heilige Arsenios de Grote

Heiligenleven

De heilige Arsenios de Grote

De heilige Arsenios de Grote was een diaken van de Kerk van Rome en gold als de grootste geleerde in Italië van zijn tijd. Daarom werd hij, toen hij 29 jaar oud was, door keizer Theodosios rond 383 naar Constantinopel geroepen, in de senatorenstand verheven, en tot leraar aangesteld voor zijn zonen Arkadios en Honorios. Hij leefde aan het hof in arsenios 11 juli.jpggrote weelde.

Toen hij zijn taak voltooid had, vroeg Arsenios zich af hoe hij zijn leven verder zou inrichten. Tijdens zijn gebed begon het tot hem door te dringen dat zijn levenswijze weinig innerlijke diepgang bezat. Het was alsof een stem hem toeriep :’Arsenios, vlucht weg van de mensen, dan kun je gered worden’. Arsenios, die zichzelf altijd radicaal had aangepakt aarzelde niet, en hij trok in stilte naar Alexandrië om bij monniken van de Sketis raad te vragen wat hij moest doen.

Uit zijn spraak en manier van doen bleek duidelijk dat Arsenios van hoge stand was, en hij werd dus met nadruk uitgevraagd, waarbij zij zich erop beriepen dat hij vertrouwen in hen moest stellen. Ze besloten raad te gaan vragen bij de beroemde Johannes de Kleine. Aangekomen tegen het einde van de middag in diens cel, besloot deze het uur van de avondmaaltijd te vervroegen omwille der gastvrijheid. De tafel werd gereed gemaakt en de monniken werden uitgenodigd aan te zitten. Maar Johannes verwaardigde  Arsenios met geen blik en hij liet hem staan terwijl zij aten. Halverwege de maaltijd scheen Johannes zich iets te herinneren. Hij nam een brood van tafel en smeet dat ergens op de grond terwijl hij zei : ‘Als je wilt, kun je eten’. Heel gevat viel Arsenios op de ellebogen en knieën en hapte in het brood dat op de grond lag. Toen had Johannes geen verdere proeven meer nodig en hij zei tot de anderen :’Ga nu maar, mijn broeders, met de zegen van de Heer, en bid voor ons. Ik ben ervan overtuigd dat hij een goede monnik wordt’. En toen ze Arsenios vroegen wat hij van de zaak dacht, antwoordde hij dat hij, omdat hij als een hond beschouwd werd, daarom ook maar als een hondje gegeten had.

Arsenios ging voort op deze radicale weg, en omdat hij zo lang in aanzien en luxe geleefd had, legde hij zich op buitengewone wijze toe op deemoed en ascese. Het duurde dan ook niet lang tot Johannes hem rijp oordeelde voor het kluizenaarsleven. Arsenio vestigde zich een twaalftal mijlen verderop, maar toch kwam er telkens bezoek. Toen monniken hem eens vroegen waarom hij zo zwijgzaam was, zei hij dat de intimiteit met God te lijden had van de omgang met mensen.

Zijn celdienaar, Daniël, vertelde van Arsenios dat deze vaak de gehele nacht doorbracht in gebed. En elke zaterdag avond, wanneer de zon in het westen onderging, keerde hij zich naar het Oosten en bad met opgeheven armen tot de opgaande zon hem in het gezicht scheen. Eerst dan zette hij zich neer om wat te rusten. Hij nodigde dan de slaap uit, ‘die slechte dienstknecht’ en viel zittend in slaap, tot hij na een korte tijd terug opstond. Arsenios zei dan ook dat een monnik die werkelijk strijd wilde voeren tegen zijn hartstochten, niet meer dan één uur per dag mocht slapen. Toch moest hij nog steeds strijden tegen de slaperigheid, en soms vroeg hij zijn leerlingen om hem wakker te houden.

Een andere uitspraak van hem luidde : ‘Wanneer we God zoeken, zullen we Hem ontmoeten; en wanneer we erin slagen Hem vast te houden, dan blijft Hij bij ons’. Ook zei hij ; ‘Zet heel uw kracht erop dat het werk in uw binnenste van God uitgaat om zo de uitwendige driften te overwinnen’. Hij verhaalde ook over twee mannen te paard, die een balk dwars tussen zich indroegen en de poort van de stad niet konden binnengaan omdat geen van beiden de ander wilde laten voorgaan. Zo is het ook wanneer wij het juk der gerechtigheid dragen met hoogmoed en onszelf niet willen vernederen. Dan blijven we buiten het Rijk Gods. En wanneer we goede werken verrichten maar tegelijk toegeven aan de boosheid, dan zijn we als iemand die water schept in een bak maar daar een gat in slaagt : het loopt er even snel weer uit als het erin geschept wordt. Door onze boosheid verliezen we ook onze goede werken.

