2e zondag van de vasten : De heilige Gregorius Palamas

2e zondag van de vasten

Zondag van de heilige H. Gregorios Palamas

 

 

palamas gr.1112.gif

 Gregorius Palamas

 

 

….Gij zult grotere dingen zien…. Voorwaar, voorwaar ik zeg u, gij zult de hemel open zien en de engelen Gods opstijgen en neerdalen op de Zoon des mensen….(1e zondag)

Hieraan worden wij herinnerd bij de lezing uit de Hebreeënbrief op de tweede zondag van de vasten.

……Daarom moeten wij temeer aandacht schenken aan hetgeen we gehoord hebben, opdat wij niet afdrijven…hoe zullen wijn dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een heil.

In de evangelie lezing op de tweede zondag wordt die inzet en dat verlangen verbeeld door de lamme die bij Christus gebracht wordt door het dak:

…en daar Jezus hun geloof zag, zei Hij tot de verlamde : uw zonden worden u vergeven.

Lezingen :

Hebr.1,10-2,3

  En: 
In het begin, Heer, hebt U de aarde gegrondvest, 
en de hemel is het werk van uw handen. 
Zij zullen vergaan, U echter blijft. 
Alle zullen ze verslijten als kleren, 
U zult ze opvouwen als een mantel, 
als een kledingstuk zullen zij verwisseld worden. 
U echter bent dezelfde 
en uw jaren nemen geen einde. 
Tot welke engel heeft Hij ooit gezegd: 
Ga zitten aan mijn rechterhand, 
totdat Ik uw vijanden als een voetbank voor uw voeten heb gelegd? 
Wat zijn zij anders dan dienende geesten, uitgezonden ten behoeve van hen die de redding zullen erven?
Trouw aan de boodschap

2.Daarom moeten wij des te meer aandacht schenken aan wat wij gehoord hebben, om niet uit de koers te raken. Want als het door engelen gesproken woord zo’n gezag had dat elke overtreding of ongehoorzaamheid haar rechtmatige vergelding ontving,  hoe zullen wij dan ontkomen, wanneer wij een zo grote redding verwaarlozen, die eerst verkondigd is door de Heer, en getrouw aan ons is doorgegeven door hen die Hem gehoord hebben;

 Evangelie :

Marcus,2,1-12

Toenemende tegenstand
 Toen Hij enkele dagen later weer in Kafarnaüm kwam, hoorde men dat Hij thuis was.  Er liepen zoveel mensen te hoop dat ze zelfs niet meer bij de deur konden komen, en Hij sprak hen toe. ] Ze kwamen een verlamde bij Hem brengen, door vier man gedragen.  Omdat ze de man niet bij Hem konden krijgen vanwege de menigte, haalden ze de dakbedekking weg boven zijn hoofd, en toen ze een opening gemaakt hadden, lieten ze het bed waar de verlamde op lag, zakken. Bij het zien van hun vertrouwen zei Jezus tegen de verlamde: ‘Vriend, uw zonden worden u vergeven.’  Nu zaten daar een paar schriftgeleerden die hun bedenkingen hadden:  ‘Hoe kan die man zoiets zeggen? Hij lastert God. Wie anders dan de enige God kan zonden vergeven?’ Jezus doorzag meteen dat ze deze bezwaren hadden en zei tegen hen: ‘Waarom hebt u eigenlijk bezwaren?  Wat is eenvoudiger? Tegen de verlamde zeggen: “Uw zonden worden vergeven”, of zeggen: “Sta op en pak uw bed en loop?”  Maar opdat u weet dat de Mensenzoonbevoegd is om op aarde zonden te vergeven ‘, zei Hij, nu tegen de verlamde:  ‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’  En hij stond op, pakte meteen zijn bed en ging weg voor het oog van iedereen, zodat ze allemaal verrukt waren en God verheerlijkten. ‘Zoiets hebben we nog nooit gezien’, zeiden ze.

feest van de boodschap van de Heilige Moeder Gods

FEEST VAN DE BOODSCHAP VAN DE HEILIGE MOEDER GODS

 25 maart

 Dit feest is één van de twaalf grote feesten binnen de orthodoxie

 


 

