37e zondag na Pinkstsren : de cananese vrouw

37e zondag na Pinksteren 

De kananese vrouw

 

cananese vrouw.jpg

 

 

LEZINGEN :

 

1 Timoteüs, 4,9-15

 

[9] Dit* woord is betrouwbaar en verdient volledige instemming! [10] Dit* is het doel van al ons zwoegen en strijden, want wij hebben onze hoop gesteld op de levende God, die een redder is voor alle mensen, in het bijzonder voor de gelovigen. [11] Dit moet u hun bijbrengen en hierin moet u hen onderrichten. [12] Niemand* mag u verachten om uw jeugd, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen door woord en gedrag, in liefde, in geloof en in zuiverheid. [13] In afwachting van mijn komst moet u zich wijden aan de voorlezing* van de Schrift, de vermaning* en het onderricht. [14] Verwaarloos* niet de genadegave* die in u is en die u krachtens een profetenwoord* werd geschonken, onder handoplegging* van de gezamenlijke oudsten. [15] Neem dit alles ter harte, ga er geheel in op, dan zullen uw vorderingen voor allen zichtbaar zijn.

Evangelie :

Matth.15,21-28

Jezus en een Kananese vrouw
Jezus ging daar weg en nam de wijk naar het gebied van Tyrus en Sidon. En kijk, een Kananese vrouw uit die streek kwam naar buiten en riep: ‘Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David. Mijn dochter is vreselijk bezeten.’ Maar Hij gaf haar niet eens antwoord. Zijn leerlingen kwamen naar Hem toe en vroegen Hem: ‘Stuur haar weg, want ze roept ons achterna.’ Hij antwoordde: ‘Ik ben alleen gestuurd naar de verloren schapen van het huis van Israël.’ Maar zij kwam naar Hem toe en knielde voor Hem neer en zei: ‘Heer, help me.’ Hij gaf haar ten antwoord: ‘Het is niet goed het brood van de kinderen te nemen en het aan de hondjes te geven.’ Maar zij zei: ‘Juist, Heer, want wat de hondjes eten, zijn de kruimels die van de tafel van hun baas vallen.’ Toen gaf Jezus haar ten antwoord: ‘Vrouw, groot is uw vertrouwen. Moge het u vergaan zoals u wenst.’ En haar dochter was vanaf dat moment genezen.

34e zondag na Pinksteren

34e zondag na Pinksteren

 

“De blinde van Jericho”

 

blindgeborene ethiopisch.jpg

Blinde van Jericho (ethiopisch)

 

 

Lezingen

Kolossenzen 3,12-16

 

 [12] Bekleed u, als Gods heilige en geliefde uitverkorenen, met tedere ontferming, goedheid, nederigheid, zachtheid en geduld. [13] Verdraag elkaar en vergeef elkaar als de een tegen de ander een grief heeft. Zoals de Heer u vergeven heeft, zo moet ook u vergeven. [14] Voeg bij dit alles de liefde, die de band van de volmaaktheid is. [15] En laat de vrede van Christus heersen in uw hart; daartoe bent u immers geroepen, als ledematen van één lichaam. En wees dankbaar. [16] Laat het woord van Christus in volle rijkdom onder u wonen. Leer en vermaan elkaar met alle wijsheid. Zing voor God met een dankbaar hart psalmen, hymnen en geestelijke liederen.

 Evangelie :

Lucas 18,35-43

Genezing van een blinde bij Jericho
    
 [35] Toen Hij in de buurt van Jericho kwam, zat er een blinde langs de weg te bedelen. [36] Die hoorde veel mensen voorbijkomen en vroeg wat er aan de hand was. [37] ‘Jezus de Nazoreeër* komt hierlangs’, vertelden ze hem. [38]Toen riep hij: ‘Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!’ [39] Degenen die voorop liepen snauwden hem toe dat hij zijn mond moest houden. Maar hij schreeuwde des te harder: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’ [40] Jezus bleef staan en gaf opdracht om de man bij Hem te brengen. Toen hij voor Hem stond, vroeg Hij : [41] ‘Wat wilt u dat Ik voor u doe?’ Hij zei: ‘Dat ik weer zien kan, Heer.’ [42] ‘Kijk Me aan!’ zei Jezus, ‘uw vertrouwen* is uw redding.’ [43]Meteen kon hij weer zien; en hij volgde Hem terwijl hij God verheerlijkte. Heel het volk zag het en prees God.

