3e zondag na Pinksteren ‘Over de lelies in het veld’

 3e zondag na Pinksteren

“Over de leliën in het veld”


 

lelie2.jpg

Eerste lezing

Romeinen 5,1-10

Leven in vrede met God
[1] Gerechtvaardigd door het geloof leven* wij in vrede met God door Jezus Christus onze Heer. [2] Hij is het die ons door het geloof* de toegang* heeft ontsloten tot die genade waarin wij staan; door Hem ook mogen wij ons beroemen*op onze hoop op de heerlijkheid* van God. [3] Meer nog, wij zijn zelfs trots op onze beproevingen, in het besef dat verdrukking leidt tot volharding, [4] volharding tot beproefde deugd en die weer tot hoop. [5] En de hoop wordt niet teleurgesteld, want Gods liefde is in ons hart uitgestort door de heilige Geest die ons werd geschonken.
     [
6] Want Christus is voor goddelozen gestorven op de gestelde* tijd, toen wij zelf nog geheel hulpeloos waren. [7] Je zult je leven niet snel geven voor een rechtvaardige, al zou misschien iemand de moed hebben te sterven voor een goed mens. [8] God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor dat Christus voor ons is gestorven toen wij nog zondaars waren. [9] Des te zekerder is het dat wij, eenmaal gerechtvaardigd door zijn bloed, dankzij Hem gered worden van de toorn*. [10] Toen wij vijanden waren, zijn wij met God verzoend door de dood van zijn Zoon; des te zekerder is het dat wij, eenmaal verzoend, gered worden door zijn leven.

Evangelielezing

Mattheüs 6,22-33

22] De lamp van het lichaam is het oog. Dus als je oog helder is, zal heel je lichaam verlicht zijn. [23] Maar als je oog slecht is, zal heel je lichaam duister zijn. Als nu binnenin je het licht duisternis is, hoe erg zal dan de duisternis zijn! [24] Niemand kan twee heren dienen. Want hij zal de een verfoeien en van de ander houden, of zich hechten aan de eerste en de ander verachten. Je kunt God en de geldduivel*niet tegelijk dienen. [25] Daarom zeg Ik jullie: maak je niet bezorgd over wat je zult eten of drinken om in leven te blijven, en ook niet over de kleding voor je lichaam. Is het leven niet meer dan het eten, en het lichaam niet meer dan de kleding? [26] Kijk naar de vogels van de hemel: ze zaaien niet en maaien niet en oogsten niet, je hemelse Vader voedt ze. Zijn jullie niet meer waard dan vogels? [27] Wie van jullie kan met al zijn zorgen een el toevoegen aan zijn leven? [28] En wat maak je je bezorgd over je kleren? Leer van de lelies op het veld hoe ze groeien. Ze werken niet, ze spinnen niet. [29] Maar Ik zeg jullie: zelfs Salomo met al zijn pracht en praal ging niet gekleed als een van hen. [30] Als God nu het gras op het veld, dat er vandaag staat en morgen in de oven wordt gegooid, zo kleedt, hoeveel te meer kleedt Hij dan jullie, kleingelovigen? [31] Vraag je dus niet bezorgd af: Wat zullen we eten? Wat zullen we drinken? Wat zullen we aantrekken? [32] Want naar dat alles zijn de heidenen op zoek. Jullie hemelse Vader weet wel dat je dat allemaal nodig hebt. [33] Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan krijg je dat alles erbij

Pinksteren

PINKSTEREN

8e ZONDAG NA PASEN

pinksteren8.jpg

Pinksteren

Op een hoefijzervormige bank zitten de twaalf apostelen.
Links boven Petrus en rechtsboven Paulus.
Bovenin dalen vanuit het hemelsegment de stralen van de Heilige Geest neer op de groep van twaalf.

In het midden onderaan is een donker gewelf zichtbaar, waarin een koninklijk geklede gestalte staat. Hij heeft een witte doek uitgespreid met daarin twaalf evangelierollen. Het betreft de vertegenwoordiging van de kosmos, die het evangelie klaar houdt voor verspreiding over de wereld.

