Dit is een privé christelijke blog van Kris Biesbroeck, Licentiaat Theologie en filosofie. De inhoud van blog : Theologie, filosofie, Kerkvaders, Heiligenlevens, Exegese, Augustinus,enz… Alles wat sinds 2007 op de site is verschenen kan hier teruggevonden worden bij de Categorieën (bij het begin van de site) HET ADRES VAN DE SITE IS : CHRISTELIJKEINFORMATIEBRON.WORDPRESS.COM.
St. Augustinus van Hippo (354–430 n.Chr.) Over de Ene, Heilige, Katholieke en Apostolische Kerk
“Deze Kerk is heilig, de ene Kerk, de ware Kerk, de Katholieke Kerk, strijdend zoals zij doet tegen alle ketterijen.
Zij kan strijden, maar zij kan niet overwonnen worden. Alle ketterijen worden uit haar verdreven, zoals nutteloze takken die van een wijnstok worden gesnoeid.
Zij blijft geworteld in haar oorsprong, in haar wijnstok, in haar liefde. De poorten van de hel zullen haar niet overwinnen.”
—St.Augustinus: Preek tot de Catechumenen, Over de Geloofsbelijdenis 6, 14 (395 n.Chr.)
++++
Commentaar:
Augustinus spreekt hier met vurige overtuiging over de identiteit en kracht van de Kerk. Zijn woorden zijn niet triomfalistisch, maar mystiek en pastoraal. Hij ziet de Kerk als een levende wijnstok, geworteld in Christus, die door de eeuwen heen gesnoeid wordt — niet om haar te verzwakken, maar om haar te zuiveren.
Wat opvalt is zijn vertrouwen: de Kerk kan strijden, maar niet verslagen worden. Dit is geen blind optimisme, maar een geloof dat geworteld is in de belofte van Christus: “De poorten van de hel zullen haar niet overweldigen” (Matteüs 16:18). Augustinus erkent dat er strijd is — ketterijen, verdeeldheid, pijn — maar hij ziet ook dat de liefde van Christus de kern blijft.
Voor ons vandaag is dit een uitnodiging om niet te wanhopen bij verdeeldheid of crisis, maar om terug te keren naar de wortel: Christus zelf. De Kerk leeft niet van structuren, maar van liefde. En waar liefde is, daar is leven, daar is waarheid, daar is overwinning.
+++++
✢ Gebed in de geest van Augustinus ✢
Heer van de Kerk,
Gij die haar hebt geplant als een wijnstok in de wereld,
laat haar geworteld blijven in Uw liefde.
Wanneer stormen haar schudden, wanneer takken breken,
wanneer verdeeldheid haar pijn doet
— laat haar niet vallen, maar zuiver haar.
Snijd weg wat haar verzwakt, maar bewaar haar hart in U.
Laat ons, als levende ranken, verbonden blijven met Uw wijnstok,
voed ons met Uw genade, en maak ons tot dragers van vrucht
— vrucht van waarheid, vrede en liefde.
Laat ons niet strijden uit angst, maar uit liefde voor de waarheid.
Laat ons niet bouwen op macht, maar op Uw aanwezigheid.
Want Gij hebt beloofd: de poorten van de hel zullen haar niet overwinnen.
Laat ons leven in dat vertrouwen, en sterken in die hoop.
“Ontvang vaak, heel vaak de Communie… daarin ligt het enige geneesmiddel,als je genezen wilt worden. Jezus heeft deze aantrekkingskracht niet zomaar in je hart gelegd.”
— St. Thérèse van Lisieux
++++
Commentaar :
Deze woorden van Thérèse zijn doordrenkt van eenvoud en mystieke diepte. Ze spreekt niet over een theologisch systeem, maar over een innerlijke honger — een verlangen dat zij herkent als een genade. De Eucharistie is voor haar geen ritueel, maar een ontmoeting met de levende Christus, een bron van genezing voor de ziel.
Wat bijzonder is: ze noemt de aantrekkingskracht tot de Communie een teken. Niet iets om te negeren of te rationaliseren, maar een uitnodiging van Jezus zelf. In haar spiritualiteit is het hart de plaats van ontmoeting, en het verlangen een wegwijzer naar God.
Voor ons vandaag betekent dit: als we verlangen naar meer nabijheid, meer vrede, meer genezing… dan mogen we dat verlangen serieus nemen. Het is geen zwakte, maar een roep van God in ons.
++++
Gebed in de geest van Thérèse:
Lieve Jezus,
U hebt een stille honger in mijn hart gelegd — een verlangen naar U, naar genezing, naar vrede. Laat mij niet voorbijgaan aan deze roep. Geef mij de moed om U vaak te ontvangen, niet uit gewoonte, maar uit liefde. Laat Uw aanwezigheid in de Eucharistie mijn wonden aanraken, mijn hart verzachten, mijn ziel vernieuwen.
Zoals Thérèse, wil ik eenvoudig zijn, vertrouwend dat U mij leidt door het verlangen dat U zelf hebt gewekt. Genees mij, Heer, in Uw heilige nabijheid.
Amen.
++++
Reflexie:
Vijf korte gebeden rond de Eucharistie:
1.Gebed van verlangen (in de geest van Thérèse)
Jezus, U hebt mij aangeraakt met een stille honger.
Laat mij U ontvangen met het vertrouwen van een kind,
en genees mij in Uw liefdevolle nabijheid.
Amen.
2.Gebed van leegte (in de geest van Johannes van het Kruis)
Heer, Ik kom met lege handen, dorstend naar Uw verborgen aanwezigheid.
Vul mijn leegte met Uw stilte, en laat Uw licht in mij geboren worden.
Amen.
3.Gebed van eenvoud (in de geest van Franciscus van Assisi)
Broeder Jezus, U komt in brood en wijn, zo eenvoudig, zo kwetsbaar.
Maak mijn hart zacht, zodat ik U herken in het kleine.
Amen.
4.Gebed van overgave (in de geest van Augustinus)
Mijn God, U bent dichterbij dan mijn adem.
In de Communie geef ik mij over, niet om te begrijpen,
maar om bemind te worden. Laat mijn ziel rusten in Uw genade.
Amen.
5.Gebed van dankbaarheid (eigen toon, geïnspireerd door allen)
Dank U, Jezus, voor Uw aanwezigheid die mij draagt,
voor Uw liefde die mij geneest, voor Uw vrede die mij omhelst.
Laat mijn leven een lofzang zijn op Uw goedheid.
Amen.
++++
Meditatieve oefening na de Communie
Titel: “Blijf bij mij, Heer”:
Stap 1: Stilte Ga zitten in stilte.
Sluit je ogen. Adem langzaam in en uit.
Laat de woorden…
“Blijf bij mij, Heer” zachtjes in je hart klinken.
Stap 2: Innerlijke aandacht:
Voel de aanwezigheid van Jezus in jou.
Niet als idee, maar als werkelijkheid.
Hij is in jou — in je adem, je hartslag, je verlangen.
Stap 3: Luister naar het verlangen:
Vraag jezelf:
Wat verlangt mijn hart op dit moment? Laat het antwoord
opkomen zonder oordeel. Misschien is het rust,
genezing, vreugde, vergeving…
Stap 4: Geef het aan Jezus:
Stel je voor dat je dit verlangen in je handen
houdt en het aan Jezus geeft.
Zeg: “Heer, dit is van U. Ik vertrouw het toe aan Uw liefde.”
Stap 5: Rust in Zijn aanwezigheid Blijf enkele minuten in stilte.
Geen woorden, geen gedachten. Alleen aanwezigheid.
Begin niets op aarde tenzij het zijn einde in de hemel heeft; bewandel geen pad dat niet naar de hemel leidt.
— St. Charbel
+++++
Commentaar:
Deze uitspraak van St. Charbel is een krachtige uitnodiging tot geestelijke gerichtheid. Hij herinnert ons eraan dat ons leven op aarde niet losstaat van ons uiteindelijke doel: de vereniging met God. Alles wat we ondernemen — werk, relaties, keuzes — krijgt pas volle betekenis als het geworteld is in het verlangen naar het hemelse.
