Ignatius van Antiochië : Kijk naar mijn handen en voeten….Raak Mij aan

H. Ignatius van Antiochië (? – ca 110), bisschop en martelaar 
Brief aan de christenen van Smyrna 

IgnatiusOfAntioch.jpg

Ignatius van Antiochië
“Kijk naar mijn handen en voeten…Raak Mij aan”
    
 Ik dank Jezus Christus, onze God, die  u zoveel wijsheid schonk. Want ik heb gemerkt dat u volmaakt bent met een ongeschonden geloof, alsof u met lichaam en ziel vastgenageld was aan het kruis van de Heer Jezus Christus, en dat u bevestigd bent in de liefde door het bloed van Christus. En u bent vervuld van een vast geloof in onze Heer, die waarlijk uit het “geslacht van David” is, “naar het vlees” (Rm 1,3). Zoon van God krachtens Gods wil en almacht, waarachtig geboren uit de Maagd, gedoopt door Johannes, opdat “alle gerechtigheid door Hen vervuld zou worden” (Mt 3,15). Waarachtig is Hij om ons, onder Pontius Pilatus en de viervorst Herodes, in het vlees vastgenageld. Door de vrucht van zijn goddelijk en heilzaam lijden, kunnen wij bestaan. Zo wilde Hij door zijn verrijzenis de zegevaan heffen voor zijn heiligen, in het ene lichaam van zijn Kerk.
      Dat alles heeft Hij voor ons immers geleden, opdat wij verlost zouden worden; en Hij heeft waarachtig geleden, zoals Hij ook waarachtig zichzelf heeft opgewekt. Ik weet immers dat Hij ook na de verrijzenis in het vlees was, en ik geloof dat Hij het nu nog is. En toen Hij bij Petrus en zijn gezellen kwam, sprak Hij tot hen: “Raak Mij aan, betast Mij en zie dat Ik geen geest zonder lichaam ben”. En aanstonds raakten zij Hem aan en geloofden, daar zij in nauw contact waren gekomen met zijn vlees en zijn geest. Daarom dan ook spotten zij met de dood en toonden zich boven de dood verheven. Na zijn verrijzenis echter at en dronk Hij met hen als een mens van vlees en bloed, hoezeer Hij ook op geestelijke wijze met de Vader verenigd was. Hieromtrent herinner ik u, geliefden, aan deze waarheden ofschoon ik weet dat u ook zo denkt.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Maximos de Griek

Heiligenleven

De heilige Maximos de Griek

 

Maximus de griek eerbiedwaardige2.jpg

 Maximos de Griek

 

De heilige Maximos Grek (de Griek), van Slavische afkomst in Noord Griekenland, op de grens van Albanië. Hij werd geboren in 1480, zijn ouders waren welgesteld en zorgden voor een goede opvoeding. Omdat er onder de turkse overheersing gaan mogelijkheid tot studie bestond, ging hij naar Parijs waar hij studeerde bij zijn beroemde landgenoot Joannes Laskaris. Om het oude grieks te studeren ging hij naar Venetië waar zich een grote groep geleerden verzameld had die betrokken waren bij de uitgave van oude handschriften. Zijn wetenschappelijke studie voltooide hij aan de universiteit van Florence. Er stond een schitterende loopbaan als geleerde voor hem open, maar toen hij 27 jaar oud was, trok Maximos naar de Athos en werd monnik in Watopedi, waar hij tien jaar lang innerlijk rust mocht genieten. In die tijd hield men zich in Rusland bezig met de herziening van de liturgische boeken die onderling slecht overeenstemden. Tsaar Wasili Joannowitsj richtte een verzoek aan het Athosbestuur om hem een geleerde monnik te zenden, die zowel het grieks als het slavisch beheerste, om daarbij behulpzaam te zijn. Maximos bleek hiervoor de aangewezen persoon en in 1518 kwam hij in Moscou aan.Daar ging hij voortvarend te werk, waarbij bleek dat hij eerst nog veel meer studie moest maken van het slavisch. Allereerst vertaalde hij de Psalmen en schreef daarbij een commentaar. Dit werk viel zozeer in de smaak dat zijn verzoek om weer naar de Athos te mogen vertrekken, niet werd ingewilligd omdat nu ook verschillende Kerkvaders, het Nieuwe Testament en de liturgische boeken vertaald moesten worden. Natuurlijk was er een behoudsgezinde partij die dit alles met lede ogen aanzag en tegen Maximos begon te ageren. Zij vonden gehoor bij de vorst nadat Maximos geweigerd had diens echtscheiding ( wegens kinderloosheid van zijn eerste vrouw) goed te keuren. Metropoliet Warlaam, die Maximos steunde, werd uit zijn ambt ontheven. Onder diens opvolger werd Maximos tot ketter verklaard en geëxcommuniceerd in 1525. Tegen elke afspraak in , en ondanks dringende verzoeken uit Griekenland, mocht hij niet naar de Athos terugkeren maar werd gevangen gehouden in verschillende kloosters. Vooral in dat van Josef Wolokolamsk werd hem het leven heel zwaar gemaakt : hij mocht zelfs de kerk niet bezoeken en geen boeken lezen. Met een naald kraste hij daar in de muur een troostcanon van de Heilige Geest, welke nog heden in de Kerk gezongen wordt. Eerst twaalf jaar later, toen er een nieuwe metropoliet in Moscou gekomen was, kwam er een einde aan deze zinloos wrede straf en mocht Maximos weer deel nemen aan de Diensten en de Sacramenten ontvangen. Weer acht jaar later, in 1545, richtten alle patriarchen een verzoek aan de tsaar om Maximos naar de Athos terug te laten gaan. Alles tevergeefs. Eerst in 1551 werd de doodzieke Maximos vrijgelaten en in eer  hersteld. Hij kon de verre reis naar de Athos niet meer volbrengen en bracht de laatste jaren van zijn leven door in de Sergios Laura, waar tenminste een geestelijk leven werd geleid in plaats van de militaire discipline die in het Twerklooster heerste. Hij was nu ruim 70jaar en ging weer door met zijn vertaalwerk en andere geschriften tot hij overleed in 1556, hoog vereerd als geestelijke leidsman, profeet en wonderdoener. Hij heeft verschillende boeken geschreven over het orthodox geloof en vertalingen gemaakt van het Psalmcommentaar van de heilige Kyrillos, de homilieën over het Joannes Evangelie van Johannes Chrysostomos, en nog een aantal kleinere werken.

 

Bron: Heiligenlevens voor elke dag. Uitg.Orth.klooster Den Haag

Paasboodschap van Patriarch Bartholomeüs

+ B A R T H O L O M E O S

DOOR DE GENADE GODS AARTSBISSCHOP VAN KONSTANTINOPEL, HET NIEUWE ROME, EN OECUMENISCH PATRIARCH,
AAN ALLE GELOVIGEN VAN DE KERK: GENADE, VREDE EN BARMHARTIGHEID ZIJ U, VAN CHRISTUS DE HEILAND, DIE IN HEERLIJKHEID IS OPGESTAAN.

