Dit is een privé christelijke blog van Kris Biesbroeck, Licentiaat Theologie en filosofie. De inhoud van blog : Theologie, filosofie, Kerkvaders, Heiligenlevens, Exegese, Augustinus,enz… Alles wat sinds 2007 op de site is verschenen kan hier teruggevonden worden bij de Categorieën (bij het begin van de site) HET ADRES VAN DE SITE IS : CHRISTELIJKEINFORMATIEBRON.WORDPRESS.COM.
God zelf is het die ons samen met u in Christus bevestigt en die ons heeft gezalfd. 22Hij is het die op ons zijn zegel heeft gedrukt en ons de Geest als onderpand heeft gegeven. 23Ik roep God aan als mijn getuige: alleen om u te sparen ben ik niet naar Korinte gekomen. 24Niet alsof wij heer en meester zijn van uw geloof; in het geloof staat gij vast genoeg. Wij willen slechts bijdragen tot uw vreugde. VAN PAULUS, door Gods wil apostel van Christus Jezus, en Timóteüs, onze broeder, aan de kerk Gods in Korinte en aan alle heiligen in geheel Achaïa. 2Genade en vrede voor u vanwege God onze Vader en de Heer Jezus Christus! Dankzegging 3 Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, de Vader vol ontferming en de God van alle vertroosting. 4Hij troost ons in al onze tegenspoed, zodat wij in staat zijn anderen te troosten in al hun noden, dankzij de troost die wij van God ontvangen.
Feest van de Heilige Drie-eenheid Nederdaling van de Heilige Geest over de Apostelen
LEZINGEN : Eerste lezing : Handelingen 2,1-11
Pinksteren Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren zij allen op één plaats bijeen. Plotseling kwam er uit de hemel een geraas alsof er een hevige wind opstak, en het vulde heel het huis waar zij waren. Er verschenen hun vurige tongen, die zich verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten. Zij raakten allen vol van heilige Geest en begonnen te spreken in vreemde talen, zoals de Geest hun ingaf.
Als eerste en grootste gebod Hebt Gij gegeven : U onze God en Schepper te beminnen met geheel Onze ziel, met geheel ons hart en Met al onze krachten; en als tweede gebod, aan het eerste gelijk : onze naaste te beminnen als onszelf. Gij hebt geleerd dat deze beide Geboden de gehele wet omvatten, wek Door de genade van uw alheilige Geest de liefde in ons hart om deze Geboden daadwerkelijk te Onderhouden. Dan zullen wij van U, onze Verlosser, als wij onze naaste dienen, de vurige verlangde goederen verwerven. Amen
De heilige Joannes, abt van het klooster te Rila. Hij is de grote asceet van de Orthodoxe Kerk in Bulgarije‚ de patroon en leraar van de Bulgaarse natie. Hij werd in 876 geboren in de omgeving van het huidige Sofia. Gedreven door de liefde tot God verliet hij alles en vestigde zich in het bergachtige woestijngebied Rila. Daar leefde hij in het gezelschap der wilde dieren, hij leed honger en dorst, koude en hitte en naaktheid. ‘De blauwe hemel was zijn dak, de aarde zijn bed, het gras zijn voedsel’, zegt de oude levensbeschrijving.
Door het woeste dal van de Rila-rivier drong hij steeds dieper de ontoegankelijke bergen binnen, waar later het beroemde klooster gebouwd zou worden. Maar hij hield daar verblijf in een grot en wijdde zich geheel en al aan vasten en gebed.
Het duurde niet lang of men kwam hem bezoeken voor raad en hulp. Leerlingen wilden bij hem leven en bouwden cellen en een kerkje, dicht bij de grot van Joannes. Dit leven hield hij een halve eeuw vol, tot aan zijn dood in 946. Hij was toen 70 jaar oud. Zijn lichaam bleef bewaard als een kostbare schat. Velen vonden troost bij zijn graf in de vijf eeuwen van de Turkse overheersing, toen zovelen in het ongeluk werden gestort.
