23e zondag na Pinksteren ‘de zwijnenhoeders’

23e zondag na Pinksteren

“genezing van een bezetene”

 

bezeten zwijnen6.jpg

 

 

LEZINGEN

Epistel : Efesiërs 2,4-10:

Door zijn grote liefde voor ons heeft God, die rijk is aan barmhartigheid, ons die dood waren door onze overtredingen, met Christus ten leven gewekt. Aan zijn genade dankt u uw redding. Hij heeft ons samen met Hem laten opstaan en laten zetelen in de hemelse* regionen, in Christus Jezus, om in de toekomstige eeuwen* de overgrote rijkdom van zijn genade te tonen, door zijn goedheid jegens ons in Christus Jezus.      Inderdaad, aan die genade dankt u uw redding door het geloof; en dat dankt u niet aan uzelf. Gods gave is het; u dankt het niet aan uw prestaties, opdat niemand trots zou zijn. Gods werk zijn wij, geschapen in Christus Jezus, om in ons leven de goede werken te doen die God voor ons heeft bereid, opdat wij daarin zouden leven.

 

Evangelie : Lucas 8,26-39 :

Genezing van een bezetene      Zij voeren naar het land van de Gerasenen, dat tegenover Galilea ligt. Toen Hij van boord ging, kwam Hem uit de richting van de stad iemand tegemoet die in de macht was van demonen. Al geruime tijd droeg hij geen kleren en woonde hij niet meer in een huis, maar in rotsgraven. Toen hij Jezus zag, viel hij schreeuwend voor Hem neer en riep luidkeels: ‘Wat wilt U van mij, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Doe me alsjeblieft geen pijn.’ Hij had de onreine geest bevolen uit de man weg te gaan. Herhaaldelijk had die bezit van hem genomen; men bond hem dan vast met kettingen en voetboeien, maar steeds weer verbrak hij zijn ketenen en werd hij door de demon naar eenzame streken gejaagd. Jezus vroeg hem: ‘Wat is uw naam?’ Hij zei: ‘Legio’; er waren immers vele demonen bij hem ingetrokken. Zij smeekten Jezus hen niet de afgrond in te sturen. Nu weidde daar in de bergen een grote troep varkens; ze vroegen Hem toestemming om in die varkens te gaan, en Hij stond hun dat toe. De demonen kwamen uit de man en gingen de varkens in; de troep stoof de helling af, het meer in, en verdronk. Toen de varkenshoeders zagen wat er gebeurde, gingen ze ervandoor en vertelden het in de stad en op het land. De mensen gingen kijken wat er gebeurd was. Ze kwamen bij Jezus en vonden daar de man uit wie de demonen waren weggegaan, gekleed en bij zijn volle verstand, gezeten aan Jezus’ voeten. Ze werden met ontzag vervuld. Ooggetuigen vertelden hun hoe de bezetene gered was. De hele bevolking van de streek van de Gerasenen vroeg Jezus toen bij hen weg te gaan, want ze waren hevig geschrokken. Daarop stapte Jezus in de boot om terug te varen De man uit wie de demonen waren weggegaan, vroeg Hem of hij bij Hem mocht blijven, maar Jezus stuurde hem weg. ‘Ga naar huis terug,’ zei Hij, ‘en vertel wat God voor u heeft gedaan.’ De man ging in heel de stad verkondigen wat Jezus voor hem had gedaan

Clemens van Alexandrië : De tollenaars en zondaressen zullen eerder in het Rijk God binnengaan dan u

H. Clemens van Alexandrië (150-ca 215), theoloog Homilie “Welke rijke zal gered worden”, 39-40

 

ClemensVonAlexandrien.jpg

 

“De tollenaars en zondaressen zullen eerder in het rijk Gods binnengaan dan u”

 

De deuren van het Rijk Gods worden geopend voor wie zich oprecht en met heel zijn hart tot God richt, en de Vader ontvangt met vreugde een mens die werkelijk berouw heeft. Wat is het teken van waarlijk berouw? Niet terugvallen in zijn oude fouten en de zonden die u in doodsgevaar brengen met wortel en al uit uw hart trekken. Als ze dan uitgewist zijn, zal God weer in u komen wonen. Want, zoals de Schrift zegt, een zondaar die zich bekeert en berouw toont, geeft aan de Vader en aan de engelen een enorme, onvergelijkelijke vreugde (Lc 15,10). Hierom heeft de Heer uitgeroepen: “Ik wil geen offers, maar barmhartigheid” (Hos 6,6; Mt 9,13). “Ik wil niet de dood van een zondaar, maar dat hij zich bekeert” (Ez 33,11). “Als uw zonden als scharlaken zijn, ze zullen wit worden als sneeuw; als ze donkerder dan de nacht zijn, zal Ik ze wassen, en ze worden als witte wol” (Jes 1,18). Alleen God kan de zonden vergeven en de fouten niet aanrekenen, terwijl de Heer Jezus ons verhoort door elke dag onze broeders en zusters te vergeven als ze berouw hebben. En als wij, die slecht zijn, goede dingen aan anderen weten te geven (Mt 7,11), hoeveel te meer zal “de Vader vol van tederheid” (2Kor 1,3) dat dan doen? De Vader van alle troost, die goed is, vol van barmhartigheid, van compassie, en van nature geduldig is, wacht op hen die zich bekeren. En de werkelijke bekering veronderstelt dat men stopt met zondigen en dat men niet meer achterom kijkt… Laten we dus bitter spijt hebben over onze fouten uit het verleden en bidden we tot de Vader dat Hij ze vergeet. Hij kan, in zijn barmhartigheid, afstand doen van wat was en onze slechte daden uit het verleden door de dauw van de Heilige Geest, uitwissen.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

Kierkegaard

SÖREN  KIERKEGAARD

 

Kierkegaard

door Kris Biesbroeck

 Inleiding

 Tussen de jaren 1842-1846 heeft Kierkegaard een ongelooflijk grote geestelijke prestatie geleverd. Hij is erin geslaagd een nieuwe wijze te vinden om het leven van de mens tot verwoording te brengen. Hij beschouwde het als zijn roeping, om de mens zichzelf te doen uitspreken, om het individu te brengen tot een bewustwording van zichzelf. Op deze wijze heeft hij een grote stoot gegeven aan het hedendaags denken. In de volgende hoofdstukken zullen wij trachten een kort overzicht te geven van zijn leven zelf en zijn gedachte. Na een beschrijving van zijn leven, in het eerste hoofdstuk, zullen we de twee grondgedachten die men kan onderscheiden bij Kierkegaard behandelen in het tweede en derde hoofdstuk als : zijn strijd tegen de systematische filosofie en theologie, en zijn strijd voor een heroïscher opvatting van het Christendom. Lees verder “Kierkegaard”

heilige Joannes van Tobolsk

Heiligenleven

De heilige Joannes van Tobolsk

 

John of tobolsk.jpg

 

 Heilige Joannes van Tobolsk

 

 De heilige Joannes, metropoliert van Tobolsk en siberië, 1651-1715. Hij studeerde aan het theologisch instituut in Kiev, waar hij ook leraar latijn werd. Hij werd monnik van het Holenklooster en leidde een diep geestelijk leven. Hij was nog jong toen hem het predikambt voor de broeders werd toevertrouwd. Het grote thema van zijn onderricht, dat hem heel zijn leven bezig hield was :’ Hoe brengt de mens zijn wil in overeenstemming met de wil van God ?’ Dit was ook de ondertitel van zijn laatste en belangrijkste boek, ‘De Heliotroop’, de bloem die zich altijd wendt naar de zon en daardoor zelf tot een icoon wordt van de zon. Hij legde daarbij grote nadruk op innerlijke religieuze zelfkennis, en zijn preken deden middelen aan de hand om die te bereiken.

In 1678 werd hij met een opdracht naar Moscou gezonden, waar de patriarch hem tot assistent aanstelde van de hegoumen van het Svena-klooster in Bryansk.

In 1696 benoemde de heilige aartsbisschop Theodosios van Tsernigov hem tot archimandriet van het klooster van de Aljetskaja-icoon van de Moeder Gods, en wees hem aan als zijn opvolger. Het volgend jaar werd hij gewijd. Hij gaf bijzondere aandacht aan de theologische school van Tsjernigov en zette een hoge standaart vast van geestelijk onderricht en wetenschap, waarmee deze tot eersteling en model werd van de seminaries in Rusland. Tevens grondvestte hij een drukkerij voor geestelijke boeken, waar een reeks belangrijke uitgaven tot stand kwamen.

Als Aartsbisschop onderhield Joannes innige betrekkingen met de Athos, en hij verleende veel steun aan het Russische Panteleimon klooster op de Heilige Berg.

In 1710 werd hij benoemd tot Metropoliet van Tobolsk en Siberië. Ook daar besteedde hij bijzondere zorg aan de priesteropleiding, en aan het missiewerk onder de nog heidense Siberiërs. Hier schreef hij ook zijn ‘Heliotroop’, met het oog gericht op ‘zijn natuiurkinderen’ in dat land. Ook toonde hij zijn liefde voor hen door na de Goddelijke Liturgie in zijn huis open tafel te houden voor de geestelijkheid en de armen, waarbij hij zelf aan tafel diende. Na 5 jaar kwam er echter een einde aan dit werkzame leven : hij stierf plotseling na deze tafeldienst op 10 juni 1715. Twee eeuwen later werd Joannes plechtig heilig verklaard.

Uit : Heiligenleven voor elke dag – uitg. Orthodox klooster Den Haag

parabel van de zaaier

21e zondag na Pinsteren, 4e na de Kruisverheffing

Feest van de Vaders van het Zevende Oecumenisch Concilie

“De parabel van de zaaier”

 

 

zaaier_ van Gogh.jpg

 

LEZINGEN

Galaten 2,16-20

Aangezien wij weten dat de mens niet gerechtvaardigd wordt door de werken van de wet, maar alleen door het geloof in Jezus Christus, zijn ook wij in Christus Jezus gaan geloven, om gerechtvaardigd te worden door het geloof in Christus en niet door de werken van de wet, want door de werken van de wet zal geen mens gerechtvaardigd worden. Als wij nu, door onze gerechtigheid te zoeken bij Christus, ook zelf zondaars bleken te zijn, betekent dit dan dat Christus in dienst staat van de zonde? Dat nooit! Maar als ik weer opbouw wat ik heb afgebroken, maak ik mezelf tot overtreder. Want staande onder de wet ben ik gestorven voor de wet, om te leven voor God. Met Christus ben ik gekruisigd. Ikzelf leef niet meer, Christus leeft in mij. Mijn sterfelijk leven is een leven in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft overgeleverd voor mij.

EVANGELIE

‘Een zaaier ging het land op om zijn zaad te zaaien. Bij het zaaien viel er een deel op het pad; het werd vertrapt en de vogels van de hemel aten het op. [6] Een ander deel viel op rotsige bodem; het kwam wel op, maar het verdorde door gebrek aan vocht. [7] Weer een ander deel viel tussen de distels, maar ook de distels groeiden op en ze verstikten het. [8] En weer een ander deel viel in goede aarde; het kwam op en droeg honderdvoudig vrucht.’ En Hij besloot met de uitroep: ‘Wie oren heeft om te horen, moet horen.’
     [9] Zijn leerlingen vroegen Hem wat de gelijkenis betekende. [10] Hij zei: ‘Jullie is het gegeven de geheimen van het koninkrijk van God te kennen, maar* de anderen moeten het doen met gelijkenissen, opdat ze kijken, maar niet zien; horen, maar niet verstaan. [11] Dit* betekent de gelijkenis: het zaad is het woord van God. [12] Die op het pad zijn zij die het woord horen, maar dan komt de duivel en pakt het weg uit hun hart om te voorkomen dat ze gaan geloven en gered worden. [13] Die op de rotsige bodem zijn zij die het woord met vreugde aannemen wanneer ze het horen, maar ze hebben geen wortel; ze geloven enige tijd, maar op het moment van de beproeving worden ze afvallig. [14] Wat in de distels valt zijn zij die horen, maar gaandeweg worden ze door zorgen, rijkdom en de genoegens van het leven verstikt en raken niet volgroeid. [15] Wat in goede aarde valt zijn zij die het woord met een goed en edel hart horen en vasthouden, die volharden en vrucht dragen.

 

Johannes Chrysostomos : De apostelen zijn getuigen van de verrezen Christus

  H. Johannes Chrysostomus (ca 345-407), priester te Antiochië daarna bisschop van Constantinopel, Kerkleraar Homilie over de eerste brief aan de Korinthiërs, 4, 3 ; PG 61,34 (vert. brevier)

 

chrysostom22American stained glass (XX c.), [1600x1200].jpg

De apostelen zijn getuigen van de verrezen Christus

 

Paulus zei: “De zwakheid van God is sterker dan de mensen.” (1Kor 1,25). Daaruit blijkt eveneens dat de prediking goddelijk is. Hoe konden twaalf ongeletterde mensen eraan denken zoiets te ondernemen? Ze hadden altijd op het water geleefd en in afgelegen streken en nauwelijks een stad of een marktplein betreden. Hoe konden ze eraan denken tegen heel de wereld ten strijde te trekken? Ze waren bang en kleinmoedig. Dat getuigt de evangelist zonder te trachten hun tekorten te verbergen, wat wel het beste bewijs is van de waarheid. Wat zei hij over hen? Dat ze vluchtten toen Christus gevangen genomen was, hoewel ze talloze wonderen hadden gezien; en dat hun leider Hem verloochende. Toen Christus nog leefde waren ze niet in staat om de aanvallen van de vijanden konden verdragen. Hoe dan te verklaren dat ze … tegen heel de wereld ten strijde trokken, nadat Hij gestorven was? …Hadden ze toen bij zichzelf niet moeten zeggen: “Wat betekent dat? Hij was niet in staat zichzelf te redden. Zou Hij ons kunnen beschermen? Toen Hij leefde, kon Hij zichzelf niet verdedigen. Zou Hij, nu Hij dood is, ons de hand kunnen reiken? Tijdens zijn leven heeft Hij geen enkel volk onderworpen, en wij zouden door zijn woord heel de wereld moeten winnen…” Vast en zeker, ze zouden het niet gewaagd hebben, als ze Hem niet verrezen hadden gezien en een overtuigend bewijs hadden gekregen van zijn macht.

bron : www.dagelijksevangele.net

Heilige Grootmartelares Irene

Heiligenleven

Heilige Grootmartelares Irene

 

 

Irene grootmartelaar.jpg

Irene grootmartelares

De heilige Grootmartelares Irene (Irina) was de dochter van Likinios, hoofd van de stad Magido op de Balcan. Door de apostel Timotheos had zij Christus leren kennen, en vol enthousiasme had zij zich aan Hem toegewijd. Zij poogde ook haar ouders tot inzicht te brengen, maar haar woedende vader slingerde haar onder de hoeven van een aanstormende kudde wilde paarden. Deze stoven uiteen om Irene te ontwijken en vertrapten daarbij Likinios. Op het gebed van zijn dochter keerde hij echter tot het levfen terug. Hij kwam tot het geloof met heel zijn huis, en met vele anderen die van het beschreven voorval getuige waren geweest.

Likinios deed afstand van het ambt. Onder zijn opvolger werd Irene gearrsteerd en aan dodelijke folteringen onderworpen. Maar slangen beten haar niet, en ingenieus uitgedachte foltermachines weigerden dienst op zulk een overtuigende wijze, dat de beul zich liet dopen, evenals een menigte heidenen. Toen Irene de dood voelde naderen in 184, trok zij zich terug in een spelonk, waarvan zij de ingang met stenen liet versperren.

Uit : Heiligen voor elke dag – uitg Orthodox klooster Den Haag

Symeon de Nieuwe Theoloog :Hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen

Symeon de Nieuwe Theoloog (ca 949-1022), Griekse monnik Aanroeping van de heilige Geest, inleiding op de hymnen, SC 156

Simeon de nieuwe theoloog2.jpg“Hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen”

Kom, waarlijk licht. Kom, eeuwig leven. Kom, verborgen mysterie. Kom, schat zonder naam. Kom, onuitsprekelijke werkelijkheid. Kom, onbegrijpelijke persoon. Kom, oneindig geluk. Kom, niet ondergaand licht. Kom, onfeilbare verwachting van allen die gered moeten worden. Kom, ontwaken van allen die slapen, Kom, opstanding uit de doden. Kom, Machtige, die altijd doet en opnieuw doet en alles transformeert door uw wil alleen… Kom, U die altijd onbeweeglijk blijft en toch op ieder moment helemaal in beweging bent om bij ons te komen, gelegen tussen de doden, U die boven alles in de hemelen bent… Kom, U die naar mijn ellendige ziel verlangde en verlangt. U de Enige, kom, want U ziet dat ik alleen ben… Kom, U die in mij verlangen bent geworden, dat me naar U doet verlangen, U die de absoluut ontoegankelijke bent. Kom, mijn adem en mijn leven. Kom, troost van mijn arme ziel. Kom, mijn vreugde, mijn heerlijkheid, mijn oneindige blijdschap.
Ik dank U dat U tot één geest met mij bent geworden (Rom 8,16), zonder verwarring, zonder verandering, zonder omvorming, U de God boven alles, en om voor mij alles in allen te zijn geworden (1Kor 15,28)… Ik dank U dat U voor mij een licht zonder ondergang bent geworden, zon zonder daling, want U hebt geen plaats waar U Uzelf kunt verbergen, U die vervuld bent met het universum van uw heerlijkheid. Nee, nooit aan niemand hebt U Uzelf verborgen, maar wij zijn het die ons altijd voor U verbergen, door te weigeren om tot U te gaan…
Kom toch, Meester, zet vandaag uw tent op in mij (Joh 1,14); maak voortdurend uw huis en verblijf in mij, uw dienaar, onafgescheiden tot aan het einde, U die zeer goed bent. En dat ik me, bij mijn heengaan uit deze wereld, ook in U terugvindt, O zeer Goede, en met U heers, God die boven alles bent.

www.dagelijksevangelie.org

19e zondag na Pinksteren : Heb uw vijanden lief.

19e zondag na Pinksteren

‘Heb uw vijanden lief !’

 

 

 

 

Eerste Lezing

 2 Kor. 11,31-12,9

 

11 .31 De God en Vader van de Heer Jezus, de God die moet worden geprezen tot in eeuwigheid, weet dat ik niet lieg. 32 Toen ik in Damascus was, liet de stadhouder van koning Aretas de stad afsluiten om mij gevangen te nemen; 33 ik kon alleen aan hem ontkomen doordat ik in een mand door een venster in de muur werd neergelaten.

12 .1 Ik word er wel toe gedwongen hoog van mezelf op te geven. Daarom zal ik, hoewel het geen enkel doel dient, het hebben over visioenen en openbaringen die de Heer ons schenkt. 2 Ik ken een volgeling van Christus die veertien jaar geleden tot in de derde hemel werd weggevoerd – in zijn lichaam of buiten zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen. 3 Maar ik weet dat deze man – in zijn lichaam of zonder zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen – 4 werd weggevoerd tot in het paradijs en dat hij daar woorden hoorde die door geen mens mogen worden uitgesproken. 5 Van zo iemand wil ik hoog opgeven. Wat mijzelf betreft zal ik me slechts op mijn zwakheid laten voorstaan. 6 En zelfs al zou ik hoog van mezelf willen opgeven, dan nog zou ik geen dwaas zijn, want ik zou de waarheid spreken. Maar ik zie ervan af, want ik wil worden beoordeeld op grond van wat men van mij hoort en ziet, 7 niet op grond van de uitzonderlijke openbaringen die ik heb gekregen. Om te verhinderen dat ik mezelf zou verheffen, werd mij een doorn in het vlees gestoken: ik word gekweld door een engel van Satan. 8 Ik heb de Heer driemaal gesmeekt mij van hem te bevrijden, 9 maar hij zei: ‘Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.’ Dus laat ik mij veel liever voorstaan op mijn zwakheid, zodat de kracht van Christus in mij zichtbaar wordt.

 

 

Evangelie :

 Lucas 6,31-36

 

6 .31 Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen. 32 Is het een verdienste als je liefhebt wie jullie liefhebben? Want ook de zondaars hebben degenen lief die hen liefhebben. 33 En is het een verdienste als je weldaden bewijst aan wie weldaden bewijzen aan jullie? Ook de zondaars handelen zo. 34 En is het een verdienste als je geld leent aan degenen van wie jullie iets terug verwachten? Ook zondaars lenen geld aan zondaars in de verwachting alles terug te krijgen. 35 Nee, heb je vijanden lief, doe goed en leen geld aan anderen zonder iets terug te verwachten; dan zullen jullie rijkelijk worden beloond, en zullen jullie kinderen van de Allerhoogste zijn, want ook hij is goed voor wie ondankbaar en kwaadwillig is.

36 Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is

Johannes Chrysostomos : Het lijden van Christus en de daarop volgende verheerlijking

H. Johannes Chrysostomus (ca 345-407), priester te Antiochië daarna bisschop van Constantinopel, Kerkleraar 
Homilie “Vader, als het mogelijk is”; PG 51, 34-35 

 “Het lijden van Christus en de daarop volgende verheerlijking” (1P 1,11)

 

Bij het naderen van zijn dood, riep de Verlosser uit: “Vader, het uur is gekomen, verheerlijk uw Zoon” (Joh 17,1). Welnu, zijn heerlijkheid was zijn kruis. WaaromPaneel van een deesis,15e eeuw,Kerk van de Kruisverheffing, Drogobytch, Lviv region, Ukraïne.JPG zou Hij dan proberen om te vermijden wat Hij eerder had gevraagd? Dat zijn heerlijkheid het kruis zij, het Evangelie leert het ons door te zeggen: “De Geest was er namelijk nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was” (Joh 7,39). Dit is de betekenis van dat woord: de genade was nog niet gegeven, omdat Christus nog niet op het kruis was verheven om God en de mensen te verzoenen. Het was immers het kruis dat de mensen met God heeft verzoend, dat van de aarde een hemel heeft gemaakt, dat mensen met de engelen heeft verenigd. Het kruis heeft de burcht van de dood omvergeworpen, de macht van de duivel vernietigd, de aarde bevrijd van de dwaling, de fundamenten van de Kerk gelegd. Het kruis is de wil van de Vader, de heerlijkheid van de Zoon en de vreugde van de heilige Geest. Het kruis is de trots van Paulus: “Ik denk er niet aan om mij op iets anders te beroemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus” (Gal 6,14).

17e zondag na Pinksteren : de kananese vrouw

 

 

17e zondag na Pinksteren

2e na de Kruisverheffing

 

“Van de kananese vrouw”

 

 

Maria Magdalena abab.jpg

 

LEZINGEN :

Eerste lezing :

2 Kor.9,6-16 – 7,1

Is er enig verband tussen de tempel van God en de afgoden? Wij zijn de tempel van de levende God. God heeft zelf gezegd: Ik zal onder hen wonen en met hen omgaan. Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. Daarom, ga weg uit hun midden en houd u ver van hen, zegt de Heer, en raak niets aan wat onrein is. Dan zal Ik u genadig aannemen. Ik zal voor u een vader zijn en u zult voor mij zonen en dochters zijn, zegt de Heer, de Albeheerser.

Zulke beloften zijn ons gedaan, geliefden; laten wij ons dus zuiveren van elke smet naar lichaam en geest, en vol ontzag voor God onze heiliging voltooien.

 

Evangelie :

Matth.15,21-28

Jezus en een Kananese vrouw      Jezus ging daar weg en nam de wijk naar het gebied van Tyrus en Sidon. En kijk, een Kananese vrouw uit die streek kwam naar buiten en riep: ‘Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David. Mijn dochter is vreselijk bezeten.’ Maar Hij gaf haar niet eens antwoord. Zijn leerlingen kwamen naar Hem toe en vroegen Hem: ‘Stuur haar weg, want ze roept ons achterna.’ Hij antwoordde: ‘Ik ben alleen gestuurd naar de verloren schapen van het huis van Israël.’ Maar zij kwam naar Hem toe en knielde voor Hem neer en zei: ‘Heer, help me.’ Hij gaf haar ten antwoord: ‘Het is niet goed het brood van de kinderen te nemen en het aan de hondjes te geven.’ Maar zij zei: ‘Juist, Heer, want wat de hondjes eten, zijn de kruimels die van de tafel van hun baas vallen.’ Toen gaf Jezus haar ten antwoord: ‘Vrouw, groot is uw vertrouwen. Moge het u vergaan zoals u wenst.’ En haar dochter was vanaf dat moment genezen.

Gregorius Palamas : Ga naar mijn broeders en zusters

H. Gregorius Palamas (1296-1359), monnik, bisschop en theoloog Homilie 20 over de acht evangeliën van Paasmorgen volgens Johannes; PG 151, 265

gregory-palamas.jpg

‘Ga naar mijn broeders en zusters”

      De duisternis heerste buiten, het was nog geen dag, maar in deze graftombe was het vol met het licht van de verrijzenis. Maria had dit licht gezien door de genade van God: haar liefde voor Christus werd verlevendigd en ze kreeg het vermogen om engelen te zien… Ze zeiden toen tegen haar: “Vrouw waarom huil je? U ziet de hemel in deze graftombe of liever een hemelse tempel in plaats van een gegraven graf welke een gevangenis is… Waarom huilt u dan?”…
      Buiten was de dag nog weifelachtig, en de Heer laat niet zijn goddelijke straling verschijnen waardoor Hij herkend zou worden in het lijdende hart. Maria herkent Hem daarom niet… Toen Hij sprak en zich liet kennen…, zelfs toen, ook al zag ze Hem levend, had ze geen idee van zijn goddelijke grootheid maar richtte zich tot Hem als tot een eenvoudig mens van God … In het enthousiasme van haar hart, wil ze zich vervolgens op de knieën werpen, en zijn voeten aanraken. Maar Hij zei tegen haar: “Raak Me niet aan…, want dit lichaam dat Ik nu heb is lichter en beweeglijker dan het vuur; het kan naar de hemel opstijgen en zelfs tot bij de Vader komen in de hoogste hemel. Ik ben nog niet naar mijn Vader opgestegen, omdat Ik me nog niet heb getoond aan mijn leerlingen. Ga naar hen; het zijn mijn broeders en zusters, want wij zijn allen kinderen van één Vader” (cf Ga 3,26)…
      De Kerk waarin we ons bevinden is het symbool van die graftombe. Zij is zelfs meer dan een symbool: zij is, om het zo te zeggen, een ander Heilig Graf. Daar bevindt zich de plaats waar men het lichaam van de Meester neerlegt…; daar bevindt zich de heilige tafel. Degene die dus met heel zijn hart naar het goddelijk graf snelt, het ware verblijf van God…, zal op de wijze van de engelen, leren van de woorden uit de geïnspireerde boeken, over de goddelijkheid en de menselijkheid van het vleesgeworden Woord van God. Hij zal zo zonder enige vergissing de Heer zelf zien… Want degene die met geloof naar de mystieke tafel en naar het levensbrood erop kijkt, zal er in werkelijkheid het Woord van God zien dat voor ons vlees geworden is en onder ons is komen wonen (Joh 1,14). En hij zal waardig zijn om Hem te ontvangen, niet alleen ziet hij Hem, maar hij neemt ook deel aan zijn wezen; hij ontvangt Hem in zichzelf opdat Hij er verblijven zal.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

16e zondag na Pinksteren : Gelijkenis der talenten

16e zondag na Pinksteren

“Gelijkenis der talenten

 

Talenten6.jpg

 

 

LEZINGEN :

1e Lezing : 2 Kor.6,1-10

Als zijn medewerkers sporen wij u aan: zorg dat u de genade van God niet tevergeefs hebt ontvangen. Hij zegt immers: Op de gunstige tijd heb Ik u verhoord, op de dag van het heil ben Ik u te hulp gekomen. Nú is het die gunstige tijd, nú is het de dag van het heil. Wij geven absoluut niemand aanstoot, om het dienstwerk niet in diskrediet te brengen. Integendeel, in alle omstandigheden proberen wij ons te gedragen als dienaren van God door het standvastig verduren van moeilijkheden, nood, ellende, slagen, gevangenschap, oproer, zwaar werk, slaapgebrek, te weinig eten; maar ook door zuiverheid, inzicht, geduld, goedheid, door een geest van heiligheid en oprechte liefde, door het woord van de waarheid en de kracht van God. Wij vallen aan en verdedigen ons met de wapens van de gerechtigheid. Eer en smaad, laster en lof zijn ons deel; wij zijn als bedriegers die de waarheid spreken, als onbekenden die iedereen kent, als stervenden die blijven leven, als streng gestraften die niet worden gedood, als treurenden die altijd verheugd zijn, als armen die velen rijk maken, als havelozen die toch alles hebben.

Evangelielezing : Mattheüs 25,14-30 :

Het is als met iemand die naar het buitenland ging. Hij riep zijn slaven bij zich en vertrouwde hun zijn bezit toe. Aan de een gaf hij vijf talenten, aan een ander twee en aan een derde één, overeenkomstig ieders bekwaamheid. En hij vertrok naar het buitenland. Degene die de vijf talenten gekregen had, ging er meteen mee handelen en verdiende er nog vijf bij. Zo verdiende ook die er twee gekregen had er nog twee bij. Maar die er één gekregen had, ging een gat in de grond graven en stopte daar het geld van zijn heer in. Na lange tijd kwam de heer van die slaven terug en hield afrekening met hen. Degene die de vijf talenten gekregen had, kwam naar voren met nog vijf talenten en zei: Vijf talenten, heer, had u me toevertrouwd. Kijk, ik heb er nog vijf talenten bij verdiend. Zijn heer zei tegen hem: “Uitstekend, goede en trouwe slaaf, in het kleine ben je betrouwbaar geweest, over veel zal ik je aanstellen. Kom delen in de vreugde van je heer.” Ook degene die de twee talenten gekregen had, kwam naar voren en zei: “Twee talenten, heer, had u me toevertrouwd. Kijk, ik heb er nog twee bijverdiend.” Zijn heer zei tegen hem: “Uitstekend, goede en trouwe slaaf, in het kleine ben je betrouwbaar geweest, over veel zal ik je aanstellen. Kom delen in de vreugde van je heer. Ook degene die het ene talent had gekregen, kwam naar voren en zei: “Heer, ik heb u leren kennen als een streng man; u oogst waar u niet hebt gezaaid en u haalt binnen waar u niet hebt uitgestrooid. Uit angst heb ik uw talent in de grond gestopt. Kijk, hier hebt u uw eigendom terug.Maar zijn heer antwoordde hem: “Slechte, lamlendige slaaf, je wist dat ik oogst waar ik niet heb gezaaid en binnenhaal waar ik niet heb uitgestrooid. Je had dus mijn geld op de bank moeten zetten. Dan had ik het bij mijn komst met rente teruggekregen. Neem hem daarom het talent af en geef het aan hem die de tien talenten heeft. Want aan ieder die heeft, zal gegeven worden en wel overvloedig. Maar aan degene die niet heeft, zal zelfs nog ontnomen worden wat hij heeft. Werp die nutteloze slaaf in de uiterste duisternis.” Het zal daar een gejammer zijn

Archiemandriet Zenon : de tweede komst van de Heer

De tweede komst van de Heer

laatste_oordeel1.jpgLaatste oordeel

Het einde van de wereld is een veelvuldig gespreksthema met verwijzing naar de Apocalyps, zonder goed te begrijpen wat er in deze Openbaring staat…In de taal van de Kerk gebruikt men het woord ‘eschatologie’ voor alles wat te maken heeft met het einde van de wereld en de tweede komst van de Heer. Die verwachting getuigt tegenwoordig niet van een zuiver inzicht.

Lees verder “Archiemandriet Zenon : de tweede komst van de Heer”