Mandilion
Mandylion
(Niet door Mensenhanden gemaakte portret van Christus)

Het woord Mandylion is afgeleid van het Arabische woord mandil dat doek betekent. De afbeelding zou teruggaan op de doek van koning Abgar van Edessa. Volgens de legende zou deze, toen hij ernstig ziek was, een dienaar naar Christus hebben gezonden met het verzoek om naar Edessa te komen om hem te genezen. In plaats van zelf te komen nam Christus een doek en drukte die op zijn gelaat, waarna een afdruk van zijn gezicht op de doek achterbleef. De dienaar nam de doek mee naar Edessa. Daar werd de doek op het gezicht van de koning gelegd, waarop deze genas.
De voorstelling
In wezen is de voorstelling van het Mandylion een zeer eenvoudige: het is de afdruk van het gelaat van Christus op een doek. Het gelaat en de linnen doek vormen de twee entiteiten van de compositie. De doek valt in plooien neer. De bovenhoeken schijnen opgehouden te worden in twee knopen, die de illusie wekken de draagpunten van de doek te zijn.
Christus wordt met nimbus afgebeeld. In de kruisarmen leest men “HO OON”, “de Zijnde”. Het gelaat wordt voorgesteld zonder de aanzet van een hals, want het gaat immers slechts om het gelaat, zoals de legende verhaalt. In lange lokken golft het haar aan weerszijden van het gelaat. De baard loopt in twee punten uit, die compact zijn bijeengehouden, waardoor dit type in de Russische volksmond “Christus met de natte baard “ is gaan heten. De gelaatstrekken van Christus tonen geen emoties. Karakteristiek is juist de rustige en ontzagwekkende ernst. Het Goddelijk aangezicht wordt niet gestoord door de doek op de achtergrond. Het gelaat staat nooit óp de doek, maar wekt altijd de illusie ervóór te zweven. Het Goddelijke gelaat is onkreukbaar en daarom kan Het zich niet conformeren aan de natuurlijke plooival van de doek. De doek gelijkt daarom eerder op een toneeldecor.
Inhoudelijke aspecten
Het Mandylion heeft een belangrijke rol gespeeld in de Byzantijnse gedachtewereld. De geestelijke volheid van de voorstelling is hier verantwoordelijk voor.
In de eerste plaats moet de afbeelding gezien worden als een theologisch symbool: het Mandylion verbeeldt een wezenlijk dogma van de orthodoxe theologie, namelijk het mysterie van de incarnatie, de menswording van Gods Zoon. Voor de incarnatie van Christus bestaat door de afdruk van de gelaatstrekken van Christus een authentiek bewijs van zijn aanwezigheid op aarde, of anders gezegd, met de existentie van het Mandylion is een zichtbaar bewijs voorhanden van de incarnatie van Gods Zoon. De theologische gedachtegang van de incarnatie volgend, is het logisch, dat het Mandylion in de kerk een speciale plaats wordt toegewezen, namelijk onder de tamboer van de koepel. Hij bevindt zich aldus tussen de koepel, symbool van het hemelse, en de aarde; een betere plaats is er voor het symbool van de incarnatie welhaast niet te vinden!
In de tweede plaats symboliseert het Mandylion het Eucharistisch offer. De Mandylion-ikoon wordt daarom ook dikwijls in de nabijheid van het altaar aangetroffen. Een anonieme Griekse tekst geeft uitsluitsel over de liturgische betekenis van de Mandylion-ikoon. Volgens de tekst heet het, dat het Mandylion op daarvoor vastgestelde feestdagen uit het diakonikon wordt gehaald om in processie door de kerk gedragen te worden. Vervolgens wordt de ikoon op het altaar geplaatst. Gedurende de liturgie blijft het Mandylion daar en de schrijver zegt dat het “het niet-bloedende offer van Jezus symboliseert”, met andere woorden: de eucharistie. Hieruit blijkt, dat de plaats, waar het Mandylion aangetroffen wordt, bepalend is voor de symbolische betekenis. Onder de koepel is het Mandylion het symbool van de incarnatie, op het altaar het symbool van de eucharistie.