Charbel spreekt niet over wereldvreemdheid, maar over heiligheid in het gewone. Zijn woorden dagen ons uit om elk pad dat we bewandelen te toetsen: leidt dit tot liefde, vrede, waarheid? Of leidt het tot ego, verdeeldheid, leegte?
In een wereld vol afleiding is dit een kompas. Niet als oordeel, maar als uitnodiging: leef met de hemel als horizon.
++++
Gebed:
God van licht en liefde, leer mij beginnen met U in gedachten, en eindigen in Uw vrede.
Laat mijn keuzes geworteld zijn in de hemel, en mijn stappen geleid door Uw Geest.
Als ik dwaal, roep mij terug. Als ik twijfel, geef mij helderheid. Moge mijn leven een pad
zijn dat steeds dichter bij U brengt.
Heilige Charbel, bid voor ons, dat wij de hemel zoeken in alles wat wij doen.
***********
Wie was St.Charbel ?
St. Charbel was een Maronitische monnik en priester uit Libanon (1828–1898), bekend om zijn ascetische leven, diepe gebed en vele wonderen. Hij werd in 1977 heilig verklaard door paus Paulus VI.
Zijn leven
Geboorte: Youssef Antoun Makhlouf, geboren op 8 mei 1828 in Bekaa Kafra, een bergdorp in Libanon.
Familie: Zijn vader stierf vroeg, waardoor hij door zijn moeder en later zijn stiefvader (een priester) werd opgevoed.
Roeping: Al jong voelde hij zich aangetrokken tot het kluizenaarsleven, geïnspireerd door twee ooms die zelf kluizenaars waren.
Monnik: Hij trad in bij het Maronitische klooster van St. Maron in Annaya, waar hij priester werd en een leven van stilte, gebed en ascese leidde.
Kluizenaar: Vanaf 1875 leefde hij als kluizenaar in een hermitage, volledig toegewijd aan gebed en de Eucharistie.
++++
Zijn betekenis:
Wonderen: Tijdens zijn leven en na zijn dood werden duizenden genezingen en wonderen aan zijn voorspraak toegeschreven.
Wereldwijd zijn er meer dan 20.000 wonderen gedocumenteerd.
Heiligverklaring: Paus Paulus VI verklaarde hem zalig in 1965 en heilig in 1977.
Feestdag: 24 juli (Romeinse kalender) of de derde zondag van juli (Maronitische kalender).
Spirituele erfenis: Hij wordt gezien als een symbool van nederigheid, innerlijke vrijheid en radicale toewijding aan God.
Zijn leven toont dat heiligheid mogelijk is in eenvoud en stilte.
Noveen tot de Dienaar Gods Carlo Acutis : (de vertaling is een ietwat ingekorteversie)
🟤 Dag 1 – “Niet ik, maar God”
Meditatie: Carlo koos ervoor om zichzelf te vergeten en God centraal te stellen. Zijn leven was een oefening in loslaten van het tijdelijke om het eeuwige te zoeken.
Commentaar: In een wereld vol afleiding is deze houding radicaal. Carlo leert ons dat heiligheid begint bij het loslaten van het ego.
Gebed: Heer, leer mij zoals Carlo te leven:
niet ik, maar Gij.
Laat mij het vergankelijke loslaten en mijn hart richten op U.
Amen.
***********
🟤 Dag 2 – “Altijd verenigd zijn met Jezus, dat is mijn levensprogramma”
Meditatie: Carlo leefde met Jezus als middelpunt van zijn bestaan. Elk moment was doordrenkt van verbondenheid.
Commentaar: Dit is geen vrome slogan, maar een levenshouding. Jezus wordt niet een deel van het leven, maar het leven zelf.
Gebed: Jezus, wees mijn adem,
mijn ritme, mijn richting.
Zoals Carlo, wil ik alles beleven in U.
Amen.
************
🟤 Dag 3 – “Vraag voortdurend hulp aan je Engelbewaarder. Hij moet je beste vriend worden.”
Meditatie: Carlo had een diepe relatie met zijn Engelbewaarder, als gids en metgezel.
Commentaar: In de mystieke traditie zijn engelen niet abstract, maar concrete helpers. Carlo nodigt ons uit tot een vertrouwelijke omgang.
Gebed:
Heilige Engel, leid mij zoals je Carlo leidde.
Laat mij luisteren naar jouw stille stem van liefde.
Amen.
**********
🟤 Dag 4 – “Onze ziel is als een heteluchtballon… De zonde laat haar neerstorten. De biecht is het vuur dat haar weer doet opstijgen.”
Meditatie: Carlo beleefde het sacrament van vergeving als een bron van vrijheid en hergeboorte.
Commentaar: Hij zag biecht niet als last, maar als genade. Een uitnodiging tot innerlijke vernieuwing.
Gebed: God van barmhartigheid,
geef mij de moed om mij te laten reinigen.
Laat mijn ziel opstijgen in Uw licht.
Amen.
***********
🟤 Dag 5 – “Verdriet is naar jezelf kijken, vreugde is naar God kijken.”
Meditatie: Carlo vond vreugde in het richten van zijn blik op God, niet op zichzelf.
Commentaar: Dit is een mystieke paradox: door onszelf te vergeten, worden we werkelijk gelukkig.
Gebed: Heer, bevrijd mij van zelfgerichtheid.
Laat mij, zoals Carlo, leven in de vreugde van
Uw aanwezigheid.
Amen.
**********
🟤 Dag 6 – “Het enige wat we God moeten vragen in gebed, is het verlangen om heilig te zijn.”
Meditatie: Carlo bad niet om gemak, maar om heiligheid. Zijn gebed was gericht op het essentiële.
Commentaar: Heiligheid is geen perfectie, maar een hart dat verlangt naar God. Carlo herinnert ons daaraan.
Gebed: God, wek in mij het verlangen om U toe te behoren.
Laat mijn hart branden van heilig verlangen.
Amen.
**********
🟤 Dag 7 – “De Maagd Maria is de enige vrouw in mijn leven.”
Meditatie: Carlo had een diepe liefde voor Maria, als moeder, gids en trooster.
Commentaar: Zijn toewijding was teder en totaal. Maria wordt hier niet vereerd uit plicht, maar uit liefde.
Gebed: Maria, Moeder van genade,
neem mij bij de hand. Leer mij, zoals Carlo,
te leven in Uw zachte nabijheid.
Amen.
**********
🟤 Dag 8 – “De Eucharistie is mijn snelweg naar de hemel.”
Meditatie: Voor Carlo was de Eucharistie het hart van zijn spirituele leven. Daar ontmoette hij Jezus.
Commentaar: Hij zag de Mis niet als verplichting, maar als ontmoeting. De hemel begon voor hem in het tabernakel.
Gebed: Jezus, verborgen in de Eucharistie,
trek mij naar U toe. Laat mijn hart branden van
verlangen naar Uw aanwezigheid.
Amen.
**********
🟤 Dag 9 – “Ik ben blij om te sterven, want ik heb geen minuut verspild aan dingen die God niet behagen.”
Meditatie: Carlo stierf jong, maar zijn leven was vol. Hij leefde met een helder doel: God behagen.
Commentaar: Zijn vreugde bij het sterven is geen naïviteit, maar het gevolg van een leven in overgave.
Gebed:
Heer, geef mij de genade om tot het einde trouw te blijven.
Laat mijn dood, zoals Carlo’s, een lofzang zijn op Uw liefde. Amen.
**********
Commentaar op de Noveen tot Carlo Acutis
De noveen tot Carlo Acutis is een pelgrimstocht van negen dagen waarin we worden uitgenodigd om het leven van deze jonge dienaar Gods te beschouwen als een spiegel voor ons eigen verlangen naar heiligheid. Elk citaat van Carlo is als een vonk uit het vuur van zijn liefde voor Christus: eenvoudig, radicaal, en doordrenkt van een mystiek inzicht dat zijn leeftijd ver overstijgt.
