Iconen die een gebeurtenis in beeld brengen

Iconen die een gebeurtenis in beeld brengen

 

 

verrijzenis 54.jpg

 

 

Van taferelen en figuren uit het Oude en Nieuwe Testament worden vaak diegene op de voorgrond geplaatst, die rechtstreeks verband houden met de christelijke hoogtijdagen of met de belangrijkste kerkelijke instellingen en bepalingen. Daarbij worden de voorstellingen uit het Oude Testament altijd volgens een bepaald schema van belofte en vervulling in verband gebracht met voorstellingen uit het Nieuwe Testament. De overlevering omtrent de monniken krijgt daarbij een bijzondere betekenis. Zo verschijnt bijvoorbeeld de profeet Elias als het oudtestamentisch prototype van het christelijk ,monnikenwezen, als oervoorstelling van de wijze asceet die, gezalfd door de Geest Gods, in de woestijn tegen de demonen streed en tal van wonderen verrichtte. Zo verschijnt Johannes de Doper in een haren boetekleed als prototype van het monnikenleven in de woestijn en van het ascetische leven.

Ook bij de afbeeldingen van taferelen uit het Oude en Nieuwe Testament bestaat zonder uitzondering een nauw verband tussen icoon en liturgie. Zo is bijvoorbeeld de afbeelding op de zogenaamde “opstandingsicoon” niet te begrijpen, wanneer men de talrijke lofzangen van de Paasliturgie niet kent. Afgebeeld is namelijk niet de opstanding van Christus in westerse zin, zoals wij die bijvoorbeeld kennen van Dürer of Grünewald, dat wil zeggen Christus die uit het graf opstaat en de sluitsteen van dit graf openbreekt; veeleer heeft men Christus’ afdaling in de hel afgebeeld. Na zijn kruisdood daalt Christus af in de onderwereld; Hij bestormt de binnenste vesting van de heerser over het dodenrijk; Hij verbreekt de grendels van de hadespoort, licht de deuren uit hun hengsels en haalt de zijnen uit de dodenwereld. Op de zogenaamde opstandings-icoon, die in werkelijkheid een icoon van de “nederdaling ter helle” is, ziet men Christus, die op de in kruisvorm de over elkaar gelegde deurvleugels van de hellepoort staat, die Hij uit de hengsels heeft gelicht; die uit de diepten van de onderwereld de rechtvaardigen van de oertijd verlost, voorop Adam en Eva, de eerst gevallen mensen die door de Verlosser weer als eersten aan de onderwereld ontrukt worden, daarachter de rechtvaardige patriarchen, koningen en aartsvaders van het Oude Testament, die in de onderwereld op hun verlossing gewacht hebben. De paasgezangen die Christus’nederdaling ter helle prijzen, vormen hier het enig passende en ter zake doende commentaar bij de paasicoon.

Uit : Ernst Benz : De Oosters-orthodoxe kerk.

Johannes Chrysostomos : Hij heeft door beiden in één lichaam met God te verzoenen door het kruis, de vijandschap gedood

H. Johannes Chrysostomos (ca 345-407), priester te Antiochië daarna bisschop van Constantinopel, Kerkleraar
Homilie over het verraad van Judas, 2, 6 ; PG 49, 390

Chrysostome  miniature 17e eeuw.jpg

Johannes Chrysostomos : miniatuur uit de 17e eeuw

 

“Hij heeft door beiden in één lichaam met God  te verzoenen door het kruis, de vijandschap gedood”

      Christus heeft zijn leven voor je gegeven en jij gaat door met een afkeer te  hebben van een dienaar zoals je zelf ook bent? Hoe kun je naar de tafel van vrede gaan? Jouw Meester heeft niet geaarzeld om alle lijden voor jou te doorstaan, en jij weigert zelfs om op te houden met je woede?… “Iemand heeft me ernstig beledigd, zeg je, hij was zo vaak onrechtvaardig tegen mij, hij heeft me zelfs met de dood bedreigd!” Wat is dat nou? Hij heeft je nog niet gekruisigd zoals de Heer door zijn vijanden gekruisigd is.

      Als jij de schulden van je naaste niet vergeeft, dan zal jouw Vader in de hemel jouw schuld ook niet vergeven (Mt 6,15). Wat zegt je geweten als je deze woorden uitspreekt: “Onze Vader die in de hemel zijt, uw Naam worde geheiligd” en alles wat daarna volgt? Christus maakt geen onderscheid: Hij heeft zijn bloed vergoten voor hen die de Zijne vergoten hebben. Zou jij zoiets dergelijks kunnen doen? Als jij weigert om je vijand te vergeven, dan ben jij het die iemand schaadt, niet hij…; wat je doet is een straf voor jezelf voorbereiden op de Dag des Oordeels…

      Luister naar wat de Heer zegt: “Als u dus uw offergave brengt naar het altaar, en u daar herinnert, dat uw broeder iets tegen u heeft, laat dan uw offer voor het altaar, en ga u eerst met uw broeder verzoenen; kom dan terug,en draag uw offer op”… Want de Mensenzoon is in de wereld gekomen om de mensheid te verzoenen met zijn Vader. Of zoals Paulus het zegt: “Nu heeft God u met zich verzoend in Christus’ sterfelijk lichaam”  (Kol 1,22); “en beiden in één lichaam met God verzoend door het kruis” (Ef 2,16).

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

 

11e zondag na Pinksteren : over de vergeving

11e zondag na Pinksteren

Over de vergeving

 

 

vergeving.jpg

 

LEZINGEN :

Eerste Lezing : 1 Kor.9,2-12

Al ben ik voor anderen geen apostel, voor u toch zeker wel; want u bent in de Heer het waarmerk van mijn apostelschap. Dit is mijn antwoord aan mijn critici. Hebben wij niet het recht om te eten en te drinken? Hebben wij niet het recht om een christenvrouw mee te nemen, zoals de andere apostelen en de broers van de Heer en Kefas? Of zijn Barnabas en ik de enigen die verplicht zijn te werken voor hun levensonderhoud?
Welke soldaat betaalt ooit zijn eigen soldij? Wie plant een wijngaard en eet niet van de vruchten? Of wie weidt een kudde zonder de melk van de kudde te gebruiken? Dit zijn niet enkel menselijke overwegingen, de wet zegt precies hetzelfde, of niet soms? In de wet van Mozes staat immers: Een dorsende os mag men niet muilbanden. Bemoeit God zich hier werkelijk met de ossen, of gaat het eigenlijk over ons? Natuurlijk, met het oog op óns staat er geschreven dat de ploeger moet ploegen en de dorser moet dorsen in de hoop zijn deel te ontvangen. Als wij in u een geestelijk gewas gezaaid hebben, is het dan te veel gevraagd als wij van u stoffelijke steun verwachten? Als anderen zulke aanspraken op u hebben, dan wij toch zeker! Maar wij hebben van dit recht geen gebruik gemaakt, en willen liever alles verduren dan de prediking van Christus’ evangelie belemmeren.