Arsenios zocht herhaalde malen andere oudvaders op om hun raad te vragen. Toen hem eens gevraagd werd wat hij, die zulk een vooraanstaande geleerde was, bij zulke analfabeten te leren had, zei hij dat hij inderdaad bedreven was in grieks en latijn, maar dat hij nog niet toe was aan het abc van zulk een oude monnik. Dikwijls vroeg hij zichzelf hardop af : ‘Arsenios, waarom ben je weggetrokken uit de wereld ?’ om zich te wapenen tegen allerlei verleiding.

Na 56 jaar stierf hij, 95 jaar oud, omringd door zijn meest geliefde leerlingen, te Trojene bij Memphis, in 449.

 

Bron : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. orthodox klooster Den Haag

Johannes Chrysostomos : Bij het kruis van Jezus stond zijn moeder

H. Johannes Chrysostomus (ca 345-407), priester te Antiochië daarna bisschop van Constantinopel, Kerkleraar Sermon over het woord “begraafplaats” en het kruis voor Goede Vrijdag, 2 ; PG 49, 396

Chrysostomos Basilios en Gr. van Nazianze.jpg

Chrysostomos, Basilios en Gregorios van Nazianze

“Bij het kruis van Jezus stond zijn moeder”

 

Zie je deze bewonderenswaardige overwinning? Zie je het slagen van het kruis? Ga ik je nu iets nog bewonderenswaardiger zeggen? Leer de wijze kennen waarop deze overwinning zich verwerkelijkt heeft en je zult nog meer verbaasd zijn. Wat de duivel deed overwinnen, is hetzelfde waarmee Christus hem heeft overheerst. Hij heeft hem verslagen met de wapens die de duivel had gebruikt. Luister hoe. Een maagd, het hout en de dood, dat zijn de symbolen van de nederlaag. De maagd dat was Eva want ze heeft zich niet verenigd met de man; het hout, dat is de boom; en de dood is de last die Adam opgelopen had. Maar zie daarentegen dat de maagd, het hout en de dood, deze symbolen van de nederlaag, symbolen van de overwinning zijn geworden. In plaats van Eva, Maria; in plaats van het hout van kennis van goed en kwaad, het kruishout; in plaats van de dood van Adam, de dood van Christus.
Zie je hoe de duivel overwonnen werd? Met de boom had hij Adam overwonnen; met het kruis zegevierde Christus over de duivel. De boom stuurde naar de hel, het kruis liet hen, die er in waren afgedaald, er uit terugkomen. Bovendien diende de boom om de mens die zich schaamde om zijn naaktheid verbergen, terwijl het kruis in de ogen van allen, een naakte mens heeft opgeheven, maar als overwinnaar…
Zie hoe het wonder van het kruis zich ten gunste van ons heeft gerealiseerd: het kruis is de trofee opgericht tegen de duivels, het getrokken zwaard tegen de zonde, het zwaard waarmee Christus de slang heeft doorboord. Het kruis is de wil van de Vader, de heerlijkheid van de eniggeboren Zoon, de vreugde van de heilige Geest, de schittering van de engelen, de zekerheid van de kerk, de trots van Paulus (Gal 6,14), de verdedigingsmuur van de uitverkorenen, het licht voor de hele wereld.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

15e zondag na Pinksteren : “Het gebod van de liefde”

15e zondag na Pinksteren

“Van het grote gebod”

 

 

liefde_2.png

 

  LEZINGEN

EPISTEL : 2 Kor. 4,6-15

Dezelfde God die gezegd heeft: ‘Uit de duisternis zal licht schijnen’, heeft zijn licht laten schijnen in ons hart om de kennis te laten stralen van zijn heerlijkheid, die ligt over het gelaat van Jezus Christus. Vol goede moed bij tegenslag Maar wij dragen deze schat in aarden potten, en zo blijkt dat die overgrote kracht van God komt en niet van ons. Van* alle kanten worden wij belaagd maar we zitten niet in het nauw; we zijn radeloos maar niet ten einde raad; we worden opgejaagd maar niet in de steek gelaten; neergeveld maar niet gedood. Altijd dragen wij het sterven van Jezus in ons lichaam mee, opdat ook het leven van Jezus zich in ons lichaam openbaart. Voortdurend worden wij tijdens ons leven aan de dood uitgeleverd omwille van Jezus, opdat ook het leven van Jezus zich in ons sterfelijk bestaan openbaart. Zo is de dood aan het werk in ons, en het leven in u. Maar wij bezitten die geest van geloof waarover geschreven staat: Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken. Ook wij geloven en daarom spreken wij. Want wij weten dat Hij die de Heer Jezus heeft opgewekt*, ook ons met Jezus ten leven zal wekken en ons naar zich toe zal voeren, samen met u. Want alles gebeurt voor u, opdat de genade onder steeds meer mensen verbreid raakt en zij de dankbaarheid doet toenemen, tot eer van God.

EVANGELIELEZING : Mattheüs 22,35–46

en een van hen, een wetgeleerde, vroeg om Hem op de proef te stellen: ‘Meester, wat is het grootste gebod in de wet?’ Jezus zei hem: ‘U zult de Heer uw God liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangen heel de Wet en de Profeten.’ Jezus’ tegenvraag over de Messias Terwijl de farizeeën bij elkaar waren, vroeg Jezus hun: ‘Wat denkt u van de Messias ? Van wie is Hij de zoon?’ Ze zeiden Hem: ‘Van David .’ Hij zei: ‘Hoe kan David, geïnspireerd door de Geest, Hem dan Heer noemen, als hij zegt: De Heer heeft gezegd tot mijn Heer: Ga zitten aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden aan uw voeten heb gelegd? Als David Hem Heer noemt, hoe kan Hij dan zijn zoon zijn?’ Niemand kon Hem daarop een antwoord geven, en niemand durfde Hem van die dag af nog iets te vragen. 

feest van de Kruisverheffing

Feest van de Kruisverheffing

 

kruisverheffing 22.jpg

 

Eerste lezing

1 Korintiërs 1,18-2,16

 

De ware wijsheid

De boodschap over het kruis is dwaasheid voor wie verloren gaan, maar voor ons die worden gered is het de kracht van God. Er staat namelijk geschreven: ‘Ik zal de wijsheid van de wijzen vernietigen, het verstand van de verstandigen zal ik tenietdoen.’ Waar is de wijze, waar de schriftgeleerde, waar de redenaar van deze wereld? Heeft God de wijsheid van de wereld niet in dwaasheid veranderd? Want zoals God in zijn wijsheid bepaalde, heeft de wereld hem niet door haar wijsheid gekend, en hij heeft besloten hen die geloven te redden door de dwaasheid van onze verkondiging. De Joden vragen om wonderen en de Grieken zoeken wijsheid, maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor Joden aanstootgevend en voor heidenen dwaas. Maar voor wie geroepen zijn, zowel Joden als Grieken, is Christus Gods kracht en wijsheid,

EVANGELIE

Johannes 19,6-20,25-35

 Maar toen de hogepriesters en de gerechtsdienaars hem zagen begonnen ze te schreeuwen: ‘Kruisig hem, kruisig hem!’ Toen zei Pilatus: ‘Neem hem dan maar mee en kruisig hem zelf, want ik zie niet waaraan hij schuldig is.’ De Joden zeiden: ‘Wij hebben een wet die zegt dat hij moet sterven, omdat hij zich de Zoon van God heeft genoemd.’ Toen Pilatus dat hoorde werd hij erg bang. Hij ging het pretorium weer in en vroeg aan Jezus: ‘Waar komt u vandaan?’ Maar Jezus gaf geen antwoord. ‘Waarom zegt u niets tegen mij?’ vroeg Pilatus. ‘Weet u dan niet dat ik de macht heb om u vrij te laten of u te kruisigen?’ Jezus antwoordde: ‘De enige macht die u over mij hebt, is u van boven gegeven. Daarom draagt degene die mij aan u uitgeleverd heeft de meeste schuld.’ Vanaf dat moment wilde Pilatus hem vrijlaten. Maar de Joden riepen: ‘Als u die man vrijlaat bent u geen vriend van de keizer, want iedereen die zichzelf tot koning uitroept pleegt verzet tegen de keizer.’ Pilatus hoorde dat, liet Jezus naar buiten brengen en nam plaats op de rechterstoel op het zogeheten Mozaïekterras, in het Hebreeuws Gabbata. Het was rond het middaguur op de voorbereidingsdag van Pesach. Pilatus zei tegen de Joden: ‘Hier is hij, uw koning.’ Meteen schreeuwden ze: ‘Weg met hem, weg met hem, aan het kruis met hem!’ Pilatus vroeg: ‘Moet ik uw koning kruisigen?’ Maar de hogepriesters antwoordden: ‘Wij hebben geen andere koning dan de keizer!’

Toen droeg Pilatus hem aan hen over om hem te laten kruisigen.

Jezus gekruisigd en begraven

Zij voerden Jezus weg; hij droeg zelf het kruis naar de zogeheten Schedelplaats, in het Hebreeuws Golgota. Daar kruisigden ze hem, met twee anderen, aan weerskanten één, en Jezus in het midden. Pilatus had een inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd werd. Er stond op ‘Jezus uit Nazaret, koning van de Joden’. Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks, en omdat de plek waar Jezus gekruisigd werd dicht bij de stad lag, werd deze inscriptie door veel Joden gelezen. De hogepriesters van de Joden zeiden tegen Pilatus: ‘U moet niet “koning van de Joden” schrijven, maar “Deze man heeft beweerd: Ik ben de koning van de Joden”.’ ‘Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven,’ was het antwoord van Pilatus.

Nadat ze Jezus gekruisigd hadden, verdeelden de soldaten zijn kleren in vieren, voor iedere soldaat een deel. Maar zijn onderkleed was in één stuk geweven, van boven tot beneden. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we het niet scheuren, maar laten we loten wie het hebben mag.’ Zo ging in vervulling wat de Schrift zegt: ‘Ze verdeelden mijn kleren onder elkaar en wierpen het lot om mijn gewaad.’ Dat is wat de soldaten deden.

Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala. Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder: ‘Dat is uw zoon,’ en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’ Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis.

Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei hij: ‘Ik heb dorst.’ Er stond daar een vat zure wijn; ze staken er een majoraantak met een spons in en brachten die naar zijn mond. Nadat Jezus ervan gedronken had zei hij: ‘Het is volbracht.’ Hij boog zijn hoofd en gaf de geest.

Het was voorbereidingsdag, en de Joden wilden voorkomen dat de lichamen op sabbat, en nog wel een bijzondere sabbat, aan het kruis zouden blijven hangen. Daarom vroegen ze Pilatus of de benen van de gekruisigden gebroken mochten worden en of ze de lichamen mochten meenemen. Toen braken de soldaten de benen van de eerste die tegelijk met Jezus gekruisigd was, en ook die van de ander. Vervolgens kwamen ze bij Jezus, maar ze zagen dat hij al gestorven was. Daarom braken ze zijn benen niet. Maar een van de soldaten stak een lans in zijn zij en meteen vloeide er bloed en water uit. Hiervan getuigt iemand die het zelf heeft gezien, en zijn getuigenis is betrouwbaar. Hij weet dat hij de waarheid spreekt en wil dat ook u gelooft

Betekenis en ontstaan van het feest van de Kruisverheffing

De Heilige Kruisverheffing is een feest in de liturgie van de Katholieke en de Orthodoxe Kerk dat op 14 september wordt gevierd. De oorsprong van dit feest ligt in de jaarlijkse viering van de kerkwijding van de basiliek van het Heilig Graf in Jeruzalem, die samenviel met de vondst van het Heilig Kruis door Sint-Helena. De wijding vond plaats op 13 september 335. Deze basiliek staat volgens de overlevering op de plaats waar Christus tussen kruisdood en verrijzenis lag opgebaard. Gedurende het jaarlijkse kerkwijdingsfeest werd het kruis aan het volk getoond. Volgens de traditie heeft aan dit kruis Jezus geleden. Het kruis is volgens de traditie gevonden door Helena, moeder van Constantijn de Grote, die rond 324 naar Jeruzalem pelgrimeerde. Daar liet zij uitgravingen doen, waarbij ook de grafkelder ontdekt zou zijn. Voor het eerst wordt hierover bericht in 325 door Eusebius van Caesarea. Uit de 4e eeuw stammen ook de verslagen van bisschop Cyrillus van Jeruzalem, Ambrosius van Milaan, Socrates Scholasticus en Theodoretus van Cyrrhus. Uit het jaar 383 is een verslag van de religieuze Egeria bewaard, die een bedevaart naar Jeruzalem maakte. Op de plaats van de gevonden grafkelder, achter Golgotha, liet Helena de basiliek van het Heilig Graf bouwen. Het kruis werd door Helena gedeeld; een deel bleef in Jeruzalem en twee andere delen schonk zij aan Constantinopel en Rome. De vondst van het heilig kruis leidde vooral vanaf de kruistochten tot een onstuitbare verspreiding van kruis-relieken en daarmee ook tot verspreiding van het feest van de Kruisverheffing. Bovendien heeft de verspreiding van de Cisterciënzers en Trappisten over Europa een rol gespeeld, aangezien in hun spiritualiteit de Kruisverheffing van bijzonder belang is. Het tonen van het kruis als teken van verlossing door Christus, verspreidde zich zo door de hele Kerk. Viering in de Oosters-orthodoxe Kerken Het feest van de Kruisverheffing is één van twaalf grote feesten binnen de Oosterse orthodoxie. Het wordt echter niet in alle kerken op dezelfde dag gevierd. De zogenaamde “Oosters-orthodoxe Kerken – nieuwe stijl” vieren het feest zoals de rooms-katholieken op 14 september, de “Oosters-orthodoxe Kerken – oude stijl” 13 dagen later namelijk op 27 september. Dit laatste is het geval voor de Kerken van Jeruzalem, Rusland en Servië.

heiligenleven : de profeet Jeremia

 

 

Heiligenleven

De profeet Jeremia

Jeremias profeet2.jpg

 

 

 

De heilige profeet Jeremia,was  één van de vier grote Profeten. Hij was de zoon van priester Chelkia uit Anatoth, geboren rond 650 voor Christus, en profeteerde tijdens de regering van koning Josia en zijn opvolgers. Tegen koning Jojakim profeteerde hij dat deze na zijn dood zou worden weggeworpen als een ezelsbegrafenis; daarom werd hij in de gevangenis geworpen, opdat het hem onmogelijk zou zijn om nog te schrijven. Maar toen dicteerde Jeremia zijn profetieën door de tralies heen aan Baruch, die ze optekende.

Naast het boek der profetieën schreef hij een bundel klaagzangen. Ook schreef hij brieven naar de joden die in slavernij verkeerden in Babylon, waarbij hij voorzegde dat het volk eerst na zeventig jaar zou terugkeren naar Jeruzalem.

Het leven van Jeremia toont op huiveringwekkende wijze het profetenlot : wat een mens die innerlijk verbondenj is met God, op deze aarde moet ondergaan. Van nature was hij schuchter en teruggetrokken, maar door zijn goddelijke opdracht moest hij optreden tegen koningen, edellieden en opperpriesters. Terwijl er een oorlogssituatie bestond tussen Israël en Babylon, moest Jeremia, in opdracht van God, onderwerping aan de vijand prediken, en aanvaarding van de nederlaag als straf van God voor de ontrouw waartoe het volk telkens opnieuw vervallen was. Het is niet verwonderlijk dat dit door zijn landgenoten werd gezien als defaitisme en verraad, en hij heeft daar dan ook telkens weer de gevolgen van moeten ondergaan : tegenwerking, mishandeling, gevangenschap en uiteindelijk de marteldood.

Maar tegelijk met zijn onheilsprofetieën, heeft Jeremia ook het heil en de komst van de Messias verkondigd, waardoor de hoop levend bleef, over het bittere lot van de ballingschap heen. Want het Verbond met de Gezalfde zal onverbrekelijk zijn , zoals de dag altijd weer volgt op de nacht. Volgens een oude overlevering heeft hij, voordat de Tempel door koning Nabuchodonosor werd verwoest, de Ark van het Verbond verborgen in een spelonk van de berg Nabath, en deze is sindsdien onvindbaar gebleven. Jeremia werd gestenigd te Tafnis in Egypte, na de val van Jeruzalem in 587 vC.

Bron : Heiligenlevens voor elke dag – Orth.Klooster – Den Haag

Macarius van Egypte : Totdat het deeg in zijn geheel gegist was

Homilie toegekend aan Macarius van Egypte (?-390),monnik
Nr. 24, 4 ; PG 34, 662

Macarius_of_Egypt (de grote)1.jpg

Macarios van Egypte

“Totdat het deeg in zijn geheel gegist was”

 

 

      Als iemand het meel kneed zonder er gist in te doen, dan kun je je er van alles aan doen, het aanlengen en bewerken, het deeg zal niet omhoog komen en het zal geen dienst kunnen doen als voedsel. Maar als men er gist doorheen mengt, dan trekt dat het door het hele deeg en laat het helemaal rijzen, net als in de vergelijking die de Heer toepast op het Koninkrijk… Dat geldt ook voor het vlees: wat voor zorg men er ook aan besteedt, als men er geen zout bij doet om het te bewaren, dan zal het gaan stinken en blijft het niet meer geschikt voor consumptie. Stel je op gelijke wijze de hele mensheid voor als vlees of als deeg, en bedenk dat de goddelijke natuur van de heilige Geest het zout en het gist is, die van een andere wereld komen. Als het hemelse gist van de heilige Geest en het goede zout van de goddelijke natuur… niet in de nederige menselijke natuur worden gebracht en ermee worden vermengd, dan zal de ziel nooit de slechte geur van de zonde kwijtraken en ze zal niet oprijzen door de zwaarte en de krachteloosheid van het “oude gist” verliezen (1Kor 5,7)…

      Als de ziel alleen leunt op zijn eigen kracht en zich in staat acht om uit zichzelf zonder de hulp van de heilige Geest volledig te slagen, dan vergist ze zich in hoge mate; ze is niet geschikt voor de hemelse verblijven, niet voor het Koninkrijk… Als de zondaar God niet nadert, de wereld niet verzaakt, niet in hoop en geduld wacht op iets goeds dat vreemd is aan de eigen natuur, dat wil zeggen de kracht van de heilige Geest, als de Heer niet van boven zijn eigen goddelijk leven in deze ziel inblaast, dan zal deze mens nooit proeven van het ware leven… Daarentegen als hij de genade van de heilige Geest heeft ontvangen, als hij zich daar niet van afkeert, als hij Hem niet beledigt met zijn slordigheid en slechte daden, als hij lang standhoudt in de strijd, dan zal hij “de heilige Geest niet bedroeven” (Ef 4,30), hij zal het geluk hebben door het ontvangen van het eeuwige leven.

bron : www.Dagelijksevangelie.org

Johannes Chrysostomos : Heb geduld met mij

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar 
Homilie over de proloog van het evangelie van Mattheus, nr. 61 

chrysostom18 modern russisch-amerikaans  detail kon.deur [1600x1200].jpg“Heb geduld met mij”

 

      Christus vraagt twee dingen van ons: om onze eigen zonden te veroordelen en om die van anderen te vergeven; het eerste doen omwille van het tweede, wat dan gemakkelijker zal zijn, want degene die aan zijn eigen zonden denkt, zal minder streng zijn voor zijn metgezel in de ellende. En niet alleen met de mond vergeven, maar diep vanuit het hart, om zo niet het zwaard tegen onszelf te keren waarmee we anderen denken te doorsteken. Welk kwaad kan een vijand je doen als het vergelijkbaar is met wat jij zelf doet door je bitsheid? 
      Zie dus hoeveel voordeel je haalt uit het nederig en met zachtheid ontvangen van een belediging. Je verdient zo ten eerste – en dat is het belangrijkst- vergeving voor je zonden. Je oefent je vervolgens in het geduld en de moed. In de derde plaats verwerf je zachtmoedigheid en liefde, want degene die niet in staat is om kwaad te worden op hen die hem onrecht aan doet, zal veel liefdevoller zijn naar hen die hem liefhebben. In de vierde plaats ontwortel je de woede volledig uit je hart, wat een onvergelijkelijk goed is. Wat zijn ziel van de woede bevrijdt, ontdoet het ook van de droefheid: hij zal zijn leven niet in smarten en angstige ijdelheden slijten. Zo pijnigen wij onszelf door anderen te haten; wij doen onszelf goed door hen lief te hebben. Overigens zullen allen je eren, zelfs je vijanden, zelfs als het demonen zijn. Beter nog door je zo te gedragen, zul je zelfs geen enkele vijand meer hebben. 

bron : www.Dagelijksevangelie.org

de ontslaping van de Moeder van God

De ontslaping van de Moeder van God

 

Over het overlijden en vervolgens met lichaam en ziel opgenomen worden in de hemel van Maria zijn verschillende versies in omloop. Maria moet ergens tussen 36 en 50 n.Chr. zijn overleden ofwel in Jeruzalem ofwel Ephese. Hierbij zouden alle apostelen aanwezig zijn geweest behalve Tomas . Toen deze arriveerde was

Lees verder “de ontslaping van de Moeder van God”

9e zondag na Pinksteren : Petrus zinkt

9e zondag na Pinksteren

“Petrus zinkt”

 

petrus zinkt - Armeens muzeum Isfahan.jpg

Lezingen :

1 Kor,1,10-18:

Verdeeldheid in de gemeente      Maar in de naam van onze Heer Jezus Christus, broeders en zusters, doe ik een beroep op u: wees allen eensgezindlaat er geen verdeeldheid onder u zijn; wees volkomen één van zin en één van gevoelen.  Ik heb namelijk van Chloë’s huisgenoten gehoord, broeders en zusters, dat er onenigheid onder u heerst.  Ik* bedoel dit: Ieder van u schijnt zijn eigen leus te hebben: ‘Ik ben van Paulus.’ ‘Ik van Apollos*.’ ‘Ik van Kefas*.’ ‘Ik van Christus*.’ Is Christus dan in stukken verdeeld? Is Paulus soms voor u gekruisigd? Of bent u gedoopt in de naam van Paulus?  God zij dank dat ik niemand van u gedoopt heb, behalve dan Crispus en Gajus. Dus niemand kan zeggen dat u in mijn naam gedoopt bent.  O ja, ik heb ook nog het gezin van Stefanas gedoopt; verder zou ik niet weten dat ik iemand gedoopt heb. Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen; en dat niet met geleerde* woorden, want dan had het kruis van Christus zijn kracht verloren.
De wijsheid van de wereld      Want de boodschap van het kruis is dwaasheid voor hen die verloren gaan, maar voor hen die gered worden, voor ons, is het een kracht Gods.

Evangelie :

Matth.14,14-22 :

 Toen Hij van boord ging, zag Hij een grote menigte. Hij had zeer met hen te doen en genas hun zieken. Toen het avond werd, kwamen zijn leerlingen Hem zeggen: ‘Dit is een eenzame plaats en het is al laat geworden. Stuur de mensen weg, dan kunnen ze zelf in de dorpen eten gaan kopen.’ Maar Jezus zei: ‘Ze hoeven niet weg te gaan. Jullie moeten hun te eten geven.’  Zij zeiden Hem: ‘Wij hebben hier niets anders dan vijf broden en twee vissen.’ Hij zei: ‘Breng die hier.’ Hij verzocht de mensen op het gras te gaan zitten, nam die vijf broden en twee vissen, keek op naar de hemel, sprak de zegenbede uit, Hij brak de broden en gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze aan de mensen.  Allemaal hadden ze volop te eten. Ze haalden de brokken op die over waren, twaalf korven vol. [Afgezien van vrouwen en kinderen waren het zo’n vijfduizend man die gegeten hadden.
Tegenwind op het meer       Meteen hierna dwong Hij de leerlingen om aan boord te gaan en alvast voor Hem uit over te steken; dan zou Hij intussen de mensen wegsturen.

