Anastasius van Antiochië : Uw zoon leeft

H. Anastasius van Antiochië (?-599), monnik, vervolgens patriarch van Antiochië 
Homilie 5 over de opstanding van ; PG 89, 1358-1362 Christus,  6-9

“Uw zoon leeft”

      “Christus is gestorven en weer tot leven gekomen om te heersen over de doden en de levenden” (Rm 14,9). “Hij is geen God van doden, maar van levenden, want voor Hem zijn allen in leven” (Lc 20,38). Dus, aangezien de Heer van de doden levend is, zijn de doden niet dood maar levend: het leven heerst in hen, opdat ze leven zonder angst voor de dood. Evenals  “Christus, die uit de dood is opgewekt, niet meer sterft” (Rm 6,9), zo zullen ook zij die opgeheven en bevrijd zijn uit hun vergankelijke staat, de dood niet meer zien. Ze zullen deelnemen aan de verrijzenis van Christus, zoals Hijzelf deel heeft genomen aan onze dood. Christus is immers nedergedaald op aarde om “bronzen deuren te verbrijzelen, en ijzeren grendels te verbreken” (Ps 107,16) die voor altijd gesloten waren, en om ons leven te onttrekken aan zijn vergankelijke staat en ons naar zich toe te trekken door ons te roepen van de slavernij naar de vrijheid.

      Als dat heilsplan nog niet voltrokken is, want de mensen sterven nog steeds en hun lichamen vergaan in de graven, dat dit geen enkel obstakel voor het geloof mag zijn. Want vanaf nu hebben wij de waarborg ontvangen van al het goede dat ons beloofd is in de persoon die onze eerstgeborene is: door Hem zijn we tot in de hoogste hemel opgeheven. Wij zullen immers naast Hem zetelen die ons met Zich naar de hoogten heeft gebracht, zoals Paulus zegt: “Hij heeft ons samen met Hem uit de dood opgewekt en ons een plaats gegeven in de hemelsferen, in Christus Jezus” (Ef 2,6).

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

De heilige Serapion de Sindoniet

Heiligenleven

De heilige Serapion



Serapion the Sindonite.jpg

Heilige Serapion de Sindoniet


De heilige Serapion doceerde aan de beroemde katechetenschool van Alexandrië. Hij werd bisschop van Thmuïs (in de Nijldelta) nadat hij als monnik in de egyeptische woestijn had geleefd. Hij was een vriend van de heilige Antonios de Grote (die hem op zijn sterfbed zijn rasso naliet), en een grote verdediger van de heilige Athanasios, met wie hij in briefwisseling stond en die vaak zijn raad inwon. Hij heeft ook verhandelingen geschreven over Psalmen en over het Manicheïsme, en nam deel aan het concilie van Sardes in 343. In 356 werd hij, met vijf andere bisschoppen, door Athanasios naar Konstantinopel gezonden om de zaak van de Orthodoxie bij de keizer te bepleiten. Toen de Arianen aan de macht waren onder Konstantios, werd hij verbannen tot aan zijn dood, in 365. Hij was een scherpzinnig denker met grote studiezin en het wil wel iets zeggen dat de grote Hiëronimus hem ‘Serapion, de geleerde’ noemde. Nog geen eeuw geleden is er een Sacramentarion ontdekt van zijn hand, met gebeden voor de bisschopsliturgie.

Uit : ‘Heiligenlevens voor elke dag’ Uitg. Orthodox klooster Den Haag

Gebruik van Ikonen

Gebruik van ikonen

 

 

In het oude Rusland was het hele leven gekleurd door religie. Door de eeuwen heen speelden ikonen een belangrijke rol in het leven van de gelovigen. Het voordeel van ikonen boven fresco’s en mozaïeken was dat zij meegenomen konden worden, in processie, naar huis en op reis. Behalve in de kerken waren ikonen in het tijdperk vóór de Oktoberrevolutie overal te vinden: in scholen, instituten, kantoren, ziekenhuizen, kazernes, in een nis tegen muren en bomen en zelfs in restaurants en op lantaarnpalen. Nooit zou een Rus zijn ikoon in de steek laten. Ikonen waren een essentieel onderdeel van zijn leven en vergezelden hem van de wieg tot het graf. Ieder orthodox huis, hoe arm ook, had een ‘mooie hoek’ of ‘rode hoek’, waar ikonen voor de privédevotie stonden opgesteld.Het was de belangrijkste plaats in het huis.Gasten begroetten eerst de ikonen en dan pas de familie. In de huizen van de adel was een speciale ikonenkamer.Tsaar Ivan de Verschrikkelijke bewaarde daarmeer dan drieduizend ikonen.Niet alleen bij een geboorte of een huwelijk,maar ook bij een gevaarlijke reis of veldtocht werd een ikoon aan de gelovige geschonken. Iedere dag van het jaar was gewijd aan een heilige.Als iemand overleden was, gaf men een ikoon mee om hem te vergezellen op de laatste reis en werd een metalen ikoon op het grafkruis bevestigd. Men dichtte de ikonen wonderbaarlijke en mystieke krachten toe.Voor iedere gebeurtenis was er een speciale ikoon die te hulp geroepen kon worden. Zo werd de profeet Elia aangeroepen bij slecht weer, de heiligen Blasius en Modestos tegen de dierenpest,Antipas bij kiespijn en Johannes de Doper bij hoofdpijn. Voor allerlei menselijke nood, kwalen en ziekten waren speciale heiligen. Iedere gelovige had natuurlijk ook nog zijn eigen beschermengel of engelbewaarder.

Ikonen werden in tijden van oorlog door het leger meegedragen.Menig overwinning zou door de hulp van een ikoon tot stand gekomen zijn.Ook op feestdagen of andere plechtige gebeurtenissen werden en worden ikonen in processie rondgedragen. [15] De gelovigen vertrouwden hun problemen toe aan de ikonen en vroegen om hulp en raad. Russen sluiten hun ogen niet bij het gebed,maar staan oog in oogmet de ikoon.De Russische schrijver A.I.Herzen (1812- 1870) neemt in zijn memoires een brief op van zijn vriend de filosoof Kirejevski (1806-1856):

‘Ik stond eens voor een schrijn te staren naar de wonderikoon van de

Moeder Gods en bedacht hoe kinderlijk toch het geloof was van de

mensen die ervoor stonden te bidden. Enkele vrouwen en zwakke

oudemannen sloegen kruistekens en bogen naar de grond.Met vurige

hoop keek ik naar de heilige afbeeldingen en beetje bij beetje begon

mij het geheim te dagen van hun wonderlijke kracht.Dit was immers

niet zomaar een schildering,want het had eeuwenlang de hartstochten,

de hoop en de gebeden van al deze lijdende en ongelukkige

mensen opgenomen.Het was vervuld van de energie van al deze

gebeden, het was een levend organisme geworden, een plaats waar de

Heer en de mens elkaar ontmoetten.Terwijl ik dit bedacht, keek ik

nogmaals naar de oude mannen, de vrouwen en kinderen die in het

stof neerknielden en opkeken naar de heilige ikoon en toen zag ik de

bezielde trekken van de Moeder Gods en zag hoe zij met liefde en

mededogen naar deze eenvoudige mensen keek en ik zonk op mijn

knieën en bad deemoedig tot haar.’

