Augustinus : de oogst is groot

H.  Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en Kerkleraar  
Overwegingen over het evangelie van Johannes, nr. 15

augustinus 4445

“De oogst is groot”

      Christus werd vervuld met ijver voor zijn werk en Hij bereidde zich voor om arbeiders in te gaan zetten om te oogsten. “Hier is het gezegde van toepassing: De een zaait, de ander maait. Ik stuur jullie erop uit om een oogst binnen te halen waarvoor je geen moeite hebt hoeven doen; dat hebben anderen gedaan en jullie maken hun werk af.” (Joh 4,37-38). Waarom stuurt Hij maaiers, zonder zaaiers te sturen? Waar stuurde Hij de arbeiders om te oogsten naar toe? Daar waar anderen reeds hadden gewerkt. Daar waar de profeten al hadden gepredikt, want zij waren de zaaiers…

      Wie zijn zij die op die wijze gewerkt hebben? Abraham, Izaak en Jakob. Lees de verhalen over hun werk maar: in al hun werken vindt men de profetie van de Christus; zij waren dus de zaaiers. Wat betreft Mozes, de andere patriarchen en alle profeten, wat hebben ze wel niet moeten verdragen in de kou ten tijde dat ze zaaiden? In Juda was de oogst dientengevolge gereed. En men begrijpt dat de oogst rijp was op het moment waarop duizenden mensen hun bezit verkochten en de opbrengst aan de voeten van de apostelen legden en hun schouders ontlastten van de last van deze wereld, door Christus te volgen (Hand 4,35;Ps 82,7). De oogst was werkelijk gerijpt.

      Wat is het resultaat daarvan? Uit die oogst werden enkele granen gehaald en zij hebben het universum bezaaid, en zie hoe een andere oogst opkomt die bestemd is om geplukt te worden aan het einde der tijden. Om die oogst binnen te halen worden niet de apostelen, maar de engelen gestuurd.

Koptisch-orthodoxe Kerk zegt officieel : wij bekeren moslims

Koptisch-Orthodoxe kerk zegt officieel: wij bekeren moslims

   

Egypte.jpg

Een voormalige moslim heeft van de Koptisch-Orthodoxe kerk een certificaat gekregen dat aangeeft dat hij zich tot het christelijk geloof heeft bekeerd en is gedoopt.

Dat meldt vandaag het dagblad Daily News Egypt. Volgens Arab Vision is dit een belangrijke ontwikkeling in het voortgaande debat in Egypte over het recht om de islam te verlaten en christen te worden.

De betreffende bekeerling, Maher al-Gohari, had een certificaat nodig van de kerk om aan het gerechtshof te bewijzen dat hij zich van de islam tot het christelijk geloof had bekeerd. De rechtbank vroeg om dit bewijsstuk in verband met zijn eis aan de Egyptische overheid om op zijn identiteitsbewijs de religie van islam in christendom te veranderen.

Bekering tot het christendom is een zeer gevoelige kwestie in Egypte, aldus Arab Vision. “Officieel is het niet verboden, maar tot nu toe is het juridisch onmogelijk door de manier waarop de wet wordt geïnterpreteerd. Gohari is de tweede die zijn bekering tot het christelijk geloof wil formaliseren. Een jaar geleden probeerde Mohammed Higazi het ook, maar diens verzoek om een verandering van zijn identiteitsbewijs van islam in christendom te veranderen, werd afgewezen.

Arab Vision houdt deze ontwikkelingen in Egypte nauwlettend in de gaten, omdat die organisatie door haar christelijke tv-programma’s veel met moslims in contact komt die christen willen worden. Dat gebeurt doorgaans via telefoon of email. Het is heel interessant om te zien wat met deze zaak van Gohari gebeurt, zegt Inge Verhoef-Postma, directeur van de Nederlandse afdeling van Arab Vision. “We hopen dat dit de weg opent naar echte vrijheid van godsdienst in Egypte. Dat houdt onder meer in dat mensen de vrijheid hebben van godsdienst te veranderen.”

Bron : ‘Uitdaging’

Nu kerken doelwit brandaanslagen Griekenland

donderdag 9 april 2009

 (Novum/AP) – Bij een kerk in Athene is donderdag een brandbom ontploft. De Griekse politie, die zei dat er niemand gewond was geraakt, wist vier andere exemplaren onschadelijk te maken.

