A.Schmemann : Commentaar op psalm 139 ….

42b2750fe5277ca7f642a6e411e59b79

Psalm 139
Vader Alexander Schmemann (1921-1983)
Dit dagboekaantekening is langer dan normaal, maar het is vader Alexander Schmemanns ontroerende reflectie op Psalm 139 in de context van het stellen van de vraag, wat betekent het om in God te geloven?

Ik kom niet zozeer bewust, deductief of rationeel tot geloof in God, maar ik vind geloof in mezelf; Ik vind het en ik ben vervuld van verwondering, vreugde en dankzegging. Ik ontdek het als de mysterieuze maar zo duidelijk waarneembare aanwezigheid van Degene die alles is: vrede, vreugde, rust, licht. Ik kan niet de bron van deze aanwezigheid zijn, omdat ik niets van die vreugde, vrede, licht, rust in mij of in de wereld om me heen vind. Waar komen ze dan vandaan? En dus zeg ik dat het woord dat dit alles uitdrukt, alles benoemt, en dat loskomt van deze ervaring, van het getuigenis van deze aanwezigheid, geen enkele zin heeft: ik zeg het woord “God”. Ik zou dit onbegrijpelijke woord niet kunnen zeggen zonder deze ervaring, maar door dit woord uit te spreken is het alsof ik deze ervaring, dit gevoel, bevrijd van zijn subjectiviteit, vergankelijkheid, obscuriteit; Ik noem Hem als de inhoud van deze ervaring. Door dit te doen, aanvaard ik dit geschenk en door een terugkerende beweging van mijn hele wezen, geef ik me zelf aan Hem over.

Viering Geloof
Viering van het geloof: Ik geloof (1991)
“Ik geloof in God.” En dan wordt het duidelijk dat dit geloof dat ik in het diepst van mijn eigen ziel vind niet alleen mijn eigen persoonlijke, onuitsprekelijke en onuitsprekelijke ervaring is, maar dat het mij op een nieuwe manier verbindt met mensen, met het leven, met de wereld, dat het mij bevrijdt van het isolement waartoe alle mensen tot op de een of andere manier zijn veroordeeld. Want als het vreugdevol was om geloof in mezelf te ontdekken, in mijn eigen ziel, in mijn eigen bewustzijn, dan is het niet minder vreugdevol om ditzelfde geloof te ontdekken, dezelfde ervaring ook in anderen, en niet alleen nu, hier, om me heen, in mensen zoals ik, maar ook in tijd en ruimte. Ik sla een oud boek open dat meer dan duizend jaar voor onze jaartelling is geschreven, in een wereld die bijna volledig anders is dan de onze, en daar lees ik:
O Heer, U hebt mij gefouilleerd
en mij gekend.

Je weet wanneer ik zit en wanneer ik opsta;
je neemt mijn gedachten van veraf waar.

Je ziet mijn uitgaan en mijn liggen;
je bent bekend met al mijn manieren.

Voordat er een woord op mijn tong ligt, weet U het helemaal,
o Heer.

Je omzoomt me in — achter en voor;
je hebt je hand op mij gelegd.

Zulke kennis is me te wonderbaarlijk, ze is hoog, ik
kan het niet bereiken.

Waar kan ik van uw Geest naartoe gaan?
Waar kan ik vluchten voor uw aanwezigheid?

Als ik naar de hemel ga, ben jij daar;
als ik mijn bed in de diepte opmaak, ben je er.

Als ik opsta op de vleugels van de dageraad en me aan de andere
kant van de zee vestig,

zelfs daar zal uw hand mij leiden, uw rechterhand
zal mij vasthouden.

Als ik zeg: “De duisternis zal mij zeker verbergen en het licht
wordt nacht om mij heen”,

zelfs de duisternis is niet donker voor jou:
de nacht schijnt als de dag, want duisternis is als licht
voor jou.

Want gij hebt mijn diepste wezen geschapen;
je breit me aan elkaar in de baarmoeder van mijn moeder.

Ik prijs u omdat ik angstig en wonderbaarlijk
gemaakt ben;

hoe wonderbaarlijk zijn uw werken, mijn ziel weet dat heel
goed…

Hoe transcendent zijn voor mij uw gedachten, o God!

Hoe groot is de som van hen!

Als ik ze zou tellen, zouden ze de zandkorrels
overtreffen.

Als ik wakker word. Ik ben nog steeds bij je…

Zoek mij, o God, en ken mijn hart;
test me en ken mijn gedachten.

Kijk of ik op een gevaarlijke weg ben, en leid mij in de weg
eeuwigdurend.

Lees verder “A.Schmemann : Commentaar op psalm 139 ….”

Wanneer we aandacht besteden aan mensen in nood..

blob (1)

“Wanneer we aandacht besteden aan de behoeften van mensen in nood, geven we hen wat van hen is, niet van ons.”

Gregorius de Grote

Christelijke Ukrainse mensen zingen in  de straten van Amsterdam

Liedtekst

Laat mijn gebed opstijgen tot u
Als de geur van wierook
We storten ons hart altijd uit bij U
In uw heerlijke hemelse woonplaats

God, ik bid voor Oekraïne
God, ik bid voor alle mensen
Heer, vergeef ons
Red ons volk
En toon ons uw genade
Heer, ik weet dat U bij ons zult zijn
Vanuit Uw woonplaats in de hemel
U gaf ons vreugde, U gaf ons vrede
U gaf Uw leven voor ons
U hebt ons ingeschreven in het Boek des Levens

In Uw Levende Woord
Hebt U de weg naar het leven getoond
Laat alle mensen tot U zich keren
Tot U, die voor ons stierf aan het kruis

God, ik bid voor Oekraïne
God, ik bid voor alle mensen
Heer, vergeef ons
Red ons volk
En toon ons uw genade
Heer, ik weet dat U bij ons zult zijn
Vanuit Uw woonplaats in de hemel
U gaf ons vreugde, U gaf ons vrede
U gaf Uw leven voor ons
U hebt ons ingeschreven in het Boek des Levens

Laat mijn gebed opstijgen tot u
Als de geur van wierook

 

Lezingen van de vierde zondag van de Vasten : de heilie Johannes Clinacus..

border-climacos4

Vierde zondag van de Grote Vasten

Van de heilige Johannes Climakos

a2c74cd39d1d23d1eee568e9e83cb641

“Liefde is een afgrond van verlichting, een berg van vuur. Het is de toestand van engelen, de voortgang van de eeuwigheid.”

Johannes Climacus

55e721c1e19eace8f8a4c2154ac89423

LEZINGEN VAN DE ZONDAG

Efesiërs 5, 9-19 :

5, 9 en de vrucht van het licht kan alleen maar zijn: goedheid, gerechtigheid, waarheid. 10Tracht te ontdekken wat de Heer behaagt. 11Neemt geen deel aan hun duistere en onvruchtbare praktijken, brengt ze liever aan het licht. 12Wat deze lieden in het geheim doen is te schandelijk om ook maar over te spreken. 13Alles echter wat aan het licht wordt gebracht, komt in het licht tot helderheid. 14En alles wat verhelderd wordt is zelf ‘licht’ geworden. Zo zegt ook de hymne: “Ontwaak, slaper, sta op uit de dood, en Christus’ licht zal over u stralen.” 15Let dus nauwkeurig op hoe ge u gedraagt: als verstandige mensen, niet als dwazen. 16Benut de gunstige gelegenheid, want de tijden zijn slecht. 17Daarom, weest niet onverstandig, maar tracht te begrijpen wat de Heer wil. 18Bedwelmt u niet met wijn, wat tot losbandigheid leidt, maar laat u bezielen door de Geest. 19Spreekt elkander toe in psalmen en hymnen en liederen, ingegeven door de Geest. Zingt en speelt voor de Heer van ganser harte.

Evangelie :
Matteüs 4,25 – 5,12 :

4, 25 Grote volksmenigten uit Galilea en Dekapolis, uit Jeruzalem, Judea en het Overjordaanse sloten zich bij Hem aan.
JEZUS IN DE WOESTIJN
5,1 Daarna werd Jezus door de Geest naar de woestijn gevoerd om door de duivel op de proef gesteld te worden. 2Nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij honger. 3Nu trad de verleider op Hem toe en sprak: “Als Gij de Zoon van God zijt, beveel dan dat deze stenen hier in brood veranderen.” 4Hij gaf ten antwoord: “Er staat geschreven: Niet van brood alleen leeft de mens, maar van alles wat uit de mond van God voortkomt.” 5Vervolgens nam de duivel Hem mee naar de heilige stad, plaatste Hem op de bovenbouw van een tempelpoort 6en sprak tot Hem: “Als Gij de Zoon van God zijt, werp U dan naar beneden, want er staat geschreven: Aan zijn engelen zal Hij omtrent U een bevel geven, dat zij U op de handen nemen, opdat Ge uw voet niet zult stoten aan een steen.” 7Jezus zei tot hem: “Er staat ook geschreven: Gij zult de Heer uw God niet op de proef stellen.” 8Tenslotte nam de duivel Hem mee naar een heel hoge berg, vanwaar hij Hem alle koninkrijken der wereld toonde in hun heerlijkheid. 9En hij zeide: “Dat alles zal ik U geven, als Gij in aanbidding voor mij neervalt.” 10Toen zei Jezus hem: “Weg, satan: er staat geschreven: De Heer uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen.” 11Nu liet de duivel Hem met rust en er kwamen engelen om Hem hun diensten te bewijzen.
BEGIN VAN JEZUS’ OPTREDEN IN GALILEA
5,12 Toen Jezus vernam dat Johannes was gevangen genomen, week Hij uit naar Galilea.

tekst-joh-climakos

Wees niet verbaasd‎‎ dat ‎‎je elke dag valt; geef niet op, maar sta moedig je mannetje. En de engel die u bewaakt, zal zeker uw geduld eren‎‎.” St. John Climacos (6e en‎ 7th century) from “Ladder of Devine Ascent”)

De 30 treden van de Latter van Goddelijke beklimming : Joh.Climakos

ec1c1df71a2f6187be14a929fe443b8c

De Ladder van Goddelijke Verheffing : Johannes Climakos

De Ladder van Goddelijke Verheffing, geschreven door Sint Johannes, Abt van Sinaï met de achternaam Climacus (van de Ladder) is een handleiding voor de middelen om spirituele perfectie te verwerven. Dit werk is geschreven op verzoek van een van de tijdgenoten van Sint-Jan, Johannes de Abt van Raithu van Egypte.

jDe spirituele klassieker bestaat uit 30 stappen, die elk betrekking hebben op een bepaald aspect met betrekking tot de passies en de menselijke natuur. Dit is een zeer reële ontleding in het hart van de mens, waarvan de Heilige Vaders het goed begrepen. Het gebruik van de metafoor Ladder is een zeer krachtige constructie, waarbij het begrip opstijgen wordt gebruikt, één run tegelijk. De ladder bestaat uit de volgende 30 treden, die elk naar de volgende leiden.

