Ontslaping van de Moeder Gods

ONTSLAPING VAN DE

MOEDER GODS

ontslaping van de Moeder Gods

 

LEZINGEN

Epistel : Fil.2,5-11

Die gezindheid moet onder heersen die ook in Christus Jezus was:
Hij die bestond in de gestalte van God
heeft er zich niet aan willen vastklampen
gelijk aan God te zijn.
Hij heeft zichzelf ontledigd
en de gestalte van een slaaf aangenomen.
Hij is aan de mensen gelijk geworden.
En als mens verschenen heeft Hij zich vernederd;
Hij werd gehoorzaam tot de dood,
de dood aan een kruis.

Lees verder “Ontslaping van de Moeder Gods”

Heiligenleven: Job eerste patriarch van Moscou

border 059.jpg

Heiligenleven

Heilige Job eerste Patriarch van Moscou

Job van Moscou eerste patriarch.jpg

Job van Moscou

De heilige Job, de eerste patriarch van Moskou en Rusland. Hij was geboren in een winkeliersgezin in Staritsa aan de Twer. Zijn moeder werd later de bekende moniale Pelagia, maar over Jobs jeugd is verder niets bekend. De familie wilde hem uithuwelijken maar Job werd monnik in het Ontslapingsklooster van Staritsa en bleef daar vele jaren.

Lees verder “Heiligenleven: Job eerste patriarch van Moscou”

10e zondag na Pinksteren

border altaar7.gif

10e zondag na Pinksteren

‘Genezing van een bezeten jongen’

 

bezetene2.jpg

tafereel uit een oud handschrift uit Duitsland

bezeten man.jpg

Christus geneest een bezeten man

 

LEZINGEN

1 korintiërs 4,9-16

9 Want ons, apostelen, heeft God, dunkt mij, de minste plaats aangewezen, die van ter dood veroordeelden. Wij zijn een schouwspel geworden voor heel de wereld, voor engelen en voor mensen: 10wij zijn dwaas ter wille van Christus, gij zijt zo verstandig in Christus: wij zijn zwak, gij sterk; gij geëerd, wij geminacht. 11Tot op dit eigen ogenblik lijden wij honger en dorst, zijn wij naakt en krijgen wij slagen, zijn wij dakloos 12en matten ons af met handenarbeid. Worden wij beschimpt, wij zegenen; worden wij vervolgd, wij dulden het; 13smaad beantwoorden wij met minzaamheid. Tot nu toe worden wij behandeld als het schuim der aarde, als het uitvaagsel van de maatschappij. 14Dit schrijf ik niet om u beschaamd te maken, maar om u terecht te wijzen als mijn dierbare kinderen. 15Want al hadt gij in Christus duizend opvoeders, gij hebt maar een vader. Ik ben het die u door het evangelie in Christus Jezus heb verwekt. 16Ik mag u dus aansporen: volgt mij na. 

Matteüs 17,14-23 :

GENEZING VAN EEN BEZETEN JONGEN

14Toen zij bij het volk gekomen waren, kwam een man naar Hem toe, wierp zich op de knieën voor Hem neer 15en sprak: “Heer, ontferm U over mijn zoon, want hij lijdt aan vallende ziekte en is er slecht aan toe. Dikwijls valt hij in het vuur en in het water. 16Ik heb hem bij uw leerlingen gebracht, maar die waren niet bij machte hem te genezen.” 17Jezus gaf ten antwoord: “O, ongelovig en verworden geslacht, hoelang nog moet Ik bij u zijn, hoelang nog u verdragen? Brengt hem hier bij Mij.” 18En onder de dwang van Jezus’ woord ging de boze geest uit hem weg; op datzelfde ogenblik was de jongen genezen. 19Toen de leerlingen met Jezus alleen waren, vroegen zij Hem: “Waarom hebben wij hem niet uit kunnen drijven?” 20Jezus zei hun: “Om uw gebrek aan geloof. Voorwaar, Ik zeg u: wanneer gij een geloof bezit, ook al is dit klein als een mosterdzaadje, dan kunt ge tot deze berg zeggen: verplaats u van hier naar daar, en hij zal zich verplaatsen. Niets zal u onmogelijk zijn.” 21(Maar dit soort wordt alleen uitgedreven door gebed en vasten.)
TWEEDE LIJDENSVOORSPELLING
22Terwijl zij nog in Galilea bijeen waren, sprak Jezus tot hen: “De Mensenzoon zal worden overgeleverd in de handen der mensen, 23en ze zullen Hem doden, maar op de derde dag zal Hij verrijzen.” Zij werden zeer bedroefd.

 

genezing458.jpg

A.Louf : Heer,leer ons bidden

 

 

border Christus panto.gif

André Louf: HEER, leer ons bidden

 

bidden.jpg

EERSTE HOOFDSTUK

BIDDEN VANDAAG?
Over bidden weten we zo weinig. Het is een geheim waarvan we vermoeden dat het verborgen ligt, ergens diepweg bij de bronnen van het hart. Zoals andere mysteries van het mensenleven : de geboorte van een nieuw wezen, de liefde die ontluikt en opbloeit, de beproeving die haar hoogtepunt vindt in de dood, en dat wat op de dood volgt. Dit alles roept bij de mens gemengde gevoelens op. Verlangen en vrees, liefde en ontzag wisselen elkaar af. Zolang die waarden niet tot een persoonlijke waarde geworden zijn, zolang zij nog niet als een verworvenheid geassimileerd werden, blijft de mens verdeeld. Hij voelt tegelijkertijd een drang en een weerstand. Hij is aangetrokken en afgestoten. Over gebed schrijven was wel altijd moeilijk. Vandaag is het dat meer dan ooit. Zolang de mens het gebed niet ontvangen heeft als zijn geheime maar diepste kern, blijft het voor hem zeer moeilijk een oordeel over het gebed uit te spreken. Hij zal misschien dwepen met gebed, maar zijn woorden klinken vals en leeg. Of hij zal scherpe kritiek afgeven op het gebed, maar zijn heftige reactie verraadt vooral de verborgen behoefte waaraan zijn hart lijdt als aan een ongeneeslijke wonde. Deze dialectiek is typerend voor de Kerk van onze tijd.
Hoe meer het gebed door de een wordt afgebroken, hoe meer er door de ander over het gebed gevraagd wordt. Dit alles is onvermijdelijk en zelfs gezond. Het betekent vooral twee dingen : ten eerste, dat wij nog niet kunnen bidden. Ten tweede, dat wij ons dit eindelijk bewust zijn! Een oudvader – dit is een monnik uit de eerste eeuwen – legde eens aan zijn leerlingen een moeilijke kwestie voor. Allemaal probeerden ze de vraag te beantwoorden. Toen de laatste aan het woord kwam, zei hij : “Ik weet het niet”. De oudvader prees deze leerling, hij had het ware antwoord gegeven. 1 Want hoe vaak probeen we niet een gemakkelijk antwoord te vinden op de vragen, die het leven ons soms stelt. Om ons gezicht te redden of om ons geweten te sussen wordt iets geuit, zonder het ware antwoord te zijn. Te vlug zijn we tevreden. De leerling van de oudvader sprak de waarheid uit, hij wist het niet en nederig bekende hij zijn onwetendheid. het ware antwoord was het deemoedige ontzag voor het mysterie. Zo ook voor ons : de eerste en meest fundamentele waarheid over het gebed is te weten dat wij niet kunnen bidden. “Heer, leer ons bidden“ (Lc. 11,1).