Wat opvalt is zijn helderheid: Carlo verspilde geen tijd aan wat God niet behaagt. Zijn spiritualiteit is niet zwaar of complex, maar licht en gericht. Hij leert ons dat heiligheid niet begint bij grootsheid, maar bij trouw in het kleine. Zijn liefde voor de Eucharistie, zijn vriendschap met zijn Engelbewaarder, zijn tedere band met Maria – het zijn allemaal vensters op een hart dat volledig op God gericht was.
Deze noveen is geen verering van een persoon, maar een uitnodiging tot navolging. Carlo’s leven is een getuigenis dat heiligheid mogelijk is – zelfs in een digitale wereld, zelfs op jonge leeftijd, zelfs in het gewone. Zijn vreugde, zijn eenvoud, zijn radicale keuze voor God: ze dagen ons uit om ons eigen leven opnieuw te richten.
++++
Gebed: “In het spoor van Carlo”
Heer, God van leven en licht, U hebt in Carlo Acutis een jong hart doen ontvlammen, een hart dat niet twijfelde, niet talmde, maar U zocht met een vurigheid die ons beschamen kan. U hebt hem geleerd om niet zichzelf, maar U te zoeken, om vreugde te vinden in het kijken naar Uw gelaat, om zijn leven te maken tot een lofzang op Uw aanwezigheid.
Heer, leer ook mij om te leven zoals hij. Laat mij loskomen van het vluchtige, van alles wat mij afleidt van Uw eeuwige liefde. Laat mij, zoals Carlo, mijn levensprogramma schrijven in verbondenheid met Jezus, dag na dag, moment na moment.
Zend mij Uw Engelbewaarder, niet als een verre figuur, maar als een vriend, een metgezel op de weg van heiligheid. Laat mij luisteren naar zijn stille raad, en wandelen in de richting die hij wijst.
Heer, geef mij de moed om te biechten, om mijn ziel te reinigen in het vuur van Uw barmhartigheid. Laat mijn hart opstijgen als een ballon, gedragen door Uw genade, vrij van de last van zonde.
Leer mij, zoals Carlo, om niet naar mijzelf te kijken, maar naar U – bron van vreugde, vrede en vrijheid. Laat mijn gebed niet gevuld zijn met verlangens naar gemak, maar met het ene verlangen: om heilig te zijn.
Maria, Moeder van tederheid, wees ook mijn enige vrouw, mijn gids, mijn troost. Laat mij, zoals Carlo, in Uw armen rusten en Uw zachte stem volgen naar Jezus toe.
Jezus, verborgen in de Eucharistie, wees mijn snelweg naar de hemel. Laat mijn hart branden van verlangen naar Uw aanwezigheid, en laat elke communie een ontmoeting zijn die mij verandert.
Heer, geef mij de genade van een heilige dood, zoals Carlo, die kon zeggen: “Ik heb geen minuut verspild.” Laat mijn leven een lofzang zijn, een weg van trouw, vreugde en overgave.
Door de voorspraak van Carlo Acutis, dienaar van Uw liefde, vraag ik U om de genade die ik zo vurig verlang… (→ hier kun je je persoonlijke intentie uitspreken)
Maar boven alles, Heer, vraag ik U om een hart dat U zoekt, een leven dat U weerspiegelt, en een ziel die U nooit verlaat.
“Als een arts snijdt, is dat niet uit haat voor de patiënt, maar uit liefde voor zijn gezondheid. Zo ook: wanneer je gehaat wordt omwille van correctie, volhard dan in liefde, want de ziel is ziek en weet nog niet dat de hand die verwondt, ook de hand is die geneest.”
St.Augustinus.
++++
Commentaar:
Augustinus gebruikt hier een krachtig beeld: de arts die snijdt om te genezen. Het lijkt wreed, maar is in wezen een daad van liefde. Zo is het ook met geestelijke correctie. Wanneer we anderen aanspreken op hun gedrag, of zelf worden aangesproken, kan dat pijnlijk zijn. Maar als het gebeurt vanuit liefde en zorg voor de ziel, dan is het een helende handeling.
De uitdaging ligt in het volharden in liefde, zelfs wanneer die liefde niet wordt herkend. De zieke ziel kan zich verzetten, boos worden, of zelfs haten. Toch roept Augustinus op tot geduld en trouw: blijf liefhebben, ook als je wordt afgewezen. Want echte liefde is niet afhankelijk van erkenning, maar van trouw aan het goede.
Dit citaat nodigt uit tot nederigheid: durven corrigeren zonder hoogmoed, en durven gecorrigeerd worden zonder trots. Het is een oefening in innerlijke vrijheid en liefdevolle waarheid.
++++
Gebed
Genezende Liefde
Heer, U bent de arts van mijn ziel.
Snijd weg wat ziek maakt, ook als ik het niet begrijp.
Geef mij de moed om in liefde te corrigeren, en de nederigheid om
correctie te ontvangen.
Laat mij volharden in liefde, zelfs wanneer ik word afgewezen
of verkeerd begrepen. Want U bent de hand die verwondt
om te helen, de waarheid die bevrijdt, de liefde die nooit faalt.
“Zoals kuikens wegvluchten en onder de vleugels van de hen schuilen wanneer ze een roofvogel boven zich zien, zo worden wij bewaard onder de schaduw van uw vleugels. En Gij, die onze Vrouwe en Moeder zijt, moet ons verdedigen; want na God hebben wij geen andere toevlucht dan U, die onze enige hoop en beschermster zijt; tot U richten wij allen onze ogen vol vertrouwen.”
— St. Thomas van Villanova
++++
Commentaar:
Deze beeldrijke vergelijking — kuikens die schuilen onder de vleugels van hun moeder — is diep geworteld in de Bijbelse traditie (vgl. Psalm 91:4, Matteüs 23:37). Thomas van Villanova spreekt hier over Maria als moederlijke toevlucht, niet als vervanging van God, maar als diens doorgeefluik van troost en bescherming. Zijn woorden ademen een kinderlijke overgave: na God is zij onze enige hoop. Dit is geen theologische absolutie, maar een mystieke erkenning van Maria als veilige schuilplaats in tijden van geestelijke dreiging.
Wat opvalt is de volledige gerichtheid van het hart: “tot U richten wij allen onze ogen vol vertrouwen.” Hier spreekt een ziel die geleerd heeft dat ware hoop niet in menselijke macht ligt, maar in de genade die via Maria tot ons komt. Het is een oproep tot overgave, tot het zoeken van beschutting in de schaduw van liefdevolle vleugels.
++++
Gebed geïnspireerd door het citaat
Lieve Moeder Maria, zoals kuikens schuilen onder
de vleugels van hun moeder, zo zoeken wij onze toevlucht bij U.
Wanneer angst ons overschaduwt, wanneer de wereld ons verwart,
wees dan onze beschermster, onze troost, onze gids. Gij die ons leidt naar Uw
Zoon, leer ons vertrouwen, leer ons overgave. Laat ons rusten in de schaduw van Uw genade,
en houd ons vast met de tederheid van Uw moederhart.
Amen.
++++
Wie was Thomas van Villanova?
Thomas van Villanova (1488–1555), geboren als Tomás García Martínez, was een Spaanse augustijn, theoloog en aartsbisschop van Valencia. Hij stond bekend als de “Vader der Armen” vanwege zijn radicale inzet voor de behoeftigen. Hoewel hij uit een rijke familie kwam, gaf hij zijn bezittingen weg en leefde sober. Hij was leraar, prediker, biechtvader van keizer Karel V, en zond de eerste augustijnen naar de missies in Mexico.
Zijn spiritualiteit was doordrenkt van liefde, eenvoud en rechtvaardigheid. Hij schreef ook mystieke en theologische werken en werd heilig verklaard in 1658. Zijn feestdag wordt gevierd op 8 september.
“Als je een christen bent, behoort geen aardse stad jou toe. Zelfs als we de wereld beheersen, blijven we immigranten en vreemdelingen, want onze burgerlijke identiteit ligt in de hemel.”
— St. Johannes Chrysostomus
++++
Commentaar:
Johannes Chrysostomus herinnert ons hier aan een fundamenteel kenmerk van het christelijk leven: het is pelgrimerend. We zijn niet thuis in de wereld zoals zij is — met haar macht, bezit en tijdelijke structuren — maar onderweg naar een diepere werkelijkheid: het Koninkrijk van God.
