Herdenking van het overlijden van Vader ignace, gehouden in de orthodoxe kerk van Gent op 12 mei 2019
Voor een fotoreportage KLIK OP DE FOTO
Dit is een privé christelijke blog van Kris Biesbroeck, Licentiaat Theologie en filosofie. De inhoud van blog : Theologie, filosofie, Kerkvaders, Heiligenlevens, Exegese, Augustinus,enz… Alles wat sinds 2007 op de site is verschenen kan hier teruggevonden worden bij de Categorieën (bij het begin van de site) HET ADRES VAN DE SITE IS : CHRISTELIJKEINFORMATIEBRON.WORDPRESS.COM.
Lezingen van de Goddelijke Liturgie van Pasen
Handelingen 1,1-8:
Jezus’ laatste opdracht en hemelvaart [1] Mijn * eerste boek, Teofilus, ging over alles wat Jezus heeft gedaan en geleerd, vanaf het begin [2] tot de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn opdracht had gegeven. [3] Aan hen heeft Hij veertig* dagen lang herhaaldelijk bewezen dat Hij na zijn lijden weer in leven was. Hij vertoonde zich aan hen en sprak over het koninkrijk van God. [4] Toen Hij bij hen was, drukte Hij hun op het hart: ‘Ga niet uit Jeruzalem weg, maar blijf wachten op de belofte van de Vader die jullie van Mij hebben gehoord; [5] immers, Johannes doopte met water, maar jullie zullen gedoopt worden in heilige Geest, binnen enkele dagen.’ [6] Degenen die daar samengekomen waren, stelden Hem toen de vraag: ‘Heer, herstelt* U in deze tijd het koninkrijk voor Israël?’ [7] Maar Hij zei tegen hen: ‘Het komt jullie niet toe de tijden of momenten te kennen die de Vader in zijn volmacht heeft vastgesteld; [8] maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot het uiteinde van de aarde.‘
Evangelie :
Johannes, 1,1-17 Hoofdstuk 1
[1] In* het begin was het woord*, en het woord was bij God, en het woord was God. [2] Het was in het begin bij God. [3] Alles* is door Hem ontstaan, en buiten Hem om is er niets ontstaan. Wat ontstaan was, [4] had leven in Hem, en het leven was het licht van de mensen. [5] Het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis kon het niet aan. [6] Er is een mens geweest, een gezondene van God; zijn naam was Johannes. [7] Hij kwam als getuige: hij moest getuigen van het licht, opdat allen door hem tot geloof zouden komen. [8] Hij was niet het licht, hij moest getuigen van het licht. [9] Het* ware licht was er, dat elke mens verlicht en dat in de wereld* moest komen. [10] Het was in de wereld, een wereld die door Hem was ontstaan, en die wereld heeft Hem niet erkend. [11] In zijn eigen* huis is Hij gekomen, en zijn eigen* mensen hebben Hem niet opgenomen. [12] Aan diegenen die Hem toch opnamen, heeft Hij het vermogen gegeven om kinderen te worden van God: aan hen die geloven* in zijn naam. [13] Niet langs de weg van het bloed, niet door de begeerte van het vlees of door mannelijk streven, maar uit God zijn ze geboren. [14] Ja, het woord* is vlees geworden! Hij* is onder ons zijn tent komen opslaan en we hebben zijn heerlijkheid gezien, de heerlijkheid die Hij als eniggeboren* Zoon aan de Vader ontleende, vervuld als Hij was van genade en waarheid. [15] Van Hem legt Johannes getuigenis af en zijn verklaring luidt: ‘Hem bedoelde ik toen ik zei: “Hij die na mij komt, is mijn meerdere, want vóór mij was Hij er al.” ‘ [16] Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen, genade op genade. [17] wet gegeven door Mozes, de genade en de waarheid zijn gebracht door Jezus Christus.
PASENPasen is geen vroom feest,
Zachtjes te vieren
Zo midden in de lente,
na de droefenis van Goede Vrijdag.
Het is het gewelddadig doorbreken
van krachtig leven,
tegen elke dood in
Pasen is het onbegrijpbaar wonder
van de onderste steen boven,
van rotsen die water geven,
van woestijn waar brood te rapen valt.
Pasen is de doortocht
over de moerassen van de Rietzee
naar het Land van Hoop
Pasen is de uittocht
uit het land van slavernij.
Pasen is opstanding,
Verrijzenis,
nieuw leven.
Auteur onbekend