De secties 1–4 hebben gemeenschappelijke thema’s als afstand doen van de wereld en gehoorzaamheid aan een geestelijke vader

  1. Over afstand doen van de wereld, of ascese
  2. Op onthechting
  3. In ballingschap of bedevaart; over dromen die beginners hebben
  4. Over gezegende en altijd gedenkwaardige gehoorzaamheid (naast episodes waarbij veel individuen betrokken zijn))

delen secrties 5-7 deze gemeenschappelijke thema’s: boetedoening en ellende als wegen naar ware vreugde

  1. Over nauwgezette en ware bekering, die het leven van de heilige veroordeelden vormt, en over de Gevangenis
  2. Over de herdenking van de dood
  3. Over vreugdevolle rouw

8–17: Nederlaag van ondeugden en verwerving van deugdzaamheid

  1. Over vrijheid van woede en over zachtmoedigheid
  2. Over de herdenking van misstanden
  3. Op laster of laster
  4. Over spraakzaamheid en stilte
  5. Op liggen
  6. Over moedeloosheid
  7. Op die luidruchtige meesteres, de maag
  8. Op onvergankelijke zuiverheid en kuisheid, waartoe de vergankelijken door zwoegen en zweten bereiken
  9. 16. Over liefde voor geld, of hebzucht
  1. Op niet-bezitterigheid (die de Hemel bespoedigt

18–26: Vermijding van de valkuilen van ascese (luiheid, trots, mentale stagnatie)

  1. Over ongevoeligheid, dat wil zeggen het doden van de ziel en de dood van de geest vóór de dood van het lichaam
  2. Over slaap, gebed en psalmodie met de broederschap
  3. Over lichamelijke waakzaamheid en hoe deze te gebruiken om geestelijke waakzaamheid te bereiken, en hoe deze

te beoefenen 21. Over onmannelijke en kinderlijke lafheid

  1. Over de vele vormen van ijdelheid
  2. Op waanzinnige hoogmoed en (in dezelfde Stap) op onreine godslasterlijke gedachten; over onbespreekbare godslasterlijke gedachten
  3. Over zachtmoedigheid, eenvoud en bedrog, die niet uit de natuur komen maar uit bewuste inspanning, en over bedrog
  4. Op de vernietiger van de hartstochten, de meest sublieme nederigheid, die geworteld is in spirituele waarneming
  5. Over het onderscheiden van gedachten, passies en deugden; over het onderscheidingsvermogen van deskundigen; korte samenvatting van alle bovengenoemde

27–29: Verwerving van hesychia, of vrede van de ziel, van gebed en van apatheia (onthechting of gelijkmoedigheid met betrekking tot kwellingen of lijden)

  1. Op heilige stilte van lichaam en ziel; verschillende aspecten van stilte en hoe ze

te onderscheiden 28. Over heilig en gezegend gebed, de moeder der deugden, en over de houding van geest en lichaam in gebed

  1. Met betrekking tot de Hemel op aarde, of goddelijke nuchterheid en volmaaktheid, en de opstanding van de ziel vóór de algemene opstanding
  2. Betreffende de onderlinge koppeling van de allerhoogste drie-eenheid tussen de deugden; een korte aansporing die alles samenvat wat er in dit boek uitvoerig is gezegd

Lees verder “De 30 treden van de Latter van Goddelijke beklimming : Joh.Climakos”

3e zondag van de Vasten : Het heilig Kruis……..

border-kruis-en-kader-2

Derde zondag van de vasten : Het heilige Kruis

0d117104b07c7631c13397c5d455c0f0

Wij aanbidden U, O Christus, en wij zegenen U
Omdat gij door Uw Heilig Kruis de wereld hebt verlost.

GOD van kracht en
barmhartigheid, in liefde
zond U Uw Zoon,
opdat wij gereinigd zouden worden
van de zonde en voor
altijd bij U zouden kunnen leven.
Zegen ons als we nadenken over zijn
lijden en dood, zodat we
van zijn voorbeeld kunnen leren
welke weg we moeten gaan.
Wij vragen dit door diezelfde CHRISTUS,
onze Heer en Heiland. Amen.

LEZINGEN VAN DE ZONDAG :

Hebreeën, 4,14-5,6

4,14 Nu wij een verheven hogepriester hebben, een die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, moeten wij vasthouden aan onze belijdenis. 15Want wij hebben een hogepriester die in staat is mee te voelen met onze zwakheden; Hij werd zelf op allerlei manieren op de proef gesteld, precies zoals wij, afgezien dan van de zonde. 16Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om barmhartigheid en genade te verkrijgen en tijdige hulp.

5,1 Want elke hogepriester wordt genomen uit de mensen en aangesteld voor de mensen, om hen te vertegenwoordigen bij God en om gaven en offers op te dragen voor de zonden. 2Hij is in staat onwetenden en dwalenden geduldig te verdragen, daar hij ook zelf aan zwakheid onderhevig is; 3daarom moet hij, als hij offers voor de zonden opdraagt, even goed aan zijn eigen zonden denken als aan die van het hele volk. 4En niemand kan zich die waardigheid aanmatigen, men moet evenals Aäron door God geroepen worden. 5Ook Christus heeft zichzelf niet de eer van het hogepriesterschap toegekend; dat heeft God gedaan, die Hem zei: Gij zijt mijn zoon, Ik heb U heden verwekt. 6En elders zegt Hij: Gij zijt priester voor eeuwig, op de wijze van Melchisedek.

Evangelie :

Marcus, 8,34-9,1 :

8, 34 Nadat Hij behalve zijn leerlingen ook het volk bij zich had laten komen, sprak Hij tot hen: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen. 35Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest omwille van Mij en het Evangelie, zal het redden. 36Wat voor nut heeft het voor een mens de hele wereld te winnen als dit ten koste gaat van eigen leven? 37Wat toch zou een mens in ruil kunnen geven voor zijn leven? 38Als iemand zich schaamt over Mij en mijn woorden ten overstaan van dit overspelig en zondig geslacht, zal ook de Mensenzoon zich over hem schamen, wanneer Hij, vergezeld van de heilige engelen, komt in de heerlijkheid van zijn Vader.”
9,1 Hij sprak tot hen: “Voorwaar, Ik zeg u: onder de hier aanwezigen zijn er die de dood zullen ervaren, voordat zij zien dat het Rijk Gods is gekomen in kracht.”

9a84865a99a7f91b50af2b145a580db6

DE DWAASHEID VAN HET KRUIS
Want de prediking van het kruis is dwaasheid voor hen die verloren gaan, maar voor hen die gered worden, voor ons, is zij Gods kracht. 

De Heer is nabij, zijn dag komt.
De Heer is nabij, heb moed, blijf wakker
Nah ist der Herr, es kommt sein Tag.
Nah ist der Herr, habt Mut, bleibt wach.
(Pan blisko jest oczekuj Go
Pan blisko jest, w Nim serca moc)

Door Uw Kruis en uw lijden

Red ons Heer

Vergeten wij niet voor onze broeders en zusters in Ukraine te bidden.

Nu zondag herdenken wij in deze vastentijd het Kruis van Onze Heer en Verlosser Jezus Christus.Laat ons vandaag even stilstaan bij al die mensen in Ukraine, die vandaag datzelfde Kruis te dragen hebben.  Dat kunnen we doen door ons te bezinnen aan de hand van onderstaande video’s.

Valentyn Silvestrov (*1937) Gebet für die Ukraine (2014) „Bozhe, Ukrayinu khrany…“ „Herr, schütze die Ukraine…“

Laat deze video je inspireren om te bidden voor vrede over de hele wereld en vooral met Oekraïne en Rusland. In deze video belichten we hoe God wonderen doet in Oekraïne. We belichten ook moedige christenen die impact maken in de oorlog, zoals Amara Mojekwu. Nuttige link:
 
Blijf bidden voor vrede in Rusland en Oekraïne. Bedenk bij God dat alle dingen mogelijk zijn.

Dit is de toewijding van het Kranj Symphony Orchestra and Choir aan dappere Oekraïense mensen die lijden onder de brutale Russische invasie. Onze jonge Sloveense muzikanten voerden een paar jaar geleden dit prachtige Russische gedicht van Sergei Yesenin: The Golden Birch-Tree Grove Has Fallen Silent (Отговорила рооа золотая) uit. Diana Novak deed een geweldig arrangement. PPZ-productie draagt dit prachtige Russische lied op aan alle dappere Oekraïense mensen, die zich nooit zullen overgeven. Hun vrijheid is onze vrijheid. Hun leven is ons leven! Schakel gewoon uw lokale ondertitels in

De maanlichtnacht: het mooiste Oekraïense lied 🇺🇦(Opgedragen aan alle dappere Oekraïense mensen)🇺🇦

A well known Ukrainian hymn in both Catholic and Orthodox Churches in Ukraine and abroad. This version is sung by the Vydubychi Church Chorus, and is from their album “Sing Praises To Our God, Sing Praises!”
Below is the Ukrainian lyrics alongside the (not literal) English version:

Скорбная мати під хрестом стояла
Beneath the cross there stood a mother crying,
Гірко ридала в слозах промовляла
Shedding tears of sorrow while her Son was dying:
Ой сину, сину, за яку провину
Oh Son, my Son, for what great transgression
Переносиш нині тяжкую годину
Must You bear this trying hour of oppression
На хресті
On the cross?
Я тебе купала дрібними сльозами,
With my bitter tears how lovingly I bathed You
Як малим ховала перед ворогами,
When You were a mere child, from what foes I saved You:
А нині плачу, бо тебе вже трачу,
But now You leave me and my heart so grieves me,
Вже тебе, мій сину, більше не побачу
For my dearest Son, no longer will I see Thee.
Сину мій
Oh my Son!
Моя опоро, мій ти світе ясний
You are my support, my world’s brilliant light,
Гаснеш заскоро, в’янеш перечасно,
Fading much too early, withering from sight,
А що зі мною стане, сиротою,
What becomes of me now, a lonely orphan,
Я сама на світі, як билина стою
I’m alone in this world, as a blade of grass I stand,
Під хрестом
By the cross
Мій Боже милий, усердно тя молю
Oh my God, most gracious, hear my supplication:
Подай мені сили у нещаснім болю.
Grant to me the strength to bear this tribulation.
Тебе благаю, як сама лиш знаю
This I implore You, how much only I know,
І тобі десь сина мого доручаю
As I offer You my Son who is reviled so,
На хресті
On the cross.