De bom ging om 15.00 uur af bij de orthodoxe kerk van de Heilige Drieëenheid in de haven van Piraeus en veroorzaakte lichte schade. De politie vond een vergelijkbare bom bij de orthodoxe kathedraal in de Griekse hoofdstad en maakte die onschadelijk. De explosieven waren gemaakt van blikjes campinggas.

In Tessaloniki vond de politie drie van zulke bommen bij de kerken van Agia Sofia en Agios Dimitrios. Ook die explosieven werden onschadelijk gemaakt.

De politie en een commerciële televisiezender waren telefonisch voor de explosieven gewaarschuwd. Anarchistische groeperingen in Griekenland plegen vaak brandstichting in Griekse steden, maar meestal gebeurt dat ’s nachts.

Bron : ‘Elseviers’

Paasboodschap van de Oecumenische Patriarch Bartholomeüs I

 


 

 

FOTO’S PAASNACHT IN GENT 2009

KLIK HIER


 

 

+ BARTHOLOMEOS

DOOR DE GENADE GODS AARTSBISSCHOP VAN KONSTANTINOPEL, HET NIEUWE ROME EN OECUMENISCH PATRIARCH

AAN ALLE GELOVIGEN VAN DE KERK
GENADE, VREDE EN ONTFERMING ZIJ U VAN CHRISTUS DE HEILAND, DIE IN HEERLIJKHEID IS OPGESTAAN

* * * * * * * * *

Geliefde broeders concelebranten en kinderen in de Heer,

CHRISTUS IS OPGESTAAN! 

Met een somber gelaat hoorde de mensheid op een dag in de 19e eeuw uit de mond van de dramatische filosoof verkondigen: “God is dood! We hebben Hem gedood … Wij allen zijn Zijn moordenaars … God zal dood blijven! Wat zijn kerken anders dan de graven van God?” En enkele tientallen jaren later hoorde men uit de mond van zijn jongere volgeling: “God is gestorven! Mijne heren, ik verkondig u de dood van God!” 

Deze verkondigingen van de atheïstische filosofen ontstelden het geweten van de mensen. Er volgde een grote verwarring op het terrein van de geesteswetenschappen en de litteratuur, de kunst en van de theologie zelf, waar men, vooral in het Westen, zelfs begon te spreken over de “God-is-dood- theologie”.

De kerk had en heeft er nooit enige twijfel over gehad dat degene die aan het Kruis stierf, God was.  Dat gebeurde in het jaar 33 na Chr., op de heuvel van Golgotha van Jeruzalem, onder Pontius Pilatus, de Romeinse bestuurder van Judea. Nadat Christus een vreselijk lijden had ondergaan, is Hij gekruisigd als een misdadiger en tegen het negende uur van die vrijdag, zei Hij: “Het is volbracht” en gaf Hij de geest.  Dat is een onweerlegbare historische gebeurtenis. De eniggeboren Zoon en Woord van God, Jezus Christus, de waarachtige God, is gestorven voor alle mensen! Nadat Hij heel onze menselijkheid had aangenomen: lichaam, ziel, wil, inspanning,  pijn, verdriet, teleurstelling, vreugde, alles behalve de zonde, nam Hij ook onze dood op Zich, en wel in zijn meest kwellende en vernederende vorm, namelijk de kruisdood. Tot hier zijn we het eens met de filosofen. We kunnen zelfs aanvaarden dat onze kerken als het ware de ‘graven’ van God zijn! Maar toch! … Wij kennen, leven en vereren de stervende God, als een dode die het leven voortbrengt! Kort na die verschrikkelijke Vrijdag, bij het aanbreken van de dag, van de eerste dag der week, van de zondag,  gebeurde datgene waarop heel Gods heilseconomie was gericht: na de vleeswording, het lijden, de kruisiging en de nederdaling in de onderwereld volgde de Opstanding! … En deze Opstanding  is een even onweerlegbare historische werkelijkheid! … En dit feit heeft directe gevolgen voor de redding van ons allen. Opgestaan is de Zoon van God, Die tegelijkertijd ook de Zoon des mensen is! Opgestaan is God, met heel zijn aangenomen menselijkheid: het Lichaam dat Hij aangenomen had van het reine bloed van de Alheilige Moeder Gods en met Zijn heilige Ziel. Opgestaan uit de doden, heeft Hij heel Adam en Adams geslacht opgewekt als menslievende. Het graf van Jezus, het nieuwe graf van Jozef, is nu voor altijd leeg! In plaats van een graf voor een dode, is het een teken van overwinning op de dood, is het een bron van leven! De geestelijke Zon der gerechtigheid is opgestraald uit het graf, en schenkt het avondloze licht, vrede, vreugde, blijdschap, eeuwig leven! Ja, de kerken zijn “graven” van God! Maar lege graven, vol licht, vol geur van leven, van  naar de lente en pasen geurende mirre, schoon, lieflijk, versierd met feestelijke mirte, met bloemen van tastbare hoop, levenomvattende en levenschenkende graven! De dood van God heeft de kracht van de onderwereld gekeerd, de dood is gedegradeerd tot een eenvoudig gebeuren, dat de mens van het aardse leven naar het eeuwige Leven brengt. De kerken, de graven van God, zijn de wijd open poorten van Gods liefde, de wijde ingangen van de bruiloftszaal van Zijn Zoon, van Hem Die “als Bruidegom voortschreed uit het graf”. En wij, gelovigen, treden binnen en vieren “de dood van de dood, de vernietiging van de Hades, het begin van een ander, eeuwig, leven. En opspringend van vreugde bezingen wij de Oorzaak, de enig gezegende en hooggeroemde God van onze vaderen”!

