Papias van Hierapolis

border hstyy.jpg

Heiligenleven

De heilige Papias van Hierapolis

 

papias van Hierapolis.jpg

De heilige Papias, bisschop van Hiërapolis, behoort tot de apostolische vaders. Hij was een leerling van de apostel Johannes en een vriend van de heilige Polykarpos. Er zijn slechts enkele brokstukken van zijn geschriften bewaard gebleven in de kerkgeschiedenis van Eusebios: vermeldingen van de Evangelies van Mattheos en Markos; de vier Maria’s en de broeders des Heren, en een deel van een commentaar over de Woorden van de Heer. Hij is gestorven rond 130. Papias beroemt zich erop dat hij aan elk van de apostelen die hij ontmoette, telkens heeft gevraagd wat zij van de Heer hadden gehoord, om dat op te schrijven. Helaas is zijn boek niet bewaard gebleven.

Uitg.orth.klooster Den Haag .Met toestemming

 

 

 

Athanasios de Belijder

bordere 67D.gif

De heilige Baradat

baradat groot.jpg

 

De heilige Baradat (Varadat) leefde in de woestijn van Syrië, in een kuil die hij nooit verliet. Hij was gekleed in enkele dierenvellen en beoefende het onophoudelijk gebed. Hij had een zwak gestel, maar liet zich daardoor niet weerhouden een even strenge ascese te onderhouden als de andere kluizenaars. De brandende liefde tot God die hem doorgloeide, maakte het mogelijk dat hij de beperktheden van zijn lichaam overwon, en hij liet daardoor zien dat het meer aankomt op moed dan op kracht om iets te bereiken in het geestelijk leven

Evenals Simeon de Styliet werd hij geraadpleegd door keizer Leo, en zijn antwoord is gevoegd bij de documenten van het concilie van Chalcedon. Hij is gestorven rond 460.

uitg.orthodox klooster Den haag. Met toestemming

 

tekst bijbel578.jpg

tekst apostel Paulus.jpg

. Johannes Chrysostomus : Overweging over het woord ‘kerkhof’en over het kruis

border XC NIKA.gif

H. Johannes Chrysostomus (ca 345-407), priester te Antiochië, daarna bisschop te Constantinopel, kerkleraar

chrysostomos47.jpg

Overweging over het woord ‘kerkhof’en over het kruis
De bevrijding van de gevangenen

Op die dag is Jezus Christus gekomen en heeft de afgronden van de hel overwonnen. Op die dag “heeft Hij de koperen deuren gebroken en de ijzeren grendels in stukken geslagen”, zoals Jesaja dat zegt (45,2). Let hier op de uitdrukkingen. Hij zegt niet dat Hij de koperen deuren “heeft geopend” en ook niet dat Hij ze heeft weggehaald, maar dat Hij ze heeft “gebroken”, om te laten weten dat er geen gevangenis meer is, om zo te zeggen dat Jezus die dag de gevangenen bevrijd heeft. Een gevangenis waarin geen deuren en geen sloten meer zijn, kan geen gevangenen meer vasthouden. Die deuren heeft Christus gebroken, wie kan ze herstellen? De grendels heeft Hij in stukken geslagen, wie van de mensen kan ze weer terugzetten?

Als de prinsen van de wereld hun gevangenen vrijlaten door genade-brieven te sturen, laten ze de deuren evenals de bewakers van de gevangenis bestaan, door aan hen die er uitkomen te laten zien, dat zij of anderen er weer in kunnen belanden. Christus handelt niet op deze wijze. Door de koperen deuren te breken, toont Hij dat er geen gevangenis meer is en ook geen dood.