BOODSCHAP 2.jpg

Bezoek van de engel aan Maria


Hebr.2,11-18

[11] Want* Hij die heiligt en zij die geheiligd worden hebben allen één Oorsprong; daarom schrikt Hij er ook niet voor terug om hen zijn broeders te noemen, wanneer Hij zegt: [12] Ik zal uw naam verkondigen aan mijn broeders 
en uw lof zingen midden in de gemeente; 
[
13] en opnieuw: 
Ik zal mij geheel op Hem verlaten; 
en nog eens: 
Hier ben Ik met de kinderen die God Mij gegeven heeft. 
[
14] Omdat* ‘de kinderen’ mensen zijn van vlees en bloed, heeft Hij ons bestaan willen delen, om door zijn dood de vorst* van de dood, de duivel*, te onttronen, [15] en hen te bevrijden die door de vrees voor de dood* heel hun leven aan slavernij onderworpen waren. [16] Want het zijn niet de engelen van wie Hij zich het lot aantrekt, maar de nakomelingen van Abraham. [17] Vandaar dat Hij in alles aan zijn broeders gelijk moest worden, om een barmhartig en getrouw hogepriester te worden bij God en de zonden van het volk uit te boeten. [18] Omdat Hij zelf de proef van het lijden doorstaan heeft, kan Hij allen helpen die beproefd worden.

Evangelie :

Lucas 1,24-38

[24] Niet lang daarna werd zijn vrouw Elisabet zwanger. Zij hield zich vijf maanden lang verborgen. Ze zei: [25] ‘Dit heeft de Heer voor mij gedaan, toen Hij zich mijn lot aantrok en mijn smaad* onder de mensen wegnam.’

Aankondiging van de geboorte van Jezus
     [26] In* de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad in Galilea, met de naam Nazaret, [27] naar een maagd die verloofd* was met een man genaamd Jozef, die uit het huis van David stamde; haar naam was Maria. [28] De engel trad bij haar binnen en zei: ‘Verheug* u, begenadigde, de Heer is met u.’ [29] Zij raakte geheel in verwarring door wat hij zei en vroeg zich af wat deze begroeting te betekenen had. [30] Maar de engel zei: ‘Schrik niet, Maria, u hebt genade gevonden bij God. [31] U zult zwanger worden en een zoon baren, die u de naam Jezus moet geven. [32] Hij zal een groot man zijn, en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven. [33] Hij zal eeuwig koning zijn over het huis van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’ [34] ‘Maar hoe moet dat dan?’ zei Maria tegen de engel. ‘Ik heb geen omgang met een man.’ [35] De engel antwoordde haar: ‘Heilige Geest zal op u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overdekken*. Daarom zal het kind heilig genoemd worden, Zoon van God. [36] Bovendien, ook Elisabet, uw verwante, is op haar oude dag zwanger van een zoon; zij werd onvruchtbaar genoemd, maar zij is al in haar zesde maand. [37] Want voor God is niets onmogelijk.’ [38] Toen zei Maria: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’ Toen ging de engel van haar weg.

VERGEVINGSZONDAG : Laatste zondag van de voorvasten

Vergevingszondag : Laatste zondag van de voorvasten

VERGEVINGSZONDAG

 Laatste zondag van de voorvasten

 

 

uitdrijving uit het paradijs.jpg

 

Uitdrijving uit het paradijs

LEZINGEN

Romeinen : 13,11-14,4:

Waakzaam zijn
      U weet trouwens hoe laat het is, u weet dat het uu om uit de slaap te ontwaken reeds is aangebroken. Nu is onze redding dichterbij dan toen wij tot het geloof kwamen.  De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan. Laten wij ons dus ontdoen van de werken van de duisternis en ons toerusten met de wapens van het licht.  Laten wij ons behoorlijk gedragen, als op klaarlichte dag, en ons onthouden van zwelgpartijen en drinkgelagen, van ontucht en losbandigheid, van twist en nijd.  Bekleed u met de Heer Jezus Christus, en vertroetel uw lichaam niet; er mogen geen begeerten worden opgewekt.

Hoofdstuk 14
Verdraagzaam zijn
 Aanvaard ieder die zwak is in het geloof, zonder zijn opvattingen te betwisten.  De een is ervan overtuigd dat hij alles mag eten, terwijl een zwakke alleen maar plantaardig voedsel eet. Wie vlees eet, moet iemand die dat niet doet, niet minachten; en wie geen vlees eet, moet iemand die dat wel doet, niet veroordelen; God zelf heeft die ander immers als de zijne aanvaard.  Wie ben jij, dat je jezelf een oordeel aanmatigt over de knecht van een ander? Of hij staat of valt, gaat alleen zijn heer aan. Hij zal trouwens staande blijven, want zijn heer is bij machte hem staande te houden.