Evangelie : Mattheüs 18,23-35

In dit opzicht gaat het met het koninkrijk der hemelen als met een koning die met zijn dienaren afrekening wilde houden. Toen hij begonnen was met afrekenen, werd er iemand bij hem gebracht die een schuld had van tienduizend talenten. Omdat hij niet kon betalen, gaf de heer het bevel om hem met vrouw en kinderen en alles wat hij had te verkopen, zodat hij zou kunnen betalen. Daarop viel de dienaar voor hem neer en vroeg: “Heb geduld met mij, en ik zal u alles betalen.” De heer kreeg met die dienaar te doen en liet hem vrij, en hij schold hem het geleende geld kwijt. Toen die dienaar buiten kwam, trof hij een van zijn mededienaren, die hem honderd denariën schuldig was; hij greep hem bij de keel en zei: “Betaal wat je me schuldig bent.” Daarop viel zijn mededienaar voor hem neer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, en ik zal je betalen.”Dat wilde hij niet, integendeel, hij liet hem zelfs gevangenzetten tot hij het verschuldigde bedrag betaald zou hebben. Toen zijn mededienaren zagen wat er gebeurd was, waren zij buitengewoon ontstemd en gingen alles wat er gebeurd was aan hun heer vertellen. Toen riep zijn heer hem bij zich en zei: “Jij slechte dienaar, ik heb je heel die schuld kwijtgescholden, toen je mij daarom smeekte. [Had juist jij geen medelijden moeten hebben met je mededienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?” En zijn heer werd zo kwaad, dat hij hem overleverde aan de beulen, totdat hij heel zijn schuld zou hebben terugbetaald. Zo zal ook mijn hemelse Vader met jullie doen, als niet ieder van jullie zijn broeder van ganser harte vergeeft.

Beda de eerbiedwaardige : Johannes de Doper, martelaar voor de waarheid

H. Beda de Eerbiedwaardige (ca 673-735), monnik, Kerkleraar  
Homilie 23 (boek 2) ; CCL 122, 354, 356-357

Beda de eerbiedwaardige9.jpg

Beda de eerbiedwaardige

 

Johannes de Doper, martelaar voor de waarheid

      Er is geen twijfel mogelijk dat Johannes de Doper de gevangenschap ondergaan heeft voor onze Verlosser, die hij voorgegaan is door zijn getuigenis. Hij heeft zijn leven voor Hem gegeven. Want als zijn vervolger hem niet gevraagd zou hebben om Christus te verloochenen, maar om te zwijgen over de waarheid, dan is hij toch nog voor Christus gestorven. Christus zelf zei immers: “Ik ben de waarheid” (Joh 14,6). Omdat hij voor de waarheid zijn bloed heeft laten vloeien, is het voor Christus. Johannes getuigde door geboren te worden dat Christus geboren zou worden; door te prediken gaf hij getuigenis,dat Christus ging prediken, door te dopen, dat Jezus zou dopen. Door als eerste te lijden, betekende dat Christus ook zou moeten lijden…

  Deze zo grote mens kwam dus, na een lange en pijnlijke gevangenschap,aan zijn levenseind door het vergieten van zijn bloed. Hij die het goede nieuws van de vrijheid van een hogere vrede verkondigde, werd door de goddelozen in de gevangenis gegooid. Hij, die moest getuigen van het licht,werd in een donkere cel gegooid…  Johannes werd door zijn eigen bloed gedoopt, hij was degene die de Verlosser van de wereld mocht dopen, de stem van de Vader tot Christus hoorde spreken, en op Christus de genade van de Heilige Geest zag neerdalen.

  De apostel Paulus zei het juist: “Want u is de genade omwille van Christus verleend, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden”(Fil.1,29). Hij zegt dat lijden voor Christus een genadegave is voor uitverkorenen, omdat hij in een andere brief zegt: “Ik ben er zelfs van overtuigd dat het lijden van deze tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid waarvan ons de openbaring te wachten staat” (Rm 8,18).

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

10e zondag na Pinksteren : Genezing van een maanzieke

10e zondag na Pinksteren :’de genezing van de maanzieke'(=bezetene)

10e zondag na Pinksteren

‘de genezing van de maanzieke’ (bezetene)

 

maanzieke.jpg

 

miniatuur uit een middeleeuw handschrift

 

EERSTE LEZING : 1 Kor.,4.9-16

Maar volgens mij heeft God ons, apostelen, de laagste plaats toegewezen, alsof we ter dood veroordeeld zijn. We zijn voor heel de wereld, zowel voor engelen als mensen, een schouwspel geworden. Wij zijn dwaas omwille van Christus, terwijl u dankzij Christus zo geweldig wijs bent; wij zijn zwak, terwijl u zo geweldig sterk bent; u staat enorm in aanzien, terwijl wij worden veracht. Tot op de dag van vandaag lijden we honger en dorst, hebben we nauwelijks kleren, worden we mishandeld, zijn we dakloos, zwoegen we voor ons eigen brood. Worden we bespot, dan zegenen we; worden we vervolgd, dan verdragen we het; worden we beledigd, dan antwoorden we vriendelijk. Tot op dit ogenblik zijn wij het uitschot van de wereld, het uitvaagsel van de mensheid. Ik schrijf dit alles niet om u te beschamen, maar om u als mijn geliefde kinderen terecht te wijzen. Hoeveel opvoeders in het geloof in Christus u ook zult hebben, u hebt maar één vader. Door Christus Jezus ben ik uw vader geworden, omdat ik u het evangelie heb gebracht. Ik roep u dus op mij na te volgen.

EVANGELIE: Matth.,17.14-23

Gebrek aan geloof

Toen ze zich weer bij de mensenmassa voegden, kwam er iemand naar hem toe die voor hem op zijn knieën viel en zei: ‘Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en lijdt daar erg onder; hij valt dikwijls in het vuur of in het water. Ik heb hem bij uw leerlingen gebracht, maar zij konden hem niet genezen.’ Jezus antwoordde: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig en dwars volk, hoe lang moet ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet ik jullie nog verdragen? Breng hem bij me.’ Daarop sprak Jezus de demon op strenge toon toe. Deze ging uit de jongen weg, en vanaf dat moment was hij genezen. Later kwamen de leerlingen naar Jezus toe. Eenmaal met hem alleen vroegen ze: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’ Hij antwoordde: ‘Vanwege jullie gebrek aan geloof. Ik verzeker jullie: als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, dan zullen jullie tegen die berg zeggen: “Verplaats je van hier naar daar!” en dan zal hij zich verplaatsen. Niets zal voor jullie onmogelijk zijn.’Andere handschriften hebben een extra vers: ‘ Dit soort kan alleen door gebed en vasten worden uitgedreven.’ Terwijl ze door Galilea trokken, zei Jezus tegen hen: ‘De Mensenzoon zal uitgeleverd worden aan de mensen. Die zullen hem doden, maar op de derde dag zal hij uit de dood worden opgewekt.’ Dit maakte hen zeer bedroefd.

COMMENTAAR OP HET VERHAAL :

