian en zijn jonge leerling , broeder Peter. Het zijn de anglicaanse franciscanen die mij de plaats van de zending in het binnenste van het christelijk leven hebben bijgebracht en de waarde van de sacramentele schuldbelijdenis.

    Ik beschouwde altijd mijn beslissing om de Orthodoxie te omhelzen als de bekroning van alles wat goed was in mijn anglicaanse ervaring : een bevestiging en geen afstand nemen van.. Nochtans, ondanks al mijn liefde en erkentelijkheid, kan ik toch niet zwijgen over datgene wat mij in de war heeft gebracht in de jaren 1950, en die mij vandaag de dag nog meer in de war brengt : de extreme verscheidenheid in het geloof en de praktijk en de conflicten die er bestaan in de schoot van de anglicaanse Communio. Ik was vooral(en ben nog altijd) in de war door de tegenstrijdige standpunten van de anglo-katholieken en de evangelisten over de artikels van het geloof, die even belangrijk zijn als de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in de Eucharistie en de gemeenschap van de Heiligen. Moeten de geconsacreerde elementen beschouwd worden als het werkelijk Lichaam en Bloed van de Redder ? Kunnen we bidden voor de overledenen en  vragen aan de Heiligen en de Moeder van God, om voor ons te bidden ? Het zijn geen marginale vragen, waarop christenen het niet zomaar met elkaar oneens kunnen zijn. Het zijn fundamentele vragen voor ons leven in Christus. Hoe kon ik verder leven in een christelijk lichaam die aan zijn leden toestond om verschillende standpunten in te nemen die in deze kwesties dmetraal tegenover mekaar stonden?

    Ik was nog meer in de war door het bestaan in de schoot van het anglicanisme, van een ‘liberale’ vleugel, die de goddelijkheid van Christus , Zijn maagdelijke geboorte, Zijn wonderen en Zijn Verrijzenis in het lichaam in twijfel trekt. De woorden van Sint Thomas weerklonken in mijn oren :” Mijn Heer en Mijn God !” (Joh.20,28). Ik hoorde Sint Paulus tot mij zeggen :”Indien Christus niet is verrezen, is onze prediking waardeloos, en ook is uw geloof dan waardeloos”(1 Kor.15,14). Voor mijn eigen heil, had ik nood om te behoren tot een Kerk die zich trouw houdt  aan de christelijke fundamentele leringen met betrekking tot de Drieeenheid en de persoon van Christus. ,Waar kon ik zo een Kerk vinden ? Niet in het anglicanisme, helaas ! Het had niet deze continuïteit en deze volheid van de levendige traditie die ik zocht.

    Wat  in verband met Rome ? In de jaren 1950, vóór het tweede Vatikaans concilie, ik was toen  in alles een lid van de Kerk van Engeland die op een katholieke wijze dacht en onvoldaan was over het anglikaans relativisme. Het zou voor mij het meest evidente geweest zijn , dat ik een Rooms katholiek zou worden. Er was in feite een christelijke communio die niet minder was  dan in de Orthodoxe Kerk. Zij maakte ook  aanspraak op een ononderbroken continuïteit met de apostelen en de martelaren, met de eerste concilies en de Vaders. Het is bovendien een Kerk met een westerse cultuur. Waarom zou ik mijn blik richten op de Orthodoxe Kerk ? Kon mijn levendige traditie niet gevonden worden in iets wat dichterbij was ?

    Nochtans, wanneer ik  de neiging had om toenadering te zoeken met Rome, twijfelde ik. Dat wat mij weerhield was niet essentieel de vraag in verband met het filioque, alhoewel de lezing van Lossky mij het belang ervan had doen inzien. Het fundamenteke probleem was de universele aanspraak van de Paus en zijn onfeilbaarheid. Mijn studies over de eerste eeuwen van het christendom hadden mij klaar en duidelijk gemaakt dat de Oosterse Vaders zoals de heilige Basilios de grote en de heilige Johannes Chrysostomos – maar ook de westers Vaders zoals de heilige Cyprianus en de heilige  Augustinus –de natuur van de Kerk op aarde radicaal anders zagen dan deze van het eerste Vatikaans concilie. De leer over het primaatschap van Rome, speciaal sedert de Xe eeuw, had de continuïteit van de traditie binnen de romeinse communio ernstig aangetast. Het was alleen in de Orthodoxe Kerk dat ik de verzekering had om datgene te vinden wat ik zocht : de levende en niet aangetaste aanwezigheid van  het verleden