CHRISTUS IS IN ONS MIDDEN! HIJ WAS, IS EN ZAL ALTIJD ZIJN.

elevation

Mijn geliefde geestelijke kinderen in Christus, onze enige ware God en onze enige ware Verlosser,
CHRISTUS IS IN ONS MIDDEN! HIJ WAS, IS EN ZAL ALTIJD ZIJN.

MIDDEN VASTENTIJD: HET HEILIG KRUIS

De derde zondag van de veertigdagentijd wordt “De verering van het kruis” genoemd. Bij de Vergilius van die dag, na de Grote Doxologie, wordt het Kruis in een plechtige processie naar het midden van de kerk gebracht en blijft daar de hele week – met een speciale rite van verering na elke dienst. Het is opmerkelijk dat het thema van het kruis dat de hymnologie van die zondag domineert, niet is ontwikkeld in termen van lijden, maar van overwinning en vreugde. Meer dan dat, de themaliederen (hirmoi) van de Zondagse Canon zijn ontleend aan de Paasdienst – “De dag van de opstanding” – en de Canon is een parafrase van de Paascanon.

De betekenis van dit alles is duidelijk. We zitten midden in de vastentijd. Aan de ene kant begint de fysieke en spirituele inspanning, als deze serieus en consistent is, te worden gevoeld, de last ervan wordt belastender, onze vermoeidheid duidelijker. We hebben hulp en aanmoediging nodig. Aan de andere kant, nadat we deze vermoeidheid hebben doorstaan, nadat we de berg tot op dit punt hebben beklommen, beginnen we het einde van onze pelgrimstocht te zien en de stralen van Pascha groeien in hun intensiteit. De veertigdagentijd is onze zelf-kruisiging, onze ervaring, hoe beperkt ook, van het gebod van Christus, gehoord in de evangelieles van die zondag:”Indien iemand na mij zou komen, laat hij zichzelf verloochenen en zijn kruis opnemen en mij volgen” (Marcus 8:34). Maar we kunnen ons kruis niet opnemen en Christus volgen tenzij we Zijn Kruis hebben dat Hij opnam om ons te redden.

jHet is Zijn Kruis, niet het onze, dat ons redt. Het is Zijn Kruis dat niet alleen betekenis, maar ook kracht geeft aan anderen. Dit wordt ons uitgelegd in het Synaxarion van de Kruiszondag:

“Op deze zondag, de derde zondag van de veertigdagentijd, vieren we de verering van het eervolle en levengevende kruis, en om deze reden: voor zover we in de veertig dagen van vasten onszelf op een bepaalde manier kruisigen… en verbitterd en moedeloos worden en falen, wordt de Levengevende ons aangeboden voor verfrissing en zekerheid, voor herinnering aan het lijden van onze Heer en voor troost… We zijn als degenen die een lang en wreed pad volgen, die moe worden, een prachtige boom met veel bladeren zien, in zijn schaduw zitten en een tijdje ret en dan, alsof ze verjongd zijn, hun reis voortzetten; ook vandaag werd het Levengevende Kruis door de Heilige Vaders in ons midden geplant om ons rust en verfrissing te geven, om ons licht en moedig te maken voor de resterende taak… Of, om een ander voorbeeld te geven: wanneer een koning komt, verschijnen eerst zijn banier en symbolen, dan komt hij zelf blij en verheugt zich over zijn overwinning en vult met vreugde degenen onder hem; evenzo zendt onze Heer Jezus Christus, die op het punt staat ons zijn overwinning op de dood te tonen en aan ons te verschijnen in de heerlijkheid van de opstandingsdag, ons van tevoren Zijn Scepter, het Koninklijke Symbool – het Levengevende Kruis – en het vervult ons met vreugde en maakt ons klaar om elkaar te ontmoeten, voor zover het voor ons mogelijk is, de Koning Zelf, en om Zijn overwinning te eren… Dit alles midden in de veertigdagentijd die als een bittere bron is vanwege zijn tranen, ook vanwege zijn inspanningen en moedeloosheid… maar Christus troost ons die als het ware in de woestijn zijn, totdat Hij ons door Zijn Opstanding naar het geestelijke Jeruzalem zal leiden… want het Kruis wordt de Boom des Levens genoemd. Het is de boom die in het Paradijs is geplant, en om deze reden hebben onze Vaders hem geplant in het midden van de Heilige Vastentijd, denkend aan zowel Adams gelukzaligheid als hoe hij ervan werd beroofd, ook herinnerend aan het feit dat we niet langer sterven aan deze Boom, maar in leven worden gehouden …”

Zo beginnen we, verfrist en gerustgesteld, aan het tweede deel van de veertigdagentijd. Nog een week en op de vierde zondag horen we de aankondiging: “De Zoon des Mensen zal overgeleverd worden in de handen van de mensen en zij zullen Hem doden, en wanneer Hij gedood wordt, zal Hij na drie dagen weer opstaan” (Marcus 9:31). De nadruk verschuift nu van ons, van onze bekering en inspanning, naar de gebeurtenissen die plaatsvonden “omwille van ons en voor onze redding”.

“O Heer, Die ons vandaag deed uitkijken naar de Goede Week om helder te schijnen door de opstanding van Lazarus, Help ons om de reis van het vasten te volbrengen.” ‘Nu we de tweede helft van het vasten hebben bereikt, laten we het begin van het leven goddelijk maken; En wanneer we het einde van onze inspanning bereiken, mogen we de nooit falende gelukzaligheid ontvangen.”

De toon van de vastendiensten verandert. Als gedurende het eerste deel van de veertigdagentijd onze inspanning gericht was op onze zuivering, worden we nu doen beseffen dat deze zuivering geen doel op zich was, maar ons moest leiden naar de contemplatie en het begrip en de toe-eigening van het mysterie van het kruis en de opstanding. De betekenis van onze inspanning wordt ons nu geopenbaard als deelname aan dat mysterie waaraan we zo gewend waren dat we het als vanzelfsprekend beschouwden en dat we gewoon vergaten. En als we Hem volgen terwijl we samen met de discipelen naar Jeruzalem gaan, zijn we ‘verbaasd en bang’.

(Bron: Grote Vastentijd door pater Alexander Schmemann)

Vertaling : Kris Biesbroeck

2e zondag van de Vasten : de Heilige Gregorius Palamas

Tweede zondag van de Grote Vasten –
Van de heilige Gregorius Palam

PALAMAS

Vasten en zelfbeheersing zijn
een dubbele verdedigingsmuur
en wie daarbinnen leeft,
geniet grote vrede.

St. Gregory Palamas

“In de tijd van vasten en gebed”
(Homilie 9)

Lezingen :
Hebr.1,10-2,3

In het begin, Heer, hebt U de aarde gegrondvest,
en de hemel is het werk van uw handen.
Zij zullen vergaan, U echter blijft.
Alle zullen ze verslijten als kleren,
U zult ze opvouwen als een mantel,
als een kledingstuk zullen zij verwisseld worden.
U echter bent dezelfde
en uw jaren nemen geen einde.
Tot welke engel heeft Hij ooit gezegd:
Ga zitten aan mijn rechterhand,
totdat Ik uw vijanden als een voetbank voor uw voeten heb gelegd?
Wat zijn zij anders dan dienende geesten, uitgezonden ten behoeve van hen die de redding zullen erven?
Trouw aan de boodschap

2.Daarom moeten wij des te meer aandacht schenken aan wat wij gehoord hebben, om niet uit de koers te raken. Want als het door engelen gesproken woord zo’n gezag had dat elke overtreding of ongehoorzaamheid haar rechtmatige vergelding ontving, hoe zullen wij dan ontkomen, wanneer wij een zo grote redding verwaarlozen, die eerst verkondigd is door de Heer, en getrouw aan ons is doorgegeven door hen die Hem gehoord hebben;

Evangelie :
Marcus,2,1-12

Toenemende tegenstand
Toen Hij enkele dagen later weer in Kafarnaüm kwam, hoorde men dat Hij thuis was. Er liepen zoveel mensen te hoop dat ze zelfs niet meer bij de deur konden komen, en Hij sprak hen toe. ] Ze kwamen een verlamde bij Hem brengen, door vier man gedragen. Omdat ze de man niet bij Hem konden krijgen vanwege de menigte, haalden ze de dakbedekking weg boven zijn hoofd, en toen ze een opening gemaakt hadden, lieten ze het bed waar de verlamde op lag, zakken. Bij het zien van hun vertrouwen zei Jezus tegen de verlamde: ‘Vriend, uw zonden worden u vergeven.’ Nu zaten daar een paar schriftgeleerden die hun bedenkingen hadden: ‘Hoe kan die man zoiets zeggen? Hij lastert God. Wie anders dan de enige God kan zonden vergeven?’ Jezus doorzag meteen dat ze deze bezwaren hadden en zei tegen hen: ‘Waarom hebt u eigenlijk bezwaren? Wat is eenvoudiger? Tegen de verlamde zeggen: “Uw zonden worden vergeven”, of zeggen: “Sta op en pak uw bed en loop?” Maar opdat u weet dat de Mensenzoon bevoegd is om op aarde zonden te vergeven ‘, zei Hij, nu tegen de verlamde: ‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’ En hij stond op, pakte meteen zijn bed en ging weg voor het oog van iedereen, zodat ze allemaal verrukt waren en God verheerlijkten. ‘Zoiets hebben we nog nooit gezien’, zeiden ze.