Uit : heiligen voor elke dag – orth.klooster Den Haag
[12] Door de handen van de apostelen gebeurden er vele tekenen en wonderen onder het volk. Eensgezind bevonden zij zich allen in de Zuilengang van Salomo. [13] Geen buitenstaander durfde zich met hen in te laten, maar het volk sprak met grote waardering over hen. [14] Steeds weer sloten zich mensen aan die in de Heer geloofden, grote groepen mannen en vrouwen; [15] zelfs droeg men de zieken de straat op en legde hen daar neer op een bed of een matras, in de hoop dat wanneer Petrus voorbijkwam in ieder geval zijn schaduw* op een van hen zou vallen. [16] Ook de bevolking uit de steden rondom Jeruzalem stroomde in groten getale toe; ze brachten zieken mee en mensen die te lijden hadden van onreine geesten, en allen werden genezen. Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet [17] De hogepriester echter en heel zijn aanhang, de partij van de sadduceeën, werden vervuld met jaloezie; [18] ze arresteerden de apostelen en zetten hen in de stadsgevangenis. [19] Maar een engel van de Heer opende ‘s nachts de deuren van de gevangenis, bracht hen naar buiten en zei: [20] ‘Jullie moeten weer naar de tempel gaan om aan het volk het nieuwe leven* te verkondigen.’
H. Gregorius van Nazianze (330-390) bisschop en kerkleraar Homilie voor het Paasfeest; PG 36, 624
“Zo iemand de eerste wil zijn, dan moet hij de laatste van allen zijn”
Sommigen zijn onzeker geworden door de tekenen van het Lijden op het lichaam van Christus en vragen zich af : “Wie is die Koning der Glorie?” (Ps 23,7). Antwoord ze dat het de krachtige en machtige Christus is (v.8) in alles wat Hij altijd gedaan heeft en altijd zal doen… Laat ze de schoonheid zien van het kleed dat het lijdende lichaam van Christus draagt, dat door het Lijden mooier is geworden en omgevormd door de straling van zijn goddelijkheid. Dit glorieus kleed waarvan God het mooiste en waardigste maakt om door de wereld bemind te worden… Is Hij minder omdat Hij zich nederig maakt voor jou? Is Hij verachtelijk omdat Hij als Goede Herder zijn leven geeft voor zijn schapen? (Joh 10,1) Hij kwam het verdwaalde schaap zoeken en toen Hij het gevonden heeft, heeft Hij het op zijn schouders teruggebracht; deze schouders hebben voor het schaap het kruis gedragen. En toen Hij het teruggebracht heeft, heeft Hij het ondergebracht bij de schapen die in de stal zijn gebleven (Lc 15,4v). Acht jij Hem minder groot, omdat Hij een doek omdeed om de voeten van zijn leerlingen te wassen en ze daarmee toonde dat de beste wijze om zich te verheffen, zich te vernederen is? (Joh 13, 4; Mat 23,12)… Omdat Hij zich vernederd heeft, zijn ziel naar de aarde boog om hen die onder het gewicht van de zonden gebukt gaan, te verheffen? Verwijt je Hem dat Hij met de tollenaars en de zondaars gegeten heeft omwille van hun heil? (Mt 9,10)
Hij heeft vermoeidheid, honger, dorst, angst en tranen gekend, toen Hij de wet van de menselijke natuur volgde. Maar wat heeft Hij niet gedaan als God?… Om te leven, hadden wij een God nodig die mens werd en die onsterfelijk werd. Wij hebben in zijn dood gedeeld, die ons zuiverde; door zijn dood deelt Hij met ons de Verrijzenis; door zijn Verrijzenis laat Hij ons delen in zijn heerlijkheid.
