Byzantijnse liturgie : Troparion en kondakion van Johannes de Voorloper

Byzantijnse Liturgie Troparion en kontakion van Johannes de Voorloper

Johannes de doper444.jpg

Johannes de Doper

 

Voorloper van de Heer in het leven als in de dood

 

      De Jordaan, bang geworden door Uw komst in het vlees, o Christus, ging al bevend zijn weg; Johannes vervulde zijn geestelijke dienst en maakte zich heel klein in zijn vrees. Het engelenleger was met stomheid geslagen, toen ze U, gedoopt naar het vlees, zag in de rivier. Zij die in de duisternis zijn, werden verlicht en wij zingen U toe, Heer, U toont U en verlicht het universum.       De herinnering van de rechtvaardige moet vurig zijn, maar voor u, Johannes de Voorloper, is de getuigenis van de Heer genoeg. Eigenlijk bent u veel achtenswaardiger dan alle andere profeten, want u hebt uw waardigheid gevonden in het dopen met water, wat de andere profeten alleen verkondigd hebben. Daarom bent u, na voor de waarheid gestreden te hebben, gaan verkondigen, zelfs in het gebied van de doden, dat God in het vlees verschenen is. Dat God de zonden van de wereld wegneemt (Joh 1,29) en ons zijn grote medelijden geeft.       Het glorievolle martelaarschap van de Voorloper was een fase in het reddingswerk, aangezien hij, zelfs in het dodenverblijf, de Verlosser heeft verkondigd. Dat Herodias nu weeklaagt, zij die de misdadige moord opeiste, want het is noch de Wet van God, noch het eeuwige leven dat ze heeft bemind, maar illusies die slechts even duren.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

Basilius van Seleusië : Andreas bracht zijn broer bij Jezus

Basilius van Seleusië (?-ca. 468), bisschop Sermon ter ere van de heilige Andreus, 3-4

 

basil_of_seleucia.jpg

Basilius van Seleucië

“Andreas bracht zijn broer bij Jezus”

 

Andreas had dit woord van Mozes gehoord: “Uit uw eigen broeders zal de Heer uw God een profeet laten opstaan zoals ik, naar wie u moet luisteren” (Dt 18,15). Maar hij hoorde ook Johannes de Doper roepen: “Daar is het Lam van God” (Joh 1,29) Toen hij Hem zag, ging hij spontaan naar Hem toe. Hij herkende de profeet die aangekondigd werd door de profetie, en hij leidde zijn broer aan de hand mee naar Degene die hij had gevonden. Hij toonde Petrus de schat die hij niet kende: “We hebben de Messias gevonden, Degene naar wie we verlangden. Wij hebben op zijn komst gewacht, laten we Hem nu aanschouwen. We hebben Hem gevonden over wie de luide stem van de profeten ons aanspoorde om op Hem te wachten. Deze tijd heeft Degene meegebracht die de genade had verkondigd, Degene die de liefde wenste te zien”. Andreas ging zijn broer Simon opzoeken om met hem de schat van zijn aanschouwen te delen. Hij leidde Petrus naar de Heer. Wat een verbazingwekkend wonder! Andreas was nog geen leerling en hij werd al leider van mensen. Door te onderrichten begon hij te begrijpen en verkreeg hij de waardigheid van een apostel: “Wij hebben de Messias gevonden. Na zoveel nachten die we slapeloos aan de oevers van de Jordaan hebben doorgebracht, hebben we eindelijk het doel van ons verlangen gevonden”. Petrus volgde die roep meteen op. Hij was de broer van Andreas en hij is vol ijver en met opengesperde oren doorgegaan… Later toen Petrus een bijzondere leiding kreeg, had hij dat te danken aan wat Andreas had gezaaid. Maar de lofzang die tot de één wordt gericht weerklinkt eveneens op de ander. Want het goede van de één behoort aan de ander, en de één verheerlijkt zich met het goede van de ander.

www.dagelijksevangelie.org

Spiritualiteit en geestelijk vaderschap : Metropoliet Anthony

Spiritualiteit en geestelijk vaderschap

Metropoliet Anthony

Eerst zou ik de betekenis van het woord spiritualiteit willen bepalen, want gewoonlijk, als we spreken over spiritualiteit hebben we het over bepaalde religieuze uitingsvormen van ons geestelijk leven, zoals het gebed of ascese. Dat wordt duidelijk uit boeken, zoals die van de heilige Theofanes Zatvornik (de Kluizenaar). Echter, als we het hebben over spiritualiteit, dan