Schmemann : enkele vastenmeditaties……

download (1)

“Bid voor anderen”. Alleen door eenheid in de Heilige Geest zult u in staat zijn om ernstig voor uw medemensen te bidden en God te vragen u te zegenen door hun gebeden.
Houd niet op om God elke dag te vragen om u de Heilige Geest te geven, genade om de geboden van Christus te vervullen en te bezitten, totdat ze een tweede natuur worden. (Schmemann)

Vasten meditaties van Alexander Schmemann

Zo vieren we met Pasen de opstanding van Christus als iets dat ons is overkomen en nog steeds overkomt. Want ieder van ons ontving het geschenk van dat nieuwe leven en de kracht om het te accepteren en ernaar te leven. Het is een geschenk dat onze houding ten opzichte van alles in deze wereld, inclusief de dood, radicaal verandert. Het maakt het voor ons mogelijk om vreugdevol te bevestigen: “De dood is niet meer!” O, de dood is er nog steeds, om zeker te zijn en we worden er nog steeds voor en op een dag zal het ons komen brengen. Maar het is ons hele geloof dat Christus door Zijn eigen dood de aard van de dood veranderde, er een passage van maakte – een “Pascha”, een “Pascha” – in het Koninkrijk van God, waardoor de tragedie van tragedies in de uiteindelijke overwinning veranderde. “De dood vertrappen door de dood”, liet Hij ons deelgenoot maken van Zijn Opstanding. Daarom zeggen we aan het einde van de Paasmatins: “Christus is verrezen en het leven regeert! Christus is opgestaan en er blijft niet één dode in het graf!”
― Alexander Schmemann, Grote vasten: Reis naar Pascha

j’Als we de eerste stap zetten naar het ‘heldere verdriet’ van de veertigdagentijd, zien we – ver, ver weg – de bestemming. Het is de vreugde van Pasen, het is de toegang tot de heerlijkheid van het Koninkrijk. En het is dit visioen, het voorproefje van Pasen, dat het verdriet van de veertigdagentijd helder maakt en onze vasteninspanning tot een ‘geestelijke lente’. De nacht mag dan donker en lang zijn, al die tijd lijkt er een mysterieuze en stralende dageraad aan de horizon te schijnen.”
― Alexander Schmemann, Grote vasten: Reis naar Pascha

“… de liturgische tradities van de Kerk, al haar cycli en diensten, bestaan in de eerste plaats om ons te helpen het visioen en de smaak van dat nieuwe leven te herstellen dat we zo gemakkelijk verliezen en verraden, zodat we ons kunnen bekeren en ernaar kunnen terugkeren. … Het is door haar liturgisch leven dat de Kerk ons iets openbaart van dat wat “het oor niet heeft gehoord, het oog niet heeft gezien en wat nog niet het hart van de mens is binnengegaan, maar dat God heeft voorbereid voor hen die Hem liefhebben.” En in het centrum van dat liturgische leven, als zijn hart en hoogtepunt, als de zon waarvan de stralen overal doordringen, staat Pascha.
― Alexander Schmemann, Grote vasten: Reis naar Pascha

“We vergeten dit alles gewoon – zo druk zijn we, zo ondergedompeld in onze dagelijkse preoccupaties – en omdat we het vergeten, falen we. En door deze vergeetachtigheid, mislukking en zonde wordt ons leven weer “oud” – kleinzielig, donker en uiteindelijk betekenisloos – een zinloze reis naar een betekenisloos einde. We slagen erin om zelfs de dood te vergeten en dan, plotseling, in het midden van ons ‘genieten van het leven’, komt het tot ons: verschrikkelijk, onontkoombaar, zinloos.
― Alexander Schmemann, Grote vasten: Reis naar Pascha

Voor meer citaten  ga naar ‘categoriën ‘ : CITATEN Alexander Schmemann

Geestelijken en leken in de orthodoxe kerk : A.Schmemann

alexander_schmemann

Geestelijken en leken in de orthodoxe kerk

Een dringende kwestie

Door Alexander Schmemann

Niemand zal ontkennen dat de kwestie van geestelijken en leken in onze kerk hier in Amerika (maar ook elders : vertaler)zowel urgent als verwarrend is. Het is urgent omdat de voortgang van de kerk vaak gehinderd wordt door wantrouwen en conflicten, misverstanden en frustraties. Het is verwarrend, want er is geen constructieve en oprechte discussie geweest, geen echte poging om het te begrijpen in het licht van ons geloof en in termen van onze werkelijke situatie. Het is inderdaad een paradox, want van beide kanten, klerus en leken, komt dezelfde klacht naar voren: zowel priesters als leken verkondigen dat hun respectieve rechten worden ontzegd, hun verantwoordelijkheden en actiemogelijkheden beperkt. Als de priester het wel eens heeft over de “tirannieën” van de leken, verwerpen de leken de “bazigheid” van de priester. Wie heeft er gelijk, wie heeft het mis? En moeten we doorgaan in deze frustrerende “burgeroorlog” in een tijd waarin we eenheid en de totale mobilisatie van al onze middelen nodig hebben om de uitdaging van de moderne wereld het hoofd te bieden? Wanneer katholieken en protestanten ons met 150 tegen 1 in aantal overtreffen, schudden de jongere generaties hun gehechtheid aan de orthodoxie en moeten we op elk rekenen voor de gigantische taken waarmee we worden geconfronteerd? We noemen onszelf orthodox, dat wil zeggen mannen van het ware geloof. We zouden dan in staat moeten zijn om in hun ware geloof leidende principes en positieve oplossingen voor al onze problemen te vinden …

De huidige manier is niets meer dan een poging om de kwestie die wordt besproken op te helderen. Hoewel het door een priester is geschreven, is het niet bedoeld om “partij te kiezen”, want naar mijn mening zijn er geen partijen die kunnen worden gekozen, maar een misverstand dat moet worden weggenomen. Dit misverstand is zeker diep geworteld in een nogal ongekende situatie waarin we als orthodox moeten leven. Het kan niet worden opgehelderd door louter aanhalingen uit canons en oude teksten. Toch is het nog steeds een misverstand. Dit is wat alle mensen van goede trouw moeten begrijpen. Het vereist alleen dat we eerlijk en oprecht de belangen van onze kerk boven onze persoonlijke “sympathieën” en “antipathieën” stellen, onze remmingen overwinnen en de zuivere lucht inademen van het wonderbaarlijke en glorieuze geloof dat ons toebehoort.

Verduidelijking van termen
Een belangrijke bron van het misverstand, hoe vreemd het ook mag lijken, is de terminologie. De termen geestelijken en leken worden de hele tijd gebruikt, maar zonder een duidelijk begrip van hun eigenlijke – dwz orthodoxe, betekenis- Mensen realiseren zich niet dat er tussen zo’n orthodoxe betekenis en de huidige, die we bijvoorbeeld in Webster’s Dictionary vinden, een nogal radicaal verschil bestaat. We moeten dus beginnen met de termen te herstellen waarin we hun ware betekenis gebruiken.

In Webster wordt leken gedefinieerd als: “van of met betrekking tot de leken in tegenstelling tot de geestelijkheid” of “niet van of van een bepaald beroep”.
Wat geestelijken betreft, luidt de definitie als volgt: “in de Christelijke Kerk, het lichaam van Christus, mensen gewijd voor de dienst van God, bediening “.
Beide definities impliceren ten eerste een oppositie: leken zijn tegen geestelijken en geestelijken tegen leken. Ze impliceren ook, in het geval van leken, een ontkenning. Een leek is iemand die geen bepaalde status heeft (niet een bepaald beroep). Deze definities, die vrijwel in alle westerse talen worden geaccepteerd, weerspiegelen een specifiek westerse religieuze achtergrond en geschiedenis. Ze zijn geworteld in de grote conflicten die in de middeleeuwen de geestelijke macht tegen de seculiere, de kerk en de staat bestreden. Ze hebben echter niets te maken met het aanvankelijke gebruik van beide termen door christenen, wat alleen de norm is voor de orthodoxe kerk.

De betekenis van “Leek”
De woorden leken, leken, leek komen van het Griekse woord laos dat mensen betekent. “Laikos”, leek, is degene die tot de mensen behoort, die lid is van een organische en georganiseerde gemeenschap. Het is met andere woorden geen negatieve, maar een zeer positieve term. Het impliceert de ideeën van een volledig, verantwoordelijk, actief lidmaatschap in tegenstelling tot bijvoorbeeld de status van een kandidaat. Toch maakte het christelijke gebruik deze term nog positiever. Het komt uit de Griekse vertaling van het Oude Testament, waar het woord laos gewoon wordt toegepast op het volk van God, op Israël, het volk dat door God Zelf als Zijn volk is gekozen en geheiligd. Dit concept van het “volk van God” staat centraal in de Bijbel. De Bijbel bevestigt dat God één van de vele mensen heeft gekozen om Zijn specifieke instrument in de geschiedenis te zijn, om Zijn plan te vervullen, om voor te bereiden, boven al het andere, de komst van Christus, de Redder van de wereld. Met dit ene volk is God een “verbond” aangegaan, een pact of overeenkomst van wederzijdse verbondenheid. Het Oude Testament is echter slechts de voorbereiding van het Nieuwe. En in Christus worden de voorrechten en de verkiezing van het “volk van God” uitgebreid tot allen die Hem aanvaarden, in Hem geloven en bereid zijn Hem als God en Redder te aanvaarden. Zo wordt de Kerk, de gemeenschap van degenen die in Christus geloven, het ware volk van God, de “laos” en elke christen een laikos – een lid van het volk van God. de voorrechten en de verkiezing van het “volk van God” worden verleend aan allen die Hem aanvaarden, in Hem geloven en bereid zijn Hem als God en Redder te aanvaarden. De leek is daarom degene die deelneemt aan de goddelijke uitverkiezing en van God een speciale gave en een voorrecht van lidmaatschap ontvangt. Het is een zeer positieve roeping, radicaal anders dan degene die we in Webster gedefinieerd vinden. We kunnen in onze orthodoxe leerstelling zeggen dat elke christen, of hij nu een bisschop, priester, diaken of gewoon lid van de kerk is, in de eerste plaats en vooral een leek is, want het is noch negatief, noch partieel, maar een allesomvattende term en onze gemeenschappelijke roeping. Voordat we iets specifieks zijn, zijn we allemaal leken, omdat de hele Kerk de leken is – de mensen, het gezin, de gemeenschap – gekozen en opgericht door Christus Zelf.