In de derde plaats bezit het Mandylion een beschermend karakter. Reeds het prototype, de afbeelding te Edessa, bezat deze eigenschap; de legende wil dat men “het niet door mensenhanden gemaakte beeld van Christus” boven de stadspoort had gehangen om het onheil buiten de stad te houden. Door het beschermende karakter is het Mandylion vooral bij de bevolking populair geworden. Als amulet en talisman draagt de gelovige deze voorstelling op metalen draagikoontjes met zich mee, in het geloof en in de hoop dat onverwacht onheil verre zal blijven.
Christus, het levende Woord
Een ikoon verteld van de hemelse werkelijkheid, laat daarvan de trekken zien. Het Mandylion geldt als het oudste en meest natuurgetrouwe Christusbeeld. En daarmee wordt meer bedoeld dan een soort foto of portret; het is een beeld van Zijn Wezen. Dat wordt mede aangegeven door de aureool rond het hoofd, met daarin de letters HO OON: – de Godsnaam – Hij IS er – Hij die aanwezig is voor Zijn Volk. Zo immers openbaarde God zich aan Mozes bij de brandende braambos (Exodus 3,14). In de oosterse beleving houdt dat dan ook in: daar waar de ikoon is daar is de Heer voor wie hem gelovig aanschouwt. En omgekeerd: Hij aanschouwt jóu!
Dat Wezen van het Christusbeeld is tevens de uitdrukking van Gods Woord (de Logos). Hij is immers het Woord dat Vlees geworden is. Hij is het Woord van de Vader, zoals we zo nadrukkelijk kunnen lezen in het Evangelie volgens St.Jan (zie 1e hoofdstuk). In Hem is de volheid van de Schriften, van Mozes en de profeten. Het is dan ook niet zomaar dat het Kind in de kribbe (Lucas 2) in doeken gewikkeld wordt. Die doeken verwijzen naar de doeken waarin de Torah-rollen worden bewaard in de Ark van de synagoge. Daarmee wordt dan aangegeven dat het Kind in de kribbe de Torah is, het Woord van God, dat tot voedsel wordt gegeven aan de kudden gelovigen waarmee de Herders van de Kerk naar de kribbe=voerbak komen.
Waar het gelovige Volk (de Kudde Gods) zich door dát Woord laat leiden, komt het elke crisis te boven en is er Leven in overvloed.
Opvallend is dat er van het doek een genezende werking uitging in het verhaal van Abgar. Iets dergelijks vinden we b.v. ook terug bij Mattheus 9,18-26. Daar is het kleed kennelijk het joodse gebedskleed met de kwasten, dat Jezus als rechtgeaarde Jood droeg. Dat gebedskleed verwijst ook naar de Torah, de Boeken van Mozes, waarvan Jezus zelf de levende gestalte is. Er gaat een genezende kracht vanuit. De vrouw die 12 jaar aan bloedvloeiing leed – symbool voor Vrouwe Kerk die aan geestelijke bloedarmoede lijdt en onvruchtbaar voor de Kerk is – wordt genezen zodra ze weer verlangd naar het Woord zoals dat in Jezus Christus gestalte heeft gekregen. En dat niet alleen. Ook het dochtertje van de overste van de synagoge – symbool voor de jeugd waarvan de plaatselijke pastor moet vaststellen dat er geen toekomst voor de Kerk meer van te verwachten is – komt dan weer tot leven. Er komt weer leven in de kerkelijke brouwerij! De gezondheid van het Kerkvolk, van oud tot jong, heeft dus alles te maken met de aanraking van het gebedskleed. Dus met de Torah, het Woord van God. Er gaat een roep van uit.
Bron : http://www.iconen.nl
koor van het optima monasterie : psalm 103
Koor van het optima monasterie : Psalm 103
Het opnieuw vinden van een spirituele blik op de mens en de schepping Patriarch Bartholomeüs
heiligenleven : de heilige Simplicius, paus van het oude Rome.
Heiligenleven
De heilige Simplicius, paus van het oude Rome

De heilige Simplicius
De heilige Simplicius, paus van het oude Rome, was afkomstig uit Tibur, het huidige Tivoli. Nadat hij gediend had in de geestelijkheid van de twee voorafgaande pausen, werd hij in 467 zelf tot dit zware ambt geroepen, in een tijd dat het land zwaar te lijden had van de invallende barbaren. Zelfs Rome werd ingenomen en geplunderd in het achtste jaar van zijn pontifikaat.
