Feest van de transfiguratie van onze Heer en God en Verlosser Jezus Christus

TRANSFIGURATIE VAN ONZE HEER EN GOD EN VERLOSSER JEZUS CHRISTUS

Transfiguratie_19e eeuw Volga regio.jpg

Transfiguratie – 19e eeuw – Volga regio

 

Lezingen :

2 Petrus 1,10-19:

Daarom, broeders en zusters, doe uw best om steeds meer aan Gods roeping en uitverkiezing te beantwoorden. Als u zo handelt, zult u nooit ten val komen, en wordt u royaal toegang verleend tot het eeuwige koninkrijk van onze Heer en redder Jezus Christus.

Trouw aan de traditie
Ik zal dan ook niet ophouden u deze dingen in herinnering te brengen, ofschoon u ze weet en vast staat in de waarheid die u hebt ontvangen. Maar zolang ik nog woon in de tent van mijn lichaam, voel ik me verplicht om uw geheugen op te frissen. Ik weet dat deze tent weldra wordt neergehaald; onze Heer Jezus Christus heeft het mij gezegd. Maar ik zal ervoor zorgen, dat u zich dit alles ook na mijn heengaan telkens opnieuw voor de geest kunt halen.
Toen wij u de macht en de komst van onze Heer Jezus Christus verkondigden, beriepen wij ons niet op vernuftig bedachte mythen maar wij spraken als ooggetuigen van zijn glorie.Want Hij heeft van God de Vader eer en verheerlijking ontvangen, toen door de verheven majesteit dit woord tot Hem gericht werd: ‘Dit is mijn geliefde Zoon; luister naar Hem.’ En deze stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken, toen wij met Hem op de heilige berg verbleven. Hierdoor kreeg voor ons het woord van de profeten nog meer gezag. Ook u doet er goed aan dat in acht te nemen: het is de lamp die licht verspreidt in een donkere ruimte, tot het ogenblik dat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart.

EVANGELIE : Matth.17,1-9

Jezus met Mozes en Elia
Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op, waar Hij met hen alleen was. Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante. Zijn gezicht ging stralen als de zon en zijn kleren werden wit als licht. Opeens verschenen hun Mozes en Elia, in gesprek met Hem. [ Petrus zei daarop tegen Jezus: ‘Heer, het is maar goed dat wij hier zijn. Als U wilt, zal ik hier drie hutten maken, voor U een en voor Mozes een en voor Elia een.’ Hij was nog niet uitgesproken of daar kwam een lichtende wolk die hen overdekte, en opeens klonk er een stem uit die wolk: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind. Luister naar Hem.’ Toen de leerlingen dat hoorden, wierpen ze zich op de grond en werden ze vreselijk bang. Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: ‘Sta op en wees niet bang.’ Toen ze hun ogen opsloegen, zagen ze niemand meer dan Jezus alleen.
Terwijl ze van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: ‘Vertel niemand van dit visioen voordat de Mensenzoon uit de doden is opgewekt.’

Pnksteren

PINKSTEREN

 

Pinksteren11154.jpg

 

 

LEZINGEN :

Eerste lezing : Handelingen 2,1-11

Pinksteren
 Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren zij allen op één plaats bijeen.  Plotseling kwam er uit de hemel een geraas alsof er een hevige wind opstak, en het vulde heel het huis waar zij waren.  Er verschenen hun vurige tongen, die zich verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten.  Zij raakten allen vol van heilige Geest en begonnen te spreken in vreemde talen, zoals de Geest hun ingaf.
     
Nu woonden er in Jeruzalem vrome Joden, afkomstig uit ieder volk onder de hemel.  Toen dat geluid opkwam, liep de menigte te hoop en raakte in verwarring, omdat iedereen hen in zijn eigen taal hoorde spreken.  Ze stonden versteld en vroegen zich verwonderd af: ‘Maar dat zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken!  Hoe is het dan mogelijk dat ieder van ons de taal van zijn geboortestreek hoort?  Parten en Meden en Elamieten, en bewoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, Pontus en Asia,  Frygië en Pamfylië, Egypte en het Libische gebied bij Cyrene, en hier woonachtige Romeinen,  Joden en proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken over de grote daden van God.’

EVANGELIE

Johannes 7,37-5. 8,12.

Stromen levend water
      Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus daar en riep: ‘Heeft iemand dorst, laat hij dan naar Mij toe komen, en laat drinken  wie in Mij gelooft! Zoals de Schrift zegt: Uit zijn binnenste zullen stromen levend water vloeien.’  Hiermee doelde Hij op de Geest die men zou ontvangen als men tot geloof in Hem kwam. Toen was de Geest er namelijk nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.