De leken zijn gewijd :
We zijn gewend “wijding” te beschouwen als het onderscheidende kenmerk van geestelijken. Zij zijn de gewijde christenen en de leken, de niet-gewijde christenen. Ook hier verschilt de orthodoxie echter van het westerse ‘klerikalisme’, of het nu rooms-katholiek of protestants is. Als wijding in de eerste plaats het schenken van de gaven van de Heilige Geest betekent voor de vervulling van onze opdracht als christenen en leden van de kerk, wordt elke leek een laikos – door wijding. We vinden het in het sacrament van het heilige chrisma, dat volgt op de doop. Waarom zijn er twee, en niet slechts één sacrament om de kerk binnen te gaan? Omdat als de Doop in ons onze ware menselijke natuur herstelt, verduisterd door zonde, de Zalving ons de positieve kracht en genade geeft om christen te zijn, om als christenen te handelen, om samen de Kerk van God op te bouwen en verantwoordelijke deelnemers aan het leven van de Kerk te zijn. In dit avondmaal bidden we dat de pasgedoopten:
‘een eervol lid van Gods Kerk
‘ een toegewijd vat
‘een kind van het licht
‘ een erfgenaam van Gods koninkrijk, ;zijn,
dat “nadat hij de gave van de Heilige Geest heeft ontvangen en de mate van genade die hem is toevertrouwd heeft verhoogd, hij de prijs van zijn hoge roeping mag ontvangen en zal worden genummerd samen met de eerstgeborenen wiens naam in de hemel is geschreven”
We zijn ver verwijderd van de saaie Webster-definitie. St. Paulus noemt alle gedoopte christenen “medeburgers met de heiligen en het huisgezin van God” (Ef. 2: 1a). ‘Want door Christus’ – zegt hij – bent u geen vreemdelingen en buitenstaanders meer, maar medeburgers met de heiligen … in wie de hele gemeenschap volledig tezamen uitgroeit tot een heilige tempel in de Heer, voor wie u ook samen wordt gevormd tot een woning van God door de Geest. ”

De leek in de liturgie
We beschouwen aanbidding als een specifiek klerikaal werkterrein. De priester viert feest, de leken zijn aanwezig. De een is actief, de ander passief. Het is weer een fout, en nog een ernstige. De christelijke term voor aanbidding is leitourgia, wat precies een collectieve, algemene, allesomvattende actie betekent waarbij alle aanwezigen actieve deelnemers zijn. Alle gebeden in de orthodoxe kerk zijn altijd geschreven in termen van het meervoud wij. We bieden aan, we bidden, we danken, we aanbidden, we gaan naar binnen, we stijgen op, we ontvangen. De leek is op een heel directe manier de mede-celebrant van de priester, die aan God de gebeden van de Kerk aanbiedt, alle mensen vertegenwoordigt en namens hen spreekt. Een illustratie van deze co-viering kan nuttig zijn; het woord amen, waaraan we zo gewend zijn, dat we er eigenlijk geen aandacht aan besteden. En toch is het een cruciaal woord. Geen gebed, geen offer, geen zegen wordt ooit in de Kerk gegeven zonder bekrachtigd te zijn door de Amen, wat een goedkeuring, overeenkomst, deelname betekent. Amen zeggen tegen iets betekent dat ik het van mij maak, dat ik er mijn toestemming voor geef … En “Amen” is inderdaad het Woord van de leken in de Kerk, dat de functie uitdrukt van de leken als het Volk van God, dat vrijelijk en vreugdevol het Goddelijke aanbod aanvaardt en bevestigt het met zijn instemming. Er is werkelijk geen dienst, geen liturgie zonder het amen van degenen die God dienen als gemeenschap, als kerk.Het is inderdaad het Woord van de leken in de Kerk, dat de functie uitdrukt van de leken als het volk van God, dat het Goddelijke aanbod vrij en vreugdevol aanvaardt en het met zijn instemming bevestigt En dus, welke liturgische dienst we ook onder’ ogen nemen, we zien dat het altijd het patroon volgt van dialoog, samenwerking, van samenwerking, tussen de celebrant en de gemeenschap. Het is inderdaad een gemeenschappelijke actie (“leitourgia”) waarin de verantwoordelijke deelname van iedereen essentieel en onmisbaar is, want hierdoor vervult de Kerk, het volk van God, haar doel .

De plaats van geestelijken
Het is dit orthodoxe begrip van de “leken” dat de werkelijke betekenis en functie van geestelijken onthult. In de orthodoxe kerk staat de geestelijkheid niet boven leken of ertegen. Allereerst, hoe vreemd het ook mag lijken, de fundamentele betekenis van de term geestelijkheid ligt heel dicht bij die van leken. Geestelijken komen van “clerus”, wat het “deel van God” betekent. “Geestelijkheid” betekent dat een deel van de mensheid dat aan God toebehoort, Zijn roeping heeft aanvaard, zich aan God heeft opgedragen. In deze initiële betekenis wordt de hele Kerk beschreven als “geestelijkheid” – een deel of erfenis van God: “O God, red Uw volk en zegen Uw erfenis”: (kleronomia of geestelijkheid – in het Grieks). De Kerk, omdat Zij het volk van God (leken) is, is Zijn “deel”, Zijn “erfenis”.
Maar gaandeweg werd de term “geestelijkheid” beperkt tot degenen die een speciale bediening vervulden binnen het volk van God, die speciaal waren aangewezen om namens de hele gemeenschap te dienen. Want vanaf het allereerste begin was het volk van God niet amorf, maar kreeg het door Christus Zelf een structuur, een orde, een hiërarchische vorm:
“En God heeft sommigen in de kerk geplaatst, eerst de apostelen, secundair de profeten, ten derde leraren … . Zijn alle apostelen? Zijn alle profeten? Zijn alle leraren? … Nu bent u het lichaam van Christus, en leden in het bijzonder … “(1 Kor. 12: 28-29)

Historisch gezien werd de kerk gebouwd op de apostelen, die Christus zelf heeft gekozen en aangesteld. De apostelen kozen en stelden opnieuw hun eigen helpers en opvolgers aan, zodat er gedurende de hele ononderbroken ontwikkeling van de kerk altijd de continuïteit van deze goddelijke aanstelling en verkiezing is geweest.
De “geestelijkheid” is daarom nodig om de Kerk te maken tot wat ze moet zijn: het speciale volk of deel van God. Hun speciale functie is om binnen de Kerk datgene te bestendigen wat niet afhankelijk is van mensen: de genade van God, de leer van God, de geboden van God, de reddende en genezende kracht van God. We benadrukken dit “van God”, want de hele betekenis van “geestelijkheid” ligt precies in hun totale identificatie met de objectieve leer van de Kerk. Het is niet hun leer of hun macht: ze hebben er geen, maar dat wat in de kerk is bewaard en in stand gehouden, van de apostelen tot in onze tijd, en dat de essentie van de kerk vormt. De priester heeft de macht om te onderwijzen, maar alleen voor zover hij de traditie van de kerk onderwijst en er volkomen gehoorzaam aan is. Hij heeft de kracht om te vieren, maar nogmaals, alleen voor zover hij het eeuwige priesterschap van Christus Zelf vervult. Hij is – volledig en exclusief – gebonden door de waarheid die hij vertegenwoordigt en kan daarom nooit in zijn eigen naam spreken of bevelen
De basis voor eenheid en samenwerking

Onze mensen vrezen in hun kritiek op de geestelijkheid de buitensporige ‘macht’ van geestelijken, maar al te vaak realiseren ze zich niet dat de priester niets anders vertegenwoordigt dan de ‘macht’ van de kerk, waarvan ze lid zijn en niet een specifieke ‘geestelijke’. “kracht. Want het is voor iedereen duidelijk dat de kerk bestond voordat we werden geboren en altijd heeft bestaan ​​als een geheel van doctrine, orde, liturgie, enz. Het behoort niemand van ons toe om de kerk te veranderen of haar naar onze eigen smaak te laten volgen. , om de simpele reden dat we wel bij de kerk horen, maar de kerk niet bij ons. We zijn genadig door God aanvaard in Zijn huisgezin, waardig gemaakt van verborgen lichaam en bloed, van zijn openbaring, van gemeenschap met hem. En de geestelijkheid vertegenwoordigt deze continuïteit, deze identiteit van de Kerk in de leer, leven en gratie door ruimte en tijd. Ze onderwijzen dezelfde eeuwige leer, ze brengen dezelfde eeuwige Christus tot ons, ze kondigen dezelfde en eeuwige reddingsactie van God aan
Enkele fouten die moeten worden afgewezen
Deze eenvoudige en orthodoxe waarheid wordt te vaak verdoezeld door sommige ideeën, die we al dan niet vrijwillig hebben aanvaard uit de omgeving waarin we leven.

