Grillaert Nel : De opkomst van het Russische hesychasme: Nil Sorskij (1433-1508)

De opkomst van het Russische hesychasme: Nil Sorskij (1433-1508)

door Nel Grillaert

nil_sorsky heilige.jpg

Nil Sorskij

De geschiedenis van het Russische christendom wordt gekenmerkt door een toenemende vervreemding tussen de kerk en haar gelovigen. De kloof tussen het kerkelijke instituut en de piëteit van haar gelovigen wordt bij uitstek geïllustreerd door de ontwikkeling van het hesychasme in Rusland. Het hesychasme is een gebedspraktijk en gerelateerde theologische beweging die diep is verankerd in de monastieke en ascetische traditie van het Oosterse christendom. Het werd in de veertiende eeuw door Gregorios Palamas verdedigd als officiële leer van de orthodoxe kerk en conciliair onderschreven. Hoewel het hesychasme onmiskenbaar een fundamenteel ingrediënt is van de typische spiritualiteit van de Oosterse kerk,2

Lees verder “Grillaert Nel : De opkomst van het Russische hesychasme: Nil Sorskij (1433-1508)”

Doop van Jezus in de Jordaan

(6 januari)
Feest van de Heilige Theofanie van onze Heer en Verlosser Jezus Christus

 Doop van Christus in de Jordaan

 

 

doop van jezus582.jpg

 

LEZINGEN :

Titus 2, 11-14;3,4-7

2,11 De genade van God, bron van heil voor alle mensen, is op aarde verschenen. 12Zij leert ons goddeloosheid en wereldse begeerten te verzaken en bezonnen, rechtvaardig en vroom te leven in deze tijd, 13terwijl wij uitzien naar de zalige vervulling van onze hoop, de openbaring van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland Christus Jezus. 14Hij heeft zichzelf voor ons gegeven om ons van alle ongerechtigheid te verlossen en ons te maken tot zijn eigen volk, gereinigd van zonde, vol ijver voor alle goeds.
3,4Maar de goedheid en mensenliefde van God onze Heiland is op aarde verschenen, 5en hij heeft ons gered, niet omdat wij iets goeds gedaan zouden hebben, maar alleen omdat Hij barmhartig is. Hij heeft ons gered door het bad van wedergeboorte en vernieuwing door de heilige Geest. 6Want Hij heeft de Geest overvloedig over ons uitgestort door Jezus Christus onze Heiland. 7Zo zijn wij door zijn genade gerechtvaardigd en erfgenamen geworden van het eeuwige leven waar onze hoop op gericht is.

EVANGELIE :

Mattheüs 3,13-17 :

JEZUS DOOR JOHANNES GEDOOPT
13In die tijd kwam Jezus uit Galilea naar de Jordaan tot Johannes om zich door hem te laten dopen. 14Maar Johannes wilde Hem tegenhouden met de woorden: “Ik heb uw doopsel nodig, en Gij komt tot mij?” 15Jezus antwoordde hem: “Laat nu maar; want zo past het ons al wat is vastgesteld te volbrengen.” Toen liet hij hem toe. 16Nadat Jezus gedoopt was, steeg hij terstond uit het water. En zie, daar ging de hemel open en Hij zag de Geest Gods neerdalen in de gedaante van een duif en over zich komen; 17en een stem uit de hemel sprak: “Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie Ik welbehagen heb.”

Cyprianus van Carthago : Ons ware verblijf (over de dood)

H. Cyprianus (ca. 200-258), bisschop van Carthago en martelaar
Over de dood; PL 4, 583v

Cyprianos van Carthago5.jpg

Cyprianus van Carthago

 

Ons ware verblijf

 

Zusters en broeders, verlies nooit uit het oog dat we van de wereld hebben afgezien en dat wij hierbeneden als tijdelijke gasten leven, als vreemdelingen (Heb 11,13). Laten we de dag zegenen die aan ieder zijn ware verblijfplaats aanwijst en die, nadat we uit deze wereld zijn weggenomen en losgemaakt van zijn verbanden, ons het paradijs en het Koninkrijk der hemelen brengt. Wie zou zich niet haasten om naar zijn vaderland terug te gaan na een tijd in het buitenland te hebben verkeerd? Wie zou zich niet een gunstige wind wensen om te varen om zo sneller de zijnen te kunnen omhelzen? Ons vaderland is het paradijs; vanaf het begin hadden wij aartsvaderen als vaders.