Verdeeldheid onder de toehoorders
      Onder het volk waren er die bij het horen van deze woorden zeiden: ‘Dit is werkelijk de profeet.’  Sommigen beweerden: ‘Hij is de Messias.’ Maar er waren er ook die zeiden: ‘De Messias komt toch niet uit Galilea Zegt de Schrift niet dat de Messias uit het geslacht van David komt en uit Betlehem, de woonplaats van David?’  Zo ontstond er verdeeldheid over Hem onder het volk.  Er waren er die Hem wilden grijpen, maar niemand sloeg werkelijk toe.

Ongeloof van de autoriteiten
      Toen de gerechtsdienaren bij de hogepriesters en farizeeën terugkwamen, vroegen dezen: ‘Waarom hebben jullie Hem niet meegebracht?’  De dienaars zeiden: ‘Nog nooit heeft een mens zo gesproken!’  Waarop de farizeeën antwoordden: ‘Hebben jullie je ook al laten misleiden?  Heeft een van de leiders Hem geloof geschonken? Of iemand van de farizeeën?  Maar dat volk, dat de wet niet kent, vervloekt zijn ze!’  Nikodemus, de man die indertijd naar Jezus toe was gekomen, iemand uit hun eigen kring, merkte op:  ‘Sinds wanneer staat de wet ons toe iemand te veroordelen zonder hem eerst te horen en ons over zijn daden een oordeel te vormen?’  Maar hij kreeg als antwoord: ‘Bent u soms ook een Galileeër? Zoek het maar na en u zult zien: uit Galilea komen geen profeten!’

  Weer richtte Jezus zich tot hen: ‘Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, gaat zijn weg niet in de duisternis, maar zal het ware levenslicht bezitten.

 

Pinksteren 1111.jpg

De nacht die ons bevrijdt van de slaap van de dood

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar

2e Homilie voor de Heilige Nacht; PLS 2, 549-552 ; Sermon Morin Guelferbytanus 5

De nacht die ons bevrijdt van de slaap van de dood

Laten wij waken, geliefden, want de herdenking aan Christus’ graflegging heeft geduurd tot deze nacht, om nog in deze nacht zelf tot de bekroning van de verrijzenis te komen naar het lichaam, dat toen, hangend aan het kruishout, werd bespot, maar dat nu in de hemel en op aarde wordt aanbeden. Die nacht behoort, zoals bekend, bij de volgende dag, de zondag, die wij beschouwen als de dag van de Heer. Hij moest vanzelfsprekend ’s nachts verrijzen, omdat Hij door zijn verrijzenis onze duisternis heeft verlicht… Zoals ons geloof, gesterkt door de verrijzenis van Christus, alle slaap verjaagt, evenals de nacht, verlicht door ons waken vervult zich met helderheid. Ze laat ons hopen, met de Kerk verspreid over de hele aarde, om niet meer door de nacht verrast te worden (Mc 13,33).

Bij veel volken waar dit feest, overal zo plechtig, verzamelt in de naam van Christus, is de zon ondergegaan – maar de dag is niet gevallen; de helderheid van de hemel heeft plaats gemaakt voor de helderheid van de aarde… Degene die ons zijn Naam heeft gegeven (Ps 29,2) heeft ook deze nacht verlicht. Degene tegen wie we zeggen “U verlicht mijn duisternis” (Ps 19,29) verspreidt zijn helderheid in onze harten. Zoals de verblinde ogen deze stralende toortsen schouwen, zo liet onze verlichte geest ons zien hoe lichtend de nacht is – deze heilige nacht waarin de Heer in zijn eigen vlees is begonnen aan het leven dat geen slaap en geen dood kent!

bron : dagelijksevangelie.org

 

 

goede vrijdag

Goede vrijdag

 

Goede Vrijdag

Zet mij even stil bij Goede Vrijdag

Zet mij even stil op Golgotha

Eerlijk gezegd vind ik het moeilijk

Iemand die moest sterven in mijn plaats

Maar toch, toch wil ik me Uw lijden beseffen

Toch, toch dank ik U dat U mij kwam redden! U liep de extra mijl

En stierf aan het kruis U ging door de hel

En ik mag naar huis U streed de zwaarste strijd En toch hield U stand

Mijn leven ligt bevrijd

In Uw doorboorde hand Kom me tegemoet Heer in mijn denken

Kom me tegemoet in al mijn trots

Ik red het liefst mezelf

En daarom denk ik dat Uw dood vaak met mijn leven botst

Maar toch, toch wil ik me Uw lijden beseffen

Toch, toch dank ik U dat U mij kwam redden!