   Mijn overtuiging dat het slechts binnenin de Orthodoxie was dat ik de ononderbroken continuïteit met de Kerk van de apostelen en de Vaders vond – en dit in zijn ganse volheid , werd nog versterkt door twee andere aspecten van de Orthodoxie, die ik meer en meer begon op te merken . Het eerste was de frequentie van de vervolgingen en het martelaarschap binnen  de recente Orthodoxe ervaring – vooreerst die van de Turken, vervolgens, in de XXe eeuw, onder het communisme.  Er was iets die de Orthodoxe Kerk van nu direct verbond met de pre-Constantijnse periode van de eerste drie eeuwen. ‘Mijn kracht vervult zich in zwakheid’ (2 Kor. 12,9). Ik zag deze woorden zonder ophouden sedert de val van Byzantium vervuld in de geschiedenis van de Orthodoxie. Naast hen , die een duidelijke en zichtbare  marteldood hebben ondergaan, zijn er ontelbare anderen die in de Orthodoxie Christus

nederig hebben gevolgd door een leven te leiden van innerlijk martelaarschap : De kenotische Heiligen (die afstand gedaan hebben van de wereld : nvd vertaler), die een bewijs geleverd hebben van een zachte, edelmoedige en medelijdende liefde, zoals de heilige Xenia van St.Petersburg, de heilige Seraphim van Sarov, de heilige Johannes van Cronstadt en de heilige Nectarius van Egina. Ik vond datzelfde kenotisch medelijden in de geschriften van Dostojevsky en Tolstoï. Twee heiligen hebben mij vooral getroffen, want ik was pacifist vanaf de leeftijd van zeventien jaar : de prinsen van Kiev in de XIe eeuw, de twee broers Boris en Gleb. Zij hebben ‘de passie ondergaan’ in hun weigering om hun bloed te vergieten om zich te verdedigen, in hun verwerping van geweld en in hun onschuldig lijden zag ik een voorbeeld van de centrale boodschap van het kruis van Christus.

    Behalve het martelaarschap, was er een ander aspect van de Orthodoxie die ik begon te appreciëren, namelijk, de  mystieke theologie van de Oosterse Christen. Ik begreep dat de traditie niet enkel het overleveren van leerstellige definities inhield, maar ook het overleveren van een spiritualiteit. Er kan geen enkele vorm van scheiding of oppositie bestaan tussen beide. Zoals Vladimir Lossky het juist uitdrukt :’ Er is geen{…} christelijke mystiek zonder theologie, maar vooral, er is geen theologie zonder mystiek {…}. Mystiek wordt hier dus gezien als een volmaaktheid, het hoogtepunt van alle theologie, een theologie bij uitstek’.

    Ik voelde mij aangetrokken tot de Orthodoxie door de liturgische diensten, met hun rijke symboolwaarde en hun muziek. Ik zag nu hoe deze ‘iconische’ cultusvorm in het Oosten een tegengewicht vormde met de ‘niet-iconische’ of apophatische praktijk van het hesychastisch gebed, die beelden en gedachten achterwege laat. In het verhaal van een russische pelgrim en de geschriften van ‘Een monnik van de Oosterse kerk’ – archimandriet Lev Gillet, Orthodox aalmoezenier van het genootschap van St.Alban en St.Sergius -, heb ik geleerd hoe men het hesychasme of de stilte van het hart, door het voortdurend herhalen van het Jezusgebed kan bereiken. De heilige Isaac de Syriër toonde mij dat alle woorden hun volheid bereiken in de stilte, zoals  dienaars stil worden wanner hun meester in hun midden komt.

 

                                                                                  (Vervolgt)

 Vertaling : Kris B.

Heilige Gregorios de Theoloog

Heiligenleven

De heilige Gregorios de Theoloog

Gregorius de Theoloog1.jpg

 

 

 Gedachtenis van onze Vader onder de Heiligen, Gregorios de Theoloog, bisschop van Nazianze, aartsbisschop van Constantinopel. Hij draagt de in de Orthodoxe Kerk buitengewoon zeldzame titel van “Theoloog”. Naast hem worden alleen Johannes de Evangelist en de mystieke Symeon zo genoemd. Hij werd geboren in 329 te Nazianze als zoon van Gregorios die eveneens bisschop van Nazianze is geweest, en diens vrouw Nonna. Om zijn grote intelligentie werd alle moeite gedaan om hem een goede opleiding te bezorgen naast de godsdienstige opvoeding die hij van huis uit meekreeg. Hij studeerde bij de bekendste mannen van de wetenschap van die tijd, in Neo-Caesaria, Alexandrië en Athene. Daar ontstond een levenslange vriendschap met een medestudent, die later de grote Basilios zou heten.

In deze tijd was het nog niet algemeen gebruikelijk om kinderen te dopen; misschien verklaart dat ook de ruime opzet van zijn studie bij heidense wijsgeren. Als volwassene met een gerijpt oordeel ontving hij de Doop en zag als consequentie daarvan dat hij zich uit het openbare leven moest terugtrekken. Wel voelde hij een maatschappelijke verantwoordelijkheid en daarom ging hij terug naar zijn ouderlijk huis, om zijn vader, die intussen bisschop was geworden, in zijn werk bij te staan. Deze wijdde hem na enkele jaren, tegen zijn uitdrukkelijke wens, tot priester om hem nog meer aan dit werk te binden, maar bereikte daardoor juist het tegenovergestelde : Gregorios gaf gehoor aan het steeds herhaalde verlangen van zijn vriend Basilios die reeds voor het monastieke leven gekozen had, en voegde zich bij hem in de eenzaamheid, hoewel hij tevoren in zijn brieven wel de spot gedreven had met de enthousiaste beschrijvingen die Basilios over de ligging van zijn kluis gegeven had. Hun streven naar een volkomen teruggetrokken leven werd echter gebroken door het besef van de nood waarin de Kerk verkeerde door het opkomen van de grote christologische ketterijen. Zij voelden zich in geweten niet langer  verantwoord zich zo afzijdig te houden : er was een crisis en elke beschikbare kracht moest ingezet worden. Basilios aanvaardde de strijd als aartsbisschop van Neo-Caesarea, en toen de kerkprovincie door de met de Arianen sympathiserende keizer werd aangetast wijdde hij Gregorios tot bisschop van het gehucht Sassima, om er een betrouwbare medestander bij te hebben. Het had voor Gregorios geen zin zich daar te vestigen en hij bleef in Nazianze als hulp voor zijn vader. Toen de nood daar niet meer dringend was, trok hij weer ,naar een klooster, maar toen de orthodoxe gemeente van Constantinopel in haar nood een dringend beroep op hem deed, nam hij de leiding op zich in de hoofdstad van het rijk. Al spoedig trok hij algemeen de aandacht door zijn groot redenaarstalent en de waarachtigheid van zijn prediking. Ook vele ariaansgezinden kwamen naar hem luisteren en dat wekte de woede op van zijn tegenstanders, die vergeefs allerlei acties tegen hem ondernamen. Twee jaar later, in 381, werd te Constantinopel een grote Synode bijeengeroepen om een einde te maken aan de nog steeds voortdurende ariaanse twisten en andere onzekerheden. Deze Synode zou later bekend staan als het Tweede Oecumenisch concilie, waar ook de Geloofsbelijdenis in haar huidige vorm werd vastgelegd. Tijdens de zitting stierf de voorzitter en Gregorios werd in zijn plaats benoemd, en toen verzocht Gregorios dringend om van zijn post als aartsbisschop van de hoofdstad ontheven te worden. Hij trok zich in Nazianze terug om de rest van zijn leven te wijden aan studie en contemplatie, terwijl hij de kerkelijke strijd slechts per correspondentie voortzette.