Iedereen die weleens een Russische kerk is binnengegaan, komt onder de indruk van de bijzondere sfeer die van de schittering van de door kaarsen verlichte ikonen uitgaat. Je krijgt het gevoel dat je een microkosmos betreedt, een andere wereld vol kleur en theologie.Overal in de kerk hangen ikonen, op lezenaars, aan lampen en aan de wanden,maar vooral in de ikonostase. [16]

De ikonostase



iconostase6.jpg



Deze beeldenwand, die in Rusland soms wel in vijf verdiepingen tot het plafond rijst,maakt het altaar onzichtbaar voor de gelovigen.Ook in westerse kerken was er in vroeger tijden een afscheiding tussen koor en schip.Maar deze afsluiting werd verwijderd om de betrokkenheid van de gelovigen bij het liturgisch gebeuren te bevorderen.De oosterse opvatting is duidelijk anders.De afscheiding door de ikonostase en het gesloten houden van de koningsdeuren gedurende een groot gedeelte van de eucharistie, hebben niet de bedoeling het mysterie te versluieren; zij willen slechts het heilige en gewijde karakter ervan benadrukken.De altaarruimte staat symbool voor het spirituele, en het schip,waar de gelovigen zich bevinden, symboliseert de materiële wereld. De ikonostase heeft al eeuwenlang eenzelfde voorgeschreven ordening en compositie. In de ikonostase bevinden zich drie ingangen: twee deuren aan de zijkanten en een dubbele deur in het midden.Op de zijdeuren bevinden zich ikonen van engelen of van een heilige diaken.De linkerdeur geeft toegang tot de Proskomidikon,waar de eucharistie wordt voorbereid.De rechterdeur geeft toegang tot het Diakonikon, de plaats waar de liturgische gewaden en boeken bewaard worden.De middelste deuren worden de ‘deuren naar het paradijs’ of ‘koningsdeuren’ genoemd. Achter deze deuren bevindt zich de allerheiligste ruimte, waar de heiligemysteriën zich voltrekken.Alleen de celebrerende priester mag door deze middelste deuren.

Op de koningsdeuren [17-19] vinden wijmeestal de afbeeldingen van de

vier evangelisten, Johannes,Mattheüs, Lucas enMarcus [19-20] en van de aankondiging van de aartsengel Gabriël aan Maria.De priester verkondigt dan ook voor deze deuren het evangelie. Rechts van de koningsdeur is een ikoon van Christus en links een van de Moeder Gods.Naast de ikoon van Christus bevindt zich de ikoon van de heilige of het feest naar welke de kerk genoemd is. En naast de ikoon van de Moeder Gods is een ikoon die bijzondere verering geniet bij de gelovigen, afhankelijk van de streek of stad waar de kerk zich bevindt.Boven deze rij komt de uitgebreide Deësis-rij met Christus in het midden. [21]Het van oorsprong Griekse woord Deësis betekent gebed en afsmeking.Aan weerszijden van Christus hangen de ikonen van de Moeder Gods en Johannes de Voorloper (de Doper). [22] Engelen en heiligen neigen zich naar Christus om voor de mensheid voorspraak te doen en vergeving voor haar zonden af te smeken. Voor de gelovigen is het een uitnodiging om zich te voegen in dit gebed. De rij daarboven brengt ons het leven van Christus onder demensen. Hier worden de twaalf grote feesten uit de orthodoxe kerk afgebeeld (de Dodekaorton). Terwijl de onderste rijen scènes laten zien uit het Nieuwe Testament, vertegenwoordigen de bovenste rijen symbolisch het Oude Testament:profeten met schriftrollen in hun handen,waarvan de teksten duiden op de komst van Christus,wenden zich tot de centrale ikoon van deMoeder Gods van het Teken.Hierboven is een rij voorvaders afgebeeld, die zich wenden tot de ikoon van de Drie-eenheid.De ikonostase wordtmeestal gekroond door een kruis.


Met toestemming overgenomen uit het boek ‘De rijkdom van ikonen’ door Drs.Ingrid Zoetmulder

Cesarius van Arles :”Toen Jezus aan land ging, zag Hij een grote menigte. Hij voelde medelijden met hen”

H. Cesarius van Arles (470-543), monnik en bisschop 
Sermon 25, 1 ; CCL 103, 111-112   

Caesareus van Arles.jpg

Caesarius van Arles“Toen Jezus aan land ging, zag Hij een grote menigte. Hij voelde medelijden met hen”

      “Zalig de barmhartigen want zij zullen barmhartigheid ondervinden” (Mt 5,7). Het woord van barmhartigheid is zacht, mijn zusters en broeders. Als het woord zachtmoedig is, hoeveel te meer dan de zaak?… Aangezien we allen barmhartigheid willen, laten we haar als beschermster in deze wereld nemen, opdat ze ons bevrijd in de komende wereld. Er is immers een barmhartigheid in de hemel, waartoe men komt door barmhartige handelingen op aarde. De Schrift zegt evenwel: “Heer, uw barmhartigheid is in de hemel” (Ps 36,6 Vulg).

      Er is dus een barmhartigheid op aarde en een in de hemel, dat wil zeggen de een is menselijk en de ander goddelijk. Wat is de menselijke barmhartigheid? Dat is die wanneer je je buigt over de ellende van de armen. En wat is de goddelijke barmhartigheid? Ongetwijfeld is dat de vergeving van de zonden. Alles wat de menselijke barmhartigheid geeft op deze levensweg, geeft de goddelijke barmhartigheid terug in het vaderland. Want het is God, die in deze wereld kou en honger lijdt in alle armen, zoals Hij zelf gezegd heeft: “Alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor Mij gedaan” (Mt 25,40). Ja, God die gulhartig wil geven vanuit de hoge hemel, wil het ontvangen op aarde.


Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Waar komen ikonen voor ?

Waar komen ikonen voor?

 

 

Ikonen komen voor in al die gebieden die erfgenaam zijn van de Byzantijnse orthodoxie: in de Grieksemediterrane wereld vanaf de vroege middeleeuwen,bij de orthodoxe volkeren in de Balkan en in het gebied van de voormalige Sovjet Unie sinds de 9e en 10e eeuw, in enkele kleine gebieden in de Arabische wereld en in Ethiopië. [8]

Byzantijnse ikonen

Behalve de ikonen uit het Catharinaklooster zijn er uit de periode vóór het iconoclasme ook ikonen overgebleven in Rome.De ikonen uit deze vroege tijd verschillen allemaal van elkaar in stijl en vorm. Er was nog geen duidelijke norm.

Toen in 843 de ikonenschilderkunst weer in ere werd hersteld, viel dat samen met het begin van een grote bloeiperiode of was daar juist de oorzaak van.Door de crisis van het iconoclasme werd de ikoon theologisch gedefinieerd.

Er kwamen duidelijke richtlijnen voor het schilderen van specifieke ikonentypen.Men spreekt van de Middelbyzantijnse stijl of de Macedonische renaissance, die samenvalt met de Macedonische (876-1081) en de Comnenische keizerlijke dynastie (1081-1204). In deze perioden is de stijl streng en voornaam,maar ook onthecht en spiritueel.

Aan het bewind van de Comnenen kwam een einde toen in 1204 de kruisvaarders van de Vierde Kruistocht Constantinopel veroverden en plunderden.Wederom werden kunstschatten vernield of meegevoerd als oorlogsbuit naar het Westen. Constantinopel werd bijna zestig jaar geregeerd door de Latijnen.3 Uit deze tijd stammen de kruisvaardersikonen.

Tijdens de laatste keizerdynastie der Paleologen werd Constantinopel weer heroverd. Er is dan een laatste bloeiperiode (1259-1453). In deze Paleologische renaissance wordt de stijl levendiger en verfijnder, en doet de emotie haar intrede in de kunst.Het is vooral deze stijl, die in Rusland veelinvloed heeft gehad.

Na de val van Constantinopel in 1453 werd met name Kreta,waar veel kunstenaars hun toevlucht gevonden hadden, het centrum waar de Byzantijnse traditie werd voortgezet.Ook ging de traditie verder in Macedonië en de Balkanlanden. Veel namen van schilders uit Kreta zijn overgeleverd.De bloeitijd was van de 15e tot de 17e eeuw. In de ateliers werd in verschillende stijlen geschilderd: ‘alla latina’ of ‘alla greca’.Dit hing af van de voorkeur van de klant. Bestelde hij een ikoon ‘alla latina’, dan waren er opvallende Italiaanse invloeden, zoals een vloeiende plooival en ingegraveerde ornamenten. Bij de ‘alla greca’ stijl was de overgang van licht naar donker sterk begrensd en het contrast tussen de kleuren expressief. In Kreta werden nieuwe ikonentypen ontwikkeld, zoals de Moeder Gods van de Passie [9] en de Madre de la Consolacione [10]. In Venetië verbleef in die periode ook een belangrijke groep Griekse kunstenaars, die ging werken in een westers georiënteerde stijl.