Evangelie :

Mattheüs 6,14-21:

 Want als jullie de mensen hun overtredingen vergeven, zal je hemelse Vader ook jullie vergeven.  Maar als jullie de mensen niet vergeven, zal je Vader jullie overtredingen ook niet vergeven.
      Wanneer je vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen, want zij vertrekken hun gezicht om met hun vasten op te vallen bij de mensen. Ik verzeker jullie, ze hebben hun loon al.  Maar als jij vast, zalf dan je hoofd en was je gezicht,  opdat het bij de mensen niet opvalt dat je vast, maar wel bij je Vader, die in het verborgene is; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonen.

Maak je geen zorgen!
      Verzamel geen schatten op aarde, waar mot of houtworm ze aantast, en waar dieven inbreken om ze te stelen.  Maar verzamel schatten in de hemel, waar mot noch houtworm ze aantasten, en waar geen dieven inbreken om ze te stelen.  Want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn. 


Na de Goddelijke Liturgie  zijn er agapen : iedereen brengt wat mee, GEEN VLEES, daarna zijn er de intredevespers  in de GROTE VASTEN

1e zondag van de voorvasten : zondag van de Tollenaaren de Farizeeër

1e zondag van de voorvasten

 Zondag van de Tollenaar en de Farizeeër

 

 

Tollenaar en Farizeeër87 (300 x 408).jpg

 

Lezingen :

2 Tim.3,10-15

De taak van Timoteüs  

[10] U echter bent mij trouw gevolgd in mijn leer, mijn manier van leven en mijn streven, in mijn geloof, geduld, liefde en volharding, [11] in de vervolgingen en in het lijden dat mij getroffen heeft in Antiochië, Ikonium en Lystra. Wat heb ik al niet moeten verduren! Maar de Heer heeft mij uit al die vervolgingen gered. [12] Trouwens, allen die in Christus Jezus vroom willen leven, zullen vervolgd worden, [13] terwijl booswichten en zwendelaars van kwaad tot erger vervallen: het zijn bedriegers die bedrogen worden. [14] Houd u dus aan de leer die u gelovig hebt aanvaard. U weet wie u onderricht hebben. [15] Van kindsbeen af kent u de heilige geschriften waaruit u de wijsheid kunt putten die u brengt tot de redding, door het geloof in Christus Jezus.

Evangelie : Lucas 18,10-14

Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden, de een was een farizeeër*, de ander een tollenaar. [11] De farizeeër ging daar staan en sprak in zijn gebed over zichzelf: “God, ik dank U dat ik niet ben zoals de andere mensen, hebzuchtig, onrechtvaardig en overspelig, of zoals die tollenaar daar! [12] Ik vast tweemaal per week en geef een tiende weg van al mijn inkomsten.” [13] De tollenaar daarentegen, die op een afstand bleef staan, durfde zelfs zijn ogen niet naar de hemel op te slaan. Hij sloeg zich vol berouw op de borst en zei: “O God, genade voor een arme zondaar!” [14] Ik verzeker jullie dat deze man gerechtvaardigd naar huis ging, en de ander niet. Want ieder die zich verheft zal vernederd worden, maar wie zich vernedert zal verheven worden.’

36e zondag na Pinksteren : Het geloof van de Kananese

36e zondag na Pinksteren

“Het geloof van de Kananese”

 

 

Kananese vrouw2.jpg

 

LEZINGEN :

 

2 Kor.6,16-7,1:

Is er enig verband tussen de tempel van God en de afgoden? Wij zijn de tempel van de levende God. God heeft zelf gezegd: Ik zal onder hen wonen en met hen omgaan. Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. Daarom, ga weg uit hun midden en houd u ver van hen, zegt de Heer, en raak niets aan wat onrein is. Dan zal Ik u genadig aannemen.  Ik zal voor u een vader zijn en u zult voor mij zonen en dochters zijn, zegt de Heer, de Albeheerser.