Lees verder “Spiritualiteit en geestelijk vaderschap : Metropoliet Anthony”

14e zondag na Pinksteren :”van het bruilofsmaal”

14e zondag na Pinksteren

“van het bruilofsmaal”

 

 

bruidsmaaltijd.jpg

Parabel van het bruilofsmaal. Maurice de Sully, Sermons, Italie, Gênes, XIVe siècle. (Cote : BNF Richelieu Manuscrits Français 187

 

 

2 Kor. 1,21-2,4

 [21] En God zelf heeft ons samen met u in Christus* bevestigd en ons gezalfd*. [22] Hij heeft op ons zijn zegel* gedrukt en ons de Geest als onderpand* gegeven. [23] Ik roep God aan als mijn getuige*, ik zweer bij mijn leven: alleen om u te sparen ben ik nog niet naar Korinte gekomen. [24] Niet dat wij heer en meester zijn van uw geloof; wij willen alleen bijdragen tot uw vreugde. Want in het geloof staat u stevig genoeg

 [4] Toen ik schreef, was het dan ook met een bedrukt en beklemd gemoed en onder veel tranen. Ik wilde u niet verdrietig maken, maar u een blijk geven van de innige liefde die ik u toedraag.

EVANGELIE

Mattheus 22,1-14

Gelijkenis van een bruiloftsfeest [1] Opnieuw sprak Jezus tot hen in gelijkenissen: [2] ‘Met het koninkrijk der hemelen gaat het als met een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon. [3] Hij stuurde zijn slaven om de gasten te roepen die voor de bruiloft genodigd waren, maar ze wilden niet komen. [4] Hij stuurde weer andere slaven met de opdracht: “Zeg tegen de genodigden: Kijk, ik heb mijn maaltijd bereid, mijn ossen en het mestvee zijn geslacht, en alles staat gereed. Kom naar de bruiloft.” [5] Maar ze trokken zich er niets van aan en gingen hun eigen weg, de een naar zijn akker, de ander naar zijn handel. [6] De overigen grepen zijn slaven vast, mishandelden en vermoordden hen. [7] De koning werd woedend. Hij stuurde zijn soldaten, liet die moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken. [8] Toen zei hij tegen zijn slaven: “Het bruiloftsmaal is klaar, maar de genodigden waren het niet waard. [9] Ga nu dus naar de kruispunten van de wegen, en nodig iedereen die je maar tegenkomt uit voor de bruiloft.” [10] Die slaven gingen naar de wegen en brachten iedereen mee die ze tegenkwamen, slechten en goeden; en de bruiloftszaal liep vol met gasten. [11] Maar toen de koning binnenkwam en de gasten zag, merkte hij iemand op die geen bruiloftskleding aan had. [12] Hij zei tegen hem: “Vriend, hoe ben je hier binnengekomen zonder bruiloftskleding?” Hij wist niets te zeggen. [13] Toen zei de koning tegen de dienaren: “Bind hem aan handen en voeten en werp hem in de uiterste duisternis.” Het zal daar een gejammer zijn en een tandengeknars. [14] Immers, velen zijn geroepen, maar weinigen zijn uitgekozen.’

 

 

“Komt naar het bruiloftsmaal”

 