De Ed’le Jozef
De ed’le Jozef heeft u van het kruis genomen
U o Heer
In smetteloos welriekend linnen heeft hij U gehuld.
Toen Gij in ’t dodenrijk zijt afgedaald
O onsterfelijk leven
Hebt Gij hades vernietigd door uw God’lijk licht
De Myrondraagsters kwamen aan Uw graf
O Heer en God
Maar de engel aan het graf sprak hun toe
Zie deze myronbalsem is passend
voor wie gestorven zijn
Maar Christus is de onvergankelijke Heer
Verraden door een vriend,
onteerd, bespot,
veroordeeld om
eerloos te sterven.
Gij antwoordt niet
en wacht
omdat gij weet dat
waarheid overwinnen zal
op duisternis en haat.
Gij neemt op U het kruis
van smaad en schande.
Uw handen dragen hout
dat weegt onder de last
van liefdeloosheid, kwade wil.
Verloochend door een vriend,
terwijl de haan driemaal zal kraaien
gaat gij, gebukt, de stad uit
naar de berg, gehoorzaam als een lam.
Uw liefde wint het op de haat
Gij gaat de weg van
kruis en zelfverloochening.
Verminkt, vertrapt, draagt Gij
de lasten van ontelbaar velen.
Gij valt en weet wat het betekent
ont-kracht, ont-luisterd en ont-eerd te zijn.
Toch staat Gij op,
gesteund, gedragen
door het woord van Hem,
de Ene die in U gelooft.
Eén ogenblik
een zee van pijn
een druppel eeuwigheid
van mateloze liefde.
De woorden blijven steken
in een onmachtig handgebaar.
Wat kan haar nog bewegen
dit dodenpad mét U te gaan?
Gij kijkt haar aan
en zij heeft het begrepen.
Haar ogen zeggen ‘ja’ –
zij laat U verder gaan
Gij hebt aanvaard
dat iemand hulp aanbood.
De vreemdeling wordt vriend
en deelgenoot in dit onmenselijk lijden.
Ontmoeting wordt vertroosting wederzijds
en Simon is sindsdien een ander mens.
Zij durft het aan,
baant zich een weg
doorheen het kluwen
van een wilde menigte,
trotserend onbegrip en hoon.
Ofschoon zij nauwelijks U kennen kan
reikt zij haar hart en handen aan
bewogen door de macht
die mede-lijden heet.
En Gij blijft staan – heel even –
genoeg om haar erbarmen
dankbaar te ondergaan.
Zij zal dit nooit vergeten
want uw gelaat, de afdruk,
don
ker op het witte lijnwaad,
draagt zij voor altijd met zich mee.
Kostbaar geschenk, tastbaar
nalatenschap voor eeuwen
Gij valt een tweede maal.
Wat weegt het zwaarst?
Doodsangst of onverschilligheid
van hen die U omringen?
De pijn die in het lichaam snijdt
of alles wat uw ziel, uw hart bezwaart?
Geweld heeft veel gezichten.
Maar Gij staat recht,
gaat verder op de weg
en draagt met liefde onze smart.
Gij wordt geraakt,
staat stil bij het verdriet van anderen.
Nog vindt Gij woorden en gebaren
die zegen en vertroosting zijn.
Ween niet, althans niet over Mij,
zegt Gij, maar heb verdriet om
alles wat niet liefde is,
om wat haar kwetst, verminkt
en ondermijnt.
En midden uw oneindig leiden zegt Gij:
vrees niet en blijf in Mij.
De wijnstok zal weer bloeien