Het is Goede Vrijdag en ik mag naar huis

Het is Goede Vrijdag en nu ben ik thuis

Matthijn Buwalda

 

 

De Ed’le Jozef

De ed’le Jozef heeft u van het kruis genomen

U o Heer

In smetteloos welriekend linnen heeft hij U gehuld.

Toen Gij in ’t dodenrijk zijt afgedaald

O onsterfelijk leven

Hebt Gij hades vernietigd door uw God’lijk licht

De Myrondraagsters kwamen aan Uw graf

O Heer en God

Maar de engel aan het graf sprak hun toe

Zie deze myronbalsem is passend

voor wie gestorven zijn

Maar Christus is de onvergankelijke Heer

 

Verraden door een vriend, onteerd, bespot, veroordeeld om eerloos te sterven. Gij antwoordt niet en wacht omdat gij weet dat waarheid overwinnen zal op duisternis en haat. Gij neemt op U het kruis van smaad en schande. Uw handen dragen hout dat weegt onder de last van liefdeloosheid, kwade wil. Verloochend door een vriend, terwijl de haan driemaal zal kraaien gaat gij, gebukt, de stad uit naar de berg, gehoorzaam als een lam. Uw liefde wint het op de haat Gij gaat de weg van kruis en zelfverloochening. Verminkt, vertrapt, draagt Gij de lasten van ontelbaar velen. Gij valt en weet wat het betekent ont-kracht, ont-luisterd en ont-eerd te zijn. Toch staat Gij op, gesteund, gedragen door het woord van Hem, de Ene die in U gelooft. Eén ogenblik een zee van pijn een druppel eeuwigheid van mateloze liefde. De woorden blijven steken in een onmachtig handgebaar. Wat kan haar nog bewegen dit dodenpad mét U te gaan? Gij kijkt haar aan en zij heeft het begrepen. Haar ogen zeggen ‘ja’ zij laat U verder gaan Gij hebt aanvaard dat iemand hulp aanbood. De vreemdeling wordt vriend en deelgenoot in dit onmenselijk lijden. Ontmoeting wordt vertroosting wederzijds en Simon is sindsdien een ander mens. Zij durft het aan, baant zich een weg doorheen het kluwen van een wilde menigte, trotserend onbegrip en hoon. Ofschoon zij nauwelijks U kennen kan reikt zij haar hart en handen aan bewogen door de macht die mede-lijden heet. En Gij blijft staan heel even genoeg om haar erbarmen dankbaar te ondergaan. Zij zal dit nooit vergeten want uw gelaat, de afdruk, donker op het witte lijnwaad, draagt zij voor altijd met zich mee. Kostbaar geschenk, tastbaar nalatenschap voor eeuwen Gij valt een tweede maal. Wat weegt het zwaarst? Doodsangst of onverschilligheid van hen die U omringen? De pijn die in het lichaam snijdt of alles wat uw ziel, uw hart bezwaart? Geweld heeft veel gezichten. Maar Gij staat recht, gaat verder op de weg en draagt met liefde onze smart. Gij wordt geraakt, staat stil bij het verdriet van anderen. Nog vindt Gij woorden en gebaren die zegen en vertroosting zijn. Ween niet, althans niet over Mij, zegt Gij, maar heb verdriet om alles wat niet liefde is, om wat haar kwetst, verminkt en ondermijnt. En midden uw oneindig leiden zegt Gij: vrees niet en blijf in Mij. De wijnstok zal weer bloeien en vruchten dragen, honderdvoud. Gij valt een derde maal en voelt weerom de harde grond, de hardheid van uw mensen. Maar sterker dan de zwakheid van uw gefolterd lichaam spreekt uw wil, uw liefdedrang om één te zijn met wat uw Vader wil. Gij staat weer recht vóór ons, om onzentwil gehoorzaam tot de dood. Gij strompelt voort, gebroken, tot aan het altaar op de heuvel. Weerloos en beroofd van alles wat U toebehoorde, zelfs het kleed wordt weggenomen en niets geeft nog beschutting. En om uw naadloos kleed wordt grimmig hard gedobbeld. Toch blijft Gij voor God zelf de welbeminde Zoon. Gij zegt: bekleed u met gerechtigheid en tooi u met barmhartigheid want alles wat gij doet aan wie de minsten zijn, dat hebt gij ook aan Mij gedaan. Het is het derde uur als zij U kruisigen. Onzinnig is dit hout waarmee Gij één wordt nu en hoe uit-zinnig moet de liefde zijn die God zijn mensen toedraagt. Nog steeds wordt Gij gekruisigd in wie verdrukt, vervolgd, gepijnigd wordt. Nog steeds spreidt Gij uw handen uit in dit gebaar van geven en vergeven, van liefdevol ontvangen. Dit is het negende, het zwaarste uur, het uur van duisternis en eenzaamheid ten dode toe, verlatenheid en angst gekruid met bitterheid. Maar ook het uur dat Gij de geest, uw eigen leven hebt gegeven aan wie het dierbaarst bleven: de Moeder krijgt een Zoon, de Zoon ziet plots zijn Moeder! Uur van de dood maar meer nog: uur van leven!