 Als in de zichtbare wereld een heel klein volk zich verzet tegen de koning door hem de oorlog te verklaren, dan neemt de laatste geen moeite om tegen hen in actie te komen, maar hij stuurt zijn soldaten met hun generaals en deze binden de strijd aan. Als daarentegen het volk dat tegen hem in opstand komt erg machtig is en in staat is om zijn koninkrijk te verwoesten, dan ziet de koning zich verplicht om zelf, met zijn hofhouding en zijn legeractie te voeren en de strijd aan te gaan. Zie dus hoe waardig u bent! God zelf is met zijn eigen leger, daarmee bedoel ik de engelen en de heiligen, de strijd komen voeren; Hijzelf komt u beschermen om u te verlossen van de dood. Heb dus vertrouwen en bemerk de voorzienigheid waarvan u het onderwerp bent. Nog een voorbeeld uit het leven. Stellen we ons een koning voor die eenarm en ziek mens ontmoet en geen afkeer van deze persoon heeft, maar die de wonden geneest met heilzame middelen. Hij neemt hem op in zijn paleis, bekleedt hem met een purperen kleed, omgordt hem met een diadeem en nodigt hem uit aan zijn tafel. Zo benadert Christus, de hemelse koning een ziek mens, Hij geneest hem, laat hem aan zijn koninklijke tafel zitten, en dat zonder zijn vrijheid geweld aan te doen, maar door hem met overreding ertoe brengt om een dergelijke hoge eer te aanvaarden. In de Schrift staat overigens geschreven dat de Heer zijn dienstknecht en stuurde om hen die graag zouden willen komen, uit te nodigen, en Hij kondigde hen aan: “Mijn maaltijd is gereed!” Maar zij die geroepen waren, verontschuldigden zich… Ziet u, Degene die de oproep deed, was klaar, maarde geroepenen hielden de boot af; ze zijn dus verantwoordelijk voor hun eigen lot. Dat is de grote waardigheid van de christenen. De Heer heeft voor hen het Koninkrijk bereid, en Hij nodigt hen uit om binnen te komen; maar ze weigeren om te komen. Ten aanzien van de gave die ze moeten ontvangen, kan men zeggen dat als iemand… ellende verdraagt sinds de schepping van Adam tot aan het einde van de wereld, dat hij niets heeft gedaan in vergelijking met de heerlijkheid die hij zal erven, want hij zal regeren met Christus tot aan het einde der tijden. Glorie aan Hem die deze ziel zo lief heeft, dat Hij zichzelf aan haar heeft gegeven en heeft toevertrouwd, zo is zijn genade! Glorie aan zijne Majesteit!

Gregorius de Grote : Hebt u mijn zielsbeminde gezien ?

H. Gregorius de Grote (ca. 540-604), paus en kerkleraar Homilie over het Evangelie, 25,1-2.4-5 ; PL 76, 1189-1193 

Gregorius de grote8.jpg

 “Hebt u mijn zielsbeminde gezien?”

 

Hoe grote liefde woonde er in het hart van die vrouw: terwijl zelfs de leerlingen naar huis gingen, bleef zij, onwrikbaar, bij het graf van de Heer. Zij bleef zoeken naar Hem die zij niet gevonden had. Zij zocht onder tranen. Door het vuur van de liefde tot Hem ontstoken, brandde zij van verlangen naar Hem die zij weggenomen waande. Zo kwam het dat alleen zij Hem toen mocht zien, omdat zij gebleven was om Hem te zoeken. De kracht van het goede werk bestaat immers in de volharding. De stem van de Waarheid zegt: “Wie ten einde toe volhardt, zal gered worden” (Mt.10, 22)… Door het wachten waren haar verlangens gegroeid en zo konden zij vasthouden wat zij hadden gevonden. Heilige verlangens groeien door het wachten, maar als zij ten gevolge van het wachten verzwakken, zijn het geen echte verlangens geweest. Van deze liefde heeft iedereen gegloeid die tot de waarheid heeft kunnen komen. Daarom zegt David: “Mijn ziel heeft dorst naar God die leeft; zal ik Hem ooit bereiken en zijn aanschijn zien?” (Ps.42,3). Daarom ook zegt de kerk in het Hooglied: “Ik ben gewond door de liefde” en ook: “Ik ben ziek van liefde” (Hoogl. 2,5).”Vrouw, waarom schreit u? Wie zoekt u?” Men vraagt haar naar de oorzaak van haar smart. Zo wordt haar verlangen nog groter. Want, wanneer zij de naam noemt van Hem die zij zoekt, zal zij nog meer gloeien van liefde. Jezus zegt tot haar: “Maria!” Eerst spreekt Hij haar aan met het algemene woord ‘vrouw’ en zij herkent Hem niet. Maar dan noemt Hij haar bij haar naam. Het is alsof Hij duidelijk zegt: “Herken Hem door wie je gekend wordt: Ik ken je niet in het algemeen, zoals Ik de anderen ken. Ik ken je op een heel bijzondere wijze.” Omdat Maria bij haar naam genoemd wordt, herkent zij degene die spreekt, en noemt Hem onmiddellijk “Rabboeni”, dat wil zeggen: ‘Leraar’. Want Hij was het die zij buiten zocht, terwijl Hij in haar binnenste aanwezig was en zelf haar leerde Hem te zoeken.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