en vruchten dragen, honderdvoud.
Gij valt een derde maal
en voelt weerom de harde grond,
de hardheid van uw mensen.
Maar sterker dan de zwakheid
van uw gefolterd lichaam
spreekt uw wil, uw liefdedrang
om één te zijn met wat uw Vader wil.
Gij staat weer recht vóór ons,
om onzentwil gehoorzaam tot de dood.
Gij strompelt voort, gebroken,
tot aan het altaar op de heuvel.
Weerloos en beroofd
van alles wat U toebehoorde,
zelfs het kleed wordt weggenomen
en niets geeft nog beschutting.
En om uw naadloos kleed
wordt grimmig hard gedobbeld.
Toch blijft Gij voor G
od zelf
de welbeminde Zoon.
Gij zegt:
bekleed u met gerechtigheid
en tooi u met barmhartigheid
want alles wat gij doet aan
wie de minsten zijn,
dat hebt gij ook aan Mij gedaan.
Het is het derde uur
als zij U kruisigen.
Onzinnig is dit hout
waarmee Gij één wordt nu
en hoe uit-zinnig moet de liefde zijn
die God zijn mensen toedraagt.
Nog steeds wordt Gij gekruisigd
in wie verdrukt, vervolgd, gepijnigd wordt.
Nog steeds spreidt Gij uw handen uit
in dit gebaar van geven en vergeven,
van liefdevol ontvangen.
Dit is het negende,
het zwaarste uur,
het uur van duisternis en
eenzaamheid ten dode toe,
verlatenheid en angst
gekruid met bitterheid.
Maar ook het uur dat Gij de geest,
uw eigen leven hebt gegeven
aan wie het dierbaarst bleven:
de Moeder krijgt een Zoon,
de Zoon ziet plots zijn Moeder!
Uur van de dood
maar meer nog:
uur van leven!
De wereld zwijgt
nu alles is volbracht.
Nooit was er stiller nacht
Dan deze waarin een
zachte moederhand
U voor het laatst ontvangen mag
op haar gewijde schoot
en U met tederheid
voorgoed te rust mag leggen.
Nooit was een afscheid
zo gevuld met goddelijke aanwezigheid.
Gij keert terug naar Hem:
uw oorsprong en uw huis
waar Gij ons thuis verwacht.
Leid mij doorheen de nacht
van dood en duisternis naar
licht en eeuwig leven.
De wereld zwijgt
nu alles is volbracht.
Nooit was er stiller nacht
Dan deze waarin een
zachte moederhand
U voor het laatst ontvangen mag
op haar gewijde schoot
en U met tederheid
voorgoed te rust mag leggen.
Nooit was een afscheid
zo gevuld met goddelijke aanwezigheid.
Gij keert terug naar Hem:
uw oorsprong en uw huis
waar Gij ons thuis verwacht.
Leid mij doorheen de nacht
van dood en duisternis naar
licht en eeuwig leven.
Na veertien donkere
staties zinloos leed
met uitzicht op de dood
verrast het helder morgenrood
achter de steen die, weggerold,
zijn diep geheim te raden geeft.
Het antwoord op de vragen
geneeskracht voor verdriet:
niets gaat verloren voor
wie de waarheid ziet
boven het lege graf.
Dit is het wonder dat
nog dagelijks geschiedt:
stenen van ongeloof
worden opzij geschoven
en mensen leven weer
met paaslicht in de ogen
omdat de Zon hen zin en
nieuwe draagkracht gaf.