Dit was mogelijk omdat het land zelf verdeeld was geraakt. Het werd bestuurd door romeinse gouverneurs die zich een tiranniek gezag hadden aangematigd over de bevolking die geheel rechteloos was. Zij heersten als kleine tirannen met volstrekte willekeur, en elk verzet werd met grote wreedheid onderdrukt. Zo werden de invallende barbaren min of meer als bevrijders geduld, en hele legergroepen kwamen in opstand tegen het rijk. Dit alles bevorderde het arianisme, omdat de orthodoxie vereenzelvigd werd met het tiranniek bewind.
De taak van Simplicius werd hierdoor onnoemelijk zwaar, en nadat hij bijna 16 jaar de Kerk, voor zover hij dat kon, bestuurd had, is hij gestorven in 483.
Uit : heiligenlevens voor elke dag. Uitg.Orthodox klooster. Den Haag
Simeon de Nieuwe Theoloog : “Al wat de Vader heeft, is van Mij”
H. Simeon de Nieuwe Theoloog (ca.949-1022), Griekse monnik
Hymne 21 ; SC 174

Simeon de nieuwe Theoloog en Basilius de grote
“Al wat de Vader heeft, is van Mij”
U hebt gestraald, U hebt U getoond als een glorieus licht
Het ontoegankelijk licht van uw wezen, Verlosser,
En U hebt een ziel, die ondergedompeld was in duisternis, verlicht…
Verlicht door het licht van de heilige Geest,
De mensen kijken naar de Zoon, ze zien de Vader
En aanbidden de Drie-eenheid van de Personen, de enige God…
Want de Heer [Christus] is de Geest (2Kor 3,17),
De Geest is ook, de Vader van de Heer,
Natuurlijk een en dezelfde Geest, Hij is niet verdeeld.
Hij die bezit, bezit werkelijk de Drie
Maar zonder verwarring…
Want de Vader bestaat en hoe zou Hij de Zoon zijn?
Want Hij is ongeboren van essentie.
Er is de Zoon, hoe zou Hij Geest worden?
De Geest is Geest – en hoe zal Hij als de Vader verschijnen?
De Vader is de Vader, omdat Hij onophoudelijk verwekt…
De Zoon is de Zoon omdat Hij voortdurend wordt verwekt
en Hij werd al voor alle tijden verwekt.
Hij verschijnt zonder van zijn wortel gesneden te worden.
Hij is tegelijk afgezonderd zonder gescheiden te zijn
en helemaal een met de Vader die Levend is
en zelf het leven is en het Leven aan allen geeft (Joh 14,6; 10,28).
Alles wat de Vader heeft, heeft de Zoon ook.
Alles wat de Zoon heeft, heeft de Vader eveneens.
Als ik de Zoon zie, zie ik ook de Vader,
Men ziet de Vader in alles gelijk aan de Zoon,
behalve dat de een verwekt en de ander zonder ophouden verwekt wordt…
Hoe komt de Zoon uit de Vader voort? Zoals het woord uit de geest voortkomt.
Hoe wordt Hij erdoor gescheiden? Zoals de stem dat is van het woord.
Hoe neemt Hij lichaam aan? Zoals het woord dat men schrijft…
Hoe zou men aan de Schepper van alles een naam geven?
Namen, handelingen, uitdrukkingen,
alles komt in de wereld op bevel van God,
want Hij geeft namen aan de werken
en aan iedere werkelijkheid zijn eigen roep…
Maar zijn eigen naam heeft men nooit gekend
Als het niet “de onuitsprekelijke God” is, zoals de Schrift zegt (cf Gn 32,30).
Als Hij niet uit te spreken is, heeft Hij geen naam
Als Hij onzichtbaar is, is Hij mysterieus,
Als hij ontoegankelijk is, alleen voorbij elk woord
Voorbij elke gedachte, niet alleen de menselijke,
maar ook die van de engelen
“Hij maakte van het donker zijn schuilplaats”(Ps 18,12).
Al de rest hier beneden blijft in duisternis,
maar Hij alleen, als het licht, is buiten de duisternis.
Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org
Canonische discipline van de orthodoxe Kerk
Canonische discipline van de orthodoxe Kerk
Ik geloof waarlijk, zoals ik het zo dikwijls bevestig in het Credo, «in de Kerk ». Ik kan niet ontkennen dat de teksten die de Kerk heeft geschreven in de loop van haar geschiedenis, canons genoemd, mij zowel bevallen als hinderen. Deze teksten hebben als doel om de grenzen te definiëren van het ware leven die de christen niet zomaar achter zich kan laten, zonder aan deze vormende daad voorbij te gaan. Een daad waardoor de hemelse Vader de christen behandelt als zijn enige Zoon, dit wil zeggen , Hij geeft hem er een vergoddelijkende gave van Zijn heilige Geest mee.