 

LEZINGEN :

Eerste lezing : Handelingen 2,1-11

Pinksteren
[1] Toen de dag* van Pinksteren aanbrak, waren zij allen op één plaats bijeen. [2] Plotseling kwam er uit de hemel een geraas alsof er een hevige wind opstak, en het vulde heel het huis* waar zij waren. [3] Er verschenen hun vurige tongen*, die zich verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten. [4] Zij raakten allen vol van heilige Geest en begonnen te spreken* in vreemde talen, zoals de Geest hun ingaf.
     [
5] Nu woonden er in Jeruzalem vrome Joden, afkomstig uit ieder volk onder de hemel. [6] Toen dat geluid opkwam, liep de menigte te hoop en raakte in verwarring, omdat iedereen hen in zijn eigen taal hoorde spreken. [7] Ze stonden versteld en vroegen zich verwonderd af: ‘Maar dat zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken! [8] Hoe is het dan mogelijk dat ieder van ons de taal* van zijn geboortestreek hoort? [9] Parten* en Meden en Elamieten, en bewoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, Pontus en Asia, [10] Frygië en Pamfylië, Egypte en het Libische gebied bij Cyrene, en hier woonachtige Romeinen, [11] Joden en proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken over de grote daden van God.’

EVANGELIE

Johannes 7,37-5. 8,12.

Stromen levend water
     [37] Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus daar en riep: ‘Heeft* iemand dorst, laat hij dan naar Mij toe komen, en laat drinken [38] wie in Mij gelooft! Zoals de Schrift zegt: Uit zijn binnenste zullen stromen levend water vloeien.’ [39] Hiermee doelde Hij op de Geest die men zou ontvangen als men tot geloof in Hem kwam. Toen was de Geest er namelijk nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt* was.

Verdeeldheid onder de toehoorders
     [40] Onder het volk waren er die bij het horen van deze woorden zeiden: ‘Dit is werkelijk de profeet*.’ [41] Sommigen beweerden: ‘Hij is de Messias.’ Maar er waren er ook die zeiden: ‘De Messias komt toch niet uit Galilea*? [42] Zegt de Schrift niet dat de Messias uit het geslacht van David komt en uit Betlehem, de woonplaats van David?’ [43] Zo ontstond er verdeeldheid over Hem onder het volk. [44] Er waren er die Hem wilden grijpen, maar niemand sloeg werkelijk toe.

Ongeloof van de autoriteiten
     [45] Toen de gerechtsdienaren bij de hogepriesters en farizeeën terugkwamen, vroegen dezen: ‘Waarom hebben jullie Hem niet meegebracht?’ [46] De dienaars zeiden: ‘Nog nooit heeft een mens zo gesproken!’ [47] Waarop de farizeeën antwoordden: ‘Hebben jullie je ook al laten misleiden? [48] Heeft een van de leiders Hem geloof geschonken? Of iemand van de farizeeën? [49] Maar dat volk, dat de wet* niet kent, vervloekt zijn ze!’ [50] Nikodemus, de man die indertijd naar Jezus toe was gekomen, iemand uit hun eigen kring, merkte op: [51] ‘Sinds wanneer staat de wet ons toe iemand te veroordelen zonder hem eerst te horen en ons over zijn daden een oordeel te vormen?’ [52] Maar hij kreeg als antwoord: ‘Bent u soms ook een Galileeër? Zoek het maar na en u zult zien: uit Galilea komen geen profeten*!’

 [12] Weer richtte Jezus zich tot* hen: ‘Ik* ben het licht* van de wereld. Wie Mij volgt*, gaat zijn weg niet in de duisternis, maar zal het ware levenslicht bezitten.

Oecumenisch patriarch huldigt christelijke kerk in Turkije in

OECUMENISCHE PATRIARCH HULDIGT CHRISTELIJKE KERK IN TURKIJE IN

De oecumenische patriarch Bartholomeus Bron: Orthobel

BRUSSEL (KerkNet/RadVat) – De oecumenische patriarch Bartholomeus van Constantinopel leidt zondag de herinhuldiging van een christelijk kerkje. De vervallen orthodoxe kerk werd gerestaureerd op kosten van het stadsbestuur van Gülsehir in Cappadocië. Dat is uitzonderlijk omdat de kosten van kerkgebouwen in principe door de Turkse staat of de christelijke kerken zelf worden gedragen. Voor de plechtigheid van zondag worden orthodoxen uit heel Turkije en zelfs Griekenland verwacht. Gülsehir ligt niet ver van de Griekse grens. Vele Griekse inwoners uit de streek werden in 1923 door de Ottomanen gedwongen om de regio te verlaten en zich in de streek van Thessaloniki te vestigen. 

