Dit is een privé christelijke blog van Kris Biesbroeck, Licentiaat Theologie en filosofie. De inhoud van blog : Theologie, filosofie, Kerkvaders, Heiligenlevens, Exegese, Augustinus,enz… Alles wat sinds 2007 op de site is verschenen kan hier teruggevonden worden bij de Categorieën (bij het begin van de site) HET ADRES VAN DE SITE IS : CHRISTELIJKEINFORMATIEBRON.WORDPRESS.COM.
“Onze visie is zo beperkt dat we ons nauwelijks een liefde kunnen voorstellen die zich niet uit in bescherming tegen lijden. De liefde van God is van een totaal andere aard. Ze haat geen tragedie. Ze ontkent de werkelijkheid nooit. Ze staat pal in het aangezicht van het lijden. De liefde van God beschermde Zijn eigen Zoon niet. Het kruis was het bewijs van Zijn liefde – dat Hij die Zoon gaf, dat Hij Hem liet gaan naar het kruis van Golgotha, hoewel ‘legioenen engelen’ Hem hadden kunnen redden. Hij zal ons niet per se beschermen – niet tegen alles wat nodig is om ons te vormen naar Zijn Zoon. Er zal veel gehamer en gebeitel en zuivering door vuur nodig zijn in dat proces.”
Elisabeth Elliot (Episcopaalse Kerk)
——————
Enkele van de krachtigste zinnen uit de tekst, met hun betekenis:
– “Onze visie is zo beperkt dat we ons nauwelijks een liefde kunnen voorstellen die zich niet uit in bescherming tegen lijden.” Mensen denken vaak dat liefde automatisch bescherming biedt tegen pijn. Maar deze zin stelt dat onze kijk op liefde beperkt is: echte liefde kan ook bestaan zonder ons altijd te behoeden voor leed.
– “De liefde van God… staat pal in het aangezicht van het lijden.” God ontkent het bestaan van lijden niet, maar is er juist middenin aanwezig. Zijn liefde is niet een ontsnapping aan pijn, maar eerder een kracht die standhoudt ondanks pijn.
-“Het kruis was het bewijs van Zijn liefde – dat Hij die Zoon gaf…” In de christelijke traditie wordt Jezus’ kruisiging gezien als het ultieme bewijs van Gods liefde: Hij gaf zijn Zoon op, ondanks het lijden dat daarmee gepaard ging.
– “Er zal veel gehamer en gebeitel en zuivering door vuur nodig zijn in dat proces.” Deze beeldspraak verwijst naar het idee dat mensen door moeilijke ervaringen worden gevormd en verfijnd – alsof ze een kunstwerk zijn dat geduldig wordt uitgesneden en gezuiverd.
– De centrale boodschap van de tekst is dat liefde – in het bijzonder de liefde van God – niet betekent dat we beschermd worden tegen lijden, maar eerder dat we door het lijden gevormd worden. Hier zijn de hoofdideeën samengebracht:
– Lijden maakt deel uit van liefde: De tekst daagt de menselijke gedachte uit dat echte liefde altijd bescherming biedt. In plaats daarvan toont Gods liefde zich juist in Zijn bereidheid om de realiteit van pijn en tragedie toe te laten – zelfs bij Zijn eigen Zoon.
– Het kruis als bewijs van liefde: Jezus’ kruisiging wordt voorgesteld als hét bewijs van Gods liefde. Niet omdat Hij Jezus beschermde tegen lijden, maar juist omdat Hij Hem door het lijden heen liet gaan, voor een hoger doel.
– Vorming door pijn: Vergelijkingen met hamers, beitels en vuur maken duidelijk dat geestelijke groei en transformatie vaak plaatsvinden door moeilijke processen. God laat deze beproevingen toe om ons te vormen naar het karakter van Zijn Zoon.
In essentie zegt de tekst: Gods liefde is geen afscherming, maar een krachtige aanwezigheid te midden van lijden. Het wil troost bieden, maar ook oproepen tot inzicht – dat transformatie vaak gepaard gaat met pijn.
Mijn Heer God, ik heb geen idee waar ik heen ga. Ik zie de weg niet voor me. Ik kan niet met zekerheid weten waar hij zal eindigen. Noch ken ik mijzelf echt… Maar ik geloof dat het verlangen om u te behagen u daadwerkelijk behaagt. En ik hoop dat ik dat verlangen in alles heb. Ik hoop dat ik het nooit verlies. En ik weet dat als ik dit verlangen heb, u mij op het juiste pad zult leiden ook al weet ik niets daarover. Daarom zal ik op u vertrouwen altijd, hoewel ik mij in het donker lijk te bevinden en de dood onder ogen zie. Ik zal er geen angst voor hebben, want u bent altijd bij mij, en u zult mij nooit in gevaar laten, om alleen achter te blijven.
++++++++++++
– Deze tekst van Thomas Merton draagt een diepe spirituele betekenis die raakt aan het hart van geloof en vertrouwen in het onbekende. Hier zijn een paar lagen van betekenis die eruit springen:
– Vertrouwen zonder zekerheid.
– Merton erkent dat hij niet weet waar hij heen gaat—een metafoor voor de spirituele zoektocht.
– Toch kiest hij ervoor om op God te vertrouwen, zelfs als de weg duister is. Dat is de kern van geloof: blijven lopen zonder dat je het pad helder ziet.
– Overgave van het ego
– Hij zegt: “Noch ken ik mijzelf echt…” Daarmee erkent hij zijn beperkingen en geeft hij zijn controle uit handen.Spiritueel gezien is dit een daad van nederigheid—het ego loslaten en ruimte maken voor leiding van iets dat groter is dan jezelf.
– Het verlangen om God te behagen-
Merton gelooft dat alleen al het verlangen om God te behagen, God behaagt.Dat betekent dat perfectie niet wordt vereist; oprechte intentie en een hart dat zoekt zijn al waardevol.