 

 

PatriarchBartholomeusI.jpg

 

Geliefde broeders en zusters, dierbare kinderen in de Heer,

Met vreugde en vrede richten wij opnieuw  tot u de vreugdevolle en hoopvolle groet: «Christus is verrezen»!

De omstandigheden en de gebeurtenissen van onze huidige tijd lijken deze vreugdevolle groet niet te rechtvaardigen. De natuurrampen die plaats hebben gevonden met de aardbevingen, de tsunami en de dreiging van mogelijke ontploffing van kerncentrales, maar ook het oorlogsgeweld en terroristische aanslagen met zijn vele slachtoffers, laten zien dat onze wereld zwaar gewond is en in doodsnood onder de druk van natuurlijke en geestelijke krachten.

Toch is de opstanding van Christus een werkelijk feit en verleent aan de gelovige Christenen zekerheid en aan alle mensen de mogelijkheid om de ongunstige gevolgen te boven te komen van natuurrampen en geestelijke ontsporingen.

De natuur komt in opstand wanneer het hoogmoedig trotse menselijke verstand de ongekend grote krachten tracht te temmen, die de Schepper heeft gelegd in de schijnbaar onomvangrijke en trage elementen. Wanneer we vanuit een geestelijke oogpunt de ongunstige natuurverschijnselen bezien die de laatste tijd onze planeet herhaaldelijk treffen, zouden we op de gedachte kunnen komen dat dit alles niet los staat van de geestelijke ontsporing van de mens. De tekenen van de ontsporing, zoals de hebzucht, de onverzadigbare geldzucht, gecombineerd met de onverschilligheid tegenover de armoede van velen die veroorzaakt wordt door de overmatige zelfverrijking van enkelen, lijken voor de natuurwetenschappers geen verband te hebben met de natuurrampen.

Maar toch, voor de onderzoeker die het geestelijk bekijkt, verstoort de zonde niet alleen de harmonie van de geestelijke verhoudingen, maar ook die van de natuurlijke orde.

Er bestaat een mystiek verband tussen het ethische kwaad en het natuurlijke kwaad en als wij van het tweede verlost willen worden, moeten wij in ieder geval aan het eerste verzaken. Onze opgestane Heer Jezus Christus, de nieuwe mens en God, is het voorbeeld van de weldoende invloed van het heilige op de natuur. Hij heeft de natuurlijke en geestelijke ziekten genezen, en weldoend en de mensen helend ging Hij rond, en tegelijkertijd bracht Hij het door de storm in beroering gebrachte meer tot kalmte en vermenigvuldigde Hij de vijf broden zodat vijfduizend man verzadigd werden. Zo combineerde Hij het herstel van de geestelijke en natuurlijke harmonie. Wanneer wij een gunstige invloed willen uitoefenen op de huidige ongunstige omstandigheden van de natuur en van de politiek, is er geen andere weg dan die van get geloof in de opgestane Christus en het onderhouden van Zijn, voor ons mensen heilzame, geboden.

Christus is opgestaan en heeft de volmaakte zeden van de mens medeverheven die deze zeden verdorven had, toen Hij de eerstgeborene werd en de wegbereider bij de hergeboorte van de wereld, van de mensen en de natuur. De boodschap van de opstanding is niet zonder wezenlijke invloed op de kwaliteit van het menselijk leven en de gelijkmatige werking van de natuur. Hoe voller en dieper wij de opstanding van Christus zullen beleven in het diepst van ons hart, des te weldadiger zal de invloed zijn van ons bestaan op heel de mensheid en de wereld van de natuur. De natuurwetenschappers hebben misschien het verband nog niet opgemerkt tussen het herboren worden van de mens en van de natuur, maar de ervaring van de heiligen – moge die ook onze ervaring zijn – verzekert ons dat het bewezen is, dat de mens die wezenlijk in Christus herboren is, de door de zonde verstoorde harmonie van de natuurlijke verschijnselen herstelt. Degene die in Christus heilig is, verplaatst bergen ten goede –en de slechte tegen God gerichte mens doet de grond verschuiven en onmetelijke golven zich hoog verheffen ten kwade.

Mogen wij naderen tot de heiligheid van de opgestane Christus, opdat door Zijn genade de natuurlijke en geestelijke golven die onze huidige wereld treffen tot kalmte worden gebracht.

De genade van onze opgestane Heer Jezus Christus zij met u allen, geliefde kinderen in de Heer. Amen.

Heilig Pascha 2011

Bartholomeos, Aartsbisschop van Konstantinopel,
vurige voorspreker voor u allen bij de opgestane Christus

Groene patriarch roept op tot ecologische verantwoordelijkheid

GROENE PATRIARCH ROEPT OP TOT ECOLOGISCHE VERANTWOORDELIJKHEID

 

Patriarch Bartholomeus Bron: Cathobel

BRUSSEL (KerkNet/SIR/LaCroix) – De oecumenische patriarch Bartholomeus pleitte tijdens een bezoek aan Frankrijk voor meer respect voor de natuur en een ecologische bekering. De ‘groene’ patriarch klaagde de minachting voor de planeet aan door een irrationeel verbruik van de bodemrijkdommen en een ongecontroleerde energieconsumptie.

Verwijzend naar de ecologische ramp met de kerncentrales in Fukushima (Japan) bekritiseerde hij de manier waarop de mens met de natuur omgaat. “Zo’n gedrag is een zonde ten aanzien van onze Schepper en de mens zelf. De armsten betalen de hoogste prijs voor de verstoring van de ecologie, waarvoor anderen verantwoordelijk zijn. Zonder een bekering van het hart heeft geen enkele maatregel effect, omdat enkel de symptomen en niet de oorzaken worden bestreden.”

Tijdens een ontmoeting met meer dan vijftig politieke, economische en sociaal-culturele prominenten vestigde de orthodoxe kerkleider er later nog de aandacht op dat wij dankzij de vernietiging van de natuur weliswaar in onze materiële behoeften kunnen voorzien, maar tegelijk brengen wij het welzijn en zelfs de toekomst van de volgende generaties in gevaar. Ons tekort aan ecologische gevoeligheid lijdt tot een gebrek aan grondstoffen, grote migratiegolven en mogelijkerwijs gewelddadige conflicten en geopolitieke crisissen. “De verstoring van het milieu moet ons aansporen tot een bezinning over de principes en de waarden die de wereld moeten regeren.”

(Kerknet)

St.Peters banden

Heiligenleven

Sint Peters Banden.