Dagelijks evangelie.org
Lezingen van de Goddelijke Liturgie van Pasen Handelingen 1,1-8:
Jezus’ laatste opdracht en hemelvaart [1] Mijn * eerste boek, Teofilus, ging over alles wat Jezus heeft gedaan en geleerd, vanaf het begin [2] tot de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn opdracht had gegeven. [3] Aan hen heeft Hij veertig* dagen lang herhaaldelijk bewezen dat Hij na zijn lijden weer in leven was. Hij vertoonde zich aan hen en sprak over het koninkrijk van God. [4] Toen Hij bij hen was, drukte Hij hun op het hart: ‘Ga niet uit Jeruzalem weg, maar blijf wachten op de belofte van de Vader die jullie van Mij hebben gehoord; [5] immers, Johannes doopte met water, maar jullie zullen gedoopt worden in heilige Geest, binnen enkele dagen.’ [6] Degenen die daar samengekomen waren, stelden Hem toen de vraag: ‘Heer, herstelt* U in deze tijd het koninkrijk voor Israël?’ [7] Maar Hij zei tegen hen: ‘Het komt jullie niet toe de tijden of momenten te kennen die de Vader in zijn volmacht heeft vastgesteld; [8] maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot het uiteinde van de aarde
.‘
Evangelie : Johannes, 1,1-17 Hoofdstuk 1
[1] In* het begin was het woord*, en het woord was bij God, en het woord was God. [2] Het was in het begin bij God. [3] Alles* is door Hem ontstaan, en buiten Hem om is er niets ontstaan. Wat ontstaan was, [4] had leven in Hem, en het leven was het licht van de mensen. [5] Het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis kon het niet aan. [6] Er is een mens geweest, een gezondene van God; zijn naam was Johannes. [7] Hij kwam als getuige: hij moest getuigen van het licht, opdat allen door hem tot geloof zouden komen. [8] Hij was niet het licht, hij moest getuigen van het licht. [9] Het* ware licht was er, dat elke mens verlicht en dat in de wereld* moest komen. [10] Het was in de wereld, een wereld die door Hem was ontstaan, en die wereld heeft Hem niet erkend. [11] In zijn eigen* huis is Hij gekomen, en zijn eigen* mensen hebben Hem niet opgenomen. [12] Aan diegenen die Hem toch opnamen, heeft Hij het vermogen gegeven om kinderen te worden van God: aan hen die geloven* in zijn naam. [13] Niet langs de weg van het bloed, niet door de begeerte van het vlees of door mannelijk streven, maar uit God zijn ze geboren. [14] Ja, het woord* is vlees geworden! Hij* is onder ons zijn tent komen opslaan en we hebben zijn heerlijkheid gezien, de heerlijkheid die Hij als eniggeboren* Zoon aan de Vader ontleende, vervuld als Hij was van genade en waarheid. [15] Van Hem legt Johannes getuigenis af en zijn verklaring luidt: ‘Hem bedoelde ik toen ik zei: “Hij die na mij komt, is mijn meerdere, want vóór mij was Hij er al.” ‘ [16] Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen, genade op genade. [17] wet gegeven door Mozes, de genade en de waarheid zijn gebracht door Jezus Christus.
Meliton van Sardes (?-ca.195), bisschop
Paashomilie, 57-67
Het mysterie van het Pasen van de Heer
Het mysterie van Pasen heeft zich voltrokken in het lichaam van de Heer. Hij had zijn eigen lijden al aangekondigd door de voorvaderen, de profeten en heel zijn volk. Hij had ze bevestigd door een zegel in de Wet en de profeten. Deze buitengewone en grootse toekomst werd lang van tevoren voorbereid; het werd al sinds lange tijd verbeeld, maar nu is het mysterie van de Heer zichtbaar gemaakt, want het mysterie van de Heer is oud en nieuw…
Wil je het mysterie van de Heer zien? Kijk naar Abel die net als Hem vermoord is, Izaak werd net als Hem geketend, Jozef werd als Hem verkocht, Mozes als Hem blootgesteld. David werd als Hem opgejaagd, de profeten werden als Hem mishandeld in de naam van Christus. Kijk tenslotte naar het geslachte schaap op de Egyptische grond, die Egypte sloeg en Israël redde door zijn bloed.
Door de stem van de profeten verkondigde het mysterie van de Heer zich ook. Mozes zei tegen het volk: “Voortdurend zal uw leven in gevaar zijn; dag en nacht zult u in angst zitten, omdat u uw leven niet zeker bent” (Dt 28,66). En David: “Waarom zijn de volken oproerig, gaan zinloos de natiën aan? Hoe posteren zich wereldse heersers, spannen samen de groten der aarde de Heer en zijn Gezalfde trotserend” (Ps 2,1). En Jeremia: “Ik was argeloos als een lam dat ter slachting geleid wordt; ik vermoedde niet wat ze tegen mij beraamden: ‘… We bannen hem uit het land van de levenden, zodat zijn naam niet meer worden genoemd’” (11,19). En Jesaja: “Hij werd gefolterd en diep vernederd, maar heeft zijn mond niet geopend, zoals een lam dat ter slachting geleid wordt. En, zoals een schaap dat stom is voor zijn scheerders, heeft hij zijn mond niet geopend. Wie denkt nog over zijn bestemming na?” (53,7)
Vele andere gebeurtenissen werden verkondigd door talloze profeten die aan het mysterie van Pasen, dat Christus is, raakten… Hij is het die ons bevrijd heeft uit de slavernij aan deze wereld zoals uit Egypte, en wij ontrukken ons uit de slavernij van de duivel, als uit de hand van de farao.