Waarom spreekt men van ‘koperen’ deuren? Omdat de dood meedogenloos, inflexibel en hard als een diamant is. Nooit in alle eeuwen voor Christus had een gevangene eruit kunnen ontsnappen, tot aan de dag waarop de Almachtige uit de hemel afdaalde naar de afgronden om de slachtoffers uit de afgronden te trekken.

http://www.dagelijksevangelie.org

chrysostomos vasten.jpg

tekst Johannes Chrysostomos.jpg

H. Gregorius van Nyssa : “Zalig de zuiveren van hart, want ze zullen God zien”

logo.gif

H. Gregorius van Nyssa (ca. 335-395), monnik en bisschop
Homilie 6 over de Zaligsprekingen; PG 44,1269

Gregorius van Nyssa2.jpg

Gregorius van Nyssa

“Zalig de zuiveren van hart, want ze zullen God zien”

De gezondheid van het lichaam is iets goeds voor het menselijk leven. Welnu, men is niet alleen gelukkig om de definitie van gezondheid te kennen, maar ook om in goede gezondheid te leven… De Heer Jezus zegt niet dat men gelukkig is om iets te weten over God, maar dat men gelukkig is als men Hem in zichzelf bezit. Immers “zalig de zuiveren van hart, want ze zullen God zien” (Mt 5,8). Hij zegt hiermee niet dat God zich laat zien door iemand die de blik van zijn ziel heeft gezuiverd…; een ander woord drukt dat duidelijker uit: “Het Koninkrijk van God is in u” (Lc 17,21). Dit onderricht zij ons nu: wie zijn hart gezuiverd heeft van elk schepsel en alle ontregelende hechtingen, ziet het beeld van de goddelijke natuur in zijn eigen schoonheid…

Er is in jou, in zekere mate, een vermogen om God te zien. Degene die je gevormd heeft, heeft een enorme kracht in jouw wezen gelegd. Toen God je schiep heeft Hij in jou de schaduw van zijn eigen goedheid afgedrukt, zoals men de afdruk van een stempel in was drukt. Maar de zonde heeft deze afdruk van God verborgen; ze is verborgen onder het vuil. Als door een poging tot volmaakt leven, jij het vuil dat aan je hart gehecht zit, zuivert, dan zal de goddelijke schoonheid opnieuw in je stralen. Zoals een stuk ijzer, dat van de roest is ontdaan in de zon schittert, zo zal ook de innerlijke mens, die de Heer “hart” noemt, gelijkenis naar zijn voorbeeld vinden als hij de roestvlekken verwijdert, die zijn schoonheid aantast…

http://www.dagelijksevangelie.org

tekst Gregorius van Nyssa.jpg

 

tekst bijbel spreuken nederlandds.jpg

 

 

Columbanus : “Door de zee heen voerde uw weg, door oneindige wateren uw pad. Uw voetsporen bleven onkenbaar” (Ps 77,20)

border fffff.gif

H. Colombanus (563-615), monnik en stichter van kloosters
Geestelijke instructies 1, Het geloof, 3-5

columbanus.jpg

 

“Door de zee heen voerde uw weg, door oneindige wateren uw pad. Uw voetsporen bleven onkenbaar” (Ps 77,20)

God is overal, volledig en onbegrensd. En overal is Hij nabij, Hij die zelf zegt: “Ben Ik alleen een God die in de nabijheid is; ben ik ook niet een God die ver weg is?” (Jer 23,23) De God die wij zoeken bevindt zich niet ver van ons verwijderd. Hij is onder ons. Hij woont binnen in ons, zoals de ziel in het lichaam, zolang wij zijn levende ledematen zijn, niet gestorven aan onze zonden (vgl. 1Kor 6,15)… Onder deze voorwaarden leeft Hij waarachtig in ons, Hij die gezegd heeft: “Ik zal onder hen wonen en met hen omgaan” (Lev 26,11; 2Kor 6,16). Zoals Hij ons de genade schenkt in ons te wonen, zo zijn wij waarachtig bezield door Hem, als zijn levende ledematen. “Want door Hem hebben wij het leven, het bewegen en het zijn” (Hand 17,28).

