4e zondag na Pinksteren : Van de hoofdman van Kafarnaüm

Vandaag .en volgende week : geen kerkdiensten in de Orthodoxe kerk in Gent omwille van het verlof.

 

Wel is er op zondag 21 juli, ma, woe, vrijd.en zondag 28 juli om 15.45 u. een rondleiding in de Kerk van Gent. Sophie van Akenstraat te Gent. (oud st.Elisabethbegijnhof – nabij het Rabot) naar aanleiding van de Gentse feesten. Gratis.

 

4e zondag na Pinksteren

Van de hoofdman van Kafarnaüm

 

 

hoofdman van kafarnaum7.jpg

De hoofdman van Kafarnaüm

 

Lezingen :

Romeinen,6,18-23

  U bent bevrijd van de zonde en dienaren geworden van de gerechtigheid.  – Sprekend tot zwakke mensen, druk ik mij erg menselijk uit. – Zoals u eertijds uw ledematen in dienst hebt gesteld van onreinheid en steeds grotere bandeloosheid, zo moet u ze nu in dienst stellen van de gerechtigheid, tot uw heiliging.       Toen u slaaf was van de zonde, was u vrij ten opzichte van de gerechtigheid.  Welke vruchten hebben uw daden toen opgeleverd? Alleen dingen waarover u zich nu schaamt, want ze liepen uit op de dood.  Maar nu, bevrijd van de zonde en dienstknecht geworden van God, oogst u heiligheid en tenslotte eeuwig leven.  Want het loon van de zonde is de dood, maar de gave van God is het eeuwig leven in Christus Jezus onze Heer.

Evangelielezing : Matth.8,5-13

Genezingen in Kafarnaüm       Toen Hij in Kafarnaüm was gekomen, kwam een centurio naar Hem toe die Hem te hulp riep. Hij zei: ‘Heer, mijn kind ligt verlamd thuis, met vreselijk veel pijn.’  Hij zei hem: ‘Ik zal het komen genezen.’  De centurio antwoordde daarop: ‘Heer, ik ben niet waard dat U onder mijn dak komt, maar spreek een woord en mijn kind zal beter worden.  Want ik ben iemand die onder bevel staat en soldaten onder zich heeft. Tegen de een zeg ik: “Ga!” en hij gaat, en tegen de ander: “Kom!” en hij komt, en tegen mijn slaaf: “Doe dit!” en hij doet het.’  Toen Jezus dit hoorde, was Hij verbaasd, en Hij zei tegen degenen die Hem volgden: ‘Ik verzeker u, bij niemand in Israël heb Ik zo’n groot vertrouwen aangetroffen.  Ik zeg u dat velen uit oost en west zullen komen en aan tafel zullen gaan met Abraham, Isaak en Jakob in het koninkrijk der hemelen.  Maar de kinderen van het koninkrijk zullen in de uiterste duisternis geworpen worden. Het zal daar een gejammer zijn en een tandengeknars.’  Jezus zei tegen de centurio: ‘Ga maar naar huis; het moge u gaan overeenkomstig uw vertrouwen.’ En op datzelfde uur werd zijn kind beter.

3e zondag na Pinksteren : de leliën op het veld

 3e zondag na Pinksteren

“Over de leliën in het veld”

 

 

Zie de leliën op het veld

 

Zie de leliën op het veld
Zie, hoe schoon zij bloeien 
Wie doet haar, van zorgen vrij 
Daar zo heerlijk groeien? 
Wie gaf haar die stille pracht? 
Wie dat kleed zo rein en zacht 
Zonder zijns gelijke, zonder zijns gelijke?