Cyrillus van Jeruzalem : Vergroot ons geloof

 


Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel
Ascetische uiteenzetting, 1ste serie, nr. 2

 

isaac the syrian.jpg

 

 

De verdwaalde schapen


 Heer Jezus Christus onze God, ik heb geen hart dat moeite doet om U te gaan zoeken, noch om berouw te hebben, noch vol van tederheid, ik heb niets wat kinderen tot hun erfdeel leidt. Meester, ik heb geen tranen om te bidden. Mijn geest is verduisterd door de dingen van dit leven en heeft niet de kracht om naar U uit te reiken in zijn verdriet. Mijn hart is koud tijdens de beproevingen, en de liefdestranen voor U kunnen zich niet verwarmen. Maar U, Heer Jezus Christus mijn God, schatkist van het goede, geef mij volledig berouw en een hart vol liefdesverdriet, opdat ik met heel mijn ziel naar U op zoek ga, want zonder U zal ik van al het goede verstoken zijn; o goede God, geef mij Uw genade. Dat de Vader die U, buiten de tijd in de eeuwigheid, heeft verwekt in zijn schoot, in mij de vormen van Uw beeld moge vernieuwen.

      Ik heb U verlaten; verlaat mij niet. Ik ben van U weg gegaan; ga naar mij op zoek. Leid mij naar Uw weidegronden; reken mij tot de schapen van Uw uitgekozen kudde. Voed mij samen met hen met het groene gras van Uw goddelijke mysteriën, waarvan het zuivere hart het verblijf is. Dat hart, dat in de schittering van Uw openbaringen, troost en zoetheid bevat, van hen die in de kwellingen en de beledigingen, moeite gedaan hebben voor U. Zouden wij een dergelijke heerlijkheid waardig mogen zijn, door uw genade en uw liefde voor de mens, U onze Redder Jezus Christus, in de eeuwen der eeuwen, Amen.


 

H. Gregorius van Nazianze : “Zie, mijn Dienaar, die Ik heb uitverkoren”

H. Gregorius van Nazianze (330-390), bisschop en kerkleraar
Homilie nr 44 voor Pasen; PG 36, 633 

 

 

 

 

Gregor_von_Nazianz_der_Juengere741.jpg

“Zie, mijn Dienaar, die Ik heb uitverkoren”

 

      Gods Zoon zelf, het Woord, bestond voordat de tijd een aanvang nam, de onzichtbare, de onbegrijpelijke, de onstoffelijke, het begin van het begin, het licht uit het licht, de bron van het leven en de onsterfelijkheid; de afdruk van het goddelijk oerbeeld, het onuitwisbaar zegel, het weergaloos beeld en het laatste Woord van de Vader. (Heb 1,3) Hij treedt nu zijn eigen beeld tegemoet (Gn 1,27) omkleedt zich met een menselijk lichaam omwille van de mens, neemt een geest en ziel aan omwille van mijn ziel om aan ons gelijk te worden en ons te reinigen. In alles wordt Hij mens, behalve in de zonde. …Hij die anderen hun rijkdom schenkt, wordt arm, maar Hij neemt de armoede van mijn lichaam aan om mij met zijn godheid te verrijken. Hij die de volheid is, ontledigt zich, Hij ontdoet zich voor een korte tijd van zijn eigen heerlijkheid om mij te laten delen in zijn overvloed.

      Wat een overstelpende goedheid! Wat een mysterie omwille van mij! Ik droeg het beeld van God, maar ik heb het verloren. Nu neemt Hij mijn mens-zijn aan om dat beeld te redden en aan mijn mens-zijn onsterfelijkheid te verlenen. Hij treedt met ons opnieuw in een gemeenschap, en wel een die de eerste ver overtreft. Zo moest door de menswording van God de mens worden geheiligd en God zelf wilde ons bevrijden door met kracht de tiran te overwinnen. Hij wilde ons tot zich terugbrengen door de bemiddeling van zijn Zoon die dit heeft volbracht tot eer van zijn Vader, aan wie Hij zich in alles gehoorzaam heeft getoond. 