Waarom haasten we ons dan niet om ons vaderland te zien, waarom rennen we niet om onze ouders te begroeten? Daarginds wacht een menigte van geliefden op ons, ouders, broers en zusters, kinderen die al zeker zijn van de redding, maar nog bezorgd zijn om het onze; ze verlangen ernaar om ons midden onder hen te zien… Daar bevindt zich het glorieuze koor van apostelen, de menigte die door de profeten is aangezet, het ontelbare leger van martelaren die bekroond zijn met hun overwinning op de vijand en het lijden….; daar stralen de maagden…; daar worden de mensen beloond die vol compassie waren, die hun handelingen van liefde vermeerderd hebben door in de behoeften van de armen te voorzien en die, trouw aan de voorschriften van de Heer, gekomen zijn om de aardse goederen los te laten voor de hemelse schatten.

Laten we ons haasten om ons ongeduld te stillen en ons bij hen voegen, om sneller voor Christus te verschijnen. Dat God in ons deze aspiratie vinden mag…, Hij geeft de hoogste beloning van zijn heerlijkheid aan hen die dit het vurigste hebben verlangt.

http://www.dagelijksevangelie.org

Fulgentius van Roespé

Heiligenleven

De heilige Fulgentius van Roespé

FulgentiusRuspe.jpg

Heilige Fulgentius van Roespé

De heilige Fulgentius, bisschop van Roespé (Noord-Afrika) werd geboren in 467 in Thelepte, waar hij ook stadsbestuurder werd. Maar reeds spoedig gaf hij deze post op om monnik te worden. Toen hij 40 jaar oud was werd hij tot bisschop gekozen, maar samen met vele andere orthodoxe bisschoppen werd hij door de ariaanse vandalen verbannen naar het woeste Sardinië, waar hij vele jaren moest blijven. Hij was een belangrijke schrijver over de orthodoxe leer. Steeds verlangde hij ernaar om zich in een klooster terug te trekken, maar zijn gelovigen hingen zozeer aan hem, dat hij hen niet inde steek wilden laten. Zo stierf hij in 533 in het ambt, 66 jaar oud.

uit : heiligenlevens voor elke dag. uitg. Orthodox klooster. Den Haag

Christus het Hoofd

Augustinus

Christus het Hoofd

 

Augustine_Hippo_small.jpgWat voor zin heeft het in Christus te geloven als ge Hem tegelijkertijd verwenst ? Ge aanbidt Christus, het hoofd, maar ge verwenst zijn lichaam, de Kerk. Christus houdt van zijn lichaam.Ook al hebt ge u losgemaakt van zijn lichaam, het hoofd verlaat daarom zijn lichaam nog niet. Het hoofd roept u toe : zó heeft het geen zin Mij te vereren. Het is ongeveer als wanneer iemand u wil kussen, maar daarbij op uw voeten trapt. Met gespijkerde schoenen wellicht trapt hij uw voeten plat, wanneer hij uw hoofd wil vastnemen om u te kussen. Onderbreekt ge dan zijn vererende woorden niet met te roepen : kijk uit, ge trapt op mijn voeten ? Ge zegt niet : ge trapt op mijn hoofd. Het hoofd werd immers overladen met eer. Het hoofd spreekt dus eerder voor de vertrapte ledematen dan voor zichzelf. Het hoofd roept : ik wil uw eerbetoon niet : houd liever op mij te trappen.

