De heilige Brictius bisschop van Tours
De heilige Brictius (Brix, Britius), bisschop van Tours, was van zijn jeugd af opgevoed in het klooster van de heilige Martinus, die hem als vondeling had opgeraapt. Hij was niet erg onder de indruk van zijn heilige opvoeder, en toen hij zelf diaken was, sprak hij wel over hem als die oude dwaas die niets beters weet dan naar de hemel te staren. En toen Martinus hem eens onderhield over zijn spilzucht en dat hij zich zelfs knappe slavinnetjes aanschafte, antwoordde Brictius woedend dat hij een betere christen was dan Martinus, want hij was van zijn jeugd af in een klooster opgevoed, terwijl Martinus in de losbandige omgeving van het leger was opgegroeid en daarom op zijn oude dag met allerlei gekke ascetische praktijken bezig was en aan hallucinaties leed. Even later kwam de driftkop dan wel weer tot bezinning en vroeg vergeving. Martinus zei in vrome wraakzucht dat hij voor de ander gebeden had dat die ook bisschop van Tours zou worden, maar dat hij het niet gemakkelijk zou hebben.









“Na zeven weken, te rekenen vanaf het paasfeest, zullen wij de heilige dag van pinksteren vieren, die voorheen bij de joden werd voorafgebeeld onder de naam van feest der weken. Het was een termijn, waarop vrijlating en kwijtschelding verleend werd. Kortom het was een dag van volledige vrijmaking.”