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

Gregorius van Nyssa : Hij voelde medelijden met hen, want zij waren als schapen zondar herder

H. Gregorius van Nyssa (ca. 335-395), monnik en bisschop
Homilie over het Hooglied; PG 44, 801

 

Gregorius van Nyssa77.jpg

 

 

“Hij voelde medelijden met hen, want zij waren als schapen zonder herder”

 

Waar weidt U uw kudde, goede Herder die heel de kudde op uw schouders draagt? Want heel de menselijke natuur is dat ene schaap, dat U op uw schouders genomen hebt. Toon me de groene wei, laat me het water van de rust kennen, leid me naar het voedzaam gras, roep me bij mijn naam, opdat ik uw stem hoor, ik die uw schaap ben, en geef me door uw stem het eeuwig leven.

“Ja, zeg het mij, mijn Zielsbeminde. Zo noem ik U, omdat uw naam boven alle namen is en door geen enkel redelijk schepsel uitgesproken of begrepen kan worden. Die naam duidt op uw goedheid en getuigt van mijn gevoelens voor U. Hoe zou ik U niet beminnen, die mij zo bemind hebt, – en dat terwijl ik helemaal zwart was -, dat U uw leven gaf voor de schapen die U hoedde? Men kan geen grotere liefde uitdenken dan die waardoor U uw leven gaf voor mijn heil”.

“Maak me dan bekend ‘waar Je je kudde weidt’, zegt de bruid, dan kan ik de weide van het heil vinden en door de hemelse spijs gevoed worden, waarvan gezegd is dat niemand het leven binnen kan gaan als hij er niet van eet. Dan zal ik naar U, die de bron bent, toelopen en met volle teugen drinken van het goddelijk water dat U doet ontspringen voor degenen die dorst hebben. Sinds de lans de ader geopend heeft, vloeit het water voortdurend uit uw zijde, en degene die ervan drinkt, wordt een bron van water dat opborrelt tot eeuwig leven”

(Bijbelse referenties: Hoogl 1,7; Lc 15,5; Ps 23; Joh 10,3; Hoogl 1,7; Fil 2,9; Hoogl. 1,5; Joh 10,11; 15,13; 19,34; 4,14)

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org 

7e zondag na pinksteren : genezing van twee blinden

7e zondag na Pinksteren

 

 De genezing van twee blinden

blinden twee blinden.jpg

Genezing van de twee blinden

 

LEZINGEN :

Eerste lezing : Romeinen 15,1-7 :

Hoofdstuk 15 Wij, die bij de sterken horen, hebben de plicht de gevoeligheid van de zwakken te verdragen, zonder onszelf te zoeken. Laat ieder van ons bedacht zijn op het welzijn en de stichting van zijn naaste. Ook Christus heeft zichzelf niet gezocht. Er staat immers geschreven: De smaad van hen die U smaden, is op Mij neergekomen. Want alles wat eertijds is opgeschreven, werd opgeschreven tot onze lering, opdat wij door de volharding en de vertroosting die wij putten uit de Schrift, in hoop zouden leven. God, die de volharding en de vertroosting schenkt, verlene u ook de eensgezindheid, die u in Christus past, opdat u één van hart en uit één mond de God en Vader van onze Heer Jezus Christus verheerlijkt.
Samenvatting van de brief Aanvaard daarom elkaar, zoals ook Christus u aanvaard heeft, tot eer van God.

 

EVANGELIE : Mathheüs 9,27-35

 

Twee blinden zien Toen Jezus vandaar verderging, volgden Hem twee blinden, die schreeuwden: ‘Zoon van David, heb medelijden met ons.’ Toen Hij thuisgekomen was, kwamen de blinden naar Hem toe. Jezus zei tegen hen: ‘Hebt u er vertrouwen in dat Ik dit kan doen?’ Ze zeiden: ‘Ja, Heer.’ Toen raakte Hij hun ogen aan en zei: ‘Het moge u gaan overeenkomstig uw vertrouwen.’ [En hun ogen gingen open. En bars zei Jezus tegen hen: ‘Zorg dat niemand het te weten komt.’ Maar eenmaal buiten, maakten ze zijn faam bekend in heel die streek.
Een stomme begint te praten Terwijl zij weggingen, kijk, daar bracht men iemand bij Hem die niet kon spreken, omdat hij in de macht van een demon was. Toen de demon uitgedreven was, begon de stomme te praten. De menigte zei vol verbazing: ‘Zoiets is in Israël nog nooit vertoond.’ Maar de farizeeën zeiden: ‘Het is de opperdemon waardoor Hij de demonen uitdrijft.’
Aanstelling van de twaalf ] Jezus trok alle steden en dorpen rond, terwijl Hij in hun synagogen onderricht gaf, de goede boodschap van het koninkrijk verkondigde, en elke ziekte en elke kwaal genas.