Russische ikonen

De Russische ikonenkunst is veruit de belangrijkste die uit de Byzantijnse kunst is voortgekomen. Zij heeft voor ons het begrip ikonen gedefinieerd. Als wij aan ikonen denken, denken wij aan Rússische ikonen. Volgens de Nestorkroniek, de eerste geschreven bron van Kiev-Rus4,nam Vladimir, vorst van Kiev, in 988 het christelijk geloof aan.De schoon-heid van deHaghia Sophia in Constantinopel had daarvoor de doorslag gegeven. Vladimir had gezanten gestuurd naar verschillende landen om op zoek te gaan naar het Ware Geloof. Eerst bezochten zij de mohammedanen in Volga-Bulgarije,maar daar hadden zij ‘geen vreugde of deugd’ aangetroffen in hun godsdienst. Vervolgens waren zij naar Rome en Duitsland getogen,waar zij de kerken te sober vonden. ‘Maar in Constantinopel’, zo vertelden de gezanten, ‘wisten we niet of we in de hemel waren of op aarde, want deze pracht en schoonheid wordt beslist nergens op aarde geëvenaard’.

Vladimir verplicht vervolgens de hele bevolking zich te laten dopen in de rivier de Dnjepr en gooit het beeld van de dondergod Perun in de rivier.Het feit dat Vladimir tot de Grieks-orthodoxe kerk overging en zich niet tot Rome wendde, had grote gevolgen voor Rusland en met name voor de ontwikkeling van de kunst.

In 988 huwt Vladimir de Byzantijnse prinses Anna.Met haar komen behalve priesters en theologen ook ikonenschilders mee, die de eerste ikonen op Russische bodem schilderen.Ook de eerste kerken die gebouwd worden onder leiding van Griekse leermeesters, zijn in stijl en uitvoering volledig Byzantijns.Alles wordt overgenomen uit Byzantium: de heiligen,de liturgie, de ikonografie en de hymnografie.Alleen de Bijbel wordt gelezen in de Slavische vertaling die de twee broers Methodius en Cyrillus hadden gemaakt.Ook worden ikonen geïmporteerd, zoals de beroemde Moeder Gods Vladimirskaja, uit het begin van de 12e eeuw.

Door deMongoolse invasie in de 13e eeuw raakt Rusland afgesneden van Byzantiumen beginnen de kloosters, die door de Mongolen met rust werden gelaten, een eigen stijl te ontwikkelen. Eeuwenlang zouden de kloosters de enige relevante instanties zijn voor kunst en cultuur.

Nieuwe centra ontstaan, zoals Vladimir, Suzdal en Jaroslav.Novgorod,de in het noorden gelegen handelsstad, ontsnapt aan de verovering van de Mongolen en ontwikkelt een kunst die weliswaar trouw blijft aan de Byzantijnse traditie,maar met een geheel eigen stijl.Kenmerkend voor deze stijl zijn de heldere, onvermengde kleuren, de geprononceerde, donkere omlijningen en de eenvoudige tekening. [4, 67] Veel ikonen uit het conservatieve Novgorod en ook uit andere steden in het Noorden blijven tot in de 17e eeuwvolledig middeleeuws van karakter.Aan het eind van de 14e eeuw begint de politieke en economische opgang van Moskou.Na de val van Constantinopel in 1453 wordt Moskou het centrum van de orthodoxe wereld. Bekend zijn de woorden van de monnik Filofej van Pskov: ‘Twee Romes zijn gevallen, het derde Rome zal niet sterven, er komt geen vierde’. Ivan de Grote huwde een nicht van de laatste Byzantijnse keizer, nam het symbool van de tweekoppige adelaar van de Byzantijnse keizer over en gaf zichzelf de titel Tsaar, afgeleid van Caesar. Het Mongoolse juk, dat Kiev verpletterd had,werd afgeworpen,Novgorod en de andere vorstendommen werden veroverd en de katholieke Polen en Litouwers werden teruggedreven.Het ‘Heilige Rusland’was een feit.Chateaubriand, die Napoleon in 1812 vergezelde op diens veldtochtnaarMoskou, schrijft in zijnmemoires: ‘Moskou,met zijn gouden koepels van tweehonderdvijfennegentig kerken, schitterde in de zon,met vijftienhonderd paleizen en zijn huizenmet sierlijk uitgesneden hout; gele, groene,roze, alleen de cipressen en de Bosporus ontbraken’.Kapuscinski voegt daaraan toe: ‘Zo was het,want Moskou was voor hen een heilige stad, dehoofdstad van de wereld, het derde Rome, de grens van de geschiedenis, het einde van de aardse wandeling van het menselijk geslacht, de open poort naar de hemel’.

Een belangrijke ikonenschilder was Theophanes de Griek, die naar Rusland verhuisde.Kenmerkend voor het werk van deze schilder zijn de krachtige penseelstreken en gedempte kleuren die hij met lichteffecten versterkte. Samen met zijn leerling Andrej Roebljev (1360-1430) schilderde hij de ikonostase in de Annunciatiekathedraal van het Moskouse Kremlin.

Roebljev schilderde de meest beroemde ikoon aller tijden: de Triniteit (Drieeenheid).[14]De kerk spoorde de schilders aan om de Roebljev-manier van schilderen na te volgen.Dit deden zij ook, tot meer dan honderd jaar na zijn dood.

In hetmidden van de 15e eeuw kwam Dionisij, een andere beroemde Griekse schilder, in Moskou werken.Hoewel er nog weinig ikonen van hem bestaan, bepaalde hij de stijl van Moskou.Deze was verfijnder en delicater dan die van hetNoorden.

Toen in 1547 een groot deel vanMoskou door brand werd verwoest,werden ook zóveel ikonen door het vuur vernietigd, dat schilders uit Novgorod, Pskov en andere steden de Moskouse schilders te hulp kwamen. Zo ontstond een mengstijl van Novgorod en Moskou.Een andere belangrijke stijl werd ontwikkeld door de Stroganovs, een rijke adellijke familie, die in de 16e eeuw een eigen ikonenschool oprichtte.Stroganov-ikonen zijn wonderen van prachtige, verfijnde miniatuurkunst.Deze bijzondere school bloeide tot het eind van de 17e eeuw en had grote invloed tot in de 19e eeuw. [12] Omstreeks het midden van de 17e eeuw scheidden de Oudgelovigen zich af van de kerk. Zij konden zich niet verenigen met de westerse stijl die door kerk en staat gepropageerd werd. Er ontstonden hele schildersdorpen van Oudgelovigen in de provincie Vladimir,waarvan Palech en Mstera het meest verfijnde ikonen met veel figuren en een harmonieuze en afgewogen kleurcompositie had.

Ook schilderden zij op aanvraag ikonen in iedere stijl. Zij verzamelden ikonen om ze te reinigen, te restaureren en te kopiëren, en niet in delaatste plaats om ze te eren.Het zijn deze verzamelingen, aangelegd door de Oudgelovigen, die nu prijken in de Russischemusea en in de kerken van Oudgelovigen. [13]

Simon Oesjakov (1626-1686) was een voorname ikonenschilder; hij schilderde in een door de westerse schilderkunst beïnvloede stijl. [6]Hij enzijn leerlingen werkten in de ateliers (de voormalige wapenkamers) van het Kremlin. Zij pasten de clair-obscurtechniek toe, hadden oog voor de anatomie en gebruikten lijnperspectief.