Groene patriarch roept op tot ecologische verantwoordelijkheid

GROENE PATRIARCH ROEPT OP TOT ECOLOGISCHE VERANTWOORDELIJKHEID

 

Patriarch Bartholomeus Bron: Cathobel

BRUSSEL (KerkNet/SIR/LaCroix) – De oecumenische patriarch Bartholomeus pleitte tijdens een bezoek aan Frankrijk voor meer respect voor de natuur en een ecologische bekering. De ‘groene’ patriarch klaagde de minachting voor de planeet aan door een irrationeel verbruik van de bodemrijkdommen en een ongecontroleerde energieconsumptie.

Verwijzend naar de ecologische ramp met de kerncentrales in Fukushima (Japan) bekritiseerde hij de manier waarop de mens met de natuur omgaat. “Zo’n gedrag is een zonde ten aanzien van onze Schepper en de mens zelf. De armsten betalen de hoogste prijs voor de verstoring van de ecologie, waarvoor anderen verantwoordelijk zijn. Zonder een bekering van het hart heeft geen enkele maatregel effect, omdat enkel de symptomen en niet de oorzaken worden bestreden.”

Tijdens een ontmoeting met meer dan vijftig politieke, economische en sociaal-culturele prominenten vestigde de orthodoxe kerkleider er later nog de aandacht op dat wij dankzij de vernietiging van de natuur weliswaar in onze materiële behoeften kunnen voorzien, maar tegelijk brengen wij het welzijn en zelfs de toekomst van de volgende generaties in gevaar. Ons tekort aan ecologische gevoeligheid lijdt tot een gebrek aan grondstoffen, grote migratiegolven en mogelijkerwijs gewelddadige conflicten en geopolitieke crisissen. “De verstoring van het milieu moet ons aansporen tot een bezinning over de principes en de waarden die de wereld moeten regeren.”

(Kerknet)

Pasen

Aan allen een zalig en gezegend PAASFEEST

 


 

Christus is Verrezen, Hij is waarlijk Verrezen !

 

 

Verrijzenisicoon 4637.jpg

 

 

Lezingen van de Goddelijke Liturgie van Pasen

 

Handelingen 1,1-8:

Jezus’ laatste opdracht en hemelvaart [1] Mijn * eerste boek, Teofilus, ging over alles wat Jezus heeft gedaan en geleerd, vanaf het begin [2] tot de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn opdracht had gegeven. [3] Aan hen heeft Hij veertig* dagen lang herhaaldelijk bewezen dat Hij na zijn lijden weer in leven was. Hij vertoonde zich aan hen en sprak over het koninkrijk van God. [4] Toen Hij bij hen was, drukte Hij hun op het hart: ‘Ga niet uit Jeruzalem weg, maar blijf wachten op de belofte van de Vader die jullie van Mij hebben gehoord; [5] immers, Johannes doopte met water, maar jullie zullen gedoopt worden in heilige Geest, binnen enkele dagen.’ [6] Degenen die daar samengekomen waren, stelden Hem toen de vraag: ‘Heer, herstelt* U in deze tijd het koninkrijk voor Israël?’ [7] Maar Hij zei tegen hen: ‘Het komt jullie niet toe de tijden of momenten te kennen die de Vader in zijn volmacht heeft vastgesteld; [8] maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot het uiteinde van de aarde.

 

Evangelie :

 

Johannes, 1,1-17 Hoofdstuk 1

 

[1] In* het begin was het woord*, en het woord was bij God, en het woord was God. [2] Het was in het begin bij God. [3] Alles* is door Hem ontstaan, en buiten Hem om is er niets ontstaan. Wat ontstaan was, [4] had leven in Hem, en het leven was het licht van de mensen. [5] Het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis kon het niet aan. [6] Er is een mens geweest, een gezondene van God; zijn naam was Johannes. [7] Hij kwam als getuige: hij moest getuigen van het licht, opdat allen door hem tot geloof zouden komen. [8] Hij was niet het licht, hij moest getuigen van het licht. [9] Het* ware licht was er, dat elke mens verlicht en dat in de wereld* moest komen. [10] Het was in de wereld, een wereld die door Hem was ontstaan, en die wereld heeft Hem niet erkend. [11] In zijn eigen* huis is Hij gekomen, en zijn eigen* mensen hebben Hem niet opgenomen. [12] Aan diegenen die Hem toch opnamen, heeft Hij het vermogen gegeven om kinderen te worden van God: aan hen die geloven* in zijn naam. [13] Niet langs de weg van het bloed, niet door de begeerte van het vlees of door mannelijk streven, maar uit God zijn ze geboren. [14] Ja, het woord* is vlees geworden! Hij* is onder ons zijn tent komen opslaan en we hebben zijn heerlijkheid gezien, de heerlijkheid die Hij als eniggeboren* Zoon aan de Vader ontleende, vervuld als Hij was van genade en waarheid. [15] Van Hem legt Johannes getuigenis af en zijn verklaring luidt: ‘Hem bedoelde ik toen ik zei: “Hij die na mij komt, is mijn meerdere, want vóór mij was Hij er al.” ‘ [16] Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen, genade op genade. [17] wet gegeven door Mozes, de genade en de waarheid zijn gebracht door Jezus Christus.