1. Een kritiekloze toepassing van het idee van democratie op de Kerk. Democratie is het grootste en edelste ideaal van de menselijke gemeenschap. Maar in essentie is het niet van toepassing op de kerk om de eenvoudige reden dat de kerk niet louter een menselijke gemeenschap is. Ze wordt niet geregeerd “door de mensen en voor de mensen” – maar door God en voor de vervulling van Zijn Koninkrijk. Haar structuur, dogma, liturgie en ethiek zijn niet afhankelijk van een meerderheid van stemmen, want al deze elementen zijn door God gegeven en door God gedefinieerd. Zowel geestelijken als leken moeten hen in gehoorzaamheid en nederigheid aanvaarden.
2. Een vals idee van klerikalisme als absolute macht waarover de priester geen verantwoording kan afleggen. In feite moet de priester in de orthodoxe kerk bereid zijn om elke mening, beslissing of verklaring uit te leggen, om ze niet alleen ‘formeel’ te rechtvaardigen door een verwijzing naar een canon of regel, maar geestelijk als waar, reddend en volgens de wil. van God. Want nogmaals, als wij allemaal, leken en geestelijken, gehoorzaam zijn aan God, is deze gehoorzaamheid gratis en vereist deze onze vrije aanvaarding: ‘Ik noem jullie geen slaven, want een slaaf weet niet wat zijn Heer doet; maar ik heb jullie vrienden genoemd. ; voor alle dingen die ik heb gehoord, heb ik u bekendgemaakt “(Johannes 15; 15) en” gij zult de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken “(Johannes 8:32). In de orthodoxe kerk, het behoud van de waarheid, het welzijn van de kerk, zending, filantropie, enz. – zijn allemaal een gemeenschappelijke zorg van de hele kerk, en alle christenen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het leven van de kerk. Noch blinde gehoorzaamheid, noch democratie, maar een vrije en vreugdevolle aanvaarding van wat waar, nobel, constructief en bevorderlijk is voor de goddelijke liefde en verlossing

3. Een vals idee van kerkbezit. “Het is onze Kerk, want we hebben haar gekocht of gebouwd …” Nee, het is nooit onze Kerk, want we hebben haar opgedragen, dwz gegeven, aan God. Het is noch de geestelijkheid, noch het “eigendom” van de leken, maar inderdaad het heilige eigendom van God Zelf. Hij is de echte eigenaar, en als we beslissingen kunnen en moeten nemen over dit eigendom, moeten die beslissingen in overeenstemming zijn met Gods wil. En ook hier moeten zowel geestelijken als leken initiatief en verantwoordelijkheid hebben bij het onderzoeken van de wil van God. Hetzelfde geldt voor kerkgeld, huizen en alles wat ‘van de kerk’ is.
4. Een vals idee van het salaris van de priester: “Wij betalen hem …” Nee, de priester kan niet worden betaald voor zijn werk, omdat niemand genade of redding kan kopen, en het “werk” van de priester is om genade te communiceren en om werk aan de redding van de mens. Het geld dat hij van de kerk ontvangt (dwz van het volk van God en niet van “ons” – werkgevers van een werknemer …) is bedoeld om hem vrij te maken voor het werk van God. En hij, die ook lid is van de kerk, kan geen ‘ingehuurde’ man zijn, maar een verantwoordelijke deelnemer aan de beslissingen over het beste gebruik van het geld van de kerk.

5. Een valse tegenstelling tussen de geestelijke en de materiële gebieden in het leven van de Kerk: “laat de priester voor het geestelijke zorgen, en wij – de leken – zullen voor de materiële dingen zorgen …” Wij geloven in de Incarnatie van de Zoon van God. Hij maakte Zichzelf stoffelijk om alle materie te vergeestelijken, om alle dingen geestelijk zinvol te maken, gerelateerd aan God … Wat we ook doen in de kerk is altijd zowel geestelijk als materieel. We bouwen een materiële kerk, maar het doel is geestelijk: hoe kunnen ze van elkaar worden geïsoleerd? We zamelen geld in, maar om het ter wille van Christus te gebruiken. We organiseren een banket, maar als het überhaupt verband houdt met de Kerk, is het doel – wat het ook is – ook geestelijk, kan het niet los worden gezien van het geloof, de hoop en de liefde waarmee de Kerk bestaat. Anders zou het niet langer een “kerkelijke aangelegenheid” zijn, en zou het niets met de kerk te maken hebben. Dus het spirituele tegenover het materiële stellen, denken dat ze gescheiden kunnen worden, is onorthodox. In alles wat met de Kerk te maken heeft, is er altijd behoefte aan de deelname van zowel geestelijken als leken, aan de actie van het hele volk van God.
Conclusie

In het verleden zijn er aan beide kanten veel fouten gemaakt, laten we ze vergeten. Laten we liever een poging doen om de waarheid van de Kerk te vinden en van ons te maken. Het is eenvoudig, prachtig en constructief. Het bevrijdt ons van alle angsten, bitterheid en remmingen. En we zullen samenwerken – in de eenheid van geloof en liefde – voor de vervulling van Gods Koninkrijk.
Uw wil geschiede. Niet van ons.

Bron : “Clergy and Laity in the Orthodox Church” (Orthodox Life, 1) (Crestwood, NY)

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

Zondag van de Orthodoxie : Herstel van de iconenverering…

Voor het vastengebed van Efrem de Syriër : ga hierboven  naar “bijbelcitaten” of scrol naar beneden tot je het  tegenkomt

bf31d69e3b0be704f022db2a2273d4b6 (1)

Zondag van de Orthodoxie viert de traditie van het hebben van heilige iconen in onze kerken. Zoals de Profeten hebben aanschouwd, zoals de apostelen hebben onderwezen, zoals de Kerk heeft ontvangen, zoals de Leraren hebben gedogmatiseerd, zoals het Universum heeft ingestemd, zoals genade heeft laten zien, zoals de Waarheid heeft geopenbaard, zoals de leugen is opgelost, zoals de Wijsheid heeft gepresenteerd, zoals Christus heeft toegekend, laten we verklaren, laten we beweren, laten we op dezelfde manier Christus onze ware God prediken en Zijn heiligen in woorden eren, in geschriften, in gedachten, in daden, in kerken, in heilige iconen – Hem aanbidden als God en Heer en hen eren als Zijn ware dienaren van de meester van allen, en hun de nodige verering aanbieden. Dit is het geloof van de apostelen! Dit is het geloof van de Vaders! Dit is het geloof van de orthodoxen! Dit is het Geloof, dat het Universum heeft gevestigd

Lezingen van de Goddelijke Liturgie : 

Eerste lezing : Hebr.11,24-26,32 – 12,2

Door het geloof heeft Mozes zelf, toen hij groot geworden was, geweigerd om door te gaan voor een zoon van de dochter van de farao. Hij wilde liever mishandeld worden met het volk van God dan voor korte tijd profiteren van de zonde. Voor hem was de smaad van de Messias kostbaarder dan al de schatten van Egypte, want hij hield het oog gericht op de komende beloningEn wat moet ik nog meer noemen? De tijd ontbreekt me om te verhalen van Gideon, Barak, Simson en Jefta, van David en Samuël en de profeten.Kijk naar Jezus, de leidsman en voltooier van ons geloof. Omwille* van de vreugde die voor Hem in het verschiet lag, heeft Hij een kruis op zich genomen en de schande niet geteld: nu zit Hij aan de rechterkant van Gods troon.

EVANGELIE : Joh 1,43-51

. Jezus roept Filippus en Natanaël
De volgende dag, toen Hij besloten had om naar Galilea te gaan, ontmoette Hij Filippus. ‘Volg Mij’, zei Jezus tegen hem. Filippus was afkomstig uit Betsaïda, de stad waar ook Andreas en Petrus vandaan kwamen.Filippus ging Natanaël opzoeken en zei tegen hem: ‘Degene over wie Mozes in de Wet en ook de profeten hebben geschreven, die hebben we gevonden: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.”Nazaret?’ zei Natanaël. ‘Kan daar iets goeds vandaan komen?’ Maar Filippus hield vol: ‘Kom mee en je zult het zien.’ Jezus zag dat Natanaël naar Hem toe kwam en zei over hem: ‘Daar heb je een echte Israëliet, in wie geen oneerlijkheid is.’ ‘Waar kent U mij van?’ vroeg Natanaël. Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Nog voordat Filippus je kwam roepen, toen je onder de vijgenboom zat, had Ik je al gezien.’ ‘Rabbi,’ zei Natanaël, ‘U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël!’ Waarop Jezus zei: ‘Je gelooft dus omdat Ik zei dat Ik je gezien heb onder de vijgenboom? Je zult nog grotere dingen zien!’ En Hij voegde eraan toe: ‘Waarachtig, Ik verzeker jullie: je zult zien hoe de hemel geopend is en Gods engelen opstijgen en neerdalen boven de Mensenzoon.’

Johannes Chrysostomos : Zie zowel haar nederigheid als haar geloof….

matthew-15-27-but-she-said-yes-lord-but-een-the-dogs-see-her-humility-as-well-as-her-faith-st-john-chrysostom-10-march-2022 (1)

“Zie zowel haar nederigheid als haar geloof! Want Hij had de Joden “kinderen” genoemd, maar zij was hier niet tevreden mee. Ze noemde ze zelfs ‘meesters’, tot nu toe was ze niet meer te treuren om de lof van anderen. Ze zei: “Ja, Heer, maar zelfs de honden eten de kruimels die van de tafel van hun meesters vallen.” Mattheus 15, 27.

Zie de wijsheid van de vrouw! Ze waagde zich niet zozeer om een woord tegen iemand anders te zeggen. Ze was niet gestoken om anderen geprezen te zien, noch was ze verontwaardigd om verweten te worden. Zie haar standvastigheid! Toen Hij antwoordde: “Het is niet eerlijk om het brood van de kinderen te nemen en het naar de honden te gooien,” zei ze: “Ja, Heer.” Hij noemde ze ‘kinderen’ maar zij noemde ze ‘meesters’. Hij gebruikte de naam van een hond, maar zij beschreef de actie van de hond. Zie je de nederigheid van deze vrouw?
Vergelijk dan haar nederigheid met de trotse taal van de Joden: “Wij zijn Abrahams zaad en waren nooit gebonden aan een mens.” “We zijn uit God geboren.”. Maar niet zo deze vrouw. In plaats daarvan noemt ze zichzelf een hond en meesters. Dus om deze reden werd ze een kind. Want wat zegt Christus dan? “O vrouw, groot is uw geloof.”.
We zouden dus kunnen veronderstellen dat dit de reden is waarom Hij haar heeft afgeschrikt, zodat Hij dit gezegde hardop zou verkondigen en dat Hij de vrouw zou kunnen kronen: “Zij het voor u gedaan zoals u dat wilt.” Dit betekent: “Uw geloof is inderdaad in staat om nog grotere dingen te bewerkstelligen dan deze. Niettemin, zij het u, gelijk u dat wenst.” Deze Stem was één met de Stem die zei: “Laat de hemel zijn”, en dat was het ook. “En haar dochter is vanaf dat uur heel gemaakt.”
Zie je hoe ook deze vrouw niet een beetje heeft bijgedragen aan de genezing van haar dochter? Want merk op dat Christus niet zei: “Laat uw dochtertje heel worden” maar “Groot is uw geloof, zij het voor u gedaan zoals u dat wenst.” Deze woorden werden niet willekeurig uitgesproken, noch waren het vleiende woorden, maar groot was de kracht van haar geloof en voor ons leren. Hij liet de zekere test en demonstratie echter over aan de kwestie van de gebeurtenissen. Haar dochter was dan ook meteen genezen.’ – Johannes Chrysostomus (347-407) Aartsbisschop van Constantinopel, Kerkvader(Het evangelie van Matteüs – Homilie 52).