Zet mij even stil bij Goede Vrijdag Zet mij even stil op Golgotha Eerlijk gezegd vind ik het moeilijk Iemand die moest sterven in mijn plaats Maar toch, toch wil ik me Uw lijden beseffen Toch, toch dank ik U dat U mij kwam redden! U liep de extra mijl En stierf aan het kruis U ging door de hel En ik mag naar huis U streed de zwaarste strijd En toch hield U stand Mijn leven ligt bevrijd In Uw doorboorde hand Kom me tegemoet Heer in mijn denken Kom me tegemoet in al mijn trots Ik red het liefst mezelf En daarom denk ik dat Uw dood vaak met mijn leven botst Maar toch, toch wil ik me Uw lijden beseffen Toch, toch dank ik U dat U mij kwam redden! Het is Goede Vrijdag en ik mag naar huis Het is Goede Vrijdag en nu ben ik thuis
Matthijn Buwalda
Dimas, de moordenaar die met Jezus aan het kruis hing.Maar hij had berouw.
‘Vandaag nog zal je met mij in het paradijs zijn’
De geseling
De kruisdraging
Jezus aan het kruis met vita
De kruisafneming
Jezus in het graf
De Ed’le Jozef
De ed’le Jozef heeft u van het kruis genomen U o Heer In smetteloos welriekend linnen heeft hij U gehuld.
Toen Gij in ’t dodenrijk zijt afgedaald O onsterfelijk leven Hebt Gij hades vernietigd door uw God’lijk licht
De Myrondraagsters kwamen aan Uw graf O Heer en God Maar de engel aan het graf sprak hun toe
Zie deze myronbalsem is passend voor wie gestorven zijn Maar Christus is de onvergankelijke Heer
Het laatste Avondmaal of het verbond met de liefde
Lezingen van Grote Donderdag
Eerste lezing :1 Kor.11,23-32
Zelf heb ik immers van de Heer de overlevering ontvangen die ik u op mijn beurt heb doorgegeven, dat de Heer Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd, brood nam, 24en na gedankt te hebben, het brak en zeide: “Dit is mijn lichaam voor u. Doet dit tot mijn gedachtenis.” 25Zo ook na de maaltijd de beker, met de woorden: “Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed. Doet dit, elke keer dat gij hem drinkt, tot mijn gedachtenis.” 26Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt. 27Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of de beker van de Heer drinkt, bezondigt zich aan het lichaam en bloed des Heren. 28Wij moeten onszelf onderzoeken, voor we van het brood eten en uit de beker drinken. 29Wie eet en drinkt zonder het lichaam te onderkennen, eet en drinkt zijn eigen vonnis. 30Daarom zijn er onder u zo velen ziek en zwak en zijn er een aantal gestorven. 31Als wij onszelf beoordelen, zouden wij niet onder dit oordeel vallen. 32Maar als het oordeel van de Heer ons tuchtigt, is het uiteindelijk om ons niet met de wereld te hoeven veroordelen.
Prokimen – ps 2
De vorsten zijn samengeschoold tegen de Heer en tegen Zijn Christus.
Waarom woeden de heidenen, en zinnen de volken op ijdelheid ?
Ik ben door Hem als Koning gesteld over Sion, Zijn heilige berg. (1 Kor 11,23-32)
ALLELUIA Ps 40
Zalig hij die zorg draagt voor behoeftigen en armen : ten dage van onheil zal de Heer hem bevrijden.
Mijn vijanden spreken kwaad over Mij : wanneer zal Hij sterven en zal Zijn Naam vergeten zijn ?
Zelfs Mijn vriend, op wie ik vertrouwde, die Mijn brood met Mij at, heeft zijn hiel tegen Mij opgeheven.