Lees verder “A.Louf : Heer,leer ons bidden”

de heilige Chad

border 0909.gif

Heiligenleven

De heilige Chad (Ceadda)

chad heilige12.jpg

De heilige Chad

 

De heilige Chad (Ceadda), bisschop van Lichfield, was de jongste van vier broers die allen beroemde priesters waren. Rond 620 is hij geboren in Northumbrië: hij was dus geen Schotse, noch Ierse, maar een Engelse heilige. Hij was een van de leerlingen van Aidan, die veel tijd besteedde aan het gezamenlijk lezen van de Heilige Schrift, en hen de psalmen uit het hoofd deed leren. Bij de dood van Aidan in 651 vertrok Chad naar Ierland, in die jaren een stralend middelpunt van geestelijk leven. De Germaanse invallen op het vasteland hadden vele eminente geesten verdreven die zich in Ierland verzamelden, dat daardoor een verbinding vormde tussen de Latijnse en de Germaanse beschaving. Chad kwam daar in contact met Egbert, de latere abt van Iona. Intussen had zijn broer Cedd, op aanvraag van koning Ethelwald van Deira, een abdij gesticht aan de rand van het grote moeras, dat zich vijftig kilometer ver uitstrekte vanaf de kust het binnenland in. Toen hij daar jaren later weer eens op bezoek was vanuit zijn bisdom in Londen, werd hij slachtoffer van een besmettelijke ziekte die er heerste, en hij stierf. Op zijn sterfbed droeg hij de zorg voor het klooster over aan Chad die nog in Ierland was. Deze kwam over en bestuurde het klooster met grote zorgzaamheid, wat de aandacht trok in een nogal ruwe tijd, en het duurde niet heel lang of hij werd tot bisschop gekozen van Northumbrië. Daar wijdde hij zich met hart en ziel aan zijn taak. Hij leefde in reinheid en zelfverloochening, was nederig en altijd bezig met studie. Hij trok door zijn diocees niet te paard, maar zoals de apostelen te voet, om het Evangelie te prediken overal waar hij maar mensen aantrof: in steden of op het land, in hutjes of kastelen. Hij bleef echter niet lang bisschop, want de zetel viel toe aan Wilfried, die op de Romeinse wijze was gewijd. De vanuit Rome gezonden bisschoppen brachten veel onrust in de Engelse kerk, maar wonnen op den duur steeds meer terrein door het morele gezag van de zetel van Petros.
Chad werd daarop naar Mercië geroepen. Hij verplaatste daar de zetel naar Lichfield, dat toen Licetfield heette, het dodenveld. Daar waren namelijk eens meer dan duizend Britse christenen ter dood gebracht en zo wilde Chad deze historische plek in ere houden. Ook dit uitgestrekte diocees, dat zeventien graafschappen omvatte, werd door Chad met bovenmenselijk uithoudingsvermogen bestuurd. Hij bouwde een klooster en voor zichzelf een woning bij de kathedraal, waar hij, wanneer dat maar mogelijk was, de getijden bad met zeven of acht broeders.
Twee en half jaar hield hij dit uitputtende leven vol, toen werd hij ziek. Een van de broeders hoorde lieflijk gezang dat vanuit de hemel neerdaalde tot het woonvertrek waar Chad verbleef, en deze verklaarde, toen men hem erom vroeg, dat zij hadden aangekondigd hem over een week te komen afhalen. Hij gaf nu zijn laatste onderrichtingen aan de broeders en stierf op de voorzegde dag in 672.

bron : heiligenlevens voor elke dag – orth.klooster Den Haag

 

Chad heilige.jpg

De heilige Chad

 

tekst bijbeltekst Galaten.jpg

 

 

Macarios van Egypte : de vijand heeft dit gedaan

border  e5e42.jpg

Homilie toegekend aan H. Macarius van Egypte (? – 390), monnik
Geestelijke Homiliën, n° 51

 

Macarios van Egypte1.jpg“De vijand heeft dit gedaan”

Ik schrijf u, geliefde broeders en zusters, opdat u weet dat sinds de dag dat Adam geschapen is tot aan het einde der wereld, het Kwaad, zonder rust te nemen, oorlog zal voeren tegen de heiligen. (Ap 13,7)… Zij die er rekening mee houden, dat de vernietiger van de zielen samen met hen in hun lichaam woont, heel dicht bij hun ziel, zijn toch niet zo talrijk. Ze worden beproefd, en er is niemand op aarde die hen kan troosten. Daarom kijken ze naar de hemel, en hebben daar hun verwachting om daarvandaan iets in hun innerlijk te ontvangen. Door die kracht zullen ze, dankzij de wapenrusting van de Heilige Geest (Ef 6,13), overwinnen. Ze ontvangen inderdaad uit de hemel een kracht, die verborgen blijft voor hun lichamelijke ogen. Zovele malen als ze God met heel hun hart zoeken, komt ook de kracht van God hun in het geheim te hulp, op elk moment … Juist omdat ze van hun zwakte overtuigd zijn, omdat ze niet in staat zijn te winnen en omdat ze vurig om de wapenrusting van God vragen en zo bekleed worden voor de strijd met de uitrusting van de Heilige Geest (Ef 6,13), worden ze overwinnaars.

Weet dus, geliefde broeders en zusters, dat in allen die hun ziel voorbereid hebben om een goede aarde te worden voor het hemelse zaad, de vijand zich haast om er zijn onkruid in te zaaien… Weet ook dat zij die de Heer niet met geheel hun hart zoeken, niet op zo’n duidelijke wijze beproefd worden door Satan; dan probeert hij meer in het verborgene door listigheden om hen ver van God te brengen.

Maar nu, broeders en zusters, weest moedig en vreest niets. Laat u niet bang maken door verbeeldingen, die door de vijand worden opgeroepen. Lever u in gebed niet uit aan een verwarrende onrust door misplaatste uitroepen te vermeerderen, maar ontvang de genade van God door diep berouw… Weest moedig, troost u, houdt vol, zorgt voor uw zielen, volhardt met ijver in het gebed… Want allen die werkelijk God zoeken, ontvangen een goddelijke kracht in hun ziel, en door die hemelse zalving te ontvangen, zullen zij allen in zichzelf de smaak en de zoetheid van de komende wereld voelen. Dat de vrede van de Heer, die met alle heilige vaders was en hen heeft behoed tegen elke verleiding, ook bij u blijft.

http://www.dagelijksevangelie.org

 

Makarios van Egypte.jpg

Macarios van Egypte.jpg

 

 

Benedictus

border00014.jpg

Heiligenleven

De heilige Benedictus

Grondlegger van het monnikenwezen in het Westen

Benedictus heilige.jpg

Heilige Benedictus

 