Lezingen
Fil.4,4-9 :
[4] Verheug u altijd in de Heer. Nog eens: verheug u! [5] Uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn. De Heer* is nabij. [6] Wees niet bezorgd, maar laat al uw wensen bij God bekend worden door te bidden en te smeken en door een dankgebed te zeggen. [7] En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw hart en uw gedachten bewaren in Christus Jezus.
[8] Tenslotte, broeders en zusters, blijf aandacht besteden aan al wat waar en edel is, rechtvaardig en rein, beminnelijk en aantrekkelijk, aan al wat deugd heet en lof verdient. [9] En breng in praktijk wat u geleerd en overgeleverd is, en wat u van mij hebt gehoord en gezien. Dan zal de God van vrede met u zijn

Lezingen :
Hebr.9,11-14,4
De eredienst van het nieuwe verbond [11] Maar* nu is Christus gekomen, de hogepriester van de komende goede dingen. Hij is door een verhevener en volmaakter tent, die niet gemaakt is door mensenhand – dat wil zeggen: ze behoort niet tot onze geschapen wereld – [12] eens en voorgoed het heiligdom binnengegaan, en niet met het bloed van bokken en kalveren maar met zijn eigen bloed heeft Hij een eeuwige verlossing verworven. [13] Want als het bloed van bokken en stieren en het bestrooien met de as van een vaars de verontreinigden kan heiligen zodat zij uiterlijk rein worden, [14] hoeveel te meer dan het bloed* van Christus. Door de eeuwige Geest heeft Hij zichzelf aan God geofferd als een smetteloos offer, dat ons geweten zuivert van dode werken, om de levende God te dienen.
van de Heilige Johannes Climakos

Efesiërs 5, 9-19 :
5, 9 en de vrucht van het licht kan alleen maar zijn: goedheid, gerechtigheid, waarheid. 10Tracht te ontdekken wat de Heer behaagt. 11Neemt geen deel aan hun duistere en onvruchtbare praktijken, brengt ze liever aan het licht. 12Wat deze lieden in het geheim doen is te schandelijk om ook maar over te spreken. 13Alles echter wat aan het licht wordt gebracht, komt in het licht tot helderheid. 14En alles wat verhelderd wordt is zelf ‘licht’ geworden. Zo zegt ook de hymne: “Ontwaak, slaper, sta op uit de dood, en Christus’ licht zal over u stralen.” 15Let dus nauwkeurig op hoe ge u gedraagt: als verstandige mensen, niet als dwazen. 16Benut de gunstige gelegenheid, want de tijden zijn slecht. 17Daarom, weest niet onverstandig, maar tracht te begrijpen wat de Heer wil. 18Bedwelmt u niet met wijn, wat tot losbandigheid leidt, maar laat u bezielen door de Geest. 19Spreekt elkander toe in psalmen en hymnen en liederen, ingegeven door de Geest. Zingt en speelt voor de Heer van ganser harte.
H. Efraïm (ca. 306-373)
diaken in Syrië, kerkleraar
Homilie over de Moeder Gods 2, 93-145 ; CSCO 363 et 364, 52-53 (vert. Evangelizo)

Mijn geliefden, aanschouw Maria, en zie hoe de engel Gabriël bij haar binnenkwam en haar vraag: “Hoe zal dat gebeuren?” De dienaar van de Heilige Geest antwoordde haar: “Dat is eenvoudig voor God; voor Hem is alles eenvoudig”. Schouw hoe ze het gehoorde woord geloofde en zei: “Zie de dienstmaagd des Heren”. Op dat moment is de Heer nedergedaald op een wijze die Hij alleen kent. Hij heeft zich in beweging gezet en is gekomen zoals Hij wilde. Hij is bij haar gekomen zonder dat zij dat voelde en ze heeft Hem ontvangen zonder lijden te ondervinden. Ze droeg Degene, waarvan de wereld vervuld was, in haar als een kind. Hij is nedergedaald om het voorbeeld te zijn, dat het oude beeld van Adam vernieuwde.

Lezingen
Hebreeën, 4,14-5,6
4,14 Nu wij een verheven hogepriester hebben, een die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, moeten wij vasthouden aan onze belijdenis. 15Want wij hebben een hogepriester die in staat is mee te voelen met onze zwakheden; Hij werd zelf op allerlei manieren op de proef gesteld, precies zoals wij, afgezien dan van de zonde. 16Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om barmhartigheid en genade te verkrijgen en tijdige hulp.
Lees verder “Derde zondag van de vasten : Het heilige Kruis”

