Cyprianos van Carthago : jullie moeten zo bidden : Onze Vader

  1. Cyprianus (ca. 200-258), bisschop van Carthago en martelaar
    Het gebed van de Heer, 8 (vert. brevier)

 

Cyprianus-de-Carthago 58.jpg

Cyprianos van Carthago

 

“Juliie moeten zo bidden: Onze Vader”

 

De Leraar van de vrede en Heer van de eendracht, Christus, wil niet dat ieder alleen voor zichzelf bidt. In ons gebed zeggen wij niet: “Mijn Vader die in de hemel zijt”, evenmin: “Geef mij heden mijn dagelijks brood”. Niemand vraagt dat alleen hem zijn schuld wordt vergeven of dat alleen hij niet in bekoring wordt gebracht en voor het kwaad behoed. Het is onze gemeenschap die bidt, voor allen. Wij bidden niet voor één persoon maar voor het gehele volk, want als volk zijn wij één.

De God van de vrede en de Heer van de eendracht, die ons geleerd heeft één te zijn en ons allen tezamen heeft gedragen, wil dat ieder bidt voor allen tezamen. Overeenkomstig dit gebod baden de drie jongelingen in de vuuroven één van geest en één van hart, met één stem … : “Toen hieven de drie mannen als uit één mond een loflied aan en verheerlijkten en prezen God” (Dan. 3,51) …. De apostelen en leerlingen baden op die wijze na de hemelvaart van de Heer: “Zij allen bleven eensgezind volharden in het gebed, samen met de vrouwen, met Maria de moeder van Jezus en met zijn broeders” (Hand. 1, 14). Dat zij zo vermochten te volharden in een eensgezind gebed, toont ons dat God die, zoals de psalm zegt, de eensgezinden in één huis doet wonen (Ps. 68,7 Vulg), alleen hen in zijn goddelijk en eeuwig huis toelaat die eensgezind zijn in het gebed.

http://www.dagelijksevangelie.org

Gregorius de Grote : je zult een schat in de hemel bezitten

  1. Gregorius de Grote (ca. 540-604), paus en kerkleraar Homilie over het Evangelie, nr.5 ; PL 76, 1093 (vert E. Dekkers en G. Bartelink osb)

gregorius de Grote 4876.jpg

Gregorius de Grote

 

“Je zult een schat in de hemel bezitten”

 

      Laat niemand, ook niet wanneer hij ziet dat sommigen veel hebben verlaten, bij zichzelf zeggen: “Ik wil hen die deze wereld verachten navolgen, maar ik heb niets om achter te laten”. Veel verlaat u, broeders en zusters, als u afstand doet van aardse verlangens. Al dat uitwendige, hoe gering ook, is voor God voldoende. Hij weegt immers ons hart en niet ons vermogen. En Hij weegt niet hoeveel men bij het offeren daarvan aanbiedt, maar op hoeveel liefde dit offer berust. … Het Rijk Gods is zoveel waard als je bezit… . Voor Petrus en Andreas was het de achtergelaten netten en het schip waard (Mt 4,20), voor de weduwe twee penningskes (Lc 21,2), voor een ander een beker koud water (Mt 10,42). Het Rijk Gods is dus, zoals wij reeds zeiden, zoveel waard als je bezit. Denkt eens na, broeders en zusters, wat is er goedkoper a Is men het koopt, wat kostbaarder, als men het bezit.       Maar misschien heeft men zelfs geen beker koud water ter beschikking om aan een hulpbehoevende te reiken; ook dan stelt het goddelijk woord ons gerust….: “Ere aan God in den hoge, en vrede op aarde voor de mensen van goede wil” (Lc 2,14). Want voor de ogen van God is de hand nooit zonder gave als de beurs van het hart met goede wil gevuld is… “Hoewel ik uitwendig geen gaven bezit om te offeren, vind ik toch iets binnen in mijzelf om op uw lofaltaar neer te leggen, mijn God….: aan U bevalt het offer op het altaar van het hart (Ps 55,13).

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

Heilige Efraïm de Syriër : Dan zal je scherp genoeg zien

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, kerkleraar
Sermon 3, 2.4-5

 

“Dan zal je scherp genoeg zien”

 

Door de stralende dag die U kent,

duw de duistere nacht weg, Heer,

ephraim_the_syrian2 28 januari.jpgopdat verlichte intelligentie

U dient met nieuwe zuiverheid.

