Historische viering in oud Turks klooster

Wereld 15 augustus 2010 novum

Historische viering in oud Turks klooster

(Novum/AP) – Oosters-orthodoxe christenen hebben zondag een liturgie gevierd in een eeuwenoud klooster in Turkije. De Turkse regering heeft toegestaan dat er eens per jaar een kerkdienst mag worden gehouden. De regering wil de beperkingen op religieuze uitingen in het land gaandeweg versoepelen. De dienst in het klooster, dat dateert uit het Byzantijnse tijdperk, werd geleid door patriarch Bartholomeus I, de spirituele leider van de Oosters-orthodoxe Kerk. Pelgrims uit Griekenland, Rusland en andere landen waren naar het klooster afgereisd. De Turkse regering probeert de situatie van etnische en religieuze minderheden in het land te verbeteren, omdat het land graag lid wil worden van de Europese Unie. Volgens activisten verlopen de veranderingen echter te traag. Een belangrijke eis van de Oosters-orthodoxe christenen is de heropening van een theologische school nabij Istanbul.

Feest van de Transfiguratie van Christus

TRANSFIGURATIE VAN ONZE HEER EN GOD EN VERLOSSER JEZUS CHRISTUS

 transfiguration 6 aug..jpg

Lezingen :

2 Petrus 1,10-19:

Daarom, broeders en zusters, doe uw best om steeds meer aan Gods roeping en uitverkiezing te beantwoorden. Als u zo handelt, zult u nooit ten val komen, en wordt u royaal toegang verleend tot het eeuwige koninkrijk van onze Heer en redder Jezus Christus.

Trouw aan de traditie
     Ik zal dan ook niet ophouden u deze dingen in herinnering te brengen, ofschoon u ze weet en vast staat in de waarheid die u hebt ontvangen. Maar zolang ik nog woon in de tent van mijn lichaam, voel ik me verplicht om uw geheugen op te frissen. Ik weet dat deze tent weldra wordt neergehaald; onze Heer Jezus Christus heeft het mij gezegd. Maar ik zal ervoor zorgen, dat u zich dit alles ook na mijn heengaan telkens opnieuw voor de geest kunt halen.
      Toen wij u de macht en de komst van onze Heer Jezus Christus verkondigden, beriepen wij ons niet op vernuftig bedachte mythen  maar wij spraken als ooggetuigen van zijn glorie.Want Hij heeft van God de Vader eer en verheerlijking ontvangen, toen door de verheven majesteit dit woord tot Hem gericht werd: ‘Dit is mijn geliefde Zoon; luister naar Hem.’  En deze stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken, toen wij met Hem op de heilige berg verbleven.  Hierdoor kreeg voor ons het woord van de profeten nog meer gezag. Ook u doet er goed aan dat in acht te nemen: het is de lamp die licht verspreidt in een donkere ruimte, tot het ogenblik dat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart.

EVANGELIE : Matth.17,1-9

Jezus met Mozes en Elia
Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op, waar Hij met hen alleen was. Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante. Zijn gezicht ging stralen als de zon en zijn kleren werden wit als licht. Opeens verschenen hun Mozes en Elia, in gesprek met Hem. [ Petrus zei daarop tegen Jezus: ‘Heer, het is maar goed dat wij hier zijn. Als U wilt, zal ik hier drie hutten maken, voor U een en voor Mozes een en voor Elia een.’  Hij was nog niet uitgesproken of daar kwam een lichtende wolk die hen overdekte, en opeens klonk er een stem uit die wolk: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind. Luister naar Hem.’  Toen de leerlingen dat hoorden, wierpen ze zich op de grond en werden ze vreselijk bang.  Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: ‘Sta op en wees niet bang.’ Toen ze hun ogen opsloegen, zagen ze niemand meer dan Jezus alleen.
      Terwijl ze van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: ‘Vertel niemand van dit visioen voordat de Mensenzoon uit de doden is opgewekt.

In memoriam : Dom André Louf

In memoriam

Dom André Louf ocso

(1929-2010)

 

a-louf.jpg

 

 

Dom André Louf stierf op 12 juli en werd twee dagen later in de abdij waar hij als achttienjarige intrad, begraven. We wisten dat hij onlangs vanuit Zuid-Frankrijk naar een ziekenhuis in Bailleul, nabij de abdij van de Catsberg, was overgebracht. Zijn einde was in zicht. Nu is het zover. Een vaderlijke vriend, abt en kluizenaar, een creatief schrijver en uitnemend vertaler, geestelijke begeleider en inspirator van zovelen, een vurige oecumenist in gesprek met de orthodoxen vooral, is van ons heengegaan. Diamant met vele facetten, straalde hij met zijn rijk getalenteerde persoonlijkheid ver buiten de monastieke kringen. Zelfs de universiteit van Louvain-la-Neuve erkende zijn gezag toen ze hem in 1995 tot doctor honoris causa maakte. Heel zijn leven werd hij evenzeer naar de publieke markt als naar de barre eenzaamheid van de woestijn getrokken. Hij maakte keuzes en hij werd gekozen. Man van smaak zocht hij nooit het banale op, wel het unieke. Maar meer dan eens in zijn leven verliep het nog anders dan hij verhoopte. Zijn vroege trek naar kluizenaarschap kreeg plots een heel andere wending toen hij op 33-jarige leeftijd tot abt van zijn gemeenschap werd verkozen. Na tien jaar meende hij zijn ontslag als abt te kunnen indienen maar de algemene overste van de orde dacht er anders over. Toen hij dan toch – na 35 jaar abt – zich in 1998 kon terugtrekken, hoopte hij kartuizer te worden. Maar daar werd het hem niet toegestaan… Een benedictijner zustergemeenschap in Zuid-Frankrijk nodigde hem echter uit: hij mocht bij hen aan de rand van de gemeenschap die uit zusters en broeders bestond, een leven in een kluis leiden. De stal van een gestorven ezel werd voor hem tot kluis omgebouwd… Daar ontpopte hij zich tot een bedrijvige vertaler: heel Ruusbroec maakte hij toegankelijk in het Frans, met een bijzonder aanvoelen van het taaleigen van de Vlaamse mysticus. Daarna kwam Isaak de Syriër aan de beurt. Daar leverde hij pionierswerk door in samenwerking met Sabino Chialà uit Bose nog onuitgegeven teksten voor het eerst in het Frans te vertalen. Ook uit het Russisch vertaalde hij een hele studie over Isaak geschreven door zijn orthodoxe vriend Mgr Ilarion Alfayev. Niet eens alles van wat hij vertaalde is reeds gepubliceerd. Postuum verschijnen straks nog meerdere geschriften, onder meer van een ander, nog onuitgegeven Syrische Vader, Simon van Taibouteh (8e eeuw). Enkele jaren terug publiceerde Stéphane Delberghe enkele gesprekken met dom André. Deze werden prompt in het Nederlands vertaald (Met Gods genade, Lannoo 2002). Ook Leo Fijen (Kruispunt, Nl.) slaagde erin met heel zijn cameraploeg tot in de kluis van dom André binnen te dringen en hem te ondervragen. Dit zijn zeer recente beelden van de man: hij  liet alles zien, zo maar, ongeremd maar wat geen mens kan filmen bleef ook verborgen. Iedere nacht stond hij op, zo vertelde hij, en dan zat hij daar te bidden, met of zonder boek, met of zonder woorden, twee drie uur lang. Secretum meum mihi. Mijn geheim blijft het mijne… De innerlijke weg die deze uitzonderlijke gestalte in het geestelijke landschap van het Westen volgde, met vallen en opstaan, met liefde en met leed, getekend door ontgoochelingen en aanvechtingen zowel van buiten als van binnen, blijft meer verborgen dan openbaar. Hij was een zoeker die andere zoekers aanmoedigde, als stonden we in onze generatie terug aan het begin van de weg. ‘Ook wij trappisten weten niet meer wat de nachtwake is, we moeten het herontdekken, met trial and error’. Als zoeker – hij die als abt ’s nachts opstond en orgel speelde in de abdijkerk – liep hij meer dan eens vast in zijn edelmoedigheid en moest dan noodgedwongen op zijn stappen terugkeren. Zijn eerste voorstelling van het trappistenleven was heldhaftig: hoe meer inspanning, zweet en tranen, hoe beter. Tot zijn lichaam hem signaaltjes gaf van totale uitputting. Dit werd het begin van een diepe bevraging. Zal de genade een kans krijgen in een o zo edelmoedig leventje? De kentering werd een radicale verzoening met het armste eerst in de mens. ‘Ik ben gekomen niet om rechtvaardigen te roepen maar zondaars’. Dat woord van Jezus heeft niemand in onze generatie met zoveel kracht nieuw leven ingeblazen als dom André. Zijn vele bijdragen over geestelijke begeleiding vertrekken telkens van dat ene inzicht: verwacht het niet van je inspanningen maar laat je beminnen door de Liefde die eerst is. Vanuit zo’n intuïtie ging ook de poort open naar de Syrische Vaders en vooral naar Isaak de Syriër en later naar Simon van Taibouteh. Twee jaar geleden nog sprak hij in Gent over die Simon, en het laatste citaat dat hij toen als een zegel op het geheel aanhaalde betrof die hem zo dierbare thematiek: ‘Het gebed van een zondaar met vermorzeld hart, wiens geweten zich vernedert als het. zich aan zijn fouten en zwakheden herinnert, is beter dan het gebed van een verwaande rechtvaardige, opgeblazen als hij is wanneer hij aan zichzelf denkt, die te paard zit op de hovaardigheid, wiens houding hoogdravend is omdat hij zich inbeeldt een geestelijke trap bereikt te hebben. Wanneer een zondaar zich van zijn zwakheden bewust is en berouw begint te voelen, is hij een rechtvaardige maar wanneer een rechtvaardige in zijn geweten overtuigd is van zijn rechtvaardigheid, is hij een zondaar’ Zijn vele talenten konden hem parten spelen, dat gaf hij zelf toe. Men stuurde hem naar Rome om bijbelstudie te doen. Hij werd exegeet maar zijn exegetische vorming met kennis van meerdere oude talen maakte van de Schriften een studieboek vol linguïstische raadsels. Hij liep vast. De ware lectio divina van monniken lukte niet meer. Tot zijn geluk kreeg hij dan de redactie van het tijdschrift Collectanea Cisterciensa toevertrouwd. Dit bracht hem binnen in de wereld van Bernardus en Willem van St Thierry. Hier ontdekte hij opnieuw die andere omgang met het schriftwoord als openbaring, als evenement. De lezing van Karl Barth (Dogmatik I) had, net daarvoor, de schok bewerkt: het Woord Gods is een doorbraak, een bevruchtend gebeuren in het hart van de mens die luistert. Veel van zijn mijmeringen en beschouwingen over het Woord Gods ontspringen aan die krachtige intuïtie van toen. Zijn allereerste publicatie, Heer, leer ons bidden, (Lannoo 1971, in meer dan tien talen vertaald), getuigt van die ontdekking. Zelf bekende hij dat hij als abt weinig tijd had om nog te lezen, met name exegetische literatuur. Wel gaf hij wekelijks op zondag een homilie in de gemeenschap. Dat was gebruikelijk op de Catsberg (niet op feestdagen, wel op zondag). ‘Datbereid ik goed voor. Ik plaats mij onder het Woord en ik deel aan mijn broeders mee waar ik voor het ogenblik geestelijk aan toe ben’. Dit is voor mij nog steeds een van de meest treffende definities van wat een homilie kan zijn. Vrienden bundelden deze homilieën en deze werden dan ook onder meer in het Nederlands vertaald. Hij werd abt juist midden het concilie Vaticanum II. De hele orde en elke abdij werden uitgenodigd de liturgie in nieuwe vormen en andere talen, laat staan met nieuwe muziek uit te rusten. Hij stond midden in die branding, dacht veel na over wat liturgie was en vandaag nog kon zijn in het leven van een monnik. Hij schreef zeer vaak over die thema’s. Ook hier kwamen vooral Syrische teksten hem inspireren, wanneer ze spreken over de tempel van het hart. Zijn denken cirkelde rond de innerlijkheid, de inwoning van de Geest met zijn ingevingen en het vieren in een verstild gemoed tot het gebed één wordt met de geest en constant murmelt in een arm, gebroken hart. Hij kende het hesychasme van het Oosten maar had ook in het Westen oude teksten teruggevonden die het huis Gods nergens elders plaatsen dan in het hart, zonder gedachten of beslommeringen van buiten af. In zijn meest synthetische presentatie van het monastieke leven, La voie cistercienne. A l’école de l’amour (DDB 1980) werkte hij die thema’s uit en citeerde een hele dialoog, anoniem bewaard, uit de 12e eeuw over ‘het innerlijke huis’ (de dom
o interiori seu conscientia
, p. 108-117). Zijn laatste publieke conferentie in Gent (juni 2008) bespeelde precies dit grote thema: De liturgie van het hart. De. Hij bracht die op een late avond met bijzondere kracht naar voor, als klonk innerlijke mens hier zijn testamentaire afscheidsrede (zie Heiliging 2008, p. 80-96). Ook de oecumene beleefde hij vanuit het hart. Hij was diep overtuigd dat de ontmoeting met de orthodoxie, als we ons begeven op het niveau van het vermorzelde hart, ‘de ene ongescheiden Kerk’ (Olivier Clément) terug tot leven kon brengen, in afwachting dat we tot in het sacramentele leven ook samen het heilige brood en de wijn konden delen. Zijn pelgrimstocht naar de Athosberg en naar Roemenië in 1969 had hem die ervaring op uitmuntende wijze gegeven. Hoezeer ook kerkelijk en dogmatisch gescheiden, toch is gebleken dat er geestelijk een wederkerige ervaring mogelijk was, met name op het moment dat dom André zelf aan een vader om leiding vroeg. Na een aarzeling gaf de ander zich gewonnen aan dit moment van genade en de westerse monnik ontving van zijn oosterse vader een woord van licht dat, zo bekende hij later, hem heel zijn leven is blijven vergezellen. Armoede, nederigheid, gebroken hart en rouwmoedigheid: in die richting concentreerde zich zijn aandacht steeds meer. Was hij soms kerkpolitiek een uiterst goed geïnformeerde gezagsdrager in de orde en zelfs daarbuiten, deze belangstelling taande met de jaren weg. Het zwaartepunt was verlegd zoals ook uit de beelden op Kruispunt met Leo Fijen te zien was. Wie hem de laatste jaren van dichterbij mocht naderen, kon opmerken hoe hij nu en dan behoorlijk in de war kon zijn, zonder daarom zijn glimlach te verliezen. Het grote in zijn leven als geheel is dat zijn weg, gewild en ongewild, hem bracht tot die vrede van het hart en tot die armoede van geest die hij in al zijn werken over meer dan veertig jaar telkens weer verkondigd had. Hij stierf als een arme, een ‘armen dwaas’ volgens de zelfduiding van Guido Gezelle, maar wel ten diepste verzoend in het meest schamele van zijn menszijn. Een groot meester, lichtbaken voor ontelbaren, heeft zijn cel en kluis gewisseld voor de hemelse gemeenschap der armen, der heiligen. Wat hij als lichtende afgrond van Barmhartigheid elke nacht opnieuw opzocht, mag hij nu van ‘gelaat tot gelaat’ aanschouwen. En wij geloven dat hij, zoals voordien, ook nu nog en vrijer dan ooit voor ons ten beste zal spreken, arm voor de armen.

Br Benoît Standaert osb

10e zondag na Pinksteren : de genezing van de maanzieke

 10e zondag na Pinksteren

 ‘de genezing van de maanzieke’ (bezetene)

 

 (Geen liturgie in de parochie van Gent)

maanzieke.jpg

miniatuur uit een middeleeuw handschrift

EERSTE LEZING : 1 Kor.,4.9-16

 Maar volgens mij heeft God ons, apostelen, de laagste plaats toegewezen, alsof we ter dood veroordeeld zijn. We zijn voor heel de wereld, zowel voor engelen als mensen, een schouwspel geworden.  Wij zijn dwaas omwille van Christus, terwijl u dankzij Christus zo geweldig wijs bent; wij zijn zwak, terwijl u zo geweldig sterk bent; u staat enorm in aanzien, terwijl wij worden veracht.  Tot op de dag van vandaag lijden we honger en dorst, hebben we nauwelijks kleren, worden we mishandeld, zijn we dakloos,  zwoegen we voor ons eigen brood. Worden we bespot, dan zegenen we; worden we vervolgd, dan verdragen we het;  worden we beledigd, dan antwoorden we vriendelijk. Tot op dit ogenblik zijn wij het uitschot van de wereld, het uitvaagsel van de mensheid. Ik schrijf dit alles niet om u te beschamen, maar om u als mijn geliefde kinderen terecht te wijzen.  Hoeveel opvoeders in het geloof in Christus u ook zult hebben, u hebt maar één vader. Door Christus Jezus ben ik uw vader geworden, omdat ik u het evangelie heb gebracht.  Ik roep u dus op mij na te volgen.

EVANGELIE: Matth.,17.14-23

Gebrek aan geloof

 Toen ze zich weer bij de mensenmassa voegden, kwam er iemand naar hem toe die voor hem op zijn knieën viel  en zei: ‘Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en lijdt daar erg onder; hij valt dikwijls in het vuur of in het water.  Ik heb hem bij uw leerlingen gebracht, maar zij konden hem niet genezen.’  Jezus antwoordde: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig en dwars volk, hoe lang moet ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet ik jullie nog verdragen? Breng hem bij me.’  Daarop sprak Jezus de demon op strenge toon toe. Deze ging uit de jongen weg, en vanaf dat moment was hij genezen.  Later kwamen de leerlingen naar Jezus toe. Eenmaal met hem alleen vroegen ze: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’  Hij antwoordde: ‘Vanwege jullie gebrek aan geloof. Ik verzeker jullie: als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, dan zullen jullie tegen die berg zeggen: “Verplaats je van hier naar daar!” en dan zal hij zich verplaatsen. Niets zal voor jullie onmogelijk zijn.’  Andere handschriften hebben een extra vers: ‘ Dit soort kan alleen door gebed en vasten worden uitgedreven.’ Terwijl ze door Galilea trokken, zei Jezus tegen hen: ‘De Mensenzoon zal uitgeleverd worden aan de mensen.  Die zullen hem doden, maar op de derde dag zal hij uit de dood worden opgewekt.’ Dit maakte hen zeer bedroefd.

COMMENTAAR OP HET VERHAAL :

 KLEIN GELOOF
De tweede maat van geloof is “kleingeloof”. In Mt.17 lezen wij het verhaal van een wanhopige vader. Zijn zoon is bezeten door een boze geest die de jongen dikwijls in het vuur doet vallen en dikwijls in het water. Marcus voegt daaraan toe dat van kinds af aan: 9:18 “waar (de boze geest) hem aangrijpt, werpt hij hem op de grond; en hij heeft het schuim op de mond, en hij knerst met zijn tanden en verstijft.”. En Lucas schrijft dat de boze geest de jongen grijpt “en dan schreeuwt hij plotseling en hij doet hem stuiptrekken, … en als hij hem mishandelt, laat hij hem nauwelijks los.” – kortom: een hoopje hopeloze ellende. De vader wil Jezus vragen om zijn bezeten zoon te bevrijden. Maar wanneer hij aankomt, ontdekt hij dat Jezus gisteren met Petrus, Johannes en Jacobus de verheerlijkingsberg beklom. De negen overgebleven discipelen proberen het klusje zelf te klaren, maar het lukt hun niet om de boze geest uit de bezeten jongen te drijven. Gelukkig keert Jezus op tijd bij Zijn discipelen terug. De vader: Mt.17:14-20a “kwam tot Hem, knielde voor Hem neder, en zeide: 15 Here, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en hij is er slecht aan toe; want dikwijls valt hij in het vuur en dikwijls in het water.”. Matteüs, Marcus en Lucas verslagen alle drie wat de wanhopige vader dat aan Jezus zegt: “16 … ik heb hem naar uw discipelen gebracht en zij hebben hem niet kunnen genezen.” “17 Jezus antwoordde en zeide: … Breng hem Mij hier. 18 En Jezus bestrafte hem en de boze geest ging van hem uit, en de knaap was genezen van dat ogenblik af. 19 Toen kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden, toen zij met Hem alleen waren: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven? 20 Hij zeide tot hen: Vanwege uw kleingeloof.”. De discipelen staan tegelijk in verwondering en in verwarring. Boze geesten uitdrijven is veel moeilijker gebleken dan zij dachten. De vader van de bezeten – nu bevrijdde – knaap heeft gelijk: zij hebben het niet gekund. Hoe komt het dat wat voor de discipelen een onmogelijke opgave was, voor Jezus maar een klein kunstje bleek te zijn? Zij willen graag weten hoe het komt dat het Hem lukt en hun niet: “Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven?”. Jezus’ antwoord: “Vanwege uw kleingeloof.”!

Wat is “kleingeloof”? Wanneer is ons geloof te klein? Het Marcusevangelie verslaat het gesprek tussen Jezus en de vader van de bezeten jongen vollediger. De vader zegt aan Jezus: v.22b “als Gij iets kunt doen, help ons en heb medelijden met ons!”. Jezus antwoordt: vv.23-24 “Als Gij kunt! Alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft. 24 Terstond riep de vader van de knaap uit en zeide: Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp!”. Ik denk dat de vader van de bezeten knaap ons toont wat klein geloof is, nl. geloof dat met twijfel gepaard gaat; geloof dat niet zeker is. Echt geloof: Hebr.11:1 “is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet.”, of, zoals “Het Boek” dit vers prachtig vertolkt: “de absolute zekerheid dat onze hoop ook werkelijkheid wordt en het is het bewijs van dingen die wij niet kunnen zien.”. De NBV geeft het nog anders weer: “Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.”. De vader van de bezeten jongen heeft zeker geloof. Hij gelooft wellicht dat boze geesten kunnen worden uitgedreven, en dat Jezus dit ook kan, want anders was hij niet met zijn zoon om hulp komen vragen. Maar nu het de discipelen van Jezus niet gelukt is om hem te helpen, twijfelt hij. Laten wij ons geloof ook soms beïnvloeden door het “succes” van medegelovigen? Als een voorganger of een oudste voor een zieke bidt, en wij de zieke niet zien genezen, laten wij ons ontmoedigen om voor ons te laten bidden? I.a.w.: stellen wij te veel vertrouwen op het “personeel” van de Heer dan op de Heer Zelf? Zo ja, lijden wij aan klein geloof.

 

9e zondag na Pinksteren : “Petrus zinkt”

 

9e zondag na Pinksteren

“Petrus zinkt”

Feest van de ontslaping van de heilige Anna

Gedachtenis van de Vaders van het 5e oecumenisch concilie

 

Petrus - zinkt.jpg

Armeens muzeum Isfahan

 

LEZINGEN VAN DE ZONDAG

 (met een verhaal voor kinderen !)

1 Kor.3,9-17

.Dus wij zijn medewerkers van God en u bent zijn akker.U bent een bouwwerk van God. Overeenkomstig de taak die God mij uit genade heeft opgelegd, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, en anderen bouwen daarop voort. Laat ieder erop letten hoe hij bouwt,  want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt – Jezus Christus zelf.  Of er op dat fundament nu verder wordt gebouwd met goud, zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro,  van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is. Op de dag van het oordeel zal dat blijken, want dan zal het door vuur aan het licht worden gebracht. Het vuur zal laten zien wat ieders werk waard is.  Wanneer iemands bouwwerk blijft staan, zal hij worden beloond. Wanneer het verbrandt, zal hij daarvoor de prijs betalen; hijzelf zal echter worden gered, maar door het vuur heen. Weet u niet dat u een tempel van God bent en dat de Geest van God in uw midden woont?  Indien iemand Gods tempel vernietigt, zal God hem vernietigen, want Gods tempel is heilig – en die tempel bent u zelf.

 

Evangelielezing :

 

Matth. 14,22-34

 Meteen daarna gelastte hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant, hij zou ook komen nadat hij de mensen had weggestuurd. Toen hij hen weggestuurd had, ging hij de berg op om er in afzondering te bidden. De nacht viel, en hij was daar helemaal alleen.  De boot was intussen al vele stadiën van de vaste wal verwijderd en werd, als gevolg van de tegenwind, door de golven geteisterd.  Tegen het einde van de nacht kwam hij naar hen toe, lopend over het meer.  Toen de leerlingen hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. Ze riepen: ‘Een spook!’ en schreeuwden het uit van angst.  Meteen sprak Jezus hen aan: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang!’  Petrus antwoordde: ‘Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.’ Hij zei: ‘Kom!’ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe.  Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit: ‘Heer, red me!’  Meteen strekte Jezus zijn hand uit, hij greep hem vast en zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’  Toen ze in de boot stapten, ging de wind liggen.  In de boot bogen de anderen zich voor hem neer en zeiden: ‘U bent werkelijk Gods Zoon!’  Toen ze overgestoken waren, gingen ze aan land bij Gennesaret.

 

 +++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

KIJK, DIE PETRUS!

 Nooit zou Petrus voor iemand knielen. Dat deed immers geen enkele vrome Jood. Voor geen koning, geen keizer, voor niemand. Voor niemand?

 ‘Jouw beurt, Johannes.’ zegt Petrus. Hij schuift wat naar achteren en reikt de riemen over aan Johannes.

Gelukkig, hij kan even uitrusten. Wat een wind, zeg! En dan nog tegen. Zeilen kan helemaal niet meer. Nee, het wordt echt een nachtje ploeteren. Brr! Petrus huivert in zijn wollen jas. Zijn ogen proberen door de duisternis heen te boren om te ontdekken waar ze eigenlijk zijn. Wat vervelend dat Jezus niet bij hen is. Petrus voelt zich niks op zijn gemak zonder zijn grote vriend.

‘Ik wil dat jullie vast naar de overkant varen,’ had de Heer gezegd. ‘Ik kom wel.’

’t Kon wel een tijdje duren voordat ze Hem weer terugzagen. Petrus was zo graag gebleven. Het ging juist zo spannend worden. De mensen die van de broden en vissen hadden gegeten, wilden Jezus koning maken. Tsjonge, wat een avontuur. Het zou er dan eindelijk van komen. Jezus op de troon en alle vijanden het land uit. Maar nee hoor! De Heer had hen allemaal in het bootje geduwd en gezegd: ‘Ik stuur de mensen weg en dan kom ik bij jullie.’

 ‘Jouw beurt, Jakobus!’ hoort hij Johannes roepen. Jakobus schuift naar de riemen. ’t Lijkt wel of de wind nog toeneemt. Wolkenflarden vliegen langs de lucht. Het lapje, dat als vlaggetje dienst doet, klappert in de wind.

Plotseling voelt Petrus zich naar achteren glijden. Een grote golf tilt het voorschip op. Ze tuimelen allemaal over elkaar heen. Hou je vast! Hou je toch goed vast!!

Andreas, die de schipper is, schreeuwt zijn bevelen. Petrus is wel wat gewend als visser, maar hij klemt zich toch met beide handen aan de rand van de boot vast. Daar komt weer een grote golf… Ineens, als ze een moment zo hoog opgetild worden, ziet hij iets wits. Een zeil soms van een ander schip? Het zou wel stom zijn om met dit weer je zeil omhoog te houden. Het schip is al weer in een dal terechtgekomen. De anderen hebben het echter ook gezien.

‘Daar! Daar is iets!’ schreeuwt Judas met schorre stem. Een grote golf spat uiteen tegen de boeg. Een klets water zorgt ervoor dat Judas even niets meer ziet. Iedereen kijkt gespannen uit naar de volgende hoge golf. Daar istie…

‘Het is een spook!’ gilt Tomas.

Ja echt. Er is een witte gedaante midden op het meer. Wat vreselijk eng. Spoken bestaan niet, maar toch… Joeiii! Daar glijden ze al weer een waterdal in. Met angst en vrezen wordt de volgende golf afgewacht. Zal het spook er nog zijn?… en dichterbij?

‘Houdt moed. Ik ben het. Weest niet bang!’

Wat een bekende stem. Dat is toch de stem van Jezus?

Hij komt hen zomaar tegemoet. Lopend over het water. De wind blaast Hem niet weg. De golven slokken Hem niet op. Een koude rilling gaat door Petrus heen, een onbeschrijfelijk gevoel van trots. Zijn meester. De baas over wind en golven.

‘Daar wil ik bij zijn.’ flitst het door hem heen. Hij schreeuwt luid: ‘Mag ik bij U komen, Jezus? Als u het zegt doe ik het.’

Z’n ene been glijdt al vast over de rand. Mag het?

‘Kom!’ zegt Jezus.

Kijk die Petrus nou toch! Een moment later zit hij wiebelig op de rand van de boot, beide handen achter zich om de rand geklemd, zijn voeten tastend naar het water. Een, twee, hoeps! En plons natuurlijk.

Niks geen plons!

Onder zijn voeten is, glad als glas het water. Aarzelend, stap voor stap, alsof hij lopen leert, gaat hij naar Jezus. Zijn hoofddoek waait weg in de wind. Vanuit de boot klinken kreten van bewondering.

‘Hoe doe ik het eigenlijk? Dit kan toch helemaal niet?’ denkt Petrus. ‘Kijk die golven eens en die wind.’

Hij voelt angst in zich opkomen.

En dan… Nee! Nee, het gaat niet goed. Hij zinkt!!

‘Help, Heer, red mij!’ schreeuwt hij in doodsnood.

Daar is de hand van Jezus al. Net op tijd.

‘Waarom ben je gaan twijfelen? Vertrouw mij toch.’ zegt de Heer vriendelijk. Hand in hand lopen ze naar de boot, de leerling en de meester.

Behulpzame handen worden uitgestoken om hem in het schip te trekken. De wind gaat liggen. De zon komt op met prachtige oranjekleurige banen over het water. Denk je dat Petrus dat ziet? Nee, hij kijkt vol eerbied naar Jezus.

Ook de anderen zwijgen vol ontzag en vallen met Petrus op de knieën neer. De een na de ander zegt: ‘Heer, meester… U bent Gods Zoon!!

Ontslaping van de heilige Anna

ontslaping van sint Anna 25 juli.jpg

Ontslaping van de heilige Anna
 
Oecumenisch concilie 5e.jpg
5e oecumenisch concilie

Avontuurlijke diaken bouwt meest oostelijke kerk

Avontuurlijke diaken bouwt meest

oostelijke kerk

Fedor.jpg

Hilversum (Van onze redactie) 19 juli 2010 – De Russische ontdekkingsreiziger Fedor Konyukhov, die afgelopen jaar tot diaken werd gewijd, is van plan een kerk te bouwen in het dorp Nikolskoje op Beringeiland. Dat meldt het Russische persbureau Interfax vandaag. Het godshuis moet de meest oostelijke kerk van de gehele Russisch-Orthodoxe Kerk worden.

Zon begroeten
“Deze kerk zal onderdak bieden aan de metten [de eerste gebeden van de dag. red.] die de opkomende zon als eerste begroeten. Missionair gezien is dit zeer belangrijk”, aldus de 58-jarige Konyukhov vandaag in een interview in het Russische weekblad Ogonyok.

Platgebrand
Het dorp Nikolskoje, gelegen op een eiland in de Beringzee, had vroeger ook al een kerk, maar die werd door de communisten gesloten. Begin jaren ’80 brandde het gebouw af.

Geheim kruisje
In het Ogonyok-interview vertelt Konyukhov dat hij zich lang geleden reeds had voorgenomen zich toe te wijden aan de Kerk. “Ik kom uit een familie van priesters”, aldus de gelovige Rus. “Het al dan niet in God geloven is voor ons nooit een vraag geweest. Zelfs als schooljongen onder de sovjets, wist ik dat de Heer bestond. In het geheim heb ik altijd een kruisje gedragen. Ik bid voor rondzwervende mensen. Wie anders dan ik moet er voor hen bidden?”

Zegeningen
Omdat hij als geen ander weet wat reizen, klimmen en zeilen betekent, krijgt Konyukhov sinds zijn diakenwijding van alle kanten verzoeken om kerkelijke handelingen uit te voeren. Scheepslieden, reizigers en alpinisten vragen Konyukhov’s zegen over hen of over hun gebruiksvoorwerpen. Ook heeft de ontdekkingsreiziger verzoeken ontvangen om mensen te dopen. Telkens moet hij uitleggen dat dit niet tot de bevoegdheden van een Russisch-orthodox diaken behoort.

Roeiboot
Fedor Konyukhov studeerde aan de zeevaartschool in Odessa en volgde daarna een specialistische IJszee-opleiding in Leningrad (het huidige Sint-Petersburg). Ook studeerde hij theologie aan een Russisch-orthodox seminarie in het huidige Wit-Rusland. Hij ondernam zijn eerste expeditie op zijn vijftiende, toen stak hij in een roeiboot de Zee van Azov (een deel van de Zwarte Zee) over.

Polenbedwinger
De Russische avonturier – getrouwd, drie kinderen en vijf kleinkinderen – heeft al meer dan vijftig reizen en bergbeklimmingen op zijn naam staan. Veertien keer stak hij de Atlantische Oceaan over, eenmaal in een roeiboot. Hij is de eerste en vooralsnog enige mens die vijf van de meest extreme plaatsen op aarde heeft bedwongen; de geografische Noordpool, de geografische Zuidpool, het meest onbereikbare punt in de Noordelijke IJszee, Mount Everest en Kaap Hoorn. Konyukhov legt zijn ervaringen onder meer vast in tekeningen en schilderijen.

uit : RKK

7e zondag na Pinksteren : van de blinde en de stomme

ZEVENDE ZONDAG NA PINKSTEREN

‘Van de blinde en de stomme’

 

blinde

 

Matteüs 9,27-34

 

Genezingen  En terwijl Jezus vandaar verder ging, volgden Hem twee blinden, al roepende en zeggende: Heb medelijden met ons, Zoon van David! 28 En toen Hij het huis was binnengegaan, kwamen de blinden tot Hem, en Jezus zeide tot hen: Gelooft gij, dat Ik dit doen kan? Zij zeiden tot Hem: Ja, Here. 29 Toen raakte Hij hun ogen aan en zeide: U geschiede naar uw geloof. 30 En hun ogen gingen open. En Jezus verbood hun ten strengste en zeide: Ziet toe, niemand mag dit weten! 31 Maar zij gingen heen en maakten Hem in die gehele streek bekend.

32 Terwijl zij heengingen, zie, men bracht een doofstomme bezetene bij Hem. 33 En nadat de boze geest was uitgedreven, sprak de doofstomme. En de scharen verbaasden zich en zeiden: Zo iets is nog nooit in Israël voorgekomen! 34 Maar de Farizeeën zeiden: Door de overste der boze geesten drijft Hij de geesten uit. 35 En Jezus ging alle steden en dorpen langs en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal. bewogen

Romeinen 15,1-13

Zwakken en sterken

1 Wij, die sterk zijn, moeten de gevoeligheden der zwakken verdragen en niet onszelf behagen. 2 Ieder onzer trachte zijn naaste te behagen, ten goede, tot opbouwing, 3 want ook Christus heeft Zichzelf niet behaagd, maar, gelijk geschreven staat: De smaadwoorden van hen, die U smaden, kwamen op Mij neder. 4 Al wat namelijk tevoren geschreven is, werd tot ons onderricht geschreven, opdat wij in de weg der volharding en van de vertroosting der Schriften de hoop zouden vasthouden. 5 De God nu der volharding en der vertroosting geve u eensgezind van hetzelfde gevoelen te zijn naar (het voorbeeld van) Christus Jezus, 6 opdat gij eendrachtig uit één mond de God en Vader van onze Here Jezus Christus moogt verheerlijken.

7 Daarom, aanvaardt elkander, zoals ook Christus ons aanvaard heeft tot heerlijkheid Gods

Orthodoxie Benelux verenigd

 

Orthodoxie Benelux verenigd

Geplaatst door onze redactie op dinsdag 29 juni 2010 om 14:45u (Bron: RvK)

BRUSSEL (RKnieuws.net) – De orthodoxie in de Benelux gaat de krachten bundelen. Er is op 23 juni een orthodoxe bisschoppenconferentie opgericht. Daarmee is een belangrijke stap gemaakt om als orthodoxie in West-Europa gezamenlijk op te trekken. Eén en ander kan tot gevolg hebben dat men niet alleen associé is van de Raad van Kerken, maar ook het (bredere) lidmaatschap aanvraagt. En men kan gezamenlijk opereren naar bijvoorbeeld de overheid.Een eerste bijeenkomst van de orthodoxe bisschoppen die parochies hebben in de Benelux (België, Nederland en Luxemburg) had plaats in Brussel. De uitnodiging ging uit van metropoliet Panteleimon van België (oecumenisch patriarchaat). Hij zat de vergadering ook voor.

De bijeenkomst volgt op de IVe Panorthodoxe Preconciliaire Conferentie, bijeengekomen in Chambésy (Genève) in juni 2009. Het overleg heeft tot gevolg dat de éénheid van de orthodoxie in de Benelux duidelijker naar voren komt.

Naast metropoliet Panteleimon van België namen onder meer aan het overleg deel: aartsbisschop Gabriël van Komana (Exarchaat orthodoxe parochies van Russische traditie in West-Europa), de bisschoppen Maximos van Evmenia en Athenagoras van Sinope (oecumenisch patriarchaat); aartsbisschop Simon (Patriarchaat van Moskou), bisschop Luka (patriarchaat van Servië), metropoliet Serafim (Nürnberg) en metropoliet (Parijs) Joseph (allebei van het patriarchaat van Roemenië).

Er waren ook mensen verhinderd of ze zagen af van deelname. Dat zijn: bisschop Ioan van Parnassos (Oekraïense parochies onder het oecumenisch patriarchaat), bisschop Michel (Russische Orthodoxe Kerk buiten de grenzen – patriarchaat van Moskou), metropoliet Simeon (patriarchaat van Bulgarije) en metropoliet Abraham (patriarchaat van Georgië).

Als naam voor het overleg van bisschoppen werd geopteerd voor: “Orthodoxe Bisschoppenconferentie van de Benelux” (OBB) – “Conférence Episcopale Orthodoxe du Bénélux” (CEOB).

In zijn inleidend woord verklaarde metropoliet Panteleimon van België dat er: “theologisch en sacramenteel gesproken eigenlijk maar één orthodoxe kerk is” en wij bijgevolg gecoördineerd moeten samenwerken en met één stem een antwoord moeten bieden op de pastorale problemen van onze samenleving, alsook van te getuigen van de rijkdom van de orthodoxie.

De orthodoxe bisschoppenconferentie van de Benelux die voorgezeten wordt door Metropoliet Panteleimon van België (oecumenisch patriarchaat) besliste verder nog dat aartsbisschop Simon (patriarchaat van Moskou) de taak van ondervoorzitter zal waarnemen, metropoliet Joseph (patriarchaat van Roemenië) deze van schatbewaarder en bisschop Athenagoras van Sinope (oecumenisch patriarchaat) belast wordt met het leiden van het secretariaat. Er werd ook nog beslist van een bisschop aan te duiden voor de vertegenwoordiging van de orthodoxe kerk in Nederland: Bisschop Athenagoras van Sinope (oecumenisch patriarchaat).

Er werd onder meer gesproken over algemene pastorale zaken en de oecumenische en interreligieuze contacten in de regio. De aanwezige bisschoppen hebben unaniem de wil uitgedrukt van nog nauwer samen te werken voor het goede van de orthodoxie, de orthodoxe gelovigen en de bredere samenleving

6e zondag na Pinksteren : van de verlamde en de vergiffenis

6e zondag na Pinksteren

“Van de verlamde en de vergiffenis”

Verlamde15

Lezingen van de zondag

Romeinen 12,6-14

 We hebben verschillende gaven, onderscheiden naar de genade die ons geschonken is. Wie de gave heeft te profeteren, moet die in overeenstemming met het geloof gebruiken.  Wie de gave heeft bijstand te verlenen, moet bijstand verlenen. Wie de gave heeft te onderwijzen, moet onderwijzen.  Wie de gave heeft te troosten, moet troosten. Wie iets weggeeft, moet dat zonder bijbedoeling doen. Wie leiding geeft, moet dat doen met volle inzet. Wie barmhartig voor een ander is, moet daarin blijmoedig zijn.  Laat uw liefde oprecht zijn. Verafschuw het kwaad en wees het goede toegedaan.  Heb elkaar lief met de innige liefde van broeders en zusters en acht de ander hoger dan uzelf.  Laat uw enthousiasme niet bekoelen, maar laat u aanvuren door de Geest en dien de Heer.  Wees verheugd door de hoop die u hebt, wees standvastig wanneer u tegenspoed ondervindt, en bid onophoudelijk.  Bekommer u om de noden van de heiligen en wees gastvrij.  Zegen uw vervolgers; zegen hen, vervloek hen niet.


 Mattheüs 9,1-8


Hij stapte weer in de boot en stak over, terug naar zijn eigen stad.  Daar probeerden een paar mensen een verlamde bij hem te brengen die op een draagbed lag. Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Wees gerust, uw zonden worden u vergeven.’  Daarop zeiden enkele schriftgeleerden bij zichzelf: Wat een godslasterlijke taal!  Jezus doorzag hun gedachten en zei: ‘Waarom hebt u zulke boosaardige gedachten?  Wat is gemakkelijker, te zeggen: “Uw zonden worden u vergeven” of: “Sta op en loop”?  Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ Toen zei hij tegen de verlamde: ‘Sta op, pak uw bed en ga naar huis.’  En hij stond op en ging naar huis.  Bij het zien hiervan werden de mensen van ontzag vervuld en ze loofden God, om de macht die hij aan mensen heeft verleend.

paralyticlg (254 x 444)

3e zondag na Pinksteren : over de lelies van het veld

3e zondag na Pinksteren

“Over de leliën in het veld”

Lelie_6582

Eerste lezing

Romeinen 5,1-10

Leven in vrede met God
 Gerechtvaardigd door het geloof leven wij in vrede met God door Jezus Christus onze Heer.  Hij is het die ons door het geloof de toegang heeft ontsloten tot die genade waarin wij staan; door Hem ook mogen wij ons beroemen op onze hoop op de heerlijkheid van God.  Meer nog, wij zijn zelfs trots op onze beproevingen, in het besef dat verdrukking leidt tot volharding,  volharding tot beproefde deugd en die weer tot hoop.  En de hoop wordt niet teleurgesteld, want Gods liefde is in ons hart uitgestort door de heilige Geest die ons werd geschonken.
     
Want Christus is voor goddelozen gestorven op de gestelde tijd, toen wij zelf nog geheel hulpeloos waren.  Je zult je leven niet snel geven voor een rechtvaardige, al zou misschien iemand de moed hebben te sterven voor een goed mens.  God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor dat Christus voor ons is gestorven toen wij nog zondaars waren.  Des te zekerder is het dat wij, eenmaal gerechtvaardigd door zijn bloed, dankzij Hem gered worden van de toorn Toen wij vijanden waren, zijn wij met God verzoend door de dood van zijn Zoon; des te zekerder is het dat wij, eenmaal verzoend, gered worden door zijn leven.

Evangelielezing

Mattheüs 6,22-33

 De lamp van het lichaam is het oog. Dus als je oog helder is, zal heel je lichaam verlicht zijn.  Maar als je oog slecht is, zal heel je lichaam duister zijn. Als nu binnenin je het licht duisternis is, hoe erg zal dan de duisternis zijn!  Niemand kan twee heren dienen. Want hij zal de een verfoeien en van de ander houden, of zich hechten aan de eerste en de ander verachten. Je kunt God en de geldduivel niet tegelijk dienen.  Daarom zeg Ik jullie: maak je niet bezorgd over wat je zult eten of drinken om in leven te blijven, en ook niet over de kleding voor je lichaam. Is het leven niet meer dan het eten, en het lichaam niet meer dan de kleding?  Kijk naar de vogels van de hemel: ze zaaien niet en maaien niet en oogsten niet, je hemelse Vader voedt ze. Zijn jullie niet meer waard dan vogels?  Wie van jullie kan met al zijn zorgen een el toevoegen aan zijn leven?  En wat maak je je bezorgd over je kleren? Leer van de lelies op het veld hoe ze groeien. Ze werken niet, ze spinnen niet.  Maar Ik zeg jullie: zelfs Salomo met al zijn pracht en praal ging niet gekleed als een van hen.  Als God nu het gras op het veld, dat er vandaag staat en morgen in de oven wordt gegooid, zo kleedt, hoeveel te meer kleedt Hij dan jullie, kleingelovigen?  Vraag je dus niet bezorgd af: Wat zullen we eten? Wat zullen we drinken? Wat zullen we aantrekken?  Want naar dat alles zijn de heidenen op zoek. Jullie hemelse Vader weet wel dat je dat allemaal nodig hebt.  Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan krijg je dat alles erbij

Bartholomeüs I wil gezamelijk concilie in 2011

Bartholomeus I wil gezamenlijk orthodox Concilie in 2011

Foto: AP

De oecumenische patriarch van Constantinopel, Bartholomeus I, wil al in het volgend jaar een gemeenschappelijke Concilie van de orthodoxe Kerken bijeenroepen. Het erehoofd van de wereldorthodoxie zei maandag op de Russische tv-zender Vesti 24 dat hij met de Moskouse patriarch Cyril I is overeengekomen om de voorbereidingen te versnellen voor een dergelijke bisschoppelijke bijeenkomst van alle 14 erkende orthodoxe Kerken. “Tegen het einde van dit jaar of begin volgend jaar ronden wij onze voorbesprekingen af”, aldus Bartholomeus I.
 
Het Concilie is van zeer groot belang voor de hele orthodoxe wereld, zei de oecumenische Patriarch. Thema’s zijn onder andere kwesties over de autocefalie (zelfstandigheid) en autonomie van de orthodoxe Kerken. Bartholomeus I  sloot maandag in Sint-Petersburg een tiendaags bezoek aan Rusland af. Naar inschatting van commentatoren droeg  de reis bij aan een verdere verbetering van de betrekkingen tussen de patriarchaten van Moskou en Constantinopel.
 
Tot op heden gold 2012 of 2013 als waarschijnlijke datum voor een gezamenlijk orthodox Concilie. De plannen daarvoor ontstonden al in de jaren ’60, maar waren begin jaren ’90 door een geschil tussen de patriarchaten van Moskou en Constantinopel opgeschort. Deze ging over de kwestie van de wettelijke soevereiniteit over de orthodoxe Kerken in Estland en Oekraïne. Pas in de zomer van 2009 werden de panorthodoxe conferenties ter voorbereiding van het Concilie weer hervat.

Bron : Kath.nieuwsblad

Pinksteren

PINKSTEREN

Pinksteren nb (440 x 543)

 

LEZINGEN :

Eerste lezing : Handelingen 2,1-11

Pinksteren
 Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren zij allen op één plaats bijeen.  Plotseling kwam er uit de hemel een geraas alsof er een hevige wind opstak, en het vulde heel het huis waar zij waren.  Er verschenen hun vurige tongen, die zich verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten.  Zij raakten allen vol van heilige Geest en begonnen te spreken in vreemde talen, zoals de Geest hun ingaf.
     
Nu woonden er in Jeruzalem vrome Joden, afkomstig uit ieder volk onder de hemel.  Toen dat geluid opkwam, liep de menigte te hoop en raakte in verwarring, omdat iedereen hen in zijn eigen taal hoorde spreken.  Ze stonden versteld en vroegen zich verwonderd af: ‘Maar dat zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken!  Hoe is het dan mogelijk dat ieder van ons de taal van zijn geboortestreek hoort?  Parten en Meden en Elamieten, en bewoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, Pontus en Asia,  Frygië en Pamfylië, Egypte en het Libische gebied bij Cyrene, en hier woonachtige Romeinen,  Joden en proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken over de grote daden van God.’

EVANGELIE

Johannes 7,37-5. 8,12.

Stromen levend water
      Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus daar en riep: ‘Heeft iemand dorst, laat hij dan naar Mij toe komen, en laat drinken  wie in Mij gelooft! Zoals de Schrift zegt: Uit zijn binnenste zullen stromen levend water vloeien.’  Hiermee doelde Hij op de Geest die men zou ontvangen als men tot geloof in Hem kwam. Toen was de Geest er namelijk nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.

Verdeeldheid onder de toehoorders
      Onder het volk waren er die bij het horen van deze woorden zeiden: ‘Dit is werkelijk de profeet.’  Sommigen beweerden: ‘Hij is de Messias.’ Maar er waren er ook die zeiden: ‘De Messias komt toch niet uit Galilea Zegt de Schrift niet dat de Messias uit het geslacht van David komt en uit Betlehem, de woonplaats van David?’  Zo ontstond er verdeeldheid over Hem onder het volk.  Er waren er die Hem wilden grijpen, maar niemand sloeg werkelijk toe.

Ongeloof van de autoriteiten
      Toen de gerechtsdienaren bij de hogepriesters en farizeeën terugkwamen, vroegen dezen: ‘Waarom hebben jullie Hem niet meegebracht?’  De dienaars zeiden: ‘Nog nooit heeft een mens zo gesproken!’  Waarop de farizeeën antwoordden: ‘Hebben jullie je ook al laten misleiden?  Heeft een van de leiders Hem geloof geschonken? Of iemand van de farizeeën?  Maar dat volk, dat de wet niet kent, vervloekt zijn ze!’  Nikodemus, de man die indertijd naar Jezus toe was gekomen, iemand uit hun eigen kring, merkte op:  ‘Sinds wanneer staat de wet ons toe iemand te veroordelen zonder hem eerst te horen en ons over zijn daden een oordeel te vormen?’  Maar hij kreeg als antwoord: ‘Bent u soms ook een Galileeër? Zoek het maar na en u zult zien: uit Galilea komen geen profeten!’

  Weer richtte Jezus zich tot hen: ‘Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, gaat zijn weg niet in de duisternis, maar zal het ware levenslicht bezitten.

pinksteren