Zijn woorden zijn geen oproep tot wereldvlucht, maar tot innerlijke vrijheid. Zelfs als we invloed hebben, bezit vergaren of maatschappelijke erkenning krijgen, blijven we vreemdelingen in een wereld die niet ons uiteindelijke thuis is. Onze ware identiteit ligt niet in paspoorten, titels of bezittingen, maar in het feit dat we kinderen van God zijn, burgers van de hemel.
Dit perspectief bevrijdt: het maakt ons los van de angst om te verliezen, van de drang om te controleren, van de illusie dat hier alles te vinden is. Het nodigt uit tot een leven van eenvoud, liefde en vertrouwen — als pelgrims die onderweg zijn, maar al iets van de hemel in zich dragen.
++++
Gebed:
Heer, Gij die ons roept tot een leven voorbij grenzen en bezit, leer mij leven als een pelgrim
— niet gehecht aan aardse steden, maar gericht op Uw Koninkrijk.
Laat mij niet zoeken naar zekerheid in macht of bezit, maar naar vrede in Uw nabijheid.
Maak mijn hart licht, mijn handen open, mijn stappen vrij. Wanneer ik mij thuis voel in deze wereld,
herinner mij dan aan mijn ware burgerschap — in de hemel, bij U, waar liefde het paspoort is
“Ons hele bestaan, ons hele wezen moet het Evangelie van de daken schreeuwen. Onze hele persoon moet Jezus ademen, in al onze handelingen. Ons hele wezen moet een levende verkondiging zijn, een weerspiegeling van Jezus.”
— Zalige Charles de Foucauld
++++
Commentaar:
Charles de Foucauld roept hier op tot een radicale integratie van het Evangelie in ons dagelijks leven. Niet slechts woorden, maar een levenshouding die Jezus zichtbaar maakt in alles wat we doen. Het is een oproep tot authenticiteit: dat ons geloof niet beperkt blijft tot gebed of kerkbezoek, maar doordringt tot in onze ademhaling, onze keuzes, onze relaties.
Zijn beeldtaal is krachtig: “schreeuwen van de daken” en “ademen Jezus” zijn geen zachte metaforen. Ze drukken uit dat het christelijk leven niet verborgen mag blijven, maar een open, levend getuigenis moet zijn. Niet door luidruchtige woorden, maar door stille aanwezigheid, liefdevolle daden, en een hart dat steeds meer op Christus lijkt.
Voor jou, als iemand die contemplatie en innerlijke diepgang zoekt, is dit een uitnodiging om te leven als een icoon—een transparant venster waardoor anderen iets van God kunnen zien.
++++
Gebed
Heer Jezus, laat mijn hele wezen U weerspiegelen.
Niet alleen mijn woorden, maar mijn stilte.
Niet alleen mijn daden, maar mijn intenties. Adem in mij, leef in mij,
zodat wie mij ontmoet, iets van U ontmoet. Maak van mijn leven een stille
verkondiging, een fluistering van genade, een echo van Uw liefde.
In zijn bespreking van Mattheüs 6:19-21 drukt St. Augustinus zijn frustratie uit dat christenen de waarheid horen over waar onze schat zou moeten liggen, maar onze schat op aarde blijft bewaard. Hij ziet mensen treuren omdat ze niet doen wat ze zouden moeten doen, maar niet veranderen.
Mattheüs 6:19–21 Leg voor uzelf geen schatten op aarde aan, waar mot en roest ze aantasten, en waar dieven inbreken en stelen. Maar leg voor uzelf schatten in de hemel aan, waar geen dief komt en geen mot ze aantast. Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.
Wat wacht u nog? Het is duidelijk. De raad is openlijk gegeven, maar de boze begeerte ligt verborgen; nee, erger nog: zij ligt ook openlijk voor de dag. Want het plunderen houdt niet op met zijn verwoestingen; de hebzucht blijft bedriegen; de kwaadaardigheid blijft vals zweren. En waarvoor? Om schatten te vergaren. Om ze waar op te slaan? In de aarde — en terecht, door aarde voor aarde. Want tot de mens die zondigde en ons, zoals ik zei, de beker van moeite bezorgde, werd gezegd: “Stof ben je, en tot stof zul je terugkeren.” Het is dus logisch dat de schat in de aarde ligt, omdat het hart daar is. Waar is dan dat “Wij heffen onze harten op tot de Heer”? Wees bedroefd over uw toestand, u die mij begrepen hebt; en als uw droefheid oprecht is, verbeter uzelf. Hoe lang blijft u applaudisseren zonder te handelen? Wat u hebt gehoord is waar, niets is waarachtiger. Laat dan datgene wat waar is, ook gedaan worden. Eén God loven wij, en toch veranderen wij niet — opdat wij niet in deze lof zelf tevergeefs onrustig worden.
St. Augustinus – Preek 10 over het Nieuwe Testament, §6 (~400 na Chr.)
++++
Commentaar
Augustinus confronteert ons hier met een scherpe paradox: we prijzen God met onze mond, maar blijven gehecht aan aardse begeerten. Hij legt de vinger op de wonde: onze hartstocht voor bezit, status en zekerheid op aarde staat haaks op het evangelie dat ons oproept om ons hart op de hemel te richten.
Zijn woorden zijn geen abstracte theologie, maar een dringende oproep tot bekering. Hij ziet hoe mensen blijven applaudisseren voor de waarheid — maar zonder ernaar te leven. De ware schat is niet wat we verzamelen, maar waar ons hart rust. En als ons hart rust in de aarde, dan is dat waar we zullen terugkeren. Maar als we ons hart opheffen tot de Heer, dan wordt ons leven een lofzang die niet tevergeefs is.
++++
Gebed geïnspireerd door Augustinus:
Goede God, U bent de ware schat van mijn hart, maar ik ben vaak verdeeld, gevangen in zorgen, bezit en verlangen.
Help mij om mijn hart op te heffen tot U, niet alleen met woorden, maar met daden van liefde, eenvoud en vertrouwen.
Laat mijn lof niet leeg zijn, maar vrucht dragen in bekering en gerechtigheid. Breek mijn gehechtheid aan het vergankelijke, en plant in mij het verlangen naar het eeuwige.
Want waar mijn schat is, daar wil ik dat mijn hart rust — bij U, die leeft en liefhebt tot in eeuwigheid. Amen.
“Ik begrijp niet waarom zoveel mensen zich druk maken over de schoonheid van hun lichaam, terwijl ze nauwelijks tijd besteden aan de schoonheid van hun ziel.” — St. Carlo Acutis
++++
Commentaar:
Carlo Acutis, de jonge heilige van de digitale generatie, herinnert ons aan een fundamentele waarheid: uiterlijke schoonheid vergaat, maar innerlijke schoonheid blijft. In een wereld die geobsedeerd is door uiterlijk vertoon, nodigt hij ons uit om de ziel te verzorgen — door gebed, liefde, zuiverheid en verbondenheid met God. Zijn woorden zijn geen veroordeling, maar een wake-up call: schoonheid die niet geworteld is in liefde en waarheid, is leeg. De ziel is het huis van God. Hoe zorgen we ervoor?
+++
Gebed in de geest van Carlo=
Heer Jezus, Leer mij de schoonheid van de ziel te zoeken boven de glans van het uiterlijk.
Laat mij niet leven voor de blik van anderen, maar voor Uw blik van liefde.
Maak mijn hart zuiver, mijn geest nederig, mijn leven een weerspiegeling van Uw genade.
Laat mijn keuzes getuigen van een innerlijke schoonheid die U verheugt. Amen.
**********
St. Pier Giorgio Frassati:
“Het geloof stelt ons in staat de doornen te dragen waarmee ons leven is doorweven.” — St. Pier Giorgio Frassati
++++
Commentaar:
Pier Giorgio, de bergbeklimmer van de hemel, spreekt hier over het geloof als krachtbron. Niet om de pijn weg te nemen, maar om haar te dragen. Zijn leven was vol dienstbaarheid, vreugde en verborgen lijden. De doornen — ziekte, onbegrip, strijd — zijn deel van het leven. Maar het geloof maakt ze draaglijk, zinvol, zelfs vruchtbaar. Niet door ze te negeren, maar door ze te verenigen met Christus. Geloof is geen ontsnapping, maar een innerlijke stevigheid.
++++
Gebed in de geest van Pier Giorgio:
God van kracht, Wanneer het leven stekelig is en de weg zwaar,
Geef mij geloof om de doornen te dragen met liefde.
Laat mij niet vluchten voor het lijden, maar het opnemen als een kruis dat U mij toevertrouwt.
Zoals Pier Giorgio, laat mij vreugde vinden in het dienen, en hoop in het klimmen
Hoe mooi is dan het huwelijk van twee christenen, twee die één zijn in hun huis, één in verlangen, één in de levenswijze die zij volgen, één in de godsdienst die zij belijden… Niets scheidt hen, noch in het lichaam, noch in de geest… Zij bidden samen, zij aanbidden samen; zij vasten samen; zij onderwijzen elkaar, moedigen elkaar aan, sterken elkaar. Zij bezoeken zij aan zij Gods kerk en nemen samen deel aan Gods maaltijd, zij aan zij trotseren zij moeilijkheden en vervolging, delen zij hun troost. Zij hebben geen geheimen voor elkaar; zij mijden elkaars gezelschap nooit; zij brengen elkaar nooit verdriet… Tussen hen weerklinken Psalmen en Hymnen… Christus ziet dit en verheugt zich. Aan zulke mensen schenkt Hij zijn vrede. Waar twee samen zijn, daar is Hij ook aanwezig.
— Tertullianus Aan zijn vrouw A.D. 207
Commentaar:
Tertullianus schildert hier een beeld van het huwelijk als een spirituele gemeenschap, een heilige eenheid waarin liefde, geloof en wederzijdse steun centraal staan. Het is geen romantisch ideaal in de moderne zin, maar een mystieke verbintenis waarin Christus zelf aanwezig is. Wat opvalt is de nadruk op samen-zijn: samen bidden, samen lijden, samen zingen. Het huwelijk wordt zo een kleine kerk, een plaats waar God woont.
Voor hen die de mystieke weg bewandelen, is dit een uitnodiging om elke relatie — niet alleen het huwelijk — te zien als een ruimte van wederzijdse heiliging. Waar twee mensen elkaar dragen in geloof, daar is Christus. Dit geldt voor vriendschap, gemeenschap, zelfs voor het innerlijk gesprek met jezelf en God.
++++
Gebed
Heer van de eenheid, Gij die aanwezig zijt waar twee in liefde samenkomen, zegen onze verbondenheid
— in huwelijk, vriendschap, gemeenschap. Laat ons elkaar dragen in geloof, bemoedigen in zwakte, verheugen in U.
Maak van onze relaties een plaats van vrede, waar Psalmen klinken en stilte spreekt,
waar geen geheimen zijn, maar openheid in de Geest.
Laat ons samen U zoeken, samen U aanbidden, samen U dienen
— opdat Gij in ons zijt, zoals Gij beloofd hebt.
Amen.
*********
Wie was Tertullianus:
Tertullianus was een van de eerste grote Latijnse kerkvaders (ca. 160–ca. 230), afkomstig uit Carthago, Noord-Afrika. Hij wordt vaak gezien als de “vader van de Latijnse kerktaal” en was een briljant apologeet die het christendom verdedigde tegen heidense kritiek en filosofische stromingen.Leven en achtergrond:Volledige naam: Quintus Septimius Florens Tertullianus
Geboren: rond 160 n.C. in Carthago (het huidige Tunis)
Opleiding: retorica, grammatica en rechtsgeleerdheid; werkte als advocaat in Rome. Bekering: rond 197 n.C. tot het christendom, waarna hij zich volledig wijdde aan het verdedigen van het geloof
Bijdragen aan de theologie:
Latijnse theologie: Tertullianus was de eerste die systematisch in het Latijn schreef. Hij introduceerde begrippen zoals trinitas (Drie-eenheid) en persona om het mysterie van God te verwoorden.
Apologetische werken: Hij schreef verdedigingen van het christendom tegen Romeinse autoriteiten en tegen ketterse stromingen zoals het gnosticisme en Marcionisme.
Vertalingen: Hij smeedde Latijnse equivalenten voor Griekse Bijbelwoorden, waardoor hij de basis legde voor de Latijnse kerktaal.
Invloed: Zijn uitleg van het Onzevader en zijn geschriften over de Eucharistie en de moraal beïnvloedden latere kerkvaders en theologen.
Controverses:
Montanisme: Rond 212 sloot hij zich aan bij de Montanisten, een beweging die nadruk legde op strenge ascese en profetische inspiratie. Hierdoor rekent de Rooms-Katholieke Kerk hem niet tot de officiële kerkvaders, terwijl protestanten hem wel als zodanig erkennen.
Strenge moraal: Hij stond bekend om zijn rigoureuze ethiek en harde kritiek op wereldse en laks-christelijke levensstijlen.
Betekenis:
Vader van de Latijnse kerktaal: Zonder Tertullianus zou de westerse kerk veel later een eigen theologische taal hebben ontwikkeld.
Inspiratiebron: Zijn beroemde uitspraak “Het bloed van de martelaren is het zaad van de Kerk” vat zijn visie samen dat lijden en trouw de kerk doen groeien.
Dubbel gezicht: Enerzijds een briljant theoloog en verdediger van het geloof, anderzijds een man die door zijn aansluiting bij het Montanisme buiten de orthodoxe traditie viel.
Spirituele reflectie:
Tertullianus laat zien hoe taal en geloof elkaar kunnen versterken. Hij maakte het christendom toegankelijk voor de Latijnse wereld en gaf woorden aan mysteries die tot dan toe vooral in het Grieks waren verwoord. Zijn leven herinnert ons eraan dat zelfs grote denkers worstelen met spanningen tussen orthodoxie en persoonlijke overtuiging.
Liefde voor mystieke paradoxen: Tertullianus belichaamt er één — een briljant verdediger van de kerk die toch buiten de kerkelijke consensus eindigde. Misschien een uitnodiging om te zien hoe waarheid soms ook buiten de gebaande paden spreekt.
Zijn leven van armoede en vervolging had hem kunnen verbitteren. In plaats daarvan werd hij een meelevende mysticus, die leefde vanuit de overtuiging: “Wie heeft ooit mensen tot liefde voor God gebracht door hardheid?” en “Waar geen liefde is, zaai liefde — en je zult liefde oogsten.”
“De Heer meet onze volmaaktheid niet aan het aantal of de grootte van onze daden, maar aan de wijze waarop we ze verrichten.”
Geboortedatum: 24 juni 1542
Geboorteplaats: Fontiveros, Ávila, Spanje
Overleden: 14 december 1591 (leeftijd: 49)
Feestdag: 14 december
Patroonheilige van: het contemplatieve leven, contemplatieven, mystieke theologie, mystici, Spaanse dichters
Johannes van het Kruis, bekend om zijn mystieke geschriften en poëzie, werkte nauw samen met Teresa van Ávila aan de hervorming van de Karmelorde.
Levenslijn:
1542 Geboren als Juan de Yepes. Zijn vader gaf rijkdom, status en comfort op toen hij trouwde met een weversdochter, en werd verstoten door zijn adellijke familie.
1543 Overlijden van zijn vader, waardoor zijn moeder achterbleef met drie hongerige kinderen.
1552 Eerste opleiding in Medina del Campo, op een school voor arme kinderen.
1559 Werkte in een ziekenhuis voor ongeneeslijk zieken. Volgde lessen aan een jezuïetenschool.
1563 De stille, intens vrome jongeman trad toe tot het noviciaat van de Karmelieten in Medina del Campo.
1564 Legde zijn professie af als Karmeliet en ging studeren aan de Universiteit van Salamanca.
1567 Werd priester gewijd. Keerde terug naar Salamanca om theologie te studeren.
1577 Teresa van Ávila vroeg hem haar hervormingswerk te steunen. Johannes stemde toe. Op de nacht van 2 december drong een groep Karmelieten die tegen de hervorming waren zijn woning in Ávila binnen en ontvoerde hem.
Gevangenschap in Toledo Johannes werd negen maanden opgesloten in een cel van 1,80 m bij 3 m, en driemaal per week afgeranseld. Er was slechts één raam, hoog tegen het plafond. Tijdens deze gevangenschap schreef hij enkele van zijn grootste gedichten.
1578–1591 In augustus 1578 ontsnapte hij naar het klooster van de Ongeschoeide Karmelietessen in Toledo. Hij bleef actief in de orde en diende in het bestuur van de nieuwe kloosters.
Visioen van Christus Johannes bad in het Monasterio de la Encarnación in Ávila, waar hij een visioen kreeg van de gekruisigde Christus. Hij tekende wat hij zag.
1591 Johannes werd ziek en stierf op 14 december in Úbeda.
1726 Heiligverklaard door paus Benedictus XIII op 27 december.
1926 Uitgeroepen tot Kerkleraar door paus Pius XI op 24 augustus.
1952 Door het Spaanse Ministerie van Onderwijs benoemd tot een van de vijf grootste Spaanse dichters.
++++
Commentaar:
Johannes van het Kruis belichaamt het mystieke pad van innerlijke leegte en goddelijke vervulling. Zijn leven toont hoe lijden, wanneer het gedragen wordt in liefde, een poort kan worden naar diepe vereniging met God. Zijn woorden zijn geen abstracte theologie, maar doorleefde wijsheid — geboren in de duisternis van een cel, gevoed door het vuur van contemplatie.
Zijn beroemde uitspraak “Waar geen liefde is, zaai liefde — en je zult liefde vinden” is een uitnodiging tot actieve overgave. Niet wachten tot liefde verschijnt, maar haar zelf brengen, zelfs in vijandige omstandigheden. Dit is de kern van mystieke vrijheid: niet afhankelijk zijn van de buitenwereld om innerlijk vrede en liefde te leven.
++++
Gebed in de geest van Johannes van het Kruis
Gebed van de innerlijke leegte
O God, Gij die woont in de stilte voorbij woorden, in het duister dat helderder is dan licht, leid mij naar de plaats waar ik U kan ontmoeten — niet in het vele, maar in het ene, niet in het doen, maar in het zijn.
Laat mijn hart leeg worden van alles wat mij bindt, zodat Gij het kunt vullen met Uw liefde. Waar ik geen liefde voel, laat mij liefde zaaien. Waar ik geen weg zie, wees Gij mijn pad.
Johannes, vriend van de nacht, leer mij de duisternis te vertrouwen als een schoot waarin God geboren wordt.
Omwille van Uw barmhartigheid, O Heer mijn God, vertel mij wat U voor mij bent. Zeg tot mijn ziel: “Ik ben jouw redding.” Spreek zo, dat ik U hoor, O Heer; mijn hart luistert, open het, zodat het U kan horen, en zeg tot mijn ziel: “Ik ben jouw redding.” Na dit woord gehoord te hebben, mag ik dan haastig komen om U te grijpen. Verberg Uw gezicht niet voor mij. Laat mij Uw gezicht zien, zelfs als ik sterf, opdat ik niet sterf van verlangen om het te zien. Het huis van mijn ziel is te klein om U te ontvangen, maak het groter door Uzelf. Het is geheel vervallen; herstel het door Uzelf. Er zijn dingen in dat huis, ik beken het en weet het, die Uw blik moeten beledigen. Maar wie zal het reinigen? Tot wie anders dan tot U zal ik roepen? Van mijn verborgen zonden reinig mij, o Heer, en van die van anderen, spaar Uw dienaar.
Amen
‘Ik Ben’ Uw Redding Door Sint Augustinus (354–430) Kerkvader & Kerkleraar
++++
Commentaar:
Augustinus bidt hier met een hart dat dorst naar God. Hij verlangt niet alleen naar vergeving, maar naar de aanwezigheid van God zelf — een ontmoeting die zijn ziel vergroot, reinigt en herstelt. Zijn woorden zijn doordrenkt van nederigheid: hij erkent zijn gebrokenheid, zijn verlangen, en zijn onvermogen om zichzelf te redden.
De zin “Het huis van mijn ziel is te klein om U te ontvangen” is mystiek en krachtig. Het herinnert aan de paradox dat God oneindig is, maar toch in het hart van de mens wil wonen. Augustinus nodigt ons uit om ons innerlijk huis te laten verbouwen door God zelf — een proces van genade, overgave en zuivering.
++++
Gebed in de geest van Augustinus:
Heer Jezus, U bent mijn redding,
mijn hoop, mijn verlangen. Kom binnen in
het huis van mijn ziel, ook al is het klein, ook al
is het vervallen. Vergroot het met Uw liefde,
herstel het met Uw genade.
Laat mij Uw gezicht zoeken, niet uit nieuwsgierigheid, maar uit liefde.
Laat mijn hart luisteren wanneer U spreekt: “Ik ben jouw redding.”
Reinig mij van wat U niet behaagt, van wat ik verberg, van wat ik niet zie.
En als ik struikel, spaar mij, omwille van Uw barmhartigheid.
“…lofprijzing is de noodzakelijke voorwaarde om onszelf en alles wat is te kunnen zien als Gods schepping—dat wil zeggen, om de contingente en prachtige complexiteit van de wereld te zien als een manifestatie van Gods glorie. Lofprijzing is Gods goede gave waardoor wij samen met heel de schepping deelnemen aan de vreugdevolle erkenning dat alles wat is, geschapen werd om God te aanbidden. Door lofprijzing leren we erkennen dat God altijd verder reikt dan wat wij ons voorstellen als ‘het verdergaande’. Toch woont diezelfde God in absolute intimiteit met de schepping. Gods schoonheid—de huiveringwekkende schoonheid van heiligheid—omarmt en overstijgt tegelijk alles wat is.”
Stanley Hauerwas.
++++
Commentaar:
Hauerwas raakt hier aan een mystieke kern: lofprijzing is geen bijkomstigheid, maar een voorwaarde voor zien. Zonder lofprijzing blijven we blind voor de diepere werkelijkheid van de schepping. Het is alsof hij zegt: alleen wie zich opent in dankbaarheid en verwondering, ziet de wereld zoals ze werkelijk is—als een icoon van Gods glorie.
Hij gebruikt krachtige paradoxen:
God is “altijd verder dan wat wij ons voorstellen als ‘het verdergaande’”—een mystieke verwijzing naar Gods transcendentie.
Tegelijk “woont God in absolute intimiteit met de schepping”—een echo van de incarnatie, van Gods nabijheid in het alledaagse.
De “huiveringwekkende schoonheid van heiligheid” herinnert aan de ervaring van profeten en mystici: Gods nabijheid is niet alleen troostend, maar ook ontzagwekkend. Het is een schoonheid die ons uit onszelf tilt, ons bevrijdt van oppervlakkigheid.
++++
GEBED
God van lof en glorie, leer mij te zien zoals U ziet. Open mijn ogen voor de schoonheid die alles doordringt, voor de kwetsbare pracht van Uw schepping.
Laat mijn lofprijzing geen plicht zijn, maar een ademtocht van verwondering, een echo van de vreugde waarmee alles is geschapen.
U bent verder dan mijn denken kan reiken, en toch dichterbij dan mijn eigen hartslag.
Omarm mij met Uw huiveringwekkende schoonheid, en laat mij leven als een lofzang— een stille melodie van aanbidding, in verbondenheid met alles wat leeft.
Amen.
+++++
Stanley Hauerwas is een invloedrijke Amerikaanse theoloog, bekend om zijn radicale visie op christelijke ethiek, kerk-zijn en de rol van gemeenschap in het geloofsleven. Hij werd in 2001 door Time Magazine uitgeroepen tot “Amerika’s beste theoloog”.
Korte biografie:
Geboren: 24 juli 1940 in Dallas, Texas
Achtergrond: Komt uit een arbeidersgezin; zijn vader was metselaar, wat Hauerwas zelf ook kort was voordat hij theologie ging studeren
Opleiding: Studeerde aan Southwestern University en later aan Yale University, waar hij promoveerde in de filosofie
Invloeden: Sterk beïnvloed door Karl Barth en John Howard Yoder, met wie hij een gedeelde focus had op de kerk als alternatieve gemeenschap tegenover de werel
Gemeenschap boven individu: Hauerwas bekritiseert het moderne individualisme en pleit voor een kerk die leeft als een alternatieve gemeenschap, geworteld in het verhaal van Jezus
Ethiek als getuigenis: Voor hem is ethiek niet een set regels, maar een manier van leven die getuigt van Gods koninkrijk. Christelijke moraal ontstaat uit discipelschap, niet uit abstracte principes
Vrede en geweldloosheid: Hij is uitgesproken pacifistisch en stelt dat de kerk geroepen is tot een leven van geweldloosheid, als teken van Gods vrede
Lofprijzing en liturgie: Zoals in het citaat dat je eerder deelde, ziet hij lofprijzing als een manier om de werkelijkheid te leren zien zoals God haar bedoelt—een mystieke en tegelijk praktische benadering
Boeken en invloed
Zijn werk is in het Nederlands vertaald, o.a. Een robuuste kerk en De kerk als gemeenschap van karakter
In Nederland is zijn invloed gegroeid dankzij theologen als Ariaan Baan en Jan Martijn Abrahamse, die een theologische biografie over hem schreve.
Moge de zegen van het licht op je rusten, licht van buiten en licht van binnen. Moge het gezegende zonlicht op je schijnen en je hart verwarmen tot het gloeit als een groot turfvuur, zodat een vreemdeling zich eraan kan warmen, en ook een vriend.
En moge het licht stralen uit je twee ogen, als kaarsen geplaatst in twee ramen van een huis, die de reiziger uitnodigen om binnen te komen uit de storm.
En moge de zegen van de regen op je rusten — de zachte, zoete regen. Moge zij neerdalen op je geest zodat alle kleine bloemen kunnen opkomen, en hun geur verspreiden in de lucht.
En moge de zegen van de grote regens op je rusten, moge zij neerslaan op je geest en haar zuiveren en schoonwassen, en vele glinsterende plassen achterlaten waarin het blauw van de hemel weerspiegeld wordt, en soms een ster.
En moge de zegen van de aarde op je rusten — de grote, ronde aarde. Moge je altijd een vriendelijk woord hebben voor hen die je tegenkomt op je weg.
Moge de aarde zacht onder je zijn wanneer je erop ligt, moe aan het einde van de dag. En moge zij licht op je rusten, wanneer je uiteindelijk onder haar ligt. Moge zij zo licht op je rusten dat je ziel er snel doorheen mag gaan, op weg naar God.
++++
Commentaar:
Deze gebedstekst is een prachtig voorbeeld van Keltische spiritualiteit: diep verbonden met de natuur, gastvrijheid en het mysterie van leven en dood. Elk element — licht, regen, aarde — wordt niet alleen als fysiek verschijnsel gezien, maar als een spirituele kracht die het hart zuivert, verwarmt en begeleidt. Het gebed nodigt uit tot een leven van openheid, vriendelijkheid en vrede, zowel voor jezelf als voor de ander.
Wat bijzonder is, is hoe het eindigt met een zegen over de dood — niet als iets angstaanjagends, maar als een zachte overgang naar het goddelijke. Het is een troostrijke gedachte: dat de aarde ons draagt in het leven én in de dood, en dat onze ziel verder mag reizen.
+++++
Gebed in dezelfde geest
Goede God
Laat uw licht in ons wonen
— helder en warm, zodat wie verdwaald is,
bij ons rust mag vinden.
Laat uw regen zacht neerdalen op onze geest,
dat wij mogen bloeien in liefde en eenvoud.
Laat uw aarde ons dragen met zachtheid, in onze stappen,
in onze rust, en op het einde
— moge zij ons zacht omhelzen en onze ziel vrijmaken
“Heer, ik lijd gewillig voor U, wat Gij ook behaagt dat mij overkomt.”
— St. Thérèse van Lisieux
++++
Commentaar:
Deze woorden van Thérèse zijn een krachtige uitdrukking van volledige overgave aan Gods wil. Ze getuigen van een diep vertrouwen, zelfs in het lijden. Thérèse, ook wel bekend als de “Kleine Bloem”, leefde een leven van eenvoud en innerlijke kracht. Haar spiritualiteit — de “kleine weg” — nodigt ons uit om in de kleinste dingen liefde te vinden en te geven, en om ons lijden niet te zien als zinloos, maar als een offer dat verenigd kan worden met Christus.
In een wereld die vaak lijden wil vermijden, daagt Thérèse ons uit om het te omarmen als een weg naar heiligheid, mits gedragen in liefde en vertrouwen.
++++
Lieve Heer,
Leer mij, zoals Uw dienares Thérèse,
mijn hart te openen voor Uw wil,
ook wanneer die weg door pijn en onzekerheid leidt.
Laat mij niet vluchten voor het lijden,
maar het aannemen als een kans om dichter bij U
te komen, om mijn liefde te verdiepen, en om anderen
te dragen in hun nood.
Geef mij de genade om in de kleine dingen
groot te zijn in liefde, om Uw aanwezigheid te zoeken
in het alledaagse, en om mijn leven te laten bloeien
Tijd van vloek en tijd van zegen, tijd van droogte, tijd van regen, tijd van oogsten, tijd van nood, tijd van stenen, tijd van brood,
Tijd van liefde, nacht van waken, uur der waarheid, dag der dagen, toekomst die gekomen is, woord dat vol van stilte is.
Tijd van troosten, tijd van tranen, tijd van mooi zijn, tijd van schamen, tijd van jagen, nu of nooit, tijd van hopen dat nog ooit.
Tijd van zwijgen, zin vergeten, nergens blijven, niemand weten. Tijd van kruipen, angst en spijt, zee van tijd en eenzaamheid.
Wie aan dit bestaan verloren nieuw begin heeft afgezworen, wie het houdt bij wat hij heeft sterven zal hij ongeleefd.
Tijd van leven om met velen brood en ademtocht te delen. Wie niet geeft om zelfbehoud, leven vindt hij honderdvoud.
ONDER DE LOEP genomen door Gerard Swüste
‘Tijd van leven’ is een lied bij Prediker 3, 1-15. Daar staat: ‘Alles heeft zijn uur, alle dingen onder de hemel hebben hun tijd’. En dan volgt er een soort litanie: tijd om te baren, een tijd om te sterven, een tijd om te planten, een tijd om te oogsten…’ Prediker eindigt dit ‘gedicht’ met de conclusie: ‘Alles wat God doet is goed op zijn tijd;…maar toch blijft Gods werk voor de mens vanaf het begin tot aan het einde ondoorgrondelijk. Daarom lijkt het mij voor de mens nog het beste om vrolijk te zijn en het er goed van te nemen. Als hij kan eten en drinken en genieten van wat hij met al zijn zwoegen bereikt heeft, is dat immers een gave van God.’
Folksinger Pete Seeger schreef in de jaren vijftig een song op deze passage uit Prediker. ‘Turn, turn, turn’ was de titel. Het werd pas echt goed bekend toen The Byrds het in 1965 opnamen en het wereldwijd in alle hitlijsten kwam. Het is opmerkelijk dat Pete Seeger de tekst van Prediker tamelijk nauwgezet volgt, maar er een andere conclusie aan verbindt. Hij eindigt, zoals Prediker met: ‘a time of war, a time of peace’, maar voegt daar zelf aan toe ‘I swear it’s not too late’. Pete Seeger nodigt uit tot ommekeer. Dat blijkt ook al uit de titel die hij de song meegeeft ‘Turn, turn, turn’. Je zingt jezelf toe naar een nieuwe wereld, zonder oorlog. Het kan nog.
Wat heeft dat nu van doen met de tekst van Huub Oosterhuis? Die tekst volgt Prediker niet letterlijk. In ‘Tijd van leven’ is in bijna elke regel wel sprake van een tegenstelling, zoals dat bij Prediker ook het geval is. Maar het gebeurt met andere beelden en woorden. En ook deze tekst zingt naar een andere conclusie toe dan Prediker. Dat is te lezen in het derde couplet. De boodschap daar is duidelijk: je moet het niet houden bij wat je hebt, je moet delen, niet geven om zelfbehoud.
Zo blijkt dat een mijmering over ‘alles heeft zijn tijd’ tot verschillende conclusies kan leiden. Prediker nodigt uit om te genieten, want ook dat is een gave van God. Pete Seeger daagt uit om te kiezen voor de vrede. En Huub Oosterhuis wijst er op, dat je eigenlijk pas echt leeft als je weet te delen.
Het lied ‘Tijd van leven’ is dus geen vertaling van Prediker 3. Huub Oosterhuis heeft voor een eigen opbouw gezorgd. Dat is (opnieuw) het klassieke patroon van drie coupletten. Dit keer niet heden-verleden-toekomst of iets dergelijks, maar, zo denk ik, het eerste couplet heel algemeen, het tweede couplet dichterbij, dat gaat over ons, en het derde couplet een levensles, gericht tot ons en eigenlijk tot mij.
In het eerste couplet dus de tegenstellingen vloek-zegen / droog-regen/ oogst-nood etc. De vierde regel ‘stenen-brood’ doet denken aan de uitspraak van Jezus in Matteüs 7:9: ‘Of is er soms iemand onder jullie die zijn zoon een steen geeft als hij vraagt om brood?’ ‘Uur der waarheid’ kan verwijzen naar het lijden van Jezus (‘toen zijn uur gekomen was’) en ‘dag der dagen’ naar de opstanding.
De laatste twee regels vormen eigenlijk een tegenstelling met de rest van het eerste couplet. ‘Tijd’ gaat blijkbaar niet alleen over het heden, over wat wij in het leven allemaal tegenkomen, ‘tijd’ gaat ook over toekomst. En als je goed kijkt, dan zie je dat die toekomst al gekomen is. Er is dus sprake van een andere dimensie. Zo staat het ook in de laatste regel: het ‘woord’ klinkt niet, zoals woorden toch gewoonlijk doen, maar het is ‘vol van stilte’. Dat eerste couplet zingt ons, dwars door het dagelijks gedoe, naar een moment van bezinning en stilte. Alsof wil zeggen: neem daar ook maar de tijd voor.
Het tweede couplet zit dichter op onze huid: troosten-tranen / mooi zijn-schamen etc. Het gaat niet zozeer over wat we doen, als wel over wat we voelen, wat er leeft in onze binnenkant. In de laatste regels blijkt, dat alles wel zijn tijd kan hebben, maar dat het leven soms toch ook uitzichtloos kan zijn: ‘zwijgen, zin vergeten’. Ineens is er geen sprake meer van een tegenstelling per regel. Het negatieve gevoel krijgt in elke regel meer de overhand: ‘nergens blijven, niemand weten / kruipen-angst en spijt’. Je hebt ‘een zee van tijd’, maar is die niet vaak gevuld met ‘eenzaamheid’? Dat ‘zee van tijd’ is gebruik maken van de bestaande uitdrukking. Het is heerlijk om zeeën van tijd te hebben. Maar dat is in dit lied wel anders. Hier wordt het een ‘zee van eenzaamheid’, een zee waarin je helemaal ondergedompeld raakt.
In het derde couplet is er in de tekst geen sprake meer van tegenstellingen. Althans niet in de tekst zelf. Maar de woorden gaan wel regelrecht in tegen wat bij mensen gemeengoed is. Het gaat niet ‘hebben’ en om ‘meer en meer’, maar het gaat om delen. Dat is allesbehalve vanzelfsprekend. Hier staat kort en bondig wat de Schrift leert. Als je niet opnieuw wilt beginnen, niet je leven wilt omkeren, als je het wilt houden bij wat je hebt, dan sterf je zonder echt geleefd te hebben. Maar als je brood en ademtocht, leven, geest, kunt delen en niet geeft om zelfbehoud, dan zal je leven honderdvoud. Ja, dus toch een echte tegenstelling: ‘ongeleefd sterven’ in regel 4 en ‘honderdvoud leven’ in de slotregel.
Zoals het derde hoofdstuk van het boek Prediker overweegt het lied ‘Tijd van leven’ wat er in een leven allemaal kan gebeuren. Aan goede dingen, maar in dit lied, met name in het tweede couplet, ook aan de dingen die benauwen. Prediker zegt: onderga het maar, voor alles is een tijd, het zal in de loop van je leven allemaal overkomen; zit daar nu maar niet over in; God heeft het goed geregeld; dus geniet vooral van de mooie momenten. Het lied ‘Tijd van leven’ zegt: er kan je in het leven van alles overkomen; ook tegenslag en eenzaamheid; maar dat is niet bepalend voor een gelukkig of ongelukkig leven. Je bent gelukkig als je weet te delen. Soms vraagt een mens zich af hoeveel ‘tijd van leven’ haar of hem is gegeven, en wat er in die tijd allemaal kan gebeuren. Dit lied zegt: niet te veel over tobben. Daar gaat het niet om in het leven. Het gaat om delen. Dan leef je voluit, honderdvoud.
De melodie van Genève 1551 is door Bernard Huijbers vierstemmig getoonzet. Het is stevige muziek die je met name in het derde couplet op het ‘goede pad’ zet. Als je deze woorden zó zingt, dan moet je eigenlijk wel delen! Henri Heuvelmans heeft op de tekst een wat bedachtzamere melodie geschreven. Daardoor zing je tekst niet uit, maar meer naar binnen toe. Ik begrijp wel waarom we de laatste jaren vooral de melodie van Henri Heuvelmans zingen.
Mattheüs 5:7-8 Zalig zijn de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid verkrijgen. Hij zegt dat zij zalig zijn die zich ontfermen over de ellendigen, want het wordt hun terugbetaald op een manier waardoor zij zelf van ellende worden bevrijd. Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien. Hoe dwaas zijn zij dan die God proberen te zoeken met uiterlijke ogen, aangezien Hij met het hart wordt gezien! Zoals elders geschreven staat: En zoek Hem in eenvoud van hart. Want een enkelvoudig hart is werkelijk een enkelvoudig hart: en zoals dit licht niet gezien kan worden behalve met zuivere ogen, zo wordt God ook niet gezien tenzij datgene waarmee Hij wordt gezien, zuiver is.
— Augustinus, Over de Bergrede, Boek I, 394 na Christus
++++
Commentaar:
Augustinus wijst ons op een diepe waarheid: God wordt niet gevonden door uiterlijke waarneming, maar door innerlijke zuiverheid. In een wereld die vaak de nadruk legt op uiterlijkheden en prestaties, herinnert hij ons eraan dat het hart de plaats is waar God zich laat kennen. Barmhartigheid en zuiverheid zijn geen oppervlakkige deugden, maar innerlijke houdingen die ons ontvankelijk maken voor Gods aanwezigheid.
De barmhartige ontvangt barmhartigheid — een goddelijke wederkerigheid die ons uitnodigt om mild te zijn, zelfs wanneer dat moeilijk is. En de zuivere van hart ziet God — niet met fysieke ogen, maar met een hart dat vrij is van verdeeldheid, egoïsme en onzuivere motieven.
Augustinus’ beeld van het licht dat alleen met zuivere ogen kan worden gezien, is treffend: net zoals stof onze zicht belemmert, belemmert zonde en innerlijke verdeeldheid ons geestelijk zicht. Alleen wie rein is van hart, kan werkelijk de glans van Gods aanwezigheid ervaren.
++++
Gebed
Heer, U zegt: zalig zijn de barmhartigen, zalig zijn de reinen van hart.
Maak mijn hart zacht voor de nood van anderen,
opdat ik Uw barmhartigheid mag weerspiegelen en ontvangen. Reinig mijn
innerlijk van alles wat mij verdeelt, van trots,
oordeel en onzuivere verlangens. Laat mij U zoeken,
niet met mijn ogen, maar met een zuiver hart.
Laat Uw licht in mij schijnen, zodat ik U mag zien
— niet ver weg, maar dichtbij, in de stilte van mijn ziel.