Durft gij tot het hoofd zeggen : hoe heb ik u getrapt ? Ik wilde u toch slechts omhelzen en kussen : Begrijp ge dan niet dat er een levende eenheid bestaat tussen het hoofd dat ge wilt omhelzen en de leden die ge vertrapt ? Van boven wilt ge mij eren, van onder vertrapt hij mij. De pijn om het vertrappen is groter dan de vreugde om de omhelzing, want wat gij wilt omhelzen heeft pijn om de leden die gij vertrapt. De tong zegt “ik heb pijn”, De tong zegt niet “mijn voet heeft pijn”, maar “ik heb pijn”, hoewel niemand de tong aangeraakt, gewond, geprikt of doorboord heeft.Toch lijdt de tong omdat zij verbonden is met het geheel van het lichaam. Zij moet noofzakelijk pijn hebben, zolang zij niet van het lichaam gescheiden is.
Daarom heeft onze Heer Jezus Christus bij zijn hemelvaart op de veertigste dag, zijn lichaam dat hier op aarde moest blijven, aan onze zorg aanbevolen. Hij wist dat vele mensen Hem zouden eren omdat Hij ten hemel opgestegen is.Maar Hij wist ook dat hun verering nutteloos zou zijn, wanneer zij zijn leden op aarde zouden vertrappen. Om elke vergissing uit te sluiten en te voorkomen dat men het hoofd in de hemel zou aanbidden, maar de leden op aarde zou vertrappen, verklaarde Hij waar zijn leden te vinden zouden zijn. Dat waren zijn láátste woorden vóór Hij ten hemel steeg; daarna heeft hij niet meer gesproken op aarde. Hij beval zijn leden op aarde aan en ging heen. Christus spreekt niet meer op aarde. Hij spreekt nog wel vanuit de hemel. Wat is de reden dat Hij nog vanuit de hemel spreekt? De reden is dat zijn leden op aarde vertrapt worden. Tot Saulus sprak Hij vanuit de hemel : “Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij ?” Ik ben wel ten hemel gestegen, maar ik verblijf nog evenzeer op aarde. Ik zit wel aan de rechterhand van de Vader, maar Ik heb nog honger, Ik lijd nog dorst en ben nog vraeemdeling op aarde.

uit : Augustinus : “eenheid en liefde” Augustinus preken over de eerste brief van Johannes” vertaling prof Van Bavel

 

Simeon de nieuwe theoloog: hymne 2

Simeon de Nieuwe Theoloog (ca 949-1022), Griekse monnik
Hymne 2

 

Simeon de neuwe theoloog + basilios.jpg

Symeon de Nieuwe Theoloog en Basilius

 

Hymne 2 :

“De engelen in de hemel schouwen onophoudelijk het gelaat van mijn Vader” (Mt 18,10)

Ik dank U omdat U me hebt gegeven om te leven,
om U te kennen en U te aanbidden, mijn God.
Want “het leven, dat is U kennen, U enige God” (Joh 17,3),
Schepper en Auteur van alles,
niet geschapen, zonder begin, uniek,
en uw Zoon, door U verwekt
en de Heilige Geest, uit U voortkomend,
de verenigde Drie-eenheid van alle lofzang…

Wat is er bij de engelen, bij de aartsengelen,
de machten, de cherubijnen en de serafijnen
en alle andere geliefde hemelse legerscharen,
aan heerlijkheid of aan onsterfelijk licht
aan vreugde, aan straling van onstoffelijk leven,
dan het enige licht van de Heilige Drie-eenheid?

Noem mij ook maar een onlichamelijk of lichamelijk wezen,
en je zult ontdekken dat God dat alles heeft gemaakt.
Als men je waarover ook spreekt, over die van de hemel,
die van de aarde, of die van de afgronden,
voor hen ook, voor allen, is er slechts één leven, één heerlijkheid
één verlangen en één koninkrijk,
één unieke rijkdom, vreugde, kroning, overwinning, vrede
of welke andere schittering het ook zij:
de kennis van de Oorsprong en de Oorzaak
van waar alles is gekomen, van waaruit alles is geboren.
Daar is Degene die de dingen van boven en van beneden handhaaft.
Daar is Degene die alle geestelijke wezens op orde brengt.
Daar is Degene die heerst over alle zichtbare wezens…

Ze zijn in kennis gegroeid en verdubbeld in vrees,
toen ze Satan zagen vallen
en diens knechten meegenomen door de zelfgenoegzaamheid.
Zij die gevallen zijn, zijn dat alles vergeten,
slaven van hun trots,
terwijl zij die er de kennis van bewaard hebben,
opgeheven zijn door vrees en liefde,
zich hechten aan hun Heer.
Zo maakte de erkenning van zijn heerschap
ook de groei van hun liefde
omdat ze de verblindende schittering van de Drie-eenheid
beter en helderder zagen.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

heiligenleven : de heilige Eulogios

heiligenleven

 

De heilige Eulogion de Gastvrije

 

eulogios1.jpg

Miniatuur uit het Menologion van Basilios II

Hij was een steenhouwer in Egypte, een man met geweldige kracht. Overdag spande hij zich tot het uiterste in, maar s’avonds hield hij open tafel voor de armen en alle hongerigen.Hierdoor ontstonden vele vriendschappen, met leken en monniken. Vooral de monnik Daniël had een grote verering voor Eulogios, en hij stelde zich voor hem zijn liefdadigheid in groter verband te laten beoefenen. Hij wist een aantal rijke christenen te interesseren en bracht zo geld bij elkaar voor het oprichten van een pelgrimshuis, waar velen gespijzigd zouden kunnen worden. Toen Eulogios dit geld in handen kreeg, en hij een belangrijk man werd, bleek hij huier niet tegen opgewassen. Hij trok naar Constantinopel, waar hij de zaak groot zou aanpakken, maar al wat er gebeurde was dat hij een luxueuze villa inrichtte voor zichzelf met een stoet bedienden en een gemakkelijk leventje ging leiden. Dit liep natuurlijk spaak. Daniël kwam naar Constantinopel maar slaagde er niet in Eulogios weer in het rechte spoor te brengen, en keerde bedroefd terug. Hij kon verder niets doen dan voor zijn vriend te bidden. Het geval kwam echter keizer Justinianus ter oren; de zaak werd geconfiskeerd. Eulogios werd gevoelig gestraft en kwam met schande naar Egypte terug. Daniël sprak hem moed in en hielp hem zijn vroeger leven weer op te nemen. Door harde arbeid en gastvrijheid boette Eulogios zijn zonde uit. Toen de zwakte van de ouderdom het werk in de steengroeve onmogelijk maakte, trok Eulogios naar de monniken in de woestijn, waar hij leerde bidden en mediteren. Tenslotte is hij een heilige dood gestorven op 25 april van het jaar 585.

Uit : heiligenlevens voor elke dag. Uitg.orth.klooster Den Haag.

24e zondag na Pinksteren

24e zondag na pinksteren

“Genezing op een sabbat van een vrouw”

genezing op sabbat2.jpg

LEZINGEN :

Efeziërs,2,14-22 :

Want Hij is onze vrede, Hij die de twee werelden* één gemaakt heeft, en de scheidsmuur* heeft neergehaald, door in zijn vlees de vijandschap*, [15] de wet* met haar geboden en verordeningen, te vernietigen. Hij heeft vrede gesticht door in zijn persoon uit die twee één nieuwe* mens te scheppen, [16] en beiden in één lichaam met God te verzoenen door het kruis, waaraan* Hij de vijandschap heeft gedood. [17] En bij zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u die veraf was en vrede aan hen die dichtbij waren. [18] Want door Hem hebben wij beiden in één Geest toegang tot de Vader.
[19] Zo* bent u dus geen vreemdelingen en ontheemden meer, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, [20] gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten*, waarvan Christus Jezus zelf de hoeksteen is. [21] Op Hem, die het hele bouwwerk in zijn voegen houdt, groeit* het uit tot een heilige tempel in de Heer. [22] Op Hem wordt ook u mee opgebouwd tot een woning van God, in de Geest.