 

 

PASEN

 

Pasen is geen vroom feest,

Zachtjes te vieren

Zo midden in de lente,

na de droefenis van Goede Vrijdag.

Het is het gewelddadig doorbreken

van krachtig leven,

tegen elke dood in

 

Pasen is het onbegrijpbaar wonder

van de onderste steen boven,

van rotsen die water geven,

van woestijn waar brood te rapen valt.

 

Pasen is de doortocht

over de moerassen van de Rietzee

naar het Land van Hoop

Pasen is de uittocht

uit het land van slavernij.

 

Pasen is opstanding,

Verrijzenis,

nieuw leven.

 

Auteur onbekend

 

 

Geen hopeloos einde.....jpg

 

Tweede zondag in de vasten : heilige gregorios Palamas

2e zondag van de vasten

Zondag van de heilige H. Gregorios Palamas

 

 gregory_palamas 14 november.jpg

 

Heilige Gregorius Palamas

 

….Gij zult grotere dingen zien…. Voorwaar, voorwaar ik zeg u, gij zult de hemel open zien en de engelen Gods opstijgen en neerdalen op de Zoon des mensen….(1e zondag)

Hieraan worden wij herinnerd bij de lezing uit de Hebreeënbrief op de tweede zondag van de vasten.

……Daarom moeten wij temeer aandacht schenken aan hetgeen we gehoord hebben, opdat wij niet afdrijven…hoe zullen wijn dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een heil.

In de evangelie lezing op de tweede zondag wordt die inzet en dat verlangen verbeeld door de lamme die bij Christus gebracht wordt door het dak:

…en daar Jezus hun geloof zag, zei Hij tot de verlamde : uw zonden worden u vergeven.

Lezingen :

Hebr.1,10-2,3

  En: 
In het begin, Heer, hebt U de aarde gegrondvest, 
en de hemel is het werk van uw handen. 
Zij zullen vergaan, U echter blijft. 
Alle zullen ze verslijten als kleren, 
U zult ze opvouwen als een mantel, 
als een kledingstuk zullen zij verwisseld worden. 
U echter bent dezelfde 
en uw jaren nemen geen einde. 
Tot welke engel heeft Hij ooit gezegd: 
Ga zitten aan mijn rechterhand, 
totdat Ik uw vijanden als een voetbank voor uw voeten heb gelegd? 
Wat zijn zij anders dan dienende geesten, uitgezonden ten behoeve van hen die de redding zullen erven?
Trouw aan de boodschap

2.Daarom moeten wij des te meer aandacht schenken aan wat wij gehoord hebben, om niet uit de koers te raken. Want als het door engelen gesproken woord zo’n gezag had dat elke overtreding of ongehoorzaamheid haar rechtmatige vergelding ontving,  hoe zullen wij dan ontkomen, wanneer wij een zo grote redding verwaarlozen, die eerst verkondigd is door de Heer, en getrouw aan ons is doorgegeven door hen die Hem gehoord hebben;

Evangelie :