Het begin van de omloop van de zon

markeert voor de stervelingen het begin van het werk;

bereid in onze zielen, Heer,

een woning voor die dag zonder einde.

Maak dat we in onze persoon

het verrezen leven zien

en vervul onze harten met uw eeuwig genot.

Druk in ons Heer, door onze trouw om U te dienen,

het teken van die Dag die niet afhangt

van het opkomen of de omloop van de zon.

Iedere dag omhelzen we U in de sacramenten

en we ontvangen U in ons lichaam:

sta ons toe dat we in onszelf

de verrijzenis waarop we hopen, ervaren.

Wees voor onze gedachten, Heer,

de vleugels die ons optillen in de hoogten

en ons brengen bij onze ware verblijfplaats.

Wij verbergen door de genade van de doop,

een schat in ons lichaam …

Konden we maar begrijpen tot welke schoonheid

wij geroepen zijn door de geestelijke schoonheid

die uw onsterfelijke wil in ons wakker maakt…

Dat uw verrijzenis, Jezus,

in ons de innerlijke mens laat groeien (cf Ef 3,16),

en dat het schouwen van uw mysteriën

de spiegel is, waarin we U van aangezicht tot aangezicht kunnen zien (cf 1Kor 13,12).

Maak dat we ons haasten, Heer, naar ons heilig vaderland,

en om het vanaf nu reeds te bezitten door het te schouwen,

zoals Mozes het heilige land

heeft gezien vanaf de top van de berg (Dt 34,1).

 

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

Cyprianus van Carthago :God dag en nacht dienen

  1. Cyprianus (ca. 200-258), bisschop van Carthago en martelaar
    Over het Onze Vader; PL 4, 544

 

Cyprian van Carthago.jpg

Cyprianus van Carthago

“God dag en nacht dienen”

 

In de heilige Schriften is Christus de ware zon en de ware dag; daarom is voor de christenen geen enkel uur uitgesloten, zonder ophouden en altijd moet men God aanbidden. Laten we, omdat we in Christus zijn, dat wil zeggen in het ware licht, gedurende de dag smeken en bidden. En wanneer volgens het tijdsverloop de nacht na de dag terugkomt, verhindert niets van de nachtelijke duisternis ons om te bidden: voor de kinderen van het licht (1Tes 5,5) is het altijd dag, zelfs ’s nachts. Wanneer is degene die het licht in zijn hart heeft, dan zonder licht? Wanneer ontbreekt dan de zon, wanneer is het dan geen dag meer voor degene voor wie Christus Zon en Dag is?

Verlaten we het gebed dus niet tijdens de nacht. Zo verkreeg Hanna, de weduwe, de gunst van God door te volharden in het gebed en in het waken, zoals er in het Evangelie staat geschreven: “Ze was altijd in de tempel en diende God dag en nacht met vasten en bidden”… Dat de luiheid en de nonchalance ons niet verhinderen om te bidden. Door de barmhartigheid van God zijn we herschapen in de heilige Geest en wij zijn herboren. Laten we dus al zijn wat we zullen worden. Wij moeten in een koninkrijk wonen waar er geen nacht meer bestaat, waar de zon onafgebroken zal schijnen, laten we nu al waken gedurende de nacht alsof het volop dag is. Wij zijn tot gebed geroepen en om God in de hemel onafgebroken te danken, laten we nu al beginnen om zonder ophouden te bidden en hierbeneden al dank te zeggen.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

Gregorius van Nazianze :“U hebt de mens wonderbaarlijk geschapen, U hebt om nog wonderbaarlijker wijze zijn waardigheid hersteld” (Collecta)

  1. Gregorius van Nazianze (330-390), bisschop en kerkleraar Sermon nr. 38, voor de Geboorte van Christus ; PG 36, 311v

 

gregorius van Nazianze (2).jpg

Gregorius van Nazianze

 

“U hebt de mens wonderbaarlijk geschapen, U hebt om nog wonderbaarlijker wijze zijn waardigheid hersteld” (Collecta)

 