Gregorios Palamas
….Gij zult grotere dingen zien…. Voorwaar, voorwaar ik zeg u, gij zult de hemel open zien en de engelen Gods opstijgen en neerdalen op de Zoon des mensen….(1e zondag)
Hieraan worden wij herinnerd bij de lezing uit de Hebreeënbrief op de tweede zondag van de vasten.
……Daarom moeten wij temeer aandacht schenken aan hetgeen we gehoord hebben, opdat wij niet afdrijven…hoe zullen wijn dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een heil.
In de evangelie lezing op de tweede zondag wordt die inzet en dat verlangen verbeeld door de lamme die bij Christus gebracht wordt door het dak:
…en daar Jezus hun geloof zag, zei Hij tot de verlamde : uw zonden worden u vergeven.
Lezingen :
Hebr.1,10-2,3
En: In het begin, Heer, hebt U de aarde gegrondvest, en de hemel is het werk van uw handen. Zij zullen vergaan, U echter blijft. Alle zullen ze verslijten als kleren, U zult ze opvouwen als een mantel, als een kledingstuk zullen zij verwisseld worden. U echter bent dezelfde en uw jaren nemen geen einde. Tot welke engel heeft Hij ooit gezegd: Ga zitten aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden als een voetbank voor uw voeten heb gelegd? Wat zijn zij anders dan dienende geesten, uitgezonden ten behoeve van hen die de redding zullen erven? Trouw aan de boodschap 2.Daarom moeten wij des te meer aandacht schenken aan wat wij gehoord hebben, om niet uit de koers te raken. Want als het door engelen gesproken woord zo’n gezag had dat elke overtreding of ongehoorzaamheid haar rechtmatige vergelding ontving, hoe zullen wij dan ontkomen, wanneer wij een zo grote redding verwaarlozen, die eerst verkondigd is door de Heer, en getrouw aan ons is doorgegeven door hen die Hem gehoord hebben.
Evangelie :
Marcus,2,1-12
Toenemende tegenstand Toen Hij enkele dagen later weer in Kafarnaüm kwam, hoorde men dat Hij thuis was. Er liepen zoveel mensen te hoop dat ze zelfs niet meer bij de deur konden komen, en Hij sprak hen toe. ] Ze kwamen een verlamde bij Hem brengen, door vier man gedragen. Omdat ze de man niet bij Hem konden krijgen vanwege de menigte, haalden ze de dakbedekking weg boven zijn hoofd, en toen ze een opening gemaakt hadden, lieten ze het bed waar de verlamde op lag, zakken. Bij het zien van hun vertrouwen zei Jezus tegen de verlamde: ‘Vriend, uw zonden worden u vergeven.’ Nu zaten daar een paar schriftgeleerden die hun bedenkingen hadden: ‘Hoe kan die man zoiets zeggen? Hij lastert God. Wie anders dan de enige God kan zonden vergeven?’ Jezus doorzag meteen dat ze deze bezwaren hadden en zei tegen hen: ‘Waarom hebt u eigenlijk bezwaren? Wat is eenvoudiger? Tegen de verlamde zeggen: “Uw zonden worden vergeven”, of zeggen: “Sta op en pak uw bed en loop?” Maar opdat u weet dat de Mensenzoonbevoegd is om op aarde zonden te vergeven ‘, zei Hij, nu tegen de verlamde: ‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’ En hij stond op, pakte meteen zijn bed en ging weg voor het oog van iedereen, zodat ze allemaal verrukt waren en God verheerlijkten. ‘Zoiets hebben we nog nooit gezien’, zeiden ze.
Gregorios Palamas
….Gij zult grotere dingen zien…. Voorwaar, voorwaar ik zeg u, gij zult de hemel open zien en de engelen Gods opstijgen en neerdalen op de Zoon des mensen….(1e zondag)
Hieraan worden wij herinnerd bij de lezing uit de Hebreeënbrief op de tweede zondag van de vasten.
……Daarom moeten wij temeer aandacht schenken aan hetgeen we gehoord hebben, opdat wij niet afdrijven…hoe zullen wijn dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een heil.
In de evangelie lezing op de tweede zondag wordt die inzet en dat verlangen verbeeld door de lamme die bij Christus gebracht wordt door het dak:
…en daar Jezus hun geloof zag, zei Hij tot de verlamde : uw zonden worden u vergeven.