Zulke beloften zijn ons gedaan, geliefden; laten wij ons dus zuiveren van elke smet naar lichaam en geest, en vol ontzag voor God onze heiliging voltooien

 

EVANGELIE : Matth.15,21-28

Jezus en een Kananese vrouw
      Jezus ging daar weg en nam de wijk naar het gebied van Tyrus en Sidon.  En kijk, een Kananese vrouw uit die streek kwam naar buiten en riep: ‘Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David. Mijn dochter is vreselijk bezeten.’  Maar Hij gaf haar niet eens antwoord. Zijn leerlingen kwamen naar Hem toe en vroegen Hem: ‘Stuur haar weg, want ze roept ons achterna.’  Hij antwoordde: ‘Ik ben alleen gestuurd naar de verloren schapen van het huis van Israël.’  Maar zij kwam naar Hem toe en knielde voor Hem neer en zei: ‘Heer, help me.’  Hij gaf haar ten antwoord: ‘Het is niet goed het brood van de kinderen te nemen en het aan de hondjes te geven.’  Maar zij zei: ‘Juist, Heer, want wat de hondjes eten, zijn de kruimels die van de tafel van hun baas vallen.’  Toen gaf Jezus haar ten antwoord: ‘Vrouw, groot is uw vertrouwen. Moge het u vergaan zoals u wenst.’ En haar dochter was vanaf dat moment genezen

34e zondag na Pinksteren : de goede Meester

34e zondag na Pinksteren

“De goede Meester”

 

 

GoedeHerder1.jpg

 

Lezingen :

 

Kol.3,12-16

 

Bekleed u, als Gods heilige en geliefde uitverkorenen, met tedere ontferming, goedheid, nederigheid, zachtheid en geduld. Verdraag elkaar en vergeef elkaar als de een tegen de ander een grief heeft. Zoals de Heer u vergeven heeft, zo moet ook u vergeven. Voeg bij dit alles de liefde, die de band van de volmaaktheid is. En laat de vrede van Christus heersen in uw hart; daartoe bent u immers geroepen, als ledematen van één lichaam. En wees dankbaar. Laat het woord van Christus in volle rijkdom onder u wonen. Leer en vermaan elkaar met alle wijsheid. Zing voor God met een dankbaar hart psalmen, hymnen en geestelijke liederen.

Evangelie :

Lucas 18,18-27 :

Gesprek met een rijke
Een aanzienlijk man stelde Hem deze vraag: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwig leven?’ Jezus zei tegen hem: ‘Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed, alleen God. De geboden kent u: geen echtbreuk plegen, niet doden, niet stelen, niet vals getuigen, en uw vader en uw moeder eren.’ ‘Aan dat alles heb ik mij van jongs af gehouden’, zei de man. ‘Dan rest u nog één ding’, zei Jezus tegen hem. ‘Verkoop alles wat u hebt, deel het uit aan de armen, en u hebt een schat in de hemel. Kom dan terug om Mij te volgen.’ Toen hij dit hoorde werd hij diep bedroefd, want hij was buitengewoon rijk. Toen Jezus zag dat hij diep bedroefd werd, zei Hij: ‘Wat is het voor mensen met geld toch moeilijk om het koninkrijk van God binnen te komen. Een kameel komt gemakkelijker door het oog van een naald dan een rijke in het koninkrijk van God.’ ‘Wie kan er dan nog gered worden?’ vroegen de toehoorders. Hij zei: ‘Wat menselijk gezien onmogelijk is, is mogelijk dankzij God.’

Ikonenschilder

 

Ikonenschilder

 

De bijzondere betekenis van de ikoon voor de orthodoxe gelovigenmaakt dat de vervaardiging van ikonen gebonden is aan traditionele regels. Van groot belang is de authenticiteit van de ikoon.De schilders schilderden naar oude voorbeelden. Zij bleven trouw aan het prototype,maar waren vrij in de stijl en artistieke weergave. Er zijn ook voorbeeldboeken,Hermeneia (Grieks)ofPodlinnik (Russisch), overgeleverd. In het oudst bekende boek (uit de15e eeuw) zijn voortekeningen van heiligen en taferelen opgenomen. In de bekende Hermeneia van Dionysios van Fourna uit ongeveer 1730 staan instructies beschreven over de techniek, de kleuren, de ikonografie en inscripties op de ikonen.Deze Hermeneia is het schildersboek van de monnikengemeenschap op de berg Athos.