Jezus Christus is geboren, breng Hem hulde! Christus is nedergedaald uit de hemel, ga Hem haastig tegemoet! Christus is op aarde, verheerlijk Hem! “Zing voor de Heer, heel de aarde. Laat de hemel verheugd zijn, laat de aarde juichen” (Ps 96,1.11). Hij komt vanuit de hemel bij de mensen wonen; jubel van vrees en vreugde: vrees om de zonden, vreugde om onze hoop. Vandaag zullen de schaduwen verdwijnen en het licht zal over de wereld opgaan; zoals vroeger in Egypte de duisternis werd verslagen, verlicht vandaag een kolom van vuur Israël. O volk, dat gezeten was in de duisternis van de onwetendheid, schouw vandaag dit enorme licht van de ware kennis, want “de oude wereld is voorbij, het nieuwe is er al” (2Kor 5,17). De wet trekt zich terug, de geest overwint (Rom 7,6); de schaduw gaat voorbij, de werkelijkheid verschijnt (Kol 2,17). Degene die ons het bestaan heeft geschonken, wil ons ook vervullen met geluk; dat geluk wat de zonde ons liet verliezen, wordt door de menswording van de Zoon weer gebracht… Zo is deze plechtigheid: wij begroeten vandaag de komst van God onder de mensen, opdat wij niet zouden komen tot bij God, maar terugkomen bij God; opdat we ons ontdoen van de oude mens en ons bekleden met de nieuwe mens (Kol 3,9); opdat wij, die dood waren in Adam, leven in Christus (1Kor 15,22)… Laten we deze dag vieren, deze dag is gevuld met goddelijke vreugde, niet met wereldse vreugde, maar ware hemelse vreugde. Wat een feest is dit mysterie van Christus! Hij is mijn voltooiing, mijn nieuwe geboorte.

bron : http://www.dagelijksevangelie.org

Anastasius van Antiochië : Hij is toch geen God van doden, maar van levenden

  1. Anastasius van Antiochië (?-599), monnik en daarna patriarch van Antiochië Overweging 5, over de Verrijzenis; PG 89, 1358

 

“Hij is toch geen God van doden, maar van anastasius van antiochie.jpglevenden”

 

       “Christus heeft de dood en vervolgens het leven gekend om de Heer te worden van de doden en de  levenden” (Rom 14,9); “God is niet de God van de doden, Hij is de God van levenden”. Aangezien de Heer van de doden leeft, zijn de doden niet meer doden maar levenden; het leven regeert in hen, opdat zij leven en de dood niet meer vrezen, evenals “Christus, verrezen uit de doden niet meer sterft” (Rom 6,9). Verrezen en bevrijd van de vergankelijkheid, zullen zij de dood niet meer zien; zij zullen aan de opstanding van Christus deelnemen, zoals Hijzelf deel nam aan hun dood. Immers als Hij op aarde is gekomen, welke tot dan toe de eeuwige gevangenis was, was dat om “de bronzen deuren te breken en de ijzeren grendels te verbrijzelen” (Jes 45,2), om ons leven uit de vergankelijkheid te trekken door het naar zich toe te trekken, en ons de vrijheid te geven in plaats van de slavernij.       Als dit heilsplan nog niet ten volle is verwezenlijkt, want de mensen sterven nog altijd en hun lichamen worden ontbonden door de dood, moet dat geen reden van ongeloof zijn. Nu reeds hebben wij de eerste vruchten ontvangen van wat ons werd beloofd, in de persoon van Degene die onze eerstgeborene is: “Met Hem, heeft Hij ons doen opstaan; Hij heeft ons met Hem in de hemelen laten regeren, in Christus Jezus” (Ef 2,6). Wij zullen de volle realisatie van deze belofte bereiken, als de tijd komt die door de Vader wordt bepaald, wanneer wij ons van de kinderjaren zullen ontdoen en “de staat van de volmaakte mens” hebben bereikt (Ef 4,13). Want de eeuwige Vader heeft gewild dat de gave die Hij ons heeft gedaan krachtig blijft… De apostel Paulus heeft het verklaard, want hij wist goed, dat het aan de gehele mensheid moest gebeuren door Christus, die ons armzalige lichaam naar het voorbeeld van zijn verheerlijkt lichaam zal omvormen” (Fil 3,21)… Het verheerlijkte lichaam van Christus is niet verschillend van het lichaam “in zwakte, zonder waarde gezaaid” (1Kor 15,43); het is hetzelfde lichaam dat in heerlijkheid wordt veranderd. En wat Christus heeft verwezenlijkt door zijn eigen mensheid, als eerste van onze natuur, naar de Vader te brengen, zal Hij volgens zijn belofte voor de hele mensheid doen: “Wanneer Ik van aarde zal worden opgeheven, zal Ik alle mensen tot Mij trekken” (Joh  12,32).

