
Dit is een privé christelijke blog van Kris Biesbroeck, Licentiaat Theologie en filosofie. De inhoud van blog : Theologie, filosofie, Kerkvaders, Heiligenlevens, Exegese, Augustinus,enz… Alles wat sinds 2007 op de site is verschenen kan hier teruggevonden worden bij de Categorieën (bij het begin van de site) HET ADRES VAN DE SITE IS : CHRISTELIJKEINFORMATIEBRON.WORDPRESS.COM.

Simeon de Nieuwe Theoloog (ca 949-1022)
Griekse monnik
Catechismus, 33 ; SC 113

De “sleutel van de kennis” (Lc 11,52) is niets anders dan de genade van de heilige Geest. Ze werd door het geloof gegeven. Door de verlichting brengt ze werkelijk de kennis en zelfs de volledige kennis. Zij opent onze gesloten en verduisterde geest, vaak met parabels en symbolen, maar ook met duidelijker bevestigingen… Let dus op de geestelijke betekenis van het woord. Als de sleutel niet goed is, dan gaat de deur niet open. Want, zo zegt de Goede Herder, “voor hem doet de bewaker de deur open” (Joh 10,3). Maar als de deur niet open gaat, dan gaat niemand het huis van de Vader binnen, want Christus heeft gezegd: “Niemand kan tot de Vader komen dan door Mij” (Joh 14,6).


Origenes (±185 – 254 (of 251) ) wordt soms nog wel uitgemaakt voor ariaan. Zeker in de middeleeuwen was dit het geval. Velen lazen zijn werken hierdoor niet meer, maar bij mij bleef de vraag hangen of dit wel zo was.
Zeker toen ik las dat als Origenes direct gestorven zou zijn als martelaar, dat hij dan tot de grote westerse kerkvaders (Augustinus, Ambrosius, Hiëronymius en Gregorius de Grote) zou behoren (Eginhard Meijering – Geschiedenis van het vroege Christendom, Balans 2004, blz. 309). Later dacht ik dat hij misschien uitgemaakt werd als ketter, omdat hij in de vierde eeuw verafgood werd. Deze rage, origenisme genaamd, kreeg een tegenbeweging (Pierre Trouillez – Van Petrus tot Constantijn, Davidsfonds/Leuven 2002, blz. 214), waar denk ik de idee vandaan komt dat Origenes een ketter geweest zou zijn.

De heilige Makrina
De heilige Makrina was de oudste dochter in een familie van heiligen. Haar grootmoeder, Makrina de oudere, had met haar bloed voor Christus getuigd. Haar ouders waren omwille van het geloof verbannen, terwijl al hun bezittingen waren geconfisceerd. Toen onder keizer Constantijn de Kerk vrede genoot, hadden zij weer een deel van hun goederen terug ontvangen. ln die tijd werd ook Makrina geboren, in 327. Als meisje was zij verloofd met een jonge advokaat, maar deze stierf na korte tijd, voordat het tot een huwelijk was gekomen. Makrina zag hierin een teken dat zij maagd moest blijven. Omdat ook haar vader gestorven was, en de zorgen voor het gezin haar moeder boven het hoofd groeiden, werd de energieke Makrina al spoedig de spil waarom heel het familieleven draaide. Zij wijdde haar krachten in het bijzonder aan de opvoeding van haar jongere broers die dol op haar waren. Zij leerde hen lezen aan de hand van de Heilige Schrift, en door het intensief bestuderen van de Wijsheidsboeken ontwikkelden zij zowel hun verstand als hun geestelijk inzicht. De resultaten waren heel bijzonder: drie heiligen: Basilios de Grote, Gregorios van Nyssa en Petros van Sebaste.

Terminologie
Als inleiding op deze inleiding eerst een toelichting op de termen “Byzantijnse ritus” en “Byzantijnse Liturgie”. De term “Byzantijnse ritus” wordt in de rooms-katholieke en protestantse theologie gebruikt om het complex van liturgische vormen en diensten aan te duiden die gebruikt worden in de oosters-orthodoxe kerken en kloosters . De term “ritus” wordt in de orthodoxe kerken zelf echter niet gebruikt. Evenmin spreekt men in het Oosten over de “Byzantijnse liturgie”. Deze laatste term is gereserveerd voor de dienst die in de rooms-katholieke bekend is onder de naam “eucharistieviering”. Hij heet dan “de Goddelijke Liturgie”. Onder orthodoxe theologen bestaat er geen algemeen geaccepteerde overkoepelende term die het complex aan liturgische verschijnselen samenvat. Veeleer worden de separate onderdelen genoemd: de liturgie, de vespers, de metten, de uren etc. In sommige westerse orthodoxe gemeenschappen is de term “officie” in gebruik geraakt. Deze westerse leenterm dekt de lading van het grotere complexe geheel echter geenszins: zij wordt immers doorgaans geassocieerd met de diensten die in een klooster op vaste uren van de dag gebeden worden. De niet aan vaste uren gebonden diensten (de liturgie en de sacramentsdiensten) vallen hier niet onder. In het kader van dit artikel wordt naar het complex van oosterse (Byzantijnse) diensten en liturgieën verwezen met de term “orthodoxe eredienst”.
H. Petrus Damianus (1007-1072)
kluizenaar en daarna bisschop, Kerkleraar
Opuscule 11 « Dominus vobiscum », 6
Petrus Damianus
De heilige Kerk, hoewel verschillend in de veelheid van personen, is verenigd door het vuur van de Heilige Geest. Als zij uiterlijk verdeeld lijkt in verschillende families, kan het mysterie van zijn diepe eenheid niets verliezen van zijn compleetheid: “Want de liefde van God werd in onze harten verspreid door de Heilige Geest die ons werd gegeven”, zei de heilige Paulus (Rm 5,5). Deze Geest is zonder enige twijfel, zowel één en menigvuldig, één in de essentie van zijn majesteit, veelvoudig in de gaven en het charisma welke aan de heilige Kerk worden toegekend, en die Hij met zijn aanwezigheid vult. En deze Geest geeft aan de Kerk, dat zij tegelijkertijd één is in zijn universele verspreiding, als geheel in elk van zijn leden…