27e zondag na pinksteren : Genezing op de sabbat

27e zondag na Pinksteren

‘Genezing op de sabbat’

 

genezing op sabbat2.jpg

Genezing op de sabbat

Lezingen

Ef.6,10-17

De wapenrusting van God [10] Ten slotte, zoek uw kracht bij de Heer en zijn almacht. [11] Trek de wapenrusting* van God aan om te kunnen standhouden tegen de listen van de duivel. [12] Want* onze strijd is niet gericht tegen vlees en bloed, maar tegen de heerschappijen, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis* en tegen de geesten van het kwaad in de hemelse* regionen. [13] Grijp daarom naar de wapenrusting van God om weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad en staande te blijven, strijdend tot het einde. [14] Stel u op, de waarheid als een gordel om uw middel, de gerechtigheid als een pantser om uw borst, [15] de ijver voor het evangelie van de vrede als schoeisel aan uw voeten. [16] Draag steeds het schild van het geloof, waarmee u alle brandende pijlen van het kwaad kunt doven. [17] Draag ook de helm van de redding en het zwaard van de Geest, dat wil zeggen, het woord van God.

Evangelie : Lucas 13,10-17

Genezing van een kromgebogen vrouw op sabbat [10] Eens gaf Hij op sabbat onderricht in een synagoge. [11] Daar bevond zich een vrouw die al achttien jaar leed onder een geest die haar ziek maakte. Ze liep krom en was niet in staat zich op te richten. [12] Jezus zag haar en sprak haar aan. ‘Vrouw’, zei Hij, ‘u bent van uw kwaal verlost.’ [13] Hij legde haar de handen op en onmiddellijk rechtte ze haar rug, en ze prees God. [14] Geërgerd, omdat Jezus op sabbat iemand genezen had, zei de voorzitter van de synagoge tegen de menigte: ‘Zes dagen zijn er om te werken. Dan kunt u komen om u te laten genezen, niet op sabbat.’ [15] De Heer gaf hem dit antwoord: ‘Huichelaars! Ieder van u maakt toch op sabbat zijn os of ezel los van de voerbak om hem te drinken te geven? [16] Moest deze dochter* van Abraham dan op sabbat niet losgemaakt worden van de boeien waarmee de satan haar al achttien jaar geleden heeft vastgebonden?’ [17] Toen Hij dat zei stonden al zijn tegenstanders beschaamd en verheugde de hele menigte zich over alle prachtige dingen die door Hem totstandkwamen.

feestdag van de heilige Andreas

26e zondag na Pinksteren

Parochiefeest en feest van de Heilige Andreas de eerstgeroepene

 

 

Andreas apostel5.jpg

Heilige Apostel Andreas

 

Lezingen :

Eerste lezing :

De wapenrusting van God

10] Ten slotte, zoek uw kracht bij de Heer en zijn almacht. [11] Trek de wapenrusting* van God aan om te kunnen standhouden tegen de listen van de duivel. [12] Want* onze strijd is niet gericht tegen vlees en bloed, maar tegen de heerschappijen, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis* en tegen de geesten van het kwaad in de hemelse* regionen. [13] Grijp daarom naar de wapenrusting van God om weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad en staande te blijven, strijdend tot het einde. [14] Stel u op, de waarheid als een gordel om uw middel, de gerechtigheid als een pantser om uw borst, [15] de ijver voor het evangelie van de vrede als schoeisel aan uw voeten. [16] Draag steeds het schild van het geloof, waarmee u alle brandende pijlen van het kwaad kunt doven. [17] Draag ook de helm van de redding en het zwaard van de Geest, dat wil zeggen, het woord van God.