‘Je zal u geen afbeelding maken, noch van iets in de hemel hierboven, noch van iets op de aarde beneden of in de zee’ (Ex.20,4), in deze betekenis dat we ze niet mogen aanbidden en verheerlijken als goden. Want allen zijn schepselen van de ene God, geschapen door hem in de Heilige Geest door Zijn Zoon en Logos van God in deze laatste tijden vlees geworden uit een maagd. Hij is op aarde verschenen en werd deelgenoot van mensen. Hij heeft voor de bevrijding van de mensen geleden, is gestorven en verrezen. Hij is neergedaald met zijn lichaam in de hemelen, en « zit neer aan de rechterhand van de Majesteit in de
hoge »(Hebr.1,3). Hij zal wederkomen met Zijn Lichaam om levenden en doden te oordelen. Uit liefde voor Hem zal je een icoon maken, voor Hem die mens is geworden voor ons, en door Zijn icoon zal je hem in herinnering brengen en Hem aanbidden. Door de icoon zal uw verstand op een verheven wijze het eerbiedwaardige Lichaam van de Verlosser erkennen.
Op dezelfde wijze zal je ook iconen maken van heiligen en ze vereren, niet als goden – want dit is verboden – maar omwille van onze gehechtheid, onze innerlijke genegenheid en het buitengewoon eerbewijs dat je voelt voor de heiligen. Ons verstand zal doorheen hun icoon hogerop wordt gebracht. Het was in deze geest dat Mozes iconen maakte van de Cherubijnen binnenin het Heiligste der Heiligen( Ex.25,40). Het Heilige der Heiligen zelf was het beeld van de hemelse werkelijkheid (Ex.25,40; Hebr.8,5), terwijl de heilige plaats een beeld was van de gehele wereld. Mozes noemde deze dingen heilig, hij aanbad niet datgene wat geschapen was, maar door het geschapene verheerlijkte hij God, de Schepper van de wereld. Je moet de iconen van Christus of de heiligen niet aanbidden, maar doorheen de iconen zal je Hem vereren die in de beginnen ons heeft geschapen naar Zijn eigen gelijkenis, en die vervolgens in Zijn onuitsprekelijk medelijden er heeft in toegestemd om aan de mensen gelijk te worden en erdoor te worden gedefinieerd .
Je zal niet alleen de icoon van Christus vereren, maar ook de gelijkenis met Zijn Kruis. Want het kruis is Christus’ groot teken en de triomf van de overwinning op de duivel en al zijn vijandige krachten. Om deze reden huiveren en vluchten ze wanneer ze de afbeelding van het Kruis zien. Eerder dan het Kruis was de afbeelding verheerlijkt door de profeten en heeft grote wonderen voortgebracht, en wanneer Hij die op het kruis hing, onze Heer Jezus Christus terugkomt om de doden en de levenden te oordelen zal dit groot en verschrikkelijk teken Hem voorgaan, vol van kracht en glorie (Matt.24,30).
Verheerlijk dus het kruis nu, opdat je dapper ernaar mag opkijken en erdoor mag verheerlijkt worden. En je moet de iconen van de heiligen vereren, want de heiligen zijn met de Heer gekruisigd, en je moet voor de verering het kruisteken maken. Zo breng je hun communio met het lijden van Christus in herinnering. Op dezelfde wijze moet je ook hun heilige schrijnen en gelijk welk reliek van het beenderen vereren, want Gods genade is niet gescheiden van deze dingen, zoals ook de goddelijkheid niet gescheiden was van Christus eerbiedwaardige lichaam in de tijd van Zijn leven-gevende dood. Door dit te doen en door hen te verheerlijken die God hebben verheerlijkt – want door hun leven toonden ze zichzelf volmaakt in hun liefde voor God – kan ook jijzelf tesamen met hen verheerlijkt worden door God. En met David zal je zingen : «Ik heb Uw vrienden in ere gehouden, o Heer’ (Psalm 139,17 – LXX).
Van : ‘http://www.monachos.net/library/Gregory_palamas%