Ireneus van Lyon : Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven

H. Ireneüs van Lyon (ca.130-ca. 208), bisschop, theoloog en martelaar Tegen de ketterijen, IV, 37

Ireneus van Lyon 224.jpg“Wie in de Zoon gelooft, heeft het eeuwig leven”

      God heeft de mens vrij gemaakt… opdat hij vrijwillig en zonder vrees op zijn oproep kan antwoorden. Het geweld bestaat immers niet bij God, maar Hij nodigt ons onophoudelijk uit tot het goede. Hij heeft in de mens het vermogen om keuzes te maken gelegd, zoals Hij dat bij de engelen heeft gedaan… En niet alleen op het gebied van zijn activiteit, maar ook op het gebied van het geloof heeft de Heer de vrijheid… van de mens bewaard. Hij zei immers: “Alles kan voor wie vertrouwen heeft” (Mc 9,23), en elders “Ga maar naar huis; het moge u gaan overeenkomstig uw vertrouwen” (Mt 8,13). Beide teksten tonen aan dat de mens zelf zijn doel bepaalt naar wat hij wel of niet kiest te geloven. Daarom “bezit, wie in de Zoon gelooft, eeuwig leven, maar wie niet naar de Zoon wil luisteren, zal het leven niet zien”…
      Dan zal men zeggen, zou het beter geweest zijn als God de engelen niet met de mogelijkheid geschapen had om zijn Wet te overtreden. Hij zou ook de mensen niet geschapen moeten hebben, omdat ze al snel ondankbaar naar Hem werden: immers dat is het risico dat vastzit aan hun rede, die in staat is om te onderzoeken en om te oordelen. Hij had ze in gelijkenis met de wezens zonder rede en zonder eigen leven, moeten scheppen… Maar in dat geval zou het goede geen enkele aantrekkingskracht hebben op de mensen, hun eenheid met God zou in hun ogen geen enkele waarde hebben. Het goede zou in hen geen enkel verlangen oproepen, omdat het verkregen zou zijn zonder dat ze ernaar zouden zoeken…; het goede zou in hen ingeschapen zijn, het zou vanzelf gaan… Als de mens van nature goed was en niet uit zijn wil…, zou hij niet meer begrijpen dat het goede mooi is, hij zou er niet van kunnen genieten. Wat voor een vreugde over het goede zouden zij, die er onwetend van zijn, kunnen hebben? En wat voor heerlijkheid, als ze er geen enkele moeite voor hoefden doen? Wat voor kroon, voor hen die er niet voor hoefden te vechten om die te krijgen?… Daarentegen hoe meer onze beloning afhangt van strijd, hoe kostbaarder ze is; hoe kostbaarder ze is, hoe meer we ervan houden.

www.Dagelijksevangele.org

Clemens van Rome : “Dit is mijn gebod, dat u elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad”

H. Clemens van Rome, paus van 90 tot ongeveer 100 Eerste  brief aan de Korintiërs, 49

Clemens va,n Rome 46.jpg

Clemens van Rome

“Dit is mijn gebod, dat u elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad”

      Dat hij die de liefde van Christus heeft, de geboden onderhoudt. Wie kan deze liefdesband met God uitleggen? (cf Kol 3,14)  Wie is in staat om de grootheid van zijn schoonheid uit te drukken ? De hoogten waar de liefde ons brengt is onuitspreekbaar. De liefde verenigt ons met God, “de liefde bedekt de veelheid aan zonden” (1P 4,8). De liefde verdraagt alles, de liefde is in alles geduldig; er is niets kleingeestigs in de liefde, niets verachtelijks; de liefde kent geen scheiding, zet niet aan tot opstand; de liefde handelt altijd in verbondenheid; in de liefde hebben de uitverkorenen van God de volmaaktheid ontvangen; in de liefde is niets onaangenaam aan God. In de liefde laat de Meester ons tot Hem komen. Door zijn liefde voor ons heeft Jezus Christus zijn bloed voor ons gegeven, naar de wil van God, zijn vlees voor ons vlees, zijn leven voor onze levens.
      Het is u bekend, geliefden, hoe groot en wonderlijk de liefde is en hoezeer haar volmaaktheid alle uitleg te boven gaat! Wie kan deze liefde bezitten dan alleen degene die door God hiervoor waardig is geacht? Laten wij Hem daarom bidden om van zijn barmhartigheid te verkrijgen dat wij mogen leven in de liefde, onberispelijk en ver van alle menselijke partijdigheid. Alle geslachten, vanaf Adam tot aan deze dag, zijn voorbijgegaan, maar zij die door Gods genade volmaakt zijn geworden in de liefde, mogen wonen in de verblijfplaats van de vromen. Dezen zullen in de openbaarheid treden op de dag dat God het koninkrijk van Christus komt bezoeken.
      Gelukkig zijn wij, geliefden, als wij Gods geboden naleven in eendracht en liefde; dan zullen omwille van de liefde onze misslagen worden vergeven.

www.dagelijks evangelie.org

Cyrillus van Jeruzalem : “Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven”

H. Cyrillus van Jeruzalem ((313-350), bisschop van Jeruzalem en Kerkleraar Commentaar op het Evangelie van Johannes, 4, 4 ; PG 73, 613

cyrillus van Jerrusalem13.jpg

Cyrillus van Jeruzalem

“Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven”

“Naar wie zullen we gaan?”, vraagt Petrus. Hij wilde zeggen: “Wie zal ons zoals U de goddelijke mysteriën uitleggen?” of “Bij wie kunnen we iets beters vinden? U hebt woorden van het eeuwige leven.” Ze zijn niet onverdraaglijk zoals de andere leerlingen zeggen. Daarentegen leiden ze naar de meest buitengewone werkelijkheid van alle, het leven zonder einde, het onvergankelijke leven. Deze woorden tonen ons goed dat we aan de voeten van Christus moeten gaan zitten, Hem aannemen als onze enige meester, en ons voortdurend bij Hem ophouden…
Het Oude Testament leert ons ook dat we Christus moeten volgen, en altijd met Hem verenigd moeten zijn. Inderdaad in de tijd dat de Israëlieten bevrijd waren van de Egyptische onderdrukking, en ze zich haastten naar het beloofde land, liet God hen geen wanordelijke route lopen. Degene die zijn Wet geeft zou hun niet toestaan om waar dan ook maar naar toe te gaan, naar hun eigen smaak. Ze zouden immers zonder gids volledig verdwaald zijn…; de Israëlieten vonden hun heil door bij hun gids te blijven. Vandaag de dag gaan wij ook onze weg door te weigeren ons van Christus af te scheiden, want Hij heeft zich aan de oudsten getoond in de verschijning van de tent, de wolk en het vuur (Ex 13,21; 26,1s)…
“Wie Mij wil dienen, zal Mij moeten volgen, en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn” (Joh 12,26)… Welnu wie loopt en gezelschap van Christus doet dit niet in materiële zin maar eerder door werken van deugd. De wijste leerlingen hebben zich stevig en met heel hun hart verbonden…; terecht zeggen ze: “Waar gaan we heen?” In andere woorden: “Wij zullen altijd bij U zijn, wij verbinden ons aan uw geboden, wij ontvangen uw woorden, zonder ooit te weigeren. Wij geloven niet zoals de onwetenden dat uw leer moeilijk is om aan te horen. Daarentegen zeggen we: “Hoe kostelijk streelt uw woord mijn gehemelte, kostelijker dan honing mijn mond” (Ps 119,103)

www.dagelijksevangelie.org

Simeon de nieuwe Theoloog: De heilige Geest, die de Vader in mijn Naam zal zenden, zal u alles leren”

Simeon de Nieuwe Theoloog (ca 949-1022), Griekse monnik Hymne 21 ; SC 174

Simeon de neuwe theoloog + basilios.jpg

Simeon de nieuwe Theoloog en Basilios de Grote

“De heilige Geest, die de Vader in mijn Naam zal zenden, zal u alles leren”

Zij die de Geest hebben om meester te zijn
hebben geen kennis nodig die van mensen komt,
maar, verlicht door het licht van de heilige Geest,
kijken ze naar de Zoon, zien ze de Vader
en aanbidden de Drie-eenheid van Personen,
de enige God, die van nature één is op onuitspreekbare wijze…
Stop mens, heb ontzag sterfelijke natuur,
en denk dat je uit het niets bent voortgekomen
en door uit de buik van je moeder te komen
heb je de wereld gezien die voor jou gemaakt is.
En als je de hoogte van de hemel kon kennen
of aangeven wat de natuur van de zon, de maan en de sterren is,
waar ze vast blijven zitten en hoe ze zich verplaatsen…,
of zelfs de natuur van de aarde waaruit je getrokken bent,
zijn beperkingen en zijn maten, zijn grootte en zijn hoogte…,
als je het doel van elk ding hebt ontdekt
en als je het zand van de zee had geteld
en als je ook je eigen natuur kon kennen…,
dan kon je denken aan je Schepper,
hoe de Drie-eenheid zonder vermenging
en in de Eenheid blijft, de Drie-eenheid zonder scheiding.
Zoek de heilige Geest !…
Misschien dat God je troost en het je zal geven,
zoals Hij je al gegeven heeft om de wereld te zien
en de zon en het daglicht,
ja, Hij durft je nu op dezelfde wijze te verlichten…,
je verlichten in het licht van de Drieëne Zon…
Je zult dan de genade van de heilige Geest leren kennen:
dat zelfs indien afwezig, Hij aanwezig is met zijn kracht
en dat men Hem nu niet ziet door zijn goddelijke natuur,
en dat Hij overal is en nergens.
Als je Hem op een waarneembare wijze probeert te zien,
waar vindt je Hem dan ? Nergens zul je dan zeggen.
Maar als je de kracht hebt om Hem geestelijk te zien,
dan is Hij het eerder die je geest verlichten zal
en de ogen van je hart zal openen.

Bron : www.dagelijksevangelie.org