 

 

Petrus apostel175.jpg

 heilige Apostel Petros

 

 

Omstreeks de paastijd sloeg koning Herodes de hand aan sommigen van de Gemeente om hun kwaad te doen en hij nam ook Petros in hechtenis, en zette hem gevangen onder bewaking van vier viertallen soldaten om hem na het feest voor het volk te brengen.  Door de Gemeente werd er echter voortdurend voor hem gebeden. De nacht voordat Petros moest voorkomen lag hij te slapen, tussen twee soldaten, geboeid met twee ketenen; en de schildwachten hielden voor de deur van de gevangenis de wacht. En zie, plotseling stond een Engel des Heren bij hem en er scheen licht in het duistere hol. De Engel stootte Petros in de zijde om hem te wekken en zei : Vlug, sta op ! Toen vielen de boeien van zijn handen. En de Engel zei : Kleed u aan en volg mij. Petros volgde hem naar buiten, zonder te beseffen dat het werkelijkheid was wat door de Engel gedaan werd, want hij meende een visioen te hebben. Nadat zij langs de eerste en de tweede wacht gegaan waren, kwamen zij aan de ijzeren buitenpoort welke vanzelf voor hen openging. Buiten ging de Engel nog éénstraat met hen mee en was toen verdwenen. Toen kwam Petros bij zichzelf en zei : Nu weet ik dat de Heer werkelijk zijn engel gestuurd heeft om mij te ontrukken aan de hand van Herodes en uit al wat het volk verwachtte. Hij dacht even na en ging naar  het huis van Maria, de moeder van Johannes Markos, waar velen bijeen waren in gebed. Toen hij aan de deur klopte, kwam Roosje, de slavin, om te horen wat er was. Toen zij de stem van Petros herkende, vergat ze uit blijdschap de deur open te doen en liep naar binnen en riep dat Petros buiten stond. De anderen zeiden : je bent niet goed wijs, maar ze bleef het volhouden. Dan moet het zijn Engel zijn, vonden ze toen. Maar Petros bleef kloppen tot ze hem opendeden en hij wenkte met zijn hand dat ze zwijgen moesten zodat hij kon vertellen hoe de Heer hem uit de gevangenis had geleid en hij zei : Bericht dit aan Jacobus en de broeders. Daarna vertrok hij en reisde naar een andere plaats. Toen het dag geworden was ontstond er een geweldige opschudding onder de soldaten. Herodes liet overal zoeken, doch tevergeefs; toen nam hij de schildwachten gevangen en vertrok (Hand.12,1-19). Dit is gebeurd in het jaar 42. Deze boeien werden later door enkele gelovigen  opgekocht en als een kostbare schat bewaard. Tenslotte kwamen ze in handen van de keizer zodat een deel in Constantinopel en een deel in Rome wordt bewaard, waar nog de boeien uit de vervolging van Nero erbij kwamen in de daaraan gewijde kerk.

 

Uit : heiligenlevens voor elke dag – Orth.klooster Den Haag

Ireneüs van Lyon : Abraham zag jubelend van blijdschap mijn dag tegemoet

H. Ireneus van Lyon (ca130-ca 208), bisschop, theoloog en martelaar 
Tegen de ketterijen IV,5-7 
“Abraham zag jubelend van blijdschap mijn dag tegemoet”
    
                                   Daar Abraham

Irenaeus_of_Lyons_202.jpgprofeet was, zag hij in de Geest de dag van de komst van de Heer en het doel van zijn Lijden, waardoor hijzelf en allen die net als hij in God geloofden, gered zouden worden. Toen jubelde hij van vreugde (G

n 17,17). De Heer was dus niet onbekend voor Abraham, aangezien deze zijn dag zou willen zien… Hij verlangde naar de dag opdat hij ook Christus zou kunnen omhelzen, en na Hem op een profetische wijze te hebben gezien door de Geest, jubelde hij van vreugde.
      Daarom vervulde zijn nakomeling Simeon de vreugde van de voorvader en zei: “Nu laat u, Heer, uw dienaar in vrede heengaan, zoals u hebt beloofd. Want met eigen ogen heb ik de redding gezien  die u bewerkt hebt ten overstaan van alle volken”  (Lc 2,29v)… En 
Elizabeth zegt [volgens enkele manuscripten]: “Mijn ziel jubelt voor de Heer, ik ben opgetogen om mijn God en Redder”. De jubel van Abraham was net als deze ouderen die Christus zagen en die in Hem geloofden. En van deze kinderen steeg de jubel weer op naar Abraham…
      Het is dus terecht dat de Heer getuigde toen Hij zei: “Abraham zag juichend van blijdschap mijn dag tegemoet; hij heeft Hem gezien en van vreugde gejubeld”. En Hij zei dit alleen naar aanleiding van Abraham, maar voor allen die sinds het begin kennis van God verwierven en de komst van Christus verkondigden. Want zij ontvingen deze openbaring van de Zoon zelf, die zich in de dagen zichtbaar en tastbaar heeft gemaakt en met de mensen gesproken heeft om uit de stenen de kinderen van Abraham te verwekken (Mt 3,9) en zijn nakomelingen talrijk als de sterren te maken.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org
 

Pasen

Aan allen een zalig en gezegend PAASFEEST

 


 

Christus is Verrezen, Hij is waarlijk Verrezen !

 

 

Verrijzenisicoon 4637.jpg

 

 

Lezingen van de Goddelijke Liturgie van Pasen

 

Handelingen 1,1-8:

Jezus’ laatste opdracht en hemelvaart [1] Mijn * eerste boek, Teofilus, ging over alles wat Jezus heeft gedaan en geleerd, vanaf het begin [2] tot de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn opdracht had gegeven. [3] Aan hen heeft Hij veertig* dagen lang herhaaldelijk bewezen dat Hij na zijn lijden weer in leven was. Hij vertoonde zich aan hen en sprak over het koninkrijk van God. [4] Toen Hij bij hen was, drukte Hij hun op het hart: ‘Ga niet uit Jeruzalem weg, maar blijf wachten op de belofte van de Vader die jullie van Mij hebben gehoord; [5] immers, Johannes doopte met water, maar jullie zullen gedoopt worden in heilige Geest, binnen enkele dagen.’ [6] Degenen die daar samengekomen waren, stelden Hem toen de vraag: ‘Heer, herstelt* U in deze tijd het koninkrijk voor Israël?’ [7] Maar Hij zei tegen hen: ‘Het komt jullie niet toe de tijden of momenten te kennen die de Vader in zijn volmacht heeft vastgesteld; [8] maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot het uiteinde van de aarde.

 

Evangelie :

 

Johannes, 1,1-17 Hoofdstuk 1

 

[1] In* het begin was het woord*, en het woord was bij God, en het woord was God. [2] Het was in het begin bij God. [3] Alles* is door Hem ontstaan, en buiten Hem om is er niets ontstaan. Wat ontstaan was, [4] had leven in Hem, en het leven was het licht van de mensen. [5] Het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis kon het niet aan. [6] Er is een mens geweest, een gezondene van God; zijn naam was Johannes. [7] Hij kwam als getuige: hij moest getuigen van het licht, opdat allen door hem tot geloof zouden komen. [8] Hij was niet het licht, hij moest getuigen van het licht. [9] Het* ware licht was er, dat elke mens verlicht en dat in de wereld* moest komen. [10] Het was in de wereld, een wereld die door Hem was ontstaan, en die wereld heeft Hem niet erkend. [11] In zijn eigen* huis is Hij gekomen, en zijn eigen* mensen hebben Hem niet opgenomen. [12] Aan diegenen die Hem toch opnamen, heeft Hij het vermogen gegeven om kinderen te worden van God: aan hen die geloven* in zijn naam. [13] Niet langs de weg van het bloed, niet door de begeerte van het vlees of door mannelijk streven, maar uit God zijn ze geboren. [14] Ja, het woord* is vlees geworden! Hij* is onder ons zijn tent komen opslaan en we hebben zijn heerlijkheid gezien, de heerlijkheid die Hij als eniggeboren* Zoon aan de Vader ontleende, vervuld als Hij was van genade en waarheid. [15] Van Hem legt Johannes getuigenis af en zijn verklaring luidt: ‘Hem bedoelde ik toen ik zei: “Hij die na mij komt, is mijn meerdere, want vóór mij was Hij er al.” ‘ [16] Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen, genade op genade. [17] wet gegeven door Mozes, de genade en de waarheid zijn gebracht door Jezus Christus.

 

 

PASEN

 

Pasen is geen vroom feest,

Zachtjes te vieren

Zo midden in de lente,

na de droefenis van Goede Vrijdag.

Het is het gewelddadig doorbreken

van krachtig leven,

tegen elke dood in

 

Pasen is het onbegrijpbaar wonder

van de onderste steen boven,

van rotsen die water geven,

van woestijn waar brood te rapen valt.

 

Pasen is de doortocht

over de moerassen van de Rietzee

naar het Land van Hoop

Pasen is de uittocht

uit het land van slavernij.

 

Pasen is opstanding,

Verrijzenis,

nieuw leven.

 

Auteur onbekend

 

 

Geen hopeloos einde.....jpg

 

Chrysostomos Joh. : Judas ging heen. Het was nacht

H. Johannes Chrysostomus (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar 
Homilie over de bekering, nr 1 
Chrisostomos 187.jpg
“Judas ging heen. Het was nacht”
    
 Judas had zijn berouw uitgesproken: “Ik heb gezondigd door onschuldig bloed over te leveren” (Mt 27,4). Maar de duivel die deze woorden had gehoord, had daardoor begrepen dat Judas op de goede weg was en die omvorming had hem bang gemaakt. Toen dacht hij: “Zijn meester was waakzaam; op het moment dat Hij door hem zou worden verraden, weende Hij over de zijnen; het zou vreemd zijn als Hij hem niet op het moment, waarop Judas met heel zijn ziel berouw zou hebben, naar zich toe zou trekken als hij opstaat en zo zijn fout erkent. Werd Hij daarom niet gekruisigd?” Na deze gedachten wierp hij een diepe zorg in de geest van Judas; hij liet een enorme wanhoop in hem opkomen, voldoende om hem van zijn stuk te brengen en hem te bestoken totdat hij zelfmoord pleegde, om hem het leven te ontnemen na hem van zijn gevoelens van berouw te hebben ontdaan.
      Er is geen enkele twijfel dat hij gered zou zijn, als hij nog geleefd zou hebben: we hoeven maar aan de voorbeelden van de beulen te denken. Als Christus hen immers gered heeft die Hem gekruisigd hebben, als Hij zelfs op het kruis tot zijn Vader bad en Hem om vergiffenis vroeg voor hun zonden (Lc 23,24), waarom zou Hij dan niet deze verrader met volledige welwillendheid hebben ontvangen, mits hij zich oprecht bekeerde? Petrus heeft zich drie maal herroepen na aan de eenheid van de heilige mysteriën te hebben deelgenomen; zijn tranen geven de kwijtschelding (Mt 26,75; Joh 21,15v). Paulus de vervolger, de godslasteraar, de verwaande, heeft niet alleen de Gekruisigde vervolgd maar ook zijn leerlingen. Hij is na zijn bekering apostel geworden. God vraagt van ons slechts een lichte boetedoening om het herstel van onze zonden toe te staan.

Judas verraad Ochrid 1259 fresco.jpg

Judas verraad
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Ignatios van Antiochië : Wij zullen aan onze vruchten gekend worden

H. Ignatius van Antiochië (? – ca 110), bisschop en martelaar 
Brief aan de Efeziërs, 13-15 

ignatius van Antiochië9.jpg

Ignatios van Antiochië
Wij zullen aan onze vruchten gekend worden
    
 Zet uzelf ertoe om vaker bijeen te komen om God te danken en te loven. Want, wanneer u zich vaak verzamelt, worden de krachten van Satan verslagen en zijn werk aan de ondergang wordt vernietigd door de unanimiteit van uw geloof. Niets gaat er boven de vrede, die triomfeert over alle aanvallen die de hemelse en aardse krachten ons aandoen.
      Niets van dat alles is verborgen voor u, als u Jezus Christus een geloof en een volkomen liefde toedraagt, die het begin en het einde van het leven zijn: het begin is het geloof en het eind is de liefde. Die twee samen is God. Alle andere deugden die naar de volmaaktheid leiden komen voort uit deze twee eersten. Niemand die zijn geloof belijdt, zondigt; niemand die de liefde bezit, haat. “Men kent de boom aan zijn vruchten”; zo zal men aan de werken hen herkennen die belijden dat ze van Christus zijn. Want vandaag de dag is het werk dat van ons gevraagd wordt niet alleen een eenvoudige geloofsbelijdenis, maar om tot aan het einde in de praktijk van het geloof gevonden te worden.
      Het is beter te zwijgen en te zijn dan te spreken zonder te zijn. Het is goed te onderrichten, als degene die onderricht er naar handelt. Wij hebben niet slechts één meester, degene die “sprak en het was er” (Ps 33,9); zelfs de werken die Hij in stilte heeft gedaan zijn Zijn Vader waardig. Degene die werkelijk het woord van Jezus begrijpt, kan zelfs zijn stilte horen; dan zal hij volmaakt zijn: hij zal handelen door zijn woord en laat zich kennen door zijn stilte. Niets is voor de Heer verborgen; zelfs onze geheimen zijn Hem vertrouwd. Laten we dus alles in de gedachte doen dat Hij in ons blijft; zo zullen wij tempels zijn en Hij zal onze God zijn.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Oud testamentische drie-eenheid

OUD TESTAMENTISCHE TRINITEIT

Van Andreï Roeblov – ca.1412

Tretjakov-Galerij  –  Moscou

 

 

 

drie-eenheid 793.jpg

 

Deze wereldberoemde icoon was bestemd voor de iconenwand in het door de Heilige Sergius van radonesj gestichte klooster te Zagorsk (ongeveer70 km. Van Moscou verwijderd). De voor de icoon benutte gegevens berusten op de allegorische verklaring van het zeer bekende hoofdstuk 18 uit het boek Genesis. Daar wordt verhaald, dat aan Abraham drie engelen verschenen en door hem gastvrij werden ontvangen onder de eik van Mamre. Links zou God e Vader herkennen, in het midden Christus en rechts de Heilige Geest (maar dit is slechts een hypothese !) De volstrekte gelijkheid tussen de goddelijke personen is nimmer zo verheven uitgebeeld. Hoogste spirituele expressie, ritmische bewogenheid, glans der tinten geven aan het geheel een weergaloze schoonheid.Het is de opgave van de schilder om zijn beeld zo te schilderen dat hij deze goddelijke werkelijkheid zichtbaar maakt. Dan komt het bij de meditatie en de verering van die icoon tot een echte ontmoeting met God.

Dat was het opzet van Andreï Roeblov : zijn Godsontmoeting meedelen opdat ook wij die zouden ervaren. Hij bediende zich bij dit ‘spreken zonder woorden’ van kleuren, vormen en symbolen, waarmee zijn kunstvolle hand zo eenmalig trefzeker kon omgaan. Luisteren wij nu bij dit ‘spreken zonder woorden’ naar de taal van het schilderij, om zo de diepte en de zin van zijn boodschap in ons op te nemen.

We kijken even naar de opbouw van de icoon : een rechthoek, waarin een cirkel, en in het midden een driehoek. Rechthoek en driehoek samen zijn het fundament van de icoon. De plaats van de engel in het midden is door de loodrechte middenas vastgelegd. De twee diagonalen bepalen de plaats van de twee andere engelen.Hun hoofden komen niet buiten de diagonalen. De cirkel is het symbool van de goddelijke volmaaktheid, omdat er in God begin noch einde is. Eigenlijk is de cirkel zo bepalend voor het beeld van de drie personen dat alles war er buiten staat gerust weg zou mogen vallen, zonder afbreuk te doen aan de waarde van de icoon. In het midden zien we een gelijkzijdige driehoek. Reeds in de vroegchristelijke kunst gold de driehoek als symbool van de drie-eenheid Gods. De bovenste rand van de tafel is de grondlijn aan wiens uiteinde de beide andere engelen zitten. De driehoek heeft zijn hoogste punt in het hoofd van de middelste engel en valt over zijn rechterschouder in de handen van de engel links. Over zijn linkerschouder echter loopt een  lijn in de richting van de rechterhand van de engel die rechts zit. Rechthoek en driehoek geven de icoon een doorzichtige samenstelling, geborgenheid en eenheid. Toch doet de icoon helemaal niet stroef of gekunsteld aan. Het hoofd van de engel in het midden buigt over de middellijn naar links, terwijl de kelk op tafel iets naar rechts verschoven is. Het schijnbaar verstoorde evenwicht is daarmee weer hersteld.

De neiging naar links van het hoofd van de engel in het midden wordt nog versterkt door de naar links overhellende boom achter hem. Een gelijkaardige neiging naar links vertoont ook de engel rechts. De richting van de berg boven de engel rechts – niet alle reproducties laten deze berg voldoende tot zijn recht komen – deze richting verduidelijkt de beweging van zijn hoofd nog eens en onderstreept die beweging. Door deze neiging naar links van de hoofden is Roeblov erin geslaagd een levendige en gesloten gemeenschap tussen de drie personen van zijn icoon op te roepen. De drie engelen vormen een eenheid die het resultaat is van een beweging van de twee engelen rechts naar de engel links toe. Deze engel links heeft een  rechte houding. De beweging van de twee anderen maakt duidelijk dat hij deze neiging naar hen toe aanvaardt.

We konden duidelijk zien dat er een beweging naar links te erkennen is. Men kan zich afvragen of er ook van links naar rechts een beweging te ontdekken valt. Dan zou zich de kring sluiten. Het feit dat de pelgrimsstokken van links naar rechts steeds sterker overhellen schijnt op die beweging te wijzen. Bij aandachtig toezien kan men inderdaad een beweging naar rechts erkennen. De uitgestrekte, zegenende vingers van de engelen links en in het midden, duiden op een beweging, die vanuit de schoot van de engel links over zijn rechterhand van de engel in het midden gaat. Deze beweging naar rechts loopt verder door naar de rechterhand van de engel rechts. Hier vloeit ze dan spontaan over via de linkerarm van de rechtse engel in de reeds beschreven lijn van de hoofden naar links, die ook de berg en de boom in dezelfde beweging opneemt en vormt zo een volledige kringloop.Midden in deze kringloop staat een kelk op tafel. De ruimte die vrijblijft tussen de knieën van de engelen, die aan beide uiteinden van de tafel zitten, duidt nog eens de vorm van een kelk aan. Nu weliswaar in een vereenvoudigde vorm. De vorm van de kelk vinden we dan nog een keer terug in het gedeelte helemaal onder, in de ruimte die vrij blijft tussen de twee voetbanken van de twee uiterste engelen. Van zo groot belang was voor Roeblov deze enen kelk dat wij zijn vorm verschillende keren op de icoon terugvinden. De kelk zelf, de tafel waarop hij staat, de ruimte tussen de voetbankjes, en tenslotte in zijn grootste vorm getekend door de lijnen van de twee uiterste engelen vormen, te beginnen bij hun voeten en doorlopend tot aan hun schouders. Als wij deze laatste vorm van de kelk nauwkeurig bekijken, lijkt de engel in het midden er bijna helemaal in te verdwijnen. Voor Roeblovs tijdgenoten was de betekenis van deze meervoudige symbolen duidelijk. Ze willen niet alleen verwijzen naar het gastmaal bij Abraham, maar ook op het unieke offer van Jezus op Calvarië, dat wij bij iedere Liturgie gedenken en ontvangen.De opening aan de voorkant van de tafel onderstreept dit nog eens uitdrukkelijk. Alle stenen altaren in de byzantijnse kerken hebben een dergelijke opening die relieken bevatten opdat ieder bij de viering aandachtig zou zijn : we voelen ons verbonden met de martelaren van heel de Kerk.

Concentreren wij ons nu op de kleuren van de icoon.

In verschillende schakeringen verdeelt zich de blauwe kleur over de drie engelen. Blauw is de kleur van de godheid en de hemelse waarheid. Zacht, bijna in een zilveren kleur, komt het blauw van onder de vleugels der engelen te voorschijn. De grootste oppervlakte van dit blauw  zien wij bij de engel in het midden. En het is een krachtig blauw. De vele plooien van zijn gewaar laten een rijke nuancering toe van het blauw in licht en donker. Bij de beide andere engelen is blauw de kleur van het onderkleed. Alleen een klein smal streepje blauw zien we bij de engel links. Maar een rijker blauw en een groter gedeelte zien we bij de engel rechts. Alle nuanceringen van het blauw duiden waarschijnlijk de ons geopenbaarde kennis aan die wij bezitten over de hemelse waarheid en godheid, van de drie goddelijke personen. Het hoogtepunt van de kleurencompositie is zeker het donkerrood op het onderkleed van de engel in het midden. De oranjeachtige streep op de rechterschouder die dit rood onderbreekt, laat deze kleur nog feller uitkomen.

Wat is daar nu de betekenis van ?

De jeugdige gelaatstrekken van de engelen, waarvan niemand ouder of jonger genoemd kan worden, tonen dat er in de goddelijke Drie-eenheid geen vroeger of later , geen gisteren of morgen, maar alleen het tijdloze NU van de drie goddelijke Personen bestaan. De jeugdige gestalten verenigen in zich de kracht en de bevalligheid van de beide geslachten, want bij God is er geen onderscheid tussen man en vrouw; in Hem die als de ene drievuldig is, wordt de verscheidenheid niet opgeheven maar ver-eend en vervuld.Iedere persoon die door de Russische monnik wordt geschilderd is altijd op een ander betrokken. Roeblov die zelf in een broederlijke gemeenschap leefde, weet dat leerling-zijn niets anders betekent dan een in Jezus afgestorven leven te leiden, arm te worden aan zijn eigen ‘ik’, om rijk te worden naar de inwendige mens. De geestelijke vrucht wordt alleen geboren uit offerbereidheid en overgave van zichzelf. Roeblov legt in al zijn iconen de kracht tot deemoed, zoals hij die zelf wel ontvangen heeft van Jezus, door wie hij zich geroepen wist.Wat is nu de geestelijke inhoud, de spiritualiteit en de theologie van Roeblovs Drievuldigheidsicoon ? Toen Abraham in het dal van Mamre op het middaguur voor zijn tent zat, ontving hij in de personen van de drie mannen het bezoek van God zelf. ‘Filoxenia’ –dit wil zeggen gastvrijheid – noemt de orthodoxe kerk deze icoon. Gastvrijheid betekent voor een Oosterling echter méér dan aan een vreemde voedsel en een dak boven zijn hoofd geven. Gastvrijheid betekent ook tafelgemeenschap (communio): vandaag een eigen, bijzonder innige vorm van vriendschap. Met de voorstelling van dit éénmalig bezoek van God aan Abraham is Roeblovs icoon echter geenszins verklaard. In de drie bezoekers ziet en schildert de Russische meester de Heilige Drie-eenheid. Daarom de bijzondere cirkel en de vorm van een driehoek., een verwijzing naar Gods eeuwigheid en Gods Drie-persoon-zijn. De aureolen die de hoofden van de engelen omstralen schijnen als drie zonnen in de helderste kleuren van de icoon. De Oosterse Kerk omschrijft dit zo : ze zijn  immers in drie personen het ene licht van drie zonnen. De bezoekers zitten rond de tafel waarop één beker staat : de éne , voor allen gemeenschappelijke spijs en drank. Ook het goud van hun vleugels en het blauw dat ze in hun kleding en onder hun vleugels dragen wijst op één godheid, die alles gemeenschappelijk heeft. Alle drie hebben ze dezelfde pelgrimsstok die erop wijst dat God geen egpïstische of in zich berustende God is, maar de ene God die op tocht gegaan is naar zijn schepping toe. Twee grote gespreksthema’s vullen de ruimte. Twee thema’s die nauw met elkaar verbonden zijn. Daarom is het bijeenzijn van de drie nu van zo grote betekenis. Ze hebben een belangrijke beslissing te treffen en ze willen dat doen in een goddelijke eensgezindheid. Roeblov zelf wilde dat men zijn icoon verstond als het besluit van de Heilige Drie-eenheid tot de menswording van de Zoon. En daarmee komt er een volledig nieuwe trek in de afbeelding van de Drie-eenheid. We staan daarmee aan de oorsprong van het denken over God. Want zolang God is heeft Hij zich tot de wereld uitgesproken . Ook als de wereld zich ven Hem afkeert, houdt Hij er van. Daarom moet deze beslissing van de Heilige Drie-eenheid genomen worden. Het worstelen om het ‘ja’ van de Vader is nog niet afgesloten. Het definitieve Ja tot deze opdracht is nog in wording. Met dit ‘ja’ van de Zoon, wil de Vader de wereld verlossen. Dit is het eerste gespreksthema van de Drie. De verlossing en bevrijding van de wereld uit alle demonische macht.En het tweede thema : God wil de wereld naar zich toe trekken, thuis laten komen bij Hem en opnieuw één met de wereld zijn. Daarom wil de Vader afstand doen van de Zoon, koste wat het wil, opdat de Zoon de mensen zou benaderen, als het ware aan huis zou gaan bezoeken. De beraadslaging tot dit ‘Ja’ zien wij op de icoon. Dit ‘Ja’ wordt des te belangrijker, omdat het voor de Zoon niet een ‘Ja’ is, dat wellicht roem en eer meebrengt, het is het bewuste ‘Ja’ voor een leven van mislukkingen, fiasco’s, dood. Dood aan een Kruis. Wat zal het antwoord zijn van de Zoon ? Wordt het slechts een ‘Ja’ woord ?

De Geest :

De engel rechts die (waarschijnlijk) de Heilige Geest verzinnebeeldt, stemt zonder voorbehoud toe en laat  zijn grenzeloze bereidheid en beschikbaarheid erkennen. In zijn gelaatsuitdrukking zien wij de Trooster, die troost brengt en troostend bijstaat. Zoals een Russische Theoloog het ooit zei, is Hij de goede bron van alle goedheid. Met deze overgave troost Hij de Zoon Jezus, die om de wereld te redden, zich vernederen en ontledigen laat tot in de Godsverlatenheid toe om onder de mensen als hun dienaar te zijn, om hen te redden uit hun ik-zucht en liefdeloosheid. Daarom kan de engel die de Heilige Geest mogelijks kan verzinnebeelden, niets anders dan zich naar de Zoon toebuigen. Maar moet dan de Zoon alléén in de wereld komen en de Geest niet ? Ja, ook Hij ! Hij zal niet enkel de Zoon begeleiden, Hij zal ook de mensen tot Hem voeren. Het zal Pinksteren worden op aarde, waar Hij zich zal uitstorten op alles en allen die Hem verwachten. Ja, ook Hij zal in de wereld komen om allen binnen te voeren in het wezen van God. Vuur wil Hij zijn, volheid van Gods liefdegloed. Hij zal mensen ervoor warm maken dat zij tot elkaar komen in éénheid en als broers eendrachtig samenwonen, opdat er vrede op aarde kan komen. Want liefde zoekt naar eenheid. Deze opdracht van de Heilige Geest schijnt aanvaard. Zo zal geschieden.

Bij het blauw komt in zijn bovenkleed ook nog het groen. . Zo openbaart zich Gods geest die door Zijn werken het heelal, de gehele schepping tot leven brengt en nieuw zal maken. Bewust van Zijn oneindige volheid en kracht, neigt zich de engel die de Heilige Geest verzinnebeeldt zich tot de engel in het midden met een liefdevol en beslist ja.

De Zoon :

De engel in het midden verzinnebeeldt (waarschijnlijk) de Zoon. Hij is het Woord van in de beginnen van de eeuwige Vader. De engel die de Zoon verzinnebeeldt, keert zich luisterend en  antwoordend tot de Vader. Wij zijn hier getuigen van een moment van het gesprek binnen het goddelijk samenzijn en hun eeuwige eensgezindheid. Omdat God geen zwijgende God is, geen oer-eenzame, geen éénvoudig-persoonlijke, maar een drievoudig persoonlijke God is, daarom zijn ze hier bijeen om in een gesprek het heil van de wereld voor te bereiden.