Marcus,2,1-12

Toenemende tegenstand
 Toen Hij enkele dagen later weer in Kafarnaüm kwam, hoorde men dat Hij thuis was.  Er liepen zoveel mensen te hoop dat ze zelfs niet meer bij de deur konden komen, en Hij sprak hen toe. ] Ze kwamen een verlamde bij Hem brengen, door vier man gedragen.  Omdat ze de man niet bij Hem konden krijgen vanwege de menigte, haalden ze de dakbedekking weg boven zijn hoofd, en toen ze een opening gemaakt hadden, lieten ze het bed waar de verlamde op lag, zakken.  Bij het zien van hun vertrouwen zei Jezus tegen de verlamde: ‘Vriend, uw zonden worden u vergeven.’  Nu zaten daar een paar schriftgeleerden die hun bedenkingen hadden:  ‘Hoe kan die man zoiets zeggen? Hij lastert God. Wie anders dan de enige God kan zonden vergeven?’  Jezus doorzag meteen dat ze deze bezwaren hadden en zei tegen hen: ‘Waarom hebt u eigenlijk bezwaren?  Wat is eenvoudiger? Tegen de verlamde zeggen: “Uw zonden worden vergeven”, of zeggen: “Sta op en pak uw bed en loop?”  Maar opdat u weet dat de Mensenzoon bevoegd is om op aarde zonden te vergeven ‘, zei Hij, nu tegen de verlamde:  ‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’  En hij stond op, pakte meteen zijn bed en ging weg voor het oog van iedereen, zodat ze allemaal verrukt waren en God verheerlijkten. ‘Zoiets hebben we nog nooit gezien’, zeiden ze.

 

Vastenboodschap van Patriarch Bartholomeus

 Pateriarchale boodschap naar aanleiding van de Grote en Heilige Vasten 2011

 

200px-Bartolomew_I.jpg

 

 

+ B A R T H O L O M E O S

DOOR DE GENADE GODS AARTSBISSCHOP VAN KONSTANTINOPEL, HET NIEUWE ROME, EN OECUMENISCH PATRIARCH
AAN ALLE GELOVIGEN VAN DE KERK,
GENADE EN VREDE ZIJ U VAN ONZE REDDER EN HEER JEZUS CHRISTUS,
EN VAN ONS ZEGEN EN VERGEVING

Broeders en geliefde kinderen in de Heer,

“De renbaan van de deugd is geopend, wie wil strijden, laat hem binnen treden en zich omgorden voor de goede wedloop van de vasten” (Triodion Vergevingszondag). De renbaan is geopend, of beter gezegd, was al open, sinds het de albarmhartige Heer der Heerlijkheid behaagde de menselijke natuur aan te nemen. Vanaf die tijd roept Hij, door middel van Zijn Kerk, ieder mens om deel te hebben aan de oneindig grote genadegaven van de Alheilige Geest, vooral gedurende deze gezegende periode van de veertig dagen van de Heilige Grote Vasten.

 

Geliefde kinderen in de Heer,

Onze waarachtige God, die aanbeden wordt in de Drieëenheid, is de oneindige goedheid zelf, en Hij heeft het mensengeslacht uitsluitend en alleen uit liefde geschapen. Hij wilde, voor zover dat mogelijk is voor de menselijke natuur, de mensen deelgenoten maken van de grootheid van Zijn goddelijke heerlijkheid. Dat is het unieke doel van het menselijke leven in iedere tijd. Heel de heilige, Geest-dragende  traditie van onze orthodoxe kerk is er op gericht om dit doel te verwezenlijken. Daarom onderricht zij, verklaart zij en belicht zij heel het spectrum van het geestelijk leven en de veelzijdige geestelijke strijd, waarop de gelovige ziel zich altijd dapper moet toeleggen.

Iedere Christen ontvangt door het heilige Mysterie van de doop de genade van de Heilige Geest. Wanneer iemand met heel zijn goede wil begint God lief te hebben, dan laat de genade, op onverklaarbare wijze, hem delen in de rijkdom van haar goederen. Degene die er naar verlangt om deze ervaring van de genade vast te houden, zal met veel vreugde trachten om uit zijn ziel al de vergankelijke goederen van deze wereld op zij te zetten, om de verborgen schat van het waarachtige leven te verwerven. Naarmate de ziel voortgang maakt in het geestelijk leven verschijnt het daaraan gerelateerde goddelijke geschenk van de genade, namelijk de in de diepte verborgen goedheid van de Heer, die een veilige gids wordt bij de veelzijdige strijd (vgl. H. Diadochos hfst 77).

Deze geestelijke strijd is voor iedere gelovige een voortdurende strijd en daarom is het noodzakelijk dat men iedere dag, ieder moment van de dag, een nieuw begin maakt: “De tijd is aangebroken, het begin van de geestelijke wedloop, van de overwinning over de demonen, van de gepantserde zelfbeheersing, van de luister van de engelen, van de vrijmoedigheid bij God.” (Eer-stichier van de lofpsalmen van  vergevingszondag). De heilige Veertigdagentijd is een blijvende basis van de geestelijke heropleving en  vernieuwing van de mens. Daarom wijst de hymnendichter van het Triodion ons terecht op de essentie hiervan, wanneer hij zegt dat de lichamelijke vasten door onthouding van voedsel, gevolgd moet worden door reinheid die voortkomt uit de strijd om bevrijding van de hartstochten. Wanneer dat niet zo is, kan die vasten niet resulteren in verbetering van het leven, en zal deze door God als leugenachtig veracht worden (Wo. Apost. vd Lofpsalmen Zuivelweek).