of

Galaten, 3,23- 4,5

[23] Vóór de komst van het geloof stonden wij onder bewaking van de wet, opgesloten tot het geloof zou worden geopenbaard. [24] De wet is dus voor ons een oppasser geweest tot de komst van Christus, opdat wij gerechtvaardigd zouden worden door het geloof. [25] Maar nu het geloof is gekomen, staan wij niet langer onder de oppasser. [26] Want u bent allemaal kinderen van God door het geloof, in Christus Jezus. [27] Want allemaal bent u in Christus gedoopt*, met Christus bekleed. [28] Er is geen Jood of Griek meer, er is geen slaaf of vrije, het is niet man en vrouw: u bent allemaal één in Christus Jezus. [29] Maar als u bij Christus hoort, dan bent u ook nageslacht van Abraham, erfgenamen overeenkomstig de belofte.
Hoofdstuk 4
[1] Ik* bedoel dit: zolang de erfgenaam onmondig is, verschilt hij in niets van een slaaf, hoewel hij heer van alles is; [2] maar hij staat onder voogden en beheerders tot het tijdstip* dat door zijn vader is bepaald. [3] Zo waren ook wij* slaven zolang we onmondig waren, onderworpen aan de machten* van de kosmos. [4] Maar toen de volheid* van de tijd gekomen was, heeft God zijn Zoon gezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, [5] om hen die onder de wet stonden vrij te kopen, opdat wij de rang van zonen* zouden krijgen

EVANGELIE:

Lucas 13,10-17

Eens gaf Hij op sabbat onderricht in een synagoge. Daar bevond zich een vrouw die al achttien jaar leed onder een geest die haar ziek maakte. Ze liep krom en was niet in staat zich op te richten. Jezus zag haar en sprak haar aan. ‘Vrouw’, zei Hij, ‘u bent van uw kwaal verlost.’ Hij legde haar de handen op en onmiddellijk rechtte ze haar rug, en ze prees God. Geërgerd, omdat Jezus op sabbat iemand genezen had, zei de voorzitter van de synagoge tegen de menigte: ‘Zes dagen zijn er om te werken. Dan kunt u komen om u te laten genezen, niet op sabbat.’ De Heer gaf hem dit antwoord: ‘Huichelaars! Ieder van u maakt toch op sabbat zijn os of ezel los van de voerbak om hem te drinken te geven? Moest deze dochter van Abraham dan op sabbat niet losgemaakt worden van de boeien waarmee de satan haar al achttien jaar geleden heeft vastgebonden?’ Toen Hij dat zei stonden al zijn tegenstanders beschaamd en verheugde de hele menigte zich over alle prachtige dingen die door Hem totstandkwamen.

of

Marcus,5,24-34

(24)Hij ging met hem mee. Een grote menigte volgde Hem, en ze drongen tegen Hem op.
[25] Er was een vrouw bij die al twaalf jaar aan vloeiingen* leed. [26] Ze had veel te lijden gehad van allerlei dokters en alles uitgegeven wat ze had, en er geen baat bij gevonden; ze was er eerder op achteruitgegaan. [27] Omdat ze over Jezus gehoord had, kwam ze door de menigte naar Hem toe en raakte van achteren zijn kleren aan. [28] ‘Want’, dacht ze, ‘als ik zijn kleren maar aanraak, zal ik gered worden.’ [29] Meteen droogde de bron van haar bloed op, en ze voelde aan haar lichaam dat ze van haar kwaal was genezen. [30] Maar Jezus, die zelf meteen voelde dat er een kracht van Hem was uitgegaan, draaide zich in de menigte om en zei: ‘Wie heeft mijn kleren aangeraakt?’ [31] Zijn leerlingen zeiden tegen Hem: ‘U ziet hoe de menigte tegen U opdringt, en U zegt: “Wie heeft Mij aangeraakt?” ’ [32] Maar Hij keek rond om de vrouw te zien die dat gedaan had. [33] De vrouw werd bang en begon te beven, omdat ze wist wat er met haar gebeurd was. Ze kwam naar voren, wierp zich voor zijn voeten en vertelde Hem de hele waarheid. [34] Maar Hij zei haar: ‘Mijn dochter, uw vertrouwen is uw redding*; ga in vrede, en blijf van uw kwaal verlost.’