Zijn preken en geschriften toonden zulk een diep en wezenlijk doordringen van zijn geest in de mysteriën van het geloof over de Persoon van Christus, en over wat wij kunnen weten over het Wezen van de goddelijke Drie-eenheid, dat hem spontaan de titel ‘Theoloog” (Godskenner) werd gegeven. Gregorios is tien jaar ouder geworden dan Basilios ; hij stierf op de leeftijd van zestig jaar in 389.

Troparion t1

De herdersfluit van uw theologie had de overhand op de luide bazuinen der filosofen :

Want gij hebt de diepten doorvorst van de Geest en hebt daardoor de volmaaktheid

Der redekunst verworven.

Bid nu ook tot Christus God, heilige Vader Gregorios, om onze zielen te redden.

 

17e zondag na pinksteren : van de Kananese vrouw

17e zondag na Pinksteren

 

 “Van de kananese vrouw”

 

kananese vrouw.jpg

 

LEZINGEN :

Eerste lezing :

2 Kor.9,6-16 – 7,1

Is er enig verband tussen de tempel van God en de afgoden? Wij zijn de tempel van de levende God. God heeft zelf gezegd: Ik zal onder hen wonen en met hen omgaan. Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. Daarom, ga weg uit hun midden en houd u ver van hen, zegt de Heer, en raak niets aan wat onrein is. Dan zal Ik u genadig aannemen. Ik zal voor u een vader zijn en u zult voor mij zonen en dochters zijn, zegt de Heer, de Albeheerser.

Zulke beloften zijn ons gedaan, geliefden; laten wij ons dus zuiveren van elke smet naar lichaam en geest, en vol ontzag voor God onze heiliging voltooien.

 

Evangelie :

Matth.15,21-28

Jezus en een Kananese vrouw
     Jezus ging daar weg en nam de wijk naar het gebied van Tyrus en Sidon. En kijk, een Kananese vrouw uit die streek kwam naar buiten en riep: ‘Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David. Mijn dochter is vreselijk bezeten.’ Maar Hij gaf haar niet eens antwoord. Zijn leerlingen kwamen naar Hem toe en vroegen Hem: ‘Stuur haar weg, want ze roept ons achterna.’ Hij antwoordde: ‘Ik ben alleen gestuurd naar de verloren schapen van het huis van Israël.’ Maar zij kwam naar Hem toe en knielde voor Hem neer en zei: ‘Heer, help me.’ Hij gaf haar ten antwoord: ‘Het is niet goed het brood van de kinderen te nemen en het aan de hondjes te geven.’ Maar zij zei: ‘Juist, Heer, want wat de hondjes eten, zijn de kruimels die van de tafel van hun baas vallen.’ Toen gaf Jezus haar ten antwoord: ‘Vrouw, groot is uw vertrouwen. Moge het u vergaan zoals u wenst.’ En haar dochter was vanaf dat moment genezen.

Russisch topprelaat pleit voor afschaffing priestercelibaat

Russische topprelaat pleit voor

 

afschaffing priestercelibaat

 

Hilversum (Van onze redactie) 16 september 2010 – De tweede man van de Russisch-Orthodoxe Kerk heeft zich uitgesproken voor de afschaffing van de celibaatsplicht voor rooms-katholieke priesters. Volgens metropoliet Hilarion, hoofd van het departement Externe Betrekkingen van de Russische Kerk , zou de orthodoxie de afschaffing van het verplichte priestercelibaat verwelkomen. Dat zei hij in een interview met het Russische tijdschrift NG Religii.

Interne aangelegenheid
Hilarion benadrukte echter dat de regels rondom het celibaat een interne rooms-katholieke aangelegenheid zijn. Volgens de aartsbisschop hebben de Oosterse Kerken het in de middeleeuwen ingevoerde celibaatsverplichting altijd bekritiseerd. Zij houden vast aan de oude christelijke praxis ook gehuwde mannen tot priester te wijden. Orthodoxe bisschoppen, afkomstig uit het monastieke leven, zijn wel verplicht om ongehuwd door het leven te gaan.

Bron : RKK