Evangelie:

Gesprek met een rijke    

  [18] Een aanzienlijk man stelde Hem deze vraag: ‘Goede meester, wat* moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwig leven?’ [19] Jezus zei tegen hem: ‘Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed, alleen God. [20] De geboden kent u: geen echtbreuk plegen, niet doden, niet stelen, niet vals getuigen, en uw vader en uw moeder eren.’ [21] ‘Aan dat alles heb ik mij van jongs af gehouden’, zei de man. [22] ‘Dan rest u nog één ding’, zei Jezus tegen hem. ‘Verkoop alles wat u hebt, deel het uit aan de armen, en u hebt een schat in de hemel. Kom dan terug om Mij te volgen.’ [23] Toen hij dit hoorde werd hij diep bedroefd, want hij was buitengewoon rijk. [24] Toen Jezus zag dat hij diep bedroefd werd, zei Hij: ‘Wat is het voor mensen met geld toch moeilijk om het koninkrijk van God binnen te komen. [25] Een kameel komt gemakkelijker door het oog van een naald dan een rijke in het koninkrijk van God.’ [26] ‘Wie kan er dan nog gered worden?’ vroegen de toehoorders. [27] Hij zei: ‘Wat menselijk gezien onmogelijk is, is mogelijk dankzij God.’

 

 

 

 

25e zondag na Pinksteren : Feest van de tempelgang van de Moeder Gods

Tempelgang van de Moeder Gods

25e zondag na Pinksteren

 

 

Tempelgang moeder gods 4 groot.jpg

                       LEZINGEN :

Hebreeën 9,1-7 :

Toch had ook het eerste verbond liturgische voorschriften en zijn eigen, aardse heiligdom. Er was een eerste tent ingericht die de kandelaar en de tafel met de toonbroden bevatte; die noemde men het heilige. Achter het tweede voorhangsel was een tent die het allerheiligste werd genoemd. Daar stonden een gouden reukofferaltaar en de ark van het verbond, geheel met goud overtrokken, waarin zich een gouden vaas met het manna, de staf van Aäron die gebloeid had, en de tafelen van het verbond bevonden. Boven de ark waren de cherubs van de heerlijkheid, die het verzoendeksel overdekten. Wij kunnen hier nu niet verder op ingaan.
     In het aldus ingerichte heiligdom gaan de priesters bij de uitoefening van de eredienst geregeld de eerste tent binnen, maar de tweede wordt alleen door de hogepriester betreden, slechts eenmaal per jaar, en niet zonder het bloed dat hij opdraagt voor zichzelf en voor de tekortkomingen van het volk.

Evangelielezing :

Lucas 10,38-42,11,27-28

Bij Marta en Maria
     Op hun reis ging Hij een dorp in. Een vrouw, Marta genaamd, ontving Hem. Zij had een zuster die Maria heette. Die kwam aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden. Marta had het heel druk met bedienen. Ze ging naar Jezus toe en vroeg: ‘Heer, laat het U koud dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg haar dat ze mij komt helpen.’ De Heer gaf haar ten antwoord: ‘Marta, Marta, je maakt je bezorgd en druk over van alles, maar slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen en dat zal haar niet worden ontnomen.’

Gelukwensen
     Tijdens zijn toespraak verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep Hem toe: ‘Gelukkig de schoot die U heeft gedragen, en de borsten waaraan U hebt gezogen.’ ‘Inderdaad,’ zei Hij, ‘gelukkig zij die het woord van God horen en het bewaren.

18e zondag na Pinksteren : Heb uw vijanden lief

18e zondag na Pinksteren

“Heb uw vijanden lief”

 

heb-elkaar-lief.jpg

 

 

 

LEZINGEN :

Eerste lezing :Kol.4,5-11;14-18

Gedraag u verstandig jegens de buitenstaanders. Benut de gunstige gelegenheid. Laat uw spreken steeds innemend zijn, met een vleugje zout erbij, zodat u iedereen het juiste antwoord weet te geven.
Mededelingen, groeten, zegenwens      Tychikus, onze geliefde broeder, mijn trouwe helper en mededienaar van de Heer, zal u volledig inlichten over mijn omstandigheden. Juist daarom stuur ik hem naar u toe, opdat u verneemt hoe het ons gaat en hij u mag vertroosten. Met hem stuur ik Onesimus, onze trouwe en geliefde broeder, die een van uw mensen is. Zij zullen u op de hoogte brengen van alles wat hier gebeurd is.      De groeten van Aristarchus, mijn medegevangene, en Marcus, de neef van Barnabas, over wie u al aanwijzingen hebt gekregen; ontvang hem goed, als hij bij u komt. Eveneens groet Jezus u, ook Justus genaamd. Van de besnedenen zijn zij de enigen die met mij werken voor het koninkrijk van God; ze zijn voor mij dan ook een grote troost geweest

Mijn vriend Lucas, de arts, groet u, en Demas.      Groet de broeders te Laodicea, en Nymfa en de gemeente die in haar huis samenkomt. En wanneer deze brief bij u is voorgelezen, zorg dan dat hij ook in de gemeente van Laodicea wordt voorgelezen, en dat u de brief uit Laodicea te lezen krijgt. Zeg tegen Archippus: ‘Zorg ervoor dat u de taak goed vervult die u omwille van de Heer op u genomen hebt.’      Eigenhandige groet van mij, Paulus. Denk aan mijn boeien! De genade zij met u.