 

 

 

 

 

Grote Donderdag

Grote Donderdag

 

Herdenking van het Laatste Avondmaal

 

 

Prokimen – ps 2

De vorsten zijn samengeschoold tegen de Heer en tegen Zijn Christus.

Waarom woeden de heidenen, en zinnen de volken op ijdelheid ?

Ik ben door Hem als Koning gesteld over Sion, Zijn heilige berg. (1 Kor 11,23-32)

ALLELUIA Ps 40

Zalig hij die zorg draagt voor behoeftig

en en armen : ten dage van onheil zal de Heer hem bevrijden.

Mijn vijanden spreken kwaad over Mij : wanneer zal Hij sterven en zal Zijn Naam vergeten zijn ?

Zelfs Mijn vriend, op wie ik vertrouwde, die Mijn brood met Mij at, heeft zijn hiel tegen Mij opgeheven.

 

 

Evangelielezing van grote Donderdag :

 

21] Tijdens de maaltijd zei Hij: ‘Ik verzeker jullie, een van jullie zal Mij overleveren.’ [22] Buitengewoon bedroefd als ze waren, begonnen ze Hem één voor één te vragen: ‘Ik ben het toch niet, Heer?’ [23] Hij gaf hun ten antwoord: ‘Wie met Mij zijn hand in de schaal doopt, die zal Mij overleveren. [24] De Mensenzoon gaat wel heen zoals over Hem geschreven staat, maar wee die mens door wie de Mensenzoon overgeleverd wordt. Het zou beter zijn voor die mens, als hij niet geboren was.’ [25] Judas, die Hem wilde overleveren, reageerde: ‘Ik ben het toch niet, rabbi*?’ Hij zei tegen hem: ‘Jij hebt het gez

egd.’ [26] Tijdens de maaltijd nam Jezus een brood*, sprak de zegenbede uit, brak het, gaf het aan zijn leerlingen en zei: ‘Neem en eet, dit is mijn lichaam.’ [27] Ook nam Hij een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun die met de woorden: ‘Drink er allen uit, [28] want dit is mijn bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden. [29] Ik zeg jullie: vanaf nu zal Ik niet meer drinken van deze vrucht van de wijnstok, tot de dag waarop Ik met

jullie de nieuwe oogst zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader.’ [30] Na het zingen van de psalmen* gingen ze de stad uit, naar de Olijfberg. Ze zullen allemaal ten val komen [31] Toen zei Jezus tegen hen: ‘Deze nacht nog zullen jullie allemaal ten val komen vanwege Mij, want er staat geschreven: Ik zal de herder treffen, en de schapen van de kudde zullen verstrooid worden. [32] Maar na mijn opwekking zal Ik jullie voorgaan naar Galilea.’ [33] Petrus reageerde daarop en zei: ‘Al komen ze allemaal ten val vanwege U, ik zal nooit ten val komen.’ [34] Jezus zei Hem: ‘Ik verzeker je, in deze nacht,

nog voordat de haan kraait, zul je Me drie keer verloochenen.’ [35] Petrus zei Hem: ‘Ook al moet ik samen met U sterven, ik zal U niet verloochenen.’ In deze trant spraken alle leerlingen. In Getsemane [36] Toen ging Jezus met hen naar een plek die Getsemane* genoemd wordt, en Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘Ga hier zitten, terwijl Ik daar ga bidden.’ [37] Hij nam Petrus* en de twee zonen van Zebedeüs met zich mee en begon bedrukt en onrustig te worden. [38] Toen zei Hij tegen hen: ‘Ik ben dodelijk bedroefd. Blijf hier, en blijf wakker met Mij.’ [39] Hij ging een eindje verder, wierp zich voorover en bad: ‘Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan Mij voorbijgaan. Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt.’