Er is hier geen tegenspraak van de zoon te ontdekken. Hier is enkel luisterende bereidheid tot een gruwelijke weg. Het bloedrood onderkleed herinnert aan het purper van de Byzantijnse Keizers, maar ook aan de ernst van de liefde, waarmee Jezus in plaats van de mensen gehoorzaam wil zijn. Een weg die leidt tot de dood aan het Kruis. Deze weg wil voorzeker overwogen en bezonnen zijn.Alleen bij Hem is het blauw van de hemelse godheid en waarheid tot bovenkleed geworden. Want juist in Jezus wil de godheid zich openbaren en veruitwendigen.De boom achter de middelste engel stelt de levensboom van het paradijs voor. Volgens een oude legende met een diepe zin, werd het Kruis van Golgotha gemaakt uit de levensboom uit het Paradijs. Zal Hij het kunnen dragen ?

Zijn hoofd neigt zich naar links, naar de vader. Zijn knie, zijn armen en de geopende vingers, die aan een zegenend gebaar doen denken, wijzen naar rechts, naar de Heilige Geest. Als wou Hij verwijzen naar Hem, die uit alles wat hij bevrijdt, de goddelijke bijstand die hem terzijde staat in leven en sterven duidelijk wordt.

De Vader :

De engel links zit zo te zeggen helemaal rechtop op zijn troon. Hij verzinnebeeldt (waarschijnlijk) God de vader. De bijna loodrecht gehouden pelgrimsstok in Zijn hand onderlijnt de rechte houding. Zijn bovenkleed in roze en goud, kleuren die de hoogste in rang aanduiden, verraden in Hem de ‘Oorsprong’, de bron van alle goedheid en daarom van alle leven. Van  Zijn blauw onderkleed is enkel maar een heel smalle streep te zien. De Vader woont in het ontoegankelijk licht. Geen mens heeft Hem ooit gezien, of is in staat Hem te zien. Het is voor de Christelijke kunst steeds bijzonder moeilijk geweest de Vader voor te stellen. Want Hij heeft zich als Vader nooit aan de mensen getoond. Alleen in Zijn Zoon wil Hij zich aan de wereld tonen. Wanneer de byzantijnse kunstenaars God de Vader als de Albeheerser, als de Pantocrator wilden afbeelden in de koepels der kerken, lieten ze het beeld van Jezus op zich inwerken en zetten dit laatste in de plaats van de ongenaakbare, onzichtbare God de Vader, de Pantocrator. Jezus is toch het beeld van de onzichtbare God.Ook Roeblov wil op zijn manier de onzichtbaarheid en ontoegankelijkheid van God de Vader aanwijzen, die hij in de engel links  (waarschijnlijk) voorstelt. Daarom schildert hij van het onderkleed maar een kleine smalle streep, nauwelijks zichtbaar onder Zijn bovenkleed. Van de drie goddelijke Personen heeft de Vader zich op directe wijze het minst aan de wereld geopenbaard.

Roeblov is er in geslaagd de drie Personen van de Drie-eenheid niet alleen in gesprek met elkaar te tonen. Hij maakt ons de innigste band van een één-zijn in liefde zichtbaar, die bepalend zijn voor het drievoudig persoonlijk leven van God.  Het grote thema van deze icoon is de beweging van de éné persoon naar de andere toe. Hier trekt niemand iets naar zich toe, want onze God is niet zoals de goden der wereld, die aan zichzelf denken, die naar zich toe trekken, voor zich opeisen. Onze God leeft in betrokkenheid op de ander en kijkt voortdurend naar de ander uit. Ja, inderdaad, hier wordt , niet geëist. Hier neigt zich de ene persoon naar de ander, en schenkt hem Zijn liefde.

Het is uit dank voor deze overgrote liefde van de Vader, dat zich de Zoon en de Heilige Geest dankbaar antwoordend  overgeven. Deze beweging van het dankbaar antwoord is zo sterk, zo geweldig, dat ze als een stormgloed het intiem goddelijk bereik overstijgt.

Dit gebeuren wil de hele schepping in de vreugde en de Vrede, in de dankbaarheid en overgave betrekken. Ook de berg en de boom op de achtergrond, beeld van levenloze en levende natuur, moeten helemaal aan deze beweging, die alles door Jezus naar de Vader stuwt, deelnemen.

Vanuit deze beweging van steeds circulerende liefde, van de ene goddelijke persoon naar de andere toe, moet de beslissing  van de Zoon getroffen worden. Hier wordt de wil van de drie personen geboren. Hun eenheid in liefde wil ons mensen binnendragen in het geopende en gastvrij op ons wachtende Vaderhuis. Thuiskomen, thuis-zijn ! De mens staat voor de uitnodigende blik van de Vader, die hem wil binnenleiden in Zijn goddelijke Liefde. Hij wil hem van alle kanten met liefdevolle kracht omgeven, als het ware zijn hand boven hem houden, met deze macht der liefde hem nieuw maken, zodat het doen en laten van de mens louter liefde zou zijn.

God heeft een doel : het god-verlaten zijn, het zijn zonder God moet een einde nemen. De Vader wil zijn mensen omvormen tot liefde : Hij wil dat iedereen vol wordt van liefde, thuiskomt in de liefde, en uiteindelijk zelf liefde wordt. Dit alles wil Hij waarmaken. Wat voor een heilige bedoeling, wat voor een wonderbare liefde !

De Kelk

In het midden van de icoon staat op de tafel een kelk, met een kleine kalfskop daarin. Het kalf was in veel wetten van het Oude Testament bestemd voor het offer. Het wordt op Roeblovs icoon tot zinnebeeld van Gods zoenoffer. Zo ziet het raadsbesluit van de Drie-ene God eruit. Jezus Christus zal tot zoenoffer voor de zonden van de mensen worden.

Bescheiden maar toch vastbesloten is het gebaar waarmee de Vader naar de kelk wijst.

Dit gebaar is tegelijkertijd bevel en uitnodiging. Maar ook een bewijs van de allergrootste liefde. De Vader bestemt zijn eigen Zoon voor het offer. De Zoon heeft het bevel verstaan en buigt zich beamend naar de vader toe.

De hand van de Zoon rust zwaar op de tafel. En ook Zijn gezicht toont dat hij zich de ernst van de opdracht bewust is. Biddend en zoekend naar hulp neigt zich daarom de stok van de Zoon naar de Heilige Geest, die vol stille weemoed zijn bereidheid om mee te werken aan het verlossingswerk tot uitdrukking brengt bij het begin en bij de voltooiing. Hij is de bijstand, die hem terzijde staat.

Kruis als levensboom

De verlossing zal werkelijkheid worden op de levensboom van het kruis. Het hout van het kruis is bereid en neigt zich naar de Zoon toe om Hem als zijn schoonste vrucht aan te nemen. Dit heilsgebeuren wordt door het Bloed tot werkelijkelijkheid.  Maar niet door het Bloed van Jezus Christus, die het eens en voorgoed zal vergieten om zo verlossing te bewerken voor alle tijden.

 

Het bloedrode onderkleed wijst op de bloedige voltrekking van dit verlossingswerk. Waarom is uw gewaad zo rood en zijn uw kleren als die van een druivenperser, vraagt de profeet Jesaja aan de Messias ? En het antwoord luidt : ‘Ik heb geheel alleen de wijnpers getreden en van mijn volk was er niemand om mij te helpen’. Golgotha, schande en dodenheuvel, voor de stadsmuren van Jeruzalem. Daar valt de Mensenzoon definitief in de handen van de mensen. Zijn leven dat de Zoon offert, neemt de Vader aan als plaatsvervangend voor de gehele schuld van alle mensen. Hij heeft het doorstaan. Het is volbracht. Jezus’dood betekent een brug voor ons. De weg naar de Vader is open. De dood is mee opgenomen in de zege.