Ikonenschilders waren vaak monniken,maar vooral in latere eeuwen werden ikonen ook door leken geschilderd.De ikonenschilder was zich sterk bewust van de tradities van het schilderen en was in principe niet vrij om uitdrukking te geven aan zijn eigen verbeeldingswereld, zoals kunstenaars in het Westen na de renaissance.De waarachtigheid en authenticiteit van de ikonen zijn belangrijker dan de verbeeldingswereld van de kunstenaar.Door bepaalde gebeden en door vasten geraakte de schilder in de juiste stemming om een ikoon te kunnen schilderen. Zijn penseelstreken reflecteren zijn levensstijl. Een ikoon schilderen was voor hem een spiritueel avontuur.De ikonenschilder was niet geïnteresseerd in de werkelijkheid.Hij wilde een beeld weergeven van een onzichtbare en spirituele wereld.Een wereld waarvan de aardse wereld slechts een reflectie is. Een wereld waarin de wetten van logica en perspectief niet gelden.De schilder beschouwde zichzelf als een mediumt ussen hemel en aarde.Hij was slechts de hand die schilderde; wie hij zelf was,was niet belangrijk.Daarom zijn ikonen bijna nooit gesigneerd.Door de overlevering zijn natuurlijk wel namen van ikonenschilders bekend geworden,maar de geschiedenis van de ikonen blijft toch veel meer de geschiedenis van het beeld zelf en niet die van de kunstenaar.

Uit : De rijkdom van ikonen door Ingrid Zoetmulder

Wenst U een mooie oude icoon te kopen ?

Daarvoor kan je terecht bij Zoetmulder ikonen

Beethovenstraat,107a – 1077 HX Amsterdam

Email : Zoetmulder@russicon.net

Website : http://www.zoetmulderikonen.nl

 

31e zondag na Pinksteren : heilige Hilarion van Poitiers

32e zondag na Pinksteren

Heilige Hilarion van Poitiers

Hilarion van Poitiers (150 x 170).jpg

 

LEZINGEN

Ef.4.7-13 /Hbr.7.26-8.2

Maar aan ieder van ons afzonderlijk is de genade* verleend naar de maat van Christus’ gave. [8] Daarom staat er: Door naar den hoge op te stijgen heeft Hij gevangenen meegevoerd en gaven uitgedeeld aan de mensen. [9] Hij is opgestegen: wat betekent dit anders dan dat Hij eerst in de diepte is afgedaald tot op de aarde? [10] Hij* die is neergedaald, is dezelfde die ook is opgestegen, hoog boven alle hemelen, om alles te vervullen.
[11] Hij ook heeft gaven uitgedeeld. Sommigen maakte Hij apostel, anderen profeet, anderen evangelist, weer anderen herder en leraar, [12] om de heiligen toe te rusten voor het werk van de bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus, [13] totdat wij allen tezamen komen tot de eenheid in het geloof en de kennis van Gods Zoon, tot de volmaakte* man, tot de gehele* omvang van de volkomenheid van Christus. [

Hebr.7.26-82

[26] Zo’n hogepriester hadden wij ook nodig: een die heilig is, schuldeloos, onbesmet, afgescheiden* van de zondaars, en hoog verheven boven de hemelen; [27] Hij hoeft ook niet, zoals de hogepriesters, elke dag opnieuw eerst voor zijn eigen zonden offers op te dragen en daarna voor die van het volk, want dit heeft Hij eens en voorgoed gedaan, toen Hij zichzelf offerde. [28] De wet stelt als hogepriester mensen aan, die met zwakheid behept zijn; maar de eed, die uitgesproken is na de wetgeving, wijst de Zoon aan, die volmaakt is in eeuwigheid.
Hoofdstuk 8

De eredienst van het eerste verbond
[1] De* kern van ons betoog is dat wij zo’n hogepriester hebben. Gezeten aan de rechterkant van de troon van de majesteit in de hemel, [2] bedient Hij het heiligdom, de waarachtige tent, die de Heer zelf heeft opgericht, en niet een mens.