In 1703 maakte Peter de Grote St. Petersburg de nieuwe hoofdstad. Hij liet een moderne, Europese stad bouwen en richtte een kunstacademie op naar westers model. Voor het eerst werden behalve ikonen ook andere onderwerpen geschilderd. Vooral in centraal Rusland bleef een grote vraag naar ikonen bestaan, die in alle stijlen geschilderd werden.Naast massaproductie werden ook nog steeds meesterwerken geschilderd. Er kwam een ambachtelijke productie op gang in de ateliers van kloosters, steden en dorpen.Kooplui brachten manden vol ikonen naar de markt,waar zij tussen kinderspeelgoed en aardappels uitgestald werden.In intellectuele kringen, die veel meer geïnteresseerd waren in de westerse cultuur, vond men ikonen achterhaald en achterlijk; niet meer dan aankleding voor de kerken. Bovendien spraken zij bij voorkeur Frans in plaats van Russisch.Misschien als reactie op de europeanisatie van Rusland werden door collectioneurs de eerste ikonenverzamelingen aangelegd.De eerste tentoonstelling in 1914 opende de deuren voor velen. Schilders als Kandinsky en Chagall vonden in ikonen hun inspiratie.Ook niet-Russische schilders, zoals Picasso en Matisse,waren onder de indruk van de oude ikonen.

Na de Oktoberrevolutie van 1917 hield de traditie van het ikonenschilderen vrijwel op te bestaan. Lenin haatte godsdienst en alles wat daarmee temaken had.Kerken werden gesloten en afgebroken.Wederom werden ikonen verwoest,maar gelukkig ook naar het Westen verkocht.Het is mede aan de belangstelling van verzamelaars in het Westen te danken, dat betrekkelijk veel ikonen bewaard gebleven zijn.

Na het ontbinden van de Sovjet-Unie werden de kerken en kloosters weer in ere hersteld.Monniken namen de kloosters weer in gebruik, ikonenwerden gerestaureerd en er werden weer nieuwe ikonen geschilderd. Veel ikonen die in het Westen terecht waren gekomen,worden nu door Russische verzamelaars teruggekocht.

Griekse ikonen

Tijdens de Turkse overheersing van Griekenland (1453-1821) werd de

ikonenverering in kerken en huizen wel getolereerd,maar de functie van ikonen in het openbare leven nam sterk af.De ikonen die nu nog in Griekenland gemaakt worden, zijn door het toenemen van het toerisme vaak eerder handelswaar geworden.Het mystieke karakter is grotendeels verloren gegaan. Zelfs de ikonen van de geïsoleerd gelegen berg Athos ontkomen daar niet aan.Het zijn flauwe aftreksels geworden van wat eens was.Het is een feit dat voor alle gelovigen ikonen een devotionele waarde hebben.Naast de devotionele waarde spelen voor de kunstverzamelaar de factoren artistieke schoonheid en bezieling de belangrijkste rol.

noten

3 De Vierde Kruistocht,met als doel het veroveren van het Heilige Land via Egypte,mislukte door een gebrek aan middelen.Men haalde Palestina niet eens. In plaats daarvan veroverden de kruisvaarders Constantinopel.Daar stichtten zij het Latijnse Keizerrijk (1204-1261).

4Naamvan het oude Rusland.Kiev is de huidige hoofdstad van Oekraïne en de oudste stad van Rusland.


Brton : met toestemming overgenomen uit het boek : De rijkdom van ikonen, door Ingrid Zoetmulder.

Johannes van Damascus : Uw hemelse Vader wil niet dat een van deze kleinen verloren gaat

H. Johannes van Damascus (ca. 675-749), monnik, theoloog, Kerkleraar 
Over het orthodoxe geloof, 1 ; PG 95, 417-419 

john-of-damascus-1-sized.jpg

Johannes van Damascus
“Uw hemelse Vader wil niet dat een van deze kleinen verloren gaat”

     Heer, U hebt mij uit de Vader geboren laten worden en mij in de schoot van mijn moeder gevormd. U hebt mij als een naakt kind het levenslicht gegeven, want de wetten van onze natuur zijn altijd in overeenstemming met uw geboden. U hebt door de zegen van de heilige Geest mijn schepping en mijn aardse bestaan voorbereid, niet uit de wil van een man of uit de begeerte van het vlees (vgl. Joh. 1,13) maar door uw onuitsprekelijke genade. U hebt mijn geboorte voorbereid op een wijze die de wetten van onze natuur te boven gaat. Door mij aan te nemen als uw zoon hebt U mij het licht gegeven en ingeschreven bij de kinderen van uw heilige, smetteloze kerk.

      U hebt mij met geestelijke melk gevoed, ja, met de melk van uw goddelijke woorden. U hebt mij gesterkt door de vaste spijs van het lichaam van Christus, onze God, uw allerheiligste eniggeboren Zoon. U hebt mij bedwelmd met de goddelijke kelk, met zijn levenschenkend bloed, dat Hij voor het heil van de hele wereld heeft vergoten.

      Heer, U hebt ons liefgehad en daarom ook uw enige geliefde Zoon voor onze verlossing overgeleverd. Hij heeft die taak vrijwillig en zonder tegenstand aanvaard. … Zo vernederde U Uzelf, Christus, mijn God, om mij, dat verdwaalde schaap, op uw schouders te nemen, om mij te weiden op een vruchtbare plaats en mij het water van uw goede leer te laten drinken door de hand van uw herders, die U zelf gevoed hebt en die nu uw uitverkoren, edele kudde weiden.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

1e zondag van de voorvasten : zondag van de Tollenaaren de Farizeeër

1e zondag van de voorvasten

 Zondag van de Tollenaar en de Farizeeër

 

 

Tollenaar en Farizeeër87 (300 x 408).jpg

 

Lezingen :

2 Tim.3,10-15

De taak van Timoteüs  

[10] U echter bent mij trouw gevolgd in mijn leer, mijn manier van leven en mijn streven, in mijn geloof, geduld, liefde en volharding, [11] in de vervolgingen en in het lijden dat mij getroffen heeft in Antiochië, Ikonium en Lystra. Wat heb ik al niet moeten verduren! Maar de Heer heeft mij uit al die vervolgingen gered. [12] Trouwens, allen die in Christus Jezus vroom willen leven, zullen vervolgd worden, [13] terwijl booswichten en zwendelaars van kwaad tot erger vervallen: het zijn bedriegers die bedrogen worden. [14] Houd u dus aan de leer die u gelovig hebt aanvaard. U weet wie u onderricht hebben. [15] Van kindsbeen af kent u de heilige geschriften waaruit u de wijsheid kunt putten die u brengt tot de redding, door het geloof in Christus Jezus.

Evangelie : Lucas 18,10-14

Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden, de een was een farizeeër*, de ander een tollenaar. [11] De farizeeër ging daar staan en sprak in zijn gebed over zichzelf: “God, ik dank U dat ik niet ben zoals de andere mensen, hebzuchtig, onrechtvaardig en overspelig, of zoals die tollenaar daar! [12] Ik vast tweemaal per week en geef een tiende weg van al mijn inkomsten.” [13] De tollenaar daarentegen, die op een afstand bleef staan, durfde zelfs zijn ogen niet naar de hemel op te slaan. Hij sloeg zich vol berouw op de borst en zei: “O God, genade voor een arme zondaar!” [14] Ik verzeker jullie dat deze man gerechtvaardigd naar huis ging, en de ander niet. Want ieder die zich verheft zal vernederd worden, maar wie zich vernedert zal verheven worden.’

leo de grote :”Allen die Hem aanraakten, werden gered”

H. Leo de Grote (? – ca. 461), paus en Kerkleraar 
Brief 28 aan Flavius, 3-4 ; PL 54, 763-767  

Leo_Great_from_iconarts_com.jpg


“Allen die Hem aanraakten, werden gered”

      Gods majesteit heeft onze nietswaardigheid aangenomen, zijn kracht onze zwakheid, zijn eeuwigheid onze sterfelijkheid. En om de schuld te delgen die op ons menselijk bestaan drukt, heeft de onkwetsbare natuur zich verenigd met onze aan lijden onderworpen natuur. Dit heeft tot gevolg gehad dat één en dezelfde Middelaar tussen God en de mensen, de mens Jezus Christus, enerzijds wel, maar anderzijds niet kon sterven, hetgeen aan onze genezing ten goede kwam.