GEBED – Wij smeken U, o Heer, kijk genadig naar de vurigheid van Uw volk, dat zich in het vlees versterft door onthouding: opdat zij in gedachten verkwikt worden door de vrucht van deze goede werken. Door Jezus Christus, Uw Zoon onze Heer, Die met U leeft en regeert, in de eenheid van de Heilige Geest, God, wereld zonder einde. Amen

Zondag van de Orthodoxie

Zondag van de Orthodoxie

1280px-Triumph_orthodoxyIntroductie

De zondag van de orthodoxie is de eerste zondag van de Grote Vastentijd. Het dominante thema van deze zondag sinds 843 is dat van de overwinning van de iconen. In dat jaar werd de beeldenstorm, die sinds 726 op en neer woedde, eindelijk tot rust gebracht en werden iconen en hun verering op de eerste zondag in de veertigdagentijd hersteld. Sindsdien wordt deze zondag herdacht als de ‘Triomf van de Orthodoxie’.

Historische achtergrond

Het Zevende Oecumenisch Concilie hield zich voornamelijk bezig met de controverse over iconen en hun plaats in de orthodoxe eredienst. Het werd in 787 in Nicea bijeengeroepen door keizerin Irene op verzoek van Tarasios, patriarch van Constantinopel. Het Concilie werd bijgewoond door 367 bisschoppen.

Bijna een eeuw daarvoor had de iconoclastische controverse opnieuw de fundamenten van zowel Kerk als Staat in het Byzantijnse rijk doen schudden. Overmatig religieus respect en de door sommige leden van de samenleving aan iconen toegeschreven wonderen, naderden het punt van aanbidding (alleen vanwege God) en afgoderij. Dit leidde tot excessen aan het andere uiterste waardoor iconen door de beeldenstormers volledig uit het liturgische leven van de Kerk werden gehaald. De iconofielen daarentegen geloofden dat iconen dienden om de leerstellige leer van de kerk te behouden; zij beschouwden iconen als de dynamische manier van de mens om het goddelijke uit te drukken door middel van kunst en schoonheid.

Het Concilie besloot tot een doctrine waarmee iconen vereerd moesten worden, maar niet aanbeden. In antwoord op de uitnodiging van de keizerin aan het Concilie, antwoordde paus Hadrianus met een brief waarin hij ook de positie bekleedde om iconen te vereren, maar niet de eredienst, de laatste die alleen God betaamt.

Het decreet van het Concilie voor het restaureren van iconen in kerken voegde een belangrijke clausule toe die nog steeds aan de basis ligt van de redenering voor het gebruik en de verering van iconen in de Orthodoxe Kerk tot op de dag van vandaag: “Wij definiëren dat de heilige iconen, hetzij in kleur, mozaïek of een ander materiaal, moeten worden tentoongesteld in de heilige kerken van God, op de heilige vaten en liturgische gewaden, op de muren, meubels en in huizen en langs de wegen, namelijk de iconen van onze Here God en Redder Jezus Christus, die van Onze Lieve Vrouw de Theotokos, die van de eerbiedwaardige engelen en die van alle heilige mensen. Wanneer deze voorstellingen worden overwogen, zullen ze ervoor zorgen dat degenen die ernaar kijken hun prototype herdenken en liefhebben. We definiëren ook dat ze gekust moeten worden en dat ze een voorwerp van verering en eer zijn (timitiki proskynisis), maar niet van echte aanbidding (latreia), die is voorbehouden aan Hem Die het onderwerp is van ons geloof en geschikt is voor de goddelijke natuur. De verering die aan een icoon wordt toegekend, wordt in feite doorgegeven aan het prototype; hij die de icoon vereert, vereerde daarin de werkelijkheid waarvoor hij staat”.

Lees verder “Zondag van de Orthodoxie”

De zondagen van de vastentijd

724b2b4fd8e35b6b12f5e844bb0b1837 (1)

De vijf zondagen van de Vasten

 

Zondag van de orthodoxie

De zondag van de orthodoxie is de eerste zondag van de Grote Vastentijd. Het dominante thema van deze zondag sinds 843 is dat van de overwinning van de iconen. In dat jaar werd de beeldenstorm, die sinds 726 op en neer woedde, eindelijk tot rust gebracht en werden iconen en hun verering op de eerste zondag in de veertigdagentijd hersteld. Sindsdien wordt deze zondag herdacht als de ‘Triomf van de Orthodoxie’.

1280px-Triumph_orthodoxy

 

Zondag van Sint Gregorius Palamas

Op de tweede zondag van de veertigdagentijd herdenkt de Orthodoxe Kerk onze Heilige Vader Gregorius Palamas, aartsbisschop van Thessalonica, de Wonderdoener. De feestdag van sint Gregorius Palamas is 14 november, maar hij wordt herdacht op deze zondag als de veroordeling van zijn vijanden en de rechtvaardiging van zijn leer door de Kerk in de 14e eeuw werd geprezen als een tweede triomf van de orthodoxie

st-gregory-palamas-medium-tall

 

 

Zondag van de Verering van het Heilig Kruis

Op de derde zondag van de Grote en Heilige Vastentijd herdenkt de Orthodoxe Kerk het Kostbare en Levengevende Kruis van onze Heer en Heiland Jezus Christus. Diensten omvatten een speciale verering van het kruis, die de gelovigen voorbereidt op de herdenking van de kruisiging tijdens de Goede Week.images

Zondag van St. John Climacus

Op 30 maart en op de vierde zondag van de Heilige Vastentijd herdenkt de Orthodoxe Kerk onze Rechtvaardige Vader Johannes Climacus. Hij wordt Climacus genoemd vanwege zijn auteurschap van het grote spirituele werk The Ladder of Divine Ascent. Zijn herdenking wordt door de Kerk op een van de zondagen van de veertigdagentijd aangewezen als zijn leven en geschriften bevestigen hem als een opperdrager en voorstander van christelijke ascese. Het ascetische voorbeeld van deze grote heilige van de Kerk inspireert ons op onze veertigdagentijdreis.

johannes-klimakos3

 

 

De Akathist Hymne

De Akathist Hymne is een diepgaand, devotioneel gedicht, dat de lof zingt van de Heilige Moeder en de Eeuwige Maagd Maria. Het is een van de meest geliefde diensten in de orthodoxe kerk. Het werd gecomponeerd in de keizerlijke stad Constantinopel, “de stad van de Maagd”, door St. Romanos de Melodist, die in het jaar 556 herreed. De Akathist Hymne is zo populair gebleken in het liturgische leven van de Kerk dat vele andere hymnen zijn geschreven volgens de vorm ervan. Deze omvatten akathisten voor onze Heer Jezus Christus, voor het kruis en voor vele heiligen. 

 

Zondag van de heilige Maria van Egypte

Onze heilige moeder Maria werd geboren in Egypte. Ze had haar ouders op twaalfjarige leeftijd verlaten om naar Alexandrië te gaan, waar ze de volgende zeventien jaar in losbandigheid en de grootste spilzucht doorbracht. Levend van liefdadigheid en linnen-weven, bood ze niettemin haar lichaam aan elke man aan, niet gedwongen door bittere noodzaak zoals zoveel arme vrouwen, maar alsof ze werd verteerd door het vuur van een verlangen dat niets kon sussen. Le

St._Mary_of_Egypt

Vergevingszondag

Verbanning van Adam en Eva uit het Paradijs

Vergevingszondag

34727a916c97fc4dfb4332c0612138db

Psalterium – Cod Lichtenthal 25

LEZINGEN

Gal 5 : 22-6 : 2

Broeders, de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Daartegen richt de wet zich niet. Wie van Christus zijn, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd. Als wij door de Geest leven, laten wij dan ook door de Geest wandelen. Laten wij geen mensen met eigendunk worden, elkaar niet uitdagen en benijden. Broeders, ook als iemand betrapt wordt op een overtreding, moet gij die geestelijk zijt, zo iemand weer terechtbrengen, in een geest van zachtmoedigheid. Let intussen op uzelf, opdat ook gij niet in verzoeking komt. Draag elkaars lasten, en vervul zo de wet van Christus.
Zondag 6 maart ’22 – Vergevingszondag
Feest van de vinding van het H. Kruis door de H. Helena, keizerin (326) en van de HH. Arcadius, bisschop in Cyprus (4e) en Hesychius, wonderdoener in Bythinië (ca.790)

Epistel: Romeinen 13:11-14:4

Lezing uit de brief van Paulus aan de Romeinen,
Broeders, nu is de redding dichter bij ons dan toen wij tot geloof kwamen. De nacht is ver gevorderd en de dag is nabij gekomen. Laten wij dus de werken van de duisternis afleggen en de wapens van het licht aandoen. Laten wij, zoals past bij de dag, eerzaam leven, niet in zwelgpartijen, niet in dronkenschappen, niet in wellust en losbandigheid, niet in ruzie en jaloezie. Maar bekleed u met de Heer Jezus Christus, en verzorg het vlees niet om begeerten op te wekken. Aanvaard wie zwak is in het geloof, zonder over meningsverschillen te strijden. De één gelooft dat hij alles mag eten, maar wie zwak is, eet alleen plantaardig voedsel. Wie wel alles eet, moet niet neerkijken op iemand die dat niet doet. En wie niet alles eet, moet niet veroordelen wie alles eet. God immers heeft hem aanvaard. Wie zijt gij, dat gij de dienaar van een ander oordeelt? Of hij staat of valt, gaat alleen zijn eigen heer aan. Hij zal echter staande gehouden worden, want God is bij machte hem staande te houden.