 

Evangelie : Lucas : 6,31-36

Behandel de mensen zoals je wilt dat ze jullie behandelen. Als jullie je vrienden liefhebben, is er dan reden tot dankbaarheid? Ook de zondaars hebben hun vrienden lief. En als jullie je weldoeners weldoen, is er dan reden tot dankbaarheid? Ook de zondaars doen dat. En als jullie lenen aan mensen van wie je iets terugverwacht, is er dan reden tot dankbaarheid? Ook zondaars lenen aan zondaars om op hun beurt hetzelfde te krijgen. Nee, heb je vijanden lief, doe wel en leen uit, en verwacht daarvoor niets terug. Dan zal er een rijke beloning voor jullie zijn: je wordt kinderen van de Allerhoogste, want ook Hij is goed voor ondankbare en slechte mensen. Wees barmhartig, zoals jullie Vader barmhartig is.

17e zondag na Pinksteren : de wonderbare visvangst

17e zondag na Pinksteren

‘De wonderbare visvangst’

 

Wonderbare-visvangst.jpg

 

2 Kor 6,16-7,1

[16] Is er enig verband tussen de tempel van God en de afgoden? Wij* zijn de tempel van de levende God. God heeft zelf gezegd: Ik zal onder hen wonen en met hen omgaan. Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. [17] Daarom, ga weg uit hun midden en houd u ver van hen, zegt de Heer, en raak niets aan wat onrein is. Dan zal Ik u genadig aannemen. [18] Ik zal voor u een vader zijn en u zult voor mij zonen en dochters zijn, zegt de Heer, de Albeheerser.
Hoofdstuk 7
[1] Zulke beloften zijn ons gedaan, geliefden; laten wij ons dus zuiveren van elke smet naar lichaam en geest, en vol ontzag voor God onze heiliging voltooien.

 

Evangelie : Lucas : 5,1-11

Simon Petrus, Jakobus en Johannes geroepen

1 Toen hij eens aan de oever van het Meer van Gennesaret stond en het volk zich om hem verdrong om naar het woord van God te luisteren, 2 zag hij twee boten aan de oever van het meer liggen; de vissers waren eruit gestapt, ze waren bezig de netten te spoelen. 3 Hij stapte in een van de boten, die van Simon was, en vroeg hem een eindje van het land weg te varen; hij ging zitten en gaf de menigte onderricht vanuit de boot. 4 Toen hij was opgehouden met spreken, zei hij tegen Simon: ‘Vaar naar diep water en gooi jullie netten uit om vis te vangen.’ 5 Simon antwoordde: ‘Meester, de hele nacht hebben we ons ingespannen en niets gevangen. Maar als u het zegt, zal ik de netten uitwerpen.’ 6 En toen ze dat gedaan hadden, zwom er zo’n enorme school vissen in de netten dat die dreigden te scheuren. 7 Ze gebaarden naar de mannen in de andere boot dat die hen moesten komen helpen; nadat dezen bij hen waren gekomen, vulden ze de beide boten met zo veel vis dat ze bijna zonken. 8 Toen Simon Petrus dat zag, viel hij op zijn knieën voor Jezus neer en zei: ‘Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens.’ 9 Hij was verbijsterd, net als allen die bij hem waren, over de enorme hoeveelheid vis die ze gevangen hadden; 10 zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten. Jezus zei tegen Simon: ‘Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen.’ 11 En nadat ze de boten aan land hadden gebracht, lieten ze alles achter en volgden hem.