De heilige Benedictus, de grondlegger van het monnikswezen in het Westen en de vader van de Europese cultuur. Hij werd rond 480 geboren in Nursia (Umbrië) als zoon van een lid van de landadel. De rampspoed van Europa had een hoogtepunt bereikt, de samenleving was vrijwel geheel uiteengevallen. De kerk was geïnfecteerd met ketterijen en scheuringen, en de opvolgers van Leo de Grote waren te zwakke figuren om daar met succes tegen op te treden. Het monnikendom‚ dat zoveel heiligen aan de kerk geschonken had, bewoog zich in neergaande lijn. Er was geen vorst die enige werkelijke macht bezat. Noord-Europa was nog heidens; Zuid-Europa en het christelijk Afrika werden geteisterd door de volksverhuizing die een vervolging meebracht, nog wreder en meedogenlozer dan indertijd onder de Romeinse keizers.
Temidden van deze duisternis verschijnt er één enkele kluizenaar, die tot een geestelijk krachtcentrum werd en die het licht onstak dat de volgende eeuwen zou gaan schijnen over heel Europa. Hij begon als een uiterst serieuze jongeman die uitging van het principe dat onze daden in overeenstemming moeten zijn met onze ideeën. Toch sloot hij zich niet af van anderen; we zien dat hij zelfs een bijzonder innige verhouding had met zijn zuster (misschien waren ze tweelingen), en met zijn voedster (zijn moeder was wellicht overleden). Deze vergezelde hem toen hij naar Rome werd gezonden om zijn studie te voltooien, maar het frivole milieu dat hij daar aantrof, stootte hem dermate af dat hij de stad zo snel mogelijk ontvluchtte.
Misschien is het niet eens zozeer de algemene toestand die hem afschrikt als wel de toestand in de kerk, want hij wendt zich niet tot een van de verschillende kloosters die er toen reeds in Rome bestonden. Het was de tijd dat de hoge plaatsen in de kerk voor geld werden verkocht. Er was geen hoogachting meer voor de priesters, de bisschop zelf werd beschuldigd van onzedelijke levenswandel. De kloosters waren verdeeld volgens de verschillende partijen en hielden er zelfs gewapende benden op na, zoals de edelen.
Toch gaat Benedictus niet naar zijn geboortestad terug, hij wilde ook breken met het oude leven. Maar hij is ook nog niet gereed voor het leven in de eenzaamheid; hij trekt naar Effida, een 50-tal kilometers ten oosten van Rome, waar een religieuze gemeenschap gevestigd is, zoals er vele in die tijd bestonden. Elk gezin leeft zelfstandig, maar men zoekt steun bij elkaar voor gemeenschappelijk gebed in een eigen kerkje. Daar vestigde hij zich met zijn verzorgster en daar kwam hij voor het eerst in de openbaarheid. Op zijn gebed gebeurde namelijk een wonder, op een heel simpele, huiselijke manier. Zijn huishoudster had namelijk van de buurvrouw een stenen zeef geleend en die door onachtzaamheid gebroken. Zij wist zich geen raad, het was dus blijkbaar een vrij kostbaar apparaat. En Benedictus toont de warme liefde die hij deze vrouw toedraagt: hij wordt zo door medelijden bewogen dat hij vanzelf zijn toevlucht neemt tot Diegene Die hem het naast staat, met het resultaat dat de zeef weer ongebroken is, zonder een spoor van beschadiging. Hoe innig moet hij reeds toen met God geleefd hebben, hoe diep moet zijn geloof geweest zijn en hoe grenzeloos zijn vertrouwen!
Het nieuwtje ging natuurlijk als een lopend vuurtje door deze kleine gemeenschap en de teruggetrokken jongen merkt met schrik dat hij wordt aangegaapt. Dit moet voor hem de doorslag gegeven hebben om de laatste banden te verbreken en het voorbeeld te volgen van de grote woestijnvaders. Hij verliet heimelijk Effida en trok enkele dagen naar het Noorden tot aan Subiaco. De Anio-rivier heeft daar een diep ravijn door de berg gesneden en halverwege in de bijna loodrechte bergwand vond Benedictus een grot die tenminste enige beschutting bood. Misschien was die hem gewezen door de monnik Romanos die hij in deze buurt ontmoette, en die beloofde hem van de allernoodzakelijkste voeding te voorzien. Deze monnik woonde in een klooster op de hoge oever, hij spaarde van het brood dat dagelijks verstrekt werd door zelf minder te eten, en die resten, waarschijnlijk eerst op de keukenoven gedroogd, zoals het nu nog onder andere op de Athos gebeurt, liet hij aan een touw naar beneden zakken, tot voor de ingang van de grot.

Hier leefde Benedictus ruim drie jaar een leven van grote ontberingen, in een bergklimaat dat veel ruwer was dan het warme Egypte, in een nauwe kloof waar zelden de zon in doordrong. Daarbij pakte hij zichzelf hard aan; hij heeft zelf aan zijn latere leerlingen verhaald hoe hij, toen hij door zijn herinneringen in verzoeking werd gebracht om weg te gaan naar een jonge vrouw die hij had gekend, zich in de doornen en brandnetels wentelde om door een uiterlijke brand het inwendige vuur te blussen.
Zijn dagen waren verder geheel gewijd aan gebed en meditatie en daar gaf hij zichzelf zo volkomen aan over dat hij alle besef van tijd verloor. Eens was Romanos geruime tijd verhinderd om het broodrantsoen te brengen naar de grot zodat Benedictus geheel verzwakte door gebrek aan voedsel. Toen kreeg een alleenwonende priester, die juist voor zichzelf een goed maal had bereid ter ere van Pasen, de ingeving dat er in de bergen een monnik woonde die honger leed. Ook hij moet een bijzonder mens geweest zijn, want zonder aarzelen pakte hij het feestmaal en ging op zoek tot hij Benedictus vond in zijn grot. Deze ontving hem met vreugde, ze baden samen en zegenden God en spraken lang over het ware leven. Tenslotte herinnerde de priester zich waarvoor hij eigenlijk gekomen was en hij nodigde de ander uit: ‘Kom, laten we gaan eten, want het is vandaag Pasen’. En Benedictus antwoordde: ‘Ja, het is inderdaad een paasdag om zulk bezoek te mogen ontvangen’. En toen moest de priester hem uitleggen dat het inderdaad het feest van de Opstanding was.
Dit was de aankondiging van een nieuwe fase in het leven van Benedictus. Nadat hij jarenlang niemand had gezien, werd hij nu ontdekt door herders, die hem in zijn vacht aanzagen voor een wild dier dat zij wilden doden, tot zij ontdekten dat het een man Gods was. Nu begonnen er ook anderen te komen, die hem voedsel brachten en met graagte luisterden naar de zo diep doorleefde woorden uit zijn mond. Ook de monniken uit een ander klooster van die streek kwamen bij hem om geestelijk voedsel, en toen hun abt gestorven was, baden zij Benedictus met de grootste aandrang om de leiding van hun gemeenschap op zich te nemen. Deze zei hun dat hun levenswandel en de zijne te zeer van elkaar verschilden om een goed samengaan mogelijk te maken, maar toen de anderen toch bleven aandringen gaf hij toe. Hij stelde orde op zaken, maar nog sneller dan hij voorzien had, liep het spaak en er werd zelfs een moordaanslag op hem gepleegd. Toen keerde hij weer naar zijn geliefde eenzaamheid terug.
Maar, zoals we telkens weer zien bij vele kloosterstichters, nadat een ziel in de eenzaamheid tot een zekere volmaaktheid is gekomen, gebruikt God die persoon om in anderen het geestelijk leven te doen ontvlammen. Er gaat van zulk een mens een onzichtbare energie uit, die onweerstaanbaar anderen tot zich trekt, die op weg zijn naar God. Ook rond Benedictus verzamelde zich een groep volgelingen die in zijn uitstraling wilden leven en hij zag zich genoodzaakt om voor hen onderkomens te bouwen. Zijn roem verspreidde zich snel in deze geestelijk uitgehongerde tijd. Priesters en leken, Romeinen en barbaren, overwinnaars en slachtoffers kwamen hem opzoeken.
Het leven dat hij met hen ging leiden was nog geheel in een experimenteel stadium; hij probeerde een tussenvorm van gemeenschappelijk en kluizenaarsleven uit, door een aantal kleine kloostertjes te bouwen, elk met een dozijn monniken onder een eigen overste, maar onder zijn supervisie.
Er volgde nu een idyllische periode van vurig geloof en frisse ondernemingslust waar de latere paus Gregorius de Grote met welbehagen over vertelt. De gemeenschap bloeide en groeide, maar gaf daardoor ook aanleiding tot jaloezie, zodat er niet alleen aanslagen op het leven van Benedictus zelf, maar ook op het moreel van zijn leerlingen werden gepleegd, omdat hij juist daardoor het smartelijkst zou worden getroffen. Voor Benedictus, die zelf ook al de beperktheid van deze levensvorm had ingezien, gaf dit de doorslag om nogmaals van richting te veranderen. Langzamerhand was in zijn geest de idee gerijpt om het gemeenschap-zijn op de meest consequente wijze te beleven, zoals hij dat geleerd had uit de Regels van de heilige Basilios de Grote. Met een groepje van zijn leerlingen die het meest volgens zijn ideeën gevormd waren, ging hij op zoek naar een geschikte plaats om een werkelijk gemeenschappelijk leven tot stand te brengen.
Deze plaats vond hij op de Monte Cassino, een bergknie op een strategische plaats aan de rand van de Italiaanse vlakte, waar ook inderdaad een Romeins fort gevestigd was geweest, evenals een tempel van Apollo, die bij de boeren nog heimelijk in gebruik was. Daardoor ontplooit zich in Benedictus een missiedrang en hij trekt door de boerendorpen om de mensen te onderrichten en tot het geloof te brengen. Tegelijk verzekert hij zich daardoor van hun hulp voor zijn grootse bouwplannen.
Er ontstaat nu een groot geheel van kerk, werkruimten, eetruimte, slaapzalen en boerderij. De ijzeren strengheid van het kluizenaarsleven wordt niet meer nagestreefd. Het wordt meer een soort ideaal gezin op grondslag van de liefde tot Christus en tot elkander. Het is nu rond 530, Benedictus is ongeveer 50 jaar oud, een man van buitengewone begaafdheid, op het hoogtepunt van zijn leven waar hij ongehinderd vorm kan geven aan het ideaal dat hem bezielt. Onder zijn leiding werkten onontwikkelde Gothen en verfijnde Romeinen eendrachtig samen. Geplaagde boeren vonden bij hem een toevlucht die hen daadkrachtig tegen de terreur van hun verdrukkers beschermde. Toen er hongersnood was, deelde hij de laatste voorraden van het klooster uit; maar de volgende morgen vonden de verontruste monniken 200 zakken meel voor de poort van het klooster, die daar door een onbekende waren neergezet.
En al zijn geestelijke ervaringen en zijn rijpe wijsheid bundelt hij nu in zijn ‘regel’, een boekje van 120 kleine pagina’s, verdeeld over 73 onderwerpen, maar zo evenwichtig van samenstelling en zo diep doordacht dat het gedurende vele honderden jaren de enige monniksregel is gebleven in heel West-Europa, en die ook grote invloed heeft uitgeoefend op heel het staatkundig leven in de middeleeuwen. Die regel werd als het ware de grondwet van de nieuwe Europese beschaving die de Romeinse civilisatie welke nu vrijwel geheel vernietigd was, zou opvolgen. Op de grondslag van Christus’ woorden bouwde hij een sterk georganiseerde gemeenschap, die op eigen benen kon staan, afgeschermd tegen slechte invloeden van buiten; en van allerlei reddingsmiddelen voorzien wanneer er ergens iets verkeerd zou gaan. In allerlei toonaarden zijnde wijsheid, de menselijkheid, de gematigdheid en de juridische opbouw van deze regel geroemd.
Toch was dit eigenlijk maar een bijwerking, veroorzaakt door de goed doordachte organisatievorm die Benedictus aan zijn monniken schenkt. Dat deze vorm zulk een indruk heeft kunnen maken is te danken aan de geestelijke inhoud van de regel die tot elk goedwillend hart sprak. Het leidmotto van de regel is dit woord uit het 4e hoofdstuk: ‘Niets boven de liefde van Christus stellen’, en dit ‘niets’ bepaalt alle andere geboden en verboden die hij opnoemt. Deze zichzelf in niets ontziende liefde tot de Heer, is de vaste grondslag van het ware monniksleven, ja, van elk christelijk leven. En in heel het zo wisselende leven van Benedictus is dit de duidelijk herkenbare draad die al zijn daden tot meeslepende eenheid verbindt.
Die liefde wordt verwerkelijkt door spontane gehoorzaamheid, omdat we in de ander Christus achten. En ook wat gevraagd wordt, moet gericht zijn op die liefde. Dan is er geen onderscheid meer, want wie we ook zijn
, we zijn allen één in Christus. Wie meer gaven heeft, zal ook meer moeten geven. Om die liefde wordt ook de zucht naar eigendom scherp bestreden. Om haar vragen wij vergeving als ook maar de mogelijkheid bestaat dat wij iets verkeerds hebben gedaan. Gastvrijheid staat in hoog aanzien, want in de gast wordt Christus Zelf opgenomen, zoals Hij ons dat geleerd heeft. Iets voor de gemeenschap mogen doen is geen recht maar een voorrecht. Taak van de overste is niet: heersen, maar: helpen.

Kort voor zijn sterven horen we het verhaal hoe deze imponerende persoonlijkheid, die bijna automatisch gehoorzaamheid afdwong van ieder die met hem in aanraking kwam, nog altijd de tedere liefde van zijn kindsheid bewaarde die hem verbond met zijn zuster Scholastica, die evenals haar broer het monastieke leven had gekozen. Zoals ieder jaar, kwam zij bij hem op bezoek, en zij ontmoetten elkaar dan in het gastenverblijf dat aan de voet van de steile kloosterberg gelegen was. Tegen de avond wilde Benedictus plichtsgetrouw naar het klooster terugkeren voor de nacht, ondanks haar dringend verzoek deze keer bij haar te blijven. Op haar gebed brak toen zulk een wolkbreuk los dat het onmogelijk was om de glibberige bergpaden te beklimmen, en zij brachten een laatste nacht met elkander door. Nauwelijks in haar klooster teruggekeerd, stierf eerst Scholastica. Daarop werd Benedictus ziek. Hij verzamelde zijn laatste krachten, liet zich naar de kapel brengen, waar hij de communie ontving. Hij liet zich door zijn broeders overeind houden en gaf toen onder gebed, staande met opgeheven handen, de geest, in 547.

 

1-korintiers-13-3.jpg

Benedictus tekst.jpg

Het gemeenschapsleven: “U bent allen broeders”

 

Wat ze ook doen, de broeders en zusters moeten zich liefdevol en vreugdevol naar elkaar betonen. Degene die werkt zal zo spreken over degene die bidt: “De schatten die mijn broer bezit, heb ik ook, want we hebben ze gemeenschappelijk”. Van zijn kant zal degene die bidt over degene die leest zeggen: “Het profijt dat hij uit zijn lezen haalt, verrijkt ook mij”. En degene die werkt zal zeggen: “Het is in het belang van de gemeenschap dat ik deze dienst vervul”. De veelheid aan lichaamsdelen vormen slechts één lichaam en ze ondersteunen elkaar stilzwijgend doordat een ieder zijn taak vervult. Het oog ziet voor heel het lichaam; de hand werkt voor de andere ledematen; de voet draagt allen in het lopen; één ledemaat lijdt zo gauw een ander lijdt. Zo moeten broeders en zusters zich naar elkaar gedragen (Cf Rm 12, 4-5). Degene die bidt, veroordeelt niet degene die werkt, omdat hij niet bidt. Degene die werkt veroordeelt niet degene die bidt… Wie dient, zal anderen niet veroordelen. Daarentegen zal iedereen wat hij ook doet, handelen tot meerdere eer en glorie van God (cf. 1Kor 10,31 ; 2Kor 4,15)… Zo zullen een grote samenhang en een oprechte harmonie “banden van vrede” vormen (Ef 4,3), die hen zal verenigen en ze met transparantie en eenvoud onder de welwillende blik van God laat leven. Het belangrijkste is vanzelfsprekend de volharding in het gebed. Overigens wordt één ding behaald: ieder moet in zijn hart die schat bezitten die de levende en geestelijke aanwezigheid van de Heer is. Of hij nu werkt, bidt of leest, een ieder moet kunnen zeggen dat hij dat onvergankelijke goede bezit en dat is de heilige Geest.

(Benedictus)

feest van de Transfiguratie

border 543.jpg

TRANSFIGURATIE VAN ONZE HEER EN GOD EN VERLOSSER JEZUS CHRISTUS

 

transfiguratie8.jpg

Transfiguratie

 

Lezingen :

2 Petrus 1,10-19:

Daarom, broeders en zusters, doe uw best om steeds meer aan Gods roeping en uitverkiezing te beantwoorden. Als u zo handelt, zult u nooit ten val komen, en wordt u royaal toegang verleend tot het eeuwige koninkrijk van onze Heer en redder Jezus Christus.

Trouw aan de traditie
Ik zal dan ook niet ophouden u deze dingen in herinnering te brengen, ofschoon u ze weet en vast staat in de waarheid die u hebt ontvangen. Maar zolang ik nog woon in de tent van mijn lichaam, voel ik me verplicht om uw geheugen op te frissen. Ik weet dat deze tent weldra wordt neergehaald; onze Heer Jezus Christus heeft het mij gezegd. Maar ik zal ervoor zorgen, dat u zich dit alles ook na mijn heengaan telkens opnieuw voor de geest kunt halen.
Toen wij u de macht en de komst van onze Heer Jezus Christus verkondigden, beriepen wij ons niet op vernuftig bedachte mythen maar wij spraken als ooggetuigen van zijn glorie.Want Hij heeft van God de Vader eer en verheerlijking ontvangen, toen door de verheven majesteit dit woord tot Hem gericht werd: ‘Dit is mijn geliefde Zoon; luister naar Hem.’ En deze stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken, toen wij met Hem op de heilige berg verbleven. Hierdoor kreeg voor ons het woord van de profeten nog meer gezag. Ook u doet er goed aan dat in acht te nemen: het is de lamp die licht verspreidt in een donkere ruimte, tot het ogenblik dat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart.

EVANGELIE :

Matth.17,1-9

Jezus met Mozes en Elia
Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op, waar Hij met hen alleen was. Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante. Zijn gezicht ging stralen als de zon en zijn kleren werden wit als licht. Opeens verschenen hun Mozes en Elia, in gesprek met Hem. [ Petrus zei daarop tegen Jezus: ‘Heer, het is maar goed dat wij hier zijn. Als U wilt, zal ik hier drie hutten maken, voor U een en voor Mozes een en voor Elia een.’ Hij was nog niet uitgesproken of daar kwam een lichtende wolk die hen overdekte, en opeens klonk er een stem uit die wolk: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind. Luister naar Hem.’ Toen de leerlingen dat hoorden, wierpen ze zich op de grond en werden ze vreselijk bang. Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: ‘Sta op en wees niet bang.’ Toen ze hun ogen opsloegen, zagen ze niemand meer dan Jezus alleen.
Terwijl ze van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: ‘Vertel niemand van dit visioen voordat de Mensenzoon uit de doden is opgewekt.

 

transfiguratie1.jpg

FEEST VAN DE TRANSFIGURATIE VAN ONZE HEER EN VERLOSSER JEZUS CHRISTUS

Op 6 augustus viert de Kerk het feest van de gedaanteverandering van onze Heer en Zaligmaker Jezus Christus op de berg Tabor.
‘Het is de theofanie van het licht. De liturgische teksten beklemtonen wat grote Byzantijnse mystici, zoals Symeon de Nieuwe Theoloog en Gregorius Palamas hebben uitgelegd : Gods participeerbaarheid in het licht dat Hij is en uitstraalt. Elke ikoon van de Verheerlijking(…) beeldt de pluriformiteit van dat licht uit, maar ook – in de houdingen van Petrus, Johannes en Jacobus – de totaal verschillende manier waarop de openbaring de mens overkomt ‘ (E.Voordekkers, Ikonen – Theofanie en gebed, p.61)
De leerlingen Petrus , Jacobus en Johannes zien in de gedaanteverandering de uitstraling van de goddelijke heerlijkheid, de verandering van het aardse lichaam in dat van de Verrijzenis (daarom wordt Christus altijd in het wit voorgesteld). Maar zij zijn door schrik bevangen en niet in staat de inhoud te begrijpen van de boodschap die hun wordt meegedeeld.
De ikoon is geschilderd volgens de teksten van het Nieuwe Testament, zoals deze bij Mattheüs (17,1-16), Marcus (9,28-36) worden aangetroffen : ‘En zie, een stem sprak uit de wolk :’Deze is mijn geliefde Zoon, in wien Ik mijn welbehagen heb; luistert naar Hem’. Toen de leerlingen dit hoorden, vielen zij op hun aangezicht neer en werden zeer bevreesd’. (Uit : Russische Ikonen, uitg.Atrium)

transfiguratie.jpg

 

tekst joh.Chrisostomos.jpg

 

border a en o.gif

Chrysologus Petrus : Het vasten van de vrienden van de Bruidegom

border YYY.jpg

H. Petrus Chrysologus (ca 406-450) bisschop van Ravenna en kerkleraar
Sermon 31

Chrysologus Petrus2.jpg

 

Het vasten van de vrienden van de Bruidegom

 

“Waarom vasten wij en de Farizeeën wel, maar uw leerlingen niet?” … Waarom? Omdat voor u het vasten een zaak van de wet is en niet een spontane gave. Op zichzelf heeft het vasten geen waarde, wat telt is het verlangen van degene die vast. Wat voor voordeel denkt u eruit te trekken, u die verplicht en geforceerd vast? Het vasten is een geweldige ploeg om het veld van de heiligheid te bewerken: het draait de harten om, ontwortelt het kwaad, rukt de zonde uit, begraaft de slechte eigenschappen, zaait naastenliefde; het onderhoudt de vruchtbaarheid en bereidt de oogst van de onschuld. De leerlingen van Christus zijn in het hart van dit rijpe veld van heiligheid geplaatst, ze verzamelen korenschoven met deugden, ze genieten van het brood van de nieuwe oogst: ze kunnen dus niet vasten, die is vanaf dan vervallen…

“Waarom vasten uw leerlingen niet?” De Heer antwoordt hun: “De vrienden van de bruidegom kunnen toch niet vasten, zolang de bruidegom bij hen is?”… Hij die een vrouw trouwt, laat het vasten zitten, verlaat de strengheid; hij geeft zich geheel over aan de vreugde en neemt deel aan het feestmaal; hij toont zich in alles gelijkmoedig, beminnelijk en vrolijk; hij doet alles wat zijn genegenheid voor zijn bruid aanvuurt. Christus viert dan zijn bruiloft met de Kerk. Daarom aanvaardt Hij het om deel te nemen aan de maaltijden; Hij weigert de uitnodiging van hen niet. Vol met welwillendheid en liefde toont Hij zich menselijk, benaderbaar en vriendelijk. Hij wilde de mens met God verenigen, en van zijn gezellen leden van de goddelijke familie maken.

bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

chrysologus Petrus4.jpg

de heilige Clotilde

border 9ht.gif

Heiligenleven

De heilige Clotilde  vrouw van Clovis

clothilde.jpg

De heilige Clotilde

 

De heilige Clotilde, koningin van Frankrijk. Zij was geboren in 474 in Lyon, als dochter van de bourgondische koning Chilperic. Zij groeide op aan het hof van haar oom die haar beide ouders had vermoord om zelf de opperheerschappij te kunnen bezitten. Ze werd echter godsdienstig opgevoed door de gelovige vrouw van de hofmeester. Zij groeide op tot een mooie en begaafde jonge vrouw en werd daarom ten huwelijk gevraagd door de heidense koning Clovis l. Na aanvankelijke weigering stemde zij toe nadat ze de verzekering had gekregen ongehinderd volgens haar geloof te mogen leven; en zij trouwden in 493.
Zij richtte in het paleis een kleine kapel in, waar ze veel tijd doorbracht met bidden, maar verwaarloosde de plichten van haar staat niet Zij was een moeder voor haar hofdames en gedroeg zich onder alle omstandigheden met grote waardigheid. ln haar beslissingen toonde zij grote wijsheid, zij had voor ieder persoonlijke aandacht, en het was duidelijk merkbaar dat zij leefde in de voortdurende nabijheid van God. Zo oefende zij een weldadige invloed uit op het gehele hof tomdat allen op haar gesteld, waren.
In het bijzonder was zij vol toewijding voor Clovis, haar man. Wel trachtte zij met christelijke zachtmoedigheid de uitingen van zijn heftig karakter te verzachten, maar voor het overige voegde zij zich geheel naar zijn wensen, en bewonderde wat hij tot stand bracht. Zij sprak hem ook vaak over het geloof, en de koning luisterde welwillend, maar dacht er vooralsnog niet aan dat geloof te aanvaarden. Wel werd het Clotilde toegestaan haar kinderen te laten dopen, maar toen de eerste zoon als baby stierf en de tweede doodziek werd, kwam Clovis in opstand, want hij gaf de schuld voor al dat ongeluk aan de God der christenen. Clotilde bracht het zieke kind naar de kerk en na haar vurig gebed genas de jongen kort daarop. De koning liet af van zijn woede maar bekeerde zich niet.
Doch toen hij op het punt stond in de slag van Zülpich (bij Keulen) het onderspit te delven tegen de grote overmacht der Alemannen (Duitsers), en zijn leger reeds in de grootste verwarring raakte, terwijl hele groepen op de vlucht sloegen, herinnerde hij zich de verhalen van zijn vrouw. Hij deed toen de gelofte zich openlijk tot Christus te bekeren wanneer hij uit dit doodsgevaar gered zou worden. Op datzelfde ogenblik keerde de krijgskans: de Franken behaalden een grote overwinning en joegen de vijand op de vlucht.
Na terugkomstrwerden grote dankdiensten gehouden en met Kerstmis 496 werd Clovis in een grootse plechtigheid gedoopt door de heilige bisschop Remigius van Reims. Zijn voorbeeld werd gevolgd door een groot deel van zijn leger en van zijn volk, meer dan drieduizend man. Zo werd dit Geboortefeest ook de geboorte van de christelijke Middeleeuwen.
Toen bij een van de volgende onderrichtingen de bisschop het Lijdensverhaal vertelde riep Clovis uit: “Als ik en mijn Franken daar geweest waren, dan zou het niet gebeurd zijn!” Er werden kerken en kloosters gebouwd, waaronder ook de later aan de heilige Genoveva gewijde grote kerk van Parijs. Vaak trok de koning ook naar het graf van de heilige Martinus van Tours, om daar te bidden. In die tijd was Clovis de enige orthodoxe vorst in de christenwereld. De meeste anderen waren Arianen, de keizer zelf bevorderde de Eutychiaanse ketterij‚ het Monofysitisme.
Clotildes kinderen erfden echter het woeste karakter van de familie, en na de dood van Clovis slachtten de zonen elkander af om de heerschappij te bemachtigen. Slechts Chlodewald, de jongste van haar kleinkinderen ontkwam aan de moordpartijen. Hij werd kluizenaar en priester, en stichtte in Nogent bij Parijs, een klooster, waar hij na een heilig leven stierf in 560. Later werd dit klooster naar hem genoemd: Saint Cloud.
Om te boeten voor deze moorden trok Clotilde zich terug bij het graf van de heilige Martinus, waar zij zich wijdde aan werken van barmhartigheid. Zij stichtte nog kerken en kloosters en bracht haar dagen door met vasten, bidden, en verzorging van armen en zieken. Toen zij zelf ziek werd, schonk zij de rest van wat zij bezat aan de armen, en bad voortdurend psalmen met grote innigheid. Na een maand ontving zij de heilige sacramenten, beleed openlijk haar geloof, en stierf na een heftige koortsaanval, op 3 juni 545. Haar zeer vereerde relieken bevinden zich voornamelijk in de abdijkerk Saint Geneviève te Parijs; en ook in de Cisterciënser-abdij bij Vernon in Normandië.

 

Clotilde vrouw van Clovis.jpg

Clotilde vouw van Clovis

 

Bron : orth.klooster  – Den Haag

heiligenleven Martha en Maria

border 43Df.gif

Heiligenleven

 

Martha en Maria de zusters van Lazarus

 

Martha-en-Maria-zusterlijke-Myrondraagsters.jpg2.jpg

Martha en Maria met Lazarus en Christus

 

De heilige Martha en Maria, de zusters van Lazaros. In het Evangelie volgens de heilige Joannes, lezen we hoezeer zij persoonlijk bevriend waren met Jezus van Nazareth. Toen Hij eens bij hen op bezoek was, en Maria volkomen geabsorbeerd naar Hem zat te luisteren, kwam Martha zich bij Hem beklagen dat haar zuster haar maar alleen liet werken. Het moet haar wel hard in de oren geklonken hebben dat Christus geen begrip toonde voor die klacht, en haar eigenlijk een vriendelijk standje gaf dat ze zich niet zo druk hoefde te maken.
Maar dit deed niets af aan haar liefde voor Hem, en toen Christus eindelijk kwam, op de vierde dag na de dood van Lazaros, was zij het eerste bij Hem om Hem te verwelkomen, en toen ging ze direct haar zuster halen, dat die Hem ook kan zien. Bij die gelegenheid, in Zijn ontroering over de dood van Zijn vriend, kwam Jezus tot een van de meest rechtstreekse getuigenissen over Zichzelf: “lk ben de Opstanding en het Leven. Wie in Mij gelooft, hij leeft, ook al is hij gestorven; en ieder die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven in eeuwigheid. Gelooft ge dit?” En nu is het juist Martha die de prachtige geloofsbelijdenis aflegt: “Heer, ik geloof dat Gij de Messias zijt, Gods Zoon die in de wereld komt.” Daarmee toont zij meer begrip dan de meeste apostelen. Maar ze kan het toch ook niet laten om de geliefde Meester als een beetje wereldvreemd te beschouwen wanneer Hij vraagt om het graf te openen: “Heer, er is al lijkstank!” En weer moet Hij haar vermanen: “Heb lk u niet gezegd, indien ge gelooft, zult ge Gods heerlijkheid zien?” Gods heerlijkheid, de Sjekina, dat was de joodse uitdrukking voor Theofanie, Godsopenbaring. En dan komt die geweldige demonstratie van Zijn macht: een reeds ontbindende dode wordt met een simpel bevel tot het leven teruggeroepen.
Daarna komt de beurt van Maria. Opnieuw komt Jezus op bezoek met Zijn Leerlingen, en wordt met liefdevolle gastvrijheid ontvangen. Nu is het Maria die aller aandacht trekt door een grote kruik met kostbaar reukwerk over Zijn voeten uit te gieten, en die met haar hoofdhaar af te drogen. De intense geur verspreidde zich door het gehele huis en veroorzaakte een oploop van nieuwsgierigen.
Dit exuberante gebaar heeft de westerse theologen ertoe gebracht Maria van Bethanië te vereenzelvigen met de bekeerde courtisane Maria Magdalena, al is er verder niets in het Evangelie te vinden dat daarop wijst. Het was een daad van overstromende liefde, maar velen zagen daarin toch allereerst een dolzinnige verkwisting. Opnieuw neemt Jezus haar in bescherming: “Laat haar begaan, zij heeft dit bewaard voor de dag van Mijn begrafenis”. En in elk geval is ook op haar van toepassing wat Christus over de andere Maria heeft gezegd, dat overal waar het Evangelie gepredikt werd ook haar liefdedaad verkondigd zou worden. >
Na de Hemelvaart van Christus hielpen zij hun broer bij de verkondiging van het Evangelie. Zij zijn gestorven in vrede.

 

Martha-en Maria-hun-broer-Lazaros.jpg

Martha – Maria en Lazarus

 

1-johannes-4-20-2.jpg

heiligenleven : de Profeet Elia

border 43Df.gif

Heiligenleven

De Profeet Elia

 

elia profeet4.jpg

Profeet Elia

 

De heilige Elia, de roemrijke profeet van God. Hij stamde uit de met de Tempel verbonden stam van Levi uit het dorp Thesba. Hij is een der geweldigste figuren uit het Oude Verbond. Rond 900 voor Christus werd hij tot profeet-zijn geroepen, tijdens de regering van de afvallige koning Achaz die sterk onder de invloed stond van zijn vrouw, de koninklijke maar boosaardige Jesabel, die Elia als haar persoonlijke vijand zag.
Elia heeft geen geschriften nagelaten, zoals de andere Profeten, maar de weinige woorden die van hem zijn overgeleverd, zijn geladen met macht en daadkracht. Daardoor had hij een grote invloed op het volk, dat hij uit de Baälsdienst weer tot God wist terug te brengen.
Na dit heel bijzondere leven van door hem opgeroepen jarenlange droogte en geweldige regenval, van wonderbare spijziging en opwekking van doden, van vuur dat hij uit de hemel deed neerdalen en van diepe neerslachtigheid, kwam er ook een heel bijzonder einde. Tijdens een laatste voettocht, samen met zijn opvolger Elisa, werd Elia in een wagenspan van vuur ten hemel opgenomen. Hierin gelijkt hij op Mozes, die eveneens niet stierf maar weggenomen werd.
Het is veelzeggend dat het juist deze twee zijn die bij Christus komen tijdens Diens verheerlijking op de Taborberg. En nog is zijn taak niet afgelopen: Christus noemt Joannes de Doper de Elia die komen moest. En in de visioenen van de openbaring speelt Elia een rol in de eindtijd van de wereld. Over zijn leven worden we uitvoerig ingelicht in de Boeken der Koningen.

bron : heiligen voor elke dag – orth.klooster Den Haag

 

vurige_hemelvaart_van_de_profeet_elia.jpg

Elia ten hemel opgenomen

heiligenleven : de heilige Dimitri Donskoi

border 8DS.jpg

Heiligenleven

De heilige Dimitri Ioannowitsj Donskoi

dimitri donskoi5.jpg

Heilige Dimitri Donskoi

 

De heilige Dimitri Ioannowitsj Donskoi, Grootprins van Wladimir en Moskou. Hij was een tijdgenoot van de heilige Sergios van Radonesj en leefde van 1350 tot 1389. Voor hem werd de ikoon van de heilige Drie-eenheid het symbool van de eenheid van Rusland. Zijn roeping was om te strijden tegen de zichtbare vijand die de Kerk vervolgde en Rusland onderdrukte: de tataarse horde. Algemeen was het gevoelen dat dit voor menselijke kracht onmogelijk was, en prins Dimitri werd gezien als het werktuig van de goddelijke bijstand. 

De ouders van Dimitri waren vrome christenen. De heilige metropoliet Alexis, die een bijna hesychastische vroomheid paarde aan groot staatkundig inzicht, was een vriend van zijn vader, en ook Dimitri kwam veel met hem in aanraking. Hij was een ernstige jongen die zich aangetrokken voelde door mensen met een innerlijke diepgang. Na de dood van Dimitri’s vader was metropoliet Alexis praktisch de beheerder van het vorstendom, en zijn invloed op de toen negenjarige jongen was uiteraard diep ingrijpend. De moeilijke familieverhoudingen en de strijd om de troon vormden voor Dimitri het oefenterrein om te groeien in staatsmanschap.
In 1375 wist hij een einde te maken aan de voortdurende twist met het prinsdom Twer over de opperheerschappij. Moskou nam toe in aanzien en de eerste stappen werden gezet naar de heerschappij over het gehele russische land. Bijzonder in die tijd was dat Dimitri de overwonnen steden niet verwoestte maar tot bondgenoten zocht te maken. Zijn ideaal was niet het oosterse despotisme dat door de horde werd uitgeoefend, en dat door veel russische vorsten in hun eigen gebied werd nagevolgd, maar een broederbond van russische landen, verenigd in onderlinge waardering en inschikkelijkheid. Het hoogste en ideale model daarvan was de heilige Drie-eenheid, een ideaal dat leefde in zijn hart ln samenwerking met de heilige Sergios van Radonesj werkte Dimitri aan de geestelijke opbouw van het land, door zelf een heilig leven te leiden, door het bevorderen van het onderricht en het stichten van kloosters. Deze werden meestal toegewijd aan de Heilige Drie-eenheid of aan de heilige Moeder Gods. Daarnaast kwam het geweldige bouwwerk van het Kremlin tot stand.
Dit alles werd begeleid door een opbloei van de economie in produktie en handel. Tegelijk toonde de tot dan toe onoverwinnelijke horde tekenen van zwakte. Er was een voortdurende strijd om de opperheerschappij, en de mongools-tataarse staat begon te splijten. De onderworpen gebieden gingen zich roeren en vormden coalities die in staat waren de tataarse aanvallen het hoofd te bieden. In 1376 had ook Moskou daaraan deel onder Dimitri’s leiding. Twee jaar later versloeg hij een groot tataars invasieleger bij de Wozha-rivier.
Dimitri zette nu alles op het bijeenbrengen van voldoende bondgenoten en troepen om het hoofd te bieden aan de te verwachten grote vergeldingsaanval. Deze kwam inderdaad, in september 1380. De khan Mamai werd bestreden, niet allereerst als veroveraar en onderdrukker, maar als heidense ikonoklast en vervolger van de christenen, die er op uit was het christen geloof uit te roeien en de heilige kerken te schenden. De strijd ging er om het heilig geloof te sterken, te bewaren. En Dimitri voegde daar nog aan toe dat hij bereid was in deze strijd de dood te ondergaan voor het geloof in Christus.
Na het feest van de Ontslaping van de heilige Moeder Gods, terwijl de troepen zich reeds verzamelden in de buurt van Moskou, trok Dimitri naar het Drie-eenheidsklooster. Na de Heilige Liturgie zegende de heilige Sergios de prins en beloofde hem de overwinning, maar dat vele orthodoxe strijders de hemelse kroon zouden verwerven. Dimitri kreeg ook twee monniken mee, in wier persoon de heilige Sergios zelf zou deel nemen aan de slag.
De vooravond van het feest van de Geboorte van de heilige Moeder Gods, trokken de russische troepen over de Don. Dimitri hield een geïnspireerde toespraak dat de tijd voor de strijd was aangebroken met het feest van de heilige Moeder Gods, de Koningin van het heelal. “Blijven we in leven, dan is het omwille van God; sterven we voor deze wereld, dan is het ook omwille van God”.
Op het Kulikovo-veld bij de Don werd slag geleverd tegen het invasieleger van 400.000 man. De slag werd geopend door de schima- monnik die met een speer op een tegenstander inrende, zodat beiden elkaar doorstaken: het offer was gebracht. Er ontstond een ontzettend gevecht “zoals er sinds de schepping der wereld niet eerder was geweest …” Soldaten stierven niet alleen maar door wapens, maar ook doordat zij letterlijk doodgedrukt werden op het overvolle slagveld. Dimitri streed in de voorste rijen en ontving menige wonde, maar hij bleef in leven. De slag werd gewonnen doordat een achtergehouden regiment met onverbruikte kracht op de vermoeide krijgslieden inhakte.
Na de slag ging Dimitri, die voortaan naar de rivier waar de overwinning bevochten was, ‘Donskoi’ zou heten, rechtstreeks naar de heilige Sergios. Talrijke panichides werden gehouden voor de gevallenen. Er werd een jaarlijkse gedachtenis ingesteld, die zich ontwikkelde tot de ‘zaterdag van de gestorven voorouders’.
Deze slag wordt beschouwd als de Geboorte van Rusland, het ontwaken van de russische geest. Van hieruit ontstond de beroemde Drie-eenheids-ikoon van Roebljov. Maar na deze overwinning kwamen ook de grote beproevingen. Nog dezelfde herfst werd Dimitri ernstig ziek. Twee jaar later kwamen de Tataren opnieuw opzetten, maar nu waren de verdedigingsmaatregelen onvoldoende. Moskou werd ingenomen, barbaars verwoest en aan het vuur prijsgegeven.
Dimitri, die was weggetrokken om hulp te zoeken, vond bij zijn terugkomst slechts de as van al wat hij had opgebouwd. Hij zorgde voor het begraven van de vele doden, en deed afstand van de troon in aanwezigheid van de heilige Sergios. ln zijn testament beval hij zijn zonen hun moeder steeds te eren. De bojaren riep hij op om de onderlinge vrede te bewaren en eerlijk hun dienst te verrichten. Dit document werd plechtig ondertekend in mei 1389.
Enkele dagen later is de Grootprins Dimitri loannowitsj gestorven, op de 19e mei.

dimitri donskoi.jpg

heilige Dimitri Donskoi

Millenium Monument in Novgorod

 

dimitri donskoi8.jpg

Sergio van Radonez zegent Dimitri Donskoi voor de strijd

 

tekst psalm 23   124.jpg

johannes Chrysostomos : De bevrijding van de gevangenen

border 00FF.jpg

H. Johannes Chrysostomus (ca 345-407), priester te Antiochië, daarna bisschop te Constantinopel, kerkleraar
Overweging over het woord ‘kerkhof’en over het kruis

Chrysostomos TEKST2.jpg

De bevrijding van de gevangenen

Op die dag is Jezus Christus gekomen en heeft de afgronden van de hel overwonnen. Op die dag “heeft Hij de koperen deuren gebroken en de ijzeren grendels in stukken geslagen”, zoals Jesaja dat zegt (45,2). Let hier op de uitdrukkingen. Hij zegt niet dat Hij de koperen deuren “heeft geopend” en ook niet dat Hij ze heeft weggehaald, maar dat Hij ze heeft “gebroken”, om te laten weten dat er geen gevangenis meer is, om zo te zeggen dat Jezus die dag de gevangenen bevrijd heeft. Een gevangenis waarin geen deuren en geen sloten meer zijn, kan geen gevangenen meer vasthouden. Die deuren heeft Christus gebroken, wie kan ze herstellen? De grendels heeft Hij in stukken geslagen, wie van de mensen kan ze weer terugzetten?

Als de prinsen van de wereld hun gevangenen vrijlaten door genade-brieven te sturen, laten ze de deuren evenals de bewakers van de gevangenis bestaan, door aan hen die er uitkomen te laten zien, dat zij of anderen er weer in kunnen belanden. Christus handelt niet op deze wijze. Door de koperen deuren te breken, toont Hij dat er geen gevangenis meer is en ook geen dood.

Waarom spreekt men van ‘koperen’ deuren? Omdat de dood meedogenloos, inflexibel en hard als een diamant is. Nooit in alle eeuwen voor Christus had een gevangene eruit kunnen ontsnappen, tot aan de dag waarop de Almachtige uit de hemel afdaalde naar de afgronden om de slachtoffers uit de afgronden te trekken.

http://www.dagelijksevangelie.org

 

tekst Chrysostomos47.jpg

 

de zes eerste oecumenische concilies

border 7TRE.jpg

6e zondag na Pinksteren

Eveneens :

Herdenking van de zes eerste oecumenische concilies

Vaders van de zes eerste oecumenische concilies.jpg

Overzicht van de eerste zes oecumenische concilies

325 Nicea I

Hier speelde de triniteit. Besloten werd dat de Zoon van hetzelfde wezen is als de Vader. Homo-ousios. Arianisme en modalisme werden verworpen en de Geloofsbelijdenis van Nicea werd aangenomen. Dit concilie en alle volgende concilies worden niet erkend door de niet-trinitaire kerken: unitariërs en Jehova’s getuigen

Lees verder “de zes eerste oecumenische concilies”

Gregorius van Nazianze : “Wanneer Hij komt, de Geest van de waarheid, dan zal Hij u tot de volle waarheid geleiden”

border 20203.gif

H. Gregorius van Nazianze (330-390), bisschop en kerkleraar
Overweging 31, 5e theologie, 25-27 ; PG 36, 159

 

Gregorius van Nazianze.jpg

Gregorius van Nazianze

“Wanneer Hij komt, de Geest van de waarheid, dan zal Hij u tot de volle waarheid geleiden”

Gedurende een lange periode hebben twee grote omwentelingen de aarde aan het wankelen gebracht; men noemt ze de Twee Testamenten. De een brengt de mensen van afgoderij naar de Wet; de ander van de Wet naar het Evangelie. Een derde omwenteling wordt gepredikt: die welke ons van hierbeneden naar boven brengt waar er geen onrust meer is. Welnu, de twee Evangeliën hebben dezelfde aard… ze hebben niet alles in één keer, vanaf de eerste impuls van hun beweging, veranderd … Het was er niet om ons geweld aan te doen, maar om ons te overtuigen.. Want wat met geweld opgedrongen wordt, blijft niet…

Het oude Testament toonde duidelijk de Vader, en toonde ook verborgen de Zoon. Het nieuwe Testament heeft de Zoon geopenbaard en heeft de goddelijkheid van de heilige Geest bedekt te kennen gegeven. Vandaag komt de heilige Geest onder ons, en Hij laat zich steeds duidelijker kennen. Het zou gevaarlijk geweest zijn om de Zoon te verkondigen, als de goddelijkheid van de Vader niet erkend werd, en voor zover de goddelijkheid van de Zoon niet aanvaard is, om de heilige Geest te verkondigen. Men zou kunnen vrezen dat, net zoals mensen die teveel boodschappen dragen of zij die kijken naar de zon met zwakke ogen, gelovigen zo het risico lopen om te verdwalen als ze al de kracht hadden het te dragen. De schittering van de Drie-eenheid moest dus stralen door de opeenvolgende ontwikkelingen of, zoals David zei, “op pelgrimstocht” (Ps 84,8) en door een toename van heerlijkheid tot heerlijkheid…

Ik voeg deze overweging er nog aan toe: de Verlosser wist bepaalde dingen waarvan Hij inschatte dat de leerlingen ze nog niet konden dragen ondanks alle onderricht dat ze al hadden ontvangen. Om redenen die ik hierboven heb genoemd, hield Hij deze dingen verborgen. En Hij herhaalde dat de heilige Geest bij zijn komst, hun alles zou onderrichten.

bron : dagelijksevangelie.org

tekst 1 (2).jpg