KLEIN GELOOF
De tweede maat van geloof is “kleingeloof”. In Mt.17 lezen wij het verhaal van een wanhopige vader. Zijn zoon is bezeten door een boze geest die de jongen dikwijls in het vuur doet vallen en dikwijls in het water. Marcus voegt daaraan toe dat van kinds af aan: 9:18 “waar (de boze geest) hem aangrijpt, werpt hij hem op de grond; en hij heeft het schuim op de mond, en hij knerst met zijn tanden en verstijft.”. En Lucas schrijft dat de boze geest de jongen grijpt “en dan schreeuwt hij plotseling en hij doet hem stuiptrekken, … en als hij hem mishandelt, laat hij hem nauwelijks los.” – kortom: een hoopje hopeloze ellende. De vader wil Jezus vragen om zijn bezeten zoon te bevrijden. Maar wanneer hij aankomt, ontdekt hij dat Jezus gisteren met Petrus, Johannes en Jacobus de verheerlijkingsberg beklom. De negen overgebleven discipelen proberen het klusje zelf te klaren, maar het lukt hun niet om de boze geest uit de bezeten jongen te drijven. Gelukkig keert Jezus op tijd bij Zijn discipelen terug. De vader: Mt.17:14-20a “kwam tot Hem, knielde voor Hem neder, en zeide: 15 Here, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en hij is er slecht aan toe; want dikwijls valt hij in het vuur en dikwijls in het water.”. Matteüs, Marcus en Lucas verslagen alle drie wat de wanhopige vader dat aan Jezus zegt: “16 … ik heb hem naar uw discipelen gebracht en zij hebben hem niet kunnen genezen.” “17 Jezus antwoordde en zeide: … Breng hem Mij hier. 18 En Jezus bestrafte hem en de boze geest ging van hem uit, en de knaap was genezen van dat ogenblik af. 19 Toen kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden, toen zij met Hem alleen waren: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven? 20 Hij zeide tot hen: Vanwege uw kleingeloof.”. De discipelen staan tegelijk in verwondering en in verwarring. Boze geesten uitdrijven is veel moeilijker gebleken dan zij dachten. De vader van de bezeten – nu bevrijdde – knaap heeft gelijk: zij hebben het niet gekund. Hoe komt het dat wat voor de discipelen een onmogelijke opgave was, voor Jezus maar een klein kunstje bleek te zijn? Zij willen graag weten hoe het komt dat het Hem lukt en hun niet: “Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven?”. Jezus’ antwoord: “Vanwege uw kleingeloof.”!
Wat is “kleingeloof”? Wanneer is ons geloof te klein? Het Marcusevangelie verslaat het gesprek tussen Jezus en de vader van de bezeten jongen vollediger. De vader zegt aan Jezus: v.22b “als Gij iets kunt doen, help ons en heb medelijden met ons!”. Jezus antwoordt: vv.23-24 “Als Gij kunt! Alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft. 24 Terstond riep de vader van de knaap uit en zeide: Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp!”. Ik denk dat de vader van de bezeten knaap ons toont wat klein geloof is, nl. geloof dat met twijfel gepaard gaat; geloof dat niet zeker is. Echt geloof: Hebr.11:1 “is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet.”, of, zoals “Het Boek” dit vers prachtig vertolkt: “de absolute zekerheid dat onze hoop ook werkelijkheid wordt en het is het bewijs van dingen die wij niet kunnen zien.”. De NBV geeft het nog anders weer: “Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.”. De vader van de bezeten jongen heeft zeker geloof. Hij gelooft wellicht dat boze geesten kunnen worden uitgedreven, en dat Jezus dit ook kan, want anders was hij niet met zijn zoon om hulp komen vragen. Maar nu het de discipelen van Jezus niet gelukt is om hem te helpen, twijfelt hij. Laten wij ons geloof ook soms beïnvloeden door het “succes” van medegelovigen? Als een voorganger of een oudste voor een zieke bidt, en wij de zieke niet zien genezen, laten wij ons ontmoedigen om voor ons te laten bidden? I.a.w.: stellen wij te veel vertrouwen op het “personeel” van de Heer dan op de Heer Zelf? Zo ja, lijden wij aan klein geloof.

Augustinus : Het leven toonde zich in het vlees

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en Kerkleraar
Commentaar op de eerste brief van Johannes, 1,1

 

Augustinus6.jpg

 

 

Het Leven toonde zich in het vlees

      “Wat er was vanaf het begin, wat wij gehoord hebben, wat wij met eigen ogen gezien en aanschouwd hebben, wat onze handen hebben aangeraakt, dat verkondigen wij: het Woord dat leven is” (1Joh 1,1). Is er iemand die met zijn handen het Woord des levens aanraakt, behalve dan omdat “het Woord vleesgeworden is en het onder ons gewoond heeft”? (Joh 1, 14). Welnu, dat Woord is vlees geworden om aangeraakt te worden door onze handen, Hij is begonnen vlees te worden in de schoot van Maria. Maar dat was niet het begin van zijn Woord-zijn, want Hij bestond “vanaf het begin, zei Johannes…

 Misschien dat sommigen het “Woord van Leven” horen als een formule waarmee Christus wordt aangeduid, en niet precies het lichaam van Christus,dat onze handen hebben aangeraakt. Maar kijk eens naar het vervolg. “Ja, het leven heeft zich geopenbaard”. Christus is dus het Woord van leven. En hoe heeft dat leven zich geopenbaard? Omdat ze al bestond vanaf het begin heeft ze zich niet aan de mensen geopenbaard: ze heeft zich aan de engelen geopenbaard,die haar zagen en die zich ermee hebben gevoed als hun brood. Dat is wat de Schrift zegt: “de mensen aten het brood van de engelen” (Ps 78,25).

 Dus het leven zelf heeft zich in het vlees geopenbaard: ze werd immers in staat van openbaring geplaatst opdat een werkelijkheid die alleen zichtbaar was met het hart, ook met de ogen gezien kon worden, om zo de harten te genezen. Alleen met het hart ziet men het Woord, terwijl het vlees ook door de ogen gezien wordt. Door het vlees kunnen we het Woord zien. Het Woord is vleesgeworden, een vlees dat we konden zien, opdat in ons, hetgeen ons in staat stelt om de Woord te zien, genezen zou worden.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

9e zondag na Pçinksteren : feest van de Transfiguratie

Transfiguratie van Onze Heer en God en Verlosser Jezus Christus

9e zondag na Pinksteren

 

TRANSFIGURATIE VAN ONZE HEER EN GOD EN VERLOSSER JEZUS CHRISTUS

 

 

Transfiguratie11.jpg

 Transfiguratie

 

Lezingen :

2 Petrus 1,10-19:

Daarom, broeders en zusters, doe uw best om steeds meer aan Gods roeping en uitverkiezing te beantwoorden. Als u zo handelt, zult u nooit ten val komen, en wordt u royaal toegang verleend tot het eeuwige koninkrijk van onze Heer en redder Jezus Christus.
Trouw aan de traditie

Ik zal dan ook niet ophouden u deze dingen in herinnering te brengen, ofschoon u ze weet en vast staat in de waarheid die u hebt ontvangen. Maar zolang ik nog woon in de tent van mijn lichaam, voel ik me verplicht om uw geheugen op te frissen. Ik weet dat deze tent weldra wordt neergehaald; onze Heer Jezus Christus heeft het mij gezegd. Maar ik zal ervoor zorgen, dat u zich dit alles ook na mijn heengaan telkens opnieuw voor de geest kunt halen.
Toen wij u de macht en de komst van onze Heer Jezus Christus verkondigden, beriepen wij ons niet op vernuftig bedachte mythen maar wij spraken als ooggetuigen van zijn glorie.Want Hij heeft van God de Vader eer en verheerlijking ontvangen, toen door de verheven majesteit dit woord tot Hem gericht werd: ‘Dit is mijn geliefde Zoon; luister naar Hem.’ En deze stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken, toen wij met Hem op de heilige berg verbleven. Hierdoor kreeg voor ons het woord van de profeten nog meer gezag. Ook u doet er goed aan dat in acht te nemen: het is de lamp die licht verspreidt in een donkere ruimte, tot het ogenblik dat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart.

EVANGELIE : Matth.17,1-9

Jezus met Mozes en Elia
Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op, waar Hij met hen alleen was. Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante. Zijn gezicht ging stralen als de zon en zijn kleren werden wit als licht. Opeens verschenen hun Mozes en Elia, in gesprek met Hem. [ Petrus zei daarop tegen Jezus: ‘Heer, het is maar goed dat wij hier zijn. Als U wilt, zal ik hier drie hutten maken, voor U een en voor Mozes een en voor Elia een.’ Hij was nog niet uitgesproken of daar kwam een lichtende wolk die hen overdekte, en opeens klonk er een stem uit die wolk: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind. Luister naar Hem.’ Toen de leerlingen dat hoorden, wierpen ze zich op de grond en werden ze vreselijk bang. Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: ‘Sta op en wees niet bang.’ Toen ze hun ogen opsloegen, zagen ze niemand meer dan Jezus alleen.
Terwijl ze van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: ‘Vertel niemand van dit visioen voordat de Mensenzoon uit de doden is opgewekt.’