Evangelielezing van grote Donderdag :
21] Tijdens de maaltijd zei Hij: ‘Ik verzeker jullie, een van jullie zal Mij overleveren.’ [22] Buitengewoon bedroefd als ze waren, begonnen ze Hem één voor één te vragen: ‘Ik ben het toch niet, Heer?’ [23] Hij gaf hun ten antwoord: ‘Wie met Mij zijn hand in de schaal doopt, die zal Mij overleveren. [24] De Mensenzoon gaat wel heen zoals over Hem geschreven staat, maar wee die mens door wie de Mensenzoon overgeleverd wordt. Het zou beter zijn voor die mens, als hij niet geboren was.’ [25] Judas, die Hem wilde overleveren, reageerde: ‘Ik ben het toch niet, rabbi*?’ Hij zei tegen hem: ‘Jij hebt het gez
egd.’ [26] Tijdens de maaltijd nam Jezus een brood*, sprak de zegenbede uit, brak het, gaf het aan zijn leerlingen en zei: ‘Neem en eet, dit is mijn lichaam.’ [27] Ook nam Hij een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun die met de woorden: ‘Drink er allen uit, [28] want dit is mijn bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden. [29] Ik zeg jullie: vanaf nu zal Ik niet meer drinken van deze vrucht van de wijnstok, tot de dag waarop Ik met
jullie de nieuwe oogst zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader.’ [30] Na het zingen van de psalmen* gingen ze de stad uit, naar de Olijfberg. Ze zullen allemaal ten val komen [31] Toen zei Jezus tegen hen: ‘Deze nacht nog zullen jullie allemaal ten val komen vanwege Mij, want er staat geschreven: Ik zal de herder treffen, en de schapen van de kudde zullen verstrooid worden. [32] Maar na mijn opwekking zal Ik jullie voorgaan naar Galilea.’ [33] Petrus reageerde daarop en zei: ‘Al komen ze allemaal ten val vanwege U, ik zal nooit ten val komen.’ [34] Jezus zei Hem: ‘Ik verzeker je, in deze nacht, nog voordat de haan kraait, zul je Me drie keer verloochenen.’ [35] Petrus zei Hem: ‘Ook al moet ik samen met U sterven, ik zal U niet verloochenen.’ In deze trant spraken alle leerlingen. In Getsemane [36] Toen ging Jezus met hen naar een plek die Getsemane* genoemd wordt, en Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘Ga hier zitten, terwijl Ik daar ga bidden.’ [37] Hij nam Petrus* en de twee zonen van Zebedeüs met zich mee en begon bedrukt en onrustig te worden. [38] Toen zei Hij tegen hen: ‘Ik ben dodelijk bedroefd. Blijf hier, en blijf wakker met Mij.’ [39]
Palmzondag In stilte willen wij U wachten, U komt in ’t leven ons nabij. Onze gedachten zingen blij Dat U de pijn ons wilt verzachten. Wij horen ’t juichen langs de wegen, de mensen juichen, groot en klein: wilt U voor ons de Koning zijn, ons aller leven tot een zegen? U gaat op d’ ezel door de straten en wenkt ons met U mee te gaan; wij blijven maar ter zijde staan. Wij hebben U alleen gelaten. Wij horen straks dat U ons zegt dat U zich in Gods handen legt.
[4] Verheug u altijd in de Heer. Nog eens: verheug u! [5] Uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn. De Heer* is nabij. [6] Wees niet bezorgd, maar laat al uw wensen bij God bekend worden door te bidden en te smeken en door een dankgebed te zeggen. [7] En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw hart en uw gedachten bewaren in Christus Jezus.
[8] Tenslotte, broeders en zusters, blijf aandacht besteden aan al wat waar en edel is, rechtvaardig en rein, beminnelijk en aantrekkelijk, aan al wat deugd heet en lof verdient. [9] En breng in praktijk wat u geleerd en overgeleverd is, en wat u van mij hebt gehoord en gezien. Dan zal de God van vrede met u zijn
12.28 Ons is een koninkrijk gegeven dat niet wankelt. Laten wij daarom God danken en Hem aanbidden zoals Hij het verlangt: met eerbied en ontzag. 29Want onze God is een verterend vuur.
13.1De broederlijke liefde hoort bij de dingen die altijd moeten blijven. 2En vergeet de gastvrijheid niet; door haar hebben sommigen zonder het te weten engelen onthaald. 3Denkt aan hen die gevangen zijn als waart ge met hen in de gevangenis, en aan hen die mishandeld worden, want ook gij hebt een lichaam. 4Het huwelijk is iets kostbaars; laten we het allen in ere houden en de trouw respecteren. Gods oordeel zal komen over ontuchtigen en echtbrekers. 5Leeft niet alleen voor geld, weest tevreden met wat ge hebt. God zelf heeft gezegd. Ik laat u niet alleen, Ik zal u nooit in de steek laten. 6Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen: De Heer is mijn helper, ik heb niets te vrezen. Wat kan een mens mij aandoen? 7Gedenkt uw leiders, die u het eerst het woord van God verkondigt hebben. Haalt u weer hun leven en de afloop van hun leven voor de geest; neemt een voorbeeld aan hun geloof. 8Jezus Christus is dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid.