Augustinus : Jezus als de Weg

Augustinus :

Jezus als de Weg

 

Augustine_Hippo_small.jpg

Het is onze opgave te lopen, maar dan op de weg te lopen. Wie de goede weg niet heeft, mist zijn doel; of erger nog, hij mat zich nutteloos af. Want hoe meer iemand zich inspant zonder de goede weg te hebben, des te verder dwaalt hij af. Welk is de weg die wij gaan ? Christus heeft gezegd : ‘Ik ben de Weg’. Wat is het vaderland waarnaar wij op weg zijn ? Christus heeft gezegd : ‘Ik ban de Waarheid’ . Ga langs Christus, ga naar Christus en vind uw rust in Hem. Om langs Hem te kunnen gaan, is Hij tot ons gekomen. Wij waren ver van Hem aan het ronddolen. Dat we ver van Hem aan het ronddolen waren, is eigenlijk nog te weinig gezegd : we konden ons van uitputting nauwelijks nog bewegen. Daarom kwam de geneesheer tot de zieken, kwam de weg tot de dolenden. Laten we ons door Hem redden, laten we langs Christus gaan.

Dat is geloven dat Jezus de Christus is. Zo geloven christenen die niet alleen in naam christen zijn, maar het ook zijn door hun daden en leven. Zo geloven de demonen niet, want volgens de schrift geloven de demonen ook dat God bestaat en ze beven van angst. Het geloof van de demonen kon niet verder komen dan de vaststelling ‘We weten wie gij zijt : de Zoon van God’. Wat de demonen zeiden, zei Petrus eveneens. Toen Jezus zijn leerlingen vroeg, wie Hij was en wat de mensen van Hem dachten, antwoordden ze : ‘Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de profeten’ Toen vroeg Jezus : ‘En gij, wie zegt gij dat Ik ben ?’ En Petrus antwoordde : ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God’. Toen mocht Petrus van de Heer horen : ‘Gelukkig zijt gij Simon, zoon van Jona, want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard, maar mijn Vader die in de hemel is”. Zie wat een lof dit geloof bewezen wordt : ‘Gij zijt Petrus en op deze rots zal ik mijn Kerk bouwen’. Wat betekenen de woorden ‘op deze rots zal ik mijn Kerk bouwen ?’ ‘Op deze rots’ betekent : op het geloof, dat zojuist beleden werd met de woorden ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God’. ‘Op deze rots’ zegt Jezus, ‘zal ik mijn Kerk bouwen’ Wat een eer.

Uit : ‘Eenheid en liefde’ : Augustinus preken over de eerste brief van Johannes pp.163-164 .Vertaald door dr. TJ van Bavel

6e zpondag na Pinksteren : ‘de verlamde’ en de heilige Profeet Elia’

6e zondag na Pinksteren

“Van de verlamde en de vergiffenis” en de “heilige profeet Elias”

 

elija.jpg

De heilige Profeet Elia

 

 

 Lezingen van de zondag

Romeinen 12,6-14

 We hebben verschillende gaven, onderscheiden naar de genade die ons geschonken is. Wie de gave heeft te profeteren, moet die in overeenstemming met het geloof gebruiken.  Wie de gave heeft bijstand te verlenen, moet bijstand verlenen. Wie de gave heeft te onderwijzen, moet onderwijzen.  Wie de gave heeft te troosten, moet troosten. Wie iets weggeeft, moet dat zonder bijbedoeling doen. Wie leiding geeft, moet dat doen met volle inzet. Wie barmhartig voor een ander is, moet daarin blijmoedig zijn.  Laat uw liefde oprecht zijn. Verafschuw het kwaad en wees het goede toegedaan.  Heb elkaar lief met de innige liefde van broeders en zusters en acht de ander hoger dan uzelf.  Laat uw enthousiasme niet bekoelen, maar laat u aanvuren door de Geest en dien de Heer.  Wees verheugd door de hoop die u hebt, wees standvastig wanneer u tegenspoed ondervindt, en bid onophoudelijk.  Bekommer u om de noden van de heiligen en wees gastvrij.  Zegen uw vervolgers; zegen hen, vervloek hen niet.

 Evangelie :

Mattheüs 9,1-8

Hij stapte weer in de boot en stak over, terug naar zijn eigen stad.  Daar probeerden een paar mensen een verlamde bij hem te brengen die op een draagbed lag. Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Wees gerust, uw zonden worden u vergeven.’  Daarop zeiden enkele schriftgeleerden bij zichzelf: Wat een godslasterlijke taal!  Jezus doorzag hun gedachten en zei: ‘Waarom hebt u zulke boosaardige gedachten?  Wat is gemakkelijker, te zeggen: “Uw zonden worden u vergeven” of: “Sta op en loop”?  Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ Toen zei hij tegen de verlamde: ‘Sta op, pak uw bed en ga naar huis.’  En hij stond op en ging naar huis.  Bij het zien hiervan werden de mensen van ontzag vervuld en ze loofden God, om de macht die hij aan mensen heeft verleend.

Verlamde15.jpg

De verlamde

Cyrillus van Jeruzalem : Ik ben het brood des levens

H. Cyrillus van Jeruzalem (313-350) bisschop van Jeruzalem en kerkleraar Doopcatechese 22

cyril-of-jerusalem 2.png

 

“Ik ben het brood des levens”

 

      Als Christus zelf over het brood zegt: “Dit is mijn lichaam”, wie zou daarover dan nog kunnen aarzelen? En als Hij bevestigt: “Dit is mijn bloed”, wie zou er dan nog over twijfelen? Eerder in Cana in Galilea had Jezus water in wijn veranderd – de wijn is verwant aan het bloed. Wie zou nu nog weigeren om te geloven dat Hij wijn in bloed verandert? Hij was op een bruiloft hierbeneden uitgenodigd en Hij deed een verbazingwekkend wonder; hoe kan men dan nog weigeren wat Hij geeft aan “de vrienden van de bruidegom” (Mt 9,15), namelijk de vreugde van zijn Lichaam en zijn Bloed?       Want zijn lichaam wordt gegeven in de verschijning van brood, en zijn bloed in de verschijning van wijn; als je hebt deelgenomen aan het lichaam en bloed van Christus, dan ben je met Hem één en hetzelfde lichaam en één en hetzelfde bloed. Zo worden wij “dragers van Christus” (Christoffel). Zijn lichaam en zijn bloed verspreiden zich in onze ledematen; zo worden we deelgenoot aan de goddelijke natuur. Eerder toen Hij zich met de joden onderhield zei Christus: “Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en hem zal Ik op de laatste dag uit de dood opwekken” (Joh 6,54). Als het brood en de wijn je alleen maar natuurlijk lijken, eindig daar dan niet … Als je zintuigen je op een dwaalspoor brengen, dan stelt het geloof je gerust.       Wanneer je dus naderbij komt om Hem te ontvangen, kom dan niet respectloos naar voren, door je handen uit te spreiden, de vingers uit elkaar. Maar daar de Koning op je rechterhand gaat rusten, maak daarom voor Hem een troon met je linkerhand, en ontvang in de holte van je hand het Lichaam van Christus en antwoordt: Amen!

Bron : www.dagelijksevangelie.org

Augustinus : Hij moet groter worden en ik kleiner (Joh 3,30)

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar Overweging over de geboorte van Johannes de Doper

“Hij moet groter worden en ik kleiner” (Joh 3,30)

 