Maar wie zal Hem kunnen volgen naar de hoogste hoogten van zijn onuitsprekelijke en onvatbare Zijn? Wie zal de diepten van God kunnen peilen? Wie zal het aandurven de eeuwige bron van het heelal te zoeken? Wie zal zich erop beroemen de oneindige God te kennen, die alles vervult en alles omvat, alles doordringt en aan alles voorbij gaat, alles omhelst en aan alles ontsnapt, “Hij, die niemand ooit gezien heeft” (Joh 1,18) zoals Hij is? Dat niemand denke door te kunnen dringen tot de ondoordringbare diepten van God, tot het wat, hoe en waarom van zijn wezen, dat benoemd, onderzocht, noch onthuld kan worden. Geloof in alle eenvoud maar met kracht, dat God is en dat Hij altijd zijn zal zoals Hij altijd al was, want God is immer onveranderlijk.

 

Tekst bijbel psalmen nederlands.jpg

 

1-Petrus-56-230x230.jpg

heiligenleven

border 8DS.jpg

Heiligenleven

De heilige Suitbertus, bisschop van de Friezen

 

suitbertus bisschop van de friezen.jpg

Suitbertus

 

De heilige Suitbertus de Oudere, bisschop van de Friezen. Hij was een monnik uit Northumbrië, een leerling van de heilige Egbertus, met wie hij naar Ierland trok. Maar Egbertus was bijna bezeten van de Friezen die bekeerd moesten worden, en omdat die mogelijkheid voor hemzelf afgesloten bleef, wist hij dit verlangen over te dragen op Suitbertus, en hij gaf hem mee toen Willibrord in 690 naar de Friezen overstak. Zij gingen aan land bij Katwijk, aan de mond van de Rijn, en Willibrord vestigde zijn hoofdkwartier in Utrecht. 

Twee jaar eerder had Pepijn van Herstal een grote overwinning behaald op Radboud, de koning van Friesland. Hij had hem tot vrede gedwongen en het land tussen Maas en Rijn in bezit genomen, de streek rond Leiden, Delft, Gouda, Den Briel, Dordrecht en Utrecht. Willibrord deed een beroep op de hulp van Pepijn en deze zond hem naar Rome voor een officiële missie-opdracht. Zijn werk had succes en vier jaar later zond Pepijn hem opnieuw naar Rome, nu met het verzoek Willibrord tot bisschop te wijden voor het nieuw-bekeerde volk. De wijding geschiedde in 696, en Willibrord vestigde zijn zetel in Utrecht, waarvan hij de eerste bisschop werd.
Intussen had Suitbertus in Neder-Friesland, dat wil zeggen in Zuid-Holland en Noord-Brabant, Gelderland en Cleve, met veel succes het missiewerk voortgezet. Nu wilde hij doordringen in het onbekende gebied aan de andere kant van de Rijn. Willibrord voelde eigenlijk niet zoveel voor de wat wilde plannen van de jonge, enthousiaste Suitbertus, maar terwijl Willibrord naar Rome was, zag Suitbertus zijn kans. Hij ging in 697 naar Engeland, om zich tot missiebisschop te laten wijden, zonder vaste standplaats, en trok toen de Rijn over naar het land der Brukten, tussen de Lippe en de Roer. Hij werd eerst vijandig afgewezen, maar hij wist het hart van de mensen te winnen door hun te laten zien hoe land vruchtbaar gemaakt kon worden, hoe graan kon worden verbouwd en hoe paardenteelt bedreven moest worden. Zo werd hij op den duur hun vertrouwde raadsman in alle praktische kwesties. Daarna begon hij hun over Christus te spreken en het Evangelie te verkondigen, en ook hierin werd hij toen vertrouwd, zodat zijn missiewerk vrucht begon te dragen.
Dit wekte echter de argwaan van het buurvolk, de Saksen, die dit zagen als een samenzwering met hun erfvijand, de Franken. Zij vielen Westfalen binnen en richtten een gruwelijke slachting aan. Suitbertus werd gevangen genomen en zo zwaar mishandeld dat hij bijna stervend was. Met behulp van enkele vrienden slaagde hij er echter in te ontsnappen, en met zijn monniken bereikte hij de Romeinse burcht op het Rijn-eiland Kaiserswerth bij Düsseldorf. Daar stichtte hij in 710 een klooster met het doel jonge monniken op te leiden om het werk onder de Germaanse stammen voort te zetten. Onophoudelijk hield ook hij zich met dit zware werk in de ontoegankelijke wouden en moerassen bezig, totdat hij stierf in 713.