 

De wonderbaarlijke visvangst, verhaal uit de kinderbijbel van Nita Abbestee

Korte tijd na de opstanding van Jezus bevonden enkele discipelen zich bij het meer van Tiberias. Petrus, die Jezus verloochend had, was er ook bij. Zijn gedachten hielden zich voortdurend bezig met de mogelijkheid te herstellen, wat hij tegenover zijn meester verkeerd had gedaan.

Petrus was de leider van deze groep mannen. Hij keek eens naar de lucht, toen naar het water om te zien of de omstandigheden gunstig waren om uit ter varen. Toen zei hij: ‘Vrienden, ik ga vissen!’ De anderen wachtten reeds lang op dit woord en zeiden dan ook spontaan: ‘Goed, Petrus! Wij gaan met je mee!’

IJverig en vol enthousiasme maakten zij het schip gereed en tegen de avond voeren zij uit. Die lange nacht wierpen zij vele malen hun netten uit en haalden ze weer in, maar …. niet één vis konden zij vangen.

En in de vroege morgen keerden zij ontmoedigd en teleurgesteld naar het strand terug. Daar stond Jezus naar hen uit te kijken. Zij schonken echter nauwelijks aandacht aan hem, want zij herkenden hem op zo’n grote afstand niet.

14 Jezus aan het meer van Tiberias Wiliam HoleJe moet namelijk weten dat de oosterse stranden niet zo vlak zijn als bij ons. Meestal zijn zij volklippen en rotsen. Daardoor kan een schip niet op het strand komen en moeten de mensen nog een heel eind door het water waden om de wal te bereiken. Dat was ook hier het geval en daardoor hadden de discipelen geen erg in de man op het strand.

Jezus wist van hun moeizame arbeid in de lange nacht. Hij wilde hen helpen, zoals hij dit al zo dikwijls had gedaan. Daarom riep hij hen over het water toe: ‘Mannen, hebben jullie  spijzen voor mij?’

Nu moet je niet denken dat Jezus om een vis vroeg om te eten. Het teken vissen uit de dierenriem is symbool van de goddelijke liefdekracht die uit het koninkrijk van God neerdaalt en uitredt. Eigenlijk vroeg Jezus dus aan de mannen: ‘Hebben jullie voldoende liefdekracht?’

Maar de mannen herkenden hem niet en verstonden daardoor ook zijn woorden niet. Teleurgesteld riepen ze terug: ‘Nee, niets! Wij hebben niets gevangen!’

Maar Jezus deed afsof hij de teleurstelling niet merkte. Enthousiast en vol overtuiging riep hij hen toe: ‘Werp jullie netten uit aan de rechterzijde van het schip! Dan zullern jullie  vinden!’ Want alles wat naar de wil van God gebeurt wordt in de heilige taal ‘rechts’ genoemd; en wat naar de wetten van deze wereld wordt gedaan heet ‘links’.

De manier nu waarop Jezus zijjn discipelen toeriep, wekte zoveel nieuwe moed in hun harten, dat zij hun schip keerden en opnieuw het meer op gingen. Midden in de golven wierpen zij hun netten aan de rechterzijde uit. Maar toen de mannen ze weer wilden ophalen, waren ze zó zwaar van vissen, dat zij ze niet aan boord konden hijsen.

Toen fluisterde één van de discipelen die Jezus zeer liefhad Petrus in het oor: ‘Het is onze heer Jezus die daar op het strand staat en ons heeft toegeroepen!‘ Een schok voer door Petrus heen. Snel keek hij of de meester er nog stond.

Ja! Daar stond hij – op dezelfde plaats! Vlug sloeg Petrus zijn opperkleed om, en stapte overboord, om door het water naar het strand en naar zijn meester te gaan. Hij kon geen ogenblik meer wachten, zo verlangde zijn hart ernaar om zijn heer weer te dienen.

De overige discipelen brachten het schip zo dicht mogelijk bij het strand, terwijl zij voorzichtig de zware netten meesleepten. Eindelijk lag het schip vast genoeg en toen konden ook de andere mannen de wal bereiken. Vlakbij Jezus zagen zij een groot houtvuur branden, waarop brood en vis lagen.

Jezus keek naar het schip en sprak: ‘Breng mij nu eerst de vissen die jullie gevangen hebben!’ Dadelijk sprong Petrus op; hij wilde met de daad bewijzen hoe zielsgraag hij Jezus weer wilde dienen.