Evangelie : Matth.12-17/Joh.10,9-16 :

Begin van Jezus’ verkondiging in Galilea
[12] Toen Hij hoorde dat Johannes overgeleverd was, nam Hij de wijk naar Galilea. [13] Met voorbijgaan van Nazaret vestigde Hij zich in Kafarnaüm* bij het meer, in het gebied van Zebulon en Naftali, [14] opdat vervuld zou worden wat bij monde van de profeet Jesaja gezegd is: [15] Land van Zebulon en land van Naftali,
aan de weg naar zee,
aan de overkant van de Jordaan,
Galilea van de heidenen!
[16] Het volk dat in duisternis zit
heeft een groot licht gezien,
en over hen die in het land
en in de schaduw van de dood zitten,
over hen is een licht opgegaan.

[17] Vanaf toen begon Jezus te verkondigen. Hij zei: ‘Bekeer u, want het koninkrijk der hemelen* is ophanden.’

[9] Ik ben de deur; wie door Mij binnenkomt zal gered* worden: die kan vrij in* en uit gaan en zal weidegrond vinden. [10] Een dief komt alleen maar om te roven en te slachten, en om verloren te laten gaan; Ik ben gekomen opdat ze leven mogen bezitten, en wel in overvloed.
[11] Ik ben de goede* herder. Een goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen. [12] Maar een huurling, geen echte herder dus, als die een wolf ziet komen, laat hij de schapen in de steek en gaat ervandoor – het zijn zijn eigen schapen niet! – en de wolf overvalt ze en drijft ze uiteen. [13] Hij is immers een huurling en bekommert zich niet om de schapen. [14] Ik ben de goede herder: Ik ken* mijn schapen en mijn schapen kennen Mij, [15] zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader ken; Ik geef dan ook mijn leven voor mijn schapen. [16] Ik heb nog* andere schapen dan die uit deze hof. Ook voor hen moet Ik een herder zijn: ze zullen luisteren naar mijn stem. Zo wordt het: één kudde met één herder.

30e zondag na Pinksteren:Gedachtenis van de heilige Jozef, bruid van Maria

30e zondag na Pinksteren

Gedachtenis van de heilige Jozef, bruid van Maria

 

 

Jozef H. loki.jpg

De heilige Jozef

 

LEZINGEN

Galaten 1,11-19

Ik* verzeker u, broeders en zusters, het evangelie* dat door mij is verkondigd, is niet door mensen* uitgedacht. [12] Want ook ik heb het niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door een openbaring* van Jezus Christus.
Voorvallen uit Paulus’ leven
[13] U hebt toch gehoord hoe ik vroeger als Jood geleefd heb: hoe ik de kerk van God fel vervolgde en haar trachtte uit te roeien; [14] en hoever ik het gebracht heb in de Joodse godsdienst, vele leeftijdgenoten onder mijn volk overtreffend in mijn grenzeloze ijver voor de overleveringen* van mijn voorouders. [15] Maar* toen God, die mij had uitgekozen, nog in mijn moeders schoot, en die mij heeft geroepen door zijn genade, [16] besloot zijn Zoon aan mij te openbaren om Hem onder de heidenvolken* te verkondigen, toen ben ik aanstonds, zonder een mens te raadplegen, [17] zonder naar Jeruzalem te gaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik, vertrokken naar Arabië* en vandaar naar Damascus teruggekeerd.
[18] Pas drie* jaar later ben ik naar Jeruzalem gegaan om met Kefas* kennis te maken, en ik ben veertien dagen bij hem gebleven. [19] Van de andere apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus*, de broer van de Heer.

Evangelie

Matth.2,13-23

Toen ze de wijk genomen hadden, verscheen aan Jozef in een droom een engel van de Heer, die zei: ‘Sta op, neem het kind en zijn moeder mee en vlucht naar Egypte, en blijf daar tot ik u waarschuw. Want Herodes staat het kind naar het leven.’
[14] Hij stond op en nam nog die nacht met het kind en zijn moeder de wijk naar Egypte,
[15] en bleef daar tot de dood van Herodes, opdat vervuld zou worden wat door de Heer bij monde van de profeet gezegd is:
Uit Egypte heb Ik mijn Zoon geroepen.
[16] Toen Herodes zag dat hij door de magiërs misleid was, werd hij woedend. Hij liet in Betlehem en heel de omgeving alle jongetjes van twee jaar en jonger ombrengen, overeenkomstig de tijd die hij van de magiërs had gehoord. [17] Toen werd vervuld wat bij monde van de profeet Jeremia gezegd is: [18] In Rama werd een stem gehoord,
een hevig gejammer en geklaag.
Rachel jammert om haar kinderen,
en ze wil niet getroost worden,
want ze zijn er niet meer.
[19] Toen Herodes gestorven was, verscheen in een droom aan Jozef in Egypte een engel van de Heer, die zei:
[20] ‘Sta op, ga met het kind en zijn moeder naar het land Israël, want zij die het kind naar het leven stonden, zijn dood.’
[21] Hij stond op, nam het kind en zijn moeder mee en ging naar het land Israël.
[22] Toen hij hoorde dat Archelaüs zijn vader Herodes was opgevolgd als koning van Judea, was hij bang om daarheen te gaan. In een droom gewaarschuwd, week hij uit naar het gebied van Galilea,
[23] en vestigde zich in de stad Nazaret, opdat vervuld zou worden wat bij monde van de profeten gezegd is:

[23] Hij zal Nazoreeër* genoemd worden

26e zondag na Pinksteren – 40e verjaardag van de parochie

26e zondag na Pinksteren

De rijke dwaas

Feestmetten en pontificale Liturgie ter gelegenheid van de 40e verjaardag van de parochie van de heilige Apostel Andreas de eerstgeroepene

 

rijke dwaas.jpg

De rijke dwaas

 

LEZINGEN

Ef.5,9-19

[9] want de vrucht van het licht kan alleen maar zijn: goedheid, gerechtigheid, waarheid.
[10] Probeer te ontdekken wat de Heer welgevallig is.
[11] Neem geen deel aan de onvruchtbare praktijken van de duisternis, stel ze liever aan de kaak.
[12] Want wat deze mensen in het geheim uitvoeren, is zo schandelijk dat men er maar beter niet over kan spreken.
[13] Alles wat door het licht aan de kaak wordt gesteld, wordt openbaar.
[14] En alles wat openbaar wordt, is licht. Daarom wordt gezegd:

   

Ontwaak,* slaper,
sta op uit de doden,
en Christus zal over u stralen.

[15] Let dus nauwkeurig op, hoe u zich gedraagt: niet als dwazen maar als verstandige mensen. [16] Benut de gunstige gelegenheid, want de tijden zijn slecht. [17] Daarom, wees niet onverstandig, maar probeer te begrijpen wat de Heer wil. [18] Drink niet te veel wijn, wat tot losbandigheid leidt, maar laat u bezielen door de Geest. [19] Spreek elkaar toe in psalmen, hymnen en liederen, ingegeven door de Geest. Zing en speel van ganser harte voor de Heer

Evangelie: Lucas,19-21 :

[16] Hij vertelde hun een gelijkenis: ‘Er was eens een rijke, wiens land veel had opgebracht. [17] Hij dacht* bij zichzelf: “Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte om mijn oogst op te slaan.” [18] “Dit ga ik doen,” dacht hij, “ik breek mijn schuren af en ga grotere bouwen; dan kan ik daar al het graan en mijn andere goederen in opslaan, [19] en tegen mezelf zeggen: Je hebt daar nu heel wat liggen, jongen, je kunt jaren vooruit. Rust nu maar eens uit, eet, drink en neem het ervan.” [20] Maar God* zei tegen hem: “Jij dwaas, nog deze nacht wordt je leven opgeëist, en voor wie zijn dan al die voorraden die je hebt aangelegd?” [21] Zo vergaat het iemand die rijke schatten verzamelt voor zichzelf en niet voor God.’

25e zondag na Pinksteren : de Barmhartige Samaritaan

25e zondag na Pinksteren

“De barmhartige Samaritaan”

 

 

 

Barmhartige Samaritaan11.jpg

 

LEZINGEN

Ef.4,1-6

Eenheid in verscheidenheid
Ik, de gevangene in de Heer, vraag u dus met aandrang om een leven te leiden dat beantwoordt aan de roeping die u van God ontvangen hebt, en altijd nederig te zijn, zachtmoedig en geduldig, en elkaar liefdevol te verdragen, vol ijver om de eenheid van de Geest te behouden door de band van de vrede: één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop, waarvoor Gods roeping borg staat. Eén Heer, één geloof, één doop. Eén God en Vader van allen, die is boven allen, met allen en in allen.

Evangelie

Lucas 10,25-37

Lees verder “25e zondag na Pinksteren : de Barmhartige Samaritaan”