Chrysologos Petros : De oefeningen van de Veertigdagentijd : aalmoes, gebed, vasten

H. Petrus Chrysologus (ca 406-450) bisschop van Ravenna, Kerkleraar 
Sermon 8 ; CCL 24, 59 ; PL 52, 208 
De oefeningen van de Veertigdagentijd: de aalmoes, het gebed en de vasten
    
 Chrysologus Petros.jpg
Chrysologos Petros

Mijn zusters en broeders, we beginnen vandaag aan de grote reis van de Veertigdagentijd. Laten we dus in onze boot alle benodigde voedsel en drank meenemen en laten we het reservoir vol doen met overvloedige barmhartigheid, waarvan we nodig hebben. Want ons vasten heeft honger, ons vasten heeft dorst, als hij zich niet met goedheid voedt, als hij zijn dorst niet lest met barmhartigheid. Ons vasten heeft het koud, ons vasten begeeft het als de vacht van de aalmoes hem niet bedekt, als het kleed van de compassie hem niet omhult.

      Zusters en broeders, wat het voorjaar voor de aarde is, is de barmhartigheid voor de vasten: de zachte voorjaarswind laat alle knoppen van de vlaktes tot bloei komen; de barmhartigheid van de vasten laat al onze zaadjes groeien tot aan de bloei, laat hen vrucht dragen tot de hemelse oogst. Wat de olie voor de lamp is, dat is de goedheid voor het vasten. Zoals het vet van de olie het licht van de lamp laat branden en, met weinig voeding haar laat lichten tot bemoediging in onze nacht, zo laat de goedheid de vasten stralen: Hij straalt totdat hij het volle schitteren van de onthouding bereikt. Wat de zon is voor de dag, is de aalmoes voor de vasten: de schittering van de zon laat het licht van de dag  toenemen, en verwijdert de duisternis van de wolken; de aalmoes vergezelt de vasten en heiligt hem  en de genade van het licht van de goedheid jaagt al wat dodelijk zou kunnen zijn, uit al onze verlangens. Kortom, zoals het lichaam er voor de ziel is, zo is de vrijgevigheid de plaats voor de vasten; wanneer de ziel uit het lichaam weggaat, dan brengt ze de dood; als de vrijgevigheid zich van de vasten verwijdert, dan is dat zijn dood.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Vastenboodschap van Patriarch Bartholomeus

 Pateriarchale boodschap naar aanleiding van de Grote en Heilige Vasten 2011

 

200px-Bartolomew_I.jpg

 

 

+ B A R T H O L O M E O S

DOOR DE GENADE GODS AARTSBISSCHOP VAN KONSTANTINOPEL, HET NIEUWE ROME, EN OECUMENISCH PATRIARCH
AAN ALLE GELOVIGEN VAN DE KERK,
GENADE EN VREDE ZIJ U VAN ONZE REDDER EN HEER JEZUS CHRISTUS,
EN VAN ONS ZEGEN EN VERGEVING

Broeders en geliefde kinderen in de Heer,

“De renbaan van de deugd is geopend, wie wil strijden, laat hem binnen treden en zich omgorden voor de goede wedloop van de vasten” (Triodion Vergevingszondag). De renbaan is geopend, of beter gezegd, was al open, sinds het de albarmhartige Heer der Heerlijkheid behaagde de menselijke natuur aan te nemen. Vanaf die tijd roept Hij, door middel van Zijn Kerk, ieder mens om deel te hebben aan de oneindig grote genadegaven van de Alheilige Geest, vooral gedurende deze gezegende periode van de veertig dagen van de Heilige Grote Vasten.

 

Geliefde kinderen in de Heer,

Onze waarachtige God, die aanbeden wordt in de Drieëenheid, is de oneindige goedheid zelf, en Hij heeft het mensengeslacht uitsluitend en alleen uit liefde geschapen. Hij wilde, voor zover dat mogelijk is voor de menselijke natuur, de mensen deelgenoten maken van de grootheid van Zijn goddelijke heerlijkheid. Dat is het unieke doel van het menselijke leven in iedere tijd. Heel de heilige, Geest-dragende  traditie van onze orthodoxe kerk is er op gericht om dit doel te verwezenlijken. Daarom onderricht zij, verklaart zij en belicht zij heel het spectrum van het geestelijk leven en de veelzijdige geestelijke strijd, waarop de gelovige ziel zich altijd dapper moet toeleggen.

Iedere Christen ontvangt door het heilige Mysterie van de doop de genade van de Heilige Geest. Wanneer iemand met heel zijn goede wil begint God lief te hebben, dan laat de genade, op onverklaarbare wijze, hem delen in de rijkdom van haar goederen. Degene die er naar verlangt om deze ervaring van de genade vast te houden, zal met veel vreugde trachten om uit zijn ziel al de vergankelijke goederen van deze wereld op zij te zetten, om de verborgen schat van het waarachtige leven te verwerven. Naarmate de ziel voortgang maakt in het geestelijk leven verschijnt het daaraan gerelateerde goddelijke geschenk van de genade, namelijk de in de diepte verborgen goedheid van de Heer, die een veilige gids wordt bij de veelzijdige strijd (vgl. H. Diadochos hfst 77).

Deze geestelijke strijd is voor iedere gelovige een voortdurende strijd en daarom is het noodzakelijk dat men iedere dag, ieder moment van de dag, een nieuw begin maakt: “De tijd is aangebroken, het begin van de geestelijke wedloop, van de overwinning over de demonen, van de gepantserde zelfbeheersing, van de luister van de engelen, van de vrijmoedigheid bij God.” (Eer-stichier van de lofpsalmen van  vergevingszondag). De heilige Veertigdagentijd is een blijvende basis van de geestelijke heropleving en  vernieuwing van de mens. Daarom wijst de hymnendichter van het Triodion ons terecht op de essentie hiervan, wanneer hij zegt dat de lichamelijke vasten door onthouding van voedsel, gevolgd moet worden door reinheid die voortkomt uit de strijd om bevrijding van de hartstochten. Wanneer dat niet zo is, kan die vasten niet resulteren in verbetering van het leven, en zal deze door God als leugenachtig veracht worden (Wo. Apost. vd Lofpsalmen Zuivelweek).

De mogelijkheid dat de mens zijn geest [nous] kan concentreren op het verkrijgen van de kennis van God, en dat hij zijn geest kan terugtrekken uit de verstrooiing die veroorzaakt is door een hartstochtelijke gerichtheid op de schepping, is een inspannend en langdurig werk. Toch is dit onontbeerlijk en bepalend voor zijn geestelijk bestaan, en heel zijn sociale leven. De weg van de deugd lijkt hard in de ogen van hen die hiermee beginnen, en overdreven en onplezierig.  In werkelijkheid is dit niet waar, maar dit lijkt zo omdat de menselijke natuur gewend is geraakt aan gemak en genoegens. Voor wie meer dan halverwege is, blijkt de weg aangenaam en gemak­kelijk. (H. Diadochos hdfst.93).

Er zijn soms mensen die het grote mysterie van de vroomheid niet kennen, en die de orthodoxe ascetische traditie als iets verwerpelijks beschouwen. Zij menen dat dit de mens berooft van de creatieve verbeelding en het eigen initiatief, en in het algemeen van het genieten van het leven en de vreugde die daaruit voortkomt. Niets is echter minder waar. Alles wat God geschapen heeft, heeft Hij zeer goed geschapen, en Hij heeft het ons geschonken opdat wij ons erover zouden verheugen en ervan zouden genieten, en opdat het een aanleiding zou zijn tot voortdurende lofprijzing van onze Weldoener. Gods geboden leiden ons en beschrijven voor ons de juiste manier om Zijn Gaven te gebruiken. Ook ons lichaam en onze verbeelding en al onze geestelijke vermogens samen met al de materiële goederen worden dan werkelijk vreugdebrengend en weldoend voor ons leven. Hier tegenover staat dat het arrogante eigenwettige gebruik van deze materiële goederen, minacht wat de Schepper voor Zijn schepselen bepaald had. Dit misbruik bevredigt slechts voor een kort moment de waanzinnige arrogantie van de mens, zijn verwachtingen komen niet uit en dit leidt tot wanhoop, stress en verdriet.

Onze Verlosser, Die waarachtig God is en waarachtig mens, Die op onkenbare wijze gekend wordt door de nederigen die Zijn ongeschapen genade ontvangen, de Heer der heerlijkheid en Heer van de geschiedenis, Die harten en nieren doorgrondt, Die door Zijn goddelijke voorzienigheid het heelal tezamen houdt, vanaf het kleinste deeltje van Zijn schepping tot aan het voor het menselijk verstand onvatbare heelal, is door alle tijden heen de Weg, de Waarheid en het Leven. Zoals de Persoon Jezus Christus, de Bron van het leven, niet vastgehouden kon worden door de dood, maar deze vermorzelde en opstond, zo is het eveneens onmogelijk een volwaardig menselijk leven te leiden, zonder deel te hebben aan het levenschenkende Lichaam van de opgestane Christus, Zijn orthodoxe Kerk en de door de Heilige Geest geïnspireerde traditie. Kortom, de Heer blijft in eeuwigheid, terwijl de bedenksels van hoogmoedige mensen leugens zijn, zoals de Heilige Diadochos nadrukkelijk zegt: “niets is armzaliger dan de geest die buiten God om filosofeert over Gods zaken” (Filokalia) .

 

Geliefde kinderen in de Heer,

Bij het aanbreken van de heilige Grote Veertigdagentijd sporen wij u allen vaderlijk aan, om zonder angst of dralen, dapper en met heel uw zielskracht, vooruitgang te maken met het belangrijkste werk van ons leven, in de renbaan van het geestelijk werk, zodat gij uw zielen en lichamen zult reinigen van iedere smet en het Koninkrijk Gods zult bereiken, dat nu reeds aangebroken is in het tegenwoordige leven, voor allen die het oprecht uit heel hun ziel zoeken.

De genade Gods en Zijn oneindige barmhartigheid zij met u allen.

Heilige Grote Vasten 2011

+ Bartholomeos, Aartsbisschop van Konstantinopel,
vurige voorspreker voor u allen bij God.

 

De zeventig Apostelen

Heiligenlevens

 

 De Zeventig Apostelen

 

synaxis van de 70 apostelen2.jpg

Synaxis van de zeventig apostelen

 

De zeventig apostelen in het tiende hoofdstuk van zijn evangelie verhaalt de heilige Lucas hoe de Heer naast de twaalf apostelen nog zeventig leerlingen uitkoos;om Zijn komst aan te kondigen in alle steden en plaatsen waar Hij zelf wilde komen. Wij vinden hen later terug omder de honderdtwintig die na de Hemelvaart van Christus in Jeruzalem bijeen waren in afwachting van de komst van de Heilige Geest (Hand.1,15). Onder hen werd de plaatsvervanger van Judas gekozen, en later de zeven diakens; maar allen namen deel aan het werk der Apostelen, zodat zij ook zelf met die eretitel werden bekleed. Hun namen vinden we in het boek der Handelingen en in de Brieven der Apostelen. Het getal zeventig (of twee en zeventig) heeft meer een symbolische waarde. Door het combineren van verschillende bestaande lijsten komt men tot een totaal van zes en negentig, die alk hun eigen feestdag hebben in de loop van het kerkelijk jaar.1 Kor.4,9-16 of Rom.8,2-13; Joh.1,18-28 of Lukas 10,1-15.

 

Johannes Chrysostomos : Jij bent niet bedacht op wat God wil, maar slechts op wat de mensen willen

 

H. Johannes Chrysostomus (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar 
Homilie over het Evangelie van Matteus, nr. 54 
“Jij bent niet bedacht op wat God wil, maar slechts op wat de mensen willen”
  

chrysostom28.jpg

Johannes Chrysostomos

   Petrus beschouwde het lijden en de dood van Christus van een zuiver natuurlijk en menselijk gezichtspunt, en die dood leek hem onwaardig voor God, schaamtevol voor zijn heerlijkheid. Christus corrigeert hem en lijkt tegen hem te zeggen: “Nee hoor, het lijden en de dood zijn Mij niet onwaardig. De alledaagse ideeën verwarren en brengen je oordeel op een dwaalspoor. Laat elk menselijk idee achter je; luister naar mijn woorden vanuit het gezichtspunt van de plannen van mijn Vader, dan zul je begrijpen dat deze dood de enige is die past bij mijn heerlijkheid. Geloof je dat het een schande voor Mij is om te lijden? Weet dat het de wil van de duivel is dat Ik het heilsplan niet zal vervullen”…


      Dat niemand zich dus schaamt voor de tekenen van ons heil, welke zo waardig zijn om te vereren en te aanbidden; het kruis van Christus is de bron van al het goede. Door haar leven wij, worden wij omgevormd en gered. Laten we dus het kruis dragen als een kroon van heerlijkheid. Zij legt haar zegel op alles wat ons naar het heil brengt: wanneer wij omgevormd zijn door de wateren van de doop, staat daar het kruis op ons te wachten; wanneer we de heilige tafel naderen om het Lichaam en Bloed van Christus te ontvangen, dan is zij daar ook; wanneer we de handen leggen op de uitverkorenen van de Heer, dan is ze daar. Wat we ook doen, ze staat daar als teken van heerlijkheid voor ons. Daarom hangen we haar in onze huizen, op onze muren, boven onze deuren; wij tekenen haar op ons voorhoofd en op onze borst; wij dragen haar in ons hart. Want zij is het symbool van onze verlossing en onze bevrijding en van de oneindige barmhartigheid van onze Heer.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

 

Het triodium van de Grote Vasten

Het triodium van de Grote Vasten

 

Liturgische bemerkingen

De maandag die volgt op de Zondag van de onthouding van melk is de eerste dag van de Grote Vasten. Gedurende 40 dagen nodigt de Kerk ons uit om ons voor te bereiden op de tijd van de Passie en de tijd van Pasen.

1 – DE  VASTEN

Men kan de vraag naar het vasten van voedsel negeren of het lichtzinnig opvatten. Nochtans heeft het vasten een daadwerkelijke  spirituele waarde. Want de vasten is een “zich beschikbaar stellen”  voor Christus en Zijn Woord. Maar men mag het  vasten niet  alleen beperken  tot het zich onthouden van voedsel. De vasten moet ons vooral helpen om onze daden , onze gedachten, onze woorden beter te controleren. Om onze aandacht meer te richten op de eisen van de Heer, om ons terug te brengen tot onze ware dimensies opdat onze naaste wordt verhoogd. De vasten is een “geheel” waarvan men de innerlijke en uiterlijke aspecten niet mag scheiden, maar waarvan de eerste de meest belangrijke zijn.

2 – DE EUCHARISTISCHE LITURGIEëN

A – In de week

Volgens ons gebruik zijn op de dagen dat er gevast wordt ( ’t is te zeggen alle dagen van de Vasten, uitgezonderd de zaterdag en de zondag) geen celebraties van de Goddelijke Liturgie en dit als teken van berouw. Om de gelovigen toch toe te staan om tot de heilige Communie te naderen, worden de heilige gaven zorgvuldig bewaard na de Liturgie van de Zondag en worden op woensdag en vrijdag aan de gelovigen uitgedeeld in wat wordt genoemd de Liturgie van de Voorafgewijde gaven, ’t is te zeggen, waar de Heilige Gaven  worden genut die vooraf werden geconsacreerd Deze Liturgie van de Voorafgewijde gaven, die in feite een vesperdienst is gevolgd  door de communie, bevat zelf geen eucharistische consecratie. Op zaterdag celebreert men de Goddelijke Liturgie van de Heilige Johannes Chrysostomos.

B – De Zondag

Gedurende de vasten viert men de liturgie van de Heilige Basilios de Grote in plaats van deze van de Heilige Johannes Chrysostomos.

Deze Liturgie wordt in onze Kerk tien maal per jaar gecelebreerd, en wel als volgt :

-De 5 eerste Zondagen van de Vasten

– Op Witte Donderdag, en Paaszaterdag

– Op de vooravond van kerstmis en van Epiphanie ( maar indien deze feesten vallen op een zondag of een maandag, dan zal de Liturgie van de Heilige Basilios plaats vinden op de dag zelf van het feest)

– de eerste januari, feest van de heilige Basilius

3 – DE GROTE COMPLETEN

Het is het laatste van de officies van de dag die men de maandag, de dinsdag, de woensdag en de donderdag van de Grote Vasten opzegt.

In dit officie leest men een groot  bijbels gebed van berouw, dit van Manasse, koning van Juda

4 – DE GROTE CANON VAN DE HEILIGE ANDREAS VAN CRETA

Het wordt in delen gelezen in de Grote completen, de maandag, de dinsdag, de woensdag en de donderdag van de eerste week van de Vasten, en integraal de woensdag avond van de vijfde week. Het is een groot  gedicht van 250 strofen, verdeeld in 9 odes.

5 – DE HYMNE VAN DE ACATHIST

Het is een lang gedicht van lofprijzing aan de heilige Maagd Maria, die 24 strofen bevat,  die gerangschikt zijn in alfabetische  orde en verdeeld in vier delen. De vier eerste vrijdagen van de vasten leest men er een deel in van de avond tijdens de completen. De vijfde vrijdag leest men gans de hymne. Het officie heet “acathist”, want men zingt het rechtstaand.(Letterlijk is het een hymne gedurende de zang waarin men niet zit)

In 626 bezetten de Avaren en de Perzen Constantinopel waarvan de Keizer Héraclitus was. De clerus en het volk zouden de ganse nacht in gebed hebben doorgebracht terwijl ze deze hymne aan de heilige Maagd zongen. En de stad werd gered. Men voegde daarbij de herinnering aan twee andere bevrijdingen van Constantinopel, wanneer de stad zich had te verdedigen tegen de Arabieren in 677 en 717. De auteur van de hymne zou voor de ene Patriarch Serge van Constantinopel geweest zijn, voor anderen dan weer zijn archivaris, Georges le Pisside.

6 – DE EERSTE ZATERDAG VAN DE VASTEN

Wij herdenken het mirakel van de kolivia van St. Théodoros de Rekruut, die stierf als martelaar in de 4e eeuw van ons tijdperk. Zie hier hoe het mirakel had plaatsgevonden : Julien de afvallige had het bevel gegeven om de producten die reeds aan de afgoden waren gegeven en verontreinigd waren door het bloed van de slachtoffers, op de markt te verkopen. De heilige martelaar verscheen aan de Patriarch van Constantinopel  Eudoxius om de chistenen te vermanen zich slechts te voeden met kolivia, korenharen gekookt in water en gekruid met suiker, en die we nog nuttigen wanneer wij een requiem celebreren

 

Heiligen Kyros en Joannes

Heiligenleven

De heiligen Kyros en joannes

 

 

Kyros en Johannes.jpg

Heiligen Kyros en Joannes

 

 

De heiligen Kyros en Joannes , wonderdoende en onbaatzuchtige artsen van Alexandrië. Kyros was van jonsaf  als arts opgeleid en legde zich er vooral op toe de armen bij te staan die geen honorarium konden betalen. Deze toewijding bracht verschillende mensen ertoe ook zelf christen te worden. Tijdens de vervolging van Diokletiaan werd hem het  werken onmogelijk gemaakt. Daarom trok hij naar Arabië waar hij monnik werd, maar wel zijn werken van barmhartigheid voortzette.

Joannes was een soldaat uit Edessa, die in Jeruzalem gestationeerd was. Daar hoorde hij spreken over Kyros en zijn werk; hij trok naar hem toe om les te krijgen en hem te helpen bij zijn dubbele taak van geneesheer en prediker. Daar kwamen ook andere vluchtelingen uit Egypte die verhaalden hoe in Kanopus de weduwe Athanasia met haar drie dochters Theodotia, Theokista en Eudoxia na martelingen zwaar gewond in de gevangenis waren geworpen en er ellendig aan toe waren. Zonder angst voor hun eigen veiligheid trokken Kyros en Joannes erheen om haar te helpen, maar zij werden gegrepen en voor het oog van de gevangen vrouwen eveneens aan de martelingen onderworpen. Toen de monniken standvastig bleven, werden de vrouwen opnieuw gefolterd, maar geen van allen wilde Christus verloochenen.

Tenslotte werden zij onthoofd, in 311.

 

Uit : heiligenleven voor elke dag. Uitg.Orth.klooster DenHaag

 

Borelly : Canonische discipline in de orthodoxe kerk

Canonische discipline van de orthodoxe Kerk

 

Ik geloof waarlijk, zoals ik het zo dikwijls bevestig in het Credo, «in de Kerk ». Ik kan niet ontkennen dat  de teksten die de Kerk heeft geschreven in de loop van haar geschiedenis, canons genoemd, mij zowel bevallen als hinderen. Deze teksten hebben als doel om de grenzen te definiëren van het ware leven die de christen niet zomaar achter zich kan laten, zonder aan deze  vormende daad voorbij te gaan. Een daad waardoor de hemelse Vader de christen  behandelt als zijn enige Zoon, dit wil zeggen , Hij geeft hem er een vergoddelijkende gave van Zijn heilige Geest mee.

De kerkelijke Canons tonen ons de weg die wij moeten gaan opdat ons leven in de Kerk niet slechts een natuurlijke sociaal leven zou zijn, maar ook opdat wij de autonomie van onze natuurlijke individualiteit zouden overschrijden door het ontvangen van de Heilige Geest en door de ervaring van onze deïficatie (…) Maar daarvoor moeten wij twee dwalingen vermijden . De ene bestaat erin

Dat wij zouden zeggen : het verleden is voorbij bij het begin van dit derde millennium, het is hoog tijd om een aggiornamento door te voeren. Als we zo denken dan miskennen wij volledig de diachronische (= historische ontwikkeling) en synthetische (op een synthese berustend)dimensie, en dit zonder onderbreking doorheen de periode van de kerkelijke Traditie en de eenheid van de Kerk.

Indien de kerkelijke canons ons voor alles spreken over de mogelijkheden van onze vergoddelijking in het zijn-in-communio van de Kerk, dan is het ware leven waarvan zij spreken ook het ware leven voor ons, hoe ver we nu ook mogen verwijderd zijn van hun auteurs. Er is nochtans nog een tweede dwaling waar we moeten op letten : men moet de christenen nu ook niet beangstigen met de canons door hen op een fanatieke wijze te bestoken door een automatische toepassing ervan. Gaan we in deze tijd een christen excommuniceren die de kerk verlaat vóór de anaphora zonder medisch motief ?

Zal men een moordenaar die berouw heeft, de heilige communie onthouden  tot aan het einde van zijn leven, en voor zeven jaar iemand die overspel heeft gepleegd ? Voor een  goed gebruik van de canons moeten wij voor ogen houden  dat, indien in de Oudheid de heilige Kerk, nochtans zo goed, zo moederlijk, zich streng heeft opgesteld, dat het is omdat ook nog in onze dagen, zonde exstreem zwaar is en dat wij als gevolg hiervan haar als zodanig moeten behandelen, zelfs al moet dit gebeuren met minder zware straffen. Want vroeger gaf de Kerk de communie voor zeven jaar niet aan iemand die echtbreuk had gepleegd of tot het einde van zijn leven niet aan iemand die een moord had bedreven. Wij hebben ook nu nog het recht niet om ons tevreden te stellen om zo een zonde in de biecht te belijden en direct na de biecht te communiceren  » 

 

Vader André Borrély, in Orthodoxes à Marseille octobre-Novembre 2002.

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

Ambrosius van Milaan : Zo ik ze hongerig naar huis laat gaan, zullen ze onderweg bezwijken

H. Ambrosius (ca 340-397), bisschop van Milaan en Kerkleraar 
Commentaar op het Evangelie van Lucas, VI, 73-88 
“Zo Ik ze hongerig naar huis laat gaan. zullen ze onderweg bezwijken”
    

Ambrosius van Milaan 1.jpg

Ambrosius van Milaan

 Heer Jezus, ik weet dat u deze mensen hier bij mij niet aan een lege maag wilt laten lijden, maar dat u ze wilt voeden met de voeding die u uitdeelt; zo zullen ze gesterkt door uw voedsel niet bang hoeven zijn om aan de honger te bezwijken. Ik weet heel goed dat u ons ook geen honger wilt laten lijden… U hebt het gezegd: u wilt dat niemand op de weg bezwijkt, dat wil zeggen dat ze bezwijken in de loop van dit leven, voordat ze aankomen aan het einde van de route, alvorens bij de Vader te komen en te begrijpen dat u van bij de Vader komt…
      De Heer heeft dus medelijden, opdat niemand op de weg bezwijkt… Daar Hij het laat regenen over de rechtvaardigen evenals over de onrechtvaardigen (Mt 5,45), voedt Hij ook de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen. Is het niet dankzij de kracht van het voedsel dat de profeet Elia, die bezweek, gedurende veertig dagen heeft kunnen lopen?  Dit voedsel werd hem door een engel gegeven; maar u wordt door Christus zelf gevoed. Als u het voedsel dat u op die wijze hebt ontvangen, bewaart dan zult u niet veertig dagen en veertig nachten lopen…, maar gedurende veertig jaar, vanaf uw vertrek uit de uiterste grensgebieden van Egypte tot aan uw aankomst in het land van overvloed, in het land waar melk en honing vloeien (Ex 3,8)…
      Christus verdeelt dus de levensmiddelen en Hij wil ze, zonder twijfel, aan ons allen geven. Hij weigert het aan niemand, want Hij voorziet allen. Toch zult u bezwijken op de weg, als u de hand niet uitsteekt om uw voedsel te ontvangen, wanneer Hij het brood breekt en het aan de leerlingen geeft… Dit brood dat Jezus breekt is het mysterie van het woord van God: als ze gedeeld wordt, vermeerdert ze. Met enkele woorden slechts heeft Jezus een overvloed aan voedsel gegeven aan alle volken. Hij gaf zijn preken als het brood en terwijl wij het proeven, vermenigvuldigen ze zich in onze mond… Terwijl de menigte eet, vermeerderen de brokken nogmaals, en door ze te vermenigvuldigen, zijn de resten, uiteindelijk overvloediger dan de enkele gedeelde broden.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Heilige Sulpicius Severus

Heiligenleven

De heilige Sulpicius Severus

 

 

 

Sulpicius Severus.jpg

De heilige Sulpicius Severus

 

 

De heilige Sulpicius Severus is geboren uit een geslacht van grootgrondbezitters in de buurt van Toulouse. Hij was een briljant student met veel letterkundig talent. Hij huwde een vrouw uit het consulsgeslacht en was op weg om carrière te maken toen zij plotseling stierf. Hij werd geheel opgenomen in het gezin van zijn schoonmoeder, maar de dood van zijn echtgenote had voor hem  de smaak in het werelds leven bedorven en hij sloot zich nauwer aan bij de Kerk. Zijn goederen stelde hij ter beschikking voor het lenigen van de nood der armen, waarbij hij handelde of hij slechts de administrator was van die bezittingen ten bate van de Kerk. Deze levenswijze werd hem zeer kwalijk genomen door zijn vroegere vrienden, die niets slechts kritiek uitten, maar ook allerlei hinderlijke moeilijkheden veroorzaakten.

Om zich daaraan te onttrekken betrok Sulpicius een huisje in een dorp verderop, en wilde daar in eenzaamheid een leven leiden van gebed. Doch verschillende van zijn bedienden en vrijgelaten slaven wilden hem niet in de steek laten en kwamen bij hem. Zij vormden een gemeenschap in dienst van de Heer, in behoeftige omstandigheden. Zij sliepen op de grond, op wat stro of een mat ; zij aten slechts oud brood met groente en wat azijn om het naar binnen te kunnen krijgen.

In 349 ging Sulpitius op bezoek bij de toen reeds beroemde Martinus van Tours. Hij kwam diep onder de indruk van zijn  heilige levenswijze, zijn gesprekken en zijn raadgevingen, en hij werd zijn trouwste leerling. Elk jaar kwam hij daar op retraite om zich beter  naar dat voorbeeld te kunnen richten. De beide heiligen raakten zo nauw met elkaar verbonden dat Sulpicius eens tijdens zijn slaap zag hoe Martinus glorierijk ten hemel opging. Kort daarna kwamen twee monniken uit Tours het overlijden van zijn geestelijke vader melden.

Sulpicius was een geleerde die ijverig publiceerde, in opvallend zuiver latijn. Zijn belangrijkste werk is de Heilsgeschiedenis, die loopt tot het jaar 400. Dan het levensverhaal van de door hem zo beminde Martinus van Tours. Ook Dialogen, waarin allerlei bijzonderheden over heilige monniken van oost en west worden verhaald. Hij stond in briefwisseling met andere geleerden o.a. de grote kerkhistoricus Eusebios.

De laatste jaren van zijn leven trok hij zich terug in de cel van de heilige Martinus, in stilzwijgen en gebed. Rond 410 moet hij gestorven zijn. De grote schrijvers van die tijd loofden hem vooral om zijn deemoed en zijn buitengewone liefde voor de armoede

Uit heiligenleven voor elke dag. Uitg. Orth.klooster – Den Haag

 

Endokimov Paul : Het heilige

Het heilige

 

De gewone omgangstaal gebruikt dikwijls de uitdrukkingen : de heilige wil, de heilige plicht, de heilige wet, een heilig man. In de loop van de semantische evolutie zal de term “heilig” zich losmaken  van haar wortels en een morele betekenis aannemen die ver  staat van haar initiele ontologische betekenis.

Voor alles, stelt het heilige zich boven de elementen van deze wereld en stelt zij het binnendringen vast van wat R.Otto het “ganz Andere” noemt, alsoluut anders, verschillend van deze wereld. De Bijbel geeft ons de juiste betekenis : God alleen is “ontos” – waarachtig in alles wat hij is, de Heilige; het schepsel is er in zekere zin van afgeleid; het heilige of de heilige is nooit zo door zijn eigen natuur, door zijn essentie, maar altijd door participatie. De term Qadosh, agios,sacer,sanctus, houdt een relatie in van totaal toebehoren aan God en postuleert een uitzondering. De act die heilige maakt ontneemt iets of een zijnde zijn empirische condities en plaatst hem in communio met het numineuze, dat wat hun natuur verandert en dat onmiddellijk aan de omgeving het mysterium tremendum doet ervaren, de heilige siddering voor de tegenwoordigheid van dit “numineuze”. Het is niet de schrik voor het onbekende, maar een zeer karakteristieke mystieke ontzetting die elke manifestatie van de transcenderende, zijn energetische uitstraling vergezeld doorheen de realiteiten van deze wereld : “ Vrees voor mij zal ik doen uitgaan. Alle volkeren die gij aantreft zal ik in paniek brengen” zegt God (EX.23,27; of nog :”Kom niet dichterbij en doe uw sandalen uit, want de plaats waar gij staat is heilige grond” (Ex,3,5).

Het is onder de onechte elementen van deze wereld, de ontstellende intrede van een “onschuldige” realiteit, want geheiligd, wat betekent gereinigd en teruggebracht tot zijn  originele staat, tot zijn authentisch  noodlot :  de  zuivere verzamelplaats van een aanwezigheid, opdat het heilige van God erin ruste en uitstraalt. Immers, “deze plaats is heilige” door de aanwezigheid van God, zoals dat gedeelte van de Tempel  heilig was dat de ark van het Verbond bevatte, zoals de “Heilige schriften” het  zijn, want zij bevatten de aanwezigheid van Christus in zijn woord, zoals gans de Kerk heilig is, want God verblijft er en maakt het tot “Huis van God”, hij spreekt er en geeft het zijn voedsel. De “Vredeskus”, tijdens de  liturgische synaxis werd “heilig” genoemd want  het bezegelde de communio met de aanwezige Christus. De engelen, “tweede lichten” zijn heilig want zij leven in het licht van God en stralen het uit. De profeten, de apostelen, “de heiligen van Jeruzalem” zijn heilig door de charismen van hun dienstverlening. Het is door een “uitverkiezing” dat Israël het ethnos agion, een “heilige natie” was; en in de economie van het Nieuwe Israël wordt elke gedoopte  “gezalfde”, gezalfd met de gaven van de heilige Geest; deze gaven integreren hem in Christus opdat hij zou “participeren aan de natuur van God” (IIPetrus 1,4), en door deze deelname, wordt hij heilig , heiligt hij zich. De bisschoppen onder hen kennen zich de titel toe van sanctus frater,  en een patriarch draagt de titel “zijne heiligheid”, niet krachtens zijn menselijke realiteit, maar door zijn bijzondere deelname aan het priesterschap van Christus, enige opperpriester, alleen heilig.

De liturgie brengt ons een zeer uitdrukkelijke lering over deze notie. Voordat hij het eucharistisch maal offert, zegt de priester : “het heilige voor de heiligen” en de verzamelde gelovigen, alsof gegrepen door deze ontzagwekkende eis, antwoord door zijn onwaardigheid te belijden : Tu solus sanctus, Alleen de Heer Jezus Christus is heilig”. De enige, de unieke Heilige door zijn natuur is Christus, zijn leden zijn slechts heilig door het participatie aan deze unieke heiligheid. “Uw licht weerkaatst op de gezichten van uw heiligen” zingt de Kerk. “Christus heeft zijn Kerk liefgehad…opdat zij heilig zou zijn” (Ef.5,25-27), en “de gelovigen worden  heiligen genoemd omwille van de heilige dingen waaraan  zij deelhebben”legt Nicolas Cabasilas uit. Jesaja (6,5-6) geeft er een zeer nauwkeurige beschrijving van : “Ik ben een mens wiens lippen onzuiver zijn…maar één van de serafijnen vloog naar mij toe met in de hand een brandende kool die hij van het altaar had genomen met  een tang…en hij raakte mijn mond aan en zegt : dit heeft uw lippen aangeraakt, uw ongerechtigheid is weggenomen” De mens is  heilig geworden door zuivering, want de machten van daarboven hebben hem aangeraakt. De priester “herdenkt” dit visioen van  Jesaja : hij kust de rand van de kelk, symbool van de doorstoken zijde van Christus zeggend : Dit heeft mijn lippen aangeraakt, neem mijn ongerechtigheden  weg en zuiver mij van mijn zonden” De lepel waarmee de priester zich bediend om de heilige gaven te geven noemt in het grieks “lavis”, pincet, waarvan ook Jesaja spreekt, en de spirituelen,  die de eucharistie voor de geest halen, zeggen : “Gij nuttigt het vuur”

Uit deze unieke goddelijke bron vloeit, door participatie, de liturgische heiliging voort welke alle daden van het menselijk leven  integreren volgens hun daadwerkelijke bestemming.

De mens  geraakt er aan gewend om te leven in de wereld van God, in de diepten  waarin hij een paradijselijke toekomst kan waarnemen; het universum wordt opgebouwd in de cosmische liturgie, als tempel van de glorie van God. Dit doet ons begrijpen dat alles virtueel heilig is en dat er niets profaan is,  niets neutraal, want alles is op God gericht  ( het  liturgisch “gedenken” betekent zich op God richten, alles terugbrengen in de herinnering, tot  gedachtenis van God). Niettemin, naast het heilige vormt zich zijn karikatuur, de bedenkelijke deelname aan de “Prins van  de duisternis, aan de demoon.Het is daarom dat de heilige Gregorius van Nyssa categoriek  simpel weg het menselijke en het zuivere profane als onbestaand beschouwt. Ofwel is de mens  de “engel van het licht”, de icoon van God, zijn gelijkenis, of hij draagt het masker van het beest en  speelt hij voor aap.

De liturgie gewijd aan de taal van het heilige, introduceert in de wereld symbolen. Een symbool ( een kruis, een icoon, een tempel) vertegenwoordigt een deelnam aan het hemelse, zelfs in haar  uiterlijke materiële verschijning. Echter, een fragment van de tijd of het heelal wordt een hiërofanie, een  verzamelplaats  voor het heilige, en dit, zonder dat er iets verandert voor de fysieke ogen die blijven deelnemen aan de empirische omgeving. Maar tussen het heilige en zijn materiële drager, bestaat er een ontologische communio ( tussen de materie van de sacramenten of het menselijk zijn enerzijds, en de energieën van de genade van het andere anderzijds).  In het uiterste geval, de communie gaat over tot een consubstantialiteit en een totaal metabolisme : het brood en de eucharistische wijn betekenen noch symboliseren het lichaam en bloed , maar zij zijn het. Dit is het mirakel van de “identiteit door de genade” waarvan de heilige Maxim spreekt; de heilige Arsenius verscheen aan zijn leerlingen, onder de vorm van vuur, licht-mens :  hij ving het niet alleen op, hij bracht het voort. Maar voor deze beperkte gevallen zegt het woord van het evangelie : “Wie oren heeft om te horen hij hore”.

 

UitL’Art de l’icone’- Paul Evdokimov – pp.105-108

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

Avonddienst van de grote Vespers voor het geboortefeest van Johannes de Doper

Byzantijnse liturgie 
Avonddienst van de Grote Vespers voor het geboortefeest van Johannes de Doper 

Johannes de doper synaxis 7 januari.jpg

Johannes de Doper

“Hij sprak, en zegende God”
Door zijn geboorte, bracht Johannes
Een einde aan de stilte van Zacharias:
Voortaan kon hij niet meer zwijgen 
Hij die de roepende Stem in de woestijn voortbracht (Mt3,3)
en verkondigde van te voren de komst van Christus.
Maar omdat de ongelovigheid over hem 
eerst de tong zijn vader vastbond, 
gaf zijn openbaring hem de vrijheid terug;
zo werd hij aangekondigd en vervolgens gebaard
de Stem van het Woord, de Voorloper van de Helderheid, 
die de Voorspreker is van onze zielen.
Op die dag maakt de Stem van het Woord 
de vaderlijke stem vrij, die vastgebonden was door zijn gebrek aan geloof; 
zij toont de vruchtbaarheid van de Kerk, 
en maakt een einde aan haar moederlijke steriliteit.
Voor het licht gaat de kandelaar uit, 
dit is de weerschijn van de Zon der Gerechtigheid (Ml 3,20) 
de straal verkondigt zijn komst voor het universele herstel 
en het heil van onze zielen.
Hier komt uit een steriele schoot 
de Boodschapper van het goddelijk Woord
die zelf geboren moest worden uit een maagdelijke schoot, 
van alle kinderen uit vrouwen geboren de grootste (Mt 11,11), 
de Profeet heeft geen gelijke; 
want de goddelijke dingen hebben een wonderbaarlijk begin nodig, 
of dat nu vruchtbaarheid op hoge leeftijd is (Lc 1,7) 
of dat de bevruchting zonder zaad plaatsvindt.
God die wonderen doet omwille van ons heil, eer aan U…
Universele apostel
Aangekondigd door Gabriel (Lc 1,36),
Verwerper van steriliteit en mooiste bloem in de woestijn
Vriend van de Bruidegom (Joh 3,29),
Profeet waardig om bejubeld te worden,
Bid Jezus om zich over onze zielen te ontfermen. 
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Heilige Sabas van Servië

Heiligenleven

 

De heilige Sava van Servië

 

 

 

Sabas_von_Serbien12.jpg

Heilige Sabas van Servië

 

 

 

De heilige Sabbas, de eerste aartsbisschop van Servië. Hij was de zoon van de Servische vorst Stefan en diens griekse vrouw. De in 1169 geboren Rastko was al vroeg een bijzonder ernstig kind, dat zich bezig hield met de zaken van het geestelijk leven. Toen zijn ouders hem op 16 jarige leeftijd wilden uithuwelijken, vluchtte hij samen met een bevriende monnik naar de Athos die toen juist bekend begon te worden als monnikenhuis. Hij werd opgenomen in het Russische klooster Panteleimon. Een uit Servië gekomen delegatie liet hij vorstelijk onthalen, en toen na de maaltijd allen sliepen, sloot hij zich met een oude monnik in de vestingstoren en legde in diens handen de geloften af. Zijn wereldse kleding en zijn afgeknipt  hoofdhaar wierp hij vanuit de toren naar de bezoekers om ze mee te nemen als een getuigenis voor zijn vader.

Sava begon een stregn monniksleven en verhuisde later naar het Watopediklooster waar hij zich beter thuisvoelde. Maar toen hij de kluizenaars bezocht, die in de grotten van de steile bergflank woonden, verlangde hij ernaar daarheen te trekken. Hij kreeg echter te horen dat hij zich eerst in het gemeenschappelijk leven moest oefenen.

Enige tijd later zonden zijn ouders grote geschenken naar Watopedi het het verzoek dat Sava hen zou komen opzoeken. Deze schreef echter terug dat hij hen omwille van Christus had verlaten en hij raadde zijn vader aan hetzelfde te doen als hij hem nog tijdens dit leven wenste terug te zien. Sava had dit met zoveel overtuigingskracht onder woorden gebracht dat zijn vader diep onder de indruk kwam. Zijn beide ouders legden de monniksgelofte af : vorst Stefan werd de monnik Simeon, zijn moeder Anna werd monachina Anastasia. Simeon leefde eerst in Servië, in het klooster van studenitsa ; later vertrok hij met veel geschenken naar de Athos. Hij woonde bij zijn zoon in Watopedi en zij verwierven het vervallen klooster Chilandari, dat door hen in 1199 werd opgebouwd tot het nu nog bestaande Servische klooster. Spoedig daarna stierf Simeon als een Heilige.

Op verzoek van de andere zoon, die nu vorst Stefan is, begeleidde Sava het lichaam van de gestorvene naar Servië, waar het een vereerde rustplaats vond in Studenitsa. Op aandringen van Stefan bleef Sava in Servië en bouwde een kathedraal in Zjitsja. Dat duurde nog tot 1216, maar daarna keerde sava terug naar zijn kluis bij Karyes op de Athos.

In 1219 ging hij de patriarch opzoeken in Nicea (Constantinopel was in handen van de Kruisvaarders) en vroeg om een aartsbisdom voor Servië. Toen de patriarch Sava daarvoor wilde wijden, stemde deze toe op voorwaarde dat dit aartsbisdom dan onafhankelijk zou zijn, zodat de gang van zaken niet te lijden zou hebben door de moeilijke en gevaarlijke verbindingen met de patriarchale troon. Onder diplomatieke druk gaf de patriarch hiervoor zijn zegen.

Sava berok het reeds gebouwde bisschoppenverblijf in Zjitsja en wijdde al spoedig twaalf van zijn monniken tot bisschop. Toen hij zo een eigen bisschopssynode had opgericht stelde hij voor om Servië tot een koninkrijk te verheffen. Zijn broer Stefan werd tot eerste koning van Servië gewijd. Deze Stefan vroeg op zijn sterfbed om de monnikswijding, omdat hij alleen maar uit gehoorzaamheid koning geworden was(1223).

Op het einde van zijn leven ging Sava op bedevaart naar Jeruzalem. Zijn krachten schoten tekort en op de terugweg stierf hij in Bulgarije, in 1237. Hij werd daar begraven maar zijn relieken werden later naar Servië overgebracht als bron van kracht voor het gehele volk. En al werden deze in 1594 door de Turken verbrand als straf na een opstand, de heilige Sava blijft in het bewustzijn van het volk voortleven als een grote heilige Verlichter van Servië.²

TROPARION

Aan uw volk hebt gij de weg geleerd die naar het werkelijke leven voert, heilige aartsbisschop Sabbas. Gij hebt uw land herboren doen worden door de Heilige Geest en zijn kinderen gemaakt tot olijfbomen in het paradijs. Bid voor ons die u vereren, tot Christus onze God, om de grote genade

KONDAKION

Als de grootste en opperste Bisschop en deelgenoot van de Apostelen vereert uw volk u, eerbiedwaardige Vader. En omdat gij gehoor bij Christus vindt, smeek dat Hij ons verlost uit alle nood, nu wij met liefde tot u roepen : verheug u, in God wijze vader Sabbas.

 

Uit : heiligenlevens voor elke dag – Uitg. Orth. Klooster Den Haag

 

Gebed van de heilige Silouan de Athoniet

 

Gebed van de heilige Silouan de Athoniet

 

 

silouan de Athoniet foto.jpg

 

Barmhartige God, vergeef mij.

Gij ziet hoe mijn ziel

 Tot U, mijn Schepper, aangetrokken wordt.

Gij hebt mijn ziel geraakt door Uw liefde en zij dorst naar U;

Haar verlangen is oneindig

En onverzadigbaar, dag en nacht, strekt zij zich naar U uit

En zij wil deze, wereld niet meer zien. Toch heb ik de wereld lief

Maar boven alles heb ik mijn Schepper lief;

Naar U verlangt mijn ziel.

 

Mijn Schepper, waarom heb ik, Uw kleine schepsel,

U zo dikwijls bedroefd ?

Maar Gij zijt mijn zonden niet indachtig geweest.

 

Silouan de Athoniet

(Uit : De heilige Silouan sz Athoniet door Archimandriet Sophrony – uitg Orthodox Logos)