God, de heer, riep u uit d’aard
Doet zo blij u tieren 
Hij gaf u dat schone kleed 
Dat gij d’aard zoudt sieren 
Dat gij ons bij zorg en smart 
Met een stil gelovig hart 
Leert op hem vertrouwen, leert op hem vertrouwen

O, verblijd u dan mijn hart 
Werp op Hem uw zorgen 
Die na droeve winternacht 
Roept de lentemorgen 
O, vertrouw in lief en leed 
Die de bloemen niet vergeet 
Is ook mij een vader, is ook mij een vader

F. Silcher

 

Eerste lezing

Romeinen 5,1-10

Leven in vrede met God [1] Gerechtvaardigd door het geloof leven* wij in vrede met God door Jezus Christus onze Heer. [2] Hij is het die ons door het geloof* de toegang* heeft ontsloten tot die genade waarin wij staan; door Hem ook mogen wij ons beroemen*op onze hoop op de heerlijkheid* van God. [3] Meer nog, wij zijn zelfs trots op onze beproevingen, in het besef dat verdrukking leidt tot volharding, [4] volharding tot beproefde deugd en die weer tot hoop. [5] En de hoop wordt niet teleurgesteld, want Gods liefde is in ons hart uitgestort door de heilige Geest die ons werd geschonken.      [6] Want Christus is voor goddelozen gestorven op de gestelde* tijd, toen wij zelf nog geheel hulpeloos waren. [7] Je zult je leven niet snel geven voor een rechtvaardige, al zou misschien iemand de moed hebben te sterven voor een goed mens. [8] God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor dat Christus voor ons is gestorven toen wij nog zondaars waren. [9] Des te zekerder is het dat wij, eenmaal gerechtvaardigd door zijn bloed, dankzij Hem gered worden van de toorn*. [10] Toen wij vijanden waren, zijn wij met God verzoend door de dood van zijn Zoon; des te zekerder is het dat wij, eenmaal verzoend, gered worden door zijn leven.

Evangelielezing

Mattheüs 6,22-33

22] De lamp van het lichaam is het oog. Dus als je oog helder is, zal heel je lichaam verlicht zijn. [23] Maar als je oog slecht is, zal heel je lichaam duister zijn. Als nu binnenin je het licht duisternis is, hoe erg zal dan de duisternis zijn! [24] Niemand kan twee heren dienen. Want hij zal de een verfoeien en van de ander houden, of zich hechten aan de eerste en de ander verachten. Je kunt God en de geldduivel*niet tegelijk dienen. [25] Daarom zeg Ik jullie: maak je niet bezorgd over wat je zult eten of drinken om in leven te blijven, en ook niet over de kleding voor je lichaam. Is het leven niet meer dan het eten, en het lichaam niet meer dan de kleding? [26] Kijk naar de vogels van de hemel: ze zaaien niet en maaien niet en oogsten niet, je hemelse Vader voedt ze. Zijn jullie niet meer waard dan vogels? [27] Wie van jullie kan met al zijn zorgen een el toevoegen aan zijn leven? [28] En wat maak je je bezorgd over je kleren? Leer van de lelies op het veld hoe ze groeien. Ze werken niet, ze spinnen niet. [29] Maar Ik zeg jullie: zelfs Salomo met al zijn pracht en praal ging niet gekleed als een van hen. [30] Als God nu het gras op het veld, dat er vandaag staat en morgen in de oven wordt gegooid, zo kleedt, hoeveel te meer kleedt Hij dan jullie, kleingelovigen? [31] Vraag je dus niet bezorgd af: Wat zullen we eten? Wat zullen we drinken? Wat zullen we aantrekken? [32] Want naar dat alles zijn de heidenen op zoek. Jullie hemelse Vader weet wel dat je dat allemaal nodig hebt. [33] Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan krijg je dat alles erbij

Pinksteren

 

PINKSTEREN

 

 

 

 

Pinksteren 2587.jpg

Pinksteren

 

LEZINGEN :

Eerste lezing : Handelingen 2,1-11

Pinksteren [1] Toen de dag* van Pinksteren aanbrak, waren zij allen op één plaats bijeen. [2] Plotseling kwam er uit de hemel een geraas alsof er een hevige wind opstak, en het vulde heel het huis* waar zij waren. [3] Er verschenen hun vurige tongen*, die zich verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten. [4] Zij raakten allen vol van heilige Geest en begonnen te spreken* in vreemde talen, zoals de Geest hun ingaf.      [5] Nu woonden er in Jeruzalem vrome Joden, afkomstig uit ieder volk onder de hemel. [6] Toen dat geluid opkwam, liep de menigte te hoop en raakte in verwarring, omdat iedereen hen in zijn eigen taal hoorde spreken. [7] Ze stonden versteld en vroegen zich verwonderd af: ‘Maar dat zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken! [8] Hoe is het dan mogelijk dat ieder van ons de taal* van zijn geboortestreek hoort? [9] Parten* en Meden en Elamieten, en bewoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, Pontus en Asia, [10] Frygië en Pamfylië, Egypte en het Libische gebied bij Cyrene, en hier woonachtige Romeinen, [11] Joden en proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken over de grote daden van God.’

EVANGELIE

Johannes 7,37-5. 8,12.

Stromen levend water      [37] Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus daar en riep: ‘Heeft* iemand dorst, laat hij dan naar Mij toe komen, en laat drinken [38] wie in Mij gelooft! Zoals de Schrift zegt: Uit zijn binnenste zullen stromen levend water vloeien.’ [39] Hiermee doelde Hij op de Geest die men zou ontvangen als men tot geloof in Hem kwam. Toen was de Geest er namelijk nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt* was.
Verdeeldheid onder de toehoorders      [40] Onder het volk waren er die bij het horen van deze woorden zeiden: ‘Dit is werkelijk de profeet*.’ [41] Sommigen beweerden: ‘Hij is de Messias.’ Maar er waren er ook die zeiden: ‘De Messias komt toch niet uit Galilea*? [42] Zegt de Schrift niet dat de Messias uit het geslacht van David komt en uit Betlehem, de woonplaats van David?’ [43] Zo ontstond er verdeeldheid over Hem onder het volk. [44] Er waren er die Hem wilden grijpen, maar niemand sloeg werkelijk toe.
Ongeloof van de autoriteiten      [45] Toen de gerechtsdienaren bij de hogepriesters en farizeeën terugkwamen, vroegen dezen: ‘Waarom hebben jullie Hem niet meegebracht?’ [46] De dienaars zeiden: ‘Nog nooit heeft een mens zo gesproken!’ [47] Waarop de farizeeën antwoordden: ‘Hebben jullie je ook al laten misleiden? [48] Heeft een van de leiders Hem geloof geschonken? Of iemand van de farizeeën? [49] Maar dat volk, dat de wet* niet kent, vervloekt zijn ze!’ [50] Nikodemus, de man die indertijd naar Jezus toe was gekomen, iemand uit hun eigen kring, merkte op: [51] ‘Sinds wanneer staat de wet ons toe iemand te veroordelen zonder hem eerst te horen en ons over zijn daden een oordeel te vormen?’ [52] Maar hij kreeg als antwoord: ‘Bent u soms ook een Galileeër? Zoek het maar na en u zult zien: uit Galilea komen geen profeten*!’

 [12] Weer richtte Jezus zich tot* hen: ‘Ik* ben het licht* van de wereld. Wie Mij volgt*, gaat zijn weg niet in de duisternis, maar zal het ware levenslicht bezitten.

Ignace Peckstadt : een vanster op de orthodoxe Kerk (boek)

EEN VENSTER OP DE ORTHODOXE KERK (boek)

 

BRUSSEL (KerkNet/KERK & leven) – Na een lange persoonlijke zoektocht ging de Gentse advocaat Ignace Peckstadt veertig jaar geleden over naar de orthodoxe Kerk. In 1975 werd hij tot priester gewijd en aangesteld tot rector van de orthodoxe parochie in Gent. Samen met zijn familie – een zoon is hulpbisschop, een andere zoon en schoonzoon zijn priester – is hij een van de steunpilaren van de orthodoxie in ons land.

In 2005 publiceerde Peckstadt een inleiding in het orthodoxe geloof en kerkelijke leven voor een groot publiek. Een van de opmerkelijkste passages was wellicht die waarin hij de geschiedenis van de evangelisatie en de vroege Kerk in onze streken tot vóór 1054, het jaar van de scheiding tussen de Kerken van Constantinopel en Rome, als onderdeel van de orthodoxie beschouwde. ‘Onze’ oude heiligen zijn dus ook hun’ heiligen.

In deze herziene uitgave een hoofdstuk van de hand van bisschop Athenagoras Peckstadt met het verhaal van de orthodoxe gemeenschappen in de Lage Landen. Al woonden hier al eeuwen Grieken en Russen, pas in de eerste helft van de negentiende eeuw kwam er een eerste orthodoxe gebedsruimte. Dat was ten behoeve van Anna Pavlovna, de Russische echtgenote van de Nederlandse vorst Willem II, die toen resideerde in het paleis in Brussel.