De heilige Ulrich, bisschop van Augsburg, stamde uit een oud adellijk geslacht van de Alemannen, en werd geboren in 890. De geboorte was moeilijk verlopen en het leek of de zwakke baby niet lang zou blijven leven. Maar na enige tijd trad herstel in en het knaapje werd een stevige jongen. Hij werd bestemd voor de geestelijke stand en opgevoed op de beroemde kloosterschool van Sankt Gallen, waar hij aller harten won door zijn levendig temperament, zijn onschuld, zijn zachtmoedigheid en oprechte vroomheid. Daarna werd hij hofkapelaan bij zijn oom, de bisschop van Augsburg, ofschoon hij pas zestien jaar oud was.
Misschien ter voltooiing van zijn opvoeding ging hij drie jaar later op pelgrimstocht naar Rome, naar de graven van de apostelen. Daar kwam het nieuws binnen dat zijn oom gestorven was, en de paus wilde hem meteen tot diens opvolger wijden. Maar Ulrich vond zichzelf te jong om zulk een verantwoordelijkheid te dragen en weigerde hardnekkig.
H. Clemens van Alexandrië (150- ca 215)
theoloog
De Pedagoog, I, 12, 17: SC 70 (vert. Evangelizo)

De rol van Christus, onze Pedagoog, is er zoals zijn naam aangeeft, om kinderen te leiden. Er moet gekeken worden over welke kinderen het Evangelie wil spreken, om vervolgens aan hen hun Pedagoog te geven. Wij zijn die kinderen. De Schrift draagt ons vele manieren aan; zij bedient zich van verschillende beelden om het ons te duiden en op duizenden tonen van de eenvoud van het geloof. In het Evangelie wordt gezegd: “Jezus stond aan de oever en richtte zich tot de leerlingen: “Kinderen, hebben jullie iets te eten?” (Joh 21, 4-5). Hij noemde zijn leerlingen kinderen. “De mensen brachten kinderen bij hem, ze wilden dat hij hun de handen op zouden leggen en zou bidden. Toen de leerlingen hen wegduwden, zei Jezus: “Laat de kinderen met rust, belet ze niet om bij Me te komen, want het Koninkrijk der hemelen behoort toe aan wie is zoals zij”. De Heer zelf verklaart de betekenis van dat woord, door te zeggen: “Als je niet verandert en wordt als een kind, dan zul je het Koninkrijk van de hemel zeker niet binnengaan” (Mt 18,3). Dat wijst niet op herstel, maar stelt ons de navolging van de eenvoud van kinderen voor…
Lees verder “H. Clemens van Alexandrië:”Het rijk der hemelen is voor hen, die zijn zoals zij””
H. Basiliosliturgie

In de meeste plaatselijke kerken geen liturgie !
Gezamelijke liturgie in de orthodoxe kathedraal te Brussel – Stalingradlaan,34 (Nabij Zuidstation) voorgegaan door onze Metropoliet Athenagoras , omringd door priesters en diakens van alle jurisdicties. Ook ZM de koning zal hierbij tegenwoordig zijn.
Het iconoclasme en het einde ervan
De strijd die in de achtste en negende eeuw in Byzantium onder leiding van de keizers woedde tegen de verering van de iconen.
De achtergrond van deze strijd was drieledig. Ten eerste cultureel: een semitische huivering met betrekking tot beeld en afbeelding, die haaks stond op de Hellenistische achtergrond van veel christenen in Byzantium. Ten tweede politiek: het bevestigen van keizerlijke macht tegenover aanspraken van de kerk, patriarch en monniken. Ten derde theologisch: het oud-testamentisch verbod op het afbeelden van God en de verzetting tegen de ontaarding van de iconenverering die in bepaalde monastieke tradities verworden was tot beeldenaanbidding. Het iconoclasme is veroordeeld op het concilie van Nicea
In de orthodoxe Kerk wordt het terug toestaan van de iconenverering gevierd op de 1e zondag van de vasten.
Op deze dag wordt er in Brussel om 10.00 u.een Pontificale celebratie gehouden met allen orthodoxe bisschoppen in België (van gelijk welk patriarchaat. Op het einde worden de iconen plechtig in processie de kerk rond gedragen.