Gelukkig dus, dat God gestorven is en dat Zijn dood ons leven en onze opstanding geworden is! Gelukkig, dat er zoveel van Zijn ‘graven’ zijn in de wereld, zoveel heilige kerken, waar een mens die verdrietig is, vermoeid en ontroostbaar, vrij naar binnen kan gaan, om daar de last van zijn verdriet af te leggen, zijn zorgen, zijn angst, zijn onveiligheid, waar hij zijn dood van zich af kan zetten! Gelukkig dat er kerken bestaan van de Gekruisigde, Gestorven, Opgestane en eeuwig Levende Christus. De wanhopige mens van vandaag, die verraden is door al de afgoden, al de aardse idolen die zijn hart gestolen hebben, dat wil zeggen de economie, de ideologie, de filosofie, de metafysika en al de andere lege verleidingen van deze bedriegelijke tijd, kan in deze kerken een toevluchtsoord vinden, troost en redding.

Vanuit het Oecumenische Patriarchaat, de Moederkerk, die in alle volheid het Lijden leeft, het Kruis en de Dood, maar evenzeer ook de Opstanding van de Godmens, richten wij tot alle kinderen der Kerk van harte onze paas-groet en zegen, met de groet van liefde van Jezus Christus, die uit de doden opgestane en eeuwig Levende, die de mens leven schenkt. Aan Hem zij de heerlijkheid, de macht, de eer en de aanbidding, tezamen met de Vader en de Heilige Geest, in eeuwigheid. Amen!

Heilig Pascha 2009

+ BARTHOLOMEOS van Konstantinopel, vurige voorspreker van u allen bij de opgestane Christus  

 

Orthodox Pasen : Christus is Verrezen, Hij is waarlijk Verrezen !

 

Aan alle Orthodoxe medegelovigen wensen wij een

Zalig en Gezegend PAASFEEST

 

      

Gezongen door : Irene Papas/Muziek : Vangelis

 

 

Christus is Verrezen, Hij is waarlijk Verrezen !

Lezingen van de Goddelijke Liturgie van Pasen

Handelingen 1,1-8:

Jezus’ laatste opdracht en hemelvaart
[1] Mijn * eerste boek, Teofilus, ging over alles wat Jezus heeft gedaan en geleerd, vanaf het begin [2] tot de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn opdracht had gegeven. [3] Aan hen heeft Hij veertig* dagen lang herhaaldelijk bewezen dat Hij na zijn lijden weer in leven was. Hij vertoonde zich aan hen en sprak over het koninkrijk van God. [4] Toen Hij bij hen was, drukte Hij hun op het hart: ‘Ga niet uit Jeruzalem weg, maar blijf wachten op de belofte van de Vader die jullie van Mij hebben gehoord; [5] immers, Johannes doopte met water, maar jullie zullen gedoopt worden in heilige Geest, binnen enkele dagen.’ [6] Degenen die daar samengekomen waren, stelden Hem toen de vraag: ‘Heer, herstelt* U in deze tijd het koninkrijk voor Israël?’ [7] Maar Hij zei tegen hen: ‘Het komt jullie niet toe de tijden of momenten te kennen die de Vader in zijn volmacht heeft vastgesteld; [8] maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot het uiteinde van de aarde.’

Evangelie :

Johannes, 1,1-17

Hoofdstuk 1
[1] In* het begin was het woord*, en het woord was bij God, en het woord was God. [2] Het was in het begin bij God. [3] Alles* is door Hem ontstaan, en buiten Hem om is er niets ontstaan. Wat ontstaan was, [4] had leven in Hem, en het leven was het licht van de mensen. [5] Het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis kon het niet aan.
     [
6] Er is een mens geweest, een gezondene van God; zijn naam was Johannes. [7] Hij kwam als getuige: hij moest getuigen van het licht, opdat allen door hem tot geloof
zouden komen. [
8] Hij was niet het licht, hij moest getuigen van het licht.
     [
9] Het* ware licht was er, dat elke mens verlicht en dat in de wereld* moest komen. [10] Het was in de wereld, een wereld die door Hem was ontstaan, en die wereld heeft Hem niet erkend. [11] In zijn eigen* huis is Hij gekomen, en zijn eigen* mensen hebben Hem niet opgenomen. [12] Aan diegenen die Hem toch opnamen, heeft Hij het vermogen gegeven om kinderen te worden van God: aan hen die geloven* in zijn naam. [13] Niet langs de weg van het bloed, niet door de begeerte van het vlees of door mannelijk streven, maar uit God zijn ze geboren.
     [
14] Ja, het woord* is vlees geworden! Hij* is onder ons zijn tent komen opslaan en we hebben zijn heerlijkheid gezien, de heerlijkheid die Hij als eniggeboren* Zoon aan de Vader ontleende, vervuld als Hij was van genade en waarheid.
     [
15] Van Hem legt Johannes getuigenis af en zijn verklaring luidt: ‘Hem bedoelde ik toen ik zei: “Hij die na mij komt, is mijn meerdere, want vóór mij was Hij er al.” ‘
     [
16] Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen, genade op genade. [17] wet gegeven door Mozes, de genade en de waarheid zijn gebracht door Jezus Christus.

 

CHRISTUS IS OPGESTAAN

In alle vroegte
raakt God de aarde aan
en zingt de groeve:
nu is de dood herroepen,
Christus is opgestaan!

 O Gij bevrijder,
legt Gij uw windsels af
de specerijen
de geur van dood en lijden
de zwaarte van het graf
 

Verheug u, halleluja.
De Heer is waarlijk opgestaan,
met majesteit en jubel
verrezen. Amen amen

Gij maakt als eerste
een graf tot bruidsvertrek
het licht is weerbaar,
de dood niet onomkeerbaar:
Gods Zoon is opgewekt.

Met glans en glorie
getooid met morgenlicht
de Mens herboren,
nu gaan wij niet verloren.
God heeft ons opgericht.

 Verheug u, halleluja.
De Heer is waarlijk opgestaan,
met majesteit en jubel
verrezen. Amen amen.

 Die valt ter aarde
en sterft zoals het graan
zal zegen dragen
een oogst van levensdagen:
Christus is opgestaan

 

 

Verrijzenis 9

 

 

 

Grote Woensdag in de Goede Week

 

GOEDE WEEK

Grote Woensdag

Bleibet Hier….

 Blijft hier en waakt met Mij

Waakt en bidt….


 

Jezus remember me…..

 Jezus, gedenk mij

als je in Uw Koninkrijk komt…..

 

 

Prokimen toon 4

 

Belijdt de God des Hemels, want eeuwig is Zijn barmhartigheid.

Belijdt den Heer der heren, want eeuwig is Zijn barmartigheid.

 psalm 135

 

Prokimen toon 4

 

Heer, Uw barmhartigheid is eeuwig,

Versmaad niet het werk van Uw handen.

Ik wil U belijden Heer, uit heel mijn hart  psalm 137

 

Evangelielezing van de dag : Matth.26,6-16

 

[6] Toen Jezus in Betanië was, in het huis van Simon de melaatse, [7] kwam een vrouw naar Hem toe met een albasten flesje kostbare balsem, en goot dat over zijn hoofd leeg, terwijl Hij aan tafel was. [8] Toen zijn leerlingen dat zagen, zeiden ze verontwaardigd: ‘Waar is die verspilling goed voor? [9] Want dat had voor veel geld verkocht en aan de armen gegeven kunnen worden.’ [10] Jezus merkte het en zei: ‘Wat maken jullie het die vrouw lastig? Ze heeft namelijk een goed werk gedaan aan Mij. [11] Want de armen heb je altijd bij je, maar Mij hebben jullie niet altijd. [12] Want toen ze die balsem over mijn lichaam goot, deed ze dat met het oog op mijn begrafenis. [13] Ik verzeker jullie, waar ook ter wereld deze goede boodschap verkondigd wordt, daar zal ook ter herinnering aan haar verteld worden wat zij gedaan heeft.’
     [
14] Toen ging een van de twaalf, die Judas Iskariot heette, naar de hogepriesters [15] en zei: ‘Wat wilt u me geven, als ik Hem aan u overlever?’ Ze telden dertig zilverstukken voor hem uit. [16] Vanaf toen zocht hij een gunstig moment om Hem over te leveren.