De eerste parochie kwam er in 1900 in Antwerpen voor Griekse handelaars en zeelui. Na 1945 migreerden nieuwe groepen gelovigen uit Oost-Europa en groeide de behoefte aan een Nederlandstalige orthodoxe liturgie. In 1985 werd de orthodoxie een door de Belgische staat erkende eredienst en werd het oecumenische patriarchaat van Constantinopel als representatief orgaan aangesteld. Momenteel telt België ruim vijftig orthodoxe parochies, waarvan tien autochtone. (eds)

Ignace Peckstadt, Een open venster op de orthodoxe Kerk, Averbode, Averbode, 2013, 312 blz., 23,50 euro.

4e zondag van de vasten : Johannes Climax

4e zondag in de vasten

Zondag van de heilige Johannes Climax

 

 

john_author_of_the_ladder 30 maart.jpg

Johanes Climax

 

Apostellezing : Hebr.4,13-20

Geen schepsel is voor Hem verborgen, alles ligt open en bloot voor de ogen van Hem aan wie wij rekenschap hebben af te leggen.

Jezus, onze hogepriester
     Nu wij een verheven hogepriester* hebben, een die de hemelse sferen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, moeten wij vasthouden aan onze belijdenis. Want wij hebben een hogepriester die in staat is om mee te voelen met onze zwakheden; Hij werd zelf op allerlei manieren op de proef gesteld, precies zoals wij, afgezien dan van de zonde. Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om barmhartigheid en genade te vinden en zo hulp te krijgen op de juiste tijd.

Evangelielezing : Marcus 9,17-31

Iemand uit de menigte gaf Hem ten antwoord: ‘Meester, ik heb mijn zoon naar U meegenomen, omdat hij in de greep is van een stomme geest. Wanneer hij hem aangrijpt, knijpt hij hem de keel dicht, en dan staat het schuim hem op de mond, knarst hij met de tanden en wordt hij helemaal stijf. Ik vroeg uw leerlingen hem uit te drijven, maar ze waren er niet toe in staat.’ Hij antwoordde hun: ‘Ongelovig slag mensen! Hoelang moet Ik nog bij jullie blijven? Hoelang moet Ik jullie nog verdragen? Breng hem bij Me.’ En ze brachten hem naar Hem toe. Zodra de geest Hem zag, liet hij hem stuiptrekken. Hij viel op de grond en rolde heen en weer met het schuim op zijn mond. Jezus vroeg zijn vader: ‘Hoe lang heeft hij dat al?’ Hij zei: ‘Van kindsbeen af. Hij heeft hem ook al vaak in het vuur en in het water gegooid om hem te doden. Maar als U enigszins kunt, wees met ons begaan, kom ons te hulp.’ Jezus zei tegen hem: ‘Of Ik dat zou kunnen? Alles kan voor wie vertrouwen heeft.’ Meteen riep de vader van de jongen uit: ‘Ik heb vertrouwen. Kom mijn gebrekkig vertrouwen te hulp.’ Toen Jezus zag dat de menigte toestroomde, bestrafte hij de onreine geest met de woorden: ‘Stomme en dove geest, Ik beveel je, ga uit hem weg en kom niet meer in hem terug.’ Onder gekrijs en veel stuiptrekkingen ging hij weg. Hij bleef achter als een lijk, zodat velen zeiden: ‘Hij is dood.’ Maar Jezus nam hem bij de hand en liet hem opstaan, en hij stond op.
     Thuisgekomen, alleen met zijn leerlingen, vroegen dezen Hem: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’ Hij zei tegen hen: ‘Dit soort kun je niet anders uitdrijven dan met gebed.’

Onderricht aan de leerlingen
     Ze gingen daar weg en trokken door Galilea. Hij wilde niet dat iemand het te weten kwam, want Hij was bezig met onderricht aan zijn leerlingen. Hij zei tegen hen: ‘De Mensenzoon wordt uitgeleverd en valt in de handen van mensen. Ze zullen Hem doden, en drie dagen na zijn dood zal Hij opstaan.


Johannes climacos.jpg