De kerkelijke Canons tonen ons de weg die wij moeten gaan opdat ons leven in de Kerk niet slechts een natuurlijke sociaal leven zou zijn, maar ook opdat wij de autonomie van onze natuurlijke individualiteit zouden overschrijden door het ontvangen van de Heilige Geest en door de ervaring van onze deïficatie (…) Maar daarvoor moeten wij twee dwalingen vermijden . De ene bestaat erin
Dat wij zouden zeggen : het verleden is voorbij bij het begin van dit derde millennium, het is hoog tijd om een aggiornamento door te voeren. Als we zo denken dan miskennen wij volledig de diachronische (= historische ontwikkeling) en synthetische (op een synthese berustend)dimensie, en dit zonder onderbreking doorheen de periode van de kerkelijke Traditie en de eenheid van de Kerk.
Indien de kerkelijke canons ons voor alles spreken over de mogelijkheden van onze vergoddelijking in het zijn-in-communio van de Kerk, dan is het ware leven waarvan zij spreken ook het ware leven voor ons, hoe ver we nu ook mogen verwijderd zijn van hun auteurs. Er is nochtans nog een tweede dwaling waar we moeten op letten : men moet de christenen nu ook niet beangstigen met de canons door hen op een fanatieke wijze te bestoken door een automatische toepassing ervan. Gaan we in deze tijd een christen excommuniceren die de kerk verlaat vóór de anaphora zonder medisch motief ?
Zal men een moordenaar die berouw heeft, de heilige communie onthouden tot aan het einde van zijn leven, en voor zeven jaar iemand die overspel heeft gepleegd ? Voor een goed gebruik van de canons moeten wij voor ogen houden dat, indien in de Oudheid de heilige Kerk, nochtans zo goed, zo moederlijk, zich streng heeft opgesteld, dat het is omdat ook nog in onze dagen, zonde exstreem zwaar is en dat wij als gevolg hiervan haar als zodanig moeten behandelen, zelfs al moet dit gebeuren met minder zware straffen. Want vroeger gaf de Kerk de communie voor zeven jaar niet aan iemand die echtbreuk had gepleegd of tot het einde van zijn leven niet aan iemand die een moord had bedreven. Wij hebben ook nu nog het recht niet om ons tevreden te stellen om zo een zonde in de biecht te belijden en direct na de biecht te communiceren »
Vader André Borrély, in Orthodoxes à Marseille octobre-Novembre 2002.
Vertaling : Kris Biesbroeck
Johannes Chrysostomos : De geboorte van de nieuwe schepping
H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar
Doopcatechese, nr. 4, 12-15 ; SC 50 bis

Johannes Chrysostomos
De geboorte van de nieuwe schepping (Rm 8,22)
Paulus schreef dit woord: “Iemand die één met Christus is, is een nieuwe schepping” (2Kor 5,17)… Maar zeg me welke van de twee het meest verrassend is: de hemel zien of elk ander geschapen element zien vernieuwen, ofwel een mens van het kwaad naar de deugd zien gaan en verder afzien van de vergissing om zich aan de waarheid te hechten? Want dat is wat Paulus noemt “een nieuwe schepping”… Daarom zullen zij die hun geloof aan Christus hebben gegeven, de last van hun zonden afgelegd als een oud kleed. Meteen nadat ze van de vergissing zijn vrijgemaakt, worden ze door de Zon van gerechtigheid verlicht (Ml 3,20), zoals men een nieuw en schitterend kleed aantrekt, een koninklijk kleed…: “het oude is voorbij, zie het nieuwe is al gekomen” (ibid)… De genade van God stroomt plotseling binnen: ze heeft de zielen hervormd en omgekeerd, ze heeft ze omgevormd…
Bron : http://www.dagelijksevangelie.org
Heb je gezien hoe de Meester elke dag deze nieuwe schepping maakt? Want de mens heeft vaak zijn hele leven doorgebracht met het plezier van de wereld; bovendien heeft hij schepselen aanbeden, hij dacht dat ze goden waren. Wie dan, behalve de Heer, kan de mens overhalen om zich plotseling te verheffen tot een dergelijke hoge graad van deugd, voortaan alle idolen te minachten en de Schepper van het universum te aanbidden, en in Hem te geloven, boven alle dingen van dit leven?…
Ik nodig u dus uit –allen die vroeger gedoopt zijn evenals hen die net deze genade van de Meester hebben ontvangen- om te luisteren naar de aansporing van de apostel: “Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen” (ibid). Laten we ons verleden vergeten; laten ons leven hervormen als mensen die geroepen zijn tot het nieuwe leven. In alles wat we zeggen, in alles wat we doen, beschouwen we de waardigheid van Degene die in ons woont.