Grote Dinsdag in de Goede Week

 

Goede week

Grote Dinsdag

 Prokimen : Ps.131 toon 6

 

Sta op, Heer, ga in tot Uw rust.

Wend het aangezicht niet af van Uw Christus (Exodus 2,5-10)

 

Prokimen : Ps.132 toon 4

 

Zie wat is zo schoon en verkwikkend als broeders die eendrachtig samenwonen.

Want daar gebiedt de Heer Zijn zegen : Leven tot in eeuwigheid.

Evangelielezing van Grote Dinsdag : Matth.24,36-26,2:

Hoofdstuk 24 :

[36] Maar wanneer die dag of dat uur aanbreekt, weet niemand: de engelen in de hemel niet, de Zoon niet, maar alleen de Vader. [37] Want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het gaan bij de komst van de Mensenzoon. [38] Want zoals in de dagen van de zondvloed de mensen aten en dronken, huwden en uithuwelijkten, tot de dag waarop Noach de ark binnenging, [39] en ze van niets wisten totdat de zondvloed kwam en hen allemaal wegrukte, zo zal het ook gaan bij de komst van de Mensenzoon. [40] Dan zullen er twee op het land zijn: de een wordt meegenomen en de ander wordt achtergelaten. [41] Twee vrouwen zullen met de molen aan het malen zijn: de een wordt meegenomen en de ander wordt achtergelaten. [42] Wees dus waakzaam, want je weet niet op welke dag jullie Heer komt. [43] Want je weet: als de heer des huizes geweten had in welk deel van de nacht de dief zou komen, dan was hij wakker geweest en had hij het inbreken in zijn huis wel verhinderd. [44] Daarom moeten juist jullie voorbereid zijn, omdat de Mensenzoon komt op een uur waarop je het niet verwacht.
     [
45] Wie is dan de trouwe en verstandige slaaf die de heer heeft aangesteld over zijn huispersoneel om hun op tijd eten te geven? [46] Gelukkig is de slaaf die de heer daarmee bezig vindt bij zijn komst. [47] Ik verzeker jullie, hij zal hem aanstellen over al zijn bezittingen. [48] Maar als die slechte slaaf bij zichzelf zegt: “Mijn heer blijft nog wel een tijd weg”, [49] en hij begint zijn medeslaven te mishandelen en hij eet en drinkt met dronkaards, [50] dan zal de heer van die slaaf komen op een dag waarop deze hem niet verwacht, op een uur dat hij niet kent, [51] en hij zal hem onthoofden en hem het lot laten delen van de schijnheiligen. Het zal daar een gejammer zijn en een tandengeknars.

Hoofdstuk 25
Tien meisjes
[1] Dan zal het met het koninkrijk der hemelen gaan als met tien meisjes, die met hun lampen op weg gingen, de bruidegom tegemoet. [2] Vijf van hen waren dom en vijf verstandig. [3] Want de domme namen wel hun lampen met zich mee, maar geen olie. [4] Maar de verstandige namen ook olie mee in kruiken, niet alleen lampen. [5] Omdat de bruidegom op zich liet wachten, dommelden ze allemaal in. [6] Midden in de nacht klonk er geroep: “Daar is de bruidegom! Ga hem tegemoet!” [7] Toen stonden alle meisjes op en maakten hun lampen in orde. [8] De domme zeiden tegen de verstandige: “Geef ons van jullie olie, want onze lampen gaan uit.” [9] Maar de verstandige gaven ten antwoord: “Nee, er mocht eens niet genoeg zijn voor ons en voor jullie; ga liever naar de verkopers en koop voor jezelf.” [10] Toen ze weg waren om te kopen, kwam de bru
idegom, en de meisjes die klaar stonden, gingen met hem mee naar binnen voor de bruiloft, en de deur ging dicht. [
11] Later kwamen ook de andere meisjes en riepen: “Heer, heer, doe open voor ons.” [12] Maar hij antwoordde: “Ik verzeker jullie, ik ken jullie niet.” [13] Wees dus waakzaam, want je kent dag noch uur.

