De Barmhartige Samaritaan

22e zondag na Pinksteren – 8e zondag na de Kruisverheffing

 

 Barmhartige%20Samaritaan

GALATEN 6,11-18

 

11 U ziet het aan de grote letters: ik schrijf u nu eigenhandig. 12 Degenen die er zo op aandringen dat u zich laat besnijden, willen alleen een goede indruk maken en voorkomen dat ze worden vervolgd omwille van het kruis van Christus. 13 Ze zijn voor de besnijdenis maar leven zelf niet volgens de wet; ze willen dat u zich laat besnijden om zich daarop te kunnen laten voorstaan. 14 Maar ik – ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus, onze Heer, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd en ik voor de wereld. 15 Het is volkomen onbelangrijk of men wel of niet besneden is, belangrijk is dat men een nieuwe schepping is. 16 Laat er vrede en barmhartigheid zijn voor allen die bij deze maatstaf blijven, en voor het Israël van God. 17 En laat voortaan niemand mij meer tegenwerken, want ik draag de littekens van Jezus in mijn lichaam.

18 Broeders en zusters, de genade van onze Heer Jezus Christus zij met u. Amen.

 

LUCAS 10,25-37

Het enig noodzakelijke

25 Er kwam een wetgeleerde die hem op de proef wilde stellen. Hij vroeg: ‘Meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ 26 Jezus antwoordde: ‘Wat staat er in de wet geschreven? Wat leest u daar?’ 27 De wetgeleerde antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.’ 28 ‘U hebt juist geantwoord,’ zei Jezus tegen hem. ‘Doe dat en u zult leven.’ 29 Maar de wetgeleerde wilde zich rechtvaardigen en vroeg aan Jezus: ‘Wie is mijn naaste?’ 30 Toen vertelde Jezus hem het volgende: ‘Er was eens iemand die van Jeruzalem naar Jericho reisde en onderweg werd overvallen door rovers, die hem zijn kleren uittrokken, hem mishandelden en hem daarna halfdood achterlieten. 31 Toevallig kwam er een priester langs, maar toen hij het slachtoffer zag liggen, liep hij met een boog om hem heen. 32 Er kwam ook een Leviet langs, maar bij het zien van het slachtoffer liep ook hij met een boog om hem heen. 33 Een Samaritaan echter, die op reis was, kreeg medelijden toen hij hem zag liggen. 34 Hij ging naar de gewonde man toe, goot olie en wijn over zijn wonden en verbond ze. Hij zette hem op zijn eigen rijdier en bracht hem naar een logement, waar hij voor hem zorgde. 35 De volgende morgen gaf hij twee denarie aan de eigenaar en zei: “Zorg voor hem, en als u meer kosten moet maken, zal ik u die op mijn terugreis vergoeden.” 36 Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?’ 37 De wetgeleerde zei: ‘De man die medelijden met hem heeft getoond.’ Toen zei Jezus tegen hem: ‘Doet u dan voortaan net zo.’

 

 

 Christus redder 5

 Christus redder

 Banner458

 

 

21e zondag na Pinksteren – 7e na de Kruisverheffing

21e zondag na Pinksteren – 7e na de Kruisverheffing

 ++++++

‘Van het dochtertje van Jaïrus’

 Jaïrus (781 x 785)

 LEZINGEN :

 Galaten 2,16-20

 16 weten we dat niemand als rechtvaardige wordt aangenomen door de wet na te leven, maar door het geloof in Jezus Christus. Ook wij zijn tot geloof in Christus Jezus gekomen om daardoor, en niet door de wet, rechtvaardig te worden, want niemand wordt rechtvaardig door de wet na te leven. 17 En in ons streven om door Christus rechtvaardig te worden, blijkt dat wijzelf ook zondaars zijn. Betekent dit dat Christus dus in dienst staat van de zonde? Natuurlijk niet. 18 Maar wanneer ik weer aanneem wat ik had verworpen, maak ik van mezelf opnieuw een overtreder. 19 Want ik ben gestorven door de wet en leef niet langer voor de wet, maar voor God. Met Christus ben ik gekruisigd: 20 ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij. Mijn leven hier op aarde leef ik in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft prijsgegeven. 21 Ik verwerp Gods genade niet; als we door de wet rechtvaardig zouden kunnen worden, zou Christus voor niets gestorven zijn.

 

Evangelie :

 Lucas, 8,41-56

 41 Er was ook een man onder hen die Jaïrus heette, een leider van een synagoge. Hij kwam op Jezus af, viel aan zijn voeten neer en smeekte hem mee te gaan naar zijn huis, 42 want hij had een dochter van ongeveer twaalf jaar oud, die op sterven lag; ze was zijn enige kind. Toen Jezus op weg ging, begonnen de mensen van alle kanten te duwen. 43 Een vrouw die al twaalf jaar aan bloedverlies leed – en door niemand genezen had kunnen worden, al had ze haar hele kapitaal aan artsen uitgegeven – 44 naderde hem van achteren en raakte de zoom van zijn bovenkleed aan; meteen hield de bloedvloeiing op. 45 Jezus vroeg: ‘Wie heeft mij aangeraakt?’ Iedereen ontkende de aanraking en Petrus zei: ‘Meester, de mensen om u heen staan te duwen en te dringen!’ 46 Maar Jezus zei: ‘Iemand heeft me aangeraakt, want ik heb kracht uit me voelen wegstromen.’ 47 Toen het de vrouw duidelijk werd dat haar aanraking niet onopgemerkt was gebleven, kwam ze trillend naar voren, viel voor hem neer en legde ten overstaan van de hele menigte uit waarom ze hem had aangeraakt en hoe ze meteen was genezen. 48 Hij zei tegen haar: ‘Uw geloof heeft u gered; ga in vrede.’ 49 Nog voor hij uitgesproken was, kwam er iemand uit het huis van Jaïrus tegen de leider van de synagoge zeggen: ‘Uw dochter is gestorven. Val de meester niet langer lastig.’ 50 Maar Jezus hoorde het en zei: ‘Wees niet bang, maar geloof, dan zal ze worden gered.’ 51 Toen hij bij het huis kwam, stond hij niemand toe om met hem naar binnen te gaan behalve Petrus, Johannes en Jakobus, en de vader en moeder van het meisje. 52 Alle aanwezigen waren aan het weeklagen en sloegen zich van verdriet op de borst. Hij zei: ‘Houd op met klagen, want ze is niet gestorven maar slaapt.’ 53 Ze lachten hem uit, omdat ze wisten dat ze gestorven was. 54 Hij nam haar hand vast en zei met luide stem: ‘Meisje, sta op!’ 55 Haar levensadem keerde terug en ze stond meteen op. Hij gaf opdracht haar iets te eten te geven. 56 Haar ouders waren verbijsterd; hij gebood hun tegen niemand te zeggen wat er was gebeurd.

 +++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Het is vandaag ook de feestdag van de Heilige Nectarius van Aegina, Patroonheilige van de Orthodoxe Kerk van Eindhoven.

Nektarios van Egina

Vieren in Roemenië

 

VIEREN IN ROEMENIË

 

 

 Het was een eer om daar te zitten. Ik zag de geestelijke honger op de gezichten …’


Wie zijn onze oosters-orthodoxe geloofsgenoten en wat kunnen we in deze pluriforme tijd van hen leren? Een groep ‘Urban Mission’-studenten verdiept zich in de oosterse orthodoxie. Journaliste Gea Gort reist met hen mee en doet enkele malen verslag. Vandaag vanuit Roemenië (slot).

In Turkije lijkt de Orthodoxe Kerk maar net te overleven; dit staat in schril contrast met Roemenië. Hier zijn vandaag de straten vol met mensen, vanwege een christelijke feestdag. Het is de dag ter ere van St. Dumitru, de beschermheilige van Bukarest. Het lijkt of Lazarus uit het graf is opgestaan, zegt een van de studenten in onze bus. Hij doelt op de Roemeens-Orthodoxe Kerk na het communisme.

 In het straatbeeld is vandaag te zien dat 85 procent van de 31 miljoen Roemenen zichzelf orthodox noemt. In de openlucht wordt een dienst – de ‘Goddelijke Liturgie’, zoals de orthodoxen de eucharistie benoemen – gehouden. Velen hebben de nacht op het plein voor het Patriarchaat doorgebracht om de viering van dichtbij te beleven. Reisleider Vader Mihai leidt de studenten langs politieagenten naar een ereplatform, vlak naast de kleurrijk geklede bisschoppen, waar ze uitzicht hebben over de mensenzee op het plein.

Iconen en relikwieën
Na de viering krijgen de studenten de gelegenheid eer te betonen aan de relikwieën van onder meer de apostel Paulus, die vanuit Griekenland zijn meegebracht. Ze raken de relikwieën aan; ze kussen is voor de protestanten in de groep nog een stap te ver.

,,Ik ben opgevoed met het idee dat het kussen van iconen afgoderij is, maar ik doe mijn best mijn westerse bril af te zetten”, zegt Elaine Moore (57), die in Colorado (VS) in het gevangenispastoraat werkt. ,,Dit is hun traditie. Ik heb intussen begrepen dat ze de iconen en relikwieën niet aanbidden, maar dat de levens van de heiligen hen inspireren om een heilig leven te leiden. Ik bekijk het zo: we zijn allemaal pelgrims, die verschillende wegen bewandelen. Ik voel me als Afro-Amerikaanse aangetrokken tot de pinksterbeleving; ik houd van dansen en van rockmuziek. Dat is in sommige kringen ook niet acceptabel.,,

,,Het was een eer om daar te zitten”, reflecteert een andere student. ,,Ik zag de geestelijke honger op de gezichten en vroeg me af wat sommige ouderen op dat plein hebben doorgemaakt onder het communisme. Wij evangelischen kijken zo gemakkelijk op hen neer en vinden hun rituelen leeg en niet meer van deze tijd.” De Amerikaanse methodist stopt even en vervolgt dan met emotie in zijn stem: ,,Maar wij leven zo comfortabel; we zijn arrogant en denken het allemaal beter te weten.”

De reis gaat later op de dag verder naar Iasi, een stad in de noordoostelijke provincie Moldavië, die Vader Mihai ‘het Jeruzalem van Roemenie’ noemt.

Het kloosterbestaan leeft in Moldavië; theologische scholen en honderden kerken dragen bij aan het geestelijke klimaat in het land. Het gebied is misschien geestelijk rijk, maar kent economische problemen evenals andere plattelandsgebieden. In Bukarest rijden Porsches door de straten, maar op het platteland zit volgens de hulporganisatie World Vision soms wel negentig procent van de bevolking zonder werk; een derde moet van minder dan een euro per dag rondkomen.

De Nederlandse Anita Delhaas geeft leiding aan het werk van de organisatie in Roemenië. Zij vertelt over initiatieven waarbij ze betrokken is: ,,In samenwerking met andere organisaties en de Orthodoxe Kerk hebben we een volledig Bijbels curriculum voor de kinderen en jongeren ontwikkeld. We worden nu mede gefinancierd door de overheid om zestienduizend priesters in het land te kunnen trainen om met dit lesmateriaal aan de slag te gaan. Het curriculum behandelt thema’s als gebed, groeien in Jezus en aanbidding.”

Het is binnen de orthodoxe wereld niet overal zoals in Roemenië, wat de geestelijke honger en de openheid naar het Westen betreft. ,,Andere Orthodoxe Kerken kunnen veel geslotener zijn”, erkent de presbyteriaanse dominee Robert Calvert. Hij werkt in Rotterdam, waar hij contact heeft met vier van de zes orthodoxe parochies. Calvert is mede-initiatiefnemer van deze studiereis naar de oosterse orthodoxie. Hij vindt het belangrijk om in de hedendaagse multiculturele steden contact te onderhouden met kerken vanuit de verschillende etnische en traditionele achtergronden. Hij kan tevreden zijn: diverse busreizigers willen in hun stad contact gaan zoeken met orthodoxe kerken.

 Bron : ND

20e zondag na Pinksteren – 6e na de Kruisverheffing

20e zondag na Pinksteren – 6e na de Kruisverheffing

“Van de rijke man en de arme Lazarus”

 

Lazarus en de rijke en de arme man 1

Legende van Lazarus en de rijke :

Naast het huis van een rijke man leefde Lazarus, de arme. Maar de rijke gaf Lazarus nooit te eten. Beide stierven en Lazarus gaat naar de hemel en zit er naast Abraham, en de rijke naar de hel. De rijke was in staat om Lazarus en Abraham te zien en vroeg hem een druppel water. Maar Abraham weigerde zeggend dat hij gedurende zijn leven voldoende had gehad, terwijl Lazarus slechts wat slecht was kreeg. Dan zij hij dat Lazarus nu een welstellend man was, terwijl de rijke nu gebrek leed. Er is geen groter wonde  die niet kan geheeld worden. Toen vroeg de rijke aan Abraham dat hij Lazarus tot zijn familie zou zenden om hen te waarschuwen, maar ook dat werd gewijgerd…

LEZINGEN :

Galaten, 1,11-19 :

11 Ik verzeker u, broeders en zusters, dat het evangelie dat ik u verkondigd heb niet door mensen is bedacht 12 – ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd – maar dat Jezus Christus mij is geopenbaard.

13 U hebt gehoord hoe ik vroeger volgens de Joodse godsdienst leefde, dat ik de gemeente van God fanatiek vervolgde en haar probeerde uit te roeien. 14 Ik leefde de Joodse wetten heel wat strikter na dan velen van mijn generatie en zette mij vol overgave in voor de tradities van ons voorgeslacht. 15 Maar toen besloot God, die mij al vóór mijn geboorte had uitgekozen en die mij door zijn genade heeft geroepen, 16 zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik hem aan de heidenen zou verkondigen. Ik heb toen geen mens om raad gevraagd 17 en ben ook niet naar Jeruzalem gegaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik. Ik ben onmiddellijk naar Arabia gegaan en ben van daar weer teruggekeerd naar Damascus. 18 Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem om Kefas te ontmoeten, en bij hem bleef ik twee weken. 19 Maar van de overige apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus, de broer van de Heer.

Evangelie : Lucas 16,19-31

19 Er was eens een rijke man die gewoon was zich te kleden in purperen gewaden en fijn linnen en die dagelijks uitbundig feestvierde. 20 Een bedelaar die Lazarus heette, lag voor de poort van zijn huis, overdekt met zweren. 21 Hij hoopte zijn maag te vullen met wat er overschoot van de tafel van de rijke man; maar er kwamen alleen honden aanlopen, die zijn zweren likten. 22 Op zekere dag stierf de bedelaar, en hij werd door de engelen weggedragen om aan Abrahams hart te rusten. Ook de rijke stierf en werd begraven. 23 Toen hij in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde. 24 Hij riep: “Vader Abraham, heb medelijden met mij en stuur Lazarus naar me toe. Laat hem het topje van zijn vinger in water dompelen om mijn tong te verkoelen, want ik lijd pijn in deze vlammen.” 25 Maar Abraham zei: “Kind, bedenk wel dat jij je deel van het goede al tijdens je leven hebt ontvangen, terwijl Lazarus niets dan ongeluk heeft gekend; nu vindt hij hier troost, maar lijd jij pijn. 26 Bovendien ligt er een wijde kloof tussen ons en jullie, zodat wie van hier naar jullie wil gaan dat niet kan, en ook niemand van jullie naar ons kan oversteken.” 27 Toen zei de rijke man: “Dan smeek ik u, vader, dat u hem naar het huis van mijn vader stuurt, 28 want ik heb nog vijf broers. Hij kan hen dan waarschuwen, zodat ze niet net als ik in dit oord van martelingen terechtkomen.” 29 Abraham zei: “Ze hebben Mozes en de profeten: laten ze naar hen luisteren!” 30 De rijke man zei: “Nee, vader Abraham, maar als iemand van de doden naar hen toe komt, zullen ze tot inkeer komen.” 31 Maar Abraham zei: “Als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat.”’

 

19e zondag na Pinksteren – 5e na de Kruisverheffing

19e zondag na Pinksteren – 5e zondag na de Kruisverheffing

‘Heb uw vijanden lief !’

 

waar liefde is, daar is God

 

Eerste Lezing

 

2 Kor. 11,31-12,9

 

 

11  .31 De God en Vader van de Heer Jezus, de God die moet worden geprezen tot in eeuwigheid, weet dat ik niet lieg. 32 Toen ik in Damascus was, liet de stadhouder van koning Aretas de stad afsluiten om mij gevangen te nemen; 33 ik kon alleen aan hem ontkomen doordat ik in een mand door een venster in de muur werd neergelaten.

12   .1 Ik word er wel toe gedwongen hoog van mezelf op te geven. Daarom zal ik, hoewel het geen enkel doel dient, het hebben over visioenen en openbaringen die de Heer ons schenkt. Ik ken een volgeling van Christus die veertien jaar geleden tot in de derde hemel werd weggevoerd – in zijn lichaam of buiten zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen. Maar ik weet dat deze man – in zijn lichaam of zonder zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen – werd weggevoerd tot in het paradijs en dat hij daar woorden hoorde die door geen mens mogen worden uitgesproken. Van zo iemand wil ik hoog opgeven. Wat mijzelf betreft zal ik me slechts op mijn zwakheid laten voorstaan. En zelfs al zou ik hoog van mezelf willen opgeven, dan nog zou ik geen dwaas zijn, want ik zou de waarheid spreken. Maar ik zie ervan af, want ik wil worden beoordeeld op grond van wat men van mij hoort en ziet, niet op grond van de uitzonderlijke openbaringen die ik heb gekregen. Om te verhinderen dat ik mezelf zou verheffen, werd mij een doorn in het vlees gestoken: ik word gekweld door een engel van Satan. Ik heb de Heer driemaal gesmeekt mij van hem te bevrijden, maar hij zei: ‘Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.’ Dus laat ik mij veel liever voorstaan op mijn zwakheid, zodat de kracht van Christus in mij zichtbaar wordt.

 

 

Evangelie :

 

Lucas 6,31-36

 

6  .31 Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen. 32 Is het een verdienste als je liefhebt wie jullie liefhebben? Want ook de zondaars hebben degenen lief die hen liefhebben. 33 En is het een verdienste als je weldaden bewijst aan wie weldaden bewijzen aan jullie? Ook de zondaars handelen zo. 34 En is het een verdienste als je geld leent aan degenen van wie jullie iets terug verwachten? Ook zondaars lenen geld aan zondaars in de verwachting alles terug te krijgen. 35 Nee, heb je vijanden lief, doe goed en leen geld aan anderen zonder iets terug te verwachten; dan zullen jullie rijkelijk worden beloond, en zullen jullie kinderen van de Allerhoogste zijn, want ook hij is goed voor wie ondankbaar en kwaadwillig is.

36 Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is.

 

Kruis blauw

18 e zondag na Pinksteren, 4e na de Kruisverheffing : ‘Wonderbare visvangst)

 

 

 

18e zondag na Pinksteren – 4e na de Kruisverheffing

 

“Van de wonderbare visvangst’

 

 

vissers

 

 

METTEN : Zevende opstandingsevangelie

Joh.20,1-10

Opstanding

20

Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria uit Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen van de opening van het graf was weggehaald. Ze liep snel terug naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze hem nu neergelegd hebben.’ Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde. Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest opstaan. 10 De leerlingen gingen terug naar huis.

 

LITURGIE

 

Apostellezing

 

2, Kor.9,6-11

 

Bedenk dit: wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten. Laat ieder zo veel geven als hij zelf besloten heeft, zonder tegenzin of dwang, want God heeft lief wie blijmoedig geeft. God heeft de macht u te overstelpen met al zijn gaven, zodat u altijd en in alle opzichten voldoende voor uzelf hebt en ook nog ruimschoots kunt bijdragen aan allerlei goed werk. Zo staat er geschreven: ‘Gul deelt hij uit aan de armen, zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd.’ 10 God, die zaad geeft om te zaaien en brood om te eten, zal ook u zaad geven en het laten ontkiemen, zodat uw vrijgevigheid een rijke oogst opbrengt. 11 U bent in ieder opzicht rijk geworden om in alles vrijgevig te kunnen zijn, en uw vrijgevigheid leidt door onze bemiddeling tot dankzegging aan God.

Evangelie : Lucas : 5,1-11

Simon Petrus, Jakobus en Johannes geroepen

5

Toen hij eens aan de oever van het Meer van Gennesaret stond en het volk zich om hem verdrong om naar het woord van God te luisteren, zag hij twee boten aan de oever van het meer liggen; de vissers waren eruit gestapt, ze waren bezig de netten te spoelen. Hij stapte in een van de boten, die van Simon was, en vroeg hem een eindje van het land weg te varen; hij ging zitten en gaf de menigte onderricht vanuit de boot. Toen hij was opgehouden met spreken, zei hij tegen Simon: ‘Vaar naar diep water en gooi jullie netten uit om vis te vangen.’ Simon antwoordde: ‘Meester, de hele nacht hebben we ons ingespannen en niets gevangen. Maar als u het zegt, zal ik de netten uitwerpen.’ En toen ze dat gedaan hadden, zwom er zo’n enorme school vissen in de netten dat die dreigden te scheuren. Ze gebaarden naar de mannen in de andere boot dat die hen moesten komen helpen; nadat dezen bij hen waren gekomen, vulden ze de beide boten met zo veel vis dat ze bijna zonken. Toen Simon Petrus dat zag, viel hij op zijn knieën voor Jezus neer en zei: ‘Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens.’ Hij was verbijsterd, net als allen die bij hem waren, over de enorme hoeveelheid vis die ze gevangen hadden; 10 zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten. Jezus zei tegen Simon: ‘Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen.’ 11 En nadat ze de boten aan land hadden gebracht, lieten ze alles achter en volgden hem.

 wonderbare%20visvangst

 

 

Oecumenische Patriarch nu echt hoofd van de Orthodoxe Kerk

OECUMENISCHE PATRIARCH NU ECHT HOOFD VAN DE ORTHODOXE KERK

Ba(rtholomeus

Bij een synode van orthodoxe patriarchen in Istanboel heeft de oecumenische patriach Bartholomeus I de orthodoxe Kerken gemaand tot eenheid en individueel optreden op oecumenisch terrein afgekeurd. Het kan in zijn ogen niet zo zijn dat “als wij met betrekking tot actuele vraagstukken van deze tijd niet met een stem spreken, sommige gemeenschappen een bilaterale dialoog voeren met niet-orthodoxen over deze punten”. Daarmee doelde het hoofd van de orthodoxe Kerk op gesprekken die het patriarchaat van Moskou zelfstandig met het Vaticaan voert. Bartolomeus wees erop dat het oecumenische patriarchaat onder de orthodoxe Kerken “de rol van coördinator” vervult. Nadat bijna duizend jaar geleden “de Roomse Kerk de gemeenschap met de orthodoxe kerk had beëindigd, was de zetel van Constantinopel volgens kerkelijk recht geroepen als eerste bisschopszetel om de eenheid van de orthodoxen Kerken te dienen,” stelde Bartholomeus. In het verleden pleegden vertegenwoordigers van het patriarchaat van Moskou bij dergelijke uitspraken de zaal onder protest te verlaten. Deze keer kon patriarch Bartholomeus de voorrang van het oecumenische patriarchaat echter claimen zonder dat er protest kwam van de kant van het delegatie uit Moskou. Na eeuwen machtstrijd heeft het patriarchaat van Moskou daarmee in de praktijk het erevoorzitterschap van het oecumenische patriarchaat erkend. (KN/Kath.net)

Orthodoxe Kerken plannen grote synode

ORTHODOXE KERKEN PLANNEN GROTE SYNODE

BRUSSEL (Kerknet/Asianews) – In 2009 worden een serie panorthodoxe synoden gehouden ter voorbereiding van de grote synode van orthodoxe kerkleiders waarnaar al eeuwen wordt uitgekeken. Dat raakte bekend na het overleg tijdens het voorbije weekend van de belangrijkste orthodoxe kerkleiders, onder wie de oecumenische patriarch Bartholomeus en de patriarch van Moskou Aleksej. De kerkleiders publiceerden een document waarin zij hun collegialiteit bevestigen en bedekte kritiek uiten op de sterke nationale verworteling van de orthodoxe Kerken. Ze herhalen ook hun engagement om de onderlinge meningsverschillen te overwinnen. “Ondanks de verschillen willen wij ook de dialoog met de andere christelijke Kerken voortzetten.” Orthodoxe christenen worden opgeroepen om met anderen hun verantwoordelijkheid op te nemen in de huidige crisis en worden eraan herinnerd dat de evangelisatie voor christenen een plicht is.

(KN)

Orthodoxe Kerken beloven meer eenheid

 

Orthodoxe kerken beloven meer eenheid

Hilversum (Van onze redactie) 13 oktober 2008 – De orthodoxe patriarchaten gaan zich meer inzetten voor kerkelijke eenheid. Dat hebben de geestelijk leiders van 14 orthodoxe tradities gisteren verklaard tijdens de slotbijeenkomst van een driedaags congres in Istanbul.

Verdeeldheid
De geestelijken van de
14 patriarchaten waren op uitnodiging van oecumenische patriarch Bartholomeos I van Constantinopel bijeengekomen om te praten over de verdeeldheid binnen de orthodoxie. Het gaat daarbij onder meer over het dispuut tussen de patriarchen van Moskou en Constantinopel over de eventuele autonomie van de orthodoxe Kerk in Oekraïne.

Onafhankelijkheid
Oecumenisch patriarch Bartholomeos heeft in het verleden meermaals gezinspeeld op de eventuele onafhankelijkheid van de Oekraïense Kerk. Patriarch Aleksij II van Moskou, onder wie een groot deel van de orthodoxe gelovigen nu nog valt, is tegen.

Impact op de wereld
Volgens de verklaring moeten de orthodoxe kerken de “nationalistische, etnische en ideologische excessen uit het verleden opgeven”. “Want alleen op die manier kan de stem van de Orthodoxie de benodigde impact hebben op de hedendaagse wereld”, aldus de geestelijken.

Dialoog
De patriarchaten verklaarden tevens hun intentie om de dialoog met andere christelijke kerken zowel als met Jodendom en de islam te intensiveren.

Bron : RKK

16e zondag na Pinksteren – 2e zondag na de Kruisverheffing

16e zondag na Pinksteren – tweede zondag na de Kruisverheffing

feest van de heilige Metropolieten van Moscou

Peter,Alexy,Johannes en Filip

metropolieten van Moscou  heilige 2

LEZINGEN VAN DE ZONDAG

Eerste lezing :

2 Kor. 4,1-10

Omdat God ons in zijn barmhartigheid deze taak gegeven heeft, verzaken wij onze plicht niet.  Integendeel, we hebben ons afgekeerd van heimelijke lafheid: we gaan niet sluw te werk, vervalsen het woord van God niet, maar maken de waarheid openlijk bekend. Zo bevelen we ons ten overstaan van God aan bij ieders geweten.  Wanneer er dan toch nog een sluier ligt over het evangelie dat wij verkondigen, geldt dit alleen voor hen die verloren gaan:  de ongelovigen, van wie de gedachten door de god van deze wereld zijn verblind, waardoor ze het licht van het evangelie niet kunnen zien, de luister van Christus, die het beeld van God is.  Wij verkondigen niet onszelf, wij verkondigen dat Jezus Christus de Heer is en dat wij omwille van hem uw dienaren zijn.  De God die heeft gezegd: ‘Uit de duisternis zal licht schijnen,’ heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus.

Het huidige leven en de toekomstige luister

Maar wij zijn slechts een aarden pot voor deze schat; het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God.  We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld.  We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde.  We dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt.

 

Tweede lezing :

Evangelie : Matth.25,14-30

 Of het zal zijn als met een man die op reis ging, zijn dienaren bij zich riep en het geld dat hij bezat aan hen in beheer gaf. Aan de een gaf hij vijf talent, aan een ander twee, en aan nog een ander één, ieder naar wat hij aankon. Toen vertrok hij. Meteen  ging de man die vijf talent ontvangen had op weg om er handel mee te drijven, en zo verdiende hij er vijf talent bij.  Op dezelfde wijze verdiende de man die er twee had gekregen er twee bij.  Degene die één talent ontvangen had, besloot het geld van zijn heer te verstoppen: hij begroef het.  Na lange tijd keerde de heer van die dienaren terug en vroeg hun rekenschap.  Degene die vijf talent ontvangen had, kwam naar hem toe en overhandigde hem nog vijf talent erbij met de woorden: “Heer, u hebt mij vijf talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er vijf talent bij verdiend.”  Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar bent gebleken in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.”  Ook degene die twee talent ontvangen had, kwam naar hem toe en zei: “Heer, u hebt mij twee talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er twee talent bij verdiend.”  Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar was in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.”  Nu kwam ook degene die één talent ontvangen had naar hem toe, hij zei: “Heer, ik wist van u dat u streng bent, dat u maait waar u niet hebt gezaaid en oogst waar u niet hebt geplant,  en uit angst besloot ik uw talent te begraven; alstublieft, hier hebt u het terug.”  Zijn heer antwoordde hem: “Je bent een slechte, laffe dienaar. Je wist dus dat ik maai waar ik niet heb gezaaid en oogst waar ik niet heb geplant?  Had mijn geld dan bij de bank in bewaring gegeven, dan zou ik bij terugkomst mijn kapitaal met rente hebben terugontvangen.  Pak hem dat talent maar af en geef het aan degene die er tien heeft. Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen.  En die nutteloze dienaar, gooi die eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt.”

 

 

 

kruis54

 

 

 

 

 

 

Turkije moet orthodox seminarie toestaan !

‘Turkije moet orthodox seminarie toestaan’

25-09 10:07

Als Turkije aanspraak wil maken op het EU-lidmaatschap, moet het zich ook aan de Europese regels houden.

 

Dat betekent op zijn minst opening van het seminarie van de orthodoxe kerk in Istanbul. Dat stelde de voorzitter van het Europees Parlement, de Duitser Hans-Gert Pöttering, gisteren bij het bezoek van patriarch Bartholomeus I aan Brussel.

De patriarch staat aan het hoofd van de oosters-orthodoxe kerken en heeft zijn zetel in Constantinopel, het tegenwoordige Istanbul. Het patriarchaat kampt nog altijd met problemen als het gaat om godsdienstvrijheid in Turkije. Zo worden sommige eigendommen door Turkije niet erkend en is de theologische Halkischool van het patriarchaat al sinds 1971 gesloten. De Turkse overheid blokkeert de opening ondanks uitspraken van onder andere het Europees Hof voor de rechten van de mens in Straatsburg, aldus Bartholomeus.

Pöttering stelde dat de weigering van Turkije niet in het voordeel van het land werkt. ,,Turkije wil lid worden van de EU en de EU niet van Turkije. Net zoals in Europa moskeeën gebouwd kunnen worden, moeten andere confessies hun gebouwen in Turkije kunnen hebben. Opening van het Haldiseminarie is een noodzakelijke voorwaarde voor de toetreding van Turkije tot de EU.” Patriarch Bartholomeus I van Constantinopel pleitte in zijn rede voor het Europarlement voor toetreding van Turkije tot de EU. ,,We zien echter de aarzeling ten opzichte van een land dat voornamelijk uit moslims bestaat”, gaf hij toe. Toch moet Europa zich hier overheen zetten. ,,Europa is nu al vol met moslims, die overal vandaan komen. De aanwezigheid van moslims in Europa is een realiteit en het samenleven van mensen met een verschillende culturele en religieuze achtergrond kan een enorme verrijking zijn.”

Wel vindt de patriarch dat Turkije aan alle volwaarden moet voldoen, zeker als het gaat om de houding ten opzichte van minderheden. ,,De huidige regering heeft gelukkig een positievere opstelling tegenover minderheden”, aldus Bartholomeus, die stelde dat het handjevol christenen in Turkije geen enkele bedreiging kan vormen jegens het door moslims gedomineerde land.


In zijn rede brak de patriarch nogmaals een lans voor handhaving van het woord ‘oecumenisch’ als toevoeging bij het patriarchaat. De Turkse autoriteiten erkennen het gebruik van dit woord niet, omdat dit volgens hen een politieke bijklank kent die de Turkse soevereiniteit zou aantasten.

Volgens de patriarch heeft de term echter geen enkele betrekking op wereldlijke of politieke aspiraties, maar duidt het op de universele dimensie van het evangelie. ,,We vormen geen nationale kerk maar willen alle volken dienen.”

(Bron : Nieuws.marokko.nl)

14e zondag na Pinksteren – sluiting van het feest van de Kruisverheffing

14e zondag na Pinksteren

Sluiting van het feest van de Kruisverheffing

 

 

Kruisverheffing 36 (300 x 434)

 

Lezingen

2 Kor.1,21-2,4 :

   Ik had mezelf dus voorgenomen u niet opnieuw zo’n verdrietig bezoek te brengen. Want als ik u verdriet doe, wie moet mij dan blij maken? Toch alleen u – en u zou nu juist verdriet door mij hebben.  Dat is ook precies wat ik u geschreven heb: ik wilde niet dat ik bij mijn bezoek verdriet van u zou hebben, terwijl u mij juist blij had moeten maken. En ik had er alle vertrouwen in dat u allen in mijn vreugde zou delen.  Toen ik u schreef was ik terneergeslagen en bedrukt en stonden de tranen in mijn ogen. Ik wilde u geen pijn doen, maar u laten weten hoezeer ik u liefheb.

Evangelie :

Matth.22,1-14

  Daarop vertelde Jezus hun opnieuw een gelijkenis: ‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon. Hij stuurde zijn dienaren eropuit om de bruiloftsgasten uit te nodigen, maar die wilden niet komen.  Daarna stuurde hij andere dienaren op pad met de opdracht: “Zeg tegen de genodigden: ‘Ik heb een feestmaal bereid, ik heb mijn stieren en het mestvee laten slachten. Alles staat klaar, kom dus naar de bruiloft!'”  Maar ze negeerden hen en vertrokken, de een naar zijn akker, de ander naar zijn handel.  De overigen namen zijn dienaren gevangen, mishandelden en doodden hen.  De koning ontstak in woede en stuurde zijn troepen eropaf, hij liet de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken.  Vervolgens zei hij tegen zijn dienaren: “Alles staat klaar voor het bruiloftsfeest, maar de gasten waren het niet waard genodigd te worden.  Ga daarom naar de toegangswegen van de stad en nodig voor de bruiloft iedereen uit die je tegenkomt.” De dienaren gingen de straat op en brachten zo veel mogelijk mensen samen, zowel goede als slechte. En de bruiloftszaal vulde zich met gasten voor de maaltijd.  Toen de koning binnenkwam om te zien wie er allemaal aanlagen, zag hij iemand die zich niet in bruiloftskleren gestoken had,  en hij vroeg hem: “Vriend, hoe ben je hier binnengekomen terwijl je niet eens een bruiloftskleed aanhebt?” De man wist niets te zeggen.  Daarop zei de koning tegen zijn hofdienaars: “Bind zijn handen en voeten vast en gooi hem eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt.  Velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren.”‘

 

 

Kruisverheffing

(om de tekeningen te verkrijgen van alle twaalf grote Feesten van het Kerkelijk jaar)

KLIK op de tekening hierboven !!)

15e zondag na Pinksteren/Eerste zondag na de kruisverheffing

15e zondag na Pinksteren

1e zondag na de Kruisverheffing

 

 

Eerste lezing :

2 Kor.4,6-15

 De God die heeft gezegd: ‘Uit de duisternis zal licht schijnen,’ heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus.

Het huidige leven en de toekomstige luister

 Maar wij zijn slechts een aarden pot voor deze schat; het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God.  We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld.  We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde We dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt.  Wij levenden worden altijd omwille van Jezus aan de dood prijsgegeven, opdat in ons sterfelijke bestaan ook het leven van Jezus zichtbaar wordt Zo is in ons de dood werkzaam, en in u het leven.  Er staat geschreven: ‘Ik bleef vertrouwen, daardoor kon ik spreken.’ In datzelfde vertrouwen spreken ook wij, omdat we geloven  en weten dat hij die de Heer Jezus heeft opgewekt ook ons, net als Jezus, zal opwekken en ons samen met u naar zich toe zal voeren.  Dit alles gebeurt omwille van u, zodat Gods goedheid, die zich door steeds meer mensen verbreidt, ook tot steeds meer dankzegging leidt, tot eer van God.

Evangelie :

Matth.22,35-46

 

 Om hem op de proef te stellen vroeg een van hen, een wetgeleerde:  ‘Meester, wat is het grootste gebod in de wet?’  Hij antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand Dat is het grootste en eerste gebod.  Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’

 Nu de farizeeën om hem heen stonden, stelde Jezus hun deze vraag ‘Wat denkt u over de messias? Van wie is hij een zoon? ‘Van David,’ antwoordden ze Jezus vroeg: ‘Hoe kan David hem dan, geïnspireerd door de Geest, Heer noemen? Want hij zegt:  “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.’” Als David hem dus Heer noemt, hoe kan hij dan zijn zoon zijn?’ En niemand was in staat hem een antwoord te geven, noch durfde iemand hem vanaf die dag nog een vraag te stellen.

Akathist tot de Moeder Gods in het ITALIAANS

Inno Acatisto alla Madre di Dio

L‘Acatisto (dal greco Akáthistos) è un antico inno in onore della Vergine Maria. L’ autore è anonimo, anche se molti attribuiscono la creazione dell’inno a Romano il Melode (V sec.), in ringraziamento per la protezione della città di Costantinopoli dall’invasione di orde barbariche. La parola Acatisto suggerisce che l’inno debba essere recitato in piedi; l’inno costituisce una forma del genere liturgico del “Kondakion“. A questo proposito scrive P. Olivier Raquez: “Il kondakion è un genere letterario di inni propriamente bizantini sviluppatosi a partire dalla fine del V secolo. Era composto di un proemio e di un numero variabile di strofe (ìkoi) più o meno numerose. Nei secoli successivi è scomparso a favore del genere del canone. Oggi, come complesso organico di più strofe, se ne conserva uno solo, il celebre inno Akathistos.” (O. Raquez, Guida alla Celebrazione dell’Ufficio Divino nelle Chiese di tradizione bizantina, LIPA, Roma, 2002).

L’Acatisto è recitato privatamente dai fedeli, come devozione personale, e pubblicamente nelle chiese: è frequentemente cantato durante la Grande Quaresima, soprattutto al venerdì: il quinto venerdì di Quaresima è appunto detto “dell’inno Acatisto”.

1
Accolto l’ordine dell’arcana missione, senza indugio l’Angelo si presenta alla dimora di Giuseppe e dice alla Vergine: Colui che discendendo fa piegare i cieli si racchiude senza mutamento tutto in te. E, vedendolo prendere nel tuo grembo la figura di servo, stupito e a te esclamo: Gioisci, o Sposa Semprevergine!

2
Il primo fra gli angeli fu inviato dal cielo a recare il saluto alla Madre di Dio e vedendoti assumere con la voce incorporea un corpo, o Signore, al solo saluto, restò attonito e rivolto a lei esclamava così:
Gioisci, per te splenderà la gioia;
Gioisci, per te cesserà la maledizione;
Gioisci, redenzione del caduto Adamo;
Gioisci, riscatto delle lacrime di Eva;
Gioisci, altezza inaccessibile all’intelligenza dell’uomo;
Gioisci, profondità insondabile alla mente degli angeli;
Gioisci, sei divenuta il trono del Re;
Gioisci, perché reggi Colui che tutto regge;
Gioisci, stella che annunci il sole;
Gioisci, grembo della divina incarnazione;
Gioisci, per te si rinnova la creazione;
Gioisci, per te si fa bambino il Creatore.
Gioisci, o Sposa Semprevergine!

3
Sapendosi in purezza, la Santa Vergine risponde a Gabriele senza timore: “La stranezza del tuo parlare risulta incomprensibile alla mia anima. Tu annunci una maternità in un seno verginale esclamando: Alleluia?”

4
Desiderando la Vergine conoscere il mistero, esclamò al santo servitore: “Dal mio grembo votato alla verginità, dimmi come può essere generato un figlio?” E l’Angelo le rispose con riverenza soltanto questo:
Gioisci, partecipante al mistero ineffabile;
Gioisci, credente di ciò che matura nel silenzio;
Gioisci, preludio ai miracoli di Cristo;
Gioisci, compendio dei suoi dogmi;
Gioisci, scala celeste per cui discese Iddio;
Gioisci, ponte che conduce dalla terra al cielo;
Gioisci, degli Angeli inaudito prodigio;
Gioisci, dei demoni terribile sconfitta;
Gioisci, perché generasti ineffabilmente la Luce;
Gioisci, perché a nessuno hai rivelato il mistero;
Gioisci, perché trascendi la conoscenza dei sapienti;
Gioisci, perché illumini la mente dei credenti;
Gioisci, o Sposa Semprevergine!

5
La potenza dell’Altissimo coprì allora con la sua ombra la Vergine affinché concepisse; e il suo seno senza frutto si trasformò in campo fertile per coloro che vogliono cogliervi salvezza, cantando: Alleluia!

6
Accolto Dio nel grembo, la Vergine corse verso Elisabetta e il figlio di costei riconobbe subito il suo saluto e gioì e con balzi, quasi cantici, esclamava alla Madre di Dio:
Gioisci, virgulto di pianta che non si dissecca;
Gioisci, possesso di un frutto che non marcisce;
Gioisci, perché allevi Colui che con amore nutre gli uomini;
Gioisci, perché generi Colui che crea la nostra vita;
Gioisci, terreno che produce abbondanza di misericordia;
Gioisci, mensa che porti ricchezza di propiziazione;
Gioisci, perché fai fiorire il giardino di delizie;
Gioisci, perché prepari un rifugio per le anime;
Gioisci, profumo che rende gradite le suppliche;
Gioisci, propiziatrice di perdono al mondo intero;
Gioisci, compiacenza di Dio verso gli uomini;
Gioisci, fiducia degli uomini verso Dio;
Gioisci, o Sposa Semprevergine!

7
Aveva dentro di sé una tempesta di pensieri contrastanti il prudente Giuseppe. Era sconvolto: ti sapeva vergine ma sospettava un’unione furtiva, o Immacolata. Ma appena apprese il tuo concepimento per opera dello Spirito Santo disse: Alleluia!

A Te, o Madre di Dio, che guidasti la nostra difesa, innalziamo l’inno della vittoria e della riconoscenza, per essere stata salvati da terribili sciagure. Tu, dunque, nella tua potenza invincibile, liberaci da ogni sorta di pericoli, cosicché a Te si esclami: Gioisci, o Sposa Semprevergine.

8
I pastori udirono gli angeli che inneggiavano alla venuta di Cristo incarnato e, accorrendo a lui come verso il Pastore, lo videro quale Agnello senza macchia nutrirsi nel seno di Maria e dissero inneggiando a lei:
Gioisci, Madre dell’Agnello e del Pastore;
Gioisci, ovile del gregge spirituale;
Gioisci, difesa contro i nemici invisibili;
Gioisci, chiave che apre le porte del Paradiso;
Gioisci, perché il cielo si rallegra con la terra;
Gioisci, perché la terra si allieta con i cieli;
Gioisci, voce degli Apostoli che mai tace;
Gioisci, coraggio invincibile dei martiri;
Gioisci, forte baluardo della fede;
Gioisci, fulgido vessillo della grazia;
Gioisci, perché spogliasti il regno dei morti;
Gioisci, perché ci rivestisti di gloria;
Gioisci, o Sposa Semprevergine!

9
I Magi scorsero la stella che guidava verso Dio e seguirono la sua luce usandola come fiaccola, con essa cercavano il potente Sovrano e, raggiunto l’Irraggiungibile, lo salutarono acclamando: Alleluia!

10
I figli dei Caldei videro in mano della Vergine Colui che plasmò con le sue mani l’uomo; lo riconobbero come il Signore, benché avesse preso figura di servo, e si affrettarono ad adorarlo con doni ed esclamare alla Benedetta:
Gioisci, Madre dell’astro che mai tramonta;
Gioisci, splendore del mistico giorno;
Gioisci, perché hai spento la fucina dell’inganno;
Gioisci, perché illumini gli iniziati al mistero della Trinità;
Gioisci, perché hai spodestato il crudele tiranno degli uomini dal suo impero;
Gioisci, perché hai manifestato Cristo Signore amico dell’uomo;
Gioisci, perché ci liberi dal culto pagano;
Gioisci, perché ci salvi dalle opere di corruzione;
Gioisci, perché hai posto fine all’adorazione del fuoco;
Gioisci, perché hai allontanato la fiamma delle passioni;
Gioisci, guida di saggezza per i credenti;
Gioisci, gioia di tutte le generazioni;
Gioisci, o Sposa Semprevergine!

11
Diventati divini messaggeri, i Magi si avviarono verso Babilonia, dove portarono a compimento il tuo responso e a tutti proclamarono Te o Cristo, senza curarsi dello stolto Erode, che non seppe cantare: Alleluia!

12
In Egitto hai fatto splendere la luce della verità dissipando le tenebre della menzogna; gli idoli infatti, o Salvatore, non sostennero la tua possanza e crollarono; e coloro che se ne andarono liberi acclamarono la Madre di Dio:
Gioisci, perché risollevi gli uomini;
Gioisci, perché abbatti i demoni;
Gioisci, perché hai calpestato dell’inganno dell’errore;
Gioisci, perché hai smascherato la falsità degli idoli;
Gioisci, onda del mare che sommergi il pur avveduto Faraone;
Gioisci, roccia che abbeveri chi ha sete della vita;
Gioisci, colonna di fuoco, che guida coloro che sono nelle tenebre;
Gioisci, protezione del mondo più grande della nube;
Gioisci, cibo sostitutivo della manna;
Gioisci, perché distribuisci il santo alimento dell’allegrezza;
Gioisci, perché sei la terra della promessa;
Gioisci, perché da te sgorgano miele e latte;
Gioisci, o Sposa Semprevergine!

13
Tu fosti presentato bambinello a Simeone mentre ormai stava per abbandonare questo presente mondo fallace, ma egli ti riconobbe come Dio perfetto e per questo ammirò l’ineffabile tua sapienza esclamando: Alleluia!

A Te, o Madre di Dio, che guidasti la nostra difesa, innalziamo l’inno della vittoria e della riconoscenza, per essere stata salvati da terribili sciagure. Tu, dunque, nella tua potenza invincibile, liberaci da ogni sorta di pericoli, cosicché a Te si esclami: Gioisci, o Sposa Semprevergine.

14
Una nuova creazione rivelò il Creatore apparso fra noi sue creature; poiché germinato da un grembo incontaminato lo conservò intatto quale era prima, così noi, contemplando il miracolo, inneggiamo alla Vergine, esclamando:
Gioisci, fiore della verginità;
Gioisci, corona della castità,
Gioisci, perché fai risplendere l’immagine della (nostra) resurrezione;
Gioisci, perché ci manifesti la vita angelica;
Gioisci, albero dai magnifici frutti che nutrono i fedeli;
Gioisci, pianta dalle ombrose fronde che offrono riparo a molti;
Gioisci, perché hai portato in seno Colui che è guida degli erranti;
Gioisci, perché hai dato alla luce Colui che è il liberatore dei prigionieri;
Gioisci, perché sei la nostra propiziatrice presso il giusto Giudice;
Gioisci, perché sei la riconciliazione per molti peccatori;
Gioisci, perché dai rifugio a chi è privo di fiducia;
Gioisci, perché possiedi un amore che supera ogni desiderio;
Gioisci, o Sposa Semprevergine!

15
Mirando questa prodigiosa natività, distacchiamoci da questo mondo, elevando la nostra mente al cielo; perché l’Altissimo apparve sulla terra come umile uomo, per attrarre in alto coloro che a lui acclamano: Alleluia!

16
L’incomprensibile Verbo discese in terra nella sua pienezza senza per nulla allontanarsi dai cieli; perché con condiscendenza divina e non mutazione di luogo si abbassò e nacque dalla Vergine che, assorta in Dio, udiva:
Gioisci, dimora del Dio infinito;
Gioisci, porta di un venerando mistero;
Gioisci, verità incomprensibile per chi non crede;
Gioisci, indubbio vanto per chi crede;
Gioisci, cocchio santissimo di Colui che siede sui Cherubini;
Gioisci, dimora bellissima di Colui che è sopra i Serafini;
Gioisci, perché concili cose contrarie;
Gioisci, perché congiungi verginità e maternità;
Gioisci, perché hai distrutto la prevaricazione;
Gioisci, perché hai fatto spalancare il Paradiso;
Gioisci, perché sei la chiave del regno di Cristo;
Gioisci, speranza di beni eterni;
Gioisci, o Sposa Semprevergine!

17
Tutta la schiera degli angeli ammirò stupita la grande opera della tua Incarnazione; perché vedeva Colui, che è inaccessibile come Dio, accessibile a tutti come uomo, vivere con noi e ascoltare da tutti: Alleluia!

18
Vediamo diventare davanti a te, o Madre di Dio, i più eloquenti retori muti come pesci, perché incapaci di spiegare come Tu, rimanendo vergine, abbia potuto partorire. Noi invece ammirando il mistero, con fede esclamiamo:
Gioisci, dimora della sapienza di Dio;
Gioisci, scrigno della sua provvidenza;
Gioisci, perché sveli ignoranti gli uomini di dottrina;
Gioisci, perché scopri insipienti gli uomini di scienza;
Gioisci, perché sono diventati stolti i sottili indagatori;
Gioisci, perché si sono inariditi i creatori di mitologie;
Gioisci, perché dissolvi le astuzie dei sofisti;
Gioisci, perché ricolmi le reti dei pescatori;
Gioisci, perché ci trai fuori dall’abisso dell’ignoranza;
Gioisci, perché arricchisci molti di sapienza;
Gioisci, scialuppa di chi vuol essere salvato;
Gioisci, porto dei naviganti in questa vita;
Gioisci, o Sposa Semprevergine!

19
Volendo salvare il mondo, il Creatore di tutte le cose in esso venne spontaneamente; e benché come Dio fosse Pastore, apparve per noi e fra noi come agnello, come uomo parlava agli uomini, ma come Dio sente dirsi: Alleluia!

A Te, o Madre di Dio, che guidasti la nostra difesa, innalziamo l’inno della vittoria e della riconoscenza, per essere stata salvati da terribili sciagure. Tu, dunque, nella tua potenza invincibile, liberaci da ogni sorta di pericoli, cosicché a Te si esclami: Gioisci, o Sposa Semprevergine.

20
O Vergine Madre di Dio, tu sei il riparo di vergini e di quanti a Te accorrono; perché tale ti ha costituita il Creatore del cielo e della terra, o Inviolata, ponendo dimora nel tuo grembo e insegnando a tutti a salutarti:
Gioisci, colonna della verginità;
Gioisci, porta della salvezza;
Gioisci, prima ispiratrice della spirituale creazione;
Gioisci, dispensatrice della bontà divina;
Gioisci, perché rigeneri chi è concepito nel male;
Gioisci, perché ridoni intelligenza a chi è privo di intelletto;
Gioisci, perché hai schiacciato chi corrompe le menti;
Gioisci, perché hai dato alla luce il seminatore della castità;
Gioisci, talamo di nozze illibate;
Gioisci, perché riconcili con il Signore i fedeli;
Gioisci, santa educatrice di vergini;
Gioisci, perché accompagni alle nozze le anime sante;
Gioisci, o Sposa Semprevergine!

21
È vinto ogni canto che voglia eguagliare l’abbondanza delle tue molte misericordie, o Signore; anche se a te, o santo Re, offrissimo tanti cantici quanti i granelli di sabbia mai faremmo cosa degna di quanto hai donato a chi ti acclama: Alleluia!

22
Noi vediamo la Vergine come fiaccola splendente, apparsa a coloro che sono nelle tenebre; perché avendo acceso il Lume immateriale, ella guida tutti alla cognizione divina, illuminando di splendore le menti e viene onorata da questa esclamazione:
Gioisci, raggio del Sole spirituale;
Gioisci, riverbero dello splendore senza tramonto;
Gioisci, fulgore che illumini le anime;
Gioisci, tuono che atterrisci i nemici;
Gioisci, perché fai sorgere la luce sfolgorante;
Gioisci, perché fai scaturire il fiume dalle inesauribili acque;
Gioisci, simbolo del fonte battesimale;
Gioisci, perché togli le macchie del peccato;
Gioisci, lavacro che purifichi la coscienza;
Gioisci, coppa che mesci esultanza;
Gioisci, fragranza del profumo di Cristo;
Gioisci, vita del mistico convito;
Gioisci, o Sposa Semprevergine!

23
Volendo perdonare le antiche offese, Colui che rimette i debiti a tutti spontaneamente si presentò a coloro che si erano allontanati dalla grazia e, lacerata la condanna del peccato, da tutti sente esclamare: Alleluia!

24
Lodando il tuo parto, noi tutti ti celebriamo come tempio vivente, o Madre di Dio. Nel tuo grembo, infatti, abitò il Signore, Colui che l’universo regge nelle sue mani. Egli ti fece santa e ricca di gloria e ha insegnato a tutti a cantarti:
Gioisci, tempio del Verbo di Dio;
Gioisci, la più santa di tutti i santi;
Gioisci, arca d’oro, cesellata dallo Spirito Santo;
Gioisci, tesoro inesauribile della vita;
Gioisci, diadema prezioso dei pii regnanti;
Gioisci, venerabile gloria dei vescovi devoti;
Gioisci, baluardo inespugnabile della Chiesa;
Gioisci, fortezza invincibile dell’impero;
Gioisci, per te si innalzano i trofei;
Gioisci, per te soccombono i nemici;
Gioisci, salute per il mio corpo;
Gioisci, salvezza per la mia anima;
Gioisci, o Sposa Semprevergine!

A Te, o Madre di Dio, che guidasti la nostra difesa, innalziamo l’inno della vittoria e della riconoscenza, per essere stata salvati da terribili sciagure. Tu, dunque, nella tua potenza invincibile, liberaci da ogni sorta di pericoli, cosicché a Te si esclami: Gioisci, o Sposa Semprevergine!

 

 

 

 

 

 

 

Wereldraad vab Kerken bezoekt Rusland en Ossetië

Wereldraad van Kerken bezoekt Ossetië en Rusland

Geplaatst door Theo Borgermans op vrijdag 5 september 2008 om 00:05u (Bron: PKN)

GENEVE (RKnieuws.net) – Een delegatie van de Werelraad van Kerken is van 3-7 september op bezoek in Ossetië en Rusland. De delegatie gaat naar bij de Wereldraad aangesloten kerken, praat met slachtoffers van het geweld en bekijkt hoe de hulp van de kerken georganiseerd is.

De delegatie verwacht functionarissen te ontmoeten van onder andere de Russisch Orthodoxe Kerk en de Gregoriaans Orthodoxe Kerk. Ook wordt er een bezoek gebracht aan het werk van Action by Churches Together (ACT) International en de lokale partners. ACT International is een door de Wereldraad gecoördineerde hulporganisatie voor hulp bij rampen. Kerk in Actie en ICCO verlenen hulp via deze organisatie.

“We verwachten in beide landen christenen aan te treffen die naar elkaar luisteren en voor elkaar bidden. Als zij niet accepteren dat zij gescheiden worden van elkaar, helpen zij de regeringen van beide landen om naar een vreedzame oplossing van het conflict te zoeken”, aldus Elenora Giddings, woordvoerder van de Wereldraad van Kerken.

Oproep tot vredesonderhandelingen

Eerder al riepen kerken in Georgië en Rusland op tot wapenstilstand en vredesonderhandelingen en vroegen zij dringend om hulp. De vijandelijkheden hebben een groot aantal mensenlevens gekost. Duizenden mensen zijn op de vlucht en hebben hun bezittingen verloren.

Op 12 augustus 2008 riep de Wereldraad alle kerken op tot gebed en hulp voor hen die betrokken zijn bij het conflict. Het moderamen van de Generale Synode van de Protestantse Kerk in Nederland sloot daarbij aan met de oproep om op zondag 17 augustus jl. tijdens de erediensten in de voorbeden aandacht te schenken aan de situatie in de Kaukasus.

Bericht : Russisch orthodoxe Kerk wacht af

RUSSISCH-ORTHOXE KERK WACHT AF

BRUSSEL (KerkNet/NCR) – In tegenstelling tot de Russische regering die al snel de onafhankelijkheid van Zuid-Ossetië en Abchazië erkende, neemt de leiding van de Russisch-orthodoxe Kerk voorlopig een veel meer afwachtende houding aan. Ze is niet van plan zomaar de grenzen van de bisdommen en de kerkelijke jurisdictie aan te passen. Verantwoordelijken van de Russisch-orthodoxe Kerk verklaarden dat eventuele wijzigingen, inclusief de overdracht van de jurisdictie van de gebieden van de Georgische naar de Russisch-orthodoxe Kerk, eerst met de Georgisch-orthodoxe Kerk moeten doorgepraat worden. Ook de Russisch-orthodoxe kerkleider aartsbisschop Feofan van Noord-Ossetië, bevestigde dat hij de mening van het patriarchaat in Moskou deelt.

(Kerknet)