De heilige Drosis, dochter van keizer Trajanus
Heiligenleven
De heilige Drosis, dochter van keizer Trajanus

heilige Drosis dochter van keizer Trajanus
De heilige Drosis, een dochter van keizer trajanus, leefde in Antiochië en had vriendschap gesloten met enkele christenvrouwen die als maagden een gemeenschappelijk leven leidden. Zij voelde steeds meer sympathie voor de christenen en had medelijden met de slachtoffers van de vervolgingen. Zij kwam er zelfs toe deel te nemen aan hun nachtelijke tochten, wanneer ze naar de executieplaats trokken om de lichamen der martelaren weg te halen en te begraven. Bij zulk een gelegenheid werd zij met vijf anderen betrapt en gevangen genomen. De zaak werd aan de keizer voorgelegd. Deze liet de vijf christenvrouwen verbranden maar zijn dochter in een put werpen. Zijbekruiste zich in naam van de heilige Drie eenheid, en ontving zo de doop van het water tegelijk met de doop van het martelaarschap.
Uit : heiligenlevens voor elke dag. Uitg.Orthodox klooster. Den Haag
Paus Leo de grote : De glorie van het kruis
H. Leo de Grote (? – ca. 461), paus en Kerkleraar
Sermon 51, 2-3, 5-8 ; PL 54, 310-313, SC 74 bis

paus Leo de Grote
De glorie van het kruis
De Heer onthult zijn heerlijkheid in de aanwezigheid van de gekozen getuigen: Hij verspreidt over zijn lichaam, dat overigens gelijk aan het onze is, een zo schitterend licht dat zijn gelaat straalt als de zon en zijn kleed wit als sneeuw wordt. Door deze transfiguratie had Hij als eerste doel om het schandaal van het kruis van het hart van zijn leerlingen te nemen, opdat de schaamte van het vrijwillig ondergaan van zijn dood, het geloof niet verstoord van hen die de grootheid van zijn verborgen waardigheid hadden gezien.
Maar Hij had hoop op het doel om een heilige Kerk te stichten, zodat de leden van het lichaam van Christus begrijpen welke transformatie op een dag bij hen zou gebeuren, aangezien een ieder geroepen is om op een dag zijn heerlijkheid te delen die ze tevoren hebben zien schitteren bij hun leider…
“Dit is mijn geliefde Zoon, luister naar Hem. Luister naar Hem die de weg naar de hemel opent en die door de smeekbeden op het kruis, u voorbereidt om stappen naar het Koninkrijk te zetten. Waarom twijfelt u er aan dat u bent vrijgekocht? Waarom vreest u genezen te worden, nu u gewond bent? Dat mijn wil geschiedde, zoals Christus het wil. Verwerp de angst van deze wereld en bewapen u met de volharding waardoor het geloof geïnspireerd wordt. Want het past niet om bang te zijn in de Passie van de Heer, waarvoor u met zijn hulp niet meer zult vrezen in uw eigen dood…”
In deze drie apostelen is de hele Kerk, die alles geleerd heeft wat zij met eigen ogen hebben gezien en met eigen oren gehoord (cf 1Joh 1,1). Dat dus het geloof van een ieder steviger wordt door de prediking van de heilige Kerk, en dat niemand zich schaamt voor het kruis van Christus, waardoor de wereld vrijgekocht werd.
Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org
zaligsprekingen in het russisch met engelse ondertiteling
Zaligsprekingen in het russisch met engelse ondertiteling
Heiligenleven : heilige Chrysanthus
Heiligenleven
De heilige Chrysanthus

Chrysanthus en Daria
De heilige Chrysanthus, zoon van een romeinse senator, en zijn vrouw Daria, priesteres van Pallas Athene, met de tribuun Claudius, diens vrouw Hilaria, en hun zonen Maurus en Jason. Chrysanthus was uiterst leergierig en bestudeerde ieder boek dat hij in handen kreeg. Toen hij zo kennis kreeg van de Evangeliën en de Handelingen der Apostelen, werd hij daar volkomen door overrompeld. Hij wilde bij Christus horen, liet zich dopen en kon niet nalaten met anderen over Hem te spreken, tot grote woede van zijn vader. Deze maakte van zijn positie gebruik om zijn zoon in de gevangenis te zetten en hem slecht te behandelen, zodat zijn wil gebroken zou worden door honger en koude, vernedering en pijn. Toen hij geheel uitgeput was, huwde hij hem uit aan de beeldschone Daria, een priesteres van de tempel van Pallis Athene, die zijn gedachten wel op een ander spoor zou brengen.
Maar Chrysanthus had de idealistische jonge vrouw die van hem hield, spoedig tot de waarheid van Christus gebracht, en na de dood van zijn vader werd de grote woning een toevluchtsoord voor pas bekeerde christenen. Lang duurde deze veiligheid echter niet, daarvoor was het ras der verklikkers te actief. Zij vielen in handen van de tribuun Claudius, die hen liet martelen. Hij was ervan overtuigd dat zulke wekelijke opgevoede jongelui dan wel gauw anders zouden piepen. Maar tot zijn grote verwondering was er in hen geen spoor van wankelmoedigheid. Zelfs als zij het uit moesten schreeuwen van pijn , dan waren zij direct daarna weer opgewekt en deden zelfs pogingen om hymnen te zingen voor hun God.
Daar ook hij een goed mens was, kwam hij tot het inzicht dat hier iets bijzonders gebeurde, iets van zo grote waarde, dat hij daaraan deel wilde hebben. Hij trok dan ook consequentie en liet zich dopen met heel zijn gezin, dat hem blijkbaar innig was toegedaan. Zij werden op verschillende wijzen ter dood gebracht, terwijl Chrysanthos en Daria levend werden begraven , in 281.
Om de plaats die het huis van de beide martelaren had ingenomen in het leven van de gemeente te Rome, werd al spoedig hun gedachtenis gevierd, vooral op de verjaardag van hun martelaarschap. De christenen waren toen bijeengekomen in één van de catacomben en vierden de heilige liturgie. Ook dit werd overgebracht : de toegang van de catacombe werd dichtgemetseld. De gelovigen die daar bijeen waren zijn van honger en dorst gestorven, samen met hun priester Diodorus en de diaken marianus.
Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orthodox klooster Den Haag.
Hilarius : Iedere dag is geschapen door de Zoon, want de Vader doet alles in de Zoon
H. Hilarius (ca 315-367), bisschop van Poitiers, Kerkleraar Overweging over de psalmen 92,3 ; PL 9,495

Hilarius van Poitiers
Iedere dag is geschapen door de Zoon, want de Vader doet alles in de Zoon
Op de dag van de Sabbat werd het allen, zonder uitzondering, opgelegd, om geen enkel werk te doen en te rusten in passiviteit. Hoe heeft de Heer de Sabbat dat kunnen doorbreken?… In waarheid zijn dit de grote werken van God: Hij houdt de hemel in zijn hand, levert het licht aan de zon en de andere sterren, geeft groeikracht aan de planten van de aarde, houdt de mens in leven… Ja, alles bestaat en blijft in de hemel en op aarde door de wil van God de Vader; alles komt van God en alles bestaat door de Zoon. Hij is immers het hoofd en de oorsprong van alles; in Hem is alles gemaakt (Kol 1,16-18). En door de voortdurende volheid in Hem, vanuit het initiatief van zijn eeuwige kracht, heeft Hij vervolgens ieder ding geschapen. Welnu als Christus in alles handelt, dan is het noodzakelijkerwijze door de handeling van degene die handelt in Christus. Daarom zegt Hij: “Mijn Vader werkt elke dag en ook Ik werk” (Joh 5,17). Want alles wat Christus, de Zoon van God en bewoond door God de Vader, doet, is het werk van de Vader. Zo wordt iedere dag alles geschapen door de Zoon, want de Vader doet alles in de Zoon. Dus de handeling van Christus is van alle dagen; en naar mijn mening, de wet van de natuur, de vormen van het lichaam, de ontwikkeling en de groei van alles dat duidelijk in deze handeling leeft.
: Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org
1