Met inspanning van al zijn krachten sleepte hij het loodzware net naar het strand, om het aan Jezus te tonen. En hoe zwaar het ook was, het net scheurde niet! Honderddrieënvijftig vissen waren er in!

Toen Jezus dat gezien had, zei hij tot allen: ‘Komt nu en houdt de maaltijd!’ Blij schaarden de discipelen zich om hem heen. Jezus deelde het brood en de vis die op het vuur lagen aan hen uit. Het waren de heilige spijzen en de liefdekracht die hij hun reikte. En alle discipelen herkenden hem nu en voelden zich gelukkig en volkomen veilig.

Na de maaltijd richtte Jezus het woord tot Petrus. Hij vroeg hem: ‘Petrus, heb je mij waarlijk lief, meer dan uw vrienden?’ Hij had natuurlijk wel in Petrus’ hart gelezen, hoe groot het verlangen was om te herstellen wat verkeerd gegaan was! En Petrus antwoordde dan ook vol overtuiging: ‘Ja heer! U weet dat ik u liefheb!’ Ernstig keek Jezus hem aan en zei: ‘Weid mijn lammeren!’

Na enige ogenblikken vroeg hij opnieuw: ‘Petrus, hebt je mij waarlijk lief?’ En nogmaals antwoordde Petrus: ‘Ja heer! U weet dat ik u liefheb!’ ‘Hoed dan mijn schapen!’ luidde de tweede opdracht.

Daarna vroeg Jezus voor de derde maal: ‘Petrus, hebt je mij lief?‘ Petrus werd er een beetje bedroefd van. Hij dacht dat Jezus maar niet geloven kon dat hij hem liefhad. En nog eens, met al zijn overtuigingskracht antwoordde hij: ‘Heer, u weet alles! U wéét dat ik u liefheb!’ Toen sprak Jezus tor hem: ‘Weid dan ook mijn schapen!’

En met deze derde opdracht schonk Jezus zijn volle vertrouwen aan Petrus en gaf hij hem de leiding over het nieuwe werk, dat spoedig moest beginnen. Want met de ‘lammeren’ en de schapen’ bedoelde hij al de dolende en dwalende mensenkinderen in de wereld, die alleen de weg naar Huis niet konden vinden en dus beschermd en geholpen moesten worden.

Zo laat dit verhaal ons duidelijk zien dat, vóór de Broederschap het ene werkstuk onder de mensheid voltooid heeft, er al weer een nieuwe basis wordt gelegd voor het volgende werk. Want in de loop van de tijden werd telkens weer ‘een Schip’ gereedgemaakt om ‘ter visvangst‘ uit te varen.

Ook werd telkens weer ‘een visser‘ bereid gevonden om het schip te besturen! Er boden zich altijd weer ‘mede-vissers‘ aan, die de Broederschap van harte wilden dienen, om te helpen, ‘verlangende zielen te vissen uit de levenszee’.

Dat werk wordt zo goed mogelijk begonnen, vol liefde en hulpvaardigheid. Maar vaak nog, zonder dat men van binnen bewust weet hoe het werk eigenlijk gedaan moet worden. Alle krachten worden ingespannen, alle tijd wordt aan de arbeid gegeven en toch …. de netten blijven leeg.

Maar, de Broederschap waakt! En na de ervaring van de teleurstelling komt zij te hulp en leert de werkers met volhardend geduld, hoe zij moeten vissen. En eindelijk weten zij het!

‘Het net moet aan de rechterzijde worden uitgeworpen!‘ Naar de wil van God moet gevist worden en niet naar de eigen wil! En zie, dán komen de ‘vissen’ binnen! Honderd-driënvijftig tegelijk. Als we de cijfers bij elkaar optellen, krijgen we: 1 + 5 + 3 = 9.

Het getal 9 betekent in de heilige taal altijd: de gehele mensheid! Wanneer het reddingswerk ten dienste van de mensheid dus op de juiste wijze gedaan wordt, onder de hoede en de leiding van de goddelijke liefdekracht, zal de gehele mensheid gered worden.

Afbeelding: William Hole

Tekst: Jeugdbijbel van Nita Abbestee

– See more at: http://spiritueleteksten.be/geen-categorie/de-wonderbaarlijke-visvangst-verhaal-uit-de-kinderbijbel-van-nita-abbestee/#sthash.EY8yIAmi.dpuf