Basilius de Grote : een bruggenbouwer

Basilius de Grote: een bruggenbouwer

Basilios de grote  77.jpg

De monnik | Wie is Christus? | De botsing met de keizer | De zorg voor de armen | Zaken zijn zaken | Nieuwe verwikkelingen | Het dispuut over de Geest | De schepping | De cultuur

De monnik
Basilius leefde van 310 tot 379 n.Chr.. Hij werd geboren te Caesarea in Cappadocië (een streek in het huidige Turkije), als oudste zoon van een christelijk gezin. Zijn ouders hadden beiden vervolgingen meegemaakt, maar toch keerden zij zich niet tegen de ‘boze’ buitenwereld. Ze gaven Basilius daarentegen een brede vorming, dat wil zeggen dat hij zich bekwaamde in vele vormen van wetenschap. Hij raakte thuis in de platoonse, aristotelische en stoïcijnse denkwereld, en hij kwam in contact met tal van geleerden, onderzoekers, schrijvers en poëten.
Ondanks dit alles raakte Basilius onder de indruk van het ascetische ideaal. Dankzij de bisschop van Sebaste – Eustathius – trokken zijn oudere zus Macrina en zijn moeder zich na het overlijden van zijn vader terug in de eenzaamheid van arbeid en gebed. Ook Basilius maakte een radicale keuze. Hij wilde gehoor geven aan de roeping die losstaat van de wereldse ‘wijsheid’ en die zijn vorige leven volledig in de schaduw stelde. Hierbij riep hij de hulp in van monniken. Basilius raakte sterk onder de indruk van een leven van volmaaktheid door goederen aan de armen te geven en daardoor los te komen van de aardse verlokkingen. Hij maakte reizen naar Egypte, Palestina, Coële-Syrië en Mesopotamië. Tijdens deze reizen werd hij sterk aangesproken door de asceten die hij daar tegenkwam. Na thuiskomst liet Basilius zich dopen, om zich vervolgens bij zijn moeder en zus aan te sluiten in Annisi.
Basilius wilde Christus volgen door het kruis op te nemen en zichzelf te verloochenen. Dat betekende voor hem afstand doen van alles wat hem bond, dus ook de denkbeelden van zijn studie. De vraag blijft echter of Basilius ooit écht heeft gebroken met het denken van zijn verleden. Voor het monniken-ideaal waren er in de tijd van Basilius diverse voorbeelden, zoals de volgelingen van Antonius, van Pachomius en Eustathius. Basilius’ grote liefde betrof de natuur, de plek bij uitstek om tot rust te komen. Dit punt speelde een grote rol bij de totstandkoming van zijn gedachten met betrekking tot het leven van monniken, die hij op schrift heeft gesteld.

Lees verder “Basilius de Grote : een bruggenbouwer”

Basilios van Caesarea :”Jezus zei hun…altijd te bidden”

H. Basilius (ca 330-379), monnik en bisschop van Caesarea in Cappadocië, kerkleraar
Homelie 5

Basilios of_caesarea _de Grote.jpg

Basilios van Caesarea

 

“Jezus zei hun…altijd te bidden”

 

 

U moet uw gebed niet beperken tot een in woorden geformuleerde vraag. God heeft het immers niet nodig dat men Hem toespreekt; Hij weet, zelfs als we niets vragen, wat nuttig voor ons is. Wat valt er te zeggen? Het gebed bestaat niet uit formules; zij omvat het gehele leven. “Of u dus eet of drinkt, of wat dan ook doet, doe alles tot eer van God” (1Kor 10,31). Zit u aan tafel? Bid: door uw brood te nemen, dank Degene die het u heeft gegeven; als u uw wijn drinkt, herinner u dan Degene die u die gave heeft gegeven om uw hart te verblijden en uw ellende te verlichten. Als de maaltijd beëindigd is, vergeet dan niet de herinnering aan uw weldoener. Als u zich aankleedt, bedank dan Degene die het u gegeven heeft; als u uw mantel aantrekt, getuig dan van genegenheid voor God die ons kleding levert voor zowel de winter als de zomer, en om ons leven te beschermen.