Evangelie: Matteüs 6:14-21

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Mattheüs,
De Heer zei: ‘Als jullie anderen hun overtredingen vergeven, zal jullie hemelse Vader ook jullie vergeven. Maar als jullie de anderen niet vergeven, zal ook jullie Vader jullie overtredingen niet vergeven. En als jullie vasten, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen; want zij maken hun gezicht ontoonbaar om aan de mensen te laten zien dat zij vasten. Amen, Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon reeds ontvangen. Maar als je vast, zalf je hoofd en was je aangezicht, zodat het niet door de mensen gezien wordt dat je vast, maar door jullie Vader Die in het verborgene is; en je Vader, Die in het verborgene ziet, zal je er openlijk voor belonen. Verzamel voor jezelf geen schatten op de aarde, waar mot en roest ze verteren, en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamel voor jezelf schatten in de hemel, waar mot en roest ze niet verteren, en waar dieven niet inbreken en stelen. Want waar jullie schat is, daar zal ook jullie hart zijn.’

229b3e10350493b3d2603ad37a656896

Lees verder “Vergevingszondag”

Romanus de Melodicus : Dan zullen ze Vasten….

vasten tekening

H. Romanus de Melodicus (? -ca 560)
dichter van hymnen
Hymne “Adam en Eva”, 1-5 ; SC 99

romanos

“Dan zullen ze vasten”

Lever je over, mijn ziel, aan het berouw; verenig je met Christus in gedachten; roep: “Vergeef al mijn slechte handelingen, opdat ik van U ontvang wat goed is (Mc 10,18), de absolutie en het eeuwig leven”. (…)
Mozes en Elia, deze vuurtorens, waren groot in hun werken. (…) Ze zijn de eersten onder de profeten, zij spraken vrijuit met God, ze vonden het fijn om Hem te naderen om te bidden en zich met Hem van gelaat tot gelaat te onderhouden (Ex 34,5; 1 Kon 19,13)- een verbazend en ongelooflijk iets. Niettemin, namen ze zorg om hun toevlucht tot het vasten te nemen, die hen naar God bracht (Ex 34,28; 1 Kon 19,8). Het vasten, met de werken, verschaft dus het eeuwige leven.
Door het vasten worden de demonen teruggeduwd als door een zwaard, want ze verdroegen de vreugden niet; ze hielden van de genieter en de drinker. Maar als ze in het gelaat van het vasten keken, konden ze het niet uithouden; ze vluchtten er ver van weg, zoals Christus onze God ons onderricht door te zeggen: “Door het vasten en het gebed kan men de demonen uitdrijven” (cf Mc 9,29). Zie waarom ze ons leren dat het vasten het eeuwige leven aan de mensen geeft.
Het vasten geeft aan hen die het uitvoeren het vaderhuis waaruit Adam werd verdreven. (…) Het is God zelf, de vriend van de mensen (Wijsheid 1,6) die het eerst de mens die Hij geschapen had aan het vasten had overgegeven, als aan een liefhebbende moeder, als aan een meester. Hij had verboden om van één boom te eten (Gn 2,17). En als de mens het vasten had onderhouden, dan zou hij met de engelen hebben geleefd. Maar hij heeft het verworpen en vond het lijden en de dood, de bitterheid van de pijn en de dood, en de angst voor een pijnlijk leven (Gn 3,17v). Welnu, als in het Paradijs het vasten nuttig is, hoeveel te meer is het dan niet hierbeneden, om ons het eeuwige leven te verschaffen!

2134461f1defa5f1f3ae8e341734e2a7

Bezinnen de psalmteksten :

Psalmen 1,1-2.3.4.6.
Gelukkig de man die weigert te doen,
wat goddelozen hem raden;
die niet de wegen der zondaars gaat,
niet zit te midden der spotters.
maar die zijn geluk vindt in s’Heren wet,
haar dag en nacht overweegt.

Hij is als een boom, aan het water geplant,
die vruchten draagt op zijn tijd;
des zomers verdorren zijn bladeren niet,
maar al wat hij doet brengt hem voorspoed.

De goddelozen vergaat het zo niet:
de wind blaast hen weg als kaf.
De Heer immers let op de weg der gerechten,
de weg van de zondaars loopt dood.

PSALM 37

border gds

Een goede psalm om in deze oorlogstijd te lezen

PSALM 37

Wees nooit op boosdoeners afgunstig, benijd niet wie onrecht begaan: 2straks zijn zij verdord als het gras, verwelkt als het groen van de velden. 3Vertrouw op de Heer, doe wat goed is, hoed uw trouw in het land waar gij woont. 4Vind uw diepste geluk in de Heer: en uw hartsverlangen vervult Hij. 5Leg uw leven de Heer in de hand, bouw op Hem: Hij zal het volvoeren. 6Hij doet rijzen uw recht als het licht, uw geding als de middagzon stralen. 7Keer u stil tot de Heer en verbeid Hem; benijd niet, al bereikt hij zijn doel, de mens die met list weet te werken. 8Ban uw wrok, laat varen uw toorn, voed geen afgunst: dat sticht louter onheil. 9Want de boosdoeners worden verdelgd; die de Heer hoopvol hebben verbeid, zij zullen het aardrijk beerven. 10Nog kort – en wie kwaad zaait is heen, zoekt gij naar zijn standplaats – verdwenen! 11de ootmoedigen beerven het aardrijk, laven zich aan de volheid des vredes. 12Al belaagt wie kwaad wil de rechtvaardige, knarsetandend als hij hem gewaar wordt, 13de Heer heeft aan hem zijn vermaak: Hij toch ziet zijn dag reeds gekomen. 14Wel trekken Gods haters hun zwaard, zijn zij bezig de bogen te spannen om te treffen wie weerloos en arm is, te vermoorden wie eerlijk zijn weg gaat. 15Maar dit zwaard dringt hun zelf in het hart, hun boog wordt doormidden gebroken. 16Meer heeft de rechtvaardige aan weinig dan zovele bedriegers aan rijkdom. 17De arm van Gods haters wordt machteloos: de Heer geeft de rechtvaardigen bestand. 18De Heer kent de dagen der vromen, eeuwig blijft hun het erfdeel bewaard: 19in de kwade tijd onverslagen vinden zij zelfs bij hongersnood voedsel. 20Straks zijn Gods haters vergaan; die vijandig zijn aan de Heer zijn welhaast als de tooi van de velden verdwenen, verdwenen in rook. 21De bedrieger leent – en hij houdt het; de rechtvaardige, meedogend, scheldt kwijt. 22Die Hij zegent beerven het aardrijk, dan zijn uitgeroeid die Hij vervloekt. 23De Heer houdt de mens recht op zijn voeten wanneer Hem zijn wandel behaagt: 24mocht hij vallen, geveld is hij nooit, want de Heer heeft zijn hand reeds gegrepen. 25Jong was ik en nu ben ik oud, nooit zag ik een rechtvaardige verlaten, noch zijn nageslacht bedelen om brood. 26Wie barmhartig steeds klaar stond tot lenen, ook zijn nageslacht ontmoet zegen. 27Mijd het kwade, doe gij het goede: zo zult ge voor immer hier wonen. 28De Heer staat aan de kant van het recht, nooit zal Hij zijn getrouwen begeven, zij worden behouden voor eeuwig, en verdelgd het geslacht van Gods haters. 29De rechtvaardigen beerven de aarde, zij mogen haar blijvend bewonen. 30Wijsheid klinkt uit de mond des rechtvaardigen, zijn tong spreekt van het rechte bestel. 31In zijn hart leeft de wet van zijn God; daarom zullen zijn schreden niet falen. 32Al beloert wie kwaad wil de rechtvaardige, al zoekt hij hoe hem te vermoorden, 33de Heer geeft hem niet in zijn macht, duld nooit dat zijn rechtszaak verkracht wordt. 34Verbeid de Heer, ga waar Hij wijst, die u waard keurt het land te beerven: gij beleeft de verdelging der duisteren. 35Een slecht mens zag ik, een tyran, een die als een sterke plant opschoot. 36Iemand ging voorbij – zie, hij was weg; ik zocht hem hij was nergens te vinden. 37Zie toch de rechtschapene aan, houd het oog gericht op de oprechte; hij leeft voort, de drager van vrede. 38Weggevaagd wordt wat Gods wetten schendt, uitgeroeid de nazaten der bozen. 39De Heer schept de rechtvaardigen vrijheid, is hun toevlucht in tijden van dreiging; 40de Heer helpt hen, Hij geeft hun uitkomst, onttrekt hen aan hun haters, verlost hen. Want zij zochten hun toevlucht in Hem.

Bron : 

3e zondag van de voorvasten : Het laatste oordeel…

2cd4bbb9306f12911bfe025c4b0de373

3e zondag van de Voorvasten : Het laatste oordeel

laatste-oordeel41 (1)

LEZINGEN :
1 Kor. 8,8 – 9,2 : 8,8-13

jjjVoedsel brengt ons niet dichter bij God; wij verliezen er niets bij als wij het niet eten, en als wij het wel eten, worden wij er niet beter van. Maar zorg ervoor dat uw vrijheid van handelen de zwakken geen aanstoot geeft. Als zo iemand u, die daar geestelijk boven staat, in een afgodstempel aan een maaltijd ziet deelnemen, zal hij er dan, met zijn zwakke geweten, niet toe aangezet worden om ook offervlees te gaan eten? Dan gaat ten gevolge van uw beter inzicht de zwakke verloren, een broeder voor wie Christus is gestorven. Door zo te zondigen tegen de broeders, en hun angstvallige geweten te kwetsen, zondigt u tegen Christus. Daarom, als mijn voedsel aanstoot geeft aan mijn broeder, zal ik in eeuwigheid geen vlees meer eten, want ik wil mijn broeder geen aanstoot geven.
9,1-2 Het voorbeeld van Paulus
jBen ik geen vrij man? Ben ik geen apostel en heb ik Jezus onze Heer niet gezien? En u bent toch mijn werk in de Heer? Al ben ik voor anderen geen apostel, voor u toch zeker wel; want u bent in de Heer het waarmerk van mijn apostelschap

EVANGELIE : Matth.25,31-46
Het oordeel van de Mensenzoon

Lees verder “3e zondag van de voorvasten : Het laatste oordeel…”