Mozes (Hebreeuws: מֹשֶׁה Mosje, Oudgrieks: Μωυσῆς Mōysēs of Μωσῆς Mōsēs, Latijn: Moyses of Moses, Arabisch: موسى Moesa) was volgens de Tenach de grootste profeet.[1] De Hebreeuwse Bijbel beschrijft hem als de leider van de Israëlieten bij de uittocht uit Egypte en tijdens de doortocht door de woestijn tot aan de grenzen van Kanaنn. Traditioneel worden aan Mozes ook de eerste vijf Bijbelboeken toegeschreven (de Thora), waardoor de gehele wetgeving van Israël door zijn autoriteit werd geschraagd. Ook Psalm 90 wordt aan Mozes toegeschreven.

H. Augustinus (354-430)
bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Sermon over het evangelie van Johannes, nr. 25, 14-16

“Ik ben het Brood des Levens, het echte brood dat uit de hemel neerdaalt en leven geeft aan de wereld” (Joh 6,32-33)… Verlangen jullie naar dit brood uit de hemel, jullie hebben het bij jullie, en eten het niet. “Ik zeg jullie: jullie hebben Mij gezien en toch geloven jullie niet” (Jn 6,36). Toch verwerp Ik jullie niet; heeft jullie ongeloof de trouw van God teniet gedaan? (Rom 3,3) Zie, namelijk: “Al wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen, en wie tot Mij komt, zal Ik niet buitenwerpen” (Jn 6,37). Wat is dat voor een innerlijkheid waar men niet uitgaat? Een diepe inkeer, een zoet geheim. Geheim zonder moedeloosheid, zuiver en zonder de bitterheid van slechte gedachten, vrijgesteld van kwelling door een beproeving of lijden. Is dat niet het geheim waarin de trouwe dienaar gaat die hoort zeggen: “Ga de vreugde van de Heer binnen” (Mt 25,21)?…


7e zondag na Pinksteren
LEZINGEN
Hebreeën 13, 7-16
Gedenkt uw leiders, die u het eerst het woord van God verkondigt hebben. Haalt u weer hun leven en de afloop van hun leven voor de geest; neemt een voorbeeld aan hun geloof. 8Jezus Christus is dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid. 9Laat u niet van de wijs brengen door allerlei vreemde theorieën. Wij steunen terecht op Gods genade, niet op spijzen; zij die het daarin zochten, hebben er geen baat bij gevonden. 10Wij hebben een altaar waarvan de priesters van de tabernakel niet mogen eten. 11Zoals ge weet, verbrandt men buiten de legerplaats de lichamen van de dieren, waarvan het bloed door de hogepriester in het heiligdom wordt gebracht. 12Daarom heeft ook Jezus buiten de stadspoort geleden, om het volk te heiligen door zijn eigen bloed. 13Laten wij ons dan bij hem voegen, buiten de legerplaats, en zijn versmading dragen, 14want wij hebben hier geen blijvende stad, maar zijn op zoek naar de stad van de toekomst. 15En door Jezus willen wij God voortdurend een lofoffer brengen, de hulde namelijk van lippen die zijn naam prijzen. 16Vergeet ook nooit elkaar goed te doen en te helpen, want dat zijn de offers die God behagen.

H. Petrus Damianus (1007-1072)
kluizenaar en daarna bisschop, Kerkleraar
Opuscule 11 « Dominus vobiscum », 6


Toen Christus aan ons gelijk werd, dat wil zeggen mens werd, heeft de Heilige Geest Hem gezalfd en gewijd, hoewel Hij van nature God is… Hij heiligt zelf zijn eigen lichaam, en alles in de schepping wat het waard is om geheiligd te worden. Het mysterie dat in Christus gebeurde, is de oorsprong en de weg van onze deelname aan de Heilige Geest.