      De ware God is aldus geboren in de ongeschonden en vol¬maakte natuur van een ware mens …  Hij heeft het bestaan van een slaaf op zich genomen zonder de smet van de zonde. Hij heeft het menselijke verrijkt, zonder het goddelijke te verarmen. Want die ontlediging waardoor de Onzichtbare zich zichtbaar heeft getoond en de Schepper en Heer van alle dingen een sterveling heeft willen worden, was een neerbuigen uit barmhartigheid en niet een verlies van macht. … Hij werd voortgebracht in een nieuwe orde… : want van nature onzichtbaar, is Hij bij ons zichtbaar geworden; hoewel ongrijpbaar, wilde Hij tastbaar worden; Hij die vóór alle tijden bestaat, begon in de tijd te zijn. De Heer van het heelal nam het bestaan van een slaaf op zich, terwijl Hij zijn onmetelijke majesteit verhulde. God die niet lijden kan, heeft het niet beneden zijn waardigheid geacht een mens te worden die lijden kan; Hij die onsterfelijk is, heeft zich willen onderwerpen aan de wetten van de dood. Want Hij die waarlijk God is, is ook waarlijk mens en … Hij is waarlijk God want “in het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Hij is waarlijk mens want “het Woord is vlees geworden en heeft bij ons gewoond” (Joh 1,1.14).

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Heiligenleven _Zacharia paus van Rome

Heiligenleven

Heilige Zacharia, Paus van Rome


zacharia paus van rome.jpg


De heilige Zacharia, paus van Rome, was een griekse geleerde die Rome bezocht. Daar werd hij priester gewijd in de tijd dat de stad in voortdurende alarmtoestand verkeerde wegens de invallen der Lombarden. Zijn voorbeeldig leven, zijn diep menselijk begrip en liefdevolle aandacht wonnen de sympathie van ieder met wie hij in aanraking kwam, en zo gebeurde het dat hi na de dood van Gregorius III in 741 tot diens opvolger gekozen werd als bisschop van Rome. Het was een tijd vol ellende, want de Lombarden hadden zelfs de kerk van de heilige Petros geplunderd, die de Gothen tot nu toe steeds hadden ontzien.
Op uiterst diplomatieke wijze schreef Zacharia nu een hoffelijke brief aan de Lombardenkoning, die daardoor zo getroffen werd dat hij wel wilde onderhandelen met de nieuwe paus.
Deze trok, met een aantal van zijn geestelijken naar Terni in Umbrië, waar hij door Luitprand, de koning, eveneens met grote hoffelijkheid werd ontvangen. Er werd een verdrag gesloten, de romeinse gevangenen werden vrijgelaten en de ingenomen steden teruggegeven. Met grote plechtigheid werd een bisschop gewijd voor Terni, wat een grote indruk maakte op de Lombarden.
Ook daarna bemiddelde Zacharias bij de geschillen in Noord-Italië, en tenslotte wist hij een vrede te bewerken voor heel Italië, die 20 jaar duurde. Deze tijd gebruikte hij om het kerkelijk leven, dat veel te lijden had onder de voortdurende oorlogstoestand, weer innerlijk te versterken. Tegelijk  wendde hij zijn invloed aan om in het oostromeinse rijk de verwoestende invloed van de ikonenstrijd tegen te gaan. En in het Noorden steunde hij de missionering van de heilige Bonifatius.
In West-Europa groeide intussen steeds de macht van de hofmeiers onder de franse koningen. Pepijn zond bisschop Burchhard en abt Fulrad als gezanten om te onderzoeken of de paus neutraal zou blijven wanneer hij naar de macht greep. Zacharias, die een sterke steun zocht tegen de Lombarden, ging veel verder dan het verzoek rijkte. Hij schreef aan Pepijn ook de kroon niet te weigeren wanneer die hem zou worden aangeboden, en aan de franse edelen schreef hij wel geen rechtstreekse aansporing om de machteloze Childeric III af te zetten, maar wel dat de kroon toebehoorde aan wie de macht had. Deze mededeling werd als een hemelse goedkeuring beschouwd en in het volgend jaar werd Pepijn gekroond te Soissons door de aartsbisschop van Metz, eveneens Bonifatius geheten. Maar toen was Zacharias juist gestorven. Op 3 maart 762. Zijn gedachtenis wordt gevierd op de dag van zijn begrafenis.
Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orthodox klooster-Den Haag

Johannes Chrysostomos : de vermenigvuldiging van het brood

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar 
Homilie over het evangelie van Mattheus, nr 49, 1-3 

Chrysostom28 [1600x1200].jpg

De vermenigvuldiging van het brood

      Let eens op de vertrouwvolle overgave van de leerlingen aan de voorzienigheid van God bij de grootste benodigdheden in hun leven en hun minachting voor een luxueus bestaan: ze waren met z’n twaalven en hadden slechts vijf broden en twee vissen. Ze hielden zich niet bezig met de dingen van het lichaam; ze besteden al hun ijver aan de zaken van de ziel. Bovendien hebben ze dit proviand niet voor zichzelf gebruikt: ze hebben het meteen aan de Verlosser gegeven, toen Hij hun daarom vroeg. Door dit voorbeeld kunnen we leren om te delen wat we hebben met degenen die ergens behoefte aan hebben, zelfs als we weinig hebben. Als Jezus hun vraagt om de vijf broden te brengen, zeggen ze niet: “Wat blijft er dan straks voor ons over? Hoe komen we aan de dingen waar wij behoefte aan hebben?” Ze gehoorzamen meteen…

      Nemen we dus de broden, de Heer heeft ze gebroken en aan de leerlingen de eer gegeven om ze uit te delen. Hij wilde hen niet alleen eren met deze heilige dienst, maar Hij wilde ook dat ze deelnamen aan het wonder, om er overtuigde getuigen van te zijn en ze vergeten niet wat er onder hun ogen is gebeurd… Door hen laat Hij de mensen zitten en deelt Hij het brood uit, opdat ze onder elkaar getuige van het wonder kunnen zijn dat zich door hun handen afspeelde…

      Alles in die gebeurtenis – de verlaten plek, de kale aarde, het beetje wijn en vis, de verdeling van dezelfde dingen aan allen zonder voorkeur, iedereen heeft evenveel als zijn buren – dat alles wijst op nederigheid, eenvoud en naastenliefde. Laten wij ook op die wijze elkaar liefhebben, alles gemeenschappelijk delen met degenen die dezelfde God dienen, dat onderricht onze Verlosser hier.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Het iconoclasme

Het iconoclasme

Christus het heilig gelaat_ rond 1750 Moscou.jpg

 

De kerk bleef zeer wantrouwend ten opzichte van de om zich heen grijpende beeldencultus.Keizer Leo III (717-741) steunde de kerk om paal en perk te stellen aan de mateloze ikonenverering.Mede gedreven door politieke motieven gaf hij de opdracht om de zeer vereerde Christusikoon, die boven de ingangspoort van het keizerlijk paleis hing,met een bijl stuk te slaan.Alle ikonen uit kerken en huizen werden verzameld en verbrand en vervangen door kruisen en andere symbolen en ornamenten.Deze strijd is de geschiedenis ingegaan als het ‘iconoclasme’. De tegenstanders van de beeldenverering, de iconoclasten, beriepen zich op het tweede van de tien geboden: ‘Gij zult geen gesneden beeld maken’.De voorstanders, de iconodoulen,wezen dit af met de verklaring dat het gebod alleen van toepassing was op afgoden. Volgens hen was de eerste ikoon afkomstig van Christus zelf.Men doelde hiermee op de ‘niet door mensenhanden gemaakte ikoon’. Daarover bestaan verschillende legenden,waarvan de

Lees verder “Het iconoclasme”

36e zondag na Pinksteren : Het geloof van de Kananese

36e zondag na Pinksteren

“Het geloof van de Kananese”

 

 

Kananese vrouw2.jpg

 

LEZINGEN :

 

2 Kor.6,16-7,1:

Is er enig verband tussen de tempel van God en de afgoden? Wij zijn de tempel van de levende God. God heeft zelf gezegd: Ik zal onder hen wonen en met hen omgaan. Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. Daarom, ga weg uit hun midden en houd u ver van hen, zegt de Heer, en raak niets aan wat onrein is. Dan zal Ik u genadig aannemen.  Ik zal voor u een vader zijn en u zult voor mij zonen en dochters zijn, zegt de Heer, de Albeheerser.