Origines : De ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op Hem gericht

Origines (ca.185-253), priester en theoloog
Homilie over het evangelie van Lucas, nr. 32

Origenes.jpg

Origines

“De ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op hem gericht”

      Als u leest dat Jezus onderricht gaf in synagogen en door allen geprezen werd, prijs hen, die Christus toen gehoord hebben,wees dan gelukkig en beschouw u zelf als verstoken van onderricht. Want de Schrift is waar, de Heer heeft niet alleen vroeger in bijeenkomsten van Joden gesproken, maar vandaag ook inonze bijeenkomst, en niet alleen hier en nu, maar in bijeenkomsten van de gehele wereld.. Vandaag wordt Jezus “door velen gevierd”,  terwijl Hij toen slechts bekend was in één gebied…

      “Om aan armen de goede boodschap te brengen heeft Hij mij gezonden”,zegt Hij. De armen betekenen hier de heidenen; zij waren immers arm, ze bezaten niets: noch God, noch Geboden, noch rechtvaardigheid, noch kracht.Waarom heeft God Hem als boodschapper naar de heidenen gezonden? Om “aan gevangenen hun vrijlating aan te kondigen” – wij waren gevangenen: geboeide gevangenen voor lange tijd, onderworpen aan de macht van de Satan. En om “aan blinden het licht in hun ogen aan te kondigen”, want zijn woord geeft zicht aan blinden.

      “Jezus rolde de boekrol op, gaf hem terug aan de dienaar en ging weer zitten; de ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op Hem gericht”. Ook nu nog als u dat wilt, kunt u hier in onze bijeenkomst, uw ogen op de Verlosser richten. Als u uw blik richt op het diepst van uw hart om de Wijsheid en de Waarheid, de eniggeboren Zoon van God te schouwen, dan hebt u uw blik gericht op Jezus. Gelukkig die bijeenkomst waarvan de Schrift zegt:”De ogen van alle aanwezigen waren op Hem gericht”! Wat zou ik graag dezelfde getuigenis willen in onze bijeenkomst, en dat de ogen van allen, catechisanten en gelovigen, vrouwen, mannen en kinderen, Jezus zien met de ogen van hun ziel! Want als u Hem hebt geschouwd, dan zullen uw gelaat en uw blik verlicht zijn met zijn licht en dan kunt u zeggen: “Heer, het licht van uw gelaat heeft zijn zegel op ons gelegd” (Ps 4,7 LXX).

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

 

Heiligenleven : Simeon en Anna

Heiligenleven

Simeon en Anna

simeon en anna.jpg

Simeon en Anna

 

Simeon en Anna worden als profeten gevierd op de dag na het hoofdfeest, zoals dat vaak gebeurt met personen die in betrekking stonden tot het heilsfeit dat op de eigenlijke feestdag wordt gevierd. Simeon herkende de toekomstige grootheid van het Kind dat hij in zijn armen mocht dragen en waaraan hij zulk een ontroerende afscheidsrede wijdde. Ook aan de Moeder verkondigde hij de toekomstige smarten welke zij om dat Kind te verduren zou hebben. Volgens de overlevering was Simeon een van de 72 vertalers van de Septuagint, de beroemde officiële vertaling van de gehele Bijbel uit het Hebreeuws in het Grieks, in de laatste eeuw voor Christus. Toen hij bij Jesaja gekomen was aan de profetie over de Emmanuel die geboren zou worden uit een Maagd, vermoedde hij dat er een fout in de tekst stond en hij wilde die verbeteren door te vertalen : “Zie, een vrouw zal ontvangen…”. Maar toen verscheen hem een engel om hem te onderrichten dat het om een werkelijke profetie ging, en dat hij niet zou sterven voordat hij met eigen ogen de Verlosser zou hebben aanschouwd. Vandaar zijn hoge leeftijd toen de profetie in vervulling ging en zijn direct daaropvolgend einde.

Over Anna legt het Evangelie getuigenis af dat zij profetes was, sinds haar jonge jaren weduwe en nu 84 jaar oud, en aan God toegewijd door onophoudelijk gebed, bij dag en bij nacht, terwijl zij in de Tempel leefde (zoals we dat nog kunnen zien in sommige kerken in Rusland) (Meneon V, 100)

Uit: Heiligenlevens voor elke dag. Uitg.Orth.klooster Den Haag

Romanus melodicus : “Ze brachten alle zieken bij Hem”

H. Romanos de Melodicus (?- ca 560) dichter van hymnen
2e Hymne voor Epifanie, § 15-18

RomanosMelodos (Menologios of Basil II.jpg

Romanus Melodicus (menologion of Basil II)

 

“Ze brachten alle zieken bij Hem”

      Laten we onze ogen opheffen naar de Heer die in de hemel is en roepen als de profeet: “Degene die op aarde verschenen is, is onze God, en Hij leefde onder de mensen. Door zijn wil heeft Hij de mensen tot bekering gebracht”(vgl. Bar 3,36-38)… Hij heeft zich aan de profeten getoond onder verschillende verschijningen, Hij werd door Ezechiël als een mens op een wagen van vuur geschouwd (Ez 1,26) En Daniël die de Mensenzoon en de Oude Wijze, ouden jong tegelijk, heeft gezien (Dan 7,9.13) en één enige Heer verkondigde, Hij die verschenen is en die alles heeft verlicht.

      Hij heeft de onheilspellende nacht verdreven; dankzij Hem is alles rond het middaguur. Over de wereld straalde een licht zonder avond, Jezus onze Verlosser. Het land van Zebulon is in overvloed en lijkt op het paradijs, want”hun dorst wordt gelest met een stroom van vreugden” (Ps 36,9) en stort een stroom van eeuwig levend water in hen… In Galilea zien we “de bron van levend water” (v.10), dat is Degene die verschenen is en alles heeftverlicht.

      Jezus, ik zal dus ook zien dat U mijn geest verlicht en tegen mijn gedachten zegt: “Laat wie dorst heeft bij Mij komen en drinken” (Joh 7,37).Bevloei mijn vernederd hart, dat gebroken is door mijn dwaalweg. Ze heeft het uit honger en dorst aanvaard: geen honger naar voedsel, geen dorst naar drank,maar om het woord van de Heilige Geest te horen… Daarom zucht ze heel zacht,wachtend op het oordeel van U die verschenen bent en die alles heeftverlicht…

      Geef mij een duidelijk teken, zuiver mijn verborgen fouten, want mijngeheime wonden ondermijnen me… Ik val op mijn knieën voor U, Heer, zoals de vrouw met bloedvloeiingen. Ik grijp uw zoom ook vast en zeg: “Als ik alleenzijn kleren maar kan aanraken, dan zal ik al gered worden” (Mc 5,28).  U bentde dokter van de zielen, laat mijn geloof niet vergeefs zijn… ; ik zal U vinden voor mijn heil, U bent verschenen en hebt alles verlicht.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

N HAHAS : Een orthodoxe benadering van de concepten van Ethiek en Vrijheid

Een orthodoxe benadering van de concepten van Ethiek en Vrijheid

Door N HAHAS

 

De concepten van Ethiek en Vrijheid

Inleiding

Vrijheid en Ethiek zijn de twee voornaamste elementen van het menselijke denken die alomtegenwoordig zijn gedurende gans hun verleden en hun evolutie. Het is omdat deze twee concepten op het kruispunt zijn van de daden en de wederzijdse invloeden van en tussen het individu en de maatschappij. Alle culturen, alle stammen en andere, hebben de practische benaderingen gekend, zij het somtijds slechts embrionaal, van deze twee concepten. Sedert de oudheid, zelfs voor de religies gedragsregels hebben opgesteld die voortvloeiden uit hun respectievelijke visies op de Mens, op de gemeenschap en de maatschappij , hebben de denkers zich gebogen over de verschillende problematieken die voortvoortvloeien uit deze twee voornaamste factoren van de individuele menselijke en sociale daden. Maar de progressive filosofische structurering van de religies hebben zowel in het Verre Oosten, in het Oosten en later in het Westen, de sociale gedragingen beïnvloedt en daardoor hebben zij verschillende wijzen doen ontstaan ten overstaan van de concepten van Vrijheid en Ethiek. In een pluriculturele wereld, waar de micromaatschappijen in de war geraken, worden deze concepten meer en meer moeilijk te verhelderen, vooral op het niveau van de praxis.