Drie slaven
     [14] Het is als met iemand die naar het buitenland ging. Hij riep zijn slaven bij zich en vertrouwde hun zijn bezit toe. [15] Aan de een gaf hij vijf talenten*, aan een ander twee en aan een derde één, overeenkomstig ieders bekwaamheid. En hij vertrok naar het buitenland. [16] Degene die de vijf talenten gekregen had, ging er meteen mee handelen en verdiende er nog vijf bij. [17] Zo verdiende ook die er twee gekregen had er nog twee bij. [18] Maar die er één gekregen had, ging een gat in de grond graven en stopte daar het geld van zijn heer in. [19] Na lange tijd kwam de heer van die slaven terug en hield afrekening met hen. [20] Degene die de vijf talenten gekregen had, kwam naar voren met nog vijf talenten en zei: “Vijf talenten, heer, had u me toevertrouwd. Kijk, ik heb er nog vijf talenten bij verdiend.” [21] Zijn heer zei tegen hem: “Uitstekend, goede en trouwe slaaf, in het kleine ben je betrouwbaar geweest, over veel zal ik je aanstellen. Kom delen in de vreugde van je heer.” [22] Ook degene die de twee talenten gekregen had, kwam naar voren en zei: “Twee talenten, heer, had u me toevertrouwd. Kijk, ik heb er nog twee bijverdiend.” [23] Zijn heer zei tegen hem: “Uitstekend, goede en trouwe slaaf, in het kleine ben je betrouwbaar geweest, over veel zal ik je aanstellen. Kom delen in de vreugde van je heer.” [24] Ook degene die het ene talent had gekregen, kwam naar voren en zei: “Heer, ik heb u leren kennen als een streng man; u oogst waar u niet hebt gezaaid en u haalt binnen waar u niet hebt uitgestrooid. [25] Uit angst heb ik uw talent in de grond gestopt. Kijk, hier hebt u uw eigendom terug.” [26] Maar zijn heer antwoordde hem: “Slechte, lamlendige slaaf, je wist dat ik oogst waar ik niet heb gezaaid en binnenhaal waar ik niet heb uitgestrooid. [27] Je had dus mijn geld op de bank moeten zetten. Dan had ik het bij mijn komst met rente teruggekregen. [28] Neem hem daarom het talent af en geef het aan hem die de tien talenten heeft. [29] Want aan ieder die heeft, zal gegeven worden en wel overvloedig. Maar aan degene die niet heeft, zal zelfs nog ontnomen worden wat hij heeft. [30] Werp die nutteloze slaaf in de uiterste duisternis.” Het zal daar een gejammer zijn en een tandengeknars.

Het oordeel van de Mensenzoon
     [31] Wanneer de Mensenzoon* komt, bekleed met zijn heerlijkheid en rondom Hem alle engelen, dan zal Hij plaatsnemen op de troon van zijn heerlijkheid. [32] Alle volkeren zullen vóór Hem bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden, zoals een herder de schapen van de bokken scheidt. [33] De schapen zal Hij aan zijn rechterhand opstellen, de bokken aan zijn linkerhand. [34] Dan zal de koning tegen hen die aan zijn rechterhand staan zeggen: “Kom, gezegenden van mijn Vader, neem het koninkrijk in bezit dat vanaf het begin van de schepping voor jullie klaar ligt. [35] Want Ik had honger en jullie hebben Me te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en jullie hebben Me opgenomen. [36] Ik was naakt en jullie hebben Me gekleed, Ik was ziek en jullie hebben naar Me omgezien, Ik zat in de gevangenis en jullie kwamen naar Me toe.” [37] Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien en U te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven? [38] Wanneer hebben we U als vreemdeling gezien en U opgenomen, of naakt en hebben we U gekleed? [39] Wanneer hebb
en we U ziek of in de gevangenis gezien en zijn we naar U toe gekomen?” [
40] De koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie, alles wat je voor één van deze minste broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan.” [41] Dan zal Hij zich ook richten tot hen die aan zijn linkerhand staan en tegen hen zal Hij zeggen: “Ga weg van Mij, vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat aangelegd is voor de duivel en zijn engelen. [42] Want Ik had honger en jullie hebben Me niet te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me niet te drinken gegeven, [43] Ik was vreemdeling en jullie hebben Me niet opgenomen, Ik was naakt en jullie hebben Me niet gekleed, Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie hebben niet naar Me omgezien.” [44] Dan zullen ook zij antwoorden: “Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien of dorstig of als vreemdeling of naakt of ziek of in de gevangenis en hebben we U niet geholpen?” [45] Dan zal Hij hun antwoorden: “Ik verzeker jullie, alles wat je niet voor één van deze minsten hebt gedaan, heb je ook niet voor Mij gedaan.” [46] Zij zullen naar de eeuwige straf gaan, maar de rechtvaardigen naar het eeuwig leven.’

Hoofdstuk 26
Met het oog op zijn begrafenis
[1] Toen Jezus al deze woorden beëindigd* had, zei Hij tegen zijn leerlingen: [2] ‘Zoals jullie weten is het over twee dagen Pasen*, en dan wordt de Mensenzoon overgeleverd om gekruisigd te worden.’

Grote Maandag van de Goede week

GOEDE WEEK

Maandag

Holy monday stichera in English

Vandaag verneemt Christus

dat Lazarus ziek is

als Hij rondtrekt aan de overzijde van de Jordaan……

Prokimen :

Moge de Heer u zegenen uit Sion.

Zalig allen die de Heer vrezen, die wandelen op Zijn wegen.

Wij zegenen u in de Naam des Heren.

Op mijn rug hebben de zondaars met hamers geslagen, steeds langer duurde hun slechtheid (Psalm 128.)

Evangelielezing van Grote maandag : Mt.24,3-12 :

De komst van de Mensenzoon
     [3] Toen* Hij op de Olijfberg zat, kwamen zijn leerlingen Hem vragen – ze waren onder elkaar – ‘Zeg ons wanneer* dat zal gebeuren en wat het teken is van uw komst en van de voleinding van de wereld?’ [4] Jezus gaf hun ten antwoord: ‘Kijk uit dat niemand jullie op een dwaalspoor brengt. [5] Want velen zullen optreden in mijn naam en zeggen: “Ik ben de Messias*”, en zo veel mensen op een dwaalspoor brengen. [6] Jullie zullen horen over oorlogen en oorlogsgeruchten. Let op en laat je niet bang maken. Want dit moet gebeuren, maar is het einde nog niet. [7] Want het ene volk zal tegen het andere opstaan en het ene koninkrijk tegen het andere, en er zullen op verscheidene plaatsen hongersnoden en aardbevingen zijn. [8] Dat is allemaal het begin van de weeën. [9] Dan zullen ze jullie prijsgeven aan onderdrukking en jullie vermoorden, en je zult gehaat zijn bij alle volkeren vanwege mijn naam. [10] Dan zullen velen ten val gebracht worden, elkaar uitleveren en haten. [11] Er zullen veel valse profeten opstaan, die veel mensen op een dwaalspoor brengen. [12] Met het toenemen van het onrecht zal de liefde van velen verkoelen.

Boodschap van de heilige Moeder Gods 25 maart

 

 

FEEST VAN DE BOODSCHAP VAN DE HEILIGE MOEDER GODS

 25 maart

bppdschap van de engel 1

 Dit feest is één van de twaalf grote feesten binnen de orthodoxie

 

Hebr.2,11-18

[11] Want* Hij die heiligt en zij die geheiligd worden hebben allen één Oorsprong; daarom schrikt Hij er ook niet voor terug om hen zijn broeders te noemen, wanneer Hij zegt: [12] Ik zal uw naam verkondigen aan mijn broeders
en uw lof zingen midden in de gemeente;
[
13] en opnieuw:
Ik zal mij geheel op Hem verlaten;
en nog eens:
Hier ben Ik met de kinderen die God Mij gegeven heeft.
[
14] Omdat* ‘de kinderen’ mensen zijn van vlees en bloed, heeft Hij ons bestaan willen delen, om door zijn dood de vorst* van de dood, de duivel*, te onttronen, [15] en hen te bevrijden die door de vrees voor de dood* heel hun leven aan slavernij onderworpen waren. [16] Want het zijn niet de engelen van wie Hij zich het lot aantrekt, maar de nakomelingen van Abraham. [17] Vandaar dat Hij in alles aan zijn broeders gelijk moest worden, om een barmhartig en getrouw hogepriester te worden bij God en de zonden van het volk uit te boeten. [18] Omdat Hij zelf de proef van het lijden doorstaan heeft, kan Hij allen helpen die beproefd worden.

Evangelie :

Lucas 1,24-38

[24] Niet lang daarna werd zijn vrouw Elisabet zwanger. Zij hield zich vijf maanden lang verborgen. Ze zei: [25] ‘Dit heeft de Heer voor mij gedaan, toen Hij zich mijn lot aantrok en mijn smaad* onder de mensen wegnam.’

Aankondiging van de geboorte van Jezus
     [26] In* de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad in Galilea, met de naam Nazaret, [27] naar een maagd die verloofd* was met een man genaamd Jozef, die uit het huis van David stamde; haar naam was Maria. [28] De engel trad bij haar binnen en zei: ‘Verheug* u, begenadigde, de Heer is met u.’ [29] Zij raakte geheel in verwarring door wat hij zei en vroeg zich af wat deze begroeting te betekenen had. [30] Maar de engel zei: ‘Schrik niet, Maria, u hebt genade gevonden bij God. [31] U zult zwanger worden en een zoon baren, die u de naam Jezus moet geven. [32] Hij zal een groot man zijn, en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven. [33] Hij zal eeuwig koning zijn over het huis van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’ [34] ‘Maar hoe moet dat dan?’ zei Maria tegen de engel. ‘Ik heb geen omgang met een man.’ [35] De engel antwoordde haar: ‘Heilige Geest zal op u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overdekken*. Daarom zal het kind heilig genoemd worden, Zoon van God. [36] Bovendien, ook Elisabet, uw verwante, is op haar oude dag zwanger van een zoon; zij werd onvruchtbaar genoemd, maar zij is al in haar zesde maand. [37] Want voor God is niets onmogelijk.’ [38] Toen zei Maria: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’ Toen ging de engel van haar weg.

Petrus Chrysologus : Welke vasten bevalt me ?…

H. Petrus Chrysologus (ca 406-450) bisschop van Ravenna, Kerkleraar
Homilie over het gebed, het vasten en de barmhartigheid; PL 52, 320

“Welk vasten bevalt me?… Is dat niet het brood delen met wie honger hebben?”

      De mens die vast moet begrijpen wat vasten is. Hij moet voelen wat honger lijden is, als hij wil dat God zijn honger aanvoelt. Hij moet barmhartigheid tonen, als hij op barmhartigheid hoopt…Wat wij door misprijzen hebben verloren, moeten wij door vasten herwinnen. Ons leven moeten wij offeren door te vasten, want er is niets beters dat wij God kunnen aanbieden. Dit bewijst het woord van de psalmist: “Wat ik offer, God, is mijn boetvaardigheid; een vermorzeld en vernederd hart wijst Gij niet af” (Ps 51,19). Offer dus je leven aan God, bied je vasten aan als zuiver en heilig offer dat van jou blijft en aan God gegeven wordt…

      Maar om jouw gaven aanvaardbaar te maken is barmhartigheid onmisbaar. Want vasten brengt geen vrucht, als de akker niet besproeid wordt met barmhartigheid. Het vasten kwijnt weg, als de barmhartigheid opdroogt. Wat de regen is voor het land, dat is de barmhartigheid voor het vasten. Iemand die vast, kan wel zijn gezindheid verzorgen, zijn vlees zuiveren, ondeugden uitroeien en deugden zaaien, maar als hij de barmhartigheid niet laat stromen, oogst hij geen vrucht.

      Als jij vast en je barmhartigheid lijdt ook, dan lijdt jouw akker honger. Maar als je vast en barmhartigheid rondstrooit, dan vult zich daarmee jouw schuur in overvloed. Lijd daarom geen verlies door te bewaren, maar verzamel door te geven. Geef aan een arme en geef zo aan jezelf. Alleen wat je aan een ander geeft zul je zelf bezitten.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

‘De heilige Petrus Chrysologus (Grieks: Άγιος πέτρος ο Χρυσόλόγος, Agios Petros Chrysologos (Imola, ? (rond 380) – rond 450) was aartsbisschop van Ravenna. In 1729 verhief paus Benedictus XIII hem tot kerkleraar.

Petrus Chrysologus was diaken toen paus Sixtus III hem tot bisschop van Ravenna benoemde. Na de verheffing van Ravenna tot aartsbisdom werd hij automatisch aartsbisschop. Petrus was een vertrouweling van paus Leo de Grote. Van zijn werken zijn vooral preken bewaard gebleven. Aan zijn prediking dankt hij ook zijn bijnaam Chrysologus (Grieks voor met het gulden woord). Hij was aanwezig bij de begrafenis van de heilige Germanus van Auxerre in 450. Zelf overleed hij op 11 juli te Imola. Vroeger was 4 december zijn feestdag, maar tegenwoordig 30 juli. (Wikipedia)’