– Groei in duisternis“
– Hoewel ik mij in het donker lijk te bevinden…”—de duisternis symboliseert verwarring, lijden of onzekerheid.
– Toch zegt hij: zelfs daar, vertrouw ik. Dit is een krachtige boodschap van hoop: God is aanwezig in het niet-weten.
Deze tekst heeft troost geboden aan velen in periodes van twijfel, rouw of levensverandering. Het is alsof Merton ons herinnert: je hoeft het niet allemaal zeker te weten om op weg te zijn naar iets goeds.
“Wijze mannen bidden niet alleen op het moment van gebed, maar op alle tijden zijn zij ijverig in gebed. Want de strijd tegen het kwaad is onophoudelijk, de rook van zonde stijgt voortdurend op, en zoals water uit een bron, zo wellen gedachten op in de ziel.”
— St. Macarius de Grote
++++++++++++++
Deze tekst komt van St. Macarius de Grote, een invloedrijke woestijnmonnik uit de 4e eeuw die bekendstaat om zijn diepe spirituele inzichten en nederige levenswijze. Hij leefde als kluizenaar in de Egyptische woestijn en was een leerling van Antonius de Grote, de grondlegger van het christelijke monnikendom.
Achtergrond van de tekst:
De uitspraak weerspiegelt Macarius’ visie op het onophoudelijke gebed als een levenshouding, niet enkel als ritueel.
Hij geloofde dat de ziel voortdurend in strijd is met zondige gedachten en dat gebed een manier is om die strijd aan te gaan.
Zijn leer benadrukt dat ware spiritualiteit voortkomt uit innerlijke waakzaamheid, nederigheid en liefde voor God.
Deze en andere uitspraken van Macarius zijn bewaard gebleven in de Apophthegmata Patrum (Uitspraken van de Woestijnvaders), een verzameling van spirituele wijsheden die eeuwenlang monniken en gelovigen hebben geïnspireerd.
Want wat mij voornamelijk herstelde en verfriste, waren de troost van andere vrienden, met wie ik liefhad, wat ik in plaats van U liefhad; en dit was een groot fabel, en een langdurige leugen, door wiens overspelige prikkel onze ziel, die in onze oren lag te jeuken, werd bezoedeld. Maar die fabel wilde niet voor mij sterven, zo vaak als een van mijn vrienden stierf. Er waren andere dingen in hen die meer mijn gedachten bezighielden; om samen te praten en te schertsen, om beurten vriendelijke diensten te verrichten; om samen honingzoete boeken te lezen; om de dwaas te spelen of samen serieus te zijn; om soms zonder ontevredenheid van mening te verschillen, zoals een mens met zichzelf zou kunnen; en zelfs met de zeldzaamheid van deze meningsverschillen, om onze frequentere instemmingen te kruiden; soms om te onderwijzen en soms te leren; met ongeduld te verlangen naar de afwezigen; en de komst met vreugde te verwelkomen. Deze en soortgelijke uitingen, voortkomend uit de harten van hen die liefhadden en opnieuw bemind werden, door het gelaat, de tong, de ogen en duizend aangename gebaren, waren zoveel brandstof om onze zielen te laten smelten, en van velen is er maar één.
“We zijn afkomstig van God, en onvermijdelijk zullen de mythen die wij weven, hoewel ze fouten bevatten, ook een gesplinterd fragment van het ware licht weerspiegelen—de eeuwige waarheid die bij God is. Alleen door het creëren van mythen, door ‘subschepper’ te worden en verhalen uit te vinden, kan de mens streven naar de staat van perfectie die hij kende vóór de Val. Onze mythen mogen misleid zijn, maar ze sturen, zij het wankel, naar de ware haven, terwijl materialistische ‘vooruitgang’ slechts leidt tot een gapende afgrond en de IJzeren Kroon van de macht van het kwaad.”
J.R.R. Tolkien
+++++++++++
Het citaat in de afbeelding komt uit een essay van J.R.R. Tolkien waarin hij reflecteert op de rol van mythologie, fantasie en menselijke creativiteit. Hier zijn de kernpunten:
Mythes als spiegel van waarheid:
Tolkien stelt dat mythes, ondanks hun fouten, een fragment van goddelijke waarheid weerspiegelen. Ze zijn niet zomaar verzinsels, maar dragen iets essentieels in zich.
De mens als ‘subschepper’:
Mensen creëren verhalen en werelden als een manier om dichter bij de oorspronkelijke staat van perfectie te komen—zoals vóór de ‘Val’ (een christelijk concept van het verlies van onschuld).
Waarschuwing voor materialisme:
Hij bekritiseert het geloof in ‘materiële vooruitgang’, dat volgens hem kan leiden tot morele afgrond en een onmenselijke wereld waar kwaad regeert.
Scheppen als heilige daad:
Het maken van verhalen is voor Tolkien een spirituele bezigheid—een manier om het goddelijke te benaderen en de menselijke ziel uit te drukken.
Nog enkele belangrijke thema’s in thema’s in dit artikel :
Tolkien’s essay waaruit dit citaat komt—waarschijnlijk uit On Fairy-Stories—is een goudmijn van ideeën. Hier zijn nog enkele diepgaande thema’s die hij behandelt:
Het belang van escapisme:
Tolkien verdedigt het idee dat het ontsnappen naar fantasiewerelden geen zwakte is, maar een legitieme reactie op een harde realiteit. Hij stelt dat vluchten uit een gevangenis niet laf is, maar juist een teken van hoop en verbeelding.
De waarde van ‘secondary worlds’:
Hij introduceert het concept van een ‘secundaire wereld’—een volledig geloofwaardige fantasiewereld gecreëerd door een auteur. Als lezers daar tijdelijk in geloven, ontstaat ‘verzonnen geloof’ (secondary belief)—een essentieel element van goede fantasie.
Verwondering en herstel:
Tolkien vindt dat fantasie ons helpt de wereld opnieuw te zien met frisse ogen. Door afstand te nemen van het gewone, kunnen we het wonderlijke in het alledaagse herontdekken—een proces dat hij ‘herstel’ noemt.
De rol van taal in verbeelding:
Hij benadrukt hoe taal een sleutelrol speelt in het bouwen van fantasiewerelden. De juiste woorden roepen beelden op, creëren sfeer en geven leven aan het fantastische.
De open deur naar geloof:
Tolkien gelooft dat fantasie ruimte biedt voor geloof en transcendentie. Het opent het hart voor mysterieuze en spirituele werkelijkheden, zonder dogmatisch te zijn.
+++++++
WIE WAS J.R.R.Tolkin : WIE WAS HIJ ?
Wie was hij?
Volledige naam: John Ronald Reuel Tolkien
Geboren in 1892 in Bloemfontein, Zuid-Afrika; overleden in 1973 in Engeland
Hoogleraar Oud-Engels aan de Universiteit van Oxford
Lid van de literaire groep The Inklings, samen met o.a. C.S. Lewis
📚 Wat maakte hem bijzonder?
Hij creëerde Midden-aarde, een fantasiewereld met een eigen geschiedenis, talen, volkeren en mythologie
Hij ontwikkelde complete talen zoals Quenya en Sindarin, geïnspireerd door Fins en Welsh
Zijn werk is doordrenkt van christelijke symboliek, morele strijd en het idee van de mens als ‘subschepper’—een term die hij gebruikte om de menselijke drang tot verhalen vertellen te beschrijven
“Want wanneer hij in een ander boek, Ecclesiasticus genaamd, zegt: ‘Er is niets goeds voor de mens dan dat hij eet en drinkt’ [Prediker 2:24], wat kan hij dan geloofwaardiger bedoeld hebben dan dat wat behoort tot het deelnemen aan deze tafel, die de middelaar van het Nieuwe Verbond zelf, de priester naar de orde van Melchisedek, aanreikt met zijn eigen lichaam en bloed? Want dat offer heeft alle offers van het Oude Testament vervangen, die werden geslacht als een voorafschaduwing van wat zou komen… In plaats van al die offers en offergaven, wordt nu zijn eigen lichaam aangeboden en uitgedeeld aan hen die eraan deelnemen.”
Augustinus – De stad van God
++++++++
De Stad van God (De Civitate Dei) van Augustinus is een monumentaal werk dat bol staat van diepgaande theologische en filosofische inzichten. Hier zijn de kernideeën die het boek dragen:
Twee steden: het centrale conflict:
Civitas Dei (Stad van God): Gebaseerd op liefde voor God, nederigheid en eeuwige waarden.
Civitas Terrena (Aardse stad): Gebaseerd op eigenliefde, trots en vergankelijke macht.
Deze tegenstelling symboliseert de strijd tussen goed en kwaad, geestelijke en wereldse belangen.
Goddelijke voorzienigheid vs. vrije wil: Augustinus stelt dat God alles voorziet, maar dat mensen toch vrije keuzes maken. Deze spanning tussen voorbestemming en verantwoordelijkheid is cruciaal voor zijn visie op zonde en verlossing.
Kritiek op het heidendom en Romeinse cultuur: Hij weerlegt het idee dat het christendom de oorzaak was van de val van Rome. In plaats daarvan bekritiseert hij de morele leegte van de Romeinse samenleving3.
Tijdelijkheid van aardse macht: Wereldlijke rijken zijn vergankelijk; ware vervulling ligt in het spirituele leven.
Macht en rijkdom zijn slechts tijdelijk en leiden niet tot echte vrede.
Liefde als fundament: Liefde voor God en medemens vormt de basis van een rechtvaardige samenleving.
Augustinus benadrukt agape, de onbaatzuchtige liefde, als sleutel tot harmonie.
De rol van het christendom in de samenleving: Hij verdedigt het christendom als bron van ethiek, gerechtigheid en sociale orde. Het geloof is volgens hem essentieel voor een stabiele en rechtvaardige samenleving.
Historische en filosofische impact: Het werk beïnvloedde denkers als Thomas van Aquino, Dante en hervormers als Luther. Het diende als basis voor de tweerijkenleer, die kerk en staat onderscheidt.
“De liturgie is waar de Schrift tot leven komt – waar de geschreven tekst een levend Woord wordt. Alle beloften van het Oude Testament en het Nieuwe wijzen naar de liturgie van de Kerk, die een aardse deelname is aan de eeuwige liturgie in de hemel.”
— Scott Hahn
+++++++
Dit citaat van Scott Hahn zit vol symboliek en spirituele diepgang. Laten we het in stukjes ontleden:
“De liturgie is waar de Schrift tot leven komt”
Liturgie verwijst naar de eredienst van de Kerk—denk aan de mis, gebeden, rituelen.
Hahn zegt dat wat in de Bijbel geschreven staat niet enkel geschiedenis of leer is: het krijgt een levende vorm in de praktijk van de liturgie. Je hoort de woorden, je zingt ze, je ziet symbolen en handelingen die de Schrift tastbaar maken.
“Waar de geschreven tekst een levend Woord wordt”
Dit verwijst naar het idee dat Christus het “Woord van God” is, zoals beschreven in Johannes 1:1. Tijdens de liturgie komt dat Woord niet alleen ter sprake, maar wordt het beleefd.
Het gaat dus verder dan lezen—het wordt een ontmoeting met God.
“Alle beloften van het Oude en Nieuwe Testament wijzen naar de liturgie van de Kerk”
Hahn benadrukt dat de liturgie het hoogtepunt is van alle profetieën, beloften en verhalen uit de Bijbel.
Denk aan het Lam van God, het offer, de verlossing—allemaal elementen die concreet vorm krijgen in de eucharistie.
“…een aardse deelname aan de eeuwige liturgie in de hemel”
Hier komt een mystiek beeld naar voren: elke mis is volgens Hahn een deelname aan iets hemels.
De liturgie is dus niet enkel tijd- of plaatsgebonden, maar een verbinding tussen hemel en aarde.
————-
—Kort gezegd: Hahn ziet de liturgie als een goddelijke brug. Het is waar eeuwenoude teksten werkelijkheid worden, waar mensen iets hemels kunnen ervaren in het hier en nu.
“Het voorrecht van onze Kerk is zodanig dat zij nooit sterker is dan wanneer zij wordt aangevallen, nooit beter bekend dan wanneer zij wordt beschuldigd, noch machtiger dan wanneer zij verlaten lijkt.”
— Sint Hilarius, Verhandeling over de Drie-eenheid.
++++++++++++
Betekenis van dit citaat in eenvoudige woorden:
– Sterker wanneer aangevallen: Wanneer de Kerk wordt geconfronteerd met kritiek of vervolging, scherpt dat haar overtuigingen aan en versterkt het de toewijding van haar leden.
– Beter bekend wanneer beschuldigd: Aantijgingen dwingen de Kerk om zichzelf te verklaren en te verdedigen, waardoor haar leer duidelijker en bekender wordt.
– Machtiger wanneer verlaten: Zelfs wanneer de Kerk lijkt te wankelen of in de steek gelaten is, blijft haar spirituele kracht overeind—juist dan toont zij haar eeuwige fundament.
– Historische context:
Sint Hilarius leefde in een periode waarin christelijke geloofswaarheden fel werden betwist, vooral tijdens de strijd tegen het Arianisme. Hij kende persoonlijk wat het betekende om geëxcommuniceerd en verbannen te worden. Zijn woorden weerspiegelen dus niet alleen theologie, maar ook de ervaring van veerkracht in tijden van beproeving.
Deze boodschap kan ook persoonlijk worden opgevat: soms ontdek je je eigen kracht en overtuiging juist in de momenten van twijfel, conflict of stilte.
Dit citaat van Sint Hilarius biedt een diepe bron van spirituele wijsheid, vooral wanneer we het bekijken door de lens van geloof, karakter en veerkracht.
1. Lijden als bron van kracht:
Wanneer de Kerk – of de gelovige – wordt aangevallen, ontstaat er een kans om het geloof te verdiepen en te versterken. Het is juist in moeilijkheden dat innerlijke kracht wordt geopenbaard. Zoals goud dat wordt gezuiverd in vuur.
2. Beschuldiging leidt tot zelfonderzoek:
Aanklachten of kritiek dwingen tot reflectie en herbezinning. In spiritueel opzicht kunnen beschuldigingen uitnodigen om het geloof bewust te herbevestigen en zuiverder te leven. Transparantie groeit uit toetsing.
3 Gods aanwezigheid in verlatenheid
Als alles verloren lijkt, en de Kerk (of een mens) ‘verlaten’ lijkt, komt een dieper spiritueel besef naar voren: dat Gods kracht onafhankelijk is van uiterlijke glorie. De ware kracht komt juist in de stilte, in het vertrouwen dat blijft als alles wankelt.
4. Trouw in beproeving
De les is niet dat beproeving goed is om zichzelf, maar dat trouw, geloof en hoop juist in zulke momenten een diepe betekenis krijgen. Spirituele groei vindt vaak plaats in de woestijn, niet in het comfort.
5 Individuele toepassing
Ook jij als persoon kunt hieruit leren dat je niet afhankelijk bent van perfectie of publieke erkenning om krachtig, waardevol of verbonden te zijn met iets groters. Juist in jouw kwetsbaarheid kan je diepste overtuiging tot bloei komen.
Sint Hilarius herinnert ons eraan dat waarheid zich niet laat verzwakken door tegenstand—integendeel, ze wordt zichtbaar dankzij de storm. Kracht, zichtbaarheid en invloed komen voort uit trouw, niet uit overwinningen.
De Ander in een gesprek benaderen is zijn expressie verwelkomen, waarbij hij op elk moment het idee overstroomt dat een gedachte hem zou kunnen ontnemen. Het is dus van de Ander ontvangen voorbij het vermogen van het ik, wat precies betekent: het idee van oneindigheid hebben. Maar dit betekent ook: onderwezen worden. De relatie met de Ander, of het gesprek, is een niet-allergische relatie, een ethische relatie; maar voor zover het verwelkomd wordt, is dit gesprek een onderricht. Onderricht is niet te reduceren tot maieutiek; het komt van buitenaf en brengt me meer dan ik kan bevatten. In zijn geweldloze transitiviteit wordt de epifanie van het gezicht zelf teweeggebracht.
Emmanuel Levinas Filosoof.
Totaliteit en oneindigheid: een essay over exterioriteit
++++++++++
Emmanuel Levinas’ filosofie draait om een radicale heroriëntatie van het denken: weg van het ego en de totaliserende systemen, en naar een ethiek die begint bij de ontmoeting met de Ander. Hier zijn zijn kernconcepten helder uiteengezet:
Belangrijkste concepten in Levinas’ denken:
1.De Ander (met hoofdletter A)
De Ander is geen object van kennis, maar een subject dat zich aan mij presenteert in zijn kwetsbaarheid. De Ander doet een ethisch appèl op mij: ik ben verantwoordelijk voor hem, nog vóór ik hem begrijp of ken.
2.Het Gelaat van de Ander: Het gezicht is geen neutrale verschijning, maar een openbaring van de Ander als oneindig en ongrijpbaar. Het confronteert mij met zijn menselijkheid en roept mij op tot verantwoordelijkheid.
3.Oneindige verantwoordelijkheid: Mijn verantwoordelijkheid voor de Ander is onvoorwaardelijk en oneindig.Deze verantwoordelijkheid overstijgt elke wederkerigheid of contractuele relatie4.
4.Ethiek als eerste filosofie:
Ethiek gaat vooraf aan kennis, metafysica of ontologie. Levinas stelt dat de fundamentele relatie tussen mensen ethisch van aard is, niet theoretisch.