In het Westen, en vooral vanaf de XVIIIe eeuw heeft de evolutie van de filosofie, als een ruimte voor alomvattende kritiek, alle religieuze principes die gediend hebben als basis van de gangbare normatieve gedachte, opnieuw ter discussie gesteld. De nieuwe ideeën-acties die progressief het licht zagen stelden niet noodzakelijk het Geloof in vraag, maar bevroegen datgene wat was voorgesteld op een ernstige wijze haar oncontroleerbare uitvloeisels. Zo werden het Siëntisme en het Individualisme gelijdelijkaan belangrijke anthropologische referenties van de moderne gedachte en de maatschappij had bijna geen rol te spelen,o.a. de regularisatie van wat werd beschouwd als zijnde de “rechten van de mens”, in een wereld die geregeerd wordt door democratische wetten die zich bedienen van conventionele normen.

De probleemstelling

Maar ondanks deze eensgezinde belangstelling ten overstaan van de concepten Ethiek en Vrijheid, handhaven de verschillende socioculturele nalatenschappen tot op onze dagen een belangrijk verschil tussen verschillende stellingnamen ten opzichte van de gestelde problemen en dit door de ontwikkeling van de maatschappij en het impact van de nieuwe technologieën in verband met het leven der mensen. Men zou kunnen zeggen dat de twintigste eeuw de eeuw is, niet alleen van belangrijke en diepe veranderingen, maar ook dat het de eeuw is van de uitdagingen in alle richtingen, van hun terugval en de reacties waaraan zij aanleiding hebben gegeven.

De complementariteit van deze twee concepten, wanneer het gaat over de menselijke persoon als eentermig behorend tot de maatschappij, legt dit dubbel belang uit. Immers, de vrijheid is dit wezenlijk element dat toestaat aan de menselijke persoon om zich te definiëren, vertrekkende van zijn “vrije keuze”. Dus, is de Ethiek het wezenlijk element dat de rationele aspecten regelt in datgene wat zij als absoluut hebben. Dit legt uit waarom deze twee concepten voortdurend zijn geëvolueerd met de tijd. Tot op vandaag is deze ontwikkeling het onderwerp voor debatten zonder einde en het voortdurend opnieuw ter discussie stellen ervan.

Bij het begin van deze 21e eeuw, blijft het debat op hoog niveau open voornamelijk op het niveau van de theologische reflexie : Waar plaatst zich deze reflexie in het algemeen kader van het debat over de mens en zijn vrijheid ? Waar plaatst zich het debat over de Ethiek en het impact op de maatschappij op de ontwikkeling van de religieuze gedachte in dit opzicht ? Een debat op de kritische kijk ten overstaan van het nemen van belangrijke stellingnames die tot dan toe als onveranderlijk en onvermijdbaar waren en dit, vertrekkende van een “evangelische” visie op de wereld.

De mogelijke inbreng van de Kerk

De Kerk en de maatschappij

Maar deze vragen hebben slechts hun waarde, indien de ideeën over het type van relatie tussen de Kerk en de Maatschappij duidelijk zijn. Na dit uitgangspunt, zou het dus interessant zijn om te zien of de Orthodoxe Kerk een bijzondere visie heeft met betrekking tot deze relatie.

In haar theologie presenteert de Kerk zich onder twee aanvullende aspecten. Zij is het Lichaam van Christus die de realiteit van de Incarnatie beleeft en dus is er een mogelijk conflict tussen haar goddelijke natuur en haar menselijke natuur. Zij is ook de plaats van de adem van de heilige Geest en beleeft de spanning van een mogelijk conflict tussen heiligheid en secularisme. Zonder in analytische details te willen treden van de westerse theologische gedachte, zou ik willen zeggen, dat de orthodoxe benadering, in haar getuigenis, niet de algemene beschouwingen van de “normaliserende “westers religieuze gewoontes aanneemt. Zij overweegt dat het leven in Christus bestaat uit het in zich opnemen van deze dubbele dialectiek op het niveau van de personen en van de gemeenschap; dit lijkt mij het pand van elke spirituele ontwikkeling.

De orthodoxe benadering en haar specifiek karakter.

Voor de orthodoxe traditie is er geen definitieve verworvenheid die de ontwikkeling in Christus van de persoon van de christen regelt. Dit komt voort uit het feit dat de orthodoxe gedachte in haar anthropologische interpretatie van de Mens en de maatschappij de mens niet beschouwt als een afgehandeld en zich herhalend wezen, maar beschouwd elk individu op zichzelf als een entiteit is die voortdurend moet worden, een individu die slechts kan bestaan en waargenomen worden doorheen de belevenissen van communicaties waaraan hij is blootgesteld in de maatschappij. Parallel hiermee beschouwt zij de kerkelijke gemeenschap als zijnde geroepen tot een eeuwigdurende overschrijding van haar poging tot getuigenis en dienstbaarheid.

Men moet er blijvend aan herinnerd worden dat de orthodoxe theologie ten overstaan van de relaties tussen personen en de gemeenschap van gelovigen een bovenmatig belangrijke positie aanneemt, waarvan ons een belangrijk beeld wordt gegeven in de geschriften van Denys de Aeropagiet. Het beeld van de Kerk die samenkomt rond het Lam en waarvan het dynamisme is ervaren doorheen de geschapen sacramenten door een stijgende dialectiek die specifiek is voor de orthodoxie : enerzijds, de individuen bewaren hun specifiek karakter en engageren de gemeenschap voor een betere bewustwording van hun verantwoordelijkheden; anderzijds, de gemeenschap, door het volgen van het leven van de gelovigen blijft de garantie voor respect van datgene wat de essentie vormt van het Geloof en de Traditie.

Indien ik deze lange theologische inleiding heb gemaakt, dan is het omdat ik denk dat de christenen (individueel) ,en de Kerk zijn geroepen om rekening te geven van de gratis gaven die hun zijn geschonken. Het is daarom dat zij niet onverschillig kunnen blijven ten overstaan van de problemen van de maatschappij en het is daarom dat de concepten van Vrijheid en Ethiek met zich meebrengen aanwezig te zijn te zijn in het centrum van hun reflecties.

De Vrijheid : een ontologisch dilemma

De notie van Vrijheid en haar plaatsing in een context

De tweede helft van de twintigste eeuw is begonnen met aan het concept van Vrijheid een hevigheid te geven zoals dit nog nooit daarvoor is geweest. Verschillende charta hebben het licht gezien die de rechten van de mens en de burgers verdedigen, het concept van Vrijheid speelt hierin een grote rol. Op het einde van de eeuw en bij het begin van de nieuwe eeuw heeft men de ontwikkeling gezien van een nieuw aspect van groot belang, te weten, dit van de verdediging van de vrijheden van de burgers door uitwendige instanties, vooral internationale.

Maar, indien er een concensus is over het principe van het respect voor de vrijheden, toont de realiteit klaar en duidelijk dat er een divergentie is op het niveau van de practijk en het ondersteunen van deze principes : staatsraison, religieuze geloofspraktijken, ethnische discriminatie enz… Vandaar een ernstige en diepe bevraging over de rol van het concept van Vrijheid in het leven van de individuen en de benadering die de Kerk in het algemeen, en de Orthodoxe kerk in het bijzonder, aanneemt om te antwoorden op de eisen van hun “pedagogische” aanwezigheid in de wereld van vandaag.

Het ontologisch aspect van de Vrijheid.

Het is belangrijk in dit stadium om ons twee verhalen te herinneren uit het boek Genesis. het eerste heeft betrekking op de “keuze” gegeven door God aan Adam en Eva. Indien deze keuze niet bestond, dan had God de mens niet als een vrij wezen geschapen. Welnu, het specifieke van de Mens, in vergelijking met de andere schepselen ligt in deze mogelijkheid van de keuze. En het feit, dat deze keuze gevolgen heeft maakt het waardevol zoniet was het een valstrik. Het tweede feit heeft betrekking op de moord van Abel door Caïn. God vraagt rekenschap aan deze laatste die niet kan ontsnappen aan de gevolgen van zijn keuze en hij vlucht voor het principe van de verantwoordelijkheid die tesamen gaat met deze van de Vrijheid. Nadat ik deze bijbelse basis heb verduidelijkt, is het goed er de gevolgen van in te zien op het niveau van het leven van de Kerk en de positionering ervan ten overstaan van de Maatschappij.

Om dit te doen lijkt het mij belangrijk er op te wijzen dat het concept van Vrijheid slechts betekenis heeft in het kader van de communicatie. Het geïsoleerde individu heeft niet de mogelijkheid om zijn Vrijheid, noch zijn verantwoordelijkheid uit te oefenen, en het is daarom dat hij één van de fundamentele apsecten verliest, namelijk : het Beeld dat hij in zich draagt. Meer nog, indien de christen door het doopsel “Christusdrager” wordt en door de gaven van de Geest dienaar, dan is hij uitdrukkelijk geroepen om deze vrijheid-verantwoordelijkheid ten overstaan van anderen te beleven. De kerk is geroepen om een dubbel gevolg te geven aan deze existentiële dimensie : een pedagogische invloed binnen de gemeenschap van christenen, en een plicht om het evangelie door te geven aan de wereld.

De Pedagogie van de Kerk ten overstaan van personen en de Wereld

Pedagogisch gezien moet de Kerk deze bepalende dimensie van de persoon van de gelovige verdedigen vertrekkend vanuit haar ervaring in de schoot van wat zij noemt : de leden van de gemeenschap. De orthodoxe Kerk verdedigt deze positie met hevigheid en weigert systematisch de dubbele notie van lerende en onderwezende Kerk. Maar dit wil niet zeggen dat zij de structuren schept die de gelovigen helpen om de dubbele betekenis van vrijheid en verantwoordelijkheid te laten openbloeien. Onze huidige structuren helpen helaas niet om de charisma te laten openbloeien, die de kanalen zijn van deze dimensies. Kritische, ernstige inspanningen zijn noodzakelijk opdat de Kerk opnieuw de plaats wordt van het Koninklijk Priesterschap waaraan wij allen geroepen zijn om eraan deel te hebben.

Wat de evangelische plicht betreft, het is één van de zwakke punten in het getuigenis van de orthodoxe Kerk van vandaag. Erkend als een “waarde” door de maatschappij, wordt de vrijheid niet als zodanig gerespecteerd en de orthodoxe Kerk doet niets (of bijna niets) om posities in te nemen ten overstaan van de gebeurtenissen en maatschappelijke stellingnamen die de vrijheid van personen en gemeenschappen belemmeren. Gevangen in het raderwerk van de staatspolitiek, op haar schouders de gewichten van jaren tegenstellingen veroorzaakt door ethnische oorlogen, dogmatische of andere dragend, behouden onze lokale kerken een discrete stilte ten overstaan van politieke handelswijzen, maar ook met betrekking tot de de sociale en individuele vrijheden in de media of van de persoon. Deze stilte, die gezien kan worden als een stilzwijgende medeplichtigheid brengt schade toe aan het getuigenis van de orthodoxe Kerk in de wereld. Maar meer nog, dit zet het vertrouwen van de gelovigen en niet-gelovigen in het goed gefundeerd zijn van de evangelische boodschap op losse schroeven, en het veroorzaakt een ongeloof in de toespraken van de Kerk die gaan over Ethische kwesties.

De Ethiek en de problemen van de Mens en de Maatschappij.

Ethiek als toetssteen.

Het concept van Ethiek stelt zich in verschillende termen omdat haar sociaal aspect uitgestrekter is, want het is in relatie met sociale normen en waarden en hun invloed op het leven van de personen. Dit probleem leidt ergens tot vele vragen, bijvoorbeeld : zijn Ethiek en Moraal synoniemen ? Stellen de sociale normen de waarden in hun plaats, ofwel, is er iets absoluuts te verdedigen in de sociale discussies met betrekking tot de Ethiek ? Wat is de relatie tussen Ethiek, Vrijheid en Tolerantie ?

In naam van de vrijheid van de individuen , begunstigt het modernisme de relativering van de ethische gang van zaken. Het sociaal aspect wordt opgewaardeerd met het doel om een globaal juridisch kader te scheppen, veelmeer dan een processus op gang te brengen dat een antwoord biedt aan de persoon. Wenu , dit is op zichzelf zeer begrijpelijk om een gevestigde subjectiviteit over het principe van de individuele belangen te vermijden. Maar het verhindert niet dat verschillende principes worden begunstigt in het nadeel van andere zonder enige geldige reden. Het is het geval bijvoorbeeld met het recht op de onderbreking van de zwangerschap in naam van de individuele vrijheid. Eén van de aspecten van het probleem ligt hem in het feit dat de Ethiek synoniem geworden is van morele principes die toegestaan zijn door de maatschappij, en het individualisme helpt om de waarden te vervangen door normen die voortvloeien uit een dominant individualisme of uit een niet beredeneerde en niet geactualiseerde religiositeit .

De inbreng van de orthodoxe benadering op het niveau van de gelovigen.

Nochtans bevragen zich de wereld in het algemeen en de gelovigen in het bijzonder de Kerk over de problematieken van onze tijd die niet noodzakelijk “overeenkomen” met de klassieke problemen, of die verdienen opnieuw bekeken te worden in het licht van de ontwikkeling van de Wetenschap of de veranderingen in de mentaliteit van de samenleving. Immers, levend in een wereld waar de invloedssfeer van ideeën collectief is en onderworpen aan meerdere factoren : historisch, sociaal, geografisch, filosofisch, cultureel enz.. ondergaat de mens verschillende invloeden, die hem verwijst naar een een of ander bepaald idee waarvan hij denkt die te moeten aannemen. Elk van deze verwijzingen hangt af van een super-structuur waar de mens toe geroepen is te leven door er een keuze in te maken (zoals het het geval is in de Kerk) of van nature (zoals het het geval is in de burgerlijke maatschappij). Niets zegt dat de verwijzingen die ontwikkeld zijn door deze verschillende sferen ( zelfs innerlijk) in harmonie zijn.

Geconfronteerd met deze feitelijke situatie op het niveau van zijn alledaagsheid, wordt de mens geroepen om keuzes te maken, want de ideeën eindigen altijd met de verplichting om ze waar te maken en de problemen van Ethiek of van de Moraal doen dan hun intrede, en in de meeste gevallen is er geen arbitrage mogelijk. De persoon is zo in de tegenwoordigheid van twee mogelijke tegenstellingen : het ene op het niveau van de persoon die handelt in tegenspraak met zijn principes en met de redenering die zij bevat, en de andere op het niveau van de nabije gemeenschap die de facto aanvaardt wat zij theoretisch gezien weigert. Hoe moeten wij de gevolgen beschouwen van deze tegenstellingen op de persoon en op de gemeenschap ?

De orthodoxe theologie, die weigert (uitgezonderd in extreme gevallen) normatieve regels op te stellen, opteert practisch gezien voor een zekere flexibiliteit : zij onderlijnt het belang om aan de eigenheid van de persoon en de gemeenschappen belangrijke richtlijnen te geven, zich baserend op het principe van de “economie”.

Nochtans is deze positie slechts waardevol indien deze “economie” bestaat uit twee duidelijke criterea, het is te zeggen uit klare richtlijnen die nauwkeurig zijn onderzocht in functie van culturele en sociale veranderingen die kunnen ontstaan in de loop der jaren. Anderzijds, deze positie versterkt de rol van de orthodoxe Kerk op conditie : i) dat de orthodoxe kerk een processus van voortdurende reflexie ontwikkelt over de ethische problemen betreffende de wereld van vandaag; en ii) dat de Kerk een kader uitwerkt dat de grenzen afbakent voor haar volgelingen en de maatschappij waarin zij leeft, en het belang aantoont om dit kader te volgen. Bij afwezigheid van dergelijke benadering heeft men de indruk (zoals dit vandaag het geval is) dat de orthodoxe Kerk niets te zeggen heeft aan de wereld en geen processus van dialoog heeft ontwikkeld met de moderniteit, en dat zij er mee voldaan is een “piëtistische” Kerk te zijn waar de praxis in tegenspraak is met haar leer over de incarnatie.

De economie

kan geen “economie van de omstandigheden” zijn, maar moet een economie van principes zijn. De oordelen kunnen door de omstandigheden aangegeven worden, maar niet hun bronnen. De Liefde als referentie nemend, zou de Economie waarop de Ethiek zal gebaseerd zijn kunnen leiden tot gedifferentieerde posities, maar zij zal consequent met zichzelf zijn en zal niet in contradictie zijn met de principes van het Geloof en bijgevolg met de orthodoxe Anthropologie.

Een andere kwestie die zich stelt op het niveau van de Economie is deze van de tolerantie. Beschouwd als een van de positieve aspecten van de aanvaarding van de ander en de openheid op het anders-zijn, kan de tolerantie beschouwd worden als een menselijke positieve waarde , die helpt een dialoog tot stand te brengen tussen de personen die meer werkdadig is en meer naar de diepte gaat. Maar tezelfdertijd kan men zich afvragen of de tolerantie als absoluut kan gezien worden, of deze tolerantie vanuit het standpunt van de ethiek een limiet heeft.Zonder in een exegetische uiteenzetting te willen treden : de tolerantie van Christus heeft limieten gekend wanneer Hij de Tempel omgevormd zag tot een bazar. Is het vandaag , in naam van de tolerantie, ethisch om in naam van de tolerantie alle sociale onregelmatigheden die wij kennen in naam van de vrijheid of de individualisatie, te aanvaarden, of het staatsraison enz.. Riskeert deze tolerantie niet een tolerantie ten overstaan van zichzelf te worden wanneer zij de levensprincipes aanvaardt die in tegenspraak zijn met de basisprincipes van het geloof of de anthropologische visie van de Kerk ? Welk is het niveau van het opnieuw in vraag stellen van deze tolerantie vanuit het standpunt van de ethiek ?

En ten overstaan van de Wereld ?

Proberen wij ons nu te plaatsen op een verschillend niveau, dit met betrekking tot het leven van de maatschappijen, dit wat men gewoonlijk de Politiek of meer algemeen het leven van de Stad noemt. De ethische problemen overtreffen dus het individuele gedragsaspect om problemen van de massa te worden. Hier speelt het principe van de Economie geen enkele rol, omdat het hier niet meer gaat over het volgen van de persoon in zijn spirituele opgang, maar het gaat hier meer om het charisma van de Kerk in een wereld waarin ze haar verantwoordelijkheid moet dragen. De heilbrengende boodschap moet telkens opnieuw vernieuwd worden en het niet doen ervan is een gebrek van de Kerk ten overstaan van haar plicht. Welnu, in de huidige wereld, zijn de vragen die deel uitmaken van de Ethiek veelvuldig, en het is belangrijk dat wij onzelf bevragen over de wijze waarop wij deze problemen gaan aanpakken, en/of wij heldere en strikte posities moeten innemen over de wijze waarop ze in de politiek worden aangepakt.

Het probleem van de vrijheden is één van de elementen die gedurende eeuwen gedeeltelijk zijn aangepakt. Het kerkelijk instituut in haar officieel en publiek karakter heeft nogal in veel gevallen voor de positie van de machtigen van deze wereld gekozen, ofwel houden zij er het zwijgen op na ten overstaan van deze posities. De “goede zaak” is voor de “officiele” kerk altijd de gelegenheid geweest om exessen te aanvaarden die niet samengaan met de evangelische boodschap. Vandaag, in een wereld waar de invloed is veranderd van vorm zijn de keizerrijken niet noodzakelijk meer geografische gewapende keizerrijken, maar virtuele keizerrijken. Het lijkt mij niet dat deze situatie is veranderd.

Het historisch dilemma is een dilemma geweest tussen de gewapende macht en de macht van het woord; het was een dilemma dat eeuwen geduurd heeft. Was het ethisch om het stilzwijgen ten overstaan van de politieke macht in naam van de harmonie en voor het welzijn van de kerk die politiek gevestigd was te aanvaarden? Was het ethisch om in de schoot van de Kerk, maar ook in de schoot van keizerrijken en koninkrijken, een overschilligheid ( belalve in zeldzame gevallen) aan de dag te leggen ten overstaan van de intolerantie van ideeën die tot in het extreme toe ging in de materiële ervaring ? Was het ethische om een medeplichtige tolerantie enerzijds en een heftige intolerantie anderzijds te doen samengaan ?

Op onze dagen is het dilemma veranderd van terrein; het is nu een dilemma tussen de macht van de media en de macht van het woord. In naam van welke ethiek houdt de institutionele Kerk er twee redeneringen op na ( of geen redenering) ten overstaan van het geweld ? wat is ethisch gezien de limiet van de tolerantie ( of van de non-tolerantie) ten overstaan van het tot een “ding’ maken van de menselijke persoon ? Is het ethisch aanvaardbaar dat de institutionele kerk voortgaat met te handelen alsof de menselijke persoon geen geweld wordt aangedaan door politieke regimes ? Is het tenslotte ethisch dat de institutionele kerk aanvaardt dat het publieke handelen wegvlucht in morele concepten om een totale afwezigheid van ethiek te verbergen ?

Deze afwezigheid van een consensueel proces dat de kerk ertoe kan brengen systematisch, methodisch en op kritieke wijze een manier van denken die altijd vernieuwend is met betrekking tot de Ethiek uit te werken is bijna een zonde. Immers , zoals ik het heb vermeld hierboven, heeft de orthodoxe Kerk de mogelijkheid om posities in te nemen, die zij alleen in een theologische anthropologie kan verankeren. Haar nalatigheid om het te doen is vandaag onaanvaardbaar. Grote orthodoxe denkers, in het Westen als in het Oosten hebben bijgedragen om dergelijke reflexie tot stand te brengen. Maar het is tijd dat de orthodoxe Kerk veel verder gaat, veel verder !

Besluit :

Om te besluit wil ik zeggen :

1. De orthodoxe kerk kan putten uit de noodzakelijke bronnen met betrekking tot de anthropologische aspecten van haar theologie om geactualiseerde standpunten op gang te brengen ten overstaan van de problemen die verbonden zijn met de concepten van Vrijheid en Ethiek.

2. De orthodoxe theologie heeft er nood aan om vertaald te worden in het leven van de mensen en de gemeenschappen zonder hierbij haar flexibiliteit en haar openheid te verliezen.

3. De moderne wereld heeft er nood aan om het speciaal karakter van de orthodoxe benadering beter te leren kennen in dat wat zij intens anthropologisch heeft. Van deze modernisering van miskende inzichten die dikwijls verborgen zijn onder pietistische aspecten wordt verwacht om structureel te zijn opdat de orthodoxe concensus kan helpen bij het getuigenis waarvoor wij verantwoordelijk zijn.

