H. Clemens van Alexandrië : “De Wijsheid van God vindt haar rechtvaardigheid”: God roept ons op tot bekering

H. Clemens van Alexandrië (150-ca. 215), theoloog De Protreptiek, 9, 87-88 ; SC 2

 

ClemensVonAlexandrien.jpg

 

 

“De Wijsheid van God vindt haar rechtvaardigheid”: God roept ons op tot bekering

Niemand werd zo geraakt door de oproepen van de andere heiligen als door die van de Heer zelf, met al zijn liefde voor de mensen, want Hij heeft geen andere bezigheid dan die van het redden van de mens. Hij roept dus op om de mensen aan te sporen om zich te laten redden: “Het Koninkrijk der hemelen is nabij” (Mc 1,15). Hij probeert de mensen die bij Hem komen te bekeren. Op diezelfde wijze maakt de apostel van de Heer… zich tot vertolker van de stem van God: “De Heer is nabij. Leef niet in de duisternis, zodat de dag u als een dief zou verrassen” (cf Ph 4,5; 1Th 5,4). Maar u die zo weinig vrees voelt, of liever, bent u zo ongelovig dat u noch in de Heer zelf, noch in Paulus gelooft, vooral wanneer hij om Christus vastgebonden is? (Fil 1,13) “Proef en geniet: hoe zoet is de Heer” (Ps 34,9). Het geloof zal u inleiden, de ervaring zal het u leren, de Schrift, als een pedagoog, zal u gidsen. Ze zegt tegen u: “Kom, kinderen, luister naar mij: in ontzag voor de Heer zal ik jullie onderwijzen”. En dan voegt ze, als iemand gelooft, eraan toe: “Is er iemand die het leven bemint en gelukkige dagen wil genieten?” (Ps 34,12-13) Wij zijn het, de aanbidders van het goede, de navolgers van de goeden. –Luister dan, “u die ver weg bent”, luister, “u die nabij bent” (Jes 57, 19). Het Woord is voor niemand verborgen; het is het gemeenschappelijke licht. Het straalt voor alle mensen; voor Hem bestaat er geen vreemdeling. Laten we ons haasten naar de redding, naar de nieuwe geboorte. Laten we ons haasten, wij die in zo grote getale zijn, om ons te verenigen als een kudde (Joh 10,16), laten we de eenheid navolgen door de ene Christus te volgen. Zo zal de vereniging van veel stemmen, als hun wanklanken en hun versnippering aan de goddelijke harmonie onderworpen zullen zijn, een enige symfonie vormen. En het koor dat aan de meester, het Woord, gehoorzaamt, zal slechts rust vinden in de waarheid zelf, wanneer hij zal kunnen zeggen: “Abba, Vader” (Mc 14,36).

Bron : www.dagelijksevangelie.org

Augustinus : over de barmhartigheid

Over de barmhartigheid

Augustinus

 

 

augustine_of_cantebury 27 mei.jpg

Elke liefde veronderstelt een zekere welwillendheid tegenover hen die we beminnen. Ook de lichamelijke liefde, die we eerder genegenheid noemen.(Het woord ‘liefde’ wordt in onze cultuur immers gewoonlijk voorbehouden om een verheven liefde aan te duiden. Hoewel voor mij alle woorden om liefde aan te duiden gelijkwaardig zijn, aangezien de Heilige Schrift ze door elkaar gebruikt)(Deze passage is door de vertaler een beetje ingekort weergegeven, omdat ze in het Nederlands onvertaalbaar is. Het latijn kent namelijk drie verschillende woorden voor ‘liefde’ : caritas, dilectio en amor. DSommige christelijke schrijvers vóór Augustinus hebben getracht een zeker onderscheid tussen deze verschillende termen aan te brengen. Augustinus verwerpt echter dit onderscheid en wel op grond van het gebruik ervan in de H.Schrift) .Want wij mogen en kunnen de mens niet beminnen zoals een gastronoom verklaart van gebraden lijsters te houden. Waarom niet ? Omdat de gastronoom er alleen maar op uit is te doden en op te eten. Als hij zegt dat hij van gebraden lijsters houdt, dan houdt hij niet van de lijsters zelf, want die laat hij niet in leven doch vernietigt hij. Van eten houden we slechts om het te verbruiken en zelf weer op kracht te komen. Maar van mensen mogen we nooit houden als van gebruiksgoederen. Neen, vriendschap is een zaak van welwillendheid; vriendschap is iets willen geven aan hen die we beminnen. En als men dan niets heeft om te geven ? Dat is niet erg, de welwillendheid alleen is genoeg voor iemand die bemint.

Het heeft geen zin te verlangen dat er ongelukkige mensen zouden zijn om zich barmhartig over hen te kunnen buigen. Gij geeft brood aan iemand die honger heeft, maar het zou veel beter zijn dat niemand honger leed en gij aan niemand iets hoefde te geven. Gij geeft kleren aan iemand die er geen heeft, maar het zou veel beter zijn dat iedereen kleren bezat en er geen armoede bestond. Gij begraaft doden, maar het zou veel beter zijn dat iedereen het leven bezat, en dat niemand meer hoefde te sterven. Gij tracht mensen die het oneens zijn met elkaar, te verzoenen; maar het zou veel beter zijn te leven in die eeuwige vrede van Jeruzalem waarin geen onenigheid meer bestaat. Al de hulp die we geven wordt opgeroepen door nood. Neem de ongelukkigen weg uit deze wereld en alle werken van barmhartigheid worden overbodig.

Maar als er in deze wereld geen barmhartigheid meer nodig is, betekent dit dan nhiet noodzakelijk het einde van de weldoende gloed van de liefde ? Helemaal niet, Uw liefde zal meer authentiek zijn, als ze uitgaat naar een gelukkig mens aan wie ge niets hoeft te geven; zij zal zuiverder en oprechter zijn. Want als gij geeft aan een ongelukkig mens, dreigt het gevaar dat gij over hem wilt heersen en hij, die de beweegreden was van uw weldaad, u onderdanig moet zijn. Hij verkeert in nood, gij geeft hem iets. Omdat gij de gevende partij zijt, lijkt gij beter en meer mens te zijn dan hij aan wie gij geeft. Wens dat ieder mens uw gelijke is, zodat wij allen op gelijke wijze afhankelijk zijn van die Ene, aan wie wij niets kunnen geven.

In dergelijke zaken kent de hoogmoedige mens geen maat en daardoor wordt hij ook op een bepaalde manier hebzuchtig, aangezien ‘de geldzucht de oorsprong is van alle kwaad’ ( 1 Tim. 6,10). Er is ook gezegd dat ‘de hoogmoed het begin is van elke zonde’ (Sir.10,15) SZoms vragen we ons, hoe deze twee uitspraken met elkaar te verenigen zijn : ‘De geldzucht is de oorsprong van het kwaad’ en ‘ De hoogmoed is het begin van elke zonde’. Als de hoogmoed het begin is van elke zonde, dan is zij ook de oorsprong van alle kwaad, want in de hoogmoed ligt hebzucht opgesloten. Dit blijkt hieruit dat de hoogmoed geen maat kent. En wat is hebzucht ? Ook hebzucht bestaat juist juist daarin : verder willen gaan dan nodig is. Door hoogmoed is Adam ten val gekomen, want ‘de hoogmoed is nhet begin van elke zonde’. Daar was ook hebzucht mee gemoeid, want wie is meer hebzuchtig dan een mens voor wie God nog niet voldoende is.

We lezen dat de mens gemaakt is naar het beeld en de gelijkenis van God. Van deze mens zei God : ‘Hij heerse over de vissen van de zee, de vogels in de lucht en alle dieren die zich over de aarde voortbewegen’ ( Gen.1,26). Hij zei niet : heerse over de mens ! Hij gaf de mens wel macht over de natuur : over de vissen, de vogels en de dieren die over de aarde kruipen. Waarom heeft de mens van nature een zekere macht over deze dieren ? Die macht bezit hij door het feit dat hij geschapen is naar Gods beeld. De mens is beeld van God door zijn verstand, door zijn geest, door zijn innerlijkheid : doordat hij de waarheid begrijpt, onderscheid kan maken tussen recht en onrecht, weet door wie hij geschapen is, en zijn schepper ken verstaan en loven. Wie zich verstandig gedraagt, bezit dit inzicht.

Uit : Eenheid en liefde : Augustinus preken over de eerste brief van Johannes. Uitg. Augustijns historisch instituut Heverlee-Leuven. Vertaald door Prof.dr.T.J.van Bavel. pp. 133-135

Johannes Chrysostomos : Zijn vader en moeder stonden verbaasd over wat van Hem gezegd werd

H. Johannes Chrysostomus (ca. 345-407), priester in Antiochië, daarna bisschop van Constantinopel, kerkleraar Homilie voor kerstmis; PG 56, 392

 

chrysostom16 modern amerikaans [1600x1200].jpg

“Zijn vader en moeder stonden verbaasd over wat van Hem gezegd werd”

 

Wat kan ik zeggen over dit mysterie? Ik zie een arbeider, een voederbak, een kind, doeken, het baren door een maagd die al het benodigde ontbreekt, allemaal tekenen van nederigheid, de hele last van de armoede. Hebt u ooit de rijkdom in zo’n penarie zien zitten? Hoe arm heeft degene die rijk was zich toch voor ons gemaakt (2Kor 8,9) tot op het punt dat Hij, bij een tekort aan een wieg en dekens, moest slapen in een harde voederbak? … Ach, enorme rijkdom onder de verschijning van armoede! Hij slaapt in een voederbak en Hij laat het universum wankelen. Hij is strak in doeken gewikkeld en breekt de boeien van de zonde. Terwijl Hij geen woord uit kan brengen, onderricht Hij de magiërs, opdat ze een andere weg terug gaan nemen. Het mysterie gaat het woord te boven! Zie de baby gewikkeld in doeken, gelegen in een kribbe; daar is ook Maria die tegelijk maagd en moeder is; en daar is Jozef die men zijn vader noemt. Hij is met Maria getrouwd, maar de heilige Geest heeft Maria met zijn schaduw overdekt. Daarom was Jozef bang, hij wist niet hoe hij het kind moest noemen… In zijn angst werd hem door een engel een boodschap gebracht: “Vrees niet, Jozef, het kind dat in haar verwekt is, is uit de heilige Geest” (Mt 1,20)… Waarom is de Verlosser uit een maagd geboren? Vroeger liet Eva die maagd was, zich verleiden en baarde de oorzaak van onze dood; Maria, die de Goede Boodschap van de engel had ontvangen, baarde het Woord dat vlees geworden was en dat ons het eeuwige leven brengt

Bron : www.dagelijksevangelie.org

Augustinus : vele profeten en koningen verlangden te zien wat u ziet

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en Kerkleraar. Overwegingen over de psalmen, psalm 119, nr 20

 

 

Augustinus6.jpg

 

 

“Vele profeten en koningen verlangden te zien wat u ziet”

 

      “Heer, mijn ziel smacht naar uw redding” (Ps 119,81), dat wil zeggen In haar verwachting. Zalige zwakheid die het verlangen toont van iets wat nog niet ontvangen is, maar vurig begeerd wordt. Op wie slaan die woorden behalve op de oorsprong van de mensheid, tot aan het einde der eeuwen, “een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige volk” (1P 2,9), op elk mens dat, ieder in zijn eeuw, leefde, leeft of zal leven in het verlangen naar Christus?       De getuige van deze verwachting, is de oude man Simeon, die bij het ontvangen van het kind in zijn armen, uitroept: “Nu, Meester, laat U, zoals U gezegd hebt, uw knecht in vrede gaan; want mijn ogen hebben uw heil gezien” (Lc 2,29-30). Want hij had van God de belofte ontvangen dat hij de dood niet zou smaken voordat hij Christus de Heer zou hebben gezien. Het verlangen van deze oude man – dat moeten we geloven- is die van alle heiligen in de tijd die daaraan vooraf ging. Daarom zei de Heer tegen zijn leerlingen: “Vele profeten en koningen hadden willen zien wat jullie zien, maar zij hebben het niet gezien en willen horen wat jullie horen, maar zij hebben het niet gehoord”.       Alle mensen moeten dan ook gerekend worden bij hen die zingen: “Mijn ziel bezweek bij het zien van uw heil”. Nooit is het verlangen van de heiligen in die tijd tot rust gekomen, en nooit zal hij rust vinden in het Lichaam van Christus, in zijn Kerk, tot aan het einde van de wereld totdat “het Verlangen van alle volken”, beloofd door de profeet, komt (Hag 2,8 Vulg)… Het verlangen waarover we spreken komt van wie men liefheeft volgens de apostel Paulus als “de verschijning van Christus”. Dit verlangen zegt: “Wanneer Christus, die uw leven is, verschijnt, zult ook u met Hem verschijnen in heerlijkheid” (Kol 3,4). De Kerk in zijn eerste tijd, voor het baren van de Maagd, zag degenen die naar de komst van Christus in het lichaam verlangden, als heiligen. Vandaag de dag zien ze anderen als heilig, namelijk zij  die verlangen naar de verschijning van Christus in zijn heerlijkheid. Sinds het begin van de wereld tot aan het einde der tijden, is dat verlangen van de Kerk er onafgebroken.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

heilige Laurentius

Heiligenleven

De Heilige Laurentius

Laurentius van Rome9.jpg

De heilige Laurentius was de diaken van paus Sixtus . Toen deze op weg was naar het executieveld, tijdens de vervolging van Valeriaan, kon Laurentius, die zich onder de samengestroomde menigte bevond, zijn tranen niet bedwingen en hij riep hem toe :”Waarom laat ge mij achter, heilige Vader ? Gij behoort toch niet het offer op te dragen zonder uw diaken ?” Sixtus windde zich tot hem met de woorden : “Mijn zoon, over drie dagen zul je mij volgen”.

Men had vastgesteld dat Laurentius de schatbewaarder was van de kerk. Hij werd daarom gearresteerd met de opdracht het kerkbezit in te leveren. Laurentius vroeg een dag tijd om alles bijeen te brengen. Heel de nacht trok hij door de armste wijken van de stad om al wat in de kerk aanwezig was aan de behoeftigen uit te delen, en ’s morgens verscheen hij voor het gerecht, gevolgd door een hele stoet van armen,kreupelen en blinden. “Ziedaar de schatten van de kerk”, zei hij.

Hij werd ntot een gruwelijke dood veroordeeld: levend geroosterd te worden boven een klein vuur. Hij werd vastgebonden op het gloeiende rooster en leed zonder een enkele klacht te uiten. Integendeel, zijn gelaat straalde als dat van een engel, in innerlijke vreugde. Hij wist zelfs spottend tegen zijn beulen te zeggen :”Keer me maar om, deze kant is gaar”.

Zo stierf hij op deze dag van het jaar 258.Hij werd begraven in de zandgroeve aan de Via Tiburtia, op het goed van de weduwe Cyriaca, naast de lichamen van de heilige Hippolytus en de priester Justinus. Zijn gedachtenis werd al spoedig gevierd in alle delen van de Kerk als van de beroemste romeinse martelaar.

Met hem wordt herdacht de gevangenbewaarder Hippolytus, die door de moed waarmee Laurentius de martelingen verduurd had, tot het inzicht van de waarheid was gekomen, en daarom eveneens ter dood was gebracht.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orth.klooster Den Haag

26e zondag na Pinksteren : feest van de heilige Ambrosius

26e zondag na Pinksteren

Feest van de heilige Ambrosius

 

ambroise van Milaan.jpg

Ambrosius van Milaan

 

 

 Ef.5,9-19

 

[9] want de vrucht van het licht kan alleen maar zijn: goedheid, gerechtigheid, waarheid. [10] Probeer te ontdekken wat de Heer welgevallig is. [11] Neem geen deel aan de onvruchtbare praktijken van de duisternis, stel ze liever aan de kaak. [12] Want wat deze mensen in het geheim uitvoeren, is zo schandelijk dat men er maar beter niet over kan spreken. [13] Alles wat door het licht aan de kaak wordt gesteld, wordt openbaar. [14] En alles wat openbaar wordt, is licht. Daarom wordt gezegd: Ontwaak,* slaper, sta op uit de doden, en Christus zal over u stralen. [15] Let dus nauwkeurig op, hoe u zich gedraagt: niet als dwazen maar als verstandige mensen. [16] Benut de gunstige gelegenheid, want de tijden zijn slecht. [17] Daarom, wees niet onverstandig, maar probeer te begrijpen wat de Heer wil. [18] Drink niet te veel wijn, wat tot losbandigheid leidt, maar laat u bezielen door de Geest. [19] Spreek elkaar toe in psalmen, hymnen en liederen, ingegeven door de Geest. Zing en speel van ganser harte voor de Heer. Genezing van een kromgebogen vrouw op sabbat [10] Eens gaf Hij op sabbat onderricht in een synagoge. [11] Daar bevond zich een vrouw die al achttien jaar leed onder een geest die haar ziek maakte. Ze liep krom en was niet in staat zich op te richten. [12] Jezus zag haar en sprak haar aan. ‘Vrouw’, zei Hij, ‘u bent van uw kwaal verlost.’ [13] Hij legde haar de handen op en onmiddellijk rechtte ze haar rug, en ze prees God. [14] Geërgerd, omdat Jezus op sabbat iemand genezen had, zei de voorzitter van de synagoge tegen de menigte: ‘Zes dagen zijn er om te werken. Dan kunt u komen om u te laten genezen, niet op sabbat.’ [15] De Heer gaf hem dit antwoord: ‘Huichelaars! Ieder van u maakt toch op sabbat zijn os of ezel los van de voerbak om hem te drinken te geven? [16] Moest deze dochter* van Abraham dan op sabbat niet losgemaakt worden van de boeien waarmee de satan haar al achttien jaar geleden heeft vastgebonden?’ [17] Toen Hij dat zei stonden al zijn tegenstanders beschaamd en verheugde de hele menigte zich over alle prachtige dingen die door Hem totstandkwamen.

 

Lucas 13,10-17

 

Genezing van een kromgebogen vrouw op sabbat
    
[10] Eens gaf Hij op sabbat onderricht in een synagoge. [11] Daar bevond zich een vrouw die al achttien jaar leed onder een geest die haar ziek maakte. Ze liep krom en was niet in staat zich op te richten. [12] Jezus zag haar en sprak haar aan. ‘Vrouw’, zei Hij, ‘u bent van uw kwaal verlost.’ [13] Hij legde haar de handen op en onmiddellijk rechtte ze haar rug, en ze prees God. [14] Geërgerd, omdat Jezus op sabbat iemand genezen had, zei de voorzitter van de synagoge tegen de menigte: ‘Zes dagen zijn er om te werken. Dan kunt u komen om u te laten genezen, niet op sabbat.’ [15] De Heer gaf hem dit antwoord: ‘Huichelaars! Ieder van u maakt toch op sabbat zijn os of ezel los van de voerbak om hem te drinken te geven? [16] Moest deze dochter* van Abraham dan op sabbat niet losgemaakt worden van de boeien waarmee de satan haar al achttien jaar geleden heeft vastgebonden?’ [17] Toen Hij dat zei stonden al zijn tegenstanders beschaamd en verheugde de hele menigte zich over alle prachtige dingen die door Hem totstandkwamen.

 

 

heiligenleven : de profeet Habakuk

Heiligenleven

De heilige profeet Hahabuk

 

Habakkuk.jpg

 

De heilige profeet Habakuk (Awwakoem) uit de stam Simeon. Hij trad op in de tijd van de babylonische gevangenschap. Hij schreef over de verwoesting van Jerusalem en hij is gestorven rond 600 voor Christus.

Zijn naam betekent “Vader van de opstanding” en hij heeft ook de toekomstige opstanding verkondigd en de uiteindelijke verlossing van het volk. Het is de verlossing uit een tijd van uitzonderlijk geweld, toen bijna het gehele volk in handen van de vijand was gevallen en naar onbekende streken versleept. Hij beschrijft de komst van de Verlosser dan ook in termen van kosmisch geweld, zodat de aarde beeft en opensplijt, terwijl zon en maan aan hun plaats genageld blijven. En hij ziet de Heer op de zegewagen der Apostelen, waarmee zij het water doen splijten, de dood overwinnen en redding brengen aan het volk. Daarom is Habakuk, hoezeer ontzetting hem ook aangrijpt, toch vervuld van vreugde en zingt hij zijn overwinningslied.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orth.klooster Den Haag

Isaak de Syriër : zeg dan : wij zijn onnutte knechten

Isaak de Syriër (7e eeuw) monnik nabij Mossoel Overweging, 1e serie, nr. 5

 

isaac de syriër.jpg

“Zeg dan: Wij zijn onnutte knechten”

 

      De ogen van de Heer kijken naar de nederigen, opdat ze zich verheugen. Maar het gelaat van de Heer keert zich af van de trotsen, om ze te vernederen. De nederige ontvangt altijd medeleven van God… Maak je klein in alles tegenover de mensen en je zult hoger verheven worden dan de prinsen van deze wereld. Loop vooruit op alle wezens, omhels ze, verlaag je voor hen, en je zult meer geëerd worden dan hen die goud aanbieden… Daal lager af dan jezelf en je zult de heerlijkheid van God in je zien. Want daar ontspruit de nederigheid, daar verspreidt zich de heerlijkheid van God… Als je nederig in je hart bent, dan zal God je daar opheffen in zijn heerlijkheid…       Hou niet van eer, dan zul je niet onteerd worden. De eer vlucht voor degene die het naloopt. Maar de eer achtervolgt degene die het ontvlucht, en hij verklaart zijn nederigheid aan alle mensen. Als je jezelf minacht, om zo niet geëerd te worden, dan zal God Zich zal aan je tonen. Als je jezelf beschuldigt uit liefde voor de waarheid, dan zal God toestaan dat je bij de schepselen wordt geloofd. Ze zullen de deur naar de heerlijkheid van je Schepper openen en ze zullen je loven. Want je bent werkelijk zijn beeld en gelijkenis (Gn 1,26).

Bron :www. dagelijksevangelie.org

24e zondag na Pinksteren : de tempelgang van de Moeder Gods

24e zondag na Pinksteren

FEEST VAN DE TEMPELGANG VAN DE ALHEILIGE  MOEDER GODS 

 

Tempelgang moeder gods.jpg

 Tempelgang van de Moeder Gods

Eerste lezing

Hebr.9,1-7

Toch had ook het eerste verbond liturgische voorschriften en zijn eigen, aardse heiligdom. Er was een eerste tent ingericht die de kandelaar en de tafel met de toonbroden bevatte; die noemde men het heilige. Achter het tweede voorhangsel was een tent die het allerheiligste werd genoemd. Daar stonden een gouden reukofferaltaar en de ark van het verbond, geheel met goud overtrokken, waarin zich een gouden vaas met het manna, de staf van Aäron die gebloeid had, en de tafelen van het verbond bevonden. Boven de ark waren de cherubs van de heerlijkheid, die het verzoendeksel overdekten. Wij kunnen hier nu niet verder op ingaan.      In het aldus ingerichte heiligdom gaan de priesters bij de uitoefening van de eredienst geregeld de eerste tent binnen, maar de tweede wordt alleen door de hogepriester betreden, slechts eenmaal per jaar, en niet zonder het bloed dat hij opdraagt voor zichzelf en voor de tekortkomingen van het volk.

 Evangelie :

Lucas 10,38-42 en 11,27-28

Bij Marta en Maria      Op hun reis ging Hij een dorp in. Een vrouw, Marta genaamd, ontving Hem. Zij had een zuster die Maria heette. Die kwam aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden. Marta had het heel druk met bedienen. Ze ging naar Jezus toe en vroeg: ‘Heer, laat het U koud dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg haar dat ze mij komt helpen.’ De Heer gaf haar ten antwoord: ‘Marta, Marta, je maakt je bezorgd en druk over van alles, maar slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen en dat zal haar niet worden ontnomen.’

Gelukwensen      Tijdens zijn toespraak verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep Hem toe: ‘Gelukkig de schoot die U heeft gedragen, en de borsten waaraan U hebt gezogen.’ ‘Inderdaad,’ zei Hij, ‘gelukkig zij die het woord van God horen en het bewaren.

 

TROPARION :

 

 

 

 

 

Heden is het begin van Gods welbehagen : de voorbereidende Verkondiging van de Verlossing der mensen. De Maagd komt in de Tempel Gods en verkondigt reeds aan allen de Christus. Tot haar willen ook wij met de Engel roepen : Verheug U, Vervulling van het Heilsplan van de Schepper.

 

KONDAKION : 

 

 

 

De alreine Tempel van de Verlosser, het kostelijk maagdelijk Bruidsvertrek, de geheiligde Schatkamer van Gods Heerlijkheid wordt heden binnengeleid in het Huis des Heren. Zij brengt daar de genade van Gods Heilige Geest, terwijl Zijn Engelen zingen : Zie, daar is de hemelse woontent.

 

Augustinus : Weer bekleed worden met het bruiloftskleed

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en Kerkleraar. Sermon 90 ; PL 38, 559v

Weer bekleed worden met het bruiloftskleed

 Augustine_Hippo_small.jpg

Wat is toch het bruiloftskleed waar het Evangelie over spreekt? Zeker is dat kleed iets dat alleen de goeden bezitten, zij die aan het feestmaal moeten deelnemen… Zouden het de sacramenten zijn? de doop? Zonder de doop, zal niemand tot bij God komen, maar er zijn er die de doop ontvangen en niet tot God komen… Misschien is het het altaar of dat wat men op het altaar ontvangt? Maar door het Lichaam van de Heer te ontvangen, eten en drinken sommigen hun eigen veroordeling (1Kor 11,29). Wat is het dan? het vasten? De boosdoeners vasten ook. Het kerkbezoek? De boosdoeners gaan net als de anderen naar de kerk… Wat is dan het bruiloftskleed? De apostel Paulus zegt ons: “De voorschriften hebben geen ander doel dan de liefde, die in een zuiver hart, een goed geweten en een ongeveinsd geloof, wordt geboren” (1Tim 1,5). Dat is het bruiloftskleed. Het gaat niet om zomaar een liefde, want vaak ziet men oneerlijke mensen anderen liefhebben…, maar men ziet bij hen niet deze liefde “die in een zuiver hart, een goed geweten en een ongeveinsd geloof, wordt geboren”; welnu die liefde is het bruiloftskleed. “Al ware het dat ik alle talen van de mensen en van de engelen sprak, zegt de apostel Paulus, als ik de liefde niet had, was ik slechts een klinkende gong, of een schelle cimbaal… Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen- had ik de liefde niet, dan ware ik niets” (1Kor 13,1-2)… Had ik dat alles, maar zonder Christus, zegt hij, dan “ware ik niets”… Hoeveel bezittingen zijn nutteloos, als er één bezit mist! Als ik geen liefde had, kon ik al mijn bezit uitdelen, de naam van Christus getuigen tot aan mijn bloedvergieten toe (1Kor 13,3), het zou nergens toe dienen, want ik zou zo kunnen handelen uit liefde voor mijn eer… “Als ik de liefde niet heb, dan zou het mij niet baten.” Dat is het bruiloftskleed. Onderzoek uzelf: als u het hebt, kom dan met vertrouwen het feestmaal van de Heer.

Bron : www.dagelijksevangelie.org