5.Kritiek op egologie en ontologie: Egologie: het denken dat het ego centraal stelt. Ontologie: het denken dat alles reduceert tot het Zijn. Levinas verzet zich tegen beide omdat ze de Ander reduceren tot iets beheersbaars.
6. Alteriteit betekent het onophefbaar anders-zijn van de Ander. De Ander kan nooit volledig worden geïntegreerd in mijn wereldbeeld of systeem5.
7.Onderwijs en onderricht: Levinas ziet onderwijs als een ethische ontmoeting, niet als overdracht van kennis. Het ware onderricht komt van buitenaf en brengt meer dan ik kan bevatten.
Inspiratie en invloed:
Levinas’ werk heeft diepe invloed gehad op ethiek, pedagogiek, zorg, en politieke filosofie. Zijn ideeën worden vaak toegepast in contexten waar menselijke kwetsbaarheid en verantwoordelijkheid centraal staan.
—————
Voortzetting van de reis met Levinas
Telkens als ik dieper in de filosofie van Emmanuel Levinas duik, vind ik dat elke herlezing mijn begrip verrijkt en nieuwe lagen van betekenis toevoegt aan zijn concepten. Hoewel sommige aspecten van Levinas’s filosofie misschien repetitief lijken in mijn schrijven, is elke discussie een stap verder op een diepgaande reis van ethische ontdekking. Deze blogpost maakt deel uit van die voortdurende verkenning, waar ik streef naar een combinatie van bekende fundamenten met nieuwe inzichten die ik heb opgedaan uit mijn ervaringen en verdere studie.
Voor mij introduceert Emmanuel Levinas een radicaal perspectief op interpersoonlijke relaties en communicatie. Zijn filosofie draait om het concept van de ‘Ander’—niet slechts als iemand om mee te interacteren, maar als de essentiële basis van onze ethische verplichtingen. Levinas suggereert dat ware ethiek begint bij de ontmoeting met de Ander, niet als een object in onze wereld, maar als een oneindige bron van verantwoordelijkheid en zorg.
Levinas benadrukt het onderscheid tussen “The Saying” en “The Said”. Voor mij gaat ‘The Said’ over hoe we communiceren—de openheid en bereidheid om de Ander oprecht te horen, voorbij de inhoud van de communicatie. “The Saying” verwijst naar de inhoud zelf. Hij stelt dat ware communicatie ligt in het Zeggen, wat inhoudt dat er een aanwezigheid is die de Ander oprecht erkent.
In zijn baanbrekende werk “Otherwise than Being“, verdiept Levinas zich in de complexe relatie tussen taal, ethiek en begrip. Zijn analyses van “The Said” en “The Saying” bieden een diepgaand verslag van hoe onze ethische relatie met de singuliere ander de basis vormt van alle betekenis, terwijl het tegelijkertijd deel uitmaakt van een universeel systeem van betekenissen.
De interactie van taal en ethiek
Levinas daagt ons uit om na te denken over hoe taal functioneert, niet alleen als een communicatiemiddel maar als een middel voor ethische betrokkenheid. Hij reageert op het Heideggeriaanse idee dat taal ons spreekt, door te suggereren dat dit enige waarheid bevat, maar dat het de essentiële ethische dimensies van taal over het hoofd ziet. Voor Levinas is de ethische relatie met de ander fundamenteler dan ontologische vragen over de aard van het Zijn. Hij beweert dat betekenisvolle communicatie universaliteit veronderstelt—een systeem van onderling verbonden tekens en een positieve taal.
Een van de kernbetekenissen van “le dit” (het gezegde) in Levinas’ filosofie is het concept van een “positieve taal”. Dit verwijst naar de gestructureerde, identificeerbare taal die we gebruiken in alledaagse communicatie—het gezegde in een systeem. Het is een noodzakelijk maar niet het enige aspect van taal zoals ervaringsgewijs gesproken. Dit kader stelt ons in staat om “het gezegde” te begrijpen als zowel de inhoud van onze communicaties (de specifieke dingen die we identificeren en uitdrukken) als het bredere linguïstische systeem waarbinnen onze uitingen betekenis vinden.
Daarentegen vertegenwoordigt “het zeggen” de daad van uitdrukking zelf, met name in zijn ethische dimensie. Het gaat niet alleen om het overbrengen van informatie, maar om het maken van een ethische oproep aan de ander. Dit omvat het erkennen van de uniciteit van de ander en het reageren op hen binnen de context van onze gedeelde menselijkheid en linguïstische kaders. Door “het zeggen” te benadrukken, laat Levinas zien hoe elke linguïstische interactie doordrenkt is van ethische betekenis, waardoor gewone gesprekken worden getransformeerd in momenten van diepgaande relationele betekenis.
Luisteren, volgens Levinas, is een actieve, ethische daad die vereist dat we onszelf openstellen voor de Ander, onze ego’s en vooroordelen overstijgen. Het betreft luisteren om te begrijpen en erkennen, niet slechts om te antwoorden of te beoordelen, en belichaamt een fundamentele menselijke respons die ethisch leven faciliteert.
Mijn reis om ethisch luisteren te begrijpen en te beoefenen is diepgaand gevormd door de gedachten van Levinas. In mijn professionele praktijk hebben deze principes getransformeerd hoe ik met Anderen omga. Door te focussen op zo goed mogelijk begrijpen in plaats van oplossen, kweek ik diepere relaties en maak ik een echte uitwisseling van ideeën mogelijk.
De Ander in een gesprek benaderen is zijn expressie verwelkomen, waarbij hij op elk moment het idee overstroomt dat een gedachte hem zou kunnen ontnemen. Het is dus van de Ander ontvangen voorbij het vermogen van het ik, wat precies betekent: het idee van oneindigheid hebben. Maar dit betekent ook: onderwezen worden. De relatie met de Ander, of het gesprek, is een niet-allergische relatie, een ethische relatie; maar omdat het verwelkomd wordt, is dit gesprek een les… het komt van buitenaf en brengt me meer dan ik kan bevatten.
Deze quote van Levinas vat de diepgaande ethische betrokkenheid samen die betrokken is bij het echt luisteren naar een ander persoon. Het benadrukt hoe elk gesprek een kans is om te leren en onderwezen te worden, waarbij de oneindige waarde en potentieel van de Ander wordt erkend.
Goddelijke Liefde, het hart der harten, is overvloedig aanwezig in elke korrel van het bestaan – van de glans van het atoom tot aan het uitgestrekte sterrenstelsel, van de diepste pijn tot de helderste vreugde. Een onophoudelijke liefde doet het leven ontvlammen – een koninklijke belofte verzegeld met de kus van vrede.
— Hildegard von Bingen
+++++++++++
“Goddelijke liefde is overal — in elk klein stukje van het universum. Van het kleinste atoom tot de grootste sterren, van verdriet tot geluk. Deze liefde geeft alles leven en kracht. Ze is als een heilige belofte die rust en vrede brengt.” (eenvoudiger vertaling)
Deze tekst van Hildegard von Bingen is doordrenkt met mystiek en een diepe spirituele dimensie. Hier zijn een paar lagen van betekenis die erin verweven zitten:
Universele aanwezigheid van liefde:
“Goddelijke Liefde … in elke korrel van het bestaan” verwijst naar het idee dat liefde de onderliggende kracht is in alles — van het kleinste deeltje tot de grootste sterrenstelsels.Het benadrukt hoe liefde niet beperkt is tot menselijke relaties, maar een kosmisch beginsel is dat het hele bestaan bezielt.
Pijn én vreugde zijn deel van het geheel:
De tekst noemt “de diepste pijn tot de helderste vreugde” als uitdrukkingen van dezelfde bron.
Hiermee zegt ze dat alle ervaringen — ook de moeilijke — doordrenkt zijn met betekenis en verbonden zijn met een grotere orde.
“Koninklijke belofte” en “kus van vrede”:
Dit klinkt als een heilige toezegging: dat liefde uiteindelijk leidt tot vrede.De “koninklijke belofte” suggereert iets edels, verhevens, als een verbond tussen het goddelijke en het aardse.
Mystieke visie van Hildegard:
Hildegard van Bingen was een 12e-eeuwse abdis, mystica en visionaire. Ze zag het universum als een levend geheel waarin het goddelijke voortdurend aanwezig is.
Haar teksten combineren theologie, poëzie en kosmologie, en dit citaat is een prachtig voorbeeld van haar filosofie.
St. Augustinus van Hippo (354–430 n.Chr.) Over het bepalen van de Bijbelse canon
“Nu, wat betreft de canonieke geschriften, moet men het oordeel volgen van het grootste aantal katholieke kerken; en onder deze moet vanzelfsprekend bijzondere waarde worden gehecht aan zulke kerken die als waardig zijn beschouwd om de zetel van een apostel te zijn of die apostolische brieven hebben ontvangen.”
— Over de christelijke leer, Boek II, hoofdstuk 8, paragraaf 12 (geschreven in 397 n.Chr.)
++++++++++++
Deze tekst van St. Augustinus gaat over hoe hij vond dat men moest bepalen welke boeken in de canon van de Bijbel thuishoren — met andere woorden: welke geschriften als gezaghebbend en heilig beschouwd moeten worden.
Wat bedoelt hij precies?
Augustinus zegt dat we moeten kijken naar de consensus van katholieke kerken, vooral de kerken die een apostolische oorsprong hebben.
Een kerk die “de zetel van een apostel” is, betekent dat ze rechtstreeks is gesticht door een apostel, zoals Rome (van Petrus en Paulus).
Daarnaast noemt hij kerken die apostolische brieven hebben ontvangen, wat betekent dat ze tijdens het vroege christendom erkend werden door de apostelen zelf.
Waarom is dat belangrijk?
In de vierde eeuw waren er nog veel discussies over welke boeken wel of niet in de Bijbel thuishoorden. Niet elke christelijke gemeenschap gebruikte dezelfde geschriften.
Door zich te richten op de autoriteit van gevestigde kerken met een apostolische band, probeerde Augustinus een betrouwbare en universeel geaccepteerde manier te formuleren om die canon te bepalen.
Kort samengevat: Augustinus pleit voor het volgen van kerken met apostolisch gezag als het gaat om het erkennen van canonieke Bijbelboeken. Hij vertrouwde op traditie en gemeenschap, niet op individuele interpretatie.
Een broeder kwam naar Abba Macarius de Egyptenaar en zei tegen hem: “Abba, geef me een woord, zodat ik gered kan worden.” Dus zei de oude man: “Ga naar het kerkhof en beledig de doden.” De broeder ging daarheen, beledigde hen en gooide stenen naar hen; toen keerde hij terug en vertelde de oude man erover. Deze zei tegen hem: “Hebben ze niets tegen je gezegd?” Hij antwoordde: “Nee.” De oude man zei: “Ga morgen terug en prijs hen.” Dus ging de broeder weg en prees hen, noemde hen ‘Apostelen, heiligen en rechtvaardige mannen.’ Hij keerde terug naar de oude man en zei tegen hem: “Ik heb hen gecomplimenteerd.” En de oude man zei tegen hem: “Je weet hoe je hen beledigde en ze niet antwoordden, en hoe je hen prees en ze niet spraken; dus ook jij, als je gered wilt worden, moet hetzelfde doen en een dode man worden. Zoals de doden, neem geen rekening met de minachting van mensen of hun lof, en je kunt gered worden.”
— Spreuken van de Woestijnvaders
++++++++++++
Een prachtige en diepzinnige les over nederigheid en innerlijke rust, geïnspireerd door de wijsheid van de vroege monastieke traditie.
Wat hebben de christenen dan geleden in die rampzalige periode, dat niet iedereen ten goede zou komen die de volgende omstandigheden naar behoren en getrouw zou overwegen? Allereerst moeten ze nederig diezelfde zonden overwegen die God ertoe hebben aangezet de wereld te vullen met zulke vreselijke rampen; want hoewel ze ver verwijderd zijn van de excessen van slechte, immorele en goddeloze mensen, oordelen ze zichzelf toch niet zo volkomen verwijderd van alle fouten dat ze te goed zijn om zelfs voor deze tijdelijke kwalen te lijden. Want ieder mens, hoe prijzenswaardig hij ook leeft, geeft toch op sommige punten toe aan de lust van het vlees. Hoewel hij niet vervalt in grove enormiteit van slechtheid, en verlaten slechtheid, en afschuwelijke godslastering, glijdt hij toch af in sommige zonden, hetzij zelden of des te vaker naarmate de zonden minder belangrijk lijken. Maar om dit nog maar niet te noemen, waar kunnen we gemakkelijk een man vinden die een juiste en rechtvaardige inschatting heeft van die personen, vanwege wier weerzinwekkende trots, weelde en hebzucht, en vervloekte ongerechtigheden en goddeloosheid God nu de aarde slaat zoals Zijn voorspellingen dreigden? Waar is de man die met hen leeft op de manier waarop het ons past om met hen te leven? Want vaak verblinden we onszelf op goddeloze wijze voor de gelegenheden om hen te onderwijzen en te vermanen, soms zelfs om hen te berispen en te berispen, hetzij omdat we terugdeinzen voor de arbeid of ons schamen om hen te beledigen, of omdat we bang zijn om goede vriendschappen te verliezen, uit angst dat dit in de weg zou staan van onze vooruitgang, of ons zou schaden in een wereldse aangelegenheid, die ofwel onze hebzuchtige geaardheid wenst te verkrijgen, of onze zwakheid schrikt ervoor terug om te verliezen. Zodat, hoewel het gedrag van slechte mensen onaangenaam is voor de goede, en daarom vallen ze niet met hen in die verdoemenis die zulke mensen in het hiernamaals wacht, toch, omdat ze hun verdoemelijke zonden sparen door vrees, daarom, zelfs al zijn hun eigen zonden gering en vergeeflijk, ze terecht gegeseld worden met de goddelozen in deze wereld, hoewel ze in de eeuwigheid geheel aan straf ontkomen. Terecht, wanneer God hen treft in gemeen met de goddelozen, vinden ze dit leven bitter, door liefde voor wiens zoetheid ze weigerden bitter te zijn voor deze zondaars.
HEILIGE AUGUSTINUS
De stad van God
++++++++++++
[Een indrukwekkende passage uit ‘De civitate Dei – De stad van God) van Augustinus. Hij raakt hier aan een kernpunt van zijn theologie: dat zelfs de rechtvaardigen niet gevrijwaard zijn van lijden in deze wereld, juist omdat ze deel uitmaken van een samenleving waarin zonde heerst.
Kernideeën uit deze passage:
Collectieve verantwoordelijkheid: Ook goede mensen lijden onder rampen, omdat ze leven te midden van zondaars en soms nalaten hen te vermanen.
Morele introspectie: Augustinus roept christenen op tot nederigheid en zelfonderzoek, want niemand is volledig vrij van zonde.
Goddelijke rechtvaardigheid: Rampen zijn niet willekeurig, maar kunnen gezien worden als tuchtigingen die zowel de goddelozen als de rechtvaardigen treffen—de laatsten als waarschuwing en zuivering.
De bitterheid van het leven: Wie uit liefde voor wereldse zoetheid zwijgt tegenover zondaars, ervaart de bitterheid van het leven als een terecht gevolg.
De stad van God is Augustinus’ antwoord op de beschuldiging dat het christendom verantwoordelijk was voor de val van Rome. Hij stelt daar tegenover dat de aardse stad (vol zonde en vergankelijkheid) altijd in conflict staat met de hemelse stad, die eeuwig en rechtvaardig is.]
“Omarm de God van liefde en omarm God uit liefde. Het is de liefde die ons met een heilige band verbindt met alle goede engelen en alle dienaren van God. Hoe meer we immuun zijn tegen de opzwelling van trots, hoe voller we zullen zijn van liefde. En degene die vol is van liefde, waarmee is die gevuld als het niet van God is?”
St Augustinus (5e eeuw) Verhandeling over de Heilige Drie-eenheid
+++++++++++
[Deze tekst van Sint Augustinus zit vol met rijke, spirituele betekenis.
Centrale gedachte: Augustinus moedigt aan om God niet uit angst of plichtsbesef te aanbidden, maar uit liefde. Liefde is volgens hem het fundament van onze relatie met God en met andere spirituele wezens zoals engelen.
Heilige verbondenheid: Hij zegt dat liefde een “heilige band” vormt — een soort spirituele verbinding die ons verenigt met anderen die ook Gods dienaren zijn. Liefde overstijgt aardse scheidingen en creëert gemeenschap.
Nederigheid als voorwaarde: Trots (of hoogmoed) staat liefde in de weg. Hoe minder iemand vervuld is van eigenwaan, hoe meer ruimte er is voor liefde. Nederigheid opent het hart.
Vol zijn van liefde is vol zijn van God: Augustinus stelt: als je vol bent van ware liefde, dan ben je eigenlijk gevuld met God zelf. God is immers liefde. Dit is een mystiek inzicht — dat liefde niet alleen een gevoel is, maar de tegenwoordigheid van het goddelijke in ons.
Historisch perspectief: Deze tekst komt uit zijn werk over de Heilige Drie-eenheid, waarin hij probeert te begrijpen hoe Vader, Zoon en Heilige Geest één kunnen zijn in God, en hoe liefde een sleutelrol speelt in dat mysterie.]
“God geeft de wind, de mens moet het zeil hijsen.”
Augustinus
+++++++
[Het is een citaat dat wordt toegeschreven aan Augustinus van Hippo. In het Nederlands betekent het dat goddelijke inspiratie of kansen wel aangeboden worden, maar dat de mens zelf verantwoordelijkheid moet nemen om ze te benutten.]
“Jaloersheid kent geen grenzen; het is een kwaad dat voortdurend voortduurt en een zonde zonder einde. De leugens van jaloezie branden heter in verhouding tot het toenemende succes van de persoon die wordt benijd.”
~ St. Cyprianus van Carthago
++++++++++++++++++
[Het citaat van St. Cyprianus van Carthago gaat diep in op de destructieve aard van jaloezie. Hier is een uitleg in heldere bewoordingen:
Kern van het citaat:
St. Cyprianus beschrijft jaloersheid als een kwaad zonder grenzen—een kracht die blijft voortduren en geen einde kent. Het is een zonde die nooit tot rust komt, en die zich versterkt wanneer degene die wordt benijd meer succes boekt.
De impact van jaloersheid:
Jaloersheid vervormt de waarheid: de “leugens van jaloezie” verwijzen naar het verdraaien of ontkennen van andermans verdiensten.
Ze wordt intenser met het succes van anderen: hoe beter het gaat met iemand, hoe meer jaloezie zich opbouwt bij degene die jaloers is.
Jaloersheid is een innerlijk vuur: ze ‘brandt heter’, wat duidt op de emotionele intensiteit en het destructieve karakter ervan.
Spirituele ondertoon:
Cyprianus ziet jaloersheid als een morele en geestelijke zwakte—een zonde die men moet bestrijden, niet alleen om anderen geen kwaad te doen, maar ook om zichzelf innerlijke rust en zuiverheid te schenken.
Wie was Cyprianus van Carthago ?
Bekering en vroege carrière:
Geboren rond het jaar 200 in een rijke, heidense familie in Carthago (nu Tunis).
Was een gerespecteerd retoricus voordat hij zich bekeerde tot het christendom in 246, geïnspireerd door de prediking van priester Caecilianus.
Kort na zijn bekering werd hij priester gewijd, en in 249 benoemd tot bisschop van Carthago, waarmee hij primaat werd van Latijns Noord-Afrika2.
Christenvervolging en ballingschap:
Tijdens de vervolging onder keizer Decius dook hij onder om zijn leven te redden, wat leidde tot kritiek van sommige gelovigen2.
Keerde in 251 terug en trad streng op tegen afvallige christenen (de zogeheten lapsi), wat leidde tot een schisma met tegenbisschop Felicissimus2.
Pest en zorg voor de armen:
Tijdens de pestuitbraak in 252 organiseerde hij hulp voor zieken en begrafenissen, en toonde grote leiderschap in de zorg voor de gemeenschap.
Theologische conflicten:
Voerde een fel debat over de ketterdoop: hij vond dat alleen een orthodoxe christen geldig kon dopen, wat hem in conflict bracht met paus Stephanus I2.
Zijn standpunt leidde tot verdeeldheid binnen de Kerk, maar hij bleef gesteund door veel Noord-Afrikaanse en oosterse bisschoppen.
Martelaarschap:
In 257 begon een nieuwe vervolging onder keizer Valerianus. Cyprianus weigerde offers te brengen aan de Romeinse goden.
Op 14 september 258 werd hij terechtgesteld door onthoofding, waarmee hij als martelaar stierf.
Zijn nalatenschap leeft voort in zijn geschriften en in de manier waarop hij de vroege Kerk hielp structureren en verdedigen.]
“Dorst naar Jezus, opdat Hij je dronken maakt van Zijn liefde. Sluit je ogen voor de genoegens van dit leven, opdat God je waardig acht om Zijn vrede in je hart te laten heersen. Onthoud je van wat je ogen aanschouwen, opdat je waardig wordt geacht voor geestelijke vreugde.”
Isaak de Syriër
++++++++++++
[Deze woorden zijn afkomstig uit Homilie 3 van St. Isaac de Syriër. Het is een krachtige oproep tot ascetisch leven en spirituele toewijding—om je hart vrij te maken van wereldse verlangens, zodat het vervuld kan worden met goddelijke liefde en innerlijke vrede.
Historische context van Homilie 3 van St. Isaac de Syriër
St. Isaac de Syriër (ook bekend als Isaac van Nineve) leefde in de 7e eeuw en was een Oost-Syrische monnik afkomstig uit het gebied van Bet Qatraye—het huidige Qatar. Zijn spirituele geschriften, waaronder de Ascetische Homilieën, zijn diep geworteld in de context van het vroege christelijke monastieke leven in Mesopotamië.
Biografische achtergrond:
Geboren in de eerste helft van de 7e eeuw.
Werd kortstondig bisschop van Nineve (tussen 676–680), maar trok zich na enkele maanden terug om als kluizenaar te leven.
Zijn ascetische leer ontstond in een tijd van grote theologische verdeeldheid, waarin zijn kerk (de Assyrische Kerk van het Oosten) vaak als “Nestoriaans” werd bestempeld en als ketters werd beschouwd door andere christelijke stromingen.
Spirituele en culturele context:
Isaac schreef zijn homilieën voor monniken en kluizenaars in het bergachtige gebied van het huidige Zuidwest-Iran.
Zijn teksten weerspiegelen een diepgaande ervaring van innerlijke strijd, ascese, en het zoeken naar goddelijke liefde en vrede.
Homilie 3, waarin hij spreekt over het “dronken worden van Gods liefde” en het afzien van wereldse genoegens, past in deze context van radicale toewijding en innerlijke zuivering.
Invloed en verspreiding:
Zijn geschriften werden vertaald in bijna alle christelijke talen: Grieks, Arabisch, Slavisch, Latijn, en zelfs Japans.
Ondanks zijn “verdachte” kerkelijke afkomst werd hij universeel erkend als heilige—zelfs door kerken die zijn traditie oorspronkelijk verwierpen.
Zijn werk werd gelezen door figuren als Dostojevski, Athos-monniken, en zelfs missionarissen in de Nieuwe Wereld]