Allerhoogste, almachtige, goede Heer,
van U zijn de lof, de roem, de eer en alle zegening
U alleen, Allerhoogste, komen zij toe
en geen mens is waardig U te noemen.
Geloofd zijt Gij, mijn Heer, met al uw schepselen,
vooral heer broeder zon,
die de dag is, en door wie Gij ons verlicht.
En hij is mooi en stralend met grote luister.
Van U, Allerhoogste, draagt hij het zinnebeeld.
Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door zuster maan en de sterren.

.
H. Cyrillus van Jeruzalem (313-350) bisschop van Jeruzalem en kerkleraar
Doopcatechese 10 (vert. Evangelizo)

“Wij verkondigen niet onszelf, wij verkondigen dat Jezus Christus de Heer is en dat wij omwille van Hem uw dienaren zijn” (2Kor 4,5). Wie is deze getuige die Christus verkondigt? Degene die Hem tevoren vervolgde. Wat een groot wonder! De vervolger van kortgeleden, verkondigt Christus. Waarom? Zou hij omgekocht zijn? Maar niemand zou hem op die wijze hebben kunnen overtuigen. Had het zien van Christus op deze aarde hem verblind? Jezus was reeds in de hemel opgenomen. Saulus was uit Jeruzalem vertrokken om de Kerk van Christus te vervolgen, en drie dagen later in Damascus werd de vervolger omgevormd tot prediker. Waar kwam dat door? De anderen spreken als getuige ten gunste van hun vrienden van de mensen van hun partij. Ik daarentegen heb een oude vijand tot getuige voor je gemaakt.
Lees verder “Cyrillus van Jerusalem : Was hij het niet die ons heeft vervolgd ?”

Lezingen
1 Timoteus 1, 15-17
Dit woord is betrouwbaar en volkomen geloofwaardig: “Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden.” En de eerste van hen ben ik. 16Daarom juist is mij barmhartigheid bewezen: Jezus Christus wilde aan mij als eerste heel zijn lankmoedigheid demonstreren, als een model voor allen die in de toekomst op Hem zouden vertrouwen en eeuwig leven winnen. 17Aan de koning der eeuwen, aan de onvergankelijke, onzichtbare, enige God zij eer en roem in de eeuwen der eeuwen! Amen.
Evangelie, Lucas : 18,35-43
Genezing van een blinde bij Jericho
[35] Toen Hij in de buurt van Jericho kwam, zat er een blinde langs de weg te bedelen. [36] Die hoorde veel mensen voorbijkomen en vroeg wat er aan de hand was. [37] ‘Jezus de Nazoreeër* komt hierlangs’, vertelden ze hem. [38] Toen riep hij: ‘Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!’ [39] Degenen die voorop liepen snauwden hem toe dat hij zijn mond moest houden. Maar hij schreeuwde des te harder: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’ [40] Jezus bleef staan en gaf opdracht om de man bij Hem te brengen. Toen hij voor Hem stond, vroeg Hij : [41] ‘Wat wilt u dat Ik voor u doe?’ Hij zei: ‘Dat ik weer zien kan, Heer.’ [42] ‘Kijk Me aan!’ zei Jezus, ‘uw vertrouwen* is uw redding.’ [43] Meteen kon hij weer zien; en hij volgde Hem terwijl hij God verheerlijkte. Heel het volk zag het en prees God.

Lezingen:
Eerste lezing :
Efesiërs 4,7-13 :
7Maar aan ieder van ons afzonderlijk is de genade verleend naar de maat van Christus’ gave. 8Daarom zegt de Schrift: Hij is opgevaren naar den hoge, Hij heeft gevangenen meegevoerd, Hij heeft gaven gegeven aan de mensen. 9Hij is opgestegen: dit betekent dat Hij eerst in de diepte is afgedaald tot op de aarde. 10Hij die is neergedaald, is dezelfde die ook is opgestegen hoog boven alle hemelen, om het heelal te vervullen. 11Hij heeft ook gaven gegeven: sommigen maakte Hij apostelen, anderen profeten, anderen evangelisten, weer anderen herders en leraars, 12om de heiligen toe te rusten voor het werk der bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus.