Johannes Chrysostomos : de Heilige Geest daalde in lichamelijke gedaante als een duif, over Jezus neer

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar
Homilie over het evangelie van Mattheus, nr 12 ; PG 57, 201

chrysostom16 modern amerikaans [1600x1200].jpg “De heilige Geest daalde in lichamelijke gedaante als een duif, over Jezus neer”

Laten we het grote wonder, dat gebeurde na de doop van de Verlosser, beschouwen; het is het voorteken van wat binnenkort gaat gebeuren. Het is niet het oude Paradijs, het is de hemel die zich opent: “Zodra Jezus gedoopt was, opende de hemel zich” (Mt 3,16). Waarom opende de hemel zich toen Jezus gedoopt werd? Om ons te leren dat hetzelfde onzichtbaar gebeurt bij onze doop: God roept u dan naar het vaderland dat in de hemel is, en nodigt u uit om niets meer gemeenschappelijks met de wereld te hebben, daarvan waren deze tekenen het symbool.
Men zag toen een witte duif neerdalen: zij betekende voor Johannes de Doper en voor de Joden dat Jezus de Zoon van God was. Zij moest bovendien aan een ieder leren dat, op het moment van de doop, de heilige Geest in onze ziel neerdaalt. Hij komt niet meer in zichtbare vorm, omdat we dat niet meer nodig hebben: het geloof is nu voldoende…
Waarom verschijnt de heilige Geest in de vorm van een witte duif? Dat is omdat de duif zacht en zuiver is en de heilige Geest is een geest van zachtmoedigheid en van vrede. Deze duif herinnert ons ook aan een gebeurtenis die we in het Oude Testament lezen: als de aarde door de zondvloed overstroomd is en het hele menselijke ras in gevaar is om te vergaan, dan verschijnt ook de witte duif om ons het einde van de grote ramp aan te kondigen, ze droeg een olijftakje, en het goede nieuws van het herstel van vrede in de wereld. Welnu, dat alles was een voorafbeelding van de toekomst… Toen alles verloren was zijn de bevrijding en de vernieuwing onverwacht gekomen. Wat vroeger gebeurd is door de zondvloed van het water, roept ons op om de aarde weer te bevolken: zij trekt alle mensen naar de hemel. In plaats van een olijftakje brengt ze de mensen de waardigheid van hun aanname als kinderen van God.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

De goddelijke wijsheid (Sophia)

De goddelijke wijsheid (Sophia)

 

Sophia icoon.jpg

 

Het zoeken naar de goddelijke wijsheid heeft de oude volkeren gepassioneerd. Salomon , die koning David opvolgde in 970 na Christus, vroeg aan God de wijsheid vóór alle andere goeds. In het boek der spreuken wordt de wijsheid vergeleken met een huis dat gebouwd is op “zeven zuilen”. De Tempel van Jerusalem ( gebouwd door dezelfde koning Salomon, en heropgebouwd door Herodes de Grote in 18 voor Christus, en vernietigd door de Romeinen in 66-70 na Christus) is het beeld  van de wijsheid, de verblijfplaats van God onder de volkeren. In de iconen is de Wijsheid-Sophia gefigureerd onder het aspect van een koningin-engel gezeten op een troon, een architectonisch element dat verwijst naar de Tempel, en het gezicht, de handen en de vleugels hebben een roze kleur, die het vuur symboliseren van de Geest. Haar kroon symboliseert de nederigheid, de lintvormige versiering die vanuit haar haar hangen symboliseren de kuisheid, en haar klederen symboliseren zowel haar hoge ouderdom als het koninklijk priesterschap. De Sophia zetelt in het midden van een sombere cirkel die het ondoorgrondelijk mysterie van God weergeven. Links en rechts van de “verblijfplaats van de wijsheid” bevinden zich Maria en Johannes de Doper. Achteraan, in het midden van de groep engelen, verschijnen Christus en de Oude der dagen. Bovenaan rollen de engelen de hemelen uit alsof het hier gaat om een tapijt en bereiden zo de Hétimasie, t.t.z.de voorbereiding van de troon voor het laatste oordeel voor, waar Christus zal zetelen op hetb einde der tijden.

Uit : ‘Icones et saints d’orient’

Vertaling : Kris Biesbroeck

Ikonenschilder

 

Ikonenschilder

 

De bijzondere betekenis van de ikoon voor de orthodoxe gelovigenmaakt dat de vervaardiging van ikonen gebonden is aan traditionele regels. Van groot belang is de authenticiteit van de ikoon.De schilders schilderden naar oude voorbeelden. Zij bleven trouw aan het prototype,maar waren vrij in de stijl en artistieke weergave. Er zijn ook voorbeeldboeken,Hermeneia (Grieks)ofPodlinnik (Russisch), overgeleverd. In het oudst bekende boek (uit de15e eeuw) zijn voortekeningen van heiligen en taferelen opgenomen. In de bekende Hermeneia van Dionysios van Fourna uit ongeveer 1730 staan instructies beschreven over de techniek, de kleuren, de ikonografie en inscripties op de ikonen.Deze Hermeneia is het schildersboek van de monnikengemeenschap op de berg Athos.

Ikonenschilders waren vaak monniken,maar vooral in latere eeuwen werden ikonen ook door leken geschilderd.De ikonenschilder was zich sterk bewust van de tradities van het schilderen en was in principe niet vrij om uitdrukking te geven aan zijn eigen verbeeldingswereld, zoals kunstenaars in het Westen na de renaissance.De waarachtigheid en authenticiteit van de ikonen zijn belangrijker dan de verbeeldingswereld van de kunstenaar.Door bepaalde gebeden en door vasten geraakte de schilder in de juiste stemming om een ikoon te kunnen schilderen. Zijn penseelstreken reflecteren zijn levensstijl. Een ikoon schilderen was voor hem een spiritueel avontuur.De ikonenschilder was niet geïnteresseerd in de werkelijkheid.Hij wilde een beeld weergeven van een onzichtbare en spirituele wereld.Een wereld waarvan de aardse wereld slechts een reflectie is. Een wereld waarin de wetten van logica en perspectief niet gelden.De schilder beschouwde zichzelf als een mediumt ussen hemel en aarde.Hij was slechts de hand die schilderde; wie hij zelf was,was niet belangrijk.Daarom zijn ikonen bijna nooit gesigneerd.Door de overlevering zijn natuurlijk wel namen van ikonenschilders bekend geworden,maar de geschiedenis van de ikonen blijft toch veel meer de geschiedenis van het beeld zelf en niet die van de kunstenaar.

Uit : De rijkdom van ikonen door Ingrid Zoetmulder

Wenst U een mooie oude icoon te kopen ?

Daarvoor kan je terecht bij Zoetmulder ikonen

Beethovenstraat,107a – 1077 HX Amsterdam

Email : Zoetmulder@russicon.net

Website : http://www.zoetmulderikonen.nl

 

31e zondag na Pinksteren : heilige Hilarion van Poitiers

32e zondag na Pinksteren

Heilige Hilarion van Poitiers

Hilarion van Poitiers (150 x 170).jpg

 

LEZINGEN

Ef.4.7-13 /Hbr.7.26-8.2

Maar aan ieder van ons afzonderlijk is de genade* verleend naar de maat van Christus’ gave. [8] Daarom staat er: Door naar den hoge op te stijgen heeft Hij gevangenen meegevoerd en gaven uitgedeeld aan de mensen. [9] Hij is opgestegen: wat betekent dit anders dan dat Hij eerst in de diepte is afgedaald tot op de aarde? [10] Hij* die is neergedaald, is dezelfde die ook is opgestegen, hoog boven alle hemelen, om alles te vervullen.
[11] Hij ook heeft gaven uitgedeeld. Sommigen maakte Hij apostel, anderen profeet, anderen evangelist, weer anderen herder en leraar, [12] om de heiligen toe te rusten voor het werk van de bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus, [13] totdat wij allen tezamen komen tot de eenheid in het geloof en de kennis van Gods Zoon, tot de volmaakte* man, tot de gehele* omvang van de volkomenheid van Christus. [

Hebr.7.26-82

[26] Zo’n hogepriester hadden wij ook nodig: een die heilig is, schuldeloos, onbesmet, afgescheiden* van de zondaars, en hoog verheven boven de hemelen; [27] Hij hoeft ook niet, zoals de hogepriesters, elke dag opnieuw eerst voor zijn eigen zonden offers op te dragen en daarna voor die van het volk, want dit heeft Hij eens en voorgoed gedaan, toen Hij zichzelf offerde. [28] De wet stelt als hogepriester mensen aan, die met zwakheid behept zijn; maar de eed, die uitgesproken is na de wetgeving, wijst de Zoon aan, die volmaakt is in eeuwigheid.
Hoofdstuk 8

De eredienst van het eerste verbond
[1] De* kern van ons betoog is dat wij zo’n hogepriester hebben. Gezeten aan de rechterkant van de troon van de majesteit in de hemel, [2] bedient Hij het heiligdom, de waarachtige tent, die de Heer zelf heeft opgericht, en niet een mens.

Evangelie : Matth.12-17/Joh.10,9-16 :

Begin van Jezus’ verkondiging in Galilea
[12] Toen Hij hoorde dat Johannes overgeleverd was, nam Hij de wijk naar Galilea. [13] Met voorbijgaan van Nazaret vestigde Hij zich in Kafarnaüm* bij het meer, in het gebied van Zebulon en Naftali, [14] opdat vervuld zou worden wat bij monde van de profeet Jesaja gezegd is: [15] Land van Zebulon en land van Naftali,
aan de weg naar zee,
aan de overkant van de Jordaan,
Galilea van de heidenen!
[16] Het volk dat in duisternis zit
heeft een groot licht gezien,
en over hen die in het land
en in de schaduw van de dood zitten,
over hen is een licht opgegaan.

[17] Vanaf toen begon Jezus te verkondigen. Hij zei: ‘Bekeer u, want het koninkrijk der hemelen* is ophanden.’

[9] Ik ben de deur; wie door Mij binnenkomt zal gered* worden: die kan vrij in* en uit gaan en zal weidegrond vinden. [10] Een dief komt alleen maar om te roven en te slachten, en om verloren te laten gaan; Ik ben gekomen opdat ze leven mogen bezitten, en wel in overvloed.
[11] Ik ben de goede* herder. Een goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen. [12] Maar een huurling, geen echte herder dus, als die een wolf ziet komen, laat hij de schapen in de steek en gaat ervandoor – het zijn zijn eigen schapen niet! – en de wolf overvalt ze en drijft ze uiteen. [13] Hij is immers een huurling en bekommert zich niet om de schapen. [14] Ik ben de goede herder: Ik ken* mijn schapen en mijn schapen kennen Mij, [15] zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader ken; Ik geef dan ook mijn leven voor mijn schapen. [16] Ik heb nog* andere schapen dan die uit deze hof. Ook voor hen moet Ik een herder zijn: ze zullen luisteren naar mijn stem. Zo wordt het: één kudde met één herder.

Johannes Chrysostomos : “Laten we de magiërs volgen”

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar
Homilie over het evangelie van Mattheus, nr 7, 5

Johannes Chrysostomos88.jpg

Johannes Chrysostomos

“Laten we de magiërs volgen”

Laten we naar het voorbeeld van de magiërs opstaan. Laat de hele wereld zich maar zorgen maken, maar laten wij ons met vreugde naar de verblijfplaats van het Kind haasten. Als koningen of volkeren moeite doen om ons de weg te versperren, maakt dat niet uit, we laten onze ijver niet verminderen, we duwen al het kwaad dat ons bedreigt weg. Als ze het Kind niet hadden gezien, waren de magiërs niet aan het gevaar, dat ze liepen van de kant van Herodus, ontsnapt. Voordat ze het geluk hadden om Hem te schouwen, zaten ze vast in de vrees, omgeven door kwaadwillenden, ondergedompeld in zorgen; nadat ze Hem hadden aanbeden, kwam de kalmte en zekerheid in hun hart.
Laten ook wij een stad in wanorde, een despoot die dorst naar bloed, alle rijken van deze wereld, achterlaten en laten we naar Bethlehem gaan, het“huis van het geestelijke brood”. Als je herder bent, kom dan gewoon en je zult het kind in de stal vinden. Als je koning bent, dan zullen je weelderige kleding, alle schittering van waardigheid, nergens voor dienen als je niet komt. Als je een wetenschapper bent zoals de magiërs, zal al je kennis je niet redden als je niet komt om respect te tonen. Als je een vreemdeling bent of zelfs een barbaar, dan zul je toegelaten worden in het hof van de koning… Het is genoeg om met ontzag en met vreugde te komen, deze twee gevoelens wonen in het hart van de echte christen…
Alvorens dat kind te aanbidden, maak je vrij van alles wat je benauwt. Als je rijk bent, leg dan het goud aan zijn voeten, dat wil zeggen geef het aan de armen. Deze vreemdelingen zijn van zo ver gekomen om de pasgeborenen te schouwen; waarom zou jij weigeren… om enkele stappen te zetten om een zieke of een gevangene te bezoeken?… De magiërs hebben hun schatten aan Jezus aangeboden, en jij hebt Hem zelfs geen stukje brood gegeven? (Mt 25,36v) Toen zij de ster zagen, werd hun hart vervuld met vreugde; je ziet Christus in de arme mensen, die aan alles tekort hebben en je loopt aan de overzijde, word je niet geraakt?

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

De heilige Erasmos van het Holenklooster in Kiev

Heiligenleven

De heilige Erasmos van het Holenklooster in Kiev

erasmus van Kiev.jpgDe heilige Erasmos had van zijn ouders grote rijkdommen geërfd, en vol enthousiasme besteedde hij al het geld aan de verfraaiing van de Kerk. En terwijl hij in tranen bad voor de iconen die hij met gouden en zilveren riza’s had getooid, werd zijn eigen hart getooid met geloof en liefde en alle monastieke deug. Nu kwamen er echter andere monniken bij hem die hem beschuldigden van aardse ijdelheid en dat hij zijn bezit aan de armen had moeten geven Het was te laat en niet meer mogelijk om terug te nemen wat hij zo spontaan gegeven had. Erasmos ,raakte in volkomen onzekerheid en verloor zijn vurige ijver. Een diepe neerslachtigheid maakte zich van hem meester en tenslotte werd hij zo ziek dat men oordeelde dat hij stervende was. Dagenlang sprak hij geen enkel woord en hij scheen volkomen buiten bewustzijn. De aanwezige monniken bespraken met elkaar hoe zwaar hij het te verantwoorden zou krijgen nu hij zijn leven zo nutteloos had doorgebracht; en hij zag eruit of hij door een schrikwekkend visioen tot zwijgen was gebracht.

Maar plotseling richtte Erasmos zich op en zei : ‘Inderdaad, mijn broeders, ik ben een zondaar en heb geen berouw gekend. Maar onze heilige Vaders zijn mij verschenen en zeiden me dat zij voor mij gebeden hadden dat Christus mij tijd van bekering zou geven. En toen verscheen mij de heilige Moeder Gods van onze icoon, samen met allerlei Heiligen, en zij sprak tot mij : ‘Erasmos, jij hebt mijn kerk opgeluisterd, daarom zal ik jou luister schenken in het Koninkrijk van mijn Zoon. Over drie dagen kom ik je halen, omdat je de luister van mijn Huis hebt liefgehad’.

Hierna stond Erasmos op, beleed voor de broeders zijn zonden, ging naar de kerk, en ontving vol vreugde het Grote Schima. En al biddend ontsliep hij op de derde dag, in blijdschap, om op te gaan naar Christus en Zijn heilige Moeder, omstreeks 1160.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg.Orthodox klooster Den Haag

30e zondag na Pinksteren:Gedachtenis van de heilige Jozef, bruid van Maria

30e zondag na Pinksteren

Gedachtenis van de heilige Jozef, bruid van Maria

 

 

Jozef H. loki.jpg

De heilige Jozef

 

LEZINGEN

Galaten 1,11-19

Ik* verzeker u, broeders en zusters, het evangelie* dat door mij is verkondigd, is niet door mensen* uitgedacht. [12] Want ook ik heb het niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door een openbaring* van Jezus Christus.
Voorvallen uit Paulus’ leven
[13] U hebt toch gehoord hoe ik vroeger als Jood geleefd heb: hoe ik de kerk van God fel vervolgde en haar trachtte uit te roeien; [14] en hoever ik het gebracht heb in de Joodse godsdienst, vele leeftijdgenoten onder mijn volk overtreffend in mijn grenzeloze ijver voor de overleveringen* van mijn voorouders. [15] Maar* toen God, die mij had uitgekozen, nog in mijn moeders schoot, en die mij heeft geroepen door zijn genade, [16] besloot zijn Zoon aan mij te openbaren om Hem onder de heidenvolken* te verkondigen, toen ben ik aanstonds, zonder een mens te raadplegen, [17] zonder naar Jeruzalem te gaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik, vertrokken naar Arabië* en vandaar naar Damascus teruggekeerd.
[18] Pas drie* jaar later ben ik naar Jeruzalem gegaan om met Kefas* kennis te maken, en ik ben veertien dagen bij hem gebleven. [19] Van de andere apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus*, de broer van de Heer.

Evangelie

Matth.2,13-23

Toen ze de wijk genomen hadden, verscheen aan Jozef in een droom een engel van de Heer, die zei: ‘Sta op, neem het kind en zijn moeder mee en vlucht naar Egypte, en blijf daar tot ik u waarschuw. Want Herodes staat het kind naar het leven.’
[14] Hij stond op en nam nog die nacht met het kind en zijn moeder de wijk naar Egypte,
[15] en bleef daar tot de dood van Herodes, opdat vervuld zou worden wat door de Heer bij monde van de profeet gezegd is:
Uit Egypte heb Ik mijn Zoon geroepen.
[16] Toen Herodes zag dat hij door de magiërs misleid was, werd hij woedend. Hij liet in Betlehem en heel de omgeving alle jongetjes van twee jaar en jonger ombrengen, overeenkomstig de tijd die hij van de magiërs had gehoord. [17] Toen werd vervuld wat bij monde van de profeet Jeremia gezegd is: [18] In Rama werd een stem gehoord,
een hevig gejammer en geklaag.
Rachel jammert om haar kinderen,
en ze wil niet getroost worden,
want ze zijn er niet meer.
[19] Toen Herodes gestorven was, verscheen in een droom aan Jozef in Egypte een engel van de Heer, die zei:
[20] ‘Sta op, ga met het kind en zijn moeder naar het land Israël, want zij die het kind naar het leven stonden, zijn dood.’
[21] Hij stond op, nam het kind en zijn moeder mee en ging naar het land Israël.
[22] Toen hij hoorde dat Archelaüs zijn vader Herodes was opgevolgd als koning van Judea, was hij bang om daarheen te gaan. In een droom gewaarschuwd, week hij uit naar het gebied van Galilea,
[23] en vestigde zich in de stad Nazaret, opdat vervuld zou worden wat bij monde van de profeten gezegd is:

[23] Hij zal Nazoreeër* genoemd worden

Johannes van damascus : “Hij zal vervuld worden met de heilige Geest …; hij gaat voor de Heer uit met de kracht van Elia (Lc 1,17)

 

 

H. Johannes van Damascus (ca. 675-749), monnik, theoloog, Kerkleraar
Overweging over Elia de Tisbiet

john-of-damascus-01.jpg“Hij zal vervuld worden met de heilige Geest …; hij gaat voor de Heer uit met de kracht van Elia (Lc 1,17)

Wie heeft de macht om de hemelen te openen en te sluiten, om het te laten regenen of niet? Wie kan het vuur laten neerdalen op een offer dat doordrenkt is met water of op twee troepen soldaten om hun slechte daden? Wie liet in ontvlamde ijver de profeten vergaan van schaamte voor hun beledigende afgoden die ze aanbaden? Wie heeft God gezien in een lichte bries?… Al deze zaken zijn alleen eigen aan Elia en aan de Geest die in hem is.
Maar men kan over nog wonderbaarlijker gebeurtenissen spreken… Elia is degene die tot op vandaag de dood niet ondergaan heeft, maar hij werd ten hemel opgeheven en bleef onvergankelijk; sommigen dachten dat hij met de engelen leefde, van wie hij de onvergankelijke en immateriële natuur navolgde door een zuiver leven te leiden… En uit het feit dat Elia verscheen bij de transfiguratie van de Zoon van God, en Hem met bedekt gelaat zag, en zich van gelaat tot gelaat tegenover Hem ophield. Op het einde der tijden, als het heil van God gemanifesteerd zal zijn, dan zal hij de komst van God voor de anderen verkondigen en zal hij dit aan de andere mensen tonen; door veel bijzondere tekenen, zal hij de dag bevestigen die geheim is gehouden. Die dag zullen ook wij, als we klaar zijn, hopen om deze bewonderenswaardige man, die ons de weg bereid, die naar deze dag leidt, achterna te gaan. Dat hij ons dus de hemelse verblijven binnen laat gaan, in Christus Jezus onze Heer , die de eer en glorie toekomt, nu en alle dagen tot in eeuwigheid.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Efaim de Syrier : Jozef,zoon van david, wees niet bevreesd

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, Kerkleraar
Hymne voor de Geboorte

“Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd”

Jozef omhelsde
de Zoon van de hemelse Vader,
als een pasgeborene,
en hij diende Hem als zijn God.
Het Kind behaagde hem
als de goedheid zelve;
en Hij vereerde hem
als de rechtvaardige bij uitstek (Mt 1,19).
Groot was zijn verbazing!
“Hoe komt het toch,
Zoon van de Allerhoogste,
om Jou als zoon te hebben?
Ik was geërgerd door je moeder,
Ik wilde haar verstoten.
Ik wist niet
dat er in haar schoot een grote schat was,
die me in mijn armoede,
plotseling rijk maakte.”
“Koning David heeft mijn ras laten ontstaan
en hij heeft de kroon aanvaard.
Wat is de armoede groot
waarin ik ben beland!
In plaats van koning ben ik arbeider;
maar een kroon kwam tot mij,
want op mijn hart rust
de Meester van alle kronen.”

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Bogoroditse Dyevo Raduisya. Rakhmaninov

Bogoroditse Dyevo Raduisya. Rakhmaninov

Bogoroditse Devo, raduisya, Blagodatnaya Mariye, Gospod s Toboyu. 

Blagoslovenna Ty v zhenakh, i blagosloven plod chreva Tvoyego, yako Spasa rodila esi dush nashikh.

 

Rejoice, O Virgin Theotokos, Mary full of grace, the Lord is with Thee.

Blessed art Thou among women, and blessed is the fruit of Thy womb, for Thou hast borne the Savior of our souls.