5, 9 en de vrucht van het licht kan alleen maar zijn: goedheid, gerechtigheid, waarheid. 10Tracht te ontdekken wat de Heer behaagt. 11Neemt geen deel aan hun duistere en onvruchtbare praktijken, brengt ze liever aan het licht. 12Wat deze lieden in het geheim doen is te schandelijk om ook maar over te spreken. 13Alles echter wat aan het licht wordt gebracht, komt in het licht tot helderheid. 14En alles wat verhelderd wordt is zelf ‘licht’ geworden. Zo zegt ook de hymne: “Ontwaak, slaper, sta op uit de dood, en Christus’ licht zal over u stralen.” 15Let dus nauwkeurig op hoe ge u gedraagt: als verstandige mensen, niet als dwazen. 16Benut de gunstige gelegenheid, want de tijden zijn slecht. 17Daarom, weest niet onverstandig, maar tracht te begrijpen wat de Heer wil. 18Bedwelmt u niet met wijn, wat tot losbandigheid leidt, maar laat u bezielen door de Geest. 19Spreekt elkander toe in psalmen en hymnen en liederen, ingegeven door de Geest. Zingt en speelt voor de Heer van ganser harte.
Boodschap van de engel aan de Alheilige Moeder Gods en altijd Maagd Maria
LEZINGEN:
Hebr.2,11-18
[11] Want* Hij die heiligt en zij die geheiligd worden hebben allen één Oorsprong; daarom schrikt Hij er ook niet voor terug om hen zijn broeders te noemen, wanneer Hij zegt: [12] Ik zal uw naam verkondigen aan mijn broeders
en uw lof zingen midden in de gemeente;
[13] en opnieuw:
Ik zal mij geheel op Hem verlaten;
en nog eens:
Hier ben Ik met de kinderen die God Mij gegeven heeft.
[14] Omdat* ‘de kinderen’ mensen zijn van vlees en bloed, heeft Hij ons bestaan willen delen, om door zijn dood de vorst* van de dood, de duivel*, te onttronen, [15] en hen te bevrijden die door de vrees voor de dood* heel hun leven aan slavernij onderworpen waren. [16] Want het zijn niet de engelen van wie Hij zich het lot aantrekt, maar de nakomelingen van Abraham. [17] Vandaar dat Hij in alles aan zijn broeders gelijk moest worden, om een barmhartig en getrouw hogepriester te worden bij God en de zonden van het volk uit te boeten. [18] Omdat Hij zelf de proef van het lijden doorstaan heeft, kan Hij allen helpen die beproefd worden.
4,14Nu wij een verheven hogepriester hebben, een die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, moeten wij vasthouden aan onze belijdenis. 15Want wij hebben een hogepriester die in staat is mee te voelen met onze zwakheden; Hij werd zelf op allerlei manieren op de proef gesteld, precies zoals wij, afgezien dan van de zonde. 16Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om barmhartigheid en genade te verkrijgen en tijdige hulp.
Want elke hogepriester wordt genomen uit de mensen en aangesteld voor de mensen, om hen te vertegenwoordigen bij God en om gaven en offers op te dragen voor de zonden. 2Hij is in staat onwetenden en dwalenden geduldig te verdragen, daar hij ook zelf aan zwakheid onderhevig is; 3daarom moet hij, als hij offers voor de zonden opdraagt, evengoed aan zijn eigen zonden denken als aan die van het hele volk. 4En niemand kan zich die waardigheid aanmatigen, men moet evenals Aäron door God geroepen worden. 5Ook Christus heeft zichzelf niet de eer van het hogepriesterschap toegekend; dat heeft God gedaan, die Hem zei: Gij zijt mijn zoon, Ik heb U heden verwekt. 6En elders zegt Hij: Gij zijt priester voor eeuwig, op de wijze van Melchisedek.
Evangelie : Marcus 8,34-9,1
Nadat Hij behalve zijn leerlingen ook het volk bij zich had laten komen, sprak Hij tot hen: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen. 35Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest omwille van Mij en het Evangelie, zal het redden. 36Wat voor nut heeft het voor een mens de hele wereld te winnen als dit ten koste gaat van eigen leven? 37Wat toch zou een mens in ruil kunnen geven voor zijn leven? 38Als iemand zich schaamt over Mij en mijn woorden ten overstaan van dit overspelig en zondig geslacht, zal ook de Mensenzoon zich over hem schamen, wanneer Hij, vergezeld van de heilige engelen, komt in de heerlijkheid van zijn Vader.”
1Hij sprak tot hen: “Voorwaar, Ik zeg u: onder de hier aanwezigen zijn er die de dood niet zullen ervaren, voordat zij zien dat het Rijk Gods is gekomen in kracht.”
Gezamelijke liturgie in de orthodoxe kathedraal te Brussel – Stalingradlaan,34 (Nabij Zuidstation) voorgegaan door onze Metropoliet Athenagoras en omringd door priesters en diakens van alle jurisdicties
Het iconoclasme en het einde ervan
De strijd die in de achtste en negende eeuw in Byzantium onder leiding van de keizers woedde tegen de verering van de iconen.
De achtergrond van deze strijd was drieledig. Ten eerste cultureel: een semitische huivering met betrekking tot beeld en afbeelding, die haaks stond op de Hellenistische achtergrond van veel christenen in Byzantium. Ten tweede politiek: het bevestigen van keizerlijke macht tegenover aanspraken van de kerk, patriarch en monniken. Ten derde theologisch: het oud-testamentisch verbod op het afbeelden van God en verzet tegen de ontaarding van iconenverering die in bepaalde monastieke kringen verworden was tot beeldenaanbidding. Het iconoclasme is veroordeeld op het concilie van Nicea.
In de orthodoxe Kerk wordt het terug toestaan van de iconenverering gevierd op de 1e zondag van de vasten.
Op deze dag wordt er in Brussel om 10.00 u.een Pontificale celebratie gehouden met allen orthodoxe bisschoppen in België (van gelijk welk patriarchaat. Op het einde worden de iconen plechtig in processie de kerk rond gedragen.
Lezingen van deze zondag
Eerste lezing :
Hebr.11,24-26,32, 12,2:
Door het geloof heeft Mozes zelf, toen hij groot geworden was, geweigerd om door te gaan voor een zoon van de dochter van de farao. Hij wilde liever mishandeld worden met het volk van God dan voor korte tijd profiteren van de zonde.
En wat moet ik nog meer noemen? De tijd ontbreekt me om te verhalen van Gideon, Barak, Simson en Jefta, van David en Samuël en de profeten.
12. 2 :Kijk naar Jezus, de leidsman en voltooier van ons geloof. Omwille van de vreugde die voor Hem in het verschiet lag, heeft Hij een kruis op zich genomen en de schande niet geteld: nu zit Hij aan de rechterkant van Gods troon.
Evangelielezing : Johannes 1,43-51:
Jezus roept Filippus en Natanaël
De volgende dag, toen Hij besloten had om naar Galilea te gaan, ontmoette Hij Filippus. ‘Volg Mij’, zei Jezus tegen hem. Filippus was afkomstig uit Betsaïda, de stad waar ook Andreas en Petrus vandaan kwamen. Filippus ging Natanaël opzoeken en zei tegen hem: ‘Degene over wie Mozes in de Wet en ook de profeten hebben geschreven, die hebben we gevonden: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.’ ‘Nazaret?’ zei Natanaël. ‘Kan daar iets goeds vandaan komen?’ Maar Filippus hield vol: ‘Kom mee en je zult het zien.’ Jezus zag dat Natanaël naar Hem toe kwam en zei over hem: ‘Daar heb je een echte Israëliet, in wie geen oneerlijkheid is.’ ‘Waar kent U mij van?’ vroeg Natanaël. Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Nog voordat Filippus je kwam roepen, toen je onder de vijgenboom zat, had Ik je al gezien.’ ‘Rabbi,’ zei Natanaël, ‘U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël!’ Waarop Jezus zei: ‘Je gelooft dus omdat Ik zei dat Ik je gezien heb onder de vijgenboom? Je zult nog grotere dingen zien!’ En Hij voegde eraan toe: ‘Waarachtig, Ik verzeker jullie: je zult zien hoe de hemel geopend is en Gods engelen opstijgen en neerdalen boven de Mensenzoon.’