Dank aan het einde van de dag, Degene die u de zon heeft gegeven voor het dagelijks werk en het vuur om de nacht te verlichten en om onze behoeften te voorzien. De nacht geeft u redenen tot dankbaarheid; door naar de hemel te kijken en door de schoonheid van de sterren te aanschouwen, bid dan tot de Meester van het universum die alles gemaakt heeft met wijsheid. Als u de gehele natuur ingeslapen ziet, aanbid dan nog steeds Degene die ons door de slaap van onze vermoeidheid ontlast en die ons door een beetje rust de energie aan onze krachten teruggeeft.

Zo zult u bidden zonder ophouden, als door de formules uw gebed onbevredigend is, blijft u daarentegen verenigd met God gedurende uw hele bestaan, door zo van uw leven een onophoudelijk gebed te maken.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

feest heilige apostel Andreas

kaart (153 x 90).jpg

FEESTDAG VAN DE HEILIGE APOSTEL EN EERSTGEROEPENE ANDREAS

Patroonfeest van de Orthodoxe kerk van Gent
Pontificale Goddelijke Liturgie voorgegaan door Metropoliet Athenagoras om 10.00u

 

 

Andreas 158.JPG

heilige Apostel Andreas de eerstgeroepene der apostelen

 

Lezingen

Apostellezing : 1 Kor.4,9-16

Want ons, apostelen, heeft God volgens mij de minste plaats toegewezen, die van ter dood veroordeelden. Wij zijn een schouwspel geworden voor heel de wereld, voor engelen en voor mensen: wij zijn dwaas ter wille van Christus, en u bent zo verstandig in Christus! Wij zijn zwak, u bent sterk; u geëerd, wij geminacht.Tot nu toe lijden wij honger en dorst. Wij zijn naakt en krijgen slaag, wij zijn dakloos en matten ons af om met eigen handen de kost te verdienen. Worden wij uitgescholden, dan zegenen wij; worden wij vervolgd, dan verdragen wij het; op smaad antwoorden wij minzaam. Wij worden nog steeds behandeld als het schuim der aarde, als het uitvaagsel van de maatschappij. Niet om u beschaamd te maken schrijf ik dit, maar om u te vermanen als mijn dierbare kinderen. Misschien hebt u in Christus duizend opvoeders, maar veel vaders hebt u niet. Ik ben het die u door het evangelie in Christus Jezus heb verwekt. Ik mag u dus aansporen: neem een voorbeeld aan mij.

 

Evangelielezing : Joh.1,35-51

De eerste leerlingen De volgende dag was Johannes daar weer; twee van zijn leerlingen waren bij hem. Hij richtte zijn blik op Jezus, die daar langskwam, en zei: ‘Daar is het lam van God.’ De twee leerlingen gaven gehoor aan zijn woord en volgden Jezus. Jezus keerde zich om, zag dat ze Hem volgden en sprak hen aan: ‘Zoeken jullie iets?’ Ze zeiden: ‘Rabbi (dat betekent: meester), waar houdt U uw verblijf?’ Hij antwoordde: ‘Kom mee en je zult het zien.’ Ze gingen mee, en zagen waar Hij zijn verblijf hield. En ze verbleven die dag bij Hem. Het was ongeveer het tiende uur. Andreas, de broer van Simon Petrus, was een van die twee die naar Johannes hadden geluisterd en Jezus waren gevolgd. De eerste die hij ging opzoeken was zijn broer Simon. ‘We hebben de Messias gevonden!’ zei hij. (Messias betekent: gezalfde.) Daarop bracht hij hem bij Jezus. Jezus richtte zijn blik op hem en zei: ‘Jij* bent Simon, de zoon van Johannes; voortaan zul je Kefas heten.’ (Dat betekent: rots).
Jezus roept Filippus en Natanaël De volgende dag, toen Hij besloten had om naar Galilea te gaan, ontmoette Hij Filippus. ‘Volg Mij’, zei Jezus tegen hem. Filippus was afkomstig uit Betsaïda, de stad waar ook Andreas en Petrus vandaan kwamen. Filippus ging Natanaël opzoeken en zei tegen hem: ‘Degene over wie Mozes in de Wet en ook de profeten hebben geschreven, die hebben we gevonden: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.’ ‘Nazaret?’ zei Natanaël. ‘Kan daar iets goeds vandaan komen?’ Maar Filippus hield vol: ‘Kom mee en je zult het zien.’ Jezus zag dat Natanaël naar Hem toe kwam en zei over hem: ‘Daar heb je een echte Israëliet, in wie geen oneerlijkheid is.’ ‘Waar kent U mij van?’ vroeg Natanaël. Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Nog voordat Filippus je kwam roepen, toen je onder de vijgenboom* zat, had Ik je al gezien.’ ‘Rabbi,’ zei Natanaël, ‘U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël!’ Waarop Jezus zei: ‘Je gelooft dus omdat Ik zei dat Ik je gezien heb onder de vijgenboom? Je zult nog grotere dingen zien!’ En Hij voegde eraan toe: ‘Waarachtig, Ik verzeker jullie: je zult zien hoe de hemel* geopend is en Gods engelen opstijgen en neerdalen boven de Mensenzoon.

 

kerk van gent.jpg

Gregorius van Nyssa :”Zalig jullie armen”

H. Gregorius van Nyssa (ca. 335-395), monnik en bisschop
De Zaligsprekingen 1

 

Gregor_von_Nazianz_der_Juengere741.jpg

 

“Zalig jullie armen”

 

 

Aangezien bijna alle mensen op natuurlijke wijze naar de trots worden gebracht, begint de Heer met de Zaligsprekingen door het oorspronkelijk kwaad van de zelfgenoegzaamheid te verwijderen en door aan te raden om de ware vrijwillige Arme, die werkelijk gelukkig is, na te volgen – door op Hem te lijken naar ons vermogen, door een vrijwillige armoede, om zo deel te hebben aan zijn zaligspreking, aan zijn geluk. “Die gezindheid moet onder u heersen welke ook Jezus Christus bezielde. Hij die bestond in goddelijke majesteit heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God: Hij heeft zich van zichzelf ontdaan en het bestaan van een slaaf aangenomen” (Fil 2,5-7).

Wat is er ellendiger voor God dan de gestalte van een dienstknecht aan te nemen? Wat is er geringer voor de Koning van het universum, dan onze menselijke natuur aan te nemen? De Koning der koningen en de Heer der heren, de Rechter van het universum betaalt belasting aan de keizer (1Tm 6,17; He 12,23; Mc 12,17). De Meester van de schepping omhelst deze wereld, gaat een grot binnen, vindt geen plaats in een herberg en neemt toevlucht in een stal, in gezelschap van redeloze dieren. Degene die zuiver en onbevlekt is neemt de zonden van de menselijke natuur op zich, en na al onze ellende te hebben gedeeld, gaat Hij door tot aan de ervaring van de dood. Beschouw de mateloosheid van zijn vrijwillige armoede! Het Leven proeft de dood; de Rechter is voor de rechtbank gesleept; de Meester van het leven van allen, onderwerpt zich aan de gezagsdragers; de Koning van de hemelse machten onttrekt zich niet aan de beulen. Naar dit voorbeeld, zegt de heilige Paulus, wordt nederigheid gemeten (Fil 2,5-7).

bron : http://www.dagelijksevangelie.org