De mogelijkheid dat de mens zijn geest [nous] kan concentreren op het verkrijgen van de kennis van God, en dat hij zijn geest kan terugtrekken uit de verstrooiing die veroorzaakt is door een hartstochtelijke gerichtheid op de schepping, is een inspannend en langdurig werk. Toch is dit onontbeerlijk en bepalend voor zijn geestelijk bestaan, en heel zijn sociale leven. De weg van de deugd lijkt hard in de ogen van hen die hiermee beginnen, en overdreven en onplezierig.  In werkelijkheid is dit niet waar, maar dit lijkt zo omdat de menselijke natuur gewend is geraakt aan gemak en genoegens. Voor wie meer dan halverwege is, blijkt de weg aangenaam en gemak­kelijk. (H. Diadochos hdfst.93).

Er zijn soms mensen die het grote mysterie van de vroomheid niet kennen, en die de orthodoxe ascetische traditie als iets verwerpelijks beschouwen. Zij menen dat dit de mens berooft van de creatieve verbeelding en het eigen initiatief, en in het algemeen van het genieten van het leven en de vreugde die daaruit voortkomt. Niets is echter minder waar. Alles wat God geschapen heeft, heeft Hij zeer goed geschapen, en Hij heeft het ons geschonken opdat wij ons erover zouden verheugen en ervan zouden genieten, en opdat het een aanleiding zou zijn tot voortdurende lofprijzing van onze Weldoener. Gods geboden leiden ons en beschrijven voor ons de juiste manier om Zijn Gaven te gebruiken. Ook ons lichaam en onze verbeelding en al onze geestelijke vermogens samen met al de materiële goederen worden dan werkelijk vreugdebrengend en weldoend voor ons leven. Hier tegenover staat dat het arrogante eigenwettige gebruik van deze materiële goederen, minacht wat de Schepper voor Zijn schepselen bepaald had. Dit misbruik bevredigt slechts voor een kort moment de waanzinnige arrogantie van de mens, zijn verwachtingen komen niet uit en dit leidt tot wanhoop, stress en verdriet.

Onze Verlosser, Die waarachtig God is en waarachtig mens, Die op onkenbare wijze gekend wordt door de nederigen die Zijn ongeschapen genade ontvangen, de Heer der heerlijkheid en Heer van de geschiedenis, Die harten en nieren doorgrondt, Die door Zijn goddelijke voorzienigheid het heelal tezamen houdt, vanaf het kleinste deeltje van Zijn schepping tot aan het voor het menselijk verstand onvatbare heelal, is door alle tijden heen de Weg, de Waarheid en het Leven. Zoals de Persoon Jezus Christus, de Bron van het leven, niet vastgehouden kon worden door de dood, maar deze vermorzelde en opstond, zo is het eveneens onmogelijk een volwaardig menselijk leven te leiden, zonder deel te hebben aan het levenschenkende Lichaam van de opgestane Christus, Zijn orthodoxe Kerk en de door de Heilige Geest geïnspireerde traditie. Kortom, de Heer blijft in eeuwigheid, terwijl de bedenksels van hoogmoedige mensen leugens zijn, zoals de Heilige Diadochos nadrukkelijk zegt: “niets is armzaliger dan de geest die buiten God om filosofeert over Gods zaken” (Filokalia) .

 

Geliefde kinderen in de Heer,

Bij het aanbreken van de heilige Grote Veertigdagentijd sporen wij u allen vaderlijk aan, om zonder angst of dralen, dapper en met heel uw zielskracht, vooruitgang te maken met het belangrijkste werk van ons leven, in de renbaan van het geestelijk werk, zodat gij uw zielen en lichamen zult reinigen van iedere smet en het Koninkrijk Gods zult bereiken, dat nu reeds aangebroken is in het tegenwoordige leven, voor allen die het oprecht uit heel hun ziel zoeken.

De genade Gods en Zijn oneindige barmhartigheid zij met u allen.

Heilige Grote Vasten 2011

+ Bartholomeos, Aartsbisschop van Konstantinopel,
vurige voorspreker voor u allen bij God.