uit : heiligenleven voor elke dag : uitg Orth.klooster Den Haag

 

24.jpg

 

heiligenleven : de heilige Simplicius Paus van het Oude Rome

border qmqm.gif

Heiligenleven

De heilige Simplicius Paus van het oude Rome

simplicius paus van het oude rome.jpg

Simplicius, Paus van het oude Rome

 

De heilige Simplicius, paus van het oude Rome, was afkomstig uit Tibur, het huidige Tivoli. Nadat hij gediend had in de geestelijkheid van de twee voorafgaande pausen, werd hij in 467 zelf tot dit zware ambt geroepen, in een tijd dat het land zwaar te lijden had van de invallende barbaren. Zelfs Rome werd ingenomen en geplunderd in het achtste jaar van zijn pontificaat.
Dit was mogelijk omdat het land zelf verdeeld was geraakt. Het werd bestuurd door Romeinse gouverneurs die zich een tiranniek gezag hadden aangematigd over de bevolking die geheel rechteloos was. Zij heersten als kleine tirannen met volstrekte willekeur, en elk verzet werd met grote wreedheid onderdrukt. Zo werden de invallende barbaren min of meer als bevrijders geduld, en hele legergroepen kwamen in opstand tegen het rijk. Dit alles bevorderde het arianisme, omdat de orthodoxie vereenzelvigd werd met het tiranniek bewind.
De taak van Simplicius werd hierdoor onnoemlijk zwaar, en nadat hij bijna 16 jaar de kerk, voor zover hij dat kon, bestuurd had, is hij gestorven in 483.

 

tekst bijbel 1 johannes5.jpg

Heiligenleven : theodoros van Sykeon

border gdts.gif

Heiligenleven

De heilige Theodoros van Sykeon

theodoros van Sykeon5.jpg

 

De heilige Theodoros van Sykeon, bisschop van Anastasiopolis. Hij was geboren in Sykeon (Galatië) als onwettig kind van een koerier van keizer Justinianus, bij de dochter van een herbergierster, een prostituee. Hij woonde in de buurt van de grote kerk, gewijd aan de groot-martelaar Georgios. Diens geschiedenis maakte een geweldige indruk op de kleine jongen en hij wilde ook grote daden verrichten. Zo kwam hij ertoe des nachts stil op te staan als iedereen sliep, het huis uit te sluipen om dan in de kerk te gaan bidden. Deze gewoonte wekte in hem een vroege zelfstandigheid. Toen hij 14 jaar oud was, nam hij zijn leven in eigen handen. Hij vond in de omgeving van de stad een grot, waar hij zich als kluizenaar terugtrok. En deze jongen bezat reeds zulk een overwicht dat hij een deel van zijn omgeving tot de noodzakelijke medewerking daartoe wist te bewegen. Een van zijn bewonderaars was blijkbaar de bisschop, want toen hij 18 jaar was werd hij diaken gewijd, en enige tijd later priester.
Theodoros trok nu de wereld in, hij ging op pelgrimstocht naar het Heilig Land. Hij zocht onderdak in het klooster Choseba, en werd daar monnik gewijd. We weten niet hoelang hij er gebleven is, maar als rijpe volwassene keerde hij naar Sykeon terug en hij stichtte een klooster bij de kerk van zijn jeugd, want andere jonge mensen voelden zich tot hem aangetrokken en wilden onder zijn leiding leven.
Zijn bekendheid in de omtrek nam sterk toe en niet zo heel veel later koos de bevolking van Anastasiopolis hem tot bisschop, hoezeer hij zich daar ook tegen verzette. Theodoros aanvaardde toen deze dienst als een opdracht van God, en bestuurde gedurende 40 jaar zijn diocees. Wel bezocht hij in die tijd herhaaldelijk de monastieke centra van Palestina en het nabije Oosten. Toen vond hij een geschikte opvolger en hij trad af om zijn laatste levensjaren geheel aan het gebed te wijden in het door hem gestichte klooster. De gewone ascese van weinig eten, slapen en comfort was hem nog niet streng genoeg, en daarom liet hij zich in de tijd tussen Theofanie en Pascha als een misdadiger zwaar geboeid opsluiten in een ijzeren kooi.
Veel wonderen geschiedden door zijn krachtdadig gebed. Zieken werden genezen, regen kwam in een tijd van hardnekkige droogte, er kwam een einde aan een vernietigende sprinkhaan-plaag. Hij bezat ook de gave om in de toekomst te zien en voorzegde zijn eigen dood, die hem aangekondigd werd door een verschijning van de door hem zo vereerde heilige Georgios, op de 22e april van het jaar 613.

 

1-Petrus-3-18.jpg

1-johannes-4-20-2.jpg

Germanus van Constantinopel : “Met ziel en lichaam naar de heerlijkheid van de hemel opgestegen”

border ppppp.gif

H. Germanus van Constantinopel (?-733), bisschop
Homilie voor het ontslapen van de Moeder Gods ; PG 98, 346

 

germanus5-de-constantinople.jpg

Germanus van Constantinopel

“Met ziel en lichaam naar de heerlijkheid van de hemel opgestegen” (Feestgebed)

Levende Tempel van de goddelijke heilige eniggeboren Zoon, Moeder van God, werkelijk, ik zeg het opnieuw, uw hemelopneming heeft u op geen enkele wijze verwijderd van de christenen. U leeft in onvergankelijkheid en toch blijft u niet ver van de vergankelijke wereld; integendeel, u bent hen nabij die u aanroepen en zij die u met geloof zoeken, vinden u. Zo blijft ook uw geest altijd sterk en levend en is uw lichaam onsterfelijk. Hoe zou immers de ontbinding van uw vlees u kunnen verminderen tot as en stof, u hebt de mens van de ondergang door de dood gered door de menswording van uw Zoon?…

Een kind zoekt en verlangt naar zijn moeder, en de moeder houdt ervan om met haar kind te leven: zo had u ook in uw hart een moederlijke liefde voor uw Zoon en voor uw God, u zou normaliter moeten kunnen terugkeren naar Hem, en God – door zijn liefde voor zijn kinderen tot u- moest u wel toestaan om in zijn staat te kunnen delen. Zo bent u, dood voor de eindige dingen, geëmigreerd naar de onvergankelijke verblijven van de eeuwigheid, waar God verblijft met wie u voortaan het leven deelt…

U bent lichamelijk zijn verblijfplaats geweest; en nu is Hij voor u de rustplaats geworden. “Dit is mijn rustplaats voor immer”, zei Hij (Ps 132,14). Deze rustplaats is het vlees waarmee Hij bekleed werd in u, Moeder van God, het vlees aangenomen te hebben, waarin, zo geloven wij, Hij zich aan de huidige wereld heeft getoond en zich in de komende wereld zal tonen, als Hij de levenden en de doden zal komen oordelen. Aangezien u het verblijf bent van zijn eeuwige rust, heeft Hij de vergankelijkheid weggehaald en het met zich meegenomen, omdat Hij u in zijn tegenwoordigheid en in zijn affectie wilde bewaren. Daarom schenkt Hij u alles wat u Hem vraagt, als een moeder die zorgzaam voor haar kinderen is; alles wat u wenst, zal Hij vervullen met zijn goddelijke kracht, Hij is voor eeuwig gezegend.

 

20.jpg