      De geboorte van Johannes en van Jezus en vervolgens hun Lijden, laten het verschil tussen hen zien. Want Johannes wordt geboren als de dagen beginnen te korten. Christus als de dagen beginnen te lengen. Het korten van de dag is voor de één een symbool van zijn gewelddadige dood; het lengen van de dagen is voor de ander, de verheffing van het kruis.    De Heer openbaart ook een geheime betekenis … in verband met het woord van Johannes over Jezus Christus: “Hij moet groter worden en ik Augustine_Hippo_small.jpgkleiner”. De gehele menselijke gerechtigheid werd in Johannes opgebruikt. Over hem zei de Waarheid: “Onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is er niemand opgestaan die groter is dan Johannes de Doper” (Mt.11,11). Geen mens zou hem dus voorbij kunnen streven; maar hij was slechts een mens. Welnu, in onze christelijke genade wordt ons gevraagd om “de mens niet te roemen, maar de Heer” (2 Kor.10,17): de mens in zijn God, de dienaar in zijn meester. Daarom riep Johannes uit: “Hij moet groter worden en ik kleiner”. Natuurlijk is God niet verminderd of vermeerderd in zichzelf, maar bij de mensen groeit beetje bij beetje de ware ijver. De goddelijke genade groeit en de menselijke kracht vermindert tot de voltooiing die volgt in het verblijf van God, die in alle leden van Christus aanwezig is en waar alle tirannie, alle autoriteit, alle macht dood is en waar God alles in allen is (Kol.3,11).       Johannes de Evangelist zegt: “Het ware licht, dat elke mens verlicht en dat in de wereld moest komen, was er” (1,9). Johannes de Doper zegt: “Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen”. (Joh.1,16) Als het licht, dat in zichzelf altijd volkomen is, groeit in degene die erdoor verlicht is, vermindert deze mens in zichzelf door vernietiging van dat wat in hem zonder God was. Want de mens zonder God kan niets zonder te zondigen, en zijn menselijke kracht vermindert als de goddelijke genade welke de vernietiger is van de zonde, overwint. De zwakte van het schepsel eindigt in de kracht van de Schepper en de ijdelheden van onze egoïstische genegenheden smelten door de universele liefde. Terwijl Johannes de Doper ons, uit de diepte van onze ontreddering, de barmhartigheid van Jezus Christus toeroept: “Hij moet groter worden en ik kleiner”.

bron : www.dagelijksevangelie.org

4e zondag na pinksteren : van de hoofdman van Kafarnaum

4e zondag na Pinksteren

‘Van de hoofdman van Kafarnaüm’

kafarnaum 2.jpg

 

Lezingen :

Romeinen,6,18-23

U bent bevrijd van de zonde en dienaren geworden van de gerechtigheid. – Sprekend tot zwakke mensen, druk ik mij erg menselijk uit. – Zoals u eertijds uw ledematen in dienst hebt gesteld van onreinheid en steeds grotere bandeloosheid, zo moet u ze nu in dienst stellen van de gerechtigheid, tot uw heiliging. Toen u slaaf was van de zonde, was u vrij ten opzichte van de gerechtigheid. Welke vruchten hebben uw daden toen opgeleverd? Alleen dingen waarover u zich nu schaamt, want ze liepen uit op de dood. Maar nu, bevrijd van de zonde en dienstknecht geworden van God, oogst u heiligheid en tenslotte eeuwig leven. Want het loon van de zonde is de dood, maar de gave van God is het eeuwig leven in Christus Jezus onze Heer.

Evangelielezing :Matth. 8,5-13

Genezingen in Kafarnaüm Toen Hij in Kafarnaüm was gekomen, kwam een centurio naar Hem toe die Hem te hulp riep. Hij zei: ‘Heer, mijn kind ligt verlamd thuis, met vreselijk veel pijn.’ Hij zei hem: ‘Ik zal het komen genezen.’ De centurio antwoordde daarop: ‘Heer, ik ben niet waard dat U onder mijn dak komt, maar spreek een woord en mijn kind zal beter worden. Want ik ben iemand die onder bevel staat en soldaten onder zich heeft. Tegen de een zeg ik: “Ga!” en hij gaat, en tegen de ander: “Kom!” en hij komt, en tegen mijn slaaf: “Doe dit!” en hij doet het.’ Toen Jezus dit hoorde, was Hij verbaasd, en Hij zei tegen degenen die Hem volgden: ‘Ik verzeker u, bij niemand in Israël heb Ik zo’n groot vertrouwen aangetroffen. Ik zeg u dat velen uit oost en west zullen komen en aan tafel zullen gaan met Abraham, Isaak en Jakob in het koninkrijk der hemelen. Maar de kinderen van het koninkrijk zullen in de uiterste duisternis geworpen worden. Het zal daar een gejammer zijn en een tandengeknars.’ Jezus zei tegen de centurio: ‘Ga maar naar huis; het moge u gaan overeenkomstig uw vertrouwen.’ En op datzelfde uur werd zijn kind beter.