Zulke beloften zijn ons gedaan, geliefden; laten wij ons dus zuiveren van elke smet naar lichaam en geest, en vol ontzag voor God onze heiliging voltooien

 

EVANGELIE : Matth.15,21-28

Jezus en een Kananese vrouw
      Jezus ging daar weg en nam de wijk naar het gebied van Tyrus en Sidon.  En kijk, een Kananese vrouw uit die streek kwam naar buiten en riep: ‘Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David. Mijn dochter is vreselijk bezeten.’  Maar Hij gaf haar niet eens antwoord. Zijn leerlingen kwamen naar Hem toe en vroegen Hem: ‘Stuur haar weg, want ze roept ons achterna.’  Hij antwoordde: ‘Ik ben alleen gestuurd naar de verloren schapen van het huis van Israël.’  Maar zij kwam naar Hem toe en knielde voor Hem neer en zei: ‘Heer, help me.’  Hij gaf haar ten antwoord: ‘Het is niet goed het brood van de kinderen te nemen en het aan de hondjes te geven.’  Maar zij zei: ‘Juist, Heer, want wat de hondjes eten, zijn de kruimels die van de tafel van hun baas vallen.’  Toen gaf Jezus haar ten antwoord: ‘Vrouw, groot is uw vertrouwen. Moge het u vergaan zoals u wenst.’ En haar dochter was vanaf dat moment genezen

Petrus Chrysologus : De nieuwe wijn van de bruiloft van de zoon

H. Petrus Chrysologus (ca 406-450) bisschop van Ravenna, Kerkleraar
Sermon over Marcus 2 ; PL 52, 287

 Petrus chrysologus2.jpgDe nieuwe wijn van de bruiloft van de Zoon

“Waarom vasten wij en uw leerlingen niet?” Waarom? Omdat voor u het vasten een wet is. Het is niet een spontane gave. Op zichzelf heeft het vasten geen nut; wat telt is het verlangen van degene die vast. Welk voordeel denkt u uit uw vasten te halen als u gedwongen door de wet vast? Het vasten is een geweldige ploeg om het veld van de heiligheid te bewerken. Maar de leerlingen van Christus zijn meteen in het hart van dat veld geplaatst omdat ze al rijp voor de heiligheid waren; ze eten het brood van de nieuwe oogst. Waarom zouden ze verplicht worden om onnodig te vasten? “Kunnen de vrienden van de Bruidegom vasten als de Bruidegom bij hen is?”
Degene die trouwt levert zich geheel over aan de vreugde en neemt deel aan de maaltijd; hij is gastvrij en vrolijk naar alle genodigden; hij doet alles waardoor hij geïnspireerd wordt uit liefde voor zijn bruid. Christus viert zijn bruiloft met de Kerk als Hij op aarde leeft. Daarom aanvaardt Hij het om deel te nemen aan maaltijden waarvoor men Hem uitnodigt. Vol welwillendheid en liefde toont Hij zich menselijk, benaderbaar en vriendelijk. Komt Hij niet om de mens met God te verenigen en om zijn metgezellen tot familie van God te maken?
Zo, zegt Jezus, “naait ook niemand een nieuw stuk stof op een oud kledingstuk”. De nieuwe stof is het Evangelie, welke Hij aan het weven is met de vacht van het Lam van God: een koninklijk kleed dat het bloed van de Lijdenspassie weldra purper zal kleuren. Zou Christus het aanvaarden om deze nieuwe stof te verenigen met de verouderde gezagsgetrouwheid van Israël?… Zo“doet ook niemand nieuwe wijn in oude zakken, maar nieuwe wijn behoort in nieuwe vaten”. Deze nieuwe vaten zijn de christenen. Het vasten van Christus zal de vaten van alle onzuiverheid ontdoen, opdat ze de smaak van de nieuwe wijn intact bewaren. De christen wordt zo een nieuw vat dat klaar is om de nieuwe wijn te ontvangen, de wijn van de bruiloft van de Zoon, geperst in de perskuip van het kruis.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Iconostase : de koninklijke deuren

Iconostase : de koninklijke deuren

 

koninklijke deuren.jpgDe centrale deuren van de iconostase worden de Koninklijke deuren genoemd want het was hierdoor dat de keizer van Constantinopel plechtig het schip van de kerk binnentrad. Deze deuren zijn heilig en blijven altijd gesloten. Het is enkel tijdens de Goddelijke Liturgie dat de priester ze opent om het heiligdom binnen te treden (bema), waar hij het brood en de wijn consacreert. Op de vleugels van de poort worden de engel Gabriël en de Maagd Maria voorgesteld, alsook de vier evangelisten. Soms wordt ook de communie der apostelen afgebeeld. In de XVIe eeuw opent men de linkse zijdeur (op de Russische iconen) om naar de plaats te gaan waar de prothesis plaatsvindt, waar men de heilige gaven voorbereid, de zuidelijke zijdeur leidt naar het diakonikon, een soort sacristie, waar men de liturgische gewaden bewaart. Op de diaconale poorten zijn soms diakens afgebeeld of scènes die verband houden met de Verbanning uit het paradijs of scènes van de Goede Moordenaar, van het laatste oordeel en van de dodencultus. In het bijzonder legt de aanwezigheid van eschatologische thema’s op sommige diaconale poort van de prothesis uit, dat hier de ceremoniën plaatsvinden voor de overledenen. Binnenin, op de tafel van de prothesis bevinden zich onder andere de lijsten van de weldoeners waarvoor men zal bidden tijdens de Goddelijke Liturgie.

Uit : Icones et saints d’Orient

Vertaling : Kris Biesbroeck

De heilige Agathon

Heiligenleven

De heilige Agathon

 

Agathon abba  Hongaarse orthodoxe kerk.jpg

Heilige Agathon

 

De heilige Agathon , een van de grote Oudvaders in de Egyptische woestijn, leerling van abba Lot en tijdgenoot van de grote Makarios. Hij stond vooral bekend om zijn grote zachtmoedigheid en omdat hij de innerlijke gesteldheid van groter belang achtte dan lichamelijke werken van askese. Hij beval aan om zich elk uur af te vragen hoe wij, wat wij zojuist gedaan hadden, zouden moeten verantwoorden op de oordeelsdag.

In het Vadersboek staat een kort verhaal dat ons een blik gunt op de monnikensamenleving in de woestijn. Een aantal jonge monniken had zich onder de leiding van Agathon gesteld om het monniksleven te leren. Deze was vooral gesteld op één van hen, Alexander, die zich zo gewillig liet leiden en alle plichten met grote nauwkeurigheid vervulde.Nu was deze groep eens naar de rivier gegaan om hun kleren te wassen. In de hitte was dit geen onaangenaam werk en iedereen was vol ijver bezig, behalve Alexander, die misschien oververmoeid was. En omdat de anderen waarschijnlijk jaloers waren op zijn voorrangspositie, werd al gauw aan Agathon het bericht overgebracht dat die broeder niets uitvoerde. Agathon kwam en gaf hem een standje, waarop Alexander heel bedroefd was. Maar later nam Agathos Alexander apart en zei hem : “wees maar niet bedroefd, ik weet heus wel dat je gedaan hebt wat je kunt, maar het leek mij nuttig ,om je te berispen waar de anderen bij waren, om hun hardheid van geest wat te verzachten door het voorbeeld van jouw gehoorzaamheid.