bron : http://www.dagelijksevangelie.org

Ireneus van Lyon : ik zeg u : Elia is reeds gekomen

  1. Ireneus van Lyon (ca130-ca 208), bisschop, theoloog en martelaar Tegen de ketterij, III, 10-11

 

Irenaeus_of_Lyons_202.jpg“Ik zeg u: Elia is reeds gekomen”

 

      Over Johannes de Doper, lezen we bij Lucas: “Hij zal groot zijn voor het aanschijn van de Heer, en vele zonen van Israël zal hij doen omkeren naar de Heer, hun God. Hij zal uitgaan voor zijn aanschijn met de geest en kracht van Elia om voor de Heer een goed toegerust volk gereed te maken” (Lc 1,15v). Voor wie heeft hij een volk gereed gemaakt en voor welke Heer was hij groot? Ongetwijfeld voor degene die gezegd heeft, dat Johannes “meer dan een profeet” was en dat “onder wie uit vrouwen geboren zijn, niemand ontwaakt is, die groter was dan Johannes de Doper” (Mt 11,9.11). Want Johannes bereidde een volk voor, door van te voren aan zijn mede-dienstknechten de komst van de Heer aan te kondigen en door hen over bekering te prediken. Opdat zij, als de Heer komt, in staat zouden zijn om zijn vergeving te ontvangen en opdat ze bij Hem terug zouden komen, van wie ze door hun zonden en hun overtredingen verwijderd waren… Daarom, door ze terug te brengen bij hun Heer, maakte Johannes voor de Heer een goed toegerust volk gereed, in de geest en kracht van Elia…       Johannes de Evangelist heeft ons gezegd: “Een mens wordt uitgezonden van bij God, Johannes is zijn naam. Hij komt tot getuigenis: om te getuigen van het Licht… Niet hijzelf was het Licht, nee, hij moest getuigen van het Licht (Joh1,6-8). Die wegbereider, Johannes de Doper, die getuigde van het licht, werd ongetwijfeld door God gestuurd, die … had beloofd door de profeten om zijn boodschapper voor het aanschijn van zijn Zoon uit zou sturen, om voor Hem de weg gereed te maken (Mal 3,1; Mc 1,2), dat wil zeggen om te getuigen van het Licht in de geest en kracht van Elia… Juist omdat Johannes een getuige is, heeft de Heer gezegd dat hij meer is dan een profeet. Alle andere profeten hebben de komst van het licht van de Vader aangekondigd en verlangden om waardig te zijn om Degene die ze predikten te zien. Johannes heeft net als zij geprofeteerd maar hij heeft Zijn aanwezigheid gezien, hij heeft Hem aangewezen en heeft velen overtuigd om in Hem te geloven, zodat hij tegelijkertijd de plaats van een profeet en van een apostel had. Daarom heeft Christus van hem gezegd dat hij “meer dan een profeet” was.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

27e zondag na pinksteren : Genezing op de sabbat

27e zondag na Pinksteren

‘Genezing op de sabbat’

 

genezing op sabbat2.jpg

Genezing op de sabbat

Lezingen

Ef.6,10-17

De wapenrusting van God [10] Ten slotte, zoek uw kracht bij de Heer en zijn almacht. [11] Trek de wapenrusting* van God aan om te kunnen standhouden tegen de listen van de duivel. [12] Want* onze strijd is niet gericht tegen vlees en bloed, maar tegen de heerschappijen, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis* en tegen de geesten van het kwaad in de hemelse* regionen. [13] Grijp daarom naar de wapenrusting van God om weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad en staande te blijven, strijdend tot het einde. [14] Stel u op, de waarheid als een gordel om uw middel, de gerechtigheid als een pantser om uw borst, [15] de ijver voor het evangelie van de vrede als schoeisel aan uw voeten. [16] Draag steeds het schild van het geloof, waarmee u alle brandende pijlen van het kwaad kunt doven. [17] Draag ook de helm van de redding en het zwaard van de Geest, dat wil zeggen, het woord van God.