4. De gelovigen, als Koninklijk Priesterschap, zijn geroepen om een door hun omgeving bepaalde betekenis te geven aan hun geloof, door het initiatief te nemen om het Goede Nieuws te brengen in hun respectieve milieus, zelfs indien dat moet gedaan worden buiten de gevestigde structuren om.

5. Zelfs al is het niet noodzakelijk om oplossingen te geven aan alle problemen in verband met de Vrijheid en de Ethiek die gesteld worden door de Moderne Wereld, toch zijn de gelovigen geroepen om in forums, officiële of niet, na te denken over deze problemen om actief te kunnen deelnemen aan het leven van de Wereld waarvan zij de zware taak hebben om hem te leiden tot het heil.

Vertaling : kris Biesbroeck

Ambrosius van Milaan :”Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd. Zijn klederenwerden blinkend en wit”

Ambrosius (ca 340-397), bisschop van Milaan en Kerkleraar
Commentaar op het evangelie van Lucas, VII, 9v

ambrosius van Milaan987.jpg

Ambrosius van Milaan

 

“Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd. Zijn klederenwerden blinkend en wit”

      Er zijn er drie uitgenodigd om mee de berg op te gaan en twee om met deHeer te verschijnen… Petrus gaat mee omhoog, hij zal de sleutels van hetKoninkrijk der hemelen ontvangen, en Johannes die aan de moeder van Jezustoevertrouwd zal worden, en Jacobus die als eerste de waardigheid van eenbisschop zal bekleden. Dan verschijnen Mozes en Elia, de Wet en de profetie,bij het Woord… Laten wij ook de berg opgaan, laten we het Woord van Godaanroepen opdat Hij voor ons verschijnt in zijn “schittering en schoonheid”,en dat Hij “komt om over de aarde te heersen” (Ps 98,9)…

      Want als je niet de bergkam van een verheven kennis beklimt, dan zal deWijsheid en de kennis van de mysteriën niet voor je verschijnen, het zal nietduidelijk worden welk een schittering en schoonheid de inhoud van het Woordvan God heeft, maar het Woord van God zal aan jou verschijnen als een lichaamdat “iedere schoonheid mist” (Jes 53,2). Hij verschijnt aan je als eengebroken man, die in staat was om aan onze gebreken te lijden (v.5). Hijverschijnt aan jou als een woord dat uit de mens voortkomt, bedekt met desluier van de letter, en niet stralend met de kracht van de Heilige Geest (cf.2Kor 3,6-17)…

      Zijn kleding is anders beneden aan de berg dan bovenaan. Misschien zijnde kleden van het Woord de woorden van de Schrift, die als het ware degoddelijke gedachten kleden. Zoals Hij aan Petrus, Jacobus en Johannes ondereen andere gedaante is verschenen, wanneer zijn kleding straalt van witheid,zo zal ook de betekenis van de goddelijke Schrift zich verduidelijken voorjouw geestelijke ogen. De goddelijke woorden worden dus als sneeuw, de kledenvan het Woord” blinkend van een witheid dat niemand op aarde zal kunnenverkrijgen”…

      Een wolk kwam en nam ze onder zijn schaduw. De wolk is die van degoddelijke Geest; zij versluiert niet het hart van de mensen, maar openbaartwat er in verborgen is… Je ziet: niet alleen voor de beginners, maar ookvoor de volmaakten en zelfs voor de hemelbewoners, is het volmaakte geloof deZoon van God te kennen.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Heiligenleven : De heilige Petrus damiani

Heiligenleven

De heilige Petrus damiani

 

petrus Damiani.jpg

heilige Petrus Damiani

 

De heilige Petrus damiani, geboren te Ravenna in 988, had als weeskind uit een arme familie een ongelukkige jeugd bij zijn oudste broer, die hem zwaar werk liet doen dat zijn leeftijd te boven ging. En als de kleine jongen de opgelegde taak niet kon volbrengen, werd hij vaak zwaar mishandeld.

Later kwam hij bij zijn andere broer, Damianus, die intussen priester geworden was in Ravenna. Deze had oog voor de begaafdheid van zijn jongste broer en liet hem op zijn kosten studeren. Petrus vergat nooit wat deze broer voor hem had gedaan, en toen hij later bekendheid genoot, voegde hij uit dankbaarheid diens naam aan de zijne toe en noemde zich “Petrus van Damianus”, om uit te drukken dat hij alles aan damianus te danken had.

Dit was voor hem ook een aansporing om bij de studie zich tot het uiterste in te spannen en daardoor was hij weldra zo ver dat hij zelf leraar van anderen werd. Spoedig opende hij zelfs als professor een eigen academie waar zoveel studenten heenstroomden dat hij in korte tijd een vermogend man werd.

Toch bevredigde dit leven de ernstige Petrus niet. Nog geen dertig jaar oud trad hij in bij een kluizenaarskolonie, Fonte Avallano, bij Gubbio in Umbrië. Vol vreugde wijdde hij zich aan dit harde leven van boete. Maar in de gesprekken met de andere monniken bleek al spoedig zijn geweldige belezenheid en zijn diepe kennis van de Heilige Schrift. Hij werd aangewezen voor het theologisch onderricht in het klooster, en er werd gevraagd om ook in andere kloosters te komen spreken.

Intussen hadden de broeders hem tot prior van hun gemeenste gekozen en Petrus kwam tot het bewustzijn dat God hem de taak van hervormer had toevertrouwd. Want het was een tijd van groot geestelijk en moreel verval : er heerste algemene ruwheid, zoals Petrus aan de lijve had ondervonden; geestelijke ambten werden voor geld verkocht en kwamen zo in handen van gewetenloze profiteurs die er alleen de inkomsten van genoten, maar de zielen welke aan hen waren toevertrouwd, verwaarloosden en hun dikwijls grote schade toebrachten door hun lichtzinnig leven. Zwaar voelde hij de verantwoordelijkheid die op hem rustte en heel diep werd daardoor de overtuiging dat zijn eigen leven in elk opzicht boven elke twijfel verheven moest zijn, wilde hij zijn opdracht ten uitvoer kunnen brengen.

Toen de abt van Monte Cassino – het grote moederklooster van de westerse monniken, dat vijf eeuwen eerder gebouwd was door de heilige Benedictus – als Stefanus IX de pauselijke troon besteeg, benoemde hij de nu vijftigjarige monnik tegen diens wil tot kardinaal-bisschop van Ostia en stelde hem aan het hoofd van de hervormingsbeweging.

Door zijn vurige welsprekendheid wist Petrus het volk voor zijn inzicht te winnen en daardoor ook de priesters. Zo kon hij met kracht optreden tegen de misstand van de investituur, het recht dat de vorsten aan zich getrokken hadden om de bisschoppen binnen hun gebied te benoemen, waardoor het geloof zoveel schade had geleden. Daarbij beriep hij zich steeds weer op de leer der grote kerkvaders en op het voorbeeld en onderricht van de oude woestijnmonniken.

Er waren natuurlijk heftige reactie van de kant der belanghebbenden, en hij moest het geweld van zijn persoonlijkheid inzetten om de goede strijd te strijden. Maar veel misstanden zijn tijdens zijn leven verbeterd, en zijn invloed wendde hij telkens eveneens aan om vrede te stichten in die tijden van onophoudelijke kleine oorlogen. Uitgeput trok hij zich de laatste jaren van zijn leven in zijn klooster terug, maar werd toch telkens opgeroepen voor het vervullen van bijzonder moeilijke opdrachten. Op het einde van zijn leven wist hij zo nog een verzoening tot stand te brengen tussen zijn geboortestad Ravenna en de Kerk. Op de terugreis stierf hij, 63 jaar oud.

Uit : heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orth.klooster Den haag