Ook over het samenwonen van de broeders heeft hij zeer praktische dingen gezegd, toen hem eens gevraagd werd hoe dat moest gebeuren. We moeten daarbij vasthouden aan de gesteldheid van de eerste dag waarop we bij de anderen kwamen en diezelfde innerlijke afstand en vreemdheid bewaren. Immers, een al te grote vertrouwelijkheid leidt tot gebrek aan eerbied, en uit deze ondeugd stammen alle andere hartstochten. En vooral moeten we nooit gaan slapen voordat we eventuele wrijvingen naar ons vermogen hebben bijgelegd.

Eens had hij met zijn groep hard gewerkt om een nieuwe kluis te bouwen en in te richten en toen hij klaar was , trokken zij erin om zich neer te zetten voor het gebed. Maar na afloop van de eerste week had zich in Agathon de overtuiging gevestigd dat de nieuwe kluis niet geheel beantwoordde aan wat hij zich ervan had voorgesteld, en hij zei daarom tot de anderen : “Laten we ergens anders heengaan”. Dat viel hun rauw op het lijf en ze begonnen te mopperen dat hij dat wel eens had mogen bedenken voordat ze er zoveel werk aan hadden besteed. En wat moeten de mensen wel denken over zulk een ongedurigheid ? Daarop antwoordde Agathon dat de verstandigen hen juist zouden prijzen omdat ze omwille van God dit alles opgaven, en dat hij in ieder geval zou vertrekken. Daarop konden ze niets anders doen dan hem vergeving vragen en hem verzoeken hen mee te nemen.

Toen er eens gediscussieerd werd over wat wel het moeilijkste was dat een monnik op zich kan nemen, ,gaf Agathon als zijn mening dat werkelijk bidden de allerzwaarste taak was. Want de andere werken brengen hun eigen genoegdoening mee wanneer we erin slagen ze te volbrengen, maar bidden kost strijd tot de laatste ademtocht.

Eens maakte hij met zijn leerlingen een wandeling en een van hen vond op de weg een erwt liggen. Hij vroeg aan de Oudvader of hij die niet moest oprapen. Maar die keek hem vol verbazing aan en vroeg : “Heb jij die dan neergelegd ? Hoe kun je dan op het idee komen om die op te rapen ?”

Ook op een andere wijze toonde hij zijn fijngevoeligheid. Hij wilde nooit aalmoezen geven, maar bij kopen en verkopen accepteerde hij zonder enige bedenking de prijs die hem geboden of gevraagd werd, zodat de mensen hun winstje aan hun eigen slimheid zouden toeschrijven en niet aan zijn goedgeefsheid. Zo spaarde hij hun gevoel van eigenwaarde en dat beschouwde hij als zijn liefdegave.

Hij stond altijd klaar om anderen te helpen. Het weinige dat hij had stond hij ogenblikkelijk af wanneer iemand iets nodig had of zelfs maar bewonderde. Wanneer met de boot de Nijl moest worden overgestoken, was hij de eerste die naar de riemen greep.

Wanneer hij de neiging in zich voelde opkomen om een oordeel te vellen over de fout van een ander, dan zei hij in zichzelf : “Agathon, zorg maar eerst dat je zelf niet zoiets doet”, en daarmee bracht hij zijn gedachte tot rust. Want hij was ervan overtuigd dat zelfs wanneer iemand in toorn een dode ten leven zou wekken, hij toch nog veroordeeld zou worden door God.

Een kenmerkende uiting van hem is ook dat hij graag zijn gezond lichaam ,zou willen ruilen met dat van een melaatse, opdat die dan tenminste geholpen zou zijn. Ook droeg hij eens een melaatse op diens verzoek naar de stad. De man vroeg hem iets voor hem te kopen voor alles wat Agathon voor zijn producten ontvangen had. En tenslotte vroeg hij hem terug te dragen naar de plaats waar hij hem gevonden had. Daar zei de melaatse “Gezegend zijt gij, Agathon, door de Heer in de hemel en op de aarde”, en was daarna plotseling verdwenen, zodat Agathon begreep dat het een Engel was geweest om hem op de proef te stellen.

Eens vond hij op het dorpsplein een zieke vreemdeling liggen, geheel onverzorgd, om wie niemand zich bekommerde. Agathon huurde toen een kamer, droeg de zieke erheen, bleef bij hem en verzorgde hem vier maanden lang, tot deze weer genezen was. Eerst toen ging hij nterug naar zijn cel.

Maar op zijn sterfbed was hij onzeker en toen de broeders hem vroegen of zelfs hij angst had, antwoordde hij : “Al heb ik altijd mijn best gedaan om God geboden te volbrengen, ik ben toch maar een mens, hoe kan ik weten of mijn daden God bhehaagd hebben ? Gods oordeel is immers heel iets anders dan het oordeel van de mensen.” Maar zij zagen dat hij vol vreugde stierf, als iemand die zijn vrienden en geliefden gaat verwelkomen.

Uit. Heiligenlevens voor elke dag . Uitg. orth. Klooster – Den haag

Ikonen in de vroegchristelijke tijd

Ikonen in de vroegchristelijke tijd

Hoewel er geen ikonen overgebleven zijn uit de eerste eeuwen van het christendom,is het eigenlijk vanzelfsprekend dat die er wel geweest zijn.De ikonen pasten in de schildertraditie en waren daar een voortzetting van.De eerste christenen immers leefden in het Romeinse Rijk in een zeer kunstlievende omgeving.Overal in de stad stonden standbeelden van goden, heersers en filosofen;ook in de huizen waren afbeeldingen van voorouders, goden en filosofen te vinden.De wanden van de villa’s van de welgestelde klasse waren bedekt met decoratieve schilderingen.Alleen in Pompeii zijn daar voorbeelden van overgebleven.De Romeinse wandschilders hebben zich vermoedelijklaten inspireren door Griekse voorbeelden.2 De schilderkunst van de oude Romeinen kende vele motieven, zoals mythologische voorstellingen, landschappen, planten, dieren en scènes uit het dagelijks leven.Ook waren er portretten op panelen van de klassieke goden, helden en familieleden. Van dit type antieke (voorchristelijke) ikonen zijn er tot nu toe zo’n twintigtal gevonden.De meeste zijn in Egypte ontdekt, in huizen en in tempels. Zij dateren uit de 2e tot de 4e eeuw.De eerste portretschilderkunst waarvan genoeg bewaard is gebleven om er een beeld van te vormen, zijn de Fayoemportretten.Hoewel deze portretten ook op andere plaatsen gevonden zijn, zijn zij vernoemd naar de Fayoemdelta in Egypte, een vruchtbare en welvarende delta (ongeveer 60 km ten zuiden van Caïro) waar de meeste portretten zijn ontdekt. [1-3]De eerste twee portretten werden ontdekt in het begin van de 17e eeuw door Pietro della Valle, die op pelgrimage naar het Heilige Land in Egypte belandde. In 1888 heeft de Britse archeoloog W.M. Flinders Petrie portretten opgegraven in Hawara; dit waren de eerste portretten die wetenschappelijk zijn onderzocht. Van deze buitengewoon mooie portretten zijn er tot nu toe zo’n duizend gevonden. Ze zijn geschilderd op dunne houten panelen en verkeren veelal in een uitstekende staat.Het zijn portretten van mannen, vrouwen en kinderen, jong en oud, zowel eenvoudig als gedetailleerd uitgewerkt.