Evangelie : Lucas 13,10-17

Genezing van een kromgebogen vrouw op sabbat [10] Eens gaf Hij op sabbat onderricht in een synagoge. [11] Daar bevond zich een vrouw die al achttien jaar leed onder een geest die haar ziek maakte. Ze liep krom en was niet in staat zich op te richten. [12] Jezus zag haar en sprak haar aan. ‘Vrouw’, zei Hij, ‘u bent van uw kwaal verlost.’ [13] Hij legde haar de handen op en onmiddellijk rechtte ze haar rug, en ze prees God. [14] Geërgerd, omdat Jezus op sabbat iemand genezen had, zei de voorzitter van de synagoge tegen de menigte: ‘Zes dagen zijn er om te werken. Dan kunt u komen om u te laten genezen, niet op sabbat.’ [15] De Heer gaf hem dit antwoord: ‘Huichelaars! Ieder van u maakt toch op sabbat zijn os of ezel los van de voerbak om hem te drinken te geven? [16] Moest deze dochter* van Abraham dan op sabbat niet losgemaakt worden van de boeien waarmee de satan haar al achttien jaar geleden heeft vastgebonden?’ [17] Toen Hij dat zei stonden al zijn tegenstanders beschaamd en verheugde de hele menigte zich over alle prachtige dingen die door Hem totstandkwamen.

Basilios de Grote : Ga uit naar wegen en akkers…om mensen binnen te laten komen; want mijn huis moet vol zijn

De Goddelijke Liturgie van de Heilige Basilius (4e eeuw)  Eucharistisch gebed, 1e deel

Basilius de grote 2.jpg

Heilige Basilios

 

“Ga uit naar wegen en akkers… om mensen binnen te laten komen; want mijn huis moet vol zijn”

 

      Heilig, heilig, heilig, U bent waarlijk heilig, Heer onze God, er is geen enkele beperking aan uw grootheid: U hebt met recht en gerechtigheid over alle dingen beschikt. U hebt de mens gevormd met het slijk van deze aarde, en U hebt hem vereerd met het beeld van God zelf, U hebt hem in het Paradijs vol met heerlijkheden geplaatst en hem de onsterfelijkheid en de vreugde van eeuwige goederen beloofd, als hij zich aan de geboden hield. Maar hij heeft uw gebod overtreden, ware God, en verleid door de sluwheden van de slang werd hij slachtoffer van zijn eigen zonde, hij heeft zich aan de dood onderworpen. Door uw rechtvaardige oordeel werd hij van het Paradijs verbannen naar onze wereld, teruggestuurd naar de aarde waaruit hij getrokken werd.       Maar U regelde voor hen het heil door de nieuwe geboorte in Christus, want U hebt uw schepsel, dat U in uw goedheid had geschapen, niet voor altijd verworpen; U hebt op vele wijzen met de grootheid van uw barmhartigheid, over haar gewaakt. U hebt de profeten gestuurd, U hebt wonderen gedaan door heiligen, die U in iedere generatie aangenaam waren; U hebt de Wet gegeven om ons te redden; U hebt engelen aangesteld om over ons te waken.       Toen de volheid der tijden kwam, hebt U tot ons gesproken door uw eniggeboren Zoon, door wie U het universum hebt geschapen; Hij is de schittering van uw glorie en het beeld van uw natuur; Hij draagt alles door zijn machtige woord; Hij heeft niet zijn gelijkheid aan God opgeëist, maar de God van de eeuwigheid is op aarde verschenen, Hij heeft met de mensen geleefd, is vlees geworden door de Maagd Maria, heeft zijn toestand als slaaf aanvaard, heeft ons gebrekkig lichaam aangenomen, om ons gelijk te maken aan zijn verheerlijkt lichaam (Heb 1,2-3;Fil 2,6-7;3,21).       Aangezien door de mens de zonde in de wereld gekomen is, en door de zonde de dood, heeft uw eniggeboren Zoon, Hij die eeuwig in uw schoot was, O Vader, maar die uit een vrouw geboren is, het zich tot taak gesteld om de zonde in zijn lichaam te veroordelen, opdat zij die in Adam stierven, het leven in Christus hadden (Rm 5,12;8,3). Door in deze wereld te leven heeft Hij ons heilsvoorschriften gegeven, en heeft Hij ons afgekeerd van de vergissingen van de afgoden, en heeft ons gebracht tot het kennen van U, ware God. Daardoor heeft Hij ons voor zich gewonnen als een uitverkoren volk, een koninklijk priesterschap, een heilige natie (1P 2,9).

Uit : http://www.dagelijksevangelie.org