Pelgrimsstok

De pelgrimsstok in de hand van de engel wijst naar onder, naar de plaats waar de mensen wonen, uit het donker vanwaar God zo ver is, kan de mens bevrijd worden. Zonde en dood moeten wijken voor het goddelijk licht en de vreugde. Nu is het verlossingswerk van de Drie-ene God volop bezig. God zelf trekt de mens omhoog uit zijn liefdeloosheid en zijn ik-zucht waarin hij gevallen was en plaatst hem in de navolging van Christus. Zij die verloren waren horen het reddend woord en aanvaarden het. Al zijn uw zonden rood als scharlaken, ze zullen witter worden dan sneeuw. Dat mogen all weer thuisgekomen verloren zonen beleven. God zelf droogt hun tranen van berouw en boete. Het zal wel niet louter toevallig zijn dat de groep van de Drie-eenheid maar één weg openlaat waarlangs wij toegang hebben tot Hem. De achtergrond is door de vleugels van de engelen afgeschermd. Ook van de zijkanten is geen toegang. Het perspectief van de zitbanken sluit de toegang af en verplicht ons de engelengroep eerbiedig rond te gaan tot we er voor staan, voor het altaar tegelijkertijd. Maar kijk ! Helemaal beneden tussen de voetbanken van de engelen links en rechts blijft er een ruimte vrij. Deze groene ruimte heeft de vorm van een kelk die naar boven naar het altaar wijst.Hier wordt ons toegang verleend tot de gemeenschap van de Drie-persoonlijke God. De opening die wij aan de voorzijde van roeblov’s altaar zien wil ons duidelijk maken van welke aard onze roeping zal zijn. De opening is voor de relieken van de martelaren bestemd. Ook wij zijn geroepen om getuigen van Christus te zijn tot aan het uiteinde der aarde. Ook voor ons blijft er slechts één toegang om tot de kring der heilige Drie-eenheid te geraken. Het is de toegang die aan de opening van de relieken van de martelaren voorbijgaat. Langs deze weg worden wij mee opgenomen in het eeuwige drievoudig-persoonlijke gesprek, niet als stomme toeschouwers of als dove toehoorders, maar als actieve gesprekspartners, als leerlingen van Jezus die het Oude en voorbij gaande laten voor wat het is, om Hem te volgen en te dienen die het eerst Zijn leven voor ons gaf. Mag het ons ook veel kosten, hier gaat het erom Jezus lief te hebben, zich aan Hem over te geven en Hem te eren door de inzet van ons hele leven. Hier roept de Heer van het leven ons toe : ‘Komt allen tot Mij die uitgeput en onder lasten gebukt gaat en volgt Mij na’.

 Abba ! Vader !

 En Gods heilige Geest, die ons alle waarheid leert, roept biddend in ons : ‘Abba, Vader!’.

Door de Heilige Geest zijn wij echt opgenomen binnen de kringloop van de liefde, die ons van alle kanten omgeeft. En als wij in de Heilige Geest opnieuw geboren worden, dan hebben wij ook een levendige hoop en een roeping dat dit alle moeite waard is te leven.

 In de navolging van Jezus bereikt ons leven en ons liefhebben in de Heilige Geest het doel van alles : de Vader.

 Het onmogelijke is voor de mens mogelijk geworden. Er is uit dit besluit in liefde van de Drie-ene iets nieuws geboren. Door Hem en met Hem is leefbare gemeenschap haalbaar geworden. Het broederlijk samenzijn van mensen in stad en land, in de kerk en andere gemeenschappen, komt voort uit dit heilig voorbeeld. Gods eenheid in liefde bewerkt onder ons deze heilige broederlijke eenheid in liefde.

 ‘God, hebt Gij een doel met ons leven, roept Gij ons tot deze navolging ? Wilt Gij dat wij één zijn in uw Liefde ?

Ja, Vader, uw wil geschiede ! Ook onder ons. Mogen wij door uw Heilige Geest vol worden van Uw Liefde!’

 

De duitse tekst is van Gerhard Jan Rötting (Jesus-Bruderschaft)

Vertaling en bewerking : Kris Biesbroeck

Johannes Chrysostomos : Wanneer u de Mensenzoon omhoog zult hebben geheven, dan zult u inzien, dat Ik het ben

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar 
Doopcatechese, nr 3, 16v 

johannes_chrysostom1.jpg

“Wanneer u de Mensenzoon omhoog zult hebben geheven, dan zult u inzien, dat Ik het ben”
    
 Wilt u weten welke kracht er in het bloed van Christus verborgen is? Kijk dan waar het begon te stromen en waar de bron is: het komt van het kruis uit de zijde van Christus. Daar Jezus al dood was, zegt het Evangelie, was Hij nog aan het kruis, de soldaat kwam dichterbij en “stak een lans in zijn zij en meteen vloeide er bloed en water uit” (Joh 19,33-34). Dat water was symbool van de doop, en het bloed van de eucharistische mysteriën… De soldaat heeft dus Zijn zijde geopend; hij heeft de muur van de heilige Tempel doorstoken; en ik heb die schat gevonden en heb er mijn rijkdom van gemaakt…
      “Er vloeide bloed en water uit.” Ga niet onverschillig aan dit mysterie voorbij… Ik zei dat dit water en dit bloed symbolen waren van de doop en van de eucharistische mysteriën. Welnu de Kerk wordt geboren uit deze twee sacramenten: door dit bad van wedergeboorte en vernieuwing in de Geest, door de doop dus, en door de mysteriën. Welnu de tekenen van de doop en de mysteriën komen uit zijn zijde voort. Daarom heeft Christus de Kerk uit zijn zijde gevormd, zoals Hij Eva uit de zijde van Adam heeft gevormd (Gn 2,22).
      Daarom zegt Paulus: “Wij komen voort uit zijn vlees en botten” (cf Hand 17,29; Gn 2,23), daarmee doelend op de zijde van de Heer. Zo heeft de Heer immers ook vlees uit de zijde van Adam genomen om de vrouw te vormen, zo heeft Christus ons bloed en water uit zijn zijde gegeven om de Kerk te vormen. En zoals Hij toen vlees uit de zijde van Adam heeft genomen tijdens diens slaap, zo heeft Hij ons bloed en water gegeven na zijn dood…, want voortaan is de dood slechts een slaap. Hebt u gezien hoe Christus zich heeft verenigd met zijn bruid?  Hebt u gezien welk voedsel Hij aan ons allen heeft gegeven? Het is uit hetzelfde voedsel waaruit we geboren zijn en waardoor we gevoed worden. Zoals de vrouw haar kinderen uit haar eigen bloed baart en de kinderen met haar melk voedt, zo voedt Christus hen die Hij gebaard heeft, voortdurend met zijn bloed.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org