In deze streek van het Romeinse Egypte woonden in de eerste drie eeuwen Grieken, Egyptenaren, Romeinen, Syriërs, Libiërs,Nubiërs en Jodennaast en met elkaar. In deze multiculturele samenleving waren de cultuur en de taal voornamelijk Grieks,maar men had veel respect voor de Egyptische religie en gebruiken. In navolging van de Egyptische dodenmaskers uit de vroege tijd van de farao’s, bestond de gewoonte om de doden te balsemen en hun sarcofaag te tooien met het portret van de overledene. Na röntgenonderzoek van enkele mummies die samen met hun portret gevonden zijn, bleek een discrepantie te bestaan in leeftijd: het portret toonde een veel jonger iemand dan de mummie.Daarom wordt aangenomen dat de meeste van deze portretten nog tijdens het leven van de geportretteerde werden geschilderd en in huis opgehangen.De Fayoemportretten en de christelijke ikonen hebben duidelijke overeenkomsten.Het meest opvallend, behalve de gebruikte schildertechniek en materialen, is de expressieve blik in de ogen.Mogelijk hebben Fayoemportretten en ikonen naast elkaar bestaan totdat deze mummieportretten in onbruik raakten.De ikonen uit de 5e en 6e eeuw die bewaard zijn in het afgelegen Catharinaklooster in de Sinaïwoestijn, hebben een opvallende gelijkenismet de Fayoemportretten. [5, 40]

Het moet voor de eerste christenen niet moeilijk geweest zijn om over te stappen van de verering van geschilderde portretten van goden, keizers en familieleden naar de verering van ikonen als afbeeldingen van goddelijke personen, zoals Christus, de Moeder Gods, heiligen en martelaren.Het blijft heel moeilijk om zich een voorstelling te maken van het religieuze leven van de christenen in de eerste eeuwen. Zij probeerden een weg te vinden tussen enerzijds hun behoefte iets tastbaars van hun geloof te bezitten en anderzijds hun verzet tegen afgodsbeelden. Bovendien bestond de ban op afbeeldingen die de joden uitgesproken hadden.

Eusebius (265-340), die bisschop was van Caesarea, schrijft over oude portretten van Christus en van Petrus en Paulus, die hij in grote aantallen gezien heeft. Eusebius en ook andere kerkvaders vonden de ikonen overbodig. Zij voegden niets toe aan de ‘openbaring door middel van het woord’.

Epifanius (315-403),metropoliet van Cyprus, vertelt in zijn Epistola ad Joannem, dat hij op een avond een kerk binnenging en daar op het gordijn dat het heiligdom van het schip scheidde, religieuze afbeeldingen aantrof. Hij scheurde het gordijn af en gaf het aan een plaatselijke bewaarder, die hetaan een arme kon geven om als lijkkleed te dienen. Ondanks de negatieve kritiek van bisschoppen en kerkvaders waren ikonen niet alleen een zaak van de theologen maar ook van een gemeenschap die zich in en door de religie wilde uitdrukken.Maar er zijn tot nu toe weinig ikonen teruggevonden en de oude documenten hierover zijn niet altijd betrouwbaar.Wél gevonden zijn de symbolische voorstellingen uit de 3e en 4e eeuw in de catacomben waar christenen samenkwamen.De oudste christelijke kunst zijn muurschilderingen met Bijbelse thema’s in een huis in Dura Europos in Syrië uit 232.

De eerste literaire bron over een ikoon is te vinden in de apocriefe Handelingen van Johannes, een tekst uit het midden van de 2e eeuw uit Klein-Azië. Lycomedes, een leerling van Johannes, had in het geheim een portret van de apostel laten schilderen en het op een altaartje versierd met bloemen in zijn kamer neergezet.Toen Johannes het portret zag, vroeg hij vol verbazing wie deze figuur was die door Lycomedes op heidense manier vereerd werd.Toen hij hoorde dat hij het zelf was, vroeg hij om een spiegel,want hij had zichzelf nooit eerder gezien.Hij keurde het gebruik af: ‘Het portret lijkt opmij,maar niet op mijzelf’.

4e – 7e eeuw

Na het Edict vanMilaan in 313 waren de Romeinse burgers vrij om hun godsdienst te kiezen en ontstond er een gunstig klimaat voor de ontwikkeling van de christelijke kunst.Keizer Constantijn [4] verplaatste in 330 de zetel van het Romeinse Rijk naar Byzantium, dat werd omgedoopt tot Nova Roma (Nieuw Rome),maar al snel Constantinopel (stad van Constantijn) werd genoemd. In 395 leidde de stichting van Constantinopel, het huidige Istanbul, tot een permanente scheiding tussen de oostelijke (Griekse) en westelijke (Latijnse) helft van het rijk. Aan de oever van de Nijl hadden zich heremieten teruggetrokken, op de vlucht voor de christenvervolgingen.Hieruit ontstonden kloostergemeenschappen, die een belangrijke rol gingen spelen in het debat over de legitimiteit van ikonen.Ook in Constantinopel waren aan het eind van de 6e eeuw alleen al zeventig kloosters.

Onder keizer Justinianus, die regeerde van 527 tot 565,maakte het Byzantijnse Rijk een grote bloeiperiode door, ook op het gebied van de kunst. Justinianus liet in tal van steden prachtige kerken bouwen met schitterende mozaïeken. Helaas werd het merendeel van de gebouwen en mozaïeken in de periode van de Beeldenstorm verwoest.De San Vitale in Ravenna, die wel bewaard gebleven is, geeft een goed beeld van de rijkdomen kwaliteit van de kunst uit die tijd.

Slechts een twintigtal ikonen heeft deze Beeldenstorm overleefd.Het zijn de oudste ikonen die er zijn. Enkele uit de 5e en 6e eeuw worden bewaard in het al eerder genoemde klooster in de Sinaïwoestijn.De beroemdste ikoon is de ikoon van Christus uit de 6e eeuw, die sterke gelijkenis vertoont met de eerdergenoemde Fayoem portretten.

 

Uit het boek : ‘ De rijkdom van ikonen’ Drs. Ingrid Zoetmulder

 

34e zondag na Pinksteren : de goede Meester

34e zondag na Pinksteren

“De goede Meester”

 

 

GoedeHerder1.jpg

 

Lezingen :

 

Kol.3,12-16

 

Bekleed u, als Gods heilige en geliefde uitverkorenen, met tedere ontferming, goedheid, nederigheid, zachtheid en geduld. Verdraag elkaar en vergeef elkaar als de een tegen de ander een grief heeft. Zoals de Heer u vergeven heeft, zo moet ook u vergeven. Voeg bij dit alles de liefde, die de band van de volmaaktheid is. En laat de vrede van Christus heersen in uw hart; daartoe bent u immers geroepen, als ledematen van één lichaam. En wees dankbaar. Laat het woord van Christus in volle rijkdom onder u wonen. Leer en vermaan elkaar met alle wijsheid. Zing voor God met een dankbaar hart psalmen, hymnen en geestelijke liederen.

Evangelie :

Lucas 18,18-27 :

Gesprek met een rijke
Een aanzienlijk man stelde Hem deze vraag: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwig leven?’ Jezus zei tegen hem: ‘Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed, alleen God. De geboden kent u: geen echtbreuk plegen, niet doden, niet stelen, niet vals getuigen, en uw vader en uw moeder eren.’ ‘Aan dat alles heb ik mij van jongs af gehouden’, zei de man. ‘Dan rest u nog één ding’, zei Jezus tegen hem. ‘Verkoop alles wat u hebt, deel het uit aan de armen, en u hebt een schat in de hemel. Kom dan terug om Mij te volgen.’ Toen hij dit hoorde werd hij diep bedroefd, want hij was buitengewoon rijk. Toen Jezus zag dat hij diep bedroefd werd, zei Hij: ‘Wat is het voor mensen met geld toch moeilijk om het koninkrijk van God binnen te komen. Een kameel komt gemakkelijker door het oog van een naald dan een rijke in het koninkrijk van God.’ ‘Wie kan er dan nog gered worden?’ vroegen de toehoorders. Hij zei: ‘Wat menselijk gezien onmogelijk is, is mogelijk dankzij God.’